CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 1c. AB160426 - 4.1c - Jaarverslag_katern 2_A4_ODRA_2025

1.2 Raadsvergadering 26 mei 2026, gemeente RozendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken12.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2025 JAARVERSLAG OMGEVINGSDIENST REGIO ARNHEM KATERN 2

7

INLEIDING, GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN

033

7.1 INLEIDING • De jaarrekening bestaat uit twee katernen. Katern 1 is het jaarverslag met de resultaten volgens afgesproken programma- en taakveldindeling van het Gelders Stelsel. • Katern 2 is de jaarrekening. Hierin verantwoorden we ons over de financiën van 2025. Dit doen we aan de hand van de grondslagen en uitgangspunten, die zijn bepaald door de richtlijnen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast maakten we met de zes omgevingsdiensten in Gelderland en onze partners (gemeenten en provincie) afspraken over de programma- en taakveldindeling en de detaillering van onze verantwoording. We spreken over de programma’s Vergunningen, Toezicht/ Handhaving, Advies en Projecten. Verder is een indeling gemaakt op de taakvelden Milieu/Algemeen en Bouw. Dit sluit aan bij de indeling die vanuit de robuustheidseisen wordt gebruikt, namelijk ‘basis- en milieu gerelateerde taken’ en ‘plus-taken’. Een derde indeling is de verantwoording op categoriaal exploitatie-niveau (kostensoorten). Deze worden aangevuld met alle vereiste cijfers en toelichtingen op onze balanspositie en alle door de BBV voorgeschreven overzichten.

7.2 GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN VOOR DE JAARREKENING Wettelijk kader en bestuurlijke afspraken • BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. • Financiële verordeningen Omgevingsdienst Regio Arnhem (actualisatie is vastgesteld in dec. 2023). • Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). • De systematiek van ‘Beheerste outputfinanciering’; diensten en producten worden afgerekend tegen vooraf vastgestelde prijzen (vastgelegd in de Producten en Diensten Catalogus (PDC 2024)) en werkelijke aantallen. Deze methodiek geldt voor alle opdrachten van klanten, met uitzondering van de provinciale programma’s en opdrachten van derden. Deze worden afgerekend op uren x tarief.

•

•

•

•

Directe kosten en overhead onderscheiden we in: Directe kosten: dit zijn de personeelskosten en kosten die volledig gerelateerd kunnen worden aan het primaire proces. Deze kosten worden toegerekend aan de programma’s en taakvelden op basis van de verhouding van de tijdsbesteding door medewerkers. Overheadkosten (indirect): dit zijn de loonkosten van medewerkers bedrijfsvoering, staf en management, teamleiding, huisvesting, ICT en facilitair voor zover deze niet worden gemaakt voor projecten en specifieke opdrachten en activiteiten in het primaire proces. Voorzieningen: deze berekenen we op basis van het financiële risico en toekomstige kosten voor zover we deze tijdens het opstellen van de jaarrekening (februari 2026) konden vaststellen. Exploitatieresultaat: dit is het verschil van baten, lasten en dotatie/onttrekking aan voorzieningen. Het exploitatieresultaat wordt na het afsluiten van het boekjaar gemuteerd op de algemene reserve en bestemmingsreserves, tenzij het Algemeen Bestuur anders besluit. Algemene reserve: volgens de robuustheidscriteria moet de weerstandsratio minimaal 0,8 zijn. De omvang van de Algemene reserve is medebepalend voor de weerstandsratio. Het Algemeen Bestuur besluit over de bestemming van het resultaat en kan besluiten tot het instellen van een bestemmingsreserve.

Continuïteit ODRA: er zijn geen meerjarige toezeggingen van klanten aan ODRA over de meerjarige begroting. Elk jaar wordt op basis van de geaccordeerde begroting een werkprogramma afgesproken. De bijdragen zijn voor een deel van structurele aard. ODRA voert de wettelijke taken voor milieuvergunningen en toezicht uit.

Resultaat We sluiten het boekjaar 2025 af met een positief exploitatieresultaat van afgerond € 55.000. Na vrijval van de bestemmingsreserve verlof ontstaat een resultaat van afgerond € 122.000 Hierbij is de dotatie aan de verlofvoorziening verwerkt. De accountant heeft bij haar controle een aantal bevindingen gedaan die in totaliteit onder de foutengrens blijven. Deze zijn daarom niet meer verwerkt in deze jaarrekening.

Toerekening en berekeningswijzen • Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop de dienst en/of het product betrekking heeft: • Baten zijn de in rekening gebrachte bedragen aan alle klanten. Dat doen we op basis van de afgesproken tarieven voor de producten en diensten in de PDC. Alleen voor de Specifieke Uitkerings (SPUK) projecten zijn afwijkende diensten geformuleerd, met afgesproken (afwijkende) tarieven. • Voor nog niet afgeronde producten (onderhanden werk) berekenen we op basis van verstreken doorlooptijd in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd per product een percentage. Dat percentage x het tarief van het betreffende product is de waarde die is opgenomen, onder aftrek van de stand van voorgaand jaar. • Lasten zijn de personeelskosten (eigen medewerkers en inhuur), huisvesting, facilitair, bovenregionale kosten, advieskosten en materiële kosten voor projecten.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

8

BATEN EN LASTEN; PROGRAMMA-INDELING, PRODUCT – EN KLANTGROEPEN

035

8. 1 INDELING VAN DE VERANTWOORDING In ‘Tabel 1: Staat van baten en lasten’ hanteren we een indeling in taakvelden en programma’s. Kosten en baten gefinancierd uit bestemmingsen balansfondsen hebben we niet gecategoriseerd op programmaniveau. Deze zijn opgenomen en toegelicht in de categoriale exploitatierekening. We hanteren naast de dimensies programma’s en taakvelden een indeling in klantgroepen en productgroepen. We gebruiken klantgroepen en productgroepen om het systeem van beheerste outputfinanciering te laten werken. Klanten We hebben alleen publiekrechtelijke organisaties als klant. We maken in de staat van baten en lasten onderscheid tussen vier klantgroepen: • Partners – dat zijn 10 gemeenten in de regio Arnhem en provincie Gelderland voor reguliere taken. • Provincie – voor de provinciale programma’s PCH (toezicht op complexe bedrijven) en PAB (aandachtsbedrijven). • Omgevingsdiensten in Gelderland. • Derden – alle overige klanten, zoals gemeenten die niet onze partners zijn, omgevingsdiensten buiten Gelderland en Omgevingsdienst NL, brancheorganisaties en verschillende ministeries. Deze laatste geven subsidie voor projecten die via de SiSa-verantwoording lopen.

Productgroepen In ons financieringssysteem hanteren we een vijftal productgroepen, gebaseerd op de volgende methodiek: • Producten – brengen we in rekening op basis van vaste productprijs x aantal geleverde producten. • Diensten - op basis van een uniform uurtarief (€ 104,- per uur). • Gezamenlijke diensten - op basis van fixed price voor het gehele pakket aan diensten. • Materiële kosten – belasten we 1 op 1 door op basis van nacalculatie werkelijke kosten.

In het voorjaar 2025 startten we met het actualiseren van de begroting 2025. We kozen voor een actualisatie omdat de aangepaste begroting beleidsarm is en er geen ongedekte effecten voor de partners zijn. Daar waar de werkpakketten qua omvang zijn gegroeid, is dit afgestemd of is er dekking voor. De belangrijkste redenen voor de actualisatie zijn de toegenomen orderportefeuille. Dit ontstond vooral door projecten vanuit het Rijk (SPUK) en provincie. Een ander belangrijk project betreft de fusie van ODRA en ODRN. Deze is ook verwerkt in de geactualiseerde begroting 2025. Dit leidt tot een groei van het aantal medewerkers en daarmee de personeelskosten. Daarnaast zijn de kosten geactualiseerd op de inflatie en de CAO-2025. De totale omvang van de initiële begroting 2025 was € 26,5 miljoen. De geactualiseerde begroting gaat uit van € 28,4 miljoen. De stijging komt voor € 0,1 miljoen door groei van de werkpakketten, € 0,5 miljoen door uitvoering van de extra aanvullende opdrachten en projecten en € 1,3 miljoen vanwege fusiekosten ten behoeve van de fusie van ODRA en ODRN tot ODGM.

8.3 VERSCHILLEN BEGROTING EN REALISATIE PER PROGRAMMA In ‘Tabel 1: Staat van baten en lasten’ geven we per programma, per taakveld, een specificatie weer van de begrote en gerealiseerde resultaten. Over het algemeen zien we een verbeterd resultaat voor de programma’s onder het werkprogramma, terwijl het resultaat op projecten ongeveer volgens verwachting is. Het saldo op het programma Vergunningen laat zien dat de implementatie van de Omgevingswet vooralsnog leidt tot het effect dat gemiddeld meer uren worden besteed aan vergunning­ verstrekking dan waarop onze kengetallen zijn gebaseerd.

Producten- en dienstencatalogus Wij werken met een producten- en diensten catalogus (PDC) waarin elk van de ongeveer 80 producten en diensten zijn beschreven op inhoud, kwaliteitsniveau en prijs. We koppelden elke dienst en product aan een taakveld en een programma. De realisatie van de baten komt voort uit deze koppeling. De realisatie van de programma- en/of taakveldkosten baseren we op de verhouding van de tijdsbesteding op de producten x gemiddeld tarief. Voor partners, omgevingsdiensten en de provincie voor de provinciale programma’s geldt dat we vooraf een werkpakket afspreken. Werk voor overige klanten, de projecten en alle opdrachten van partners die niet zijn opgenomen in het basiswerkpakket, beschouwen we als ‘aanvullend werk’ en daarmee een extra dimensie in de monitoring en beheersing van ons werk.

8.2 INITIËLE BEGROTING EN BEGROTINGSWIJZIGING Op 17 april 2024 besprak het Algemeen Bestuur (AB) de initiële begroting 2025 en op 12 september 2024 stelde zij deze met inacht­ neming van de zienswijzen van Gemeenteraden en Provinciale Staten vast.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

036 Tabel 1: Staat van baten en lasten per programma Staat van baten en lasten Programma’s x € 1.000

037

Actuele bg 2025 Bouw

Milieu

Realisatie 2025

Verschil Totaal real-bg

Bouw

Milieu

Totaal

2.882 1.351 1.205 565 -209 3.512 1.653 53 18 884 -522 -245 Saldo vergunningen

4.233 1.771

3.216 1.694 *niet specifiek begroot 3.293 1.735 *niet specifiek begroot 77 41

Toezicht en handhaving (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo handhaving Verschil real. met begroting

2.688 9.584 12.272 *niet specifiek begroot 2.688 9.585 12.273 *niet specifiek begroot 0 2 2

6.434 2.691 -460 9.495 64 -576 144 434 Saldo toez. & handh.

Advies (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo advies Verschil real. met begroting

561 2.963 *niet specifiek begroot 580 3.064 *niet specifiek begroot 19 101

3.524

-45

3.644

240

120

285

Stelseltaken (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo stelseltaken Verschil real. met begroting

332 *niet specifiek begroot *niet specifiek begroot *niet specifiek begroot -332

Projecten (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo algemeen Verschil real. met begroting Vanuit balans & overige baten en baten Baten ontrokken uit balans Rente baten en overig Totaal • kosten • baten Saldo Resultaat na bestemming reserveontrekking

4.910 5.028 118

-1.093

Milieu

Kosten

2.829 1.207 990 422 5.166 2.872 1.535 71 93 5.237 -855 -94 -766 Saldo vergunningen

4.036 1.413

-6.003

2.136 894 3.174

8.570 3.585

-12.155

321 134 434 -21 Saldo advies

2.195 918 2.714 255 -144

2.516 1.052

-3.569

Totaal 17%

-5.449

4.407 93 4.500 -949 44%

1.916 6.441 671 2.255 12.669 2.479 9.099 64 0 56 12.733 -107 459 578 Saldo toez. & handh.

8.357 2.926

-11.282

12%

11.578 56 11.634 352 11%

459 1.838 161 643 3.148 413 2.346 255 0 173 3.403 -207 38 -165 Saldo advies

2.297 804

-3.101

2.760 173 2.933 -169 0%

332

-12

127 217

127 217

176 161 0

176 161 0

0 -337 -343 Saldo stelseltaken

-337

0 -332

12

-343 Saldo stelseltaken

-343

21% 6.065 *niet specifiek begroot 6.093 *niet specifiek begroot 28

6.065

1.356 -1.293 63 21.599 21.834 235

1.356 -1.293 63 28.395 28.395

6.796 6.561 -235

6.093 28

Vergunningen: saldo programma € 0,77 miljoen negatief De baten zijn € 0,21 miljoen hoger dan begroot. Er zijn meer diensten (ongeveer 1.300 uur) en meer producten (122 stuks) geleverd. Sinds de invoering van de Omgevingswet komen er minder concrete aanvragen voor vergunningen en minder meldingen binnen. Dit is een landelijke trend, waarbij de stikstofproblematiek een mogelijke oorzaak is. Er is meer vraag naar dienstverlening en advisering bij initiatieven. En er worden vaker maatwerk­

Katern 2 | Jaarverslag 2025

Bouw

45% 117

93

4.211 1.761 61 4.457 1.575 -32 60 Saldo projecten

-0

Toelichting tabel 1: Realisatie per programma We hebben € 298.500 minder baten gerealiseerd dan begroot. Per programma zijn de verschillen tussen de begroting, de kosten en baten, als volgt te verklaren: •

% Real 19%

Vergunningen (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead* • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo vergunningen Verschil real. met begroting

7.572 7.174 -399

601 90 691 20.470 20.923 453

- 728%

828%

4.211 1.761

-5.972

19%

4.408 1.543 4.457 0 4.958 1.575 1.916 6.032 0 923 60 Saldo projecten

601 90 691 28.042 28.097 55

0 0 0 -337

7.027 5.858 -1.169

72 176 248 19.094 20.330 1.236

-1 737%

1 837%

4.408 1.543

-5.951

4.958 1.916 6.873 923

72 176 248 26.121 26.188 67

vergunningen verleend. Na de inwerkingtreding van de Omgevings­ wet bleef het aantal projecten met een omvangrijke planologische procedure tot nu toe beperkt tot de grotere, uitzonderlijke projecten. Daar staat een forse toename van het aantal uren begeleiden van BRIKS-trajecten tegenover. Veel van de projecten bevinden zich momenteel in intensieve voortrajecten. De complexiteit en omvang van de ontwikkelingen vragen structureel meer capaciteit. De kostenontwikkeling laat zien dat we na invoering van de Omgevingswet nog niet de genormeerde uren per product kunnen halen. Het resultaat is een negatief saldo op vergunningen. •

diensten (ongeveer 2.200 uur) en minder producten (185 stuks) geleverd. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet werden gemeenten zelf bevoegd gezag voor bodemsaneringen. Na ruim een jaar is te merken dat er via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog steeds minder ‘meldingen voor graven’ binnenkomen dan verwacht. In het DSO moeten initiatiefnemers hun milieubelastende activiteit melden. De trend in de bouwvergunningen heeft gevolgen voor toezicht op de bouw, waardoor de realisatie lager is. Daar staat tegenover dat er meer controles op bestaande bouw uitgevoerd zijn, zoals controles op huisvesting arbeids­ migranten, illegale situaties, incidenten (o.a. stadsbrand in Arnhem) en een toename van het aantal klachten.

Realisatie 2024

•

Advies: saldo programma € 0,17 miljoen negatief De baten zijn € 0,24 miljoen lager dan begroot. Er zijn minder diensten geleverd (ongeveer 2.600 uur). De lagere uren voor Advies bouw zijn in de begroting verkeerd toegewezen uren van sanerings­evaluaties. Dit was begroot onder bouw, maar het gaat hier om milieutaken. Er zijn, net als vorig jaar, behoorlijke overschrijdingen bij de Adviesrapporten Leefomgeving. De begrote uren worden jaarlijks te laag ingeschat, terwijl er meer aanvragen binnenkomen voor allerlei verschillende thema’s. Bij de meetrapporten is er ook een toename. Dit komt onder andere door de vele klachten over warmtepompen waarbij we extra geluidsmetingen uitvoerden. De personeelskosten vallen iets hoger uit.

Tabel 2: Realisatie per productgroep Kerntabel x € 1.000 Aantal producten Omzet Producten Diensten Gezamenlijke diensten Doorbelaste materialen Balans Overige inkomsten Totaal baten Kengetallen en fte’s • uitvoering • overhead Totaal lasten Saldo Gemid. kengetal p/prod. Benodigde cap. (uren)

8.916

Actualisatie 2025 Gem. Omzet % tarief

€ 819 € 104

7.302 26% 16.737 59% 2.365 8% 635 2% 1.293 5% 63 0% 28.395 100%

fte's 182 48 229

kosten 19.473 69% 8.923 31% 28.396 100%

Aantal producten

8.853

•

Projecten: saldo programma projecten € 0,60 miljoen positief De baten zijn € 0,61 miljoen lager dan begroot. De kosten liggen lager doordat de inzet van uren op een aantal onderdelen achter­ blijft. In totaal wordt ongeveer 800 uur minder besteed dan begroot. De onderschrijding bij Programma Aandachtsbedrijven (PAB) wordt met name veroorzaakt door niet bestede materiële budgetten door minder nieuwe omgevingsscans. Bij de Drinkwaterreserveringsgebieden en Wet Natuurbescherming (WNB) kwamen er afgelopen jaar minder meldingen binnen. De Erkende Maatregelenlijst (EML)-controles zijn aangevuld met aanvullende opdrachten voor Rheden en Zevenaar.

•

Stelseltaken: hier worden alleen kosten op gerealiseerd. Inhoudelijk is dit toegelicht in katern 1.

•

Balans en saldo: De opbrengst die onttrokken is uit de balans zijn subsidie­projecten voor de fusie en de meetdienst. Saldo 2025 is vóór bestemming. In 2024 is het saldo weer­gegeven dat na bestemming is toegevoegd aan de bestemmingsreserve Verlof.

Zie voor de exacte aantallen bijlage 2.

Realisatie 2025 Gem. tarief

Omzet % Aantal begroti producten

€ 843 € 105

7.462 102% 16.862 101% 2.565 108% 517 81% 601 46% 90 142% 28.097 99%

fte's 189 41 230

kosten 19.656 101% 8.386 94% 28.042 99%

0 7,9 uur 251.142 uur begroot

8.180

Realisatie 2024 Gem. tarief

Omzet %

€ 783 € 99

6.406 24% 16.208 62% 2.310 9% 931 4% 0 0% 333 1% 26.188 100%

fte's 186 45 232

kosten 19.274 74% 6.847 26% 26.121

55 7,8 uur 252.221 uur gerealiseerd

67 100%

7,9 uur 262.474 uur gerealiseerd

Toelichting tabel 2: Realisatie per productgroep Verschillen tussen realisatie en actuele begroting: • We hebben minder producten geleverd dan in de actuele begroting was aangenomen. Deze lagere realisatie zit vooral in het programma toezicht en handhaving (zie bijlage 2).

Toezicht en handhaving: saldo programma € 0,58 miljoen positief De baten zijn € 0,46 miljoen hoger dan begroot. Er zijn meer

Omgevingsdienst Regio Arnhem

038

039

8.4 OVERHEAD SPECIFICATIE

Tabel 5: Overzicht financiering uit reserves Mutaties reserves Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Realisatie 2024 x € 1.000 Toev. Ontt. Saldo Toev. Ontt. Saldo Toev. Ontt. Saldo Algemene reserve 67 712 644 144 644 BR provincietaken 80 79 13 79 BR bur. mil. metingen 29 36 44 42 80 BR Verlof 67 -0 67 • onverdeeld resultaat 55 67 55 67 67 Saldo 67 821 122 104 889 211 54 871

De totale overhead is uitgekomen op afgerond € 8,4 miljoen. In tabel 3 is de opbouw weergegeven. De totale overhead (exclusief voorziening) bedraagt 30% (begroot is 31%). Ten opzichte van 2024 zien we een stijging bij Huisvesting & Facilitair door hogere servicekosten en huur. De projecten hebben een stijging ten opzichte van 2024 door de fusiekosten en verhuizing van de meetdienst. De stijging van de onvoorziene en overige kosten ten opzichte van 2024 heeft te maken met facturen die betrekking hadden op 2024 (€ 58k), waaronder de afrekening van de servicekosten 2024. Andere minimale stijgingen ten opzichte van 2024 worden veroorzaakt door indexering. In 2025 vallen de stelselen advieskosten lager uit dan begroot. Tabel 3: Specificatie overhead Overhead specificatie (indirecte kosten) x € 1.000 Personele overhead

Toelichting op Tabel 5: Financieringen uit reserves Het resultaat van 2024 is op basis van het besluit van het AB volledig toegevoegd aan de bestemmingsreserve Verlof. Eind 2025 stelden we vast dat er een dotatie aan de verlofvoorziening van € 220.000 noodzakelijk is. Deze dotatie is ten laste gebracht van de exploitatie. Na besluitvorming over de vrijval van de bestemmingsreserve verlof ontstaat een financieel resultaat van afgerond € 122.000.

Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Direct Totaal Overhead Direct Totaal Overhead 5.200 18.445 23.645 5.385 18.739 24.124

Materiële overhead • Huisvesting & Facilitair • ICT • Stelselkosten • Advieskosten • Onvoorzien en overig • Projecten • Dotatie / Vrijval Balans Subtotaal mat. overhead Totaal • Saldo % van de totale kosten

1.107 839 296 147 111 1.229 -7 3.723

1.027

1.107 839 346 332 125 2.008 -7 4.750

964 811 217 214 69 729 -2 3.001

127 20 15 755 0 917

8.923

19.473

28.396

8.386

19.656

31%

69%

30%

70%

50 184 14 779

964 811 343 234 84 1.483 -2 3.918 28.042 55

Realisatie 2024 Overhead Direct 4.887 17.853

824 806 161 178 -9

Totaal 22.740

990

824 806 337 433 -9 990

1.960

1.421

3.381

6.847

19.274

26.121 67

26%

74%

176 255

8.5 FINANCIERING EN DEKKING Tabel 4: Overzicht van dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Realisatie 2024 x € 1.000 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Exploitatie 27.039 28.396 -1.357 27.406 28.042 -636 26.012 26.121 -109 Overzicht van dekkingsmiddelen • Lokale heffingen • Algemene uitkeringen • Dividend • Saldo financiëringsfunctie 1.356 1.356 691 0 691 176 176 • Reserves (voor resultaat bestemming) 0 55 67 Saldo 28.395 28.396 28.097 28.042 26.188 26.121

Toelichting op Tabel 4: Overzicht dekkingsmiddelen We kennen vier financieringsstromen die gerekend worden tot de exploitatie: • baten van partners; • baten uit provinciale programma’s; • baten van de omgevingsdiensten in Gelderland; • baten van derden. Het saldo financieringsmiddelen bestaat uit vrijval uit reserves en voorzieningen en rente. We hebben geen beleggingen uitstaan en dus geen dividend uitgekeerd. We innen geen lokale heffingen en ontvangen geen uitkeringen uit algemene fondsen.

Katern 2 | Jaarverslag 2025

Omgevingsdienst Regio Arnhem

9

STAAT VAN BATEN EN LASTEN CATEGORIALE INDELING

041

9.1 BATEN In de voorgaande hoofdstukken presenteerden we de baten op programma of taakveld en per productgroep. In tabel 7 geven we de verdeling over de klantgroepen weer. Sheet1

Tabel 6: Staat van baten Staat van baten en lasten (categoriaal) x € 1.000

Baten dienstverlening Provinciale programma's Partners werkprogramma Omgevingsdiensten Derden en overig Projectgelden en subsidie

Actuele begroting 2025

Realisatie 2025 % tov bg

Realisatie 2024

5.821 18.909 704 1.300

5.767 19.257 746 666 454

99% 102% 106% 51%

5.588 17.683 730 534 454

Baten dienstverlening Doorbelaste materiële kosten Overige inkomsten Rente baten Vrijval balans

26.733 305

101% 169%

63 1.293

26.889 517 0 90 601

142% 46%

25.009 931 72 176 0

Totaal baten

28.395

28.097

99%

26.188

Toelichting op Tabel 6: Staat van baten Ten opzichte van de begroting is de omzet 101%. Op detailniveau zijn er verschillen: • Voor de provinciale programma’s ‘complexe handhaving en aandachtsbedrijven’ zijn iets minder diensten verricht. Inhoudelijk is dit in katern 1 toegelicht. • Bij partners is de omzet hoger dan begroot. De post derden en overig is lager dan begroot (ook samen met projectgelden en subsidie). Hierin zitten vooral projecten en aanvullende opdrachten (adviesrapporten leefomgeving) en detachering. • Er was € 1,3 miljoen begroot voor derden en overig & projecten. Hierin waren stelposten opgenomen die met aanvullende opdrachten bij partners en provinciale programma’s Page zijn verantwoord in de realisatie. In de projecten zitten de subsidies van1SPUK Energie en SPUK ZZS. • Doorbelaste materiële kosten: hogere realisatie doordat we veel kosten en materialen hebben om de aanvullende opdrachten, projecten en deels het werkpakket uit te kunnen voeren. • De overige inkomsten gaan over rente in 2025. Deze zijn nu verwerkt onder rentebaten.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

042

043

9.2 KOSTEN: TOTAALOVERZICHT Tabel 7: Staat van lasten Actuele Realisatie begroting 2025 2025

% tov Realisatie 2024 begroting

Personele kosten • Loonkosten mdw. ODRA • Kosten externe inhuur Loonkosten intern & extern

18.229 4.431 22.660

18.579 4.591 23.171

102% 104% 102%

17.249 4.541 21.790

• Opleidingen • Alg. personeelskosten • Voormalig personeel/uitkeringen • Harmonisatie bijdrage Personeelskosten

555 415 15 0 23.645

465 502 -13 0 24.124

84% 121% - 88% 102%

380 886 -316 0 22.740

Bedrijfskosten Huisvesting en mobiliteit ICT-kosten Advieskosten + acc. + comm. Bedrijfskosten

1.107 839 346 2.293

964 811 244 2.019

87% 97% 70% 88%

824 806 433 2.063

Programmakosten Bovenregionale kosten Overige kosten/onvoorzien Progr. kosten (kst. ODRA) Progr. kst. (door te belasten) Programmakosten Totaal kosten Saldo voor mutaties fondsen Boekresultaat verkoop activa Vrijval Bestemmingsreserve Saldo na dotatie

332 125

343 72

104% 58%

2.008 2.465 28.403

1.483 1.899 28.042

74% 77% 99%

-7 -7

55

67

0 55

67

0

337 -9 0 990 1.318 26.121

Realisatie & begrotingsindicatoren De begroting 2025 is opgebouwd vanuit een aantal uitgangspunten en kengetallen. Hieronder geven we deze weer voor de begroting en realisatie in 2025. • De personeelskosten en kosten inhuur zijn samen 86% van de kosten. • De kosten voor Huisvesting en ICT zijn in totaal 8%, de bedrijfs- en overige kosten 4,5%. • De loon- en personeelskosten, huisvesting en ICT zijn de vaste kosten van ODRA. In totaal is dit 76% van de kosten. Deze zijn weinig beïnvloedbaar. Kostenverdeling 2025

Personele kosten Verlof dotatie Kosten externe inhuur Bedrijfskosten Programmakosten

Katern 2 | Jaarverslag 2025

Tabel 8: Formatie bezetting/loonkosten en personele kengetallen Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Realisatie 2024 Formatie bezetting en Intern Extern Totaal Intern Extern Totaal Intern Extern Totaal personele kengetallen Formatie bezetting • lijn afdelingen 158,0 23,7 181,8 80% 165,6 23,5 189,1 82% 158,7 27,6 186,3 80% • bedrijfsv./staf/man. 40,2 5,6 45,8 20% 35,2 5,6 40,9 18% 38,2 7,2 45,4 20% Reguliere capaciteit 198,2 29,3 227,6 200,8 29,2 230,0 197,0 34,7 231,7 Verhouding in †e’s 87% 13% 87% 13% 85% 15% Loonkosten • loonkosten (intern) 18.229 18.229 80% 18.579 18.579 80% 17.249 17.249 79% • inhuur capaciteit 3.544 3.544 16% 3.577 3.577 15% 3.425 3.425 16% • inhuur ondersteuning 886 886 4% 1.014 1.014 4% 1.116 1.116 5% Kosten capaciteit 18.229 4.431 22.660 18.579 4.591 23.171 17.249 4.541 21.790 verhouding 80% 20% 80% 20% 79% 21% Gemiddelde kosten/fte (in €) 91.810 151.613 99.517 92.528 157.374 100.755 87.566 130.701 94.033 -per uur 65,58 108,30 71,08 66,09 112,41 71,97 62,55 81,69 94,03

Toelichting tabel 8: Loonkosten externen en personele kengetallen Loonkosten: • De formatie is begroot op 227,6 fte. De begroting voor de loon­som is gebaseerd op de functieschaal en de gemiddelde periodiek van de werknemers in die schaal. Er was € 18,2 miljoen begroot. • De gemiddelde loonsom is begroot op € 91.810 per fte. De realisatie kwam € 718 per fte hoger uit. Externe inhuur • De externe inhuur in fte komt volgens begroting uit op 13%. • De kosten voor inhuur per fte liggen hoger dan begroot. Dat komt door de gestegen tarieven. De totale kosten liggen € 0,16 miljoen hoger dan begroot. • De kosten van interne capaciteit en externe capaciteit liggen iets boven de begroting.

Uitkeringen en kosten voormalige medewerkers: totale kosten € 60.000 • Er vond een onttrekking plaats aan de personeelsvoorziening voor een voormalige medewerker waarvoor wij kosten betalen. • Onder de post uitkeringen vallen de UWV-vergoedingen voor medewerkers met zwangerschapsverlof. • Harmonisatiebijdragen zijn vergoedingen van toelagen die worden gegeven aan medewerkers die bij de oprichting van ODRA in 2013 zijn overgekomen van de partners.

Overhead en productiviteit • Personele overhead was begroot op 22% en is uitgekomen op 22,5%. De extra inzet van ongeveer 2 fte is ingezet voor detachering bij ODNL. • De totale overhead inclusief materiële overhead (zie tabel 3) is begroot op 31,4% van de omzet. We zijn uitgekomen op 30,0%. Voor de lange termijn is ons doel om de overheadkosten naar 25% te brengen. De overhead ligt hoger door de projectkosten voor de fusie en de verhuizing van de meetdienst. • Productiviteit: deze is begroot op 1358 uur per fte. In 2025 is de productiviteit ongeveer volgens de norm gerealiseerd. Het ziekteverzuim was lager in 2025. Zie voor de inhoudelijke toelichting het onderdeel ‘Bedrijfsvoering’ in katern 1. Opleidingen en overige personeelskosten: totale kosten € 746.000 • Overige personeelskosten is genormeerd op 4,4% loonsom. Het merendeel van de kosten gaat om reiskosten, zowel woonwerk als zakelijk. Een andere grote (en toenemende post) zijn de vergoedingen voor de zogenaamde ‘buitendagvenster’-uren, waarbij toezichthouders ’s avonds, ‘s nachts, en in de weekenden diensten verrichten. De overige personeelsgerelateerde kosten zijn voor werving en selectie, arbo, verzuimbegeleiding en werkkleding. • Onder de werkkostenregeling (WKR) zijn vergoedingen en kosten opgenomen voor collectieve personeelsuitjes en bijeenkomsten, lunches enz.

Volgens de CAO wordt jaarlijks een vergoeding uitgekeerd voor ziektekosten. De vrije WKR-ruimte voor ODRA is berekend op € 0,165 miljoen. De besteding van € 0,152 miljoen blijft daar onder. • Opleidingen zijn genormeerd op 3% van de loonsom. De realisatie is 2,5%.

Omgevingsdienst Regio Arnhem

045

9.4 WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) De WNT is van toepassing op Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Het voor ODRA toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000 op fulltime basis. Naast de in tabel 10 vermelde top­ functionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienst­ betrekking die in een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag ontvingen. Ruben Vlaander is in oktober 2019 aan­ gesteld als directeur. Het inkomen en de vergoedingen in 2025 zijn samen onder de norm van de WNT gebleven. Het Algemeen en Dagelijks Bestuur bestaat uit wethouders en gedeputeerde namens onze partners. Bestuurders krijgen geen vergoeding voor hun bestuurstaak. De kosten van de bestuursleden worden door de bijbehorende partner vergoed. In 2025 is de vertegenwoordiger van Rozendaal afgetreden. Deze is in eerste instantie tijdelijk vervangen en inmiddels definitief. De bestuurder van Arnhem trad af en is vervolgens definitief vervangen. Tabel 9 en 10: Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf 13e maand van de functievervulling. 2025 Jaar Dhr. R.

Vlaander Bedragen x €1 Functie gegevens Directeur Aanvang en einde functievervulling in 2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 Omvang dienstverband (deeltijdfactor in fte) 1,0 Gewezen topfunctionaris Nee Dienstbetrekking Ja Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

€ € €

152.392 23.455 175.847

Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum

€

246.000

9.5 KOSTEN HUISVESTING EN FACILITAIR, MOBILITEIT EN ICT: TOTALE KOSTEN € 1.775.000 Tabel 11: Huisvesting en facilitair Huisvesting & Facilitair x €1.000 Huur Airborn Tower Service kosten Airborn Tower Afschrijvingen inrichting en meubilair Facilitaire kosten Airborne Tower Overige huurkosten (extern) Parkeren/fietsen/wagenpark Totaal Kengetallen • huurkosten en afschrijvingen per fte • facilitaire kosten per fte • huurkosten per m² • aantal fte’s (incl. extern) • aantal m² HV en fac. per werkplek

€0 n.v.t.

Gegevens 2024 Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking

01-01-2024 t/m 31-12-2024 1,0 Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

€ 140.886 € 22.935 € 163.820

Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum

233.000

Naam topfunctionaris (met bezoldiging <€ 2.100 per jaar) Functie Dhr. J. Maouche Voorzitter (DB & AB) Dhr M. van de Wel Bestuurslid (DB & AB) Mw. E. van Esch Bestuurslid (DB & AB) Dhr. J. Schrijner Bestuurslid (AB) Dhr. M.J.A. van den Bos Bestuurslid (AB) Dhr. D. Vreugdenhill Bestuurslid (DB & AB) Mw. B. van Veldhuizen - van OorBestuurslid (AB) Dhr. R. van den Dam Bestuurslid (DB & AB) Dhr. P.L.P.S. Hofman Bestuurslid (AB) Dhr. S. Warmerdam Bestuurslid (AB) Dhr. A. Blokland Bestuurslid (AB) Dhr. GJ. Willemse Bestuurslid (AB) Mw. L. Kaper Bestuurslid (DB & AB) Dhr. B.M. Kagei Bestuurslid (AB)

Partner Renkum Arnhem Arnhem Duiven Lingewaard Prov. Gelderland Doesburg Overbetuwe Rheden Rozendaal Rozendaal Rozendaal Westervoort Zevenaar

Real. 2025

Real. 2024

333 58 227 364 16 109 1.107

249 174 87 336 13 107 964

240 109 88 251 13 122 824

2.459 1.926 165 228 2.023 8.247

1.460 2.270 123 230 2.023 7.089

1.416 1.611 119 232 2.023 5.389

Toelichting tabel 11: Huisvesting en facilitair • We hebben 121 werkplekken (0,6 flexfactor) met gelijkblijvend gehuurde oppervlakte (2.023 m2). De vier etages die we huren (met een 20-jarig huurcontract) zijn volledig duurzaam ingericht met automatische LED, warmteregeling en refurbished meubilair. De huur- en servicekosten komen hoger uit dan begroot, vooral vanwege hogere afrekeningen servicelasten (energiekosten). De facilitaire kosten komen iets lager uit dan begroot. • De huisvestings-, facilitaire- en mobiliteitskosten bleven als geheel binnen de begroting. Bij mobiliteit zijn we bezig met het verduurzamen van de mobiliteit door het wagenpark te elektrificeren en door het beschikbaar stellen van leasefietsen.

175.847

Totale bezoldiging 2025 Het bedrag en de reden: overschrijding wel/niet is toegestaan Toelichting op onverschuldigde betaling

Actuele bg. 2025

ICT-kosten Tabel 12: ICT kengetallen ICT x €1.000

Actuele bg. 2025

Real. 2025

Real. 2024

Licenties (ODRA) Software afschrijving Netwerk (wifi/cloud)* Werkplekkosten ict/afschrijvingen Totaal ICT

575 35 115 114 839

568 21 111 112 811

539 35 114 118 806

Kengetallen • ICT kosten per fte • ICT kosten per werkplek

3.689 6.938

3.525 6.700

3.480 6.664

Toelichting op Tabel 12: ICT Bij ICT wordt volledig ‘mobiel en plaatsonafhankelijk’ gewerkt. Dat wil zeggen geheel via wifi, alles in de Cloud en met Office 365/ Teams als tool. De totale kosten zijn lager dan begroot. Adviseurs en onderzoek: kosten € 244.000 (zie tabel 7) Naast de inhuur van capaciteit voor het primaire proces maken we gebruik van adviseurs voor specialistische taken en onderzoeken. In 2025 waren de grote posten: • Afronding implementatie nieuw bedrijfsvoeringsysteem (€ 45.000) • Ontwikkelkosten Openwave (€ 50.000).

9.6 SPECIFICATIE PROGRAMMA’S EN PROJECTKOSTEN: TOTAAL € 1.889.000 Sheet1 (ZIE TABEL 7) Tabel 13: Bovenregionale kosten (stelselkosten) Stelseltaken Actuele x €1.000 bg. 2025 I-Go Happynizr Kennis & portaal Ketenhandhaving Kwaliteit en coördinatie Personeel en organisatie BSBm Complexe vergunningen gemeentelijk Contributie OD-NL Overig Totaal (kosten OD’s)

Real. 2025 25 95 125 12 15 10 50 0 332

51 2 97 125 4 12 2 0 52 0 343

Toelichting op Tabel 13: Stelseltaken In tabel 13 zijn de kosten opgenomen van taken die gezamenlijk in het Gelders stelsel worden gedaan. In totaal is er bijna € 11.000 meer uitgegeven dan begroot, vanwege een nagekomen post voor het onderwerp Gelders Ondergrond Overleg (GOO).

Periode 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 14-01-2025 13-02-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 11-02-2025 11-02-2025 t/m 03-10-2025 27-10-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 Omgevingsdienst Regio Arnhem

10 BALANS PER 31 DECEMBER 2024

047

Onze jaarrekening 2025 is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Omgevingsdienst Regio Arnhem. Deze verordening is eind 2023 vernieuwd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

•

10.1: GRONDSLAGEN BALANS

10.2: BALANS

Vaste activa • Immateriële vaste activa zijn bij ODRA niet aanwezig. • Materiële vaste activa: de materiële vaste activa met economisch nut zijn geactiveerd tegen de verkrijgingsprijs en verminderd met de ontvangen bijdragen die hierop betrekking hebben. Duurzame waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Deze worden lineair afgeschreven op basis van de economische levensduur. De investeringen in de inrichting van de ICT-systemen behoren tot de materiële activa. • Financiële vaste activa zijn bij ODRA niet aanwezig. Vlottende activa • Voorraden zijn niet van toepassing bij ODRA. • Uitzettingen met rentelooptijd korter dan een jaar: hieronder vallen het onderhanden werk en middelen die zijn ondergebracht in de Rijksschatkist. Onderhanden werk is, na verrekening met de stand van vorig jaar, gefactureerd aan de klanten en komt niet voor op de balans van 2025. • Vooruitbetaalde bedragen hebben betrekking op betalingen van kosten die ten laste komen van volgende begrotingsjaren. Deze zijn nominaal gewaardeerd. Circa € 54.000 betreft overige Nederlandse overheidslichamen. Het restant betreft overige private partijen. • Liquide middelen - de BNG rekening - worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De rekening ‘Rijksschatkist’ is opgenomen onder de ‘uitzettingen korter dan een jaar’.

gemaakte kosten. De overige schulden en de overlopende passiva, zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Langlopende lening, afgesloten met de BNG, voor de dekking van de investering in de huisvesting in 2022. Rente en aflossing staan vast voor 15 jaar.

Tabel 14: Balans Activa x € 1.000 Vaste activa • Materiële vaste activa • Financiële vaste activa Vlottende activa • Liquide middelen • Uitzettingen met rentetypische looptijd <1 jaar • Vooruitbetaalde bedragen Totale activa

Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2025 31-12-2024 749

980

114

139

6.052 326 7.241

6.101 205 7.425

Passiva Boekwaarde Boekwaarde x € 1.000 31-12-2025 31-12-2024 Eigen vermogen • Algemene reserve 644 644 • Bestemmingsreserves 190 159 • Onverdeeld geraliseerd resultaat 55 67 Voorzieningen 1.019 905 Schulden >1 jaar 458 500 Totaal vaste passiva 2.367 2.275 Vlottende passiva • Netto vlottende schulden • Vooruitontvangen bedragen • Overige schulden Totaal vlottende passiva Totale passiva

710 517 3.647 4.874 7.241

821 900 3.429 5.150 7.425

Vaste passiva • Eigen vermogen. Dit betreft de algemene reserve, de bestemmings­ reserves en het saldo van de rekening van baten en lasten (resultaat). Voorzieningen ODRA kent vier voorzieningen: • Harmonisatievoorziening: deze is gevormd bij de oprichting van ODRA in 2013 ter dekking van toekomstige kosten van werknemers die door ODRA van de gemeenten en provincie zijn overgenomen. • Voorzieningen voor kosten van voormalige medewerkers: hier worden alle toekomstige kosten opgenomen van mede­ werkers waar nog uitkeringen of vergoedingen voor betaald moeten worden. • Voorzieningen voor bovenwettelijk verlof. Vanuit de Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat het deel dat wordt gespaard door medewerkers moet worden opgenomen in de voorziening. Vlottende Passiva • Passiva met rentelooptijd korter dan een jaar, zoals de vooruit ontvangen betalingen. Deze hebben betrekking op programma’s en projecten die in het boekjaar nog niet volledig zijn afgerond. Ze zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde na aftrek van de

Omgevingsdienst Regio Arnhem

048

049

Tabel 18: Benutting drempelbedrag Berekening

10.3: ACTIVA Tabel 15: Materiële vaste activa (Im)Materiële vaste activa Boekwaarde x € 1.000 31-12-2025 Investeringen in openbare ruimte met economisch nut Apparatuur en vervoermiddelen kantoor 2 Voertuigen meetdienst 0 Apparatuur meetdienst 57 Inrichting kantoor 367 Meubilair 219 ICT-apparatuur 104 Immateriële activa (software) 0 749

Investeringen

Desinvesteringen

0 -5 11 1 18 30

-5

Afschrijvingen

Bijdragen Boekwaarde Derden 31-12-2024

3 0 36 33 54 109 21 256

Toelichting tabel 15: Materiële vaste activa De materiële activa zijn in 2025 als volgt gemuteerd: • Apparatuur ten behoeve van bedrijfsvoering en kantoor: investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. • Voertuigen meetdienst: de bussen worden in 10 jaar afgeschreven. In februari 2025 is de bus verkocht. Het beleid is om over te gaan op elektrische voertuigen en lease. • Apparatuur voor meetdienst: afschrijving is 5 tot 10 jaar afhankelijk van het type apparatuur. • Huisvesting infrastructuur kantoor. De kosten van de verbouwing en inrichting uit 2022 worden in 15 jaar afgeschreven in overeenstemming met de lening die hiervoor is afgesloten. • Meubilair: afschrijving in 10 jaar. • ICT-apparatuur, laptops en audiovisuele schermen worden in 4 jaar afgeschreven, telefoons in 2 jaar. De investering gaat om mobiele apparatuur voor uitbreiding van de bezetting. • Software investeringen: de investeringen in SAP en OpenWave worden in 5 jaar afgeschreven. Tabel 16: Uitzettingen korter dan een jaar Uitzettingen met een rentetypische Boekwaarde Boekwaarde looptijd < jaar x € 1.000 31-12-2025 31-12-2024 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist looptijd <1 jaar 4.013 3.815 Vorderingen op openbare lichamen 2.009 2.210 Overige vorderingen (incl.

BTW) 30 76 Totaal uitzettingen 6.052 6.101 Toelichting tabel 16: Uitzettingen korter dan 1 jaar In tabel 16 maken we onderscheid tussen de ‘uitzettingen korter dan een jaar’ en de vorderingen. De uitzettingen zijn de middelen die zijn ondergebracht in de Rijksschatkist. Er is een saldo van € 4,01 miljoen beschikbaar op 31 december 2025. De overige vorderingen zijn vooruitbetaalde bedragen aan leveranciers, met name licentiekosten waar vooruitbetaling in de leveringsvoorwaarden is opgenomen. Tabel 17: Liquide middelen Liquide middelen x € 1.000 BNG Betaalrekening Liquide middelen

Boekwaarde 31-12-2025 114 114

Boekwaarde 31-12-2024 139 139

Toelichting tabel 17: Liquide middelen We maken gebruik van twee bankrekeningen: BNG en een rekeningcourant bij het Rijk (schatkistbankieren SKB). Voor de liquiditeitspositie nemen we alleen de BNG-rekening mee. De schatkist is opgenomen bij de ‘uitzettingen’. Het systeem van bevoorschotting, dat we hebben afgesproken met de partners, zorgt ervoor dat er voldoende werkkapitaal aanwezig is en renteopbrengsten worden gerealiseerd. In het geval van grote uitgaven (bijvoorbeeld bij btw en premiebetalingen) kunnen we gebruik maken van een lopend krediet bij BNG van € 1,0 miljoen (rood staan).

Katern 2 | Jaarverslag 2025

5 5 82 400 272 195 21 980

(1) (2) (1) > (2) (3b) = (2) > (1)

Afgesproken Drempelbedrag* Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

2025 1e kw 1.750

2e kw 1.750

3e kw 1.750

4e kw 1.750

630 1.120

465 1.285

770 980

936 814

56.738

42.304

70.866

86.087

90

91

92

92

630

465

770

936

(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b)

Begrotingstotaal 2025 Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan €500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de €500 miljoen te boven gaat (4d) Drempelbedrag ODRA (richtlijn) (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (5a)

(5b)

28.395 28.395

1.750.000

Som van per dag buiten ‘s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal a) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

4d 4d == (4b) (4b) *0,02 *0,02 ++ (4c) (4c) *0,002 *0,002 met met een een minimum minimum van van €1.000.000 €1.000.000 als als het het begrotingstotaal begrotingstotaal kleiner kleiner of of gelijk gelijk isis aan aan 500 500 mln. mln. En En als als begrotingstotaal begrotingstotaal groter groter dan dan €€ 500 500 miljoen miljoen isis isis het het drempelbedrag drempelbedrag gelijk gelijk aan aan €€ 10 10 miljoen, miljoen, vermeerderd vermeerderd met met 0,2% 0,2% van het het deel deel van van het het begrotingstotaal begrotingstotaal dan dan de de €€ 500 500 miljoen miljoen te te boven boven gaat. gaat. van

Toelichting tabel 18: Drempelbedrag kasgeld Standaard is een drempelbedrag van € 1,0 miljoen van toepassing. We hebben een specifieke afspraak (d.d. 25-9-2013) met het Ministerie van Financiën. Daarin is vastgelegd dat de limiet € 1,75 miljoen is om problemen met de liquiditeit bij grote betalingen, zoals salarissen in mei en december, te voorkomen.

10.4 PASSIVA Reserves Het resultaat van 2024 (€ 67.300) is toegevoegd aan de bestemmingsreserve (BR) Verlof. In 2025 zijn de bestemmingsreserves als volgt gemuteerd: • BR Bureau milieumetingen: hieruit worden de afschrijfkosten van de apparatuur en voertuigen van de meetdienst bekostigd. • BR Verlof: de reserve is gevormd bij de bestemming resultaat van 2024 er kan worden besloten om deze te laten vrijvallen ter dekking van dotatie voorziening verlof uit 2025. Dan ontstaat een financieel resultaat van € 122.000. Tabel 19: Reserves Reserves x € 1.000 Algemene reserve BR Provincietaken BR Bureau milieumetingen BR Verlof Resultaat 2024 Onverdeeld resultaat 2025 Reserves

Saldo Resultaat 31-12-2025 bestemming 644 79 44 67 -67 55 889 -67

Toevoegingen

Rentetoerekening

Onttrekkingen

Saldo 31-12-2024 644 79 -36 80

67 67 55 122

-36

871

Omgevingsdienst Regio Arnhem

051 Sheet1

Batig saldo Wij stellen voor het batig saldo van afgerond € 55.000 samen met de vrijval van de reserve verlof in totaal € 122.000 te reserveren in een bestemmingsreserve ongedekte kosten fusie ODRA en ODRN. Zo kunnen we in 2026 de kosten van de fusie, die niet kunnen worden gedekt uit de verkregen subsidies of de lopende begroting, dekken Toelichting op Tabel 20: Voorzieningen Tabel 20: Voorzieningen en langlopende schuld Voorzieningen Saldo Toevoe- AanwenSaldo x € 1.000 31-12-2025 gingen dingen 31-12-2024 Harmonisatietoelage Prov. Gelderland 266 49 315 Verlof sparen/bovenmatig verlof 720 220 500 Personele kosten 33 57 90 Voorzieningen 1.019 220 105 905 Langlopende schuld BNG 458 42 500

De voorzieningen voor toekomstige verplichtingen zijn in 2025 met € 114.000 toegenomen: • Voorziening ‘harmonisatietoelagen’ is bij de oprichting van ODRA ingesteld om garantie toelagen die overgekomen medewerkers ontvangen tot hun uitdiensttreding te dekken. Er is een onttrekking geweest. Er is nog € 266.000 nodig tot 2041. • Voorziening ‘personele kosten’: zie toelichting bij de exploitatie. De toekomstige kosten van voormalige medewerkers zijn opgenomen. • Voorziening ‘bovenmatig verlof’: bij ODRA wordt het spaardeel niet apart geregistreerd. Voor de voorziening wordt op basis van een aantal voorwaarden een deel van de niet opgenomen bovenwettelijke uren voorzien. Als tarief hanteren we het in de begroting opgenomen uurloon. In 2025 heeft een dotatie plaats­ gevonden om de toekomstige verplichtingen te kunnen dekken. Deze dotatie is het saldo van aanwendingen en hoger saldo bovenmatig verlof. Langlopende schulden • Bij BNG is een lening afgesloten voor de financiering van de infrastructuur in het kantoor. Ingangsdatum was 1 juli 2022, de looptijd 15 jaar lineair. In 2025 is er € 41.700 afgelost. De rentelast over 2025 bedroeg € 11.459,• Het aandeel voor 2026 is opgenomen bij de kortlopende schulden.

Vlottende passiva (met looptijd korter dan jaar) Tabel 21: Vooruitontvangen betalingen Vooruitontvangen betalingen x € 1.000 Het Rijk: SPUK subsidie energie SPUK subsidie IBP Fusie Overige Nederlandse overheidslichamen: Warme overdracht bodem Grip op Grond Stortlocaties Mobiele meetstations Subsidies bodemtaken Meetdienst ODRA Fusie Vooruitontvangen betalingen

Saldo 31-12-2025 27 16 133 43 0 0 0 0 173 125 517

Toevoegingen

Toelichting op Tabel 21: Vooruit ontvangen bedragen Eind 2022 kwamen voorschotbedragen op de toegekende subsidies binnen voor SPUK-projecten die begin 2023 zijn gestart en nog niet zijn afgerekend. Begin 2025 kwamen voorschotten voor SPUK Energie 2025 binnen. In het kader van de naderende fusie tussen ODRN en ODRA zijn in 2025 verschillende subsidies van het Rijk en de provincie ontvangen ter dekking van de fusiekosten. Deze subsidies lopen door naar 2026. De besteding/aanwending is verantwoord bij de baten van derden (projecten). In bovenstaande kolom is de aanwending van de fusie subsidies voorlopig evenredig verdeeld over het rijk en overige Nederlandse overheidslichamen. Bij de eindverantwoording in 2026 wordt de aanwending definitief vastgesteld. Daarnaast zijn er nog drie projecten waarvoor al middelen zijn binnengekomen (via voorschotfacturering) en die in 2025 zijn besteed: • Subsidies voor bodemtaken. Het restant budget 2024 wordt in 2025 aangewend als projectbudget voor Warme overdracht bodemtaken. • Voor de Warme overdracht bodem (incl. stortlocaties) zijn middelen door de provincie beschikbaar gesteld aan de gemeenten. Uit deze subsidie worden ook de kosten van ODRA bekostigd. Voor 2025 zijn de bestedingen volgens plan uitgevoerd.

• Ten behoeve van het project ‘Mobiele Meetstations’ (MMS) is in 2024 een voorschot ontvangen voor de eerste investeringen en aanloopkosten. Het restant is in 2025 besteed in het lopende project. • In 2024 is een businesscase 2024-2027 Meetdienst ODRA opgesteld. Deze omvat onder andere een herhuisvesting van de meetdienst. Hiervoor ontvingen we in 2024 een voorschot op de toegekende subsidie. In 2025 verhuisde de meetdienst ook daadwerkelijk naar een nieuwe locatie. De benodigde investeringen en bijbehorende kosten zijn ten laste gebracht van dit voorschot. • In 2025 is besloten dat ODRN en ODRA met ingang van 1 januari 2026 gaan fuseren. Hiervoor zijn in de loop van 2025 een aantal subsidies ontvangen waarmee we de fusiekosten kunnen dekken. De verantwoording van de SPUK-subsidies loopt via de Sisa-richtlijnen en maken onderdeel uit van de jaarrekening. Inhoudelijk zijn de projecten in katern 1 toegelicht.

Aanwendingen

Saldo 31-12-2024

179

442

291 16

400

267

392 971

38 36 6 37 25 235 267 1.354

Tabel 22: SPUK verantwoordingstabellen BeschikkingsIndicator nummer SPUK-energie Specifieke uitkering

KGG K21

•

Eenmalig specifieke uitkering ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht

Indicator 01

Indicator 02

Ontvangen gelden Besteding ten laste van (voorschot) Rijksmiddelen Aard controle R Indicator K21/01 €

1.386.968 €

Indicator 03

Cumulatieve bestedingen ten laste van Rijksmiddelen Aard controle n.v.t Indicator K21/02

442.193 €

Indicator 04

Indicator05

Voldaan aan artikel Voldaan aan 6, artikel 6, tweede lid van de zesde lid van de regeling (ja/nee) regeling (ja/nee) Aard controle R Aard controle D2 Indicator K21/03 Indicator K21/04

1.359.716 Ja

Ja

Eindverantwoording (ja/nee) Aard controle R Indicator K21/05 Nee

SPUK-THE (energie): Toezicht en handhaving op energiebesparingsplicht. De ontvangen middelen zijn de voorschotten van 2023, 2024 en 2025. Het project loopt door tot en met 2026. Er is een beschikking afgegeven voor een totaalbedrag van € 1.565.897. In 2025 is ruim € 442.193 besteed.

Tabel 23: Schulden korter dan 1 jaar Schulden < jaar x € 1.000 Te betalen lonen, loonbelasting Premies IP/OP/NP/FPU Crediteuren openbare lichamen Crediteuren Crediteuren privaat Te betalen BTW Te betalen netto lonen Divers Overige schulden

Stand Stand 31-12-2025 31-12-2024 1.191 1.131 482 233 144 115 673 827 4 1 1.131 1.053 7 57 14 11 3.647 3.429

Tabel 24: Netto vlottende schulden Vlottende schulden (nog te betalen)Stand Stand x € 1.000 31-12-2025 31-12-2024 Facturen openbare lichamen 94 68 Facturen leveranciers 430 325 Afrekeningen met klanten 139 381 Rente en aflossing lening 47 48 Netto vlottende schulden 710 821

Page 1

Toelichting op Tabel 23 en 24: Schulden en overlopende passiva Onze schuldenpositie is aan het einde van het boekjaar altijd relatief groot. Leveranciersfacturen en afdracht belastingen en premies worden toegerekend aan het boekjaar, maar betaald in de eerste maand van het nieuwe jaar. • Voor de btw-afdracht geldt dat het opgenomen bedrag in de tabel de verschuldigde belasting is over het vierde kwartaal 2025, gesaldeerd met de voorbelasting. •

•

Onder de post ‘crediteuren privaat’ zijn verschuldigde bedragen aan de personeelsvereniging en nog te betalen vergoedingen aan private personen opgenomen. De afrekeningen met de klanten zijn een aantal (nog op te stellen) creditnota’s.

81 36 6 37 25 408 900

Omgevingsdienst Regio Arnhem

052

Tabel 25: Niet uit de balans blijkende verplichtingen Overzicht niet uit de balans Looptijd Looptijd Contractw. Contractwaarde blijkende verplichtingen en in maanden eindigt 2026 x € 1.000 tot langdurige contracten x € 1.000 vanaf einde looptijd 01-01-2026 Leasecontracten vervoersmiddelen • Wassink 44 30-8-2029 7 26 • Wassink 24 28-1-2027 9 18 • BK Mobility 2 18-1-2026 9 1 • DutchLease 36 11-11-2028 1 29 • Zoevers variabel variabel 58 50 ICT licenties en beheer •AFAS 48 31-12-2028 51 202 • Bechtle 17 30-5-2027 153 217 • REM 24 31-12-2026 77 153 • Wilroff Rijtsema 6 8 6 • xxllnc 18 11 17 Huisvesting en facilitair • Eusebius BS • Van Oldenbarneveldstraat • Ten Brinke Primaire proces • Geonovation

193 116 30-4-2035 18

398 56 19

6.408 813 28

17

21

30

878

7.998

10.5 NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN Toelichting op Tabel 25: Niet uit de balans blijkende verplichtingen In de tabel zijn alle verplichtingen opgenomen waarvoor in 2025 of eerdere jaren meerjarige contracten zijn afgesloten. Een deel van de contracten wordt in 2025 opnieuw meerjarig afgesloten en een aantal lopen via een Europese Aanbesteding. In de tabel zijn de contracten die in 2025 zijn afgesloten, maar een looptijd hebben van minder dan een jaar, niet opgenomen. Net als de afspraken met leveranciers met een korte (< 1 jaar) opzegtermijn. Deze kosten worden uit de begroting 2025 gedekt en vormen geen risico op frictie of afkoop bij tussentijdse verandering van de organisatie. Diverse verplichtingen • Opgebouwd IKB is niet gekapitaliseerd. Dit is geen verplichting in het BBV vanuit de aanname dat deze jaarlijks gelijk zijn. Wij rekenen de opgebouwde IKB aan het eind van het jaar af. • Reguliere verlofsaldi hoeven volgens de BBV niet gekapitaliseerd te worden. Er wordt uitgegaan van gelijke opnamen in de jaren. De (nieuwe) verplichting om bovenwettelijk verlof wel als voor­ ziening op te nemen is verwerkt in de balans tot € 720.000. • Alle medewerkers in vaste dienst hebben een trekkingsrecht van maximaal € 1.000 voor vijf jaar ter besteding aan een arbogeschikte thuiswerkplek.

De feitelijk afgeroepen vergoeding is in de exploitatie opgenomen bij de algemene personeelskosten. De reservering staat (gesaldeerd) op de balans en bedraagt € 16.800. • Afspraken rond het generatiepact zijn niet gewaardeerd in de jaarrekening.

Katern 2 | Jaarverslag 2025

Gebeurtenissen met gevolgen voor 2026 en later • Er zijn toezeggingen vanuit het ministerie van I en W en het RVO dat in de verantwoording de tarieven kunnen worden gebruikt die standaard zijn voor de betreffende OD’s. In de verantwoording van de SPUK-middelen zijn wij uitgegaan van de tarieven in de initiële begroting en de daarop gebaseerde beschikking. Als de tarieven van de bijgestelde begroting worden gehanteerd, leidt dat tot een hogere omzet in de betreffende jaren. • De fusie die we in 2025 hebben voorbereid heeft gevolgen in 2026 en verder. • Verder zijn er geen andere relevante gebeurtenissen na de balansdatum.

11 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICO’S

054

Wij brengen ons bestuur aan de hand van een dashboard periodiek op de hoogte van de stand van zaken in onze bedrijfsvoering. We staan dan stil bij de operationele risico’s, financiën en ons weerstands­ vermogen. De financiële positie eind 2025 geeft geen directe aanleiding om in 2026 maatregelen voor te stellen aan ons bestuur.

11.1 FINANCIËLE POSITIE, WEERSTANDSVERMOGEN In de tabellen wordt de financiële positie verder geduid: • Weerstandsvermogen: het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate wij in staat zijn financiële tegenvallers in de toekomst op te vangen. In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) is bepaald welke vermogensbestanddelen wij kunnen aanhouden. Deze bestaan uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve staat op € 644.000. Dit is voor verwerking van het batig saldo 2025. Volgens de nieuwe GR die op 1 juli 2024 van kracht werd, nemen we voor de omvang van de algemene reserve de weerstandsratio als uitgangspunt. De norm vanuit het InterBestuurlijk Programma (IBP) is 0,8. Met de toevoeging van het resultaat van 2024 aan de bestemmingsreserve Verlof komt de weerstandsratio op 0,64. Als het batig saldo van 2025 wordt toegevoegd aan de algemene reserve komt de ratio op 0,70. Het Algemeen Bestuur moet bij de vaststelling van de jaarrekening nog beslissen over de bestemming van het resultaat en de vrijval van de bestemmingsreserve verlof.

Tabel 26: Weerstandsvermogen en weerstandsratio Weerstandsvermogen Stand Na resultaat % x €1.000 2025 bestemming omzet Algemene Reserve 644 2,29% • Resultaat boekjaar • Te bestemmen door bestuur 55 0,20% Bestemmingsreserves • BR provincietaken 79 • BR Bureau milieumetingen 44 • BR Verlof 67 Totaal bestemming reserves 190 0,68% Totaal 889 Totale baten (omzet) 28.097 - Percentage weerstandsvermogen 3,2% t.o.v. netto omzet Weerstandsratio 2025 Toev. batig saldo Totaal risico’s x € 1.000 1.000 Post onvoorzien in de begroting 0 Algemene reserves 644 55 64% 70%

11.2: RISICOBEOORDELING In deze paragraaf geven we een beeld van de risico’s die waren geïdentificeerd in de begroting 2025 en welke zich hebben voorgedaan. We hebben (als ze zich tegelijkertijd voordoen) de inschatting gemaakt van ongeveer € 1,0 miljoen aan risico’s voor de bedrijfsvoering. We hebben de risico’s verdeeld in vijf categorieën: 1. Exploitatiesaldo Een saldo in de exploitatie kan ontstaan door het niet realiseren van begrote inkomsten, tegenvallende kosten of kosten voor onvoorziene gebeurtenissen. Nieuw in deze categorie is ook de structurele krappe arbeidsmarkt, waardoor niet aan verplichtingen naar klanten kan worden voldaan en er omzetmarge wordt misgelopen.

055

gaande jaren. In de eerste maanden bleef de omzet wat achter, om vervolgens aan het eind van het jaar ongeveer volgens verwachting uit te komen. De bezetting van personeel was in 2025 beter dan in 2024. We zien de inzet van externen verminderen. Bij bedrijfsvoering blijft het vullen van vacatures lastig. We zien daar, ook als gevolg van ziekte, nog een vrij hoge inzet van externen. 2. Taakuitvoering We kunnen aansprakelijk worden gesteld voor fouten in de taak­ uitvoering en bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld als gedelegeerde bevoegdheden onduidelijk en niet helder vastgelegd zijn. Het gaat hier vooral om een bestuurlijk- en imagoprobleem. We zijn verzekerd voor schadeclaims tot een bedrag van maximaal twee keer € 2,5 miljoen per jaar. Met een eigen risico. In 2025 zijn er geen substantiële claims binnengekomen waarvoor de verzekering is ingezet. 3. Frictiekosten Ondanks de groei van afgelopen jaren, de krappe arbeidsmarkt en organisatorische turbulentie, ontstond in 2025 weinig frictie met financiële consequenties. Er zijn geen partners die taken weer terug in eigen beheer hebben genomen. De frictie van personeel dat niet meer past binnen ODRA is beperkt gebleven. 4. Niet voldoen aan wet- en regelgeving Compliance aan algemene wet- en regelgeving, zoals belastingwetten, privacy, Europese -en nationale verordeningen is een algemeen risico.

Met name voor de rechtmatigheidsverklaring. We zijn vanaf boekjaar 2023 verplicht om een eigen ‘in control-statement’ af te geven, waaruit deze rechtmatigheid blijkt. Deze is in de jaarrekening opgenomen. In 2025 is geconstateerd dat hieruit geen financiële risico’s voortkomen die effect hebben gehad op de exploitatie of begroting 2025. 5. Liquiditeit Ons werkkapitaal wordt gevormd door vermogen, beschikbare voor­zieningen en voorschotten die partners betalen voor onze dienst­verlening. Bij het uitblijven van betalingen van de voorschotten lopen wij een risico dat we salarissen, loonheffing, premies, BTW en crediteuren te laat betalen. We hebben aan het eind van elk kwartaal een saldo van minimaal twee miljoen euro nodig. We dekken een groot deel van de liquiditeitsbehoefte uit de voorschotten van onze partners en zijn daarbij afhankelijk van hun betalingsdiscipline. Die was in 2025 goed.

11.3 FINANCIËLE KENGETALLEN Tabel 27: Financiële kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Structurele exploitatieruimte Liquiditeit Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Stand Stand 31-12-2025 31-12-2024 - 4,1% -3,0% - 5,8% 8,9% pm

11.4: FINANCIERING, TREASURY, BANKIEREN Ons Treasurystatuut is in december 2023 geactualiseerd, samen met de financiële verordeningen. Hieronder een toelichting op de kasstromen en het renterisico beheer. • Externe financieringen: in 2022 zijn we een lening aangegaan ter dekking van de investeringen in de huisvesting. Dit gaat om een 15-jarige lening van € 625.000. De afschrijving van de investeringen loopt hiermee gelijk. De investeringen in ICT worden, gezien de korte looptijd, gefinancierd uit onze liquiditeit. • Investeringen in apparatuur meetdienst: deze worden de komende jaren nog gedekt met het bestemmingsfonds. • We zijn sinds eind 2013 verplicht deel te nemen aan schatkistbankieren. Dit houdt in dat alle banktegoeden boven de drempelwaarde van € 1,75 miljoen, die wij met het Ministerie van Financiën hebben afgesproken, verplicht gestort worden op een rekening-courant bij het ministerie. De overige liquiditeit is onze rekening-courant tegoed. Die hebben we ondergebracht bij BNG. In de financieringsovereenkomst (juni 2020) met BNG is een kredietlimiet afgesproken van maximaal één miljoen euro. • Kasgeldlimiet Fido: in de wet Financiering decentrale overheden (Fido) is een kasgeldlimiet gesteld aan het maximumbedrag waarop wij onze financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd minder dan 1 jaar) mogen financieren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=45d421e3-03e7-4a51-b060-2141d9f969d9