CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

06a Bijlage 1 PDF incl. bijlagen Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en jaarverslag 2022 B&W

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 16 februari 2023, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken19.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsprogramma Vergunningen Toezicht en Handhaving 2023 & Jaarverslag VTH 2022 Fysieke leefomgeving: WABO, APV, bijzondere wetten en openbare orde en veiligheid.

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding

5

2. Inleiding

6

3. De6

7

4. VTH-beleidscyclus

8

4.1 Doelstelling VTH

8

4.1 Taken en bevoegdheden

8

4.2 VTH beleid en VTH uitvoeringsplan

9

5. IBT

9

6. Ontwikkelingen

12

7. Monitoring en registratie

17

7.1 Big 8

17

7.2 Besluit omgevingsrecht

17

7.3 ICT pakket van invloed op monitoring

18

7.4 Verordening kwaliteit

18

7.5 Stand van zaken kwaliteitsvoorwaarden gemeente Rucphen

19

8. Capaciteit

21

8.1. Conclusie

21

8.2 Capaciteit

22

8.3 Capaciteit per onderdeel

23

8.4 Beschikbare middelen

25

9. VTH Wabo 2023

27

9.1 Activiteit bouwen

27

9.1.1 Vergunningen

27

9.1.2. Toezicht

30

9.1.3. Handhaving

31

9.2 Slopen

32

9.2.1. Vergunning/Melding

32

9.2.2. Toezicht

33

9.2.3. Handhaving

33

9.3 RO strijdig gebruik

34

9.3.1. Vergunning/Ontheffing

35

2

10.

9.3.2. Toezicht

35

9.3.3. Handhaving

36

9.4. Brandveiligheid

36

9.4.1. Vergunning/melding

37

9.4.2. Toezicht

37

9.4.3. Handhaving

37

9.5. Milieu

38

9.5.1. Vergunning/Melding

38

9.5.2 Toezicht

38

9.5.3. Handhaving

38

9.6.

Projecten

38

9.6.1

Huisvesting Arbeidsmigranten

39

9.6.2

Buitengebied (bouwen/milieu/RO/ondermijning)

39

9.6.3

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

39

9.6.4

Recreatieparken

39

9.7. Klachten en calamiteiten

40

9.7.1. Klachten

40

9.7.2. Calamiteiten asbest

40

APV en bijzondere wetten 2023

41

10.1 Prognose aantallen

41

10.1.1. Vergunning/Melding/Kennisgeving

41

10.1.2 Toezicht

43

10.1.3 Handhaving

44

11. Integrale Veiligheid 2023

45

11.1 Regierol

45

11.2 integraal Veiligheidsplan

45

12. Communicatie

47

12.1 Inleiding

47

12.2 Communicatiedoelstellingen:

47

12.3 Kernboodschap

47

12.4 Communicatiestromen op bekendmakingen jaarverslag VTH en programma

47

12.5 Balans tussen communicatie en effectief handelen

48

12.6 Nauwkeurigheid in communicatie

48

12.7 Inspanningen zichtbaar maken

48

3

13.

Jaarverslag VTH leefomgeving 2022

49

13.1 Jaarverslag 2022

49

13.2. Verantwoording en conclusies

50

13.2.1. Verantwoording bouw

52

13.2.2. Verantwoording milieu

55

13.2.3. Verantwoording APV en 00V

57

14. Bijlagen

59

14-A Risicomatrix LHS

60

14-B Prioritering VTH beleid

61

14-C Werkplan 2023 OMWB

1

4

1. Aanleirlinp Voor u ligt één document waarin het Uitvoeringsprogramma Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH) 2023 en het Jaarverslag VTH 2022 zijn samengevoegd. Het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 geeft aan welke taken de gemeente het komende jaar gaat uitvoeren en in welke omvang. In het jaarverslag is opgenomen welke taken de gemeente Rucphen het afgelopen jaar heeft uitgevoerd. Het jaarverslag VTH 2022 geeft tevens input voor het Uitvoeringsprogramma VTH 2023. In het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 wordt een vertaling gegeven van de wettelijke taken en het VTH-beleid naar de benodigde capaciteit in uren om de taken op een adequaat niveau uit te voeren. Daarbij worden keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld op basis van de risicobeoordeling. In 2023 is in dit Uitvoeringsprogramma een actualisatie doorgevoerd; middels gebruikmaking van een nieuwe risicobeoordeling en het Collegewerkprogramma. Dit document geeft vorm aan het jaarverslag VTH en Uitvoeringsprogramma VTH zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht. De gestelde prioriteiten zijn actueel en onder andere gebaseerd op het Uitvoeringsbeleid VTH. Het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 is een dynamisch document. Mochten er in 2023 andere behoeftes opkomen dan zijn wijzigingen mogelijk.

5

2. Inleiding 2.1 Leeswijzer Na de aanleiding en deze inleiding wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de De6 samenwerking. In hoofdstuk 4 treft u een uiteenzetting over het VTH-beleid. In hoofdstuk 5 gaan we in op het toezichtoordeel van de Provincie. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op relevante ontwikkelingen. Hoofdstuk 7 staat in het teken van de monitoring en registratie en in hoofdstuk 8 wordt de capaciteit besproken. Hoofdstuk 9, 10 en 11 gaan over de inhoudelijke verdeling naar taakvelden en bijbehorende capaciteit. De verdere inhoud en visie met betrekking tot dit hoofdstuk is te vinden in het Integraal Veiligheidsplan De Markiezaten 2023-2026 en het jaarplan integrale veiligheid 2023 van de gemeente Rucphen. Tot slot treft u in hoofdstuk 12 het onderwerp communicatie aan. 2.2 Looptijd Dit Jaarverslag VTH 2022 is de verantwoording over 2022 en dit Uitvoeringsprogramma VTH geldt voor het gehele kalenderjaar 2023. 2.3 Reikwijdte Het gaat hier om vergunningverlening, toezicht en handhaving van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving (fysieke leefomgeving). Waarbij het wettelijk kader is: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Besluit omgevingsrecht (Bor), Algemene plaatselijke verordening (APV), bijzondere wetten en openbare orde en veiligheid.

6

neE De zes gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert (hierna: De6-gemeenten) werken samen op een aantal gebieden. Waaronder de VTH beleidscyclus (VTH beleid en VTH jaarprogramma). Bij het opstellen van het VTH-beleid is in De6-verband samengewerkt. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijke prioriteringsmethodiek en een model tekst voor het beleid met ruimte voor couleur locale. Op basis hiervan is begin 2018 door alle De6-gemeenten het VTH-beleid vastgesteld. In De6-verband wordt het VTH-beleid geactualiseerd. De planning is om het geactualiseerde VTHbeleid in 2023 te laten vaststellen. Het nieuwe VTH-beleidsplan moet compacter en overzichtelijker worden. Tot de vaststelling van het nieuwe VTH-beleidsplan zal in dit Uitvoeringsprogramma VTH 2023 al een actualisatie plaatsvinden op prioriteiten en het Collegewerkprogramma. Dit document (Uitvoeringsprogramma VTH 2023 is opgesteld middels een gezamenlijk format. Zo ontstaat er regionaal een uniform kader waarin de gemeenten elkaar kunnen versterken. De gemeenten binnen de De6 zijn organisatorisch anders vormgegeven, daarom biedt dit gezamenlijk format ruimte om lokaal eigen in- of aanvullingen toe te voegen.

Omdat de gemeenten samenwerken als een netwerk zijn geen juridische constructies of convenanten nodig, maar zijn de gemeenten samen aan de slag en trekken ze samen op waar dat zinvol, effectief en efficiënt is.

De6 gemeenten

7

4. VTH-beleidscyclus 4.1 Doelstelling VTH Het algemene doel is om de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn er onder andere op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico's. In het VTH-beleid is als doel opgenomen dat vergunningverlening, toezicht en handhaving in Rucphen de kwaliteit van de leefomgeving beschermt en waar mogelijk verbetert. In dit beleid staat naleving van normen centraal. Hierbij richt de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving zich op het bevorderen van de naleving en de handhaving daarop. In het VTH-beleid zijn in hoofdstuk 6, per onderdeel, ook specifieke doelen beschreven. Deze doelen worden behandeld in hoofdstuk 9 t/m 12 in dit Uitvoeringsprogramma VTH. Omdat niet alle doelen in 1 jaar gerealiseerd kunnen worden zijn de doelen verdeeld over de periode 2018-2023. Voor 2023 is een actualisatie op het VTH-beleid toegepast door in het Uitvoeringsprogramma VTH reeds de nieuwe risico afweging, welke is opgesteld in De6 verband voor het nieuwe VTH beleid en het Collegewerkprogramma mee te nemen.

4.1 Taken en bevoegdheden Het is een gemeentelijke taak en bevoegdheid om vergunningen te verlenen op verschillende taakvelden en hierin voorschriften op te nemen ter bescherming van veiligheid, milieu en/of leefbaarheid. Gemeenten zien toe op naleving van deze voorschriften en geldende wet- en regelgeving en hebben de bevoegdheid om zo nodig handhavend op te treden. Hiervoor worden strategieën vastgesteld en beschikken gemeenten over wettelijke bevoegdheden. Ook wordt voorlichting gegeven over welke regels er zijn, de reden voor de regels en het houden van controles. Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn er onder andere op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico's. Vanwege het grote maatschappelijk belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. Het is een taak van de overheid om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien. Ter bescherming en bevordering van de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving beschikt de gemeente over wettelijke instrumenten. De inzet van de wettelijke instrumenten betekent niet dat elk risico kan worden uitgesloten en elke overtreding voorkomen kan worden. De omvang van de taken bij vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) in combinatie met de middelen (personele capaciteit en financiën) maakt het noodzakelijk om keuzes te maken.

De beschikbare capaciteit moet zo verstandig mogelijk worden ingezet. Het college van burgemeester en wethouders stelt daarom een VTH beleid, Uitvoeringsplan VTH en Jaarverslag VTH vast. Daarmee geeft het college aan hoe zij invulling geeft aan de wettelijke taak om vergunningen te verlenen, om toe te zien op naleving van de regels en om handhavend op te treden tegen overtredingen.

8

4.2 VTH beleid en VTH uitvoeringsplan VTH beleid Zoals hiervoor is vermeld, is het VTH-beleidsplan in De6-verband tot stand gekomen, waarbij ruimte was om lokale duiding op te nemen. In het VTH-beleid worden de uitgangspunten en de prioriteiten voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving vastgelegd. Dit gebeurt vanuit een risicogerichte benadering. Op deze beleidsmatige basis is het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 uitgewerkt. Daarbij is rekening gehouden met resultaten over 2022. Voor deze risicogerichte benadering hanteert de gemeente Rucphen een prioriteringsmethodiek. Ook bij het opstellen van het VTH-beleid is in De6-verband samengewerkt. Dit leidde o.a. tot een gezamenlijke prioriteringsmethodiek. Het huidige VTH-beleid is vastgesteld op 23 januari 2018 en wordt op dit moment in De6-verband geactualiseerd. Tot het nieuwe beleid is vastgesteld blijft het huidige beleid van kracht. VTH uitvoeringsplan en jaarverslag De omvang van de taak bij vergunningverlening, toezicht en handhaving in combinatie met de schaarse middelen (personele capaciteit en financiën) maakt het noodzakelijk om keuzes te maken.

In het VTH-beleid zijn in hoofdstuk 6, per gemeente, specifieke doelen beschreven. Deze doelen worden in dit document behandeld in hoofdstuk 9 t/m 12. De beschikbare capaciteit moet zo verstandig mogelijk worden ingezet. Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester moeten een belangenafweging maken om al dan niet een vergunning te verlenen, toe te zien op de naleving en handhavend op te treden. Op grond van de artikelen 7.2 en 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) moet deze, voor wat betreft de VTH-taken, gemotiveerd worden beschreven in een VTH beleidsplan en Uitvoeringsprogramma VTH.

5. IBT In het omgevingsrecht zijn regels opgenomen waar gemeente Rucphen, zich aan moet houden bij het uitvoeren van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) taken. Daarop controleert Provincie Noord-Brabant middels Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Provincie Noord-Brabant

IBT: toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door onder andere gemeenten.

Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur te beschermen. De provincie beoordeelt of gemeenten het uitvoeren van de VTH-taken zó hebben ingericht, dat deze adequaat uitgevoerd kunnen worden. De provincie legt de nadruk op de vakgebieden Ruimtelijke Ordening (RO), Bouw- en Woningtoezicht (BWT) en Milieu. Op basis van de meest recente beoordelingscyclus van de provincie in diens hoedanigheid als toezichthouder zijn de De6 gemeenten op 13 aspecten beoordeeld. Het gaat dan om de actualiteit

9

r-

van documenten en beleid, de tijdigheid waarop zaken worden aangeleverd, de inhoud waaraan documenten moeten voldoen en de borging van de continuïteit. De IBT toezichthouder heeft bij de laatste beoordelingscyclus een opmerking gemaakt over de samenwerking/afstemming met strafrecht. Deze samenwerking/afstemming dient volgens het IBT een nadrukkelijkere plaats in de VTH documenten te krijgen. Dit is een lastige opgave, aangezien we als gemeente weinig invloed hebben op de prioritering van politie en justitie. Uiteraard vindt er wel afstemming plaats over elkaars prioriteiten en aanpak In 2023 zullen we in beeld brengen welke samenwerkingen er zijn. Dit overzicht zal vanaf dan onderdeel uitmaken van het Uitvoeringsprogramma VTH. Ook in het eerstvolgende VTH beleid zal de gemeente Rucphen de samenwerking en afstemming met strafrecht nadrukkelijker benoemen. Op basis van een analyse van de rapportages van de zes individuele gemeenten ontstaat het volgende beeld: Voldoet

Voldoet gedeeltelijk

Voldoet niet

Score in %

Etten-Leur

1

90%

Halderberge

1

90%

Moerdijk

2

93.33%

Roosendaal

13

1

90%

Rucphen

13

1

90%

Zundert

12

2

93.33%

Het IBT-rapport wordt gelijktijdig met dit Uitvoeringsprogramma VTH ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

10

Gemeenten Noord-Brabant Wabo documenten vergunningverlening, toezicht en handhaving (V-0-1) 2022 Provincie Noord-Brabant

Legenda een Inneerderd,edeLlnlar pereeneener dhlegnoxoneento wekken gedeenelnl een beeerdeekle menekte

neeg

VILIdeculaere. ~een net oen beeendeeide ~de pmederpas Orenngeed c__#0 gen oe.. nee kol MI ar en ~Lee ,egeee tegen ,eneengeneregmen oe Cl 1 en.. fl22 edekingenneme

'k., ik '

Afb. 1: Overzicht vaststelling Uitvoeringsprogramma vergunningverlening 2022 in de provincie Noord-Brabant.

6. Ontwikkelingen In dit hoofdstuk zijn de meeste relevante ontwikkelingen beschreven die invloed hebben op het Uitvoeringsprogramma VTH. Enkele daarvan zijn ook al opgenomen in het VTH-beleid. In het Uitvoeringsprogramma VTH zijn de ontwikkelingen verwerkt en bij de uitvoering van het programma wordt hier rekening mee gehouden.

6.1 Landelijke ontwikkelingen In deze paragraaf wordt een aantal landelijke ontwikkelingen beschreven die relevant zijn voor de gemeentelijke VTH-uitvoering.

6.1.1 Van Bouwbesluit 2012 naar Besluit bouwwerken leefomgeving Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet treedt ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in werking. Zover nu bekend is komen er ook inhoudelijk wijzigingen. Mogelijk is er net voor de inwerkingtreding een piek in het aantal bouwaanvragen, zodat men nog met de huidige regels kan bouwen.

6.1.2 Omgevingswet Het omgevingsrecht is nu versnipperd in tientallen wetten, circa 120 AMvB's en een vergelijkbaar aantal ministeriële regelingen. Deze historisch gegroeide hoeveelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving wordt geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet zet de gebruiker centraal én beoogt meer flexibiliteit te bieden om door initiatiefnemers gewenste

initiatieven mogelijk te maken. De wet betreft het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over milieu, natuur, bouwen, infrastructuur, monumenten en ruimte. Zoals het er nu naar uitziet treedt de Omgevingswet per 1 juli 2024 in werking. Deze vraagt om een andere werk- en denkwijze van overheden, inwoners en bedrijven. Door minder en overzichtelijkere regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk willen we dit vormgeven. Daarnaast vraagt de Omgevingswet om een cultuurverandering. Voor de implementatie van de Omgevingswet zijn diverse werkgroepen gevormd en een projectleider aangesteld. Deze projectgroep Omgevingswet zal in 2023 verder gaan met de implementatie, organiseren van opleidingen en het aanpassen van werkprocessen. Vanuit verschillende teams zijn meerdere medewerkers betrokken bij de implementatie van de Omgevingswet. Dit heeft invloed op de beschikbare capaciteit.

Aan de slag met de Omgevingswet 6.1.3 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen In 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen aangenomen en gepubliceerd. Het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen (Bkb) bevindt zich nog in een ontwerpfase. De VNG meende dat het oorspronkelijke ontwerp Bkb zou leiden tot problemen in de uitvoerbaarheid. Inmiddels is in november 2020 hierover een akkoord tot stand gekomen tussen het Ministerie van Binnenlands Zaken en de VNG. Er moeten nog een aantal formele stappen worden gezet, maar door dit akkoord lijken dat slechts formaliteiten. Het is nu de verwachting dat deze wet- en regelgeving, evenals de Omgevingswet, op 1 juli 2022 in werking zal treden. Het nieuwe stelsel geldt eerst alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse. Dit zijn bijvoorbeeld aanbouwen, eengezinswoningen en simpele bedrijfspanden. De kern van de inhoud van deze wet- en regelgeving is:

12

•

De bouwplantoetsing aan het Bouwbesluit 2012 en het bouwtoezicht verschuiven van gemeenten naar private partijen;

•

Die private partijen ontwikkelen methodes (instrumenten) voor kwaliteitsbewaking om te zorgen dat aannemers zich houden aan de bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit 2012;

•

Een onafhankelijke publieke toelatingsorganisatie oordeelt of een voorgestelde methode voor kwaliteitsbewaking voldoet aan de eisen;

•

De gemeente controleert slechts of een aannemer werkt met een goedgekeurde methode voor kwaliteitsbewaking;

•

De toetsing aan het Bouwbesluit 2012 van nieuwbouw en verbouw bij de vergunningverlening door gemeenten vervalt hiermee;

•

Kleine bouwwerken en verbouwingen zijn vrij van toets Bouwbesluit 2012.

Een van de afspraken met de VNG is het zogezegd proefdraaien met vergunningaanvragen en toezicht onder het nieuwe stelsel. Wanneer aan deze proefprojecten/pilots wordt meegedaan heeft dit qua capaciteit en mogelijk ook nog andere gevolgen. In De6 verband is in 2021 gestart met de beoordeling wat de invloed is van de Wkb op het VTHbeleid en/of Uitvoeringsprogramma VTH. Het gaat hierbij specifiek over de invloed op benodigde capaciteit en aanpassing van VTH-processen. Omdat de uiteindelijke invulling van de Wkb nog niet vaststaat, is de beoordeling nog niet afgerond. 6.1.4 Wet BAG Als gemeente zijn we bronhouder van twee basisregistraties: de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie en de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) Beide registraties hebben wettelijke verplichtingen voor het opnemen van de feitelijke situatie (legaal of illegaal) in de registraties. Doordat er voor wijzigingen in of aan panden niet altijd vergunningen nodig zijn moeten wij als beheerder op basis van o.a. inschrijvingen en luchtfoto's de feitelijke situatie registreren. Mutaties in BGT en BAG moeten actief worden opgespoord en doorgevoerd in beide registraties.

De verdergaande deregulering (meer vergunningsvrij bouwen) van de rijksoverheid en het steeds meer aan de markt overlaten staat dus haaks op de uitgangspunten van de wet BAG die voorschrijft dat een gemeente alle panden in beeld moet hebben. Het betekent dat een gemeente verplicht is de nodige inzet te plegen voor de wet BAG op toezicht en handhaving van de panden. 6.1.4 Toezicht in de openbare ruimte Vanuit de overheid worden steeds meer toezichtstaken opgedragen aan gemeenten. Ook heeft de VNG in haar toekomstvisie een voorstel gedaan om bepaalde politietaken over te gaan dragen naar de gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer (fietsen zonder licht, door rood licht rijden e.d.). Deze op de veiligheid gerichte taken moeten dan door de BOA's worden uitgevoerd. Ook de lokale ontwikkelingen rondom gebiedsgericht werken en meer dan voorheen de verbinding met onze inwoners zoeken zijn van invloed op het takenpakket en beschikbare capaciteit van de BOA's.

13

6.1.7 Ondermijnende criminaliteit Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Denk aan zaken als cybercrime, drugshandel en -productie, mensenhandel, wapenhandel etc. Maar ook onderwerpen als het (op grote schaal) ontduiken van belasting, crimineel geld witwassen of frauderen met vastgoed, uitkeringen of overheidssubsidies. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid en een integrale aanpak. De verbinding tussen bestuurs- en strafrecht is belangrijk voor een goede aanpak van ondermijnende criminaliteit en een level-playing-field. De Provincie Brabant- Noord heeft aangegeven dat een borging van deze verbinding dient te worden opgenomen in het VTH beleid en het Uitvoeringsprogramma VTH. De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie. Dit komt er op neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein via de AOV-ers worden geagendeerd bij de basisteam driehoek. Bovendien legt zowel het VTH beleid als het Uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag een link met Integrale Veiligheid en APV (openbare orde) om bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal te benaderen.

De integrale aanpak en samenwerking zijn gericht op de inzet van (preventieve), bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke, fiscale en/of strafrechtelijke instrumenten. Onderdeel van deze integrale aanpak is de bestuurlijke aanpak. Binnen de bestuurlijke aanpak neemt het openbaar bestuur maatregelen die de georganiseerde criminaliteit in de activiteiten belemmeren of frustreren. Wanneer de strafrechtelijke opsporing en vervolging door politie en justitie gecombineerd wordt met bestuurlijke en fiscale middelen, ontstaat de meest optimale vorm van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit: de geïntegreerde aanpak. Hieraan werken, op basis van gelijkwaardigheid, verschillende partijen zoals gemeente, provincie, politie, OM, belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten. De ene keer zal dat leiden tot bestuurlijk, de andere keer tot fiscaal- of strafrechtelijk optreden.

14

6.1.8 Agrarische ondernemers Nederland en de provincie Noord-Brabant zetten de komende jaren sterk in op de transitie van de agrarische sector. Waarbij het streven is: agrarische ondernemers produceren in harmonie met milieu, natuur en landschap. Zo levert de Brabantse landbouw een bijdrage aan de biodiversiteit, een aantrekkelijk landschap en de kwaliteit van water en bodem, en kan natuur- en landschapsinclusief boeren de nieuwe norm worden. Een branche die diervriendelijk produceert, past in de natuurlijke omgeving en brengt geen onaanvaardbare gezondheidsrisico's met zich mee. Toezicht door de OMWB in opdracht van de gemeente en/of provincie draagt bij aan een beter naleefgedrag van agrarische ondernemers. Dit helpt bij de hiervoor genoemde transitie. 6.1.9 Krapte op de arbeidsmarkt De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft ook effect op het VTH-domein. Vooral technische functies zijn moeilijk vervulbaar. Om de uitvoering en kwaliteit van VTH-taken niet te veel onder druk te zetten en de werkdruk bij medewerkers te verlichten heeft dit onderwerp de aandacht van het management van de gemeente Rucphen. Daarnaast onderzoeken we ook de mogelijkheden en wens om meer regionaal te gaan samenwerken. In de bestaande De6 samenwerkingsverbanden is dit ook reeds onderwerp van gesprek, ook in relatie tot de Omgevingswet.

6.2 Regionale ontwikkelingen In deze paragraaf wordt een aantal regionale/bovenlokale ontwikkelingen beschreven die relevant zijn voor de gemeentelijke VTH-uitvoering. 6.2.1 De6-samenwerking De De6-samenwerking is een regionale ontwikkeling die al aan de orde is gekomen in dit Uitvoeringsprogramma VTH. De algemene insteek van de deelnemende gemeenten is om op verschillende gebieden met elkaar samen te werken. 6.2.2 Samen Sterk in Brabant (SSiB) Om misstanden in het buitengebied aan te pakken, werkt de gemeente samen met de provincie, omgevingsdiensten en Brabantse gemeenten, waterschappen, Openbaar Ministerie, politie en terreinbeheerders. De nadruk ligt op de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs-) afvaldumpingen. Maar overtredingen als het verwaarlozen van dieren en illegale hennepteelt worden ook door het handhavingsteam van SSiB opgespoord. Daarom is het handhavingsteam 24 uur per dag en 7 dagen per week op pad in het buitengebied. Onze BOA's en toezichthouders werken nauw samen met het handhavingsteam van SSiB. Deze samenwerking bestaat uit o.a. gezamenlijke controles en handhavingsacties. Samen Sterk In Brabant

15

6.3 Gemeentelijke Ontwikkelingen. Voor de gemeentelijke ontwikkelingen wordt hier verwezen naar paragraaf 3.3 (Gemeentelijk beleid) en hoofdstuk 6 (Prioriteiten en doelen) van het VTH-beleidsplan. Deze vormen de basis en een richtlijn voor de jaarlijks te coördineren, programmeren en uit te voeren werkzaamheden en projecten. Als gevolg van al gemaakte keuzes zijn voor 2023 de volgende projecten geprogrammeerd: Huisvesting Arbeidsmigranten Buitengebied Landelijke Aanpak Adreskwaliteit Recreatieparken Betrouwbaar Rucphen

6.3.1. Gebiedsgericht werken: de inwoners aan zet! In het kader van overheidsparticipatie leggen we de regie bij onze inwoners voor diens eigen woon- en leefomgeving. Hierbij past een vorm van gebiedsgericht werken. Binnen Rucphen is ervoor gekozen om het gebiedsgericht werken als volgt geografisch in te delen: • Dorpskernen Rucphen en Zegge •

Dorpskernen Schijf en Sprundel

•

Dorpskern St. Willebrord

Aan elk gebied worden minimaal de volgende functies toegewezen: • Wijk-BOA • Gebiedsregisseur • •

Ambtelijk liaison voor buurtpreventie

6.3.2. Buurtbemiddeling/mediation Buurtbemiddeling helpt mensen om burenruzies op te lossen. Het doel van buurtbemiddeling is om de communicatie tussen medebuurtbewoners op gang te brengen en hen te ondersteunen in het maken van afspraken om overlast in de toekomst te voorkomen. Samen met woningcorporatie Thuisvester en het basisteam politie Roosendaal is dit initiatief opgericht.

6.3.3. Districtelijk Integraal Veiligheidsplan De Markiezaten 2023-2026 Veiligheid is één van onze belangrijkste aandachtsgebieden. Alle inwoners hebben recht op een prettige leefomgeving en moeten zich veilig kunnen voelen. De gemeenten spelen hierin een cruciale rol. In het district De Markiezaten staan de acht gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Tholen, voor vrijwel dezelfde uitdagingen en maken onafhankelijk van elkaar soortgelijk beleid.

16

7. Monitoring en registratie

7.1 Big 8 Het monitoren en registeren is een wettelijke eis, die is vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht. In dit hoofdstuk beschrijven wij hoe we het monitoren en registreren hebben ingevuld om o.a. te voldoen aan de wettelijke eis, maar ook voor onze interne sturing. Zodat tijdige bijsturing, waar nodig, mogelijk is. Het gaat hier om de beleidscyclus de Big 8; het monitoren, rapporteren en evalueren, zodat de cirkel van plannen, uitvoeren, evalueren en eventueel bijstellen volledig wordt doorlopen. Door het combineren van het Uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag VTH in een integraal document wordt er een directe en transparante koppeling gelegd tussen de behaalde resultaten en of alle zaken uitgevoerd zijn (jaarverslag) en het programma voor het komende jaar. Daarnaast wordt ieder jaar beoordeeld of het VTH-beleid nog voldoende actueel is en of er bijsturing nodig is, gelet op de resultaten van het afgelopen jaar. In de applicaties worden aanvragen geregistreerd, dossiers aangemaakt en de voortgang (in een persoonlijke werkvoorraad) per medewerker bewaakt. 7.2 Besluit omgevingsrecht Hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) stelt regels voor de uitvoering en handhaving. Daarin is onder andere geregeld dat gemeenten moeten beschikken over een VTH-beleid en dat er jaarlijks een Uitvoeringsprogramma VTH en jaarverslag VTH wordt gemaakt.

Hierover moet verantwoording worden afgelegd aan zowel de gemeenteraad als de provincie. In artikel 7.6 van het Bor wordt verder ingegaan op de monitoring en registratie van de uitvoering en de handhaving. Hieronder is dit artikel weergegeven. Artikel 7.6. Monitoring 1.

2.

De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid, bewaken de resultaten en de voortgang van: a.

het bereiken van de krachtens die leden gestelde doelen;

b.

de uitvoering van de uitvoeringsprogramma's, bedoeld in artikel 7.3, eerste en tweede lid.

De bestuursorganen dragen zorg voor de registratie van gegevens die zijn verkregen in het kader van de uitvoering en handhaving.

De monitoring en registratie gebeurt binnen elke De6-gemeente op een eigen manier, afhankelijk van de ICT-pakketkeuzes die per gemeente verschillend zijn.

17

7.3 ICT pakket van invloed op monitoring Binnen de gemeente Rucphen wordt gewerkt met de volgende ICT-pakketten die voor de registratie en monitoring van VTH-taken van belang zijn: JOIN Sigmax Citycontrol V.I.K. Centric Leefomgeving Binnen deze systemen worden de benodigde gegevens geregistreerd. In hert kader van de nieuwe Omgevingswet is de gemeente Rucphen ook volop bezig om het ICT pakket waar nodig aan te passen. Binnen de gemeente Rucphen wordt periodiek (eenmaal per 6 maanden) de voortgang van zowel het VTH-beleid als het Uitvoeringsprogramma VTH van het lopende jaar gemonitord. Aan de hand van de resultaten kunnen daarna zo nodig relevante acties worden ondernomen. Dit om zowel de kwalitatief als kwantitatief gestelde doelen uit zowel het beleid als het lopende uitvoeringsprogramma te behalen. De resultaten van de monitoring bieden dan weer de grondslag voor eventueel aanpassen van de beleidsdoelen of de prioritering. Tot nog toe heeft de monitoring nog niet geleid tot aanpassing van het VTH-beleid dat in januari 2018 is vastgesteld. 7.4 Verordening kwaliteit Daarnaast stelt de Wet verbetering VTH de verplichting dat gemeenten een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten hebben, waarin wordt vastgelegd hoe de kwaliteit van de uitvoering en handhaving wordt geborgd.

Die verordening heeft iedere De6gemeente in januari 2018 vastgesteld, met een gelijke tekstuele inhoud. Vanuit De6 is er een werkgroep "Verordening kwaliteit" opgestart. In deze werkgroep is een eenduidige monitor ontwikkeld waarmee de kwaliteit getoetst kan worden. In oktober 2020 is de werkgroep "Verordening kwaliteit" opgegaan in de werkgroep VTH-documenten, waarbinnen ook de formats van het VTH-Beleid, Uitvoeringsprogramma VTH en Jaarverslag VTH zijn gepositioneerd.

7.4.1 Rol OMWB In de Verordening kwaliteit is bepaald dat de basistaken die worden uitgevoerd door omgevingsdiensten (in ons geval de OMWB) vanzelfsprekend aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria moeten voldoen. Momenteel gelden daarvoor sinds 1 juli 2019 de landelijke Kwaliteitscriteria versie 2.2. Ook voor de verzoektaken/plustaken gelden die landelijke kwaliteitscriteria. Met deze taken wordt bedoeld de 'niet-basistaken'die onze gemeente toch laat uitvoeren door de OMWB. Voor de overige niet-basistaken (de thuistaken) bepaalt de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving dat daarvoor eigen kwaliteitsvoorwaarden worden ontwikkeld. In een bijlage bij deze Verordening is opgesomd welke onderdelen het betreft. Het gaat hier over: Dienstverlening; 1. Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; 2. 3. Financiën; Waardering 4. In 2020 heeft de De6-werkgroep Verordening Kwaliteit VTH de laatste hand gelegd aan verdere uitwerking van de laatste onderdelen. Dit betrof onder andere het uitwerken van een enquête, die zowel de klant, de ketenpartners als de eigen medewerkers betreft, om deze weer input te laten

18

zijn voor verdere kwaliteitsverbetering. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 6 oktober 2020 dit voorstel aangenomen. 7.5 Stand van zaken kwaliteitsvoorwaarden gemeente Rucphen De kwaliteitsvoorwaarden zijn opgenomen als bijlage 1 in de Verordening kwaliteit. De kwaliteitsvoorwaarden zijn hieronder opgesomd met daaronder de evaluatie. Aan het begin van 2022 is de stand van de kwaliteitsvoorwaarden in Rucphen als volgt: 7.3.1 Dienstverlening

Beleid en strategie •

er moet een bestuurlijk vastgesteld VTH-beleid zijn Voldoet, het VTH-beleid is vastgesteld door het college op 20 december 2022. Een herziening van/nieuw VTH-beleid wordt in De6-verband voorbereid. Er is besloten het huidige VTHbeleid te verlengen tot het nieuwe VTH-beleid is vastgesteld. Dat nieuwe/herziene VTH-beleid is voorzien in 2023. • het VTH-beleid is vertaald in een uitvoeringsprogramma Voldoet, het laatste Uitvoeringsprogramma VTH is op vastgesteld door het college. 7.3.2 Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten

Processen • Actueel houden van procesbeschrijvingen, protocollen en werkinstructies voor elke VTH Wabo taak. • Beschikbaar hebben van checklists ter ondersteuning van uitvoering en Handhaving. • Beschikbaar zijn van modelbrieven, modelverslagen en andere sjablonen. Voldoet, de bovengenoemde documenten, protocollen, brieven etc. zijn geïntegreerd in de applicaties van het VTH Wabo proces. In het kader van de Omgevingswet worden de diverse documenten, protocollen, brieven etc. vernieuwd.

Medewerkers • Volgens de indeling van de deskundigheidsgebieden van de kwaliteitscriteria inzicht geven in opleiding, ervaring, kennis en specialisme van medewerkers die een bijdrage leveren aan VTH Wabo producten. Voldoet, In De6 verband is een scan gemaakt van alle medewerkers om te bekijken of we voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1. In De6-verband kan hieraan worden voldaan.

Informatievoorziening

• • • • •

Informatiebeleid als basis voor informatisering. Digitale zaak- en klantdossiers. Gebruik van authentieke gegevens uit de basisregistraties. Registreren en archiveren van documenten met gegevens van objecten. Uitwisseling gegevens met opdrachtgevers en ketenpartners. Voldoet, zoals in het Uitvoeringsprogramma/jaarverslag VTH is beschreven, gebruiken wij de authentieke gegevens uit de basisregistraties (bv. BAG en BRP). De applicaties van het VTHproces werken hier ook mee samen. Wij werken volledig digitaal en gebruiken hiervoor zaakdossiers. De registratie en archivering van documenten gebeurt o.a. op basis van gegevens van objecten.

19

7.3.3 Financiën • Strategie, beleid en externe ontwikkelingen van de VTH Wabo-taken zijn vertaald in de meerjarenbegroting. Voldoet, de strategie en beleid met betrekking tot de VTH-taken is vertaald in het VTH-beleid en het Uitvoeringsprogramma VTH. De benodigde financiële middelen hiervoor worden opgenomen in de meerjarenbegroting. Ook wordt in de meerjarenbegroting rekening gehouden met interne en externe ontwikkelingen, zodat ook voor deze ontwikkelingen altijd budget aanwezig is. Zoals bekend ligt de bevoegdheid voor het vaststellen van de meerjarenbegroting bij de gemeenteraad. 7.3.4 Waardering Tevredenheidsonderzoek • Vaststellen van en uitvoering geven aan een methodiek voor het periodiek meten van de tevredenheid van medewerkers, burgers, bedrijven en samenwerkingspartners binnen het vakgebied VTH Wabo. Voldoet, er is een medewerkersonderzoek uitgevoerd. De in De6-verband voorbereide enquête voor het meten van tevredenheid van burgers en bedrijven én samenwerkingspartners wordt in 2023 uitgerold.

20

R. Canariteit In de gemeente Rucphen zijn Openbare orde, handhaving en veiligheid belegd bij de afdeling Bestuur en Veiligheid (B&V), waar vergunningen en milieu zijn ondergebracht onder de afdeling Beheer en Ruimtelijke ontwikkeling (BRO). In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van alle taken in het Uitvoeringsprogramma VTH en zijn deze taken gekoppeld aan de benodigde en beschikbare capaciteit in 2023. In het Jaarverslag VTH 2022 zijn de uren uit het Uitvoeringsprogramma VTH 2022 opgenomen met de daarbij gerealiseerde uren. Hieruit volgt de onderstaande conclusie.

8.1. Conclusie Uitvoeringsprogramma VTH 2023 Na het bepalen van de benodigde uren en deze af te zetten tegen de beschikbare uren stellen wij vast dat voor de meeste onderdelen, met flexibele inzet van het personeel en het gedeeltelijk inhuren van capaciteit, voldoende uren beschikbaar zijn voor het reguliere/structurele werk en de geplande projecten. Daarmee wordt een adequaat niveau bereikt. In het Jaarverslag VTH 2022 is terug te zien dat voor de meeste VTH-taken zowel van Wabo als APV de uren die zijn opgenomen in het programma ook zijn besteed. Bij enkele specifieke onderdelen wordt hiervan afgeweken, maar dat betekent niet automatisch dat het beoogde doel, resultaten en/of afspraken niet zijn behaald. In hoofdstuk 9 t/m 13 gaan we hier verder op in. Voor het onderwerp 'Corona'zijn flink minder uren gemaakt, aangezien de inzet daarop niet meer nodig was vanaf het tweede kwartaal in 2022. De voor 'Corona'geraamde uren die zijn vrijgekomen in 2022 zijn o.a. ingezet bij de aanpak ondermijning, het project recreatieparken en behandeling van klachten. Het project 'Recreatieparken'vroeg in 2022 extra tijd in verband met lopende juridische procedures en het benodigde toezicht. In 2022 is een projectleider voor dit project ingehuurd. Deze projectleider zal ook in 2023 ingehuurd worden. Ook verwachten we in 2023 meer capaciteit nodig te hebben voor dit project dan in 2022.

Gelet op het aantal klachten en de tijd die nodig was in 2023 om een klacht gedegen op te pakken, met name voor bouwen en bestemmingsplanactiviteiten, zullen we bij de binnenkomende klachten meer inzetten op prioritering. Dit om adequaat in te kunnen zetten op alle geplande activiteiten, incidenten en op de binnengekomen klachten. Daarnaast is in 2023 gebleken dat de aanpak van ondermijning en de samenwerking met de politie meer tijd behoeft. In 2023 reserveren we daarom meer uur voor deze samenwerkingen en aanpak van ondermijning. In 2022 hebben we al ingezet op dit onderwerp door een opleiding voor de toezichthouder van de gemeente. Dit taakveld draagt ook bij aan het project 'Buitengebied'. In hoofdstuk 13 'Jaarverslag VTH leefomgeving 2023'gaan we verder in op de geplande en gerealiseerde uren in 2022.

21

8.2 Capaciteit Totaal overzicht beschikbare capaciteit 2023 al fte

Uren fte

Aftrek Beschikbare uren

Vergunning

3,62

1480

0

5358

Toezicht en Handhaving

1,5

1480

0

2220

Handhaving Juridisch

1,5

1480

0

Subtotaal Administratie

Totaal fte

Uren fte

1,94

1480

Aftrek Beschikbare uren 0

Subtotaal

2871 2871

ITH Wabo juridisch

Totaal fte

Uren fte

Juridisch /algemeen

'..

:L'S:

Totaal fte

27e- fte

Vergunningen

1.07

2,480

0

Toezicht en handhaving

0,5

1480

0

Aftrek Beschikbare uren 1480

Subtotaal 11/TH APV en bijzondere wetten

2220 9798

1480 Aftrek Beschikbare uren

Subtotaal

1541 720 2261

Toezicht en Handhaving

3,5

1480

0

HandhavingJuridisch

0,4

1480

0

592

Beleid en coördinatie 00HV

1

1480

0

1480

Ondermijning/projecten/crisis

1,3

1480

0

'IMAM TOTAAL

5180

1924 9176

25586

Extra capaciteit Verder wordt voor het project Recreatieparken in 2023 een projectleider ingehuurd voor 1480 uur. In 2022 was dit 720 uur. Voor Wabo vergunningverlening is in 2023 extra budget beschikbaar, 740 uur, om piekbelasting in aanvragen op te kunnen vangen. In 2023 is er een halve fte BOA capaciteit minder beschikbaar. De verwachting is dat met de beschikbare capaciteit en werkwijze de geplande taken gerealiseerd kunnen worden. BOA toezicht is in 2022 ook ingezet op toezicht WABO (bewoning in strijd met bestemmingsplan bijvoorbeeld) en toezicht is ingezet bij projecten (onder andere bij recreatieterreinen). In 2023 zal dit BOA toezicht ook plaatsvinden. Waarbij de registratie aangepast gaat worden zodat de BOA uren zichtbaar zijn in de eindregistratie van alle taakvelden.

22

8.3 Capaciteit per onderdeel In onderstaande tabel staat een samenvatting van alle capaciteitsberekeningen van alle taken in het integraal Uitvoeringsprogramma VTH 2023. In hoofdstuk 9 (VTH Wabo), hoofdstuk 10 (APV en Bijzondere wetten en hoofdstuk 11 Integrale veiligheid) zijn de onderbouwingen en bijzonderheden beschreven en weergegeven. mik

ProgrgWa 2022

Realisatie 2022

Prograrnm

Vergunning

2232,5

2416

2300

Toezicht

1092

660

920

Handhaving

1888

2042

2105

Totaaloverzicht VTH Wabo

2023

Totaaloverzicht APV en Bi.zondere wett -n .,

.

2.02

2.43

Vergunning

1126

1060,5

1060

Toezicht

177

315

300

Handhaving

190

170

170

Projecten totaal

3528

4401

4200

Totaal

8747

7305

8000

Tabel: Overzicht capaciteit 2023 per onderdeel

9.1.

Bouwen totaal

9.1.

Bouwen (doelen en coördinatie)

2400 0

9.1.1. Vergunning

1350

9.1.2. Toezicht

550

9.1.3. Handhaving

500

9.2.

Slopen totaal

90

9.2.

Slopen (doelen en coördinatie)

0

9.2.1. Vergunning

54

9.2.2. Toezicht

11

9.2.3. Handhaving

25

23

9.3.

RO totaal

9.3.

RO strijdig gebruik (doelen)

2666 0

9.3.1. Vergunning

940

9.3.2. Toezicht

300

9.3.3. Handhaving

1426

9.4.

Brandveiligheid totaal

286

Brandveiligheid (doelen en coördinatie)

0

9.4.

9.4.1. Vergunning

16

9.4.2. Toezicht

150

9.4.3. Handhaving

120

9.5.

Milieu totaal

470

9.5.

Milieu

470

9.6.

Projecten totaal

4571

9.6.1. Huisvesting Arbeidsmigranten

265

9.6.2. Buitengebied

200

9.6.3. Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

70

9.6.4. Recreatieparken

4036

9.7.

Klachten

640

9.7.1. Klachten

600

9.7.2. Calamiteiten asbest

40

10.

APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten totaal

10.1.

APV en Bijzondere wetten (doelen en coördinatie)

1430 0

10.1.1. Vergunning

1060

10.1.2. Toezicht

200

10.1.3. Handhaving

170

24

11 Openbare orde en veiligheid Openbare orde en veiligheid totaal

7997

11.1

Beleid en coördinatie

1380 3200

11.1

Toezicht en handhaving in de openbare ruimte

857

11.2

Georganiseerde criminaliteit en cybercrime

11.2

Zorg en veiligheid

1620

11.2

Veilige buurt

160

11.2

Risico's en omgeving

780

In onderstaande tabel zijn de benodigde uren voor de hiervoor genoemde taken berekend voor 2023.

2023 VTH WABO

5912*

Projecten & klachten totaal

5211

* De benodigde uren zijn voor de genoemde taken, kengetallen(uren) en producten. De beschikbare capaciteit op basis van de fte's ligt hoger dan de hiervoor genoemde benodigde uren. De uren die niet direct worden ingezet voor taken, producten of kengetallen worden ingezet voor onder andere klantcontacten en vragen die niet direct leiden tot een aanvraag, product of een vergunning. 8.4 Beschikbare middelen Om uitvoering te kunnen geven aan de wettelijke taken en ambities zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma, zijn middelen nodig. Deze paragraaf gaat hier nader op in. In deze paragraaf worden niet de kosten met betrekking tot personeel inzichtelijk gemaakt. De totale capaciteit welke wij in eigen dienst hebben is hierboven weergegeven. Monitoring van de financiële consequenties van de uitvoering van taken/activiteiten op het gebied van VTH vindt continu plaats. Hiertoe vindt afstennmingsoverleg plaats en worden voortgangsrapportages opgesteld. Hierbij sluiten wij aan bij de Planning en Controlcyclus: 1ste en 2de Bestuursrapportage, Kadernota en Begroting en Jaarrekening. Beschikbare middelen: BenV - Flexibel personeel, CISO

C

72.466

Bedrijfsvoering (Bijdrage aan Veiligheidsregio)

C

1.150.678

Voertuig-/materieelkosten, materiaal.

C

14.172

Rampenbestrijding,

C

13.645

25

Uitvoeren veiligheidsplan, Camera's, handhaving

C

4.3692

HALT, RIEC, Veiligheidshuis, Buurtperventie Taskforce, RIEC Zeeland Brabant

C

70.422

Werkprogramma OMWB

C

316.371

Kosten vergunningverlening

C

-1.543

26

9. VTH Wabo 2023 9.1 Activiteit bouwen De activiteit 'bouwen'valt alleen onder de Wabo als er ook daadwerkelijk sprake is van bouwen in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder a van deze wet.

Specifieke doelen Dit zijn bijvoorbeeld: Digitalisering. Voorkomen misbruik vergunningen; BIBOB-beleid bij bouwen. Behoud van aanwezige cultuurhistorisch waardevolle en of archeologische waarden.

Coördinatie Dit zijn de coördinatietaken die buiten de VTH-procedure vallen. Bijvoorbeeld werkzaamheden in het kader van De6. De coördinatie-uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Bijvoorbeeld de coördinatie op een vergunningsprocedure met interne en externe adviseurs. Tabel: Activiteit bouwen

2400

9.1.

Bouwen

9.1.

Specifieke doelen

9.1.

Coördinatie

9.1.

Administratie

9.1.1.

Vergunning

1350

Vergunningverleners

1350

a. b.

Constructeur

c.

Juridisch

9.1.2.

Toezicht

550

9.1.3.

Handhaving

500

9.1.1 Vergunningen In dit onderdeel worden de taken binnen de Wabo-activiteit "vergunningen bouw" beschreven. In onderstaande tabel Vergunningen bouw is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder de activiteit "vergunningen bouw". In bovenstaande tabel: Activiteiten bouwen is het onderdeel 9.1.1. Vergunning gesplitst op functie. Dit is gedaan omdat het behandelen van vergunningsaanvragen en de afwikkeling van het vervolg (bezwaar en beroep) niet (alleen) wordt gedaan door de vergunningverleners. De administratief- en juridisch medewerkers hebben hier (ook) een rol in. Bovendien is de bouwtechnische toets (waaronder de constructieve toets) uitbesteed aan een derde en worden er ook andere adviezen van derden ontvangen bij een aantal andere aspecten, zoals welstand, monumenten, stedenbouwkundig, verkeerskundig etc. Deze derden en hun werkzaamheden zijn niet in dit overzicht meegenomen.

Vergunningverleners De vergunningverleners zijn de casemanagers van de ingediende aanvragen en toetsen de aanvraag op relevante wet- en regelgeving. In Vergunningen bouw zijn de taken opgenomen volgens de categorisering in het VTH-beleid.

27

Administratief medewerkers De administratief medewerksters ondersteunen de vergunningverleners met (administratieve) werkzaamheden. Juridisch medewerkers Het verlenen of weigeren van een vergunning is een besluit. Besluiten zijn juridische documenten en hebben dus juridische gevolgen. Het beoordelen van de juridische gevolgen is een taak van de juridisch medewerkers. Daarnaast is het behandelen van bezwaren en (hoger) beroep ook een taak van de juridisch medewerkers. Bouwinformatie Onder het onderdeel bouwinformatie helpen we de klant met de informatieverzoeken of bijvoorbeeld de vergunningscheck goed is ingevuld. Bij informatieverzoeken wordt uitgezocht of er een vergunning noodzakelijk is en een globale toets of een vergunningaanvraag kans van slagen heeft. Met de behandeling van een bouwinfornnatieverzoek worden voordelen behaald. Zo wordt er bijvoorbeeld preventief informatie gegeven over het al dan niet vergunningsvrij bouwen of gebruiken, wat vervolgens weer scheelt in repressief toezicht en handhaving door de gemeente. Vooroverleg/concept aanvraag Wanneer een bedrijf of burger vooraf meer zekerheid wil hebben over het wel of niet vergunningsvrij zijn van bouwplannen of de haalbaarheid ervan, kunnen zij een conceptaanvraag indienen. De plannen worden dan getoetst aan het bestemmingsplan en welstand.

Bij een positief antwoord op de conceptaanvraag kan het plan definitief uitgewerkt worden. Het grote voordeel van de conceptaanvraag is dat de aanvrager zonder al te veel (onderzoeks-)kosten te maken te weten komt of het bouwplan in aanmerking komt voor een vergunning. En dit zonder aan alle indieningsvereisten (o.a. uitgewerkte berekeningen en tekeningen) te moeten voldoen. Op deze manier kan een weigering van een formele aanvraag om omgevingsvergunning vaak worden voorkomen. En het kan ervoor zorgen dat de procedure voor een formele aanvraag om omgevingsvergunning sneller verloopt. Welstand De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. In die taak beschikt de gemeente over veel instrumenten, waarvan er één specifiek bedoeld is voor het uiterlijk van bouwwerken: het (gemeentelijk) welstandsbeleid. De aanvragen voor de activiteit bouwen worden getoetst aan het welstandsbeleid, waarbij geadviseerd wordt door een externe welstandscommissie. Vergunningen bouw Onder vergunningen bouw verstaan we alle werkzaamheden die nodig zijn voor het behandelen van een aanvraag op de activiteit bouw. Deze werkzaamheden bestaan o.a. uit het volgende: • • •

Verlenen, weigeren, wijzigen, intrekken of buiten behandeling stellen van aanvragen; De regisseursrol op lopende aanvragen; Het inhoudelijk toetsen van de aanvraag op de wet- en regelgeving, exclusief de toets aan het Bouwbesluit.

Monumenten Monumenten zijn belangrijk voor onze sociale en fysieke leefomgeving. Zij zijn de bron van het verhaal over de geschiedenis van Nederland en de gemeente Rucphen in het bijzonder: het maakt het verleden zichtbaar en versterkt zo ons cultureel en historisch besef. In brede kring wordt onderkend dat onze monumenten een belangrijke maatschappelijke waarde vertegenwoordigen waaraan aandacht moet worden geschonken.

28

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de advisering bij de aanwijzing van rijksmonumenten door het Rijk, voor de borging van het cultureel erfgoed in de bestemmingsplannen, het verlenen van vergunningen voor restauratie of wijziging van monumenten en voor het houden van toezicht. De gemeente Rucphen heeft een onafhankelijke monumentencommissie. De wettelijke taak van de monumentencommissie is het adviseren over aanvragen met de activiteit 'monumenten'. In een aantal gevallen kan ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed over een vergunningaanvraag adviseren. Toetsingsniveaus In paragraaf 7.2.2. Toetsingsniveaus uit het VTH-beleid zijn 5 toetsingsniveaus opgenomen. In het onderdeel specifieke doelen van deze paragraaf was opgenomen dat binnen de De6-samenwerking de uitwerking van de toetsingsniveaus in 2019 op elkaar zou worden afgestemd. Met de komst van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is dit achterhaald en verschuiven de uren naar de voorbereiding van die wet. Tabel: Vergunningen bouw

9.1.1.a.

Vergunningen bouw

1350

Bouwinformatie

150

0,75

112,5

Vooroverleg

60

8

480

Welstand

10

0,5

5

Vergunningen

181

3

543

Aanlegvergunning

5

4

20

Uitweg

35

1,5

52,5

Kappen

35

2,5

87,5

9.1.1.b.

Constructeur

9.1.1.c.

Juridische

50

29

9.1.2. Toezicht In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht beschreven. In tabel Toezicht bouw is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. In bovenstaande tabel: Activiteiten bouwen is het onderdeel 9.1.2. Toezicht gesplitst op functie. Dit is gedaan omdat de werkzaamheden die gemoeid zijn met het toezicht naast het werk door de inspecteurs ook een juridisch karakter kunnen krijgen. Eventueel met bezwaar, beroep en hoger beroep tot gevolg. In die gevallen hebben ook de juridisch medewerkers een rol

Toezicht bouw Als uitgangspunt geldt dat iedere verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen volgens een vaste controlefrequentie wordt gecontroleerd. Afhankelijk van de categorie indeling uit het VTH-beleid worden er één of meerdere controles uitgevoerd. Als uit de prioriteitenlijst van het VTH-beleid blijkt dat er een andere prioriteit aan gekoppeld moet worden, dan wordt deze ingeschaald in een hogere of lagere categorie. Op systematische wijze wordt tijdens de bouw gecontroleerd op de naleving van wettelijke voorschriften, hiervoor zijn checklists gemaakt. Uitgangspunt is dat iedere vergunning wordt gecontroleerd, vaak meerdere keren. Het aantal controles van een gebouw is afhankelijk van de categorie waar een bouwwerk in valt.

Monumenten Met de instandhoudingsplicht die in de Erfgoedwet is geïntroduceerd, wordt toezicht nog belangrijker. Met de instandhoudingsplicht kan de gemeente een eigenaar aanspreken die zijn monument niet (goed) onderhoud. De gemeente kan in het uiterste geval ook handhavend optreden om het noodzakelijke onderhoud af te dwingen. Wel moet handhaving proportioneel zijn. Dit betekent dat een gemeente niet moet wachten tot een alomvattende restauratie nodig is.

Vergunningsvrij bouwen In praktijk zullen onze inspecteurs tijdens het toezicht op vergunde bouwwerkzaamheden nu en dan uitkomen op afwijkingen van de vergunning. Het is dan noodzakelijk om te kunnen beoordelen of er sprake is van vergunningsvrij bouwen of niet. Wanneer er geen sprake is van vergunningsvrij bouwen zal normaliter een bouwstop worden opgelegd en zal moeten worden onderzocht of de afwijking van de vergunning gelegaliseerd kan worden. In feite wordt hier dan de handhavingstaak uitgevoerd, waarop nader wordt ingegaan in paragraaf 9.1.3. Toezicht en handhaving lopen hier dan in elkaar over en daarbij zullen dan ook de juridisch medewerkers betrokken moeten worden.

30

Tabel: Toezicht bouw

9.1.2. Toezicht bouw

550

Vooroverleg Toezicht

450

9.1.3. Handhaving In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving beschreven. In tabel Handhaving bouw is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving. In bovenstaande tabel Activiteiten bouwen is het onderdeel 9.1.3. Handhaving gesplitst op functie. Dit is gedaan omdat de werkzaamheden die gemoeid zijn met de handhaving naast het werk door de inspecteurs ook een juridisch karakter hebben. De juridisch medewerkers verzorgen de besluitvorming bij het opleggen van een bestuurlijke maatregel (dwangsom of bestuursdwang). Ook in de bezwaar- en beroepsfase betreft het primair werkzaamheden van de juridisch medewerkers.

Landelijke Handhavingsstrategie De Landelijke Handhavingsstrategie (hierna: LHS) is, als onderdeel van het VTH-beleid, door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld in januari 2018. De strategie wordt toegepast voor alle toezicht- en handhavingstaken met betrekking tot de omgevingstaken. De LHS is een sanctiestrategie. Dit wil zeggen dat in de strategie is bepaald hoe en wanneer wordt opgetreden bij overtredingen van de wetgeving.

Repressieve handhaving Bij repressieve handhaving is sprake van niet naleven van een regel en is een overtreding gaande. De instrumenten zijn dan ook gericht op beëindiging van die overtreding met een bestuursrechtelijke maatregel. Repressieve handhaving kan voortkomen uit toezicht, klachten en meldingen.

Verzoek tot handhaving Op grond van landelijke wetgeving en jurisprudentie is de gemeente verplicht om handhavend op te treden in het geval van een verzoek tot handhaving, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor van handhaving moet worden afgezien. Dit vanuit de zogenaamde beginselplicht tot handhaving. Een belangrijk aspect bij de behandeling van verzoeken tot handhaving is de Wet dwangsom. Deze wetgeving biedt aan de verzoekers om handhaving de mogelijkheid om een boete aan de overheid op te leggen wanneer niet tijdig op het verzoek tot handhaving wordt beslist. Hier loopt de gemeente dus financiële risico's bij nalatigheid.

Ambtshalve handhaving Naast verzoeken om handhaving kunnen inspecteurs tijdens controlerondes ook zelf overtredingen constateren, zonder dat daar een verzoek aan ten grondslag ligt. Tabel: Handhaving bouw (het project buitengebied is hier niet meegenomen)

9.1.3. Handhaving bouw

500

Repressieve zaken - bebouwde kom

170

- buitengebied

80

- industrie

50

Verzoek handhaving

200

31

9.2 Slopen De activiteit 'slopen'omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen/meldingen, toezicht en handhaving op het gebied de activiteit slopen. Onder 'slopen' wordt verstaan: het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan. Het kader voor deze activiteiten is voornamelijk het Bouwbesluit. In 2017 is door een wetswijziging het basistakenpakket van de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant (hierna: OMWB) aangepast. Dit heeft tot gevolg dat het toezicht op bedrijfsmatige verwijdering van asbest vanaf 2018 ondergebracht is bij de OMWB als basistaak. Sinds 2020 zijn ook de meldingen van verwijdering van asbest door particulieren en totaaisloop waar asbest aanwezig is ondergebracht bij de OMWB.

Coördinatie (OMWB) De coördinatie OMWB betreft benodigde capaciteit voor de coördinatie over het door de omgevingsdienst uit te voeren taken met betrekking tot de asbestwerkzaamheden. De coördinatie uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Tabel: Activiteit slopen

9.2.

Slopen

90

9.2.

Doelen, coördinatie

0

9.2.1. Vergunning, melding

54

9.2.2. Toezicht

11

9.2.3. Handhaving

25

9.2.1. Vergunning/Melding In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunning beschreven. In tabel Vergunning/melding slopen is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunning. Bij bouwwerkzaamheden kan sprake zijn van (gedeeltelijk) slopen. In dat geval moet er een sloopmelding worden gedaan. Wanneer er een sloopmelding ingediend moet worden, volgt uit het Bouwbesluit. Dit is bijvoorbeeld het geval als er meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt, of als er sprake is van asbest. In sommige gevallen is een sloopvergunning nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval als gesloopt wordt in nabijheid van of aan monumenten. Onder bepaalde voorwaarden mag een particulier bij sloopactiviteiten zelf zijn asbest verwijderen. Wordt er niet voldaan aan deze voorwaarden dan moet ook een particulier het asbest laten verwijderen door een gecertificeerd bedrijf. Het asbest laten verwijderen door een gecertificeerd bedrijf valt onder de categorie bedrijfsmatige asbestverwijdering (basistaak van de OMWB). Tabel: Vergunning/ Melding slopen

9.2.1. Vergunningen/ meldingen slopen Vergunning

54 2

2

4

100

0,5

50

- Particulier

0

0

0

-Bedrijfsmatig

0

0

0

Melding

32

9.2.2. Toezicht In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht beschreven. In tabel Toezicht slopen is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. Toezicht sloop Bij het slopen van bouwwerken kan sprake zijn van het vrijkomen van asbest. Bij saneringen van asbest wordt gecontroleerd of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de wettelijk voorgeschreven wijze. Daarnaast wordt toezicht gehouden op situaties waarbij (door de slechte staat van een gebouw) asbest kan vrijkomen.

.... oh

Tabel: Toezicht slopen

9.2.2. Toezicht slopen

11

Vergunning

5

Melding

6

- Particulier - Bedrijfsmatig 9.2.3. Handhaving In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving benoemd. In tabel Handhaving slopen is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving. Repressieve handhaving Bij repressieve handhaving is sprake van niet naleven van een regel en is een overtreding gaande. De instrumenten zijn dan ook gericht op beëindiging van die overtreding met een bestuursrechtelijke maatregel. Repressieve handhaving kan voortkomen uit toezicht, klachten en meldingen. Verzoek tot handhaving Op grond van landelijke wetgeving en jurisprudentie is de gemeente verplicht om handhavend op te treden in het geval van een verzoek tot handhaving, tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor van handhaving moet worden afgezien. Dit vanuit de zogenaamde beginselplicht tot handhaving. Een belangrijk aspect bij de behandeling van verzoeken tot handhaving is de Wet dwangsom. Deze wetgeving biedt aan de verzoekers om handhaving de mogelijkheid om een boete aan de overheid op te leggen wanneer niet tijdig op het verzoek tot handhaving wordt beslist. Hier loopt de gemeente dus financiële risico's bij nalatigheid.

33

Ambtshalve handhaving Naast verzoeken om handhaving kunnen inspecteurs tijdens controlerondes ook zelf overtredingen constateren, zonder dat daar een verzoek aan ten grondslag ligt. Tabel: Handhaving slopen

9.3 RO strijdig gebruik De activiteit 'ruimtelijke ordening/planologisch strijdig gebruik' (hierna: RO) omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen, toezicht en handhaving op het gebied van RO. In een bestemmingsplan worden bestemmingen van gronden aangewezen voor een bepaald gebied binnen de gemeentegrenzen. Het bestemmingsplan bevat bebouwings- en gebruiksregels.

Een bedrijf of burger kan een (bouw-)plan hebben dat niet in het bestemmingsplan past. Een vergunning zou dan normaal moeten worden geweigerd. De Wabo bevat echter verschillende bepalingen, die het de gemeente mogelijk maken om mee te werken aan nieuwe initiatieven, die niet passen binnen het bestemmingsplan. Dit wanneer dat wenselijk wordt geacht en past binnen de lokale beleidsregels. Het kan hierbij gaan om zowel afwijkingen van de bebouwingsregels (oppervlakte, goot- en nokhoogte, locatie) alsook van de gebruiksregels. Afhankelijk van de sitatie heeft de gemeente daarbij de bevoegdheid tot het nemen van de volgende besluiten 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening': • • • •

Het verlenen van een omgevingsvergunning met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid; Het verlenen van een omgevingsvergunning met een buitenplanse afwijkingsmogelijkheid (kruimelgevallen); Het verlenen van een omgevingsvergunning met een tijdelijke afwijkingsmogelijkheid. Voor grotere afwijkingen van het bestemmingsplan kan medewerking worden verleend door een omgevingsvergunning te verlenen met een buitenplanse afwijking (projectbesluit) of door een wijziging of herziening van het bestemmingsplan.

In al deze gevallen kan een 'afwijking/ontheffing' worden verleend, maar dit moet niet. De gemeente beoordeelt of toepassing van een van de mogelijkheden mogelijk en wenselijk is. Bij die beoordeling spelen belangen van derde-belanghebbenden een belangrijke rol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12393174/1