Bijlage 1 Koersdocument RMP Reactie SW
Tekst van het document
KOERSDOCUMENT RMP CONCEPTVERSIE VOOR INBRENG ZIENSWIJZEN JUNI 2024
REGIONAAL MOBILITEITSPROGRAMMA 2030
1
Inhoud 1. Een nieuw regionaal mobiliteitsprogramma ....................................................................................... 3 1.1 Waarom een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP)? ............................................................... 3 1.2 Voortbouwen op bestaande mobiliteitskoers van provincie, regio en gemeenten ...................... 3 1.3 Van koersdocument naar uitvoeringsprogramma ......................................................................... 4 2. Ambi es en doelen.............................................................................................................................. 6 2.1 Nieuwe accenten in het mobiliteitsbeleid..................................................................................... 6 2.2 Het versterken van onze brede welvaart....................................................................................... 9 2.3 Doel: Duurzaamheid .................................................................................................................... 10 2.4 Doel: Toegang voor iedereen....................................................................................................... 11 2.5 Doel: Verkeersveiligheid ..............................................................................................................
13 2.6 Doel: Meer ac eve mobiliteit en fijnere leefomgeving ............................................................... 14 2.7 Doel: Vergroten bereikbaarheid .................................................................................................. 15 3. Ons werkprogramma ......................................................................................................................... 17 Pijler 1: Schone mobiliteit en gedragsaanpak ....................................................................................... 18 A.
S muleren schone mobiliteit ................................................................................................... 18
B.
Gedragsaanpak ......................................................................................................................... 21
C.
Faciliterende randvoorwaarden ............................................................................................... 23
Pijler 2: Lokale en regionale mobiliteitsnetwerken ............................................................................... 25 D.
Verstedelijkingsafspraken ......................................................................................................... 25
E.
Schaalsprong fiets: veilig, aantrekkelijk en verbonden ............................................................ 26
F.
Samenhangend regionaal openbaar en publiek vervoer ......................................................... 28
G.
Versterken van ons mul modale netwerk ............................................................................... 31
Pijler 3: Onze verbonden regio .............................................................................................................. 34 H.
Lobby voor versterken spoorvervoer ....................................................................................... 34
I.
Lobby voor toekomstbestendig wegennetwerk ....................................................................... 38
4. Rich ng een Uitvoeringsprogramma RMP ........................................................................................ 40
2
1. Een nieuw regionaal mobiliteitsprogramma 1.1 Waarom een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP)? Dit Regionale Mobiliteitsprogramma (RMP) is opgesteld door de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen (GMR) in samenwerking met de provincie Gelderland en de gemeenten binnen de GMR. Dit programma gee onze regionale mobiliteitsvisie en onze inzet op mobiliteit voor de komende jaren tot en met 2030. Mede aanleiding is de aanslui ng bij Europese regelgeving en financieringsmogelijkheden. De basis van het Regionaal Mobiliteitsplan zijn afspraken die zijn gemaakt tussen Rijk, IPO en VNG. In het kader van het klimaatakkoord is afgesproken dat iedere regio een RMP opstelt om daarin aan te geven hoe CO2 te reduceren in mobiliteit. Dit is een belangrijke doelstelling in dit RMP, maar bestuurlijk is de wens uitgesproken een breed mobiliteitspakket uit te werken. Dit RMP werkt toe naar een breed en integraal programma. Een pakket aan mobiliteitsmaatregelen gekoppeld aan onze integrale ambi es. Daarbij is het ons doel dat de visie en doelstellingen meerjarig hetzelfde blijven en dat we het uitvoeringsprogramma jaarlijks actualiseren op basis van monitoring, verschuiving van inhoudelijke prioriteiten of beschikbare budge en. 1.2 Voortbouwen op bestaande mobiliteitskoers van provincie, regio en gemeenten Dit regionale mobiliteitsprogramma begint niet bij nul.
Het programma bouwt voort op reeds bestaande provinciale, regionale en gemeentelijke visies en programma’s. Voortbouwen en aansluiten op koers Gelderland Het RMP maakt aanslui ng met de extra investeringen die Gelderland wil doen in de brede opgave van mobiliteit. Hierin zijn door Gelderland nog keuzes te maken. De basis van de extra investeringen komen voort uit de Beleidskader bereikbaarheid en het Programma bereikbaarheid. Deze zijn beide in ontwikkeling en vormen een actualisa e van de Visie voor een bereikbaar Gelderland. Nieuwe accenten voor Gelderland zijn meer aandacht voor de samenhang tussen de ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Meer aandacht voor bereikbaarheid en lee aarheid van en in de landelijke gebieden en nog meer aandacht voor verkeersveiligheid. Voortbouwen en aansluiten op koers Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Het RMP bouwt voort op het regionale mobiliteitsbeleid uitgewerkt in het Ambi edocument: “Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid” (2019). Koers van het Ambi edocument: Naar een duurzaam bereikbare regio Snel, comfortabel, veilig, betrouwbaar en schoon reizen. Daar zorgt SLIM & Duurzame Mobiliteit en Bereikbaarheid voor in de regio Arnhem Nijmegen. We bieden duurzame oplossingen voor een robuust wegennet, betrouwbaar spoor, (H)OV voor iedereen en een aantrekkelijk fietsnetwerk.
Ook werken we aan een verkeersveilige omgeving en s muleren we duurzaam reisgedrag. Samen, steviger en sterker voor een gezonde en duurzaam bereikbare regio waar het pre g wonen, werken en reizen is.
De koers uit het Ambi edocument is de basis geweest voor het huidige werkprogramma van de regio op het gebied van mobiliteit. Met deze koers hebben we nu al een aantal jaren succesvol samengewerkt aan mobiliteit in de regio. Hoewel de mobiliteitskoers nog steeds actueel lijkt, 3
verdient deze bijstelling. Nieuwe ontwikkelingen hebben zich voorgedaan waardoor we nieuwe prioriteiten willen stellen of bepaalde maatregelen willen versnellen. Voortbouwen en aansluiten op koers gemeenten Ook binnen de 17 samenwerkende gemeenten is de inzet op mobiliteit aan het verschuiven. We zien in veel van onze gemeenten de roep om schone en ac eve mobiliteit te s muleren nadrukkelijk terugkomen. Het ‘Mobiliteitsplan Doesburg’ zet vol in op verschoning van mobiliteit. Het ‘Mobiliteitsplan Beuningen 2035’ zet onder andere in op het bevorderen van gezonde mobiliteit en waarborgen toekomstbestendigheid gekoppeld aan de woningbouwopgave. Zowel Arnhem als Nijmegen ze en volop in op mobiliteitstransi e. Ook de gemeente Renkum werkt aan een mobiliteitsplan waarbij dit terugkomt. In een voortgangsbericht aan de raad laat de gemeente Renkum weten dat zij de posi e van de fiets en de voetganger willen versterken. De auto krijgt een minder prominente plaats door de snelheid structureel terug te brengen, 50 km/uur wordt een uitzondering en de fysieke ruimte voor ac eve vervoerwijzen te vergroten. Ook de gemeente Rheden is gestart met het proces naar een Mobiliteitsprogramma met uitvoeringsplan. Belangrijke aspecten hierin zijn het s muleren van duurzame mobiliteit en het prioriteren van ac eve vormen van mobiliteit, blijkt uit de Startno e ‘Bouwsteen Mobiliteit’.
In de ‘Mobiliteitsvisie Lingewaard’ is het centraal stellen van de lee aarheid en de inzet van meer fiets één van de hoofdpunten en het ‘mobiliteitsplan van Mook en Middelaar’ spreekt over s mulans duurzaamheid. De mobiliteitsvisie van Wijchen-Druten maakt nadrukkelijk de koppeling met de omgevingsvisie. Zij ze en in op duurzaam verplaatsen, verkeersveiligheid, lee aarheid in de gemeenten, bereikbare gebieden en verbonden met de regio. Zevenaar kent 3 ambi es in het vigerende verkeersplan. Het gaat om lee aarheid van woonomgeving, betere bereikbaarheid van de kernen, bedrijventerreinen en voorzieningen en het verkeersveiliger maken van de wegen. 1.3 Van koersdocument naar uitvoeringsprogramma Met de maatregelen uit het Regionaal Mobiliteitsprogramma willen we zoveel mogelijk bijdragen aan een sterke en aantrekkelijke Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. We willen ruimte bieden om de verstedelijkingsopgave in te passen, maar willen dat de extra mobiliteit van onze toekoms ge inwoners, werknemers en bezoekers niet leidt tot meer CO2-uitstoot in de mobiliteit. Sterker nog de afspraak is dat we met elkaar fors minder CO2 gaan uitstoten. En dat niet alleen. We hebben ook afspraken gemaakt over schone lucht en minder s kstofdeposi e.
We hebben daarnaast meer aandacht voor het tegengaan van de groeiende druk op de openbare ruimte door mobiliteit en willen dat onze inwoners dezelfde kansen hebben om deel te nemen aan de samenleving en wonen in een gezonde leefomgeving. Veel ambi es in een periode waarin we merken dat het Rijk scherpere keuzes maakt. Er is sterk behoe e aan minder onderzoeken en plannenmakerij en meer concrete maatregelen die le erlijk het verschil maken op straat. Dit RMP is een uitnodiging naar alle par jen om mee te werken aan de brede ambi es. Onze focus ligt daarbij op “doen”. Waar we de afgelopen jaren veel energie hebben gestopt in verkenningen en visies willen we de komende jaren zoveel mogelijk projecten 4
daadwerkelijk uitvoeren. Maatregelen die onze regio integraal bereikbaar houden. Daarin an ciperen wij op toekoms ge ontwikkelingen en leggen wij de rela e met andere opgaven en uitdagingen. We hebben veel ambi es en hebben de laatste jaren gewerkt aan diverse opgaven. Dit koersdocument schetst het brede pallet aan maatregelen waaraan we regionaal samenwerken aan mobiliteit. Deze brede maatregelen kunnen we niet allemaal tegelijk uitvoeren. We moeten kiezen! Het pakket is te groot om dit op te pakken, zeker omdat enkele van de genoemde maatregelen bestaan uit meerdere deelprojecten. Zo vallen meerdere fietsinvesteringen onder ‘uitbreiding hoofdfietsnetwerk’. Maar ook de budge en staan de komende jaren onder druk. De gemeenten die veelal de maatregelen uitvoeren hebben hiervoor vaak niet de personele capaciteit beschikbaar. Daarnaast is ook de (kosten)effec viteit van iedere maatregel anders. We hebben er daarom voor gekozen om eerst in regionaal verband de koers te bespreken (het huidige koersdocument). Na de zomer maken we de balans op. Het uitvoeringsprogramma dat volgt in het najaar van 2024 gee de keuzes en fasering van de maatregelen. Het Uitvoeringsprogramma van het RMP gee het overzicht aan geprioriteerde maatregelen die de gemeenten, regio, provincie en Rijkwaterstaat willen gaan uitvoeren. Daarbij hoe niet iedere par j deel te nemen aan elk project.
Soms werken we intensief samen, soms pakt een van de par jen een maatregel op. Het Uitvoeringsprogramma biedt de gezamenlijke afspraken over inhoud, planning en financiering. Het totale RMP (het Koersdocument en het Uitvoeringsprogramma) is daarbij SUMP-proof zodat we ook Europa als partner in onze integrale opgaven kunnen betrekken. Het RMP voldoet aan de SUMPrichtlijnen, zoals in onderstaand figuur is uitgewerkt.
5
2. Ambi es en doelen 2.1 Nieuwe accenten in het mobiliteitsbeleid Onze verstedelijkingsopgave en de noodzaak tot mobiliteitstransi e De verstedelijkingsopgave in de regio is groot. 60.000 extra woningen en extra werkloca es zijn in onze regio nodig tot 2040. De verstedelijkingsopgave geldt regiobreed en hee onherroepelijk betekenis voor alle gemeenten. Grofweg de hel is in de twee steden gepland en de andere hel in de andere gemeente binnen de regio. De mobiliteitsdruk gaat op korte en lange termijn verder toenemen, zowel met rijdende voertuigen als met geparkeerde voertuigen. Onze bereikbaarheid is kwetsbaar. De huidige cijfers over toenemende drukte op de wegen illusteren dit. Over het wegennetwerk in onze regio breken we sinds 2023 in alle maanden vanaf september tot en met december nieuwe drukte-records. De verkeersdruk op onze wegen is drukker dan voor corona. Bij ongewijzigd beleid gaat dit beeld verder verslechteren.
Ontwikkeling verkeersintensiteiten over het wegennet in de regio Arnhem-Nijmegen Bron: Doorstroomanalyses RVMT (2024) Uit de doorstoomanalyses die het RVMT Arnhem-Nijmegen maakt, blijkt ook dat de filedruk verder toeneemt. De maatschappelijke kosten van deze files s jgt daarmee ook. Het RVMT rekent uit dat de gemiddelde maatschappelijke kosten per jaar voor de top 15 knelpunten in onze regio cira 7,8 miljoen euro bedraagt. Dat is ruim meer dan de voorgaande jaren. Bouwen in bestaand bebouwd gebied maakt duurzame mobiliteitskeuzes van de toekoms ge inwoners en bezoekers kansrijker Waar we in de regio bouwen maakt voor onze bereikbaarheid en kansen om tot meer duurzame mobiliteit te komen nogal uit. De regio kiest dan ook bewust om 70% van de extra benodigde woningen te bouwen in bestaand stedelijk gebied. Dit wil de regio vooral doen rondom OVknooppunten. Dit gee een impuls aan het openbaar vervoer (mits dit voldoende kwaliteit en capaciteit biedt), het fietsgebruik en de verplaatsingen te voet. Daarnaast gee dit ook een impuls aan de nabijheid van voorzieningen en werkgelegenheid. Dagelijkse voorzieningen in de nabijheid betekent dat toekoms ge inwoners minder ver reizen en eerder kiezen voor de fiets.
6
Maar hier houdt het niet op. Ook voor onze bestaande inwoners, werknemers en bezoekers van de regio is een impuls naar meer duurzame mobiliteit nodig. Het lukt niet meer om alle ambi es te bereiken en alle nieuwe mobiliteit te faciliteren als we doorgaan op de oude weg. We moeten het mobiliteitssysteem anders inrichten. De transi e naar meer duurzame mobiliteit is voor velen gemeenten een randvoorwaarde in het mobiliteitsbeleid. De beoogde mobiliteitstransi e gaat gepaard met een lagere snelheid op steeds meer wegen en meer prioriteit voor ac eve vervoerswijzen als wandelen en fietsen. Ook het s muleren van openbaar vervoer, de inzet op deelmobiliteit en verknoping van de netwerken via mobiliteitshubs komt in meerdere gemeentelijk mobiliteitsplannen terug. De kwaliteit van het openbaar vervoer en groeiende mobiliteitsongelijkheid De coronapandemie ligt in gedachten alweer ver achter ons. Echter de effecten op ons mobiliteitsgedrag zijn nog steeds merkbaar. Posi ef zijn de betere mogelijkheden tot thuiswerken en thuisleren, waardoor reizen niet al jd meer nodig is. Nega ef is het effect op het gebruik van het openbaar vervoer. De reizigersaantallen in bus en trein zijn door corona sterk onder druk komen te staan. Ook anno 2023/2024 zijn de reizigersaantallen in totaal lager dan de periode voor corona. Dit is vooral te merken in het busvervoer.
Minder reizigers betekent minder inkomsten en daardoor een minder hoge kostendekkingsgraad. Het totale exploita ebudget lijkt niet hoger te worden, terwijl er wel ambi es zijn om sterke buslijnen te intensiveren. Met de nieuwe OV-concessie voor de regio op komst (ingangsdatum juni 2026) is verschraling van een deel van het OV-aanbod een reëel doemscenario. Bestuurders van de samenwerkende gemeenten vragen met klem aandacht voor het behoud van het OV-aanbod. Toenemende autoa ankelijkheid werkt mobiliteitsongelijkheid in de hand Een trend die samenhangt met de verschaling van het OV-aanbod is de toenemende autoa ankelijkheid. Uit cijfers en prognoses van het KIM (Kennisins tuut van Mobiliteit) blijkt dat het autobezit de laatste jaren is gestegen en blij s jgen. De verwach ng is dat deze trend vooral buiten de steden doorzet. Volgens onderzoek van het KIM (Het Wijdverbreide autobezit in Nederland) blijkt dat steeds meer mensen steeds a ankelijker zijn van de auto. Zij zien dan ook steeds grotere verschillen tussen stad en land. In het landelijk gebied neemt het OV en fietsgebruik af en s jgt het autobezit en autogebruik. In het sterk stedelijke gebied stabiliseert het autogebruik, houdt het OV-aandeel stand en groeit de fiets sterk.
Bron: Het wijdverbreide autobezit in Nederland, KIM (2022)
In onze regio werkt deze trend mobiliteitsongelijkheid in de hand. Dit leidt tot een punt waarbij inwoners zonder rijbewijs of zonder auto in bepaalde kernen niet meer volwaardig mee kunnen doen in onze samenleving, zeker ook gezien de vergrijzing van de samenleving. Dit is onwenselijk. Mensen en bedrijven hebben recht op goede bereikbaarheid. Zowel in de stad, als in de minder stedelijke 7
gebieden. Immers een goede bereikbaarheid is van groot belang voor onze samenleving en economie als geheel. Dat hoe echter niet al jd meer per tradi oneel openbaar vervoer te zijn. Meer integrale opgaven De groene leefomgeving van onze regio is uniek in Nederland. Nergens in Nederland komen stedelijke dynamiek, economische kracht en een prach g ‘groen en blauw’ landschap zo vanzelfsprekend samen. Deze kracht wil de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, onder het mo o ‘meer landschap-meer stad’ versterken. Het mo o van de regio klinkt als een onmogelijke spagaat. Maar niks is minder waar. Het verstedelijkingsconcept van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en de regio Foodvalley is gericht om meer dichtheid van stedelijkheid te realiseren en tegelijker jd meer groene kwaliteit toe te voegen.
OVERZICHT ONTWIKKELING WOONMILIEUS
Meer stad is vooral te zien aan de veranderende skyline van zowel Arnhem als Nijmegen. We gaan meer en meer de lucht in. In onze woningvoorraad neemt zowel het centrumstedelijke als het hoogstedelijke woonmilieu toe. Kortom: meer stad. Meer landschap betekent niet alleen het beschermen van de huidige (kwetsbare) natuurgebieden. Het betekent ook groene kwaliteiten Bron: Deel I Verstedelijkingsconcept Verstedelijkingsstrategie toevoegen. Park Lingezegen is Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (2023) hiervan een voorbeeld. Als we willen dat de huidige en toekoms ge inwoners en bezoekers van de regio deze groene kwaliteiten gemakkelijk kunnen ontdekken, gee dit ook de uitdaging deze groene en blauwe kwaliteiten te verbinden. Onze regionale opgaven worden steeds integraler Als we kijken naar de totale ambi es in de regio hebben we gekscherend gezegd 150% ambi es: - We willen een groene groeiregio zijn waarbij we onze woningbouwopgave waarmaken; betaalbaar en met voldoende huisves ng van aandachtsgroepen. - We willen een produc eve regio zijn waarbij we ruimte bieden voor onze ondernemers en een aantrekkelijk ves gingsklimaat zijn voor onze bedrijven. - We willen een circulaire regio zijn waarbij we zuinig zijn met onze grondstoffen en voldoende schone energie opwekken.
- En we willen ontspannen regio zijn waarbij we onze inwoners en bezoekers toegang bieden aan de groen en blauwe kwaliteiten van de regio in balans met de natuur. Er is een sterke overlap tussen de opgaven van de regio met mobiliteit. Mobiliteit is de balansfactor in wonen, economie, energietransi e en groen. Onze mobiliteit verbindt meer stad met meer landschap. We ze en daarom in op een integrale mobiliteitskoers in evenwicht met de andere regionale opgaven, zoals circulaire regio, groene groei regio, produc eve regio en een ontspannen regio. Dit vertaalt zich in een mobiliteitsaanpak, met aan de basis brede doelstellingen. 8
Verduurzamen logis ek In dit RMP betrekken wij nadrukkelijk logis ek in onze aanpak. Dit is niet zonder reden. Hoe wij met logis ek om willen gaan, hee invloed op onze integrale ambi es. De logis eke sector levert een belangrijke bijdrage aan onze circulaire economie, onze produc eve regio en onze duurzame regio. Vanuit Europees perspec ef bevindt onze regio zich als strategisch knooppunt aan transportcorridors. Dit gee economische mogelijkheden, maar ook allerlei bedreigingen. Denk aan de ‘verdozing’ in ons landschap dankzij grootschalige distribu ecentra langs snelwegen en de lee aarheids- en veiligheidsdiscussie langs het spoor. Grote veranderingen zijn op komst in onze logis ek. Volgens het College van Rijksadviseurs (CRa) in het advies ‘De logis ek van morgen begint vandaag’ is de sector toe aan radicale verandering. De magie van Nederland Distribu eland is volgens hen versleten. Het is jd om keuzes te maken voor een logis eke sector die waarde aan de samenleving toevoegt en bijdraagt aan onze brede welvaart. Ook voor onze regio is een verhaal nodig over de logis ek die we wél willen en hoe we hiervoor op een goede manier ruimte kunnen maken. We hebben logis ek ook gewoon nodig voor onze economie en voor onze circulaire bouw. We willen dat deze logis eke stromen met minimale hinder in onze leefomgeving plaatsvinden, efficiënter en bovenal schoner is.
Als regio gaan we de samenwerking aan met logis eke bedrijven, transporteurs en kennisinstellingen, zoals opgenomen in onze Regionale Roadmap Duurzame Logis ek. We willen dat het logis ek ecosysteem de transi e maakt naar minder milieubelas ng en een slimmer en bewuster gebruik van de ruimte. We staan voor een integrale aanpak die bijdraagt aan de transi e naar een toekomstbestendige economie en de kwaliteit van de leefomgeving in de regio behoudt. 2.2 Het versterken van onze brede welvaart Wat betekent de integrale kijk op mobiliteit? Tradi oneel richt mobiliteitsbeleid zich op het tegengaan van files en het verminderen van ‘voertuigverliesuren’. Dat is aan het veranderen. In navolging van het Rijk (zie ook Hoofdlijnenno e van de Mobiliteitsvisie 2050) verbreden we ons mobiliteitsperspec ef. We ze en in op mobiliteitsinvesteringen die bijdragen aan onze brede welvaart. Dat wil zeggen maatregelen die bijdragen aan: Duurzaamheid; Toegang voor iedereen; Verkeersveiligheid; Meer ac eve mobiliteit en een fijnere leefomgeving; en Bereikbaarheid. Deze brede welvaartsbenadering is nog een rela ef nieuw perspec ef. Het denken hierover staat nog in de kinderschoenen. In het programma Mobiliteitsvisie 2050 werkt het Rijk samen met de regio’s aan een verdere uitwerking van de beleidsdoelen van Brede Welvaart.
De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen treedt daarbij op als testregio om de bereikbaarheidsdoelen verder concreet te 9
maken. De regio is de testcase als suburbane regio voor de ‘Gebiedsgerichte uitwerking van bereikbaarheidsdoelen’. Dit krijgt in de komende periode verder vorm. Dit RMP neemt hierop alvast een voorschot. Wij hebben per doelstelling aangegeven welk resultaat we in 2030 willen bereiken. Hiermee kunnen we in 2030 beoordelen in hoeverre ons maatregelenpakket succesvol is. Ook gedurende de loop jd van het RMP maken we de tussenstand op. Zo kunnen we ons maatregelenpakket indien nodig bijstellen. Hiervoor stellen we een monitoringsplan op. 2.3 Doel: Duurzaamheid
Een belangrijke basis van dit RMP zijn de afspraken van het Rijk met IPO en VNG in het kader van het Klimaatakkoord. We moeten met elkaar fors minder CO2-uitstoten. Het gaat om 55% CO2-reduc e in 2030 ten opzichte van 1990 en nagenoeg geen CO2-uitstoot meer in 2050. Dit vergt flinke ingrepen, niet in de laatste plaats in onze mobiliteit. Immers ruim 20% van de CO2-uitstoot komt door onze mobiliteit. Wij omarmen de klimaatafspraken. De inzet op duurzame mobiliteit past bij ons DNA als groene regio. Denk aan: - Onze koplopersrol in de investeringen in doorfietsroutes; - Onze schone bus concessie met bussen op groen gas en een uniek trolleysysteem; - En Nijmegen als European Green Capital in 2018.
10
Om de doelstelling van CO2-reduc e te behalen zijn duurzame mobiliteitsmaatregelen nodig. We maken al stappen in het verschonen van onze mobiliteit. Steeds meer vervoermiddelen zijn elektrisch. Echter vooralsnog maken de meeste vervoermiddelen gebruik van fossiele brandstoffen. Met het gebruik van verbrandingsmotoren blijven we CO2 uitstoten.
Bron: h ps://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/co2-uitstoot Als we kijken naar de CO2-uitstoot in onze regio door onze mobiliteit (de grijze lijn) dan valt op dat we de afgelopen jaren nauwelijks tot een reduc e van onze CO2-uitstoot zijn gekomen. Dat is een landelijke trend. Om onze doelstelling van CO2-reduc e te behalen zijn vergaande maatregelen nodig. Dit kunnen we als samenwerkende gemeenten niet alleen. Een sterke regie vanuit het Rijk is nodig, met landelijke afspraken en wet- en regelgeving. Hier maken wij ons sterk voor. 2.4 Doel: Toegang voor iedereen
Iedereen hee recht op bereikbaarheid, zodat iedereen kan meedoen in onze samenleving. Die bereikbaarheid wordt niet alleen bepaald door de afstand (nabijheid) en snelheid (reis jd), maar ook door de toegankelijkheid en betaalbaarheid van vervoersmiddelen en het voorhanden zijn van alterna even. 11
De toegang tot voorzieningen in beeld
Bron: De toegang tot voorzieningen in beeld, GIS-analyse Goudappel (2023)
De toegang tot voorzieningen is sterk a ankelijk van waar je woont. Hiervoor zijn door de regio ook al eerdere analyses uitgevoerd. In bovenstaande kaart is een fic eve score van bereikbaarheid uitgewerkt. Het kaartbeeld laat zien hoe roder het gebied hoe minder makkelijk onderwijs, werk, zorg of winkels ‘bereikbaar’ zijn. Onze doelstelling is dat alle inwoners in onze regio mee kunnen doen aan onze samenleving. Of je nu woont in Angeren, Nijmegen Dukenburg, Wijchen of in Ze en, dat mag niet uit maken. Ona ankelijk waar we wonen in de regio moet binnen een redelijke jd en tegen redelijke kosten voorzieningen toegankelijk zijn. Bijvoorbeeld de schoolgaande jeugd in Doesburg die naar school gaan in de Liemers of de inwoner uit Millingen aan de Rijn die werkt op het bedrijventerrein Bijsterhuizen. We willen dat ook inwoners die geen auto bezi en of geen rijbewijs (meer) hebben een alterna ef beschikbaar hebben. Doelgroepen als schoolgaande jeugd, studenten, ouderen, gehandicapten, mensen met lagere inkomens en mensen die bewust zonder auto willen leven een passende vervoersmogelijkheid binnen bereik hebben. Dat kan een (deel)auto, (deel) fiets, openbaar vervoer, buurtbus, bakfiets of een andere vorm van mobiliteit zijn.
12
2.5 Doel: Verkeersveiligheid
Elk verkeersslachtoffer is er één te veel. Dit is een open deur, maar tegelijker jd spreken de cijfers boekdelen. Het verkeer in onze regio telt in 2023 ruim 700 verkeersslachtoffers. Dit zijn zowel erns g gewonden als dodelijke slachtoffers. Vanuit de regio maken we ons al jaren druk om de verkeersveiligheid te verbeteren. Ook voor het nieuwe RMP is de inzet op verkeersveiligheid een doelstelling. Dit past bij de aandacht die provincie voor het thema hee via de ‘Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid’. De trend in onze ongevallensta s eken is verontrustend. We zien dat het aantal verkeersslachtoffers de laatste jaren s jgt. Van 433 in 2020 naar 702 in 2023. Deze s jging is niet helemaal representa ef, mede door de coronaperiode met minder verkeer op de weg. Maar tegelijker jd is het aantal verkeersslachtoffers fors hoger dan de periode voor corona.
Bron: Bliqrapportage, mei 2024
Vooral ouderen op de fiets zijn veel vaker het slachtoffer in het verkeer de afgelopen jaren. Dit hangt onder andere samen met vergrijzing (mensen blijven op steeds oudere lee ijd deelnemen aan het verkeer), snelheid van de e-bike, smalle fietspaden en drukkere fietspaden. Dit laatste met name in de steden. Volgens het S ch ng Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) is bijna driekwart van de fietsdoden een gevolg van een botsing met een motorvoertuig. We willen deze nega eve trend doorbreken. Onze doelstelling is dat het aantal verkeersdoden en gewonden in elke gemeente in onze regio in 2030 is gedaald ten opzichte van 2021.
13
2.6 Doel: Meer ac eve mobiliteit en fijnere leefomgeving
We s muleren ac eve mobiliteit, zoals lopen en fietsen. Dit sluit naadloos aan bij de Werkagenda Ac eve Mobiliteit van de provincie Gelderland. Ac eve mobiliteit is gezond en schoon, is ruimtelijk efficiënt, vergroot het sociale contact en is rela ef goedkoop. En is voldoende poten e voor meer ac eve mobiliteit. Immers ons mobiliteitsgedrag kent veel korte verplaatsingen. Afstanden die veelal te voet of met de fiets worden afgelegd, zeker door de investeringen in fietsinfrastructuur van de laatste jaren. Tegelijker jd zien we dat de auto ook nog vaak wordt gebruik bij rela ef korte verplaatsingen. Daar ligt nog een groot poten eel. Grofweg 1/3 van de autoverplaatsingen is korter dan 5 kilometer! 1/3 hee een afstand tussen de 5 en 15 kilometer en weer 1/3 is langer dan 15 kilometer. De korte autori en bieden houvast en een aanleiding om de vanzelfsprekendheid van schone en gezonde ac eve mobiliteit verder te vergroten. Venster op Gelderland De provincie Gelderland monitort het daadwerkelijk verplaatsingsgedrag in Gelderland via het Nederlands Verplaatsingspanel (NVP). Het NVP gee ons een unieke inkijk in het daadwerkelijke mobiliteitsgedrag in de regio. Een speciaal ontwikkelde app houdt van de aangesloten panelleden bij wanneer, hoe, waar en met welk vervoermiddel ze zich verplaatsen.
Specifiek voor de regio Arnhem Nijmegen is dit voor de periode 2019 tot en met 2022 in beeld gebracht. Deze cijfers geven een inzicht in al het autoverkeer in de regio Arnhem Nijmegen. Percentage afstandsklassen autoverkeer in de regio Arnhem Nijmegen (bron: Venster op Gelderland, 2019-2022)
In onze groene groeiregio staat een fijne leefomgeving voorop. Voor de lee aarheid in onze steden en kernen is van het belang hoe we onze mobiliteit organiseren. Onze leefomgeving is gebaat bij verkeer dat beheerst door onze wegen en straten rijdt. Een fijnere leefomgeving betekent minder luchtvervuiling, maar ook meer ruimte voor groen en ontspanning en voor klimaatadapta e (meer schaduw, beter opname van excessief regenwater). Luchtkwaliteit bereik je door minder autoverkeer en schonere auto’s (en schonere logis ek), maar ook door minder geparkeerde voertuigen. En dat betekent fietsverkeer, deelmobiliteit en andere alterna even verbeteren, zodat mensen minder vaak de auto nodig hebben en dus geen derde, tweede of zelfs eerste auto hoeven te nemen.
14
2.7 Doel: Vergroten bereikbaarheid
Waar je woont hee betekenis in de hoeveelheid werkgelegenheid die je binnen een bepaalde reis jd kunt bereiken. Vanuit Gelders perspec ef geldt dat je vanuit de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen rela ef veel banen kunt bereiken, met een combina e van diverse vervoermiddelen. De 20% beste loca es bezien vanuit bereik van 20% beste locaties “banen binnen bereik” Bron: Achtergrondrapport Visie naar een Bereikbaar Gelderland (2022) banen zijn hiernaast per modaliteit ingetekend. De nabijheid van voorzieningen in combina e met de kwaliteit van het auto-, ov- en fietsnetwerk hee een bepalende rol in het bereik en de ontplooiingsmogelijkheden van inwoners (zowel werkgelegenheid als onderwijs). Hoe beter een loca e is verbonden aan het mobiliteitsnetwerk in combina e met de nabijheid van diverse arbeidsplaatsen (en onderwijsinstellingen), hoe meer ontplooiingsmogelijkheden dit gee voor inwoners. We zien bereikbaarheid als combina e van de afstand (nabijheid) en de snelheid (voertuigverliesuren/ reis jd). We willen werk maken aan de nabijheid van voorzieningen. Dat betekent de beschikbaarheid van voorzieningen in kernen in onze regio. Dit zorgt ervoor dat lange verplaatsingen minder nodig zijn.
15
Ook het efficiënter omgaan met het bestaande mobiliteitsnetwerk is belangrijk voor een betere bereikbaarheid. Ons mobiliteitsnetwerk loopt tegen de grenzen van de capaciteit aan. Maar dat geldt vooral jdens de werkdagen op de piekmomenten in de spits. En ook niet voor alle werkdagen is dit beeld hetzelfde. Vooral op de dinsdag en de donderdag zijn de zwaarste files of zi en reizigers in overvolle treinen. Er zijn grote verschillen, zoals ook het spitsprofiel op de Nederlandse wegen laat zien. We zijn allemaal op dezelfde jd en op Spitsprofiel per dag van de week (bron: NDW, 2023) dezelfde dagen onderweg. Het is begrijpelijk, maar tegelijker jd ook weer onbegrijpelijk. Dit kan efficiënter, zoals spitsmijden, spits spreiden of s muleren om op rus gere dagen te reizen. Daarnaast zijn technologische oplossingen beschikbaar die zorgen dat we de bestaande verkeersruimte beter benu en. Denk aan slimme verkeerslichten, verkeersmanagement, platooning en dubbel gebruik van parkeerplekken.
16
3. Ons werkprogramma Om onze ambi es en doelstellingen waar te maken ze en wij in op een brede mobiliteitsaanpak. Deze aanpak bestaat uit drie pijlers. 1) Schone mobiliteit & gedragsaanpak 2) Lokale en regionale mobiliteitsnetwerken 3) Na onale en interna onale corridors
Binnen deze pijlers hebben we de mobiliteitsopgaven zo integraal mogelijk uitgewerkt. Pijler 1: Schone mobiliteit en gedragsaanpak In 2030 is onze mobiliteit in de regio schoner dan nu. We willen 55% minder CO2 door onze mobiliteit in 2030 ten opzichte van 1999. Dit doen we door het s muleren van schone mobiliteit. Een opgave waarbij we ook het Rijk nodig hebben qua wet- en regelgeving. Als regio ze en wij in op bewezen successen en nieuwe kansrijke ini a even. Denk aan de verdere ontwikkeling van onze laadinfrastructuur, het bevorderen van duurzame logis ek en het s muleren van zero emissie zones. Ten tweede werken we aan een slimmer en efficiënter gebruik van ons mobiliteitsnetwerk met onze gedragsaanpak. We con nueren onder meer onze werkgeversaanpak en logis eke makelaars. Ten slo e zijn ook faciliterende randvoorwaarden van belang. We ondersteunen het opschalen en promoten van deelmobiliteit, het op orde brengen van onze mobiliteitsdata en regionaal verkeersmanagement. In deze pijler hee de regio zowel een uitvoerende als een inspirerende/ aanjaag rol. Pijler 2: Lokale en regionale mobiliteitsnetwerken De opgaves waar we voor staan hebben consequen es voor ons lokale regionale mobiliteitsnetwerk. Een mobiliteitstransi e naar meer duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit is nodig om onze integrale ambi es waar te maken.
We nemen maatregelen zodat onze gemeenten in de regio goed verbonden zijn via samenhangende en geïntegreerde mobiliteitsnetwerken. We ze en in op slimme verstedelijking en mobiliteitsinvesteringen, een schaalsprong fiets, een samenhangend regionaal openbaar en publiek-vervoerssysteem en het versterken van het mul modale mobiliteitsnetwerk. Vanwege het schaalniveau is onze rol als regio hier meer bepalend en uitvoerend. Pijler 3: Na onale en interna onale corridors Een goede aanslui ng van onze regio op de corridors via spoor, weg en water is een randvoorwaarde om de ambi es voor de realisa e van onze verstedelijkingsopgave tot 2040 uit te voeren en om onze economische posi e in Nederland en Europa te handhaven. Het gaat om directe, snelle en betrouwbare verbindingen vanuit en naar de omliggende stedelijke regio’s, maar ook met verder weg gelegen economische centra zoals de Randstad en het Ruhrgebied. Onze corridors van spoor, water en wegen zijn onderling goed verbonden in de regio, en verbinden de regio met de rest van Nederland en Europa. Vanwege het schaalniveau is de rol van de regio hierin vooral gericht op lobby en agenderen. 17
Pijler 1: Schone mobiliteit en gedragsaanpak Onze regio kent een sterke tradi e in samenwerken op schone mobiliteit en mobiliteitsgedrag. Via het programma Beter Benu en en de laatste jaren met het programman Slim & Schoon Onderweg is samenwerking ontstaan tussen overheden, werkgevers en onderwijsinstellingen. Deze zorgvuldig opgebouwde samenwerking ze en we door. Onze maatregelen binnen deze pijler komen voort uit het ‘Programmaplan 20232026 Slim & Schoon Onderweg’. In dit RMP geven we tevens een doorkijk naar 2030. A. S muleren schone mobiliteit Vanuit het klimaatakkoord is mobiliteit als sector aangewezen om te komen tot reduc e van CO2. In de afgelopen jaren is hierin ook al het nodige bereikt. Immers onze mobiliteitswereld is in beweging. We zien een omschakeling naar steeds meer duurzaam vervoer. De inzet om duurzame mobiliteit te s muleren is breed. Van duurzame energiedragers tot het s muleren van elektrisch personenvervoer en het verduurzamen van logis ek en personenmobiliteit. Dit zijn de 4 essen ële onderwerpen om de mobiliteit te verduurzamen volgens het Klimaatakkoord.
Voorbeelden van maatregelen mobiliteit vanuit het Klimaatakkoord Bron: Klimaatakkoord.nl/mobiliteit
Een belangrijk aandachtspunt bij onze verduurzaming is de problema ek van de netconges e. Door een overvol elektriciteitsnetwerk kunnen we eigenlijk geen extra stekker meer in het stopcontact steken. We willen en moeten verder verduurzamen, maar mogelijk gaat dit extra jd kosten. In ons RMP houden we rekening met de nieuwe werkelijkheid wat betre de capaciteit op het stroomnetwerk. Wat gaan wij doen in 2024-2030? A1. S muleren zero emissie vervoer A2. Ondersteunen in uitrol laadinfrastructuur in samenhang met netconges e A3. Verduurzamen logis ek
18
A1. S muleren zero emissie vervoer Realiseren schone bus concessie De huidige OV-concessie in de Groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen is met bussen op groen gas (regionaal geproduceerd) en de trolleybussen op groene stroom de schoonste van Nederland bij de invoering van de toenmalige concessie. Hiermee is de concessie klimaatneutraal maar nog niet zonder uitstoot. De provincie Gelderland hee een bestuursakkoord getekend om in 2030 volledig emissievrij busvervoer te realiseren. Deze ambi e staat op gespannen voet met de problema ek van de netconges e. Wij maken ons samen met de provincie hard voor een schone bus concessie. We zoeken daarbij naar oplossingen om de bus concessie in samenhang met het probleem van de netconges e op te pakken. De inzet van Trolley 2.0 (in Mo on Charging) techniek is in onze regio een aanvullende mogelijkheid om met zero-emissie bussen te rijden. De inzet van de nieuwe Trolley 2.0 bussen tussen (Ede-) Wageningen – Arnhem is hier een mooi voorbeeld van. Door het inze en van Trolley 2.0 in de regio, func oneert het trolleynet van Arnhem als 'laadpaal' voor de hele regio. Tijdens het rijden wordt de ba erij opgeladen. Dit hee een groot voordeel omdat we daarmee het energienetwerk minder belasten. Dit leidt tot minder netconges e.
Wij willen deze techniek evalueren en antwoord geven op de vraag of deze techniek succesvol is om op te schalen op andere HOV-routes in de regio. Daarin is het nodig om ook de verdere doorontwikkeling van de ba erijtechniek te betrekken. Op basis van de evalua e gaan we samen met de provincie Gelderland kijken op welke techniek(en) we verder willen inze en. Eigen wagenpark vergroenen en schoon doelgroepenvervoer Ook onze gemeenten hebben een eigen wagenpark. In het verschonen van dit wagenpark zijn al flinke stappen gezet. Het gaat dan onder andere om de bedrijfsauto’s, maar ook om schonere en s llere voertuigen van ons reinigingsbedrijven en voor vuilverwerkers en -ophalers. Ook het doelgroepenvervoer willen we verder verschonen. Inmiddels rijdt zo’n 40% van het doelgroepenvervoer in de regio elektrisch. A2. Ondersteunen realisa e laadinfrastructuur in samenhang met netconges e We werken aan het versnellen van de uitrol van laadinfrastructuur. Denk aan snellaadpunten (voor personenvervoer, logis ek en OV), laadpunten bij bedrijven en voorzieningen. Laadinfrastructuur is noodzakelijk voor de transi e naar Zero Emissie voertuigen. Hiervoor sluiten we aan op de afspraken die gemaakt zijn in de Na onale Agenda Laadinfrastructuur. Ook willen we randvoorwaarden meegeven voor onze logis ek.
Ze en we in op elektrisch of op waterstof, of houden we vast aan een mix hiervan? Het gaat om: - Het realiseren van publieke laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen - Het verbeteren van de informa evoorziening over de loca e en beschikbaarheid van laadpunten, laadprijstransparan e en een open laadmarkt - Het inze en van smart charging om te zorgen voor een stabiel elektriciteitsnetwerk - Het realiseren van robuuste laadinfrastructuur voor (stads)logis ek die een verdere ingroei en ontwikkeling van elektrificering van mobiele werktuigen en elektrisch vervoer van goederen mogelijk maakt.
19
Een gebrek aan stroom (energieconges e) vertraagt op dit moment de benodigde transi e. Wij willen een brug slaan tussen de centrale aanpak vanuit het landsdeel Oost (NAL-Oost) en de regiogemeenten. Onze doelstelling daarbij is door de inzet van kennisdeling en pilotprojecten zorg te dragen dat we jdig over voldoende laadinfrastructuur beschikken. Het ini a ef van smart energy hubs en power hubs kan daar mogelijk aan bijdragen. Wij volgen dit op de voet. A3. Verduurzamen logis ek Logis ek is een belangrijk onderdeel om CO2 in de mobiliteit te reduceren. In onze regio hee logis ek een brede opgave die zowel binnen de werkvelden mobiliteit, energietransi e en economie een rol hee . Wij willen keuzes maken voor een logis eke sector die waarde aan de samenleving toevoegt en bijdraagt aan onze brede welvaart. Voor de verdere verduurzaming van logis ek ze en we in op zero emissie zones stadslogis ek en het versterken van mul modaliteit. Zero-emissie zones voor stadslogis ek In het klimaatakkoord is afgesproken dat de grote en middelgrote steden in Nederland aan de slag gaan met schone stadslogis ek. Één van de maatregelen om te komen tot schone stadslogis ek is het invoeren van zero emissiezones. Zero-emissiezones voor stadslogis ek komen er aan in 2025 / 2026 in Nijmegen en Arnhem. In deze gebieden mogen alleen nog maar bestelbussen en vrachtwagens zonder uitstoot rijden.
Voor sommige voertuigen geldt een overgangsfase. Uiteindelijk rijden er in 2030 allen nog logis eke voertuigen in de zones op elektriciteit of op waterstof. Ondernemers kunnen kiezen om of zelf te investeren in een schoon voertuig of gebruik te maken van logis eke hubs aan de rand van de stad en vanuit daar de goederen via een bezorgdienst laten bezorgen. Wij s muleren deze ontwikkeling omdat dit effect groter is dan de vier zero emissiezones in de regio (Arnhemse binnenstad, Nijmeegse binnenstad, Campus Heijendaal en Hof van Holland). Met onze logis eke makelaars adviseren wij de vervoerbedrijven. Versterken mul modaliteit in onze logis ek We streven naar betrouwbare, robuuste, duurzame en veilige goederenvervoercorridors. We willen meer duurzame logis ek met meer gebruik van binnenvaart en spoor. Het verknopen van deze verschillende modaliteiten speelt hierin een rol. Op deze manier komen we tot een lagere CO2uitstoot, verbeterde luchtkwaliteit en minder conges e op de weg. Dit doen wij onder andere met onze logis eke makelaars met gesprekken met de logis ek ondernemers. Daarnaast hebben we contact met de modal shi makelaar die vanuit de provincie Gelderland ac ef is op dit onderwerp.
20
B. Gedragsaanpak Het huidige programma ‘Slim & Schoon Onderweg’ gee ook de invulling aan de gedragsaanpak. De maatregelen uit het programma helpen bewoners, forensen, bezoekers en (logis eke) ondernemers bewust te kiezen. Het gaat om het s muleren van duurzaam en slim reisgedrag. Een gedragsaanpak op mobiliteit vergt een lange adem. We willen daarom vasthouden aan de focus van de aanpak. Wat gaan wij doen in 2024-2030? B1. Con nueren werkgeversaanpak in combina e met CO2-regels B2. Inzet logis ek makelaars B3. Bewoners- en bezoekersaanpak B4. Onderwijsaanpak B5. Gedragsaanpak verkeersveiligheid B6. Fietss mulering
B1. Con nueren werkgeversaanpak in combina e met CO2-regels Volgens het klimaatakkoord ligt voor het verschonen onze mobiliteit een sleutel bij werkgevers. Het klimaatakkoord stelt dat meer dan de hel van de wegkilometers in het personenvervoer werk gerelateerd is. Werkgevers hebben dus een grote rol in het verduurzamen van de mobiliteit. We ondersteunen werkgevers via mobiliteitsmakelaars. Hier hebben we al ruim 10 jaar ervaring mee in de regio, maar dit zijn afgelopen jaren steeds wisselende personen geweest. Meer con nuïteit en werken vanuit een structurele aanpak is nodig. De scherpere CO2-regels maakt onze gedragsaanpak voor mobiliteit steeds minder vrijblijvend. Landelijk worden werkgevers met meer dan 100 werknemers verplicht te rapporteren over hun eigen CO2-presta es op het gebied van mobiliteit. Indien de CO-uitstoot van het collec ef niet hard genoeg daalt, volgt een normering. Een dergelijke landelijke verplich ng aan (grote) werkgevers om de eigen CO2 te reduceren gee werkgevers een prikkel om hiermee echt aan de slag te gaan. Wij zijn hier voorstander van. Nu is de werkgeversaanpak nog vrijblijvend. Indien dit meer dwingend wordt zijn ook duidelijkere resultaten te bereiken. De werkgeversaanpak kan mee surfen op een dergelijke verplich ng en werkgevers handreikingen bieden voor het duurzaam mobiliteitsgedrag van de werknemers. B2.
Inzet logis ek makelaars Logis ek makelaars helpen logis eke dienstverleners bij het verschonen van het wagenpark, door hen te wijzen op de mogelijkheden, een businesscase op te (laten) stellen, hen te adviseren over de subsidiemogelijkheden en waar mogelijk te helpen bij de subsidieaanvragen. Ook adviseren zij overheden bij onderzoeken en beleid op het gebied van duurzame logis ek. Met de komst van zero emissiezones zien we een belangrijke verschuiving ontstaan. Ook in advisering over gebruik van logis eke hubs. Met de inzet van logis eke makelaars willen we doorgaan. B3. Bewoners- en bezoekersaanpak De komende jaren komen dankzij de extra woningen vele nieuwe inwoners in de regio wonen. Zij zullen voor de verhuizing opnieuw bepalen hoe zij zich gaan verplaatsen. In het programma willen we bijzondere aandacht besteden aan onze nieuwe inwoners. Met recht want zij komen ook op nieuwe loca es te wonen waar nieuwe (lagere) parkeernormen gelden. Autobezit en autogebruik is daardoor minder vanzelfsprekend. Wij willen de nieuwe bewoners op jd informeren of kennis laten maken met duurzame alterna even. Dit kan een informa epakket zijn, maar ook probeerac es voor deelmobiliteit, trein en of bus.
Hoewel de nadruk zal liggen op de nieuwbouwontwikkeling, zijn ook ac es mogelijk in andere wijken, bijvoorbeeld wijken met een hoge parkeerdruk of wijken en kernen waar nieuwe fietsinvesteringen plaatsvinden. 21
Een andere doelgroep die we in de gedragsaanpak willen betrekken zijn de bezoekers van grote publiekstrekkers. Denk aan grote evenementen of onze grote dagrecrea evoorzieningen zoals Burgers’ Zoo. Maar het kan ook gaan over drukke koopzondagen of speciale evenementen rondom feestdagen zoals de kerstshow Intratuin in Duiven. Deze doelgroep willen we ook aangrijpen om slimmer en duurzamer reizen te s muleren. B4. Onderwijsaanpak Voor zowel Arnhem als Nijmegen gaan we door met de onderwijsaanpakken. Daarbij richten we ons zowel op studenten als op medewerkers. In Nijmegen is dit onderdeel van de campusaanpak Heijendaal, waar we een breed pakket aan maatregelen uitvoeren om de bereikbaarheid en lee aarheid te verbeteren. In Arnhem is de laatste jaren hard gewerkt om deze samenwerking ook voor elkaar te krijgen. Dit hee geleid tot een bestuurlijk gedragen plan van aanpak en commitment voor de uitvoering ervan. In de Campusaanpak streven we op hoofdlijnen de volgende inhoudelijke doelstellingen na: - Het s muleren van duurzamer reisgedrag: minder reisbewegingen en als er gereisd wordt, dan zo duurzaam mogelijk. - Het verbeteren van de bereikbaarheid: zorgen dat de mobiliteitsketen op orde is. - Het beter afstemmen van de vraag op de OV capaciteit: verminderen van de piekdrukte in het OV. B5. Gedragsaanpak verkeersveiligheid De ongevalscijfers zijn reden tot zorg.
Het aantal verkeersslachtoffers neemt na jaren van daling, helaas weer toe. Ook de provincie Gelderland onderkent dit. Zij kiezen ervoor om daarvoor extra prioriteit te geven aan het aanpakken van verkeersveiligheid. Speciaal hiervoor hee Gelderland de Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid 2024-2027 opgesteld. In deze agenda staat ook een gedragsaanpak van verkeersveiligheid centraal. Wij sluiten hier graag bij aan omdat wij onderschrijven dat bij het merendeel van de ongelukken het verkeersgedrag een ‘ongelukkige’ rol speelt. We willen verkeersveilig gedrag bij alle verkeersdeelnemers s muleren met de focus op kwetsbare en onervaren verkeersdeelnemers. Daarom gaan we voor intensivering van gedragscampagnes en verkeerseduca e in samenwerking met de provincie Gelderland. B6. Fietss mulering De transi e naar meer duurzame mobiliteit is voor velen gemeenten een randvoorwaarde in het mobiliteitsbeleid. Om dit te ondersteunen willen we een gedragsaanpak uitwerken waarbij we meer mensen verleiden om voor de korte ri en de auto te laten staan. Wij willen de komende periode gaan verkennen op welke wijze we samen met partners een gezamenlijke aanpak van fietss mulering kunnen opze en.
22
C. Faciliterende randvoorwaarden Wat gaan wij doen in 2024-2030? C1. Reguleren autogebruik en -bezit C2. Opschalen en promoten deelmobiliteit C3. Regionale aanpak mobiliteitsdata op orde C4. Sturen op verkeer dankzij regionaal verkeersmanagement
C1. Reguleren autogebruik en -bezit In Nederland hebben we ruim 9 miljoen auto’s. Het autobezit is de afgelopen 25 jaar gestegen van grofweg 400 naar 500 auto’s per 1.000 inwoners. Ook in onze regio groeit het autobezit. Vanaf 2017 is ons wagenpark gegroeid met ruim 9% in 5 jaar jd. Van 360.000 auto’s bij onze huishoudens naar 390.000 auto’s nu. Dit is ongemakkelijke paradox. Immers het autobezit neemt nog steeds toe, terwijl we toe willen naar een mobiliteitstransi e met minder autogebruik. Bron: Monitoring Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen (CBS-data), 2023
Het toenemende autobezit merken we als we onderweg zijn en op straat met geparkeerde auto’s. Als we in onze regio meer ruimte willen bieden voor klimaat, wonen, groen en energietransi e zal een grote ruimtegebruiker moeten inleveren: de auto. Hiervoor willen we s muleren dat we het autogebruik en het autobezit meer gaan reguleren. Dit geldt niet alleen voor de grote steden, maar dit geldt regiobreed. Om het autobezit en daarmee het gebruik te ontmoedigen, zijn lagere parkeernormen gewenst en willen we het parkeren meer op afstand organiseren. Hierop dringen we aan ook in rela e tot de verstedelijkingsopgave. Daarnaast ondersteunen we het principe dat de privéauto niet meer vanzelfsprekend voor de deur te vinden is. In de verstedelijkingsopgave maken wij ons hard voor parkeren op afstand, bijvoorbeeld een centrale parkeergelegenheid in de buurt in plaats van parkeerplekken vlak voor de deur. Door mensen een paar minuten naar de auto te laten lopen, is men eerder geneigd om de fiets te nemen. Daarnaast wordt de openbare ruimte aantrekkelijker als de auto’s uit het zicht staan. C2. Opschalen en promoten deelmobiliteit De markt voor deelmobiliteit is nog steeds erg grillig en ook overheden weten nog niet precies waar ze naar toe willen en welke rol ze willen pakken.
We zien dat deelmobiliteit een onderdeel gaat worden van de mobiliteitstransi e, maar we zijn nog niet op het punt dat het een volwaardig alterna ef is. Daar willen we aan werken. Als regio hebben we al een aantal jaar ervaring met deelmobiliteit. De regio kent op dit moment enkele deelvervoerhubs. Ze vormen de oplossing voor de ‘last mile’. Ook kan deelvervoer ingezet worden om hiaten in een vervoersnetwerk op te vullen. We willen deze deelmobiliteit in de regio verder opschalen in alle 17 gemeenten van onze regio. We richten ons op het verkrijgen van voldoende aanbod en op het s muleren van het gebruik door campagnes.
23
Wat we zien is dat de ingeze e strategie om vanuit de steden Arnhem en Nijmegen ook de omliggende gemeentes te bedienen met deelmobiliteit niet lukt zonder daar een financiële compensa e tegenover te ze en. Daarnaast merken we dat de markt steeds vaker vraagt om regie en s mulering vanuit de overheid. Dergelijke inzet vraagt om kaders vanuit de gemeentes en de provincie om de afweging te kunnen maken of en hoeveel financiering beschikbaar wordt gesteld. Welke waarde hee deelmobiliteit voor de gemeenten en hoeveel middelen stellen we beschikbaar. De regio wil dit de komende jaren samen met de gemeenten oppakken en borgen in lokaal beleid om scherp te krijgen waar welke vorm van deelmobiliteit waarde brengt. Arnhem en Nijmegen zijn koploper in de regio qua beleid rondom deelmobiliteit. Beide steden hebben een traject doorlopen om de algemene plaatselijke verordening (APV) aan te passen, waarbij deelmobiliteitsaanbieders een vergunning moeten aanvragen om deelmobiliteit aan te mogen bieden. Daarnaast zijn beleidsregels opgesteld over op welke manier deze vergunningen worden verstrekt en welke voorwaarden verbonden zijn voor de aanbieder van deelmobiliteit. Denk hierbij aan maximaal aantal voertuigen per modaliteit, maar ook eisen aan datadeling en kwaliteit.
Netwerkbenadering over de gemeentegrenzen Veel aantrekkelijker dan de aanwezigheid van één enkele hub is een netwerk van hubs in verschillende soorten en maten, dat zich uitstrekt over de regio Arnhem-Nijmegen. Een dergelijk netwerk vormt een belangrijk element in de transi e naar een slim en duurzaam mobiliteitssysteem waarin verschillende modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. Om de reiziger keuzevrijheid te bieden, bestaat een hub netwerk uit een combina e van verschillende types van hubs, variërend in hoeveelheid aangeboden deelvoertuigen, groo e en aanwezigheid van voorzieningen. Dit netwerk willen we in alle gemeentes in de regio opbouwen. C3. Mobiliteitsdata op orde Geplande wegwerkzaamheden, de actuele verkeerssitua e op de weg en op het spoor, brugopeningen, maximum snelheden, parkeerinforma e, fietsteldata en informa e voor logis eke ondernemers zoals venster jden. We kennen diverse mobiliteitsdata die we nauwkeurig willen bijhouden. Dit is nodig zodat de informa e in de apps die reizigers gebruiken betrouwbaar en up-todate zijn. Het is feitelijk digitaal wegbeheer. We willen dat iedere gemeente dat op orde hee . C4. Sturen op verkeer via regionaal verkeersmanagement Dagelijkse drukte op ons wegennetwerk, ongevallen, wegwerkzaamheden of evenementen; met verkeersmanagement begeleiden we het verkeer in bijzondere situa es.
Hiervoor hebben we een speciaal team opgericht: het Regionaal Verkeersmanagement Team (RVMT). In dit team werken onze gemeenten, provincie en Rijkswaterstaat samen. Dit team lost niet zozeer files op, maar beïnvloedt de verkeerssitua e door het instellen van omleidingsroutes, het afvangen van pieken en het afstemmen van wegwerkzaamheden. Deze samenwerking werkt al jaren uitstekend. Hier gaan we de komende jaren mee door. Één van de nieuwe accenten in het verkeersmanagement wordt het betrekken van onze hubs. We willen deze loca es op maal benu en in reguliere situa es en bij bijzonderheden.
24
Pijler 2: Lokale en regionale mobiliteitsnetwerken D. Verstedelijkingsafspraken Onze regio is samen met de regio Foodvalley aangewezen als NOVEX-gebied. NOVEX staat voor “Na onale Omgevingsvisie Extra”. Het roept daarbij de associa e op met de woningbouwgebieden van eind vorige eeuw die de tel van VINEX-loca es kregen. Was de VINEX-opgave in onze regio ruim 24.000 woningen groot. Nu werken we aan de bouw van 60.000 extra woningen voor 2040. Circa 20.000 van deze woningen realiseren wij in de grootschalige NOVEX-woningbouwloca es. Dit zijn de gebieden Nijmegen Sta onsgebied, Nijmegen Kanaalzone en Spoorzone Arnhem Oost.
In het NOVEX ontwikkelperspec ef Arnhem Nijmegen Foodvalley gee onze integrale uitwerkring hoe we de puzzel van zowel landelijke als regionale opgaven in onze regio ruimtelijk willen gaan inpassen.
In de afspraken met het Rijk zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. De door het Rijk toegekende budge en van in totaal 196 miljoen euro zijn bedoeld om de extra woningen die vóór 2030 worden gerealiseerd, beter bereikbaar te maken. Wat gaan wij doen in 2024-2030? D1. Inze en op slimme verstedelijking D2. Mobiliteitsinvesteringen doen die onze verstedelijkingsloca es mul modaal bereikbaar maken
D1. Inze en op slimme verstedelijking Een belangrijke conclusie uit de verstedelijkingsstrategie is: “Waar je bouwt maakt nogal uit”. We willen de nieuwe woningen en nieuwe werkgebieden dusdanig plannen en ontwerpen dat de nieuwe bewoners en werknemers minder a ankelijk zijn van de auto. De exacte ligging (nabij veel voorzieningen), maar ook het ontwerp (fiets dicht bij de voordeur en de privéauto of deelauto op afstand in een buurthub) speelt daarin een beslissende rol. We ze en in op slimme verstedelijking. Dit maximaliseert het fiets- en OV-gebruik en dempt de autoa ankelijkheid. Dit blijkt ook uit de bevindingen van het rapport: Mobiliteitsanalyses 2040 ArnhemNijmegen-Foodvalley (2022). ‘Woningen concentreren in stedelijk gebied met op male OV bediening en focus op fiets en OV leidt tot lagere extra ritgenera e in totaal en minder groei van het aantal autori en in het bijzonder’. Dit is nodig om de regio te laten groeien en tegelijker jd de regio bereikbaar te houden. Wij voeren hierover samen met de gemeenten, provincie en rijk de gesprekken wat de strategisch slimme loca e keuzes zijn, om de auto-a ankelijkheid te doorbreken. Daarnaast is het noodzaak dat de verstedelijkingsstrategie ook een duurzamer mobiliteitsgedrag van bestaande inwoners en werknemers aanjaagt.
Het bouwen in bestaand bebouwd gebied en nabij OVknooppunten betekent veelal ook de noodzaak tot meer investeren in de kwaliteit voor voetgangers, fiets en openbaar vervoer. Het verlagen van de parkeernorm en daarmee het s muleren van duurzame mobiliteit biedt kansen om deelmobiliteit bij nieuwbouwprojecten te promoten en op te ze en. De kans van slagen is het groots op loca e waar de alterna even van openbaar vervoer en fiets op orde zijn. Een regionaal kennisteam voor de gemeentes in de regio kan helpen om kennis en kunde in te brengen in de nieuwbouwprojecten binnen deze gemeentes. Dergelijke ini a even zien we ook opgepakt worden in andere regio’s van het land (Utrecht, Stedendriehoek). 25
D2. Extra mobiliteitsinvesteringen om onze verstedelijkingsloca es bereikbaar te houden Meer woningen en meer bedrijvigheid leidt automa sch ook tot meer mobiliteit. Uitgaande van het huidige mobiliteitsgedrag ontstaan door 60.000 extra woningen circa 300.000 extra dagelijkse autori en. Zonder extra investeringen in duurzame mobiliteit zorgen de gebiedsontwikkelingen voor nog vollere wegen en blik op straat. Niet alleen is het nodig de woningen te bouwen rondom OVknooppunten, maar er moet ook gezorgd worden voor goede fietspaden, fietsvoorzieningen, haltevoorzieningen, deelmobiliteit(shubs) en parkeren op afstand. Voor al deze investeringen in mobiliteit zijn financiële middelen nodig. De regio hee al meermaals aan de alarmbel getrokken. Het pleidooi is ook door diverse media opgetekend: “We hebben zekerheid nodig over financiële middelen voor infrastructuur en mobiliteit voor alle extra woningen en extra werkgelegenheid”. Deze zekerheid is er nog niet. Wij blijven hier ons hard voor maken. E. Schaalsprong fiets: veilig, aantrekkelijk en verbonden De groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen hee de juiste omvang, dichtheid en schaal om met de fiets overal te kunnen komen. Onze regio staat na onaal en interna onaal bekend als een fietsvriendelijke regio, met goede infrastructuur voor de fiets.
Aantrekkelijke en comfortabele nonstop fietsroutes om automobilisten te verleiden de fiets te nemen. We zien nog meer poten e voor de groei van het fietsgebruik, zeker door de groeiende populariteit van de elektrische fiets. In de beoogde mobiliteitstransi e naar meer duurzame mobiliteit is (en blij ) de fiets en de e-bike ons speerpunt. Ook onze partners het Rijk (Na onaal Toekomstbeeld Fiets) en de provincie Gelderland (Agenda Ac eve mobiliteit) benadrukken het belang van de fiets en maken hiervoor financiële middelen beschikbaar. Er is nog meer dan genoeg poten e voor meer fiets in onze regio. Uit ervaring weten we dat de hel van onze autori en korter is dan 7,5 kilometer. Een afstand die op de fiets en zeker op de e-bike voor veel inwoners, werknemers en bezoekers goed te doen is. Een randvoorwaarde daarbij is dat de fietsinfrastructuur van voldoende kwaliteit is: veilig, snel, herkenbaar en comfortabel. De cijfers van ons verplaatsingspanel wijzen op een nog dominanter gebruik van de auto voor korte ri en. Dit zijn gemeten data op basis van een mobiele telefoon van panelleden.