CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b BOOM Boombeleid gemeente Rucphen - Gemeente Rucphen BOOM

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 2 juni 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling boombeleid22.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De voor een boom noodzakelijke bovengrondse ruimte wordt bepaald door de ruimte die de volwassen boomkroon nodig heeft. De soorteigen boomgrootte (eerste, tweede of derde grootte), de kroonvorm en de uiteindelijk te bereiken opkroonhoogte bepalen deze ruimte. De kwaliteit van de bovengrondse ruimte wordt voor bomen bepaald door een aantal elementen. Deze worden hierna toegelicht: - De afstand tot gebouwen en straatmeubilair. Fors uitgroeiende bomen kunnen hier voor diverse negatieve effecten zorgen: het ontnemen van het zicht op bebordingen, het ‘aanraken’ van gevels, een teveel aan schaduwwerking. - Windinvloed. Hieronder vallen ook ruk- en valwinden rond gebouwen en een stevige tocht (trek) in bepaalde straten. Lokaal kunnen hierbij hoge windsnelheden voorkomen. Voor de aanwezige bomen kan dit in elk geval takbreuk tot gevolg hebben of instabiliteit bij een niet goed ontwikkeld wortelgestel. Juist op deze locaties moet hier bij de boomsoortkeuze rekening mee worden gehouden om vormen van overlast (bijvoorbeeld veel takbreuk) te voorkomen. - Luchtverontreinigingen in (binnen)steden, langs (snel) wegen en op bedrijventerreinen. Bij bomen leidt dit tot een verminderde conditie en een slechte ontwikkeling.

35

Ook hier moeten boomsoorten worden geselecteerd die in enige mate resistent tegen deze invloeden zijn. Tegenwoordig is ook bekend dat het juist bomen zijn die de schadelijke effecten van verkeer (fijnstof) door hun aanwezigheid kunnen verminderen: met de bladeren vangen bomen een groot gedeelte van het fijnstof af. - Afstand van de stam(men) tot verkeer. Waar mogelijk kunnen, als verkeersgeleidende maatregel, bomen worden aangeplant. Wel is er dan risico op aanrijdschade, door ongevallen of bij parkeren. Dit geeft wonden die de boom verzwakken en toegang bieden voor aantastingen (schimmels, bacteriën). Daarnaast moet worden gelet op de invloed van gladheidsbestrijding op bomen: het wegenzout brengt vaak schade tot aan bomen die langs straten en doorgaande wegen staan. Ook hier geldt weer een juiste boomsoortkeuze: sterke bomen met een relatief geringe gevoeligheid voor strooizout. Ondergrondse groeiruimte

Hoe hoger de kwaliteit van de groeiplaats, des te beter ontwikkelt de boom zich. In elk geval bepaalt de laagste groeiplaatseis de kwaliteit van de groeiplaats. De normen zijn soort- en bodemafhankelijk. Groeiplaatseisen zijn in ieder geval: bodemkwaliteit, lucht- en vochthuishouding, voedingselementen (vooral mineralen), bodemleven, zuurgraad en zoutgehalte. Het Handboek Bomen gaat uitgebreid in op de eisen die hieraan worden gesteld. 6.3 Kabels en leidingen

Voor ontgravingen in openbaar terrein is een vergunning noodzakelijk. De randvoorwaarden voor graafwerkzaamheden en andere bodembewerkingen zijn terug te lezen in het Handboek Bomen. Een harde randvoorwaarde is dat wortels met een diameter van meer dan 5 centimeter bij graafwerkzaamheden niet beschadigd mogen worden. Beschadiging hiervan heeft namelijk direct gevolgen voor de stabiliteit (en dus de veiligheid) en de conditie van bomen. Als het onvermijdelijk is om in deze zone ontgravingswerkzaamheden uit te voeren, moet dit ofwel handmatig ofwel via de ‘zuigmethode’ (het machinaal wegzuigen van de grond tussen de beworteling) worden uitgevoerd. De grootst mogelijke voorzichtigheid moet in acht worden genomen.

36

De gemeente overlegt vooraf met (nuts)bedrijven over de bestaande en toekomstige ligging van tracés bij nieuw aan te leggen kabels en leidingen. Bij nieuwbouwlocaties wordt een speciale zone aangewezen voor alle kabels en leidingen. Ze worden zo veel mogelijk geclusterd, waardoor de ondergrondse groeiruimte voor bomen toeneemt en toekomstige werkzaamheden beter uit te voeren zijn. Bedrijven die grondwerkzaamheden verrichten moeten zich houden aan de algemene regelgeving van de gemeente Rucphen bij het vellen en/of beschadigen van bomen. In voorkomende gevallen verhaalt de gemeente de schade aan bomen op de veroorzaker. Toezicht op de uitvoering van werkzaamheden bij bomen door een gemeentelijke toezichthouder, ondersteund door de toezichthouder met taakaccent groen, is noodzakelijk om te kunnen aantonen wanneer er schade is toegebracht. De gemeente zet in op het vooraf schouwen van de staat van bomen bij werkzaamheden (een ‘nulmeting’) en het bij oplevering nogmaals uitvoeren van een boominspectie. Ondergrondse schade is vaak niet direct zichtbaar. Tot twee jaar na oplevering van de onderhoudsperiode van het werk wordt schade aan de boom verhaald op de aannemer. Vanzelfsprekend dient dit aantoonbaar naar de verrichte werkzaamheden geleid kunnen worden.

Voorafgaand aan alle werkzaamheden in en om bomen legt de gemeente in het werkbestek concreet vast dat tegenover een schade een boete staat (boeteclausule). Ontstaat er toch onduidelijkheid en mogelijk discussie over de mate van de schade en de hoogte van de boete, dan wordt een taxateur van de NVTB ingeschakeld. 6.4 Bescherming tijdens werkzaamheden

Bomen kunnen ernstig te lijden hebben van werkzaamheden zoals maaien, graven, bouwen, ophogen, bronbemaling en het tijdelijk stallen van materieel en/of bouwmaterialen onder de kroonprojectie. Het is niet ongebruikelijk dat pas na enige tijd, soms jaren, de gevolgen van (bouw)werkzaamheden bij de boom zichtbaar worden. Uitvoerders van civiele constructies missen vaak de kennis en het bewustzijn van de effecten die hun handelingen op bomen kunnen hebben. Het is dan ook noodzakelijk dat de gemeente Rucphen in de ontwerpfase al aangeeft hoe bomen bij werkzaamheden beschermd moeten worden. De gemeente Rucphen hanteert de bepalingen uit het Handboek Bomen als basisvoorwaarden. Standaard wordt het Handboek Bomen meegezonden.

Een mix in biodiversiteit in de Dorestede te Zegge

37

6.5 Nieuwe bomen

Het maken van goede keuzes ten aanzien van het aanplanten van bomen zijn in deze paragraaf randvoorwaarden opgenomen. Het ontwerp van de buitenruimte moet aan deze randvoorwaarden worden getoetst. Afwijken van de normen is mogelijk mits dit incidenteel plaatsvindt en goed onderbouwd kan worden. Criteria voor het toepassen van bomen in het openbaar gebied

Het Boombeleid kent hoogtecategorieën. Deze geven de maximale hoogte van een boom aan in volwassen fase. De gebruikte hoogte categorieën zijn de volgende: - Bomen 3e grootte = < 8 m hoog - Bomen 2e grootte = 8 t/m 12 m hoog - Bomen 1e grootte = 12 t/ m 18+ m hoog (uitzonderingen kunnen hoger worden) Belangrijke criteria bij de toepassing van bomen bij (her)in te richten delen van de gemeente zijn de volgende: Bomen en soortenkeuze - Pas de boomsoorten aan, aan de omgeving waarin het groen staat: een cultuurlijke uitstraling binnen de kernen en een landschappelijke /natuurlijke uitstraling aan de randen van de kernen en in het buitengebied; - Verklein de kans op massale uitval van bomen als gevolg van ziektes en ongedierte door verschillende boomsoorten toe te passen; - Het wordt steeds warmer en droger in de stedelijke omgeving. Pas de toe te passen soorten daar op aan; - Stem het te gebruiken assortiment af op de ondergrond (grondsoort, hoogteligging, grondwaterstand, enz.); - Pas soorten toe die sterk zijn en bij voorkeur weinig last hebben van ziektes; - Houdt bij de toe te passen boomsoorten rekening met eigenschappen die door omwonenden als vervelend kunnen worden ervaren zoals bijvoorbeeld vrucht, luis of andere insecten en schaduw. Overlast voorkomen is overigens nagenoeg niet mogelijk.

Een zekere mate van overlast moet men accepteren; - Kies indien mogelijk in de woonstraten bomen met een extra sierwaarde (bloem, herfstkleur, vorm enz.);

38

- Pas binnen de kernen bomen van de tweede en derde grootte toe. Incidenteel kunnen bomen van de eerste grootte worden toegepast. Dit betreft de hoofdstructuur, bijzondere locaties of parken en grote plantsoenen; - Plaats bomen die een laan moet vormen bij voorkeur op regelmatige afstand van elkaar. Een laanbeplanting kan uit één of meer rijen bestaan. Daar waar mogelijk worden lanen conform de ‘Integrale Beplantingsmethode Ruyten’ (IBR) aangeplant. Dit zijn lanen waarin de bomen variëren in soort, leeftijd en afstand. Deze lanen geven een fraaier beeld en dragen bij aan de biodiversiteit; - Bomen worden bij voorkeur direct op eindafstand geplant. Bomen mogen ook dichter op elkaar worden geplant, maar de eindafstand moet worden bereikt met een eenmalige dunning waarin maximaal 50% van de bomen wordt verwijderd; - Houdt bij de keuze van de boomsoort rekening met de standplaats van de boom. Bomen dienen op minimaal 2 meter afstand van de aangrenzende percelen te worden aangeplant. Bomen en klimaat - Gebruik bomen als natuurlijke parasol indien verlaging van de temperatuur wenselijk is; - Houd bij het aanbrengen van bomen waarvan een dakvlak georiënteerd is op de zuidoostelijke, zuid en zuidwestelijke kant van het huis rekening met de aanwezigheid van zonnepanelen of de mogelijkheid om zonnepanelen te plaatsen (dit zijn immers de meest gunstige daken daarvoor).

Dit is bijvoorbeeld mogelijk door in dergelijke straten lagere, smallere en/ of meer transparante boomsoorten toe te passen; - Pas bij voorkeur bomen toe die een merkbare bijdrage leveren aan het tot staan brengen van de afname van de biodiversiteit. Deze bomen bieden bij voorkeur ruimte aan insecten en/of vogels. De gemeente Rucphen is een bijvriendelijke gemeente. Bomen en civiel - Tracht in nieuw aan te leggen straten het bomenplan vooraf op te stellen met het kabels en leidingentracé. Op deze wijze kan voorkomen worden dat een afgesproken boombeeld niet gerealiseerd kan worden, schade aan riolering of bomen ontstaat of er geen werkzaamheden meer kunnen plaatsvinden aan kabels en leidingen. Indien het niet lukt dit plan al in een vroeg

stadium op te stellen, dan moet al in de bouwrijpfase een groentracé worden opgesteld waarin geen kabels – en leidingen mogen liggen (m.u.v. huisaansluitingen). Plaats vanwege de kans op opdruk geen bomen in verharding tenzij een boom uit ruimtelijk oogpunt, vanwege klimaatof milieudoelstellingen of vanwege sfeer niet gemist kan worden. Zorg dan voor voldoende goed doorwortelbare ruimte onder de verharding en indien mogelijk het juiste type boom die geen wortelopdruk geeft; - Pas wortelsturende materialen toe, zoals wortelschermen, als de verwachting bestaat dat de wortels schade zullen aanrichten aan de directe omgeving (bestrating, kabels en leidingen of particulier gebied); - Wijk af van het gewenste boombeeld (bijv. een laanbeplanting) als de aanwezigheid van kabels en leidingen dit onmogelijk maakt. In plaats van een rij waarin de bomen op regelmatige afstand van elkaar staan en in één lijn, mogen de bomen dan uit de lijn staan en op onregelmatige afstand van elkaar. De aanwezigheid van bomen is hier belangrijker dan het boombeeld; - Pas in de verharding een boomspiegel toe van minimaal 2.00x2.00 meter. Bij het groter worden van de boom zal deze indien noodzakelijk verruimd moeten worden. Bomen en ondergrond - Richt het gemeentelijke gebied zo in dat bomen zich goed kunnen ontwikkelen.

Dit betekent dat er zowel boven- als ondergronds voldoende (doorwortelbare) ruimte beschikbaar is; - Bereid de plantplaats voor bomen goed voor. Zorg een ruim opgezette plantplaats waar de bomen oud kunnen worden. Minimaal uitgangspunt is dat de boom in deze grond 40 jaar na aanplant nog goed moet kunnen groeien. Gemiddeld gezien leven bomen in de bebouwde omgeving 40 jaar. Dit komt door de beperkte groeiruimte en het renoveren van straten (wat gemiddeld om de 40 jaar plaats vindt). Hanteer bij de inrichting van een plantplaats het Handboek Bomen.

39

Met wortel en tak Boombeheer

40

De overgang van binnen naar buiten de bebouwde kom aan het Oud Kerkpad te Schijf

41

7 Met wortel en tak In een bebouwde omgeving zijn de groeiomstandigheden voor bomen vaak verre van optimaal. Gemiddeld wordt een boom in de gemeentelijke openbare ruimte in Nederland dan ook maar 40 jaar. Een gezond bomenbestand bevat geen ziekten die dodelijk zijn voor de bomen en die hun stabiliteit aantasten. Het gemeentelijk bomenbeheer beperkt zich voornamelijk tot het optimaal houden van een gezond bomenbestand. Dit gebeurt door inspectie, snoei, groeiplaatsverbetering en het zo veel mogelijk voorkomen en het verhelpen van, door inwoners ervaren, overlastsituaties. Binnen de gemeente is veel kennis van bomen aanwezig. Soms vereisen specifieke boomvraagstukken echter zeer gespecialiseerd bomenkennis. In die situaties huurt de gemeente externe deskundigheid in. De gemeente is primair verantwoordelijk voor het gemeentelijke bomenbestand. Als boomeigenaar moet de veiligheid van de bomen voor de inwoners door de gemeente worden gewaarborgd. Maar iedereen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het groene karakter van de gemeente. Inwoners kunnen de gemeente benaderen wanneer zij zaken bij bomen constateren die qua onderhoud of beheer moeten worden bijgesteld. 7.1 Veilige, gezonde en mooie bomen

De gemeente heeft als eigenaar van veel bomen een zorgplicht voor deze bomen (Burgerlijk Wetboek). Zij moet haar bomen als goed huisvader beheren. In de praktijk betekent dit dat bomen op tijd, op de juiste wijze en op de juiste hoogte worden gesnoeid en dat regelmatig wordt bekeken of de bomen ‘veilig’ zijn en bij twijfel een nauwkeuriger onderzoek moet plaatsvinden. Boomveiligheidscontrole

Bomen geven vaak signalen af als zij ziek zijn of minder stabiel (zwammen in het hout, scheefstand, minder blad, verkleuring van het blad, vraatschade van insecten in het hout, enz.). Een deskundige herkent deze signalen en kan een inschatting maken van de fysieke gesteldheid van de boom en (dringend) adviseren over te nemen maatregelen. In de meeste gevallen is het niet nodig om maatregelen te nemen; de bomen zijn veilig. In enkele gevallen wel. Daarbij moet dan gedacht worden aan het snoeien (loshangende takken of takken die dreigen uit te scheuren) of het vellen van bomen.

42

Boomveiligheidscontrole (BVC) wordt uitgevoerd door een gecertificeerde boomverzorger die in bezit is van het certificaat European Treeworker (ETW) en het certificaat BoomVeiligheidsControle. Het onderzoek wordt uitgevoerd vanaf de grond. Conform de landelijke richtlijn BVR (BoomVeiligheidsRegistratie) dienen alle bomen binnen drie jaar in de gemeente onderzocht te worden of deze voldoen aan de door de gemeente te handhaven omgevingsveiligheid. Het onderzoek vindt plaats via de BVC-methode. Dit is uitsluitend een visuele beoordeling van de staat van de bomen. De boomdeskundige let hierbij op afwijkingen, zoals zware dode takken (‘grof dood hout’), aantastingen van stamvoet of stam en andere mogelijke gebreken die de veiligheid van de boom aangaan. Blijkt uit de boomveiligheidscontrole dat een boom een gebrek vertoont dat op korte termijn nader onderzoek vereist, dan zal dit vervolgens worden ingepland en uitgevoerd. Bomen die een groter risico vormen worden vaker geïnspecteerd. Daartoe behoren bomen waarbij getwijfeld wordt over de stabiliteit (attentiebomen), bomen die door ziekte en groter risico kunnen vormen voor hun omgeving (bijv. essen en kastanjes) en oudere bomen op plaatsen waar veel mensen en/of voertuigen passeren. De uitkomst van de boomveiligheidscontrole van elke boom wordt vastgelegd in het digitaal beheerpakket (Obsurv). Boomveiligheidsonderzoek

Een boomveiligheidsonderzoek gaat verder dan een boomveiligheidscontrole. De boom wordt nauwkeuriger bekeken, zowel van buiten als van binnen (indien nodig) en van dichtbij. Een boomveiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd als het tijdens een boomveiligheidscontrole niet mogelijk is een goed oordeel te geven over de toestand van de boom. Dit wordt ook wel ‘nader onderzoek’ genoemd. Een boomveiligheidsonderzoek vindt ook plaats als een boom veel schade heeft als gevolg van activiteiten om de boom (werkzaamheden, verkeer of vee). Dit onderzoek wordt niet alleen uitgevoerd om de stabiliteit/veiligheid van de boom te bepalen maar ook om de schade vast te stellen. Op basis van een dergelijk onderzoek kan de waardevermindering van een boom in rekening worden gebracht bij de veroorzaker van de schade.

Een boomveiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd door een ervaren boomverzorger die in het bezit is van het certificaat European Treeworker (ETW) en het certificaat boomveiligheidscontroleur (BVC) en aantoonbaar een aantal jaren ervaring heeft in dit vak of werkt onder begeleiding van een gecertificeerd European Tree Technician. Dit werk mag ook worden uitgevoerd door een gecertificeerd European Tree Technician met enige jaren ervaring. Controle tijdens de snoeiwerkzaamheden

Alle gegevens van de boominspecties zijn het uitgangspunt voor het plannen van het beheer van de bomen. Uit de inspectiegegevens komen de eventuele aanvullende onderhoudswerkzaamheden in beeld én de planning in tijd en menskracht daarvan. De gesteldheid en de eventuele waardevolle status van de bomen zijn belangrijk om prioriteiten te stellen. Onderhoud aan zogenoemde ‘risicobomen’ word versneld uitgevoerd.

Een nader onderzoek naar de afwijkingen van de boom of bomen is dan noodzakelijk. Afhankelijk van de uitslag van het nader onderzoek, de beleidsstatus, de gevonden gebreken en de risico’s voor de omgeving, wordt besloten welke maatregelen worden genomen. Handelen en registreren

Wanneer bij een boom afwijkingen worden gevonden die het voortbestaan bedreigen, kan het belangrijk zijn om snel in te grijpen. Verspreiding van besmettelijke aantastingen, mogelijke overlast voor inwoners en verdere achteruitgang of zelfs uitval kunnen zo worden beperkt. Daarom is monitoring van ziekten en plagen zeer belangrijk. Het goed registreren van de voortkomende gegevens draagt bij aan preventief beheer. Monitoring en het op tijd uitvoeren van snoeiwerkzaamheden kunnen veel problemen vroegtijdig aanpakken en wegnemen. Plantenziektenwet

Door koppeling van de boomveiligheidscontrole aan de reguliere snoeirondes wordt de verplichte controle cyclisch opgepakt. Hierdoor kan door snoei gericht gehandeld worden en blijft het bomen bestand up-to-date. De actuele inspectiegegevens worden opgenomen in het beheerpakket (Obsurv). Planmatig beheer voorkomt achterstallig onderhoud. Bomen worden hierdoor veiliger, groeien beter op hun standplaats en vergen minder onderhoudskosten. Goed (preventief) onderhoud voorkomt overlast, bijvoorbeeld door vallende takken. Een up-tot-date beheerplanning stemt de juiste boomverzorgingswerkzaamheden af op de periode van het jaar.

Treedt er in Rucphen of een omringende gemeente een (exotische of besmettelijke) plantenziekte op, dan wordt dit vanaf het begin scherp gevolgd. Vertonen bomen een aantasting die onder de Plantenziektenwet valt, dan bestrijdt de gemeente deze proactief. Voorbeelden hiervan zijn iepziekte, watermerkziekte of bacterievuur. Belangrijk is hierbij de mate van aantasting. Soms kan een ingrijpende snoeironde voldoende zijn om aantastingen weg te nemen. Als dit niet meer mogelijk is, kan tot verwijdering van een of meerdere bomen worden besloten om verdere uitbreiding te voorkomen. Nieuwe ziekten en plagen

7.2 Ziekten en plagen

Ziekten en plagen tasten de conditie van bomen aan. Dit kan een bedreiging zijn voor het duurzaam voortbestaan. Boomziekten en -aantastingen zijn een continu optredend verschijnsel, waarvoor alertheid geboden is. Het is niet mogelijk om een eenduidig beleid te formuleren om ziekten en aantastingen te voorkomen. Wel is het mogelijk om, op basis van de meest voorkomende boomsoorten, in te schatten welke boomziekten en -aantastingen zouden kunnen optreden. Bomen met een verlaagde weerstand zijn vatbaarder voor ziekten en aantastingen. Wat hun conditie doet verslechteren is vaak niet direct duidelijk.

Klimaatverandering brengt ook nieuwe boomziekten en -plagen naar Nederland. Via de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt op de hoogte gebleven van actuele ontwikkelingen. 7.3 Last van bomen

Bomen hebben een positieve uitwerking op de leefomgeving in Rucphen. Soms veroorzaken bomen echter overlast. Hieronder wordt verstaan ‘hinder op een onacceptabel niveau’. De overlast die bomen geven, is altijd subjectief: bomen doen wat ze behoren te doen. Bladval, vruchtvorming en -verspreiding, het bieden van schaduw en het laten vallen van dode takken zijn zaken die onlosmakelijk bij bomen be-

43

horen. Wat de één als overlast ervaart kan de ander als een positieve eigenschap ervaren. Met beide belangen moet rekening worden gehouden. Overlast van bomen is erg persoonlijk en komt ten dele ook voort uit onbekendheid met de toegevoegde waarde van bomen. Door hier meer aandacht aan te geven in gesprekken met inwoners, informatieverstrekking op de gemeentelijke website of via sociale media ontstaat mogelijk meer waardering en begrip. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met de algemene belangen van bomen voor de eigenheid en leefbaarheid van het landschap, dorp, wijk of straat. Een zekere mate van overlast moet worden geaccepteerd. Ook de rechtbank denkt daar zo over. Normale blad-, zaad-, en vruchtval en luis, enzovoort ziet zij niet als relevante hinder en dient gedoogd te worden. Indien de overlast op een snelle en eenvoudige wijze kan worden weggenomen, de gevolgen van de ingreep voor de boom beperkt zijn, de uitvoeringskosten laag zijn en de kans op een eventuele precedentwerking beperkt blijven, kunnen maatregelen genomen worden. Als het hiermee niet lukt de overlast weg te nemen en de melder verlangt van de gemeente een oplossing, dan kan gehandeld worden volgens de spelregels die in de bijlage zijn opgenomen. Op basis hiervan maakt het cluster groen een afweging en neemt een besluit.

Bij elk besluit dat de gemeente neemt laat zij de invloed van een ingreep op flora en fauna meewegen. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met de Wet Natuurbescherming maar ook met potentieel aanwezige natuurwaarden, boom als belangrijke voedselbron voor dieren, zeldzame boomsoort, enz. Dit kunnen argumenten zijn om af te wijken van de randvoorwaarden die hieronder zijn opgesteld. In de bijlage D ‘Overlast door gemeentelijke bomen’ is puntsgewijs omschreven welke vormen van overlast er zijn en hoe hier mee om gegaan wordt. 7.4 De groene kaart

Waardevolle bomen (en houtopstanden) binnen de gemeente worden sinds 2012 beschermd door de groene kaart. Ter voorkoming van subjectiviteit zijn er nieuwe criteria opgesteld die duidelijker, objectiever en beter te handhaven zijn.

44

Daarnaast zijn er minder criteria die daardoor ook beter naar de eigenaren van de bomen te communiceren zijn. Duidelijke beoordelingscriteria zorgen voor een deugdelijke motivatie waarom bomen op de groene kaart geplaatst worden. Dit betreft zowel bomen in het openbaar gebied als op private terreinen. De gemeente wijst een boom aan als waardevol wanneer er, met inachtneming van de genoemde randvoorwaarden, tevens sprake is van tenminste één van de volgende criteria: - De boom kent een cultuurhistorische waarde; - De boom kent een hoge waarde voor natuur en milieu; - De boom heeft een waarde binnen de groenstructuur; - De boom staat op particuliere grond en heeft een hoge individuele waarde. Voor de bomen op deze lijst betekent dit vooral dat ze in basis niet gekapt mogen worden. Een omgevingsvergunning, activiteit kappen, moet worden aangevraagd. Er dient hierbij door de initiatiefnemer een goede motivatie tot kap gegeven te worden. Voor alle bomen (en houtopstanden) die op de groene kaart staan dient (financiële) compensatie plaats te vinden. Voor de bomen die onder de Wet natuurbescherming vallen gelden de daarvoor van toepassing zijnde wet- en regelgeving. De groene kaart is mutatiegevoelig en wordt jaarlijks geactualiseerd. Niet alleen de bomen op deze lijst zijn waardevol voor Rucphen. Alle bomen samen zorgen ervoor dat de gemeente een groene uitstraling heeft.

Daarbinnen nemen de waardevolle bomen de meest belangrijke plaats in. De criteria en randvoorwaarden worden in bijlage C verder toegelicht. 7.5 Handhaven, tenzij…

De gemeente hecht grote waarde aan bomen. In basis dienen bomen dan ook behouden te blijven en geven we geen medewerking aan het kappen van de bomen. Er kunnen echter situaties zijn waarbij de bomen gekapt dienen te worden. Hiervoor dient de initiatiefnemer via het omgevingsloket een kapaanvraag in te dienen.

Er geldt alleen een vergunningsplicht bij bomen en houtopstanden die op de groene kaart staan en/ of vallen onder de Wet Natuurbescherming. Illegale kap

Het zonder omgevingsvergunning vellen of zeer rigoureus snoeien (bijvoorbeeld kandelaberen) van een boom die staat op de groene kaart betekent illegale kap. Daarnaast is ook het ernstig beschadigen of ontsieren van een boom (bijvoorbeeld door de kroon te halveren) strafbaar. Constateert de gemeente Rucphen het bovenstaande, dan doet de gemeente aangifte van het strafbare feit. Is de dader en/ of eigenaar bekend, dan wordt ook bekeken of een claim omtrent de schade zinvol en/of gewenst is. De hoogte van de financiële claim wordt bepaald op basis van een, door een NVTB-boomtaxateur, uit te voeren schadetaxatie. Deze brengt de waardevermindering in beeld. Wanneer schade aan bomen langs de openbare weg is ontstaan en er geen dader bekend is, kan de gemeente Rucphen aanspraak maken op een vergoeding vanuit het landelijk waarborgfonds.

Particuliere bomen

Voor bomen en houtopstanden op particuliere percelen binnen de kernen en buiten de kernen in tuinen en erven (excl. erfbeplanting) die op de groene kaart staan dient een kapvergunning te worden aangevraagd. De bomen dienen ook gecompenseerd te worden. Voor de compensatie wordt de financiële waarde per boom gesteld op € 500,- (dit is naast de legeskosten voor de vergunningsaanvraag). De reden tot kap van de boom dient deugdelijk te zijn en dient onderbouwd te zijn door middel van een boomdeskundig rapport. Indien de boom buiten de kom staat en een cultuurhistorische waarde kent wordt geen vergunning verleend. Daarnaast geldt voor alle bomen dat de natuurlijke verschijnselen van de boom geen reden zijn tot kap. Indien het een houtopstand betreft wordt de waarde bepaald conform de meest recente richtlijnen van de NVTB. Bomen die op particuliere percelen (tuinen of erf) staan en die zich niet op de groene kaart bevinden kunnen vergunningsvrij worden gekapt en hoeven dan ook niet gecompenseerd te worden.

7.6 Herplant Herplant algemeen

Ruimtelijke ontwikkelingen

We vervangen iedere gemeentelijke boom, zo blijft het bomenbestand op peil en blijft op alle locaties het gewenste eindbeeld intact. Voor de herplant van bomen zijn de volgende werkwijzen van toepassing.

Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is het inpassen van de aanwezige bomen en houtopstanden binnen de planvorming. Onder inpassen wordt verstaan het laten staan van de boom. Daarnaast kan ook het her- of verplanten van de boom onder inpassen gezien worden. Dit kunnen zowel bomen als houtopstanden zijn die op de groene kaart staan of niet. Reden tot kap van de bomen dient duidelijk gemotiveerd te worden. Enkel economische motieven en/ of natuurlijke verschijnselen van de boom zijn geen reden tot kap.

De boom of houtopstand staat op de groene kaart De boom of houtopstand krijgt een boomwaarde toegekend op basis van een taxatie conform de meest recente richtlijnen van de NVTB. Deze waarde dient terug geïnvesteerd te worden in het aanplanten van bomen binnen het project of de ontwikkeling. Mocht dit niet mogelijk zijn wordt er gezocht naar locaties voor compensatie in de directe nabijheid waar de kap heeft plaatsgevonden. Wanneer dit niet mogelijk blijkt wordt het (resterende) bedrag gestort in de reserve groencompensatie. Met deze middelen worden elders in de gemeente bomen aangeplant.

Omdat ruimtelijke ontwikkelingen maatwerk betreft heeft het behoud van bomen en houtopstanden die op de groene kaart staan een pré. In de voorbereidende fase dient een inventarisatie gedaan te worden van de aanwezige bomen waarbij onderzocht wordt of de bomen ingepast kunnen worden in de planvorming. Dit dient ter toetsing aan de gemeente voorgelegd te worden.

45

Indien overgegaan wordt tot kap van de bomen dienen de bomen gecompenseerd te worden. Voor de compensatie wordt de financiële waarde per boom bepaald door een taxatie conform de meest recente richtlijnen van de NVTB. De compensatie van de bomen dient primair plaats te vinden binnen de ruimtelijke ontwikkeling. Aan bomen die ten behoeve van de compensatie worden teruggeplant wordt een financiële waarde van € 1.500,- toegekend. Mocht compensatie binnen de ruimtelijke ontwikkeling niet of slechts deels mogelijk zijn dient de compensatie te worden gestort in de reserve groencompensatie.

7.7 Onderhoud

Bomen moeten beheerd worden om de openbare ruimte veilig te houden (zorgplicht), gezonde bomen te krijgen en houden en om het gewenste eindbeeld te bereiken. Om dat te bereiken moeten bomen worden onderhouden. Snoeien

Een boom moet worden gesnoeid om een sterke, gezonde kroon te krijgen, haar vorm te behouden en/of een normaal gebruik van de omgeving mogelijk te houden. In de bebouwde omgeving is het nagenoeg nergens mogelijk snoei achterwege te laten. Voor de richtlijnen omtrent het snoeien van bomen hanteren we het Handboek Bomen.

Onderbouwing financiële waarde

De financiële waarde die aan een terug te planten boom wordt toegekend bedraagt € 1.500,-. Onder deze kosten wordt de volledige financiering verstaan van: - Aankoop en levering van de boom; - Aanbrengen van groeiplaatsvoorzieningen; - Aanplanten van de boom; - Nazorg van de boom voor een maximale duur van 3 jaar; Het bedrag van € 1.500,- is gebaseerd op actuele cijfers binnen bestaande projecten. Jaarlijks wordt dit bedrag geïndexeerd op basis van reële en actuele cijfers.

Het cyclisch boombeheer kent een doorloop van vijf jaar. Hierin vindt de BVC-controle en een begeleidings- en/ of onderhoudssnoei plaats. In deze cyclus worden alle gemeentelijke bomen gesnoeid. 7.8 Vervangen van bomen

Op het moment dat een boom is verdwenen of moet worden verwijderd, moet de vraag beantwoord worden of er een nieuwe boom teruggeplaatst gaat worden en als dat zo is welke soort. Deze paragraaf geeft daarvoor enkele randvoorwaarden. Criteria voor het terugplaatsen van bomen

Compensatie houtopstanden buitengebied

Op de bomen en houtopstanden in het buitengebied kan de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. Houtopstanden kunnen bestaan uit meer dan enkel bomen, denk bijvoorbeeld aan bosplantsoen. Bij een eventuele kap van de houtopstanden wordt op basis van de meest recente richtlijnen van de NVTB de waarde van het houtopstand bepaald. Dunning is niet compensabel

Wanneer in een boom- en/of houtopstand met bomen een dunning wordt uitgevoerd, zal hier geen (verplichte) herplant plaatsvinden. Een dunning is een regelmatig terugkerende beheermaatregel, bedoeld om overblijvende bomen en/ of struiken van goede kwaliteit meer licht en groeiruimte te geven. De ruimte die door dunning ontstaat, vullen de overblijvende bomen uiteindelijk in. Onder een dunning wordt verstaan het verwijderen van de bomen met een reductie van maximaal 20% van het kroonvlak van de bomen/ houtopstand.

46

Bomen worden altijd vervangen als: - de boom op een plaats staat waarop deze goed kan uitgroeien en de toekomstverwachtingen goed zijn; - de boom in de verharding staat en in de straat of buurt weinig bomen staan. Bomen staan bij voorkeur niet in de verharding vanwege de kans op schade aan verharding en omdat het een obstakel kan vormen voor voetgangers. Echter, als dit principe te strak wordt gehanteerd, ontstaan er op den duur nagenoeg boomloze straten. Dit is niet gewenst vanwege de positieve eigenschappen die de bomen hebben voor hun omgeving. Afhankelijk van de inrichting van de omgeving (zowel gemeentelijk als privaat) wordt besloten wel of geen bomen terug te plaatsen. Zo is de noodzaak om een boom terug te plaatsen in een straat waarin of waarlangs al veel groen aanwezig is minder groot dan in een kale en stenige straat (zowel op gemeentelijke als op privaat terrein). Indien er geen of onvoldoende plaats is voor herplant is het is ook mogelijk minder bomen terug te plaatsen. Bomen die niet worden herplant dienen elders, in de nabijheid, te worden geplant. Indien besloten wordt

bomen terug te plaatsen moet een geschikte groeiplaats voor de bomen worden gerealiseerd waarin de boom tot wasdom kan komen. In verharding worden bij voorkeur soorten toegepast die diep wortelen en van de tweede of derde grootte zijn; - het uit beheersmatig oogpunt niet wenselijk is om een boom terug te plaatsen, maar dit verzoek nadrukkelijk wordt gedaan door een groot deel van de omwonenden en dit uit beheerstechnisch oogpunt verantwoord is. In overleg met de omwonenden wordt dan gezocht naar een voor beide partijen acceptabele oplossing.

Het is voor het beeld belangrijk dat deze andere boomsoort in het ritme van de laanbeplanting/bomenrij staat.

Bomen worden niet vervangen op dezelfde plaats als: - de boom is verwijderd in het kader van een dunning of als er binnen vier jaar een dunning plaatsvindt; - een straat of buurt waarin de boom staat binnen 5 jaar wordt gerenoveerd; - de boom verwijderd is op basis van gegronde overlast

Groep

Welke soort terugplaatsen

Eik

Als op basis van de randvoorwaarden zoals aangegeven blijkt dat een nieuwe boom teruggeplaatst kan/moet worden, moet goed worden nagedacht over de toe te passen soort. Moet dezelfde soort worden teruggeplaatst of is het verstandiger een andere soort aan te brengen? Veel bomen maken immers deel uit van een groter geheel (rij of groep). Hoe moet worden gehandeld als een boom of meer bomen in deze beplantingsvorm uitvallen en nieuwe bomen gewenst zijn?

Indien de eikenprocessierups blijvend overlast geeft, kan overwogen worden het aandeel eik terug te brengen door deze niet of minder vaak te vervangen door eik bij uitval of niet of minder toe te passen in (her)inrichtingsplannen. Indien sprake is van vervanging zal de plaats bepalend zijn. Zo zal een eik in een eikenlaan bijvoorbeeld waarschijnlijk weer worden vervangen door een eik, maar kan overwogen een solitair staande eik of een groepje eiken in bijvoorbeeld een woonwijk of bij een school te vervangen door een andere boomsoort. Voorkomen moet worden dat de eik verdwijnt uit het straatbeeld. Met name de zomereik is een inheemse boom die aan veel andere organismen levensruimte biedt.

Algemeen

Houd rekening met de randvoorwaarden die zijn weergegeven in hoofdstuk 6 (Kroonjuwelen).

Het geheel vervangen van een rij of laan door een andere soort vindt door deze geleidelijke vervanging nauwelijks plaats. Alleen als de toekomstverwachting van de bomenrij/ laanbeplanting matig tot slecht is, de bomen of een groot deel daarvan kan worden verwijderd vanwege overlast of omdat een ander beeld zeer wenselijk is, kan gekozen worden voor het geheel vervangen van een bomenrij/ laanbeplanting door één andere soort.

Indien het voor het ontwerp zeer wenselijk is eenzelfde boomsoort toe te passen, heeft dat de voorkeur. Als er ruimte is voor afwisseling worden bij voorkeur meer boomsoorten toegepast. De kans op grootschalige uitval door ziektes wordt daardoor kleiner en de biodiversiteit neemt toe.

Maat terug te plaatsen bomen Bomenrij of laan

Als een boom, anders dan vanwege overlast of als gevolg van een beheersmatige dunning, is verwijderd, wordt bij voorkeur dezelfde boomsoort teruggeplaatst. Echter, als blijkt dat de boom of de toegepaste boomsoort niet goed groeit en het niet mogelijk is de standplaats te verbeteren of als de aanwezige soort erg gevoelig is voor ziekte (bijv. kastanje of es) dan moet een andere, bij voorkeur enigszins gelijkende boomsoort worden teruggeplaatst. In een rij of laan mogen maximaal 2 verschillende boomsoorten worden toegepast. De laanbeplanting zal dan geleidelijk omgevormd worden naar een andere boomsoort.

Een uitgevallen boom wordt bij voorkeur vervangen door een boom met een courante kwekerijmaat; 20 - 25 (omtrek van de stam in centimeters gemeten op 1,30 meter boven de wortels). De hoogte van de boom bij de genoemde maat is ongeveer 4.50 meter. Indien dit ruimtelijk zeer gewenst is, kan in een enkel geval voor een grotere boom gekozen worden. Aantal terug te plaatsen bomen

Indien de boven- en ondergrondse situatie geen ruimte biedt voor het terugplaatsen van één groter uitgroeiende boom, kan overwogen worden deze boom of bomen te ‘compenseren’ door meerdere kleiner blijvende bomen.

47

Geldboom Financiën

48

Speciale snoeiwijze van de zomereiken voor de corsowagen. Schijfsebaan te Schijf

49

8 Geldboom In dit hoofdstuk wordt een basale omschrijving gegeven van de financiële impact van het voorliggende bomenbeleidsplan. - De aanplant van 1000 extra bomen vergt een extra budget (incidenteel). De kosten (aanschaf, vervoer, groeiplaatsinrichting, planten, nazorg etc.) van een boom kunnen erg verschillen en is met name afhankelijk van de groeiplaatsinrichting, de aanwezigheid van kabels en leidingen, in of buiten verharding, de grootte, de soort en of het een aanplant in bosverband of een losse boom betreft. Bij de aanschaf van de bomen wordt er ingezet op (bijvriendelijke) bomen die de biodiversiteit versterken. Na de inventarisatie van de mogelijke aanplantlocaties is er meer inzicht in het aansluiten bij de intergrale projecten in de openbare ruimte en/ of het noodzakelijke budget. - Areaal uitbreiding leidt structureel tot een toename van de beheerkosten. - De kern van het uitvoeren van cyclisch boombeheer is het ‘vooruit’ werken, met als doel achterstallig onderhoud te beperken en voorkomen. Vanwege de controlefrequentie van de bomen wordt het totale areaal verdeelt in 5 segmenten. Jaarlijks worden binnen 1 segment alle bomen geïnspecteerd. In datzelfde jaar worden in de andere segmenten alleen de jaarlijks te inspecteren bomen gecontroleerd.

Het geografisch en planmatig inspecteren resulteert in het op tijd detecteren van onderhoudsbehoeften, waardoor de ingrepen en de schade per snoeibeurt aan de boom wordt verminderd. Op deze wijze sluit het naadloos aan op economische haalbaarheid. De benodigde budgetten kunnen via deze werkwijze worden voorspeld. In de meerjarenbegroting wordt gerekend met ongeveer 2.850 te inspecteren bomen per jaar. Naast de bomen in het inspectiegebied voor het betreffende jaar, is er binnen dit aantal ruimte voor bomen die op basis van gevaarzetting of gebreken jaarlijks geïnspecteerd moeten worden. Dit betekent een toename van de beheerkosten. - Het kiezen voor de juiste boom op de juiste plaats (conform het Handboek Bomen) leidt ertoe dat de omlooptijd toeneemt. Overlast en voortijdige verwijderingen van bomen (en dus herplanten) worden op deze wijze in de toekomst geminimaliseerd. - Bij ziekten en aantastingen bij bomen kan het noodzakelijk zijn dat er een specifiek budget nodig is, dit zal dan

50

separaat via de P&C cyclus worden aangevraagd. - De kosten voor het aanplanten van extra bomen conform de boomstructuurkaart binnen projecten, maar ook maatregelen als boombescherming komen voor rekening van het project. Is dit de gemeente, dan zal de gemeente de kosten hiervoor dragen en moet een kostenpost in een project worden opgenomen. Wanneer het een particuliere initiatiefnemer betreft zal deze de kosten voor zijn rekening moeten nemen. - Er is een jaarlijks bedrag nodig voor een licentie bij het Norminstituut Bomen. Het door dit instituut uitgegeven Handboek Bomen biedt gevalideerde, heldere kaders en toepasbare kwaliteitseisen bij de uitvoering van werkzaamheden aan bomen. Dit past binnen het jaarlijkse groenbeheer budget. - Jaarlijks is een bedrag nodig voor licenties voor software voor inspectie en onderhoud. Door te investeren in het up-to-date houden van deze software wordt bereikt dat de gehouden boominspecties eenvoudig kunnen worden vertaald in uit te voeren maatregelen. Dit past binnen het jaarlijkse beheerbudget. - Met de groene kaart wordt de vergunningsprocedure voor de kap van bomen voor de inwoners gedereguleerd en voor de gemeente efficiënter gemaakt. Niet ingecalculeerde situaties en risico’s Er kunnen zich situaties voordoen die van financiële invloed zijn, maar niet eerder zijn voorzien.

- Verkoop snippergroen Het verkopen van snippergroen met bomen erop, leidt ertoe dat deze bomen niet meer mee tellen voor het totaal aantal gemeentelijke bomen. Conform dit beleid zullen (om het totaal aantal gemeentelijke bomen op peil te houden) deze bomen gecompenseerd moeten worden. Per boom wordt er dan ook bij de koper € 1.500,- in rekening gebracht. De gemeente plant hiervoor een nieuwe boom aan. - Projecten Openbare Ruimte In (her)inrichtingsprojecten in de openbare ruimte worden bomen, hun groeiplaatsen en nazorg, vanuit de projectgelden gefinancierd. Daarmee wordt het dagelijks beheerbudget niet belast.

- BBV-regels De laatste wijziging in de regels rondom de BBV heeft opgeleverd dat er in principe op alle producten van de gemeente moet worden afgeschreven. Dit principe kan ook op de aanschaf van bomen worden toegepast. - Maatwerk Gedurende een proces van besluitvorming kan de gemeente afwijkende maatregelen in uitvoering brengen, of kiezen voor maatwerk omdat omstandigheden zich daartoe lenen. Het kiezen voor bijvoorbeeld gemiddeld zwaardere maten van vervangende bomen dan gebruikelijk in een structuur, levert extra kosten op waarmee nu geen rekening wordt gehouden. - Risico oude en zieke bomen Het is bekend dat een deel van de bestaande bomen ziek zijn. Het verloop van de ziekte kan wel enigszins worden ingeschat, maar exacte voorspellingen over welke zieke boom wanneer vervangen moet worden, of hoe erg de ziekten zich kunnen verspreiden, kunnen niet worden geleverd. De mogelijkheid is derhalve aanwezig dat er meer kosten gemaakt moeten worden dan in de reguliere cycli is voorzien. In dat geval zal het benodigde bedrag in de P&C-cyclus bij de Kadernota worden aangevraagd.

51

Bomen over bomen Communicatie

52

Bosaanplant op een perceel aan de Gastelsebaan

53

9 Bomen over bomen Groen is een visitekaartje voor de gemeente, het geeft de gemeente een gezonde uitstraling, creëert recreatiemogelijkheden, zorgt voor een variatie aan flora en fauna en fleurt bovendien de wijken op en is klimaat adaptief. De gemeente is zich bewust van haar verantwoordelijkheid om het groen continu op een kwalitatief hoger peil te brengen en onderneemt hier dan ook initiatieven toe.

9.2 Externe communicatie

Communicatie over groen binnen de gemeente Rucphen vindt op verschillende niveaus plaats. Het gaat hierbij niet alleen om informeren, maar ook het betrekken van inwoners bij planvorming en het positief beïnvloeden van de beeldvorming over het groen in Rucphen.

Participatie

Inwoners spelen een steeds belangrijkere rol bij het uitvoeren van het gemeentelijk groenbeleid. Het groen bepaalt immers in grote mate de kwaliteit van de woonomgeving. Inwoners zijn een belangrijke bron van informatie en tevens een partner bij het uitvoeren van het groenbeleid. 9.1 Interne communicatie

Het thema ‘bomen’ heeft onlosmakelijke verbindingen met andere beleidsgebieden van de gemeente, zoals verkeer, kabels en leidingen, openbare verlichting maar ook ruimtelijke ordening en ontwerp. Om de belangen van de bomen veilig te stellen is het van belang dat iedereen elkaar tijdig informeert over plannen in de openbare ruimte en dat de juiste interne groepen tijdig betrokken worden bij de planvorming. Behalve de beleidsinhoudelijke medewerkers betreft het hier ook het tijdig betrekken van een communicatieadviseur. Zo kan per plan of project tijdig in beeld gebracht worden hoe en op welk niveau de omgeving betrokken kan worden. Binnen de gemeente Rucphen is intensieve communicatie vooral van belang bij het voorbereiden, opstarten en uitvoeren van ruimtelijke projecten. De adviesgroep omgeving, het integraal overleg en het Programma van Eisen zijn hier de basis voor.

54

Informatie

De gemeente Rucphen informeert haar inwoners over onderhoudswerkzaamheden, ziektebestrijding en boomveiligheidscontroles via de gemeentelijke nieuwspagina in de Rucphense Bode, de website www.Rucphen.nl en via social media.

De gemeente Rucphen vindt het belangrijk om meer samen te werken met de omgeving. Inwoners, bedrijven, verenigingen en organisaties worden als partners gezien bij het opstellen en uitvoeren van plannen. Waar mogelijk wordt de omgeving in een vroeg stadium betrokken, zodat deze kan meedenken en meebeslissen. We maken een onderscheid tussen de boomstructuur onder gemeentelijke regie en de overige woongebieden met daarin een optimale zeggenschap voor de betrokken bewoners en gebruikers. Waar bij de boomstructuur keuzes kunnen gemaakt worden in welke boomsoort toe te passen worden bij de overige woongebieden bewoners en gebruikers betrokken om keuzes te maken in het aantal te planten bomen, de plek van de bomen en de boomsoort(en). Op het moment dat wij in een straat de bomen moeten vervangen, nodigen wij de bewoners uit om keuzes te maken in het aantal te planten bomen, de plek van de bomen en de soort(en) bomen. Er kunnen zich situaties voordoen dat bewoners niet gezamenlijk tot een keuze kunnen komen. Of dat bewoners iets heel anders willen dan wat wij als keuzemogelijkheid voorleggen. Bij verdeeldheid moet er altijd gezocht worden naar een compromis. Op basis van de voorkeuren van bewoners zullen wij meerdere beplantingsvarianten voorleggen aan de bewoners. Deze varianten moeten voldoen aan de visie en uitgangspunten voor het duurzaam aanplanten van een boom.

Een meerderheid van stemmen bepaalt vervolgens welke variant het wordt. Wanneer de bewoners er dan nog niet uitkomen, bepaalt de gemeente wat er met de bomen in een straat gaat gebeuren.

Voorlichting

Goede voorlichting is belangrijk om de omgeving bewust te maken van het belang van een kwalitatief goed bomenbestand. In Rucphen vinden diverse activiteiten plaats die hieraan bijdragen, zoals excursies in de Heemtuin. Ook binnen het onderwijs wordt hier aandacht aan besteed, onder andere door deel te nemen aan de Nationale Boomfeestdag. Tevens draagt de gemeente Rucphen actief bij aan het informeren van professionals die binnen Rucphen beroepsmatig met bomen te maken hebben. Zij dienen op te hoogte te zijn van de geldende wetten en kaders met betrekking tot bomen. De gemeente heeft hierin de rol van voorlichter voor (onder andere) nuts- en bouwbedrijven, projectontwikkelaars en architecten. Een belangrijk middel hiervoor is het Handboek Bomen.

55

Bijlagen

A De geschiedenis van een landschap De identiteit van Rucphen Rucphen is een landelijke en groene gemeente, waar de landbouw een economisch belangrijke functie heeft en bovendien een belangrijke beheerder is van het buitengebied. Geurige bossen, mooi landschap, ambachtelijke streekproducten en grensverleggende sportactiviteiten zijn de kernkwaliteiten van het buitengebied van de gemeente Rucphen. Aanvullend hier aan staan de no-nonsens dienstverlening en het authentieke ondernemerschap hoog in het vaandel bij haar inwoners. Om te komen tot het Rucphen van nu zijn enkele aspecten van belang geweest. Het ontstaan van de gemeente Rucphen Gemeente Rucphen was hoofdzakelijk bedekt met veenlagen, die moerassig en ontoegankelijk waren. Bepalend voor de ontginning en de ontwikkeling van de gemeente is de turfwinning geweest. Na 1250 was voor de in Vlaanderen groeiende stadsbevolking en voor de stedelijke nijverheid steeds meer brandstof nodig. Het veen werd afgegraven, gedroogd, in turven gesneden en per boot afgevoerd. Het vervoer gebeurde in speciaal gegraven kanaaltjes, moervaarten genoemd en werden vervolgens met grotere schepen over de hoofdkanalen naar de steden vervoerd. Rucphen bevatte een fijnmazig vaartenstelsels, waarvan de resten nog steeds herkenbaar zijn. Nadat het veen was weggegraven, bleven de onderliggende zandgronden over.

De veenafgravingen bij Zegge werden spoedig gevolgd door landbouwontginningen. Er ontstond een vestigingspatroon van boerderijzwermen. De wat hogere gronden waren niet overal geschikt als landbouwgrond. Daar waren slechts kleine vruchtbare landbouweilandjes gelegen te midden van heidevelden, afgegraven moeren en andere “woeste gronden”. Rucphen, St. Willebrord en Sprundel zijn rondom deze landbouweilandjes ontstaan. De heidevelden werden gebruikt voor het weiden van schapen. Soms was de beweiding zo intensief, dat plaatselijk de wind vat kreeg op het losse zand en zandverstuivingen ontstonden. In de achttiende en negentiende eeuw werden delen van de heidevelden ontgonnen. Het gebruik van de heide als weidegebied voor schapen werd omgezet in een voor die tijd winstgevender gebruik: houtteelt. Plantages werden aangelegd, ontsluitingswegen gerealiseerd en gebieden werden ingeplant met bomen. De toen gemaakte indelingen zijn thans nog te onderscheiden in de Rucphense bossen. Kenmerkend voor Rucphen van nu is de concentratie van

de stedelijke gebieden. In de noordoostelijke hoek van de gemeente vormen de dorpen Rucphen, Sint Willebrord en Sprundel één stedelijke driehoek. Zegge bevindt zich in de uiterste noordelijke punt van de gemeente en wordt van het overig gemeentelijk grondgebied afgesneden door de spoorlijn Breda-Roosendaal en de snelweg A58. Deze stedelijke concentratiegebieden hebben als gevolg dat het overige deel van de gemeente uit aaneengesloten natuur- en landbouwgebied bestaat met als enige onderbreking, het dorp Schijf. Bos, bomen en heide: landschap De gemeente Rucphen kent één van de mooiste natuurgebieden van West Brabant, de Rucphense Bossen. In de natuurgebieden is de historie van het landschap duidelijk waarneembaar zonder dat de gebieden intensief zijn aangetast door forse stedelijke ontwikkelingen. Het gebied dat is gevormd door turfwinning, houtindustrie en landbouw is nu getransformeerd naar een uitgestrekt landschap, maar door het samenspel van turfvaarten, bossen, heide en landbouw gevarieerd. De gemeente kent een uitgebreid wandel-, fiets- en ruiterpadennetwerk waar niet alleen de bezoekende toerist veelvuldig gebruik van maakt maar ook de uitwaaiende stedelingen uit een groot deel van West Brabant. In het merendeel van de gemeente Rucphen kan men nog genieten van rust, ruimte en eenvoud.

Naast de extensieve recreatie zijn eveneens enkele intensieve recreatieterreinen gelegen in het buitengebied van Rucphen. De Binnentuin en de Heemtuin vullen het recreatieve programma van de gemeente aan. Landbouw Landbouw was en blijft een belangrijk positie in de gemeente innemen. Naast het feit dat een significant deel van het gemeentelijk areaal in gebruik is als landbouwgrond is het eveneens belangrijk voor de werkgelegenheid. In Rucphen gaat het dan hoofdzakelijk om de graasdier- en de tuinbouwsector. De agrarische sector in Rucphen kenmerkt zich door het relatief grote aantal veehouderijen waarvan veel bedrijven met zowel een grondgebonden- als een intensieve tak. Tevens bevinden zich in Rucphen relatief veel aardbei- en boomteeltbedrijven. Het landschap van Rucphen in hoofdlijnen Landschap heeft betrekking op de onderlinge samenhang van elementen in een bepaald gebied en op de samenhang tussen dat gebied en het gebruik daarvan. Landschap heeft

ook te maken met de afleesbaarheid van die samenhang. Ook de ontstaansgeschiedenis van het landschap speelt een rol in het gebruik en de beleving van het landschap. In lijn van het Landschapsontwikkelingsplan gaat het Boombeleidsplan uit van de stelling dat mensen landschap maken en dat hun handelingen het uiteindelijke beeld bepalen. Rucphen is een landelijke en groene gemeente, waar de landbouw een economisch belangrijke functie heeft en bovendien een belangrijke beheerder is van het buitengebied. Binnen de gemeente springen de twee beboste dekzandruggen het meest in het oog, namelijk de dekzandrug van de Molenheide en die van de Rucphense Bossen. Deze laatste loopt in het zuiden door over de grens met België en in het noorden tot voorbij Bosschenhoofd. Ter hoogte van De Wildert en Zwaantjesstee zijn de bossen onderbroken. De dekzandruggen hebben naast een recreatieve en ecologische betekenis ook een belangrijke infiltratiefunctie voor de waterhuishouding van het gebied. De Schijfse Vaart loopt als opvallend lijnvormig element van noord naar zuid tussen de twee dekzandruggen door. Deze vaart is net als de andere vaarten binnen de gemeente een overblijfsel van de turfwinning, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van dit deel van Brabant. Rondom de besloten dekzandruggen liggen vrij open ontginningsgebieden die grotendeels nog in agrarisch gebruik zijn.

De noordkant van de gemeente bestaat deels uit jonge, vrij rationeel verkavelde en open ontginningsgebieden. Dit zijn het gebied rond Zegge en het gebied direct ten zuiden van de snelweg. Verder vallen de gebieden ten zuiden en zuidoosten van de Molenheide en de Heipolder ten westen van de Rucphense Bossen hieronder. Daarnaast zijn er delen die gekarakteriseerd kunnen worden als jonge, meer besloten ontginningen. Deze worden door hun beslotenheid wat minder intensief benut voor agrarische doeleinden, maar bieden wel uitgangspunten voor andere functies zoals recreatie. Het betreft hier met name het gebied rond Zwaantjesstee en De Wildert. Ten zuiden van de kern Rucphen is grotendeels sprake van oude, besloten zandontginningen, die minder rationeel en kleinschaliger verkaveld zijn. De Oude Zoek heeft met zijn ronde vorm en rationeel verkavelde structuur, maar ook door de specifieke waterhuishouding, een geheel eigen uitstraling.

B De boomstructuur

Boomstructuur

Hoofds

Nevens

Boomstructuur gemeentelijke bomen Hoofdstructuur Nevenstructuur

C Beoordelingscriteria Groene Kaart Aanleiding Consistente beoordelingscriteria van bomen en houtopstanden zorgt voor een actuele groene kaart. Doel Het doel van dit document is om de beoordelingscriteria van bomen en houtopstanden vast te leggen. Middels deze beoordelingscriteria wordt bepaald of een, boom waardevol is of niet en op de groene kaart wordt opgenomen. De gemeente Rucphen kan gemaakte keuzes middels deze werkwijze onderbouwen naar haar inwoners. Werkwijze De beoordelingscriteria zijn vormgegeven op basis van ervaringen van de gemeente Rucphen, input van de NatuurWerkgroep gemeente Rucphen, literatuurstudie en voorbeelden en ervaringen van andere gemeenten. Met behulp van deze aanpak is geprobeerd objectieve beoordelingscriteria op te stellen. Dit is vertaald in een viertal beoordelingscriteria die middels een stappenplan worden doorlopen. Bij het toepassen van dit stappenplan wordt helder waarom een boom of houtopstand waardevol is, of juist niet. Bomen die worden herplant komen ook op de groene kaart te staan met als criterium van de gekapte boom en met de toevoeging herplant. Begrippenlijst Ter verduidelijking van het juridisch kader van verschillende termen worden deze in dit hoofdstuk gespecificeerd. De termen gelden als verduidelijking voor de beoordelingscriteria in de volgende paragrafen.

Aanzicht Het tweedimensionaal beeld, of het werkelijke beeld, van een ruimtelijk voorwerp bij een frontaal standpunt; Accentboom Een boom die de stedenbouwkundige opzet van een wijk of buurt versterkt en daarmee het kwaliteitsbeeld van de openbare ruimte mede bepaald; Beeldbepalend Het element is van lokale ruimtelijke waarde die op de grond van de groeivorm of landschappelijke situering bijdragen aan de identiteit van de omgeving; Belanghebbende Een persoon of partij die betrokken is bij een besluit en daar (rechtstreeks) belang bij heeft. En daarbij invloed ondervindt of zelf invloed kan uitoefenen op een specifieke situatie; Beschermd Onderworpen aan regelgeving die beoogt het element in leven te houden of een situatie te behouden; Bijzondere gebeurtenis Een gebeurtenis die afwijkt van het gewone of als speciaal kan worden beschouwd; Bebouwde kom Het door de gemeente vastgestelde bebouwde gebied rondom een woonkern. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het landelijke gebied; Boom Een meerjarige plant die als karakteristiek heeft dat hij één of meer verhouten stammen heeft en een kroon/kruin; Compensatie Het aanvullen van iets ongunstigs met iets goeds.

Betreft het aanvullen van een element met dezelfde (dendrologische) eigenschappen; Duurzaam Aansluitend op behoeften van het heden zonder in de toekomst tot complicaties te leiden; Ecologische verbindingszone Corridor tussen twee natuurgebieden om migratie van flora en fauna mogelijk te maken; Element De te beoordelen boom of houtopstand bestaande uit een punt, lijn of vlak; Gemeentelijk eigendom Gebied waar de gemeente Rucphen eigenaar van is;

Groene kaart Een topografische kaart met daarop bomen en houtopstanden opgenomen als puntvormig-, lijnvormig-, of vlakvormig element, met bijbehorend register in de vorm van inventarisatiebladen; Groene leefomgeving Alle sportvelden, perken, natuurgebieden, plantsoenen, parken en tuinen in de gemeente Rucphen behoren tot de groene leefomgeving; Groenstructuurkaart De groenstructuurkaart geeft de groene dooradering van de gemeente Rucphen weer. De groene dooradering is onderverdeeld in een hoofd- en nevenstructuur; Historische nut Belang op het gebied van gebeurtenissen en locaties die in relatie staan met de geschiedenis van de gemeente Rucphen; Hoofdstructuur Primaire structuur waarin bomen en houtopstanden langs hoofdwegen binnen de gemeente zijn opgenomen; Houtopstand Zelfstandige eenheid bomen, boomvormers, hakhout en/ of struiken in een lijnvormig en/ of vlakvormig element; In stand houden Geheel van maatregelen die nodig zijn voor het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantsensoorten in een gunstige staat van instandhouding; Individueel Betreft één afzonderlijk element; Kroon Het deel van een boom dat takken (dood en levend), blad en voortplantingsorganen van een boom draagt; Landschappelijke inpassing Vereiste van zowel provincie als gemeente om vormgeving en inpassing van een gebied optimaal af te stemmen op bestaande of nog te

ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten; Levende toestand In het levende organisme (i.t.t. in dode toestand); Levensverwachting Een statisch begrip dat de gemiddelde, of wiskundige verwachting resterende levensduur van een element aangeeft; Lijn Reeks van (verbonden) punten in een rij;

Maaiveld Aanduiding voor (de hoogte van) het grondoppervlak. Het maaiveld is het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht; Natuurlijk opzicht Manier waarop men over natuur kan denken; Natuurnetwerk Brabant Natuurnetwerk in Brabant welke onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. Een netwerk van deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden; Nevenstructuur Boomstructuur die van betekenis op wijk- of gebiedsniveau; Omliggende omgeving Gebied in de omgeving; Openbaar terrein Openbare ruimt eis de gemeenschappelijke fysieke ruimte die leden van een samenleving hebben, inclusief de daarop betrekking hebbende mentale en sociale ruimte; Participatie Deelname aan het maatschappelijk gebeuren; Particulier eigendom Eigendom van een natuurlijk persoon (particulier) of rechtspersoon niet zijnde de gemeente; Provinciaal eigendom Gebied waar de provincie eigenaar is; Snoeiwijze Wijze waarop snoei wordt toegepast om een boom met de juiste vorm te ontwikkelen.

Het tijdig en selectief verwijderen van takken kan de toekomstwaarde van een boom verhogen; Stamomtrek De omtrek van de stam van een boom op 1.30m hoogte vanaf het maaiveld; Structuur De ruimtelijke en functionele samenhang, onderdeel van het beleidsplan, van bomen in de omgeving; Vitaliteit De levenskracht van een element; Vlak Een tweedimensionaal samenhangende verzameling van punten dat een bepaald gebied weergeeft.

Beoordeling waardevolle elementen Uitgangspunt is dat alle als waardevol gewaardeerde elementen ten alle tijden worden beschermd. De gemeente Rucphen staat voor bescherming van karakteristieke elementen en behoud van kenmerkende aanzichten en voert hier een actief handhaving op uit. Proces beoordeling Op de eerste plaats wordt gekeken naar de structuur waarin het element zich bevindt. Afhankelijk daarvan wordt het als zodanig weergegeven op de groene kaart. Ten tweede wordt beoordeeld of het element in een levende toestand verkeerd. Zo ja, dan wordt gekeken naar het eigendom van het element. Elementen op particulier terrein worden aan andere criteria getoetst dan elementen in het openbaar gebied. Uitzonderingen hierop vormen de criteria cultuurhistorie en natuur en milieu. Na het toetsen van het element aan de beoordelingscriteria wordt duidelijk of het element waardevol is voor de gemeente Rucphen. Als het element waardevol wordt bevonden volgens één of meer criteria dan wordt het element, inclusief de betreffende criteria, op de groene kaart opgenomen als punt, lijn of vlak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10144649/1