CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1.2 Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente Rozendaal30.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze gebieden vragen een aanpak (gebiedsproces) om met belanghebbenden/partners keuzes en of combinaties van opgaven in beeld te brengen. De verschillende ruimteclaims leggen we op elkaar en we kijken waar kunnen combineren en waar we moeten kiezen. Om vervolgens met elkaar deze keuzes weloverwogen te maken. En deze door te vertalen naar lokaal of provinciaal omgevingsbeleid én begrotingen.

6

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Drie verhaallijnen op elkaar

De gebieden waar we een gebiedsproces voor willen starten zijn (zie ook de afbeelding): • Ring rondom Nijmegen, in het bijzonder het gebied tussen Nijmegen-West, Beuningen en Wijchen; • Het Duivense Broek, inclusief Arnhem-Oost; • Veluwezoom (valt samen met het gebiedsprogramma Veluwezoom); • Landbouwgebieden in Overbetuwe, Druten, Land van Maas en Waal, als ook ten zuiden van Duiven/Zevenaar; • De A15-zone. Een volgende stap is om per gebied een plan van aanpak te ontwikkelen en uit te voeren. We bepalen samen wie de trekker is binnen de gebiedsprocessen. De gebieden waar we de ruimteclaims prima kunnen combineren en waar zich geen conflicterende ruimtevragen voordoen, brengen we onder in het verstedelijkings-/NOVEX uitvoeringsprogramma.

7

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Voorgestelde gebieden voor een gebiedsproces

8

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

1. Wat is een regioarrangement en waarom maken we het?

Wat is een regioarrangement? Het Rijk wil eind 2023 met alle provincies afspraken maken over hoe zij opgaven op het gebied van wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur, goed ruimtelijk kunnen inpassen. Het Rijk vraagt hiervoor een ruimtelijk voorstel van de provincie. De provincie Gelderland heeft besloten het ruimtelijk voorstel vanuit de zeven regio’s op te bouwen op basis van een regioarrangement per regio. Eén van de regio’s is onze Groene Metropoolregio. In het regioarrangement geven we als provincie, regio’s, gemeenten en waterschappen ons gezamenlijke perspectief op hoe wij al deze opgaven de komende 20 tot 30 jaar in samenhang gaan aanpakken. Waar in dit document “we” en “wij” staat, gaat het dan ook over provincie, regio en de 18 regiogemeenten van de Groene Metropoolregio en de 3 waterschappen die hierin actief zijn (voor de onderdelen die de waterschappen raken). In het regioarrangement werken we horizontaal samen in de geest van de omgevingswet. De bedoeling is dat de overheden een overeenkomst aangaan voor een langjarige samenwerking en dat via een cyclisch proces de regioarrangementen worden geactualiseerd en nader uitgewerkt. Hoe dat proces er precies uit ziet, is afhankelijk van ontwikkelingen in de regio, de provincie en heel Nederland.

We bekijken dit ook in samenhang met alle andere ruimtelijke trajecten die er lopen en werken zo toe naar een uitvoeringsprogramma.

Waarom maken we het regioarrangement? Groei in balans: meer landschap, meer stad. Dát is de kern van de visie van de Groene Metropoolregio. We groeien niet alleen in woningen, inwoners, economie en bereikbaarheid, maar zorgen ook dat onze leefkwaliteit en leefomgeving meegroeit en dat we die versterken. In de Groene Metropoolregio en de Regio Foodvalley neemt het aantal inwoners de komende jaren fors toe: tussen 2020 en 2040 zijn er naar verwachting 100.000 extra woningen nodig, waarvan 60.000 in de Groene Metropoolregio. Tegelijkertijd willen we onze regio goed bereikbaar houden, de economie nog sterker maken, de meest circulaire regio van Europa zijn, een bijdrage leveren aan nationale klimaatdoelstellingen, onze leefomgeving gezond en kwalitatief goed houden en de kwaliteit van onze cultuur, cultuurhistorie, natuur en landschap behouden. Onze opgave is daarom groei in balans: hoe kunnen we als regio het hybride karakter van landschap en stad op een kwalitatieve manier in stand houden en verbeteren als de behoefte aan ruimte verder toeneemt? Met andere woorden: hoe zorgen we voor een goede ‘brede welvaart’? Dat vraagt nauwe samenwerking en een gezamenlijke voorbereiding van ruimtelijke keuzes. We moeten onze gezamenlijke investeringen goed op elkaar afstemmen en in balans brengen.

Meer woningen en meer inwoners kan alleen als we ook investeren in bereikbaarheid, economie, natuur, landschap, recreatie en toerisme. Het een kan niet zonder het ander. Dit regioarrangement is een van de instrumenten om die ruimtelijke keuzes als provincie en als Groene Metropoolregio gezamenlijk voor te bereiden.

9

Relatie tussen het regioarrangement en andere ruimtelijke trajecten Bij het maken van dit regioarrangement gaan we uit van wat we over ruimtelijke opgaven al met elkaar hebben afgesproken en gezamenlijk uitvoeren. Om te beginnen vormen de Verstedelijkings¬strategie met bijbehorende afspraken een belangrijke basis voor dit regioarrangement. Het regioarrangement kent drie belangrijke verdiepingen op de Verstedelijkingsstrategie. Te weten: Natuur en

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

landbouw, dat wordt opgenomen in het programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG), energie-infrastructuur en -transitie en circulaire economie. Hieronder lichten we een aantal ruimtelijke trajecten en het verband tussen deze trajecten en het regioarrangement toe. Sinds 2019 werken we aan een gezamenlijke strategie voor de verstedelijking in de periode tot 2040. We doen dit samen met de Regio Foodvalley. Onze strategie hebben we uitgewerkt in de Verstedelijkings¬strategie “Meer landschap. Meer stad.” Deze is in 2022 vastgesteld door alle gemeenteraden in onze regio en met het Rijk in het BO MIRT vastgesteld onder de noemer Verstedelijkingsafspraken. De Verstedelijkingsstrategie gaat uit van een integrale benadering van de regio’s op basis van kwalitatief hoogwaardige ontwerpprincipes (zie hoofdstuk 5), die zijn uitgewerkt voor de bouwstenen Leefomgeving, Economie, Mobiliteit en Wonen. Daarnaast hebben de provincies, gemeenten en waterschappen per deelgebied de opgaven uitgewerkt en een onderzoeksagenda vastgesteld. In het verlengde van de Verstedelijkingsstrategie hebben we, vanuit de gedachte ‘groei in balans’, met elkaar gewerkt aan het inzichtelijk maken van kansen voor de versterking natuur, landschap en cultuurhistorie. Daarnaast hebben we nagedacht over onze economie en een mobiliteitsagenda gemaakt. We willen op een duurzame wijze in onze energiebehoefte voorzien.

Hoe we dit doen hebben we uitgewerkt in onze Regionale Energiestrategie (RES). We werken aan de herijking van onze RES naar een RES 2.0. Daarvoor hebben we een milieueffect– rapportage gemaakt, waarmee we nog beter in staat zijn om ruimtelijke afwegingen te maken. Het huidige elektriciteitsnetwerk heeft onvoldoende capaciteit (netcongestie) om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te voldoen, of om alle zonne- en windenergieparken aan te sluiten. Daarmee is netcongestie een beperkende factor geworden voor ruimtelijke ontwikkelingen. We werken samen aan een Gelderse energie-infrastructuur (GEIS) van de toekomst. Daarvoor maakt de provincie een Energievisie in nauwe samenwerking met gemeenten in de Groene Metropoolregio en netbeheerders. Hierin staat hoe en waar de regio’s energie kunnen besparen, duurzame energie kunnen opwekken en de infrastructuur kunnen aanpassen. In de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley stapelen de vele ruimtelijke opgaven zich op. Daarom is een gebiedsgerichte ordening en prioritering noodzakelijk. Ook het Rijk ziet deze opgaven en heeft daarom de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley aangewezen als een van de NOVEX-gebieden. In deze gebieden werken de vier overheden (Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen) samen om de executiekracht te vergroten, zodat de opgaven ook daadwerkelijk uitgevoerd worden.

Onze Verstedelijkingsstrategie vormt de basis voor het ontwikkelperspectief en is daarmee - aangevuld met de opgaven in het landelijk gebied, energie en circulaire economie - de basis voor strategische samenwerking en besluiten in dit gebied. Daarnaast heeft het kabinet Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en Spoorzone Arnhem-Oost als grootschalige woningbouwlocaties aangewezen. In deze zogenaamde NOVEX-locaties kunnen tot 2040 met name woningen worden toegevoegd in bestaand stedelijk gebied dat goed per openbaar vervoer te bereiken is. Voor deze grootschalige woningbouwlocaties zijn ruimtelijke plannen uitgewerkt.

10

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Afbeelding 1: Kaart Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley

11

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

2. Wat voor regio zijn we? De Groene Metropoolregio heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een samenhangende stedelijke regio in een groene omgeving. Vanaf 2021 is de hernieuwde samenwerking in de regio opgebouwd. Noodzakelijk, gezien de groei van de verstedelijking. De onderlinge relaties tussen steden, groeikernen, dorpen en buurtschappen zijn sindsdien sterk toegenomen. Inmiddels is onze regio een van de grotere stedelijke regio’s van het land. We zijn een volwassen stedelijk netwerk met alle relaties en kwaliteiten die we daar tegenwoordig van verwachten. Zo zijn we een verstedelijkte regio met contrastrijke natuurlijke landschappen, natuurgebieden en agrarische gebieden die zorgen voor ruimte, voedsel en recreatie. Goede verbindingen leiden naar de economische gebieden om ons heen en goede voorzieningen zoals levendige centra, hoogwaardige kennisinstellingen en innovatieve werklocaties. Daarnaast hebben we aantrekkelijke dorpen en kleine kernen met mooie woonmilieus. Voor het functioneren van ons stedelijk netwerk zijn al die elementen van belang. Er is geen rangorde, want juist de slimme combinatie van kwaliteiten bepaalt de kracht van het stedelijk netwerk. In de regio wordt ook goed samengewerkt binnen de zogenaamde subregio’s. Bijvoorbeeld de gemeenten in de Liemers, het Rijk van Nijmegen en het Middengebied.

De gemeenten in de Veluwezoom werken samen met de gemeente Arnhem, bijvoorbeeld als werkorganisatie. Deze samenwerkingsverbanden vormen een belangrijke kracht in de regio.

12

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

3. Sturende principes We onderscheiden drie algemene sturende principes die ons helpen bij het maken van keuzes in de opgaven waar we voor staan. Ruimtelijke kwaliteit en bodem en water zijn vanuit het Rijk aangedragen als sturende principes. Vanuit de provincie is daar ‘brede welvaart’ aan toegevoegd. Deze principes liggen in lijn met de principes uit onze Verstedelijkingsstrategie (zie hoofdstuk 5).

3.1.

Ruimtelijke kwaliteit als doelstelling Onze Verstedelijkingsstrategie “Meer landschap. Meer stad.”, past goed bij de ruimtelijke kwaliteitsinclusieve benadering van de provincie: bij alle ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht zijn voor de kwaliteit van de ruimte, het landschap en het erfgoed. Dit betekent niet dat het bestaande landschap altijd onveranderd moet blijven. Het betekent wel dat we ruimtelijke kwaliteit in alle afwegingen meenemen en dat verandering van het landschap samengaat met een kwaliteitsimpuls. Of een project nu een doelstelling heeft voor water, natuur of verstedelijking; het heeft altijd de dubbele doelstelling om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Om dit te bereiken is integraal, gebiedsgericht werken van belang. Daarbij worden zowel het water- en bodemsysteem als de historisch gegroeide landschappelijke identiteit als onderlegger voor ruimtelijke ordening en inrichting gebruikt. Zoals in hoofdstuk 2 naar voren kwam, is de Groene Metropoolregio een verstedelijkte regio in een groene omgeving. De twee grote steden, Arnhem en Nijmegen, ontwikkelen zich. Ieder met hun eigen karakter. Datzelfde geldt voor de dorpskernen. Het landelijk gebied van de Groene Metropoolregio heeft veel variatie in het landschap en waardevolle natuurgebieden, zoals Nationaal Landschap Gelderse Poort en het Nationaal Park Veluwezoom.

Het landschap bestaat uit de hoge droge stuwwallen van de Veluwe, Montferland en het Rijk van Nijmegen, de grote rivieren met dijken en uiterwaarden en het binnendijks rivierengebied met karakteristieke oeverwallen, kommen, rivierduinen en weteringen. Daarbij kent de Groene Metropoolregio een rijke cultuurhistorie, die zich ook in het landschap laat zien. Denk aan Gelders Arcadië, de militaire verdedigingslinies uit verschillende perioden die door het gebied lopen (de Romeinse Limes, de Mauritslinie uit de Tachtigjarige Oorlog, het 19e-eeuwse fort Pannerden de vooruitgeschoven post van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de IJssellinie), de overblijfselen van de Tweede Wereldoorlog, het water- en industrieel erfgoed langs de grote rivieren en de archeologie. In het groen-blauw raamwerk, dat is verbeeld en verwoord in het rapport ‘Vervlochten regio’, hebben we de kansen om natuur, landschap en cultuurhistorie te versterken in kaart gebracht. Door te investeren in de ‘dynamische rivieren’, ‘gradiëntbossen’ en ‘water- en broeklanden’ kan er een robuust landschappelijk raamwerk komen in een stedelijke omgeving. Dat maakt niet alleen de regio aantrekkelijker voor bewoners en bezoekers, maar versterkt ook de biodiversiteit. In het groen-blauw raamwerk worden nog geen keuzes gemaakt.

We gebruiken het wel om keuzes voor te leggen en te maken: we werken het groen-blauw raamwerk samen uit in concrete voorstellen voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de leefomgeving (zie paragraaf 4.2).

13

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

3.2

Water en bodem sturend In de Kamerbrief “Water en bodem sturend” (november 2022) introduceert het Rijk de toetsing van ruimtelijke keuzes op de invloed op natuur, waterveiligheid, klimaatadaptatie (droogte, hitte en wateroverlast) en waterbeschikbaarheid. De Groene Metropoolregio heeft door de grote diversiteit van de ondergrond veel verschillende water- en bodemsystemen. De regio bestaat uit stuwwalcomplexen (zuidelijke Veluwezoom, Montferland en Rijk van Nijmegen), grote rivieren (Bovenrijn, Waal, Pannerdensch Kanaal en Nederrijn) en het binnendijks rivierengebied (Betuwe, Land van Maas en Waal en de lage delen van de Liemers). Het sturende principe ‘water en bodem sturend’ bestaat door de diverse land– schappelijke opbouw van de regio uit veel aspecten. Al deze aspecten werken op een eigen manier door in de ruimtelijke keuzes die er in het gebied te maken zijn. Voor de stuwwallen betekent inzetten op een duurzaam water- en bodemsysteem: werken aan het verminderen van verdamping, het beperken van grondwater– onttrekkingen en het vasthouden en laten infiltreren van water om het waterreservoir in de stuwwal te blijven vullen en kwelsystemen te voeden. In het binnendijks gebied liggen kansen voor het vastenhouden en zuiveren van water en voor waterberging, vooral in de komgronden.

In de Betuwe biedt herinrichting van de Boven-Linge met brede oeverzones en overstromingsvlakten kansen voor een duurzamer waterbeheer. In de Liemers is versterking van de weteringen tussen de kernen van belang, samen met het benutten van de lage ligging van het Duivense Broek. Ook in het Land van Maas en Waal is vernatting van de weteringen en broeklanden een belangrijke strategie voor een duurzaam systeem. De gradiënten naar de rivierduinen zijn een specifieke kwaliteit van het Land van Maas en Waal. Het gebied van de Rijnstrangen neemt een bijzondere positie in. Het heeft een Barro-reservering voor waterberging voor de grote rivieren. Daarnaast heeft de landbouw afgelopen jaren met de streek gewerkt aan een duurzaam watersysteem en de natuur. Dit zal zich doorontwikkelen voor de Natura 2000-opgave. In de Gelderse Poort gaat de Programmatische Aanpak Grote Wateren de natuurwaarden verhogen, aansluitend op de bodem- en watersysteemkenmerken. De Kaderrichtlijn Water gaat met diverse projecten zorgen voor verbetering van de waterkwaliteit. De grote rivieren bieden ook kansen voor oeverwaterwinning. In het buitendijks rivierengebied vraagt de delfstoffenwinning om een zorgvuldige aanpak. Afgravingen in de uiterwaarden die zijn afgestemd op de patronen van de ondergrond, kunnen nieuwe natuur en ruimtelijke kwaliteit opleveren.

Delfstoffenwinning in het zomerbed van de rivier moet worden voorkomen; de rivierbodemerosieproblematiek vraagt juist om ophoging van de bodem. In het Panorama Gelderse Rivieren is het integraal provinciaal handelingsperspectief voor de grote rivieren verder uitgewerkt. Ook het behoud van waardevol bodemarchief met aardkundige waarden en archeologische sites, zoals grafheuvels en celtic fields, is belangrijk. Door water en bodem sturend te laten zijn, kunnen we in de Groene Metropoolregio ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, een gezonde bodem, voldoende en schoon drinkwater. In het groen-blauw raamwerk hebben we deze verschillende aspecten van het principe ‘water en bodem sturend’ zo goed mogelijk in beeld gebracht en als onderlegger gebruikt. Wij brengen voor de ruimtelijke keuzes binnen de drie verhaallijnen in beeld of deze samengaan of schuren met de structurerende keuzes en uitgangspunten van ‘water en bodem sturend’.

14

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Afbeelding 2: Groen-blauw raamwerk uit rapport Vervlochten regio

3.3

Brede welvaart Onze opgave is ‘groei in balans’: hoe kan de regio het hybride karakter van landschap en stad op een kwalitatieve manier in standhouden en verbeteren als de ruimtebehoefte verder toeneemt? Met andere woorden: hoe zorgen we voor een goede ‘brede welvaart’? Brede welvaart gaat over het welzijn van mensen en omvat alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Het Nationale Programma Arnhem Oost is hier een voorbeeld van. Bovendien gaat het niet alleen om de kwaliteit van leven in het hier en nu. Maar ook om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen buiten de regio en toekomstige generaties (later). Omdat het leven van mensen zich in belangrijke mate op regionaal niveau afspeelt, zijn de omstandigheden binnen de regio van grote invloed op hun welzijn.

Brede welvaart hier en nu Uit studies blijkt dat de Groene Metropoolregio, net als meer stedelijke regio’s, lager scoort op brede welvaart. Net als andere stedelijke regio’s kent de Groene Metropoolregio (groot) stedelijke problematiek. Dit soort regio’s zijn gemiddeld genomen minder veilig, scoren slechter op milieukwaliteit en ervaren gezondheid. Vaak zijn werk en privé ook minder goed in balans en is de woontevredenheid lager. Deze effecten komen het meest duidelijk naar voren in de steden. In de laatste uitgebrachte Brede Welvaartsindicator (BWI) uit 2019 van de Universiteit Utrecht en de Rabobank scoort de Groene Metropoolregio onder het nationaal gemiddelde. Dit wordt nogmaals bevestigd in het essay “Brede Welvaart in Oost-Nederland” (als onderdeel van de Kracht van Oost 2.0.). Ook een recente rapportage (maart 2023, provincie Gelderland), over de brede welvaart in de Gelderse regio’s, bevestigt het beeld van de Groene Metropoolregio. Verstedelijking heeft ook positieve effecten op de brede welvaart: meer banen, draagvlak voor voorzieningen, cultuur en (H)OV, toegang tot een betaalbare woning. Het zorgt bovendien voor extra ontplooiingskansen voor inwoners en we gaan zuinig om met onze ruimte/toegang tot groen en landschap.

15

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

In vergelijking met andere regio’s scoort Arnhem-Nijmegen bovengemiddeld op het gebied van sociale contacten, privé-werkbalans en onderwijs. De score voor sociale contacten met vrienden en familie behoort zelfs tot een van de hoogste van Nederland. Wat betreft de ontwikkeling tussen 2013 en 2020 is de woonsituatie verslechterd. De regio telt het hoogste percentage bebouwd terrein per inwoner. En het aantal vierkante meters groen-blauwe ruimte per inwoner is verder afgenomen en scoort het laagst van de Gelderse regio’s. De materiële welvaart en de balans tussen arbeid en vrije tijd zijn verbeterd. De regio heeft het hoogste aandeel hoogopgeleiden van de Gelderse regio’s maar scoort ook het hoogst op werkloosheid. Deze resultaten uit de provinciale rapportage betekenen niet dat er binnen de regio geen grote verschillen bestaan in brede welvaart tussen verschillende bevolkingsgroepen. Een aantal (delen van) wijken in de twee stedelijke gemeenten Arnhem en Nijmegen scoort het laagst; de verschillen binnen deze gemeenten zijn groot. Leefbaarheid scoort op buurt- en wijkniveau wisselend: van zeer onvoldoende tot zeer goed. In Nijmegen staat in de stadsdelen Dukenburg en Lindenholt en de wijken Neerbosch-Oost en Hatert de leefbaarheid onder druk. Ditzelfde geldt in Arnhem voor de wijken Geitenkamp, Klarendal, Presikhaaf, het Broek en Malburgen (Nationaal Programma Arnhem-Oost).

De lage score op het gebied van leefbaarheid in deze wijken komt voornamelijk door een grote negatieve bijdrage van een gevoel van overlast en onveiligheid. Een grote negatieve bijdrage komt daarnaast door gebrek aan sociale samenhang en beschikbaarheid van woningen. Denken in termen van ‘brede welvaart’ vraagt telkens om het maken van beleidskeuzes. De regio zal de komende tijd nog verder groeien; in inwoners, werkgelegenheid en mobiliteit. We zien dat het nodig is om te sturen op de groei die op ons afkomt. We werken aan een goede balans tussen stedelijke ontwikkeling en ontspannen leefkwaliteit in de regio. Aan voldoende groen en voorzieningen in onze dorpen en steden. We gaan de komende tijd met elkaar in gesprek over wat het betekent als we onze acties langs de lat van de brede welvaart leggen.

16

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4. Ruimtelijke samenhang: drie verhaallijnen We werken de ruimtelijke samenhang uit langs drie verhaallijnen, omdat deze ook als indeling zijn gebruikt in de Nationale Omgevingsvisie. In elke verhaallijn benoemen we ambities, keuzes en prioriteiten als die al gemaakt zijn, denkrichtingen en (benodigde) investeringen. Aan het einde van elke verhaallijn hebben we een kader opgenomen. Daarin staat een samenvatting en wat we nodig hebben om onze ambities waar te maken. Daar waar we onze inspanningen kunnen onderbouwen met cijfers, hebben we dit in de kaders opgenomen. We kunnen samen met onze partners investeren in het realiseren van onze ambities, ieder vanuit zijn eigen rol. In het verstedelijkings– programma, de gebiedsprogramma’s, het NOVEX ontwikkelperspectief en het bijbehorende uitvoeringsprogramma werken we dit verder uit en maken we hierover afspraken. Ook met het Rijk.

4.1

Eerste verhaallijn: Perspectief natuur en landbouw We gaan de steden en dorpen zoveel mogelijk verdichten en het ruimtegebruik intensiveren. De kwaliteit van natuur, water en landschap wordt hierdoor steeds belangrijker voor bewoners. Tegelijk zien we dat er een opgave ligt om landbouw te verduurzamen en te zoeken naar aanvullende verdienmodellen. Samenwerking moet leiden tot aantrekkelijke landschappen voor bewoners, die ecologisch waardevol en biodivers zijn. En waarin voldoende ruimte is voor agrariërs en waterberging. Door het natuurlijke systeem robuuster te maken, kunnen we de negatieve effecten van klimaatverandering verminderen. We zetten daarom in op het versterken van de groene en blauwe kwaliteiten van de regio. We gaan de verschillende gebieden met elkaar verbinden. Met als doel een goede verspreiding van recreatie, robuuste groene buffers, aandacht voor verduurzaming van landbouw en ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie. In Gelderland wordt het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) uitgewerkt in het VLGG. Daarin staat een brede doelstelling over water, natuur, klimaat en landbouw centraal. De provincie Gelderland geeft dit vorm via het VLGG in 2 stappen. Stap 1 is het wettelijk bepaalde gebiedsplan (Wet stikstof en natuur) als verplicht onderdeel in juli 2023.

Stap 2 is het integrale programma VLGG met doelstellingen voor natuur en stikstof, water, klimaat en landbouw in het najaar van 2023. Zo ontwikkelen we samen een perspectief voor natuur en landbouw, dat bijdraagt aan doelstellingen voor natuur, water, klimaat en de transitie van de landbouw. In gebiedsprocessen werken we verder uit wat hiervoor nodig is. Door dit te doen, kunnen we ervoor zorgen dat instrumenten en middelen beschikbaar komen, die nodig zijn om onze ambities waar te maken.

4.1.1

17

Elf denklijnen Groene Metropoolregio Zoals eerder aangegeven, hebben we een groen-blauw raamwerk ontwikkeld waarin de kansen en de dilemma’s voor versterking van groen en blauw zijn vastgelegd. Dit is verbeeld en verwoord in het rapport “Vervlochten regio”. Daarbij gaan we uit van een innige vervlechting van de stad en het landelijk gebied. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De verschillende ecosystemen versterken elkaar. Daarmee neemt de biodiversiteit toe en kunnen mens en dier zich gemakkelijk bewegen door het groen en blauw. We hebben het rapport “Vervlochten regio” verder uitgewerkt en verrijkt met de uitgangspunten en

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

doelstellingen van het VLGG. Dit heeft elf denklijnen opgeleverd voor verdere ontwikkeling van natuur en landschap in de Groene Metropoolregio. De denklijnen vormen samen een aanzet tot een maatregelenpakket, waarmee via het VLGG en het regioarrangement het landelijke gebied in de Groene Metropoolregio verder verbonden en versterkt kan worden. We hebben daarbij gekeken hoe deze toekomstige maatregelen een bijdrage kunnen leveren aan de brede doelstellingen van het VLGG: groen-blauwe dooradering, klimaatadaptatie, landbouwtransitie en stikstofreductie. Stikstofreductie is overigens niet alleen belangrijk in het licht van ontwikkeling en versterking van het groen en blauw. Uit onderzoek blijkt dat in bepaalde kritieke gebieden in de Groene Metropool¬regio de woningbouwopgave zeer waarschijnlijk gaat botsen met benodigde stikstofruimte, in verband met vergunningverlening. Dit speelt met name in de Veluwezoom (gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden, Rozendaal), omdat dit naast Natura 2000-gebied Veluwe ligt. Hieronder staan de elf denklijnen met een toelichting. In het kader van het provinciale programma VLGG onderzoeken we waar de Groene Metropoolregio kan bijdragen. Ook vastgesteld beleid - waarvan de uitvoering nog doorloopt betrekken we hierbij, zoals het Natuurpact, het Programma Natuur, de Natura 2000-beheerplannen en het Waterprogramma Gelderland.

Daarnaast werken we verder aan de uitvoeringsagenda Gelderse Maatregelen Stikstof.

1. Omvorming en extensivering landbouwgebieden in Natura 2000-gebied Rijntakken In de Groene Metropoolregio bevinden zich een aantal Natura 2000-gebieden, waaronder De Bruuk, de Sint Jansberg (gedeeltelijk), de Veluwe en de Rijntakken. In dit laatste omvangrijke rivierengebied is er een grote wateropgave die we samen met het Rijk oppakken. Hierbij zien wij kansen voor meer natuurinclusieve, en eventueel extensivering van de landbouw. Dit past bij het principe ‘water- en bodem sturend’ en kan bijdragen aan de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn voor de Rijntakken en aan de VLGG-doelen voor areaaluitbreiding, hydrologie en stikstofreductie. Dat laatste is van extra van belang voor de kwetsbare Natura 2000-gebieden. Deze denklijn sluit aan bij de doelen van het Integraal Rivier Management (IRM). In dit nationale programma wordt ingezet op een toekomstbestendig rivierengebied wat als systeem goed functioneert en meervoudig bruikbaar is. Binnen het IRM is de Rijntakken aangewezen tot een prioritair gebied. Ook bestaat er een verband met het Programma Aanpak Grote Wateren (PAGW) vanuit Rijkswaterstaat.

18

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

2. Ontwikkeling Ecologische Verbindingszones (EVZ’s) Op meerdere plekken in de regio liggen kansen voor de ontwikkeling van EVZ’s. Het maakt het natuurnetwerk robuuster en versterkt de biodiversiteit. Want door de verbindingszones vindt er meer uitwisseling van flora en fauna tussen de natuurgebieden plaats. Deze zones staan al langer op beleidskaarten en op een aantal plekken hebben de waterschappen, gemeenten en provincie hier al veel werk in verzet. Maar we kunnen de EVZ’s’ nog actiever oppakken en verder realiseren. Het uiteindelijke doel is het landschappelijk verbinden van grotere natuurgebieden om het algemene natuur-, water- en bodemsysteem in Nederland robuuster te maken.

De EVZ’s’ waar we met het VLGG in de regio op in willen zetten zijn onder andere: • de verbindingszone tussen Heumen en Horssen, langs de Hatertse en Overasseltse Vennen (Heumen-Horssen/Overasseltse Vennen-Hernen-NoordBrabant) en Malden-Noord (Teerse Sluispolder); • de verbindingszone tussen Park Lingezegen en de Drielse Rijndijk (Overbetuwe-KAN/uiterwaarden Rijn-Waal); • de verbindingszones tussen de Veluwe en de IIssel, de voormalige poorten: het Soerens Beekdal, de verbinding tussen Veluwezoom en het Bergherbos in de Liemers en Duitsland (Montferland Noord/ Montferland-Slangenburg) en de verbinding Veluwezoom-IJssel langs Velp en Rheden; • de verbindingszone tussen Malden en Nijmegen die de bossen van Berg en Dal verbindt met de Hatertse vennen; • de verbindingszone de Bekken van Groesbeek. Deze loopt langs de Leigraaf en verbindt onder andere De Bruuk met Duitsland. Een EVZ die nog niet formeel op de kaart staat, maar wel gewenst is en dus wordt meegenomen in het plan, is de verbinding van de Duivelsberg via het Wylerbergmeer naar de Millingerwaard en de uiterwaardennatuur langs de Waal.

Per verbindingszone kijken we naar de gewenste invulling van de investering: nat en/of droog, wat past er binnen het landschap en in het water- en bodemsysteem en voor welke dier- en plantensoorten is het bedoeld? Met de landschappelijk inrichting van de EVZ’s’ dragen we bij aan de doelstelling van 10% groen-blauwe dooradering in het landelijk gebied. Ook zijn er meerdere koppelkansen met de invulling van de bossenstrategie binnen en buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN), het verbeteren van de zoetwaterkwaliteit via blauwe dooradering en het tegengaan van droogte (bijvoorbeeld in de EVZ door het Broek in de Liemers).

3. Ontwikkeling Groene Ontwikkelingszones (GO) Aangrenzend aan Natura 2000-gebieden, zoals de Veluwe, ligt een GO. Er is onderscheid gemaakt tussen de EVZ’s’ en de GO’s’ omdat ze een verschillende rol en status hebben in het provinciale natuurnetwerk. De EVZ’s’ zijn op een grotere schaal bedoeld als landschappelijke verbinders tussen natuurgebieden, de GO’s vormen een schil om deze natuurgebieden heen. In de GO’s zien we mogelijkheden voor een groen-blauw dooraderd landschap, ten minste deels gefinancierd vanuit het VLGG. Dit geeft de terreinbeheerders een perspectief op de natuurgebieden en een schil om de kwetsbare natuurwaarden te beschermen. Zo kan het vergroten van het aantal landschapselementen een ecologische impuls geven aan de landgoederen in het Gelders Arcadië aan de zuidkant van de Veluwe, terwijl hun halfopen cultuurhistorische karakter behouden blijft Rondom het weteringenstelsel bij Wijchen, in de Ooijpolder en in de Veluwezoom liggen grote zones van het GO, waar een groen-blauwe dooradering een waardevolle invulling kan bieden aan het klimaatadaptieve vermogen en de biodiversiteit in het landschap. Bovendien kan een recreatieve ontsluiting gekoppeld aan de groen-blauwe dooradering (bijvoorbeeld wandelen fietspaden of toeristenknooppunten) helpen met de spreiding van de recreatiedruk en zo het ontlasten van de kwetsbare Natura 2000-gebieden.

Een groen-blauwe dooradering in de GO’s draagt bij aan de VLGG-doelen van 10% groen-blauwe dooradering, overgangsgebieden en extra natuur en landschap

19

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

voor systeemherstel. Ook biedt het een mogelijk perspectief aan agrariërs in de overgangsgebieden met een ander, maar dekkend en langjarig verdienmodel. 4. Strategie herstel natuur en hydrologie beekdalen Veluwezoom en Berg en Dal Als provincie, waterschappen en gemeenten willen we de verdroging van de beekdalen structureel aanpakken aan de zuidkant van de Veluwe en bij de stuwwal van Berg en Dal. Als we het landgebruik in het stroomgebied op basis van de ondergrond en hydrologie slim indelen, kunnen we het beekdalensysteem meer klimaatadaptief en toekomstbestendig maken. Dit sluit aan bij de beheerplannen voor de delen van de beken in het Natura 2000-gebied van de Veluwe. Met gebiedsprocessen en een generiek maatregelenpakket, waarbij we ook de bedrijfslocaties en hun milieu-impacts meenemen, kunnen we dit via het VLGG cyclisch oppakken. De beekdalenstrategie draagt bij aan de VLGG-doelen voor waterberging, een goede toestand van de grondwaterlichamen, toekomstbestendige landbouw die past in het natuurlijke systeem en eventueel de natuurdoelen in en grenzend aan Natura 2000-gebieden, het GNN en de GO’s. Beekdalen lopen langs en door stedelijk gebied en maken hier verbinding met de parken en stadsbossen. Hiermee verbinden we mens, dier en leefomgeving op alle schaalniveaus, zoals bijvoorbeeld de Groene Wig Spoorpark Arnhem Oost.

5. Klimaatadaptatie op de hoge zandgronden en in de komgronden Als breder thema is klimaatadaptatie van belang voor de gehele Groene Metropoolregio. In het landelijke gebied is het voornamelijk urgent op de stuwwallen en in de laaggelegen komgronden in het rivierengebied. Op de hogere zandgronden bij Nijmegen en de Veluwezoom speelt de problematiek van verdroging en de bijkomende natuurbrandrisico’s, wateroverlast en -veiligheid bij piekbuien en grondwater-onttrekking en bodemkwaliteit en beeksystemen van de Veluwe. Hier kunnen we inzetten op verloving van de begroeiing in de bossen (zie ook denklijn 6), het verminderen van grondwater¬onttrekkingen en het vergroten van de waterberging. Onttrekking van het grondwater voor drinkwater, landbouw of industrie, zorgt voor een (lokale) daling van de grondwaterstand en zou op de stuwwallen zoveel mogelijk beperkt moeten worden (zie denklijn 4). Ook moeten we goed kijken welke onttrekkingen we voorrang willen geven op de stuwwallen. In de komgebieden van de Groene Metropoolregio, zoals bijvoorbeeld het Broek in de Liemers en de weteringenstelsels bij de Boven-Linge en tussen Wijchen en Beuningen, kijken we naar maatregelen om het (grond)water langer in het gebied te houden. Daarbij zoeken we naar verbetering van de bodemkwaliteit in de komgronden om zo het waterbergende vermogen, de sponswerking, van de bodem te vergroten.

Ook het vergroten van de waterberging in de weteringen door bijvoorbeeld aanpassing van het profiel of aanleg van natuurvriendelijke oevers draagt daar aan bij. Zo werken we aan de kwantiteit, maar ook aan de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Door het bergen en vasthouden van water en bodemverbetering dragen we bij aan een klimaat-bestendig landelijk gebied. Het watersysteem is dan ook beter in staat periodes van extreme droogte en wateroverlast op te vangen en de zoetwaterbeschikbaarheid op peil te houden. Deze denklijn kan bijdragen aan de VLGG-doelen voor koolstofvastlegging, de Kader Richtlijn Water (KRW) en andere hydrologische doelen. Ook wordt het landelijk gebied, inclusief de landbouw en de bosgebieden op de stuwwallen, ingericht volgens het principe ‘water en bodem sturend’.

20

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

6. Realisatie bossenstrategie Met de bossenstrategie kunnen we in samenwerking met de terreinbeherende organisaties de bossen op de stuwwallen revitaliseren met meer structuur, biodiversiteit en meer loofhout in plaats van naaldhout. Naaldbossen dragen namelijk bij aan extra verdroging van de zandgronden. Ook zien we kansen om rondom en in de kernen en steden nieuwe bossen aan te leggen en bestaande bossen en parken vitaler te maken en om te vormen, voor de doelrealisatie van 3.000 hectare recreatief uitloopgebied in de Groene Metropoolregio (zie ook denklijn 9). De Groene corridor in Nijmegen en het programma Radicaal Vergroenen Arnhem bieden hier kansen voor. Kansrijke gebieden hiervoor liggen verder tussen de kernen van Westervoort, Duiven en Zevenaar. Ook de Danenberg bij Slijk-Ewijk en landschapszone Knoop 38 zijn kansrijk om het groen te behouden en uit te breiden rondom de verstedelijkte gebieden. Op andere plekken in het landelijk gebied (binnen en buiten het Gelders Natuur Netwerk) kunnen we landschapselementen, zoals bosjes en lijnvormige groenblauwe dooradering, aanleggen. De doelstelling voor de bossenstrategie is om in de Groene Metropoolregio binnen het Gelders Natuurnetwerk 155 hectare bos toe te voegen. De revitalisatie en de aanleg van bossen en landschapselementen dragen onder andere bij aan de VLGG-doelen van natuuruitbreiding en aan hydrologische doelen.

Ook zorgt het voor CO2-opslag en stikstofreductie omdat delen van het landbouwareaal uit productie worden gehaald.

7. Beschouwing specifieke bedrijfslocaties met impact op het milieu Een aantal bedrijven in de regio heeft door hun ligging, uitstoot en wateronttrekking een negatieve impact op het omliggende natuurlijke systeem. Hier kunnen we kijken naar de mogelijkheden voor een aanpassing in de bedrijfsvoering of een meer passende locatie voor deze bedrijven om de impact tegen te gaan. Dit is nodig om te komen tot een duurzame grondwaterbalans die het mogelijk maakt te voldoen aan de verplichtingen vanuit de Europese regelgeving. Deze regelgeving sluit aan bij de uitgangspunten van water en bodem sturend. Denklijn 7 draagt bijvoorbeeld bij aan de KRW- en Vogel- en Habitat Richtlijn (VHR)-doelen. Omdat het helpt de emissies van schadelijke stoffen en de onttrekking uit het grondwatersysteem bij de bron tegen te gaan. Daarmee worden de blokkades op het natuurlijke en ruimtelijke systeem opgeheven.

21

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

8. Gedifferentieerde aanpak verduurzaming landbouw De transitie van het landelijke gebied en de rol van alle betrokkenen, waaronder die van de Groene Metropoolregio, zal de komende periode onderwerp van gesprek zijn. De transitie van het landelijke gebied in de Groene Metropoolregio is volop gaande. De omvang van de landbouw en het grondgebruik zijn de afgelopen decennia flink veranderd. Dit zal in de toekomst niet anders zijn. De regio heeft unieke landschappelijke kwaliteiten onder andere door de variatie. Tegelijkertijd is het ook een uitdaging deze variatie te behouden; de verstedelijking drukt zijn stempel op de regio. Ook heeft het landelijk gebied in de regio grote maatschappelijke opgaven, zoals verdroging van de Liemers en het Middengebied, en herstel van de natuurkwaliteit van de grote rivieren en de Veluwe. In de regio bestaan veel initiatieven voor duurzame kringlooplandbouw, bijvoorbeeld in Malden-Noord en in de landbouwenclaves in de Veluwezoom. Daarnaast bestaan er enkele gebieden waar meer intensieve landbouw bedreven wordt. Deze ‘landbouwhubs’ liggen in het Broek in de Liemers, het westelijke komgebied in de Betuwe en in het Rijk van Nijmegen bij Wijchen. We zien hier 2 mogelijke aanvliegroutes die elkaar kunnen aanvullen. Enerzijds kunnen we de kringlooplandbouw ondersteunen op de plekken waar daar energie voor is.

Anderzijds zien we kansen om gebiedsprocessen te faciliteren in de landbouwhubs. Dit helpt agrariërs en andere betrokkenen hier korte ketens en groen-blauwe dooradering te realiseren via een dekkend en langdurig verdienmodel. De kwaliteit van het landschap is hierbij een belangrijk aandachtspunt. We zoeken naar verbreding van de agrarische bedrijfsvoering en alternatieve verdienmodellen waarbij de ecologische en landschappelijke kwaliteiten op die plekken worden versterkt en/of behouden. Grenzend aan de Natura 2000-gebieden Veluwe, De Bruuk en de St. Jansberg (bevoegdheid Limburg) liggen zogenaamde overgangsgebieden, waarin het overwegend agrarisch grondgebruik en het watersysteem invloed heeft op de natuurwaarden binnen de Natura 2000-gebieden. Voor de Rijntakken, zie denklijn 1. De provincie laat onderzoeken welke maatregelen het meest bijdragen aan natuurherstel. In die focusgebieden kunnen we met de betrokken partijen uitzoeken welke maatregelen en/of veranderingen in de bedrijfsvoering hieraan kunnen bijdragen. Denklijn 8 draagt bij aan een toekomstbestendig perspectief voor de landen tuinbouw. Daarnaast helpt het bij de doelstellingen voor groen-blauwe dooradering en het water- en bodemsturende principe.

Met een passende stimulering van een meer natuurinclusieve landbouw kan ook de verdere uitspoeling van nutriënten en de uitstoot van schadelijke stoffen worden tegengegaan.

22

9. Uitbreiden van het stedelijk uitloopgebied In de Verstedelijkingsstrategie staat dat verstedelijking samen moet gaan met een ontwikkeling van het omliggende landschap om zo een gezonde leefomgeving voor de inwoners te creëren. Het doel is 5.000 hectare aan recreatieve uitloopgebieden te realiseren in de Groene Metropoolregio en de Regio Foodvalley. Dit kan gekoppeld worden aan doelen voor klimaatadaptatie, natuurinclusieve (stads)landbouw, de bossenstrategie en 10% groen-blauwe dooradering. Voorbeelden van kansrijke gebieden hiervoor zijn de mantels rondom Nijmegen en Arnhem, maar ook de gebieden rondom de snelgroeiende kernen zoals Duiven, Westervoort en Zevenaar. Via bijvoorbeeld snelfietspaden en toeristische overstappunten kan het stedelijk uitloopgebied verder worden uitgestrekt, voorbij de direct aangrenzende omgeving.

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

In de Veluwezoom speelt het Gelders Arcadië een belangrijke rol. De landgoederen zijn in dit gebied de primaire locaties voor recreatie en de verschillende VLGGdoelen, zoals waterberging en duurzame landbouw. Lettend op de gevolgen van recreatie op natuurwaarden, moet het creëren van uitloopgebieden via een genuanceerde aanpak verlopen. We moeten vragen stellen als: waar stellen we het landschap open voor onze inwoners? Waar geven we juist dieren de ruimte? Zo kunnen we echt groeien in balans. Het doel voor de uitbreiding van uitloopgebieden sluit aan bij de ambities uit de Verstedelijkings-strategie. De vervlechting van steden en het omliggende landschap moet hierbij realiteit worden. De stad wordt als ecosysteem gezien, dat in verbinding moet staan met de omgeving voor een robuust natuursysteem. De ontwikkeling van het stedelijk uitloopgebied draagt bij aan verschillende natuurdoelen, CO2-opslag, groen-blauwe dooradering (ook een maatregel) en klimaatadaptatie (bijvoorbeeld voor waterberging en tegen hittestress en natuurbrandrisico’s).

23

10. Impuls geven aan lopende projecten In de regio zijn er meerdere projecten, waarvan de planvorming al is uitgewerkt en die richting uitvoering gaan, maar daarbij nog (financiële) hobbels kennen. Enkele voorbeelden zijn: • Park Lingezegen, een icoonproject en een belangrijke regionale NoordZuidverbinding met een functie voor VHR-doelsoorten (Rijntakken Natura 2000). De basisuitrusting hiervan is gereed. Maar er is een kans dit verder te ontwikkelen langs de Bovenlinge en via de EVZ richting de Drielse Rijndijk en de uiterwaarden van de Nederrijn. • Renkums en Heelsums Beekdal, waar - in een gebiedsproces met verschillende grondeigenaren, inwoners en overheden - ontwikkelingen met elkaar worden verbonden. Daardoor kunnen natuur, landschap, water, recreatie en lokale economie versterkt worden. Er zijn kansen voor natuurontwikkeling, verbetering van het watersysteem, transities in de landbouw en klimaatmitigatie. • Daarnaast ligt er een MIRT-onderzoek voor de IJsseluiterwaarden Havikerwaard, Bemmelerwaard, Fraterwaard en Olburgerwaard. Waarbij natuur, landbouwtransitie en duurzame delfstoffenwinning samen kunnen worden opgepakt mits er financiële ondersteuning wordt geleverd. Ook het rivierklimaatpark IJssel is hier een voorbeeld van. • De stuwwal van Berg en Dal, waar een kans ligt voor de Blauwe Motor.

Hier ligt een wens om de verdroging van de stuwwal tegen te gaan en de kwelstromen richting de Ooijpolder en Millingerwaard te herstellen. Het project vindt grotendeels plaats in het GO en het GNN. En het draagt daarnaast bij aan de ecologische verbinding tussen de stuwwal en de uiterwaarden van de Waal (zie ook denklijn 2).

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Gezien de uiteenlopende thema’s binnen deze projecten, draagt hun ondersteuning bij aan een reeks verschillende VLGG-doelen voor onder andere groen-blauwe dooradering, natuurherstel, duurzame landbouw, en hydrologische doelen.

11. Areaaluitbreiding Natuur in de Gelderse Poort In het kader van de PAGW ligt er een ambitie voor natuurherstel, -versterking en -uitbreiding in de Gelderse Poort, waardoor ook de waterkwaliteit wordt verbeterd. Hierbij wordt uitgegaan van een zgn. systeembenadering, waardoor natuurlijke processen weer op gang komen. Op de lange termijn (2050) gaat het om een areaal van ca. 7.500 hectare, voornamelijk buitendijks maar deels ook binnendijks te realiseren. Het Rijnstrangengebied is hier onderdeel van. In de PAGW wordt ingezet op een optimaal samengaan van doelen voor natuur, in samenhang met een krachtige economie. Aspecten van waterveiligheid (hoogen laagwater), natuurinclusieve landbouw, natuur en duurzame delfstofwinning met maatschappelijke meerwaarde komen hier samen. Via de 3e tranche PAGW zijn recent Rijksmiddelen voor de Gelderse Poort gereserveerd ter waarde van €20 miljoen. De middelen gaan over de uitvoeringsperiode 2030-2033. Het doel is om een vliegwiel op gang te brengen voor de grote systeemingrepen die nodig zijn voor de uiteindelijke PAGW-ambitie. Deze geplande uitvoering loopt gelijk met de lopende projecten in de Groene Metropoolregio. De bedoeling is dat deze uitvoering de projecten versterkt, waarmee de korte termijn (Natura 2000, GNN) als groeikristal dient voor de lange termijn (PAGW).

De financiën vanuit PAGW kunnen we dan koppelen aan middelen uit de andere kaders. In de Groene Metropoolregio kan de areaaluitbreiding in samenhang met Natura 2000, het GNN, het PAGW en het IRM bijdragen aan de VLGG-doelen van areaaluitbreiding van: natuur, landbouw passend bij het water- en bodemsysteem, de realisatie van de bossenstrategie en doelen voor hydrologie. Een koppeling met landbouw en de scheepvaart is daarbij ook van belang.

Vier mogelijke koplopers Vanuit de elf denklijnen, de criteria vanuit het VLGG en de gebiedsprocessen die lopen in de regio bij de provincie, gemeenten en waterschappen, zien wij een aantal gebieden als kansrijk voor programmering in het VLGG. Deze gebieden of delen daarvan, zijn in een dermate fase van ontwikkeling dat ze mogelijk als eerste koplopers kunnen fungeren binnen het VLGG. Het gaat om de volgende gebieden of gebiedsontwikkelingen: • Projecten in de Gelderse Poort (waaraan de zgn. derde tranche middelen vanuit PAGW kunnen worden gekoppeld); • Beekherstel en de omliggende beekdalen in de Veluwezoom; • Landschap Berg en Dal/Heumen – Ooijpolder-stuwwal-Heumen; • Versterking landschap Overbetuwe en Lingewaard - doorontwikkeling Lingezegen. Met elkaar bekijken we de komende maanden of dit inderdaad de koploper– gebieden zijn en of deze ook daadwerkelijk in het VLGG kunnen worden geprogrammeerd. Dit betekent niet dat de andere denklijnen en de andere kansen en ontwikkelingen die we in het groen-blauw raamwerk zien, niet of minder belangrijk zijn. Het betekent ook niet dat deze koplopergebieden in beton gegoten zijn; er kunnen gebieden afgaan en erbij komen. Het betekent alleen dat we ons de komende maanden focussen op deze gebieden, omdat deze het verst ontwikkeld lijken te zijn en daarmee meest kansrijk om op korte termijn te realiseren.

24

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4.1.2

Klimaatadaptatie Door klimaatverandering valt er in de winter steeds meer regen en zijn er vaker en langere periodes van droogte. Het drainerende effect van de uitgesleten rivierbeddingen telt daar nog bij op. De opgaven zijn gericht op: water beter vasthouden, grondwaterstanden verhogen, verbeteren van de waterkwaliteit, beekherstel en waterberging. Verdergaande klimaatverandering vraagt de komende decennia om meer ruimte voor waterberging en meer sponswerking van het bodem- en watersysteem. In lijn met de nationale aanpak richten we ons op de vier belangrijke gevolgen van klimaat-verandering: • Waterveiligheid, zeespiegelstijging en hoog water • Droogte, inclusief laag water in de rivieren en de gevolgen voor de waterkwaliteit • Wateroverlast door extreme of langdurige regenval • Hitte door langdurige hittegolven

Waterveiligheid Het water- en bodemsysteem van de grote rivieren bevat opgaven voor hoogwaterveiligheid, waterkwaliteit en een duurzame rivierbodemligging. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma heeft een grote opgave voor dijkversterkingen in deze regio. De versterking van de noordelijke Waaldijk is in uitvoering en zal komende periode worden doorgezet van Nijmegen tot aan het Pannerdensch Kanaal. Ook de dijken op de zuidoever van de Waal, de noordoever van de Maas, langs het Pannerdensch Kanaal, de Bovenrijn en de Nederrijn moeten voor 2050 worden versterkt. Droogte Op veel plekken ondervinden we de consequenties van droogte, de risico’s van extreme buien en extremere waterstanden in de grote rivieren. Voor de Achterhoek en de Liemers is een analyse gemaakt van het probleem, de opgave en de handelingsperspectieven. Daaruit blijkt dat ongeveer 100 mm extra watervoorraad nodig is om 10% van de droogste jaren te overbruggen en voorbereid te zijn op de gemiddelde zomers in 2050. Met deze verdiepende analyses hebben we zicht op een mogelijk handelingsperspectief en inzicht in de mogelijke kosten van deze opgave en eventueel de transitieopgave. In gebiedsprocessen zullen we dit in verkenningen en planuitwerkingen in samenhang met andere opgaven en mede gebaseerd op de Regionale Adaptatie Strategieën (RAS) verder uit moeten werken tot concrete uitvoeringsplannen.

25

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Vergroening: wateroverlast en hitte tegengaan Vanuit de Verstedelijkingsstrategie werken we bovendien aan een catalogus op het gebied van klimaatadaptatie met maatregelen voor gezonde, circulaire, biodiverse en klimaatadaptieve verstedelijking, inclusief normen. Uitgangspunt is de nationale Maatlat Klimaatadaptief Bouwen. De kernopgave bestaat uit het uitbreiden van groen in de bebouwde omgeving. Met deze opgave worden, naast het uitbreiden van het groen, ook de ingrepen voor klimaatadaptatie in de bestaande steden en dorpskernen bedoeld. Het gaat om ingrepen voor het toevoegen en verbeteren van groen in de openbare ruimte, het tegengaan van hittestress, het realiseren van waterberging en het realiseren van groene daken. Denk bijvoorbeeld aan de Arnhemse aanpak klimaat en vergroenen met programma Radicaal Vergroenen en de Nijmeegse aanpak klimaatadaptatie en biodiversteitsplan. Wat kosten voor het vergroenen van bestaande steden en dorpen betreft, gaan we uit van €40 per m² bebouwde omgeving. Deze kostprijs is een gemiddelde tussen kosten voor het aanleggen en verbeteren van groen in de openbare ruimte, ingrepen om hittestress tegen te gaan, ingrepen voor waterberging en het realiseren van groene daken. Voor de Groene Metropoolregio en Regio Foodvalley komt dit uit op een totaal bedrag van €250 miljoen euro.

Op basis van een 60/40verdeling zal het grofweg om een bedrag van €150 miljoen gaan voor de Groene Metropoolregio. Daarnaast staan gemeenten gesteld voor hogere onderhouds– kosten de komende jaren voor de groene en klimaatadaptieve leefomgeving. Tot slot benoemen we in dit kader de drinkwatervoorziening. Niet alleen verandert het klimaat en gebruiken we de bodem steeds intensiever; door bevolkingsgroei en economische groei stijgt de komende jaren de vraag naar drinkwater. Het veiligstellen van de drinkwatervoorziening is een provinciale taak. Door (inter)nationale afspraken met betrekking tot water en natuurherstel zijn de uitbreidingsmogelijkheden van grondwateronttrekkingen beperkt. Met het aanwijzen van Aanvullende Strategische Voorraden voor drinkwater, probeert de provincie de grondwatervoorraden, die in de toekomst mogelijk nodig zijn voor drinkwaterwinning, te beschermen. Daarnaast is het ook nodig om in te zetten op het beperken van het (grond)water¬verbruik en de inzet van alternatieve bronnen voor drinkwater.

Afbeelding 4: Verhaallijn 1; perspectief landelijk gebied

26

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

Samenvatting Meer landschap, meer stad. Tegelijkertijd met de ontwikkeling van nieuwe woningen, bereikbaarheid en economie, zorgen we ervoor dat we onze waardevolle natuur, landschap en cultuurhistorie behouden en versterken. Op hetzelfde moment zien we dat er een opgave ligt om landbouw te verduurzamen en te zoeken naar aanvullende verdienmodellen. We gaan voor aantrekkelijke landschappen die bewoners een aantrekkelijk uitloopgebied bieden, waarin ruimte is voor agrariërs, biodiversiteit en waterberging en waarbij we kwetsbare natuurgebieden ontzien. Ook gaan we voor een toekomstbestendig rivierengebied dat als systeem goed functioneert en meervoudig bruikbaar is. We zoeken hierbij naar een optimale balans tussen de verschillende functies van het rivierengebied en streven naar een aantrekkelijk riviersysteem dat duurzaam te beheren is. Door het natuurlijk systeem robuuster te maken, kunnen we de negatieve effecten van klimaatverandering minimaliseren. In het groen-blauw raamwerk staan de kansen en de dilemma’s voor versterking van groen en blauw beschreven en verrijkt met de uitgangspunten en doelstellingen van het programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG). Dit heeft elf denklijnen opgeleverd, voor verdere ontwikkeling van natuur en landschap in de Groene Metropoolregio.

De denklijnen vormen samen een opmaat voor onder andere een maatregelpakket waarmee via het VLGG en het regioarrangement het landelijke gebied in de Groene Metropoolregio verder verbonden en versterkt kan worden. Maar hiervoor kijken we ook naar andere (financiële) mogelijkheden om onze doelen te realiseren. Wat is hiervoor nodig? • We brengen de effecten van de realisatie van de doelstellingen van het VLGG, waaronder die om te komen tot een reductie in stikstofdepositie, (ruimtelijk) in beeld (provincie, regio, waterschap en sector). • Aan de hand van de elf denklijnen werken we toe naar gebiedsprojecten met aandacht voor ruimtelijke effecten, draagvlak en (financiële) mogelijkheden en financiële bekostiging voor realisatie (voor 2024 en verder). Dit wordt nader berekend. We kijken hierbij ook naar de binnenstedelijke groene opgave in samenhang met de Klimaatopgave. • Gezien de integraliteit van de opgave kijken we voor de financiering uitdrukkelijk naar het combineren van andere Rijks- en provinciale programma’s. Programma’s hebben verschillende tijdshorizons. Integrale gebiedsfinanciering is zeer wenselijk. • Afspraken over regionale ruimtelijke doorwerking van maatregelen voor natuur inclusief stikstof, water, klimaat en landbouw maken we via gebiedsprocessen.

Dit doen we samen met de partners, waaronder vertegenwoordigers van de landbouw en de natuur en in samenhang met het ruimtelijk voorstel. Alle opgaven vragen ruimte en niet alles kan overal. We gaan op zoek naar wat wel kan, we zoeken slimme combinaties en we maken keuzes. • We starten gebiedsprocessen op of versterken deze voor de initiatieven van de vier mogelijke koplopersgebieden: PAGW en Gelderse Poort, beekherstel en de omliggende beekdalen in de Veluwezoom, landschap Berg en Dal/Heumen - Ooijpolder-stuwwal-Heumen, landschap Overbetuwe en Lingewaard - doorontwikkeling Lingezegen. In een volgende fase komen daar andere gebiedsprocessen bij. • We stellen een catalogus over klimaatadaptatie op met maatregelen voor gezonde, circulaire, biodiverse en klimaatadaptieve verstedelijking. Kosten voor uitvoering worden geschat op €150 miljoen. • De inzichten uit het feitenonderzoek en de gemaakte analyses van het handelingsperspectief in het programma Aanpak droogte Achterhoek & Liemers gebruiken we in gebiedsprocessen om te komen tot uitvoeringsplannen. • In het proces om te komen tot een verkleining en/of verdere invulling van de drinkwater¬reserverings-gebieden (locatiekeuze, ontwerp en inpassing van de drinkwaterwinning) maken we een integrale afweging met andere gebruiksfuncties. • We doen een check op alle potentiële keuzes uit de drie verhaallijnen.

We willen weten of deze schuren met ruimtevraag voor dijkversterking en waterberging, en of we ze in de toekomst zelf wel veilig en droog kunnen houden, gezien het structurerende principe van water en bodem sturend. We realiseren ons dat we met name voor de zachte plancapaciteit (en waar de exacte locatie nog niet bepaald is) ruimte hebben om op basis van dit inzicht keuzes te maken.

27

Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen

4.2

Tweede verhaallijn: Ordenende netwerken voor klimaat, energie en (circulaire) economie We werken samen om de energietransitie in de regio vorm te geven. We doen dit door • Zonne- en windenergieprojecten te realiseren. • Het versnellen van de warmtetransitie in de regio. Hiermee dragen we bij aan het verminderen van de CO2 uitstoot en (inter-) nationale klimaatafspraken. • Uitbreidingen van het elektriciteitsnet in beeld brengen en deze ‘programmeren’ met andere ontwikkelingen. Daarmee dragen we bij aan het verkleinen van de netcongestie-problematiek en het versterken van het energienetwerk.

4.2.1

Klimaat Het nationale Klimaatakkoord is een belangrijk pakket van maatregelen om de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Hiermee geeft een groot aantal partijen invulling aan het Klimaatverdrag van Parijs. De Groene Metropoolregio levert op diverse manieren een bijdrage aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Vaak hebben deze maatregelen een stevige impact op ons ruimtegebruik. Hieronder beschrijven we hoe we binnen de regio werken aan de RES, warmte en waterstof.

Regionale Energie Strategie In de Groene Metropoolregio werken 16 gemeenten, provincie Gelderland, 3 waterschappen en netbeheerder Liander samen aan de RES. In de RES werken we toe naar de volgende doelen: • We realiseren de RES 1.0-afspraak van 1,62 TWh in 2030 en streven naar een betere verdeling tussen zon en wind. • We verankeren de RES in omgevingsbeleid. Daarbij streven we naar minimaal 50% lokaal eigendom. • We stellen een voorstel op voor het prioriteren en faseren van opwek- en warmteprojecten en -ontwikkelingen in de regio, in samenhang met de beschikbare en geplande netcapaciteit. • We geven inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording. In de RES 1.0 is nog sprake van een flinke onbalans tussen de opwek van zonneen windenergie: 89% zon en 11% wind. Gezien de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet, streven we in een herijking van de RES-afspraken naar een 50%-50% verhouding tussen zonne- en windenergie. Afspraken voor de toekomst uit de RES 1.0 In de RES zijn 6 richtinggevende ruimtelijke afspraken gemaakt over de ruimtelijke kwaliteit. Hiervan worden er 3 uitgelicht: • Ruimtelijke kwaliteit: we combineren de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden altijd met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. We houden daarbij rekening met het gebruik van de ruimte door lokale partijen, stakeholders en inwoners.

• Voorkeursvolgorde zon: grootschalige zonnevelden worden mede beoordeeld op: (1) De mate van aantasting van karakteristieke kenmerken van het landschap; (2) De samenhang met andere functies in het gebied, (zoals landbouw, biodiversiteit, cultuurhistorie); (3) De landschappelijke samenhang en (4) Dubbel ruimtegebruik. Er wordt daarbij zoveel mogelijk ingezet op de plaatsing van zonnepanelen op daken van gebouwen. • Combineer zon/wind: we combineren windturbines zoveel mogelijk met zonnevelden en vice versa. Dit zorgt voor een betere inpassing in de elektriciteitsinfrastructuur. We streven naar een 50%-50% verhouding tussen zon en wind. Zowel regiobreed, als per elektriciteitsstation.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=946e5e51-2bde-4c23-a668-c9987911ee85