Agendabundel
Tekst van het document
Nieuwe initiatieven moeten voldoen aan de indicatieve ruimtelijk-economische beleidskaart voor regionale bedrijvigheid;
•
De locaties voor uitbreiding moeten zoveel als mogelijk aansluiten op de huidige structuur van een bestaand regionaal bedrijventerrein.
•
Voor de uitbreiding van regionale bedrijven met een kaveloppervlakte <0,5 ha volstaat een melding in het IOW;
•
Voor de uitbreiding van regionale bedrijven met een kaveloppervlakte > 0,5 ha is regionale afstemming vereist;
•
Voor nieuwe ontwikkeling en uitbreiding van regionale bedrijventerreinen is regionale afstemming vereist;
•
Voor nieuwe ontwikkeling en uitbreiding van regionale bedrijventerreinen moet Stappenplan voor de ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen doorlopen worden;
•
Voor inbreiding en transformatie van regionale bedrijventerreinen die geen regionale vervangings- en/of verplaatsingsvraag tot gevolg hebben volstaat een melding in het IOW;
•
Voor inbreiding en transformatie van regionale bedrijventerreinen die wel regionale vervangings- en/of verplaatsingsvraag tot gevolg hebben is regionale afstemming vereist;
Afspraken ten aanzien van XXL-logistiek •
Er is behoefte aan uitbreiding ten behoeve van XXL-logistiek. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de ruimtelijk-economische logistieke beleidskaart;
•
Nieuwe ontwikkelingen ten behoeve van XXL-logistiek moeten voldoen aan de gestelde kaders in de notitie Randvoorwaarden voor XXL-logistiek.
10
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
Afspraken ten aanzien van watergebonden bedrijvigheid •
Voor nieuwe ontwikkelingen of uitbreiding van watergebonden bedrijvigheid met een kaveloppervlakte > 0,5 ha is regionale afstemming vereist;
•
Initiatieven ten behoeve van watergebonden bedrijvigheid op daarvoor aangewezen watergebonden bedrijventerreinen volstaan met een melding in het IOW;
•
Bij vestiging van een bedrijf op een daartoe geprofileerd waterverbonden bedrijventerrein moet de binding met het water aangetoond worden. Hierover vindt regionale afstemming plaats.
Afspraken ten aanzien van de bijzondere werklocaties •
Herbevestiging van de status van de daarvoor in het RPW 2017 aangewezen bedrijventerreinen als bijzondere werklocatie, te weten het Engie-terrein, Innofase, IPKW en Novio Tech Campus;
•
Ook voor de bijzondere werklocaties geldt dat bij uitbreiding van bestaande bedrijvigheid en/of uitbreiding van het bedrijventerrein met een kaveloppervlakte > 0,5 ha regionale afstemming moet plaatsvinden.
•
Dit betekent dat: -
Deze locaties losstaan van de vraagraming die ten grondslag ligt aan het RPW en als bijzondere werklocaties worden meegenomen in de vraag-aanbodconfrontatie;
-
Uitgifte op deze terreinen een connectie moet hebben met de specifieke thematische profilering. Dit kan worden afgedwongen op het moment dat regionale afstemming vereist is.
-
Ondanks dat deze terreinen zijn uitgezonderd van de vraag-aanbodconfrontatie, moet ook voor uitbreiding van de bijzondere werklocaties een integrale ruimtelijk afweging gemaakt worden en is regionale afstemming vereist onder dezelfde voorwaarde als reguliere regionale bedrijventerreinen.
Afspraken ten aanzien van zachte plannen Om er zorg voor te dragen dat ontwikkelingen plaatsvinden op de meest optimale locatie is een integrale ruimtelijke afweging noodzakelijk. Voor zachte plannen geldt het volgende: •
Regionale afstemming over het in ontwikkeling nemen van zachte plannen vindt plaats aan de hand van onderstaand stappenplan.
•
Indien dit niet mogelijk is, en de nieuwe ontwikkeling vanuit de regionale beleidsmatige opgaven toch wenselijk geacht wordt, moet een integrale ruimtelijke afweging plaatsvinden. Hierover is regionale afstemming vereist. Bij de integrale ruimtelijk afweging wordt onder meer gekeken naar: -
De nabijheid van woningen en/of andere (toekomstige) conflicterende functies en ruimteclaims;
-
De nabijheid van en bereikbaarheid voor geschikt personeel;
-
Zoveel mogelijk aansluiten op bestaande infrastructuur, zowel fysiek als digitaal.
-
Kansen en bedreigingen in relatie tot klimaatadaptatie en de energietransitie.
Stappenplan voor de ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen Regionale afstemming over het in ontwikkeling nemen van zachte plannen geschiedt aan de hand van het volgende stappenplan (voor verdere uitwerking, zie paragraaf 4.7): Stap 1 - Plannen die niet binnen de indicatieve ruimtelijke economische beleidskaart passen vallen af; Stap 2 - Plannen die niet (fysiek) aansluiten op bestaande terreinen vallen af; Stap 3 - Ordening van plannen per werkmilieu; Stap 4 - Kwalitatieve beoordeling plannen (op basis van: duurzaamheid, bereikbaarheid, financiële haalbaarheid, bijdrage aan regionaal DNA); Stap 5 - Ruimtevraag per werkmilieu;
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
11
Stap 6 - Match vraag en planaanbod; Stap 7 - Bij overvraging mogen alleen de beste plannen doorgang vinden (o.b.v. ranglijst). Verdeling ontwikkelruimte regionale bedrijventerreinen In het RPW wordt afgesproken dat de ontwikkelruimte wordt vrijgeven op basis van tranches. Hiermee wordt een gestuurde fasering beoogd. Het uitgangspunt voor de reguliere regionale bedrijventerreinen is om in eerste instantie 50% van de ontwikkelruimte open te stellen. Van dit uitgangspunt kan, wanneer bij beoordelen blijkt dat er meerdere geschikte plannen zijn die de regio wil faciliteren en om maatwerk te leveren, tot een maximum van 70% worden afgeweken. Op basis van de tweejaarlijkse monitoring, die medio 2022 plaatsvindt, wordt bepaald hoe met de resterende ontwikkelruimte wordt omgegaan en of bijstelling nodig is.. Het proces voor de kwalitatieve beoordeling van de eerste tranche van zachte plannen voor regionale bedrijvigheid is als volgt: •
Tot 1 maart 2021: indienen zachte plannen met onderbouwing aan de hand van het stappenplan en de criteria voor kwalitatieve beoordeling. De stukken worden ingediend bij het huidig IOW.
•
1 maart t/m 30 april 2021: kwalitatieve beoordeling ingediende zachte plannen. Beoordeling wordt uitgevoerd door het IOW, aangevuld met een externe adviseur.
•
1 mei t/m 30 mei 2021: uitkomsten kwalitatieve beoordeling ter besluitvorming voorleggen aan het bevoegd bestuurlijk overleg.
•
Vanaf 1 juni 2021 kunnen plannen in ontwikkeling genomen worden.
•
Voor de tweede tranche wordt hetzelfde proces doorlopen. Planning en uitgangspunten worden bepaald op basis van de monitoring die medio 2022 plaatsvindt.
Verdeling ontwikkelruimte XXL-logistiek Specifiek voor XXL-logistiek wordt afgesproken dat in eerste instantie 32,5 ha ontwikkelruimte verdeeld wordt over Knooppunt Nijmegen en omgeving en Knooppunt EMZ. Deze verdeling is tot stand gekomen op basis van de ruimtelijke mogelijkheden die beide aangewezen locaties bieden en is als volgt: •
Knooppunt EMZ: DocksNLD 2, locatie C1, gemaximeerd tot 20 hectare netto ontwikkelruimte;
•
Knooppunt Nijmegen en omgeving: De Grift, deelgebied Noord, gemaximeerd tot 12,5 hectare netto ontwikkelruimte.
Ook hier geldt een afwijkingsmogelijkheid naar boven. In dit geval maximaal. 20% in verband met omvang kavels, uitgiftemogelijkheden en maatwerk. Dit betreft een eerste tranche van in totaal 42 hectare ontwikkelruimte voor XXL-logistiek. Het is aan de gemeenten Nijmegen en Montferland zelf om binnen deze kaders een bestemmingsplan vorm te geven. Op basis van de tweejaarlijkse monitoring, die medio 2022 plaatsvindt, wordt bepaald hoe met het resterende deel van de in totaal 42 ha ontwikkelruimte wordt omgegaan. Beoordeling van nieuwe uitbreidingsplannen ten behoeve van XXL-logistiek geschiedt aan de hand van het beoordelingskader, zoals beschreven in de notitie advies en invulling XXL-logistiek, die als bijlage aan het RPW is toegevoegd. Het proces voor beoordeling van nieuwe ontwikkelingen ten behoeve van XXL-logistiek is kort als volgt te beschrijven: •
Plannen worden ter beoordeling ingediend bij het regionaal ambtelijk overlegorgaan, aangevuld met een externe adviseur;
1
12
PosadMaxwan (oktober 2020) Ontwikkelkaart XXL-logistiek Arnhem-Nijmegen, p. 40.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
•
Uitkomsten van de beoordeling worden ter advies voorgelegd aan het regionaal bestuurlijk overlegorgaan;
•
Na regionaal bestuurlijk akkoord vindt besluitvorming plaats door GS van de Provincie Gelderland;
•
Besluitvorming over het faciliteren van een witte raaf vindt primair plaats door de Provincie op het moment dat er een aanvraag ingediend wordt.
Afspraken ten aanzien van lokale bedrijventerreinen Voor lokale bedrijventerreinen geldt dat deze ontwikkeling de toets van de ladder voor duurzame verstedelijking moet kunnen doorstaan. Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing: •
Bij ontwikkelingen van een nieuw lokaal bedrijventerrein met kavels met een oppervlakte < 0,5 hectare volstaat een melding in het IOW;
•
Bij uitbreiding van een bestaand lokaal bedrijventerrein met kavels <0,5 hectare volstaat een melding in het IOW;
•
Bij uitbreiding van een bestaand bedrijf met een kaveloppervlakte <0,5 hectare volstaat een melding in het IOW;
Bij uitbreiding van een bestaand bedrijf zijn de volgende voorwaarden van toepassing: •
Uitbreiding moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit
•
Uitbreiding moet vraaggericht zijn
•
Bij uitbreiding gaat het om bedrijventerrein ten behoeve van een eindgebruiker en niet om kavels die als uitgeefbaar aanbod op de markt komen.
•
Bij uitbreiding en ontwikkeling van lokale bedrijventerreinen met kavels > 0,5 hectare of uitbreiding van (lokale en regionale) bedrijven met een kaveloppervlakte > 0,5 hectare is regionale afstemming vereist.
Afspraken ten aanzien van solitaire bedrijven Nieuwe solitaire vestigingen mogen zich niet buiten bedrijventerreinen vestigen. Hierop is een uitzondering mogelijk, wanneer de lokale situatie hier om vraagt. Hiervoor is regionale afstemming vereist. Uitbreiding van bestaande solitaire vestigingen is niet gewenst. Indien aangetoond kan worden dat verplaatsing van dit solitaire bedrijf naar een bedrijventerrein onmogelijk is, kan een kleine uitbreiding van maximaal 10% van de kaveloppervlakte plaatsvinden met een maximum van 0,5 ha. Hiervoor volstaat een melding in het IOW. Indien de oppervlakte van de uitbreiding groter is dan 0,5 hectare is regionale afstemming vereist.
Kantoren Bij de spelregels ten aanzien van kantoorlocaties wordt onderscheid gemaakt tussen kantoren op centraal stationslocaties, kantorenparken en kantoren op bedrijventerreinen. De centraal stationslocaties zijn en blijven ook in tijden van corona de meest gewilde locaties voor zowel wonen als werken. De afweging tussen wonen en werken op en rondom centraal stationslocaties is daarom een bestuurlijke prioriteit.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
13
Centraal stationslocaties meer in trek door corona De corona-uitbraak lijkt een definitieve omschakeling teweeggebracht te hebben naar meer thuis werken dan op kantoor. Kantoren worden daarom nog meer een plek om elkaar gedurende een of enkele dagen per week kortstondig te ontmoeten. Bedrijven kiezen daarbij vaker voor spreiding over enkele kleinere, goed bereikbare locaties met spreiding over het land. Centraal stations bieden op dat vlak vanwege de centrale ligging en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, zeker wanneer de coronamaatregelen voorbij zijn, de beste mogelijkheden. Bestuurlijke prioritering: afweging tussen wonen en werken Hoewel de (her)ontwikkelingspotentie om additionele kantoorruimte te realiseren in Nijmegen en in mindere mate in Arnhem aanwezig is, wordt door de markt de laatste jaren vooral ingezet op woningbouw. Dit is zelfs het geval wanneer er ruimte voor kantoren wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Met het oog op het versterken van de regionale economische structuur ligt hier een bestuurlijke taak om naast woningbouw rondom de centraal stations ook van ruimte voor werken een prioriteit te maken. Afspraken ten aanzien van kantoren op centraal stationslocaties •
Stimuleren van kantoorontwikkelingen op potentiele (her)ontwikkelingslocaties rondom het centraal station in Arnhem en Nijmegen;
•
Aanwijzen van geschikte (of geschikt te maken) locaties met ruimte2 die kunnen dienen als overlooplocatie indien rondom Nijmegen Centraal en Arnhem Centraal onvoldoende kantoorruimte gerealiseerd kan worden.
•
Naast de twee centraal stations worden de stations Arnhem Velperpoort, Arnhem Zuid, Elst Centraal, Heijendaal en Nijmegen Lent aangewezen als HOV-locaties, die kunnen dienen als overlooplocatie indien rondom Nijmegen Centraal en Arnhem Centraal onvoldoende kantoorruimte gerealiseerd kan worden.
Afspraken ten aanzien van kantoren op kantorenparken •
Concentratie van kantoorvolumes op de meest toekomstbestendige kantorenparken: Velperweg, Arnhems Buiten, Gelderse Poort3, Brabantse Poort en Heijendaal;
•
Onderzoek de geschiktheid van kantorenparken als overloop voor CS-locaties, voorwaarden hierbij zijn:
•
-
Een goede ov-verbinding;
-
Toekomstbestendigheid van de locatie;
-
Multifunctionaliteit – aandacht voor voldoende voorzieningen en groen;
Ruimte bieden aan het overig plan Lent tot maximaal 5.000 m² bvo: -
ter versterking lokaal vestigingsklimaat Waalsprong; en
-
als overlooplocatie indien rondom Nijmegen Centraal en Arnhem Centraal onvoldoende ruimte gerealiseerd kan worden).
•
Herstructurering en/of transformatie van incourant aanbod;
Afspraken ten aanzien kantoren op bedrijventerreinen •
Het onbebouwd aanbod op IJsseloord II wordt teruggebracht tot 10.000m². Daarmee voldoet de gemeente Arnhem aan de regionale afspraken in het RPW 2017-2021;
•
De Hes West in Renkum is in het RPW verder niet meer meegenomen als toekomstige kantoorlocatie. Deze locatie wordt herontwikkeld naar een woonomgeving met een gedeeltelijke
2 3
14
Onbebouwd, courant of geschikt te maken incourant. Gelderse Poort is toegevoegd aan de toekomstbestendige kantoorparken vanwege de plannen van de gemeente Arnhem om de aansluiting met station Arnhem-Zuid te verbeteren.
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
woon-werkfunctie. Hiermee heeft de gemeente Renkum voldaan aan de regionale afspraken in het RPW 2017-2021. •
Voor de nog te ontwikkelen kavels op Mercurion Zevenaar wordt de bestemming gewijzigd naar lokaal bedrijventerrein. Voor bestaand vastgoed wijzigt er niets. Hiermee voldoet de gemeente Zevenaar aan de regionale afspraken in het RPW 2017-2021.
•
Inzetten op functieverandering van locaties met overaanbod naar gelang de behoefte op de locatie. Dit kan bijvoorbeeld de functie bedrijventerrein (Mercurion) of campus-gerelateerde kantoorfunctie zijn. Met de functieverandering naar een kantoorfunctie gerelateerd aan de campus wordt specifiek gedoeld op de Novio Tech Campus op Winkelsteeg.
Detailhandel Bij de spelregels ten aanzien van detailhandelsgebieden wordt in het RPW onderscheid gemaakt tussen reguliere detailhandel enerzijds en perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen (PDV/GDV) anderzijds. Afspraken ten aanzien van reguliere detailhandel Bij nieuwe initiatieven in reguliere detailhandelsgebieden is onder bepaalde omstandigheden regionale afstemming d.m.v. toetsing van het initiatief vereist. Toetsing op regionaal niveau vindt plaats bij detailhandelsinitiatieven die mogelijk negatieve effecten hebben op de bestaande of beoogde structuur van de reguliere detailhandel. Initiatieven kunnen voorgedragen worden door zowel gemeenten als andere partijen. Er is geen regionale afstemming nodig indien het detailhandelsinitiatief kleiner is dan 1.500 m². Initiatieven voor winkelvestiging of –uitbreiding in de reguliere detailhandel worden, voor regionale toetsing voorgedragen indien: •
groter dan 1.500 m² bvo in de niet-dagelijkse detailhandel in de lokaal verzorgende reguliere winkelcentra;
•
groter dan 1.500 m² bvo in de dagelijkse detailhandel buiten stads-, dorps- wijk en buurtcentra, met een bovengemeentelijk effect op de verzorgingsstructuur (bijvoorbeeld door de grensligging van een initiatief).
•
Voor initiatieven groter dan 1.500 m2 bvo in de bovenregionaal en regionaal verzorgende reguliere winkelcentra volstaat een melding in het IOW.
Deze afspraken zijn van toepassing op alle initiatieven in de reguliere detailhandel. Voor bepaalde vormen van reguliere detailhandel is een verbijzondering vereist. Deze zijn uitgewerkt in hoofdstuk 6.
Perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen Algemene afspraken ten aanzien van PDV/GDV •
Lokaal verzorgende perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen buiten concentratiegebieden < 1.500 m² bvo blijven mogelijk. Gemeenten maken zelf de afweging voor dergelijke kleine ontwikkelingen met een vooral lokale functie. Indien (na vaststelling van het RPW) door uitbreiding een bestaande detailhandelsvoorziening groter wordt dan 1.500 m² bvo is regionale afstemming vereist;
•
Nieuwe initiatieven voor perifere detailhandel met een oppervlakte > 1.500 m² worden, na regionale afstemming, bij voorkeur in concentratiegebieden gevestigd. Daarbij is maatwerk
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen
15
belangrijk. Per geval wordt bekeken of de ontwikkeling wenselijk is vanuit de doelen van het RPW en/of het past binnen de gestelde beleidskaders. •
Binnen de perifere detailhandelsvestigingen is het toegestaan om niet aan het kernassortiment gerelateerde artikelen te voeren tot maximaal 10% van de winkelverkoopoppervlakte met een maximum van 100 m2 wvo.
•
Uitbreiding van bestaande perifere detailhandel is mogelijk tot 1.500 m². Als de vestiging na uitbreiding groter is dan 1.500 m² bvo is regionale afstemming vereist;
•
Dit geldt ook voor verplaatsingen, waarbij de som van de winkeloppervlakte van het nieuwe pand en het vrijkomende pand hoger is dan 1.500m². In dat geval wordt bekeken wat publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke is vastgelegd over de detailhandelsbestemming van het pand dat na de verplaatsing vrij komt. Dit vraagt om een zorgvuldige onderbouwing, (o.a. toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking). Aangetoond moet worden dat de uitbreiding bedrijfseconomisch nodig is en verplaatsing niet nodig/mogelijk is.
•
Na bedrijfsbeëindiging op solitaire locaties wordt het gebruik ‘bevroren’: bestaande vestiging en gebruik wordt gehandhaafd, maar er kunnen geen vierkante meters detailhandel toegevoegd worden. Bedrijfsopvolging is dus toegestaan, zolang de locatie in gebruik blijft voor dezelfde functie. Het gaat om voortgezet identiek gebruik (zelfde soort perifere detailhandel).
•
Bij bedrijfsbeëindiging op solitaire (en/of overige perifere) winkellocaties zet de gemeente na een periode van langdurige leegstand in op het wegnemen van de detailhandelsbestemming en/of transformatie.
•
In dit RPW is geïnventariseerd hoe groot het aanbod verborgen plan- en restcapaciteit voor pdv is. We gaan ervan uit dat het overgrote deel van deze plan- en restcapaciteit nu bekend is. Wanneer in de toekomst blijkt dat er toch nog verborgen capaciteit is binnen een gemeente, dan zal de betreffende gemeente zich inspannen om deze ruimte zo spoedig mogelijk uit de markt te nemen en de planologische maatregelen nemen die daarvoor nodig zijn.
Op basis daarvan zijn voor de concentratiegebieden en de overige winkellocaties per deelregio specifieke afspraken gemaakt. Deze zijn uitgewerkt in hoofdstuk 6.
16
Concept Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen