05b Perspectievennota 2027
Tekst van het document
Wettelijk mogen we niet meer heffen dan we aan kosten verwachten. Ons tarief bestaat uit een vastrecht per perceel en een tarief per lediging voor de restafval, GFT- en ondergrondse verzamelcontainer. Ledigingen van de papiercontainer en het ophalen van plastic (PMD) zijn gratis. Voor onze afvalstoffenheffing hanteren we het uitgangspunt van een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening.
18
Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing Het kan voorkomen dat onze afvalstoffenheffing in werkelijkheid meer dan kostendekkend is. Het overschot storten we dan in de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Deze kan vervolgens worden ingezet om het tarief te drukken of om tekort binnen de heffing te dekken. De voorziening afvalstoffenheffing bevat per 1 januari 2027 een bedrag € 166.260,00. Rioolheffing Op basis van artikel 228a van de Gemeentewet mogen we een belasting heffen voor de kosten die we maken voor het inzamelen en verwerken van afvalwater, hemelwater en het beheer van het grondwater. Deze belasting mag niet meer dan kostendekkend zijn. We hanteren een 100%-kostendekkende tariefberekening als basis. Ons tarief bestaat uit een vast bedrag voor woningen en een variabel bedrag voor niet-woningen. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP). Overige inkomsten Ruimtelijke inkomsten Met een inzet van een Programma kostenverhaal en de Realisatiestimulans voor de realisatie van betaalbare woningen kan de gemeente extra inkomsten genereren die als (extra) dekking voor haar uitgaven kan dienen. Mede door de stijgende kosten die de Omgevingswet met zich meebrengt is het logisch om hiervoor een kostendrager in het kader van de dienstverlening te heffen.
Met een actievere rol op het gebied van de uitgifte van gronden voor wonen en werken worden ook extra inkomsten gegenereerd. Dividendinkomsten Dividend is winstuitkering van een onderneming aan haar aandeelhouders. Wij hebben o.a. aandelen in Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Saver N.V. en Brabant Water. Het jaarlijks bedrag aan dividend over de afgelopen begrotingsjaren is afhankelijk van de resultaatbestemming van de onderneming en kent een wisselend verloop. We baseren de raming voor 2027 daarom op het gemiddelde bedrag aan dividend over de afgelopen vier begrotingsjaren. De huidige raming van € 46.000,00 is passend.
19
6.
Lokale opgaven
Inleiding In dit hoofdstuk schetsen we op hoofdlijnen de belangrijkste ontwikkelingen in de opgaven voor Rucphen: Wat speelt er (boven)lokaal, welke kansen zien we en waar liggen de bedreigingen? Daarbij verbinden we de inhoudelijke vraagstukken aan de financiële realiteit van dit moment. Voor een aantal van deze opgaven geven we een indicatie van het (structureel) extra benodigde bedrag om tempo te maken, tempo te behouden en/of ambities waar te maken. Deze bedragen zijn nog niet verwerkt in het meerjarenperspectief. Gezien de toenemende financiële krapte presenteren we deze bedragen als richtinggevend, zodat uw raad zich eerst over de gewenste keuzes en prioriteiten kan uitspreken. Zo maken we inzichtelijk wat wenselijk is, met respect voor de kaderstellende rol van uw raad. Bovendien zijn ambities uit het coalitieakkoord hierin nog niet meegenomen. Ook die kunnen nog consequenties hebben voor de inhoud van de opgaven, het tempo van uitvoering en/of de benodigde (extra) middelen.
A. Fysieke leefomgeving Ons beleid voor de fysieke leefomgeving ligt vast in de Omgevingsvisie 2.0 die in 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld. Onze ambities zijn: Prettig samenleven; Duurzaam samenleven; Ruime mogelijkheden voor werk- en vrijetijdsbesteding. We streven naar 27.000 inwoners in 2040, hetgeen betekent dat er een grote woningbouwopgave ligt. Om prettig en duurzaam te kunnen samenleven, is echter ook het behoud en de groei van voorzieningen noodzakelijk. Nieuwe wijken worden zoveel mogelijk energieneutraal aangelegd en in bestaande wijken vindt onderhoud duurzaam en integraal plaats. Bij grootschalige reconstructies spelen (verkeers-)veiligheid, leefbaarheid en klimaatadaptatie een grote rol. We werken continu aan verbetering van de dienstverlening onder andere door een nog betere afhandeling van Fixi-meldingen. 1. Omgevingswet: Implementatie en doorontwikkeling van het omgevingsstelsel De Omgevingswet heeft geleid tot een brede, meerjarige opgave voor gemeenten om het fysieke domein integraal, gebiedsgericht en digitaal vorm te geven. Daarnaast brengt de Omgevingswet een verandering in werkwijzen met zich mee. Deze opgave vraagt een samenhangende inrichting en doorontwikkeling van beleid, instrumentarium en uitvoering, evenals een passende organisatorische en digitale inrichting.
Een belangrijk onderdeel hiervan is de doorvertaling van de Omgevingsvisie naar concrete plannen en juridische kaders, waaronder het gefaseerd toewerken naar één samenhangend omgevingsplan. Dit vraagt om nadere uitwerking en richtinggevende keuzes op gebiedsniveau. In 2027 ronden we de uitwerking van de kern Schijf af en starten we met de overige kernen. De keuzes die worden gemaakt in de inrichting van processen, systemen en samenwerking hebben directe gevolgen voor de benodigde uitvoeringskracht en de daarmee samenhangende kosten. De komende jaren werkt de gemeente stapsgewijs toe naar een toekomstbestendig omgevingsstelsel, waarbij keuzes ten aanzien van ambitieniveau, fasering en beschikbare middelen bepalend zijn voor de mate en het tempo van realisatie. De bijdragen vanuit het Rijk zijn onzeker en niet toereikend om onze taak en ambitie in te vullen. 2. Wonen en nieuwkomers Met het vaststellen van het volkshuisvestingsprogramma heeft de gemeenteraad in 2025 richting gegeven aan de gemeentelijke opgave op het gebied van wonen. De gemeente staat voor de opgave om deze ambities en doelstellingen te vertalen naar een samenhangende en uitvoerbare aanpak, gericht op het realiseren van voldoende, passende en betaalbare woningen en het versterken van de regierol op het woonbeleid.
Voor uitvoering op het door de gemeenteraad vaststelde ambitieniveau is een structurele versterking van uitvoeringskracht binnen het taakveld wonen noodzakelijk. Woningbouw vindt deels plaats op gemeentelijke gronden en deels vanuit Thuisvester en ontwikkelaars. De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan meerdere majeure woningbouwontwikkelingen binnen de
20
gemeente. Het betreft zowel uitbreidingslocaties als binnenstedelijke herontwikkelingen. In 2027 ligt de focus onder andere op de (verdere) ontwikkeling van projecten zoals De Leijvelden in Rucphen, en de bouw van woningen in Vissenberg fase 3 in Sprundel. Daarnaast wordt gewerkt aan diverse herontwikkelingslocaties (voorbereiding plan en daadwerkelijke bouw) in met name in St. Willebrord, Sprundel en Zegge. Deze projecten leveren een belangrijke bijdrage aan de gemeentelijke woningbouwopgave en de benodigde toevoeging van woningen binnen de verschillende kernen. Naar verwachting worden er in 2027 circa 100 woningen opgeleverd. We hebben een wettelijke en maatschappelijke opgave om te voorzien in de opvang en huisvesting van nieuwkomers, waaronder Oekraïense ontheemden, asielzoekers en statushouders. Dit omvat het tijdig realiseren van passende huisvesting, het faciliteren van doorstroom en het organiseren van de bijbehorende randvoorwaarden. De toestroom ligt al meerdere jaren op een structureel hoog niveau en wordt beïnvloed door landelijke taakstelling en spreidingsafspraken. Ten aanzien van de huisvesting van statushouders zijn we de achterstand aan het inlopen. Een structurele aanpak van de andere doelgroepen is niet geborgd.
Voor een effectieve en efficiënte uitvoering voor de huisvesting van spoedzoekers zijn aanvullende keuzes en middelen noodzakelijk, mede in relatie tot regionale samenwerking en landelijke kaders. Zonder deze borging bestaat het risico dat de uitvoerbaarheid van de opgave onder druk komt te staan en reguliere taken worden verdrongen. 3. Openbare ruimte Centraal staat het op peil houden en waar nodig versterken van kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid, in een context van groeiend areaal, stijgende kosten en nieuwe wettelijke en maatschappelijke opgaven. Het onderhoud van de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk integraal uitgevoerd. We hebben oog voor nieuwe opgaven, zoals klimaatadaptatie, hittestress en een versnelling van de vervanging en verzwaring van kabels en leidingen. Gelet op de groei van onze gemeente betekent dit ook een uitbreiding van areaal van wegen, groen en riolering. Dit wordt vertaald in onze beheerplannen en bijbehorende begrotingen. We monitoren ons proces om onderhoud en vervanging effectief en efficiënt te houden continu. Een nieuw instrument waar op is ingezet is het HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte), waar de kaders van de wijze waarop we de openbare ruimte willen inrichten zijn beschreven. We streven naar een groene, aantrekkelijke leefomgeving, met aandacht voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en voldoende speel- en sportvoorzieningen.
Vanaf 2027 zal er voor het groenonderhoud (kwaliteitsniveau B) gewerkt gaan worden op basis van een nieuw bestek, waarvan nog onbekend is of dit binnen het aangepaste budget op basis van autonome ontwikkeling past. We evalueren bestaande beleidskaders en uitvoeringsplannen en er zal een actieplan opgesteld worden om de instandhouding van het onderhoud van onze bomen duurzaam te kunnen garanderen. In 2026 wordt het nieuwe Water en Riolerings Programma (WRP) vastgesteld. Dit gaat het kader vormen voor beheer en vervanging van het riool. We werken risico gestuurd en integraal, gekoppeld aan reconstructies in de openbare ruimte om schade en overlast bij droogte en/of extreme neerslag te beperken. In 2027 wordt tevens ingezet op de afronding van het nieuwe afvalbeleid. Er vindt optimalisatie van de aanbieding en inzameling van plasticverpakkingsafval plaats. Het proces van de afwaardering van wegen naar 30 km zones ten gevolge van de aanleg van de rondweg wordt voortgezet. Deze projecten zijn en worden vertaald in het investeringsprogramma. Onze wegenstructuur is op orde en het kwaliteitsniveau B wordt door goed onderhoud gewaarborgd. Met het reguliere openbare vervoer en de dorpsbus wordt een goede invulling gegeven aan gedeelde mobiliteit. We verbeteren ons fietsnetwerk door de ontbrekende schakels in te vullen.
Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om te werken aan een snelfietspad tussen Roosendaal en Etten-Leur. Gemeentelijke besluitvorming over de wens en haalbaarheid moet nog plaatsvinden. 4. Economie We streven naar een gunstig vestigingsklimaat voor een gezonde economie in de gemeente, waarbij ondernemers op een verantwoorde en duurzame manier kunnen groeien. Er wordt ook actief bijgedragen aan de brede welvaart. Met de verdere ontwikkeling van het sport- en leisuregebied Binnentuin en de uitgifte van bedrijventerreinen maken we ondernemen in de gemeente aantrekkelijk. Onze gemeente is aantrekkelijk voor dagtoerisme, we streven ook naar groei van het aantal overnachtingen in Rucphen. Na de evaluatie van de
21
Visie Vrijetijdseconomie in 2026 zullen we speerpunten om dit te bereiken verder vormgeven. Binnen de regio werken we samen op het gebied van economie. 5. Energie en duurzaamheid Ons doel is om in 2050 energieneutraal en gasloos te zijn. Een grootschalige isolatiecampagne is in voorbereiding en zal in 2027 van start gaan. Hiermee kunnen inwoners besparen op de energielasten. Er zijn diverse alternatieven voor gas. Deze mogelijkheden worden wijkgericht aangepakt en vertaald in het warmteprogramma. Ten aanzien van de doelstelling op het gebied van duurzame energieopwekking is het noodzakelijk om meer data gestuurd te gaan werken en doelstellingen te herijken om tot de juiste maatregelen te komen die bij gaan dragen aan onze ambitie. De energietransitie wordt echter belemmerd door netcongestie. Dit relatief nieuwe thema gaat een grote rol spelen bij het (on)mogelijk maken van ontwikkelingen. Het is noodzakelijk dat er een nieuw regelstation komt in de gemeente om de netcapaciteit te vergroten en toekomstbestendig te maken. Hiervoor wordt proactief en goed samengewerkt met de netbeheerder. Voor het gemeentelijk vastgoed geldt dat wij moeten voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van energiebesparing en rapportage. Vanuit de Wet energiebesparingsplicht zijn een energiemanagementsysteem en het systematisch monitoren van energieverbruik belangrijke onderdelen.
Dit vraagt om meer grip op het energiegebruik van onze gebouwen, zodat inzicht ontstaat in verbruiken en besparingsmogelijkheden. Niet ieder gebouw is echter in dezelfde mate geschikt voor dezelfde verduurzamingsmaatregelen. De uitvoering hiervan vraagt bovendien om investeringen. Daarom zal per pand moeten worden beoordeeld welke maatregelen haalbaar, doelmatig en passend zijn, rekening houdend met onder meer de technische staat, functie, gebruiksduur en eventuele toekomstige keuzes rondom behoud, aanpassing of afstoting. Ook de terugverdientijd van investeringen speelt daarbij een belangrijke rol. Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed is daarmee niet alleen een wettelijke opgave, maar ook een traject waarin maatwerk, zorgvuldige afwegingen en financiële keuzes centraal staan. Gewenste extra middelen voor (bestuurlijke) prioriteiten In onderstaande tabel treft u voor A. Fysieke Leefomgeving voor ieder beleidsthema de extra benodigde middelen op basis van onze prioriteiten. Deze middelen worden niet automatisch in de begroting 2027 e.v. verwerkt, tenzij er een concreet dekkingsvoorstel voor is. A. Fysieke leefomgeving - (bestuurlijke) prioriteiten onderwerp
2027
2028
2029
2030
1. Omgevingswet
49.450
49.667
49.889
50.116
2. Wonen en nieuwkomers
92.000
95.864
100.178
104.686
3. Openbare ruimte
25.000
0
0
0
4. Economie
0
0
0
0
5. Energie en duurzaamheid
0
13.467
33.199
55.493
Te vinden dekking
166.450
158.998
183.266
210.295
Waarvan incidenteel
25.000
0
0
0
Te vinden structurele dekking
141.450
158.998
183.266
210.295
22
B. Zorg en samenleving 1. Volksgezondheid: Preventie en publieke gezondheidszorg Op grond van de Wet publieke gezondheid hebben gemeenten de taak om een GGD in stand te houden. In regionaal verband participeren we daarom in de GR GGD, waarmee wordt ingezet op het bevorderen, beschermen en bewaken van de gezondheid van onze inwoners. Dit doen we met een gestructureerde aanpak van infectieziekten, jeugdgezondheidszorg en collectieve preventie op grond van de Wet publieke gezondheid. Lokaal en regionaal geven we uitvoering aan de afspraken tussen gemeenten en het Rijk uit het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Het IZA richt zich op het versterken van de samenwerking tussen het medisch en sociaal domein, preventie en het verbeteren van de mentale/fysieke gezondheid. Hieraan nauw verwant is het GALA dat zich richt op het terugdringen van gezondheids-achterstanden en het bevorderen van een gezonde leefstijl. In dat kader zetten we nu buurtsportcoaches in als verbindende schakel in het realiseren van onze ambities op het gebied van sport, bewegen en preventie in onze gemeente. Het ontbreken van structurele financiering vanuit de landelijke regelingen vormt een bedreiging voor onze (preventieve) inzet op het thema.
Ook ten aanzien van onze eigen middelen speelt dit, zo is de inzet van buurtsportcoaches tot nog toe met incidentele middelen bekostigd en vanaf 2027 niet in de begroting opgenomen. Voor het voortzetten van deze inzet is dus structureel budget nodig. 2. Zorg en ondersteuning: Jeugdhulp, Wmo en de sociale basis Zorg en ondersteuning op lokaal niveau vormen een kernonderdeel van het sociaal domein. Binnen de kaders van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning ligt bij ons de verantwoordelijkheid om samenhangende en toegankelijke voorzieningen te realiseren. Deze inzet is gericht op het versterken van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, met als doel dat iedereen naar vermogen kan deelnemen aan de samenleving. Zo weten (kwetsbare) inwoners onze toegang (VraagR) goed te vinden en hebben inwoners vooral positieve ervaringen met de zorg en ondersteuning die door onze professionals wordt geboden. In 2027 blijven we onze dienstverlening doorontwikkelen, conform de uitgangspunten voor stevige lokale teams die landelijk zijn afgesproken. Een belangrijke uitdaging is de financiële druk op onze zorgbudgetten. Doordat de vraag naar ondersteuning toeneemt en de budgetten vanuit het Rijk niet in hetzelfde tempo meestijgen zien we dat de financiële druk bij gemeenten toeneemt. Wij anticiperen hierop met een (project)plan voor kostenbeheersing.
In het project kostenbeheersing Jeugdwet en Wmo werken we met een gedeelde overtuiging en drie ontwikkellijnen, deze onderdelen vormen de kaders van onze aanpak. Deze overtuiging geldt als de ‘paraplu’ waaronder alle acties en interventies plaatshebben: Wij hebben de verantwoordelijkheid om inwoners zo veel mogelijk zelfstandig te laten meedoen, met steun van hun eigen netwerk, een sterke sociale basis en ondersteuning dichtbij. Specialistische zorg en maatwerkvoorzieningen zijn daarbij geen vanzelfsprekendheid, maar een vangnet dat we zorgvuldig en alleen inzetten wanneer lichtere oplossingen niet toereikend zijn, zodat deze zorg beschikbaar blijft voor inwoners die er echt op aangewezen zijn. We geloven dat door een integrale benadering, waarbij preventie, eigen kracht en lokale samenwerking centraal staan, de gemeente grip kan krijgen op de kosten zonder dat de ondersteuning voor inwoners onder druk komt te staan. De focus ligt op het realiseren van een toekomstbestendig sociaal stelsel. We hebben de volgende drie ontwikkellijnen uitgewerkt5: 1. Het versterken van de sociale basis en het voorliggend veld 2. Het versterken van de toegang en inzet op normaliseren 3. Het effectiever organiseren van de inzet van geïndiceerde zorg
5
Zie bijlage 4: Projectplan Kostenbeheersing Jeugd en Wmo
23
Ten aanzien van de Wmo en jeugdhulp zien we verder kansen in het versterken van onze regionale samenwerking. Voor jeugd is reeds een gezamenlijke regiovisie vastgesteld en wordt gewerkt aan het optuigen van een gemeenschappelijke regeling. Ook op het vlak van de Wmo wordt onderzocht hoe de samenwerking versterkt kan worden, als eerste stap is het vergroten van de regionale samenwerking naar negen gemeente (D9) in voorbereiding. Daarnaast wordt voor jeugd en Wmo in samenhang bezien hoe we in regionaal verband het toezicht (gericht op rechtmatigheid, doelmatigheid en bescherming van kwetsbare inwoners) kunnen versterken. 3. Participatie & inkomen: Re-integratie, schuldhulpverlening en bijstand Landelijk stelt de Participatiewet gemeenten verantwoordelijk voor het bevorderen van arbeidsdeelname en het bieden van schuldhulpverlening. Met de ontwikkelingen rond Participatiewet in Balans komt er meer nadruk te liggen op maatwerk, vertrouwen en eenvoud in de uitvoering, zodat gemeenten beter kunnen aansluiten bij de persoonlijke situatie van inwoners. Dit betekent ook meer ruimte om mensen met complexe problematiek integraal te ondersteunen, waarbij werk, inkomen en zorg in samenhang worden opgepakt. Dit met als doel een sluitende aanpak die duurzame participatie mogelijk maakt.
We werken binnen de regio West-Brabant West in gemeenschappelijke regelingen nauw samen met Werkplein en WVS om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen. Schuldhulpverlening is georganiseerd met partners zoals Humanitas en Kredietbank Nederland en richt zich op preventie en curatieve hulp. Kansen liggen in het versterken van regionale samenwerking, het bieden van integrale ondersteuning (waarbij werk, inkomen en zorg samenkomen) en het inzetten op preventieve aanpakken die schulden en werkloosheid helpen voorkomen. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de beweging van de Participatiewet in Balans. Tegelijkertijd zijn er bedreigingen, zoals de toenemende complexiteit van de doelgroep en spanningen tussen maatwerk en rechtmatigheid. Ook is er sprake van maatschappelijke ontwikkelingen die het gebruik (en daarmee de kosten) van bepaalde voorzieningen doen stijgen. Voor het in stand houden van een van deze voorzieningen - de voedselbank - is daarom structureel een hogere bijdrage nodig. 4. Onderwijs: onderwijs, onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer We hebben geen formele verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderwijs, maar vervullen wel een belangrijke verbindende, faciliterende en regisserende rol. Wij hebben bijvoorbeeld een aantal wettelijke taken op het gebied van onderwijshuisvesting, leerplicht, passend onderwijs en leerlingenvervoer.
Verder stimuleren we de samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugd. Ons huidige overkoepelende lokaal onderwijsbeleid sluit niet meer optimaal aan bij de recente ontwikkelingen en opgaven. Daarnaast loopt de huidige beleidsperiode van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) af. Dit maakt nieuwe keuzes noodzakelijk en biedt tegelijkertijd de kans om het lokale onderwijsbeleid integraal te herzien en beter op elkaar af te stemmen. Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) is leidend voor onderhoud en nieuwbouw van scholen; twee projecten worden uitgevoerd (nieuwbouw basisschool Heilinde en voorbereiding ontwikkeling Kindcentrum Rucphen) en over twee projecten (Schijf en Zegge) moet nog besluitvorming plaatsvinden. De kansen liggen in het realiseren van kwalitatieve, toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Bedreigingen zijn verouderde gebouwen, beperkte middelen en complexe regionale afspraken die flexibiliteit beperken. 5. Sport, Cultuur & Recreatie Landelijk stimuleert het Rijk sport en cultuur nadrukkelijk als belangrijke pijlers voor gezondheid, sociale cohesie en participatie. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen, onder andere voor sportvoorzieningen, verenigingsondersteuning en culturele activiteiten en initiatieven.
Er is een breed sport- en cultuuraanbod aanwezig, met subsidies voor verenigingen, exploitatie van accommodaties (zoals zwembad De Watertuin), ondersteuning van bibliotheek en dorpshuizen, en de inzet van Rucphen Beweegt. Voor de buitensport is met de Nota Buitensport 2024–2034 een investeringsschema opgesteld. Daarnaast wordt momenteel onderzoek gedaan naar de situatie en kansen op het gebied van binnensport, zodat gerichter kan worden gestuurd op het versterken en borgen van de continuïteit. Parallel daaraan wordt gewerkt aan een kunst- en cultuuragenda.
24
Tegelijkertijd zijn er financiële en organisatorische aandachtspunten, zoals stijgende huisvestingslasten, een toenemende druk op vrijwilligers en verschillen in draagkracht tussen verenigingen. Dit vraagt om heldere keuzes, een toekomstbestendige inzet van middelen en goede samenwerking met maatschappelijke partners. Er liggen echter ook duidelijke kansen: het verder versterken van lokale netwerken; het beter benutten van subsidies en het vergroten van de maatschappelijke impact van sport en cultuur. Gewenste extra middelen voor (bestuurlijke) prioriteiten In onderstaande tabel treft u voor B. Zorg en Samenleving voor ieder beleidsthema de extra benodigde middelen op basis van onze prioriteiten. Deze middelen worden niet automatisch in de begroting 2027 e.v. verwerkt, tenzij er een concreet dekkingsvoorstel voor is. B. Zorg en samenleving - (bestuurlijke) prioriteiten onderwerp 1. Volksgezondheid 2. Zorg en ondersteuning
2027
2028
2029
2030
180.000
184.500
189.113
193.841
0
0
0
0
3. Participatie & inkomen
15.000
15.150
15.302
15.455
4. Onderwijs
250.000
250.000
250.000
250.000
0
0
0
0
Te vinden dekking
445.000
449.650
454.415
459.296
Waarvan incidenteel
0
0
0
0
Te vinden structurele dekking
445.000
449.650
454.415
459.296
5. Sport, cultuur & recreatie
25
C. Veiligheid Veiligheid is één van de belangrijkste taken van de overheid. Wij werken hiervoor nauw samen met partners zoals de Politie, Openbaar Ministerie, Veiligheidsregio, Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) en het Zorg- en Veiligheidshuis. Samen met de gemeenten in district De Markiezaten en deze partners maken wij een Integraal Veiligheidsplan (IVP). Hierin staan afspraken over de aanpak van verschillende veiligheidsthema’s. Veiligheidsproblemen stoppen namelijk niet bij gemeentegrenzen. Daarom werken we samen volgens het principe: “De dijken even hoog”. 1. Georganiseerde criminaliteit Bij georganiseerde criminaliteit werken mensen samen om illegale activiteiten en ernstige misdrijven te plegen. Dit zorgt voor ondermijning. Dat betekent dat de onderwereld en de normale samenleving met elkaar verweven raken. Dit heeft een negatieve invloed op de samenleving en de rechtsorde. Ook wij hebben hierin een taak. We willen voorkomen dat de gemeente onbedoeld criminele activiteiten mogelijk maakt. Daarom is het belangrijk dat we signalen op tijd herkennen, regels actueel houden en zorgvuldig werken. Daarnaast willen we inwoners en ondernemers helpen om signalen van criminaliteit te herkennen en te melden. Als we signalen van ondermijning zien, gebruiken we waar mogelijk bestuurlijke maatregelen. We werken daarbij samen met andere gemeenten en regionale partners.
Ondermijnende criminaliteit is vaak moeilijk zichtbaar en verandert steeds. Daarom is een blijvende en flexibele aanpak nodig. 2. Zorg en Veiligheid Steeds meer mensen hebben te maken met complexe problemen, terwijl er niet genoeg zorg- en opvangplekken zijn. Hierdoor kunnen problemen groter worden en kan de openbare orde en veiligheid onder druk komen te staan. Om dit aan te pakken, moeten overheden en samenwerkingspartners goed samenwerken. Een belangrijke en essentiële stap is de start van een persoonsgerichte aanpak. Hierbij kijken we per persoon welke hulp nodig is. Lokaal is het belangrijk dat er genoeg passende voorzieningen zijn. Daarnaast zetten we ons regionaal en landelijk in voor voldoende capaciteit en goede voorwaarden. Een belangrijk onderwerp binnen zorg en veiligheid is mensenhandel. Door het toenemende aantal meldingen en situaties wordt de aanpak hiervan in ons district steeds moeilijker. 3. Weerbaarheid en veerkracht Door de toenemende spanningen in de wereld is het belangrijk dat onze samenleving goed voorbereid is op langdurige verstoringen en crises. Daarom werken we samen met de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant aan het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van inwoners en organisaties. Samenwerking tussen gemeenten, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties is hierbij erg belangrijk.
Het versterken van weerbaarheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Een essentieel en noodzakelijk onderdeel hiervan zijn noodsteunpunten. Dit zijn plekken in wijken waar inwoners tijdens een langdurige crisis terecht kunnen voor informatie en mogelijk extra hulp. Het is nog niet duidelijk wat de extra kosten hiervan zullen zijn. 4. Wijkveiligheid Bij wijkveiligheid zetten we in op zichtbare en toegankelijke boa’s in dorpen, wijken en het buitengebied. Door de tijdelijke uitbreiding van de boa-capaciteit (tot en met 2027) zijn er meer boa’s zichtbaar op straat met de daarbij horende interventies. Hierdoor is er meer contact met inwoners en samenwerkingspartners in de wijken. We werken hierbij veel samen met de politie. Een volgende essentiële stap is het live kunnen bekijken van camerabeelden van openbare ordecamera’s op het politiebureau in Roosendaal. De aanbesteding hiervoor is gestart.
26
Gewenste extra middelen voor (bestuurlijke) prioriteiten In onderstaande tabel treft u voor C. Veiligheid voor ieder beleidsthema de extra benodigde middelen op basis van onze prioriteiten. Deze middelen worden niet automatisch in de begroting 2027 e.v. verwerkt, tenzij er een concreet dekkingsvoorstel voor is. C. Veiligheid - (bestuurlijke) prioriteiten onderwerp
2027
2028
2029
2030
1. Georganiseerde criminaliteit
0
0
0
0
2. Zorg en Veiligheid
0
0
0
0
3. Weerbaarheid en veerkracht
0
0
0
0
4. Wijkveiligheid
0
0
0
0
0
0
0
0
Te vinden dekking Waarvan incidenteel
0
0
0
0
Te vinden structurele dekking
0
0
0
0
27
D. Dienstverlening en bedrijfsvoering In dit onderdeel kiezen we voor een volgorde van buiten naar binnen: eerst de opgaven die direct zichtbaar en merkbaar zijn voor inwoners en samenleving. Vervolgens de opgaven die de basis vormen om onze uitvoeringskracht duurzaam op peil te houden. 1. Dienstverlening Landelijk verandert de gemeentelijke dienstverlening. Inwoners en ondernemers verwachten dat zij overheidszaken eenvoudig (digitaal) kunnen regelen, met duidelijke informatie, snelle afhandeling en passende bereikbaarheid. Tegelijkertijd blijft persoonlijk contact noodzakelijk voor inwoners die ondersteuning nodig hebben of te maken hebben met complexe vragen. Ook neemt de behoefte toe aan maatwerk, transparantie en dienstverlening die aansluit bij verschillende doelgroepen. Daarnaast worden de eisen op het gebied van privacy, informatiebeveiliging, digitale toegankelijkheid en betrouwbaarheid van gegevens steeds verder aangescherpt. Gemeenten ontwikkelen daarom steeds vaker een organisatiebrede aanpak, waarbij dienstverlening, processen, systemen en klantcontact integraal worden ingericht. We hebben geen actueel, samenhangend en toekomstbestendig dienstverleningsconcept/-visie. Hierdoor ontbreekt een eenduidig kader voor keuzes rondom bereikbaarheid, openingstijden, servicenormen en procesinrichting.
In onze frontoffice, als belangrijk contactpunt voor inwoners, staat daarnaast de uitvoering onder druk door capaciteitsvraagstukken, kwetsbaarheid in kennis en noodzakelijke (wettelijke) verbeteringen in processen en systemen. Ook organisatiebreed vraagt verdere professionalisering van dienstverlening aandacht, zodat inwoners en ondernemers op een herkenbare en consistente wijze worden geholpen, ongeacht het contactkanaal of organisatieonderdeel. Deze ontwikkeling biedt kansen om dienstverlening slimmer te organiseren, digitale mogelijkheden beter te benutten en inwoners en ondernemers passender te ondersteunen. Een duidelijke koers kan daarbij zorgen voor meer samenhang en toekomstbestendige keuzes. Tegelijkertijd vraagt dit om investeringen in mensen, processen en systemen, terwijl de beschikbare capaciteit onder druk staat en wet- en regelgeving steeds complexer wordt. 2. Informatievoorziening en -technologie Vrijwel alle gemeentelijke werkzaamheden en dienstverlening zijn afhankelijk geworden van een goed functionerende IT- en informatievoorzieningsomgeving. Investeren in een betrouwbare, veilige en toekomstbestendige digitale omgeving is daarmee geen keuze meer, maar een randvoorwaarde voor het functioneren van de organisatie. Tegelijkertijd worden wet- en regelgeving op het gebied van privacy, archivering, openbaarheid en informatiebeveiliging verder aangescherpt.
Met de komst van de Europese NIS2richtlijn en de Nederlandse Cyberbeveiligingswet worden gemeenten verplicht om aanvullende maatregelen te treffen voor digitale weerbaarheid, risicobeheersing en bedrijfscontinuïteit. Ook nemen cyberdreigingen, digitaliseringsvraagstukken en afhankelijkheid van leveranciers toe. Daarnaast vragen nieuwe wettelijke ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet, steeds meer om goed op elkaar aangesloten systemen en digitale ondersteuning van uitvoeringsprocessen. We werken aan de verdere modernisering van het digitale landschap. De overgang naar Microsoft 365, Cloud toepassingen en vernieuwde hardware ondersteunt een andere manier van samenwerken en een flexibelere werkplek. Tegelijkertijd vraagt ook de onderliggende informatiehuishouding blijvende aandacht: informatiebeheer, archivering, privacy, applicatiebeheer en de kwaliteit van basisregistraties zijn essentieel voor een rechtmatige en betrouwbare uitvoering van gemeentelijke taken. Daarnaast is gestart met een meerjarig investeringsprogramma voor hard- en software. Hiermee ontstaat beter inzicht in aanwezige systemen, contracten, vervangingsmomenten en structurele kosten. Dit biedt een belangrijk fundament om strategische keuzes te maken binnen het automatiseringslandschap en tijdig te sturen op financiële en organisatorische knelpunten.
Daarbij is van belang om aan te geven dat de huidige uitgaven aan automatisering per inwoner in Rucphen nog altijd onder het niveau ligt dat uit de benchmark voor vergelijkbare gemeenten naar voren komt. Gemiddeld geeft Rucphen per inwoner €15 minder uit dan gemeenten van vergelijkbare grootte6. Gegeven de verdere digitaliseringsopgave, stijgende kosten en toenemende eisen aan beveiliging en continuïteit vraagt dit om zorgvuldige en tijdige investeringen om blijvend 6
Op basis van 24.050 inwoners komt dat neer op een bedrag van afgerond € 360.750,00
28
te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving en aan de eisen die aan een betrouwbare gemeentelijke dienstverlening worden gesteld. De groeiende afhankelijkheid van systemen vraagt daarbij om voldoende capaciteit, specialistische kennis en een organisatie die bij incidenten snel kan herstellen. Ook wordt verkend hoe AI op verantwoorde wijze kan bijdragen aan efficiëntere werkprocessen, betere informatieondersteuning en kwaliteitsverbetering. Deze ontwikkelingen bieden kansen om samenwerking te verbeteren, processen slimmer in te richten en informatie beter beschikbaar en beheersbaar te maken. Tegelijkertijd vragen zij om blijvende investeringen en scherpe keuzes, omdat kosten stijgen, specialistische kennis schaars is en de impact van storingen of cyberincidenten groot kan zijn voor de continuïteit van de dienstverlening. 3. Participatie en communicatie Participatie is een vast onderdeel geworden van goed bestuur. Inwoners willen eerder betrokken worden bij plannen die invloed hebben op hun leefomgeving. Zij verwachten duidelijkheid over hun rol en willen weten wat de gemeente met hun ideeën doet. Het hogere doel is daarom een gemeente die niet alleen vóór inwoners werkt, maar vooral samen mét inwoners, ondernemers en organisaties. Ook nieuwe wetten, zoals de Omgevingswet en de Wet versterking participatie, maken participatie verplicht.
Uw raad heeft hiervoor het beleid ‘Samen R toe doen’ en een participatieverordening vastgesteld. Daarmee is afgesproken dat participatie een normaal onderdeel is van het werk van de gemeente. Uit gesprekken en onderzoeken blijkt dat inwoners behoefte hebben aan betere betrokkenheid, duidelijke communicatie en goede terugkoppeling. Daarom wil de gemeente participatie op een vaste en professionele manier organiseren binnen de hele organisatie. Om dit goed uit te voeren zijn structurele middelen nodig, zoals een participatieplatform, trainingen voor medewerkers, ondersteuning van inwonersinitiatieven en duidelijke werkwijzen. Zonder deze ondersteuning ontstaat versnippering en kunnen verwachtingen van inwoners niet goed worden waargemaakt. Dit kan het vertrouwen in de overheid verminderen. Goede participatie zorgt juist voor betere besluiten, meer draagvlak en meer samenwerking met de samenleving. Zo wordt ‘Samen R toe doen’ niet alleen beleid, maar ook een herkenbare manier van werken. 4. Organisatie We bouwen verder aan een organisatie die doet wat nodig is en dat ook goed doet. Een organisatie die stevig staat, duidelijke keuzes maakt en prettig samenwerkt. Onze kernwaarden Gelijkwaardig, Prestatiegericht en Samen (GPS) helpen ons daarbij. Zij geven richting aan hoe we werken, hoe we met elkaar omgaan en hoe we onze organisatie verder vormgeven.
Ons kompas! De eerste stap is focus. De opgaven waar we voor staan vragen steeds meer van ons. De wereld om ons heen wordt ingewikkelder, de druk op de uitvoering neemt toe en de financiële ruimte staat onder spanning. Dat maakt duidelijk dat we niet alles tegelijk kunnen doen. Daarom is het belangrijk dat we samen helder hebben wat echt belangrijk is, wat voorrang krijgt en waar we onze energie op richten. De programmabegroting speelt daarin een belangrijke rol als bestuurlijk contract. Daarin leggen raad, college en organisatie de doelen vast, welke keuzes daarbij horen en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Zo brengen we richting, inhoud en geld bij elkaar. Focus vraagt ook om een organisatie die goed is ingericht. Daar komt comfort bij kijken. Comfort betekent voor ons niet dat alles makkelijk moet zijn, maar wel dat onze medewerkers goed kunnen werken in een organisatie die past bij onze gemeente. Een organisatie die overzichtelijk is, duidelijke rollen heeft en ruimte geeft aan vakmanschap en creativiteit. Medewerkers moeten weten waar ze aan toe zijn, wat er van hen wordt verwacht en waar zij zelf ruimte hebben om te handelen. Dat vraagt om goed werkgeverschap, goede ondersteuning en systemen die helpen. Comfort zit ook in een organisatiestructuur die past bij onze gemeente: niet te complex, maar wel stevig en duidelijk.
Daarbij zijn rollen helder belegd, met een duidelijk onderscheid tussen bestuurlijk opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever en ambtelijk opdrachtnemer. Als die structuur klopt, geeft dat rust, richting en vertrouwen.
29
Daarmee komen we bij sterk leiderschap. Dat geldt niet alleen voor leidinggevenden, maar voor iedereen in de organisatie. Leiderschap betekent dat je weet wat jouw bijdrage is, dat je initiatief neemt, afspraken nakomt en verantwoordelijkheid draagt voor je rol. Leidinggevenden geven richting, maken keuzes en bieden ruimte waar dat kan. Zij vervullen ook een voorbeeldfunctie. Medewerkers tonen eigenaarschap, denken mee en werken samen aan het geheel. In het college en het managementteam doen we dat collectief: we sturen samen op de ontwikkeling van de organisatie en op de opgaven die voor ons liggen. Daarbij hoort dat kaders stellen, opdrachten geven, uitvoeren en verantwoorden bij elkaar horen. Alleen dan kunnen we sneller handelen, beter sturen en verantwoordelijkheid leggen waar die hoort. We doen dit niet voor een abstract systeem, maar voor echte mensen: inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Zij moeten kunnen rekenen op een gemeente die betrouwbaar, duidelijk en zorgvuldig werkt. Daarom willen we het werk zo organiseren dat het logisch en prettig verloopt, met zo min mogelijk overdrachtsmomenten en met processen die goed zijn ingericht. Wij willen service op maat leveren en ‘klanten’ sneller en beter helpen. Om onze organisatie sterker te maken, blijft naast vernieuwing (o.a.
het gebruik van AI) ook samenwerking met andere gemeenten (SRWB, De6, etc.) belangrijk, omdat we zo kennis kunnen delen, sterker kunnen worden en minder kwetsbaar zijn. Maar samenwerking moet wel altijd bijdragen aan betere resultaten en meer grip op de uitvoering. Onze koers is daarmee helder. We bouwen verder aan een organisatie met focus op wat belangrijk is, comfort in hoe we werken, sterk leiderschap vanuit ieders rol en een structuur die past bij onze gemeente. Zo maken we samen een organisatie die stevig staat, menselijk werkt en zichtbaar verschil maakt. Gewenste extra middelen voor (bestuurlijke) prioriteiten In onderstaande tabel treft u voor D. Dienstverlening en bedrijfsvoering voor ieder beleidsthema de extra benodigde middelen op basis van onze prioriteiten. Deze middelen worden niet automatisch in de begroting 2027 e.v. verwerkt, tenzij er een concreet dekkingsvoorstel voor is. D. Dienstverlening en bedrijfsvoering - (bestuurlijke) prioriteiten onderwerp
2027
2028
2029
2030
1. Dienstverlening
35.000
0
0
0
2. Informatievoorziening en -technologie
50.000
50.500
51.005
51.515
3. Participatie en communicatie
46.000
34.000
34.000
34.000
0
0
0
0
131.000
84.500
85.005
85.515
4. Organisatie Te vinden dekking Waarvan incidenteel
35.000
0
0
0
Te vinden structurele dekking
96.000
84.500
85.005
85.515
30
Bijlage 1: (Financiële) uitgangspunten voor de begroting Inleiding Een gemeente is wettelijk verplicht om uiterlijk 15 november een vastgestelde begroting bij de toezichthouder, de Provincie, in te dienen. In onze financiële verordening heeft uw raad bepaald dat we u uiterlijk 15 juni een nota aanbieden met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting. Het opstellen en doorrekenen van de begroting is een zorgvuldig en tijdrovend proces. Dit doen we in de zomerperiode. Om dit beheersbaar en efficiënt te laten verlopen, is het belangrijk dat we tijdig weten welke (financiële) uitgangspunten u daarvoor wil hanteren. Zo creëren we duidelijkheid over de kaders voor de begroting en voorkomen we dat belangrijke, financiële aannames laat in het proces nog ter discussie komen. Dit bevordert een efficiënt begrotingsproces en geeft raad en college ruimte voor de echte, politiek-bestuurlijke afwegingen. 1. Structureel begrotingsevenwicht De begroting is structureel en reëel in evenwicht, d.w.z. structurele uitgaven worden gedekt door structurele inkomsten. Incidenteel geld wordt niet ingezet voor structurele tekorten. Uitzondering daarop is de (technische) mogelijkheid om maximaal 10% van het vrije deel van de algemene reserve als (structurele) dekking te benutten. 2.
Prijsontwikkeling Voor actualisatie op prijsontwikkeling wordt aangesloten bij zo realistisch mogelijke ramingen op basis van maatwerk. We onderzoeken of dit de meest passende werkwijze is. 3. Personele lasten en arbeidscapaciteit De basis voor de doorrekening van de loonkosten in de meerjarenbegroting is de Cao gemeenten 2025-2027‘. Deze heeft een looptijd tot en met 31 maart 2027. Voor de periode daarna hanteren we de percentages ‘loonvoet sector overheid’ op basis van de Meicirculaire. Omvang en samenstelling van de formatie, evenals externe inhuur, zijn primair een uitvoeringsvraagstuk en daarmee een verantwoordelijkheid van het college. Uw raad stelt de financiële kaders vast; binnen die kaders bepalen wij de inzet van formatie en inhuur doelmatig en passend bij de bestuurlijke opgaven en leggen we daarover verantwoording af. 4. • • • •
Algemene uitkering (gemeentefonds) De raming van de algemene uitkering in de begroting wordt gebaseerd op de Septembercirculaire en wordt voorzichtig ingeschat; Onzekere ontwikkelingen worden niet vooruitlopend ingeboekt; (Decentralisatie)kortingen worden opgevangen binnen de beleidsvelden waarop deze betrekking hebben; M.b.t. gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen Participatiewet, houden we rekening met de voorlopige beschikking voor bijstandsuitkering in 2026 en een beperkte loon- en prijsindex. Deze herijken we voor de begroting op basis van de Meicirculaire.
5. Sociaal domein Uitgaven in het sociaal domein worden realistisch geraamd. Tekorten worden niet vooruitgeschoven en opgelegde bijstellingen (taakstelling, bezuiniging, ombuiging)7 moeten concreet en uitvoerbaar zijn. 6. Reserves, risico’s en weerstandsvermogen Reserves worden alleen incidenteel ingezet, tenzij bedoeld om kapitaallasten te dekken. Structurele inzet van reserves voor dekking van exploitatietekorten is niet toegestaan. Risico’s worden expliciet in beeld gebracht. Voor onzekerheden worden buffers opgenomen en onzekere baten worden niet ingeboekt.
7 Een taakstelling is een vooraf opgelegde financiële opgave waarbij een organisatie een bepaald bedrag moet realiseren, zonder dat al vaststaat hoe dat precies gebeurt. Het verschil met ombuigingen en bezuinigingen is dat een taakstelling het doel aangeeft, terwijl ombuigingen en bezuinigingen de concrete maatregelen zijn om die opgave in te vullen. Bij een bezuiniging gaat het meestal om het structureel verlagen van uitgaven; een ombuiging kan ook zien op anders inrichten, prioriteren of efficiënter organiseren van werkzaamheden.
31
Toekomstige rekeningresultaten wordt toegevoegd aan de algemene reserve, tenzij uw raad expliciet anders besluit. Daarmee blijft onze financiële buffer zoveel mogelijk op peil. Onze weerstandsratio is meerjarig tenminste ‘voldoende’ (d.w.z. bandbreedte 1.0–1.4)8. 7. Investeringen en schuldpositie Investeringen worden strikt geprioriteerd en alleen begroot en uitgevoerd indien financieel haalbaar (inclusief de benodigde uitvoeringscapaciteit). De kapitaallasten worden structureel gedekt. 8. Rente en kapitaallasten De rentelasten worden geactualiseerd op basis van de geactualiseerde liquiditeitenplanning. De kapitaallasten worden herijkt o.b.v. werkelijk uitvoering van investeringen, aanvullende besluitvorming, en de te verwachten “nieuwe” kapitaallasten uit het meerjarig investeringsprogramma. 9. •
• • • •
Lokale lasten en tarieven We zorgen voor realistische en toereikende opbrengsten uit de OZB, passend bij ons ambitieniveau. Opbrengsten en daaruit voortvloeiende tarieven passen we aan indien onze financiële situatie daarom vraagt; Voor afvalstoffenheffing en rioolheffing hanteren we een 100% kostendekkend tarief; Legestarieven, voor zover niet wettelijk bepaald, bepalen we o.b.v. een kostendekkend rekenmodel; Marktgelden en lijkbezorgingsrechten: beperkt kostendekkend; Toeristenbelasting9: de tarieven ronden we af op € 0,05 en passen we aan zodra de meerjarige indexering leidt tot een verhoging met € 0,05 of een veelvoud daarvan ten opzichte van het dan geldende tarief.
10. Nieuw beleid en intensiveringen Nieuw beleid en intensivering van beleid wordt alleen opgenomen bij volledige structurele dekking. Voor nieuwe activiteiten/uitvoering binnen bestaande beleidskaders hanteren we het principe ‘nieuw voor oud’. Dat betekent dat we daarvoor dekking zoeken binnen de financiële kaders. 11. Indeling van de begroting10 Voor de programmabegroting 2027 hanteren we dezelfde programma’s als voor de programmabegroting 2026. 12. Kwantitatieve gegevens Voor de begroting hanteren we de aantallen en percentages uit onderstaande tabel. Begroting 2026
Begroting 2027
Inwoners
24.095
24.050
Woonruimten
10.577
10.595
Bedrijven
3.413
3.350
Eenpersoonshuishoudens
2.994
3.082
Jongeren jonger dan 18 jaar
4.050
4.030
345
347
3,3%
CPI t-2
Dekkingspercentage afvalstoffenheffing
100,0%
100,0%
Dekkingspercentage rioolheffing
100,0%
100,0%
Bijstandontvangers (gem. afgelopen 3 jaar) Indexatie OZB-opbrengst
8
Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing (2018) Raadsbesluit 2014 10 De start van een nieuwe raadsperiode is een logisch moment om te (her)overwegen of en zo ja welke wijzigingen u in de programma-indeling wil doorvoeren om uw kaderstellende en controlerende rol voor de komende bestuursperiode te versterken. We adviseren u daarbij graag over de (on)mogelijkheden en hun consequenties. De grote impact op de achterliggende begrotingsprocessen maakt het niet mogelijk hierover op korte termijn te adviseren en dit voor de begroting 2027 te implementeren. Een programmawijziging is, indien u dit wenst, niet eerder realiseerbaar dan voor de begroting 2028. 9
32
Bijlage 2: Beleidsinhoudelijke speerpunten gemeenschappelijke regelingen Hieronder lichten we kort de beleidsmatige speerpunten van de gemeenschappelijke regelingen toe. Uitgebreidere informatie treft u in de aangeboden stukken in de raadsvergadering van 10 juni 2026. GGD West-Brabant (GGD) zet in 2027 in op kansrijk opgroeien, een gezonde leefomgeving en mentale veerkracht, met extra aandacht voor preventie, vroegsignalering en de versterking van regionale samenwerking. Ook wordt gewerkt aan een toekomstbestendige organisatie en aan betere digitale en dataondersteunde uitvoering van de publieke gezondheid. Dit leidt dit tot een hogere gemeentelijke bijdrage, die meerjarig oploopt. Regionale Ambulance Voorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) blijft in 2027 inzetten op kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, met aandacht voor bereikbaarheid, patiëntgerichtheid en veilige zorg volgens het kwaliteitskader ambulancezorg 2.0. Daarnaast ligt de focus op zorgcoördinatie, functiedifferentiatie en goede netwerksamenwerking, zodat de juiste zorg steeds vaker op de juiste plek wordt geboden. Ook de organisatieontwikkeling en het behoud van voldoende en goed opgeleid personeel blijven belangrijke opgaven. Er zijn geen gemeentelijke financiële consequenties, omdat de ambulancezorg volledig via de zorgverzekeringswet wordt bekostigd.
Werkvoorzieningschap Westelijk Noord-Brabant (WVS) zet in 2027 in op het begeleiden van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt naar duurzaam werk, met aandacht voor ontwikkeling, participatie en beschut werken. Daarnaast blijft de organisatie sturen op een goede match tussen mens en werk en op samenwerking met gemeenten en werkgevers in de regio. Dit leidt in 2027 tot een beperkte daling van de gemeentelijke bijdrage. Werkplein Hart van West-Brabant zet in 2027 verder in op de implementatie van de Participatiewet in Balans, met meer maatwerk, vertrouwen en menselijke maat in de dienstverlening aan inwoners. Daarnaast blijft de ketensamenwerking met WVS en ISD via Wegwijzer gericht op duurzame uitstroom, passende ondersteuning en het versterken van participatie en bestaanszekerheid. Ook de uitvoering van inburgering en de begeleiding van beschut werk vragen blijvende inzet. Dit leidt in 2027 tot een hogere gemeentelijke bijdrage, vooral door de toename van uitkeringslasten en indexatie; meerjarig loopt dit verschil verder op. De gemeenschappelijke regeling voor Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA)/Meldpunt Crisiszorg West-Brabant kent geen ontwerpbegroting welke met een zienswijzeprocedure is geagendeerd voor 10 juni 2026. Deze centrumregeling wordt uitgevoerd door centrumgemeente Breda.
Regionaal Bureau Leren (RBL) Regionaal Bureau Leren (RBL) richt zich in 2027 op een uniforme en preventieve aanpak van leerplicht, leerrecht en het Doorstroompunt, met meer aandacht voor vroegsignalering, samenwerking met scholen en een integrale ondersteuning van jongeren. Daarnaast wordt de organisatie financieel transparanter ingericht en worden taken en middelen door de nieuwe wetgeving beter gescheiden. De begroting van het RBL wordt gesplitst en de financiering van het Doorstroompunt stroomt voortaan rechtstreeks van centrumgemeente Breda naar het RBL, waardoor deze middelen niet langer via de gemeentelijke begroting lopen. Hierdoor daalt de gemeentelijke bijdrage in 2027 ten opzichte van de eerdere raming; dit werkt meerjarig voordelig door in de begroting. Regio West-Brabant (RWB) richt zich in 2027 op een meer uitvoerende en dienstverlenende rol, met nadruk op Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV), Regioarcheologie en mobiliteitsdiensten (MBC). Dit betekent dat economische taken niet langer binnen RWB worden belegd, maar worden ondergebracht bij regionale samenwerkingsverbanden zoals SRWB (Stedelijke Regio West-Brabant) en GR Baronie, evenals bij gemeenten zelf. De regionale economische samenwerking krijgt daarmee een nieuwe inrichting en governancevorm.
De (inhoudelijke en financiële) consequenties van deze ontvlechting worden momenteel in beeld gebracht, zodat de formele overgang per 1 januari 2027 kan plaatsvinden. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) blijft in 2027 werken aan vergunningverlening, toezicht, handhaving, advisering en collectieve taken, met blijvende aandacht voor de Omgevingswet, de Kaderrichtlijn Water, PFAS/ZZS, digitale informatievoorziening en de verdere doorontwikkeling van de strategische agenda. Ook de huisvesting, het datagedreven werken en de regionale financieringssystematiek
33
krijgen vervolg. Daarmee ligt een begroting voor waarin de OMWB de uitvoering van haar wettelijke taken verder wil versterken, binnen de bestaande kaders en zonder nieuwe grote beleidsintensiveringen. Dit betekent dat de bijdrage vooral licht oploopt door algemene loon- en prijsontwikkelingen en door een hogere inzet op wettelijk verplichte basistaken. De begroting 2027 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) omvat resultaten die een antwoord vormen op actuele en toekomstige uitdagingen. Het gaat hierbij om de volgende thema’s: stimuleren van een redzame samenleving, bijdragen aan een veilige leefomgeving, hulpvaardige en slagvaardige inzet en een wendbare en duurzame organisatie. Daarnaast heeft de VRMWB haar beleidsplan verlengd met 2 jaar (2023- 2029). Dit naar aanleiding van diverse verzoeken vanuit gemeenteraden om de beleidsvoornemens te temporiseren in relatie tot de financiële opgaven. De meerjarige begroting blijft binnen de bestaande kaders en de financiële consequenties zijn beperkt.
West-Brabants Archief (WBA) richt zich in 2027 op het verder ontwikkelen van een aantal diensten zoals het e-Depot (zodat deelnemers hun digitale archieven kunnen overbrengen), een nieuw collectiebeheersysteem en webportaal (gebruikt om archieven en collecties toegankelijk te maken en te houden) en de Erfgoedwebsite (waarbij verhalen van de regio op moderne wijze gepresenteerd worden). Er wordt meerjarig een beperkte stijging van de gemeentelijke bijdrage voorzien. Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) zet in 2027 vooral in op een efficiënte en datagedreven uitvoering van de gemeentelijke belastingtaken, met verdere digitalisering, robotisering en een scherpere beheersing van de processen rond waarderen, heffen en invorderen. Daarbij blijft de organisatie sturen op kwaliteit, rechtmatigheid en een toekomstbestendige informatievoorziening. De gemeentelijke bijdrage daalt in 2027 licht ten opzichte van 2026. Overige samenwerkingsverbanden De Stedelijke Regio West-Brabant zet belangrijke stappen richting een toekomstbestendige regio. De zeven gemeenten en het waterschap Brabantse Delta hebben met het Pact van Moerdijk een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met daarin een gezamenlijke ambitie om samen te werken aan grote ruimtelijke en economische opgaven.
Met een sterke focus op duurzame groei, bereikbaarheid, wonen, energie en natuur bundelt de regio haar kracht om brede welvaart te creëren — voor nu én voor de generaties die volgen. Met de ontvlechting van de RWB zal ook de economische opgave grotendeels in de SRWB worden opgepakt. De SRWB biedt een goed platform als gesprekpartner voor “Brabant en Den Haag” en zal zich de komende jaren nog beter positioneren en de belangen van onze regio behartigen.
34
Bijlage 3: Meerjarenplanning Integrale projecten 2027
2028
2029
2030
Reconstructie Noorderstraat Zuid, St. Willebrord Hemelwater voorziening De Gagelrijzen, St. Willebrord Wijkaanpak Rucphen Noord fase 1 Wijkaanpak Rucphen Noord fase 2 Opwaarderen Postbaan - Pierestraat, Rucphen Opwaarderen Hoefstraat Zegge naar woonstraat Reconstructie Raadhuisstraat, Rucphen Sfeerplein pastorie Sint Janstraat, Sprundel Klimaatadaptatie Gagelrijzen, St. Willebrord Klimaatadaptatie Zwartenburg, St. Willebrord Klimaat aanpak Donkenbuurt, St. Willebrord Wijkaanpak Den Berg, Schijf Reconstructie Rucphensebaan, Sprundel Rec. Sprundelseweg, Rucphen + maatr. Nijverhei Reconstructie Achterhoeksestraat Rucphen Reconstructie Vorenseindseweg Sprundel Reconstructie Poppestr. - Vijverstr., St. Willebrord
Verklaring Voorbereiding Uitvoering Er is geen directe aansluiting met het investeringsprogramma op pagina 13, omdat voor een aantal van deze projecten het investeringskrediet al eerder dan 2027 is gevoteerd.
35
Bijlage 4: Projectplan kostenbeheersing Jeugd en Wmo Apart bijgevoegd
36