07b Bijlage 1 Ontwerp-omgevingsvisie Rucphen 1
Tekst van het document
Omgevingsvisie Een blik op de toekomst
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Inhoud
2
Voorwoord
3
Hoofdstuk 1: De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
4
Hoofdstuk 2: Stand van Rucphen 2.1 Rucphen toen 2.2 Rucphen nu
7 8 9
Hoofdstuk 3: Onze ambities!
12
Hoofdstuk 4: Hier gaan we voor! 4.1 Duurzaam samenleven 4.1.1 Aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden 4.1.2 Vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen 4.1.3 Verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding 4.1.4 Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren 4.2 Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding 4.2.1 Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren 4.2.2 Een omgeving die mensen uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen 4.2.3 Door samenwerking worden de recreatieve mogelijkheden beter benut en uitgedragen 4.3 Prettig samenleven 4.3.1 Versterken van een aantrekkelijke woonomgeving 4.3.2 Een aantrekkelijke gemeente voor jonge mensen zijn 4.3.3 De groeiende groep oudere mensen voelt zich thuis in de gemeente 4.3.4 Woningvoorraad flexibeler maken om sneller te reageren op een veranderende woningbehoefte
14 16 17 19 20 21 22 22 23 24 25 25 27 28 29
Hoofdstuk 5: Vervolg en uitvoering 5.1 Omgevingsvisie binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet 5.2 Sturingsfilosofie 5.3 Het belang van participatie
30 31 32 34
Begrippenlijst
35
Bronnenlijst
36
Bijlage 1: Organisaties die een inspraakreactie hebben gegeven
37
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Voorwoord Ook in de toekomst moet het prettig wonen, werken en recreëren zijn in onze gemeente. Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken wij daarom aan een gezonde, veilige en duurzame toekomst. Er komen een hoop uitdagingen op ons af. We moeten meer en een andere type woningen bouwen, we willen onze dorpen levendig en aantrekkelijk houden en willen voldoende kansen blijven bieden voor ondernemers. Je kunt alleen klaar zijn voor de toekomst als je je goed voorbereid. Deze omgevingsvisie is daar de aanzet toe. In deze omgevingsvisie maken we keuzes voor de lange termijn. Het gaat om een periode van ongeveer 30 jaar. We blikken daarom regelmatig vooruit naar het jaar 2040. Voor deze periode gaan wij in op drie vragen: 1. Hoe staat Rucphen ervoor en welke ontwikkelingen komen er op ons af? 2. Welke ambities hebben wij voor het Rucphen van de toekomst? 3. Welke doelen stellen wij om deze ambities waar te maken en welke prioriteiten gaan wij hierbij geven? De omgevingsvisie is nadrukkelijk geen afvinklijst. Het is een uitnodiging aan iedereen die er woont, werkt of er regelmatig op bezoek komt om bij te dragen aan de ambities. Met deze 1.0 omgevingsvisie in de hand gaan we de dorpen in om onze inwoners te vragen hoe we de omgevingsvisie verder kunnen uitwerken, zodat we uiteindelijk tot een 2.0 omgevingsvisie komen.
In deze omgevingsvisie staan kaders voor de toekomst en handvatten voor iedereen om met ideeën te komen en deze zelf of samen met de gemeente uit te voeren. Zo bouwen we samen aan een gemeente waar het ook in de toekomst prettig verblijven is.
3
Leeswijzer De omgevingsvisie heeft vijf hoofstukken: Hoofdstuk 1: De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen Hoofdstuk 2: Stand van Rucphen Hoofdstuk 3: Onze ambities! Hoofdstuk 4: Hier gaan we voor! Hoofdstuk 5: Vervolg en uitvoering In hoofdstuk 1 lichten we toe waarom we deze omgevingsvisie hebben opgesteld. In hoofdstuk 2 gaan we in op de geschiedenis van onze gemeente en de huidige stand van zaken. Hoe is onze gemeente ingericht? Waar blinken wij in uit? Welke aandachtspunten heeft onze gemeente en welke ontwikkelingen buiten onze invloed zijn relevant? In hoofdstuk 3 beschrijven we op basis van deze inzichten drie ambities voor de toekomst. In hoofdstuk 4 worden achtereenvolgens alle drie de ambities behandeld. Per ambitie zijn doelstellingen gegeven die bijdragen aan het verwezenlijken van de ambitie. In de kaders zijn de prioriteiten gegeven die gesteld zijn om de doelstellingen te halen. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven hoe we verder gaan met de omgevingsvisie. Hoe staat de omgevingsvisie in verhouding tot ander beleid en hoe houden we de omgevingsvisie voor de lange termijn relevant?
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
1 De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
1 De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten op het gebied van de leefomgeving. Het gaat, onder andere, om wetten over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De komst van de Omgevingswet is de grootste wetswijziging van de afgelopen 170 jaar. Artikel 1.3 van de Omgevingswet bepaalt dat de Omgevingswet nodig is met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming van het leefmilieu. Concreet worden met de Omgevingswet vier hoofddoelen nagestreefd: 1. Verduidelijken van de wetgeving over de leefomgeving. Voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de overheid moet de wetgeving overzichtelijker, voorspelbaarder en gebruiksvriendelijker worden. 2. Meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving over de leefomgeving. 3. Meer flexibiliteit mogelijk maken om doelen voor een goede leefomgeving te bereiken. 4. Het versnellen en verbeteren van besluitvorming over aanvragen en projecten in de leefomgeving. De Omgevingswet bestaat uit zes kerninstrumenten: de omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan, algemene regels, omgevingsvergunningen en projectbesluiten.
Relatie met de nationale- en provinciale omgevingsvisie
Niet alleen wij stellen een omgevingsvisie op. Ook het Rijk en de provincie Noord-Brabant hebben een omgevingsvisie opgesteld. Bij het schrijven van de omgevingsvisie van Rucphen hebben we rekening gehouden met de beleidskeuzes die in zowel de nationale als de provinciale omgevingsvisie staan. De Nationale omgevingsvisie (Novi) geeft een toekomstperspectief van Nederland. Hierin zijn wij een schoon land, met weinig afvalproductie, een gezonde leefomgeving en een herkenbare en veilige leefomgeving. Er is meer dichtheid, minder leegstand en verval en meer groen en water. Er worden vier nationale belangen genoemd: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Deze nationale belangen zijn uitgewerkt in beleidskeuzes. Bij het schrijven van deze omgevingsvisie is rekening gehouden met de
beleidskeuzes in de Novi. Er zijn in de Novi geen specifieke gebieden in onze gemeente aangewezen waar het Rijk betrokkenheid bij heeft (denk bijvoorbeeld aan vliegvelden, reserveringen voor infrastructuur of grootschalige woningbouwlocaties). De Omgevingsvisie Noord-Brabant (Povi) schetst een panorama van de provincie in 2050. Noord-Brabant is dan een provincie waar het prettig wonen, werken en recreëren is en een provincie die verbonden is met haar omgeving en met elkaar. Brabant is klimaatbestendig en werkt vernieuwend samen. Om dit panorama te verwezenlijken is de basisopgave werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit uitgewerkt in vier hoofdopgaven: 1. Werken aan de Brabantse energietransitie 2. Werken aan een klimaatproof Brabant 3. Werken aan de slimme netwerkstad 4. Werken aan een concurrerende, duurzame economie Deze hoofdopgaven zijn uitgewerkt in doelstellingen. Bij het schrijven van deze omgevingsvisie is rekening gehouden met de opgaven in de Povi.
De invoering van de Omgevingswet verplicht gemeenten dus een omgevingsvisie op te stellen. We hebben veel vrijheid bij het opstellen van deze visie. We kregen ook een aantal randvoorwaarden mee: • Het moet de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschrijven. • Het moet de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied beschrijven. • Het moet de hoofdzaken beschrijven van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving.
Figuur 1: Overzicht van de zes kerninstrumenten van de Omgevingswet.
5
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
1
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Regionale samenwerking
Regionale samenwerking is minimaal zo belangrijk als samenwerking met het Rijk en de Provincie. Met de gemeentes in de regio hebben we veel gemeen. Daarom werken wij in verschillende verbanden samen. Bijvoorbeeld als regio West-Brabant. De zestien gemeenten proberen gezamenlijk de regio economisch te versterken en zoveel mogelijk te profiteren van haar ligging tussen Rotterdam, Antwerpen en de andere grote steden in Brabant. Een ander voorbeeld is de D6. Hierin werken we samen met vijf andere kleinere gemeenten waar we nog meer opgaven mee gemeen hebben. Onze woningmarkt en arbeidsmarkt zijn bijvoorbeeld sterk met elkaar verweven. Ook voor de implementatie van de Omgevingswet werken we veel samen door kennis uit te wisselen en elkaar van commentaar te voorzien.
Omgevingsvisie in plaats van structuurvisie
De keuzes die wij nu maken hebben grote invloed op de mogelijkheden voor ons en onze kinderen in de toekomst. Om te zorgen dat het in de toekomst prettig, gezond en veilig wonen is in onze dorpen, moeten we nu bedenken welke kant we op willen. De Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 is daar een voorbeeld van. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners hebben hierin nagedacht over het Rucphen in 2030. Deze Toekomstvisie is de basis voor de omgevingsvisie. De gemeente maakt daarnaast veel thematisch beleid en past dit regelmatig aan als er nieuwe inzichten zijn. Zo zijn de afgelopen jaren de Woonvisie (2019) en de Visie (vrijetijds)economie (2020) vastgesteld. Daarnaast is de Regionale energie strategie West-Brabant vastgesteld, die nader is uitgewerkt in de Visie zonne- en windenergie (2020) en Transitievisie Warmte (2021).
De kapstok waaraan deze afzonderlijke visies of thema’s hangen, is de Structuurvisie Rucphen 2030 (2013). Deze structuurvisie is sinds het opstellen echter niet meer aangepast en dus niet actueel. Deze omgevingsvisie vervangt de structuurvisie. Anders dan bij de structuurvisie het geval was, wordt de omgevingsvisie regelmatig geactualiseerd. Bijvoorbeeld bij elke raadsperiode. Een ander verschil is dat in de omgevingsvisie álle ruimtelijke aspecten zijn meegenomen van álle beleidsterreinen. Dus ook van gezondheid, onderwijs, sport en veiligheid.
Rollen van de gemeente
In plaats van zelf initiatieven te nemen, kiest de gemeente steeds vaker voor een faciliterende houding bij initiatieven die inwoners, bedrijven of andere organisaties starten. De gemeente kan nu en in de toekomst grofweg drie rollen aannemen: - De regierol: in deze rol coördineren wij de realisatie van een project of initiatief. Wij hebben bijvoorbeeld de regie bij het opstellen van de omgevingsvisie en een omgevingsplan. - De faciliterende rol: voor initiatieven in de fysieke leefomgeving laten wij de regierol steeds vaker aan initiatiefnemers over en nemen wij zelf een faciliterende rol in. De gemeente doet dan als belanghebbende mee en bewaakt het algemeen belang. - De regulerende rol: in het algemeen belang toetst de gemeente aanvragen voor omgevingsvergunningen aan wet- en regelgeving en beoordeelt zij of het participatietraject zorgvuldig is doorlopen. Als eindbeslisser bepaalt zij of een initiatief daadwerkelijk door mag gaan. De gemeente hakt knopen door en maakt bij ieder besluit duidelijk hoe ze de verschillende belangen tegen elkaar heeft afgewogen.
Zorgplichten voor de leefomgeving
De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én inwoners verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Dus niet alleen de overheid. De zorgplicht gaat uit van het beginsel dat iedereen zich aan de regels houdt en eigen verantwoordelijkheid neemt. Naast de algemene zorgplicht is in de Omgevingswet ook een algemeen verbod opgenomen (artikel 1.7 sub a Omgevingswet). Het is verboden om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving dreigen te ontstaan. Bijvoorbeeld een milieuverontreiniging die aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, bodem of water veroorzaakt.
Vanuit het perspectief van klimaatverandering en klimaatadaptatie bevat de zorg van de overheid ten minste: - de zorg voor veiligheid tegen overstromingen; - het bestrijden van wateroverlast; - de zorg voor voldoende en schoon (zoet) water voor de verschillende functies; - de zorg voor de volksgezondheid in stedelijke en rurale gebieden en met name het bestrijden van hittestress en ziekten en plagen die verbonden zijn met klimaatverandering; - de bescherming van natuur en landschap tegen verdroging en vermindering van de biodiversiteit; - de zorg voor het behoud van het functioneren van essentiële netwerken (drinkwater, gas, elektriciteit, riolen, internet, et cetera) en infrastructuur.
Status en totstandkoming
Nadenken over de toekomst doe je niet alleen, maar samen. Bij de totstandkoming van de Toekomstvisie en andere beleidsstukken zoals de woonvisie en duurzaamheidsvisie zijn inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners actief betrokken. De omgevingsvisie begint dus niet vanaf nul, maar bouwt voort op wat er allemaal is. Ook voor de omgevingsvisie is participatie belangrijk. Vanwege de coronapandemie zijn geen fysieke bijeenkomsten gehouden. Daarom is ervoor gekozen om onze ambities en doelstellingen te delen met alle maatschappelijke partners en inwoners. Elke maatschappelijke partner of inwoner heeft de mogelijkheid gehad om te reageren. Daar is ook zeker gebruik van gemaakt (bijlage 1). Bij het uitwerken van de omgevingsvisie is rekening gehouden met de inspraakreacties. In 2022 wordt gestart met een verdere, gebiedsgerichte, uitwerking van de omgevingsvisie. Denk aan een uitwerking per dorp en het buitengebied. Hierbij zal wel uitgebreidere participatie plaatsvinden. Op basis van de reacties wordt de omgevingsvisie in meer detail uitgewerkt
6
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
Stand van Rucphen
2
2 Stand van Rucphen
2.1 Rucphen toen
Wij zijn een gemeente met karakteristieke dorpen en een prachtig buitengebied. De combinatie van de kleinschalige dorpen waar mensen nog oog hebben voor elkaar en de nabijheid van voldoende voorzieningen, maken Rucphen een aantrekkelijke gemeente om te wonen. De Binnentuin, de Rucphense bossen en het buitengebied trekken steeds meer recreanten, terwijl de Nijverhei het kloppende hart voor het midden- en kleinbedrijf is. In dit hoofdstuk blikken we kort terug op de geschiedenis van onze gemeente en kijken vervolgens vooruit. Wat is kenmerkend voor Rucphen? Waar blinken wij in uit? En wat zijn onze ambities? Veel van onze huidige beleidsdocumenten zijn in grote mate in samenspraak met onze inwoners tot stand gekomen en vormen de basis van onze ambities tot ongeveer 2040. Dat is nog ver weg, maar we willen ons richten op de toekomst om zo trends en ontwikkelingen te benutten.
Zegge
Het is bijna niet voor te stellen, maar voordat het grootste gedeelte van ons grondgebied met veen bedekt raakte, trok hier de jagende en verzamelende steentijdmens door het toenmalige dekzandlandschap. Door de vondst van vuurstenen objecten in Schijf en sporen van boerderijen bij St. Willebrord weten we dat hier toen al mensen woonden. Toen de zeespiegel na de laatste ijstijd steeg, werd een groot deel steeds moerassiger en moeilijker toegankelijk. Alleen de hoger gelegen delen bleven droog. De geschiedenis van onze dorpen startte rond het jaar 992. In dat jaar werd voor het eerst melding gemaakt van het castellum Sprundelheim. Rondom dit castellum begon de turfwinning. Na 1250 was er steeds meer brandstof nodig voor de groeiende stadsbevolking en voor de stedelijke nijverheid. Het veen werd afgegraven, gedroogd, in turven gesneden en per boot afgevoerd. Het vervoer gebeurde over speciaal gegraven kanaaltjes, moervaarten genoemd. Rucphen bevatte een fijnmazig vaartenstelsel. Nadat het veen was weggegraven, bleven de onderliggende zandgronden over. De veenafgravingen bij Zegge werden spoedig gevolgd door
Zegge
Door de geringe werkgelegenheid was er veel armoede en werkten veel inwoners al vanaf de achttiende eeuw buiten de gemeentegrenzen. Eerst vooral bij boeren in andere delen van West-Brabant, later steeds vaker in de Brabantse suikerindustrie en Rotterdam. Om de werkgelegenheid te vergroten werd ZuidwestBrabant in 1952 aangewezen als ontwikkelingsgebied en werd tussen St. Willebrord, Sprundel en Rucphen industrieterrein Nijverhei aangelegd. Sindsdien is de welvaart sterk toegenomen. Het aantal inwoners groeide van 3519 in 1850 naar 9952 in 1950 en 23075 in 2021. Om te zorgen dat onze gemeente welvarend en aantrekkelijk blijft, staan wij op het punt om een nieuw hoofdstuk aan de geschiedenis van Rucphen toe te voegen.
Zegge
Sint Willebrord
Sint Willebrord
Sprundel
Sint Willebrord
Sprundel
Rucphen
Sprundel
Rucphen
Schijf
Rucphen
Schijf
1850
8
landbouwontginningen. Op diverse plekken werden boerderijen gebouwd. De wat hogere gronden waren niet overal geschikt als landbouwgrond. Daar waren slechts kleine vruchtbare landbouweilandjes gelegen tussen de heidevelden, afgegraven moeren en andere woeste gronden. Rucphen, St. Willebrord en Sprundel zijn rondom deze landbouweilandjes ontstaan.
Schijf
1950
2021
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
2
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
2.2 Rucphen nu
De veranderende wereld We zijn op allerlei manieren verbonden met de wereld om ons heen. Ontwikkelingen die soms wereldwijd spelen, bepalen mede onze mogelijkheden voor de toekomst. Zo worden, in de meeste rijke landen, tegenwoordig veel minder kinderen geboren dan voorheen. Dit zorgt voor een steeds grotere groep ouderen en steeds kleinere groep jonge mensen. De beroepsbevolking krimpt en daardoor ontstaat er structurele krapte op de arbeidsmarkt. Er is een toename van een- en tweepersoons huishoudens, mensen worden ouder en overheidsbeleid richt zich op langer zelfstandig wonen. De instroom van bijzondere doelgroepen op de huurmarkt veroorzaakt krapte en een stijgende vraag naar passende huurwoningen. De schaarste aan woningen zal ook de koopmarkt onder druk houden. De vraag naar specifieke woonproducten als zorgvoorzieningen en gelijkvloerse woningen neemt naar verwachting toe, terwijl de vraag naar scholen en horeca afneemt. Wereldwijd groeit de welvaart door. Hierdoor worden grondstoffen en ruimte steeds schaarser. In sommige industrieën is al een structureel tekort aan grondstoffen. Het gaat vaak om metalen en fossiele brandstoffen. De agrarische sector produceert steeds intensiever en de vraag naar ruimte neemt toe. Tegelijkertijd neemt het aantal agrarische bedrijven af en komt steeds meer voormalige agrarische bedrijfsbebouwing vrij.
Om gezondheidsrisico’s te beperken en biodiversiteit te beschermen, zorgt dit enerzijds voor gebruik beperkende maatregelen rondom agrarische bedrijven, terwijl deze ruimte anderzijds hard nodig is voor nieuwe woningen, nieuwe natuur en recreatiemogelijkheden.
Gebouwde omgeving
Landbouw
5%
Mobiliteit
Industrie
15% 31%
22% 27% Elektriciteit
Figuur 2: CO2 uitstoot in Nederland per sector in 2019 (Bron: CBS Statline)
Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt CO2 vrij. Dit zorgt voor opwarming van de aarde en klimaatverandering. Mensen en dieren stoten CO2 uit, maar veruit de meeste CO2 wordt uitgestoten bij de verbranding van olie, gas en kolen. Mobiliteit veroorzaakt in Nederland 22% van de CO2 uitstoot. 75% van deze uitstoot komt voor rekening van het wegverkeer. De toenemende hoeveelheid CO2 in de atmosfeer heeft overal ter wereld consequenties en leidt in Nederland tot extremer weer, langere periodes van hitte en droogte of veel neerslag in een korte tijd, met als gevolg een negatieve invloed op onze fysieke leefomgeving.
De coronapandemie heeft wereldwijd wel voor een verandering gezorgd. Zo heeft het thuiswerken een vlucht genomen, verplaatsen mensen zich minder en zijn ze meer gericht op hun eigen omgeving. Ook de afhankelijkheid van het buitenland voor bepaalde producten maakte de kwetsbaarheid duidelijk. Bodem en water Vanaf de afgelopen eeuw zijn we ons grondgebied intensiever gaan gebruiken. Dit heeft zijn weerslag gehad op de kwaliteit van de bodem en het water. Verontreiniging door bedrijvigheid en landbouw heeft de grond op veel plaatsen vervuild en verarmd. Daarnaast leidde een onvoorspelbare grondwaterstand tot schade aan natuur en landbouw. Zulke ontwikkelingen vormen een gevaar voor mensen, dieren, planten en bomen. Om de gezondheid van onze inwoners en biodiversiteit te beschermen, zijn er de afgelopen decennia maatregelen getroffen om bodem- en waterkwaliteit te verbeteren. En met succes! Toch is de bodem- en waterkwaliteit nog niet optimaal en hebben de maatregelen een nieuw dilemma met zich meegebracht. Om te zorgen dat de bodem- en waterkwaliteit voldoende is, kunnen andere functies beperkt worden. Het kan bijvoorbeeld invloed hebben op de mogelijkheden voor woningbouw, uitbreidingsmogelijkheden van agrarische bedrijven en de productiemethoden van bedrijven in het algemeen.
Globalisering houdt in dat landen en bedrijven over de hele wereld meer samenwerken en afhankelijk van elkaar zijn. Concreet betekent dit dat je voor de productie van een auto, onderdelen gebruikt die uit verschillende landen komen. In Nederland groeit de kenniseconomie nog steeds, waardoor de lonen hoger liggen dan in veel andere landen. De maakindustrie verplaatst steeds meer naar lagelonenlanden, waar goedkoper kan worden geproduceerd.
9
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
2
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Ruimtelijke structuur van de gemeente Rucphen Zoals te zien op figuur 3 is de concentratie van dorpskernen kenmerkend voor onze gemeente. In de noordoostelijke hoek van de gemeente vormen de drie grootste dorpen Rucphen, St. Willebrord en Sprundel samen één driehoek (zie figuur 3). Precies tussen deze drie dorpen liggen de Binnentuin en de Nijverhei. In de Binnentuin liggen veel sport- en vrijetijdsvoorzieningen. De Nijverhei is het bedrijventerrein van de gemeente. Zegge bevindt zich in de uiterste noordelijke punt van de gemeente en wordt van de rest van de gemeente gescheiden door de spoorlijn Breda-Roosendaal en de snelweg A58 van Breda naar Roosendaal. De concentratie van dorpskernen heeft tot gevolg dat het overige deel van de gemeente
uit aaneengesloten natuur- en landbouwgebied bestaat met als enige onderbreking het dorp Schijf. De Rucphense bossen, met de uitgestrekte heidegronden, domineren het westelijk deel van de gemeente. Een aanzienlijk deel van het gemeentelijk grondgebied is in gebruik voor agrarische productie. In figuur 5 is te zien wat binnen onze gemeente de verhouding is tussen het aantal bedrijven in de akkerbouw, tuinbouw en veeteelt. Binnen onze gemeente zijn vooral veel rundveehouderijen en tuinbouwbedrijven die op open grond telen.
9555 2042 Rundveehouderij 57 (41%)
Zegge
Tuinbouw op open grond 30 (22%) St. Willebrord 4826
Akkerbouwgroenten 12 (9%) Varkenshouderij 9 (7%)
5218
Rucphen
Akkerbouwgroenten 16 (12%)
Glastuinbouw 8 (6%) 1711 Schijf
Sprundel
Geitenhouderij 4 (3%) Kippenhouderij 2 (1%)
Figuur 4: aantal inwoners van de vijf dorpen van de gemeente Rucphen op 1 januari 2022 Figuur 3: Kaart van de gemeente Rucphen
10
(incl. bijbehorend buitengebied).
Figuur 5: Aantal bedrijven binnen de gemeente Rucphen per agrarische sector.
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
2
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Waarin blinken wij uit? Ondanks dat we met ruim 23.000 inwoners bij de kleinere gemeenten in Nederland horen, hebben we een grote verscheidenheid aan dorpen en landschappen in huis. Onze vijf dorpen hebben allemaal een eigen karakter en het buitengebied bestaat uit een palet van turfvaarten, bossen, heide en landbouw. Veel landschappen hebben cultuurhistorische waarde. Daarnaast beschikken wij over een uitgebreid netwerk aan fiets- en wandelpaden. Deze diversiteit zorgt ervoor dat onze gemeente aantrekkelijk is voor bezoekers. Naast diverse dorpen en landschappen heeft Rucphen een goed voorzieningenniveau. Sterke banden tussen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zorgen voor een gevoel van geborgenheid en saamhorigheid. Onze inwoners zijn behulpzaam en mantelzorg is vaak vanzelfsprekend. Hierdoor zijn wij een prettige gemeente om te wonen. Alle dorpen hebben minimaal een basisschool en een supermarkt. St. Willebrord, Sprundel en Rucphen hebben een uitgebreider voorzieningenaanbod, met meer winkels, horeca, sportfaciliteiten en medische- en culturele voorzieningen. Rucphen is een gemeente met veel ondernemers. Het midden- en kleinbedrijf vormt niet alleen de ruggengraat van onze economie, maar van de hele samenleving.
Hoewel de meerderheid van de werkende bevolking buiten de gemeentegrenzen werkt zorgt het midden- en kleinbedrijf voor veel werkgelegenheid voor de rest van de werkende bevolking. Naast handel, nijverheid en landbouw is recreatie een groeiende economische sector, met de Binnentuin als kloppend hart. Al deze sectoren bieden veel werkgelegenheid die goed aansluit bij het opleidingsniveau in onze gemeente.
11
Welke aandachtspunten heeft onze gemeente? Je kunt je alleen goed voorbereiden op de toekomst als je durft te zeggen wat extra aandacht nodig heeft. Ondanks het gevoel van saamhorigheid heeft Rucphen een bovengemiddelde opgave op sociaal terrein. Het welbevinden van onze inwoners is in veel opzichten lager dan gemiddeld in Nederland en West-Brabant. In Rucphen bewegen relatief veel mensen minder dan gezond voor ze is. Dit blijkt ook uit het lagere percentage inwoners dat lid is van een sportvereniging. Onze inwoners gebruiken gemiddeld ook meer tabak en alcohol en hebben vaker overgewicht, waardoor lichamelijke en geestelijke gezondheid vaak achterblijven. Dit is een van de redenen dat onze inwoners vaker dan gemiddeld niet werken en gebruik maken van hulpverlening en andere regelingen in het sociaal domein. Een ander aandachtspunt vormen de groen- en natuurwaarden in onze gemeente. Er is al veel verbeterd, maar we moeten de komende periode blijven investeren. Er is nog te weinig groen en het groen is te versplinterd aanwezig, dit zorgt ervoor dat de biodiversiteit beperkt is. Voor mensen betekent dit dat zij vaak niet in de buurt van aantrekkelijk groen wonen en onvoldoende worden geprikkeld om sportieve of sociale activiteiten in de buitenlucht te ondernemen.
Tenslotte zorgt klimaatverandering ervoor dat de kans op wateroverlast, verdroging en hittestress toeneemt en de biodiversiteit afneemt. Om deze gevolgen op te vangen en mogelijkheden te creëren om CO2 op te slaan, moet het groen- en natuurnetwerk worden uitgebreid en anders worden ingericht. Onze lokale economie en woningmarkt vragen extra aandacht. Ondanks de goede bereikbaarheid en arbeidsplaatsen die aansluiten bij het opleidingsniveau van de bevolking, is Rucphen niet direct in beeld als vestigingsplaats voor bedrijven. Dit komt onder andere door de beperkte aanwezigheid van kennis en ervaring (human capital) en het relatief lage aantal arbeidsplaatsen in verhouding tot het aantal inwoners. Verder sluit de woningmarkt onvoldoende aan op de vraag. Gemiddeld wordt de huishoudensgrootte steeds kleiner en zoeken steeds meer jonge mensen, arbeidsmigranten en andere bijzondere doelgroepen naar een woning in onze gemeente. Dit leidt tot minder beschikbare woningen, stijgende huizenprijzen, een tekort aan nieuwbouwwoningen en lange wachtlijsten voor huurwoningen.
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
Onze ambities!
3
3 Onze ambities Met onze gemeente, onze pluspunten, aandachtspunten en de veranderende wereld in ons achterhoofd kunnen we vooruitkijken naar Rucphen in 2040. Hoe zien onze dorpen er dan uit? Waar werken we? En hoe maken we elkaar ervan bewust dat we ons moeten voorbereiden op de toekomst? Wij beschrijven ons toekomstbeeld aan de hand van de volgende ambities: 1) Duurzaam samenleven 2) Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding 3) Prettig samenleven Duurzaam samenleven In 2040 zijn we ons bewust van het belang van duurzaam samenleven voor onze toekomst en die van volgende generaties. We zijn dan al hard op weg om helemaal energieneutraal te zijn. Onze dorpen zijn zo ingericht dat onze inwoners bijna geen overlast ondervinden van extremere weersomstandigheden. De veranderingen zullen vanuit de lucht duidelijk zichtbaar zijn. In vogelvlucht zal opvallen dat op de daken van woningen en bedrijven meer zonnepanelen liggen. De huurwoningen zijn door de corporatie verduurzaamd en particuliere eigenaren hebben eveneens de eigen woning geïsoleerd en wekken zonne-energie op. Verder valt op dat onze gemeente groener is geworden, er is meer biodiversiteit en meer water aanwezig. Met name de dorpen zijn sterk vergroend en kennen een duidelijke groenstructuur.
Als we weer geland zijn, zien we nog meer maatregelen die onze gemeente toekomstbesteding maken. Het straatbeeld is drastisch veranderd. Er is meer ruimte voor de fiets en het verkeer rijdt op een veilige manier door de gemeente. Veel auto’s rijden op schone energie. Er is meer groen en minder verharding aanwezig en het vuil- en regenwater zijn van elkaar gescheiden. Het regenwater is in waterpartijen te bergen en in groen te infiltreren. Er zijn verschillende afvalbakken voor verschillend afvalmateriaal, waardoor het afval gescheiden kan worden opgehaald. Hierdoor kan meer afval worden verwerkt tot nieuwe producten en is onze totale afvalproductie die vernietigd moet worden verminderd. Iedereen in de gemeente heeft razendsnel internet. De agrarische sector is veranderd. De sector produceert diervriendelijk en er is biologische gewassenteelt, hierdoor komen er minder afvalstoffen in het water en de lucht terecht. Door de duurzame en klimaatadaptieve inrichting van onze gemeente leven onze inwoners gezonder in een prettige woonomgeving en zijn onze ondernemers klaar voor de toekomst. Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding Onze gemeente is in 2040 een echte ondernemersgemeente. Het midden- en kleinbedrijf vormt nog steeds de ruggengraat van onze samenleving. Ze bieden banen die aansluiten bij de wensen van onze inwoners.
Daarnaast hebben wij een gevarieerd vrijetijdsaanbod en zijn daardoor goed vertegenwoordigd in de regio West-Brabant. Wij faciliteren ondernemers en ZZP’ers om financieel gezond te blijven. Soms in de vorm van directe steun, door bijvoorbeeld mee te werken aan uitbreidingsplannen of door het ondernemersklimaat te versterken. Denk aan het organiseren van netwerkbijeenkomsten en bereikbaar houden van bedrijfslocaties. In de dorpen zijn winkels en horeca aanwezig. Geclusterd in de dorpskernen dragen zij bij aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van de dorpen. Ondernemers nemen hun verantwoordelijkheid voor een veilig en gezond Rucphen. Verkeersoverlast, geurhinder, geluidsoverlast en stikstofuitstoot worden zoveel mogelijk beperkt.
Bewustwording is de sleutel tot duurzaam samenleven! Bewustwording draait om het krijgen van nieuwe kennis om een situatie beter te begrijpen. De Dikke van Dale geeft als definitie: “het inzicht krijgen in een situatie”. Het gaat dus om een leerproces. In het geval van duurzaamheid duurt bewustwording vaak relatief lang. Dit komt in de eerste plaats doordat wij allemaal ingesleten gedragspatronen hebben. Om ons ervan bewust te worden dat wij ons gedrag moeten aanpassen om ook in de toekomst prettig samen te kunnen blijven leven hebben wij niet alleen kennis nodig, maar ook tijd om te wennen aan een nieuw gedragspatroon. Omdat de effecten van ons gedrag in dit geval pas in de toekomst duidelijk waarneembaar zijn, is bewustwording extra moeilijk. De beschikbare kennis over de toekomst is namelijk minder concreet. Om bewustwording voldoende te vergroten is het belangrijk dat iedereen zo goed mogelijk wordt geïnformeerd: inwoners, ondernemers, onderwijsinstellingen én de overheid. Inwonersparticipatie, communicatie- en educatieplannen, en een laagdrempelige toegang tot kennis over duurzaamheid zijn allemaal manieren om het bewustzijn te vergroten dat we anders moeten gaan leven. Leven met een blik vooruit, een blik op de toekomst.
Wij maken in 2040 optimaal gebruik van ons aantrekkelijke landschap. De uitvoering van het groenbeleid is duidelijk zichtbaar en onze woonomgeving nodigt inwoners uit om naar buiten te gaan. Investeringen in de vrijetijdssector hebben geleid tot meer bezoekers én ruimere mogelijkheden voor onze inwoners en recreanten om te sporten, bewegen en recreëren. De horeca en detailhandel profiteren hiervan.
13
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
3
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Prettig samenleven Het aantal ouderen en jonge mensen dat in 2040 in onze gemeente woont is in balans. Hierdoor zijn de dorpen levendig en is een sterke bevolkingskrimp voorkomen. De extra aandacht die wij aan jonge mensen hebben gegeven zien we terug in de inrichting van de woonomgeving, het voorzieningenaanbod en de woningvoorraad. Levendigheid en een stabiele bevolkingsomvang betekenen dat we een gemeente zijn waar iedereen zich thuis voelt en niemand het gevoel heeft er alleen voor te staan. In 2040 heeft de gemeente zowel een sterk wandel- als fietsnetwerk. Wat opvalt is dat we constant door een aantrekkelijk groen landschap rijden. Het natuurnetwerk is uitgebreid en waardevolle natuur is met elkaar verbonden. Daarnaast zijn belangrijke cultuurhistorische landschaps- en groenelementen met elkaar verbonden in het cascolandschap. Hierdoor worden onze landschappen een beleving. Gevolg van deze inrichting, is meer biodiversiteit, meer CO2 opslag, minder hittestress, minder wateroverlast en gezondere en gelukkigere inwoners. In de dorpen is er voldoende onderwijsaanbod. Ieder kind kan in zijn of haar eigen dorp naar de basisschool of kinderopvang. In ieder dorp is een ontmoetingscentrum en ook het zorgaanbod is goed toegankelijk voor minder mobiele mensen. In 2040 voldoen we aan de woonbehoeften van jonge mensen en ouderen.
Dit komt door de nieuwe woningen die tot 2040 worden gebouwd en omdat leegstaande bedrijven en winkels zijn omgezet naar woningbouw. De woningvoorraad is flexibeler doordat er nieuwe woonvormen in de gemeente zijn gekomen. In hoofdstuk 4 leggen we uit hoe we deze ambities gaan verwezenlijken.
14
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
4 Hier gaan we voor!
4 Hier gaan we voor!
Aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden Vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen
Vanuit ons verleden en het heden hebben we drie ambities beschreven voor de toekomst van Rucphen rond 2040. Om deze ambities waar te maken hebben we onszelf doelen gesteld. Om deze doelen te halen hebben we prioriteiten gesteld. In iedere paragraaf lichten wij een doelstelling toe en geven we een overzicht van de prioriteiten die we hebben gesteld. Op figuur 5 zijn de ambities en doelstellingen weergegeven.
Verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren
Duurzaam samenleven
Prettig samenleven
Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren
Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding
Versterken van een aantrekkelijke woonomgeving Een aantrekkelijke gemeente voor jonge mensen zijn
Een omgeving die mensen uitnodigt om naar buiten te gaan en te bewegen
De groeiende groep oudere mensen voelt zich thuis in de gemeente
Door samenwerking worden de recreatieve mogelijkheden beter benut en uitgedragen
Woningvoorraad flexibeler maken om sneller te reageren op een veranderende woningbehoefte Figuur 5: De drie ambities en elf doelstellingen
16
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
4
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
4.1 Duurzaam samenleven 4.1.1 Aanpassen van de omgeving aan de veranderende weersomstandigheden Het beperken van CO2 uitstoot zal klimaatverandering verminderen, maar niet voorkomen. Het klimaat zal daarom in 2040 een stuk extremer zijn. Er zal vaker in korte tijd veel regen vallen en we krijgen te maken met lange perioden van hitte en droogte. Deze veranderingen zorgen ervoor dat de kans op overstromingen, wateroverlast, droogteschade en hittestress toeneemt. Dat levert risico’s op voor onze gezondheid, biodiversiteit, veiligheid en economie. Om deze risico’s te beperken moeten we de fysieke leefomgeving klimaatadaptief inrichten, zowel binnen onze dorpen, als in het buitengebied. Klimaatadaptieve maatregelen zijn goed te combineren met andere verbeteringen van onze leefomgeving. Door maatregelen te combineren zorgen we dat we zuinig omgaan met de beschikbare ruimte. Bestaande natuur- en groengebieden worden aangevuld en met elkaar verbonden. Deze groenstructuur biedt voldoende mogelijkheden om onze gemeente voor te bereiden op het extremere klimaat. Het zal worden ingericht om water langer vast te houden in tijden van droogte, water te bergen in tijden van overvloedige regenval en een stabiele grondwaterstand te realiseren.
Het verwijderen van verharding, toevoegen van waterpartijen en een zorgvuldige selectie van bomen en planten zijn voorbeelden van maatregelen die hiervoor ingezet kunnen worden. Daarnaast fungeert dit groennetwerk als koelte-structuur. Extra aandacht gaat hierbij uit naar plekken waar veel ouderen en jonge kinderen komen of waar vaak veel mensen bij
elkaar zijn. Alle maatregelen zijn erop gericht om de klimatologische omstandigheden in de gemeente zo stabiel mogelijk te maken. Deze voorspelbaarheid is in het bijzonder van belang voor de biodiversiteit en de landbouw. Het klimaatadaptief inrichten van onze groenstructuur zorgt voor een meer robuuste leefomgeving voor flora en fauna. Een stabiele grondwaterstand leidt binnen de landbouw tot een hogere opbrengst bij de oogst. Afbeelding 6 geeft voorbeelden van maatregelen die getroffen kunnen worden om de gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk te bepreken. Om zoveel mogelijk maatregelen te nemen moet het aanpassen van onze leefomgeving aan het veranderende klimaat een vanzelfsprekendheid worden. Bij nieuwe initiatieven vanuit onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties én bij het inrichten van de openbare ruimte moet altijd bekeken worden of er maatregelen getroffen kunnen worden.
Vooruit, anders voor elkaar! Het begrip duurzaamheid gebruiken we voor uiteenlopende zaken die te maken hebben met de bescherming van onze omgeving en ons leven in de nabije en verdere toekomst. Duurzaamheid is dus meer dan het beschermen van ons milieu; het gaat ook over mensen en dieren. Voor onze gemeente staat duurzaamheid voor verantwoordelijk omgaan met behoeften van huidige en toekomstige generaties en voor het nemen van besluiten met het oog op een toekomstbestendige gemeente. Wij willen economie, ecologie, leefbaarheid en veiligheid met elkaar in balans brengen. Hiervoor is het nodig dat we anders gaan denken. Bewustwording is de eerste stap naar verandering! Bewustwording is inzicht krijgen in een situatie. Beseffen dat er iets aan de hand is. Beseffen dat bepaalde besluiten en handelingen beter of anders kunnen. Beseffen dat je met sommige onderwerpen maar beter aan de slag kunt gaan. Bewustwording is een leerproces. Bewust betekent in feite ‘weten’. En wanneer we ons bewust zijn van ons handelen dan moeten we ook bereid zijn om ons handelen aan te passen. Prioriteiten: - Het structureel en goed informeren van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en het onderwijs. - Het opstellen van een educatie-, communicatieplan ter bevordering van de bewustwording.
- Wij gaan onze inwoners, het onderwijs en de ondernemers aansporen om werk te maken van duurzaamheid. - We gaan initiatieven van onze inwoners stimuleren en waar mogelijk ondersteunen en faciliteren. - We benutten netwerken en verbinden partijen en initiatieven. - We stimuleren ondernemers en organisaties om samen te werken aan een duurzame en circulaire economie in onze gemeente.
17
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
4
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
HERSTEL VAN HET NATUURLIJKE SYSTEEM
KLIMAATBESTENDIGE LANDBOUW waterberging
drainerende werking verminderen
klimaatbestendige gewassen
beregenen op maat (robotisering)
verhogen organisch stofgehalte bosvorming sloten dempen beekmoeras/ overstromingsvlaktes beschaduwing
AAN DE SLAG
slingeren
We gaan participatieprojecten verder uitbreiden, waardoor inwoners meer invloed krijgen op de manier waarop hun leefomgeving wordt aangepast aan het veranderende klimaat. Hiermee kan participatie ook een educatieve component hebben. Door samen met onze inwoners bijvoorbeeld de aanplant van een gedenkbos of CO2-bos mogelijk te maken of een wedstrijd tegelwippen te organiseren, ontstaan er mogelijkheden om educatie over natuur en klimaatverandering mogelijk te maken. De gemeente is verantwoordelijk voor het waterbeheer binnen de dorpskernen, terwijl het Waterschap verantwoordelijk is voor het waterbeheer in het buitengebied. Beide watersystemen zijn niet los van elkaar te zien. Daarom gaan wij de samenwerking versterken. Dit geldt bijvoorbeeld voor het inrichten van de overgangsgebieden tussen de dorpen en het buitengebied. In de vorm van dorpsbossen en landschapsparken zijn dit uitgelezen locaties om klimaatadaptatie te combineren met natuurontwikkeling of mogelijkheden voor onze inwoners om te bewegen en van de omgeving te genieten.
N VA EN
ED
EN
RB
AA
PN
OO
NL
VE
BO LO
Prioriteiten
OP herstel grondwaterstromen
KLIMAATADAPTIEVE STAD
bewust bodembeheer
ontstenen afkoppelen van regenwater
berging in straten + openbare ruimte
wadi’s
groene daken
DE
AF K N A L F
natuurlijke gewasbestrijding plantenfilters herstel beekprofiel
bufferzones
HERSTEL WATERKWALITEIT
Figuur 6: Impressie met voorbeelden van een klimaatadaptief ingerichte omgeving (Ronald van der Heide & STOWA)
18
1 2 3
1) We willen bewustwording creëren door inwoners, ondernemers, onderwijs en de overheid zo goed mogelijk te informeren over het aanpassen van hun woonomgeving aan het veranderende klimaat (zie kader op pagina 16). 2) We stimuleren onze inwoners om hun eigen omgeving te vergroenen, geschikt te maken voor biodiversiteit en hemelwaterberging 3) De samenwerking met het Waterschap wordt uitgebreid. 4) Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt bekeken welke maatregelen noodzakelijk zijn om het plan klimaatbestendig vorm te geven. Daarnaast wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden van het Waterschap.
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
4
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Prioriteiten
4.1.2 Vervangen van fossiele brandstoffen door alternatieve energiebronnen In 2040 hebben wij fossiele brandstoffen voor een groot deel vervangen door duurzame energie. In 2050 is dit ongeveer 95%. Om deze doelen te bereiken, maken wij een energie- en warmtetransitie door. Deze transities zijn uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant en de Transitievisie Warmte Voor onze gemeente is de Regionale Energie Strategie 2030 West-Brabant nader uitgewerkt in de Visie Zonne- en Windenergie. De warmtetransitie houdt in dat gas als warmtebron wordt vervangen door duurzame energie en dat wij in 2050 helemaal van het gas af zijn. De meeste huishoudens zijn nog in sterke mate afhankelijk van gas. Hier komt verandering in. Nieuwbouwwoningen worden niet meer aangesloten op gas en hebben dan ook een alternatieve warmtebron, zoals een warmtepomp. Verder hebben alle nieuwbouwwoningen en kantoren een schillabel A. Vanaf 2030 gaan we ook bestaande wijken aardgasvrij maken. Voor die tijd zijn er onvoldoende alternatieve warmtebronnen beschikbaar. Nu is alleen all-electric beschikbaar, terwijl dit energienetwerk een beperkte capaciteit heeft. Om woningen klaar te maken voor het afkoppelen van aardgas, zetten we in op betere isolatie en ventilatie in woningen en andere gebouwen. In 2030 moeten de bestaande woningen gemiddeld energielabel B hebben.
Verder kunnen tegen een relatief snelle terugverdientijd op grote
1. Zon op daken 2. Zon op restruimtes Bouwblok; bedrijventerreinen; geluidswallen/ -schermen; waterbassins; overhoeken en bermen 3. Zon op minder courante landbouwgronden 4. Zonnevelden
Figuur 7: zonneladder voor het kiezen van optimale locaties om
daken al zonnepanelen worden geplaatst. Wij stimuleren ondernemers, stichtingen en andere eigenaren van grote daken om van deze kans gebruik te maken. De verkeer- en transportsector stoot relatief veel CO2 uit. In 2020 was de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer met ongeveer 30% afgenomen ten opzichte van 1990. In 2050 is dit 60%. Op dit moment zijn er zes alternatieve energiebronnen: zon, wind, geothermie, restwarmte, biomassaverbranding en biogas. In onze gemeente kan, tot 2040, alleen zonne-energie, windenergie, biogas en biomassaverbranding worden toegepast. Omdat biomassaverbranding indirect alsnog tot veel CO2-uitstoot leidt en biogas voorlopig schaars is, vallen deze bronnen af. We gaan onze energieopgave op ons eigen grondgebied realiseren. Tot 2030 is in de huidige Regionale energietransitie (RES) voor onze gemeente niet voorzien in de opwekking van windenergie. De gemeenteraad heeft besloten tot 2030 niet af te wijken van de RES en niet mee te werken aan de opwekking van windenergie. Vanaf 2030 is de opwekking van windenergie technisch wel mogelijk. De energieopgave tot 2030 is 30 GWh en kan worden gehaald met zonneenergie op dak en op land. Zonnepanelen kunnen tot 2030 worden geplaatst op daken, in of nabij de bebouwde kom en langs de A58. Om een goede ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, wordt ieder initiatief langs de zonneladder gelegd (afbeelding…).
Voor de opgave na 2030 is daarbovenop 36 GWh windenergie nodig. Daarom wordt het toestaan van windenergie tegen die tijd heroverwogen. Mochten windmolenparken welkom zijn, dan worden ze alleen toegestaan in het buitengebied van Schijf en ten zuidoosten van Sprundel. Wij streven, bij het uitrollen van de energietransitie, naar zoveel mogelijk draagvlak onder onze inwoners. Met name windmolens stuiten nog steeds op verzet van omwonenden. Omdat windmolens per definitie hoog zijn, gaat het meestal om veel omwonenden. Wij vinden dat initiatieven voor de opwekking van zonne- en windenergie voor en met de samenleving moet worden gerealiseerd. De opbrengst moet zoveel mogelijk naar onze inwoners terugvloeien. Wij zullen initiatiefnemers verplichten om inwoners vroegtijdig bij de planvorming te betrekken. Enerzijds zorgt dit voor betrokkenheid, anderzijds kan de initiatiefnemer gebruikmaken van de lokale kennis en het initiatief hier eventueel op aanpassen.
1 2 3
1) We creëren bewustwording door inwoners, ondernemers, onderwijs en de overheid zo goed mogelijk te informeren over duurzame energiebronnen (zie kader op pagina 16). 2) De gemeente stimuleert inwoners milieubewuster te rijden door te informeren over elektrisch rijden en het delen van een auto en door te investeren in het fietsnetwerk. De fiets wordt daardoor een beter alternatief voor de auto. 3) Wij wijzen ondernemers op subsidies voor duurzame energieopwekking. Zoals de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) en de Regeling verlaagd tarief van de Rijksoverheid. 4) In ons omgevingsplan reserveren wij planruimte voor duurzame energieopwekking. 5) Bij initiatieven voor zonne- en windenergie hanteren wij de volgende uitgangspunten: - Initiatiefnemers starten vroegtijdig een omgevingsdialoog. Inwoners vormen hierbij een gelijkwaardige partij; - lusten en lasten worden eerlijk verdeeld. Waar de lasten groot zijn, vindt financiële compensatie plaats; - een initiatief voor een zonne- of windpark wordt als een integrale gebiedsontwikkeling benaderd; - voor zonneparken geldt dat tot 2030 in totaal niet meer dan 40 GWh opwekvermogen mag worden gerealiseerd; - na 2030 wordt het toestaan van windmolens heroverwogen.
Mocht windenergie welkom zijn dan worden de windmolens uitsluitend toegestaan binnen de twee zoekgebieden voor windenergie en solitaire windmolens zijn niet toegestaan; - voor zonne-energie wordt de systematiek van de zonneladder gevolgd (figuur 7). 6) Wij communiceren in een zo vroeg mogelijk stadium met onze netwerkbeheerder Enexis en andere initiatiefnemers in de regio over onze duurzaamheidsambities. Hierdoor is de capaciteit op tijd voldoende vergroot.
zonne-energie op te wekken.
19
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Circulair samenleven levert belangrijke voordelen op voor het klimaat en het milieu: - Bij afvalverbranding komt veel CO2 vrij, waardoor klimaatverandering verergert. Door minder weg te gooien, hergebruik en recycling wordt minder afval verbrand en werken we naar een circulaire economie toe; - we hebben minder grondstoffen nodig en omdat bij het delven van grondstoffen vaak milieuschade optreedt, leveren we met recycling een belangrijke bijdrage aan een beter milieu. Daarnaast scheelt het uiteindelijk geld, omdat grondstoffen steeds schaarser en dus steeds duurder worden; - er belandt minder afval in het water, het groen en op straat. Dit zorgt voor een beter milieu én een schone leefomgeving. Afvalinzameling is een zorgplicht van de gemeente. Daarom zorgen we ervoor dat afval gescheiden kan worden aangeleverd en zodanig in de productieketen wordt ingebracht dat zoveel mogelijk afval gerecycled kan worden. De opbrengsten van de afvalstromen zijn marktafhankelijk. Dit betekent dat de kosten voor afvalinzameling en de opbrengst van afvalmaterialen veranderlijk is. Hierover willen wij als gemeente goed communiceren met onze inwoners.
20
Grondstoffen
Economie met recycling
Circulaire economie
Grondstoffen Grondstoffen g
Productie
Gebruik
Restafval
Gebruik
Restafval
Recycling
Productie
Pr
tie uc od
In 2040 hebben wij onze afvalproductie drastisch beperkt en zijn we goed op weg om een circulaire economie te worden. We hebben dan alleen nog grondstoffen nodig om van het restmateriaal van oude producten, nieuwe producten te maken. Op figuur 8 is te zien hoe grondstoffen worden verwerkt in een lineaire economie, een economie waarbij recycling wordt toegepast en een volledig circulaire economie. Om hergebruik en recycling te bevorderen willen wij dat in 2024, 75% van het afval in onze gemeente gescheiden wordt.
Liniaire economie
yc ec lin
4.1.3 Verminderen van de afvalproductie en verbetering van afvalscheiding
R
4
G e bruik
Figuur 8: schematische weergave van de werking van een lineaire economie, economie met recycling en een circulaire economie
Prioriteiten
1 2 3
1) We creëren bewustwording door inwoners, ondernemers, onderwijs en de overheid zo goed mogelijk te informeren over het verminderen van de afvalproductie, afvalscheiding en hoe zij daar zelf aan kunnen bijdragen (zie kader op pagina 16). 2) We streven naar circulair bouwen, waarbij we bouwmaterialen gebruiken die hergebruikt of gerecycled kunnen worden.
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
4
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Prioriteiten
1 2 3
1) Wij streven ernaar, samen met de partners, alle bewoners mobiliteit op maat aan te bieden. Dit kan met openbaar vervoer of met een vorm van alternatief vervoer. Dit kan met openbaar vervoer of met een vorm van alternatief vervoer. 2) Waar mogelijk faciliteren wij het gebruik van deelauto’s. 3) Wij zorgen voor een goed aaneensluitend fietspadennetwerk, waarbij aandacht is voor de kwaliteit van de fietspaden en rustpunten.
4.1.4 Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleren Wat antwoorden mensen als je ze vraagt wat voor hen het belangrijkst is? De kans is groot dat zij een goede gezondheid noemen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeente kijken we daarom hoe we een gezonde en veilige leefomgeving kunnen waarborgen voor mens en dier. Gezondheid en infrastructuur De beschikbaarheid van elektriciteit, schoon water en de afvoer van vuil water zijn voor de meeste van onze inwoners een vanzelfsprekendheid. Dit is het echter niet. Omdat de infrastructuur ten behoeve van deze voorzieningen essentieel is voor onze gezondheid, blijven we prioritiet geven aan het onderhoud hiervan. Verder draagt een goede toegankelijkheid van dorpen en de mogelijkheid om naar omliggende dorpen en gemeenten te reizen bij aan een gezond leefklimaat voor jong en oud. Minder automobiliteit voorkomt uitstoot en lawaai en is beter voor het klimaat en de leefomstandigheden van dieren. We beseffen dat de ruimtelijke opzet van onze gemeente niet ideaal is om een uitgebreid openbaar vervoernetwerk op te zetten, daarom kiezen we voor maatwerk: openbaar vervoer op maat en fietsverbindingen tussen dorpen stimuleert het lopen en fietsen in de nabije omgeving. Daarmee draagt vermindering van het autogebruik op verschillende manieren bij aan een goede gezondheid van onze inwoners.
Fietspaden in zowel het buitengebied als de dorpen moeten goed te gebruiken zijn voor onze inwoners én recreanten. Waar nodig worden maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid te vergroten.
21
Naar een gezonde agrarische sector De provincie Noord-Brabant heeft de ambitie om tot de meest duurzame landbouwregio’s van Europa te gaan horen. Daarnaast is in 2015 het Brabant Energieakkoord gesloten, waarin is afgesproken dat de landbouw in Brabant uiterlijk in 2050 klimaat- en energieneutraal moet produceren. Om perioden met droogte en wateroverlast te voorkomen, willen wij de agrarische sector klimaatbestendig maken. De agrarische sector staat aan de vooravond van een transitie. Deze transitie heeft grote gevolgen voor de agrarische ondernemers in onze gemeente. Hoe de transitie eruit gaat zien is nog onbekend. Elke transitie biedt kansen. Het is van belang om gezamenlijk de kansen te verkennen en te bepalen hoe we de transitie zo vormgeven dat onze agrarische ondernemingen een gezonde toekomst hebben, terwijl gezondheidsrisico’s en afname van biodiversiteit worden voorkomen. Veilige leefomgeving Het onderwerp veilige leefomgeving gaat enerzijds over veiligheid in relatie tot milieu (externe veiligheid). Anderzijds gaat het ook over veiligheid in relatie tot criminaliteit. Bij alle ontwikkelingen in onze gemeente wordt rekening gehouden met externe veiligheid. In het bijzonder als het gaat om mensen die zichzelf bij een acute situatie minder snel in veiligheid kunnen brengen. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen en ouderen.
Om de veiligheid te vergroten kan het aantal mensen beperkt worden en kan het aantal vlucht en schuilmogelijkheden worden vergroot. Door ondermijning nemen criminaliteit en onveiligheid toe. Daarnaast kan het gezondheidsrisico’s opleveren als, bijvoorbeeld, drugsafval wordt gedumpt. Omdat leegstaande agrarische bebouwing vaak voor ondermijning wordt gebruikt, moet bij bedrijfsbeëindiging gestreefd worden naar een alternatieve invulling.
4) Bij het onderhoud van wegen proberen we ook uitvoering te geven aan ons beleid ten aanzien van groen en water. 5) Door het treffen van klimaatadaptieve maatregelen proberen wij de grondwaterstand in de dorpen en in het buitengebied stabiel te houden. Indien nodig door stuwen aan te leggen. 6) We ontmoedigen het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Uitlogende bouwmaterialen zijn materialen die bij erosie en slijtage vervuiling achterlaten in de omgeving. 7) We werken samen aan klimaatbestendige landbouw. Dit betekent CO2 reductie, meer ruimte voor waterberging, vermindering van de drainerende werking, verhogen van het gehalte organische stof, beregening op maat en het gebruik van klimaatbestendige gewassen en biologische gewasbescherming (zie figuur 6). 8) De landbouw transformeert de komende jaren. De gemeente faciliteert agrarische ondernemers om te komen tot duurzame en circulaire productie. 9) Bij alle ontwikkelingen in onze gemeente wordt rekening gehouden met externe veiligheid. 10) Leegstand wordt pro-actief aangepakt om ondermijning en verpaupering tegen te gaan. De gemeente denkt mee over nieuwe functies.
Omgevingsvisie - gemeente Rucphen
4
De omgevingsvisie van de gemeente Rucphen
Prioriteiten
4.2 Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding
1) Nieuwe bedrijvigheid faciliteren we op bedrijventerrein de Nijverhei, tenzij de bedrijvigheid niet passend is op een bedrijventerrein.
4.2.1 Het ontwikkelen van een gunstig ondernemersklimaat door ondernemers te faciliteren
2) Bij een verzoek om uitbreiding van bestaande bedrijven buiten de Nijverhei heeft verplaatsing naar de Nijverhei de nadrukkelijke voorkeur, tenzij de bedrijvigheid niet passend is op een bedrijventerrein.
Een goed functionerende lokale economie is essentieel voor een goed functionerende samenleving. In hoofdstuk 1 hebben we uitgelegd dat wij als gemeente in plaats van een regierol steeds vaker een faciliterende rol aannemen. Dit betekent dat ondernemers en particulieren zelf met oplossingen en ideeën naar de gemeente komen om het voorzieningenaanbod in stand te houden of uit te breiden en hun bedrijven te laten floreren. Omdat het initiatief meestal bij ondernemers en particulieren komt te liggen, kunnen de dorpen zich verschillend ontwikkelen. Dit is een bewuste keuze en is bedoeld om eigen initiatief te stimuleren. Uiteraard zorgen wij voor duidelijkheid en ruimtelijke en economische basiskwaliteit. Op het gebied van samenwerking, werklocaties en het levensvatbaar houden van winkels en horeca willen wij een faciliterende rol vervullen.
3) Vanwege de toegenomen vraag wordt de Nijverhei aan de oostkant uitgebreid met 2,4 hectare. Voor de lange termijn wordt aansluitend op de Nijverhei nog vijf hectare extra grond gezocht.
We willen onze economische positie versterken door samen te blijven werken. Economische ontwikkeling is op strategisch niveau neergelegd bij de regio West-Brabant. Deze samenwerking is bedoeld om positionering van de regio, coördinatie en belangenbehartiging samen op te pakken en meer voor elkaar te krijgen. Het bedrijfsleven heeft de hoofdrol binnen deze samenwerking. Daarnaast brengen we ondernemers in contact met andere organisaties, zoals bij het regionale project Werk aan Onderwijs. Op deze manier kunnen partijen kansen eerder herkennen en beter samenwerken. Het is de bedoeling dat ondernemers en onderwijs dit project in de toekomst voortzetten.
De Nijverhei is het centrale bedrijventerrein in de gemeente. Bedrijven die uit hun jasje groeien, of niet meer passen in dorpen of het buitengebied, kunnen zich hier vestigen. De Nijverhei moet zo intensief mogelijk worden benut. We breiden de Nijverhei uit en bieden ondernemers de ruimte om te werken aan de continuïteit van hun bedrijf. We bevorderen een veilige omgeving met een aantrekkelijke uitstraling voor ondernemers en bezoekers. Buiten de Nijverhei faciliteren wij een aan huis gebonden beroep en bedrijf. Uiteraard alleen als dit past binnen een goede woon- en leefomgeving. Nieuwe bedrijven zijn buiten de Nijverhei niet mogelijk, tenzij het gaat om bedrijvigheid die niet passend is op een bedrijventerrein. Bij uitbreiding van bestaande overige bedrijven heeft verplaatsing naar de Nijverhei de nadrukkelijke voorkeur. Met de nieuwe Omgevingswet is het mogelijk om lokaal strengere of soepelere milieueisen voor bedrijven te stellen. Om bedrijven niet te beperken maar ook de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen, worden de bestaande regels en rechten behouden en vertaald in het omgevingsplan. Ondernemers in de horeca en detailhandel hebben steeds meer concurrentie van omliggende grotere plaatsen, waar het aanbod groter is en vestigingen worden gebundeld.
Het toenemende aantal ouderen en afnemende aantal jonge mensen leidt ook tot ander gebruik van detailhandel en horeca. Creatieve oplossingen kunnen bijdragen aan het op peil houden van het horeca- en detailhandel aanbod. Ondernemers zouden zich, naast op inwoners, ook op recreanten kunnen gaan richten. Zoals een fietsenmaker die zich naast reparaties en verkoop ook op de verhuur van mountainbikes gaat richten. Initiatieven hiervoor dragen bij aan levendige dorpen.
22
1 2 3
4) Agrarische bedrijven en het buitengebied zijn met elkaar verbonden. Daar waar het kan, werken we mee aan uitbreiding (bijvoorbeeld teeltondersteunende voorzieningen). Uiteraard dient de ontwikkeling wel te passen in het landschap. 5) De bestemming van de kantorenstrook aan de noordzijde van de Nijverhei wordt verruimd zodat bedrijven hier gevestigd kunnen worden. Een bedrijfsverzamelgebouw behoort tot de mogelijkheden. Vanwege de zichtlocatie worden specifieke voorwaarden gesteld qua ruimtelijke kwaliteit. 6) Wij werken alleen mee als een nieuwe ontwikkeling past binnen het landschap. 7) Wij geven startende en kleinschalige ondernemers de kans om vanuit huis te werken, mits dit past binnen een goede woon- en leefomgeving. De regeling bedrijven en beroepen aan huis in de bestaande bestemmingsplannen biedt hiervoor de kaders. 8) De huidige regels en rechten op het gebied van milieu worden behouden en verwerkt in het omgevingsplan. Dit ter bescherming van de belangen van bedrijven en de omgeving. 9) Wij staan geen coffeeshop toe. Ook voor proeven rondom gereguleerde wietteelt is geen plaats in onze gemeente. 10) Winkels concentreren wij in de dorpscentra. Bestaande winkels buiten de dorpscentra kunnen beperkt uitbreiden, maar worden gestimuleerd om zich te vestigen in de dorpscentra. 11) De gemeente werkt niet mee aan de vestiging van (verspreide) grootschalige supermarkten.