CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Koersdocument RMP Reactie SW

1.2 Raadsvergadering 17 september 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Zienswijze concept-koersdocument regionaal mobiliteitsplan 203015.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat gaan wij doen in 2024-2030? E1. Nieuwe doorfietsroutes realiseren E2. Con nue verbeteren van het hoofdfietsnetwerk E3. Versterken feeders hoofdfietsnetwerk, naar de OV-knooppunten, woonbuurten en op- en afgangen van onze bruggen E4. Het integreren van recrea eve fietsroutes aan het doorfiets- en hoofdfietsnetwerk E5. Gericht ingrijpen om de verkeersveiligheid van fietsers te waarborgen

26

E1. Nieuwe doorfietsroutes realiseren De verdere ontwikkeling van de regio en het toenemende fietsgebruik gee behoe e aan een uitbreiding van het bestaande en geplande doorfietsroutenetwerk. De afgelopen jaren hebben we daartoe 4 kansrijke doorfietsroutes verkent op draagvlak en poten e. De komende 5 jaar willen we deze fietsroutes daadwerkelijk realiseren. Het gaat om:  Realiseren VeluweWaalpad  Realiseren Doorfietsroute Huissen-Arnhem  Realiseren Doorfietsroute Wijchen-Oss  Realiseren Arnhem Om de Noord Voor fietsinvesteringen zoals regionale doorfietsroutes merken wij dat regionale regie noodzakelijk is. Het gaat om regie op de hoofdlijn, op de inhoud, op financiering, op de lobby en op de samenwerking. Kortom regie op resultaat om con nuïteit te waarborgen. Voor de ontwikkeling van het VeluweWaalpad is in de lente van 2024 een bestuursovereenkomst getekend. Daarbij gaan we met elkaar aan de slag deze doorfietsroute te realiseren. De regio neemt hierin de regie in samenwerking met de betrokken gemeenten, provincie en andere par jen. E2. Con nue verbeteren van het hoofdfietsnetwerk Een veilig een aantrekkelijk hoofdfietsnetwerk vervult een sleutelrol in de transi e naar meer duurzame mobiliteit in de regio. Samen met de gemeenten en de provincie werken we aan het con nue verbeteren van ons hoofdfietsnetwerk.

Dit is nodig omdat we op ons hoofdfietsnetwerk steeds meer fietsers zien, en ook steeds meer verschillende typen fietsers en fietsen. Als we met de huidige kennis en ervaring naar ons hoofdfietsnetwerk kijken zien we op diverse plekken dat verbeteringen noodzakelijk zijn. Daarnaast zijn we alert op nieuwe ontwikkelingen die de kwaliteit van ons hoofdfietsnetwerk ondermijnt. Om ons fietsnetwerk op een hoog kwaliteitsniveau te houden zijn terugkerende investeringen nodig. E3. Versterken feeders hoofdfietsnetwerk, naar de OV-knooppunten, woonbuurten en op- en afgangen van onze bruggen Voor de hoofdinfrastructuur fiets hebben we, in de regionale posi on paper fiets (2018), het perspec ef van de fietspiramide ontwikkeld. De fietspiramide gee de typen fietsinfrastructuur. Hoe hoger in de piramide, hoe zwaarder het belang voor het vinden van betere mobiliteitsoplossingen. De top van de piramide bestaat uit doorfietsroutes en feeders. De feeders vormen de aantakkingen naar de OVknooppunten, de woon- en werkgebieden en naar onze bruggen. De feeders maken de koppeling tussen fiets, sta onsloca es, mobiliteitshubs en hoogwaardig openbaar vervoer. We gaan met de aanpak van het versterken van de feeders door. Dat betekent dat we herkenbare toeleidende fietsverbindingen maken als aanvulling op ons hoofdfietsnetwerk.

27

E4. Het integreren van recrea eve fietsroutes aan het hoofdfietsnetwerk Met de groei van de regio is de koppeling tussen de woongebieden en de recrea egebieden steeds belangrijker. In de recrea egebieden vinden onze inwoners de ontspanning. Of het nu gaat om de bossen bij Berg en Dal en Renkum of het rivierenlandschap bij Druten of Lingewaard. De fiets maakt de verbinding of is van zichzelf de start van recrea e. We willen het bestaande recrea eve fietsnetwerk meer integreren met het totale fietsnetwerk, zodat de bestaande recrea eve fietsroutes ook te verbeteren zijn. Tevens willen we vanuit het perspec ef van recrea e op zoek naar missende of zwakke schakels in het hoofdfietsnetwerk. We zien dat het hoofdfietsnetwerk al massaal wordt gebruikt in de weekenden en overige dagen. In onze regio zoeken de recreanten veelal de rivieren en het groen op. Wat willen we met onze dijken (autovrij, autoluw of meer ruimte bieden voor de fietsers?). Ook verkeersveiligheid speelt hierin een rol. We worden met zijn allen vitaler oud. Dat is een groot goed. Maar in de prak jk merken we op de fiets dat de oudere doelgroep vaker iets minder stuurvast is. Dat is ook terug te zien in de s jging van de eenzijdige ongelukken op de fiets. Dit vergt bredere fietspaden met meer berm beveiliging. E5. Gericht ingrijpen om de verkeersveiligheid van fietsers te waarborgen Fietsers zijn een kwetsbare doelgroep.

In de afgelopen jaren is geïnvesteerd in een veiliger fietsnetwerk. Het Rijk (Strategisch Plan Verkeersveiligheid/ SPV) en de provincie Gelderland hebben hiervoor speciale subsidies samengesteld voor verbeteren fietsveiligheid en voor de aanpak van risicovolle kruisingen en fietsoversteken. In samenwerking met de provincie Gelderland kijken we naar de meest onveilige loca es en pakken we deze plekken aan. We willen dat gemeenten zich extra inspannen om de 10 meest risicovolle locaties in de periode tot 2030 aan te pakken. De regio ondersteunt gemeenten bij het aanvragen voor subsidies en helpen met de risico-analyses. F. Samenhangend regionaal openbaar en publiek vervoer Het openbaar vervoer is de grootste verliezer in mobiliteitsland nu de stofwolken van de coronapandemie zijn neergedaald. We zien sinds de coronapandemie minder OV-reizigers. Dit geldt met name voor het OV per bus. Dit gee onzekerheid aan de houdbaarheid en betaalbaarheid van het openbaar vervoer in het algemeen en de minder sterke buslijnen in het bijzonder. De provincie Gelderland is opdrachtgever van het busvervoer (en regionaal spoor). Zij zijn bezig met de voorbereidingen van de nieuwe OV-concessie Arnhem-Nijmegen Foodvalley die per 1 juli 2026 in moet gaan.

Met de nieuwe OV-concessie op komst bestaat het risico dat we als regio in totaal minder OV-aanbod krijgen vanwege de betaalbaarheid van de totale dienstregeling. Ondanks de ( jdelijke) terugval in OV-reizigers, zijn wij posi ef over de toekomst van het openbaar vervoer. Juist doordat wij sterk in bestaand stedelijk gebied bouwen en nabij OV-knooppunten, krijgt het OV de komende jaren een forse impuls. Het is zaak om niet voor die jd het OV-aanbod te verschralen dat van de poten es weinig overblij . Zelfs als het OV een zelfde aandeel houdt in de vervoerswijzekeuze als nu, zal het aantal reizigers groeien vanwege de groei van het aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Door te verdichten rond OV-knopen, de kwaliteit van het OV verder te verbeteren en de inzet op stadsrandhubs groeit het aantal reizigers en s jgen de inkomsten. Wat gaan wij doen in 2024-2030? F1. Het uitbouwen en door ontwikkelen van onze OV-ruggengraat F2. Het slim benu en van de flexibele ontwikkelruimte in de toekoms ge OV-concessie F3. Het borgen van de maatschappelijke bereikbaarheid

28

F1. Het uitbouwen en doorontwikkelen van onze OV-ruggengraat We beschouwen onze regionale spoorlijnen en ons hoogwaardig openbaar vervoer als de ruggengraat van de regio. In het busnetwerk zien we met name kracht in de lijnen die de regionale kernen verbinden met de economische kernloca es, campussen en sta onsloca es. Hiervoor is onder andere hoogwaardig openbaar vervoer (HOV/ BRT-netwerk) ac ef. Het HOV / BRT willen we in de regio verder doorontwikkelen, zodat een volwaardig netwerk ontstaat in samenhang met het regionale spoor. Onderstaande kaart is in dit kader als wensbeeld opgenomen.

De ruggengraat van ons OV-systeem in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Bron: position paper OV (2024)

Voor de OV-reizigers is het OV-product: “HOV/ BRT” niet als zodanig herkenbaar. De bussen en haltes zijn nauwelijks te onderscheiden van regulier OV. Dit kan en moet beter. Als regio willen we dit als concessievoorwaarde meegeven aan de inschrijvende par jen. Ook de wegbeheerders kunnen daar een rol in spelen bij de inrich ng van haltes en de kwaliteit van de infrastructuur zoals busbanen. Ook in marke ngtermen is het HOV nog niet ontdekt. We willen de toekoms ge vervoerder uitdagen het concept van HOV veel sterken in de markt te ze en als herkenbaar product. De steden Arnhem en Nijmegen hebben uitgesproken dat zij de komende jaren inze en op het afvangen van bezoekers en werknemers aan de binnenstad en de campussen met de auto. Hiervoor ontwikkelen we stadsrandhubs: transferia aan de rand van de stad. Het hoogwaardig OV is nodig om de overstappende reiziger snel, comfortabel en frequent vanaf de stadsrandhub naar de gewenste eindbestemming te brengen. We willen het gebruik van deze stadsrandhub de komende jaren gaan 29

s muleren. Denk daarbij aan eenheid en herkenbaarheid en eenduidige P&R-regelingen en tarieven. F2. Het slim benu en van de flexibele ontwikkelruimte in de toekoms ge OV-concessie Met de nieuwe bus concessie per 1 juli 2026 op komst zijn provincie, regio en gemeenten in 2024 gestart met de voorbereidingen. Als regio ze en wij ons in om samen met de gemeenten onze wensen en gedachten over het toekoms ge busvervoer in de regio mee te geven aan de provincie Gelderland. Dit is uitgewerkt in ons ‘posi on paper OV’ dat 29 maart 2024 aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland overhandigd. Naast de inhoudelijke zaken die een plek moeten krijgen in de aanbesteding, wil de regio ook een ac eve rol in het aanbestedingstraject en in het ontwikkelteam jdens de concessie. - De regio wil betrokken worden bij een transparante aanbesteding. Niet alleen bij het opstellen van het programma van eisen waarbij rekening gehouden wordt met de wensen/eisen van de regio, maar ook bij de beoordeling van de inschrijvingen. - De samenleving en de manier waarop we ons verplaatsen veranderen razendsnel, terwijl de concessie een contract kent van 10 jaar. Een belangrijk onderdeel van de concessie is dat niet alles helemaal is dichtge mmerd. We willen flexibele ontwikkelruimte om jdens de concessie veranderingen in het buslijnennetwerk of in frequen es door te voeren.

Wij zijn voorstander van de oprich ng van een ontwikkelteam dat samen met de toekoms ge vervoerder afspraken maakt over aanpassingen van het busvervoer jdens de contractperiode. De flexibele ontwikkelruimte biedt ons de mogelijkheid om in te springen op nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld het verhogen van frequen es zodra een verstedelijkingsloca e tot ontwikkeling komt, of het toevoegen/ verleggen van buslijnen bij opening van nieuwe stadrandhubs. F3. Het borgen van de maatschappelijke bereikbaarheid Maatschappelijke bereikbaarheid van wijken, buurten en kernen Het OV wordt met het strekken van routes sneller en aantrekkelijker voor een groot deel van de reizigers. Wij ondersteunen deze ontwikkeling. Echter een randvoorwaarde is dat de wijken, buurten en kernen in onze regio toegankelijk blijven voor het openbaar vervoer. Om de groeiende bereikbaarheidsongelijkheid aan te pakken zien we dat sommige gemeenten ook kor ngen aanbieden in abonnementen aan speciale doelgroepen. Ook hiermee investeren we in de maatschappelijke bereikbaarheid en dit gee een impuls aan het aantal reizigers in het OV. Wij houden vinger aan de pols waar het gaat over de tariefontwikkeling van het openbaar vervoer voor reizigers.

Verruimen subsidiemogelijkheden tot verbeteren haltevoorzieningen De keerzijde van het meer strekken van OV-lijnen is dat reizigers verder moeten lopen of fietsen naar de dichtstbijzijnde halte. De halte zal op een aantal plekken in de regio op grotere afstand komen te liggen van de voordeur van de woning. Met grotere halteafstanden is het belangrijk om ook goede stallingsvoorzieningen aan de OV-reiziger te bieden. Dit maakt het aantrekkelijk om de fiets te gebruiken als voor- en natransport naar de halte. We willen goede haltevoorzieningen bij onze HOVhalten. Ook zien wij kansen van OV-fiets bij treinsta ons bij de regionale lijnen.

30

Goede oplossing bieden voor fijnmazig vervoer Voor een deel van de reizigers is de grotere loopafstand tot de halte een probleem. Zij hebben behoe e aan een fijnmaziger vorm van vervoer. Voor deze sociale func e van het OV ze en we in op een goede oplossing. Dat kan bijvoorbeeld door te werken aan ‘publiek vervoer’. Dat betekent dat we ook andere vormen van publiek vervoer, zoals de buurtbus, een haltetaxi of het doelgroepenvervoer willen inze en om mensen voldoende vervoersmogelijkheden te bieden. We willen het doelgroepenvervoer meer samen laten optrekken met het openbaar vervoer om zo een beter en efficiënter vraaggestuurd openbaar vervoer in de buitengebieden te krijgen. We laten ons inspireren op de Publieke Mobiliteitsaanpak die regio Achterhoek onder de noemer ‘Gaon’ uitwerkt. Het is de integra e van OV en doelgroepenvervoer met overige vormen van mobiliteit naar één vervoerssysteem. Meer ruimte voor ini a even bewoners voor publiek vervoer We willen meer ruimte voor ini a even van bewoners om zelf onderling vervoer te organiseren (‘vervoer coöpera es’). We zien bijvoorbeeld deelmobiliteit als onderdeel van het voorzieningenniveau in buurten en kernen. Door deelmobiliteit te clusteren met andere voorzieningen, ontstaat als een ontmoe ngsplek in de buurt.

De provincie is zich aan het beraden hoe deelmobiliteit ingezet kan worden in samenhang met de uitrol van openbaar vervoer in de regio. Daarin staat deze regio niet alleen. Andere regio’s in het land hebben dezelfde vraagstukken. Ook hier sluiten we als regio aan bij onderzoeken en kennis die in het landelijke programma voorbij komen. Duidelijk is dat hier kansen zijn om het aanbod regionaal in de kleinere kernen uit te rollen, maar ook dit vraagt om kaders, waardering en financiering van de overheden op dit thema. G. Versterken van ons mul modale netwerk Als we onderweg zijn dan zijn grenzen voor ons onbelangrijk. Wij reizen ongeacht gemeentegrens of concessiegebied van herkomst naar bestemming. In de organisa e van ons mobiliteitsnetwerk zijn deze grenzen nog steeds realiteit. Daarnaast geldt dat fiets, voetganger, openbaar vervoer (bus en spoor) en auto veelal als afzonderlijke netwerken zijn georganiseerd. Juist in die overgangsgebieden, tussen gemeenten, tussen concessies en tussen modaliteiten ligt een belangrijke opgave. We willen toe naar één geïntegreerd netwerk, waarbij reizigers a ankelijk van het moment of de reis een keuze kunnen maken voor het meest passende vervoermiddel of combina e van vervoersmiddelen. Hiermee willen we voorkomen dat mensen vanuit gewoonte de auto in stappen, zonder erbij na te denken.

Dit kan de ene keer de (bak)fiets zijn, de andere keer het openbaar vervoer en soms de deelauto of toch de privéauto. Dit doen we door ons mobiliteitsnetwerk op maal te verknopen via hubs. Via hubs verleiden we reizigers om voor langere afstanden over te stappen op bus en trein. Voor korte afstanden, zoals tussen hub en stadscentrum, s muleren we reizigers te kiezen voor duurzaam vervoer, zoals lopen, fietsen of openbaar vervoer. Ook de keten (deel)fiets – OV wordt steeds belangrijker. Specifiek voor de hubs zijn afspraken gemaakt zoals opgenomen in de Strategische Agenda 2025. Hier bouwen wij op voort. 31

Wat gaan wij doen in 2024-2030? G1. Realisa e van hubs G2. Netwerk van herkenbare deelmobiliteitshubs G3. Combina e hubs en toeris sche overstap punten (tops)

G1. Realisa e van hubs Daar waar een overstap tussen vervoersmiddelen logisch en gewenst is, willen we investeren in hubs. Dit kan een regionaal sta on zijn waar mensen de auto parkeren om met de trein verder te reizen. Sta on Elst is hier een mooi voorbeeld van. Rondom Arnhem en Nijmegen wordt ingezet op stadsrandhubs. De steden willen bezoekers en forenzen zoveel mogelijk opvangen aan de rand van de stad op transferia. Vanaf daar kan men verder reizen per openbaar vervoer of deelfiets. Hier zijn combina es mogelijk met andere func es. Hubs kunnen daarmee een rol vervullen in de uitdagingen van mobiliteit, maar ook in circulariteit en duurzaamheid. Hubs bieden een oplossing voor personenvervoer, voor logis ek, voor circulair bouwen, voor stroom opwekken en laadinfrastructuur. De vraag is hoe we dit slim kunnen combineren zodat we efficiënt met fysieke ruimte en middelen omgaan. De afgelopen jaren zijn verkenningen uitgevoerd naar de poten e van deze grootschaligere hubs, conform de Strategische Agenda 2025 voor hubs. Een samenwerking tussen de GMR en de gemeenten waar deze hubs zijn gepland. Nu is het zaak om de verkenning om te ze en naar realisa e. Hoe gaan we een vervolgstap ze en, zodat we ook een netwerk van hubs opbouwen? We willen inze en op de plekken in de regio waar weginfrastructuur en spoor elkaar raken. Denk aan Zevenaar-Oost en Wijchen-West.

Ook willen we meedenken over strategische hubloca es buiten onze regio zoals bijvoorbeeld sta on Cuijck (voor opvang reizigers naar Campus Heijendaal). Ruimtelijke inpassing logis eke hubs en bouwlogis ek De invoering van de zero-emissiezones gee een directe aanleiding om te voorzien in logis eke hubs. Dit zijn voorzieningen en loca es om goederen aan de stadsrand of in de regio op te vangen op weg naar de (eind)bestemming van de ondernemer of consument. Vanuit deze logis eke hubs verzorgen bezorgdiensten de bezorging naar de gebieden waar de bestelbus of vrachtwagen op fossiele brandstof niet meer in mag. Met de verstedelijkingsopgave in het vooruitzicht willen we ook sterker inze en op duurzame bouwlogis ek. Dit past binnen de ambi es van een circulaire regio. Ook hier kunnen logis eke hubs of jdelijke bouwhubs voorzien in voorzieningen of een loca e om de bouw van onze nieuwe woningen of infrastructuur op een zo’n duurzame mogelijke wijze uit te voeren. G2. Netwerk van herkenbare deelmobiliteitshubs Naast de grootschaligere hubs, bouwen we stapsgewijs aan een netwerk van kleinschalige deelmobiliteitshubs. Soms zijn dit buurthubs waar een paar deelvoertuigen staan, maar dit zijn ook de plekken voor deelmobiliteit op de grote hubs in de regio. Denk aan de stadrandhubs en in de buurthubs bij de grootschalige woningbouwloca es.

Voor de deelmobiliteitshubs is een landelijke huiss jl ontwikkeld, zodat reizigers overal in Nederland de deelmobiliteitshubs herkennen. Deze landelijke ontwerpstandaard passen wij ook toe. Dit betre onder meer het druppelvormige HUB-bord, de groene belijning, de groen-wi e 32

informa eborden en het gebruik van dezelfde pictogrammen voor de beschikbare vervoersmiddelen op de hub. Van 2023 tot en met 2025 stelt het Ministerie van IenW een subsidie ter beschikking van € 500.000 (inclusief BTW) voor de realisa e van dergelijke hubs in de regio. In 2023 zijn de eerste hubs gerealiseerd in Nijmegen, voornamelijk op campus Heijendaal. In 2024 en 2025 volgt een verdere uitrol. De planning is mede a ankelijk van de beschikbaarheid van deelmobiliteit in de regio.

De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de realisa e van de hubs op eigen grondgebied, maar de regio ondersteunt hen. Onze ambi e is een fijnmazig netwerk van kleine hubs te realiseren, zodat deelmobiliteit in de gehele regio beschikbaar is. Dit hee twee belangrijkste voordelen: 1. Het is voor reizigers duidelijk en herkenbaar waar deelmobiliteit beschikbaar is; 2. Er is geen sprake meer van fout geparkeerde tweewielers en daarmee van rondslingerende voertuigen. Daarmee wordt een belangrijke weerstand bij inwoners weggenomen. G3. Combina e hubs en toeris sche overstap punten (TOP’s) Eerder genoemde hubs hebben vooral een func e in het bereikbaar houden van de regio. We zien ook mogelijkheden voor toeris sche overstap punten (tops) voor recrea e. Deze kunnen op een aantal plekken worden gecombineerd met de andere hubs. Hiervoor zijn 9 loca es als kansrijk uitgewerkt. Dit zijn de volgende loca es:

1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)

TOP sta on Dieren TOP Arnhem Waterberg TOP sta on Wol eze TOP Elst TOP Nyma TOP Dukenburg TOP Beek/ Ooij TOP Mook/ Molenhoek TOP Renkum.

Deze TOP’s willen we de komende jaren gaan realiseren, waarbij een aantal basisvoorzieningen minimaal aanwezig zijn zoals deelfietsen of fietsverhuur, infopaneel met recrea eve routes, toilet en OV (bus of trein).

33

Pijler 3: Onze verbonden regio Zowel voor ons personen- als goederenvervoer is het van groot belang dat onze regio goede verbindingen hee met de belangrijkste economische centra in Nederland en Europa. Het gaat dan vooral over spoorverbindingen en rijkswegen. Een sterk (inter)na onaal netwerk zorgt ervoor dat onze bedrijvigheid voldoende personeel kan aantrekken, maar ook dat inwoners van onze regio banen in andere regio’s kunnen vinden en dat goederen gemakkelijk zijn te vervoeren. De GMR hee voornamelijk een rol in agendering en lobby. Over de bereikbaarheid van onze regio en het belang van onze regio voor de rest van Nederland en Europa hebben wij doorlopend gesprekken. Gesprekken met het Rijk, de provincie Gelderland, maar ook met ProRail en met vervoerders zoals NS en Arriva voor het regionaal spoor. We brengen het belang van onze regio onder de aandacht. Met het ministerie van I&W zijn vaste overlegmomenten over de rijksprojecten en -programma’s over infrastructuur en bereikbaarheid. Jaarlijks in het najaar staan hiervoor de bestuurlijke overleggen Meerjarenprogramma Investeringsagenda Ruimte en Transport (BO-MIRT) gepland. Op landsdelig schaalniveau maakt het Rijk hierbij afspraken met provincies, regio’s en gemeenten. In het overleg Landsdeel Oost behar gen wij via de provincie Gelderland de belangen van de regio.

HUIDIGE AFSPRAKEN MET HET RIJK RONDOM INFRASTRUCTUUR EN BEREIKBAARHEID In het BO MIRT Oost Nederland zijn de volgende afspraken gemaakt over de bereikbaarheid van de regio: RegioExpres: sneltrein op het spoor Arnhem-Doe nchem-Winterswijk voor bereikbare woningbouwloca es Spoor Utrecht-Arnhem-Duitse grens (UAD). Besluit: start proces MIRT onderzoek Vrije spoorkruising Arnhem-Oost. Besluit: start proces MIRT onderzoek Netwerkanalyse 2030-2040 Foodvalley Arnhem-Nijmegen. Start proces na afronding onderzoeken Daarnaast kent onze regio nog de Rijksprojecten ViA15 en de MIRT A50. Het project ViA15 (realisa e verbreden en doortrekken A15 en verbreden A12) is vooralsnog vertraagd en in afwach ng van een defini eve uitspraak en goedkeuring Tracébesluit van de Raad van State.

-

Voor MIRT A50 is het voorkeursalterna ef in procedure. Het voorkeursalterna ef gaat uit van een verbreding van de A50 naar 2x3 rijstroken tussen de knooppunten Paalgraven en Ewijk. Naar verwach ng wordt de Voorkeursbeslissing voor de zomer 2024 door de Minister vastgesteld.

Wij staan ervoor om de bestaande afspraken te borgen en waar nodig nieuwe afspraken te maken. H. Lobby voor versterken spoorvervoer Het spoor is structurerend voor de ruimtelijke ontwikkeling in onze regio. We concentreren woningen en bedrijvigheid rondom spoorknooppunten. Een goed voorbeeld hiervan zijn de verstedelijkingsafspraken die zijn gemaakt rondom het sta onsgebied van Nijmegen, de ruimtelijk en economische ontwikkelingen rondom sta on Elst en Arnhem Zuid. Het versterken van spoorvervoer betre : 1) interna onale en na onale treinverbindingen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is; 2) regionale verbindingen, waarvoor provincie Gelderland concessieverlener is. Wat gaan wij doen in 2024-2030? H1. Verbeteren corridor Schiphol – Utrecht – Arnhem – Nijmegen H2. Vrije spoorkruising Arnhem Oost en aanpak gelijkvloerse spoorkruisingen in de Liemers H3. Doorontwikkelen RegioExpres en realisa e Zevenaar Oost H4. Versnellen en verbeteren kwaliteit van de IJssellijn H5. Versterken poten e Maaslijn H6. Frequen everhoging verbinding met Regio Rivierenland H7. Lobby goederenvervoer: benut Betuweroute

34

H1. Lobby voor schaalsprong hoofdrailnetwerk In het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) zijn afspraken gemaakt over de verbetering op de corridor Schiphol – Utrecht – Arnhem – Nijmegen. Het streven is om de frequen es te verhogen en de reis jden minimaal gelijk te houden. Daarvoor worden veel maatregelen genomen buiten onze regio (de vernieuwing van sta on Ede-Wageningen is hier een voorbeeld van). Binnen onze regio gaat het vooral om de aanpak van sta on Nijmegen. Concreet gaat het om de volgende maatregelen:  Een MIRT-onderzoek naar de corridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens (UAD).  6x per uur een Intercity op deze corridor vanaf eind 2024  Grote aanpassingen aan sta on Nijmegen: spooraanpassingen, verbeteren reizigerstransfer, opstelcapaciteit reizigersmaterieel, seinaanpassingen en verbetering van het sta on en haar omgeving. Op lange termijn (na 2040) is onze inzet een frequen everhoging naar 8 intercity’s per uur. H2. Arnhem Centraal als interna onale draaischijf met vrije spoorkruising Arnhem-Oost Sta on Arnhem Centraal was een van de Nieuwe Sleutelprojecten van Nederland. Het sta on is volledig vernieuwd en gereed gemaakt als katalysator voor stedelijke vernieuwing en economische groei. Arnhem Centraal kan nog meer als draaischijf fungeren voor regionale, na onale en interna onale treinverbindingen.

We willen de interna onale verbindingen naar Frankfurt, München en Berlijn vanaf Arnhem Centraal versterken. Hiervoor is een ongelijkvloerse kruising bij Arnhem Oost van belang. Samen met het Rijk willen we ons inze en voor een studie naar een vrije spoorkruising Arnhem Oost. Een vrije spoorkruising gee ook meer mogelijkheden om meer treinen te laten stoppen op het huidige sta on Presikhaaf. Gecombineerd met woningbouw en de directe nabijheid van de HANcampus kent dit sta on een forse poten e. We maken ons sterk voor:  Arnhem Centraal als interna onale halteplaats met directe verbindingen met Duitsland.  Het versterken van de interna onale verbindingen naar Frankfurt, München en Berlijn vanaf Arnhem Centraal.  Een MIRT-onderzoek naar een vrije spoorkruising Arnhem Oost.

35

H3. Doorontwikkelen RegioExpres en realisa e sta on Zevenaar-Oost De RegioExpres is een trein die tussen Winterswijk en Doe nchem overal stopt, om vervolgens als sneltrein non-stop door te rijden naar Arnhem Centraal en vice versa. Om de RegioExpres te laten rijden werkt Gelderland aan infrastructurele aanpassingen. Met de komst van de RegioExpres per 2027 ontlasten we de A12 en de bestaande regionale lijnen van Breng en Arriva. Daarnaast geven we een forse bereikbaarheidsimpuls aan Oost Nederland. Wij geloven in de kracht van de RegioExpres en willen bij het succes de frequen e van de RegioExpres uitbouwen. Sta on Zevenaar-Oost is een lang gekoesterde wens vanuit de regio. Wij zien hier kansen om autoverkeer vanaf de A12 (en A18) op te vangen en via P+R over te laten stappen op de trein. Een groot voordeel is de parkeercapaciteit die nabij het spoor wordt gerealiseerd. Deze parkeervoorzieningen zijn van belang voor de Fashion Outlet dat hier gebouwd wordt. Hier is dubbelgebruik van het parkeren een enorme kans. H4. Versnellen en verbeteren IJssellijn De IJssellijn is de treinverbinding tussen Zwolle en Roosendaal, via Arnhem en Nijmegen. Hier streven we naar een versnelling, een verbetering van de betrouwbaarheid en een frequen everhoging. De spoorbrug bij Ravenstein vormt daarbij hét knelpunt.

Concreet gaat het om de volgende maatregelen:  Verdubbeling van de spoorbrug bij Ravenstein.  Frequen everhoging van de sprinters op de verbinding Arnhem-Nijmegen-Oss-’s-Hertogenbosch naar 4x per uur.  Realisa e van sta on Wijchen-West als toekoms ge P+R voor automobilisten vanaf de A50/ A326 voor een snelle overstap op de trein. H5. Versterken poten e Maaslijn De Maaslijn is de treinverbinding tussen Nijmegen en Roermond. Het is een regionale lijn, waarvoor de provincie Limburg opdrachtgever is, mede namens de provincie Gelderland. Onder andere sta on Nijmegen Heyendaal ligt aan deze lijn, met een groot belang voor de bereikbaarheid van de campus Heijendaal. Provincie Limburg hee opdracht gegeven voor de elektrifica e en gedeeltelijke verdubbeling van de Maaslijn. Deze is naar verwach ng eind 2027 gereed. Dit biedt de mogelijkheid om verder in te spelen op de poten e van deze treinverbinding. Deze impuls leidt tot minder drukte op de A73 en de N271. Concreet gaat het om de volgende maatregelen:  Verhogen van de frequen e van de Maaslijn. Vanaf 2027 tussen Mook-Molenhoek en Nijmegen kan deze naar 8x per uur jdens de spitsuren. Dit willen we op termijn uitbreiden rich ng Cuijk en Boxmeer.  We willen de hubfunc e van de sta onsloca es langs de Maaslijn versterken: meer P&R, meer fietsenstallingen en een integra e van deelmobiliteit op de sta ons.

Op sta on Nijmegen Heyendaal, sta on Mook-Molenhoek en ook op sta on Cuijk en Boxmeer (buiten onze regio) zien we daarvoor veel mogelijkheden.  Sta on Nijmegen Heyendaal krijgt een opknapbeurt, zodat het een grotere capaciteit krijgt en de uitstraling weer past bij de moderne campus. 36

H6. Aanpak gelijkvloerse overwegen Het spoor in onze regio kent nog diverse plekken met gelijkvloerse overwegen. We zien dat dit naar de toekomst steeds vaker knelpunten worden vanwege overwegveiligheid. Het gaat dan om spoorkruisingen bij Wijchen, bij Rheden (langs de IJssellijn) en bij Duiven en Zevenaar (spoor rich ng Duitse grens). Ook bij de regionale spoorlijnen (Maaslijn, lijn naar Tiel) speelt dit vraagstuk. Bij toekoms ge hogere frequen es van het treinverkeer zijn de spoorkruisingen vaker gesloten voor het auto- en fietsverkeer. Dit gee knelpunten ook omdat het verkeer toeneemt als gevolg van de verstedelijkingsopgave. Daarom maken wij ons sterk voor een aanpak van deze spoorkruisingen. Specifiek voor spoorkruisingen in de Liemers maken we ons sterk deze mee te nemen in het MIRTonderzoek van de spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens. H7. Frequen everhoging verbinding met Rivierenland Het regionale spoor Geldermalsen-Tiel-Elst-Arnhem biedt een belangrijke verbinding tussen Rivierenland en de regio Arnhem Nijmegen. De provincie Gelderland is opdrachtgever van deze lijn (concessie start per juli 2025). We zien mogelijkheden om de verbinding met zowel Arnhem als Nijmegen te verbeteren door de volgende maatregelen:  Maak van het spoor een ruggengraat bij voorkeur met een hogere frequen e. Tussen Arnhem en Elst zit het spoor echter al vol.

 Voor een frequen everhoging is het nodig dat de spoorlijn wordt ingekort tot Tiel – Elst en dus niet meer doorrijdt naar Arnhem. Op Elst zijn voldoende overstapmogelijkheden rich ng Arnhem en Nijmegen. Een keerspoor ligt er al.  Het versterken van Sta on Ze en-Andelst.  Het verkennen van de poten e van een nieuw sta on Valburg; indien hogere frequen es mogelijk zijn in combina e met woningbouw rondom het sta on.  Wij ondersteunen de lobby bij het verlengen van de spoorverbinding naar Geldermalsen; hierdoor wordt de lijn voor meer reizigers interessanter. H8. Lobby goederenvervoer: benut Betuweroute Het goederenvervoer groeit ook over het spoor. Als regio zijn we betrokken met andere regio’s en het Rijk in dialoog over goederenrou ng over het spoor. Het Rijk onderzoekt in het kader van goederenroutering Noord Oost Europa (GNOE) naar vijf aanvullende goederenroutes tussen Ro erdam en Duitsland. Twee daarvan gaan via de IJssellijn, door onze regio. Een andere op e is de spoorlijn via de Liemers door de Achterhoek naar Twente (de zogenaamde noordtak). Alle vijf de routes raken ons als regio rechtstreeks. Wij willen dat alle plussen en minnen hiervan goed in beeld worden gebracht en dat het op maliseren van de Betuweroute één van de volwaardige op es daarbij is.

Wij maken ons sterk voor een afgewogen integrale oplossing, zonder hinder voor onze inwoners in de woon- en lee waliteit. Onze inzet is om de Betuweroute te benu en.

37

I. Lobby voor toekomstbestendig wegennetwerk Onze regio hee een aantal rijkswegen (A12, A15, A50, A73) en belangrijke provinciale wegen binnen haar grondgebied. We zien dat die wegen steeds gevoeliger worden voor conges e en door de groei van de regio en van de rest van Nederland zal deze problema ek verder groeien. In een aantal gevallen kan de capaciteit worden vergroot met nieuwe infrastructuur. De doortrekking van de A15 is daarvan het belangrijkste voorbeeld. Verder moeten we ook op zoek naar andere mogelijkheden om ons hoofdwegennetwerk toekomstbestendig te maken. Wat gaan wij doen in 2024-2028 I1. ViA15; nu écht aan de slag I2. Krach g samenwerken aan de MIRT A50 I3. Uitwerken 10 puntenplan A325/ N325 I4. Gezamenlijk opstarten van een netwerkanalyse I5. Betalen naar gebruik I6. Versterken mul modaal vervoer in Ten-T corridors

I1. ViA15: nu écht aan de slag Het project ViA15 gaat over het verbreden en doortrekken van de A15 en verbreden van de A12. Het project hee een enorme betekenis voor de bereikbaarheid van de regio. Het project ligt bij de Raad van State voor defini eve goedkeuring. De uitspraak wordt eind 2024 verwacht. Voor de komende 5 jaar hebben we in het gebied grote uitdagingen, zowel bij verdere uitstel of zelfs afstel. De A12 en de Pleyroute staan al jaren bovenin de landelijke fileknelpunten, waarbij de A12 zelfs het grootste landelijk knelpunt is in de ochtendspits. We willen de bereikbaarheids- en lee aarheidsproblema ek op korte termijn oppakken. Voor lange termijn maatregelen werken we al samen in een A12 allian e. Een samenwerking tussen Rijk, provincie Gelderland en de regio Achterhoek. Op korte termijn willen we een extra inzet met extra maatregelen op het gebied van verkeers- en mobiliteitsmanagement, fietsmaatregelen, extra HOV en extra gedragsmaatregelen. I2. Krach g samenwerken aan de MIRT A50 Wij zijn samen met VNO NCW één van de aanjagers geweest om aandacht te vragen voor de problema ek op de A50. Met succes de A50 is op de Rijksagenda terecht gekomen en de MIRTverkenning is ondertussen uitgevoerd. Wij omarmen het voorkeursalterna ef. Zeker in het licht van de verstedelijkingsopgave van de regio. Naast 2x3 wordt er ook een extra burg aangelegd (landbouwverkeer en fiets).

En er is een Mobiliteitsaanpak A50 waarin ondersteunende mobiliteitsmaatregelen zi en, zoals het Intensiveren van de werkgeversaanpak, fietsinvesteringen Wijchen-Oss en maatregelen op het onderliggende wegennetwerk. I3. Uitwerken 10 puntenplan A325/N325 De A325/ N325 ligt in het hart van onze regio. Uit de Gebiedsaanpak A325/ N325 (2021) is een inzet geadviseerd op het s muleren van slimmer en duurzamer reizen. De conclusies en aanbevelingen uit het adviesrapport zijn uitgewerkt in een 10 puntenplan voor de A325/N325. Hierin zijn maatregelen opgenomen die ook in dit RMP op diverse plekken terugkomen, zoals inzet op het VeluweWaalpad, investeren op de rela e Huissen-Arnhem op OV en fiets gebied en investeren in hubs en werkgeversaanpak. Wij ondersteunen deze gebiedsgerichte aanpak, waarbij de provincie Gelderland de regie voert. I4. Gezamenlijk opstarten van een netwerkanalyse In 2024 willen we starten met een netwerkanalyse. Dit is conform BO MIRT afspraak. We willen veel meer integrale projecten opstarten. Deze netwerkanalyse gee ons het startpunt om dit verkennen. 38

Het is een winst dat we met elkaar willen doen. In deze netwerkanalyse betrekken we ook de integrale bereikbaarheidsdoelen van de brede welvaart. I5. Betalen naar gebruik Er is veel aandacht voor het verduurzamen van mobiliteit. Maar er is ook aandacht nodig voor het verminderen en veranderen van het autoverkeer. Het betalen naar gebruik is daarvan een beproefde methode. Het betalen van gebruik in plaats van voor bezit moet autobezi ers bewuster maken van de kosten en vermindert de milieubelas ng. De invoering van betalen naar gebruik (belas ng per gereden kilometer) leidt ertoe dat mensen minder autorijden. Het Rijk gaat nu uit van een vlak tarief, waarbij ongeacht de loca e of het jds p waarop gereden wordt eenzelfde bedrag per kilometer moet worden betaald. Het VNG gee aan dat een dergelijke heffing niet effec ef is. Het tarief raakt de inwoners van het landelijk gebied extra hard, omdat de inwoners daar juist meer zijn aangewezen op de auto. Daarnaast ontmoedigt een vlakke heffing automobilisten niet om buiten de spits te gaan rijden. Het meer differen ëren naar loca e en jds p is waar VNG zich sterk voor maakt. Wij ondersteunen het standpunt van de Vereniging van Gemeenten (VNG). Met de invoering van de vrachtwagenheffing gaan ook binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens per gereden kilometer betalen voor het gebruik van de Nederlandse snelwegen.

De heffing geldt ook op een aantal N-wegen en enkele gemeentelijke wegen. Dit laatste voorkomt dat vrachtverkeer naar deze wegen gaat uitwijken. De hoogte van het tarief wordt bepaald door de milieu-eigenschappen en gewichtsklasse van de vrachtwagen. Hoe lichter en schoner het voertuig, hoe lager het tarief. De verwach ng is dat de vrachtwagenheffing in 2026 start. De regio houdt aandacht voor de gevolgen hiervan. I6. Versterken mul modaal vervoer in Ten-T corridors Vanuit een Europees perspec ef is deze regio een strategisch knooppunt van transportcorridors naar elke windrich ng. We zijn onderdeel van de TEN-T corridors: Rhine-Alpine en North Sea-Bal c. Vanuit Green Deal Europa zijn er diverse financieringsmogelijkheden voor het versterken van het mul modale transport. Alle 100.000+ gemeenten zijn een Urban Node binnen deze corridor, dus ook Arnhem en Nijmegen. Dit betekent dat er kansen liggen voor Europese subsidies voor duurzame mobiliteit en investeringen in knooppunten en duurzaam openbaar vervoer. Hier willen we ons sterk voor maken.

39

4. Rich ng een Uitvoeringsprogramma RMP We hebben veel ambi es en hebben de laatste jaren gewerkt aan diverse opgaven. Dit koersdocument schetst het brede pallet aan maatregelen waaraan we regionaal willen samenwerken aan mobiliteit in de breedste zin van het woord. In totaal 40 maatregelen binnen 3 pijlers onderscheiden.

Deze brede maatregelen kunnen we niet allemaal tegelijk uitvoeren. We moeten kiezen op basis van beschikbare capaciteit, beschikbaar budget, te verwachten effecten, laaghangend fruit en de doelstellingen die we het belangrijkste vinden. Het pakket is te groot om alles tegelijk op te pakken. De gemeenten die veelal de maatregelen uitvoeren hebben hiervoor niet de personele capaciteit beschikbaar, maar ook bij andere par jen zijn keuzes noodzakelijk. Daarnaast is ook de (kosten)effec viteit van iedere maatregel anders. In de periode tot en met het najaar van 2024 brengen we de effecten van de maatregelen in beeld in rela e tot de brede welvaartsdoelstellingen en doen we een grove kostenraming. Hiermee gaan we de maatregelen afwegen en prioriteren. De resultaten hiervan werken wij uit in het Uitvoeringsprogramma van het RMP. Daarin beschrijven we ook de werkverdeling: de ini ërende par j en ondersteunende par jen. Het integrale perspec ef De Groene Metropoolregio werkt aan vijf opgaven die steeds meer met elkaar samenhangen. Ze kunnen elkaar versterken, zijn soms a ankelijk van elkaar of kunnen soms zelfs conflicteren. Mobiliteit hee bijvoorbeeld een sterke rela e met opgaven zoals circulair bouwen, energietransi e, economische vitaliteit, ruimte bieden voor recrea e en het versterken van de kwaliteit van ons landschap.

We gaan in het vervolgtraject inzichtelijk maken wat Verbonden Regio vraagt aan de 40

andere opgaven, maar ook beschrijven we hoe de andere opgaven kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen uit dit Koersdocument. Denk daarbij aan onder andere de volgende integrale vraagstukken: - Nieuwe mobiliteitshubs voor personenvervoer en logis ek, nieuwe infrastructuur voor fiets en openbaar vervoer en hubs voor bouwlogis ek vragen om ruimte, die in onze regio schaars is. We scha en in hoeveel ruimte voor deze nieuwe func es nodig is, waar deze noodzakelijk is en wat dat betekent voor bijvoorbeeld de Groene Groeiregio en de Produc eve Regio. - Is de wens om snel rich ng Zero Emissie te gaan reëel gezien de netconges e en de andere ontwikkelingen die stroom vragen? Als we moeten kiezen, wat krijgt er dan prioriteit? Of kunnen we het systeem zo inrichten dat elektrische voertuigen juist een oplossing bieden voor de pieken in de vraag naar elektriciteit? Zijn onze doelen realis sch, of moeten naar een meer gefaseerde aanpak vanwege de netconges e in onze regio? Hier ligt een sterke rela e met de Circulaire Regio, de Groene Groeiregio en de Produc eve Regio.

- Kunnen we met slimme keuzes in de ruimtelijke ordening zorgen voor minder verplaatsingen, of minder lange verplaatsingen? Kunnen we werkgelegenheid en voorzieningen dichterbij de woningen plannen? Durven we ook in de kleinere kernen te verdichten rondom OVknooppunten? Dat betekent bouwen met hoge dichtheden op ook de kleinere sta ons in de regio; van sta on Westervoort tot sta on Wijchen en van sta on Dieren tot sta on Ze enAndelst? En passen we dan overal lagere parkeernormen toe, in combina e met een aanbod van deelmobiliteit? - De A12-corridor tussen Arnhem en de Duitse grens is één van de grootste fileknelpunten in Nederland. Juist op deze corridor is nog fysieke ruimte voor uitbreiding van logis eke bedrijven en grootschalige detailhandel. Is dat verenigbaar? - Investeringen in onze infrastructuur kunnen op gespannen voet staan met onze ambi es van het groen blauwe netwerk. Denk aan grote ingrepen zoals nieuwe bruggen over onze rivieren, maar ook kleinere investeringen zoals het verbreden van fietspaden. Voor de veiligheid van onze fietsers is het nodig om fietspaden te verbreden. Dit gaat ten kosten gaat aan groen en bomen. We moeten daarin integrale afwegingen maken. - Onze ambi es is om te gaan werken met lagere parkeernormen en vaker met parkeerregulering. Daarin is grada e nodig.

Gemeenten die tegen de steden aan liggen hebben andere problemen dan kernen die verder liggen. Hoe gaan we om met de verschillen? De mobiliteitstransi e speelt in de hele regio, maar kent verschillende snelheden. In het defini eve Koersdocument RMP werken wij de rela e met de andere opgaven van de regio verder uit.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=b5fc2532-2575-4447-861c-951ca5ae5460