CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1.2 Raadsvergadering 8 februari 2022, gemeente Rozendaal35.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ondanks dat Briedis aangaf geen ruimte te hebben, werd de jeugdbeschermingsmaatregel door de rechter aan Briedis toegewezen. Krapte op de arbeidsmarkt maakt het lastig jeugdbeschermers te werven. Personeelstekorten door de uitstroom van jeugdbeschermers en onvoldoende instroom. Norm: Voor elke kind met een jeugdbeschermingsmaatregel een tijdig gedragen koers Briedis slaagt er overwegend wel in om tijdig voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tot een gedragen koers te komen. De inspecties hebben vier casussen in zijn geheel beoordeeld op de vraag of tijdig een gedragen koers is uitgezet. Bij één casus was zichtbaar dat dit niet tijdig was. De koers is in alle gevallen uitgezet met de ouder of de ouders samen. Niet in alle gevallen is de jeugdige gesproken. Bevorderende factor: Jeugdbeschermers die – ondanks de ervaren werkdruk – zich voluit inzetten om tijdig tot een gedragen koers te komen. Belemmerende factoren: Klacht en tucht procedures Pagina 37 van 48

-

De dynamiek binnen de complexe scheidingen maakt het soms lastig een koers te bepalen. Doordat er in veel gevallen al sprake is geweest van een eerder traject in een dwang kader, dan wel een langdurige periode in het vrijwillig kader zijn met name ouders niet meer gemotiveerd om hulp te accepteren. Dit bemoeilijkt om een gedragen koers te hebben waar beide ouders tevreden mee zijn.

Vervolg Briedis is per 1 juni 2021 failliet verklaard. De inspecties volgen de overdracht van de werkzaamheden van Briedis intensief en rapporteren hierover. Een belangrijk punt voor de inspecties is de continuïteit voor jeugdigen en ouders met een jeugdbeschermingsmaatregel bij Briedis. Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering Norm: Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer LJ&R slaagt er niet in om aan elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer te koppelen. In de onderzochte casussen hebben de gezinnen deels een vaste jeugdbeschermer zoals omschreven bij de norm. De inspecties hebben 26 casussen beoordeeld op het tijdig toewijzen van een jeugdbeschermer. In 18 gevallen was er tijdig een jeugdbeschermer aan het gezin gekoppeld. 26 casussen beoordeelden de inspecties op de beschikbaarheid van een vaste jeugdbeschermer. Dit was in 22 casussen op orde. Bevorderende factoren: Als een gezin tijdig een jeugdbeschermer heeft, ook als dit een tijdelijke jeugdbeschermer uit het instroomteam betreft, brengt deze de veiligheid in kaart en werkt deze met het gezin aan een plan van aanpak en zet de hulp die nodig is in. LJ&R heeft de afgelopen zes maanden meer personeel aangenomen, zodat zaken sneller verdeeld kunnen worden.

Belemmerende factoren: Door wisselingen van personeel in het instroomteam hebben gezinnen soms gedurende korte tijd met veel verschillende mensen te maken. Door een gezin te laten wisselen van team, zorg je voor een extra overdrachtsmoment. Gezinnen die wisselen van jeugdbeschermer, komen als er geen nieuwe vaste jeugdbeschermer beschikbaar is tijdelijk weer op de instroomlijst. Dit brengt opnieuw een overdrachtsmoment met zich mee. Norm: Voor elke kind met een jeugdbeschermingsmaatregel een tijdig gedragen koers LJ&R slaagt er niet voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel in om tijdig tot een gedragen koers te komen. In de onderzochte casussen hebben de gezinnen deels tijdig een gedragen koers. De inspecties hebben 24 casussen beoordeeld op de aanwezigheid van een koers. In 24 casussen was dit zichtbaar op orde. Deze casussen hebben de inspecties ook beoordeeld op de tijdigheid van de gedragen koers. Dit was in 19 gevallen op orde. In de dossiers en tijdens de gesprekken hebben de inspecties gezien en gehoord dat LJ&R voor alle onderzochte casussen een koers heeft en dat de koers op één na een gedragen koers is. De tijdigheid is in vijf gevallen niet op orde.

Pagina 38 van 48

Bevorderende factoren: Luisteren naar alle betrokkenen in het gezin, ook de kinderen; Tijd nemen als jeugdbeschermer om veel contact te hebben met alle partijen; Bijstellen van de koers als dat nodig is/flexibiliteit. Belemmerende factoren: Ouders en gezinsleden die verschillende wensen of verwachtingen hebben; Onvoldoende beschikbaarheid van jeugdbeschermers; Complexiteit van de doelgroep van LJ&R, vaak chronische problematiek. Vervolg Bij LJ&R is op korte termijn verbetering nodig. De inspecties voeren over de tijdige inzet van jeugdbeschermers en het tijdig uitzetten van een gedragen koers een bestuurlijk gesprek met LJ&R en bepalen op basis daarvan het vervolg. William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Norm: Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer De WSS slaagt er vrijwel altijd in om tijdig aan elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel een jeugdbeschermer te koppelen. In bijna alle onderzochte casussen hebben de gezinnen een vaste jeugdbeschermer. De inspecties hebben 48 casussen beoordeeld die tussen half november 2020 en 1 januari 2021 zijn gestart op het tijdig toewijzen van een jeugdbeschermer. In 45 gevallen was er tijdig een jeugdbeschermer aan het gezin gekoppeld. De inspecties hebben 68 casussen beoordeeld op de beschikbaarheid van een vaste jeugdbeschermer. Dit was in 67 casussen op orde.

Bevorderende factoren: Zowel uit de verschillende dossiers als uit gesprekken met de jeugdbeschermers en ouders blijkt dat het in veel gevallen lukt dat de betrokken jeugdbeschermer zelf aanwezig is bij de zitting waarin de beschermingsmaatregel is uitgesproken. Dit heeft een gunstig effect op tijdig contact. In de gesprekken met jeugdbeschermers geven veel jeugdbeschermers aan dat zij werkzaam zijn in een stabiel team. De inspecties hebben een groot aantal jeugdbeschermers gesproken die minder dan een jaar werkzaam waren bij de WSS. Zij gaven aan dat ze standaard een inwerkprogramma krijgen (genaamd leerlijn), dat er ondersteuning is van een mentor en dat er een rustige opbouw van de caseload is. Belemmerende factoren: In het afgelopen jaar is het verloop binnen verschillende kernteams hoog geweest, daardoor zijn er veel nieuwe jeugdbeschermers werkzaam. Als er verloop is, betekent dat er wisselingen plaatsvinden wat van invloed is op de continuïteit. In de interviews geven de meeste jeugdbeschermers aan dat zij werkdruk ervaren. Deze is afhankelijk van de caseload en de complexiteit ervan. Teveel werkdruk is een risico voor verloop. Norm: Voor elke kind met een maatregel een tijdig gedragen koers De WSS slaagt er in om tijdig voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tot een gedragen koers te komen.

In alle onderzochte casussen hebben de gezinnen tijdig een gedragen koers. De inspecties hebben 34 casussen uit de periode augustus 2020 en 1 januari 2021 beoordeeld op de aanwezigheid van een koers. Zowel uit de dossiers, de gesprekken Pagina 39 van 48

met jeugdbeschermers en de gesprekken met ouders en jeugdigen blijkt dat dit in alle casussen zichtbaar op orde was. De inspecties hebben 13 casussen beoordeeld op de tijdigheid van de gedragen koers. Dit is in alle gevallen op orde. Het lukt jeugdbeschermers meestal ook om binnen zes weken het plan van aanpak af te hebben gerond, maar als dat niet is gelukt dan zijn ouders en kinderen voor die tijd gesproken en betrokken bij de uitgezette koers. De inspecties hebben 34 casussen beoordeeld op de gedragenheid van de koers. In alle gevallen was er sprake van gedragenheid van de koers. Uit gesprekken met jeugdbeschermers blijkt dat zij altijd ouders en kinderen spreken over de doelen en het plan van aanpak. En waar dat niet mogelijk is, is dat navolgbaar wegens bijvoorbeeld de zeer jonge leeftijd van de kinderen of dat kinderen te beperkt zijn om te kunnen spreken. Bevorderende factoren: De dossiers die de inspecties hebben ingezien, zijn over het algemeen overzichtelijk, gestructureerd en zijn de handelingen en verrichtingen van de jeugdbeschermer goed en navolgbaar bijgehouden. In geval van overdracht van een casus is dit bevorderend. Het werkt bevorderend voor het tijdig opstellen van een koers indien er tijdig een vaste jeugdbeschermer is aangesteld, zoals het geval is bij de WSS.

Goed toegeruste jeugdbeschermers geven mooie voorbeelden van manieren waarop zij spreken met ouders en kinderen, inzicht verkrijgen in eventuele weerstand bij ouders en kinderen en deze weerstand weten om te vormen tot een positieve, coöperatieve houding. Belemmerende factoren: In de interviews geven de meeste jeugdbeschermers aan dat zij werkdruk ervaren. Deze is afhankelijk van de caseload en de complexiteit ervan. De werkdruk zorgt ervoor dat jeugdbeschermers telkens prioriteiten moeten stellen. Bij jeugdreclasseringsmaatregelen duurt het soms lang voordat vonnissen van de rechtbank bij de WSS aankomen. Als de WSS niet is uitgenodigd voor de zitting, is dan ook niet bekend dat er een maatregel is uitgesproken. Dit is negatief voor het draagvlak bij ouders en kinderen voor de maatregel en er is daarbij de nodige tijd verstreken voordat de jeugdbeschermer aan de slag kan. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft WSS af.

Pagina 40 van 48

Bijlage 4

Samenvattingen per jeugdbeschermingsregio

Jeugdbeschermingsregio Friesland De regio Friesland is er, op een uitzondering na, in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Daarnaast is het grotendeels gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. De regio Friesland maakt de wettelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een tijdig kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel voldoende waar. De goede samenwerking tussen de verschillende betrokken partijen binnen de regio (GI’s, gemeenten, aanbieders) is hiervoor een belangrijke oorzaak. Dit komt mede doordat partijen werken vanuit dezelfde grondhouding en visie, een gedeeld urgentiebesef en een lerende houding hebben. De regio wil de gekozen aanpak voortzetten voor jeugdigen met een maatregel. Dit vergroot de mogelijkheden die een jeugdbeschermer heeft om samen met de jeugdige en zijn gezin de stappen te zetten die leiden tot afwending van de ontwikkelingsbedreiging. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Regiecentrum Bescherming en Veiligheid af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers.

De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er (op een enkele uitzondering na) structureel in slagen elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit in het reguliere toezicht en sluiten dit traject voor deze regio af.

Jeugdbeschermingsregio Overijssel De regio Overijssel is er, op een uitzondering na, in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. Daarnaast is het grotendeels gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. De regio Overijssel maakt de wettelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een tijdig kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel voldoende waar. De verschillende partijen in Overijssel delen dezelfde grondhouding en hebben het gezamenlijke uitgangspunt dat de passende hulp die nodig is voor een jeugdige met een maatregel geleverd wordt. Zowel IJsselland als Twente zegt dat gemeenten krappe budgetten hebben, maar dat zij de hulp die volgens de jeugdbeschermer en het gezin nodig is, financieren als deze onder de Jeugdwet valt. Daarbij hebben de jeugdhulpregio’s zicht op de schaarste aan (gespecialiseerde) gezinshuizen en de doorstroom van 18- naar 18+ en pakken dit aan. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Jeugdbescherming Overijssel af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers.

De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er (op een enkele uitzondering na) structureel in slagen elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit in het reguliere toezicht en sluiten dit traject voor deze regio af.

Pagina 41 van 48

Jeugdbeschermingsregio Gelderland De regio Gelderland is er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. De William Schrikker Stichting en Jeugd Veilig Verder lukt het in Gelderland wel om tijdig een jeugdbeschermer in te zetten. Voor zowel Jeugdbescherming Gelderland als het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering is op korte termijn verbetering nodig op deze norm. Hierdoor lukt het hen ook onvoldoende om tijdig een gedragen koers uit te zetten. Daarnaast is regio Gelderland er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel. Het knelpunt in Gelderland zit vooral in de tijdigheid waarmee de hulp wordt ingezet. Tussen gemeenten verschilt de wijze van inkoop van jeugdhulp en de aanmeldprocedure. In een aantal gemeenten is het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarbij is er onvoldoende (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Positief in Gelderland is de goed georganiseerde bovenregionale samenwerking die nodig is om te komen tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod.

Vervolg Op korte termijn is verbetering nodig om te komen tot het tijdig toewijzen van een vaste jeugdbeschermer en het uitzetten van een gedragen koers. De inspecties gaan hierover in gesprek met de bestuurder van Jeugdbescherming Gelderland en bepalen aansluitend het vervolg. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de jeugdbeschermingsregio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Jeugdbeschermingsregio Groningen-Drenthe De regio Groningen-Drenthe is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. De regio is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De afstemming tussen verschillende gemeenten over het inzetten van gecombineerde hulp (bijvoorbeeld geestelijke gezondheidszorg en hulp voor mensen met een lichte verstandelijke beperking) en de samenwerking intern bij gemeenten in het brede sociale domein verloopt moeizaam. Dit belemmert het tijdig inzetten van hulp wanneer een cliënt verschillende vormen van hulp nodig heeft en afstemming en maatwerk cruciaal is. Daarbij vragen Drentse gemeenten soms verantwoording voor de inzet van jeugdhulp. Jeugdbeschermers vinden dit belastend. Positief is het gedeelde gevoel van urgentie over de noodzaak van tijdige passende hulp voor deze kinderen. Meer structureel overleg tussen gemeenten, expertteams, prachtteams, zorgaanbieders en GI’s leidt tot beter vinden van de juiste hulp en maakt schaarste in het hulpaanbod inzichtelijk.

Daarnaast gaat de jeugdhulpregio Groningen bijvoorbeeld werken met één standaard bepaling jeugdhulp voor alle GI’s en creëert de jeugdhulpregio Drenthe extra ‘kleinschalige woonvormen’. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Jeugdbescherming Noord af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Pagina 42 van 48

Jeugdbeschermingsregio Limburg De regio Limburg is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Dit is onder meer gelukt door de aanwezigheid van de jeugdbeschermer op de rechtszitting, werken zonder wachtlijstbeheer en de aandacht voor de begeleiding van startende jeugdbeschermers. De regio is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. Tussen gemeenten verschilt de wijze van inkoop van jeugdhulp en de aanmeldprocedure. In een aantal gemeenten is het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarbij ontbreekt het in Limburg onder andere aan voldoende jeugd-GGZ, groepen voor licht verstandelijk beperkte jeugdigen, perspectief biedende pleeggezinnen en (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Daar staat tegenover dat er in de regio Limburg gewerkt wordt met een gezamenlijke verbeteragenda die door alle partijen wordt omarmd. Daarnaast is er bestuurlijke cohesie in de regio tussen gemeenten, GI en zorgaanbieders en is er overeenstemming over de tarieven van de GI’s in de regio.

Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Bureau Jeugdzorg Limburg af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Jeugdbeschermingsregio Zeeland Op basis van de praktijktoets kwamen de inspecties tot de conclusie dat de regio Zeeland er niet in is geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermingsen/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Na de praktijktoets zijn de inspecties geïnformeerd dat het de gecertificeerde instellingen (hierna: GI’s) die in Zeeland werkzaam zijn (Briedis, Intervence, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, William Schrikker Stichting), sinds 1 april 2021 niet meer lukt om aan gezinnen waar een jeugdbeschermingsmaatregel is uitgesproken een vaste jeugdbeschermer te koppelen. Dit komt mede door het wegvallen van Briedis1 als GI. Daarnaast is de regio er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende passend specialistisch hulpaanbod en de wachtlijsten zijn lang. De hulp die een GI nodig vindt, wordt in verschillende gemeenten met vertraging ingezet door bijvoorbeeld een uitgebreid aanmeldproces. Daar staat tegenover dat de jeugdhulpaanbieders betrokkenheid zien bij de doorbraakaanpak en dat voor bijna alle aangemelde jeugdigen passende hulp gevonden.

Vervolg De inspecties verwachten dat de Zeeuwse gemeenten, Intervence en Jeugdbescherming west in gesprek gaan over het huidige tekort aan jeugdbeschermers en op korte termijn komen tot passende verbetermaatregelen. De inspecties volgen dit intensief. De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. 1 Over Briedis is op 1 juni een faillissement uitgesproken en richt zich nu op een overdracht van jeugd-

beschermingsmaatregelen naar andere GI’s.

Pagina 43 van 48

Jeugdbeschermingsregio Utrecht/Flevoland De regio Utrecht/Flevoland is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. Veel gecertificeerde instellingen hebben last van krapte op de arbeidsmarkt en een hoog personeelsverloop, zo ook SAVE. SAVE stuurt meer op “tijdig een gedragen koers” dit heeft een positieve invloed op de dynamiek tussen jeugdbeschermers, ouders en kinderen. Het is de regio niet gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Dit leidt tot lange wachtlijsten bij jeugdhulpgaanbieders. Sommige gemeenten bemoeien zich met de indicatiestelling van SAVE dit heeft een vertragende werking op de tijdige inzet van passende hulp. In de regio Flevoland kosten de gemeentelijke aanmeldprocedures en de verschillen daartussen veel tijd. In de multidisciplinaire samenwerkingsvormen wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid uitgedragen. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Samen Veilig Midden Nederland af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers.

De inspecties hebben voldoende aanwijzingen dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht.

Jeugdbeschermingsregio Brabant De regio Brabant is er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Er zijn verschillen tussen de Gecertificeerde Instellingen in de regio’s. De William Schrikker Stichting, Jeugd Veilig Verder en het inmiddels failliet verklaarde Briedis hebben dit in deze regio’s op een enkele uitzondering na op orde. Bij Jeudbescherming Brabant en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering is op korte termijn verbetering nodig. Het lukt de regio nog niet om samen voorwaarden te creëren waardoor jeugdigen met een maatregel en hun ouders tijdig een jeugdbeschermer hebben. Dit komt mede door het ontbreken van een kostendekkend tarief en het grote verloop van jeugdbeschermers. Daarnaast is het de regio Brabant niet gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. In de regio is onvoldoende passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Daarbij is in een aantal gemeenten het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Het is positief dat de alle partijen de gekozen aanpak om de doorbraak te forceren willen voortzetten voor jeugdigen met een maatregel.

Toch hebben de inspecties zorgen over de jeugdigen met een maatregel die op dit moment wachten op passende hulp en de oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Vervolg Op korte termijn is verbetering nodig om te komen tot het tijdig toewijzen van een vaste jeugdbeschermer en het uitzetten van een gedragen koers. De inspecties gaan hierover in gesprek met de bestuurder van Jeugdbescherming Brabant en bepalen aansluitend het vervolg. De inspecties kunnen er daarnaast onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de jeugdbeschermingsregio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties zullen hiertoe in de regio Brabant verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Pagina 44 van 48

Jeugdbeschermingsregio’s Noord-Holland en Amsterdam De regio’s Noord-Holland en Amsterdam zijn er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Er zijn verschillen tussen de Gecertificeerde Instellingen in de regio’s. De William Schrikker Stichting, het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en het inmiddels failliet verklaarde Briedis hebben dit in deze regio’s op een enkele uitzondering na op orde. Jeugdbescherming Regio Amsterdam heeft dit grotendeels op orde. Bij De Jeugd- en Gezinsbeschermers GB is op korte termijn verbetering nodig. Daarnaast zijn de regio’s er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. Het ontbreekt in Amsterdam en Noord-Holland aan effectieve (bovenregionale) samenwerking die nodig is voor voldoende passend specialistisch hulpaanbod. Het residentiële aanbod wordt afgebouwd zonder dat voldoende passende alternatieven beschikbaar zijn. Er bestaat richting voor de lange termijn, maar dat biedt geen antwoord op bestaande knelpunten voor kinderen die nu hulp nodig hebben. Daarbij is in een aantal gemeenten het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt.

Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft JBRA af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. Op korte termijn is verbetering bij DJBG nodig om te komen tot het tijdig toewijzen van een vaste jeugdbeschermer en het uitzetten van een gedragen koers. De inspecties gaan hierover in gesprek met de bestuurder DJGB en bepalen aansluitend het vervolg. De inspecties kunnen er daarnaast onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties zullen hiertoe in de regio Noord-Holland/Amsterdam verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Jeugdbeschermingsregio Rijnmond De regio Rijnmond is er, op een enkele uitzondering na, in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. Een extra investering in 2019 en de focus op de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen boven preventieve jeugdbescherming, draagt hieraan bij. De samenwerking op casusniveau tussen gezin, jeugdbescherming, lokaal team en andere betrokkenen in de regio is effectief en een positief voorbeeld voor andere jeugdbeschermingsregio’s. Het is de regio niet gelukt om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. De bestaande samenwerking in de regio leidt onvoldoende tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod. Bepaalde vormen van hulpaanbod zijn onvoldoende beschikbaar en de wachtlijsten zijn lang. Daarbij is het proces zo gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft JBRR af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties kunnen er onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

De inspecties zullen hiertoe in de regio Rijnmond verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Pagina 45 van 48

Jeugdbeschermingsregio Zuid West De regio Zuid West is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor hen. De regio heeft hier de afgelopen jaren in geïnvesteerd. Desondanks ervaren de jeugdbeschermers nog altijd een hoge werkdruk. De regio is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor deze kinderen. De aanpak binnen de regio verschilt en heeft in Haaglanden en Midden Holland meer resultaat opgeleverd dan in Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid. Een effectieve (bovenregionale) samenwerking ontbreekt. Het proces voor de inzet van passende hulp is complex en verschilt per regio. Dit vertraagt de inzet van passende hulp. Ondanks het besef van de wethouders over de noodzaak van een toereikend hulpaanbod, hebbende inspecties zorgen over de kinderen die nu wachten op passende hulp en de oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Vervolg De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft Jeugdbescherming west af op de normen tijdig vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers. De inspecties kunnen er onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

De inspecties zullen hiertoe in de regio Zuid-West verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten.

Pagina 46 van 48

Bijlage 5

Norm 1

Gehanteerde normen

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar / op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst / wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind / gezin gekoppeld.

Norm 2

Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers

Tijdig: De koers is tijdig wanneer deze binnen zes weken is bepaald, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen: De koers is gedragen als deze is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. Wensen, behoeften, mogelijkheden van jeugdigen, ouders en netwerk zijn bekend bij hulpverleners. De jeugdige en ouders bepalen, binnen hun mogelijkheden, in samenspraak met de hulpverlener de hulpvraag en de doelen van de geboden hulp. Koers: Er is sprake van een koers bij een jeugdbeschermingsmaatregel als de doelen en de noodzakelijke hulp zijn bepaald, die leiden tot het afwenden van de ontwikkelingsbedreiging / het recidiverisico. De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar het plan is het middel, niet het doel. Het moet voor hulpverleners, jeugdigen en hun ouders duidelijk zijn wat de doelen van de hulp zijn en hoe hieraan gewerkt wordt. De doelen en afspraken zijn haalbaar, concreet en ontwikkelingsgericht. Norm 3

Tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. Passende hulp: Hulpverleners bieden hulp die aansluit bij de problematiek, ontwikkelingsbehoefte en mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Daarnaast is de hulp bij een jeugdbeschermingsmaat-regel passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico. De hulp is passend als deze overeenkomt met het plan, dat een gedragen koers bevat. De hulp is ook passend als blijkt dat professional en gezin het ingezette alternatief passend vinden. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen drie maanden na het uitspreken van de maatregel passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. De hulp is niet gestart als na de intake het kind / gezin op een wachtlijst terecht komt. Indien het kind / gezin heeft moeten wachten op passende hulp, maar deze is in de doorbraakaanpak tot stand gekomen, dan beoordelen de inspecties dit positief.

Pagina 47 van 48

Duidelijk. Onafhankelijk. Eerlijk.

www.igj.nl

Pagina 48 van 48

1 Bijlage 3 - Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd regiorapport Gld juli 2021.pdf

Jeugdbeschermingsregio Gelderland

(Achterhoek, Centraal Gelderland, FoodValley, MiddenIJssel/Oost-Veluwe, Noord Veluwe, Rijk van Nijmegen, Rivierenland)

Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Utrecht, juli 2021

De accounthoudende wethouder aan het woord namens de Jeugdbeschermingsregio Gelderland: Op deze punten uit het rapport zijn we trots: Op 30 juni 2021 hebben de zeven jeugdhulpregio's samen met drie Veilig Thuisorganisaties, vier Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming afspraken gemaakt over het verbeteren van de bescherming van kinderen en gezinnen in Gelderland. Er liggen uniforme contracten met de vier GI’s in Gelderland gereed om per 1 januari 2022 in te voeren; Er liggen acht bouwstenen voor samenwerken aan de praktijk; deze bouwstenen geven aan hoe professionals in de komende jaren met elkaar gaan samenwerken aan een betere bescherming. Dit helpt bij de cultuurverandering die noodzakelijk is.

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag:

Wat gaan jeugdigen en ouders hiervan merken?

De nieuwe tarieven voor de GI's maken het mogelijk om te investeren in personeel en daarmee een verlaging van de caseload en om meer aandacht aan de kwetsbare gezinnen te besteden. De afspraken over de aanmeldroutes voor de inzet van passende jeugdhulp maken het mogelijk dat de GI's de noodzakelijk geachte hulp zonder vertraging kunnen inzetten. Daarmee geven we geen garantie af dat het altijd 'tijdig' lukt, maar het gaat zeker een verbetering opleveren. Binnen drie maanden stellen wij een plan op dat leidt tot een toereikend aanbod voor de meest complexe hulpvragen, de essentiële functies in Gelderland, waaronder de jeugd-GGZ en specialistische 24-uurs zorg.

Kwetsbare kinderen en gezinnen worden in Gelderland goed beschermd. De nieuwe afspraken helpen bij het vrijmaken van meer tijd en aandacht voor de gezinnen, een kortere beschermingsketen en meer snelheid bij het inzetten van jeugdbeschermers en passende hulp.

Samenvatting Dit rapport maakt deel uit van het toezichttraject Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties). In de voortgangsrapportage van oktober 2020 hebben de inspecties gevraagd om een doorbraakaanpak voor alle kinderen met een jeugdbeschermings- en/of reclasseringsmaatregel. Deze aanpak moet ertoe leiden dat elk kind met een dergelijke maatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt. Dit rapport van de inspecties geeft antwoord op de vraag of de regio Gelderland hierin is geslaagd. Bevindingen en conclusies Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De regio Gelderland is er niet in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. De inspecties zien verschillen tussen de GI’s die werkzaam zijn in de regio. Voor zowel JB Gelderland als LJ&R is op korte termijn verbetering nodig op deze norm. Het niet tijdig inzetten van een jeugdbeschermer heeft impact op de inzet van een tijdige en gedragen koers. Zowel JB Gelderland als LJ&R voldoen nog niet volledig aan deze norm. Bij de WSS en JVV lukt het in Gelderland wel om tijdig een jeugdbeschermer in te zetten.

Tijdig passende hulp De regio Gelderland is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel. De doorbraakaanpak in de regio’s heeft onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. Het knelpunt in Gelderland zit vooral in de tijdigheid waarmee de hulp wordt ingezet. Het is de inspecties gebleken dat een aantal gemeenten in de regio het proces om te komen tot passende hulp voor jeugdigen met een maatregel zodanig heeft gecompliceerd dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt. Daarnaast hoorden de inspecties dat er geen eenduidigheid is in de inkoop van jeugdhulp en dat het per gemeente kan verschillen hoe een aanmeldprocedure loopt. Daarnaast ontbreekt het in Gelderland aan toereikend aanbod van (hoog)specialistische hulp voor jeugdigen met een zeer complexe hulpvraag. Dit betreft zowel ambulante behandeling als gespecialiseerde gezinshuizen en andere vormen van verblijf. In de regio Gelderland is sprake van bovenregionale samenwerking die nodig is om te komen tot een kwantitatief en kwalitatief toereikend passend specialistisch hulpaanbod voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De regio voert op bestuurlijk, beleidsmatig en uitvoerend niveau veranderingen door op basis van een gezamenlijk opgesteld verbeterplan 1.

Vervolg Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers Ten aanzien van de deze norm over de tijdigheid van een jeugdbeschermer, constateren de inspecties dat verbetering op korte termijn nodig is. De inspecties gaan hierover in gesprek met de bestuurder van Jeugdbescherming Gelderland en bepalen op basis van de uitkomsten van het gesprek het vervolg. Over het vervolg ten aanzien van de landelijk werkende instellingen in deze regio (Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, William Schrikker Stichting en Jeugd Veilig Verder) rapporteren de inspecties op geaggregeerd niveau in het landelijke rapport. Tijdig passende hulp De geconstateerde positieve regionale ontwikkelingen en bevorderende factoren, zijn van dien aard dat de inspecties er voldoende van uit kunnen gaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er in Gelderland alsnog op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden.

1

Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming_ 20-4-2020 .pdf

3 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

De inspecties verwachten dat de jeugdhulpregio’s, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders binnen de jeugdbeschermingsregio alsnog aan deze norm voldoen en belemmeringen om aan de norm te voldoen wegnemen. De inspecties volgen dit vanuit het reguliere toezicht. De inspecties zien tot slot dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. De inspecties spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke rapport.

4 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Inhoudsopgave 1 Inleiding .......................................................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3

Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd ............................................................. 6 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel .................................................... 6 Opzet van het onderzoek ........................................................................................ 6

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio ....................................................................... 8 2.1 2.2

Beschrijving jeugdbeschermingsregio Gelderland ....................................................... 8 Beschrijving betrokken GI’s ..................................................................................... 8

3 Indruk na de monitoringsfase ............................................................................................. 9 3.1 3.2

Beschrijving Gelderse doorbraakaanpak .................................................................... 9 Beeld op basis van monitoring ................................................................................ 10

4 Resultaten van de verdiepende praktijktoets ....................................................................... 13 Bevindingen .................................................................................................................. 13 5 Conclusie ........................................................................................................................ 21 5.1 5.2 5.3

Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers ............................................................................................... 21 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp ............................ 21 Vervolg ................................................................................................................ 22

5 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1 Inleiding Dit rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties) geeft antwoord op de vraag of elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel 2 in de jeugdbeschermingsregio 3 Gelderland tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt.

1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: de inspecties) in het rapport en signalement met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties oordeelden dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp krijgen. Hierop hebben de inspecties een intensief toezicht traject ingezet.

1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK).

In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In de voortgangsrapportage van oktober 2020 deden de inspecties verslag van de eerste bevindingen. De inspecties zagen dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet, maar stelden tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde waren. Om die reden hebben de inspecties gevraagd om een doorbraak te forceren voor alle kinderen met een jeugdbescherming of -reclassering maatregel door middel van een onorthodoxe actiegerichte aanpak. De doorbraakaanpak moest ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen, tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd.

1.3 Opzet van het onderzoek Monitoring Van oktober 2020 tot februari 2021 hebben de inspecties de doorbraakaanpak van elke jeugdbeschermingsregio gemonitord door frequente gesprekken met accounthoudende wethouders

2 3

Hiermee worden zowel kinderbeschermingsmaatregelen als jeugdreclasseringsmaatregelen bedoeld. De inspecties zijn bij het toezicht in de regio’s uitgegaan van de gebieden waarbinnen een regionale gecertificeerde instelling werkzaam is en benoemen deze gebieden in het rapport als ‘jeugdbeschermingsregio’. Voor de meeste jeugdbeschermingsregio’s komen deze grenzen overeen met de provinciegrenzen van één of twee provincies. In Noord- en Zuid-Holland zijn twee regionale gecertificeerde instellingen werkzaam.

6 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

of afgevaardigde ambtenaren te voeren. In deze gesprekken werd telkens de stand van zaken omtrent de doorbraakaanpak besproken. Verdiepende praktijktoets In februari en maart 2021 hebben de inspecties tijdens de verdiepende praktijktoets getoetst of kinderen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer, gedragen koers en passende hulp hebben. Dit hebben zij gedaan door middel van dossiertoetsen en gesprekken met kinderen, ouders en jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders. Aanvullend hierop hebben de inspecties contact gehad met de jeugdhulpregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe over de werkwijze voor toeleiding naar passende hulp. In dit rapport staan de resultaten en conclusies van de monitoring en de verdiepende praktijktoets.

7 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio Gelderland Gelderland heeft zeven jeugdhulpregio’s (Achterhoek, Centraal Gelderland, FoodValley, MiddenIJssel/Oost-Veluwe, Noord Veluwe, Rijk van Nijmegen en Rivierenland) en deze hebben samen met vier GI’s, drie Veilig Thuis organisaties en de Raad voor de Kinderbescherming een Gelderse verbeteragenda 4 voor Jeugdbescherming opgesteld. In april 2020 is deze verbeteragenda op het bovenregionaal bestuurlijk overleg besproken en vastgesteld. De verbeteragenda richt zich op drie onderwerpen waar bestuurlijk afspraken over gemaakt zijn: 1. Contracten en basisafspraken; 2. Samenwerken en kennisdelen; 3. Administreren en monitoren. De zeven Gelderse jeugdhulpregio’s zijn in het kader van de verbeteragenda met elkaar in overleg over een eenduidige wijze van inkoop en contracten voor jeugdbescherming en –reclassering organiseren, wat bijdraagt aan de efficiëntie van het stelsel. Ook hebben de partijen met elkaar een breed gedragen visie ontwikkeld ten aanzien van de veiligheid van jeugdigen en gezinnen in Gelderland. Het doel van de verbeteragenda is dat in Gelderland partijen in de veiligheidsketen op zo’n manier met elkaar samenwerken dat naast acute onveiligheid, ook structurele onveiligheid in beeld is.

Om een oplossing te bieden voor gezinnen waar structurele onveiligheid speelt, is het volgens de verbeteragenda belangrijk om goed onderling samen te werken tussen de veiligheidspartners en met de lokale teams. De verbeteragenda stelt dat er in elke regio een Beschermingstafel en een expertiseteam voor passende zorg moet zijn ingericht. De inspecties hoorden dat in veel gemeenten de tafels inmiddels operationeel zijn, maar dat de verschillen tussen de werkwijze groot kunnen zijn. Naast samenwerken met ketenpartners is een belangrijk onderdeel van de verbeteragenda dat jeugdbeschermers voldoende tijd nodig hebben om hun werk goed te doen en dat op dit moment de caseload te hoog is. Daarom willen de gemeenten met de GI’s aangepaste normen en reële tarieven of budgetten bepalen. Dit is een doelstelling waar op de korte termijn nog geen middelen voor beschikbaar zijn. Om uitvoering te kunnen geven aan de verbeteragenda is het belangrijk dat de veiligheidspartners beschikken over voldoende personeel. In de verbeteragenda staan afspraken over het verkennen van gezamenlijke mogelijkheden om personeel te behouden, te werven en op te leiden.

2.2 Beschrijving betrokken GI’s Gelderland heeft te maken met vier GI’s, namelijk: Jeugdbescherming Gelderland (hierna: JB Gelderland), Jeugdbescherming Veilig Verder (hierna: JVV), Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (hierna: LJ&R) en William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS). JB Gelderland is een regionaal georganiseerde GI die zich richt op een brede doelgroep. JVV is werkzaam in Gelderland en Zuidoost Brabant en richt zich op dezelfde ‘reguliere’ jeugdbescherming en jeugdreclasseringsdoelgroep. JVV is een onderdeel van Jeugdbescherming Amsterdam. LJ&R en de WSS zijn werkzaam in heel Nederland als landelijk werkende GI. Beide GI’s richten zich op een specifieke doelgroep. LJ&R heeft te maken met gezinnen en jongeren die vastlopen in complexe situaties en met meervoudige problematiek. Het gaat hierbij vaak om langdurige problematiek. De WSS biedt ondersteuning en hulp aan kinderen met een (verstandelijke) beperking of chronische ziekte, en/of aan kinderen van ouders met een beperking.

4

Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming_ 20-4-2020 .pdf

8 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

3 Indruk na de monitoringsfase Tijdens de monitoringsfase van oktober 2020 tot februari 2021 voerden de inspecties drie gesprekken met een beleidsmedewerker die als contactpersoon is aangewezen voor Gelderland vanuit de accounthoudende gemeente Arnhem 5. Tijdens deze gesprekken bespraken we de stand van zaken omtrent bovenstaande normen en de doorbraakaanpak. Bij het eerste gesprek was naast de contactpersoon een beleidsmedewerker van JB Gelderland aanwezig. Het tweede gesprek voerden de inspecties met de contactpersoon, de beleidsmedewerker van JB Gelderland, een beleidsregisseur uit Ede en een beleidsmedewerker van de WSS. Voor het laatste gesprek schoven naast de eerder genoemden de kwaliteitsadviseur van JB Gelderland en een gebiedsmanager van de WSS aan.

3.1 Beschrijving Gelderse doorbraakaanpak De Gelderse Doorbraakaanpak die vastgesteld is op 14 december 2020 heeft drie actielijnen: 1. Geen wachttijden aan de voordeur; 2. Organiseren van passende hulpverlening voor elke knellende casus op elk moment; 3. Heldere verantwoording aan de inspectie en het Rijk over de werking van het veiligheidsnetwerk in Gelderland. De doorbraak werkgroep, met afgevaardigden van de GI en gemeenten, heeft afspraken gemaakt over de drie actielijnen. Hierbij staat centraal het uitgangspunt dat professionals van de GI en de gemeenten samen werken vanuit vertrouwen en partnerschap. Per actielijn zijn daarom werkafspraken tussen de GI’s en de gemeenten gemaakt. De afspraken ten aanzien van de eerste actielijn gaan over het bijhouden van het aantal wachtenden aan de voordeur bij de GI’s en afstemming die hierover moet plaatsvinden met de lokale teams van de gemeenten. De afstemming heeft als doel om samen oplossingen te bedenken, zodat jeugdbeschermers tijdig kunnen starten. Zo is onderdeel van de afspraken, dat bij een tekort aan gekwalificeerd personeel waardoor wachttijden ontstaan, het bijvoorbeeld mogelijk wordt om ook (tijdelijk) gebruik te maken van jeugdprofessionals die in het verleden hebben gewerkt als jeugdbeschermer en nu bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een aanbieder of bij het lokale team.

Ook voor de tweede actielijn geeft de werkgroep aan dat samenwerking tussen GI’s en gemeenten nodig zijn. De gemaakte afspraken zijn erop gericht dat GI’s en lokale teams gezamenlijk proberen passende hulp te organiseren. Wanneer dit niet lukt, is het mogelijk om gebruik te maken van het Regionale Expertteam. Om de aanpak te faciliteren is per regio een contactpersoon aangewezen, die een rol heeft in de escalatie bij casussen waarbij de afspraken (nog) niet leiden tot een doorbraak. De laatste actielijn richt zich op het monitoren van de voortgang en de verantwoording hiervan. De werkgroep komt maandelijks bijeen en bespreekt de voortgang. In april 2021 volgt een evaluatie met alle regionale contactpersonen en de contactpersonen vanuit de GI’s. Tijdens het monitoringsgesprek op 17 december 2020 gaven de deelnemers aan dat bestuurders in Gelderland duidelijk commitment hebben uitgesproken middels het afstemmen en gezamenlijk goedkeuren van het Gelderse doorbraakplan. De urgentie wordt in alle gemeenten gevoeld. Wel zijn er verschillen tussen jeugdhulpregio’s en ook op gemeentelijk niveau is de aanpak soms verschillend. Voor de GI’s is het wenselijk dat er een uniforme regionale werkwijze is die cliënten ten goede komt.

De deelnemers aan het monitoringsgesprek twijfelen niet aan het gezamenlijke doel dat gemeenten voor ogen hebben, maar soms wel aan de manier waarop dit doel bereikt moet worden en wat de gezinnen uiteindelijk het meest helpt. Denk hierbij ook aan verschillende aanmeldprocedures bij aanbieders of afspraken met afzonderlijke gemeenten. Ook is de inkoop per gemeente nog verschillend geregeld. De GI’s geven aan dat dit voor jeugdbeschermers lastig is en dat het veel tijd kost om per gemeente de procedures te kennen.

5

Voor elke gecertificeerde instelling is binnen de jeugdbeschermingsregio een accounthoudende jeugdhulpregio aangewezen die naar andere jeugdhulpregio’s acteert bij risico’s van discontinuïteit.

9 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

3.2 Beeld op basis van monitoring  Tijdig vaste jeugdbeschermer Op 28 januari 2021 kwam in het gesprek naar voren dat in Gelderland 27 kinderen wachtten op een jeugdbeschermer. Het ging om 20 wachtenden bij JB Gelderland en 7 voor JVV. De WSS gaf aan geen wachttijden te hebben voor een jeugdbeschermer. De WSS maakt gebruik van een flexibele schil om verzuim of verloop van personeel op te vangen. JB Gelderland gaf aan dat dit voor hen lastiger te realiseren is, omdat ze niet zoals de WSS landelijk werken. De kwetsbaarheid is groot voor JB Gelderland wanneer een jeugdbeschermer ziek wordt. Er is een gebrek aan personeel en middelen om te kunnen voorzien in de flexibiliteit zoals de WSS deze beschrijft. JB Gelderland werkt met een verdeellijst. Op het moment dat er een jeugdbeschermer beschikbaar is, krijgt deze een gezin toegewezen van de verdeellijst. De jeugdbeschermer is dan meteen de vaste jeugdbeschermer die het gezin gedurende de maatregel begeleidt. Tijdens de periode dat het gezin op de verdeellijst staat, wordt de veiligheid getoetst door een professional van de GI. Als de veiligheid in het geding is, verdeelt de GI het gezin meteen. Niet alle regio’s in Gelderland hebben te maken met een verdeellijst en JB Gelderland geeft aan dat gezinnen niet langer dan zes weken op de verdeellijst staan.

JB Gelderland benadrukt dat wachttijden een probleem zijn van de hele veiligheidsketen. Voordat een gezin bij JB Gelderland aangemeld wordt, is er vaak al veel tijd verstreken. De inspecties zien dat Gelderland een verbeteragenda heeft die zich vooral op de lange termijn richt. Voor de korte termijn lijkt de Gelderse doorbraakaanpak nog niet voldoende van de grond te komen om ervoor te zorgen dat alle kinderen vanaf het begin van de maatregel een jeugdbeschermer hebben, die de zaak ook meteen op kan pakken. In Hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van de bevindingen die de inspectie heeft opgehaald tijdens de praktijktoets wat betreft deze norm (norm 1).  Tijdig gedragen koers De WSS geeft in het gesprek met de inspecties op 17 december 2020 aan dat er bij de WSS voor alle gezinnen tijdig een koers is uitgezet. Deze koers is ook gedragen, want jeugdbeschermers stellen samen met het gezin een plan van aanpak op. JB Gelderland laat weten dat het wel aantallen in beeld heeft over de gereedheid van het plan, maar geen aantallen in beeld heeft als het gaat om een tijdig gedragen koers. JB Gelderland geeft aan dat de inspecties ervan uit kunnen gaan dat deze norm inhoudelijk op orde is, omdat het uitzetten van een koers de kern is van het werk. De tijdigheid van de koers kan in sommige gevallen niet behaald zijn, omdat er enkele casussen op de verdeellijst staan.

De GI heeft het bij een koers over de norm zoals de inspecties deze beschreven hebben en niet over het ondertekende plan van aanpak. Op basis van de informatie uit de monitoringsfase was het uitgangspunt bij de verdiepende praktijktoets dat voor elk kind met een maatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet in de jeugdbeschermingsregio Gelderland.

“De ondertekening van een plan van aanpak kan soms op zich laten wachten, maar dat betekent niet dat de koers niet is uitgezet.” Beleidsmedewerker GI

 Tijdig passende hulp De regio gaf tijdens de monitoringsgesprekken aan dat er voor passende hulp nodig is dat aanbieders maatwerk bieden en dat ze flexibel en wendbaar zijn. De regio wil de kwaliteit bewaken door een goede selectie van aanbieders aan de poort en door zicht te houden op de resultaten bij cliënten. De regio is in 2021 bezig met het opstellen van een inkoopstrategie voor Gelderland om meer te sturen op de kwaliteit van het aanbod. De gemeenten en GI’s merken dat het ontwikkelen van dit soort doorbraakplannen helpt om een cultuurkwestie te doorbreken. Het helpt om de huidige manier van werken die veelal individueel van aard is te veranderen naar samenwerken en samen ingewikkelde casuïstiek oplossen. Dat is belangrijk voor de doelgroep waar

10 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

de GI’s mee te maken hebben. De gemeenten en de GI’s betrekken ook de aanbieders om ook de samenwerking met hen te versterken. De regio geeft aan niet naar een volledige bovenregionale inkoop toe te willen, want dat past niet bij de decentralisatie-gedachte die de inwoner en de zorg dichter bij elkaar moet brengen. De inkoop van hulp moet volgens de beleidsmedewerker aansluiten bij de lokale wensen en visie. In gesprek met de inspecties geven de deelnemers van de monitoringsgesprekken aan dat er sprake is van samenwerking, maar dat het beter kan en dat er nog veel van elkaar te leren valt. “Wij zouden een gezamenlijke voordeur willen omarmen. Dit zou een mooie inrichtingsvorm voor verwijzers zijn. In de Gelderse verbeteragenda wordt hieraan gewerkt, maar de GI’s hebben nu nog ‘last’ van verschillende inkoopprocedures ed.” JB Gelderland op 17 december

Op 28 januari 2021 komt naar voren in het monitoringsgesprek dat de regio Gelderland verder is gegaan met het ontwikkelen van perspectieftafels, waarbij professionals gezamenlijk aan de hand van een casus kennis delen en komen tot een passend aanbod van hulp. Beleidsmedewerkers vertellen dat het om een ontwikkeling gaat, waarbij er verschillen zijn tussen hoe gemeenten de tafels inrichten. “Experttafels zijn georganiseerd, ingericht en er wordt gebruik van gemaakt (zie doorbraakplan). Het organiseren van kleinschalig aanbod zal nog een uitdaging zijn.” Aanwezigen tijdens het monitoringsgesprek op 17 december 2020

Voorbeelden van regio’s waar dit proces nog in ontwikkeling is, zijn Rivierenland, Midden-IJssel, en Noord Veluwe. Rijk van Nijmegen loopt volgens de deelnemers voorop met het inzetten van de tafels. Het succes van perspectieftafels hangt af van een aantal factoren en randvoorwaarden. De GI’s geven aan dat het helpt wanneer er aan tafel mensen zitten met mandaat en dat alle partijen inclusief de gemeente vertegenwoordigd zijn. Ook moet het zo zijn dat de tafels vertrouwen hebben in de inbrenger en helpen met het vinden van passende hulp in plaats van de inbrenger met nieuw huiswerk naar huis te sturen. Deze randvoorwaarden zijn nog niet in alle teams aanwezig. In januari gaven de deelnemers van het monitoringsgesprek aan dat het grootste knelpunt voor passende hulp in Midden-IJssel lijkt te liggen. Twaalf kinderen van de 22 die op dat moment geen passende hulp hebben, komen uit de regio Apeldoorn en omgeving. De regio Gelderland probeert te achterhalen waarom in deze regio meer kinderen wachten op passende hulp dan in andere regio’s. “Het zijn lange stappen, maar we zetten de stappen wel. Dat gaat uiteindelijk ook winst opleveren op casusniveau. We komen veel dichter bij elkaar.“ Aanwezigen tijdens het monitoringsgesprek op 28 januari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=02e3f94f-207e-4b12-9f53-8638f24648fc