Agendabundel
Tekst van het document
3
4. Isolatieniveau Bij de vragen over het isolatieniveau is onderscheid gemaakt tussen beglazing en naisolatie. Naisolatie speelt vooral bij de 73% woningen van voor 1975 en bij het oudere deel van de woningen uit de periode 1975 – 2014.
Beglazing Vanwege het verschil in binnentemperatuur is onderscheid gemaakt tussen de beglazing in de woonkamer en de slaapkamers. De resultaten voor de woonkamer en de slaapkamers zijn in de grafieken weergegeven. woonkamer
slaapkamers
geldt
Er is al redelijk veel HR-glas geplaats, ongeveer 50%; iets meer in de woonkamer en iets minder in de slaapkamers. Het percentage ‘voornamelijk enkel glas’ is 4% voor de woonkamer en 8% in de slaapkamers. Veel woningen (ca. 45%) hebben het oude dubbel glas. Het is belangrijk te beseffen dat dubbel glas een levensduur heeft van ongeveer 20 jaar (plus of min 5 jaar); als het mee zit soms langer. Het dubbel glas zal aan het einde van de levensduur een waas geven tussen de glasplaten. Dit ontstaat doordat vocht door de, oud geworden, omranding diffundeert. Op dat moment is het glas aan vervanging toe. Het oude dubbel glas in de woningvoorraad is daarom de komende jaren aan vervanging toe; het zit al zo’n 15 tot 25 jaar in de woning. Uit de grafieken blijkt dat er daardoor een vervangingspotentieel van ongeveer 50% van de beglazing is (enkel en oud dubbel glas), waarmee een forse energiebesparing kan worden gerealiseerd.
De stap van enkel glas naar de betere HR++ beglazing levert 83% reductie van het warmteverlies op; voor de stap van het oude dubbel glas naar goed HR++ glas is dat 66%.
Vergelijking met de enquête uit 2018 Kijkend naar de verdeling van de beglazing vanuit de enquête in 2018 wordt naar 2021 een verschuiving zichtbaar naar betere glassoorten. De grafieken laten dit zien voor zowel de woonkamer als de slaapkamers. De verschuiving van dubbel glas naar HR+ glas of beter, is vooral een logische stap bij kozijnvervanging en aanbouw of doordat het dubbele glas een waas vertoonde. In elk geval tekent zich een positieve trend af.
4
Conclusie: Sinds 2018 is er een verschuiving opgetreden naar de wat betere glassoorten. Naast energiebesparing is daarmee ook een comfortverbetering gerealiseerd. Het is te verwachten dat de komende 5 á 10 jaar, in ca. de helft van de hele Rozendaalse woningvoorraad enkel en oud dubbel glas vervangen gaat worden door HR++ glas van een goede kwaliteit. Hier en daar zal wellicht ook drievoudige beglazing worden toegepast als er ook kozijnvervanging aan de orde is.
Naisolatie van de constructie Van de respondenten met een woning, gebouwd voor 1975 (72%) heeft 76% de gevel nageïsoleerd, 57% heeft vloerisolatie aangebracht en 61% heeft het dak geïsoleerd. Dat lijken redelijke percentages, maar het is de vraag of het niet-aselect-zijn van de respondenten het beeld vertekent. Wellicht dat juist de mensen die met isoleren bezig zijn geweest de enquête invullen. Het is dus niet zo, dat uit deze percentages het naisolatie-potentieel voor de gehele voorraad blijkt; dat zou groter kunnen zijn. Vergelijking met de enquête uit 2018 Het is ook verhelderend om te zien dat er van 2018 tot 2021 een verschuiving heeft plaatsgevonden naar meer maatregelen per woning van voor 1975. Er is onderscheid gemaakt tussen aantallen isolatiemaatregelen per woning. In 2021 is het percentage woningen met 0 maatregelen en 1 maatregel afgenomen ten opzichte van 2018, terwijl het percentage woningen met 2 en 3 maatregelen significant is toegenomen. De vergelijking tussen beide enquêtes mag ietwat onbetrouwbaar zijn, maar de effecten voldoende significant. Conclusies: Er zijn al heel wat oudere woningen nageïsoleerd. Dat is ook te zien in de tweede grafiek waaruit blijkt dat in steeds meer woningen een completer pakket aan naisolatiemaatregelen is aangebracht. Er kunnen nog stappen worden gezet.
Wat verder vooruit kijkend is het de vraag wat de toepassing van warmtepompen en (al dan niet kleinschalige) warmtenetten betekent voor het wenselijke isolatieniveau van de woning. Dit kan er toe leiden meer te denken in maatregelenpakketten dan afzonderlijke maatregelen. Daar waar enige uniformiteit in bouwwijze optreedt kan meer gefocust worden op een collectieve aanpak. Dat wil zeggen, niet simpel collectieve inkoop, maar vooral ook een collectief toegesneden aanpak met bijbehorende communicatie.
Subsidieverstrekking Ongeveer 27% van de respondenten gaf aan voor deze maatregelen subsidie te hebben gekregen. Dat speelt over een periode van vele jaren, waardoor niet eenduidig is vast te stellen van welke subsidieregeling gebruik is gemaakt en wat het effect van de subsidie is geweest.
5
5. Ventilatie Ventilatie is noodzakelijk voor een gezond binnenmilieu. Te veel ventilatie is overbodig en kan leiden tot substantieel energieverlies. Ventilatievoorzieningen worden onderverdeeld in drie systemen: -
-
-
Natuurlijke ventilatie De woning is voorzien van roosters in de gevel en verticale bouwkundige kanalen. Afhankelijk van de winddruk en thermische trek treedt er een ongecontroleerde luchtverversing op; kieren en naden zorgen ook voor luchtuitwisseling. Veelal zijn er afzuigkappen en badkamerventilatoren toegevoegd om de ventilatie wat te verbeteren. Natuurlijke ventilatie is onbetrouwbaar, soms is er te weinig ventilatie en veelal is er te veel ventilatie. Het systeem is nauwelijks of niet regelbaar. Mechanische afzuiging De lucht wordt op een aantal plaatsen in de woning afgezogen via kanalen naar een ventilatiebox die meestal op zolder is geplaatst. De lucht wordt toegevoerd via roosters in de gevel. Deze voorziening is redelijk regelbaar met de drie-standen schakelaar, onder voorwaarde dat de toevoerroosters in de gevel zijn geopend. Balansventilatie met warmteterugwinning (WTW) Hierbij wordt zowel mechanisch afgezogen als ook mechanisch lucht toegevoerd. Dat gebeurt via een kanalensysteem voor aan- en afvoer. De afgevoerde lucht en de aangezogen lucht komen bij elkaar in de ventilatie-unit. Daar wordt de warmte uit de afgevoerde lucht met een WTW overgebracht naar de toetredende buitenlucht, die zo wordt voorverwarmd. Het warmteverlies door ventilatie wordt dan met 85 tot 95% gereduceerd.
De luchtverversing en dus de binnenluchtkwaliteit is met dit systeem zeer goed regelbaar.
Ventilatievoorzieningen Het overgrote deel, 76% van de respondenten, heeft een natuurlijk ventilatiesysteem; 18% heeft mechanische afzuiging en 6% heeft balansventilatie. Natuurlijke ventilatie (76%) Het overgrote deel van de woningen heeft natuurlijke ventilatie. Dat is een belangrijk aandachtspunt bij het aanbrengen van isolatiemaatregelen. Door spouwisolatie is te verwachten dat naden tussen gevel en kozijnen enigermate worden gedicht. Ook bij dakisolatie zal veelal de luchtdichting verbeteren. Er is een reële kans dat de natuurlijke ventilatie, die al van twijfelachtige kwaliteit is, onvoldoende wordt als veel kieren worden gedicht. Om dat te compenseren is het belangrijk dat roosters in de gevel open staan of raampjes op een kier zijn gezet voor voldoende luchttoevoer. De praktijk wijst uit dat dit zelden gebeurt. Dit probleem is eerder aan de orde gekomen tijdens het Nationaal Isolatie Programma en de jaren 80. Toen heeft het dichten van kieren (de toenmalige “kierenjacht”) geleid tot meer vochtproblemen en slechtere binnenluchtkwaliteit. Vervolgens was uitgebreide landelijke voorlichting nodig om mensen te wijzen op een juist ventilatiegedrag, overigens zonder veel succes. Voorkomen is dus beter. Mechanische afzuiging (18%) Bij deze vorm van ventileren wordt de warme binnenlucht centraal verzameld in de ventilatie-unit en naar buiten geblazen.
De mogelijkheid bestaat de warmte uit de afgezogen lucht te halen en deze te gebruiken voor de verwarming van het tapwater of ruimteverwarming. Daarmee worden de warmteverliezen door ventilatie teruggedrongen. Dat gebeurt met een warmtepompboiler of een hybride warmtepomp in combinatie met een verwarmingsketel. 6
Balansventilatie (6%) Het zal duidelijk zijn dat gebalanceerde ventilatie met WTW de meest energiezuinige oplossing is. Conclusie: er is de nodige winst te behalen door de ventilatievoorzieningen te verbeteren en daarbij energie te besparen. Een voorwaarde daarbij is dat de kwaliteit van de binnenlucht voorop staat. Met name bij woningen met natuurlijke ventilatie is dat een uitdaging. Er zijn meerdere oplossingen mogelijk (mechanische afzuiging met een warmtepompboiler voor het tapwater, lokale balansventilatie met WTW, ed.). Het is van belang na te gaan welke ventilatieopties voor welk type woningen in beeld zijn.
6. Verwarming De verwarming is onder te verdelen in ruimteverwarming en tapwaterverwarming.
Ruimteverwarming Zoals te verwachten verwarmt het overgrote deel (86%) van de respondenten de woning met een gasgestookte cv-ketel. Ongeveer 5% is voorzien van een warmtepomp voor ruimteverwarming. Dan is er nog een restgroep met verschillende soorten ruimteverwarming variërend van elektrische radiatoren en pelletkachels tot lokale gashaarden. Conclusie: de ketels hebben een levensduur van 15 tot 20 jaar en dat betekent dat er de komende decennia op natuurlijke momenten kan worden overgestapt op gasloos, mogelijk met een tussenfase van hybride ketels. Waar collectieve oplossingen voor warmtelevering worden gepland (warmtenet, collectieve warmteopwekking voor enkele woningen, e.d.) valt het overstapmoment niet samen met ketelvervanging en speelt vroegtijdige vervanging. Als gasloze oplossing voor individuele bestaande woningen ligt een warmtepomp voor de hand. In principe kan een woning ook elektrisch worden verwarmd, maar dit vraagt meer elektriciteit dan de inzet van een warmtepomp, alhoewel een warmtepomp een grote investering is. Bij heel energiezuinige woningen kan elektrische verwarming wel een goede keus zijn. Aandachtspunten: Een warmtepomp levert meestal warm water met een temperatuur die lager is dan bij een gasketel. Er is dan een lage temperatuur verwarmingssysteem (LTV) nodig.
Dit betekent dat de warmteafgifte-elementen de woning warm moeten krijgen bij een lagere toevoertemperatuur. Vloerverwarming is een systeem dat bij lage temperatuur werkt. Dat geldt niet zondermeer voor radiatoren in de bestaande bouw, die moeten veelal worden aangepast. Het is wezenlijk om, voor de woningen waarvoor dat speelt, vroegtijdig een strategie op te stellen of en hoe de overstap naar LTV-afgifte systemen kan worden vormgegeven.
7
Tapwaterverwarming Ook voor tapwaterverwarming is de conventionele voorziening dominant. Ca. 80% van de woningen uit de enquête verwarmt zijn tapwater met een combi-ketel op gas. Verwarming door een gasboiler of geiser komt voor bij 8% van de huishoudens; 6% heeft een elektrische boiler en een warmtepomp is bij 6% van de woningen geïnstalleerd. Bij 7% is aangegeven dat er gebruik wordt gemaakt van zonnecollectoren, waarschijnlijk in combinatie met een combiketel of elektrische boiler. Conclusie: er is nog een redelijk groot besparingspotentieel voor tapwaterverwarming. Welke oplossingen daarbij prevaleren is mede afhankelijk van de toekomstige keuze voor de ruimteverwarming; dit vanwege het combineren van één verwarmingsapparaat voor beide functies.
7. Zonnepanelen Uit de enquête blijkt dat 53% van de respondenten zonnepanelen heeft geïnstalleerd. Het totale aantal m2 zonnepanelen opgegeven door de 62 respondenten is 1350 m2; gemiddeld per woning is dat 22 m2. In de enquête van 2018 was dit 15%. Conclusie: Er is sprake van een forse toename in het aantal zonnepanelen in de gemeente.
8. Plannen voor verdere maatregelen de komende 5 jaar Van de respondenten geeft 55% aan de komende 5 jaar geen plannen te hebben voor het treffen van maatregelen; 45 % is dat wel van plan, dat waren 52 respondenten. Welke maatregelen deze 45% van plan is te nemen blijkt uit de grafiek. Hierin is aangegeven hoe vaak bepaalde maatregelen genoemd zijn. Wat opvalt is dat ruimteverwarming en zonnepanelen het hoogst scoren. Dat is wellicht te verklaren doordat de plaatsing van zonnepanelen over het algemeen een eenvoudige ingreep is en dat ketelvervanging een natuurlijk moment van heroverweging is. Het isoleren van de constructie scoort minder hoog. Dat geldt zeker ook voor isolerende beglazing. De meeste bewoners zijn zich niet bewust van het feit dat isolerende beglazing een beperkte levensduur heeft en vervanging dus aan de orde is. Opvallend is dat ventilatie en kierdichting niet wordt genoemd, terwijl het uit het oogpunt van binnenluchtkwaliteit en energieverlies een belangrijk aspect is.
8
Conclusie: Er is enige bereidheid tot het nemen van maatregelen. Vanuit de gemeente is het van belang om te stimuleren dat de goede verduurzamingsmaatregelen worden genomen, waarbij ook het comfort en de binnenluchtkwaliteit aandacht heeft. Het beperken van de ventilatieverliezen heeft nog onvoldoende aandacht. Continue toegesneden communicatie vanuit de gemeente en de werkgroep en het verder vormgeven van participatie blijft essentieel.
9. Elektrisch rijden De figuur geeft de antwoorden weer voor dit thema. Van de respondenten heeft 13% een elektrische stekkerauto en 26% is van plan de komende vijf jaar er één aan te schaffen. Ongeveer 20% is geïnteresseerd in een elektrische deelauto en 22% is niet van plan elektrisch te gaan rijden. De categorie ‘overig’ bestaat uit mensen die bijvoorbeeld een hybride auto hebben, mensen die fietsen of die geen auto hebben.
Conclusie: het bezit aan elektrische auto’s zal fors toenemen de komende jaren, wellicht naar ca. 40% bij de respondenten. Dat vraagt om gemeentelijk beleid ten aanzien van publieke oplaadpunten en het eventueel stimuleren van particuliere oplaadpunten. Naar de toekomst toe zijn er wellicht mogelijkheden om de batterijen in de auto’s in te zetten als opslagcapaciteit voor het elektriciteitsnet.
9
10. Samenvattende conclusies • • •
•
•
• •
• •
Het energiezuiniger maken van de woningvoorraad in de gemeente vordert gestaag. Er kunnen verdere stappen worden gezet als het gaat om reductie van de energievraag en de overstap naar gasloos verwarmen. Het is van groot belang om meer op maatregelenpakketten te sturen, afgestemd op de aanpak om aan te sluiten bij de wijkoplossing vanuit de warmtetransitie. Hierbij zijn ook comfort en binnenluchtkwaliteit aan de orde. Het is noodzakelijk dat de sociale huurwoningen binnen een redelijke termijn (maar snel!) worden verduurzaamd. Er zijn comfort- en vochtklachten en de hoge energiekosten zijn strijdig met de sociale doelstelling van de corporatie. Er is een redelijke bereidheid onder de inwoners tot het nemen van maatregelen in de toekomst, alhoewel een belangrijk deel geen plannen heeft; dat kan zal deels terecht zijn. Het is aan te bevelen om bij het stimuleren van isolatiemaatregelen wat breder te kijken en comfort en binnenluchtkwaliteit mee te nemen. Naarmate de nadere invulling van de warmtetransitie en de energietransitie in beeld komt, wordt het ook belangrijk de daarop toegesneden aanpak op de woningen (individueel of collectief) centraal te stellen. Mogelijk dat er meer in maatregelpakketten gedacht kan worden voor bepaalde woningtypen in de gemeente. De vraag is hoe dat zou kunnen in een stimuleringsstrategie die gefocust is op losse maatregelen.
Als we de uiteindelijke stap naar gasloos maken is er een meer gestructureerde aanpak noodzakelijk. Dat is overigens ook waar de inwoners om vragen. Er lijkt veel bereidheid voor de overstap naar elektrisch rijden en de optie van een elektrische deelauto. De gemeente kan dit in haar beleid faciliteren en stimuleren. Het is om tal van redenen cruciaal een goed afgestemde anticiperende communicatie met de inwoners vorm te geven voor de komende jaren. Daarbij zijn continuïteit en consistentie, maar zeker ook flexibiliteit en proactief handelen wezenlijk. Meerdere partijen hebben daarin een rol (gemeente, rijk, Werkgroep Duurzaam Rozendaal, bewoners afvaardigingen, externe adviseurs, etc.)
10
wk.3.5 Reactie naar raadsleden op principe akkoord van Stichting Red Heuven en de Posbank 1 reactie naar raadsleden op principe akkoord van Stichting Red Heuven en de Posbank.pdf
Aan: gemeente-raadsleden van gemeente Rheden Betreft: reactie en verzoek nav concept principe-akkoord Bijlage: samenvattend en in beeld. datum: 20 januari 2022 Beste raadslid, Wij hebben het voorstel “principe-akkoord” bestudeerd wat naar de Raad is gestuurd d.d. 13 januari. Doorberekening van het huidige principe-akkoord houdt minimaal een verdubbeling van de verkeersintensiteit in tijdens de weekenden dat Posbank paviljoen alleen via de (doodlopende) Schietbergseweg bereikbaar is. Er komen in totaal 650 P’s richting Posbank aan de Schietbergseweg van laag naar hoog. De berekening hebben wij gecheckt bij verkeerskundigen van de gemeente Rheden en was nog niet eerder gedaan.. Deze verdubbeling in verkeersbewegingen is voor Stichting Red Heuven en de Posbank onacceptabel. Dat wordt elk weekend file rijden van 12 tot 4.. In deze brief vindt u 5 maatregelen om het principe-akkoord aan te passen om die verkeersintensiteit (en daarmee verkeersveiligheid en natuurbehoud) behapbaar te maken. Op pagina 4 vindt u in 1 A4 een beeldend overzicht. Graag willen wij op korte termijn een gesprek plannen met uw fractie om van gedachten te wisselen en een en ander toe te lichten.
Met vriendelijke groet, Dick van der Kolk, voorzitter Stichting Red Heuven en de Posbank 06 – 55194890 info@redheuven.nl
1
Ons advies over maatregelen in reactie op principe-plan: 1. GEEN NIEUWE P’S RONDOM HEUVEN. Geen nieuwe P’s rondom Heuven ipv 150 P extra bij bezoekerscentrum. Hou P’s rondom Heuven maximaal op de huidige 340 P’s totaal. Waarom? In het huidige principeplan is de Schietbergseweg de enige doodlopende directe weg naar Paviljoen de Posbank en zijn er via de Schietbergseweg (650 P’s totaal) meer dan 6 keer zoveel P’s als Beekhuizen en De Steeg elk bereikbaar. Verkeer gaat heen en weer terug. Nieuwe berekeningen, gecheckt bij verkeerskundigen van de gemeente, tonen minimaal een VERDUBBELING aan van de gemiddelde verkeersintensiteit in het weekend in op de Schietbergseweg, zelfs al blijft boven alleen P Paviljoen Posbank en P Driesprong open. Wij willen juist minder verkeersbewegingen. Bovendien komen er in het weekend extra 150 P’s beschikbaar bij het gemeentehuis en hebben we nog meer goede alternatieven genoemd in ons spreidingsplan om te parkeren aan de randen net buiten het Nationaal Park te stimuleren en moeten die snel worden uitgewerkt. Plannen van NM (“herstelplan Heuven”) voor extra P’s op het manege-terrein op landgoed Heuven zijn dan helemaal niet nodig. 2. GEEN VERGUNNING VOOR NIEUWE SPEELMOGELIJKHEDEN en speelnatuurplaatsen op landgoed Heuven, ook niet in ommuurde binnentuin van beheerkantoor Natuurmonumenten.
Waarom? Dit trekt alleen maar meer bezoekers, niet noodzakelijkerwijs natuurliefhebbers, de horeca daar tegenover (De Ruif en de Deel) wil juist minder drukte en er zijn al meerdere speelplaatsen op Heuven. Bovendien is het niet wenselijk het grootste deel van het budget voor het Masterplan, 3,5 miljoen, voor Natuurmonumenten te reserveren voor maatregelen die alleen maar meer bezoekers trekken. 3. RONDJES RIJDEN BLIJFT VOORLOPIG ALLEEN DOORDEWEEKS MOGELIJK Oftewel: Verleng de periode naar alle weekend- en feestdagen dat er geen “rondjes Posbank” meer gereden kunnen worden het gehele jaar door en niet alleen van 1 april tot 1 november. Mits uiteraard wat aan de verkeersintensiteit op de Schietbergseweg wordt gedaan! Waarom? De eerste mooie dagen in het jaar zijn het drukst met verkeer, zeker als de fietsers en wielrenners weer komen. De huidige voorgestelde periode van 1 april tot 1 november is te kort (voor de goede orde: we willen graag dat P Paviljoen Posbank sowieso niet aan te rijden is voor auto’s in het weekend, dat zorgt voor bijna helft verkeersintensiteit, zie punt 5). 4. P DRIESPRONG VOOR VERGUNNINGHOUDERS EN MINDER VALIDEN ALLEEN OPEN DOORDEWEEKS of in de weekenden aanrijden via Beekhuizense kant cq Rozendaalse Veld/Brandtoren. Waarom? P Driesprong (10 P) ligt midden in het gebied, speciaal voor minder validen oa ingericht met lummelpalen.
In het huidige voorstel zou P Driesprong
2
alleen aangereden kunnen worden in het weekend via de Schietbergseweg waardoor de afsluiting bij Paviljoen Posbank dus niet dicht is. Dit is niet te handhaven en weer een uitzondering extra. Laat P Driesprong dicht in het weekend (en zet eventueel lummelpalen neer vlakbij P Paviljoen Posbank) of laat P Driesprong alleen via de Beekhuizense kant aanrijden. Daar is toch al een uitzonderingsweg naar de Brandtoren voor vergunninghouders. 5. SLUIT DE SCHIETBERGSEWEG AF VANAF HET WILDROOSTER naar Paviljoen de Posbank, in ieder geval in het weekend en op feestdagen. Waarom? Auto’s bij paviljoen de Posbank parkeren relatief kort, er gaan op een dag dus veel auto’s heen en weer. Bovendien, als Paviljoen de Posbank alleen maar via de Schietbergseweg te bereiken is, is de aantrekkingskracht groot. Gevolg is veel autobewegingen (ongeveer de helft van verkeersbewegingen gaat zal dan heen en weer terug gaan naar de Posbank) en veel onveiligheid met wielrenners en fietsers die de berg af-gaan. Daarnaast begint bij Paviljoen de Posbank het stilte-gebied met omgevingsverordening. Een bezoek met de auto aan uitkijk de Posbank is voorlopig dan nog wel mogelijk doordeweeks, met 1-richting vanaf het wildrooster op de Schietbergseweg naar Paviljoen de Posbank.
Ter info: mochten er geen amendementen worden aangenomen die de verkeersintensiteit op de Schietbergseweg en de Arnhemsestraatweg naar de Posbank en Heuven structureel verminderen, dan zijn wij voornemens procedures te starten. Na meer dan twee jaar constructief overleg hebben we er genoeg van.
3
BIJLAGE: Samenvattend en in beeld… Via Schietbergseweg 650 P’s bereikbaar in principe-akkoord en enige doodlopende weg naar paviljoen de Posbank in weekenden van 1 /4 tot 1/11
Knelpunten Principe-akkoord • Verkeersintensiteit verdubbelt op Schietbergseweg!!!! • Verkeersonveiligheid hoger door veel 2-richtingsverkeer op doodlopende weg • natuurherstel lastig door alle gereden km’s het Natura 2000 gebied in. Wat willen wij? Verkeersintensiteit moet omlaag! 1. Geen extra P’s op Heuven voor Natuurmonumenten, geen extra natuurspeelplaats. 2. Verleng periode naar hele jaar (ipv 1./4 - 1/11). Rondjes rijden bij voorkeur helemaal niet mogelijk, of anders voorlopig alleen doordeweeks. 3. Afsluiten Schietbergseweg vanaf wildrooster in weekend gehele jaar naar paviljoen de Posbank. Anders drukte niet te verantwoorden, bij korte parkeertijden boven en parkeeroptimalisatie en enige weg naar Posbank . 4. Huidige 1-richting Schietbergseweg vanaf wildrooster voorlopig aanhouden. 5. Vermijd nog meer uitzonderingen: P Driesprong dicht in weekend of anders aanrijden via Beekhuizen
4
wk.3.7 Ledenbrief VNG wijziging-vng-model-huisvestingsverordening-toevoeging-regels-opkoopbescherming 1 ledenbrief VNG wijziging-vng-model-huisvestingsverordening-toevoeging-regels-opkoopbescherming.pdf
Aan de leden
Datum
12 januari 2022 Kenmerk
TLE/U202200003 Lbr. 22/003 Telefoonnummer
070 3738393 Bijlage(n)
4
Onderwerp
Wijziging VNG Model Huisvestingsverordening; toevoeging regels opkoopbescherming Geachte leden van college en gemeenteraad,
Hierbij ontvangt u de aangepaste VNG Model Huisvestingsverordening. Aanleiding Op 1 januari 2022 krijgen gemeenten de mogelijkheid om een regeling opkoopbescherming op te nemen in de Huisvestingsverordening. Middels een amendement is de Huisvestingswet 2014 hiervoor gewijzigd (nieuw hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming). De opkoopbescherming maakt het mogelijk dat de gemeente in aangewezen gebieden een verbod kan instellen op het in gebruik geven (het verhuren) van nieuw aangekochte woningen in het goedkope en middeldure segment zonder vergunning van burgemeester en wethouders, gedurende een periode van 4 jaar na de leveringsdatum. Een stelsel van opkoopbescherming mag alleen worden ingevoerd als daarvoor een dringende reden is. De opkoopbescherming heeft de vorm van een vergunningsstelsel onder de Huisvestingswet 2014. Wanneer de gemeente gebruik wil maken van de mogelijkheid moet het instrument dan ook opgenomen worden in de Huisvestingsverordening en voorzien worden van een onderbouwing. Een gemeente die nog geen Huisvestingsverordening heeft, kan zo’n verordening alsnog vaststellen alleen om de opkoopbescherming in te voeren. Omdat hier een vergunning wordt geïntroduceerd, is het ook mogelijk om voor het in behandeling nemen van die vergunningaanvraag leges te heffen.
Het is daarbij raadzaam de belastingafdeling van de gemeente ook in te lichten over de wijzigingen. Aangepaste VNG Model Huisvestingsverordening De VNG heeft gegeven de introductie van dit nieuwe instrument de huidige Model Huisvestingsverordening, zoals laatstelijk gewijzigd in augustus 2021 (toevoeging regels toeristische verhuur), aangepast. Aan de Model Huisvestingsverordening is een facultatief hoofdstuk 3B toegevoegd waarmee gemeenten de opkoopbescherming kunnen invoeren. Bijlagen
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202200003
PROD
Deze ledenbrief bevat 4 bijlagen: • • • •
Bijlage 1 - Was-wordt-tabel wijziging Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022). Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging Huisvestingsverordening: Opgemaakt in Word 2.0 format (DROP) voor publicatie. Bijlage 3 - Geconsolideerde tekst Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022), met wijzigingen bijgehouden. Bijlage 4 - Handreiking opkoopbescherming, voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk.
Meer informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn ook te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (KDER): www.decentraleregelgeving.nl. De VNG-modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (MDR): https://puc.overheid.nl/mdr/. Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vng.nl).
Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
1 bijlage-1_was-wordt-tabel-wijziging-model-huisvestingsverordening-gewijzigd-model-jan-2022_20220111_0.docx
Was-wordt-tabel wijziging Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Na artikel 21j wordt een hoofdstuk ingevoegd (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit), luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst [Hoofdstuk 3B. Opkoopbescherming Artikel 21k. Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - beschermde woonruimte: in artikel 21l, tweede lid, aangewezen goedkope of middeldure woonruimte; - datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; - verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet. Artikel 21l. Verhuurvergunning opkoopbescherming, aanwijzing beschermde woonruimte 1. Gedurende de periode van vier jaren na de datum van inschrijving is het verboden beschermde woonruimte te verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming van burgemeester en wethouders. 2. Als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte: [a. die gelegen is in een van de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […], en; OF a. die gelegen is in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente;] b. waarvan de WOZ-waarde niet [meer bedraagt dan […] OF niet minder
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
bedraagt dan […] maar niet meer dan […]]; c. die op de datum van inschrijving: 1. vrij was van huur en gebruik; 2. in verhuurde staat was voor een periode van minder dan zes maanden, of 3. werd verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming; d. waarvan de datum van inschrijving na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel ligt, en e. die niet in eigendom is van de gemeente of een woningcorporatie[, en OF .] [f. die meer dan drie maanden voor de datum van inschrijving is opgeleverd als nieuwe woning of nieuw gebouwd appartement.] 3. Onder WOZ-waarde wordt verstaan: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum van inschrijving. Artikel 21m. Aanvraag verhuurvergunning opkoopbescherming Een aanvraag om een verhuurvergunning opkoopbescherming wordt ingediend door gebruikmaking van het formulier dat te vinden is op [de website van de gemeente OF […]]. Daarop staat vermeld welke gegevens moeten worden verstrekt. Artikel 21n. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming moet worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibobweigering) niet van toepassing is, moet de verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval worden verleend in de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a tot en met c, van de wet. 2.
In de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a en b, van de wet, wordt de persoon aan wie de beschermde woonruimte wordt verhuurd en die de huurder is op grond van wiens hoedanigheid er recht is op de vergunning, in de vergunning genoemd. De vergunning vervalt zodra deze huurder niet de huurder is die in de beschermde woonruimte verblijft.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
Artikel 21o. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming kan worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibobweigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming worden verleend: a. als de beschermde woonruimte in opdracht van de gemeente is aangekocht; b. als de beschermde woonruimte door een gecertificeerde of door de gemeente of de rijksoverheid gecontracteerde zorgaanbieder is aangekocht om te worden verhuurd aan cliënten met een zorgindicatie; c. […]. 2. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibobweigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming in bijzondere gevallen worden verleend als het belang dat gediend wordt met het verhuren van de beschermde woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder moet wegen dan het belang van het behouden van de beschermde woonruimte voor de kopersmarkt. 3. In andere gevallen dan genoemd in het eerste en het tweede lid en artikel 21n, kan de vergunning worden geweigerd. Artikel 21p. Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming Behalve op grond van artikel 44, eerste lid, van de wet (bibob-intrekking), kan een verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval ook worden ingetrokken: a.
als blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest; b. […].] Artikel 22 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 22. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, 21, 22, 23a, 23b, 23c, 23d en 23e van de wet, handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet alsmede handelen in strijd met
Artikel 22. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, 21, 22, [23a, 23b, 23c[, OF en] 23e] [en 41, eerste lid,] van de wet, handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet alsmede
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
artikel 21j kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De bestuurlijke boete bedraagt hoogstens: a. voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de wet: € 410; b. voor overtreding van artikel 21j: € 410 voor een natuurlijk persoon en € 2.250 voor een rechtspersoon; c. voor overtreding van de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede of derde lid, 23d of 23e van de wet: € 8.200; d. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21, 22, eerste lid, 23b, eerste lid, 23c, eerste lid, van de wet of voor handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet: € 20.500; f. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21, 23b, eerste lid, of 23c, eerste lid, van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 82.000.
handelen in strijd met artikel 21j kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De bestuurlijke boete bedraagt hoogstens: a. voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de wet: € 410; b. voor overtreding van artikel 21j: € 410 voor een natuurlijk persoon en € 2.250 voor een rechtspersoon; [c. voor overtreding van de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede of derde lid, of 23e van de wet: € 8.200;] d. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21[, OF of] 22, eerste lid, [23b, eerste lid of 23c, eerste lid,] van de wet of voor handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet: € 20.500; [e. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet: € 21.750;] f. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid[, OF , of] 21[, 23b, eerste lid, of 23c, eerste lid,] van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 82.000[; OF .] [g. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 87.000.]
Toelichting Algemeen [Op 1 januari 2022 is hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming, van de Huisvestingswet 2014 (hierna: wet) in werking getreden. Gemeenten hebben hiermee de mogelijkheid om in de Huisvestingsverordening een regeling op te nemen om in aangewezen gebieden van de gemeente koopwoningen in het goedkope en middeldure segment te beschermen tegen het opkopen door ondernemingen of particulieren die dergelijke woningen willen omzetten in (veelal dure) huurwoningen. Door deze omzetting gaan de woningen verloren voor de meeste starters en andere niet zeer bemiddelden die op zoek zijn naar een betaalbare koopwoning. Voor het verhuren van aangewezen koopwoningen wordt dan een vergunningstelsel ingevoerd, waarmee kan worden verzekerd dat de omzetting van een koopwoning in een verhuurwoning alleen wordt toegestaan in gevallen waarin dat alleszins redelijk is. Zo’n vergunningenstelsel wordt aangeduid als een stelsel van opkoopbescherming. De [citeertitel Huisvestingsverordening] wordt gewijzigd. In hoofdstuk 3B is een stelsel van opkoopbescherming opgenomen.]
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A [In dit onderdeel wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd. Met dit hoofdstuk 3B wordt voorzien in de invoering van opkoopbescherming.] Artikel I, onderdeel B [In dit onderdeel wordt in artikel 22 bepaald dat dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de verboden bedoeld in de genoemde artikelen van de wet. In het eerste lid wordt ook artikel 41, eerste lid, van de wet opgenomen. In het tweede lid, onder e en g, gaat het om overtreding van artikel 21l, eerste lid (verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming). De daar opgenomen boetes zijn de maxima die voortvloeien uit artikel 45, tweede lid, van de wet in verbinding met artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. In artikel 22, eerste en tweede lid, onder c, is artikel 23d van de wet geschrapt, omdat dit artikel geen verbodsbepaling bevat.]
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
1 bijlage-2_model-raadsbesluit-wijziging-huisvestingsverordening_w2.0-drop_20220111_0.docx
Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.
Model Raadsbesluit wijziging Huisvestingsverordening De raad van de gemeente [naam gemeente];
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 4, 35 en 40, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit :
Artikel I Artikel I De [ citeertitel Huisvestingsverordening ] wordt als volgt gewijzigd: [ A Na artikel 21j wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende: Hoofdstuk 3B. Opkoopbescherming Artikel 21k. Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - beschermde woonruimte: in artikel 21l, tweede lid, aangewezen goedkope of middeldure woonruimte; - datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; - verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet. Artikel 21l. Verhuurvergunning opkoopbescherming, aanwijzing beschermde woonruimte 1. Gedurende de periode van vier jaren na de datum van inschrijving is het verboden beschermde woonruimte te verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming van burgemeester en wethouders. 2. Als beschermde woonruimte wordt aangewezen iedere woonruimte: [a. die gelegen is in een van de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […], en; OF a. die gelegen is in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente;] b. waarvan de WOZ-waarde niet [meer bedraagt dan […] OF niet minder bedraagt dan […] maar niet meer dan […]]; c. die op de datum van inschrijving: 1. vrij was van huur en gebruik; Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk. 2. in verhuurde staat was voor een periode van minder dan zes maanden, of 3. werd verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming; d. waarvan de datum van inschrijving na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel ligt, en e. die niet in eigendom is van de gemeente of een woningcorporatie[, en OF .] [f. die meer dan drie maanden voor de datum van inschrijving is opgeleverd als nieuwe woning of nieuw gebouwd appartement.] 3. Onder WOZ-waarde wordt verstaan: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum van inschrijving. Artikel 21m. Aanvraag verhuurvergunning opkoopbescherming Een aanvraag om een verhuurvergunning opkoopbescherming wordt ingediend door gebruikmaking van het formulier dat te vinden is op [de website van de gemeente OF […]]. Daarop staat vermeld welke gegevens moeten worden verstrekt. Artikel 21n. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming moet worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, moet de verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval worden verleend in de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a tot en met c, van de wet. 2.
In de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a en b, van de wet, wordt de persoon aan wie de beschermde woonruimte wordt verhuurd en die de huurder is op grond van wiens hoedanigheid er recht is op de vergunning, in de vergunning genoemd. De vergunning vervalt zodra deze huurder niet de huurder is die in de beschermde woonruimte verblijft. Artikel 21o. Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming kan worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming worden verleend: a. als de beschermde woonruimte in opdracht van de gemeente is aangekocht; b. als de beschermde woonruimte door een gecertificeerde of door de gemeente of de rijksoverheid gecontracteerde zorgaanbieder is aangekocht om te worden verhuurd aan cliënten met een zorgindicatie; c. […]. 2. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming in bijzondere gevallen worden verleend als het belang dat gediend wordt met het verhuren van de beschermde woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder moet wegen dan het belang van het behouden van de beschermde woonruimte voor de kopersmarkt. 3. In andere gevallen dan genoemd in het eerste en het tweede lid en artikel 21n, kan de vergunning worden geweigerd. Artikel 21p.
Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming Behalve op grond van artikel 44, eerste lid, van de wet (bibob-intrekking), kan een verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval ook worden ingetrokken: a. als blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest; b. […].] Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - Combinaties zijn ook mogelijk.
B Artikel 22 komt te luiden: Artikel 22. Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 8, 21, 22, [23a, 23b, 23c[, OF en] 23e] [en 41, eerste lid,] van de wet, handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet alsmede handelen in strijd met artikel 21j kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De bestuurlijke boete bedraagt hoogstens: a. voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de wet: € 410; b. voor overtreding van artikel 21j: € 410 voor een natuurlijk persoon en € 2.250 voor een rechtspersoon; [c. voor overtreding van de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede of derde lid, of 23e van de wet: € 8.200;] d. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid, 21[, OF of] 22, eerste lid, [23b, eerste lid, of 23c, eerste lid,] van de wet of voor handelen in strijd met een voorwaarde of voorschrift als bedoeld in artikel 24 van de wet: € 20.500; [e. voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet: € 21.750;] f. voor overtreding van de artikelen 8, tweede lid[, OF , of] 21[, 23b, eerste lid, of 23c, eerste lid,] van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 82.000[; OF .] [g.
voor overtreding van artikel 41, eerste lid, van de wet, als binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding al een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod: € 87.000.]
Artikel II Dit besluit treedt in werking op [datum]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
1 bijlage-3_model-huisvestingsverordening-geconsolideerde-versie-gewijzigd-model-jan-2022_20220111.docx
Model Huisvestingsverordening (gewijzigd model, januari 2022) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 8. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 4, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 2, tweede lid. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 13, eerste lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 2, eerste lid, onder a, voor een bepaling met een facultatief deel, delen waaruit gekozen dient te worden en (afhankelijk van die keuzen) waar iets ingevuld dient te worden. - Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden, zie bijvoorbeeld artikel 7. - Eventuele nadere toelichting bij te maken keuzes is opgenomen in de artikelsgewijze toelichting. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief.
Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Huisvestingsverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] (Huisvestingsverordening [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef [en onder a en b], 5[, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 tot en met 22, 24][, OF en] 35[, 40, tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014 [en artikel 151d van de Gemeentewet]; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Huisvestingsverordening [naam gemeente en eventueel jaartal] Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.
Definities In deze verordening wordt verstaan onder: [- inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;] - mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; [- onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;] - wet: Huisvestingswet 2014; - woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; [- woningmarktregio: [beschrijving gebied].] Hoofdstuk 2. De huisvestingsvergunning Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën goedkope woonruimte, met uitzondering van standplaatsen voor woonwagens, mogen enkel voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a.
woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een huurprijs beneden [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs]]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente:
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
1. […]; 2. […], en 3. […], en OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].] [2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; b. onzelfstandige woonruimten; c. bedrijfswoningen; d. […].] Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking: a. woningzoekenden met een inkomen lager dan [inkomensgrens]; b. meerderjarige woningzoekenden, en c. […]. Artikel 4. Inschrijfsysteem van woningzoekenden 1. [Verhuurders OF Woningcorporaties OF Particuliere verhuurders] dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden. 2. Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. 3. De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving. 4. Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. 5.
Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. Artikel 5. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning [1. Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.] 2. Bij de aanvraag [om een huisvestingsvergunning] worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; c. huishoudinkomen; d. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; e. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; f. indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; g. indien van toepassing, de urgentiecategorie waartoe de aanvrager behoort, en h. […]. 3. De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. aan wie de vergunning is verleend; c. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; d.
de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen, en e. [...]. Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte
Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
1. Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt [in ieder geval] bekendgemaakt door publicatie [op een [kosteloos toegankelijke] gemeenschappelijk digitaal platform EN/OF in een huisaan-huisblad]. 2. De bekendmaking bevat in ieder geval: a. het adres en de huurprijs van de woonruimte; b. de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend, en c. indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning. Artikel 7. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs Variant 1 Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor: a. woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag; b. eengezinswoningen wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste drie personen; c. woonruimte met ten minste vier kamers wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste vier personen; d. woonruimte met [specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk)] wordt voorrang gegeven aan [huishoudens met een desbetreffende indicatie]; e. [woonruimte met bepaalde aard, grootte of prijs] wordt voorrang verleend aan [categorie woningzoekenden]. Variant 2 1. Woonruimte kan door de verhuurder aangemerkt worden als: a.
goedkope woonruimte; b. eengezinswoning; c. grote gezinswoning; d. woonruimte met [specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk)], of e. [woonruimte met bepaalde aard, grootte of prijs]. 2. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte die is aangemerkt als: a. goedkope woonruimte wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen dat recht geeft op huurtoeslag; b. eengezinswoning wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste drie personen; c. grote gezinswoning wordt voorrang gegeven aan huishoudens van ten minste vier personen; d. woonruimte met [specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk)] wordt voorrang gegeven aan [huishoudens met een desbetreffende indicatie]; e. [woonruimte met bepaalde aard, grootte of prijs] wordt voorrang verleend aan [categorie woningzoekenden]. Artikel 8. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding Variant 1 Van de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een tot de gemeente behorende kern)]. Variant 2 Van de volgende in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte: a. […]; b. […], en c.
[…] kan [percentage] van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan [omschrijving gebied (bijvoorbeeld benoemen woningmarktregio, gemeente of een tot de gemeente behorende kern)]. Artikel 9. Voorrang bij urgentie Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
[1. Voor de in artikel 2 aangewezen categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. OF 1. Voor de volgende categorieën woonruimte wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is: a. woonruimten [in eigendom van woningcorporaties OF particuliere verhuurders] met een huurprijs beneden [de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag OF de aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag OF de kwaliteitskortingsgrens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag OF [huurprijs]]; [b. die gelegen zijn in de volgende delen van de gemeente: 1. […]; 2. […], en 3. […] OF b. die gelegen zijn in de in bijlage [nummer] aangegeven delen van de gemeente], en [c. die [ten minste één van] de volgende kenmerken bezitten: 1. [omschrijving aard]; 2. [omschrijving grootte].]] 2. Onverminderd artikel 12, derde lid, van de wet behoren tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid, vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en de woningzoekende die zijn woonruimte heeft of zal moeten verlaten in verband met: a.
een [medische EN/OF sociale EN/OF financiële] indicatie; b. een echtscheiding of de beëindiging van samenwoning, of c. de renovatie of onbewoonbaarheid van de huidige woonruimte. Artikel 10. Verzoek om indeling in een urgentiecategorie [1. Een verzoek om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.] 2. Het verzoek [om ingedeeld te worden in een urgentiecategorie] gaat vergezeld van de volgende gegevens: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de verzoeker; b. omvang van het huishouden van de verzoeker; c. aanduiding en motivering urgentiecategorie, en d. […]. 3. Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een urgentiecategorie kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen instantie. [4. Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vermeldt in ieder geval: a. naam, adres en woonplaats van de woningzoekende; b. datum van het verzoek om indeling in een urgentiecategorie, en c. urgentiecategorie waarin de woningzoekende is ingedeeld.] Artikel 11. Intrekken of wijzigen indeling in een urgentiecategorie 1. Burgemeester en wethouders kunnen de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie intrekken als de woningzoekende: a.
niet langer als woningzoekende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is aan te merken; b. bij zijn aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist of kon vermoeden dat deze onjuist of onvolledig waren, of c. [eenmaal OF tweemaal] een aanbod voor een passende woning heeft geweigerd. 2. Een woningzoekende kan, al dan niet op zijn verzoek, in een andere urgentiecategorie worden ingedeeld als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. 3. Een beschikking tot indeling in een urgentiecategorie vervalt als de indeling in een urgentiecategorie vervalt of als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld. 4. Als de woningzoekende in een andere urgentiecategorie wordt ingedeeld, wordt aan hem een nieuwe beschikking verstrekt. Artikel 12. Rangorde woningzoekenden Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
Variant 1 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikelen 7 en 8, waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld in artikel 8 aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; b. als tweede komen in aanmerking overige woningzoekenden als bedoeld in artikel 8; c. als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden aan wie overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt, en d. ten slotte komen in aanmerking andere woningzoekenden dan bedoeld onder a tot en met c. 2. Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen [verhuurders OF woningcorporaties OF particuliere verhuurders] nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Variant 2 (beperkte regeling m.b.t. voorrang o.g.v. artikel 9, waarbij het verder aan de verhuurders wordt overgelaten) 1. Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie; b.
als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: 1. als eerste komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, en 2. als tweede komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn ingedeeld[, waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 8], en c. als op grond van onderdeel b meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later afgegeven beschikking. Daarna komen de andere woningzoekenden in aanmerking, in volgorde van de datum van afgifte van de beschikking tot indeling in een urgentiecategorie. 2. Voor de gevallen waarin het eerste lid niet voorziet, stellen [verhuurders OF woningcorporaties OF particuliere verhuurders] nadere rangorderegels op om tot een rechtvaardige verdeling van woonruimte te komen. Variant 3 (uitgebreide regeling, waarbij de rangorde volledig of grotendeels op basis van de verordening bepaald wordt) 1.
Als op grond van de wet of deze verordening meerdere woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de rangorde als volgt bepaald: a. als eerste komen in aanmerking woningzoekenden die zijn ingedeeld in een urgentiecategorie; b. als op grond van onderdeel a meerdere woningzoekenden in aanmerking komen, wordt de rangorde als volgt bepaald: 1. eerst komen in aanmerking vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet en woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, en 2. daarna komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie zijn ingedeeld[, waarbij voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 8]; c. als tweede komen in aanmerking woningzoekenden als bedoeld in artikel 8 aan wie ook overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt; d. als derde komen in aanmerking overige woningzoekenden als bedoeld in artikel 8; e. als vierde komen in aanmerking overige woningzoekenden aan wie overeenkomstig artikel 7 voorrang verleend wordt, en Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, januari 2022
f. ten slotte komen in aanmerking andere woningzoekenden dan bedoeld onder a tot en met e. [2. Als op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, dan gaan woningzoekenden met een eerder afgegeven beschikking tot indeling in een urgentiecategorie voor op woningzoekenden met een later afgegeven beschikking, en woningzoekenden met een langere inschrijvingsduur in het inschrijfsysteem, bedoeld in artikel 4, voor op woningzoekenden met een minder lange inschrijvingsduur. OF 2. Als op grond van het eerste lid meerdere woningzoekenden met dezelfde rangorde in aanmerking komen, wordt de vergunning door loting toegewezen aan één van deze woningzoekenden.] Artikel 13. Vruchteloze aanbieding 1. In overeenstemming met artikel 17 van de wet wordt in afwijking van het in artikel 12 bepaalde de huisvestingsvergunning verleend als de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede en derde lid weergegeven procedure gedurende [termijn (bijvoorbeeld maximaal 13 weken)] vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge artikel 8 voor die woonruimte in aanmerking komen. 2. De eigenaar moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde termijn ten minste [eenmaal OF tweemaal] overeenkomstig artikel 6 hebben aangeboden. 3.