CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage: Was-wordt lijst

1.2 Raadsvergadering 13 december 2022, gemeente RozendaalBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rozendaal 2023 (WMO);12.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college kan lid 1 onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in lid 2 en lid 3. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in lid 1 hij een overeenkomst aangaat. Artikel 27 Meldingsregeling calamiteiten en Artikel 16 Meldingsregeling calamiteiten en geweld geweld 1. Het college treft een regeling voor het 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten melden van calamiteiten en geweld bij de bij de verstrekking van een voorziening door verstrekking van een voorziening door een een aanbieder en wijst een toezichthoudend aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. aan de toezichthoudend ambtenaar. 3.

De toezichthoudend ambtenaar in dienst van 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in de GGD, als bedoeld in artikel 6.1 van de wet, artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de doet onderzoek naar de calamiteiten en calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert geweldsincidenten en adviseert het college over het college over het voorkomen van verdere het voorkomen van verdere calamiteiten en het calamiteiten en het bestrijden van geweld. bestrijden van geweld. 4. Het college kan bij nadere regeling bepalen 4. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij verstrekking van van calamiteiten en geweld bij de verstrekking een voorziening. van een voorziening. Artikel 28 Bestrijding oneigenlijk gebruik, Artikel 17 Voorkoming en bestrijding ten misbruik en niet-gebruik van een onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en maatwerkvoorziening of persoonsgebonden pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de budget wet 1. Het college zorgt voor een rechtmatige en 1. Het college informeert cliënten of hun doelmatige uitvoering van de wet, waaronder vertegenwoordiger in begrijpelijke de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik bewoordingen over de rechten en plichten die en niet-gebruik van deze wet.

aan het ontvangen van een 2.Het college stelt handhavingsbeleid vast, maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en waarin beleidsuitgangspunten en -prioriteiten oneigenlijk gebruik van de wet. worden aangegeven. 3.Het college stelt ter nadere uitvoering van de 2. De cliënt heeft een inlichtingenplicht richting handhaving een handhavingsuitvoeringsplan het college zoals bedoeld in artikel 2.3.8 van de vast met inachtneming van het gestelde in het wet. handhavingsbeleidskader. 3. Het college kan een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel

4.Dit handhavingsuitvoeringsplan omvat in elk geval de wijze van preventie en bestrijding van fraude, oneigenlijk gebruik en misbruik van de wet alsmede welke handhavingsinstrumenten daartoe worden ingezet en de wijze waarop deze worden toegepast. 5.Het college informeert cliënten of hun (wettelijke) vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 6.Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan en rapporteert jaarlijks aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten op het gebeid van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en -prioriteiten zoals vastgelegd in het handhavingsbeleidskader. Artikel 29 Herziening, intrekking en terugvordering 1.Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening.

2.Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a.de cliënt en/of diens (wettelijke) vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b.de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb is aangewezen; c.de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; d.de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb; of

intrekken als sprake is van een of meerdere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.3.10 van de wet. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. Het college kan op basis van artikel 2.4.1 van de wet de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6. Het college kan een terug te vorderen bedrag als bedoeld in lid 5 verrekenen met betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden. 7. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Het college stelt de cliënt aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van dit verzoek. Artikel 18 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot deze controle.

e.de cliënt de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.Als het college een besluit op grond van het tweede lid aanhef en onder a heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb. Artikel 30 Controle 1.Het college kan, al dan niet steekproefsgewijs, onderzoek doen naar het gebruik van maatwerk en algemene voorzieningen met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en de recht- en doelmatigheid. 2.Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot deze controle. Artikel 31 Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. 2. Deze blijk van waardering bestaat uit de dag van de mantelzorg, die jaarlijks georganiseerd wordt. Artikel 32 Klachtregeling 1.

Voor de afhandeling van klachten van cliënten -of anderen die namens de cliënt betrokken zijn geweest bij de procedure zoals bedoeld in hoofdstuk 2- die betrekking hebben op gedragingen jegens cliënt van het college of de voor haar werkzame personen bij de afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze verordening, hanteert het college de klachtenregeling zoals vastgesteld in de Verordening interne afhandeling klachten. 2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders. Artikel 33 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over

Artikel 19 Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. 2. De jaarlijkse blijk van waardering bestaat uit: een uitnodiging voor de dag van de mantelzorger, die jaarlijks georganiseerd wordt. Artikel 25 Klachtregeling 1. Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen. 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 26 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over

voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn waar het betreft geleverde diensten of voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 34 Betrekking van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun (wettelijke) vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun (wettelijke) vertegenwoordigers, vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede lid en de overige onderwerpen als genoemd in artikel 2.1.3, derde lid, van de wet. Artikel 35 Privacy 1.

Het college verwerkt geen gegevens betreffende een cliënt, tenzij dit voor de uitvoering van de wet noodzakelijk is. 2. Het college verwerkt geen persoonsgegevens betreffende een cliënt zonder daartoe van de cliënt toestemming te verkrijgen. 3. In afwijking van het tweede lid kan het college persoonsgegevens van een cliënt verwerken zonder daartoe de toestemming van die cliënt te hebben verkregen, wanneer daarmee tegemoetgekomen wordt aan een spoedeisend belang van de cliënt of een wettelijke bevoegdheid bestaat om te mogen handelen zonder toestemming.

voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 27 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. 3. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van lid 1 en lid 2.

2.

(de privacyregels volgen uit de AVG)

4. Het college beveiligt de persoonsgegevens die zijn verkregen ten behoeve van de uitvoering van de wet deugdelijk en adequaat. Artikel 36 Jeugdwet 1.Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen op grond van de Jeugdwet. 2.In het kader van deze voorgenoemde verantwoordelijkheden van het college wisselen consulenten jeugd en consulenten Wmo persoonsgegevens uit indien dat noodzakelijk is en daar een grondslag voor is. 3.Het college draagt zorg voor de continuïteit van zorg onder zijn verantwoordelijkheid wanneer de jeugdige de leeftijd van 18 jaar bereikt. Artikel 37 Voorzieningen werk en inkomen 1.Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en (re-integratie)voorzieningen op grond van de Participatiewet, waaronder leerwerktrajecten. 2.In het kader van deze voorgenoemde verantwoordelijkheden van het college wisselen consulenten Wmo en consulenten werk en inkomen persoonsgegevens uit indien dat noodzakelijk is en daar een grondslag voor is. Artikel 38 Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt in ieder geval eenmaal per twee jaar geëvalueerd.

Indien de evaluatie daartoe aanleiding bestaat, kunnen het beleid en/of beleidsregels en/of nadere regels en/of het financieel besluit met inachtneming van de bevindingen van de evaluatie, worden aangepast. Het college zendt hiertoe in ieder geval telkens twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. Artikel 39 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 23 Afstemming met Jeugdwet 1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen op grond van de Jeugdwet. 2. In het kader van deze voorgenoemde verantwoordelijkheden van het college wisselen consulenten jeugd en consulenten Wmo persoonsgegevens uit indien dat noodzakelijk is en cliënt daar ondubbelzinnige toestemming voor geeft. 3. Het college draagt zorg voor de continuïteit van de zorg onder zijn verantwoordelijkheid wanneer de jeugdige de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Artikel 24 Afstemming met de Participatiewet 1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en (re-integratie) voorzieningen op grond van de Participatiewet, waaronder leerwerktrajecten. 2. In het kader van de voorgenoemde verantwoordelijkheden van het college wisselen consulenten Wmo en consulenten Werk en Inkomen persoonsgegevens uit indien dat noodzakelijk is en cliënt daar ondubbelzinnige toestemming voor geeft. Artikel 28 evaluatie 1. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per twee jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. 2.

Indien hier aanleiding toe bestaat, kan het beleid en/of de beleidsregels, en/of de nadere regels en/of het financieel besluit met inachtneming van de bevinden van de evaluatie worden aangepast. Artikel 29 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 40 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2015 wordt, met inachtneming van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel ingetrokken, met ingang van inwerkingtreding van deze verordening. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2015, en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2015, wordt beslist met inachtneming van die verordening. Artikel 41 Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning geldende bedragen aanpassen aan de hand van de Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling. Artikel 42 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 februari 2019. 2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019. -

Artikel 30 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019 wordt ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld conform deze verordening. 4. Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019, gebeurt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019 die daarvoor zijn geldigheid behoudt. 5. Van lid 4 kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. -

Artikel 31 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2023. Toelichting (toegevoegd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=395dbfe6-5021-4c58-9506-72ba5eaa3353