05b Perspectievennota 2027
Tekst van het document
Perspectievennota 2027
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................ 3 Voorwoord ....................................................................................................................... 4 Samenvatting .................................................................................................................. 5 1.
Financieel startpunt .................................................................................................. 7
2.
Autonome ontwikkelingen ........................................................................................ 10
3.
Gemeenschappelijke regelingen ................................................................................ 12
4.
Investeringsprogramma 2027-2030........................................................................... 13
5.
Lokale inkomsten .................................................................................................... 17
6.
Lokale opgaven ....................................................................................................... 20
A.
Fysieke leefomgeving .............................................................................................. 20
1.
Omgevingswet: Implementatie en doorontwikkeling van het omgevingsstelsel ............ 20
2.
Wonen en nieuwkomers ....................................................................................... 20
3.
Openbare ruimte ................................................................................................. 21
4.
Economie ........................................................................................................... 21
5.
Energie en duurzaamheid ..................................................................................... 22
B.
Zorg en samenleving ............................................................................................... 23
1.
Volksgezondheid: Preventie en publieke gezondheidszorg ......................................... 23
2.
Zorg en ondersteuning: Jeugdhulp, Wmo en de sociale basis .................................... 23
3.
Participatie & inkomen: Re-integratie, schuldhulpverlening en bijstand....................... 24
4.
Onderwijs: onderwijs, onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer .............................. 24
5.
Sport, Cultuur & Recreatie .................................................................................... 24
C.
Veiligheid ............................................................................................................... 26
1.
Georganiseerde criminaliteit ................................................................................. 26
2.
Zorg en Veiligheid ............................................................................................... 26
3.
Weerbaarheid en veerkracht ................................................................................. 26
4.
Wijkveiligheid ..................................................................................................... 26
D.
Dienstverlening en bedrijfsvoering............................................................................. 28
1.
Dienstverlening ................................................................................................... 28
2.
Informatievoorziening en -technologie ................................................................... 28
3.
Participatie en communicatie................................................................................. 29
4.
Organisatie ......................................................................................................... 29
Bijlage 1: (Financiële) uitgangspunten voor de begroting...................................................... 31 Bijlage 2: Beleidsinhoudelijke speerpunten gemeenschappelijke regelingen ............................ 33 Bijlage 3: Meerjarenplanning Integrale projecten ................................................................. 35 Bijlage 4: Projectplan kostenbeheersing Jeugd en Wmo ........................................................ 36
3
Voorwoord Bestuurlijke context De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 markeren de start van een nieuwe bestuursperiode. We staan daarmee voor de opgave om samen opnieuw richting te geven aan ambities, prioriteiten en financiële ruimte van onze gemeente. Kort voor het opleveren van deze -grotendeels beleidsarme- nota is daartoe een nieuw coalitieakkoord voor de komende bestuursperiode gesloten. De daarin vermelde onderwerpen vragen nader onderzoek en/of uitwerking in een collegewerkprogramma en zijn daarom niet meegenomen in deze nota. Het collegewerkprogramma geeft informatie hoe en wanneer we met de onderwerpen aan de slag gaan, rekening houdend met onze uitvoeringscapaciteit en beschikbare middelen. Van Kadernota naar Perspectievennota Met de voorliggende nota sluiten wij aan bij de afspraak uit de financiële verordening om u jaarlijks een voorstel voor beleid en financiële kaders aan te bieden. We hebben daar dit jaar een (iets) andere invulling aan gegeven: de basis en functie van de nota blijven gelijk, wel werken we met een nieuwe vorm en een nieuwe naam. We besteden in deze nota extra aandacht aan duiding van de onderwerpen en presenteren deze passender bij de rol van de raad: zo helpen we ook nieuwe raadsleden om goed in positie te komen. De nieuwe vorm legt sterker de nadruk op de inhoudelijke en financiële doorkijk voor de komende jaren.
Dat past ook bij de start van een nieuwe bestuursperiode en bij de rol van uw raad in het stellen van kaders, het voeren van het gesprek over keuzes en het meegeven van richting. De verandering is daarmee een bewust gekozen accent met minder nadruk op financieel technische inhoud en juist meer nadruk op het bredere perspectief en op de ontwikkelingen die voor de komende jaren voor uw rol van belang zijn. Rol in de P&C-cyclus U krijgt in uw beschouwingen de komende periode de gelegenheid om de politiek-bestuurlijke hoofdlijnen in de vorm van kaders voor 2027 e.v. te definiëren: waar legt u de prioriteiten, welke accenten worden gelegd en (waar) mag/moet het mogelijk wat minder? Welke opdrachten geeft u ons mee? Wij werken dit vervolgens uit in concrete voorstellen en vertalen deze naar de begroting. In het vervolg van de planning- en control cyclus houden we u met bestuursrapportages op de hoogte indien de uitvoering niet aansluit bij de gemaakte afspraken en waar bijsturing nodig is. We rapporteren daarbij, conform de financiële verordening, uitsluitend op afwijkingen. Over voortgang informeren wij u met tussentijdse raadsbrieven als dat noodzakelijk en/of wenselijk is. Tot slot leggen we bij de jaarstukken verantwoording af over de uitvoering van het gevoerde beleid.
We vragen uw raad daarom om deze nota te benutten om ons richting te geven voor het vervolg van het begrotingsproces. Met de hierin opgenomen informatie beogen we uw raad transparant te informeren en te ondersteunen bij het maken van realistische, uitvoerbare en financieel houdbare keuzes. De nota is vooral niet bedoeld om alle uitvoeringskeuzes al vast te leggen, maar om u als raad tijdig in positie te brengen om prioriteiten, accenten en grenzen aan te geven welke wij als kader kunnen benutten in het verder uitwerken van een realistische begroting die bijdraagt aan het samen mooier maken en houden van onze gemeente. Leeswijzer Deze nota biedt de context voor de verdere begrotingsvoorbereiding. In de volgende hoofdstukken werken wij achtereenvolgens het financieel startpunt, de autonome ontwikkelingen, de gevolgen van gemeenschappelijke regelingen, het investeringsprogramma, de lokale inkomsten en de belangrijkste lokale opgaven uit. Zo krijgt uw raad tijdig zicht op de onderwerpen die van belang zijn voor de begroting 2027 en verder. Rucphen, juni 2026
4
Samenvatting Keerpunt in ons financieel perspectief vraagt om keuzes Het huidige moment kenmerkt zich door een keerpunt in ons financieel meerjarenperspectief. Eind maart jl. ontvingen alle fractievoorzitters een brief waarin vermeld was dat onze structurele inkomsten onvoldoende meegroeien met de structurele uitgaven. Dat maakt het onvermijdelijk dat nu en de komende jaren bestuurlijke keuzes moeten worden gemaakt: niet alles kan meer tegelijk en nieuwe ambities kunnen alleen nog worden gerealiseerd als op andere onderdelen wordt getemporiseerd, versoberd of gestopt, of als aanvullende inkomsten worden gevonden. Dergelijke keuzes hebben onvermijdelijk merkbare, maatschappelijke effecten voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Met deze nota wordt inzichtelijk gemaakt waarom onze huidige en toekomstige financiële ruimte onder druk staat. Waar bij de begroting 2026 nog sprake was van beperkte ruimte in de eerste jaren, is het beeld inmiddels duidelijk verslechterd. Door structureel tegenvallende inkomsten vanuit het Rijk, hogere uitgaven en de doorwerking van eerdere besluitvorming ontstaat een oplopend tekort in de meerjarenbegroting. Daarmee staat ons financieel meerjarenperspectief op een belangrijk kantelpunt. Onze gezamenlijke opgave is om ambities, taken en middelen weer beter in balans te brengen.
Een belangrijk deel van die druk komt voort uit ontwikkelingen waarop we zelf weinig invloed hebben. Het gaat daarbij onder meer om loon- en prijsstijgingen, hogere rentelasten, de groei van taken en de actualisatie van budgetten in het sociaal domein. Ook de algemene uitkering uit het Gemeentefonds beweegt niet voldoende mee met de ontwikkeling van de lasten. Daarnaast zorgen de financiële gevolgen van gemeenschappelijke regelingen voor extra druk op de begroting. Samen leidt dit tot een structureel financieel knelpunt dat niet meer vanzelf verdwijnt. Voor een goed beeld is onze financiële prognose voor de komende jaren hieronder opgenomen. De tabel laat zien hoe het begrotingssaldo zich de komende jaren verder ontwikkelt en welke mutaties daarbij de belangrijkste rol spelen. Daarbij gaat het om autonome ontwikkelingen, gemeenschappelijke regelingen en het investeringsprogramma. De tabel maakt daarmee niet alleen zichtbaar wat het financiële effect is, maar ook waar de belangrijkste oorzaken liggen én waar mogelijk financiële ruimte bestaat of kan worden gecreëerd. Ontwikkeling meerjarig saldo
2027
2028
2029
2030
Begrotingssaldo start Perspectievennota 2027
-955.774
-2.402.030
-2.164.313
-1.736.407
Autonome ontwikkelingen
-608.293
-1.027.305
-1.976.386
-2.723.324
Gemeenschappelijke regelingen
-421.373
-194.516
-170.515
-320.994
0
68.473
75.059
103.211
-1.985.440
-3.555.378
-4.236.155
-4.677.514
Bestuurlijke prioriteiten met dekkingsvoorstel
-250.000
-250.000
-250.000
-250.000
Bestuurlijke prioriteiten
-492.450
-443.148
-472.686
-505.106
60.000
0
0
0
2.250.000
2.366.000
2.488.000
2.614.000
Te vinden dekking binnen bestaande financiële kaders
432.450
443.148
472.686
505.106
(concept) Begrotingssaldo na Perspectievennota
14.560
-1.439.378
-1.998.155
-2.313.514
Investeringsprogramma (afschrijvingslasten) (concept) Begrotingssaldo
Waarvan incidenteel met incidentele dekking Lokale inkomsten
De kern is dat onze structurele lasten harder groeien dan onze structurele baten. In 2027 is ons tekort, bij ongewijzigd beleid, al aanzienlijk en in de jaren daarna loopt dit verder op. Dat betekent dat de begroting niet alleen onder druk staat, maar ook dat er geen vanzelfsprekende ruimte is om extra middelen voor onze opgaven toe te voegen zonder aanvullende dekking of andere keuzes. Daarom stellen we een set aan maatregelen voor die het financieel perspectief op korte en lange termijn moeten verbeteren. Deze zijn opgenomen in bovenstaande tabel, waardoor we voor 2027 een sluitende begroting kunnen realiseren.
5
Belangrijkste beleidsopgaven voor de komende jaren Ook beleidsinhoudelijk staan we voor meerdere grote opgaven. In het sociaal domein vraagt vooral de combinatie van jeugd, Wmo, preventie en de sociale basis om aandacht. De vraag naar ondersteuning neemt toe, terwijl de kosten harder stijgen dan de middelen. Daarom wordt gewerkt aan kostenbeheersing, met meer nadruk op de sociale basis, een sterke toegang en doelmatiger inzet van geïndiceerde zorg. Ook regionale samenwerking blijft hier van belang. In de fysieke leefomgeving liggen opgaven rond wonen, nieuwkomers, de Omgevingswet, openbare ruimte, klimaatadaptatie, energietransitie, netcongestie en gemeentelijk vastgoed. De woningbouwopgave is groot en vraagt om uitvoeringskracht. Voor nieuwkomers geldt dat de door het Rijk opgelegde taakstelling en maatschappelijke druk hoog blijven. Tegelijk is de uitvoeringsruimte beperkt. Ook de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en de uitvoering van de Omgevingswet vragen om extra inzet, terwijl de beschikbare middelen niet onbeperkt zijn. Daarbij komt dat het investeringsprogramma voor 2027-2030 fors is. Er zijn investeringsvoornemens voor riolering, wegen, openbare verlichting, groen, grondbedrijf, integrale projecten, vervangingsinvesteringen, ICT en buitensport.
Een deel daarvan volgt uit eerder vastgestelde plannen en is dus feitelijk noodzakelijk onderhoud of uitvoering van bestaand beleid. Een ander deel betreft nieuwe of aanvullende keuzes. Omdat deze investeringen later leiden tot rente- en afschrijvingslasten, werken zij structureel door in de begroting. Vroegtijdige prioritering is daarom belangrijk om te voorkomen dat de financiële druk verder oploopt. Ook op het terrein van veiligheid, dienstverlening en digitalisering zijn er duidelijke opgaven. Denk aan ondermijning, zorg en veiligheid, weerbaarheid, wijkveiligheid, een toekomstbestendig dienstverleningsconcept, participatie en communicatie, het doorlopend onderhouden en verbeteren van onze uitvoeringskracht, de organisatie én de voortdurende modernisering van ICT, informatievoorziening, -veiligheid en bedrijfscontinuïteit. Deze onderwerpen zijn niet vrijblijvend: zij raken de kwaliteit van onze organisatie, de betrouwbaarheid van de uitvoering en de mate waarin we onze inwoners en ondernemers goed en toekomstbestendig kunnen blijven bedienen. De rol van de raad Deze nota is bedoeld als bestuurlijk richtinggevend document. Wij leggen u daarin de financiële en inhoudelijke hoofdlijnen voor, zodat uw raad de kaders voor de begroting 2027 en verder kan bespreken en wegen. Daarmee vormt de nota het startpunt van het gesprek over prioriteiten, tempo, omvang en financiële ruimte.
Het is een moment om de koers voor de komende jaren scherp te zetten, zonder dat alle uitwerkingen al definitief vastliggen. Binnen dat gesprek zijn er meerdere keuzes beïnvloedbaar. Dat geldt bijvoorbeeld voor de hoogte van de lokale inkomsten, zoals de OZB, toeristenbelasting en forensenbelasting. Ook de omvang en fasering van investeringen, de doorwerking van beleidsprioriteiten en de volgorde waarin opgaven worden opgepakt, zijn bestuurlijk te wegen. Uw raad kan daarin kiezen voor versnelling, vertraging, versobering of heroverweging. Juist dat maakt zichtbaar waar de echte afwegingen liggen. Het gaat daarbij niet alleen om besparen, maar ook om de vraag welke voorzieningen, ambities en uitvoeringsniveaus passen bij onze structureel beschikbare middelen. We laten ook de samenhang tussen keuzes zien. Een aanpassing aan de inkomstenkant kan helpen om de druk op de begroting te verlichten, maar vaak is dat op zichtzelf niet voldoende. Daarom is een integrale afweging nodig van uitgaven, inkomsten, investeringen en uitvoerbaarheid. Alleen dan ontstaat een begroting die niet alleen sluitend is op papier, maar ook realistisch en houdbaar in de praktijk. Naar een houdbare begroting Onze kernboodschap is dat we de komende jaren niet kunnen volstaan met het zonder meer voortzetten van wat al in gang is gezet.
Er is sprake van een financieel krap en kwetsbaar meerjarenbeeld, waarin structureel evenwicht niet vanzelf ontstaat. Dat vraagt om scherpe maar ook realistische afwegingen. Welke opgaven krijgen prioriteit, welk tempo is haalbaar, welke ambities vragen om bijstelling en waar is extra dekking nodig? Deze nota biedt daarvoor de basis. Zij maakt zichtbaar wat onvermijdelijk is, wat beïnvloedbaar is en waar bestuurlijke ruimte zit. Daarmee kan op tijd richting worden meegegeven voor de begroting en kunnen wij de uitwerking daarop afstemmen. Zo ontstaat een begroting die niet alleen aansluit bij onze gezamenlijke ambities, maar ook financieel houdbaar, uitvoerbaar en bestuurlijk verantwoord is.
6
1.
Financieel startpunt
Inleiding De afgelopen jaren hebben we veel bereikt. Er is een goed voorzieningenniveau opgebouwd, waar wij samen met onze inwoners en ondernemers trots op mogen zijn. Onze inzet is erop gericht om dit niveau in stand te houden en waar mogelijk verder te versterken. Daarvoor is het van belang dat we gezamenlijk tijdig anticiperen op ontwikkelingen die invloed hebben op onze financiële positie en onze uitvoeringskracht. De uitvoering van onze taken, opgaven en (lokale) ambities staat onder druk. Macro-economische ontwikkelingen, in combinatie met lokaal gemaakte keuzes, spelen daarin een belangrijke rol. Om het huidige niveau van voorzieningen te kunnen behouden, zijn daarom aanpassingen noodzakelijk. In deze nota schetsen we u onze (financiële) opgave(n) met als doel u in positie te brengen zoveel mogelijk voor onze inwoners en ondernemers te realiseren en tegelijkertijd de gemeente financieel gezond te houden. Het belang van financiële gezondheid Het bewaken van onze financiële gezondheid is belangrijk voor zowel uw raad als onze inwoners en ondernemers. Alleen met een gezonde begroting als basis kan de gemeente zelfstandig, betrouwbaar en toekomstbestendig blijven werken. Een financieel solide basis is nodig om voorzieningen in stand te houden, risico’s op te vangen en niet afhankelijk te worden van ingrijpen van buitenaf.
Daarom kijkt ook onze toezichthouder, de provincie kritisch, naar een structureel en reëel sluitende begroting, naar de inzet van reserves, realiteitsgehalte van eventuele bezuinigingen en naar voldoende ruimte om tegenvallers op te vangen. Om inwoners de zekerheid te bieden dat de gemeente haar taken nu en in de toekomst goed kan blijven uitvoeren is het belangrijk dat u als raad (kunt) sturen op een financieel gezonde en daadkrachtige gemeente. Financiële uitgangspositie Aan de hand van ons structureel begrotingssaldo en de weerstandsratio lichten we u toe waar we staan, hoe dat komt en wat dat betekent voor het huidige financiële perspectief. Het (structureel) begrotingssaldo geeft inzicht in de eventuele ruimte voor nieuwe ambities. De weerstandsratio laat zien of we voldoende in staat zijn onvoorziene tegenvallers te kunnen opvangen en zo continuïteit te garanderen. Algemeen Uw raad stelde op 12 november 2025 de programmabegroting 2026 vast. Het daarin opgenomen bedrag van afgerond € 86 mln. besteden we (ieder jaar) aan behoud en verbetering van het voorzieningenniveau in onze gemeente. We voeren daarvoor (wettelijke) taken uit, werken aan (complexe) opgaven én realiseren lokale ambities; dat alles binnen een steeds veranderende omgeving. Een combinatie van autonome ontwikkelingen en lokale keuzes heeft de afgelopen jaren onze financiële positie verslechterd.
Het Rijk werkt al geruime tijd aan herziening van de financiële verhoudingen waardoor gemeenten al langere tijd onzeker zijn over hun structurele inkomsten. Ook hevelde het taken over naar gemeenten zonder de daarbij behorende bekostiging. De ontwikkelingen op de landelijke woningmarkt zorgen er daarnaast voor dat het Rijk een toenemend beroep doet op onze eigen, lokale financiële draagkracht. Tel daarbij op dat onze lasten zijn toegenomen en minder beheersbaar zijn door o.a. de oplopende druk in het sociaal domein, hoge inflatie en complexere maatschappelijke opgaven. Lokaal koos u voor een hoog ambitieniveau en een begrenzing op de lokale lastenstijging voor onze inwoners. Dit leidt ertoe dat onze structurele uitgaven niet langer gedekt worden door structurele inkomsten. Specifiek: Hoe een veranderende woningmarkt nadelig doorwerkt bij een lokale OZB-begrenzing Het Rijk verwacht dat gemeenten ook hun eigen inkomstenbronnen benutten. De gedachte daarachter is dat inwoners en ondernemers zelf bijdragen aan het lokale voorzieningenniveau waarvan zij de voordelen genieten. Het Rijk hanteert daarom een korting op de algemene uitkering, gebaseerd op het gemeentelijk ‘kapitaal’: het aantal woonruimten en de verwachte OZB-waarde. Vanwege woningmarktontwikkelingen is de WOZ-waarde sinds 2023 fors gestegen, waardoor ook de korting sindsdien fors is toegenomen.
In combinatie met de bestuurlijke keuze van de afgelopen jaren om de lokale lastendruk te begrenzen leidt dat tot een groeiend, nadelig effect binnen de Algemene uitkering. In 2027 gaat het daarbij om een verschil van circa € 2,0 miljoen tussen wat het Rijk verwacht wat we binnenhalen en de daadwerkelijke realisatie daarvan.
7
In onderstaande afbeelding is dit verschil visueel gemaakt:
Om de korting in de Algemene uitkering in 2027 volledig teniet te doen is een stijging van de OZB-opbrengst in de begroting benodigd van circa € 2,0 mln. Voor Rucphen betekent dat een potentiële extra inkomstenbron om -in ieder geval voor de korte termijn- de balans te herstellen, taken en opgaven uit te voeren en ons voorzieningenniveau in stand te houden. Een dergelijke stijging van de OZB-opbrengst betekent voor inwoners met een gemiddelde WOZ-woningwaarde (deze bedraagt in onze gemeente € 400.000) een OZB-stijging van € 125 per jaar1. Hier en nu De afgelopen twee jaar slaagden we er nog in de begroting ‘sluitend’ te maken via relatief laagdrempelige ombuigingen. In totaal kon daardoor afgerond € 1,6 mln. aan ‘laaghangend fruit’ structureel uit de begroting worden bezuinigd. Die systematiek blijft echter niet toepasbaar: onze financiële positie is inmiddels zodanig dat de noodzaak is ontstaan om structurele, duurzame maatregelen te treffen. Bij de inventarisatie van de bestuurlijke prioriteiten voor 2027 zijn we daarom kritisch geweest in het voorliggende proces. In de begroting 2026 was nog sprake van een (licht) positief begrotingssaldo voor 2027, maar zorgde het ‘Ravijnjaar’ 2028 voor een dip die in de jaren erna tot blijvend rode cijfers leidde.
Mede tegen de achtergrond van de verkiezingsperiode nam uw raad sindsdien geen besluiten met grote, meerjarig financiële consequenties. In de raadsvergadering van 10 juni jl. lagen voorstellen voor welke ons financieel perspectief verder beïnvloeden. Het leidt ertoe dat we bij de start van de Perspectievennota 2027 voor inmiddels alle jaren ‘rode cijfers’ voorzien: Overzicht mutaties begrotingssaldo
1
2027
2028
2029
2030
Begrotingssaldo (na vaststelling begroting 2026)
94.351
-1.247.640
-979.374
-649.136
Raadsbesluit 10-06-2026: Vaststelling TAMomgevingsplan St. Willebrord - Maria Goretti en grondexploitatie
14.573
14.573
14.532
14.532
Raadsbesluit 10-06-2026: 1e bestuursrapportage 2026
-1.064.698
-1.168.963
-1.199.471
-1.101.803
Begrotingssaldo start Perspectievennota 2027
-955.774
-2.402.030
-2.164.313
-1.736.407
OZB-aanslag stijgt van € 278 naar € 403 per jaar;
8
Toelichting tabel In de hoofdstukken die volgen informeren we u over de volgende onderwerpen, inclusief de mate van invloed die u als raad heeft én de betekenis voor de begroting. Omschrijving Autonome ontwikkelingen Gemeenschappelijke regelingen Meerjarig investeringsprogramma Lokale inkomsten Lokale opgaven
Mate van beïnvloedbaarheid Beperkt Beperkt tot middelgroot Middelgroot Groot Groot
Betekenis voor de begroting
Hoofdstuk
Moeten realistisch verwerkt worden in de begroting. Sturing vooral via richtlijnen, zienswijzen en regionale samenwerking. Sturing op prioritering en fasering via besluitvorming. Keuzemogelijkheid binnen wettelijke kaders. Sturing op prioritering, fasering, temporisering, ambitie-omvang en uitvoeringsniveau.
2 3 4 5 6
Weerstandsratio Onze weerstandsratio laat zien of we voldoende in staat zijn onvoorziene tegenvallers te kunnen opvangen en zo continuïteit te garanderen. In de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (2018) heeft uw raad bepaald dat onze weerstandsratio tenminste voldoende moet zijn (d.w.z. ratio tussen 1,0 en 1,4). Onze meerjarige (geprognotiseerde) weerstandsratio ziet er, bij ongewijzigd beleid, als volgt uit: Prognose van het ratio weerstandsvermogen 2026
2027
2028
2029
2030
ratio weerstandsvermogen
1,9
1,6
1,5
0,9
0,2
ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
1,1
0,8
0,7
0,1
-0,6
Net als bij de jaarrekening 2025 voorzien we voor de begroting 2027 de classificatie ‘voldoende’. De oplopende tekorten in de komende jaren leggen echter een verwacht beslag op onze algemene reserve waardoor de prognose van de weerstandsratio (gecorrigeerd) vanaf 2027 niet langer als ‘voldoende’ classificeert en bij ongewijzigd beleid in 2030 zelfs negatief wordt. Ook op basis van de weerstandsratio bevelen we aan maatregelen te treffen om de gemeente financieel gezond te houden. Wat betekent dit? We ervaren de komende jaren een stevige financiële druk, met -indien we niets zouden doen- voor alle jaren een oplopend tekort en een dalende weerstandsratio. Behoud van ons voorzieningenniveau vraagt daarom om scherpe keuzes en prioritering, mogelijk ook aanpassing van ambities en tempo. Uw raad heeft daarbij meerdere knoppen om aan te draaien op het gebied van lokale inkomsten, investeringen en de kaders voor de bestuurlijke prioriteiten. Zonder bijsturing is er geen financiële ruimte voor nieuwe beleidsambities. Dat vraagt om tijdige richting van uw raad voor een realistische, financieel gezonde en bestuurlijk houdbare begroting. Ondersteunend daaraan stellen we voor de volgende bestuurlijke uitgangspunten te hanteren t.b.v. onze financiële gezondheid: Bestuurlijke uitgangspunten 2027 e.v. 1.
Structureel begrotingsevenwicht: Structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten. Tekorten mogen niet blijvend worden doorgeschoven. 2. Nieuw beleid alleen met volledige dekking: Nieuwe ambities of intensiveringen kunnen alleen worden gestart als daar structureel geld voor is. Anders vergroot je de tekorten verder. 3. Reserves niet gebruiken voor structurele tekorten: Reserves zijn bedoeld als buffer of voor incidentele zaken. Ze zijn geen oplossing voor een structureel tekort. 4. Risico’s en weerstandsvermogen goed op orde: Een gemeente met tekorten moet extra scherp zijn op tegenvallers. Er moet voldoende financiële ruimte blijven om risico’s op te vangen. 5. Scherpe prioritering van investeringen en uitgaven: Niet alles kan tegelijk. Investeringen en uitgaven moeten kritisch worden afgewogen op noodzaak, haalbaarheid (incl. uitvoeringscapaciteit) en betaalbaarheid. In het raadsvoorstel bij deze Perspectievennota doen we u een voorstel om de financiële gezondheid van onze gemeente volgens deze uitgangspunten te verbeteren en borgen.
9
2.
Autonome ontwikkelingen
Inleiding In deze nota maken we bewust onderscheid tussen keuzes waar uw raad echt over kan beslissen en ontwikkelingen waarop we als gemeente nauwelijks invloed hebben, maar die we wel financieel moeten verwerken (zgn. autonome bijstellingen). Aan de inkomstenzijde zijn daar de rijksmiddelen die we van het Rijk ontvangen (algemene uitkering uit het gemeentefonds). Aan de uitgavenzijde betreft het bijvoorbeeld indexatie vanwege inflatie/prijsstijgingen, cao-ontwikkelingen, demografische groei en areaaluitbreiding. Maar ook periodieke herijking van bestaande budgetten leidt -met realistisch begroten als uitgangspunt- tot autonome bijstellingen.
Vereisten aan reëel en realistisch begroten Reëel en realistisch begroten betekent dat de begroting zoveel mogelijk aansluit op de werkelijke situatie. We moeten dus uitgaan van goed onderbouwde aannames, zoals loon- en prijsstijgingen, groei van het aantal inwoners, uitbreiding van het areaal en andere vaste ontwikkelingen. Ook structurele kosten en onvermijdelijke verplichtingen horen daarin te staan. De provincie ziet erop toe dat we niet te rooskleurig begroten en blijvende lasten niet achterwege laten. Kortom: de begroting moet kloppen met wat we redelijkerwijs kunnen verwachten en moet financieel geloofwaardig zijn.
Autonome ontwikkelingen doen zich dus buiten de directe invloedsfeer van de gemeente voor, maar hebben wel direct effect op de begroting. In de ‘Uitgangspunten voor de begroting’ (bijlage 1) leggen we transparant vast hoe we daarmee omgaan. Als raad stelt u deze uitgangspunten vooraf vast, als basis voor de verwerking van de autonome bijstellingen in de begroting. Zo committeert u zich eraan dat onze begroting realistisch blijft en wordt duidelijk welke baten en lasten onvermijdelijk zijn en moeten worden verwerkt én of en zo ja welke ruimte er overblijft voor echte beleidskeuzes. Autonome bijstelling van inkomsten en uitgaven Op basis van de uitgangspunten voor de begroting én onze controle of de begroting reëel en realistisch is, komen we tot de volgende autonome bijstellingen voor de begroting 2027 e.v. We lichten iedere bijstelling kort toe onder de tabel. Onderwerp autonome ontwikkeling
2027
2028
2029
2030
Algemene uitkering o.b.v. voorjaarsnota
165.000
265.000
115.000
220.000
Effect meicirculaire 2026
540.464
264.731
212.243
200.390
Indexering 2027 Wmo en Jeugd
-500.000
-1.100.000
-1.700.000
-2.500.000
Rentelasten
-79.965
-186.023
-317.877
-300.242
Areaaluitbreiding groen
-82.700
-83.527
-84.362
-85.206
-221.092
-187.486
-201.390
-258.266
PM
PM
PM
PM
-608.293
-1.027.305
-1.976.386
-2.723.324
Onderhoud gemeentelijk vastgoed, structureel Onderhoud gemeentelijk vastgoed, incidenteel CAO-ontwikkelingen Totaal effect op begrotingssaldo ( -/- = nadeel)
-430.000
Algemene uitkering o.b.v. voorjaarsnota Vooruitlopend op de Meicirculaire brengt het Rijk de Voorjaarsnota uit: deze biedt een eerste financiële doorrekening van de rijksbegroting. De Voorjaarsnota laat zien dat de vrije financiële ruimte voor gemeenten de komende jaren beperkt blijft. Sommige ontwikkelingen zorgen voor extra middelen, zoals de hogere inflatievergoeding en de middelen voor klimaat- en energiebeleid. Tegelijkertijd zijn die middelen vaak al nodig om stijgende kosten op te vangen en bieden ze dus weinig ruimte voor nieuw beleid. Per saldo laat de Voorjaarsnota een positieve ontwikkeling zien van het accres. Daar staat tegenover dat de mogelijke taakmutaties nog onzeker zijn. Ook de afrekening van het BTW compensatiefonds (BCF) over 2025 leidt tot een bijstelling. Samengevat geeft de Voorjaarsnota 2026 ons een redelijk positieve basis door de accresmutaties,
10
maar vraagt die ook om voorzichtig te blijven vanwege de onzekere taakmutaties en de neerwaartse bijstelling van de BCF-raming. Effect meicirculaire 2026 De zeer recent ontvangen meicirculaire laat een positiever beeld zien voor 2027 en verder ten opzichte van de cijfers van de Voorjaarsnota. Dit wordt met name veroorzaakt door een stijging in het accres, het uitstel van de vervanging van de abonnementstarieven Wmo en door actualisatie van de maatstafgegevens. We informeren u met een aparte raadsinformatiebrief over alle mutaties uit de meicirculaire die voor ons relevant zijn, zodat uw raad op 8 juli 2026 kan beschikken over de meest actuele gegevens t.a.v. de rijksinkomsten. Indexering 2027 Wmo en Jeugd Door hogere tarieven (OVA-index) en een stijgend zorggebruik zijn de lasten in beide beleidsvelden de afgelopen jaren fors toegenomen. Dit kan niet langer worden opgevangen binnen de, voorheen beperkt geïndexeerde, bestaande budgetten. Door toepassing van een aanvullende, meerjarige indexering van gemiddeld 4,22% zorgen we voor een realistischer beeld van benodigde middelen en onze financiële positie en proberen we begrotingsonrechtmatigheid zoveel mogelijk te voorkomen. Uw raad is per raadsbrief d.d. 25 maart 2026 hierover geïnformeerd.
Vanwege de vereisten van reëel en realistisch begroten is het niet toegestaan vooruit te lopen op te realiseren financiële effecten van het projectplan ‘Kostenbeheersing Jeugd en Wmo’. Rentelasten Voor onze investeringen trekken we vreemd vermogen aan. Op basis van de geactualiseerde liquiditeitenplanning verwachten we in de periode 2027–2030 afgerond € 50 miljoen aan geldleningen aan te moeten aantrekken. Hierbij houden we rekening met een rentepercentage van 3,76 % in 2027, 3% in 2028 en 2% vanaf 2029. Dit met de kanttekening dat de rente zich moeilijk laat voorspellen en wordt beïnvloed door geopolitieke ontwikkelingen. In hoofdstuk 6 lichten we onze meerjarige investeringsvoornemens toe. Door (her)prioritering daarvan kan uw raad in beperkte mate (een deel van) deze rentelasten beïnvloeden. Actualisatie groenareaal Op basis van de verschillenanalyse bij de jaarstukken 2025 constateerden we dat de onderbouwing voor ons gazonareaal niet meer actueel was: in 2025 heeft een (aanzienlijke) areaaluitbreiding plaatsgevonden waardoor het bestaande maaibestek, als basis voor gazononderhoud, niet meer passend is. Het areaal plantsoenen op sportvelden is mede in relatie tot de Nota Buitensport opnieuw geïnventariseerd en geactualiseerd. Ook in 2026 e.v.
voorzien we verdere uitbreiding van ons groenareaal: zodra de gegevens daarover beschikbaar zijn, zullen wij, indien nodig, uw raad een voorstel doen tot aanpassing van de budgetten via de bestuursrapportage(s). Onderhoud gemeentelijk vastgoed2 Recente actualisatie van het nog vast te stellen MJOP voor de gemeentelijke gebouwen 2027–2036 laat zien dat de minimale onderhoudsopgave niet past binnen de huidige budgetten en daarmee niet reëel is. Ad hoc onderhoud en uitstel van onderhoud leiden tot inefficiëntie en uiteindelijk hogere kosten. Om de veiligheid en functionaliteit te borgen en kapitaalvernietiging te voorkomen, zijn extra middelen nodig voor een planmatige onderhoudsaanpak. De totale onderhoudskosten zijn voor uw raad beïnvloedbaar door in de toekomst besluiten te nemen over het al dan niet afstoten van gemeentelijk vastgoed. Zolang dergelijke besluiten niet zijn genomen, moeten we rekening houden met de nu geschetste onderhoudskosten. CAO-ontwikkelingen De basis voor de doorrekening van de loonkosten in de meerjarenbegroting is de Cao gemeenten 2025-2027‘. Deze heeft een looptijd tot en met 31 maart 2027. Voor de periode daarna hanteren we de percentages ‘loonvoet sector overheid’ op basis van de Meicirculaire. De resultaten daarvan komen pas beschikbaar nadat deze nota aan uw raad is aangeboden.
Op basis van ervaringscijfers verwachten we geen substantiële bijstelling.
2
De hiermee samenhangende verduurzamingsopgave is, in afwachting van besluitvorming, als bestuurlijke prioriteit opgenomen. De bijbehorende investeringsbedragen en kapitaallasten zijn niet in het begrotingssaldo verwerkt.
11
3.
Gemeenschappelijke regelingen
Inleiding Met de Nota Verbonden Partijen en overige samenwerkingsverbanden West-Brabant (2024) heeft uw raad regionaal het beleids- en financiële kader voor onze verbonden partijen vastgesteld. De daarin opgenomen richtlijnen moeten borgen dat loon- en prijsindexering begrensd is, de begroting beleidsarm wordt opgesteld en er niet onnodig wordt gereserveerd. Daarmee sluit de Nota Verbonden Partijen aan bij de intentie van de motie welke op 3 juli 2024 is aangenomen. Een absolute nullijn is in een veranderende context o.i. niet realistisch. Daarnaast heeft u, bij het vaststellen van de begroting 2026, opnieuw de (financiële) richtlijnen bekrachtigd waarmee de gemeenschappelijke regelingen hun begroting 2027 hebben opgesteld. De richtlijnen voor de begroting 2028 van de gemeenschappelijke regelingen stelt u vast in de begroting 2027 die in november voor besluitvorming aan u wordt aangeboden. In dit hoofdstuk gaat het vooral over het financieel effect van de ingediende ontwerpbegrotingen van onze gemeenschappelijke regelingen. Deze nota is niet het moment waarop u als raad direct invloed heeft op de verbonden partijen. Als raad heeft u formeel invloed op de ontwerpbegroting van een verbonden partij of gemeenschappelijke regeling op het moment dat deze voor een zienswijze wordt voorgelegd.
In die fase kunt u uw wensen en bedenkingen meegeven voordat de begroting definitief wordt vastgesteld. In de praktijk is uw invloed groter wanneer de bestuurlijke en financiële kaders eerder worden meegegeven en de eigen vertegenwoordiger in het algemeen bestuur gericht wordt aangestuurd. Voor kleine gemeenten is het vaak effectiever om samen met andere deelnemende gemeenten op te trekken en governance-afspraken over informatie, rapportage en taakuitvoering aan te scherpen. De rekenkamer brengt in haar lopende onderzoek momenteel in kaart op welke wijze sturing, beheersing en toezicht op verbonden partijen in Rucphen plaatsvindt en welke mogelijkheden uw raad heeft om hierop invloed uit te oefenen. De resultaten hiervan worden eind dit jaar verwacht. Prognose financieel effect o.b.v. de ontwerpbegrotingen In ons financieel perspectief houden we rekening met het structureel financieel effect op basis van de geactualiseerde informatie. De ontwerpbegrotingen hebben het volgende structurele effect op ons saldo: Omschrijving
2027
2028
2029
2030
-15.601
-21.595
-28.012
-34.878
0
0
0
0
15.000
219.000
362.000
451.000
Werkplein Hart van West-Brabant
-426.969
-390.989
-487.120
-702.878
Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt Crisiszorg
-30.520
-30.520
-30.520
-30.520
GGD West-Brabant Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) WVS-Groep (werkvoorzieningsschap)
Regionaal Bureau Leren (RBL)
7.200
8.715
8.924
9.091
Regio West-Brabant (RWB)
53.243
56.619
44.392
26.825
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)
-22.747
-26.097
-34.816
-39.019
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB)
2.173
-5.356
1.861
10.799
West-Brabants Archief (WBA)
-2.052
-2.478
-3.300
-5.698
Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB)
6.100
6.900
5.000
3.375
Totaal financiële mutatie ( -/- = nadeel)
-414.173
-185.801
-161.591
-311.903
t.g.v. reserve voortijdig schoolverlaten (RBL)
-7.200
-8.715
-8.924
-9.091
-421.373
-194.516
-170.515
-320.994
Totaal effect op begrotingssaldo ( -/- = nadeel)
De financiële effecten van de vastgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen verwerken we in de begroting. In bijlage 2 lichten we per verbonden partij kort de inhoudelijke beleidspunten toe. Voor uitgebreidere informatie verwijzen we u naar de stukken bij de raadsvergadering van 10 juni 2026.
12
4.
Investeringsprogramma 2027-2030
Inleiding In dit hoofdstuk geven we inzicht in ons meerjaren investeringsprogramma. Deze investeringsvoornemens leiden, al dan niet via de begroting, tot voorstellen aan uw raad voor toekenning van de investeringskredieten. Door uw raad hier vroegtijdig over te informeren, kunt u beoordelen of investeringen passen binnen de beleidsmatige en financiële kaders. Voor ons vormt dit de basis voor de verdere voorbereiding en uitvoering. Zo blijft de besluitvorming over toekomstige investeringen transparant en beheersbaar. In de presentatie van het meerjaren investeringsprogramma maken we onderscheid in een 3-tal categorieën: A. Investeringsvoornemens o.b.v. door uw raad vastgestelde plannen; B. Vervangingsinvesteringen; C. Overige investeringsvoornemens.
Meerjaren investeringsprogramma 2027-2030 Omschrijving
2027
2028
2029
2030
A. Investeringsvoornemens o.b.v. door uw raad vastgestelde plannen Gemeentelijke Rioleringsprogramma 2023 / 2026
708.894
669.855
635.885
632.349
Beleids- en beheerplan Wegen 2024-2028
300.000
300.000
300.000
300.000
Beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027
120.232
158.622
158.622
158.622
Groenbeleidsplan GroenR
130.000
130.000
130.000
130.000
Ontwikkelbudget grondbedrijf
75.000
75.000
75.000
75.000
Rucphen Noord fase 2 (wijkgerichte aanpak)
1.355.506
1.025.467
klimaatsubsidie Rucphen Noord
-308.019
Reconstructie Raadhuisstraat
705.962
Integrale projecten
klimaatsubsidie riolering Raadhuisstraat Aanpassing parkeerterrein gemeentehuis-verharding
359.955 -128.767
155.000
Reconstructie Noorderstraat zuid
233.621
Hemelwatervoorziening Gagelrijzen
1.337.043
klimaatsubsidie hemelwatervoorziening Gagelrijzen
-217.865
Groenrenovatie en klimaatadaptatie Zwartenburg
68.748
343.738
Groenrenovatie en klimaatadaptatie Gagelrijzen
50.394
251.970
Reconstructie St. Janstraat (Rozenquartier-pastorie)
240.117
200.587
Reconstructie Rucphensebaan
135.259
676.296
695.115
Wijkaanpak Den Berg
180.602
916.150
477.861
Opwaarderen Hoefstraat naar woonstraat
363.900 315.875
3.421.392
5.712.756
4.300.268
3.961.271
4.594.368
5.712.756
Vervangingsinvestering gemeentehuis
35.000
25.000
25.000
25.000
Vervanging materieel sneeuwstrooiers en -schuiven
250.000 265.000
Integrale projecten 2028 e.v. Subtotaal Integrale projecten B. Vervangingsinvesteringen
Dienstverlening en informatievoorziening
375.000
375.000
375.000
Vervangen hekwerken
130.000
74.000
38.000
45.000
270.000
Vervanging voertuigen Servicedienst/Boa voertuig C. Overige investeringsvoornemens Uitbreiden, vernieuwen, onderhouden speel- en beweegplekken
30.000
30.000
30.000
30.000
Uitvoeringskredieten nota buitensport
468.000
750.000
1.597.000
602.000
Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed*
220.749
295.973
334.415
133.645
Totaal geheel
7.143.143
6.889.721
8.563.290
8.064.372
347.295
0
0
0
Totaal grondbedrijf
347.295
0
0
0
Grondbedrijf Kredieten grondexploitatie
* zie toelichting op investeringsbedragen
13
Hieronder lichten we de investeringsvoornemens toe die we in 2027 tot uitvoering willen brengen. De reden daarvoor is dat u bij de begrotingsvaststelling uitsluitend over die investeringsvoornemens een besluit neemt. Ook kunt u dan aangeven voor welke investeringskredieten u eventueel een apart raadsvoorstel wenst te ontvangen voordat tot beschikbaarstelling van het krediet wordt overgegaan. Omdat de investeringsvoornemens voor 2028 e.v. wél ons financieel perspectief beïnvloeden, maken we ook deze in de tabel wel inzichtelijk. A. Investeringsvoornemens o.b.v. door uw raad vastgestelde plannen Goed en regelmatig onderhoud is belangrijk om ons gemeentelijk kapitaal te beheren. Voor uw raad is het belangrijk om te weten wanneer onderhoud nodig is, wat dat kost en welke keuzes daarbij horen: zo komt u in positie om te sturen en te controleren. Daarom bieden we uw raad periodiek meerjarenplannen ter vaststelling aan: o.a. voor wegen, riolering, groen en gebouwen. Voor ons is zo’n plan nodig om het onderhoud goed te kunnen voorbereiden, uitvoeren en verantwoorden. Ook de provincie kijkt hier via het interbestuurlijk toezicht naar, om te voorkomen dat de gemeente te lang wacht met onderhoud en daardoor kapitaal verloren gaat. Door deze planmatige aanpak blijven gebouwen, wegen en andere bezittingen in goede staat en worden grotere kosten en problemen voorkomen.
De investeringsvoornemens in deze categorie komen voort uit, eerder door uw raad, vastgestelde plannen: Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) 2023-2026 | € 708.894,00 Uw raad heeft op 15 juni 2022 het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) 2023-2026 vastgesteld. Conform dit GRP wordt ingezet op klimaatmaatregelen om schade en overlast ten gevolge van wateroverlast zo veel mogelijk te beperken. Rioolbeheer wordt risico-gestuurd uitgevoerd. Integraal werken is hierbij het uitgangspunt, omdat gecombineerde uitvoering van riool-, weg- en groenbeheer kosteneffectief is en minder overlast geeft voor verkeer en inwoner. In 2026 wordt een nieuw Water- en rioleringsprogramma vastgesteld. Beleids- en beheerplan Wegen 2024-2028 | € 300.000,00 Wegen zijn belangrijk voor een veilige, vlotte en comfortabele verkeersafwikkeling en dragen daarmee bij aan een leefbare gemeente. In het Beleidsplan Wegen 2024-2028 (vastgesteld door uw raad op 13 december 2023) heeft u de kaders vastgelegd welke de basis vormen voor het huidige beheer en onderhoud van het wegennet. Daarbij willen we het wegennet op kwaliteitsniveau B houden. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn instandhouding en waar mogelijk verbetering, duurzaamheid, tijdig onderhoud en integrale samenwerking met andere disciplines.
Ook moet het beheer aansluiten op wettelijke plichten, zoals goed rentmeesterschap en het voorkomen van kapitaalvernietiging. Beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027 | € 120.232,00 Openbare verlichting draagt bij aan verkeersveiligheid, sociale veiligheid en een prettige openbare ruimte. Daarbij zijn duurzaamheid, betrouwbaarheid en doelmatig beheer belangrijke uitgangspunten. Het op 8 maart 2023 door uw raad daartoe vastgestelde beleidsplan Openbare Verlichting 2023-2027 vormt de basis voor de nu voorliggende investeringsvoornemens: we willen lichthinder beperken en tegelijk rekening houden met natuur, biodiversiteit en de kwaliteit van de leefomgeving. Bij vervanging en nieuwe aanleg is LED het uitgangspunt, samen met dimmen en slimme toepassingen waar dat past. Ook moeten onderhoud en vervanging tijdig worden gepland om kosten te beheersen en kapitaalvernietiging te voorkomen. Groenbeleidsplan GroenR | € 130.000,00 Op 2 februari 2022 heeft uw raad het groenbeleidsplan ‘Groen R | Groenbeleid gemeente Rucphen’ vastgesteld, waarin voor renovatie van openbaar groen een structureel investeringsbedrag is opgenomen om het vastgestelde kwaliteitsniveau B te borgen. We werken hierbij zoveel mogelijk integraal in een buurt- of wijkgerichte aanpak met de disciplines water en wegen.
Hierdoor is het mogelijk duidelijk te communiceren richting bewoners wanneer het groen in hun wijk wordt aangepakt. Voor de groenrenovaties worden omwonenden uitgenodigd mee te denken en hun wensen kenbaar te maken. Het grootste groenrenovatieproject in 2027 is Den Aanwas/Huisakker in Schijf.
14
Ontwikkelbudget grondbedrijf | € 75.000,00 Met de vaststelling op 18 september 2019 van de Nota grondbeleid Rucphen 2019 heeft uw raad gekozen voor ‘situationeel grondbeleid’. Daardoor kunnen wij ook initiatiefnemer zijn om projecten te starten en op haalbaarheid te onderzoeken. U stelde daarvoor een jaarlijks ontwikkelkrediet beschikbaar. Daaruit worden haalbaarheidsonderzoeken (zoals stedenbouwkundige verkenningen en taxaties) bekostigd, maar ook voorbereidingskosten voor een omgevingsplan. Indien en zodra het tot een ‘GREX’ (=grondexploitatie) komt, worden deze kosten daarin ondergebracht. Integrale projecten Planmatige werkzaamheden in de openbare ruimte pakken we integraal aan: aanleidingen zijn onder andere beheer (wegen en riolen), uitvoering van vastgesteld beleid (zoals het bomen- en groenstructuurplan), gebiedsontwikkelingen (omleidingsweg en nieuwbouw) en nieuwe eisen rond klimaatadaptatie. De integrale aanpak zorgt voor betere prioritering, efficiëntie en beperkt overlast voor bewoners en verkeer. Uit klimaatstresstesten is gebleken dat Sint Willebrord en ook de wijk Gagelrijzen gevoelig is voor wateroverlast, waardoor bij hevige regenval overlast en schade kan ontstaan omdat het gemengde rioolstelsel dan niet voldoet. Bij de reconstructie van De Gagelrijzen is/wordt daarom regenwater afgekoppeld middels infiltratieriool en wadi’s.
Om in de toekomst meer regenwater af te kunnen koppelen in de wijk Gagelrijzen is waterberging nodig conform de waterschapsverordening; het realiseren van die berging noemen we hemelwatervoorziening Gagelrijzen. We werken volgens een meerjarige integrale projectenplanning. De wijkgerichte aanpak Rucphen Noord vergt meer voorbereidingstijd en is daardoor deels doorgeschoven vanuit 2026. Dit geldt ook voor de Raadhuisstraat, mede i.v.m. een verkeerscirculatieplan in relatie tot de geplande nieuwbouw KC Rucphen. In de meerjarenplanning 2027-2030 staan diverse mutaties, waarbij onder andere de integrale wijkaanpak Den Berg in Schijf geen onderdeel was van de meerjarenplanning 2026-2030. Voor de projectenplanning 2028 t/m 2030 zal nog een heroverweging plaatsvinden, mede in relatie tot het financieel perspectief van onze gemeente. Voor een gedetailleerde uitvoeringsplanning verwijzen we u naar bijlage 3. B. Vervangingsinvesteringen Vervangingsinvesteringen betreft de kosten die we op termijn verwachten te maken om bestaande middelen te vervangen, zoals voertuigen, ICT-middelen, speeltoestellen, gebouwen of machines. In de begroting gaan we uit van een economische levensduur op basis van de door uw raad vastgestelde afschrijvingstermijnen3. Dat doen we om realistisch te begroten en toekomstige vervangingskosten niet als “verrassing” te laten ontstaan.
Dat een middel op basis van de economische levensduur in jaar X “aan de beurt” is, betekent echter niet automatisch dat we het dan ook daadwerkelijk vervangen. Voordat we tot vervanging overgaan, kijken we of de technische levensduur langer is dan de economische: als het middel technisch nog goed functioneert, veilig is en aansluit bij de behoefte, kunnen we de vervanging uitstellen. Op die manier combineren we een realistische, financiële planning met een doelmatige inzet van publieke middelen. In het financieel perspectief zijn de kapitaallasten voor toekomstige onderwijshuisvesting in Zegge en Schijf nog niet geactualiseerd. De omvang van deze opgave is nog niet bekend, besluitvorming moet nog plaatsvinden en de investeringskredieten vallen naar verwachting grotendeels buiten de komende vierjaarsperiode. Dat laat onverlet dat ook deze opgave nu al financieel moet worden meegewogen, omdat toekomstige lasten niet los kunnen worden gezien van het huidige financiële kader. Vooruitlopend daarop doen we met deze Perspectievennota 2027 een voorstel alvast extra geld te reserveren voor onderwijshuisvesting.
In 2027 houden we rekening met de volgende vervangingsinvesteringen: Meerjarenplan vervangingsinvestering gemeentehuis 2023-2033 | € 35.000,00 Om de uitstraling en functionaliteit van ons gemeentehuis op peil te houden, hebben wij in 2023 het meerjarenplan vervangingsinvestering gemeentehuis 2023-2033 opgesteld. De investeringsvoornemens sluiten daarbij aan. We voeren vervangingen gefaseerd uit over een periode van 10 jaar, zodat de dienstverlening zo min mogelijk wordt verstoord. De volgende inventarisatie en actualisatie vindt in 2031 plaats.
3
Nota Waarderings- en afschrijvingsbeleid 2025 – raad 14 mei 2025
15
Materieel gladheidsbestrijding | € 250.000,00 De vervanging van de 2 getrokken strooiers en de 3 sneeuwschuivers is nodig omdat niet alleen de economische, maar ook de technische levensduur is verstreken. Door het gebruik van zout verslijten/roesten de materialen erg hard. Vanwege het feit dat er in de toekomst intensivering plaats vindt in de verschillende weertypes dient het materieel in zeer deugdelijk staat te zijn. Dit is met het huidige materieel, na het gladheidsseizoen 2026-2027, niet meer te garanderen. MJP Informatievoorziening 2025-2028 | € 375.000,00 In het Meerjarenplan Informatievoorziening 2025–2028 is een jaarlijks krediet van € 375.000,00 opgenomen voor vervanging van hard- en software binnen onze gemeente. Daarbij is rekening gehouden met meerkosten vanwege de verplichte aanbesteding van een aantal bedrijfskritische applicaties. Ook is in de structurele exploitatiebudgetten rekening gehouden met toenemende onderhoudskosten van vervangen, nieuw aanbestede, applicaties. Hekwerken sportparken € 130.000,00 In het investeringsschema bij het Beleidsplan Buitensport worden ook de hekwerken op de sportparken genoemd. Deze hekwerken vallen niet onder de reikwijdte van het Beleidsplan buitensport. De hekwerken kennen een hoge leeftijd en zijn veelal aan vervanging toe (technisch afgeschreven). In 2027 willen we het hekwerk bij RKSV Rood-Wit en VV DIOZ vervangen. C.
Overige investeringsvoornemens Vernieuwen, uitbreiden en onderhouden van speel- en beweegplekken | € 30.000,00 Voldoende en goede speel- en beweegplekken in de openbare ruimte dragen bij aan de gezondheid van onze inwoners. Bestaande speel- en beweegplekken worden waar nodig periodiek vernieuwd en waar mogelijk uitgebreid zodat ze beter aansluiten bij de demografische samenstelling van de omgeving. Om te blijven voldoen aan de wet- en regelgeving en de instandhouding van de bestaande speel- en beweegplekken te waarborgen, is het daarnaast noodzakelijk dat de bestaande speel- en beweegplekken worden onderhouden. Uitvoeringskredieten nota buitensport | € 468.000,00 In 2027 worden op basis van het door uw raad vastgestelde uitvoeringsplan buitensport 2024-2034 investeringen uitgevoerd bij R.K.S.V. Rood-Wit, R.K.V.V. Schijf, T.P.V. De Bocht en T.P.V. Rico. De keuzes zijn gebaseerd op eerder vastgestelde beleidskaders, de kwalificatie als basissportvoorziening, de technische staat van de voorzieningen en, waar van toepassing, de uitkomsten van capaciteitsbeoordelingen en afschrijvingstermijnen. Bij Rood-Wit is bovendien aangesloten op een eerder raadsbesluit om te voorkomen dat de vereniging door een beleidswijziging onevenredig wordt benadeeld.
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed | € 220.749,00 Voor ons gemeentelijk vastgoed moeten we voldoen aan de wettelijke eisen voor energiebesparing en rapportage. Daarom is het nodig om het energieverbruik beter te volgen en meer inzicht te krijgen in waar we kunnen besparen. Tegelijk vraagt verduurzaming om maatwerk per pand, omdat niet elk gebouw dezelfde aanpak vraagt. Daarbij kijken we onder meer naar de technische staat, de functie van het gebouw, de verwachte gebruiksduur, de toekomstige bestemming en de kosten die ermee gemoeid zijn. De genoemde kredieten worden niet automatisch meegenomen in de begroting. De wettelijke verplichtingen en bestuurlijke prioriteiten werken we daarom verder uit in een apart raadsvoorstel, waarin we de keuzes en financiële gevolgen inclusief dekking aan uw raad voorleggen. Kredieten grondexploitatie Binnen onze actieve grondexploitaties hebben we te maken met kosten van bouw- en woonrijp maken. De opgenomen bedragen hebben betrekking op de verdere ontwikkeling/afronding van de complexen Binnentuin, Hofstede en Leisuregebied en zijn nodig om de gronden geschikt te maken voor uitgifte.
16
5.
Lokale inkomsten
Inleiding Onze grootste inkomstenbron komt vanuit het Rijk: de (algemene) uitkering. Daarnaast verwacht het Rijk dat gemeenten ook eigen inkomstenbronnen benutten. De gedachte daarachter is dat inwoners en ondernemers zelf bijdragen aan het lokale voorzieningenniveau waarvan zij de voordelen genieten. In de verdeling van het gemeentefonds is daarmee rekening gehouden in de vorm van een korting, gebaseerd op het gemeentelijk ‘kapitaal’: het aantal woonruimten en de verwachte WOZ-waarde. Voor 2027 voorzien we korting op de algemene uitkering op basis van WOZ-woningwaarde van afgerond € 6 miljoen. Dat betekent feitelijk dat het Rijk verwacht dat we die inkomsten zelf realiseren. Lokale heffingen Lokale heffingen zijn belastingen en kosten die wij zelf mogen opleggen aan inwoners, bedrijven en organisaties binnen haar eigen grondgebied. Uw raad beslist wélke lokale heffingen er zijn en hoe hoog deze zijn, binnen de grenzen die de wet stelt. Voor sommige heffingen geldt dat ze ‘geoormerkt’ zijn om de kosten van een specifiek doel te dekken (afvalstoffenheffing, rioolheffing), andere heffingen dienen als ‘algemeen dekkingsmiddel’ om bij te dragen in de bekostiging van álle gemeentelijke taken en ambities. Lokale inkomsten voor algemene dekking
2027
2028
2029
2030
OZB eigenaren woningen
3.122.015
3.184.675
3.248.569
3.313.540
OZB eigenaren niet-woningen
745.191
759.895
774.893
790.391
OZB gebruikers niet-woningen
490.395
500.083
509.965
520.164
OZB areaaluitbreiding
60.000
60.000
60.000
60.000
Toeristenbelasting
121.858
124.858
126.858
129.858
Forensenbelasting
20.317
20.723
21.137
21.560
Totaal algemene dekkingsmiddelen
4.559.776
4.650.234
4.741.422
4.835.513
Rijkskorting cluster OZB*
-5.997.642
-6.117.594
-6.239.946
-6.364.745
-424.703
-442.103
-461.103
-480.261
-1.862.569
-1.909.463
-1.959.627
-2.009.493
Directe kosten Netto effect algemene dekkingsmiddelen
*de korting vanaf 2028 is nog niet te bepalen. We gaan voorlopig uit van een stijging van 2%, vergelijkbaar met de mutatie tussen 2026 en 2027.
In dit hoofdstuk staan daarom onze lokale inkomsten en hun beïnvloedbaarheid centraal. De onroerendezaakbelasting (OZB) vormt de grootste, eigen inkomstenbron. Daarna volgen toeristen- en forensenbelasting. Deze belastingen bieden uw raad, binnen de wettelijke kaders, ruimte voor keuzes en sturing. De overige lokale heffingen, zoals leges, marktgelden en lijkbezorgingsrechten, bieden die ruimte ook maar hebben een beperkte potentiële impact op ons begrotingssaldo, omdat deze (deels) kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing en rioolheffing kunnen niet worden ingezet als algemeen dekkingsmiddel, omdat deze uitsluitend bedoeld zijn voor dekking van de daaraan gerelateerde kosten. Onroerendezaakbelastingen Artikel 220 van de Gemeentewet biedt gemeenten de bevoegdheid om een onroerendezaakbelasting (OZB) te heffen van een eigenaar of gebruiker van een onroerende zaak, zoals een woning, bedrijfspand of stuk grond. Uw raad stelt jaarlijks de gewenste OZB-opbrengst vast bij de begrotingsvaststelling. Daaruit volgt een tariefvoorstel per objecttype, wat voor het volgende jaar wordt vastgesteld. Voor 2026 is de OZB-opbrengst begroot op € 4,3 mln. De COELO-atlas voor de lokale lasten, een gebruikelijke benchmark, laat zien dat we in 2026 op de 40e plaats staan van ‘goedkoopste gemeente van Nederland’4. Ook in regionaal verband zijn we één van de goedkopere gemeenten.
4
Coelo Atlas lokale lasten 2026, lokale lasten voor eigenaar/bewoner voor een meerpersoonshuishouden.
17
In de situatie waarin een verdere, structurele verslechtering van het financieel perspectief dreigt, volgt verscherpt toezicht en mogelijk ingrijpen van de Provincie. Indien een ‘artikel 12-procedure’ in beeld komt beoordeelt het Rijk eerst of de gemeente haar eigen inkomsten, en in het bijzonder de OZB, maximaal heeft benut. Dat kan ertoe leiden dat de gemeente wordt geconfronteerd met een forse verhoging van de OZB, maar dan onder voorwaarden die van buitenaf worden opgelegd. Het potentiële OZB-bedrag dat in zo’n geval bij onze inwoners via de OZB wordt geïnd bedraagt € 4,4 mln. (de zgn. ‘onbenutte belastingcapaciteit’). Voorstel college: Verhoging OZB-opbrengst met € 2.0 mln. Het Rijk past in de verdeling van het gemeentefonds voor alle gemeenten een korting toe op de algemene uitkering, omdat gemeenten worden geacht ook zelf inkomsten te verwerven via de OZB. Door de sterke stijging van de WOZ-waarden is die korting in de afgelopen bestuursperiode flink toegenomen. Tegelijkertijd hebben wij in Rucphen in diezelfde periode de OZB bewust begrensd vanwege bestuurlijke afspraken om de lokale lastendruk te beperken. Daardoor is de hogere korting van het Rijk niet gecompenseerd met lokale OZBopbrengst en liepen we structureel een toenemend bedrag aan inkomsten mis.
Omdat tegelijkertijd onze uitgaven, vanwege autonome ontwikkelingen, flink zijn toegenomen, is het niet langer realistisch en houdbaar het beroep op onze lokale, onbenutte belastingcapaciteit langer uit te stellen. We stellen daarom voor de OZBopbrengst vanaf 2027 met 2,0 miljoen euro (zijnde het actuele verschil tussen korting van het Rijk en lokale netto OZB-opbrengst) te verhogen om het ontstane financiële nadeel te herstellen ten behoeve van ons lokaal voorzieningenniveau. Forensenbelasting Op grond van de Gemeentewet heffen we forensenbelasting bij natuurlijke personen die meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning aanhouden voor zichzelf of hun gezin in de gemeente zonder daar hun hoofdverblijf te hebben. Uw raad stelt jaarlijks het te hanteren tarief vast. De grondslag is de WOZ-waarde van de woning. De jaarlijkse opbrengst bedraagt momenteel € 20.000,00 voor een 50-tal objecten. Toeristenbelasting We mogen toeristenbelasting heffen van personen die in onze gemeente overnachten, maar niet staan ingeschreven (art. 224 Gemeentewet). Het tarief wordt jaarlijks door uw raad bepaald en is een vast bedrag per persoon per nacht. De jaarlijkse opbrengst bedraagt momenteel € 121.000,00. We onderzoeken wat een passende verhoging van de toeristenbelasting kan zijn en verwerken dit in de begroting 2027.
Leges Leges zijn kosten die onze inwoners betalen voor een concrete dienst van onze gemeente, zoals het aanvragen van een paspoort, het voltrekken van een huwelijk, of een omgevingsvergunning. Leges worden geheven op basis van artikel 229 van de Gemeentewet. We berekenen alle leges tarieven op basis van de ‘activity-basedcosting-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, externe kosten en een doorbelasting van overhead. De hoogte en systematiek van onze bouwleges gaan we nog vergelijken met enkele omliggende gemeenten. Waar dit leidt tot aanpassing van de tarieven in onze verordening, wordt dit uw aan uw raad voorgelegd in het raadsvoorstel van december. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten, zoals paspoorten identiteitskaarten en rijbewijzen, waarvoor maximum tarieven gelden. Deze worden landelijk vastgesteld. Afvalstoffenheffing Op grond van de Wet milieubeheer zijn we verplicht om huishoudelijk afval in te zamelen bij onze inwoners. Ter dekking van de kosten voor het beheer van huishoudelijk afval kunnen we een heffing instellen bij die percelen waar de inzamelplicht geldt (art. 15.33 Wet milieubeheer).