CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06b Kadernota 2025

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 20 juni 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 202520.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

21

Sinds 1 januari 2024 zijn we gehouden aan de Omgevingswet en is het aanvankelijke voornemen om het project onder de Crisis en Herstelwet te laten lopen niet meer van toepassing. De voornaamste consequentie hiervan is dat de procedure naar verwachting langer gaat duren dan voorheen is voorzien, omdat er onder de Omgevingswet (in tegenstelling tot de Crisis en Herstelwet) geen korte route bestaat. Vandaar dat we de strategische keuzes ten aanzien van het project momenteel opnieuw tegen het licht houden met de logica van de Omgevingswet in het achterhoofd. Totdat deze strategische keuzes beslecht zijn, gaan we echter nog steeds uit van de huidige keuzes die we voor het project hebben gemaakt, dus blijft de huidige kostenraming vooralsnog hetzelfde als die van de kadernota van vorig jaar. Vervolgproces Parallel aan de strategische keuzes binnen het project, zijn we ook bezig met de vormgeving van het verdere besluitvormingsproces. Hoe dit proces er precies uit komt te zien is nog afhankelijk van welke Omgevingswetprocedure we gaan kiezen. We zullen u hierover informeren zodra dit bekend is. Dit vervolgproces wordt verder in overleg en afstemming met de omwonenden vormgegeven. Overgang naar nieuw functionerings- en waarderingssysteem In 2024 gaan we over naar een nieuw functionerings- en waarderingssysteem HR21.

De transitie naar dit nieuwe systeem gaat gepaard met een overschakeling naar een andere conversietabel. Dit kan mogelijk financiële gevolgen hebben. Tegelijkertijd willen we het beloningsbeleid in de volle breedte tegen het licht houden. Daarmee willen we naar een toekomstbestendig en evenwichtig beloningsbeleid. 24.000 inwoners Naar verwachting overschrijdt de gemeente Rucphen in 2024 of in 2025 de grens van 24.000 inwoners. Door het overschrijden van die grens zal het loongebouw mogelijk wijzigen. Deze wijziging gaat dan in op het moment dat de gemeente meer dan een jaar boven de 24.000 inwoners zit. Financiële gevolgen zijn daarvan afhankelijk van de conversie naar dit nieuwe loongebouw. Meerjarig investeringsprogramma ICT Onder invloed van nieuwe technologieën zullen de kosten van ICT de komende jaren stijgen. Er wordt dit jaar een meerjarig investeringsprogramma ICT opgesteld om meer inzicht en regie te krijgen in de ICT-kosten en de noodzakelijke ontwikkelingen. De financiële effecten, zowel structureel als incidenteel, die volgen uit dit programma zijn nog niet in beeld. Project Molenbeek Voor de stroomgebieden Molenbeek en Schijfse Vaartkant (o.a. verdroging Rucphense Bossen) hebben Waterschap Brabantse Delta, Gemeente Roosendaal en Gemeente Rucphen de handen ineen geslagen met als doel om middels een gebiedsgerichte aanpak het gebied klimaat-robuuster in te richten.

Met de bijdragen vanuit deze drie partijen en mede met een verkregen subsidie (Bijdrageregeling van de Provincie Noord Brabant) is eind 2023 gestart met fase 1: een verkenning van het landelijk gebied MolenbeekRucphense Bossen. Middels keukentafelgesprekken met de agrarische gebruikers én gesprekken met gebiedspartners is informatie opgehaald over toekomstplannen, knelpunten en wensen. Dit resulteert in een gebiedskaart met een lijst met (mogelijke) maatregelen en een rapportage. De gesprekken hebben in het eerste kwartaal 2024 plaatsgevonden. De bespreking van de (concept) uitwerking gaat medio 2024 plaatsvinden. Hierna volgen de gesprekken met alle betrokkenen over de te nemen vervolgstappen. Dit zal resulteren in de uitvoering van acties in het gebied, waarvoor aanvullend budget beschikbaar gesteld zal moeten worden. We kunnen nog niet aangeven welk bedrag hiermee gemoeid zijn. Dit is uiteraard afhankelijk van de benodigde uitvoering. Sportcomplex de Vijfsprong Wij zijn voornemens om sportcomplex De Vijfsprong inclusief ondergrond zo spoedig mogelijk af te stoten en de aanwezige opstallen niet zelf te slopen. We overwegen om bij verkoop de eis mee te geven dat de oude sporthal en het zweminstructiebad binnen een redelijke termijn na levering worden gesloopt.

In het geval een koper delen van de bestaande opstallen wenst te handhaven, zijn wij bereid daar nadere afspraken over te maken.

22

Uitgangspunt is dat (ver)nieuwbouw moet plaatsvinden binnen de regels van het vigerende tijdelijke omgevingsplan en het beeldkwaliteitsplan dat voor dit gebied is opgesteld. Het is niet reëel gebleken om aan een koper de eis mee te geven om een nieuwe sporthal terug te bouwen. Zonder structurele exploitatiebijdrage van de gemeente is het voor marktpartijen waarschijnlijk financieel niet haalbaar om voor eigen rekening een sporthal te bouwen en deze risicodragend te exploiteren. Voor de naastliggende agrarische gronden die in eigendom zijn van de gemeente, zal een visie worden opgesteld zodat vast komt te liggen welke planologische mogelijkheden wij zien voor die percelen. Openbare bibliotheek vanaf 2025 Bibliotheek West-Brabant is de afgelopen jaren geconfronteerd met aanzienlijke tekorten. Door hiervoor de bestaande reserves in te zetten hoefde er geen beroep gedaan te worden op een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten. Het is echter wel duidelijk dat er de komende jaren iets moet gebeuren om de exploitatie structureel sluitend te houden en het weerstandsvermogen aan te zuiveren. De gemeentelijke bijdrage per inwoner voor de Bibliotheek West-Brabant ligt lager dan landelijk.

Naast bezuinigingen en een andere toerekening van overheadkosten aan de basis- en plustaken is de verhoging van de gemeentelijke bijdrage een mogelijkheid om te komen tot een structureel financieel gezonde bibliotheeksamenwerking. Het kabinet wil dat elke gemeente een volwaardige bibliotheek heeft. Gemeenten krijgen vanaf 2025 een wettelijke taak, ook wel zorgplicht genoemd. De wettelijke zorgplicht houdt in dat gemeenten moeten zorgen voor genoeg volwaardige bibliotheken. Het Rijk heeft aangeven dat gemeenten voor het uitvoeren van de zorgplicht vanaf 2025 jaarlijks extra middelen ontvangen voor bibliotheken. Het gaat om een bedrag van ca. € 3,00 per inwoner. In de meicirculaire 2024 is hier niets over opgenomen. Naar verwachting komt nadere informatie pas in de septembercirculaire 2024 beschikbaar waarna de precieze impact voor onze gemeente kan worden bepaald. Dorpsbus De pilot dorpsbus was oorspronkelijk ingezet als vervoermiddel van deur naar OV-halte. Uit de evaluatie van de dorpsbus blijkt dat de pilot wat dat betreft mislukt is. Wel heeft de evaluatie aangetoond dat de dorpsbus een bewezen succes is voor het vervoer van deur tot deur, met gemiddeld vijf ritten per werkdag. Deze cijfers benadrukken niet alleen de vraag naar deze dienst, maar ook het belang ervan voor onze gemeenschap.

De dorpsbus biedt namelijk niet alleen een transportmiddel, maar fungeert ook als een sociale verbinding die de leefbaarheid bevordert. Eén van de belangrijke aspecten van de dorpsbus is de meerwaarde die het biedt aan onze kwetsbare inwoners. Voor velen van hen vormt de dorpsbus de enige toegang tot essentiële diensten en sociale interactie. Het biedt mensen de mogelijkheid om deel te nemen aan gemeenschapsactiviteiten, sociale bijeenkomsten bij te wonen en verbindingen te leggen met anderen. Het niet omzetten van de pilot dorpsbus in een structurele dienstverlening zou kunnen resulteren in het verlies van deze cruciale toegang, wat op zijn beurt kan leiden tot sociaal isolement en een afname van de kwaliteit van leven. Wat op lange termijn kan leiden tot een afname van het welzijn van onze inwoners. De mogelijkheden voor inwoners van de gemeente om gebruik te maken van de dorpsbus verschilden gedurende de pilotfase echter per kern. Alvorens een claim in te dienen inzake de structurele voorzetting van de dorpsbus, zijn wij van mening dat eerst onderzocht moet worden hoe wij de dorpsbus in de toekomst in zouden kunnen zetten en of de dorpsbus iets zou kunnen betekenen voor alle kernen van onze gemeente. Hierbij moeten ook de kosten, noodzakelijke middelen en bijbehorende organisatie in beeld worden gebracht.

Bij dit onderzoek kan dan meteen worden meegenomen of de dorpsbus een betaalbare vervoersoptie zou kunnen zijn i.v.m. het wegvallen van het OV-tarief bij de deeltaxi. In de begroting 2025 zullen we hier bij uw raad op terugkomen.

23

4.

Investeringsprogramma 2025 – 2028

Het meerjaren investeringsprogramma 2025 – 2028 bevat voornamelijk investeringen die gebaseerd zijn op bestaande beheerplannen. De afschrijvingslasten van de investeringen uit dit investeringsprogramma zijn verwerkt in hoofdstuk 5, paragraaf 5.4.2. van deze kadernota. Het is mogelijk dat door voortschrijdend inzicht nog investeringen worden toegevoegd of juist worden geschrapt uit de indicatieve ramingen 2025 en verder. Bij de samenstelling van de financiële meerjarenramingen voor de verschillende jaren dient dan alsnog een afweging te worden gemaakt.

24

Meerjaren investeringsprogramma 2025-2028 Omschrijving Investeringen mbt diverse programma's Vervanging 3x Renault Kangoo Waspunt

afschr. 10 Totaal

Programma Bestuur en ondersteuning Dienstverlening en informatievoorziening Internet back-uplijn Vervanging software geo-applicaties Personeels-, informatie- en salarissysteem Aanpak fraudeleuze documenten Vervangingsinvestering gemeentehuis

2026

2027

2028

108.000,00 108.000,00

0,00

0,00

0,00

265.000,00

265.000,00

265.000,00

35.000,00 300.000,00

35.000,00 300.000,00

25.000,00 290.000,00

5 5 5 5 5 10

300.000,00 37.250,00 50.000,00 90.000,00 20.000,00 35.000,00 532.250,00

5 10 10 10 5 5 10 10 10 50 25 25 30

28.000,00

Totaal Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Vervanging landmeetapparatuur Vervanging 2 getrokken strooiers Actiewagen Vuilwaterpomp (t.b.v. calamiteiten) 2 motorstampers Trilplaat Vervangen radar tellers (verkeerstellers) 4 stuks Vervanging 2 sneeuwschuiven Vervanging sneeuwschuif SNK Openbare Verlichting: lichtmasten Openbare Verlichting: armaturen Levensduurverlengend onderhoud wegen (vernieuwing BBV) Maatregelen tbv verkeer en fysieke infrastructuur

2025

90.000,00 12.500,00 7.500,00 13.000,00 5.000,00 15.000,00

125.930,00 128.093,00 250.000,00 50.000,00

39.881,00 100.490,00 250.000,00 50.000,00

25.000,00 7.500,00 69.864,00 50.368,00 250.000,00 50.000,00

71.616,00 87.006,00 250.000,00 50.000,00

25

Meerjaren investeringsprogramma 2025-2028 Omschrijving Rucphen Noord fase 1 (wijkgerichte aanpak) Rucphen Noord fase 1 (wijkgerichte aanpak) Openbare Verlichting Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak) Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak) Openbare Verlichting Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, Openbare Verlichting Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie) Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), Openbare Verlichting Reconstructie Gagelrijzen (combi riolering fase 1) Reconstructie Gagelrijzen (combi riolering fase 1), Openbare Verlichting Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak) Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak), Openbare Verlichting Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak) Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak), Openbare Verlichting Rucphen Oost fase 3 (Wijkgerichte aanpak) Rucphen Oost fase 3 (Wijkgerichte aanpak), Openbare Verlichting Reconstructie Rucphensebaan Reconstructie Rucphensebaan, Openbare Verlichting Reconstructie Raadhuisstraat - Sprundelseweg Reconstructie Raadhuisstraat - Sprundelseweg, Openbare verlichting Afwaarderen Sprundelseweg (Nijverhei) Afwaarderen Sprundelseweg (Nijverhei), Openbare Verlichting

afschr. 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 30 25 Totaal

Programma Sport, cultuur en recreatie Rucphen Noord fase 1 (wijkgerichte aanpak), groen Rucphen Noord fase 1 (wijkgerichte aanpak), spelen Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), groen Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak), spelen retentie tbv Rucphen Noord, groen Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, groen Reconstructie St. Janstraat (rozenquartier - pastorie), groen

15 10 15 10 15 15 15

2025 40.000,00 5.000,00 40.000,00 5.000,00

2026 738.366,00 75.521,00

30.000,00 2.000,00 30.000,00 2.000,00

2027

2028

1.194.255,00 127.682,00 199.073,00 20.594,00 155.802,00 36.442,00

1.354.891,00 174.004,00 40.000,00 5.000,00 40.000,00 5.000,00 40.000,00 5.000,00

1.054.904,00 113.266,00 1.218.336,00 130.173,00

40.000,00 5.000,00

2.220.918,00

1.478.758,00

5.000,00

149.071,00 10.000,00

5.000,00

3.489.750,00

220.882,00 10.000,00

25.000,00 3.000,00 3.000,00

29.175,00 51.459,00

1.086.167,00 111.138,00 60.000,00 5.000,00 40.000,00 5.000,00 3.121.936,00

26

Meerjaren investeringsprogramma 2025-2028 Omschrijving Reconstructie Gagelrijzen (combi riolering fase 1), groen Groenrenovatie Zwartenburg Groenrenovatie Zwartenburg, spelen Groenrenovatie Gagelrijzen Groenrenovatie Gagelrijzen, spelen Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak), groen Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak), spelen Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak), groen Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak), spelen Rucphen Oost fase 3 (Wijkgerichte aanpak), groen Reconstructie Rucphensebaan, groen Reconstructie Raadhuisstraat - Sprundelseweg, groen Afwaarderen Sprundelseweg (Nijverhei), Groen Investeringen beleidsplan buitensport Vervanging tractor Renovatie openbaar groen Aanschaf en vervangen speeltoestellen en inrichting speelterreinen

afschr. 15 15 10 15 10 15 10 15 10 15 15 15 15 div. 10 15 10 Totaal

Programma Volksgezondheid en milieu voorbereiding Rucphen Noord fase 1, riolering voorbereiding Rucphen Noord fase 2, riolering Rucphen Oost fase 1 (Wijkgerichte aanpak), riolering Rucphen Oost fase 2 (Wijkgerichte aanpak), riolering Rucphen Oost fase 3 (Wijkgerichte aanpak), riolering Reconstructie Noorderstraat zuid St. Willebrord, riolering Reconstructie Rucphensebaan, riolering Reconstructie Raadhuisstraat - Sprundelseweg, riolering retentie Rucphen-Noord Retentie Vosdonkseweg bouwplan

80 80 80 80 80 80 80 80 80 80

2025 296.506,00

2026

2027

60.000,00 25.000,00 100.000,00 25.000,00 5.000,00

120.000,00

2028

205.460,00 12.500,00

5.000,00

224.410,00 12.500,00

5.000,00 5.000,00

114.950,00 130.000,00 15.000,00 591.456,00

152.250,00 70.000,00 130.000,00 15.000,00 757.321,00

205.700,00

403.411,00 5.000,00 5.000,00 78.650,00

130.000,00 15.000,00 1.005.176,00

130.000,00 15.000,00 873.971,00

51.018,00 51.018,00 52.114,00 52.114,00 52.114,00 53.207,00 42.566,00 32.579,00 95.200,00 76.525,00

27

Meerjaren investeringsprogramma 2025-2028 Omschrijving

afschr.

Gemeentelijke Rioleringsprogramma 2023 / 2026 Vrij-verval en drainage Gemalen BBV's mechanisch en elektrisch IBA mechanisch en elektrisch reparatie vrij-verval regulier Afkoppelen en klimaatadaptie

2025

2026

2027

2028

80 20 20 10 80

0,00 37.590,00 0,00 70.065,00 840.922,00 948.577,00 1.222.338,00

413.308,00 239.183,00 130.701,00 72.147,00 1.573.280,00 2.428.619,00 2.584.961,00

817.136,00 377.967,00 134.508,00 74.249,00 817.136,00 2.220.996,00 2.316.769,00

463.483,00 170.174,00 138.353,00 76.371,00 608.000,00 1.456.381,00 1.488.960,00

nvt

75.000,00 75.000,00 4.749.962,00

75.000,00 75.000,00 5.196.040,00

75.000,00 75.000,00 7.186.695,00

75.000,00 75.000,00 5.849.867,00

nvt

160.220,00 160.220,00

102.773,00 102.773,00

0,00 0,00

0,00 0,00

subtotaal GRP 2023 / 2026 Totaal Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Ontwikkelbudget grondbedrijf Totaal Totaal geheel Grondbedrijf Kredieten grondexploitatie Totaal grondbedrijf

28

Toelichtingen investeringen Vervanging 3x Renault Kangoo Waspunt Prijzen zijn gestegen t.o.v. geraamde investering. Automatisering € 300.000,00 Op basis van het Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2020 – 2025 is een jaarlijks krediet opgenomen van € 265.000,00. Bij de Programmabegroting is voor de jaren 2023 t/m 2025 dit bedrag verhoogd naar € 300.000,00. Het betreft hier eenmalige investeringen in verband met de versnelling van het cloudbeleid, het naar de cloud brengen van de bedrijf kritische applicaties. Door de applicaties bij de leverancier onder te brengen worden de risico’s verspreid en dus verminderd. Grote leveranciers zijn meer gespecialiseerd op beveiliging van hun datacenter en beveiligingsupdates kunnen veel sneller geplaatst worden. Tevens staat de data dan ook grotendeels op verschillende plaatsen. Ook de laatste leveranciers bieden de cloud optie aan vanaf 2024. Vandaar dat er gefaseerd kan worden overgegaan in de periode 2023 t/m 2025 en zo de werkzaamheden kunnen worden gespreid en de risico’s geleidelijk aan kunnen worden verminderd. Internet back-uplijn € 37.250,00 Zie voor een toelichting op deze investering claim KN25/5 in hoofdstuk 3. Vervanging software geo-applicaties € 50.000,00 Zie voor een toelichting op deze investering claim KN25/9 in hoofdstuk 3.

Personeels-, informatie- en salarissysteem € 90.000,00 Zie voor een toelichting op deze investering claim KN25/2 in hoofdstuk 3. Aanpak fraudeleuze documenten € 20.000,00 Zie voor een toelichting op deze investering claim KN25/20 in hoofdstuk 3. Vervangingsinvestering gemeentehuis € 35.000,00 We maken inmiddels meer dan 10 jaar intensief gebruik van het gemeentehuis. Dat betekent dat we nu op een punt gekomen zijn dat een aantal onderdelen aan het einde van de economische en technische levensduur is gekomen. Om de huidige uitstraling en functionaliteit te behouden dienen we de komende jaren de nodige vervangingsinvesteringen te doen. Hiervoor is een meerjarenplan vervangingsinvestering gemeentehuis 20232033 opgesteld. Op basis van dit plan is voor de uitvoering in de jaren 2024 t/m 2027 een bedrag opgenomen in dit investeringsprogramma van € 35.000,00 en voor de jaren 2028 t/m 2033 € 25.000,00. Uitgaande van een periode van 10 jaar willen we de vervanging gefaseerd gaan uitvoeren en de continuïteit van werkzaamheden zo min mogelijk verstoren. De volgende inventarisatie zal in 2031 plaats vinden. Vervanging landmeetapparatuur € 28.000,00 De huidige landmeetapparatuur is economisch afgeschreven. Technisch is de apparatuur verouderd, moderne meetapparatuur biedt mogelijkheden tot efficiënter (sneller) werken.

Wacker trilplaat € 5.000,00 Gelet op de economische en technische levensduur van de huidige trilplaat dient deze vervangen te worden. Vervangen radar tellers (verkeerstellers) 4 stuks € 15.000,00 Huidige apparatuur is economisch afgeschreven (aangeschaft in 2011 en 2014), technisch verouderd. Openbare Verlichting (OV): lichtmasten € 125.930,00 en armaturen € 128.093,00 Bedragen zijn gebaseerd op het beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027 (vastgesteld in de raadsvergadering van 8 maart 2023) en worden ingezet ter verbetering van de openbare verlichting. Levensduurverlengend onderhoud Wegen € 250.000,00 Op grond van het BBV mogen de kosten van levensduurverlengend onderhoud van investeringen met maatschappelijk nut niet ten laste komen van de exploitatie maar dienen deze te worden geactiveerd.

29

Maatregelen t.b.v. verkeer en fysieke infrastructuur € 50.000,00 Dit krediet dient voor maatregelen dan wel kleinschalige aanpassingen t.b.v. de fysieke infrastructuur en verkeersveiligheid (wegen, riolering, openbare verlichting, groen, verkeer en dergelijke). Deze aanpassingen kunnen zowel op eigen initiatief als op verzoek van burgers en instellingen worden uitgevoerd. Integrale projecten Om diverse reden is het noodzakelijk om aanpassingen te doen aan de openbare ruimte. Dit kan zijn vanuit beheer, omdat straten of riolen vervangen moeten worden, door gewijzigd beleid zoals het bomen- en groenstructuurplan of ontwikkelingen zoals aanleg van de omleidingsweg Rucphen – Sint Willebrord – Sprundel en nieuwbouwprojecten of gewijzigde inzichten/ wetgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van klimaat. Voor deze aanpassingen zijn investeringen nodig. Door een integrale benadering kunnen de juiste prioriteiten worden gelegd. Door werk met werk te maken kunnen kosten worden bespaard en is er minder overlast voor de burgers en het verkeer. Deze nieuwe benadering heeft geleid tot onderstaande planning van projecten welke integraal zullen worden opgepakt. Deze planning dient als basis voor het investeringsprogramma verkeer vervoer en waterstaat. Planning

Verklaring Voorbereiding Uitvoering De verkeersveiligheid in de Poppestraat is al langere tijd onderwerp van gesprek. Om de veiligheid voor fietsers te vergroten zijn tijdelijke maatregelen uitgewerkt. De kosten hiervan zijn geraamd op € 190.000,00. Deze maatregelen worden weer opgeheven wanneer er een reconstructie gaat plaatsvinden. Conform een eerdere toezegging aan uw raad is onderzocht of de reconstructie van de Poppestraat naar voren gehaald kan worden in de meerjarenplanning. In de planningsperiode (tot en met 2028) van deze kadernota, blijkt het niet mogelijk om de Poppestraat te agenderen. In de volgende kadernota (2026) gaat de planningsperiode tot en met 2029. We gaan in deze planning bezien of de Poppestraat geagendeerd kan worden, of dat deze tot na 2033 blijft staan. Integrale aanpak Binnen de projecten wordt de volledige openbare ruimte integraal aangepakt dit betekent dat: waar nodig het riool wordt vervangen; in het kader van klimaatadaptatie wordt regenwater afgekoppeld en opgevangen in een infiltratieriool en waar mogelijk worden wadi’s aangelegd; groot onderhoud aan de weg wordt gepleegd wat betekent dat het volledige profiel opnieuw wordt bestraat of de straat wordt gereconstrueerd waarbij de verharding, het meubilair en de openbare verlichting wordt vervangen;

30

-

waar nodig worden verkeersmaatregelen genomen; de boom- en groenstructuur wordt versterkt conform het, in het groenbeleidsplan Groen R opgenomen, groenstructuurplan.

Van boeggolf naar tsunami De afdeling BRO heeft een groot aantal investeringsprojecten onder haar hoede. Al jarenlang blijkt dat de afdeling veel minder projecten kan behappen, dan in de begroting voor het betreffende jaar is opgenomen. Reeds geplande projecten, die door capaciteitsgebrek nog niet konden worden opgepakt, zijn steeds vooruit geschoven naar volgende jaren, terwijl er jaarlijks ook nieuwe projecten bijkomen. Deze achterstand bedroeg aan het begin van 2023 ongeveer € 6,3 miljoen. Ervaringscijfers leren dat jaarlijks voor circa € 3 miljoen aan investeringsprojecten kan worden opgepakt. Om die reden zijn we vanaf de begroting 2024 gestart met het her prioriteren van de investeringsplanning om zo een start te maken om de opgelopen achterstand in te lopen. In de begroting 2024 is om die reden ‘slechts’ voor € 1,5 miljoen aan investeringsprojecten opgenomen.

Dezelfde medewerkers die betrokken zijn bij de voorbereiding en realisatie van de betreffende investeringsprojecten, zijn daarnaast ook betrokken bij andere projecten en werkzaamheden die in het kader van het College Werk Programma (CWP) moeten worden uitgevoerd: • advisering RO-projecten in eigen beheer of van derden (Basisschool Heilinde, Basisschool Vinkenbos, Flexwonen, bestemmings- en wijzigingsplannen, Omgevingsplannen, BOPA’s en overige aanvragen Omgevingsvergunning) • verplichte projecten als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving (klimaatadaptatie, programma volkshuisvesting) • beheer Openbare Ruimte (riolering/water, groen, wegen, etc.) • beleidsprojecten (zoals Van Gogh Nationaal Park, Landschapsontwikkelingsplan (LOP) en Actieplan Biodiversiteit) Het aantal lopende (complexe) RO-projecten (plannen en vergunningen) is momenteel zeer groot. Dit is deels veroorzaakt door de eindspurt die in 2023 is ingezet om nog zoveel mogelijk plannen ‘veilig te stellen’ onder de oude wet- en regelgeving en door initiatiefnemers die extra kosten wilden voorkomen. Tegelijkertijd moet er ervaring worden opgedaan met de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Deze wet vraagt ook de komende jaren veel tijd en inzet van de medewerkers waar het gaat om het opstellen van gebiedsvisies, omgevingsprogramma’s en de ontwikkeling van een definitief gemeentelijk omgevingsplan.

Ook de inrichting en het beheer van de benodigde ICT-tools vraagt daarbij nadrukkelijk om aandacht. Naast bovenstaande projecten en werkzaamheden, wordt de gemeente geconfronteerd met veroudering van haar areaal in het fysieke domein. Veel woonwijken dateren uit de jaren 60/70 waardoor bijvoorbeeld riolering, bestrating en groenvoorziening richting einde levensduur gaat. Hierdoor ontstaan steeds meer spontane problemen zoals verzakkingen en andere gevaarlijke situaties. Hoewel de geconstateerde problemen zo goed mogelijk worden verholpen blijft de oorzaak bestaan. De investeringsplanning zal de komende periode gaan groeien in verband met grote integrale projecten gelijk aan de projecten wijkgerichte aanpak Rucphen Noord en Oost, omdat de oorzaak van de problemen moet worden weggenomen omdat kleine ingrepen de lading niet meer dekken. Een grotere planning betekent meer werk dus meer capaciteit anders blijft de achterstand in stand of loopt deze nog verder op. Ondanks de realistische investeringsplanning in de begroting 2024, hebben we er door de eindspurt van 2023 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, zoveel werk bijgekregen dat de achterstand binnen de investeringsprojecten onverminderd groot is gebleven. In feite zijn we het slachtoffer geworden van ons eigen succes.

Zolang de beschikbare capaciteit bij het team BOR moet worden verdeeld over de hierboven genoemde projecten en werkzaamheden creëren we een boeggolf aan achterstallig onderhoud. Om te voorkomen dat deze boeggolven uitgroeien tot een echte Tsunami, zullen we nu ingrijpende keuzes moeten maken.

31

Oplossingsrichtingen Voor een structurele oplossing is het noodzakelijk om op korte termijn te investeren in structurele uitbreiding van de ambtelijke capaciteit met betrekking tot beheer en onderhoud van ons areaal en voorbereiding en uitvoering van de investeringsprojecten. Omdat de arbeidsmarkt erg krap is betekent dit niet alleen meer mensen aannemen maar zal er ook geïnvesteerd moeten worden in het opleiden en begeleiden van personeel, zodat nieuwe medewerkers taakvolwassen worden en ervaren medewerkers hun talenten verder kunnen ontwikkelen en doorstromen binnen de organisatie. Wanneer er niet wordt gekozen voor capaciteitsuitbreiding en het terugdringen van de instroom, dan rest er geen andere keuze dan de planning van de integrale projecten nog verder te vertragen. Een concreet voorbeeld hiervan is de wijkgerichte aanpak Rucphen Noord. Hiervan was de voorbereiding voor 2024 gepland. De planning is echter aangepast omdat er in 2024 -gelezen het vorenstaande- onvoldoende capaciteit beschikbaar was om de voorbereiding uit te voeren. Her prioriteren van de planning zorgt ervoor dat de achterstand van de uitvoering van de projecten groter en groter wordt en de kwaliteit van onze infrastructuur dus slechter en slechter wordt. We prioriteren nu al risicogericht waarbij de staat van de riolering de belangrijkste graadmeter is.

We moeten voorkomen dat er gevaarlijke situaties ontstaan -zoals hierboven omschreven- en we in aansprakelijkheidssituaties terecht komen. Het herschikken van de planning van de integrale projecten heeft ook financiële consequenties. Als gevolg van het doorschuiven van de projecten zal het totale investeringsvolume per kalenderjaar afnemen. Dit heeft een gunstig effect op de afschrijvingslasten. Als gevolg van indexatie zullen de kosten per project echter toenemen. Kostenraming en hoogconjunctuur Op basis van recent uitgevoerde werken zijn de rekentarieven voor de integrale projecten herzien, rekening houdend met de huidige hoogconjunctuur en (jaarlijkse-) indexering. Investeringen Beleidsplan buitensport € 114.950,00 In mei 2024 is het Beleidsplan buitensport vastgesteld. Om de basis sportvoorzieningen op de sportparken te laten aansluiten op de uitgangspunten zoals genoemd door NOC*NSF en opgenomen in het Beleidsplan buitensport, dienen de komende jaren extra middelen ingezet te worden. De genoemde middelen betreffen een indicatie van de te verwachten kosten op basis van kengetallen. Ten behoeve van de begrotingsbehandeling worden de bedragen geactualiseerd. Renovatie openbaar groen € 130.000,00 De plantsoenen binnen de gemeente dienen regelmatig gerenoveerd te worden. Begin 2022 is het groenbeleidsplan Groen R vastgesteld.

Dit plan dient als basis om tijdens de behandeling van het investeringsplan aan te geven welke renovaties de komende jaren zijn gepland. We werken hierbij zoveel mogelijk integraal in een buurt- of wijkgerichte aanpak met de disciplines water en wegen. Hierdoor is het mogelijk duidelijk te communiceren richting bewoners wanneer het groen in hun wijk wordt aangepakt. Voor de groenrenovaties worden omwonenden uitgenodigd mee te denken en hun wensen kenbaar te maken. Uitgangspunt is een jaarlijks gemiddeld te besteden bedrag van € 130.000,00. Aanschaf en vervangen speeltoestellen en inrichting speelterreinen € 15.000,00 Om te blijven voldoen aan de wet- en regelgeving en de instandhouding van de speelgelegenheden te waarborgen, dienen (o.a. door vandalisme) versleten speeltoestellen te worden vervangen. Jaarlijks worden alle toestellen in de gemeente door een extern bureau geïnspecteerd. De resultaten van deze inspectie worden weergegeven in een adviesrapport. Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) Uw raad heeft op 15 juni 2022 het Gemeentelijk Rioleringsprogramma 2023-2026 vastgesteld. Conform dit GRP wordt ingezet op klimaatmaatregelen om schade en overlast ten gevolge van wateroverlast zo veel mogelijk te beperken.

32

Rioolbeheer wordt risicogestuurd uitgevoerd. Integraal werken is hierbij het uitgangspunt, omdat gecombineerde uitvoering van riool-, weg- en groenbeheer kosteneffectief is en minder overlast geeft voor verkeer en burger. De regionale samenwerking in water- en klimaatkring De Baronie en SWWB-verband wordt voortgezet en er wordt ingezet op participatie van inwoners. In de Programmabegroting 2024 is aangegeven dat jaarlijks bij de kadernota bekeken zal worden in hoeverre de indexering nog aansluit bij de CBS gegevens. Op basis van de meest recente CBS gegevens zijn de investeringen met betrekking tot riolering in 2025 ten opzichte van de opgenomen investeringen 2025 uit de Programmabegroting 2024 aanvullend geïndexeerd met 6,4%. Het toepassen van deze indexeringscorrectie is ook van toepassing op de jaren daarna. Ontwikkelbudget grondbedrijf € 75.000,00 Vanwege de keuze voor het “situationeel grondbeleid” kan ook de gemeente initiatiefnemer zijn. Om projecten te kunnen starten en op haalbaarheid te onderzoeken is een ontwikkelbudget gewenst. Uit dit budget worden haalbaarheidsonderzoeken (zoals stedenbouwkundige verkenningen en taxaties), maar ook voorbereidingskosten voor een bestemmingsplan bekostigd.

33

5.

Financiële ontwikkelingen

5.1. Inleiding In deze kadernota wordt een aantal beleids- en andere ontwikkelingen gepresenteerd. Een absolute randvoorwaarde voor het realiseren van deze plannen is een goed zicht op de beschikbare middelen te hebben en te houden. Deze kadernota geeft op basis van de huidige inzichten en beschikbare informatie een indruk van de meerjarige financiële positie. Uiteraard geldt daarbij dat de meerjarenraming naarmate het jaar van raming verder in de toekomst ligt, steeds meer onzekerheden bevat. Zo kan de Septembercirculaire het perspectief nog wijzigen.

5.2. Opbouw financiële positie In het vervolg van dit hoofdstuk wordt de financiële positie van onze gemeente concreet in beeld gebracht. De mutaties ten opzichte van de reeds bestaande ramingen zijn in dit hoofdstuk opgenomen. Indien sprake is van hogere lasten of lagere baten (negatieve effecten voor de exploitatie) zijn de bedragen met een minteken (-) vermeld. Hierbij wordt het volgende opbouw gevolgd: A. Uitgangspositie bepalen: Primitieve begroting (paragraaf 5.3.1) Vaststelling programmabegroting 2024 – 2027 (paragraaf 5.3.2) Raadsbesluiten met gevolgen voor financiële positie 2025 – 2028 (paragraaf 5.3.3) Uitgangspunt voor de kadernota 2025 (paragraaf 5.3.4.) Naast besluitvorming door de gemeenteraad zijn er (autonome) ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de financiële positie van onze gemeente in de komende jaren: B. Relevante kostenontwikkelingen in beeld brengen: De ontwikkelingen in het benodigde loonkostenbudget (paragraaf 5.4.1) De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget (paragraaf 5.4.2) De kostenontwikkeling a.g.v. deelname in gemeenschappelijke regelingen (paragraaf 5.4.3) C.

Relevante ontwikkelingen rondom belangrijke opbrengstencomponenten in beeld brengen: Beleidsuitgangspunten lokale heffingen (paragraaf 5.5.1) Onroerende zaakbelasting (paragraaf 5.5.2) Overige heffingen, rechten en leges (paragraaf 5.5.3) Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied (paragraaf 5.5.4) Algemene uitkering gemeentefonds (paragraaf 5.5.5) Dividend nv Bank Nederlandse Gemeenten (paragraaf 5.5.6) D. Benodigd weerstandvermogen en risicomanagement (paragraaf 5.6)

34

5.3. Uitgangspositie 5.3.1. Primitieve begroting Als uitgangspunt geldt het financiële meerjarenperspectief zoals dat in de primitieve meerjarenprogrammabegroting 2024 t/m 2027 is weergegeven. 5.3.2. Vaststelling programmabegroting 2024 – 2027 Op 8 november 2023 is de programmabegroting 2024 – 2027 vastgesteld. 5.3.3. Raadsbesluiten met gevolgen voor de financiële positie 2025 – 2028 Na vaststelling van de programmabegroting is door uw raad een aantal begrotingswijzigingen vastgesteld, waaruit meerjarige financiële effecten voortvloeien. In deze kadernota zijn de begrotingswijzigingen tot en met de raadsvergadering van 3 juli 2024 verwerkt. 5.3.4. Uitgangspunt voor de kadernota Verwerking van de hierboven genoemde besluiten levert het volgende uitgangspunt op voor de meerjarenbegroting 2025 – 2028. Begroting (structurele effecten) Oorspronkelijke ramingen begroting Wijzigingen: raadsbesluiten + wijzigingen t/m de raadsvergadering 3 juli 2024 Begrotingssaldo volgens primitieve begroting 2025–2028 (incl.raadsbesl.)

2025

2026

2027

2028

3.255.173

19.953

918.427

1.722.633

-84.293

-91.383

-105.360

-170.747

3.170.880

-71.430

813.067

1.551.886

5.4. Relevante kostenontwikkelingen 5.4.1. Ontwikkelingen loonkostenbudget Op 14 december 2023 is door de bonden en de VNG definitief ingestemd met het onderhandelingsresultaat voor een nieuwe Cao. Deze Cao loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. In de Programmabegroting 2024 is al rekening gehouden met een eventuele Cao stijging, waardoor het huidige loonkostenbudget in de begroting voldoende is om deze Cao te bekostigen. Conform onze begrotingsuitgangspunten hanteren wij voor de berekening van de meerjarige loonkosten de percentages met betrekking tot de loonvoet sector overheid uit de meicirculaire van het Gemeentefonds. Omdat de meicirculaire 2024 te laat gepubliceerd is voor deze kadernota om de effecten van de loonkosten te kunnen verwerken, wordt in de periode tussen de kadernota 2025 en de Programmabegroting 2025 de meerjarenberekening met betrekking tot de loonkosten geactualiseerd. De financiële consequenties hiervan worden verwerkt in de Programmabegroting. 5.4.2. De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget, inclusief de effecten van het liquiditeitenverloop Ten opzichte van de ramingen van de begroting 2024 zijn de kapitaallasten in de jaarschijven 2025-2027 aangepast.

Dit heeft met name te maken met vertraagde uitvoering van investeringen, aanvullende besluitvorming, en de te verwachten “nieuwe” kapitaallasten uit het investeringsprogramma 2025-2028. Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2025–2028 afgerond € 28 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken. De rentekosten ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving Rentekosten huidige meerjarenbegroting Totaal geactualiseerde rentekosten Totaal financiële mutatie (-= nadeel)

2025 607.978 655.594 -47.616

2026 692.742 760.174 -67.432

2027 736.915 878.268 -141.353

2028 789.155 991.014 -201.859

Volgens de geactualiseerde liquiditeitenplanning is er voldoende liquiditeit tot en met het derde kwartaal 2025. Dit komt hoofdzakelijk doordat in 2024 een langlopende geldlening van € 10 mln. is aangetrokken. Deze lening is eerder aangetrokken dan gepland en voor een hoger bedrag. Voor de rentekosten betekent dit ten opzichte

35

van de huidige meerjarenbegroting dat er een verschuiving van de rentelast plaatsvindt. Door in 2024 geld aan te trekken, schuift de rentelast naar voren. We verwachten in 2025 en verder ook te moeten lenen. Hierbij houden we rekening met een rentepercentage van 3,36 % in 2025 en 2% meerjarig. De nadelige mutatie ten opzichte van de huidige begroting heeft te maken met een hoger aan te trekken bedrag. Om voor korte perioden liquide te blijven, maken we gebruik van kasgeldleningen tot maximaal de kasgeldlimiet. O.b.v. begroting 2024 is dit € 6,2 miljoen. Hieronder zijn de mutaties, gesplitst in een aantal hoofdgroepen, weergegeven: - = nadeel Omschrijving 2025 2026 2027 Act. kapitaallasten incl. IP 2025 t/m 2028 0 30.961 26.123 Rentekosten -47.616 -67.432 -141.353 Totaal financiële mutatie (-= nadeel) -47.616 -36.471 -115.230

2028 -50.577 -201.859 -252.436

Voor toekomstige investeringen, waarvoor al of niet een reserve is gevormd, zal voor de daadwerkelijke financiering rekening worden gehouden met rentekosten. 5.4.3. De kostenontwikkeling a.g.v. deelname in gemeenschappelijke regelingen In uw raadsvergadering van 12 juni 2024 zijn de (ontwerp)begrotingen 2025 van de gemeenschappelijke regelingen uit onderstaande tabel behandeld. De financiële effecten op het begrotingssaldo worden verwerkt in deze kadernota. Na het besluit door het Algemeen Bestuur van de betreffende GR worden de bijdragen voor 2025 definitief verwerkt in de Programmabegroting voor 2025. Omschrijving WVS-Groep (WVS) GGD West-Brabant (GGD) Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Omgevingsdienst (OMWB) Veiligheidsregio MWB Regio West-Brabant (RWB) West-Brabants Archief (WBA) Regionaal Bureau Leren (RBL) Werkplein Hart van West-Brabant Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) GR GIA en Meldpunt Crisiszorg Totaal financiële mutatie ( - = nadeel) tlv Reserve voortijdig schoolverlaten (RBL) tlv afvalstoffenheffing (BWB) tlv rioolheffing (BWB) Totaal financiële mutatie ( - = nadeel)

2025 54.002 -27.468 -101.356 -110.526 -32.002 5.397 PM -320.373 -1.200 -35.880 -569.406 PM -1.200 400 -570.206

2026 -29.227 -34.496 -108.698 -94.572 -25.316 6.544 PM -383.714 -3.700 -35.880 -709.059 PM -1.700 200 -710.559

2027 -104.427 -42.058 -113.581 -97.251 -38.412 5.842 PM -420.731 -4.400 -35.880 -850.898 PM -1.800 200 -852.498

2028 -138.205 -47.410 -116.544 -91.262 -42.748 2.302 PM -544.158 -5.081 -35.880 -1.018.986 PM -2.015 61 -1.020.940

Gemeenschappelijke Regeling WVS-Groep (WVS) Voor 2025 bedraagt de totale bijdrage van de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling WVS € 7.431.000,00 (herziene begroting WVS 2024: € 8.135.000,00). Voor ons gaat het om een bijdrage van € 839.485,00. In de jaarschijf 2025 van de herziene begroting 2024 van WVS is rekening gehouden met een gemeentelijke bijdrage van € 893.487,00. De financiële consequentie van de begroting 2025 van € 54.002,00 wordt verwerkt ten gunste van het begrotingssaldo. Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst West-Brabant (GGD) In 2025 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling GGD West-Brabant € 27.825.474,00 (begroting GGD 2024: € 23.745.697,00). Voor ons is de bijdrage 2025 bepaald op € 580.918,00. In de meerjarenbegroting 2024 – 2027 was een gemeentelijke bijdrage van € 552.918,00 geraamd. Het verschil van € 27.468,00 komt ten laste van het begrotingssaldo.

36

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) Sinds 2012 is de gemeentelijke bijdrage aan de RAV Brabant Midden-West-Noord komen te vervallen. Ook in 2025 en verder blijft de RAV in staat de begroting sluitend te houden zonder inkomsten uit gemeentelijke bijdragen. In de beleidsbegroting 2025 is dan ook geen gemeentelijke bijdrage opgenomen. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) In 2025 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant € 29.286.457,00 (begroting OMWB 2025: € 23.592.813,00). De bijdrage 2025 voor ons bedraagt € 575.032,00. In de meerjarenbegroting 2024 – 2027 was een gemeentelijke bijdrage van € 473.676,00 opgenomen. Het verschil van € 101.356,00 komt ten laste van het begrotingssaldo. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) In 2025 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant € 81.668.469,00 (begroting VRMWB 2024: € 77.169.802,00). De bijdrage 2025 voor ons bedraagt € 1.387.051,00. In onze meerjarenbegroting was een gemeentelijke bijdrage van € 1.276.525,00 opgenomen. Het verschil van € 110.526,00 komt ten laste van het begrotingssaldo. Regio West Brabant (RWB) In 2025 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Regio West-Brabant (incl. Rewin) € 25.470.826,00 (2024: € 24.087.739,00).

De bijdrage 2025 voor ons bedraagt € 708.944,00. In de meerjarenbegroting 2024 – 2027 was een gemeentelijke bijdrage van € 676.992,00 opgenomen. Het verschil van € 32.002,00 verwerken we ten laste van het begrotingssaldo. West-Brabants Archief (WBA) In 2025 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan het West-Brabants Archief € 3.073.915,00 (2024 na wijziging: € 2.985.808,00). De bijdrage 2025 voor ons bedraagt € 129.775,00. In de meerjarenbegroting 2024 – 2027 was een gemeentelijke bijdrage van € 135.172,00 opgenomen. Het verschil van € 5.397,00 komt ten gunste van het begrotingssaldo. Regionaal Bureau Leren (RBL) De begroting 2025 is nog niet gereed. De reden hiervan is dat het RBL de door hen gewenste doorontwikkeling al in de begroting had verwerkt. Door het bestuur is echter geen akkoord gegeven hierop waardoor de begroting aangepast moet worden aan de dienstverlening conform huidige situatie. De verwachting is dat de begroting pas in september 2024 aan u wordt voorgelegd. Werkplein Hart van West-Brabant Voor 2025 bedraagt de totale bijdrage van de gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke Regeling Werkplein € 121.133.629,00 (2024: € 105.175.505,00). Voor ons gaat het om een bijdrage van € 10.192.046,00. Ten opzichte van de jaarschijf 2025 van onze meerjarenbegroting levert de begroting van het Werkplein een (bruto) nadeel op van € 1.161,474,00.

De Rijksbijdrage voor BUIG die we meerjarig in onze begroting hebben opgenomen is geactualiseerd aan de hand van de laatste prognoses. Voor 2025 is de prognose € 5.963.686,00. In de meerjarenbegroting houden we voor 2025 rekening met ‘maar’ € 5.210.307,00. Daarnaast is het uitgangspunt dat hogere uitgaven voor inburgering zullen worden gecompenseerd door een hogere Rijksbijdrage. Rekening houdend met deze twee zaken bedraagt het netto nadeel dat we in onze begroting 2025 moeten verwerken € 320.373,00.

37

Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten en het waterschap in 2025 bedraagt € 20.773.000,00 (2024: € 20.400.000,00). De gemeentelijke bijdrage aan de BWB voor 2025 is bepaald op € 528.000,00 (inclusief € 34.000,00 compensabele BTW). In de meerjarenbegroting 2024 – 2027 was een gemeentelijke bijdrage van € 522.000,00 opgenomen; een nadeel van € 6.000,00. Er is ook een toename van € 4.000,00 in compensabele BTW. Deze BTW kunnen we terugvragen en geeft een voordeel. Per saldo is er een nadeel van € 2.000,00. O.b.v. de kostenverdeelstaat kunnen we de kosten verdelen tussen de belastingsoorten. Alle kosten direct of indirect verbonden aan afval (€ 1.200,00) en riolering (-€ 400,00) worden doorbelast in de heffing. Omdat hier ook inkomsten tegenover staan, drukken deze niet op het begrotingssaldo. Het deel wat niet kan worden doorbelast, € 1.200,00, komt wel ten laste van het begrotingssaldo. GR Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt Crisiszorg (MCZ) De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten aan GR GIA en MZC in 2025 is € 9.190.408,00 (2024: € 7.606.940,00). De bijdrage 2025 voor ons bedraagt € 335.158,00. In de meerjarenbegroting was een gemeentelijke bijdrage van € 299.278,00 opgenomen. Het verschil van € 35.880,00 komt ten laste van het begrotingssaldo.

5.5. Relevante ontwikkelingen rondom de belangrijkste opbrengstencomponenten 5.5.1. Beleidsuitgangspunten lokale heffingen De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • de opbrengstverhoging van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) jaarlijks beperken tot maximaal 2%; • een 100% kostendekkende tariefberekening bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder is het gebruikelijk om de jaarlijkse verhoging van de toeristen- en forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. De verhoging van andere belastingen en rechten, zoals het marktgeld en lijkbezorgingsrechten, koppelen we aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI). Zoals gebruikelijk wordt het voorstel tot aanpassing van de belastingverordeningen en wijziging van de tarieven in de raadsvergadering van december, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, behandeld. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. 5.5.2. Onroerende zaakbelastingen Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst wordt vastgehouden aan een maximale stijging van 2%. Deze jaarlijkse stijging is verwerkt in de meerjarenraming.

Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij wordt uitgegaan van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde wordt berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling die door de Waarderingskamer bekend wordt gemaakt. Meeropbrengst OZB areaaluitbreiding In onze meerjarenbegroting ramen we een meeropbrengst OZB als gevolg van areaaluitbreiding. Areaaluitbreiding bestaat uit nieuwbouw en aanbouw van (niet-)woningen. Het uitgangspunt is dat areaaluitbreiding jaarlijks € 30.000,00 aan meeropbrengst oplevert.

38

5.5.3. Overige heffingen, rechten en leges Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van het grondstoffencentrum, worden in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Rioolheffing De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijke rioleringsprogramma. Op 15 juni 2022 is het gemeentelijke rioleringsprogramma 2023 – 2026 door uw raad vastgesteld. Hierbij is tot een systematiek besloten waardoor matige stijging van het tarief wordt bereikt. Dit wordt bereikt door vanaf 2032 niet volledig lineair af te schrijven, maar een gedeelte direct na investering ten laste van de voorziening te brengen. Hierdoor daalt de boekwaarde van de investeringen en daarmee dalen ook de kapitaallasten. Toeristenbelasting en forensenbelasting Conform de begrotingsuitgangspunten worden deze belastingopbrengsten verhoogd met hetzelfde percentage als de OZB.

Voor de toeristenbelasting is in 2014 door uw raad besloten om de tarieven op € 0,05 af te ronden en pas aan te passen als de meerjarige indexering leidt tot een verhoging met € 0,05 of een veelvoud daarvan ten opzichte van het dan geldende tarief. In 2025 blijft het tarief voor personen vanaf 18 jaar € 1,10. Voor personen tot 18 jaar blijft het tarief € 0,80. Leges algemeen We berekenen alle leges tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, externe kosten en een doorbelasting van overhead. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximum tarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Bij deze rechten is bewust gekozen om slechts gedeeltelijke kostendekking te realiseren. Een verhoging van de tarieven naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Wel worden de rechten gekoppeld aan het CPI-cijfer om de dekking constant te houden. Kwijtschelding Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking WestBrabant (BWB).

Op basis van de kwijtgescholden bedragen uit 2023 (€ 106.750,52) verhogen we de meerjarenraming van € 95.000,00 naar € 105.000,00. Deze verhoging is te wijten aan de verhoging van het tarief voor afvalstoffenheffing. Door de tariefverhoging wordt er per casus een hoger bedrag kwijtgescholden. In 2023 bestond onze kwijtschelding volledig uit afvalstoffenheffing. De kosten voor kwijtschelding worden daarom volledig doorbelast in de afvalstoffenheffing. Omschrijving toename lasten kwijtschelding toename baten afvalstoffenheffing Totaal financiële mutatie (-= nadeel)

2025 -10.000 10.000 0

2026 -10.000 10.000 0

2027 -10.000 10.000 0

2028 -10.000 10.000 0

39

5.5.4. Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied Invoering Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ (waardering onroerende zaken) en bpm (Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen) Om de stijgende kosten en vertraging in afdoening van bezwaren tegen te gaan is in december 2023 de ‘Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm’ aangenomen. Deze wet bevat de volgende maatregelen: -

verlaging van proceskostenvergoeding voor NCNP bureaus met 75%; uitbetaling van proceskostenvergoeding rechtstreeks aan belanghebbende; uitkering van immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt € 50,00 per half jaar (was: € 500,00); inzet op rechtstreeks contact met belanghebbenden zelf zodat bezwaar maken de regel wordt en het inschakelen van een NCNP de uitzondering.

5.5.5. Algemene uitkering gemeentefonds Op basis van de meicirculaire 2024 kunnen wij de actuele stand van zaken met betrekking tot de algemene uitkering van het gemeentefonds in beeld brengen. Hierbij is uitgegaan van een aantal aannames, bijvoorbeeld aantal inwoners, woonruimten en bijstandontvangers. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de daadwerkelijke uitkering als gevolg van mutaties in de aantallen nog zal wijzigen. De ervaring leert dat de septembercirculaire ook altijd weer belangrijke (structurele) mutaties bevat. Afspraken tussen Rijk en medeoverheden over stabielere en beheersbare financiering In het voorjaar van 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten en provincies. In constructief overleg met de VNG en het IPO is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt.

Nieuwe financieringssystematiek Bij deze nieuwe systematiek wordt de jaarlijkse groei van het gemeentefonds gesplitst in een ‘volumedeel’ en een ‘prijs-deel’ (loon- en prijsontwikkelingen). De volumeontwikkeling van het gemeentefonds wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (bbp), waardoor het fonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven (prijs-deel). Deze twee delen vormen het accres en het accres is voor gemeenten beleids- en bestedingsvrij. BTW compensatie Fonds (BCF) Onderdeel van de algemene uitkering is de stelpost ruimte plafond BTW compensatiefonds. Het Ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten “kan” worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt: Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Voor de begroting 2025 is dit de realisatie 2023 zoals die in de meicirculaire 2024 is opgenomen. Deze komt neer op een bedrag van € 665.744,00.

De provinciale toezichthouders gebruiken dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2025-2028. Gezien het advies en de ontwikkelingen van de ruimte onder het BCF-plafond van de afgelopen jaren, verwerken wij in deze kadernota structureel 50% van het toegestane bedrag (€ 332.872,00).

40

Jeugdzorg De provinciaal toezichthouder gaf voor de jaren 2026 en 2027 toestemming een stelpost op te nemen ‘nog te ontvangen rijksbijdrage jeugdzorg’ van 100% van het gemeentelijk aandeel. Voor 2028 blijft onduidelijk of gemeenten 100% mogen ramen of 75% aangezien deze jaren nog niet opgenomen zijn in de richtlijnen van de provinciaal toezichthouder. In de Programmabegroting 2024 zijn wij nog uitgegaan van 75% (€ 185.583,00), maar in deze kadernota hebben we 100% (€ 247.444,00) verwerkt in 2028. Financiële mutaties Hieronder geven wij aan wat de raming van de algemene uitkering voor de jaren 2025 t/m 2028 was (meerjarenbegroting 2024-2027 o.b.v. de Septembercirculaire 2023) en vervolgens onze berekening o.b.v. de meicirculaire 2024. Algemene uitkering Omschrijving Septembercirc. 2023:meerjarenbegr. 2024-2027 Algemene uitkering Stelpost jeugdmiddelen Totaal algemene uitkering Begroting 2024 Meicirc. 2024: meerjarenbegr. 2025-2028 Algemene uitkering Stelpost jeugdmiddelen Totaal algemene uitkering Kadernota 2025 Mutatie septembercirc. 2023 / meicirc. 2024

2025

2026

2027

2028

46.418.856 43.905.822 45.793.275 47.522.509 0 374.796 278.457 185.583 46.418.856 44.280.618 46.071.732 47.708.092 47.251.070 45.290.520 47.113.463 48.785.479 0 374.796 278.457 247.444 47.251.070 45.665.316 47.391.920 49.032.923 832.214

1.384.698

1.320.188

1.324.831

De tabel laat zien dat de algemene uitkering voor alle jaren stijgt ten opzichte van de cijfers uit de begroting 2024. Deze stijging word met name veroorzaakt het schrappen van de opschalingskorting, het BCF en door actualisatie van de maatstafgegevens. Taakmutaties Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden om gemeenten verder in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit. Voor Rucphen gaat het om een structureel bedrag van € 37.084,00 voor de jaren t/m 2027 en € 44.342,00 in 2028. Deze bedragen worden verwerkt als stelpost. Werkdrukverlaging jeugdbescherming In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is € 60 miljoen benodigd.

In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Het bestuurlijk akkoord is van kracht, tot het moment dat een wettelijke regeling voor het Toekomstscenario of een wettelijke regeling voor een landelijk tarief voor maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering in werking treedt, al dan niet als onderdeel van een wettelijke regeling ter implementatie van de Hervormingsagenda. Met het bestuurlijk akkoord zijn afspraken gemaakt hoe gemeenten en GI’s aan de hand van het inlooppad stapsgewijs toewerken naar het landelijk tarief. Met dit inlooppad wordt het landelijk tarief en de daarbij passende werkdruk zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 januari 2026 gerealiseerd. Voor Rucphen gaat het om een structureel bedrag van € 40.541,00. Dit bedrag wordt als stelpost verwerkt.

41

Omschrijving Mutatie septembercirc. 2023 / meicirc. 2024 AF: Taakmutatie Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden AF: Taakmutaties Werkdrukverlaging jeugdbescherming Effect algemene uitkering op begrotingssaldo

2025 832.214

2026 1.384.698

2027 1.320.188

2028 1.324.831

37.084

37.084

37.084

44.342

40.541

40.541

40.541

40.541

754.589

1.307.073

1.242.563

1.239.948

Decentralisatie- en integratie-uitkering Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentrale uitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2024 structureel geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2023. Op basis van deze actualisatie wordt het bedrag vanaf 2024 verhoogd van € 33.419,00 naar € 33.953,00. Deze verhoging wordt toegevoegd aan de stelpost die hiervoor in de begroting is opgenomen. Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen Vanaf 2017 is landelijk € 85 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede van kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 (betreft nu dus 2025) en verder. De middelen worden verdeeld op basis van door CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. Op basis van de actualisatie wordt het bedrag vanaf 2025 verhoogd van € 81.559,00 naar € 87.191,00. Deze middelen worden toegevoegd aan het budget armoedebestrijding kinderen, wat is opgenomen in de begroting.

Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Vanaf 2019 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk geworden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar. Voor Rucphen gaat het om een structureel bedrag van € 2.244,00. Dit bedrag wordt als stelpost verwerkt. Integratie-Uitkering Sociaal Domein (IUSD) Op basis van de meicirculaire 2024 is de integratie-uitkering participatiewet (beschut werken en Wsw) geactualiseerd. De mutatie op de integratie-uitkering participatiewet (Wsw) wordt ook toegepast op het budget Wsw. De mutatie met betrekking op het onderdeel beschut werken wordt toegepast op het budget Bijdrage aan Werkplein: Participatiebudget. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen afgezet tegen de nieuwe bedragen o.b.v. de meicirculaire 2024: Omschrijving PW: IUSD (Wsw) (OUD) PW: IUSD (Wsw) (NIEUW) Totale mutatie budget Wsw

2025 5.752.485 6.170.897 418.412

2026 5.610.023 6.016.605 406.582

2027 5.206.221 5.570.708 364.487

2028 4.968.769 5.338.011 369.242

Omschrijving PW: IUSD (beschut werken) (OUD) PW: IUSD (beschut werken) (NIEUW)

2025 218.339 284.821

2026 235.053 306.342

2027 251.763 327.860

2028 268.216 349.120

Totale mutatie budget bijdrage werkplein PW

66.482

71.289

76.097

80.904

Overige ontwikkelingen o.b.v. meicirculaire 2024 Inzet specifieke uitkeringen Het aantal specifieke uitkeringen is de afgelopen jaren sterk gestegen. Het uitgangspunt is echter dat financiële middelen vanuit het Rijk aan gemeenten bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking worden gesteld. Daarom is de inzet erop gericht om het aantal specifieke uitkeringen en de verantwoordingslasten te verminderen door onder andere aanpassing van de Financiële verhoudingswet (Fvw) en doorlichting van de specifieke uitkeringen. In de meicirculaire 2024 is hier nog niets mee gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14259984/2