CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020 Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 te Schijf

gemeenteraad 6 november 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 te Schijf35.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Vervolgens is een wijze a eoordeli g uitge erkt het stappe pla o tot ee zorg uldige, praktis he e u ifor e eoordeli g te komen of er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is. Op deze manier wordt gestreefd om in Brabant, totdat er meer duidelijkheid is over een toe te passen (wettelijk) beoordelingskader, dan wel dat zich andere ontwikkelingen voordoen, gezamenlijk tot een breed gedragen werkwijze te komen die recht doet aan het belang van de volksgezondheid voor de burgers in de provincie. Inmiddels is de handreiking van maart 2016 geactualiseerd in de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. In het stappenplan zijn aspecten meegenomen in de afweging of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is in principe ook te gebruiken voor ruimtelijke plannen. In het stappenplan wordt onder andere getoetst aan de aspecten geur en fijnstof zoals deze staan beschreven in paragraaf 4.4.3 en 4.4.6. Daarnaast wordt er aan de hierboven benoemde afstanden getoetst of er binnen deze afstanden bepaalde veehouderijen zijn gelegen. Beoordeling Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 45 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De planlocatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 is niet gelegen binnen een cirkel van 2 km van een geitenhouderij of binnen een cirkel van 1 km van een pluimvee. Daarnaast laat het onderhavig bestemmingsplan overigens geen nieuwe ontwikkelingen toe in de vorm van meer of ander type veehouderijen dan reeds in het vigerend bestemmingsplan bestemd die eventueel zouden kunnen bijdragen aan een verslechtering van het bestaande gezondheidsklimaat ter plaatse van de planlocatie. Het betreft het toevoegen van twee woningen. De ontwikkeling op de planlocatie kent een beperkte omvang. In het voorliggend bestemmingsplan zij de gezo dheidsrisi o s aar er a hti g iet groot. Er is gee sprake van een hoge concentratie van veehouderijen in de directe omgeving. Daarnaast spelen de grootste gezo dheidsrisi o s ij de i te sie e eehouderije . De estaa de i te sie e eehouderije he e i het vigerende bestemmingsplan slechts beperkt de ruimte om uit te breiden, namelijk alleen binnen hun geldende bouwvlak. Gezondheid en duurzame ontwikkeling zijn daarbij belangrijke voorwaarden, die al in de BZV zijn verwerkt. Ook voor de melkveehouderijen geldt dat deze moeten voldoen aan de BZV. In geval van twijfel over e e tuele gezo dheidsrisi o s ordt de Ha dreiki g eehouderij e olksgezo dheid a het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht gehanteerd en de daarin opgenomen stappenplan.

De ontwikkeling op de planlocatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 kent een beperkte omvang. Alles in ogenschouw nemende en de ruime afstand tot aan de bedrijven wordt het toevoegen van één woning op de planlocatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening passend geacht. 4.4.6

Externe veiligheid

E ter e eiligheid heeft etrekki g op de risi o s oor perso e te ge olge a het ge ruik a de infrastructuur of het uitvoeren van activiteiten, waarbij het voornamelijk gaat om de gevaren die de directe omgeving loopt, als er iets mis gaat bij de productie, de behandeling en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een risico inventarisatie externe veiligheid betreft alle risicobronnen die invloed hebben of kunnen hebben op het groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, transportleidingen en autowegen die gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In een verantwoording groepsrisico wordt door het bevoegd gezag (De Gemeenteraad) de aanwezige risicobronnen beschouwd en verantwoord.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 46 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 19: Zone indeling standaard verantwoording groepsrisico

Inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt dat de planlocatie niet in een invloedsgebied ligt van een Bevi-bedrijf, waardoor het Bevi niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied. Transportassen Beoordeli g a de risi o s eroorzaakt door het er oer a ge aarlijke stoffe o er het spoor, het ater e de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage 2, 3 en 4 van het Bevt zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar.

Voor het Basisnet Weg geldt dat daar aar i de ta el a ijlage a het Be t de afsta d is er eld het plaatsge o de risi o vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Op basis van figuur 19 blijkt dat de locatie is gelegen binnen een risicorelevante transportas, namelijk een transportroute over de Roosendaalsebaan. De Roosendaalsebaan valt onder het Bevt (Besluit Externe Veiligheid transportroutes). Op grond van de Bevt dient voor ontwikkelingen binnen 200 meter van een weg waarover een (significant) transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, het groepsrisico te worden bepaald en verantwoord. In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De Roosendaalsebaan heeft geen PR 10-6 contour. Van een plaatsgebonden risicocontour is geen sprake wanneer de jaarintensiteit aan GF3 kleiner is dan 500. Op alle wegen in gemeente Rucphen is de jaarintensiteit GF3 lager dan 500 transporten. Het bepalen van het plaatsgebonden risico is niet van toepassing.

Toetsing groepsrisico Toetsing oriëntatiewaarde Er vindt over de Roosendaalsebaan geen vervoerstroom plaats van gevaarlijke stoffen in tankwagens die stoffen bevatten uit de categorieën LT3, GT4 of GT5. Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit categorie GF3 betreft 90 transporten GF3 per jaar, volgens Transportroutes gevaarlijke stoffen in de gemeente Rucphen. De afstand van de as van de weg tot de woning aan de Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 is circa 24 meter. De personendichtheid bedraagt <60 personen per hectare (volgens GIS-model behorende bij rapportage Vervoer Gevaarlijk Stoffen, actualisatie 2017-2018, gemeente Rucphen). Uit tabel 1-7 (2 –zijdige bebouwing) a het HA‘T lijkt dat de dre pel aarde 37 is ij ee afsta d tot de as a de eg a 20 meter. Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. De GF3 bedraagt 90 transporten, dit is minder dan 10 maal de drempelwaarde van 370. Hiermee wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico voor het plangebied niet overschreden.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 47 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde Er vindt over de Roosendaalsebaan geen vervoerstroom plaats van gevaarlijke stoffen in tankwagens die stoffen bevatten uit de categorieën LT3, GT4 of GT5. Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit categorie GF3 bedraagt 90 transporten GF3 per jaar, volgens Transportroutes gevaarlijke stoffen in de gemeente Rucphen. Uit tabel 1-7 (2 –zijdige bebouwing) van het HART blijkt dat de drempelwaarde 240 is. Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in tabel 1-7 wordt 10 % van de oriëntatiewaarde niet overschreden. De GF3 bedraagt 90 transporten, dit is minder dan de drempelwaarde. De 10 % van de oriëntatiewaarde wordt niet overschreden. Samenvatting Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, risicorelevante transportassen of risicorelevante buisleidingen in de buurt zijn gelegen, is de signaleringskaart externe veiligheid van de gemeente Rucphen geraadpleegd. De planlocatie ligt in het blauwe gebied (invloedsgebied transport) op de risicokaart, zoals te zien is in figuur 19. Er is getoetst aan de vuistregels conform de Handleiding risicoanalyse transport. Er kan voldaan worden aan de vuistregels, een nadere berekening naar het risico is niet benodigd. Er is geen overschrijding van het groepsrisico externe veiligheid.

Transportleidingen Wanneer sprake is van relevante buisleidingen in een gebied, dient er een ruimtelijke reservering opgenomen te worden in het bestemmingsplan voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (GR). Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10- 6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval bekeken worden. De voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt minimaal 5 meter aan beide zijden van de leiding. Uit de risicokaart Nederland blijkt dat er op een afstand van circa 1,1 kilomter ten zuiden een gasleiding is gelegen. Op basis van figuur 19, kaart )o e i deli g sta daard era t oordi g groepsrisi o lijkt dat de planlocatie niet is gelegen in een gebied waarvoor een nadere motivatie ten aanzien van transportleidingen is benodigd. 4.4.7

Kabels en leidingen

In de directe nabijheid van de locatie, is een buisleiding (gasleidingen) gelegen, welke realisatie van de nieuwe woning niet kan belemmeren. Middels een KLIC- melding zullen de overige kabels en leidingen in beeld gebracht worden. 4.4.8

Flora en Fauna

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen wettelijk beschermde dieren en plantensoorten in hun algemeenheid of wettelijk beschermde gebieden in het geding zijn. Om de natuurwaarden van de projectlocatie te kunnen beoordelen moet er getoetst worden aan hetgeen beschreven staat in de Wet natuurbescherming. Daarnaast is het beleid aangaande het Natuurnetwerk van belang. Gebiedsbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden activiteiten te verrichten die leiden tot aantasting van wettelijk beschermde soorten en van hun voortplantingsplaats, vaste rustplaats of vaste verblijfplaats. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van gebieden die om hun ecologische waarde beschermd moeten worden. Daaronder vallen onder andere de zogenaamde Natura 2000 gebieden. De planlocatie ligt niet in een speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming of binnen het Natuurnerwetk Nederland / EHS. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op Nederlands grondgebied ligt op een afstand van 11,6 km, dit etreft de Bra a tse Wal . Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op Belgisch gro dge ied etreft De Maatjes, Wuust ezelheide e Groot “ hiet eld , gelege op ee afsta d a ir a , kilometer van de planlocatie.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 48 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Om de stikstofdepositie die de ontwikkeling met zich mee brengt te kunnen berekenen, is gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS Calculator. Uit de stikstofdepositieberekeningen (bijlage 7) volgt dat er geen Natura 2000 gebieden zijn waarvoor de drempelwaarde van 0,0 mol/ha/jaar wordt overschreden. In de berekening wordt geen depositie getoond, omdat deze lager is dan 0,0 mol/ha/jaar. Daarnaast worden er geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/NNB aantasten gelet op de aard en schaal van de voorgenomen ingrepen. Een toetsing aan het NNN/NNB-beleid wordt niet noodzakelijk geacht. De planlocatie is niet gelegen binnen de Groenblauwe mantel. Op basis van de aard van de voorgenomen ingreep en planontwikkeling kunnen overtredingen met betrekking tot de Groenblauwe mantel uitgesloten worden. Beschermde soorten Door Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek is op 23-08-2021 een ecologische quickscan uitgevoerd om aanwezige beschermde natuurwaarden in beeld te brengen en mogelijke effecten daarop in beeld te brengen. Bepaald is of de ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000 gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland, speciale provinciale beschermingszones en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming en aanvullend de gemeentelijk AVP zijn beschermd.

Natura 2000 gebieden Negatieve effecten op een Natura 2000 gebied die tot kwaliteitsverlies en overschrijding van de gestelde drempelwaarden betekenen kunnen op basis van de door de Rijksoverheid overheid gestelde normen wat betreft omvang en ligging van de projectontwikkeling en de door de Belgische overheid gestelde drempelwaarden wat betreft stikstofdepositie, geheel uitgesloten worden.Het meest dichtbij gelegen Nederla de Natura ge ied etreft Bra a tse Wal , gelege op ee afsta d a ir a , kilo ter a de pla lo atie. Het eest di ht ijgelege Belgis he Natura ge ied etreft De Maatjes, Wuust ezelheide e Groot “ hiet eld , gelege op ee afsta d a ir a , kilo ter a de pla lo atie. Gelet op de eperkte omvang van het project en de afstand tot de Natura 2000 gebieden wordt een AERIUS-berekening en toetsing aan de Natura 2000 wetgeving daarom niet noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland Effecten die de wezenlijke waarden en kenmerken van NNB-gebied aantasten of van negatieve invloed op de waterhuishouding binnen NNB-gebied kunnen geheel uitgesloten worden. Een toetsing aan het NNN/EHSbeleid wordt niet noodzakelijk geacht. Groenblauwe mantel Door de ligging van het plangebied buiten de landschappelijke provinciale beschermingszone van Groenblauwe mantel kunnen overtredingen van de Interim omgevingsverordening NB uitgesloten kunnen worden.

Soortenbescherming Het is in theorie mogelijk dat op de locatie dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijnen voorkomen of dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming. Door Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek is op 23 augustus 2021 een Ecologische Quickscan uitgevoerd. Het rapport is als afzonderlijke bijlage (bijlage 4) toegevoegd. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt kortheidshalve verwezen naar het rapport in de afzonderlijke bijlage (bijlage 4). Soortgroep van vaatplanten Negatieve effecten op beschermde plantensoorten en groeiplekken kunnen uitgesloten worden. Soortgroep van beschermde zoogdiersoorten (grondgebonden) Negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfplekken van beschermde landgebonden zoogdiersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt worden binnen de invloedsfeer van de ingrepen niet verwacht, noch aantasting van beschermd functioneel leefgebied voor de instandhouding van jaarrond beschermde verblijfplekken. Kleine beschermde zoogdieren waarvoor een vrijstelling en alleen de zorgplicht geldt kunnen nooit geheel uitgesloten worden. Voor deze soorten en eventueel schuilende kleine marterachtigen en konijnen dient uitsluitend de zorgplicht in acht worden genomen.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 49 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Soortgroep van beschermde zoogdiersooren (vleermuizen) Tijdens het veldbezoek werden geen vaste verblijfplekken en geschikte verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen geconstateerd. Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet verwacht en daarmee geen negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfsplaatsen van vleermuizen. Noch aantasting van elementen binnen het functioneel leefgebied die van essentieel belang kunnen zijn voor de staat van instandhouding van de lokale populaties en verblijfplekken. Soortgroep van soorten die beschermd zijn middels de Vogelrichtlijn Binnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan worden op basis van het veldbezoek geen negatieve effecten verwacht op nesten en verblijfplaatsen van vogels die wettelijk als jaarrond beschermd kunnen worden aangemerkt. Soortgroepen van reptielen, amfibieën en vissen Negatieve effecten ten gevolge van de voorgenomen herontwikkeling op beschermde reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt en hun leefgebied worden niet verwacht. Wel dient bij het aantreffen van een aantal beschermde amfibieën waarvoor een vrijstelling geldt de zorgplicht in acht worden genomen indien deze aangetroffen worden.

Soortgroepen van ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, slakken en kreeften) Op basis van hun zeldzaamheid en hun specifieke habitatvereisten worden geen beschermde soorten uit deze soortgroep verwacht. Negatieve effecten op soorten uit deze groepen en hun leefgebied kunnen daarom geheel uitgesloten worden. Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming of kapvergunning plichtig kunnen zijn. Conclusie Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming, blijkt dat bij uitvoering van de ingreep geen negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. In algemene zin moet de Zorgplicht wel in acht worden genomen. Deze zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat het broedseizoen de periode van half maart tot half juli is.

Ten aanzien van de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden, Nationaal Natuurnetwerk (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), Provinciaal Natuurbeheerplan/Provinciale Natuurvisie), worden geen negatieve effecten verwacht op de kwantiteit en kwaliteit van deze gebieden. 4.5

Planbeschrijving

4.5.1

Situering

Op de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 worden twee nieuwe ruimte voor ruimte woningen opgericht. De woningen worden in het bestaand bebouwingslint gesitueerd en ontsloten aan de Roosendaalsebaan. Kavel 1 heeft een frontbreedte van circa 37 meter. De woning is aan te merken als indivuele bouw. De woning dient op minimaal 15 meter uit het hard van de weg te liggen. Hierop is het bouwperceel afgestemd. Kavel 1 heeft een perceel van circa 2.869 m2.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 50 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Kavel 2 heeft een frontbreedte van circa 35 meter. De woning is aan te merken als indivuele bouw. De woning dient op minimaal 15 meter uit het hard van de weg te liggen. Hierop is het bouwperceel afgestemd. Kavel 2 heeft een perceel van circa 2.653 m2. In de onderstaande figuur 20 is de situering van de woningen inclusief bijbehorend bijgebouw indicatief weergegeven op de twee kavels. 4.5.2

Uitgangspunten bouwregels

Voor het realiseren van de ruimte voor ruimte woningen dienen de woningen aan een aantal bouwregels te voldoen, de bouwregels worden opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. De uitgangspunten zijn: ▪ de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt minimaal 1.000 m²; ▪ de breedte van het bouwperceel bedraagt minimaal 30 meter; ▪ de voorgevelbreedte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 20 meter; ▪ de afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; ▪ de afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m; ▪ maximale woninginhoud 1.000 m³; ▪ maximale goothoogte hoofdgebouw van 5,5 meter; ▪ maximale nokhoogte hoofdgebouw van 9 meter; ▪ de dakhelling bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; ▪ (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan tot een gezamenlijk maximum van 100 m²; ▪ maximale goot- en nokhoogte van bijgebouwen respectievelijk 3,5 en 6 meter. ▪ de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn van de woning bedraagt minimaal 1 m; ▪ de afstand tussen gebouwen onderling, indien deze niet aaneengesloten zijn gebouwd, bedraagt minimaal 3 m.

Figuur 20: Situering woning op perceel (indicatief)

4.5.3

Beeldkwaliteit

De gemeente acht zich mede verantwoordelijk voor de zorg voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Aandacht voor beeldkwaliteit wordt dan ook bij de uitwerking van dit plan van wezenlijk belang geacht. In algemene termen betreft de beeldkwaliteit alle aspecten, welke van invloed zijn op de voorstelbaarheid en Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 51 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

beleving van de ruimtelijke omgeving. De beeldkwaliteit van de ruimte voor ruimte woningen dienen aan een bepaalde kwaliteit te voldoen. De eisen aan de beeldkwaliteit dienen als kader voor de welstandstoets. Passendheid in het landschap Het belangrijkste criterium is dat de woning past in het landschap. Er zijn 2 aspecten waarin dit tot uitdrukking dient te komen: 1. De situering en de vormgeving van de woning, de kavel en de tuin dienen het landschap, de directe omgeving, maar ook elkaar te versterken. 2. De keuze van de architectuur en het materiaalgebruik van de woning, maar ook de vormgeving en beplanting van de tuin dienen aan te sluiten op het betreffende landschap. Typologie De huidige typologie van nagenoeg alle bestaande burgerwoningen aan de linten in het buitengebied is hierbij maatgevend. In het gehele buitengebied treft men burgerwoningen aan die bestaan uit slechts één of anderhalve bouwlaag met een kap. Architectuur Bij voorkeur wordt gestreefd naar het realiseren van architectuur afgestemd op de directe omgeving. Bij voorkeur worden de gevels opgetrokken uit baksteen of hout. Typologie en architectuur tuin Vertui i g a het plattela d die t te orde oorko e . Daaro is het opstelle a ee tui o t erp verplicht. In het tuinontwerp wordt duidelijk dat de tuin door een landschappelijke erfbeplanting dient te zijn ingepast in het omringde landschap.

Aan beide zijdelingse perceelgrenzen dient een opgaande beplantingsstrook van minimaal 5 meter te worden voorzien. Verder heeft de gemeente in het principebesluit bepaald dat aan de voorzijde, om het karakter van de Roosendaalsebaan te versterken, enkele landschapsbomen dienen te worden aangeplant. Er dient streekeigen inheemse beplanting te worden toegepast. De voortuin dient daarnaast voor 60% uit groen te bestaan. Stedenbouwkundige randvoorwaarden Voor de woning geldt de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden: ▪ 1 of anderhalve bouwlaag met kap; ▪ bij voorkeur langskap toepassen; ▪ het bijgebouw dient ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw; ▪ het bijgebouw dient te worden voorzien van een zadeldak. 4.5.4

Landschappelijke inpassing

De nieuwe ruimte voor ruimte woningen dienen te passen in het landschap. Door middel van situering en vormgeving van de woningen, de kavels en de tuinen wordt het landschap en de directe omgeving versterkt. Ook van belang is de keuze van architectuur en het materiaalgebruik van de ruimte voor ruimte woningen, maar ook de vormgeving en beplanting van de tuinen dienen aan te sluiten op het landschap. Voor passendheid in het landschap dient een beplantingsplan te worden ingediend. De twee ruimte voor ruimte kavels dienen als één locatie in het kader van landschappelijke inpassing worden beschouwd, om versnippering in uitwerking te voorkomen. Op de planlocatie worden de landschapselementen struweelhaag , la ds haps oo als solitair en in o e rij , e K ip- scheerheg toegepast. De knip en scheerheg wordt voorzien aan de noordelijke kavelgrens en aan de zuidelijke kavelgrens. Dit niet alleen om de perceelsgrenzen aan te geven maar ook om de privacy te waarborgen. De landschapsbomen in bomenrij worden voorzien aan de voorzijde van de twee kavels. Hiermee wordt de verbindende functie van de Roosendaalsebaan binnen de bomenstructuur verder geaccentueerd. Doordat de architectuur en de situering van de woning nog niet bekend zijn, zullen de percelen worden ingericht naar eigen voorkeur, waarbij rekening moet worden gehouden dat de voortuinen 60% uit groen moeten bestaan.

In bijlage 1 van de regels is de landschappelijke inpassing bijgevoegd, kortheidshalve wordt voor de landschappelijke inpassing naar bijlage 1 van de regels verwezen.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 52 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Voor de landschappelijke inpassing is tevens aansluiting gezocht met de landschappelijke van het wijzigingsplan Roosendaalsebaan 24. Zo worden de landschapsbomen in bomenrij op de planlocatie aan de noordzijde doorgetrokken op het perceel van de Roosendaalsebaan 24. Daarnaast wordt de struweelhaag van de landschappelijke inpassing aan de Roosendaalsebaan 24 doorgetrokken in de landschappelijke inpassing van de Roosendaalsebaan ong. tussen nummer 20 en 24. In onderstaand figuur zijn beide landschappelijk inpassingen naast elkaar weergegeven.

Figuur 21: landschappelijke inpassingen Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 en Roosendaalsebaan 24

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 53 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Algemeen

Het o derha ige este i gspla is, i a olgi g a het igere de este i gspla e Buite ge ied ‘u phe , uitge erkt. I de regels ehore de ij de o derha ige herzie i g, is zo eel ogelijk aa sluiti g gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in dat plan is gehanteerd. In paragraaf 5.2 zal een algemene toelichting van de verbeelding worden gegeven. Daarna wordt in paragraaf 5.3 een algemene toelichting van de regels beschreven. 5.2

Algemene toelichting verbeelding

De er eeldi g is geteke d uitgaa de a het rapport Digitaal Uit issel are ‘ui telijke Pla e DU‘P) en het rapport “ta daard Vergelijk are Beste i gspla e “VBP . Hierdoor ordt het ogelijk et toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemming omschrijvingen en de bouwregels te vinden. Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied op de verbeelding waarvoor de mogelijkheden om te bebouwen in de bestemmingsregels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden op de verbeelding doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering en/of functie. Aanduidingen De letteraanduidingen van de bestemmingen zijn ingetekend in het bestemmingsvlak. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn aangegeven door aanduidingen. Als deze specificaties op het hele bestemmingsvlak van toepassing zijn, staan deze aanduidingen achter de bestemmingsaanduiding in het bestemmingsvlak. 5.3

Algemene toelichting regels

De regels zij ge aseerd op het rapport “ta daard Vergelijk are Beste i gspla e “VBP a . Hieri zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 5.3.1

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 54 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

5.3.2

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen - Landschapselement De gro de et de este i g Groe - La ds hapsele e t zij este d oor de i sta dhoudi g a natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen. Daarnaast voor landschappelijke inpassing, extensief recreatief gebruik, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bijbehorende wegen, paden en verhardingen en andere tot de bestemming horende voorzieningen. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. In de regels zijn specifieke gebruiksregels opgenomen. Artikel 4 Wonen De oor Wo e aa ge eze gro de zij este d oor o e , et per o i g de huis esti g a éé huishouding, wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten diensten van de bestemming. In de regels is bepaald dat woningen dienen te worden opgericht in het op de plankaart aangegeven bouwvlak. Ook zijn regels gegeven voor het plaatsen van bouwwerken geen gebouwen zijnde en bijgebouwen. Artikel 5 Waarde – Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding, bescherming en het behoud van archeologische waarden of verwachtingswaarden. 5.3.3

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels gegeven ten behoeve van de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Artikel 11 Algemene procedureregels In dit artikel zijn de algemene procedureregels opgenomen voor het afwijken van het bestemmingsplan, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, wijzigingsbevoegdheid en de nadere eisen. Artikel 12 Overige regels In dit artikel is de landschappelijke inpassing door middel van een voorwaardelijke verplichting vastgelegd. 5.3.4

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 13 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 55 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 14 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 56 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling op de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen nr. 20 en 24 is een particulier initiatief. De in deze toelichting beschreven ontwikkeling zullen dan ook volledig vanuit particulier initiatief gerealiseerd en gefinancierd worden. Het gehele terrein is particulier eigendom. Investeringen vanuit de gemeente zijn derhalve niet noodzakelijk. 6.2

Omgevingsdialoog

Er is met de omwonenden een omgevingsdialoog gevoerd. In verband met de privacy is de omgevingsdialoog geanonimiseerd en is deze versie toegevoegd als bijlage (bijlage 6) aan onderhavig plan. Nadat de zienswijzen bekend waren aan initiatiefnemer en het plan daarop is aangepast is initiatiefnemer nog langs geweest bij de bewoners aan de Roosendaalsebaan 7. Dit is niet meegenomen in het verslag van de omgevingsdialoog. Bij dit gesprek, welke heeft plaatsgevonden op 16 juli 2024, is het aangepaste plan besproken en is gevraagd of zij het zo eens zijn met de ontwikkeling. De bewoners van de Roosendaalsebaan 7 gaven aan dat ze niets tegen de intiatiefnemers heeft die dit hebben opgezet maar ze zijn tegen het hele Ruimte voor Ruimte beleid. Ze gaven aan dat zo heel het uitzicht van het buitengebied weg gaat. Hierover willen de bewoners ook nog in gesprek gaan met de gemeente. Wel gaven ze aan dat ze blij waren dat initiatiefnemers nog langs waren geweest om dit met hen te bespreken. 6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gepleegd met het waterschap, diensten van het rijk en provincie die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en eventueel andere gemeenten. Het plan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant. ▪ Waterschap Brabantse Delta. ▪ Brandweer Midden- en West-Brabant. Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft een advies uitgebracht voor de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf. De provincie geeft aan dat er aansluiting gezocht dient te worden naar het plan Roosendaalsebaan 24 te Schijf. Voornamelijk op het gebied van landschappelijke inpassing. In onderhavig bestemmingsplan is deze aansluiting omschreven. Waterschap Brabantse Delta Het Waterschap Brabantse Delta geeft aan dat het plangebied wel ligt in een grondwaterbeschermingsgebied in tegenstelling tot wat in het bestemmingsplan wordt vermeld, de locatie ligt namelijk in een 25-jaarszone. Daarnaast wordt er verwezen naar een oud waterbeheerplan. Onderhavig bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van dit vooroverleg. Brandweer Midden- en West-Brabant De Brandweer Midden- en West-Brabant heeft een advies uitgebracht voor de locatie Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf.

De Brandweer geeft aan geen opmerkingen te hebben op het vooroverleg. Het vooroverleg heeft niet geleid tot aanvullingen of aanpassingen.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 57 van 58

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

6.3.2

Ontwerp

Het o t erp este i gspla Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf heeft van donderdag 21 december 2023 tot en met woensdag 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Tijdens de terinzagelegging van zes weken is iedereen de mogelijkheid geboden om zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze naar voren te brengen. Er zijn in totaal 3 zienswijzen ingediend. De Nota van Zienswijzen is als afzonderlijke bijlage toegevoegd (bijlage 9). Kortheidshalve wordt hierna toe verwezen. 6.3.3

Vaststelling

Het astgesteld este i gspla Buite ge ied ‘u phe , ‘oose daalse aa o g. tusse e te “ hijf ordt oor ee ieder ter i zage gelegd oor ee periode a zes eke i het ‘aadshuis a de gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar.

Bestemmingsplan toelichting 202280 I 27-08-2024

Pagina 58 van 58

Regels

Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf Planstatus: Datum: Plan identificatie:

definitief 2024-08-12 NL.IMRO.0840.9000B0072-DEF01

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels .................................................................................................................... 3 Begrippen ................................................................................................................................. 3 Wijze van meten .................................................................................................................... 11

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels .............................................................................................................. 13 Groen - Landschapselement .................................................................................................. 13 Wonen .................................................................................................................................... 14 Waarde – Archeologie ............................................................................................................ 16

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels ................................................................................................................... 21 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................ 21 Algemene bouwregels............................................................................................................ 21 Algemene gebruiksregels ....................................................................................................... 22 Algemene aanduidingsregels ................................................................................................. 23 Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................... 25 Algemene procedureregels .................................................................................................... 27 Overige regels ........................................................................................................................ 27

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 28 Overgangsrecht ...................................................................................................................... 28 Slotregel ................................................................................................................................. 28

Bijlagen Bijlage 1

Landschapsplan

Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 2 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan ´Buitengebied Rucphen 2020, Roosendaalsebaan ong. tussen 20 en 24 te Schijf met identificatienummer NL.IMRO.0840.9000B0072-DEF01 van de gemeente Rucphen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf; 1.5 antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.6 archeologisch deskundige een door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het advies of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); 1.7 archeologisch onderzoek onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm

Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek); 1.8 archeologisch rapport rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); 1.9 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten; 1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingsconcentratie een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster; 1.13 bebouwingslint een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg in het buitengebied, doorgaans dubbelzijdig aanwezig, met geringe afstanden tussen bouwkavels, veelal met een historisch gegroeide menging van kleinschalige niet-buitengebiedgebonden functies; Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 3 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.14 bed and breakfast een kleinschalige overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf (maximumverblijfsduur zes aaneengesloten nachten) met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis. Hieronder wordt niet verstaan een overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Aanverwante voorzieningen, zoals speeltuintjes, stallingen, detailhandel, horeca en dergelijke zijn niet toegestaan; 1.15 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis daaronder niet begrepen; 1.16 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, een agrarisch bedrijf, een kantoor, een detailhandelsvoorziening, een horecavoorziening, een maatschappelijke voorziening, een voorziening voor cultuur en ontspanning, een maatschappelijke voorziening, een dag- of verblijfsrecreatieve voorziening of een sportvoorziening; 1.17 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die dient voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting

daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht; 1.18 behoudsmaatregelenplan document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien; 1.19 beperkingen veehouderij gebied waar de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn beperkt; 1.20 bergbezinkbassin ondergrondse voorziening om rioolwater te laten bezinken; 1.21 beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van bedrijvigheid waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door de bewoner van de woning als ondergeschikte activiteit in de woning of in een bijbehorend bouwwerk bij de woning wordt uitgeoefend; 1.22

bestaand bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, mits dat bouwwerk legaal tot stand is gekomen, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, mits dat gebruik legaal tot stand is gekomen, tenzij in de regels anders is bepaald; a.

1.23 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.24 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 4 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.25 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.26 bijgebouw een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.27 boringsvrije zone gebied rondom een waterwingebied waar zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken een aaneengesloten, slecht doorlaatbare kleilaag bevindt; 1.28 bos elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (één of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding), landschap en extensieve recreatie; 1.29 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.30 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.31 bouwlaag doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.32

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.33 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.34 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.35 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.36 cultuur en ontspanning het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op cultuur en ontspanning, zoals een dieren- of plantentuin, museum, kunstgalerie, expositieruimte, kunstuitleencentrum, sauna, solarium of welnesscentrum, met uitzondering van sportvoorzieningen zoals sportparken, sporthallen en zwembaden, dansscholen, seksinrichtingen en erotisch getinte vermaakfuncties; 1.37 cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden;

Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 5 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.38 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder tevens internetbedrijven worden verstaan waarbij producten ter plaatse bezichtigd, geretourneerd en/of afgehaald kunnen worden; 1.39 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.40 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.41 extensief recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met inbegrip van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair; 1.42 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van

gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.43 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.44 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.45 gecertificeerde instantie instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet; 1.46 glastuinbouwbedrijf een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate plaatsvindt in kassen of in permanent aanwezige tunnels met een hoogte van 1,5 m of meer; 1.47 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.48 horecabedrijf een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccomodaties, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.49 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.50 kantine verblijfslokaal ten behoeve van

de recreatieve voorzieningen waar men consumpties kan kopen en nuttigen;

Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 6 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.51 kantoor een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congressen en vergaderaccommodaties; 1.52 kas een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 m; 1.53 kernrandzone overgangsgebied, gelegen langs het bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand tot elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie; 1.54 kleinschalig beschermd wonen Wonen in (een) kleinschalige accommodatie(s) van ten hoogste 5 personen met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

1.55 kunstwerken bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.56 kwetsbaar object onder een kwetsbaar object worden verstaan: a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde beperkt kwetsbare objecten; b. gebouwen bestemd voor verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; 4.

gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: • kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2; • complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk brutovloeroppervlakte meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal brutovloeroppervlakte van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en; • kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; 1.57 landschapselementen ecologische, cultuurhistorische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha; 1.58 landschappelijke inpassing het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden, om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing en/of gebruik die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap;

Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 7 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.59 landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, natuurwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten; 1.60 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.61 nevenactiviteit een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend; 1.62 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten in lijn met de bestemming dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt gehandhaafd; 1.63 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse)

afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.64 ondergeschikte activiteit een activiteit van zeer beperkte beroepsmatige, bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.65 overig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt; 1.66 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden; 1.67 paardenbak een niet overdekt en al dan niet omsloten terrein, voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem, voor het africhten, trainen en berijden van paarden en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.68

peil voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein;

a.

1.69 permanente bewoning bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf dan wel als vaste woon- of verblijfplaats; 1.70 plangebied het gebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft; 1.71 Plan van Aanpak (PvA) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van booronderzoek (verkennende of karterende boringen) staan geformuleerd conform de ten tijde van

Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 8 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvA door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd; 1.72 Programma van Eisen (PvE) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd; 1.73 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.74 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.75 recreatie het ondernemen van activiteiten voor diens plezier; 1.76 recreatieve bewoning bewoning die plaatsvindt in het kader van weekend- en/of verblijfsrecreatie. Permanente bewoning en huisvesting van seizoensarbeiders is niet toegestaan; 1.77 recreatiewoning een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning.

Onderbouwen dan wel onderkelderen van een dergelijk gebouw is niet toegestaan; 1.78 ruimtelijke plannen alle bestemmingsplannen, inpassingsplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen binnen het plangebied die vastgesteld zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan 1.79 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.80 seksbioscoop en/of -theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.81 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotischmassagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.82 sportpark een terrein dat is bedoeld voor de uitoefening van buitensport, bestaande uit één of meer sportvelden en daarbij behorende kleedgebouwen, kantines, tribunes en overige voorzieningen.

1.83 sportvoorzieningen gebouwde en ongebouwde voorzieningen voor het beoefenen van binnen- of buitensport, waaronder begrepen sportvelden, sportparken en sporthallen.

Bestemmingsplan regels 202280 I 23-07-2024

Pagina 9 van 30

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.84 statische opslag opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel en mag niet plaatsvinden voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 1.85 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.86 theeschenkerij kleinschalige horecavoorziening die uitsluitend tot hoofddoel heeft het tegen betaling verstrekken van nietalcoholische dranken en kleine gerechten; 1.87 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.88 veehouderij een agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en/of pelsdieren, nader te onderscheiden in: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14735619/1