CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b BOOM Boombeleid gemeente Rucphen - Gemeente Rucphen BOOM

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 2 juni 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling boombeleid22.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BOOM Boombeleid gemeente Rucphen

Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt het boombeleid. Een beleidsstuk waarin we onze ambitie voor een groot deel van onze groene leefomgeving hebben vastgelegd. We hebben grote stappen gezet in de afgelopen jaren. Het onderwerp groen in het algemeen, en bomen in het bijzonder, hebben een volwaardige plaats binnen de bestaande omgevingen, onze projecten en opgaven verworven. Daarmee sluiten we aan bij landelijke ontwikkelingen op gebied van duurzaamheid, klimaat en biodiversiteit. En dat is niet meer dan logisch. Bomen maken onze dorpen en ons buitengebied mooier en leefbaarder. Denk maar aan de bomen in het Processiepark in Sint Willebrord die op een warme zomerdag voor verkoeling zorgen of de bomen langs de Rucphenseweg in Rucphen die een mooie, groene entree vormen voor onze gemeente. Maar, ook op je gezondheid hebben bomen een positieve invloed. Mensen die in een groene omgeving wonen, voelen zich gezonder dan mensen die in een stenige omgeving wonen. Dit geldt het sterkst voor kinderen en ouderen. Een gedegen boombeleid vraagt om veel meer dan alleen de hoeveelheid bomen vergroten. We moeten zorgen voor een complete boomstructuur waarbij de juiste boomsoorten op de juiste plekken worden aangeplant zodat ze de kans krijgen oud te worden. Door te variëren en te kiezen voor de juiste soorten, voorkomen we boomziektes, maar ook overlast van bijvoorbeeld insecten en rupsen.

En niet alleen planten we nieuwe bomen, we zorgen ook goed voor de huidige bomen. Bomen moeten de leefbaarheid van de dorpen vergroten. Het is daarom niet meer dan logisch dat we de inwoners van die dorpen meer gaan betrekken bij de keuze van die bomen en de verdere invulling van de groene openbare ruimte. Dit doen we omdat we geloven dat onze inwoners zelf prima weten wat het beste is voor hun directe leefomgeving. De wensen en ideeën van inwoners combineren we met onze vakkennis en de bestaande kaders. Hierdoor ontstaat een mooie samenwerking met een resultaat waar iedereen trots op mag en kan zijn! Ik kijk uit naar een steeds groener Rucphen! René Lazeroms Wethouder Fysieke Leefomgeving

Inleiding De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. We streven de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand. De aspecten gebruiks-, belevingsen toekomstwaarde zijn de drie bepalende pijlers. Het behouden en versterken van de boomstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptief maken van onze gemeente zijn daarbij uitgangspunt.. Door het benoemen van de essentiële groenstructuur van de dorpen kan gericht worden gewerkt aan het groene geraamte. Dit wordt tevens bereikt door het stellen van heldere inrichtings- en beheereisen. We zijn ons als groene gemeente bewust van het belang van een goede biodiversiteit. Waarbij we inzetten op goede robuuste en fijnmazige netwerken, een duidelijke en passende soortkeuze en het stimuleren van milieu- en natuureducatie. Het draait bij de waardering van de bomen over de beleving door de gebruikers. Van de Rucphense Bossen tot de kleine landschapselementen in het buitengebied en van de bomenlanen tot de bomen in de woonstraten binnen de dorpen. Met een bomenbestand van circa 14.000 bomen is er gemiddeld 0,6 boom per inwoner, dat is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde van 0,5 boom per inwoner. Een groot aantal van de bomen binnen onze gemeente is aangewezen als waardevol, deze bomen zijn opgenomen op de groene kaart.

Ze dragen op een bijzondere manier bij aan de groene uitstraling van de gemeente. We zoeken bij de ontwikkeling(en) altijd naar handhaving en eventuele groei van deze kwaliteit. Dit doen we door integraal mee te denken met initiatiefnemers en ontwikkelaars, maar ook door duidelijke handvaten te geven zoals het Handboek Bomen. Dat bomen pas over enkele tot tientallen jaren volgroeid zijn wordt niet uit het oog verloren. Het proces van ontwikkeling stopt dan ook niet na oplevering, maar loopt door in de beheerfase. Goede borging van beheer en onderhoud zorgt voor een up-to-date overzicht van de kwaliteit van ons bomenbestand.

De gemeente Rucphen hecht sterk aan het betrekken van belanghebbenden bij de openbare ruimte. Eigen inzet en betrokkenheid van bewoners biedt vele voordelen. Mensen zijn meer en meer betrokken bij hun leefomgeving en willen ook steeds grotere verantwoordelijkheden nemen voor hun leefomgeving. We werken nu en in de toekomst hieraan samen met onze partners, maatschappelijke organisaties en individuele bewoners.

Inhoudsopgave 1

Bladgoud | De waarde van bomen |

4

2

Goed geworteld | De basis voor een boombeleid |

8

3

Door de bomen | De kwaliteit en en kwantiteit van onze bomen |

14

4

Boompje groot | Duurzaam, veilig en gezond |

18

5

Vertakking | De boomstructuur |

26

6

Kroonjuwelen | Bomen in de openbare ruimte |

32

7

Met wortel en tak | Boombeheer |

40

8

Geldboom | Financiën | 48

9

Bomen over bomen | Communicatie |

2.1 2.2 2.3 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

9.1 9.2

Wettelijke kaders Beleidskaders Aanvullende kaders

Bomenbestand en samenstelling Knelpunten bestaande bomenstructuur Visie op hoofdlijnen Raakvlakken

Indeling in structuur Typologieën

Ontwerpfase Geef bomen de ruimte Kabels en leidingen Bescherming tijdens werkzaamheden Nieuwe bomen Veilige, gezonde en mooie bomen Ziekte en plagen Last van bomen De groene kaart Handhaven, tenzij... Herplant Onderhoud Vervangen van bomen

Interne communicatie Externe communicatie

Bijlagen

A B C D E

De geschiedenis van het landschap Boomstructuur Handleiding beoordeling waardevolle bomen en houtopstanden Overlast door gemeentelijke bomen Handboek Bomen

52

Bladgoud

De waarde van bomen

4

Monumentale eik op de kruising Bernhardstraat - Sint Martinusstraat te Rucphen

5

1 Bladgoud

6

Bomen in de dorpen zijn belangrijk. Behalve dat ze ons van zuurstof voorzien, zijn ze belangrijk voor de leefbaarheid en het aanzien van de dorpen. In sommige wijken zijn de bomen vaak het enige duidelijk aanwezige groen. Het is daarom belangrijk om een bomenstructuur vast te leggen.

circuleren, dit creëert hitte eilanden. Bomen werken dan verkoelend omdat ze vocht vasthouden en voor schaduw zorgen. Vooral in de meest stenige delen van de dorpen waar de opwarming het sterkst zal zijn, dragen bomen bij aan een prettig leefklimaat.

Bomen en gezondheid

Bomen en beleving

Bomen leveren op veel manieren een positieve bijdrage aan onze gezondheid. Mensen die in een groene omgeving wonen, voelen zich niet alleen gezonder, maar zijn dat ook daadwerkelijk. Ze brengen minder vaak een bezoek aan de huisarts en herstellen sneller van stress. Dit positieve effect is bij mensen met een lagere sociaaleconomische status, ouderen en kinderen het grootst, deze groep mensen brengt meer tijd thuis door. Daarnaast nodigt een groene, bomenrijke leefomgeving uit tot bewegen: tuinieren, wandelen, fietsen en spelen. Uit onderzoek is gebleken dat het percentage kinderen met overgewicht in groene wijken 15% lager is dan in vergelijkbare wijken zonder groen. Met voldoende bomen in de dorpen leveren we dan ook een positieve bijdrage aan de gezondheid van onze inwoners. Bomen en natuur

Bomen en groen hebben een positieve invloed op ons welbevinden. Een groene omgeving wordt door veel bewoners en de bezoekers aan onze gemeente als aantrekkelijk ervaren. Verschillende vormen en streekeigen typen beplantingen en houtopstanden bepalen en versterken in de loop van de tijd het gebiedseigen karakter en de (cultuurhistorische) geschiedenis. Kortom beeld, identiteit of het imago van het landschap, dorp of wijk wordt in belangrijke mate bepaald door bomen. Bomen dragen in sterke mate bij aan een sfeervolle buitenruimte en weerspiegelen de seizoenen. Van het frisgroene blad en de geurende bloesem in de lente tot de prachtige bladkleuren in de herfst. Met name, spelende, kinderen leren de natuur kennen en waarderen door op te groeien in een groene omgeving. Bijkomend voordeel is dat kinderen die opgroeien in een groene omgeving beter presteren.

Bomen zijn als leefgebied voor plant en dier van groot belang voor de biodiversiteit. Boomknoppen, bloesems en zaden trekken verschillende dieren aan. Bomen bieden nestelgelegenheid, zijn een voedselbron voor vogels en insecten en geven onderdak aan kleine zoogdieren zoals eekhoorns. Vleermuizen en vogels gebruiken bomenlanen als route tussen slaapplaats en foerageergebied (gebied waar dieren regelmatig terugkerend voedsel zoeken en vinden). Boombeplantingen vormen voor een aantal dieren (met name vogels en vleermuizen) de verbindende schakel tussen de dorpen en het buitengebied.

Bomen vormen ook een essentieel onderdeel in het ontwerp van de openbare ruimte. De omvang en lange levensduur maken de boom een goed architectonisch middel om bepaalde aspecten te accentueren of juist aan het oog te onttrekken. Boombeplantingen versterken structuren, begeleiden routes en helpen om te oriënteren. In onze gemeente staan ook bomen met een geschiedenis. Vaak heeft de boom relatie met de plek waar hij staat, maar ook kan de boom een bepaalde gebeurtenis markeren of door een bijzonder persoon zijn geplant.

Bomen en milieu

Bomen hebben een economische waarde

Bomen zijn in staat om een deel van de luchtverontreiniging zoals fijnstof, stikstofoxiden en ozon weg te vangen. Het filterende effect van groen is groter naarmate de ‘groene muur’ breder en dichter is en ook ‘s winters groen blijft. Groen heeft ook een dempend effect op de geluidsbelasting (niet zozeer in termen van decibels, maar vaak wel qua gevoel en geluidsbeleving). De verandering van het klimaat zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot meer extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven en problemen met luchtkwaliteit. De bebouwde omgeving warmt sneller op doordat ze warmte absorbeert en de wind weinig kan

Bomen op plaatsen met een groen karakter, uitnodigende entrees, groene woonwijken en parken hebben een wervend effect op bedrijven, investeerders en individuen. De groene ruimte, en daarbij ook bomen, dragen bij aan het woon- en vestigingsklimaat. Dit kan een positieve invloed hebben op een gevarieerde bevolkingsopbouw, bedrijfsomzet en werkgelegenheid. Bomen en het landschap hebben indirect een economisch rendement. Als voorbeeld: woningen zijn in een groene omgeving 5 tot 15% meer waard en een boom in de voortuin verhoogt de woningwaarde met 1%, hierdoor stijgt de WOZ-waarde van de woningen.

- Eén boom is goed voor de zuurstofproductie voor vier personen; - Eén boom heeft op een zonnige dag een koelvermogen van 20-35 kW, dat komt overeen met ongeveer 10 airco’s; - Volwassen bomen geven schaduw, onder een boom is het op een hete dag ongeveer 10 tot 15˚C koeler; - Een boom van 50cm dik kan per jaar ongeveer 500 gram fijnstof afvangen. Dit compenseert circa 7.500 jaarlijks gereden autokilometers; - Een boom bindt jaarlijks 22 kg CO2 per jaar. Voor de compensatie van één Nederlander zijn 1200 bomen nodig (ca. 3 ha.); - 10% groene boombedekking meer betekent 25 tot 40 mm meer verwerking van hemelwater; - Tien procent meer groen in de woonomgeving kan landelijk een besparing opleveren van 400 miljoen euro op kosten van zorg en ziekenverzuim; - Door het aanplanten van meer bomen vult de gemeente een deel van zijn taken in het kader van de energietransitie in.

7

Goed geworteld

De basis voor een boombeleid

8

De Mastpolder richting Gastelsebaan

9

2 Goed geworteld Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van bomen ook lijkt een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang. Dit boombeleid sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders. Daarnaast zijn er ook nog twee aanvullende kaders van toepassing op het boombeleid. 2.1 Wettelijke kaders

Op het niveau van wet- en regelgeving zijn het Burgerlijk Wetboek, de Wet natuurbescherming en de Verordening op de beplantingen van belang. Hierna worden de relevante onderdelen daaruit kort toegelicht. Burgerlijk Wetboek

In het Burgerlijk Wetboek (BW) worden, onder meer, rechten en plichten omschreven van (grond)eigenaren en beheerders en van partijen die een overeenkomst of contract zijn aangegaan. Het BW heeft, door het benoemen van de ‘zorgplicht’ middels het begrip onrechtmatige daad, directe invloed op de omgang met veiligheidsrisico’s bij bomen en op de uitvoering van bij aannemers uitbestede werkzaamheden aan bomen. De zorgplicht leidt tot de verplichting van een boomeigenaar om een zorgvuldig beheer te voeren, dat de veiligheid van de (openbare) ruimte rond de bomen garandeert. Wet natuurbescherming 2017

In de ‘Wet natuurbescherming’ zijn drie wetten samengevoegd: de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet, daarnaast is ook het ‘Besluit uitvoering Europese Houtverordening’ hierin opgenomen. Onder de Wet natuurbescherming vallen onder andere de Natuurvisie, de bescherming van soorten en gebieden en de bescherming van houtopstanden. De hierna volgende paragrafen lichten de onderdelen afzonderlijk toe. Natuurvisie

Het Rijk en de provincies stellen een Natuurvisie op voor behoud en versterking van biologische diversiteit en de bescherming van waardevolle (cultuurhistorische) landschappen en het duurzaam beheer van houtopstanden. Deze natuurvisies zijn richtinggevend voor structuurplannen, beheerplannen en (op termijn) onder de nieuwe Omgevingswet voor de Omgevingsplannen van provincies, waterschappen en gemeenten.

10

Bescherming van soorten en gebieden

De aanwijzing, instandhouding en bevoegdheden betreffende Natura 2000-gebieden, overige nationale natuurgebieden en planten- en diersoorten zijn hierin geregeld. De Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn (dit is een -hogere- Europese regelgeving) vormen hiervoor de basis, aangevuld met specifieke Nederlandse soorten. Een groot deel van de bestaande Flora- en faunawet is opgenomen. Wel zijn de lijsten van beschermde soorten aangepast. Voor de beschermde soorten en gebieden geldt een verbod op verstoring, vernieling, doden en verhandelen met een aantal uitzonderingen en mogelijkheden voor ontheffing. Deze verboden en uitzonderingen zijn van belang bij praktisch alle werkzaamheden aan en rond bomen. Binnen de gemeentegrenzen zijn verschillende gebieden aangewezen als NatuurNetwerk Brabant (NNB), de Rucphense Bossen zijn hierin het meest bekend. Deze gebieden worden verbonden door Ecologische VerbindingsZones (EVZ). Deze EVZ’s zorgen ook voor verbinding met in andere gemeenten liggende delen van het NNB. Bescherming van houtopstanden

De Wet Natuurbescherming geldt voor bos, maar ook voor andere ‘houtopstanden’ zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. U heeft met de Wet natuurbescherming te maken als de houtopstand buiten de ‘bebouwde kom Wet Natuurbescherming’ ligt en de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Voor het kappen of rooien (ontwortelen) van de houtopstanden is een vergunning nodig. Ook als bomen en struiken sterven of ernstig beschadigd raken door menselijk handelen of door toedoen van vee dienen gemeld te worden. De provincie is hierin het bevoegd gezag. De gemeente stelt aanvullende eisen indien de houtopstand op de groene kaart aanwezig is. Binnen drie jaar dient er herplant plaats te vinden.

Op de bescherming van houtopstanden gelden de volgende uitzonderingen: - houtopstanden op erven en in tuinen, hiervoor geldt de plaatselijke verordening; - onderhoud om de groei van het overblijvende groen te bevorderen (dunning); - periodiek kappen van hak- of griendhout; - wegbeplantingen en eenrijige beplantingen die bestaan uit populieren of wilgen, op of langs landbouwgronden en waterwegen; Ook bij de volgende boomsoorten hoeft de kap niet gemeld te worden:

toekomstbestendige economische structuur. Een van de pijlers is een vitaal platteland waarin aansprekende natuur en landschappen een sterke bijdragen leveren aan innovatie, economie en recreatie. De kwaliteit van Brabant: visie op de Brabantse leefomgeving

In de Brabantse Omgevingsvisie wordt ingezet op de meerwaarde van het landschap voor natuur en leisure naast de sterke Brabantse stedenband. Bijzondere aandacht is er hierbij voor de (cultuurhistorische) landschappelijke waarden. Behoud, versterking en een betere zichtbaarheid zijn hierbij sleutelbegrippen. Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 (2015)

- vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; - naaldbomen van maximaal 20 jaar oud, bedoeld als kerstbomen; - kweekgoed; - beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen voor de productie van houtige biomassa als zij: - tenminste eens per 10 jaar worden geoogst; - een aaneengesloten beplantingseenheid zijn die bestaat uit minstens tienduizend stoven per hectare en die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken, breder dan 2 meter; - na 1 januari 2013 zijn aangelegd. 2.2 Beleidskaders

Het beleid ten aanzien van de Rucphense bomen wordt mede bepaald door vastgestelde visies en plannen van de provincie Noord-Brabant. Daarnaast heeft de gemeente Rucphen een eigen toekomstvisie, structuurvisie, een groenstructuurplan en bestemmingsplannen waarin groen-gerelateerde zaken, waaronder bomen, zijn opgenomen. De relevante onderdelen worden hierna kort toegelicht. Brabant: Uitnodigend Groen

De integrale provinciale natuur- en landschapsvisie 2012-2022. In dit document ligt de koers voor versterking van de Brabantse natuur. Visie Economisch programma Brabant 2020

In dit koersdocument is vastgelegd hoe de provincie zich dient te ontwikkelen om tot de top van de kennis- en innovatieregio’s in Europa te behoren, dit op basis van een

Deze toekomstvisie is een raamwerk voor de toekomst van Rucphen en dient als kader voor de ruimtelijke en maatschappelijke structuurvisies. Het samenhangend geheel van deze documenten vormt de integrale toekomstvisie. Waarbij binnen een vijftal perspectieven ‘aantrekkelijk wonen’ het kader biedt voor dit boombeleidsplan. Genoemd worden de kwaliteiten van Rucphen met het kleinschalige groene karakter en de nabijheid van de bossen. Wij zijn de tuin voor onze eigen inwoners en de steden in de omgeving. Wij zijn tegelijk de groene long tussen het stedelijk gebied van Etten-Leur en Roosendaal. Ons landschap is aantrekkelijk door de gevarieerdheid en de contrasten. Hierdoor is de gemeente aantrekkelijk voor wonen en recreatie. De belangrijkste opgave is het verbeteren van de uitstraling van onze kernen. Door de relatie met het buitengebied te herstellen gaan deze weer onderdeel uitmaken van de landelijke omgeving. Het landschap en de natuur worden de kernen in gebracht zodat dit weer onderdeel uitmaakt van de dagelijkse woonomgeving. We doen dit door het terugbrengen van het groen: groene dooradering, een groen hart en groene randen. Visie Groenbeleid (2008)

Dit visiedocument Groenbeleid Rucphen maakt inzichtelijk op welke wijze invulling wordt gegeven aan groen in de gemeente. Het openbaar groen wordt hierin geanalyseerd op basis van beheer, kwaliteit en kwantiteit. Het schept hiermee kaders voor verdere ontwikkeling van het openbaar groen.

11

Groenstructuurplan gemeente Rucphen (2009)

Het doel van het Groenstructuurplan is om een duurzaam frame aan te leggen en zodoende de landschappelijke dooradering van de kernen te bewerkstelligen. Daarnaast om groenvoorzieningen binnen de kernen in te zetten als belangrijke drager van de ruimtelijke structuur. Gewenste kwantiteit en kwaliteit worden hierin verankerd. Structuurvisie landschap (2012)

Deze structuurvisie heeft het primaire doel economische activiteiten in het buitengebied bij bouw- en gebruiksaanvragen te koppelen aan de zorg om kwaliteit van het landschap conform het ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ principe uit de provinciale Ruimtelijke Verordening. Onderdeel van de structuurvisie is het landschapsontwikkelingsplan. Hierin wordt het ideaalbeeld van het Rucphense landschap geschetst. Ruimtelijke structuurvisie Rucphen (2015)

De ruimtelijke structuurvisie is een thematische uitwerking van de Toekomstvisie. In deze ruimtelijke structuurvisie schetst de gemeente de ambities voor de toekomst. De belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen, van belang voor de komende 20 jaar, worden benoemd. Hierbij rekening houdend met trends in de samenleving zoals vergrijzing en veranderende mobiliteit. Ook geeft de visie aan welke rol de gemeente heeft in het verwezenlijken van de ambities. De gemeente zet in op versterking van de identiteit en cultuurhistorische structuren van Rucphen. Ook hier is de wens om de polders open en groen te houden. In bijlage A wordt de geschiedenis van het Rucphense landschap weergegeven.

omgeving en passend zijn bij de waardevolle cultuurhistorische structuren. Duurzaamheidsvisie (2019)

Voor onze gemeente staat duurzaamheid voor verantwoordelijk omgaan met behoeften van huidige en toekomstige generaties en voor het nemen van besluiten met het oog op een toekomstbestendige gemeente. Wij streven ernaar economie, ecologie, leefbaarheid en veiligheid met elkaar in balans te brengen. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan. 2.3 Aanvullende kaders

Een aantal kaders kennen geen wettelijke grondslag, maar worden door dit beleidsdocument van toepassing verklaard. Monumentale bomen landelijke Bomenstichting

In het Landelijk Register van Monumentale Bomen zijn 7 bomen opgenomen binnen de gemeentegrenzen van Rucphen. Dit zijn bomen die volgens de Bomenstichting van nationaal belang zijn. In veel gevallen gaat het om bomen met een hoge leeftijd gecombineerd met een bijzondere schoonheid of zeldzaamheidswaarde, of een beeldbepalende functie voor de omgeving. Opname in dit register heeft op zichzelf geen wettelijke status, maar doordat deze bomen opgenomen zijn op de groene kaart genieten ze toch bescherming vanuit de gemeente. Het streven is om op basis van de geactualiseerde groene kaart hier meer bomen voor aan te dragen. Handboek Bomen

De volgende elementen dienen als kaders bij de afwegingen die de gemeente maakt: - Zuinig ruimtegebruik, het voorkómen van verrommeling en versnippering; - Ontwikkelingen mogen de karakteristiek en de groenblauwe en cultuurhistorische kwaliteiten niet schaden, maar moeten deze juist versterken; - Het (al dan niet op eigentijdse wijze) invulling geven aan de versterking van gebiedsspecifieke kwaliteiten; - Monotonie (eentonigheid) binnen woongebieden voorkomen, aanbrengen diversiteit waar mogelijk; - Meerwaarde op het gebied van duurzaamheid, voorkomen van milieuhinder; - Een ontwikkeling moet zich goed voegen in de directe

12

Het Norminstituut Bomen heeft als doel de kwaliteitszorg rond bomen te verbeteren. Het instituut ontwikkelt en standaardiseert kwaliteitseisen, richtlijnen en normen voor werkzaamheden in, rond en met bomen. Dit resulteert in procesmatige, uniforme werkwijzen en toetsbare eisen, deze zijn uitgewerkt in het Handboek Bomen. In Nederland zijn 160 gemeenten aangesloten bij het Norminstituut Bomen. Sinds 2019 is ook de gemeente Rucphen licentiehouder. In bijlage E is het Handboek Bomen, als separaat document, opgenomen.

Processiepark Sint Willebrord

13

Door de bomen

De kwantiteit en kwaliteit van onze bomen

14

Knotwilgenlaantje in Zegge Tussen Hoefstraat en Lagestede

15

3 Door de bomen Bomen zijn monumentaal bij een leeftijd van minimaal 80 jaar. De gemeente kent 1218 bomen (ongeveer 8,5% van het areaal) van voor 1940. Deze bomen komen in aanmerking voor plaatsing op de lijst van monumentale bomen van de Bomenstichting. Bomen zijn cultuurhistorisch waardevol op een leeftijd van 50 jaar. In totaal zijn er 3838 bomen geplant voor 1970, dit betreft 27% van het areaal.

3.1 Bomenbestand en samenstelling

We hebben als gemeente ruim 14.110 bomen in het beheerprogramma staan als afzonderlijke objecten. Het gaat dan vooral om de solitaire bomen langs wegen en in straten en plantsoenen. Wanneer het aantal publieke bomen tegenover het aantal inwoners (circa 22.500) wordt afgezet, komt het gemiddelde uit op 0,6 boom per inwoner. Het landelijke gemiddelde, volgens de Antea Benchmark 2015, ligt op 0,5.

De Rucphense bomen verkeren over het algemeen in goede gezondheid. Periodiek worden de bomen preventief gecontroleerd en waar nodig wordt er ingegrepen door onderhouds- en/of begeleidingssnoei snoei of verwijderen van de boom. Bomen op private terreinen kennen een zeer wisselend beeld. Met name in de Rucphense Bossen zijn veel percelen door monotone aanplant gevoelig voor de gevolgen van klimaatsverandering.

Waar staan al die 14.110 bomen?

Er moet voor onze gemeente een onderscheid gemaakt worden tussen bomen binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Van de gemeentelijke bomen is ruim 40% binnen de kom geplant. Ondanks het gemiddelde zijn er relatief weinig bomen binnen de kernen die bijdragen aan een groene leefomgeving.

Een breed assortiment

kern Sint Willebrord Sprundel Rucphen Schijf Zegge

aantal bomen 2.545 1.230 1.522 267 348

In de gemeente Rucphen wordt een breed assortiment bomen toegepast. Dit is echter buiten niet direct zichtbaar doordat drie boomsoorten ruim driekwart van het gemeentelijke bomenbestand bepalen: zomereik (Quercus robur), linde (Tilia cordata ‘Van Pelt’) en de sierpeer (Pyrus calleryana ‘Chanticleer’). Dit zorgt gevoelsmatig voor een monotoon beeld en het maakt het bomenbestand kwetsbaar voor aantastingen: bij een besmetting (boomziekte of insectenplaag) kunnen er in zeer korte tijd veel bomen van één soort worden aangetast.

boom per inwoner 0,27 0,23 0,32 0,16 0,17

Wat is de leeftijd van de bomen

De meeste bomen zijn aangeplant in de periode tussen 1970 en 2000. In deze periode zijn de dorpen aanzienlijk uitgebreid en in de nieuwe wijken zijn relatief veel bomen aangeplant.

Overzicht aantallen per plantjaar 2011 - heden

831

2001 - 2011

1537

1991 - 2000

3339

1981 - 1990

2243

1971 - 1980

2408

1961 - 1970

1982

1951 - 1960

638

1941 - 1950

530

1931 - 1940

309

1921 - 1930 1911 - 1920

222 49

1901 - 1910 3 1891 - 1900 1 500

16

1000

1500

2000

2500

3000

3500

Meer diversiteit in het bomenbestand kan zorgen voor enerzijds een aantrekkelijk beeld van de openbare ruimte, anderzijds een verlaagde kans op massale uitval.

verkeer en ondergrondse kabels en leidingen verstoren de groeiplaats. Daarnaast beperkt verharding de beluchting en toevoer van regenwater. Het is voor deze bomen niet makkelijk om oud te worden.

3.2 Knelpunten bestaande bomenstructuur

De bomenstructuur zoals benoemd in het groenstructuurplan (groene dooradering) is niet compleet. Daarnaast heeft een deel van de bomen het niet gemakkelijk in de bebouwde omgeving, is er nu weinig ruimte voor inbreng van bewoners en is het aantal boomziektes- en plagen toegenomen. Incomplete structuur

De continuïteit van de bomenstructuur is op bepaalde plekken niet aanwezig. Dit komt omdat de structuur nog moet worden aangeplant. Ook (de stijgende behoefte aan) de benodigde verkeersruimte draagt bij aan een incomplete structuur. Met name parkeerplaatsen, inritten en de ondergrondse infrastructuur zijn hier debet aan. Incomplete bomenstructuren verminderen de herkenbaarheid van bepaalde routes. Vleermuizen en vogels gebruiken bomenlanen als route tussen slaapplaats en foerageergebied (gebied waar dieren regelmatig terugkerend voedsel zoeken en vinden). Wanneer de afstanden tussen de bomen te groot worden of grote gaten ontstaan worden deze routes verstoord. Ook kunnen boomziektes- en plagen leiden tot uitval van bomen. Moeilijke groeiplaats

Bomen in de bebouwde omgeving hebben het niet gemakkelijk. Bouwwerkzaamheden, wegreconstructies,

Weinig zeggenschap

Vanuit het verleden was er weinig ruimte voor inbreng van bewoners. De gemeente bepaalde het beeld en gaf aan welke bomen er geplant werden. Dit betekent dat bewoners weinig zeggenschap hebben over de bomen in hun straat. In de uitvoering ervaren zowel de bewoners als wij dit als te weinig flexibel. Het betrekken van inwoners bij de soortkeuze voor bomen wordt de standaard. Als voorbeeld kan genoemd worden de goede ervaringen in bijvoorbeeld de Dorestede te Zegge of de Kaaistraat in Sint Willebrord. Toename boomziektes- en plagen

In heel Nederland neemt het aantal boomziektes- en plagen toe. Vooral bomen met een verminderde conditie zijn kwetsbaar voor aantasting door insecten, bacteriën of virussen. Omdat bomen in de bebouwde omgeving door een gebrek aan ruimte vaak te kampen hebben met zuurstoftekort, droogte, milieuvervuiling en wortelbeschadiging, zijn ze gevoeliger voor ziekten en plagen. Er wordt de laatste jaren steeds meer onderzoek gedaan naar boomziekten. Er is echter nog geen wetenschappelijke verklaring over de mogelijke oorzaken van de toename van het aantal boomziekten. In Rucphen hebben wij voornamelijk te maken met twee plagen: de eikenprocessierups en de letterzetter.

Overzicht boomsoorten en bijhorende aantallen

2460 Diversen

363 Haagbeuken 382 Beuken 448 Essen 516 Sierperen 743 Esdoorns 7184 Eiken 2016 Lindes

17

Boompje groot

Duurzaam, veilig en gezond

18

Zomereiken en Amerikaanse eiken langs de Rucphenseweg

19

4 Boompje groot De gemeente Rucphen zet in op een gezond, veilig en duurzaam boombestand en heeft hier als basis de ambitie zoals genoemd in de Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 voor: De kwaliteiten van Rucphen als woongemeente zijn het dorpse gemeenschapsgevoel, het kleinschalige groene karakter, de nabijheid van de bossen en het goede aanbod aan voorzieningen. Wij zijn de tuin voor onze eigen inwoners en de steden in de omgeving. Wij zijn

Sterke hoofdstructuur

Behoud en compleet maken van de boomstructuur We richten ons op het behoud en compleet maken van de boomstructuur, het opheffen van knelpunten in die structuur en het voorkomen van nieuwe knelpunten door duurzaam boombeheer. Een continue boomstructuur, waarin de bomen op regelmatige afstand van elkaar zijn geplant en gaten in de structuur zijn opgevuld, is dan van belang. De boomstructuur veraangenaamt de routes door de gemeente en helpt mensen om plekken te herkennen.

tegelijk de groene long tussen het stedelijk gebied van Etten-Leur en Roosendaal. Ons landschap is

Duurzame aanplant

aantrekkelijk door de gevarieerdheid en de contrasten.

Wij vinden het belangrijk om te investeren in een goede aanplant van bomen en streven naar kwaliteit boven kwantiteit. Kwaliteit betekent bomen die gezond kunnen uitgroeien en oud kunnen worden. Bij de soortenkeuze houden we rekening met de consequenties van een veranderend klimaat, de cultuurhistorie van het onderliggende landschap en de uitstraling van het dorp of wijk. Kwaliteit betekent ook dat we bij voorkeur bomen in het gras of beplanting planten.

Wij zijn daardoor aantrekkelijk voor wonen en vrijetijdsbesteding. Dit wordt verder concreet gemaakt met de belangrijkste opgave. Het verbeteren van de uitstraling van onze kernen. We laten deze weer meer onderdeel uitmaken van de landelijke omgeving door de relatie met het buitengebied te herstellen. We trekken het landschap en de natuur de kernen in zodat dit weer onderdeel uitmaakt van de dagelijkse woonomgeving. We doen

Meer monumentale bomen

dit door het terugbrengen van het groen: groene

Wij richten ons op instandhouding en toename van het aantal monumentale bomen, omdat het de belevingswaarde vergroot en een oude boom voor de natuur veel meer waarde heeft. Dit kan bereikt worden door zorgvuldig om te gaan met de bestaande bomen en duurzame aanplant van nieuwe bomen.

dooradering, een groen hart en groene randen.

Onze visie is er niet op gericht om zoveel mogelijk bomen aan te planten. Wel streven we naar een complete bomenstructuur, waarbij bomen op de juiste plekken worden aangeplant en kans krijgen om oud te worden. Het toepassen van een groter assortiment aan bomen maakt het bomenbestand minder kwetsbaar voor boomziekten en insectenplagen. We planten bomen aan om het leefklimaat gemeentebreed te veraangenamen en de gemeente klimaatadaptief en biodivers te maken. In dit hoofdstuk beschrijven we de visie, onderverdeeld in een visie op hoofdlijnen en een visie op raakvlakken. Deze visie dient als leidraad bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen. 4.1 Visie op hoofdlijnen

We richten ons de komende jaren op behoud en het vervolmaken van de hoofdbomenstructuur, meer zeggenschap voor bewoners en het beheersen van boomziektes en -plagen. De boomstructuur vormt een wensbeeld voor de toekomst.

20

Meer zeggenschap

Voor het betrekken van onze inwoners maken we een onderscheid tussen de boomstructuur onder gemeentelijke regie en de overige woongebieden met daarin een optimale zeggenschap voor de betrokken bewoners en gebruikers. Waar bij de boomstructuur keuzes kunnen gemaakt worden in welke boomsoort toe te passen worden bij de overige woongebieden bewoners en gebruikers betrokken om keuzes te maken in het aantal te planten bomen, de plek van de bomen en de boomsoort(en).

Beheersen boomziektes en plagen

Meer diversiteit maakt het bomenbestand minder kwetsbaar voor boomziekten en insectenplagen. Daarom wordt gestreefd naar meer variatie in soorten bomen. Met een grotere variatie aan inheemse boomsoorten worden tevens meer verschillende dieren aangetrokken. Een verbreding van het aantal boomsoorten helpt ook bij de oriëntatie in de stad. Naast de aanplant van meer boomsoorten gemeentebreed planten we ook vaker diverse boomsoorten aan binnen een bomenrij. De karakteristieke uniforme boombeplantingen behouden we, maar hier bereiken we meer diversiteit door verschillende variëteiten van een soort aan te planten.

Locatiekeuze

Zorgvuldige aanplant

Een goede groeiplaats voor bomen levert over het algemeen een gezondere boom op. Een gezonde boom is minder vatbaar voor boomziektes en plagen. Een goede groeiplaats bereiken we door de keuze van de boomsoort af te stemmen op de beschikbare ruimte, zowel ondergronds als bovengronds, het bodemtype en het vocht leverend vermogen van de bodem.

Klimaatbestendig

Biodiversiteit

Groeiruimte

Keuze voor bomen

Participatie

21

4.2 Raakvlakken

Naast onze visie op hoofdlijnen zijn er verschillende beleidsthema’s die een raakvlak hebben met bomen. Hieronder beschreven geeft daarbij de gewenste richting voor de bomen aan. Bomen en gezondheid

Bomen leveren op veel manieren een positieve bijdrage aan onze gezondheid. Mensen die in een groene omgeving wonen, voelen zich niet alleen gezonder, maar zijn dat ook daadwerkelijk. Ze brengen minder vaak een bezoek aan de huisarts en herstellen sneller van stress. Een leefomgeving met veel gebruiksgroen nodigt uit tot bewegen: tuinieren, wandelen, fietsen en spelen. Gestreefd wordt naar het uitbreiden van het bomenbestand. De focus hierbij is in eerste instantie op de groene dooradering en in gebieden met weinig groen, bij schoolomgevingen, kinderdagverblijven en zorginstanties. Met voldoende groen en bomen leveren we een positieve bijdrage aan de gezondheid van onze inwoners. Sommige boomsoorten kunnen de gezondheid ook bedreigen, bijvoorbeeld door allergieën. Daarom worden er in de bebouwde omgeving zo min mogelijk allergeen verspreidende soorten toegepast. Bomen die dicht op woningen staan kunnen het licht belemmeren. In sommige gevallen leidt dit tot negatieve effecten op de gezondheid. In overleg met de gemeente kan naar een oplossing worden gezocht, zoals het snoeien of vellen van de bomen. Bomen en milieu

Bomen zetten C02 om in zuurstof en zuiveren zo de lucht. Bomen zijn in staat om een deel van de luchtverontreiniging zoals fijnstof, stikstofoxiden en ozon weg te vangen. Het filterende effect van groen is groter naarmate de ‘groene muur’ breder en dichter is en ook ‘s winters groen blijft. Bomen dragen bij aan de vermindering van geluidoverlast. Misschien niet zozeer in termen van decibels, maar vaak wel qua gevoel en geluidsbeleving. Groene bermen daarentegen hebben een veel groter geluiddempend effect. Vanuit het oogpunt van de vermindering van geluidsoverlast blijkt de aanplant van bomen in open grond dus effectief.

22

Bomen en hitte

De verandering van het klimaat zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot meer extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven en problemen met luchtkwaliteit. Wijken warmen sneller op doordat ze warmte absorberen en de wind weinig kan circuleren. Bomen werken dan verkoelend omdat ze vocht verdampen en voor schaduw zorgen. Vooral in de meest verharde delen van de kernen waar de opwarming het sterkst zal zijn, dragen bomen bij aan een prettig leefklimaat. Wij streven naar uitbreiden van het bomenbestand in gebieden waar momenteel weinig groen aanwezig is. Vooralsnog is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de bomen zich niet kunnen aanpassen aan de klimaatsverandering. Wel wordt verwacht dat bomen vaker te maken krijgen met extreme weersomstandigheden zoals storm, wateroverlast en extreme droogte. Ook komen in Nederland steeds vaker uitheemse boomziekten en - plagen voor. De opwarming van de aarde lijkt een belangrijke rol te spelen bij deze toename. Dit alles kan veel schade toebrengen aan de bomen, waarbij in het ergste geval gaten in de bomenstructuur ontstaan. Net als bij boomziektes kunnen we bij uitval door extreme weersomstandigheden van te voren weinig rekening houden met de extra kosten die dit met zich meebrengt. Bomen en natuur

De bomen in de kernen zijn als leefgebied voor plant en dier van groot belang voor de biodiversiteit. Boomknoppen, bloesems en zaden trekken verschillende dieren aan. Bomen bieden nestgelegenheid, zijn een voedselbron voor vogels en insecten en geven onderdak aan kleine zoogdieren zoals eekhoorns. Vleermuizen en vogels gebruiken bomenlanen als route tussen slaapplaats en foerageergebied (gebied waar dieren regelmatig terugkerend voedsel zoeken en vinden). Bomen vormen voor deze dieren de verbindende schakel tussen de kernen en het buitengebied. Bomen en nutsvoorzieningen

De bodem in de kernen ligt vol met kabels en leidingen. Om de bomenstructuur hier letterlijk ruimte te geven, planten wij bij voorkeur bomen in gras of beplanting. Wanneer deze mogelijkheid er niet is, adviseren wij om de bomen tussen parkeervakken of in bredere trottoirs te planten, dit zijn plekken waar de minste nutsvoorzieningen liggen. Ook wordt in overleg met de nutspartijen gekeken naar andere mogelijkheden door bijvoorbeeld werkzaamheden te combineren.

De natuurlijke situatie (bodem en waterhuishouding) en de bebouwde omgeving bepalen waar bomen geplant kunnen worden. Wij richten ons op behoud van de natuurlijke situatie om zo min mogelijk kunstgrepen in de bodem als de waterhuishouding (drainage) te hoeven doen. We kiezen boomsoorten die goed passen in deze natuurlijke situatie. Boomwortels kunnen het riool beschadigen, daarom planten we bomen in principe niet op het rioleringsstelsel. Er zal altijd een goede afstemming en afweging per situatie nodig blijven om de afstand tussen het riool en de bomen te bepalen.

Wij streven naar een efficiënte en op samenwerking gerichte beheerorganisatie die werkt op een integrale manier. Bomenbeheer gericht op een duurzaam en gezond bomenbestand. Jaarlijks wordt een evaluatie boombeheer gedaan met als doel het bijstellen van het beheer als dat nodig is.

Omdat het in de bebouwde omgeving altijd woekeren blijft met de ruimte, zowel boven- als ondergronds, blijft het een afweging van belangen. Uitgangspunt is dat als een boom op of nabij nutsvoorzieningen verdwijnt, deze op dezelfde plaats gecompenseerd wordt. Bomen en duurzaamheid

In Rucphen worden, zoals in de Visie Duurzaamheid genoemd, verschillende sporen gevolgd: zon, wind, warmte en energiebesparing. Bomen kunnen schaduwoverlast veroorzaken voor zonnepanelen, hierover wordt in de paragraaf zonnepanelen nader op ingegaan. De inkoop van onze gemeentelijke bomen doen wij bij kwekerijen die zijn aangesloten bij Duurzame Boomkwekers Nederland. Deze kwekerijen telen onder Milieukeur waarbij ze vooral natuurlijke bestrijdingsmiddelen gebruiken en vooral organische meststoffen inzetten. In de teelt wordt met respect omgegaan met de natuur. Bomen en verkeer

De doorgaande wegen in de gemeente Rucphen worden vaak begeleid met bomen. Bomen hebben een positief effect op het weggedrag doordat automobilisten langzamer gaan rijden. De afstand tussen bomen en de weg zijn bepalend voor de verkeersveiligheid (zicht) en de groeiruimte van bomen. Boomkronen groeien vaak over de weg. Het is dan nodig om de kroon te snoeien zodat het verkeer eronder door kan rijden. Bomen en doelmatig beheer

Wij streven naar een duurzaam bomenbestand. We willen dat het bomenbestand gezond is en voldoet aan het gewenste eindbeeld. Dit kunnen we bereiken door de inspectie, zorgplicht, onderhoudssnoei en overig onderhoud bij een beheerder onder te brengen die beschikt over de hiervoor benodigde expertise.

23

24

Belangrijke doelen zijn

Uitgangspunten

- Het versterken en behouden van groene en gezonde leefomgeving. Bomen zijn in de leefomgeving belangrijke groene elementen. Naast de groene aankleding dragen bomen bij aan een betere luchtkwaliteit, gelijkmatigere waterafvoer, een stabielere temperatuur en diverse fauna; - De biodiversiteit wordt versterkt. Om de biodiversiteit te versterken bieden we onder andere kleine zoogdieren, bijen en andere bestuivers een goede leefomgeving met geschikte boomsoorten; - Een kwalitatief en passend bomenbestand. Rucphen wil de kwaliteit van het gemeentelijk bomenbestand blijvend verbeteren. De kwaliteit wordt verbeterd door te werken met strenge kwaliteitseisen bij soortkeuze, aanplant en beheer; - Een duurzaam boombestand. Het verminderen van overlast en (boom)ziekten door de juiste boom op de juiste plek te planten; - Duidelijke kaders. De groene kaart beschermt de waardevolle bomen. Daarnaast geven uniforme regels en richtlijnen structuur aan meldingen en klachten; - Ruimte en aandacht voor inwoners. Inwoners van Rucphen denken mee over hun eigen groene leefomgeving. Daarnaast wil de gemeente haar inwoners duidelijke informatie over bomen geven.

- We geven uitvoering aan een ‘1000 bomen plan’. Er zijn ongeveer 14.000 gemeentelijke bomen. We stellen ons tot doel om in 2030 dit aantal uitgebreid te hebben naar minimaal 15.000. De focus ligt hierbij op het aanplanten van bomen binnen de kernen; - Voor elke gemeentelijke boom die gekapt wordt zal een nieuwe, passende boom terugkomen. Als dit niet (meer) op dezelfde locatie mogelijk is wordt deze elders in onze gemeente herplant. - Er wordt gewerkt volgens vastgelegde eenduidige eisen voor de inrichting van groeiplaatsen (onder- en bovengronds) en bomenbeheer conform het Handboek Bomen. Het uitgangspunt is dat het bomenbestand kwalitatief goed is. Voor een goede afstemming van de opgaven in de openbare ruimte bekijken we deze integraal. Bomen krijgen op deze wijze de belangrijke plek en bescherming die nodig is. - Bij het (opnieuw) inrichten en beheren van de openbare ruimte wordt er gezocht naar de meest duurzame oplossing. Overweging hierbij is de functievervulling in de toekomst en het heterogener maken van de boompopulatie in de gemeente Rucphen. Diversiteit in boomsoorten vermindert de kwetsbaarheid voor boomziekten. - De groenreserves worden actief ingezet voor de bomenaanplant.

Hierbij kan gedacht worden aan het ‘1000 bomen plan’, een gedenk-/ CO2-bos, versterken van EVZ’s en het herstel van cultuurhistorische landschapselementen in het kader van de bijhorende provinciale subsidieregeling. Toekomstige toevoegingen aan de reserve ‘groencompensatie’ worden binnen vijf jaar besteed aan bomenaanplant en de bijdrage aan de Stila-regeling; - Bij de keuze voor bomen wordt het belang van inwoners meegewogen. Bij (her)inrichting van de openbare ruimte met bomen worden bewoners betrokken, om te adviseren en/of mee te beslissen. Het belang van de openbare ruimte als geheel en de positie van de bomen daarbinnen vormen daarbij de basis. Met heldere informatie en communicatie wordt aan onze inwoners duidelijk gemaakt waarom bepaalde beheermaatregelen genomen worden. - Alle bomen zijn belangrijk. Veel bomen – zowel gemeentelijk als particulier – zijn het beschermen waard. De gemeente kent de groene kaart waarop de waardevolle bomen staan. Deze bomen kennen duidelijk te motiveren criteria.

De ambities verbeeld

+1.000 Het aantal bomen stijgt met 1000 stuks

We planten bomen met een positief effect voor en op het klimaat

We planten bomen die bijdragen aan de biodiversiteit

Bomen dragen bij aan kwalitatief groen in de kernen

Bomen binnen de kom en buiten de kom zijn voor iedereen toegankelijk

We zorgen voor een divers bomenbestand

Boomstructuren worden met elkaar verbonden

25

Vertakking

De boomstructuur

26

Majestueuze lindebomen Sint Antoniusstraat te Schijf

27

5 Vertakking De boomstructuur is de ruimtelijk en functionele samenhang van bomen met elkaar en in relatie tot de omgeving. Door de eeuwenoude verbindingswegen zijn de dorpen verbonden met elkaar en met het landschap. Deze groene dooradering kenmerkt zich als belangrijkste structuurdrager binnen de bebouwde omgeving en in het landschap. 5.1 Indeling in structuur

Binnen de gemeente wordt de leesbaarheid en oriëntatie versterkt door de boomstructuur. Deze uit zich op drie verschillende manieren, te weten hoofdstructuur, nevenstructuur en accentbomen. In bijlage B is de uitwerking van de boomstructuur verbeeld. Hoofdstructuur

De hoofdroutes in het landschap zijn cultuurhistorische verbindingen. Samen met de landschapselementen zijn zij de relicten van het oude landschap van de gemeente en vertellen ze het verhaal van Rucphen. Ook de voorzetting hiervan in de dorpen, in de vorm van de groene dooradering, en de meer recente toevoegingen binnen de dorpen en het landschap dragen bij aan de leesbaarheid. Dit zijn de nieuwe ontsluitingswegen en, de in het kader van de ruilverkaveling gerealiseerde, landschapselementen. De hoofdstructuur vervult daarnaast ook nog vaak de rol van hoofdroutes. Hiermee zijn ze ook als entrees het visitekaartje van de dorpen. Het is daarom dan ook van belang dat de boomstructuur de wegen blijft volgen zonder opvallende onderbrekingen. Bij ontwerp, uitvoering en beheer is dan ook bijzondere aandacht gewenst voor verbetering en versterking van de boomstructuur. Nevenstructuur

Binnen de dorpen draagt de groene dooradering op wijken buurtniveau bij aan de leesbaarheid en de oriëntatie. De doorgaande routes in de wijk, vaak wijkontsluitingswegen, dienen dan ook herkenbaar te zijn door boomaanplant. Ook in het buitengebied kunnen boomstructuren bijdragen aan de leesbaarheid en herkenbaarheid van het landschap. Zo kunnen opvallende verkavelingen of een recreatieve route worden aangegeven. Deze nevenstructuur is in uitstraling ondergeschikt aan de hoofdstructuur, maar niet minder van belang.

28

Accentbomen

Om de stedenbouwkundige opzet van een wijk of buurt te versterken, is het planten van accentbomen wenselijk. Naast de hoofd- en nevenstructuur, bepalen zij mede het beeld van de openbare ruimte. Ondanks dat de aanplant van dergelijke accentbomen niet altijd direct tot versterking van een bestaande boomstructuur leidt kunnen ze op termijn wel structuurbepalend worden. Onder goede omstandigheden kunnen de bomen tot wasdom komen en uiteindelijk beeldbepalend, structuurbepalend en zelfs monumentaal worden. Lokale bomen

Een groot deel van de gemeentelijke bomen valt niet onder de hiervoor genoemde boomstructuren. De structurerende, ordenende en regulerende functie van deze bomen is dan ook ondergeschikt aan het belang van de bomen voor hun directe omgeving: sierwaarde en waarde voor het klimaat. Lokale bomen kleuren de wijk maar vormen hem niet zoals de hoofd- en nevenstructuren en accentbomen dat doen. Inrichting en boomkeuze worden door de adviseur en werkvoorbereider groen samen met de bewoners afgestemd op stedenbouwkundige en de (landschaps-) architectonische uitgangspunten van de omgeving. Op deze manier werken bomen identiteitsversterkend. Afhankelijk van de plek (bovengrondse en ondergrondse groeiruimte) wordt er gekozen uit een sortiment van bomen van de tweede of derde grootte. Uitheemse bomen worden vaak gekozen vanwege hun sierwaarde (bloei, herfstkleur), verschijningsvorm (transparantie, zuil, etc.) en beheerbaarheid (worteldruk, snoei, overlast). Lokale bomen staan vaak in de woonstraten die gemiddeld om de 40 jaar worden gerenoveerd of heringericht. Door de boomkeuze hierop aan te passen ontstaat er een grotere keuze vrijheid. Uitgangspunt is dat bomen behouden blijven, maar het geeft de vrijheid om, waar nodig, na 40 jaar de keuze te kunnen maken om de bomen te vervangen door soorten die meer aansluiten bij het toekomstige wensbeeld of de bomen.

Veldesdoorns in de Kaaistraat te Sint Willebrord

29

Algemeen belang versus particulier belang

De gemeente maakt onderscheid in het belang voor de omgeving tussen boomstructuren en lokale bomen. Lokale bomen zijn van belang voor de directe omgeving. Bewoners zijn nauw betrokken bij de bomen in hun woonstraten. Met een verbindende of cultuurhistorische waarde of een andere structurerende waarde voelt een bewoner vaak minder betrokkenheid. De gemeente hecht grote waarde aan de leesbaarheid en beleefbaarheid van de boomstructuren en daarmee van de dorpen en wijken. Dit heeft consequenties voor de aan de boomstructuren wonende bewoners. Om deze bomen de ruimte te geven om te groeien is het soms nodig dat de omgeving en de inrichting van de openbare ruimte wordt aangepast op de te realiseren of te behouden boomstructuur. In algemeen belang gemaakte keuzes kunnen soms ten koste gaan van particuliere belangen. Bij civieltechnische renovaties van deze verbindingen of stedenbouwkundige ontwikkelingen in of naast deze verbindingen dienen de structuren behouden, versterkt, gerealiseerd of beschermd te worden. 5.2 Typologieën

Binnen de boomstructuur kunnen op basis van hun aankledende en structurerende functie vier categorieën worden onderscheiden:

Weg- en verkeersbegeleidend groen

De hoofd- en nevenstructuur zijn gemarkeerd met bomen. Deze beplanting (vaak een laan) heeft een zeer nadrukkelijke relatie met een weg. Het geeft de weggebruiker zicht op het verloop en de belangrijkheid van de weg. Weg- en verkeersbegeleidend groen bestaat vaak uit één of meer rijen bomen. Het weg- en verkeersbegeleidend groen is duidelijk herkenbaar als een eenheid. De bomen staan bij voorkeur op regelmatige afstand van elkaar. Als bovenstaande vanwege kabels en leidingen, andere inrichtingselementen of gebruik niet lukt moet eenheid bereikt worden door het toepassen van één soort per weg of wegdeel (indien van toepassing, aansluitend op het gebruikte assortiment langs de rest van de weg). De boombeplanting benadrukt de belangrijkheid en/ of het doorgaande karakter van een weg. Bij voorkeur wordt buiten de kom gebruik gemaakt van bomen van de eerste grootte (boomhoogte van 12 tot 18+ meter). Binnen de kom wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van bomen van de tweede grootte (boomhoogte 8 tot 12 meter).

1. structurerend groen 2. weg- en verkeersbegeleidend groen 3. straat-/buurtgroen 4. bomen met een bijzondere uitstraling

Straat/ buurtgroen

In de volgende paragrafen zijn deze functies toegelicht en is een wensbeeld gegeven van de bomen in deze vier categorieën.

Bomen in de woonstraat, -buurt hebben, naast de in hoofdstuk 1 genoemde functies vooral een stofferende functie. Ze moeten de woonstraat kleur en sfeer geven. Daarom zullen in de woonwijk veelal bomen worden geplaatst met een opvallende vorm of sierwaarde. Daarnaast hebben bomen in het straat- en buurtgroen steeds meer een klimaat adaptieve functie. Het private en openbare deel van de woonstraten zijn immers vaak stenig waardoor deze relatief snel opwarmen.

Structurerend groen

Tot het structurerende groen behoort veelal het “grote” groen; de genoemde hoofd- en nevengroenstructuur, de bossen, de landschapselementen, het omliggende groen van sportvelden. Het structurerend groen is het groene geraamte van de gemeente. Het geeft vorm aan de stedenbouwkundige opzet en het openbaar groen van de verschillende kernen, het bepalen van het karakter van een wijk of buurt en het aankleden van grotere (groene)

30

ruimtes. Het structurerende groen biedt ruimte voor: bomen die groot uit kunnen groeien, laanbeplantingen en bomen in bosverband. Bomen in structurerend groen krijgen de ruimte om volledig uit te groeien en oud te worden. Bomen binnen het structurerende groen zijn van de eerste of tweede grootte en hebben bij voorkeur een hoge natuurwaarde.

Dit zijn bomen in de woonstraat (gelegen in de wijk of woonbuurt), hiertoe behoren ook speelplekken en kleinere plantsoenen.

Omdat de bomen veelal dicht op woningen staan, wordt bij de soortenkeuze van bomen rekening gehouden met eventuele negatieve eigenschappen die bomen kunnen hebben op de omgeving. in een woonstraat kan meer dan één boomsoort worden gebruikt. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van bomen van de tweede of derde grootte. Bijzondere bomen

Dit zijn bomen (of beplantingsvormen opgebouwd uit bomen) die een bijzondere waarde hebben of een bijzondere verschijningsvorm hebben. In Rucphen zijn dat bijvoorbeeld bomen die vanwege een bepaalde gelegenheid zijn aangeplant (koningsdag) of een eigen geschiedenis hebben, een heel bijzondere vorm hebben, een apart beheer krijgen of een nadrukkelijke relatie hebben met hun omgeving. Bijzondere bomen kunnen zowel groot als klein zijn. Het beheer moet, meer dan bij de andere bomen, gericht zijn op het behoud van de eigenheid van de boom of bomen of de functie die het heeft in de openbare ruimte. De bomen moeten, omdat ze bijzonder zijn, oud kunnen worden. Deze bomen kunnen zowel deel uitmaken van het structurerende groen als wel in de woonstraat staan.

31

Kroonjuwelen

Bomen in de openbare ruimte

32

Valse acacia’s achter de woningen aan de Hoofdvaart te Rucphen

33

6 Kroonjuwelen Om een duurzaam boombestand te kunnen realiseren is het van belang dat we bomen de ruimte geven en op een juiste manier aanplanten. In dit hoofdstuk geven we hier richtlijnen voor. Daarnaast geven we aan waar we de prioriteiten leggen bij het verbeteren van de ontbrekende boomstructuren. Bij de uitvoering geven we de voorkeur aan het meeliften in projecten. De openbare ruimte kent vele gebruikers en allen stellen eigen eisen aan de leefomgeving. Bomen zijn waardevol, daarom is het belangrijk om er zorgvuldig mee om te gaan. Waar in het verleden bomen bij veranderingen nogal eens over het hoofd gezien werden, beschadigd of simpelweg verwijderd werden, wordt tegenwoordig erkend dat dit niet de bedoeling is. De afstemming tussen de verschillende disciplines speelt hierbij, in zowel de voorbereidings- als uitvoeringsfase, een belangrijke rol. Juist in een vroeg stadium moet al het ter plaatse aanwezige groen, waaronder de bomen, worden geïnventariseerd en de mogelijke projectinvloed in beeld worden gebracht. Want dan kunnen bouw- en aanlegplannen nog gewijzigd worden. Een vroegtijdige afstemming kan dure ontwerpaanpassingen en vertragingen voorkomen. Maar belangrijker, het onnodig verwijderen van bomen. Diezelfde bomen kunnen in de nieuwe situatie zelfs een meerwaarde aan het project en omgeving verlenen.

De gemeente denkt vanaf de initiatieffase graag met de initiatiefnemer en/ of ontwikkelaar mee in oplossingen. In deze fase wordt het startdocument opgesteld waarin randvoorwaarden, waaronder de keuzes omtrent bomen, vastgelegd worden. Bij de inrichting van de openbare ruimte met bomen gelden de normen en voorschriften zoals vermeld in het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Dit is een zorgvuldige bundeling van gestandaardiseerde procedures, normen en kwaliteitseisen die betrekking hebben op de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. De gemeente Rucphen is licentiehouder en is ervoor verantwoordelijk dat ieder die in opdracht van de gemeente (advies)werk aan of rond bomen uitvoert, handelt volgens het Handboek Bomen.

34

6.1 Fases in ontwerp

Als er ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien waarbij bomen betrokken zijn dienen de volgende fases te doorlopen worden. Bomen Effect Analyse

Eén van de eerste fases binnen een project en het bijhorende ontwerp is de zogenaamde initiatief-/ definitiefase. Vanuit de gemeente wordt vereist dat in deze fase een Bomen Effect Analyse (BEA) en een (financiële) waardebepaling worden uitgevoerd conform het Handboek Bomen. Op dat moment is de planvorming nog niet vastgelegd, maar worden een aantal belangrijke beslissingen genomen waarbij voldoende rekening kan worden gehouden met de aanwezige bomen. Inventarisatie in de eerste fase van een project kan in een latere fase tijdswinst opleveren. De adviseur groen beoordeeld de BEA, de keuzes gemaakt op basis van de BEA om bomen in de planvorming op te nemen en/ of de compensatiewijze vanuit de initiatiefnemer. Kwaliteit voor kwantiteit

De volgende fase is de ontwerpfase. Het plan staat min of meer vast maar er is nog geen definitief besluit. De initiatiefnemer en/ of ontwikkelaar maakt keuzes voor de uiteindelijke uitvoering. Aan het einde van deze fase is het concreter wat het werk precies inhoudt. Bij bomen is de factor kwaliteit van groter belang dan de kwantiteit. Goed beheerbare, veilige en gezonde bomen hebben hoge prioriteit bij de inrichting van de bebouwde omgeving. Daarom moet reeds in de ontwerpfase van de planvorming rekening worden gehouden met de eisen van efficiënt groenbeheer. Deze fase is geschikt voor integrale beoordeling door de gemeente. De adviseur groen beoordeelt de kwaliteit van het groen en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. De beoordelingsresultaten worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.

De haalbaarheid van een gezonde en duurzame boombeplanting wordt vooral in de ontwerpfase bepaald. Het Handboek Bomen geeft heldere kaders en richtlijnen over hoe om te gaan met het aanwezige groen in de ontwerpfase van een project. De gemeente hanteert deze ontwerpeisen, waarbij van belang zijn: - De uiteindelijk te bereiken van de gewenste boomgrootte in de volwassen fase; - De beschikbare ruimte, zowel onder- als bovengronds. Dit is van grote invloed op de toekomstverwachting, de stabiliteit en eventueel te verwachten mate van overlast; - De kwaliteit van de groeiplaats: de grondwaterstand, het zuurstofgehalte en de voedingsstoffen in de bodem voor de korte en lange termijn.

Bij het berekenen van het benodigde groeiplaatsvolume van een te planten boom wordt gebruik gemaakt van de rekenmodule ‘Boommonitor Online’, onderdeel van de licentie voor het Handboek Bomen; - De boomsoortkeuze, hieronder vallen onder andere de herkomst, te bereiken kroonvorm, sierwaarde, gevoeligheid voor ziekten en aantastingen en mogelijke vormen van overlast; - Ander gebruik van de groeiplaats van de boom, met name kabels en leidingen, verhardingen voor parkeerplaatsen en fiets- en voetpaden; - Mogelijke technische oplossingen om de beschikbare ondergrondse groeiruimte te vergroten; - Het toepassen van specifieke wortelgeleidende constructies zoals antiwortelschermen, boomkratten, bomengranulaat en boombunkers. Uitvoeringsfase

Het is vanzelfsprekend dat eisen en randvoorwaarden ten aanzien van bomen in een uitvoeringsbestek leidend zijn. Ook is een adequaat toezicht op de uitvoering essentieel. De eisen die voor het behoud van bestaande bomen in een bestek dienen te worden opgenomen zijn opgenomen in het gemeentelijk programma van eisen en het Handboek Bomen. De toezichthouder groen ziet toe op naleving van de cultuurtechnische werkzaamheden, waaronder de bomen, binnen de projecten. Wanneer werkzaamheden uit het bestek door strikte naleving van deze genoemde punten niet mogelijk zijn wordt in overleg met de adviseur groen tot maatwerk besloten.

6.2 Geef bomen de ruimte

Van nature groeien bomen niet in een door mensen ontworpen en gebouwde omgeving, maar in de vrije ruimte van vlakten, heuvels en bergen. De door mensen ontwikkelde en gedomineerde omgeving (dorpen en steden) verwacht van bomen dat ze zich op dezelfde wijze gedragen als in de vrije natuur. Maar de (groei)omstandigheden in bebouwd gebied verschillen enorm van die in de vrije natuur, waardoor bomen over het algemeen beduidend minder functioneren. Er zijn veel inspanningen in de vorm van tijd, geld en menskracht noodzakelijk om bomen in de bebouwde omgeving minimaal voldoende maar liever nog goed en veilig te laten functioneren. In de vaak ernstig ‘boomvijandige omgeving’ van dorp en stad is het van het grootste belang uit te gaan van het principe ‘de juiste boom op de juiste plaats’. Bovengrondse ruimte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10144649/1