06 Kadernota 2022
Tekst van het document
Kadernota 2022 van de gemeente Rucphen
2
3
Inhoudsopgave Kadernota 2022 Gemeente Rucphen 1.
Inleiding .................................................................................................................................... 5
2.
Begrotingsuitgangspunten ......................................................................................................... 7
3.
Claims en knelpunten................................................................................................................. 9
4.
Investeringsprogramma 2022 – 2025 ...................................................................................... 13
4.1 Meerjaren investeringsprogramma 2022 – 2025............................................................................. 13 4.2 Toelichtingen investeringen ......................................................................................................... 17 5.
Toekomstige ontwikkelingen en bestuurlijke ambities ............................................................ 20
5.1. Toekomstige ontwikkelingen ....................................................................................................... 20 5.2. Bestuurlijke ambities ................................................................................................................. 21 6.
Actualisatie financiële positie 2022 – 2025 .............................................................................. 29
6.1. Inleiding ................................................................................................................................... 29 6.2. Opbouw financiële positie ............................................................................................................ 29 6.3. Uitgangspositie .......................................................................................................................... 30 6.3.1. Primitieve begroting .............................................................................................................. 30 6.3.2. Vaststelling programmabegroting 2021 – 2024......................................................................... 30 6.3.3. Raadsbesluiten met gevolgen voor de financiële positie 2022 – 2025 .......................................... 30 6.3.4. Uitgangspunt voor de kadernota ............................................................................................. 30 6.4. Relevante kostenontwikkelingen................................................................................................... 30 6.4.1. Ontwikkelingen loonkostenbudget ........................................................................................... 30 6.4.2. De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget, inclusief de effecten van het ................ 30 6.4.3. De kostenontwikkeling a.g.v.
deelname in gemeenschappelijke regelingen .................................. 31 6.5. Relevante ontwikkelingen rondom de belangrijkste opbrengstencomponenten ................................... 33 6.5.1. Beleidsuitgangspunten lokale heffingen ................................................................................... 33 6.5.2. Onroerende zaakbelastingen .................................................................................................. 34 6.5.3. Overige heffingen, rechten en leges ........................................................................................ 34 6.5.4 Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied ............................................................................ 35 6.5.5. Algemene uitkering gemeentefonds ........................................................................................ 35 6.5.6. Dividend nv Bank Nederlandse Gemeenten ............................................................................. 40 6.6. Overige financiële mutaties ......................................................................................................... 40 6.7. Benodigd weerstandvermogen en risicomanagement ...................................................................... 40 7.
Financieel totaaloverzicht 2022 - 2025 .................................................................................... 44
8.
Voorstel ................................................................................................................................... 45
4
5
1.
Inleiding
In artikel 4 van de verordening 212 Gemeentewet (de ‘Financiële verordening gemeente Rucphen 2018’) is voorgeschreven dat wij u een nota aanbieden met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenbegroting. Het nu voorliggende document is de Kadernota, die is gericht op het begrotingsjaar 2022 en de drie daarop volgende jaren. Vorig jaar hebben we in verband met het Coronavirus een financieel technisch en beleidsarme Kadernota opgesteld, die door uw raad opiniërend is behandeld. Ook bij deze Kadernota 2022 is het uitgangspunt dat dit een financieel technisch en beleidsarm document is om opiniërend te bespreken en dat besluitvorming uiteindelijk plaats vindt door verwerking in de begroting 2022. Met "financieel technisch" doelen we vooral op het beschikbaar stellen van de financiële informatie die tijdens het opstellen van deze Kadernota bekend is (denk m.n. aan inzicht in de begrotingen van de Verbonden Partijen, investeringsplanning en kapitaallasten, algemene uitkering gemeentefonds en een overzicht van onvoorziene, onvermijdelijke en onuitstelbare knelpunten/claims).
De reden om deze Kadernota financieel technisch en beleidsarm op te stellen, wordt veroorzaakt door de grote onzekerheid die de algemene uitkering van het gemeentefonds op dit moment met zich meebrengt, doordat de vorming van het nieuwe kabinet lang op zich laat wachten. Landelijk is dan ook de oproep richting gemeenten gedaan, voorzichtig te handelen bij het opstellen van een voorjaarsnota/Kadernota. In de Kadernota 2021 hadden wij een hoofdstuk opgenomen, waarin we de onderwerpen uit het coalitieakkoord hebben vermeld met een toelichting over de stand van zaken of verwachte activiteiten. Op dit moment wordt, gelet op de gemeenteraadsverkiezingen in 2022, gewerkt aan een document “college-overdracht”. Om dubbele informatiestromen te voorkomen, wordt in deze Kadernota geen voortgangsinformatie over het lopende coalitieakkoord opgenomen en komt ook de bijlage “raadsagenda” te vervallen. Hoofdstuk 2 van deze Kadernota bevat de gebruikelijke opsomming van de financiële begrotingsuitgangspunten. In hoofdstuk 3 beschrijven we de claims en knelpunten. Hierbij hebben we als toetsingskader de 3 O’s toegepast (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar). Voor deze zaken en voor de investeringen in hoofdstuk 4 geldt dat ze in de Programmabegroting 2022 worden opgenomen. Na vaststelling van die begroting zijn de budgetten en kredieten pas beschikbaar voor het begrotingsjaar 2022.
In hoofdstuk 5 wordt een aantal ontwikkelingen toegelicht waarvan de financiële consequenties nu nog niet in beeld zijn en worden bestuurlijke ambities toegelicht waarvoor op dit moment de financiële middelen niet voorhanden zijn. In hoofdstuk 6 actualiseren we de financiële positie voor de jaren 2022 t/m 2025. Hier komen o.a. de consequenties van de begroting van de verbonden partijen aan de orde, maar ook de algemene uitkering uit het gemeentefonds en het weerstandsvermogen. De Meicirculaire, ontvangen op 31 mei 2021, is verwerkt in deze Kadernota. Hoofdstuk 7 vormt het financiële slotstuk van de Kadernota. Na verwerking van alle nu bekende gegevens, sluit het jaar 2022 met een positief saldo van € 318.468,00. De jaren na 2022 sluiten ook positief met de volgende bedragen: € 304.329,00 in 2023; € 353.510,00 in 2024 en € 615.613,00 in 2025. Om te kunnen beoordelen of een begroting inderdaad structureel sluitend is, zijn deze saldi in hoofdstuk 7 gecorrigeerd met de geraamde eenmalige baten en lasten en stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Voor de Provincie is dit een toetsingsnorm. Na verwerking van de eenmalige zaken sluit het jaar 2022 met een tekort van € 49.784,00. De jaren na 2022 zijn wel structureel sluitend. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat de begroting meerjarig sluitend zal zijn.
Positieve kanttekening daarbij is dat a) heel veel regulier werk gewoon doorgaat, b) we de mogelijkheid hebben gezien om in deze Kadernota claims te verwerken van structureel afgerond € 800.000,00 en dat we c) tevens volop uitvoering geven aan de 10 projecten en activiteiten die we hieronder in deze inleiding benoemen. Wij gaan er al het mogelijke aan doen om u voor de raadsvergadering van 10 november 2021 een structureel sluitende meerjarenraming aan te bieden. We moeten ons er wel van bewust zijn dat deze Kadernota een momentopname is en dat er tal van externe factoren van invloed kunnen zijn op zowel de uitgaven als de inkomsten van de gemeente. Zo gaat bijvoorbeeld de Septembercirculaire 2021 van de algemene uitkering uit
6
het Gemeentefonds afwijken in verband met o.a. de extra compensatie van 1.3 miljard voor Jeugdzorg in 2022. Daarnaast zijn de bestuurlijke ambities uit hoofdstuk 5 nog niet ingevuld. Ondanks het gegeven dat we u een beleidsarme en technische kadernota aanbieden, zitten we uiteraard niet stil. In de huidige begroting (door u vastgesteld op de 11e van de 11e 2020) hebben we in de inleiding een 10tal projecten en activiteiten benoemd waarmee we sowieso mee aan de slag gaan en/of zijn. Daar wijken we niet vanaf. We hebben ze hieronder nog een keer opgenomen: 1.
We voeren het Centrumplan Rucphen uit: we werken volop aan de uitvoering. Hiermee realiseren we een gezellig dorpsplein, commerciële ruimtes, appartementen en een park.
2.
We bouwen door: om te voorzien in de woningbehoefte wordt op diverse plekken in onze gemeente gebouwd en zijn er nog meer plannen om te gaan bouwen.
3.
We werken aan de visie op duurzaamheid: via onze projecten investeren we onder andere in klimaatadaptatie. We bieden letterlijk ruimte aan het water en het vergroenen van onze gemeente.
4.
We realiseren een nieuw zwembad: we zijn voortvarend aan de slag gegaan met de uitwerking van uw besluit om een zwembad te realiseren met als kern een bassin van 25x16m die we in 2022 willen openen.
5.
We investeren volop in sport: zo werken we onder meer verder aan een goed voorzieningenniveau in de Binnentuin en investeren we in de renovatie van voetbalvelden.
6.
We investeren in het Sociaal Domein: we zetten in op preventie en richten ons richten op a) een integrale aanpak van multiproblematiek (waaronder de herinrichting van schuldhulpverlening) , b) gezond opgroeien en c) vitaal ouder worden.
7.
We maken de vervangende nieuwbouw voor basisscholen in St. Willebrord mogelijk: de financiële middelen zijn opgenomen in deze begroting.
8.
We realiseren de omleiding Rucphen – Sprundel – St. Willebrord.
9.
We werken verder aan een vitaal buitengebied en vitale recreatieparken. Ook gaan we verder met de aanpak van kleine ergernissen, aanpak van overlastsituaties, vervuiling van de openbare ruimte, drugs en jeugd, en de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.
10.
We bieden u deze kadernota aan binnen een solide financiële context: daaronder verstaan wij dat we toewerken naar een structureel sluitende begroting, met een maximale stijging van de OZB van 2% (zoals afgesproken in het Coalitieakkoord) en voldoende buffers om risico’s op te vangen.
7
2.
Begrotingsuitgangspunten
In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten vermeld, zoals die vooral gebruikt zijn voor de volgende hoofdstukken van dit document en de meerjarenbegroting 2022-2025. Naast de algemene en veelal gebruikelijke uitgangspunten, zijn de relevante onderwerpen uit het Coalitieakkoord 2018-2022 opgesomd. Voor de samenstelling van de begroting 2022 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemene uitgangspunten 1. Een actuele financiële basis: Uitgangspunt is dat alle beschikbare informatie benut is bij de samenstelling van “Kadernota 2022” en Programmabegroting. De Kadernota zal door de raad op 7 juli 2021 worden besproken en dient volledig geactualiseerd te zijn. Dit houdt in dat financiële consequenties van alle reeds genomen raadsbesluiten, maar ook van de raadsvoorstellen voor de vergadering van 7 juli 2021 verwerkt dienen te zijn. 2. Claims en knelpunten in de Kadernota: Claims kunnen betrekking hebben op wettelijk verplichte zaken, die benodigd zijn voor het realiseren van een bezuinigingstaakstelling of door een andere reden onontkoombaar zijn. Tevens kunnen claims voortvloeien uit eerder vastgesteld beleid. Per geval wordt beoordeeld of jaarlijkse indexering van budgetten voor claims toegepast dient te worden.
Standaard wordt, indien beïnvloeding van de uitgaven niet mogelijk is teneinde het budget op hetzelfde niveau te handhaven, uitgegaan van een index van 1% per jaar. Claims kleiner dan € 5.000,00 worden door het college beoordeeld maar dienen als uitgangspunt binnen andere budgetten van het betreffende programma te worden opgevangen. In deze Kadernota zijn alleen claims opgenomen die de toets van de 3 O’s (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar) hebben doorstaan. 3. Belastingopbrengsten: Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt 100% kostendekkendheid gehanteerd. Voor de OZB is op grond van het Coalitieakkoord in 2022 een opbrengstenstijging van maximaal 2% per jaar (cumulatief) van toepassing. Ook voor de volgende 3 jaren hebben wij dit percentage toegepast. Een aantal belastingen en rechten is aan die stijging gekoppeld. Voor leges geldt in een aantal gevallen een voorgeschreven tarief, in andere gevallen wordt gebruik gemaakt van landelijke rekenmodellen voor de bepaling van het tarief. In de programmabegroting zullen nadere gegevens worden verstrekt. Definitieve besluitvorming omtrent de belastingtarieven zal in de raadsvergadering van december 2021 plaatsvinden. 4. Mutaties op de gemeentefondsuitkering: Eventuele (decentralisatie) kortingen op de gemeentefondsuitkering dienen binnen de budgetten van die taken te worden opgevangen.
Zo nodig kan compensatie binnen het betreffende programma worden gezocht. Indien wettelijke taken dat noodzakelijk maken, kunnen andere prioriteiten worden gesteld. Toename van middelen in de gemeentefondsuitkering voor een specifieke taak leidt in principe tot verhoging van het betreffende budget. Slechts na zorgvuldige afweging kunnen deze middelen voor andere doeleinden worden ingezet. 5. Cao-ontwikkelingen ambtenarensalarissen: De meest actuele informatie ten aanzien van de loonkostenontwikkelingen, waaronder werkgeverspremies, wordt meegenomen bij de bepaling van het meerjarig loonkostenbudget. Indien geen cao-ontwikkeling voor de volledige meerjarenbegroting bekend is, wordt op basis van historische gegevens een indexering bepaald. 6. Oud voor nieuw: De lasten van nieuw en/of aangepast beleid dienen binnen bestaande budgetten te worden opgevangen. 7. Budget voor kapitaallasten investeringen: Uitgangspunt zijn de ramingen in de meerjarenbegroting 2021 - 2024, naar aanleiding van het in de kadernota opgenomen investeringsprogramma zal een herrekening van de lasten plaatsvinden.
8
Uitgangspunten uit het Coalitieakkoord 2018-2022 Op 8 mei 2018 is het coalitieakkoord voor de huidige zittingsperiode van de gemeenteraad vastgesteld. In de Kadernota 2019 hebben we een drietal uitgangspunten (die relevant waren voor de Kadernota en niet waren opgenomen onder de algemene uitgangspunten) afzonderlijk opgenomen, te weten: 1. Taken op het gebied van het sociaal domein worden uitgevoerd binnen de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. 2. De taakstelling “kleine overheid” wordt niet afgewenteld op de kosten van bedrijfsvoering, maar wordt gezien als een algehele korting op het gemeentefonds. 3. Vanaf 2021 wordt een structurele efficiencykorting van € 150.000,00 doorgevoerd op het organisatiebudget. Voor wat betreft punt 1 geldt dat uit het in 2019 door Kurtosis uitgevoerde onderzoek is gebleken dat het criterium “rijksbudget = gemeentebudget” moet worden losgelaten. Met betrekking tot de punten 2 en 3 kunnen wij melden dat deze vanaf 2019 structureel in de begroting zijn verwerkt.
9
3.
Claims en knelpunten
In dit hoofdstuk worden alle structurele en eenmalige claims op een rijtje gezet. Wij hebben het toetsingskader aangescherpt om tot een beleidsarme kadernota te komen. In onderstaande tabel zijn alleen de claims en knelpunten opgenomen die de toets van de 3 O’s (onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar) hebben doorstaan. De overige claims en knelpunten die niet door dit toetsingskader zijn gekomen, zijn opgenomen in hoofdstuk 5 bij het onderdeel bestuurlijke ambities. Claims Kadernota 2022 Eenmalig onderwerp
2022
2023
2024
2025
200.000
0
0
0
2022
2023
2024
2025
17.050
17.391
17.739
18.094
10.000 5.400
5.524
5.651
5.781
Programma Onderwijs KN22/S4 Leerlingenvervoer
184.000
193.680
203.554
213.625
Programma Sociaal Domein KN22/S5 Jeugd: niet vrij toegankelijke zorg KN22/S6 Meerkosten Vluchtelingenwerk Nederland
400.000 50.000
400.000 50.000
400.000 50.000
400.000 50.000
120.000
122.400
124.848
127.345
Totaal structureel
786.450
788.995
801.792
814.845
Totaal alle claims en knelpunten Waarvan eenmalig (tlv reserve kadernota) Waarvan eenmalig (tlv rioolheffing)
986.450 170.000 30.000
788.995 0
801.792 0
814.845 0
Tlv de algemene dekkingsmiddelen
786.450
788.995
801.792
814.845
Programma Sociaal Domein KN22/E1 Herindicaties Wmo (HO en BG)
170.000
Programma Volksgezondheid en milieu KN22/E2 Maatregelen klimaatadaptatie ‘water’
30.000
Totaal eenmalig Structureel onderwerp Programma Bestuur en ondersteuning KN22/S1 Indexering premie verzekeringen gebouwen KN22/S2 Uitvoeren Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) KN22/S3 Two factor Authentication
Programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing KN22/S7 Invullen woningbouwambitie – uitbreiding formatie ruimtelijke ontwikkeling - vergunningen
Toelichting op claims en knelpunten: Eenmalige claims KN22/E1 Herindicaties Wmo (Huishoudelijke Ondersteuning (HO) en begeleiding (BG)) In april 2021 zijn de huidige contracten verlengd (tot 1 oktober 2022 voor HO en tot 2023 voor BG), dit is regionaal besloten om de nieuwe aanbesteding goed te laten verlopen. Dit betekent dat in 2022 aan de slag wordt gegaan met herindiceringen. Een grootschalige herindicering als in 2022, zal op zijn vroegst weer over 4 jaar plaatsvinden. Het is de bedoeling om een contract af te sluiten voor de duur van 4 jaar en hierin willen we ook weer de optie voor verlenging opnemen. De kosten voor de herindicering zijn bepaald op € 170.000,00 (850 cliënten x gemiddeld 4 uur per herindicatie x een tarief van € 50,00 per uur).
10
KN22/E2 maatregelen klimaatadaptatie ‘water’ In het kader van Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) moeten gemeenten de impact van klimaatverandering in beeld brengen en een ambitie door uw raad laten vaststellen voor klimaatadaptatie-maatregelen. Dit proces wordt in 2021 doorlopen. Nadat u een ambitie heeft vastgesteld en middelen beschikbaar heeft gesteld, moeten concrete maatregelen worden voorbereid en uitgevoerd om de kans op wateroverlast te reduceren. De hoge werkdruk is aanleiding voor de aanvraag voor budget voor externe ondersteuning. Daarnaast dienen maatregelen doorgerekend te worden; dit is specialistisch werk waarvoor externe expertise moet worden ingehuurd. Deze claim heeft geen effect op het begrotingssaldo en wordt betrokken bij de rioolheffing. Structurele claims: KN22/S1 Indexering premie verzekeringen gebouwen Gelet op de waardeontwikkeling van de gemeentelijke gebouwen voor de brandverzekering, mutaties met betrekking tot een aantal gebouwen en indexering van premies en waterschapslasten, is het noodzakelijk de budgetten te actualiseren. Het betreft hier met name een stijging van herbouwwaarden schoolgebouwen + nieuw zwembad in 2022 en de vervangende nieuwbouw van een basisschool. De actualisatie van de bedragen voor 2022 en verder zijn in deze kadernota als structurele claim ingediend. Voor 2022 gaat het om € 17.050,00 oplopend tot € 18.094,00 in 2025.
KN22/S2 Uitvoeren Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) Een belangrijke voorwaarde van een RI&E is dat deze actueel is. Alleen als dat het geval is kun je op een gestructureerde manier de risico’s op de gezondheid, het welzijn en de veiligheid van de medewerkers die er zijn binnen je organisatie in kaart brengen en hiervoor maatregelen treffen. Een verouderde RI&E die niet meer aansluit bij de werkwijze of inrichting van je organisatie heeft immers weinig waarde en zorgt er zeker niet voor dat er veilig en gezond te werk wordt gegaan. De kosten voor het uitvoeren van een RI&E bedragen € 10.000,00 en vindt periodiek (1x in de 4 jaar) plaats. Het uitvoeren van het eerstvolgende RI&E staat gepland in 2022. KN22/S3 Two factor Authentication Op grond van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) dient two factor authentication ingevoerd te worden voor toegang tot bedrijfsinformatie. Ook voor mail moet op grond van de NTA7516 dit worden ingevoerd. De NTA7516 is een norm over veilig mailen in de zorg. Hoe kunnen zorginstellingen en leveranciers veilig medische gegevens van burgers uitwisselen? In de NTA staat een compleet overzicht van technische en organisatorische maatregelen die genomen moeten worden in lijn en ter verduidelijking van de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Recente hacks bij overheidsinstellingen tonen deze noodzaak aan.
Voor iedereen dient een token licentie te worden aangeschaft. Dit betekent uitbreiding van de 150 token-licenties (jan 2021), naar 240 licenties (50 werknemers en 40 raads- en commissieleden). 90 licenties à € 60,00 per jaar komt neer op een structurele claim van € 5.400,00. KN22/S4 Leerlingenvervoer Op grond van het huidige contract mogen de vervoerders de kosten van het leerlingenvervoer jaarlijks indexeren. De indexering van 2% is nu niet verwerkt in de gemeentebegroting. Daarnaast zijn er sinds een jaar leerlingen die individueel vervoerd worden. Dit is een gevolg van de Variawet. De Variawet regelt dat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs meer maatwerk (lees deeltijdonderwijs) geboden kan worden. Uitvloeisel hiervan is dat er extra leerlingenvervoer nodig. Daarnaast leiden niet aansluitende schooltijden ook tot extra leerlingenvervoer. Op basis van het recent gevoerde aanbestedingstraject bedragen de extra kosten structureel € 184.000,00. Inclusief de 2% indexering op de totale begrotingspost, loopt de claim op tot € 213.625,00 in 2025.
11
KN22/S5 Jeugd: niet vrij toegankelijke zorg Vanaf 2018 is er een stijgende lijn in de totaalkosten voor Zorg In Natura (ZIN), het Landelijk Transitiearrangement (LTA), Jeugdzorg Plus, persoonsgebonden budget (PGB), Jeugdbescherming en reclassering te zien. Er is in 2022 en verder € 3,6 miljoen begroot, terwijl de kosten in 2020 opliepen tot € 4,1 miljoen. In deze Kadernota is een claim opgenomen van structureel € 400.000,00 om het budget voor jeugd te verhogen. Het betreft de volgende uitsplitsing: € 75.000,00 Jeugdbescherming € 40.000,00 Jeugdreclassering € 260.000,00 Zorg in Natura € 25.000,00 PGB Deze claim sluit aan bij de huidige landelijke ontwikkelingen. Het onderzoeksbureau AEF (Andersson Elffers Felix) heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de financiële tekorten in de jeugdzorg. De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat gemeenten in een paar jaar tijd na de decentralisatie fors meer zijn gaan uitgeven aan jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Besluitvorming over een structurele oplossing in termen van benodigd budget en aanpassing in het stelsel voor de uitvoering van de Jeugdwet vanaf 2022 zal aan een volgend kabinet zijn. De resultaten van het onderzoek dienen als inbreng voor de kabinetsformatie. De uitkomsten van het onderzoek zijn zwaarwegend.
Dit in het licht van de jeugdhulpplicht van gemeenten en de verplichting om een structureel sluitende begroting te presenteren. Aanvullend hierop is in mei 2021 een uitspraak gedaan in de arbitragezaak met betrekking tot de middelen voor jeugdzorg, die de VNG tegen het kabinet heeft aangespannen. Volgens de arbitragecommissie moet er landelijk gezien miljarden euro’s meer naar de jeugdzorg. Op 3 juni 2021 hebben het kabinet en de VNG in een gezamenlijke verklaring bekend gemaakt dat gemeenten in 2022 1,314 miljard aan compensatie van de tekorten op de jeugdzorg gaan ontvangen. De uitwerking hiervan zal naar verwachting plaatsvinden in de Septembercirculaire 2021 van het Gemeentefonds. Voor extra budget voor de jaren na 2022 geldt het oordeel van de arbitragecommissie als zwaarwegende inbreng voor de kabinetsformatie. Gemeenten en rijk gaan nu al wel afspraken (een hervormingsagenda) maken over maatregelen om tot een houdbaar jeugdstel op de lange termijn te komen. Daarin moeten afspraken worden gemaakt over zowel een structureel financieel kader als maatregelen. Die moeten leiden tot een stelsel waarin kinderen die het echt nodig hebben de benodigde zorg krijgen en tot betere uitvoeringskracht van gemeenten. Ook moet er meer inzicht komen in uitgaven, wachttijden en het gebruik van jeugdzorg.
Tegelijkertijd wordt begonnen met de voorbereiding van aanpassing van wet- en regelgeving; een nieuw kabinet moet daar definitief over besluiten. Zorgaanbieders, beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en toezichthouders worden daarbij betrokken. KN22/S6 Meerkosten Vluchtelingenwerk Nederland Met de nieuwe Wet inburgering wordt een rol bij gemeenten gelegd in de begeleiding van inburgeraars ten aanzien van beter taalonderwijs en het wegnemen van (financiële) belemmeringen. De inburgeraar moet intensiever begeleid worden en er moet meer gestuurd worden op het behalen van de inburgering binnen de gestelde termijn. Deze intensivering is ook van toepassing op de taken in het kader van de maatschappelijke begeleiding. Op dit moment voert Stichting Vluchtelingenwerk Rucphen deze maatschappelijke begeleiding uit. Hoewel het onze intentie en de intentie van de Stichting Vluchtelingenwerk Rucphen is om hun rol in de maatschappelijke begeleiding voort te zetten, zijn we gezamenlijk in gesprek met Vluchtelingenwerk Nederland over een coördinerende en ondersteunende rol om de intensivering te kunnen realiseren. De kosten hiervoor bedragen naar verwachting structureel € 50.000,00. Deze kosten zijn hoger dan de huidige subsidie-afspraken met Vluchtelingenwerk Rucphen.
De kosten van Vluchtelingenwerk NL worden gebaseerd op het aantal statushouders dat volgens de taakstelling zou moeten worden opgevangen. Tegenover de kosten staat dat er inkomsten worden ontvangen uit de vergoeding per daadwerkelijk gevestigde statushouder. Op voorhand is er sprake van een risico omdat de uiteindelijke kosten voor de inzet van Vluchtelingenwerk NL hoger kunnen zijn dan de vergoeding die wordt ontvangen per daadwerkelijk gevestigde statushouder. Om dit risico te ondervangen en om de meerkosten te kunnen gaan voldoen is deze claim ingediend. Per saldo (na verwerking van inkomsten en uitgaven) verwachten we structurele kosten van € 50.000,00.
12
KN22/S7 Invullen woningbouwambitie – uitbreiding formatie ruimtelijke ontwikkeling vergunningen Gelet op de woningbouwambities uit de Woonvisie en Toekomstvisie is uitbreiding van de formatie voor ruimtelijke ontwikkeling en vergunningen noodzakelijk. De afgelopen jaren is het aantal aanvragen voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen fors toegenomen. Ook is de hoeveelheid werk per bestemmingsplan of omgevingsvergunning toegenomen (integrale afstemming, participatie (omgevingsdialoog), informatieverzoeken) en is het aantal beroepszaken toegenomen. Op 16 juni 2021 heeft uw raad kennis kunnen nemen van de notitie ‘Blijven bouwen aan Rucphen’. In deze notitie zijn de gevolgen in beeld gebracht voor de formatie. Samengevat betekent dit het volgende: a. Vergunningen: 1,5 fte extra formatie vergunningen (1 fte vast + 0,5 flexibel) De structurele kosten voor 1,5 fte bedragen € 120.000,00 (+ jaarlijkse indexering) en hier staat tegenover een verhoging van de inkomstenleges omgevingsvergunningen met ditzelfde bedrag. b. Ruimtelijke ontwikkeling: 1,5 fte extra formatie ruimtelijke ontwikkeling (1 fte vast + 0,5 flexibel) De structurele kosten voor 1,5 fte bedragen € 120.000,00 (+ jaarlijkse indexering) en hier staat tegenover een verhoging van de inkomstenleges omgevingsvergunningen met € 20.000,00 en de inkomsten anterieure overeenkomsten met € 50.000,00.
Wat resteert is een claim voor deze Kadernota van structureel € 50.000,00. c. Beheer openbare ruimte: 1 fte extra formatie beheer openbare ruimte De structurele kosten voor 1 fte bedragen € 70.000,00 (+ jaarlijkse indexering) en zijn als claim opgenomen in deze Kadernota. Het betreft hier 1 fte voor de advisering van het beheer openbare ruimte (BOR) (wegen, water, groen) in verband met de hoeveelheid initiatieven. Er zijn verbanden tussen de toename van bouw- en ruimtelijke ontwikkelingen en de hieruit voortvloeiende juridische procedures. Verder zien wij een aanzienlijke stijging de afgelopen jaren in de kosten die gepaard gaan met inhuur externe juridische ondersteuning hiervoor (zie pagina 23 van deze Kadernota).
13
4.
Investeringsprogramma 2022 – 2025
Het meerjaren investeringsprogramma 2022 – 2025 bevat voornamelijk investeringen die gebaseerd zijn op bestaande beheerplannen. Daarnaast is bijvoorbeeld een investering opgenomen in verband met grote werken in het kader van de vervangende nieuwbouw basisscholen St. Willebrord. De afschrijvingslasten van de investeringen uit dit investeringsprogramma zijn verwerkt in hoofdstuk 6, paragraaf 6.4.2. van deze kadernota. Het is mogelijk dat door voortschrijdend inzicht nog investeringen worden toegevoegd of juist worden geschrapt uit de indicatieve ramingen 2022 en verder. Bij de samenstelling van de financiële meerjarenramingen voor de verschillende jaren dient dan alsnog een afweging te worden gemaakt.
4.1 Meerjaren investeringsprogramma 2022 – 2025 De tabel op de volgende bladzijden omvat het volledige meerjaren investeringsprogramma 2022 – 2025. In paragraaf 4.2 worden de investeringen uit de jaarschijf 2022 toegelicht. Daar waar relevant zijn ook enkele investeringen uit volgende jaarschijven toegelicht. Voertuigen en materieel buitendienst afdeling Ruimte en Openbare Werken Op dit meerjarig investeringsprogramma is een aantal vervangingen van voertuigen en materieel voor de buitendienst opgenomen. Voor de nu opgevoerde investeringen zullen wij steeds zeer kritisch zijn ten aanzien van de technische noodzaak van vervanging. Uiteraard is bedrijfszekerheid en zeker veiligheid voor onze medewerkers bepalend. Gelet op ons voortdurend streven naar een meer efficiënte bedrijfsvoering is het mogelijk dat wij bepaalde voertuigen of hulpmiddelen niet meer in eigendom hoeven te hebben. Ook dat gegeven zullen wij steeds meenemen in de afweging om al dan niet tot vervanging over te gaan. Indien blijkt dat vervanging technisch of veiligheidshalve noodzakelijk is maar wij voorzien dat de periode waarvoor de investering nut heeft beperkt is, zullen we alternatieve mogelijkheden overwegen. Wijzigingen ten opzichte van de Programmabegroting 2021 Ten opzichte van de Programmabegroting 2021 is het meerjarig investeringsprogramma op een aantal onderdelen gewijzigd.
Het betreft de volgende onderdelen: De vervanging van 2 voertuigen voor de gebiedsregisseurs is van 2023 naar 2022 verschoven; De investering duurzaamheid: aanschaf elektrische dienstfietsen is doorgeschoven van 2022 naar 2024; Er is een nieuwe investering toegevoegd in 2022: Bluswatervoorzieningen; Er is een aanvullend krediet opgenomen in 2022 voor de reconstructie St. Martinusstraat; Er is een aanvullend krediet opgenomen in 2022 voor de reconstructie Noorderstraat; De vervanging van de tractor is doorgeschoven van 2022 naar 2024; De investering mbt Duurzaamheid: Inrichten natuurspeelplaatsen of sportieve plantsoenen (water/zand/groen) in kernen is doorgeschoven van 2022 naar 2023. Er is een nieuwe investering toegevoegd in 2022: Aanbrengen ontijzering Binnentuin; De investering duurzaamheid: uitbreiden oplaadnetwerk voor motorvoertuigen is in 2022 komen te vervallen; De vervanging van de aanhangwagen t.b.v. de minigraver is doorgeschoven van 2022 naar 2023; De vervanging van de minigraver is doorgeschoven van 2022 naar 2023.
Meerjaren investeringsprogramma 2022-2025 Omschrijving
afschr.
2022
2023
2024
2025
Investeringen mbt diverse programma's Vervanging aanhangwagen
10
Vervanging aanhangwagen
10
Vervanging 2 voertuigen voor de gebiedsregisseur (wegen, groen en riolering)
10
Duurzaamheid: Aanschaf elektrische dienstfietsen
5 Totaal
5.000,00 8.000,00 64.000,00 6.000,00 64.000,00
13.000,00
6.000,00
0,00
Programma Bestuur en ondersteuning Dienstverlening en informatievoorziening
5 Totaal
265.000,00
265.000,00
265.000,00
265.000,00
265.000,00
265.000,00
265.000,00
265.000,00
0,00
0,00
Programma Veiligheid Vervanging voertuig handhaving OOHV
10
Bluswatervoorziening
20 Totaal
32.000,00 50.000,00 50.000,00
32.000,00
Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Vervanging voertuig civieltechniek
10
32.000,00
Vervanging actiewagen
10
5.000,00
Vervanging actiewagen
10
Openbare Verlichting - Verbeteren (OV uitvoeringsprogramma)
25
34.000,00
34.000,00
34.000,00
34.000,00
Openbare Verlichting - centrumplan (OV uitvoeringsprogramma)
25
29.000,00
29.000,00
29.000,00
29.000,00
Vervangen Openbare Verlichting
25
20.000,00
20.000,00
20.000,00
20.000,00
levensduurverlengend onderhoud wegen (vernieuwing BBV)
25
250.000,00
250.000,00
250.000,00
250.000,00
Maatregelen tbv verkeer en fysieke infrastructuur
25
50.000,00
50.000,00
50.000,00
50.000,00
Reconstructie Achterhoeksestraat
30
75.000,00
696.100,00
Reconstructie De Gagelrijzen
30
930.900,00
Reconstructie Sint Martinusstraat (aansluitend op centrumplan) incl. aanvullend krediet
30
698.070,00
Reconstructie Vorenseindseweg (binnen bebouwde kom)
30
75.000,00
Reconstructie Zundertseweg (buiten bebouwde kom)
30
5.000,00
894.900,00 499.500,00
15
Meerjaren investeringsprogramma 2022-2025 Omschrijving
afschr.
2022
2023
2024
75.000,00
573.000,00
2025
Reconstructie Zundertseweg (binnen bebouwde kom)
30
Reconstructie Noorderstraat incl. aanvullend krediet
30
Reconstructie Hazelaarstraat
30
Reconstructie Raadhuisstraat tot Sprundelseweg
30
75.000,00
529.200,00
Reconstructie Sprundelseweg (afwaarderen / verkeersmaatregelen rijbaan )
30
50.000,00
193.800,00
Reconstructie Rucphensebaan
30
Reconstructie Kerkeheidestraat
30
Rucphensestraat
30
75.000,00
Hoekvensedreef
30
75.000,00
Helakkerstraat
30 Totaal
900.000,00 75.000,00
75.000,00
365.000,00
805.200,00 50.000,00
3.111.970,00 2.192.900,00 2.460.700,00
139.000,00
50.000,00 1.783.100,00
Programma Onderwijs Vervangende nieuwbouw basisscholen St. Willebrord
40 Totaal
5.881.999,00 5.881.999,00
0,00
0,00
0,00
Programma Sport, cultuur en recreatie Vervanging tractor
10
Renovatie openbaar groen
15
130.000,00
130.000,00
130.000,00
70.000,00 130.000,00
Aanschaf en vervangen speeltoestellen en inrichting speelterreinen Duurzaamheid: Inrichten natuurspeelplaatsen of sportieve plantsoenen (water/zand/groen) in kernen
10
15.000,00
15.000,00
15.000,00
15.000,00
Aanbrengen ontijzering Binnentuin
20
215.000,00
145.000,00
10
Totaal
35.000,00 150.000,00 295.000,00
180.000,00
Programma Volksgezondheid en milieu Vervanging aanhangwagen tbv minigraver
10
8.000,00
Vervanging minigraver
10
40.000,00
Vervanging vacuumwagen aanhanger
10
20.000,00
16
Meerjaren investeringsprogramma 2022-2025 Omschrijving
afschr.
2022
2023
2024
2025
Gemeentelijk Rioleringsplan 2018 / 2022 Vrij-verval en drainage
80
185.000,00
200.000,00
150.000,00
200.000,00
reparatie vrij-verval regulier
10
20.000,00
20.000,00
20.000,00
20.000,00
reparatie riolering extra
10
30.000,00
30.000,00
20.000,00
20.000,00
Afkoppelen en klimaatadaptie
200.000,00
250.000,00
300.000,00
250.000,00
subtotaal GRP 2018/2022
80
435.000,00
500.000,00
490.000,00
490.000,00
Totaal
455.000,00
548.000,00
490.000,00
490.000,00
Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Ontwikkelbudget grondbedrijf
nvt Totaal Totaal geheel
75.000,00
75.000,00
75.000,00
75.000,00
75.000,00
75.000,00
75.000,00
75.000,00
10.197.969,00 3.305.900,00 3.511.700,00
2.758.100,00
Grondbedrijf Kredieten grondexploitatie
nvt Totaal grondbedrijf
4.452.943,00
949.895,00
160.520,00
149.504,00
4.452.943,00
949.895,00
160.520,00
149.504,00
4.2 Toelichtingen investeringen Vervanging 2 voertuigen voor de gebiedsregisseur (wegen, groen en riolering) € 64.000,00** De voertuigen van het waspunt dienen vervangen te worden (de kosten van de reparaties wegen niet meer op tegen de waarde van de voertuigen). Dit kan door de vervanging van de 2 voertuigen voor de gebiedsregisseur een jaar naar voren te halen, zodat de 2 bestaande voertuigen overgenomen worden door het waspunt. De 2 voertuigen voor de gebiedsregisseur zullen elektrische voertuigen zijn. Automatisering € 265.000,00 Op basis van het Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2020 – 2025 is een jaarlijks krediet opgenomen van € 265.000,00. Bluswatervoorziening € 50.000,00 Veiligheidsregio Midden- en West -Brabant is bezig met een herziening van het Bluswaterbeleid. Het voorhanden hebben van een adequate bluswatervoorziening is een verantwoordelijkheid van de desbetreffende gemeente. Naar verwachting zal de bluswatervoorziening in Rucphen aanpassing/uitbreiding behoeven. Openbare Verlichting (OV) € 83.000,00 Bedragen zijn gebaseerd op het beleidsplan openbare verlichting 2021-2030 en worden ingezet ter verbetering van de openbare verlichting.
Levensduurverlengend onderhoud Wegen € 250.000,00 Op grond van het BBV mogen de kosten van levensduurverlengend onderhoud van investeringen met maatschappelijk nut niet ten laste komen van de exploitatie maar dienen deze te worden geactiveerd. Maatregelen t.b.v. verkeer en fysieke infrastructuur € 50.000,00 Dit krediet dient om maatregelen dan wel kleinschalige aanpassingen te bekostigen t.b.v. de fysieke infrastructuur en verkeersveiligheid (wegen, riolering, openbare verlichting, groen, verkeer en dergelijke). Deze aanpassingen kunnen zowel op eigen initiatief als op verzoek van burgers en instellingen worden uitgevoerd. Reconstructie De Gagelrijzen € 930.900,00 Voor de uitvoering van de reconstructie De Gagelrijzen is in 2021 € 912.600,00 opgenomen. De voorbereiding is in 2020 van start gegaan, waarvoor in de Programmabegroting 2020 een bedrag van € 101.400,00 was geraamd. Tijdens de reconstructie wordt de straat volledig afgewaardeerd naar een erftoegangsweg (30 km/u) met een bijpassende inrichting. Dit gaan we doen door deze visueel te versmallen en te voorzien van drempels en plateaus. Daarnaast zal de groenstructuur worden versterkt door de aanplant van bomen en struiken. Tot slot wordt gestreefd naar het aanleggen van meer parkeerplaatsen.
Reconstructie Sint Martinusstraat (aansluitend op centrumplan) € 398.070,00 + aanvullend krediet € 300.000,00 Als gevolg van de realisatie van de Omleiding Rucphen - Sprundel – Sint Willebrord, heeft het zuidelijk deel van de Sint Martinusstraat zijn functie als gebiedsontsluitingsweg verloren en kan worden omgevormd naar woonstraat. De voorbereiding is in 2021 van start gegaan, waarvoor in de Programmabegroting 2021 een bedrag van € 44.230,00 is geraamd. Voor het afwaarderen van de Sint Martinusstraat is in 2022 een bedrag voorzien van € 398.070,00. Hierbij is geen rekening gehouden met de ambities t.a.v. groenstructuur en klimaat adaptatie. Daarnaast zijn er reparaties aan het rioolstelsel en moeten een aantal huisaansluitingen worden vervangen. Om deze reden is een aanvullend krediet van € 300.000,00 opgenomen in 2022. Reconstructie Vorenseindseweg (binnen bebouwde kom) € 75.000,00 Voor de voorbereiding van de reconstructie Vorenseindseweg (binnen bebouwde kom) is in 2022 € 75.000,00 opgenomen. De uitvoering vindt plaats in 2023 waarvoor een bedrag van € 894.900,00 is geraamd.
** Op deze investering is de tekst die is opgenomen in het begin van dit hoofdstuk van toepassing.
18
Reconstructie Noorderstraat € 550.000,00 + aanvullend krediet € 350.000,00 Als gevolg van de realisatie van de Omleiding Rucphen - Sprundel – Sint Willebrord, heeft de Noorderstraat zijn functie als gebiedsontsluitingsweg verloren en kan worden afgewaardeerd naar woonstraat. De voorbereiding is in 2021 van start gegaan, waarvoor in de Programmabegroting 2021 een bedrag van € 50.000,00 is geraamd. Voor het afwaarderen van de Noorderstraat is in de begroting een bedrag voorzien van € 550.000,00. Hierbij is geen rekening gehouden met de ambities t.a.v. groenstructuur en klimaat adaptatie. Daarnaast zijn er knelpunten in het rioolstelsel welke we integraal op willen pakken. Hiervoor is het noodzakelijk tevens de rotonde met de St. Janstraat en de Rucphensebaan te betrekken bij het project. Om deze reden is een aanvullend krediet van € 350.000,00 opgenomen in 2022. Reconstructie Raadhuisstraat tot Sprundelseweg € 75.000,00 Voor de voorbereiding van de reconstructie Raadhuisstraat tot Sprundelseweg is in 2022 € 75.000,00 opgenomen. De uitvoering vindt plaats in 2023 waarvoor een bedrag van € 529.200,00 is geraamd. Reconstructie Sprundelseweg (afwaarderen / verkeersmaatregelen rijbaan) € 50.000,00 Voor de voorbereiding van de reconstructie Sprundelseweg (afwaarderen / verkeersmaatregelen rijbaan) is in 2022 € 50.000,00 opgenomen.
De uitvoering vindt plaats in 2023 waarvoor een bedrag van € 193.800,00 is geraamd. Het betreft hier het deel van de Sprundelseweg tussen de bebouwde kom tot aan de Expeditieweg. Vervangende nieuwbouw basisscholen St. Willebrord € 5.881.999,00 In de wet op het Primair onderwijs, is vastgelegd dat gemeenten een zorgplicht hebben voor voorzieningen in de onderwijshuisvesting op hun grondgebied. Op 30 oktober 2019 is het Integraal Huisvestingsplan van onze gemeente vastgesteld. De vervangende nieuwbouw voor locatie Heilinde is een van de eerste onderdelen van dit IHP dat in businesscases verder wordt uitgewerkt. In 2022 zal de uitvoering hiervan plaatsvinden. De nu opgenomen raming (in totaliteit € 5.881.999,00) is gebaseerd op het eerder uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek uit 2017. Te zijner tijd zal een afzonderlijk raadsvoorstel worden aangeboden voor het beschikbaar stellen van het benodigde krediet. Renovatie openbaar groen € 130.000,00 De plantsoenen binnen de gemeente dienen regelmatig gerenoveerd te worden. Eind 2009 is het Groenstructuurplan afgerond. Dit plan dient als basis om tijdens de behandeling van het investeringsplan aan te geven welke renovaties de komende jaren zijn gepland. Hierdoor is het mogelijk duidelijk te communiceren richting bewoners wanneer het groen in hun wijk wordt aangepakt.
Voor de groenrenovatie binnen de betreffende wijk worden omwonenden uitgenodigd mee te denken en hun wensen kenbaar te maken. Uitgangspunt is een jaarlijks gemiddeld te besteden bedrag van € 130.000,00. Aanschaf en vervangen speeltoestellen en inrichting speelterreinen € 15.000,00 Om te blijven voldoen aan de wet- en regelgeving en de instandhouding van de speelgelegenheden te waarborgen, dienen (o.a. door vandalisme) versleten speeltoestellen te worden vervangen. Jaarlijks worden alle toestellen in de gemeente door een extern bureau geïnspecteerd. De resultaten van deze inspectie worden weergegeven in een adviesrapport. Aanbrengen ontijzering Binnentuin € 150.000,00 Bij de aanleg van het tennispark van TV Rico is de ontijzering verwijderd. Door de realisatie van TV Rico, de aanleg van de atletiekbaan voor AVR’90 en de toekomstige ontwikkeling van de ligweide bij het zwembad en de wens van HC Mistral voor een waterveld is er een grote behoefte aan een nieuwe ontijzering. Door de uitbreiding van het areaal is een uitbreiding van de pompcapaciteit noodzakelijk en een passende ontijzering. Een eerste inschatting van de kosten laat zien dat deze € 150.000,00 bedragen. Verdere uitwerking wordt in overleg met de betrokken partijen uitgevoerd, waarbij de gemeente Rucphen de realisatie faciliteert.
Naast de gebruikskosten worden op basis van jaarlijkse afschrijving, naar rato, de realisatiekosten in rekening gebracht bij de gebruikers. Vervanging vacuümwagen aanhanger € 20.000,00** Gelet op de economische en technische levensduur van de huidige vacuumwagen dient deze vervangen te worden in 2022. Een vacuümwagen wordt in de volksmond aangeduid als ‘beerkar’, deze wordt bij de servicedienst o.a. ingezet om water te geven aan plantsoenen en bomen in tijden van droogte. ** Op deze investering is de tekst die is opgenomen in het begin van dit hoofdstuk van toepassing.
19
Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) Op 13 december 2017 heeft uw raad het verbreed GRP 2018 - 2022 vastgesteld. Hierbij is gekozen voor ‘risicogestuurd rioolbeheer’, voortzetting van de regionale samenwerking in waterkring Baronie en Samenwerking Water West-Brabant (SWWB) en de uitvoering van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. De uitvoering van investeringen wordt integraal afgestemd en bij voorkeur gecombineerd met reconstructie van de openbare ruimte (weg- en/of groenrenovatie), zodat kosteneffectief ‘werk-met-werk’ gemaakt kan worden. Er staan de komende jaren meer integrale projecten op de planning dan in het GRP was voorzien. Of de toename van integrale projecten ook een toename van rioolvervanging tot gevolg zal hebben, moet blijken uit de rioolinspecties en een Systeemanalyse Stedelijk Water (SSW) waarbij de riolering aan een ‘klimaatstresstest’ wordt onderworpen. De bedragen voor investeringen ‘rioolvervanging vrijverval en drainage’ en ‘afkoppelen / klimaatadaptatie’ kunnen dus nog wijzigen bij integrale projecten. De consequenties worden in beeld gebracht voor de programmabegroting 2022.
20
5.
Toekomstige ontwikkelingen en bestuurlijke ambities
In dit hoofdstuk worden de toekomstige ontwikkelingen aangekondigd en de bestuurlijke ambities die we op dit moment hebben. De toekomstige ontwikkelingen betreffen onderwerpen waarbij we weten dat ze in de toekomst gaan plaatsvinden, maar waarvan we nog geen inzicht hebben welke middelen we hiervoor nodig hebben. De bestuurlijke ambities betreffen onderwerpen die meer het karakter van een wens hebben. In dit hoofdstuk worden de bestuurlijke ambities die er zijn toegelicht en waar mogelijk de financiële consequenties erbij vermeld. Omdat we gekozen hebben voor een beleidsarme Kadernota, zijn deze onderwerpen niet meegenomen in de hoofdstuk 3 Claims en knelpunten.
5.1. Toekomstige ontwikkelingen Exploitatie de Vijfsprong Vanaf 1 september 2020 is de nieuwe overeenkomst met de huidige exploitant van de Vijfsprong aangegaan. Hiermee houden we de dienstverlening van het zwembad in stand voor de duur tot aan de opening van het nieuwe zwembad. De planning is dat het nieuwe zwembad per 1 januari 2023 in gebruik kan worden genomen. In de huidige begroting zijn structureel middelen verwerkt voor de exploitatie van het nieuwe bad, maar hierbij is nog geen rekening gehouden met een eventuele opslag voor winst en risico voor de exploitant na 1 september 2022. Op dit moment wordt een traject doorlopen, om tot een exploitatievorm te komen. De kosten zullen pas in beeld zijn na afloop van dit traject. Participatieproject Kringloper Kledingbank Rucphen (vanaf 2023) In de raadsvergadering van 16 juni 2021 hebben wij u gevraagd in te stemmen met de uitvoering van het project Kringloper Kledingbank Rucphen. Het betreft hier een project voor de periode van 1 juli 2021 tot en met december 2022. Op basis van de ervaringen en resultaten tijdens deze projectperiode wordt een besluit genomen over de eventuele structurele voortzetting van de Kringloper Kledingbank Rucphen. Wanneer besloten wordt tot voortzetting, dan zal hiervoor een claim worden opgenomen in de Kadernota 2023.
In dit project gaan inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag, met als doel zich te ontwikkelen richting werk. Daarnaast worden inwoners die leven rond het sociaal minimum vanuit het project ondersteund met goede tweedehands producten, zoals kleding. Zo krijgen deze producten een tweede leven, waardoor het project ook bijdraagt aan duurzaamheid. Actualisering Communicatievisie/Capaciteitsvraagstuk Communicatie In 2018 is de huidige communicatievisie vastgesteld en heeft de huidige formatie van team Communicatie gestalte gekregen. Momenteel zijn er diverse ontwikkelingen die een versnelde evaluatie en actualisering van de communicatievisie noodzakelijk maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen op het gebied van de burger- en overheidsparticipatie en de verdere stappen die we hierin als gemeente willen en moeten zetten. Daarnaast wordt de wereld en daarmee onze organisatie steeds digitaler en gaan we met zijn allen steeds meer flexibel werken. Wij verwachten dat we ook na Corona voor een deel thuis zullen blijven werken. Dat stelt extra eisen aan het delen van kennis, actualiteit, saamhorigheid en verbinding van mensen onafhankelijk van de plek waar zij werken. Sinds enige tijd verandert bovendien de vraag naar communicatie inzet.
Niet alleen wordt eerder en vaker gevraagd grotere projecten en trajecten te ondersteunen, er komen ook meer strategische vraagstukken op het pad. Wij vinden het daarom noodzakelijk om: •
•
de communicatievisie nog in 2021 te actualiseren en input te laten zijn voor de nieuwe raadsagenda en het coalitie akkoord in verband met de verkiezingen in 2022. De financiële consequenties vormen input voor de Kadernota en begroting 2023. de formatie voor 2021 en 2022 aan te laten sluiten bij de hiervoor genoemde behoefte en ambities. Hiervoor is momenteel onvoldoende capaciteit. Wij schatten in dat het hierbij gaat om een extra behoefte van ongeveer 0,5 fte. Het is tot op heden niet mogelijk gebleken om de gevolgen voor de formatie zorgvuldig te onderzoeken. Om deze reden is hierbij nog geen kostenindicatie opgenomen. Wij zullen bij de behandeling van de begroting 2022 over de definitieve gegevens beschikken. De consequenties voor 2021 kunnen we eenmalig opvangen binnen de bestaande middelen.
21
Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie richt zich op het klimaat dat al aan het veranderen is en de effecten daarvan. Centraal daarbij staat de vraag op welke manier wij ons het beste kunnen voorbereiden op en aanpassen aan deze effecten. Klimaatverandering kan gepaard gaan met hoge kosten als wij ons niet aanpassen. Klimaatadaptatie is een integrale opgave. Hierdoor is het nodig een ambitieniveau vast te stellen met bijbehorende budgetten voor bijvoorbeeld water, groen en gezondheid. In de eerste helft van 2022 zal de raad om besluitvorming gevraagd worden. Zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen. Bij de behandeling van de Programmabegroting 2020 in de raadsvergadering van 13 november 2019, heeft uw raad een motie aangenomen met betrekking tot “onderzoek aanleg zonnepanelen”. In de 2e bestuursrapportage van 2020 is vervolgens een krediet ter beschikking gesteld ten behoeve van een constructief onderzoek voor de betreffende gebouwen. Het was onze bedoeling dit onderzoek het eerste kwartaal 2021 te laten uitvoeren maar vanwege de beperkte capaciteit in de formatie (vanwege het vertrek van een collega) is dat niet gelukt. We verwachten dit onderzoek in het derde kwartaal van 2021 uit te kunnen voeren en dat bij de behandeling van de begroting 2022 de financiële consequenties inzichtelijk zullen zijn.
Op deze manier kan dit onderdeel meegenomen worden bij de integrale afweging bij de begrotingsbehandeling in november 2021.
5.2. Bestuurlijke ambities ‘Integraal beheer openbare ruimte’; wegen- en groenonderhoud De financiële groei naar het scenario ‘toekomstvisie 2030’ (eind 2016 vastgesteld) is afhankelijk gemaakt van de financiële mogelijkheden in de jaarlijks vast te stellen begroting. De laatste jaren is het niet gelukt deze ambitie financieel in te vullen. Het college wenst in de loop van 2021 met uw raad in gesprek te gaan over de mogelijkheden om de balans in budget en ambitie meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Wegen In de ‘kadernotitie integraal beheer openbare ruimte’ is berekend, dat voor het scenario ‘toekomstvisie 2030’ het beheerbudget voor wegen structureel verhoogd moet worden met € 560.000,00 in 2018. Doordat gekozen is voor een fasering en er bij aanvang minder geld voor verhoging van het beheerbudget vrijgemaakt kon worden, zal het langer duren voordat het gewenste niveau zal zijn bereikt. In 2018 en 2019 is structureel een bedrag ad € 120.000,00 beschikbaar gesteld. Vanaf 2020 (begroting 2020) is hier een vervolgclaim op verwerkt, waarna er structureel € 265.000,00 in de huidige begroting zit voor het onderdeel wegen. Uw raad heeft bij amendement besloten de beheerbudgetten gefaseerd te laten toenemen en jaarlijks bij de Kadernota de structurele groei van deze budgetten te bepalen (afhankelijk van de financiële ruimte).
Doordat deze Kadernota een beleidsarm karakter heeft, is voor dit onderdeel geen claim opgenomen. Wel is in hoofdstuk 6, paragraaf “overige financiële mutaties” van deze Kadernota een financiële mutatie opgenomen met betrekking tot “inzet vrijvallende middelen reserve wegbeheer voor Integraal beheer openbare ruimte: wegenonderhoud”. Hierbij voegen we de structureel gecreëerde ruimte door de vrijval van de reserve wegbeheer, € 17.610,00, toe aan het budget wegenonderhoud. Hiermee bedraagt het structurele budget € 282.610,00. Bij de Programmabegroting 2022 zal opnieuw moeten worden beoordeeld in hoeverre er dan ruimte is om verder toe te groeien naar € 560.000,00. Bij de cijfers in onderstaande tabel is gerekend naar het scenario dat in 2024 de gewenste € 560.000,00 behaald is. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Integraal beheer openbare ruimte-wegen
2022 102.390 102.390
2023 222.390 222.390
2024 277.390 277.390
2025 277.390 277.390
Groen In de ‘kadernotitie integraal beheer openbare ruimte’ is berekend, dat voor het scenario ‘toekomstvisie 2030’ het beheerbudget openbaar groen structureel verhoogd moet worden met € 164.000,00 in 2018. Doordat gekozen is voor een fasering en er bij aanvang minder geld voor verhoging van het beheerbudget vrijgemaakt
22
kon worden, zal het langer duren voordat het gewenste niveau zal zijn bereikt. Op basis van de Programmabegroting 2020 is structureel € 40.000,00 geraamd en op basis van de Programmabegroting 2021 is hier structureel € 95.000,00 bijgekomen. Net als bij het onderdeel wegen is voor dit onderdeel in deze Kadernota geen claim opgenomen. Bij de Programmabegroting 2022 zal opnieuw moeten worden beoordeeld in hoeverre er dan ruimte is om toe te groeien naar € 164.000,00. De uitvoering van het groenbeheer wijzigt mogelijk per 1 januari 2022. Door een andere manier van aanbesteden, gewijzigde uitvoering van de werkzaamheden (combineren onderhoud groenvakken en maaien gazons) en uitbreiding van het areaal is een stijging in de kosten te verwachten. Op basis van de behandeling in de raad van 29 september 2021 zijn de financiële consequenties in beeld en kunnen deze worden opgevoerd. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Integraal beheer openbare ruimte-groen obv huidige kadernotitie verwacht tekort groen obv nieuwe werkwijze (raad september 2021)
2022
2023
2024
2025
29.000 29.000
29.000 29.000
29.000 29.000
29.000 29.000
150.000 150.000
150.000 150.000
150.000 150.000
150.000 150.000
Cyclisch boombeheer In juni 2021 is het boombeleid ter besluitvorming aan uw raad aangeboden. Als boomeigenaar hebben we een wettelijke zorgplicht om de veiligheid rondom bomen te bewaken. Door de werkzaamheden in een cyclisch proces te vatten, snoeien en controleren we iedere vijf jaar de bomen. Hiermee voldoen we aan de wettelijke zorgplicht. In het budget voor boombeheer is reeds € 42.802,00 opgenomen. Op basis van recente aanbestedingen bedragen de te verwachten kosten € 100.000,00. Bij het niet uitvoeren van het cyclisch boombeheer blijft de huidige werkwijze gehandhaafd. Hierdoor zou er een vergroot risico blijven bestaan voor gemeente Rucphen, omdat we dan niet voldoen aan de wettelijke zorgplicht. Bij eventuele schade of een lichamelijk letsel door een omgevallen boom of vallende tak, dekt de verzekering de schade niet. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Cyclisch boombeheer
2022 60.000 60.000
2023 60.600 60.600
2024 61.206 61.206
2025 61.818 61.818
Onkruidbestrijding verhardingen Door de raad is het beeldkwaliteitsniveau van de openbare ruimte vastgesteld op B. Eind 2021 vindt een nieuwe aanbesteding van de werkzaamheden plaats. Door de uitbreiding van het areaal en een meer duurzame manier van werken door de aannemers is een stijging in de kosten te verwachten. In het budget voor de onkruidbestrijding op verhardingen is reeds € 159.271,00 opgenomen. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Onkruidbestrijding verhardingen
2022 50.000 50.000
2023 50.000 50.000
2024 50.000 50.000
2025 50.000 50.000
Reconstructie oudere woonwijken In de “Kadernotitie integraal beheer openbare ruimte” is vermeld dat diverse wijken binnen de gemeente 40 jaar of ouder zijn en theoretisch aan vervanging toe zijn. Voorbeelden hiervan zijn de “componistenwijk” in St. Willebrord, wijk De Kerlinge in Sprundel en de wijk ten oosten van de Achterhoeksestraat in Rucphen. Deze wijken zijn verouderd en grauw, en dienen naast het wegonderhoud ook bekeken te worden vanuit groeninrichting, parkeerdruk en mogelijk riolering. Het betreft in zijn totaliteit ca. 125.000 m2 wegen waarmee grote investeringen gemoeid zijn. Een schatting hierbij is dat het totale krediet € 9.000.000,00 bedraagt en dat dit gefaseerd in 6 jaar uitgevoerd kan worden. De afschrijvingslast bedraagt dan € 50.000,00 per jaar en de rentelast € 30.000,00 (o.b.v. van een krediet van € 1.500.000,00). De afschrijvingslast loopt dus na die 6 jaar op naar € 300.000,00 en de rente naar € 180.000,00.
23
De eerste inventarisatie is uitgevoerd om de aan te pakken wijken te bepalen, met name gericht op de wegen. Aanvullend moet hier nog beoordeeld worden op groen en riolering waarbij de klimaatstresstesten medio 2021 ook nog invloed kunnen hebben. De financiële consequenties zijn op dit moment dus nog niet geheel duidelijk. Uitvoering zal ook nog niet plaatsvinden in de huidige begrotingsperiode zodat geen financiële tabel is toegevoegd. Ondersteuning juridische kwaliteitszorg bij ruimtelijke procedures Het aantal beroepszaken tegen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen neemt toe als gevolg van de vele woningbouwplannen. Waar voorheen nog sprake was van een beperkt aantal planschades is de laatste tijd sprake van een forse toename (in 2021 lopen er momenteel 17 zaken). Daarnaast is er vanwege de hoeveelheid ruimtelijke procedures behoefte aan ondersteuning bij het opstellen van anterieure overeenkomsten, handhaving van landschappelijke inpassing en andere juridische kwesties. Dit wordt nu vaak ad hoc ingezet, maar er is behoefte aan structurele inbedding in de organisatie. Vanuit ruimtelijke procedures is behoefte aan 1 fte structureel. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Ondersteuning juridische kwaliteitszorg bij ruimtelijke procedures
2022
2023
2024
2025
90.000
91.800
93.636
95.509
90.000
91.800
93.636
95.509
Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) + Implementeren Omgevingswet thema ‘water’ Ondanks dat een nieuw GRP niet meer verplicht is vanuit Wet Milieubeheer zodra de Omgevingswet van kracht wordt (1-7-2022), dienen de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater geïmplementeerd te worden in de Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma en Omgevingsplan. In het kader hiervan wordt voorgesteld om in 2022 een nieuw GRP op te stellen wat 'Omgevingswet-proof' is en waarin de samenhang tussen visie, programma en plan is geborgd. Tevens bevat dit GRP een financiële paragraaf als basis voor de rioolheffing. De hoge werkdruk in combinatie met implementeren van de Omgevingswet zijn de aanleiding voor het extern laten opstellen van een nieuw GRP in 2022 voor de periode 2023-2026. Dekking vindt plaats via GRP. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) Implementeren Omgevingswet thema ‘water’
2022 20.000 10.000 30.000
2023
2024
2025
0
0
0
Riolering, kolkenzuigen De kolkenzuiger is economisch en technisch afgeschreven en wordt vervangen door een kleinere kolkenzuiger die aansluit bij de aard van de werkzaamheden van de servicedienst. Het reinigen van de straat kolken (het kolkenzuigen) is planbaar werk en dient vanaf 2022 uitbesteed te worden aan een marktpartij. Kapitaallast en onderhoud nieuwe kolkenzuiger blijven. Dekking vindt plaats via GRP. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Riolering, kolkenzuigen