CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1.2 Raadsvergadering 8 februari 2022, gemeente Rozendaal35.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

“Het is belangrijk om alle partijen aan te spreken op het ontbreken van passende hulp. Gemeenten, GI’s, zorgaanbieders en bestuurders in de regio zijn gezamenlijk verantwoordelijk. Dit komt steeds meer samen, maar hier is nog meer winst te behalen.” Aanwezigen tijdens het monitoringsgesprek 28 januari 2021

11 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

In het gesprek van 28 januari 2021 hoorden de inspecties van de aanwezigen bij het monitoringsgesprek dat er niet voldoende middelen beschikbaar zijn voor de GI’s om de kwaliteit te kunnen leveren die ze willen leveren. Om bijvoorbeeld een flexibele schil te hebben binnen een GI is er geld nodig om personeel te kunnen betalen. Er is nu geen rek bij gemeenten om dit te kunnen realiseren. Ook voor het organiseren van passende hulp is het budget op dit moment niet toereikend. De regio probeert zo goed mogelijk om te gaan met de middelen die er zijn.

12 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets In dit hoofdstuk geven de inspecties hun conclusies uit de verdiepende praktijktoets weer per jeugdbeschermingsregio en per norm. De inspecties hebben in Gelderland bij JB Gelderland 18 dossiers onderzocht en acht gesprekken met ouders en kinderen gevoerd, waarvan de maatregel startte tussen augustus 2020 en januari 2021. Met tien jeugdbeschermers voerden de inspecties gesprekken over verschillende casussen uit de caseload van de jeugdbeschermers. In de regio Gelderland voeren ook landelijk werkende GI’s LJ&R, WSS en JVV maatregelen uit. Om deze reden keken de inspecties bij de WSS naar zeven casussen, voor LJ&R ging het om vijf en bij JVV om twee casussen. Aanvullend hierop is er contact geweest met het CJG Apeldoorn dat onder de jeugdhulpregio Midden IJssel/Oost Veluwe valt. De inspecties hebben het onderzoek kwalitatief ingestoken. Zij geven daarom niet alleen getalsmatig de bevindingen weer. Omdat de inspecties inhoudelijk casuïstiek hebben uitgediept en ook in algemene zin met jeugdbeschermers, zorgaanbieders (inclusief lokale teams) en jeugdhulpregio’s hebben gesproken, kunnen zij een duiding en een richting geven van de knelpunten en bevorderende factoren bij tijdige inzet van passende jeugdhulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel.

Bevindingen Norm 1

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar / op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst / wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind / gezin gekoppeld.

Bevindingen De regio Gelderland is er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat niet elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Gelderland tijdig een vaste jeugdbeschermer had. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal 39 casussen die na november 2021 zijn gestart beoordeeld op de tijdige beschikbaarheid van een jeugdbeschermer. In drie gevallen was er geen sprake van een vaste jeugdbeschermer. En in 12 gevallen was er geen sprake van een tijdige jeugdbeschermer. De inspecties zien verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio. De bevindingen zijn hieronder per GI uitgewerkt. Voor zowel JB Gelderland als LJ&R geldt het tijdig koppelen van een jeugdbeschermer aan een jeugdige met een maatregel als een groot knelpunt. Tijdens de monitoringsgesprekken is benoemd dat JB Gelderland werkt met een verdeellijst en ervoor kiest om een jeugdige pas aan een jeugdbeschermer te verbinden, wanneer deze vervolgens langdurig betrokken kan blijven. In 8 van de 27 onderzochte casussen was er niet tijdig een jeugdbeschermer van JB Gelderland beschikbaar.

13 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

LJ&R werkt sinds ruim een half jaar met een actief instroomteam dat vanaf de start van de maatregel een contactpersoon levert voor de jeugdige en het gezin. Deze instroommedewerker zet het plan uit en start de nodige hulp op. De instroommedewerker draagt de jeugdige over aan een basisteam zodra daar ruimte is. Ten tijde van het onderzoek, bleek uit de dossiers en gesprekken dat de jeugdige bij de start van de maatregel in vier van de vijf gevallen nog geen actieve instroommedewerker had. Voor JVV zijn twee casussen onderzocht, waarbij één op orde was de andere niet. Bij de WSS is er voor alle onderzochte zeven casussen sprake van een tijdige en vaste jeugdbeschermer bij de start van een maatregel. Alle GI’s geven aan dat ze bij alle aanmeldingen een veiligheidscheck doen en dat als het nodig is, er meteen een jeugdbeschermer op de casus wordt ingezet. Uit de monitoringsgesprekken kwam naar voren dat er meestal ongeveer 20 casussen op de verdeellijst bij JB Gelderland staan. Het is een vrij constant aantal dat een gegeven onderdeel lijkt te zijn in de werkwijze van de GI. JB Gelderland ervaart weinig bewegingsruimte (o.a. financieel) om personeel flexibel te kunnen inzetten. De GI vindt het wenselijk dat cliënten met zo min mogelijk wisselingen te maken krijgen en daarom kiest men voor het inzetten van een vaste jeugdbeschermer die aansluit bij het gezin.

Het voordeel hiervan is volgens JB Gelderland dat er minder wisselingen zijn en het nadeel is dat er in de eerste fase van de maatregel het gezin en de jeugdbeschermer niet meteen aan het plan kunnen werken. Bij de WSS is dit proces anders ingericht en is er altijd een jeugdbeschermer beschikbaar om met het gezin aan de slag te gaan. De WSS heeft een flexibele schil en kan, omdat het gaat om een landelijk werkende organisatie redelijk makkelijk met jeugdbeschermers ‘schuiven’. Bij JB Gelderland en LJ&R is er verschil tussen regio’s waar het op orde is en regio’s waar het nog niet lukt. Knelpunten 

Personeelstekort, of gebrek aan een flexibele schil zorgt ervoor dat er te weinig jeugdbeschermers beschikbaar zijn op het moment dat de toestroom vanuit de Raad voor de Kinderbescherming groot is. De GI’s kunnen niet sturen op het aantal maatregelen dat naar hen toekomt. “Er is een wachtlijst voor Rijk van Nijmegen. Er is een wachtlijstbeheerder. Deze heeft geen contact gehad met het gezin, waar ik nu mee ga starten. Dit had wel gemoeten. De tweede wachtlijstbeheerder was uitgevallen en zij had de casus onder haar hoede. Maar dit is dus niet de gangbare situatie. Er wordt altijd contact gezocht met de gezinnen. Indien er signalen van onveiligheid zijn, dan pakken we de zaak eerder op. De veiligheidsinschatting is bij dit gezin gedaan door de gedragswetenschapper, bij aanmelding. Er waren geen signalen van directe onveiligheid van het kind. Dan is het niet nodig om de zaak direct op te pakken.” (jeugdbeschermer Rijk van Nijmegen)

Gebrek aan financiële ruimte bij de GI’s om flexibel te kunnen reageren op de vraag.

Bevorderende factoren 

Jeugdigen en hun gezinnen hebben met weinig wisselingen van jeugdbeschermers te maken. Zowel ouders als jeugdbeschermers geven aan dat ze dit als prettig ervaren.

JB Gelderland heeft veel geïnvesteerd in haar medewerkers, zowel op deskundigheid, als op welbevinden. Jeugdbeschermers ervaren een verbetering van de werkdruk en stabiele teams. De teams delen zelf de zaken die binnen komen uit en houden daarbij rekening met affiniteit en draagkracht en –last.

14 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

“Bij JB Gelderland worden zaken verdeeld in overleg met het team. De ene persoon kan meer zaken hebben dan de ander. Een strakke caseload normering wordt niet gehanteerd. Dit bevalt me heel goed. Ik ervaar geen werkdruk, omdat ik vrij veel zaken aankan en het lukt om goed te coördineren.” (jeugdbeschermer Centraal Gelderland)

De GI’s zetten twee jeugdbeschermers in op één casus, wanneer de complexiteit daarom vraagt. Zowel jeugdbeschermers als ouders geven aan dat ze deze werkwijze prettig vinden.

De partijen in de regio hebben met elkaar de Gelderse verbeteragenda opgesteld om toe te werken naar een situatie zonder wachttijden aan de voorkant. De visie is dat jeugdbescherming een taak van alle partners is en dat het belangrijk is om de verantwoordelijkheid samen te voelen en te delen. Dit is belangrijk op bestuurlijk niveau, beleidsniveau en op uitvoeringsniveau. Het doel is niet tijdig behaald, maar het draagvlak is gecreëerd en de uitvoering is in ontwikkeling.

Dat de partijen in Gelderland de samenwerking centraal stellen, blijkt onder anderen uit de inrichting van een pilot in de regio FoodValley waarbij veiligheidspartners intensief met elkaar samenwerken om sneller en effectiever bij te dragen aan de veiligheid van jeugdigen en gezinnen. Betrokkenen zijn positief over deze pilot en de mogelijkheden om de pilot te verbreden naar andere regio’s. Norm 2

Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp. Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaat-regel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging / het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht.

Bevindingen De regio Gelderland is er deels in geslaagd om tijdig een gedragen koers uit te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Gelderland een gedragen koers had. De tijdigheid zou bij casussen die op de verdeellijst hadden gestaan, mogelijk niet gelukt zijn.

15 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben bij de GI’s die werkzaam zijn in de regio Gelderland in totaal 35 casussen beoordeeld op de aanwezigheid van een koers. In 27 zaken was er sprake van een koers. Van de 27 zaken met een koers was er in één geval wel een koers bepaald maar deze was niet tijdig. Ook waren er van de 27 zaken, vier gevallen waarbij de gedragenheid van de koers voor de inspectie niet navolgbaar was. De inspecties zien verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio. De bevindingen zijn hieronder per GI uitgewerkt. Bij JB Gelderland zien de inspecties dat van de 24 getoetste casussen in 20 gevallen een koers zichtbaar was, maar dat de gedragenheid van de koers niet altijd te achterhalen viel. De koers was in 19 gevallen tijdig. Voor LJ&R hebben de inspecties vier casussen getoetst, waarbij in alle gevallen de koers niet tijdig was, maar wel gedragen. Bij de WSS (vijf casussen) en JVV (2 casussen) was er sprake van een tijdige en gedragen koers in alle casussen. actief of inactief wachtlijstbeheer, Knelpunten 

Een casus die op de eerste norm ‘tijdige en vaste jeugdbeschermer’ vastloopt op de tijdigheid, loopt in een groot aantal gevallen met de tweede norm ook vast. Geen tijdige jeugdbeschermer leidt tot geen tijdige koers.

Jeugdbeschermers hebben te maken met ouders die niet mee willen werken en alle pogingen tot contact afhouden. Dit kan te maken hebben met een complexe echtscheiding, maar ook met bijvoorbeeld psychiatrische problematiek bij ouders.

JB Gelderland gebruikt bij de start van de maatregel een startdocument, waarin informatie van de beschikking en aanvullende informatie van het gezin terug te vinden zou moeten zijn. In het startdocument zet de jeugdbeschermer de richting van de koers uit. De inspecties zagen tijdens de praktijktoets dat jeugdbeschermers op verschillende manieren gebruik maken van het startdocument. In een aantal gevallen bevatte het startdocument alleen de informatie uit de beschikking van de rechtbank en gaf het geen richting voor de uitvoering van de maatregel. Ook uit andere documenten (contacten, tijdlijn) in het dossier was geen koers te herleiden. Uit de gesprekken met jeugdbeschermers kwam ook naar voren dat jeugdbeschermers verschillend invulling geven aan het startdocument.

Bevorderende factoren 

Deskundigheid en vaardigheden van jeugdbeschermers.

Doorgang vanuit de preventieve jeugdbescherming naar een gedwongen maatregel verloopt soepel. Zowel de cliënt als de jeugdbeschermer ervaren dit als een prettige werkwijze, omdat ze al contact hebben opgebouwd.

Bij de WSS is de sturing op de processen aangepast en verbeterd. In de dossiers zien de inspecties dit terug. De navolgbaarheid is groot en de wettelijke termijnen worden gehaald.

Goed luisteren door de jeugdbeschermers en de mening actief ophalen bij ouders en kinderen is belangrijk om tot een gedragen koers te komen. De inspecties hoorden dat ouders en jeugdigen dat heel belangrijk vinden. In veel gevallen ervaren ouders en kinderen dat er goed naar hen geluisterd wordt. Zelfs wanneer ze het niet eens zijn met de beslissingen die er genomen worden.

‘Ik heb veel ervaring en interesse in beleidsmatige keuzes. Nu ben ik ook bezig met methodische verdieping. Er is binnen JB Gelderland ruimte voor methodische verdieping en ik kan hier mijn rol als aanjager vervullen.’ (jeugdbeschermer Noord Veluwe)

‘Jeugdbeschermer keek goed verder wie er achter het schild zat. Ze heeft gezien dat dit eruit kon komen. Dat was echt een goed gevoel. Dat er ook echt geluisterd werd.’ (een ouder)

16 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Ouders en kinderen, maar ook jeugdbeschermers geven aan dat de bereikbaarheid en laagdrempeligheid van een jeugdbeschermer groot moet zijn. Jeugdbeschermers gaven aan dat ze allerlei manieren zoeken om vaak en goed in contact met het gezin te zijn: WhatsApp, beeldbellen, wandelen, op kantoor, huisbezoek, etc. Ouders en kinderen noemen dezelfde manieren van contactleggen. Norm 3

Tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. en in maatwerk). Passende hulp: Hulpverleners bieden hulp die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is de hulp bij een jeugdbeschermingsmaat-regel passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico. De hulp is passend als deze overeenkomt met het plan, dat een gedragen koers bevat. De hulp is ook passend als blijkt dat professional en gezin het ingezette alternatief passend vinden. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen drie maanden na het uitspreken van de maatregel passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. De hulp is niet gestart als na de intake het kind / gezin op een wachtlijst terecht komt. Indien het kind / gezin heeft moeten wachten op passende hulp, maar deze is in de doorbraakaanpak tot stand gekomen, dan beoordelen de inspecties dit positief.

Bevindingen De regio Gelderland is er niet voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in geslaagd om tijdig passende hulp die leidt tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico, in te zetten. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat nog niet elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Gelderland tijdig passende hulp kreeg. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal voor 38 jeugdigen met een maatregel beoordeeld of de passende hulp tijdig is ingezet. Voor 33 jeugdigen is het gelukt om passende hulp in te zetten, echter voor tien jeugdigen kon de hulp niet tijdig starten. In vijf casussen was er geen sprake van passende hulp. Op het gebied van tijdige inzet van passende hulp voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zijn geen grote verschillen per jeugdhulpregio zichtbaar. Wel ervaren jeugdbeschermers verschillen wat betreft aanmeldroutes voor passende hulp en hoe gemeenten omgaan met maatwerkoplossingen. Dit heeft invloed op de snelheid van het proces om tot een passend hulpaanbod te komen. Knelpunten 

Jeugdbeschermers hebben te maken met verschillende aanmeldprocedures binnen gemeenten voor de hulp die ze willen inzetten. In Midden IJssel/Veluwe Oost is bijvoorbeeld afgesproken dat het CJG de jeugdbeschermers ondersteunt bij het bepalen van de productcode. Het CJG Apeldoorn legt uit dat het CJG een goed overzicht heeft van het aanbod dat er is ingekocht en dat ze in overleg met de jeugdbeschermer de aanspraak op zorg regelen. Het CJG heeft een spreekuur bij JB Gelderland en hierdoor is er sprake van korte lijnen. Jeugdbeschermers die te maken hebben met deze gemeente geven aan dat ze de procedure vertragend vinden werken.

17 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Jeugdbeschermers ervaren dat ze een akkoord nodig hebben van het CJG om de hulp te kunnen gaan inzetten. Het CJG heeft een formulier ontwikkeld dat de jeugdbeschermer invult voorafgaand aan het overleg tussen CJG en GI. De inspecties zagen dit formulier in de dossiers terug. Dit leidt volgens jeugdbeschermers tot extra werk en overleg en dus tot vertraging. Ook ervaren jeugdbeschermers een overleg soms als een controle. Het gebeurt wel eens dat een jeugdbeschermer het aantal gewenste uren hulp aanpast op aandringen van het CJG. Het CJG geeft aan dat de GI bepaalt welke hulp er nodig is en dat het CJG meekijkt en kan adviseren en ondersteunen. Jeugdbeschermers en het CJG ervaren de procedure niet altijd het zelfde. Waar het CJG inzet op ondersteuning, ervaren jeugdbeschermers soms een drempel. Dat er meer onderlinge contacten zijn en gezocht wordt naar aansluiting, is volgens jeugdbeschermers en CJG een goede ontwikkeling. “ Waar we mee worstelen is dat de gemeente een vooraankondiging wil van de jeugdhulpbepaling. Dat kost veel tijd, maar zie er de nut en noodzaak niet van in. In dit geval was de hulp al gestart.” (Jeugdbeschermer Rivierenland)

“Apeldoorn wil dat aanmeldingen via het CJG gaan. Zij moeten toestemming geven voor de hulp. De jeugdbeschermer geeft aan wat hij wil en voor hoeveel uur.” (Jeugdbeschermer Midden IJssel)

“(…) de Jeugdbeschermers dienen alleen een bepaling in welke wordt getoetst (geen extra formulier). CJG-er bepaalt niet, maar GI stemt af. Omdat de gemeente Apeldoorn werkt met Budgetplafonds geldt bij aanbieders met een budgetplafonds wel een extra formulier, en ook bij buiten contractuele aanvragen is hier sprake van.’ (manager CJG, april 2021)

Jeugdbeschermers ervaren een tekort aan (hoog-)specialistische hulp; hulp bij eetstoornissen, forensische psychiatrie, GGZ met verblijf, specialistische gezinshuizen.

Een jong kind met gedragsproblemen en een complexe thuissituatie verblijft volgens de jeugdbeschermer, samen met de andere kinderen uit het gezin op een plek die niet passend is. Het kind verblijft op een groep in een instelling. Voor jonge kinderen is dit niet wenselijk, omdat op de groep veel wisselende medewerkers aanwezig zijn en omdat deze groep ver weg van de ouders is. De ouders van het kind hebben geen vervoer en kunnen daardoor weinig op bezoek komen. Ook verliest dit jonge kind de aansluiting met de eigen omgeving, waaronder school. De plek waar het kind verblijft is een tijdelijke plek en dat betekent dat er opnieuw een wisseling aankomt van woonplek, omgeving en school. De bedoeling is dat het kind weer bij de ouders gaat wonen, maar op deze manier is het heel lastig om te oefenen. Er is ambulante hulp en het kind gaat op bezoek bij ouders, maar dit is elke keer lastig om te organiseren. (Bron: dossier en jeugdbeschermer)

Jeugdbeschermers geven aan dat er vaak wachtlijsten zijn voor GGZ diagnostiek en hulp. Jeugdige, 12 jaar oud zou het beste passen in een gezinshuis. Omdat er wachtlijsten zijn bij een passend gezinshuis woont de jeugdige nu tijdelijk in een crisisinstelling. De jeugdige heeft complexe gedragsproblematiek en dat is voor veel andere gezinshuizen een reden om hem af te wijzen. De doorbraakaanpak is voor deze jeugdige ingezet, maar het blijft lastig om een passende plek te vinden. Er is een overleg geweest, maar de jeugdbeschermer was daar niet bij betrokken en heeft hiervan ook geen terugkoppeling ontvangen. De casus ligt nu bij de wethouder en een vertegenwoordiging van de zorgaanbieder. (Bron: jeugdbeschermer)

18 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Wanneer de start van de maatregel vertraging oploopt, komt de inzet van tijdige hulp in de knel. Ouder drinkt regelmatig waar 11-jarige jeugdige bij aanwezig is. De jeugdige sluit zich hiervoor af, zodat hij er niets van merkt en gamet steeds vaker. Ouders komen vaak in conflict met derden (school, sportclub) door een wantrouwende houding en aanvallende manier van communiceren. De jeugdige is hier getuige van en moet meermaals wisselen van school en sportclub. Jeugdige is regelmatig afwezig van school en laat gedrag zien dat past bij een loyaliteitsprobleem richting de ouders. De zitting voor de OTS vond volgens het dossier twee weken eerder plaats dan dat de aanmelding bij de GI binnen kwam. Daarna heeft het gezin een uitnodiging voor kennismaking ontvangen. Deze ging niet door wegens ziekte van de jeugdbeschermer en een nieuw kennismakingsgesprek werd ingepland. Deze heeft niet plaatsgevonden. Zes weken later was er een vaste jeugdbeschermer beschikbaar voor het gezin. Een maand later is het nog niet gelukt om in contact met deze ouders te komen en is er ook geen hulp opgestart. (Bron: dossier GI)

“Als wij geen passende hulp kunnen vinden, omdat er bijvoorbeeld wachtlijsten zijn of omdat het aanbod niet bestaat, kunnen we onze zorgmanager vragen om dit te regelen. Zij gaat ook aan de slag met passende aanbieders als er geen contracten met gemeenten zijn. Bijvoorbeeld bij een gezin kon ik met moeite passende hulp regelen. Toen het eindelijk was gelukt, bleek dat de gemeente vanaf 1 januari 2021 geen contract meer met deze aanbieder had. De hulp, die net begonnen was, moest volgens die gemeente dan ook weer stoppen. Het gezin was heel moeilijk te motiveren om hulp aan te nemen ze waren wantrouwend naar de hulpverlening toe en ik was blij dat het eindelijk was gelukt om samen met het gezin een geschikte aanbieder te vinden. Het is nog niet opgelost. De gemeente vindt het nu de verantwoordelijkheid van de aanbieder om nieuwe hulp voor dit gezin te organiseren. Ik vind het als gezinsvoogd onbestaanbaar dat dit kan.” (Jeugdbeschermer Centraal Gelderland)

Jeugdbeschermers lopen vast bij het organiseren van een goed hulpaanbod bij meervoudig complexe casuïstiek, waar maatwerk nodig is. Bijvoorbeeld GGZ problematiek gecombineerd met agressie of anorexia gecombineerd met een dwangstoornis.

‘Inzetten van hulp lukt meestal goed, behalve voor hele specialistische zorg, forensische ggz en 18 plus zorg. Vooral in de forensische GGZ is weinig hulp beschikbaar. Ik heb nu ook een jongen in mijn caseload die in januari is gestart maar die negen maanden op een wachtlijst heeft gestaan. Bij hem is het uiteindelijk wel goed gegaan omdat hij ook een behandeling voor zijn verslaving moest en dat hebben we uiteindelijk eerst ingezet. Voor bijvoorbeeld Jeugdfact is er ook een wachtlijst van drie maanden ongeveer. Het valt mee hoe vaak het in de caseload voorkomt, maar het gaat om ingewikkelde casussen. Ook persoonlijkheidsonderzoeken laten lang op zich wachten. Als hulp niet op tijd start, of je kan niet op tijd diagnostiek inzetten stuit je op het probleem dat daardoor problemen verergeren. Dat is echt zonde. Dan is ook weer zwaardere zorg nodig.’ (jeugdbeschermer, Centraal Gelderland)

19 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Bevorderende factoren 

Voor sommige vormen van hulp is voldoende aanbod in het Gelderse zorglandschap. Er is bijvoorbeeld een goed hulpaanbod bij complexe scheidingen. Dit aanbod is gevarieerd en wachttijden vallen volgens jeugdbeschermers mee. Soms kan er meteen gestart worden, ondanks dat de vraag groot is.

Korte lijnen tussen lokale teams en GI’s.

JB Gelderland werkt met een zorgmanager die door jeugdbeschermers ingezet kan worden bij complexe casuïstiek, waar een hulpaanbod voor gevonden moet worden.

Goed functionerende overlegtafels, waar een jeugdbeschermer complexe casuïstiek kan inbrengen. Deelnemers zijn partners in het zorgveld die samen verantwoordelijkheid nemen voor de cliënt/het gezin. Het doel is geen controle van het werk van de jeugdbeschermer, maar om samen te komen tot een oplossing: een hulpaanbod op maat.

“Binnenkort ga ik een experttafel organiseren met verschillende partijen: Pluryn, Karakter, Fornhese, Meerinzicht (gemeente) en CJG. Ik kan niet langer wachten in deze casus, want ik kom er zelf niet uit. Dit wordt de eerste experttafel voor mij. Het is een goede ontwikkeling. Zo kunnen we meer vraaggericht in plaats van aanbodgericht hulp inzetten. Wat heeft het gezin nodig?” (jeugdbeschermer Noord Veluwe)

“Over het algemeen lukt het om op tijd de juiste hulp in te zetten. De wachttijden vallen mij eigenlijk wel mee in deze regio. Ik zie niet zo heel veel verschil met de doorbraak aanpak, maar we kregen wel de vraag of we kinderen hadden waarvan we vonden dat ze niet de juiste hulp ontvingen en dit heeft bij een gezin van mij wel geleid tot de passende hulp. Ik heb niet uitgezocht wie dat dan uiteindelijk geregeld heeft, maar het was wel opvallend dat nadat ik dit gezin had doorgegeven er plek was bij de aanbieder. Ik denk dat het met de doorbraakaanpak te maken heeft “(jeugdbeschermer Achterhoek)

“ In zijn algemeenheid verschilt het per gemeente welke samenwerkingsafspraken gemaakt worden en welke rol een gemeente speelt (op achtergrond of vaker contact). Ik vind het prettig als er een vaste contactpersoon is bij gemeente die het gezin ook kent en dat er regelmatig contact is. Uiteindelijk gaat OTS er ook weer af en gaat casus terug naar de gemeente. In FoodValley is er per gemeente aanspreekpunt. Ikzelf heb nog geen beroep gedaan op het regionale expertise team (RET). Een collega wel. Ze heeft een casus ingebracht bij het RET Collega heeft casus ingebracht bij RET.” (jeugdbeschermer FoodValley)

20 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

5 Conclusie 5.1 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De inspecties hebben in oktober 2020 aan alle jeugdbeschermingsregio’s een termijn van vier maanden gesteld om ervoor te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer heeft en dat voor elk kind met een maatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet. De inspecties hebben in maart 2021 een praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de jeugdbeschermingsregio Gelderland voor wat betreft de jeugdigen met een maatregel die wordt uitgevoerd door JB Gelderland niet aan deze norm voldoet. Om kwalitatief goed en tijdig uitvoering te geven aan een jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregel, heeft een GI nodig dat het personeelsbestand op orde is en ruimte biedt voor onvoorziene situaties. Daarnaast is het belangrijk dat een GI kan investeren in de deskundigheid en het werkplezier van hun medewerkers. Dit vraagt (financiële) bewegingsruimte bij de GI. In Gelderland lukt het de GI’s en de jeugdhulpregio’s nog niet om samen voorwaarden te creëren waardoor jeugdigen met een maatregel en hun ouders tijdig een jeugdbeschermer hebben.

Voor zowel JB Gelderland als LJ&R geldt het tijdig koppelen van een jeugdbeschermer aan een jeugdige met een maatregel als een knelpunt. Bij WSS en JVV lukt het in Gelderland wel om tijdig een jeugdbeschermer in te zetten. Het niet tijdig inzetten van een jeugdbeschermer heeft impact op de inzet van een tijdige en gedragen koers. Zowel JB Gelderland als LJ&R voldoen nog niet volledig aan deze norm. Hierbij valt in positieve zin op dat het de GI’s in de meeste gevallen lukt om een gedragen koers uit te zetten, ondanks de complexiteit van problematiek in gezinnen waar de GI’s mee te maken hebben. Specifiek ten aanzien van JB Gelderland zijn de inspecties positief over de manier waarop de GI ervoor zorgt dat er voor een kind of gezin zo min mogelijk wisselingen zijn in jeugdbeschermers. Het is van grote waarde dat voor jeugdbeschermers een voorwaarde als rust in de caseload gecreëerd wordt, zodat ze hun vak goed kunnen uitvoeren. JB Gelderland doet daarmee recht aan de complexiteit en zwaarte van het vak. De regio Gelderland zorgt met de Gelderse verbeteragenda voor commitment op bestuurlijk, ambtelijk en uitvoerend niveau om vervolgens in alle gemeenten te komen tot een goed functionerende jeugdbescherming. Over de landelijk werkende instellingen (LJ&R, WSS en JVV) rapporteren de inspecties wat betreft deze normen op geaggregeerd niveau in een landelijk rapport.

5.2 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp De inspecties hebben in oktober 2020 aan alle jeugdbeschermingsregio’s een termijn van vier maanden gesteld om te zorgen dat elke jeugdige met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp ontvangt. De inspecties hebben in maart 2021 een praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of aan deze norm is voldaan. De inspecties stellen vast dat de regio Gelderland niet aan de norm voldoet. De doorbraakaanpak in de regio heeft nog onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. Voor jeugdigen en gezinnen die te maken krijgen met jeugdbescherming is het nodig dat de noodzakelijke hulp zonder vertraging wordt ingezet. De ontwikkeling van de jeugdige wordt ernstig bedreigd, de jeugdbeschermer heeft beperkt de tijd om in gedeelde verantwoordelijkheid met de ouders de ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige af te wenden. Een ondertoezichtstelling bijvoorbeeld, wordt hooguit voor een jaar uitgesproken. De inspecties vinden het niet acceptabel dat deze beperkte tijd, waarin de overheid direct ingrijpt in de

21 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

verantwoordelijkheid van ouders, wordt gevuld met wachten. Dit beperkt de mogelijkheden die een jeugdbeschermer heeft om samen met de jeugdige en zijn gezin de noodzakelijke stappen te zetten en leidt tot verergering van de problematiek. Een maatregel kán worden verlengd, maar de inspecties vinden het niet acceptabel wanneer deze verlenging het gevolg is van niet tijdige inzet van hulp. Wat betreft het inzetten van passende hulp door de GI benoemden de inspecties in het rapport uit 2019 dat de gecertificeerde instelling de wettelijke taak heeft te bepalen of en, zo ja, welke jeugdhulp is aangewezen bij de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. De Jeugdwet schrijft voor dat de GI hiertoe overlegt met het college van de gemeente waar de jeugdige zijn woonplaats heeft. Dit overleg is er primair op gericht om te weten welke jeugdhulp door de gemeente is gecontracteerd en anderzijds dat de gemeente als financier dient te weten welke jeugdhulp nodig wordt geacht (en dus moet worden ingekocht). Dit overleg is niet bedoeld om te komen tot overeenstemming over de bepaling van de jeugdhulp door de GI, de GI heeft hierin de eindverantwoordelijkheid. Goede samenwerking en gezamenlijke besluitvorming op casusniveau tussen gecertificeerde instelling moet gericht zijn op tijdige inzet van de passende hulp voor de jeugdige.

Het administratieve en bureaucratische proces mag niet vertragen, of ertoe leiden dat de noodzakelijke hulp aan een jeugdige wordt onthouden. Het overleg dient plaats te vinden met inachtneming van de privacywetgeving en de regels omtrent het beroepsgeheim. Het knelpunt in Gelderland zit vooral in de tijdigheid waarmee de hulp wordt ingezet. Het is de inspecties gebleken dat een aantal gemeenten in de regio het proces om te komen tot passende hulp voor jeugdigen met een maatregel zodanig heeft gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarnaast hoorden de inspecties dat er geen eenduidigheid is in de inkoop van jeugdhulp en dat het per gemeente kan verschillen hoe een aanmeldprocedure om in aanmerking te komen voor hulp, loopt. Hoewel Gelderland een breed dekkend hulpaanbod heeft, ontbreekt het aan een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugd-GGZ en aan een kwalitatief en kwantitatief aanbod van (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Dit betreft vooral specialistische hulp voor geestelijke gezondheid en gespecialiseerde gezinshuizen/verblijf. Hier staat tegenover dat de inspecties de volgende positieve ontwikkelingen en bevorderende factoren zien in de regio: 

Gelderland werkt met de Gelderse verbeteragenda, waarin is afgesproken dat er tijdig overleg is over de beschikbaarheid van noodzakelijke hulp. Gelderland werkt met perspectieftafels, waar naast de GI ook het lokale team deel van uitmaakt.

De jeugdbescherming werkt met zorgbemiddeling, middels een zorgmanager die ingezet kan worden bij het organiseren van hulp bij ingewikkelde casuïstiek.

5.3 Vervolg Ten aanzien van de eerste norm over de tijdigheid van een jeugdbeschermer, constateren de inspecties dat verbetering op korte termijn nodig is. De inspecties gaan over de wachtlijst bij Jeugdbescherming Gelderland in gesprek met de bestuurder van Jeugdbescherming Gelderland en bepalen op basis van de uitkomsten uit het gesprek het vervolg. Over het vervolg ten aanzien van de landelijk werkende instellingen in deze regio (LJ&R, WSS en JVV) rapporteren de inspecties op geaggregeerd niveau in het landelijke rapport. De geconstateerde positieve ontwikkelingen en bevorderende factoren, zijn van dien aard dat de inspecties er voldoende van uit kunnen gaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

22 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

De inspecties verwachten dat de jeugdhulpregio’s, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders binnen de jeugdbeschermingsregio alsnog aan deze norm voldoen en belemmeringen om aan de norm te voldoen wegnemen. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. Concreet verwachten de inspecties:  Dat de regio de doorbraakaanpak voortzet voor kinderen met een maatregel die nu wachten op passende hulp. 

Dat de volgende aanpassing wordt gerealiseerd: o Dat gemeenten het mogelijk maken dat de GI de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging inzet. Dat wil zeggen dat de inzet van hulp onverwijld plaatsvindt en dat de noodzakelijk geachte hulp niet wordt heroverwogen door de gemeente.

En zorgt voor: o Structureel en laagdrempelig overleg tussen de partijen als lokale teams en GI’s, niet als stap in het beoordelingsproces, maar als inhoudelijke afstemming om te komen tot passende hulp. Dat de regio binnen drie maanden een plan maakt dat leidt tot: o Een toereikend aanbod voor de meest complexe hulpvragen: integrale maatwerk oplossingen, waaronder jeugd-GGZ en specialistische 24-uurs zorg. De inspecties zien daarnaast dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. Zij spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke rapport.

23 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk. www.igj.nl

24 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1 Bijlage 4 - Reactie op Rapportage IGJ over Jeugdbescherming in Gelderland def.pdf

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Hoofdinspecteur K. Louwes

Datum Uw kenmerk Zaaknummer Contactpersoon Telefoonnummer

: 1 juli 2021 : IGJ/210615-MIJ/TT103310 : 586540

: Michiel Noordanus : 026 3774978

Onderwerp: Vervolgtoezicht Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd, Voortgangsrapportage Gelderland

Geachte mevrouw Louwes, Op 15 juni hebben we de concept-voortgangsrapportage Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd ontvangen die u heeft opgesteld voor Gelderland. Wij waarderen het dat we de gelegenheid krijgen om op dit concept te kunnen reageren. Tijdens het bovenregionaal bestuurlijk overleg jeugdzorg in Gelderland op 30 juni hebben we de rapportage besproken, samen met de vertegenwoordigers van de vier GI's in onze regio1. Wij herkennen hierin de knelpunten in de praktijk die u eerder al in beeld heeft gebracht: - het lukt GI's (Jeugdbescherming Gelderland en Leger des Heils J&R) niet altijd om tijdig een vaste jeugdbeschermer in te zetten; - het lukt nog niet altijd om tijdig een gedragen koers uit te zetten; - het lukt onze gemeenten niet altijd om tijdig, passende hulp beschikbaar te stellen. De knelpunten die u rapporteert zijn bij ons bekend. De oorzaken zijn divers en de oplossingen zijn niet altijd eenvoudig te realiseren. Zo is de arbeidsmarkt nog steeds een knelpunt. Het vak van jeugdbeschermer wordt helaas niet aantrekkelijk gemaakt met alle negatieve aandacht in de media. Er gaat gelukkig ook heel veel goed in Gelderland, maar het moet beter. De signalen bevestigen de noodzaak om te komen tot nieuwe afspraken en daden. Om die reden hebben we in april 2020 de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming (GVJB) opgesteld.

Deze Verbeteragenda is het vertrekpunt geweest voor een jaar lang intensieve gesprekken tussen betrokken organisaties in Gelderland. U constateert dat de Verbeteragenda zich vooral op de lange termijn richt, maar dat voor de korte termijn de resultaten nog onvoldoende zichtbaar zijn. Met enige trots kunnen we u mededelen dat we op 30 juni een belangrijke stap hebben gezet. Voor heel Gelderland hebben we een groot aantal afspraken gemaakt, die gaan helpen om de aangegeven knelpunten op te lossen.

1 In Gelderland zijn vier Gecertificeerde Instellingen voor Jeugdbescherming actief: Jeugdbescherming Gelderland, William Schrikker Stichting, Leger des Heils JB/JR en Jeugd Veilig Verder (Jeugdbescherming Amsterdam).

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • Fax 026-3774830 • www.arnhem.nl

Pagina:

2

Wij hebben vandaag de volgende afspraken gemaakt: - Er liggen uniforme contracten met de vier GI's in Gelderland; uniform betekent dat vanaf 1-12022 alle 7 regio's gaan werken met dezelfde contracten, tarieven, voorwaarden en tegenprestaties. Deze contracten worden nu voorgelegd aan de zeven regio's en zullen komend najaar worden ingeregeld in de regionale inkooporganisaties. We blijven de voortgang op deze contracten op Gelders niveau nauw volgen en sturen hier zo nodig op bij; - Er liggen acht bouwstenen voor samenwerken aan de praktijk; deze bouwen voort op de, in het najaar vastgestelde , Visie 'Gelderse kinderen en gezinnen goed beschermd'. De bouwstenen geven aan hoe professionals in de komende jaren met elkaar gaan samenwerken aan een betere bescherming. Het helpt bij de cultuurverandering die noodzakelijk is. De afspraken die nu gemaakt zijn betekent niet dat we klaar zijn. Integendeel, veel afspraken moeten nog omgezet worden in daden. Maar we zijn er van overtuigd dat de afspraken wat gaan opleveren: - We werken vanuit één visie en gezamenlijke kernwaarden. - We verstevigen de samenwerking van professionals op lokaal niveau, door te investeren in een steunstructuur voor contractbeheer, in lokale samenwerkingsbijeenkomsten en lokale leergroepen, zodat zij de ruimte krijgen om elkaar en elkaars werkwijze te leren kennen.

- We bereiden in zeven jeugdhulpregio’s toekomsttuinen voor, waardoor professionals van lokale teams, GI, VT en de RvdK gezamenlijk kunnen oefenen hoe door kennis en kunde te bundelen en intensief samen te werken, een integrale gezinsgerichte en domein overstijgende aanpak vorm kan krijgen. Daarmee oefenen we in het verkorten van de keten. Van estafettemodel naar teammodel. - We hebben één werkwijze voor alle Gelderse Jeugdbeschermingstafels. Voor gezinnen en professionals is helder wat zij kunnen verwachten qua werkwijze, ongeacht de woonplaats van het gezin. - We vereenvoudigen het aanmeldproces jeugdhulp, door nog maar twee aanmeldroutes in Gelderland te hanteren, nog maar één aanmeldformulier voor alle vormen van jeugdhulp te gebruiken en een meer generieke manier van het bepalen van jeugdhulp te ontwikkelen. Dit geeft de jeugdbeschermer veel minder administratieve en organisatorische lasten, waardoor hij meer tijd kan besteden aan zijn kinderen en gezinnen. - We hebben nu voor heel Gelderland uniforme contracten, met uniforme voorwaarden, uniforme tarieven en uniforme producten. Dit draagt bij aan het terugdringen van bureaucratie.

- Tegenover deze uniforme tarieven staan prestatieafspraken, die zorgen voor een meer efficiënte bedrijfsvoering bij de GI’s en de gemeenten, die zorgen voor het terugdringen van het aantal maatregelen en het verlagen van de kosten van bepalingen jeugdhulp. Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • Fax 026-3774830 • www.arnhem.nl

Pagina:

-

-

-

3

Met de uniforme tarieven kunnen GI's investeren in de gezinnen die dat nodig hebben. De caseload daalt en er is meer budget om te investeren in het personeel. Dit draagt bij aan het terugdringen van het ziekteverzuim en het verloop van personeel. Ook werken we samen aan het werven van jeugdbeschermers. Ook wordt contractueel vastgelegd dat jeugdbeschermers met de lokale teams afstemmen over welke hulp wordt ingezet. Lokale teams hebben vóór 1-1-2022 actueel inzicht in het beschikbare zorgaanbod om zo tijdige en passende hulp voor jeugdigen te realiseren. Uiteindelijk zorgen deze afspraken er voor dat kwetsbare kinderen en gezinnen goed beschermd worden en tijdig, passende hulp krijgen.

Ten aanzien van de regionale rapportage hebben wij nog de volgende opmerkingen: - In de rapportage wordt een paar keer naar de gemeente Apeldoorn en de regio Midden-IJssel / Oost Veluwe verwezen. Deze regio leek in eerste instantie een relatief hoog aantal wachtenden op passende hulp te hebben (pagina 10). Achteraf bleek de lijst onjuist te zijn, dit is door de betreffende GI beaamd. Wat betreft de samenwerking tussen GI en het CJG (lokale team) is deze net als elders in Gelderland gericht op partnerschap en het snel zoeken naar de beste passende jeugdhulp. Met het doorvoeren van de bouwstenen van de Gelderse Verbeteragenda zal deze huidige werkwijze worden aangepast aan de gezamenlijke afspraken die GI’s en gemeenten daarover hebben gemaakt. Ten aanzien van de door u geformuleerde concrete verwachtingen: - De afspraken ten aanzien van de Doorbraakaanpak zijn inmiddels ingepast in de aanmeldroutes voor de inzet van passende jeugdhulp. - Daarmee maken wij het mogelijk dat de GI's de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging kunnen inzetten. Daarmee geven we geen garantie af dat het altijd 'tijdig' lukt, maar het gaat zeker een verbetering opleveren.

- Wij zullen binnen drie maanden een plan van aanpak aan u voorleggen dat zal leiden tot een toereikend aanbod voor de meest complexe hulpvragen, de essentiële functies in Gelderland, waaronder de jeugd-GGZ en specialistische 24-uurs zorg. Tot slot: We hebben vertrouwen in de koers van de GVJB en de afspraken die we nu hebben gemaakt. We realiseren ons dat de jeugdzorg al sinds vele jaren een grote mate van complexiteit kent en erkennen dat er soms fouten worden gemaakt of procedures tijdelijk niet optimaal verlopen. Dat betekent dat we niet elke dag willen inspringen op casuïstiek die op enige locatie in Gelderland mis dreigt te lopen. We blijven alle partners op hun verantwoordelijkheid aanspreken en investeren in duurzaam partnerschap. De door het Rijk aangekondigde extra middelen maken deze investeringen gelukkig ook Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • Fax 026-3774830 • www.arnhem.nl

Pagina:

4

weer mogelijk. We zijn erg benieuwd of u de verbeteringen in de praktijk terug zal zien. Wij blijven hierover graag met u in gesprek. Mede namens de verantwoordelijke bestuurders in Gelderland,

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem, namens het college,

Ellen Krabbenborg Programmamanager Zorg Dichterbij Bijlage: korte reactie in max. 600 tekens:

Op deze punten uit het rapport zijn we trots: Op 30 juni 2021 hebben de zeven jeugdhulpregio's samen met drie Veilig Thuis-organisaties, vier Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming afspraken gemaakt over het verbeteren van de bescherming van kinderen en gezinnen in Gelderland. - Er liggen uniforme contracten met de vier GI's in Gelderland, gereed om per 1-1-2022 in te voeren; - Er liggen acht bouwstenen voor samenwerken aan de praktijk; deze bouwen geven aan hoe professionals in de komende jaren met elkaar gaan samenwerken aan een betere bescherming. Dit helpt bij de cultuurverandering die noodzakelijk is. Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag: - De nieuwe tarieven voor de GI's maken het mogelijk om te investeren in personeel en daarmee een verlaging van de caseload en om meer aandacht aan de kwetsbare gezinnen te besteden. - De afspraken over de aanmeldroutes voor de inzet van passende jeugdhulp maken het mogelijk dat de GI's de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging kunnen inzetten. Daarmee geven we geen garantie af dat het altijd 'tijdig' lukt, maar het gaat zeker een verbetering opleveren.

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • Fax 026-3774830 • www.arnhem.nl

Pagina:

-

5

Binnen drie maanden stellen wij een plan op dat leidt tot een toereikend aanbod voor de meest complexe hulpvragen, de essentiële functies in Gelderland, waaronder de jeugd-GGZ en specialistische 24-uurs zorg.

Wat gaan jeugdigen en ouders hiervan merken? Kwetsbare kinderen en gezinnen worden in Gelderland goed beschermd. De nieuwe afspraken helpen bij het vrijmaken van meer tijd en aandacht voor de gezinnen, een kortere beschermingsketen en meer snelheid bij het inzetten van jeugdbeschermers en passende hulp.

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • Fax 026-3774830 • www.arnhem.nl

1 wk.51.3: Raadsinformatiebrief planMER RES 2.0.docx

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Uitvoering regionale planMER voor de RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Adviseur Portefeuillehouder

: C. Hoogland : A. Logemann

Datum Openbaar

: 21 december 2021 : ja

Geachte leden van de gemeenteraad Uw Raad heeft net als andere gemeenten, provincie en waterschappen binnen de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen de RES 1.0. vastgesteld. Nu heeft deze RES 1.0 heeft geen directe gevolgen voor Rozendaal als het gaat om grootschalige duurzame energie opwekking. Maar in kader van de regionale samenwerking is het wel noodzakelijk dat we een volgende stap zetten: namelijk het opstellen van een planMER. Graag informeren wij u over deze volgende stap in onze regionale samenwerking op energie binnen de RES Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen. Kern We hebben besloten om gezamenlijk een regionale planMER op te stellen voor windenergie, zonnevelden en de netinfrastructuur. We onderzoeken nog of warmte in de planMER kan worden meegenomen. Met een regionale planMER zorgen we voor inzicht in de milieueffecten (inclusief natuur en landschap) van duurzame energie opwekking en maken we expliciete afweging hiervan mogelijk bij de verdere uitwerking van de RES 1.0. Een regionale plan-MER vermindert de lokale onderzoekslasten, verbetert de onderbouwing van de RES 1.0 en dit kan leiden tot snellere vergunningverlening van duurzame elektriciteitsprojecten. Door een regionale planMER blijft een eventuele borging van de RES in een regionaal programma mogelijk.

Toelichting In de RES 1.0 hebben we onder andere afspraken gemaakt over de opwek van duurzame elektriciteit via de ontwikkeling van zon en wind. Een belangrijke stap is de borging van deze afspraken in ons omgevingsbeleid zoals in onze omgevingsvisie en/of omgevingsplan. We hebben daarbij afgesproken dat we accepteren dat gemeenten onderling verschillen in aanpak en tempo. Voor duurzame elektriciteitsprojecten van een bepaalde omvang is voor de borging een planMER noodzakelijk. Een planMER is een rapport dat inzichtelijk maakt wat de effecten zijn van een plan op milieu (inclusief natuur en landschap). Het is een instrument om deze effecten expliciet te kunnen afwegen als bestuur. Hoe deze effecten te wegen, is een bestuurlijke keuze. Voortoets MER We hebben op regio niveau aan de MER commissie advies gevraagd over de MER voor de RES door middel van een voortoets planMER. De resultaten daarvan vindt u in de bijlage. Het laat zien dat op een aantal punten de milieu-informatie aangevuld dient te worden en dat een expliciete, navolgbare afweging van milieueffecten nodig is. Borging op regionaal en gemeentelijk/provinciaal niveau mogelijk Op dit moment is nog niet helder of de borging van regionale afspraken uit de RES plaatsvindt in een regionaal programma binnen de Omgevingswet, of dat betrokken overheden dat via eigen instrumenten verzorgen (provinciaal en lokaal).

Een planMER op regio niveau is zowel inzetbaar voor Pagina 1 van 3

Raadsinformatiebrief

een regionaal programma als voor de provinciale/lokale planvormen. Een zogenaamde ‘no-regret’ oplossing dus, omwille van het zorgvuldig en volwaardig meewegen van het milieubelang. Verminderen onderzoekslasten, betere onderbouwing en versnelling vergunningsverlening Als met behulp van een planMER de besluitvorming over de RES optimaal onderbouwd is, kan sneller worden geschakeld naar vergunningverlening voor projecten, nog voordat omgevingsvisies en plannen zijn vastgesteld c.q. aangepast. We kunnen als deelnemende gemeente de resultaten uit de planMER bovendien hergebruiken. Dit leidt tot een aanzienlijke inperking van de onderzoekslast en versimpeling van de vervolgonderzoeksvragen voor omgevingsvisies en -plannen. Vanwege de planMER kunnen keuzes over de energiemix, locaties en spelregels voor duurzame energieprojecten beter worden onderbouwd. Dit helpt bij het verlenen van houdbare omgevingsvergunningen voor energieprojecten. Participatie De planMER procedure bestaat uit twee fasen. In beide fasen zal participatie plaatsvinden: bij de afbakening van het onderzoek (notitie Reikwijdte en Detailniveau) en het feitelijke milieu effecten onderzoek. Daarnaast is op beide fasen een zienswijze procedure van toepassing. Alternatievenonderzoek Alternatievenonderzoek is een verplicht onderdeel van de planMER.

In de planMER wordt onderzocht of alternatieven met eenzelfde doelbereik tot wellicht andere en/of beperktere milieueffecten zullen leiden. Deze informatie kan voor het bevoegd gezag behulpzaam zijn bij het maken van verantwoorde keuzes in de RES. Ook kan hiermee de voorkeurskeuze beter worden onderbouwd. De planMER kan het kader van de RES vanuit dit alternatieven-onderzoek verder aanvullen, c.q. faciliteren, bijvoorbeeld ten aanzien van de verkenningsgebieden voor extra wind om daarmee de verhouding zon-wind te optimaliseren. Effecten op lopende trajecten (omgevingsvisie/plan + projecten) Het milieueffectenonderzoek biedt inzicht in vanuit milieu oogpunt geschikte, geschikt te maken en ongeschikte locaties voor ontwikkeling van zon of windprojecten binnen de regio. Deze locaties kunnen zowel binnen als buiten de RES 1.0 zoekgebieden liggen. Wanneer locaties binnen een zoekgebied op basis van het milieu effecten onderzoek minder geschikt lijken, dan kunnen zij omwille van andere argumenten (te denken valt aan bestuurlijk draagvlak, economische gronden, koppeling aan andere opgaven, etc) gemotiveerd doorgang vinden. De resultaten van de planMER leiden zo tot meer flexibiliteit in het proces omdat de milieuoverwegingen voor de gehele regio inzichtelijk zijn gemaakt.

Het bovengenoemde effect speelt overigens ook bij het nemen van projectbesluiten waarvoor een projectMER aan de orde is. De effecten op lopende trajecten komen hierdoor feitelijk eerder in planstadium expliciet op tafel, waardoor nog tijd is om hierop te anticiperen. Financiën Voor gemeenten zijn er geen financiële consequenties. De kosten voor de planMER worden voor 50% gedekt uit het regionale budget voor de RES en voor 50% door de provincie. De bijdrage van de provincie is daarbij maximaal € 60.000,-.

Vervolg Pagina 2 van 3

Raadsinformatiebrief

In het voorjaar 2022 wordt de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau vrijgegeven voor zienswijzen. We zullen uw raad vragen uw zienswijze/ wensen en bedenkingen te geven . Daarbij zullen we ook aangeven op welke wijze de uitkomsten van een plan MER onderdeel zullen zijn van het RES-gesprek en aan welk ruimtelijk besluit de plan MER gekoppeld wordt.

Pagina 3 van 3

1 Bijlage bij raadsinformatiebrief MER Advies milieu-informatie.pdf

Regionale Energiestrategie (RES) Arnhem-Nijmegen Advies over de benodigde milieu-informatie 18 november 2021 / projectnummer: 3589

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=02e3f94f-207e-4b12-9f53-8638f24648fc