05 Kadernota 2023
Tekst van het document
Deze zullen waar mogelijk wel vertaald worden in de begroting. Bewustwording klimaat Voor het vergroten van de bewustwording bij onze inwoners op het gebied van klimaatadaptatie én het stimuleren van het nemen van maatregelen ten behoeve hiervan, zal bij het aanbieden van het beleid Klimaatadaptief Rucphen, (opgenomen op de raadsplanning voor 2 november 2022) structurele middelen worden gevraagd.
5.2. Bestuurlijke ambities Reconstructie oudere woonwijken In de “Kadernotitie integraal beheer openbare ruimte” is vermeld dat diverse wijken binnen de gemeente 40 jaar of ouder zijn en theoretisch aan vervanging toe zijn. Voorbeelden hiervan zijn de “componistenwijk” in St. Willebrord, wijk De Kerlinge in Sprundel en de wijk ten oosten van de Achterhoeksestraat in Rucphen. Deze wijken zijn verouderd en grauw en dienen naast het wegonderhoud ook bekeken te worden vanuit groeninrichting, parkeerdruk en mogelijk riolering. Het betreft in zijn totaliteit ca. 125.000 m2 wegen waarmee grote investeringen gemoeid zijn. Een schatting hierbij is dat het totale krediet € 9.000.000,00 bedraagt en dat dit gefaseerd in 6 jaar uitgevoerd kan worden. De afschrijvingslast bedraagt dan € 50.000,00 per jaar en de rentelast € 30.000,00 (o.b.v. van een krediet van € 1.500.000,00). De afschrijvingslast loopt dus na die 6 jaar op naar € 300.000,00 en de rente naar € 180.000,00.
23
De eerste inventarisatie is uitgevoerd om de aan te pakken wijken te bepalen, met name gericht op de wegen. Aanvullend moeten deze ook nog beoordeeld worden voor de onderdelen groen en riolering waarbij dan ook de invloed van de in 2021 uitgevoerde klimaatstresstesten wordt meegenomen. De financiële consequenties zijn op dit moment dus nog niet geheel duidelijk. Uitvoering zal ook nog niet plaatsvinden in de huidige begrotingsperiode zodat geen financiële tabel is toegevoegd. Wijk ggz-er Wij hebben vorig jaar ingestemd met de pilot Wijk ggz-er voor 2022. Er is geen meerjarige bekostiging geraamd. In 2022 wordt deze pilot geëvalueerd. In 2022 moeten we ook een aanspreekpunt voor de niet acute politiemeldingen inrichten voor mensen met GGZ problematiek. De wijk ggz-er kan hierin (buiten de reeds bepaalde taken) een grote rol in spelen en heeft daarvoor ook de juiste expertise. De gemeente wordt binnen afzienbare tijd (lees 2e kwartaal 2022) verantwoordelijk voor de opvolging van de niet acute politiemeldingen van mensen met verward gedrag (e33 meldingen). Dat betekent dat we op een melding (na triage door het meldpunt crisiszorg) meteen moeten gaan handelen. Dat is een wettelijke taak en voor deze taak hebben we nu niemand in huis. Verder zien we dat de wijk ggz-er sneller kan handelen (i.o.m. onze gemeentelijke loketten) op meldingen van GGZ problematiek.
Daardoor kunnen inwoners beter verwezen worden of misschien zelfs niet in duurdere zorg terecht komen. Als gemeenten hebben we ook de opgave om steeds meer bijzondere doelgroepen (lees: personen met een GZproblematiek en/of verward gedrag) op lokaal niveau op te nemen (is ook een wettelijke taak). Daar hebben we expertise en menskracht nodig die we nu niet structureel in huis hebben. Tevens heeft het merendeel van de D6/D9 gemeenten een wijk ggz functie waardoor er een sluitend netwerk aan het ontstaan is. De verwachte kosten voor een wijk GGZ-er bedragen structureel € 95.000,00 met daarna een jaarlijkse indexering van 2%. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Wijk GGZ-er
2023 95.000 95.000
2024 96.900 96.900
2025 98.838 98.838
2026 100.815 100.815
Integraal veiligheidsplan (IVP) inclusief projecten ondermijning Op dit moment is er geen apart budget voor de (preventieve) aanpak van ondermijning. Alle activiteiten die we hiertoe ondernemen komen ten laste van het IVP budget. Omdat we steeds meer inzetten op preventie komen we structureel tekort of kunnen we bepaalde activiteiten niet ontplooien. De kosten voor deze ambitie worden geraamd op structureel € 15.000,00 met daarna een jaarlijkse indexering van 1%. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Integraal veiligheidsplan (IVP) inclusief projecten ondermijning
2023
2024
2025
2026
15.000
15.150
15.302
15.455
15.000
15.150
15.302
15.455
Budget Betrouwbaar Rucphen Voor de projectgroep Betrouwbaar Rucphen is een structureel budget van € 20.000,00 benodigd voor het organiseren van opleidingen, cursussen en integrale bewustwording. De projectgroep richt zich op de bewustwording van alle medewerkers en bestuurders van de gemeente Rucphen op het gebied van de vier pijlers: privacy, interne veiligheid, informatiebeveiliging en integriteit. Om bewustwording te kunnen vergroten is budget nodig voor bijvoorbeeld opleidingen, bijeenkomsten en andere acties die zich richten op de integrale bewustwording. De kosten voor deze ambitie bedragen structureel € 20.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Budget Betrouwbaar Rucphen
2023 20.000 20.000
2024 20.000 20.000
2025 20.000 20.000
2026 20.000 20.000
24
ZLM Tour in Rucphen in 2023 – 2025 Betreft het aangaan van een overeenkomst met Libéma Profcycling voor organiseren etappe ZLM Tour in Rucphen in 2023 – 2025 tegen gereduceerd tarief. Daarnaast wordt Yellow Jersey Classic nieuw leven ingeblazen. Voor de jaren 2023 t/m 2025 bedragen de kosten € 45.000,00 per jaar. Dit bedrag bestaat voor € 30.000,00 aan fee en € 15.000,00 voor overige bijkomende zaken. Het betreft hier incidentele middelen. Kosten van deze ambitie: Omschrijving ZLM Tour in Rucphen in 2023 – 2025
2023 45.000 45.000
2024 45.000 45.000
2025 45.000 45.000
2026 0
Organiseren Wielerdag (Ned. Kampioenschap wielrennen voor burgemeesters, wethouders) Overeengekomen was om dit evenement in 2020 te organiseren. Door Corona-beperkingen heeft dit helaas geen doorgang kunnen vinden. Eerstkomende mogelijkheid is 2023. Rucphen wil dan optreden als gastheer voor de bestuurders die meerijden. De eenmalige kosten bedragen € 5.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Organiseren Wielerdag
2023 5.000 5.000
2024
2025
2026
0
0
0
Kosten van stages Als gemeente wordt het steeds lastiger om goed gekwalificeerd personeel te werven. Opgaven van nu en in de toekomst kunnen we met het huidig personeelsbestand niet aan. Openstaande vacatures krijgen de gemeenten niet gevuld, er is veel werkdruk en er is sprake van vergrijzing. De uitdagingen zijn groot. Eén van de oplossingen waar de De6 gezamenlijk aan werkt is inzet op het aantrekken en behouden van jong talent in de regio en bij de gemeenten. Vanuit De6 is daarom het afgelopen jaar het voorstel gekomen om de stagevergoedingen onder de 6 gemeenten gelijk te schakelen naar € 350,00 bruto (naar rato) per maand ongeacht het opleidingsniveau en de duur van de stage. Dit voorstel is gehonoreerd binnen alle gemeenten. Dit betekent dat de stagevergoeding ten opzichte van voorheen binnen de gemeente Rucphen flink is opgehoogd. Gemiddeld hebben we de afgelopen jaren zo'n 7 stagiaires per jaar gehad deze stages betroffen zowel mbo- als hbo-opleidingen. Het huidige budget voor 2023 bedraagt € 3.448,00 en dient op basis van deze bestuurlijke ambitie opgehoogd te worden met structureel € 5.000,00. Voor de jaren daarna wordt een indexering van 1% toegepast. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Kosten van stages
2023 5.000 5.000
2024 5.050 5.050
2025 5.101 5.101
2026 5.152 5.152
Werving en selectie gemeentepersoneel Het wordt steeds lastiger om goed personeel te vinden als gemeente. De arbeidsmarkt is heel krap en het is lastig om vacatures goed in te vullen. We willen de komende jaren structureel meer middelen inzetten om goed personeel (inclusief stagiaires) binnen te halen i.v.m. krapte op arbeidsmarkt. Hierbij kan gedacht worden aan het inzetten van advertenties, doelgroependashboards, werving- en selectiebureau, promotiefilms e.d., maar ook aan het gebruik maken van assessments. P&O werkt op dit onderdeel samen met een interne werkgroep aantrekkelijk werkgeverschap en een regionale werkgroep arbeidsmarktbenadering om de juiste middelen te identificeren. Het huidige budget voor 2023 bedraagt € 6.121,00 en dient op basis van deze bestuurlijke ambitie opgehoogd te worden met structureel € 10.000,00. Voor de jaren daarna wordt een indexering van 1% toegepast. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Werving en selectie gemeentepersoneel
2023 10.000 10.000
2024 10.100 10.100
2025 10.201 10.201
2026 10.303 10.303
25
Werkkostenregeling Door aanpassing van landelijke richtlijnen, steeds minder vrije ruimte bij de werkkostenregeling, moet de gemeente een hogere belasting betalen over verstrekkingen aan haar personeel. Het huidige budget voor 2023 bedraagt € 10.000,00 en dient op basis van deze bestuurlijke ambitie opgehoogd te worden met structureel € 5.000,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Werkkostenregeling
2023 5.000 5.000
2024 5.000 5.000
2025 5.000 5.000
2026 5.000 5.000
Rechtspositioneel advies Sinds januari 2020 hebben ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten als werknemers in het bedrijfsleven. Voor ambtenaren geldt dan het private arbeidsrecht. Aangezien onze werknemers onder deze nieuwe rechtspositie vallen is vaker juridische bijstand op dit gebied nodig. Deze specifieke kennis is nog in ontwikkeling binnen onze organisatie en tot die tijd is inhuur van deze kennis nodig. Het huidige budget voor 2023 bedraagt € 5.101,00 en dient op basis van deze bestuurlijke ambitie opgehoogd te worden met structureel € 5.000,00. Voor de jaren daarna wordt een indexering van 1% toegepast. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Rechtspositioneel advies
2023 5.000 5.000
2024 5.050 5.050
2025 5.101 5.101
2026 5.152 5.152
Kosten van studies en cursussen In het kader van de doorontwikkeling van onze ambtelijke organisatie willen we graag een intern leerhuis ontwikkelen, zodat wij kennisdeling binnen onze organisatie verder borgen. Dit vergt dat wij een Leer management Systeem (LMS) aanschaffen en deze met onder meer gerichte (online) trainingen vullen. De verwachte kosten hiervoor bedragen structureel € 20.000,00, met een jaarlijkse index van 1%. Het huidige budget voor 2023 bedraagt € 92.414,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Kosten van studies en cursussen
2023 20.000 20.000
2024 20.200 20.200
2025 20.402 20.402
2026 20.606 20.606
Cyclisch beheer landschapselementen In 2022 wordt het beleid- en beheerplan landschapselementen ter besluitvorming aan uw raad aangeboden. Als eigenaar en erfpachter van de landschapselementen hebben we een wettelijke zorgplicht rondom de bomen te bewaken. Daarnaast versterken we de biodiversiteit binnen de landschapselementen. In het budget voor het onderhoud van de landschapselementen is reeds € 7.184,00 opgenomen. De kosten voor deze ambitie bedragen structureel € 18.000,00 met een jaarlijkse indexering van 1%. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Cyclisch beheer landschapselementen
2023 18.000 18.000
2024 18.180 18.180
2025 18.362 18.362
2026 18.546 18.546
Educatief Afvalproject 2023 Jaarlijks wordt een educatief afvalproject voor het primair en het voortgezet onderwijs uitgevoerd. Het project bevat: Lessen over afval Bedrijfsbezoeken Opschoondag Rucphen Workshops afval. Dit project is in het verleden bekostigd met de NedVang-subsidie. Deze subsidieregeling loopt in 2022 af. Hierdoor is de bekostiging van het project weggevallen. Voor het uitvoeren van het Educatief Afvalproject in 2023 is een bedrag benodigd van € 16.000,00. Dit bedrag kan ten laste worden gebracht van de afvalstoffenheffing.
26
Kosten van deze ambitie: Omschrijving Educatief Afvalproject 2023
2023 16.000 16.000
2024
2025
2026
0
0
0
Krediet: Vergroening Dorpsplein Zegge In het kader van het IDOP is enkele jaren geleden het dorpsplein in Zegge heringericht. De dorpsraad en betrokken verenigingen wensen een groener plein dat meer uitnodigt en aansluit bij de klimaatopgave. Conform het groenbeleidsplan Groen R worden separate groenopgaven apart geclaimd. Het betreft hier een investering van € 100.000,00 in 2023, met een jaarlijkse afschrijvingslast van € 6.667,00 vanaf 2024. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Krediet: Vergroening Dorpsplein Zegge
2023 0 0
2024 6.667 6.667
2025 6.667 6.667
2026 6.667 6.667
Krediet: Vergroening Markt Rucphen In 2021 is de Markt in het Centrumplan Rucphen gerealiseerd. Opgave die hier nog opstaat is het plaatsen van enkele boombakken. Begin 2022 is met een tweetal betrokkenen gesproken waarbij de conclusie was dat de enkele boombakken niet passen in het beeld wat men heeft van de Markt en daarnaast ook niet past binnen de klimaatopgave. Men wenst een verdere vergroening van het plein zonder dat de mogelijkheid van flexibel gebruik van de Markt verloren gaat. Met andere woorden wenst men meer boombakken. Dit past binnen het vastgestelde groenbeleid en draagt bij aan de toeristische visie en sluit ook aan bij onze klimaatvisie. Voor bovenstaand streven is een extra investering van in totaal € 55.000,00 noodzakelijk. Hiermee wordt aangesloten bij de genoemde wensen van de gebruikers en de betreffende beleidskaders van de gemeente. De jaarlijkse afschrijvingslast bedraagt € 3.667,00 vanaf 2024. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Krediet: Vergroening Markt Rucphen
2023 0 0
2024 3.667 3.667
2025 3.667 3.667
2026 3.667 3.667
Krediet: Renovatie Donkenbuurt Met de reconstructie van de Nachtegaalstraat is er een natuurlijk moment om ook het groen in de Donkenbuurt te renoveren. Op veel locaties is de beplanting versleten. Een wijkbrede renovatie zorgt voor een verbeterde uitstraling. Daarnaast kan in lijn van de Nachtegaalstraat de beplanting bijdragen aan de versterking van de biodiversiteit en de klimaatopgave. Door aansluiting te zoeken bij de uitstraling van de Nachtegaalstraat ontstaat er een totaalplaatje. In het groenbeleidsplan en groenbeheerplan is aangegeven dat bij grote omvormingen een separaat voorstel als claim wordt weggelegd. Reden hiertoe is dat een dergelijk grote omvorming anders te veel zou drukken op de bestaande budgetten. De opgave t.b.v. omvormingen en renovaties is jaarlijks (al) groter dan het beschikbare budget. Op basis van de geraamde kosten bedraagt deze bestuurlijke ambitie € 100.000,00. De jaarlijkse afschrijvingslast bedraagt € 6.667,00 vanaf 2024. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Krediet: Renovatie Donkenbuurt
2023 0 0
2024 6.667 6.667
2025 6.667 6.667
2026 6.667 6.667
Krediet: Sportveldrenovatieplan Voor de renovatie van het hockeyveld van HC Mistral is in het sportveldrenovatieplan in 2027 € 312.592,00 beschikbaar. Het veld is technisch afgeschreven waardoor de vereniging vanaf 2023 geen officiële wedstrijden meer kan spelen. De genoemde middelen dienen dan ook in tijd naar voren gehaald te worden. Daarnaast wenst de vereniging een waterveld om aan te sluiten bij de ontwikkelingen binnen de hockeybond (KNHB).
27
Hierdoor is een aanvullend krediet nodig van € 150.000,00. In totaliteit bedraagt deze bestuurlijke ambitie een krediet in 2023 van € 462.592,00 met een afschrijvingslast van € 30.840,00 vanaf 2024. In 2022 wordt de Nota buitensport geactualiseerd, waarin de financiële consequenties van deze bestuurlijke ambitie worden meegenomen. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Krediet: Sportveldrenovatieplan
2023 0 0
2024 30.840 30.840
2025 30.840 30.840
2026 30.840 30.840
Krediet: Onderzoek mogelijke verduurzaming gemeentelijk vastgoed Er is een wens om het gemeentelijk vastgoed te verduurzamen. Om de mogelijkheden in kaart te brengen moeten de gebouwen (18 stuks) op locatie worden geïnspecteerd. Zo zal er worden gekeken naar de beglazing, de verlichting, de verwarmingsinstallatie, de isolatie van het gebouw en dergelijke. De bevindingen uit deze inspecties zullen worden verwerkt in een adviserend rapport. Per onderdeel zal er tevens een indicatie van de investering en de bijbehorende terugverdientijd worden voorgesteld. De kosten voor deze werkzaamheden bedragen circa € 32.500,00. Kosten van deze ambitie: Omschrijving Krediet: Onderzoek mogelijke verduurzaming gemeentelijk vastgoed
2023
2024
2025
2026
0
6.500
6.500
6.500
0
6.500
6.500
6.500
Totaaloverzicht bestuurlijke ambities Omschrijving Wijk GGZ-er Integraal veiligheidsplan (IVP) inclusief projecten ondermijning Budget Betrouwbaar Rucphen ZLM Tour in Rucphen in 2023 – 2025 Organiseren Wielerdag (Ned. Kampioenschap wielrennen voor burgemeesters, wethouders) Kosten van stages Werving en selectie gemeentepersoneel Werkkostenregeling Rechtspositioneel advies Kosten van studies en cursussen Cyclisch beheer landschapselementen Educatief Afvalproject 2023 Krediet: Vergroening Dorpsplein Zegge Krediet: Vergroening Markt Rucphen Krediet: Renovatie Donkenbuurt Krediet: Sportveldrenovatieplan Krediet: Onderzoek mogelijke verduurzaming gemeentelijk vastgoed Totaal bestuurlijke ambities waarvan incidentele middelen waarvan dekking tlv afvalstoffenheffing structurele last voor begrotingssaldo
2023 95.000
2024 96.900
2025 98.838
2026 100.815
15.000 20.000 45.000
15.150 20.000 45.000
15.302 20.000 45.000
15.455 20.000
5.050 10.100 5.000 5.050 20.200 18.180
5.101 10.201 5.000 5.101 20.402 18.362
5.152 10.303 5.000 5.152 20.606 18.546
6.667 3.667 6.667 30.840
6.667 3.667 6.667 30.840
6.667 3.667 6.667 30.840
6.500 294.971 45.000
6.500 297.648 45.000
6.500 255.370
249.971
252.648
255.370
5.000 5.000 10.000 5.000 5.000 20.000 18.000 16.000 0 0 0 0 0 259.000 50.000 16.000 193.000
28
6.
Actualisatie financiële positie 2023 – 2026
6.1. Inleiding In deze kadernota wordt een aantal beleids- en andere ontwikkelingen gepresenteerd. Een absolute randvoorwaarde voor het realiseren van deze plannen is een goed zicht op de beschikbare middelen te hebben en te houden. Doordat de coalitievorming tijdens het opstellen van deze Kadernota nog niet gereed is, hebben we ervoor gekozen deze Kadernota net als vorig jaar “financieel technisch en beleidsarm” op te stellen. Deze kadernota geeft op basis van de huidige inzichten en beschikbare informatie een indruk van de meerjarige financiële positie. Uiteraard geldt daarbij dat de meerjarenraming naarmate het jaar van raming verder in de toekomst ligt, steeds meer onzekerheden bevat. Zo kan de Septembercirculaire het perspectief nog wijzigen.
6.2. Opbouw financiële positie In het vervolg van dit hoofdstuk zal de financiële positie van onze gemeente concreet in beeld worden gebracht. Daartoe zijn de mutaties ten opzichte van de reeds bestaande ramingen opgenomen. Indien sprake is van hogere lasten of lagere baten (negatieve effecten voor de exploitatie) zijn de bedragen met een minteken (-) vermeld. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd: A. Uitgangspositie bepalen: - Primitieve begroting (paragraaf 6.3.1) - Vaststelling programmabegroting 2022 – 2025 (paragraaf 6.3.2) - Raadsbesluiten met gevolgen voor financiële positie 2023 – 2026 (paragraaf 6.3.3) - Uitgangspunt voor de kadernota 2023 (paragraaf 6.3.4.) Naast besluitvorming door de gemeenteraad zijn er (autonome) ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de financiële positie van onze gemeente in de komende jaren: B. Relevante kostenontwikkelingen in beeld brengen: - De ontwikkelingen in het benodigde loonkostenbudget (paragraaf 6.4.1) - De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget (paragraaf 6.4.2) - De kostenontwikkeling a.g.v. deelname in gemeenschappelijke regelingen (paragraaf 6.4.3) C.
Relevante ontwikkelingen rondom belangrijke opbrengstencomponenten in beeld brengen: - Beleidsuitgangspunten lokale heffingen (paragraaf 6.5.1) - Onroerende zaakbelasting (paragraaf 6.5.2) - Overige heffingen, rechten en leges (paragraaf 6.5.3) - Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied (paragraaf 6.5.4) - Algemene uitkering gemeentefonds (paragraaf 6.5.5) - Dividend nv Bank Nederlandse Gemeenten (paragraaf 6.5.6) D. Overige financiële mutaties (paragraaf 6.6) E. Benodigd weerstandvermogen en risicomanagement (paragraaf 6.7)
29
6.3. Uitgangspositie 6.3.1. Primitieve begroting Als uitgangspunt geldt het financiële meerjarenperspectief zoals dat in de primitieve meerjarenprogrammabegroting 2022 t/m 2025 is weergegeven. 6.3.2. Vaststelling programmabegroting 2022 – 2025 Op 10 november 2021 is de programmabegroting 2022 – 2025 vastgesteld. 6.3.3. Raadsbesluiten met gevolgen voor de financiële positie 2023 – 2026 Na vaststelling van de programmabegroting is door uw raad een aantal begrotingswijzigingen vastgesteld, waaruit meerjarige financiële effecten voortvloeien. In deze kadernota zijn de begrotingswijzigingen tot en met de raadsvergadering van 6 juli 2022 verwerkt. 6.3.4. Uitgangspunt voor de kadernota Verwerking van de hierboven genoemde besluiten levert het volgende uitgangspunt op voor de meerjarenbegroting 2023 – 2026. Begroting (structurele effecten) Oorspronkelijke ramingen begroting Wijzigingen: raadsbesluiten + wijzigingen t/m de raadsvergadering 6 juli 2022 Begrotingssaldo volgens de primitieve begroting 2023 – 2026 (incl.raadsbesluiten)
2023
2024
2025
2026
295.176
173.401
441.334
299.511
814.814
212.488
395.832
870.024
1.109.990
385.889
837.166
1.169.535
6.4. Relevante kostenontwikkelingen 6.4.1. Ontwikkelingen loonkostenbudget Door de ontwikkelingen in de wereld van dit moment stijgt de inflatie fors. De verwachting is dat de CAO voor de gemeenteambtenaren hier ook op zal in gaan spelen vanaf 2023. de huidige CAO loopt tot en met 1 januari 2023 en deze leverde een stijging op van in totaal 3,9%. Omdat we niet weten wat de omvang zal zijn van de nieuwe CAO, maar we wel de inschatting maken dat er bij zal komen, nemen we hiervoor een stelpost op in deze Kadernota 2023. In de huidige begroting houden we rekening met een indexering van 2,6%. Om enigszins aansluiting te houden met de huidige CAO stellen we voor om 1% indexering hier bovenop te zetten, waardoor er een indexering van 3,6% in de begroting wordt opgenomen. Omschrijving Stelpost cao-ontwikkeling Totaal financiële mutatie (-= nadeel)
2023 -125.000 -125.000
2024 -128.250 -128.250
2025 -131.585 -131.585
2026 -135.006 -135.006
6.4.2. De ontwikkelingen in het benodigde kapitaallastenbudget, inclusief de effecten van het liquiditeitenverloop In deze paragraaf worden de kapitaallasten van het meerjaren-investeringsprogramma 2023-2026 geactualiseerd. Ten opzichte van de ramingen van de begroting 2022 zijn de kapitaallasten in de jaarschijven 2023-2025 aangepast. Dit heeft met name te maken met vertraagde uitvoering van investeringen, aanvullende besluitvorming, en de te verwachten “nieuwe” kapitaallasten uit het investeringsprogramma 2023-2026. Op basis van de recent geactualiseerde liquiditeitenplanning zullen we in de periode 2023–2026 afgerond 12,5 miljoen aan geldleningen moeten aantrekken en doorlopend 6,0 miljoen aan kasgeldleningen. De rentekosten ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving Rentekosten huidige meerjarenbegroting Totaal geactualiseerde rentekosten Totaal financiële mutatie (-= nadeel)
2023 425.856 359.636 66.220
2024 444.827 361.214 83.613
2025 460.755 425.211 35.544
2026 508.631 431.302 77.329
30
Volgens de geactualiseerde liquiditeitenplanning is er voldoende liquiditeit tot en met het derde kwartaal 2023. Voor de rentekosten betekent dit ten opzichte van de huidige meerjarenbegroting dat er een verschuiving van de rentelast plaatsvindt. Door in 2022 minder geld aan te treken, verschuift die rentelast verder naar de toekomst. De voordelige mutatie ten opzichte van in 2023 heeft zowel te maken met het aan te trekken bedrag als met het moment van afsluiten. In de meerjarenraming zien we juist negatieve mutaties als gevolg van het doorschuiven van een aantal grote investeringen zoals de nieuwbouw scholen in St. Willebrord. Zolang de rente op kasgeld negatief blijft, is dit de meest voordelige manier om liquide te blijven. Door doorlopend kasgeld te lenen, neemt de behoefte naar langlopende af met maximaal de kasgeldlimiet. O.b.v. begroting 2022 is dit € 6.036.015,00. Hieronder zijn de mutaties, gesplitst in een aantal hoofdgroepen, weergegeven: - = nadeel Omschrijving 2023 2024 2025 Act. kapitaallasten incl. IP 2023 t/m 2026 0 5.736 -38.077 Rentekosten 66.220 83.613 35.544 Totaal financiële mutatie (-= nadeel) 66.220 89.349 -2.533
2026 -138.136 77.329 -60.807
Voor toekomstige investeringen, waarvoor al of niet een reserve is gevormd, zal voor de daadwerkelijke financiering rekening worden gehouden met rentekosten. 6.4.3. De kostenontwikkeling a.g.v. deelname in gemeenschappelijke regelingen Omschrijving WVS-Groep (WVS) GGD West-Brabant (GGD) Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Omgevingsdienst (OMWB) Veiligheidsregio MWB Regio West-Brabant (RWB) West-Brabants Archief (WBA) Regionaal Bureau Leren (RBL)* Werkplein Hart van West-Brabant Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) Totaal financiële mutatie ( - = nadeel)
2023 -92.150 -41.075 5.942 -8.626 -61.572 -4.290 155.384 -43.540 -89.927
2024 -91.163 -44.388 2.314 -18.094 -89.488 -4.290 160.907 -43.800 -128.002
2025 -54.496 -38.901 412 -23.230 -91.339 -4.290 16.334 -48.300 -243.810
2026 -28.974 -40.225 -1.544 -36.169 -93.558 -4.290 1.356 -52.647 -256.051
* De bijdrage voor het RBL loopt via de reserve voortijdig schoolverlaten.
Gemeenschappelijke Regeling WVS-Groep (WVS) Voor 2023 bedraagt de totale bijdrage van de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling WVS € 7.703.000,00 (herziene begroting WVS 2022: € 7.532.000,00). Voor de gemeente Rucphen gaat het om een bijdrage van € 893.593,00. In de jaarschijf 2023 van de herziene begroting 2022 van WVS is rekening gehouden met een gemeentelijke bijdrage van € 801.443,00. De financiële consequentie van de begroting 2023 van € 92.150,00 wordt verwerkt ten laste van het begrotingssaldo 2023. Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant In 2023 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling GGD West-Brabant € 21.790.197,00. De totale bijdrage is, ten opzichte van 2022, € 1.315.694,00 hoger. Deze stijging bestaat uit indexatie (€ 394.000,00), CAO-ontwikkeling (€ 487.000,00), informatiebeveiliging (€ 300.000,00), impact huisvestingskosten (€ 205.000,00) en overige (-/- € 70.000,00) Voor Rucphen is de bijdrage 2023 bepaald op € 479.273,00. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 was een gemeentelijke bijdrage van € 438.198,00 opgenomen. Het verschil van € 41.075,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2023.
31
Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) Sinds 2012 is de gemeentelijke bijdrage aan de RAV Brabant Midden-West-Noord komen te vervallen. Ook in 2023 en verder blijft de RAV in staat de begroting sluitend te houden zonder inkomsten uit gemeentelijke bijdragen. In de beleidsbegroting 2023 is dan ook geen gemeentelijke bijdrage opgenomen. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) In 2023 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant € 20.362.342,00. De bijdrage 2023 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 316.371,00. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 was een gemeentelijke bijdrage van € 322.313,00 opgenomen. Het verschil van € 5.942,00 komt ten gunste van het begrotingssaldo 2023. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant In 2023 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant € 69.707.788,00 (2022: € 67.104.776,00). De bijdrage 2023 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 1.179.556,00. In onze meerjarenbegroting was een gemeentelijke bijdrage van € 1.170.930,00 opgenomen. Het verschil van € 8.626,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2023. Ook voor de jaren 2024 tot en met 2026 verwerken we een verschil van respectievelijk € 18.094,00, € 23.230,00 en € 36.169,00 ten laste van het begrotingssaldo.
Regio West Brabant (RWB) In 2023 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Regio West-Brabant (incl. Rewin) € 24.227.000,00 (2022: € 21.249.000,00). Dit verschil wordt grotendeels veroorzaakt door een hogere bijdrage voor KCV (Deeltaxi). Vorig jaar was de bijdrage hieraan juist lager vanwege de afname in gebruik door de coronacrisis. Die afname was structureel doorgetrokken en wordt nu weer genormaliseerd. De bijdrage 2023 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 564.325,00. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 was een gemeentelijke bijdrage van € 502.753,00 opgenomen. Het verschil van € 61.572,00 alsmede de mutaties in de bijdragen voor de jaren 2024 tot en met 2026 verwerken we ten laste van het begrotingssaldo. West-Brabants Archief (WBA) In 2023 is de totale bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan het West-Brabants Archief € 2.526.843,00 (2022: € 2.422.579,00). De bijdrage is toegenomen met € 104.264,00. In de meerjarenraming 2023-2025 zijn geen indexmatige verhogingen toegepast. De bijdrage 2023 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 103.957,00. In de meerjarenbegroting 2021 – 2024 was een gemeentelijke bijdrage van € 99.667,00 opgenomen. Het verschil van € 4.290,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2023. Ook voor de jaren 2024 tot en met 2026 verwerken we het verschil van € 4.290,00 ten laste van het begrotingssaldo.
Regionaal Bureau Leren (RBL) De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten is in 2023 € 1.726.014,00 (2022: € 1.687.308,00). Ten opzichte van de begroting 2022 is dit een kostenstijging van € 38.705,00. Deze kostenstijging is toe te schrijven aan loon- en prijsontwikkelingen (€ 24.422,00), pilot Programma Projectaanjager Leerplicht (€ 11.283,00) en onderhoudskosten Jeugd Volgsysteem (€ 3.000,00). De bijdrage 2023 voor de gemeente Rucphen bedraagt € 37.539,00. In de meerjarenbegroting was een gemeentelijke bijdrage van € 37.135,00 opgenomen. Het verschil van € 404,00 komt ten laste van de Reserve voortijdig schoolverlaten. Ook voor de jaren 2024 tot en met 2026 verwerken we het verschil van respectievelijk € 193,00, € 304,00 en € 419,00 ten laste van die reserve. Werkplein Hart van West-Brabant Voor 2023 bedraagt de totale bijdrage van de gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke Regeling Werkplein € 93.487.046,00 (2022: € 94.113.909,00). Voor de gemeente Rucphen gaat het om een bijdrage van € 7.586.395,00. Ten opzichte van de jaarschijf 2023 van onze meerjarenbegroting levert de begroting van het Werkplein een voordeel op van € 155.384,00.
32
Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten en het waterschap in 2023 bedraagt € 17.871.000,00 (2022: € 16.975.900,00). De totale deelnemersbijdrage stijgt met een bedrag van € 895.100,00. De stijging van de deelnemersbijdrage wordt met name beïnvloed door stijging van de personele kosten (€ 571.000,00) en de werkelijke doorvertaling van hogere griffie- en proceskosten als gevolg van de toename van de waardebezwaren op de WOZ- aanslagen door inzet van no cure no pay-bedrijven (€ 215.000,00). Bij de personele kosten is, zoals in de kadernota opgenomen, de vertaling van de verlofharmonisatie van de herziening cao 2021-2022 naast de indexering van loonstijgingen (2,6%) meegenomen. De gemeentelijke bijdrage aan de BWB voor 2023 is bepaald op € 427.500,00 (inclusief € 25.800,00 compensabele BTW). In onze meerjarenbegroting hielden we rekening met een bedrag van € 381.760,00. Het verschil van € 43.540,00 komt ten laste van het begrotingssaldo 2023. Meerjarig kent de deelnemersbijdrage het volgende verloop (inclusief compensabele BTW): • 2024: € 433.200,00 • 2025: € 443.200,00 • 2026: € 453.400,00
6.5. Relevante ontwikkelingen rondom de belangrijkste opbrengstencomponenten 6.5.1. Beleidsuitgangspunten lokale heffingen De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden ieder jaar in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze uitgangspunten volgen het Coalitieakkoord 2018–2022 in afwachting van het coalitieakkoord voor de nieuwe raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten kunnen als volgt worden samengevat: • de opbrengstverhoging van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) jaarlijks beperken tot maximaal 2%; • een 100% kostendekkende tariefberekening bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder is het gebruikelijk om de jaarlijkse verhoging van de toeristen- en forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. De verhoging van andere belastingen en rechten, zoals het marktgeld en lijkbezorgingsrechten, koppelen we aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI). Zoals gebruikelijk wordt het voorstel tot aanpassing van de belastingverordeningen en wijziging van de tarieven in de raadsvergadering van december, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, behandeld. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. 6.5.2.
Onroerende zaakbelastingen Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst wordt vastgehouden aan een maximale stijging van 2%. Deze jaarlijkse stijging is verwerkt in de meerjarenraming. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij wordt uitgegaan van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde wordt berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling die door de Waarderingskamer bekend wordt gemaakt. Meeropbrengst OZB areaaluitbreiding In onze meerjarenbegroting ramen we een meeropbrengst OZB als gevolg van areaaluitbreiding. Areaaluitbreiding bestaat uit nieuwbouw en aanbouw van (niet-)woningen. Het uitgangspunt is dat areaaluitbreiding jaarlijks € 30.000,00 aan meeropbrengst oplevert.
33
6.5.3. Overige heffingen, rechten en leges Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing geldt het uitgangspunt van een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de milieustraat, worden in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Rioolheffing De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijke rioleringsprogramma. Op 15 juni 2022 wordt het gemeentelijke rioleringsprogramma 2023 – 2026 door uw raad behandeld. Hierbij wordt een systematiek voorgesteld waardoor matige stijging van het tarief (prognose: 4,5% in 2023) wordt bereikt. Dit wordt bereikt door vanaf 2032 niet volledig lineair af te schrijven, maar een gedeelte direct na investering ten laste van de voorziening te brengen. Hierdoor daalt de boekwaarde van de investeringen en daarmee dalen ook de kapitaallasten.
Toeristenbelasting en forensenbelasting Conform de begrotingsuitgangspunten worden deze belastingopbrengsten verhoogd met hetzelfde percentage als de OZB. Voor de toeristenbelasting is in 2014 door uw raad besloten om de tarieven op € 0,05 af te ronden en pas aan te passen als de meerjarige indexering leidt tot een verhoging met € 0,05 of een veelvoud daarvan ten opzichte van het dan geldende tarief. In de verordening Toeristenbelasting 2022 zijn de tarieven voor het laatst verhoogd. In 2023 blijft het tarief voor personen vanaf 18 jaar € 1,05 en is een verhoging van het tarief voor personen tot 18 jaar van € 0,75 naar € 0,80 aan de orde. Leges algemeen We berekenen alle leges tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, externe kosten en een doorbelasting van overhead. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximum tarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld. Risico op minder legesinkomsten De nieuwe Omgevingswet (ingangsdatum 1 januari 2023) en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen hebben gevolgen voor de legesinkomsten.
Er komen minder vergunningplichten, de huidige omgevingsvergunning wordt gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen. Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan. De nieuwe wetten zullen niet direct leiden tot minder werk omdat er vanuit inwoners en bureaus nog vele vragen zullen blijven over de benodigde vergunningen en meldingen eveneens behandeld moeten worden. Daar staan dan echter geen legesinkomsten tegenover. We hebben hiervoor een risico opgevoerd in onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Bij deze rechten is bewust gekozen om slechts gedeeltelijke kostendekking te realiseren. Een verhoging van de tarieven naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Wel worden de rechten gekoppeld aan het CPI-cijfer om de dekking constant te houden.
34
Kwijtschelding Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen wordt uitgevoerd door de Belastingsamenwerking WestBrabant (BWB). Op basis van de kwijtgescholden bedragen uit 2021 verhogen we de meerjarenraming van € 80.000,00 naar € 90.000,00. Deze verhoging is te wijten aan de verhoging van het tarief voor afvalstoffenheffing. Door de tariefverhoging wordt er per casus een hoger bedrag kwijtgescholden. In 2021 bestond onze kwijtschelding voor 99,2% uit afvalstoffenheffing. De kosten voor kwijtschelding worden daarom volledig doorbelast in de afvalstoffenheffing. Omschrijving
2023
2024
2025
2026
toename lasten kwijtschelding
-10.000,00
-10.000,00
-10.000,00
-10.000,00
toename baten afvalstoffenheffing
10.000,00
10.000,00
10.000,00
10.000,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Totaal financiële mutatie (-=nadeel) 6.5.4 Ontwikkelingen gemeentelijk belastinggebied
Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen (kinderopvangtoeslag-affaire) Gemeenten en belastingsamenwerkingen kunnen vanaf 1 juli 2021 vorderingen kwijtschelden voor gedupeerde ouders en toeslagpartners van de kinderopvangtoeslag-affaire. Het Rijk heeft hierbij aangegeven gemeenten volledig te compenseren. Ouders die een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag willen, kunnen zich tot en met 31 december 2023 aanmelden. Dit betekent dat het proces van kwijtschelden en de verantwoording hierover nog doorloopt na 2023 op het moment dat de Belastingdienst definitief uitslag geeft. VNG modelverordening Riool- en Waterzorgheffing Deze verordening vervangt de oude modelverordening Rioolheffing. De naam is aangevuld met “Waterzorgheffing” omdat gemeenten naast de zorgplicht voor afvalwater ook een zorgplicht voor hemel- en grondwater hebben. De term rioolheffing roept een beeld op van een buizenstelsel, terwijl de gemeentelijke watertaken veel meer omvatten. De bestrijding van wateroverlast en verdroging vraagt steeds meer maatregelen, zoals retenties, in de publieke ruimte om schade te voorkomen. Hiervan heeft iedereen profijt, ook wanneer er geen aansluiting is op de gemeentelijke riolering. De belangrijkste wijziging in de VNG-verordening is dan ook dat de eis voor een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering komt te vervallen.
Dit betekent dat er meer percelen in de heffing kunnen worden betrokken. Hiermee bedoelen zij onroerende zaken, zoals bedoeld in Wet WOZ en roerende zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden. De BWB gaat samen met de deelnemers kijken naar de mogelijke varianten in de nieuwe modelverordening en de consequenties daarvan voor deelnemers en burgers. Het streven is om te komen tot een voorkeursmodel rioolheffing 2023. Over de ontwikkelingen wordt uw raad tussentijds geïnformeerd. Toename waardebezwaren (WOZ-beschikkingen) De groei van het aantal waardebezwaren van de afgelopen jaren blijft doorzetten. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus. Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces. Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker. Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten voor de BWB, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen. Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Ook op landelijk niveau is de BWB zeer actief betrokken bij de gesprekken over dit onderwerp. 6.5.5.
Algemene uitkering gemeentefonds Op basis van de Meicirculaire 2022 kunnen wij de actuele stand van zaken met betrekking tot de algemene uitkering van het Gemeentefonds in beeld brengen. Hierbij is uitgegaan van een aantal aannames, bijvoorbeeld aantal inwoners, woonruimten en bijstandontvangers. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de daadwerkelijke uitkering als gevolg van mutaties in de aantallen nog zal wijzigen. De ervaring leert dat de Septembercirculaire ook altijd weer belangrijke (structurele) mutaties bevat.
35
Accres De voeding van het gemeentefonds als gevolg van de methode ‘samen de trap op en samen de trap af’ wordt het accres genoemd. In deze meicirculaire 2022 is de accresreeks die in het landelijke coalitieakkoord is opgenomen verwerkt. Als gevolg hiervan is er voor alle jaren tot en met 2025 sprake van een jaar-op-jaar opwaartse bijstelling van het accres. Ten opzichte van 2025 is er in 2026 sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres doordat het accres vanaf 2026 is vastgezet op een plus van 1 miljard euro ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2022. Financiële mutaties Hieronder geven wij aan wat de raming van de algemene uitkering voor de jaren 2023 t/m 2026 was (meerjarenbegroting 2022-2025 o.b.v. de Septembercirculaire 2021) en vervolgens onze berekening o.b.v. de Meicirculaire 2022. Algemene uitkering Omschrijving Septembercirc. 2021:meerjarenbegr. 2022-2025 Algemene uitkering Stelpost jeugdmiddelen Totaal algemene uitkering Begroting 2022 Meicirc. 2022: meerjarenbegr. 2023-2026 Algemene uitkering Stelpost jeugdmiddelen Totaal algemene uitkering Kadernota 2023 Mutatie septembercirc. 2021 / meicirc. 2022
2023
2024
2025
2026
33.541.858 34.167.536 35.120.373 36.220.471 1.219.777 1.144.869 1.055.426 726.723 34.761.635 35.312.405 36.175.799 36.947.194 39.824.985 40.597.824 42.783.996 40.610.366 0 0 0 0 39.824.985 40.597.824 42.783.996 40.610.366 5.063.350
5.285.419
6.608.197
3.663.172
De tabel laat zien dat de algemene uitkering voor alle jaren fors stijgt ten opzichte van de cijfers uit de begroting 2022. Deze stijging word o.a. veroorzaakt door de middelen voor jeugdzorg (2023), de nieuwe herverdeling van het Gemeentefonds, het schrappen van de opschalingskorting voor de jaren 2023 tot en met 2025, maar met name door de accresontwikkelingen. Jeugdzorg Situatie begroting 2022 (o.b.v. septembercirculaire 2021) In de begroting 2022 was met betrekking tot de middelen voor jeugdzorg het uitgangspunt voor de jaren 2023 tot en met 2025, dat gemeenten de bedragen voor jeugdzorg als stelpost mochten opnemen in de begroting. Dit op basis van gemaakte afspraken tussen het Rijk, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Vanuit behoedzaamheid en in het licht van de afspraken dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, mochten gemeenten maximaal 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen, als stelpost opnemen. Wij hebben in de begroting 2022 gebruik gemaakt van deze regeling en hebben een stelpost voor de genoemde 75% opgenomen. Deze cijfers zijn in bovenstaande tabel opgenomen als “stelpost jeugdmiddelen”. Situatie Kadernota 2023 (o.b.v. meicirculaire 2022) Op basis van de meicirculaire 2022 stelt het kabinet in 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg.
Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023. Vanuit de € 1,454 miljard is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormingsagenda, € 9 miljoen overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (€ 1,445 miljard) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Voor de gemeente Rucphen betekent dit een ontvangst binnen de algemene uitkering van € 1.915.681,00. Dit is € 695.904,00 meer dan de geraamde stelpost. In 2023 zijn deze middelen verwerkt in de algemene uitkering en hoeven we de middelen dus niet meer op te nemen als stelpost. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt.
36
In de meicirculaire 2022 wordt geen verdere toelichting gegeven of gemeenten nog gebruik mogen maken van de stelpost die bij de begroting 2022 was toegepast. Om deze reden hebben we de stelpost vanaf 2024 op € 0,00 gezet. In het landelijke coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen.
Nieuwe herverdeling van het Gemeentefonds per 2023 De afgelopen jaren hebben de fondsbeheerders samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De berekening van de algemene uitkering, met daarin alle maatstaven en tarieven is vanaf 2023 helemaal anders geworden. Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. Op basis van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023 is de gemeente Rucphen een voordeelgemeente van € 14,89 per inwoner, wat neerkomt op een totaalbedrag van € 343.832,00. Door het ingroeipad ontvangen we in 2023 € 173.186,00 en vanaf 2024 het volledige bedrag van € 343.832,00. Het nieuwe model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. De fondsbeheerders omarmen het advies van de ROB inclusief de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda en hebben aangegeven graag in nauw overleg met de ROB, de VNG en de gemeenten nadere invulling en uitvoering hier aan te geven.
De Tweede Kamer zal nog voor de zomer nader worden geïnformeerd over de onderzoeksagenda. De invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. Opschalingskorting Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode de oploop van de opschalingskorting te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025. Voor 2022 was de oploop van de opschalingskorting al geschrapt. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 400 miljoen in 2023 (voor Rucphen € 478.000,00); € 535 miljoen in 2024 (voor Rucphen € 615.000,00) en € 675 miljoen in 2025 (voor Rucphen € 757.000,00). De opschalingskorting voor het jaar 2026 is niet geschrapt, waardoor de extra middelen tot en met 2025 juist weer een forse afname in de algemene uitkering veroorzaakt. Overhevelingen naar algemene uitkering Vanaf 2023 zijn er diverse onderdelen binnen het gemeentefonds overgegaan naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor deze onderdelen. Dit veroorzaakt dan ook een deel van stijging van de algemene uitkering. Deze onderdelen maakte al wel deel uit van het gemeentefonds, waardoor dit geen effect heeft op het begrotingssaldo.
Het betreft de volgende onderdelen: Integratie-uitkering raadsledenvergoeding kleine gemeenten € 87.850,00 De integratie-uitkering raadsledenvergoeding wordt jaarlijks geactualiseerd. De actualisatie komt vanaf 2023 ten gunste van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2022 is het bedrag gestegen met € 2.724,00 (van € 85.126,00 naar € 87.850,00). Voogdij 18+ € 639.257,00 Op basis van de meicirculaire 2022 wordt het budget Voogdij/18+ van de gelijknamige integratie-uitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor Voogdij/18+.
37
-
Participatiewet: Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding € 174.632,00 in 2023 oplopend tot € 202.919,00 in 2025 Op basis van de meicirculaire 2022 worden de budgetten voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk), beide onderdeel van de integratie-uitkering Participatie, overgeheveld naar de algemene uitkering. Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor Nieuw Wajong (oplopend van € 56 miljoen in 2023 tot € 71 miljoen in 2027) en Nieuw begeleiding (oplopend van € 53 miljoen in 2023 tot € 80 miljoen in 2027). Integratie-uitkering Inburgering € 78.300,00 in 2023 aflopend tot € 71.143,00 Op basis van de meicirculaire 2022 wordt de integratie-uitkering Inburgering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder is de algemene uitkering daarom opgehoogd met het bedrag dat beschikbaar was voor de integratie-uitkering (aflopend van € 77 miljoen in 2023 tot en met € 71 miljoen in 2027).
De overheveling van al deze onderdelen veroorzaakt een totale stijging van de algemene uitkering van afgerond € 980.000,00 in 2023 tot € 1.001.100,00 in 2026 Resume ontwikkelingen meicirculaire 2022 In onderstaande tabel zijn alle ontwikkelingen van de meicirculaire 2022 verwerkt, die effect hebben op de hogere algemene uitkering: Omschrijving jeugdzorg herverdeling gemeentefonds Opschalingskorting Overheveling naar algemene uitkering Accres Mutatie septembercirc. 2021 / meicirc. 2022
2023 695.904 173.186 478.000 980.039 2.736.221 5.063.350
2024 0 343.832 615.000 984.506 3.342.081 5.285.419
2025 0 343.832 757.000 992.470 4.514.895 6.608.197
2026 0 343.832 0 1.001.169 2.318.171 3.663.172
Taakmutaties Middelen versterking dienstverlening gemeenten In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 in totaal € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. De bedragen zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2021. In de 1e bestuursrapportage 2022 hebben wij deze taakmutatie volledig uitgewerkt voor de jaren 2021 en 2022, waarbij per actielijn is aangegeven welke middelen binnen de algemene uitkering hiervoor zijn opgenomen. De Rijksmiddelen vanaf 2023 zijn nu verwerkt in de meicirculaire 2022. Op basis hiervan wordt (conform de 1e bestuursrapportage 2022) aan de reserve versterking dienstverlening gemeenten de volgende bedragen toegevoegd: € 69.932,00 in 2023; € 67.932,00 in 2024; € 67.932,00 in 2025 en € 75.590,00 in 2026.
Daarnaast worden (conform de 1e bestuursrapportage 2022) de middelen voor systeemleren voor 2023 en verder (jaarlijks € 6.500,00) toegevoegd aan het budget onderhoud programmatuur. Salarislasten zorgdomein: onderdeel Jeugd De taakmutatie voor het onderdeel jeugd bedraagt voor 2023 € 49.347,00. Deze middelen worden ingezet om de meerjarige indexering van de jeugdprofessionals financieel op te kunnen vangen. De afgelopen jaren zijn de tarieven van de jeugdprofessionals sterker gestegen dan waar we in onze begroting rekening mee hielden. Met ingang van 1 januari 2020 heeft Spr!ng de tarieven verhoogd met een voorlopig indexcijfer van 5% en per 31 december 2020 afgerekend op 5,4%. Vervolgens is per 1 januari 2021 gerekend met een voorlopig indexcijfer van 3,5% en afgerekend op 5,8%. Ook voor het jaar 2022 wordt geïndexeerd, nu met een voorlopig indexcijfer van 2%. Dit betekent concreet dat de kosten in drie jaar tijd met ruim 13% zijn toegenomen. Hierbij benadrukken we dat deze kostenstijging geen gevolg is van formatie-uitbreiding. Om het budget voor jeugdprofessionals weer te laten aansluiten met de werkelijk kosten wordt het bedrag van de taakmutatie onderdeel jeugd van € 49.347,00 structureel toegevoegd aan het budget.
38
Deze taakmutatie is voor het jaar 2022 ook al in de 1e bestuursrapportage 2022 verwerkt. Omdat de middelen vanaf 2023 pas in de meicirculaire 2022 zijn toegevoegd worden ze door middel van deze Kadernota structureel in de begroting opgenomen. Effect meicirculaire op begrotingssaldo Omschrijving Mutatie septembercirc. 2021 / meicirc. 2022 AF:overheveling naar algemene uitkering AF:Raadsledenvergoeding kleine gemeenten AF:Taakmutatie versterking dienstverl. gemeenten AF:Taakmutatie Salarislasten zorgdomein Jeugd Effect algemene uitkering op begrotingssaldo
2023 5.063.350 980.039 2.724 76.432 47.430 3.956.725
2024 5.285.419 984.506 2.724 74.432 48.379 4.175.378
2025 6.608.197 992.470 2.724 74.432 49.347 5.489.224
2026 3.663.172 1.001.169 2.724 79.090 50.334 2.529.855
Decentralisatie- en integratie-uitkering Decentralisatie-uitkering armoedebestrijding kinderen Vanaf 2017 is landelijk € 85 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede van kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 (betreft nu dus 2023) en verder. De middelen worden verdeeld op basis van door CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede. Op basis van de actualisatie wordt het bedrag vanaf 2023 verlaagd van € 74.452,00 naar € 71.520,00. Decentralisatie-uitkering extra capaciteit BOA's In de openbare ruimte verrichten BOA’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOA’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. De Tweede Kamer heeft d.d. 23 september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel € 200 miljoen is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel € 25 miljoen voor de BOA’s beschikbaar gesteld. In zijn brief van d.d. 12 november 2021 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) aangegeven op welke wijze hij deze € 25 miljoen wil inzetten.
Naast onder meer € 5,5 miljoen voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, wordt € 13 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. De € 13 miljoen loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Het structurele bedrag binnen het gemeentefonds voor de gemeente Rucphen bedraagt € 32.635,00. Integratie-Uitkering Sociaal Domein (IUSD) Zoals bekend is vanaf 2019 een groot deel van de integratie-uitkering Sociaal Domein overgeheveld naar de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2022 is nog gedeelte overgeheveld naar de algemene uitkering, de IUSD 18+/voogdij en een gedeelte van participatiewet Wajong en begeleiding. Voor enkele onderdelen wordt nog wel een integratie-uitkering ontvangen. Op basis van de meicirculaire 2022 is de integratie-uitkeringen participatiewet (begeleiding en Wsw) geactualiseerd. De mutatie op de integratieuitkering participatiewet (Wsw) wordt ook toegepast op het budget Wsw. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen afgezet tegen de nieuwe bedragen o.b.v. de meicirculaire 2022: Omschrijving JEUGD: IUSD 18+/voogdij (OUD) JEUGD: IUSD 18+/voogdij (NIEUW) Totale mutatie (ivm overheveling naar Alg Uitk) Omschrijving PW: IUSD (Reint. Wajong/Begel.) (OUD) PW: IUSD (Reint.
Wajong/Begel.) (NIEUW) Totale mutatie (ivm overheveling naar Alg Uitk)
2023 616.283 0
2024 616.283 0
2025 616.283 0
2026 616.283 0
-616.283
-616.283
-616.283
-616.283
2023 349.132 174.501
2024 371.879 190.064
2025 398.485 205.680
2026 424.341 221.422
-174.631
-181.815
-192.805
-202.919
39
Omschrijving PW: IUSD (Wsw) (OUD) PW: IUSD (Wsw) (NIEUW) Totale mutatie budget Wsw
2023 5.681.010 5.779.445 98.435
2024 5.400.977 5.521.412 120.435
2025 5.209.687 5.316.734 107.047
2026 5.075.168 5.197.908 122.740
Overige ontwikkelingen o.b.v. meicirculaire 2022 BTW compensatie Fonds (BCF) Onderdeel van de algemene uitkering is de stelpost ruimte plafond BTW compensatiefonds. Het Ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten “kan” worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt: Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Voor de begroting 2023 is dit de realisatie 2021 zoals die in de meicirculaire is opgenomen. Deze komt neer op een bedrag van € 369.000,00. De provinciale toezichthouders gebruiken dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2023-2026. Omdat er al jaren sprake was van een daling van de ruimte onder het BCF-plafond vinden wij het nu niet realistisch deze inkomstraming structureel te verwerken in deze Kadernota. Bij de begroting 2023 zullen wij de afweging maken of het verantwoord is deze stelpost (gedeeltelijk) op te nemen.
Omgevingswet Vanuit het gemeentefonds draagt het Rijk in totaal € 150 miljoen bij aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Voorwaarde hierbij is dat er een stelselevaluatie volgt waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. Deze € 150 miljoen is in deze meicirculaire nog niet geboekt, maar wordt in de septembercirculaire 2022 verwerkt. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire. Wet kwaliteitsborging bouwen Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), ontvangen gemeenten in 2022 een bijdrage van € 25 miljoen, in aanvulling op de € 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. Van de € 25 miljoen gaat een klein deel naar het BTW compensatiefonds, daarmee is een bedrag van € 24,567 miljoen beschikbaar voor het gemeentefonds. Daarnaast ontvangen de gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage van € 10 miljoen in 2023 tot en met 2026 voor het uitvoeren van de Wkb-taken. De middelen zijn in deze meicirculaire nog niet geboekt, maar worden in de septembercirculaire 2022 verwerkt.