CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Verzamelverord. W&I Bijl 2 Toelichting

1.3 Commissievergadering 10 februari 2026, gemeente RozendaalBij agendapunt: SD 24.2.2026: Verzamelverordening Werk en Inkomen10.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Evenmin is sprake van recidive als een belanghebbende niet meewerkt aan het opstellen van een plan van aanpak (artikel 8, tweede lid, onderdeel a) en vervolgens een opgedragen tegenprestatie niet verricht (artikel 8, tweede lid, onderdeel f). Ook dan is geen sprake van eenzelfde gedraging aangezien twee verschillende verplichtingen zijn geschonden. Recidive schending geüniformeerde arbeidsverplichting Is sprake van het niet of onvoldoende nakomen van een uniforme arbeidsverplichting binnen twaalf maanden nadat aan een belanghebbende een eerste verlaging is opgelegd wegens schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting, dan bedraagt de verlaging honderd procent gedurende twee maanden. Dit valt binnen de in artikel 18, zesde lid, van de Participatiewet gegeven marges. Bij een derde, vierde en volgende schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting, telkens binnen twaalf maanden na oplegging van de vorige verlaging, bedraagt de verlaging honderd procent gedurende drie maanden (artikel 18, zevende en achtste lid, van de Participatiewet). Artikel 4.17 Samenloop bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ Het college is op grond van artikel 20 van de IOAW en artikel 20 van de IOAZ bevoegd de uitkering blijvend of tijdelijk te weigeren als een belanghebbende, kort gezegd, inkomen uit arbeid had kunnen verwerven, maar dit nalaat. Dit is een discretionaire bevoegdheid van het college.

De vraag of een verlaging moet worden toegepast, zal pas aan de orde komen als het college zich een oordeel heeft gevormd over de eventuele weigering van de uitkering. Deze beoordeling gaat in beginsel voor. Pas als het college concludeert dat van een weigering geen sprake is, kan op grond van deze verordening een verlaging worden toegepast. Artikel 18 van deze verordening is derhalve bedoeld om samenloop te voorkomen.

22

Hoofdstuk 5 Inkomensvoorzieningen In dit hoofdstuk worden regels gegeven over inkomensvoorzieningen, die op grond van artikel 35, 36 Participatiewet en artikel 149 Gemeentewet kunnen worden verstrekt, in aanvulling op een laag inkomen. Het doel van deze voorzieningen is tweeledig: 1. De maatschappelijke participatie van inwoners (en hun eventuele kinderen) bevorderen. En daarmee kansenongelijkheid te verminderen; 2. Inwoners die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen in staat stellen om vervangingsuitgaven en onvoorziene kosten te kunnen betalen zonder in de schulden te raken. Algemene bepalingen Artikel 5.1 Aanvraag Dit artikel bepaalt dat een aanvraag voor een inkomensvoorziening moet worden gedaan met een door het college vastgesteld aanvraagformulier of langs de digitale weg, die door het college is opengesteld. Een dergelijke aanvraag wordt aangemerkt als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 5.2 Aanvullende definitie Inkomen Als beslag gelegd is op het inkomen van de inwoner, kan deze niet meer over dat deel van het inkomen beschikken. Bij de bepaling van het inkomen in dit hoofdstuk (teneinde vast te kunnen stellen of de inwoner voldoet aan de vereisten voor een laag inkomen) wordt dit deel dan ook niet meegenomen.

Individuele inkomenstoeslag In aanvulling op de wettelijke regels in artikel 36 Participatiewet, moet de gemeenteraad in ieder geval bij verordening regels stellen over de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en de manier waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen (artikel 8 lid 2 Participatiewet). In artikel 36 Participatiewet is de de inkomenstoeslag al uitvoerig geregeld. Hier is bijvoorbeeld vastgelegd dat de inwoner een beperkt vermogen mag hebben (artikel 34 van de wet) om in aanmerking te komen voor de toeslag. De aanvullende gemeentelijke regels in deze verordening zijn daarom beperkt gehouden. In de nadere regels individuele inkomenstoeslag heeft het college verder invulling gegeven aan wettelijke voorwaarden, bijvoorbeeld de voorwaarde dat ‘geen uitzicht op inkomensverbetering’ mag bestaan. Ook inkomsten uit zelfstandigheid, zowel van in het geval van een fulltime ondernemer als in het geval van een parttime ondernemer, worden meegenomen als inkomen.

23

Artikel 5.3 Langdurig laag inkomen De vraag of het inkomen van een persoon gedurende de periode van 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag niet hoger is dan het langdurig lage inkomen van 100% van de toepasselijke bijstandsnorm, zal volgens de rechtspraak niet al te formeel mogen worden beoordeeld. Een marginale overschrijding van maximaal €5,00 per maand van dit lage inkomen kan worden genegeerd.

Artikel 5.4: Hoogte individuele inkomenstoeslag Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden, waarbij binnen de term gehuwden onderscheid wordt gemaakt tussen gehuwden met ten laste komende kinderen en gehuwden zonder ten laste komende kinderen. Gehuwden Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag. Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand.

Als slechts één partner recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in het tweede lid.

Artikel 5.5 Uitvoering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting Artikel 5.6 Tegoeden Dit artikel behoeft geen nadere toelichting Artikel 5.7 Doelgroep Dit artikel omschrijft in de leden 1 t/m 6 wie tot de doelgroep van de Gelrepas behoren. De pas is bedoeld is voor inwoners die als gevolg van een laag inkomen niet deel kunnen nemen aan sport, cultuur, recreatie en educatie. Zelfstandig ondernemers met een laag inkomen behoren nadrukkelijk ook tot de doelgroep. 24

In het eerste lid is het uitgangspunt met betrekking tot het inwonerscriterium het adres zoals geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente. In het geval van kinderen kan daarvan afgeweken worden, bijvoorbeeld als een kind elders staat ingeschreven maar feitelijk in de gemeente verblijft. In geval van co-ouderschap gaan we uit van adres van de ouder waar het kind staat geregistreerd. We sluiten daarmee aan bij de regelgeving van de Belastingdienst; het is deze ouder die de kinderbijslag voor het kind ontvangt. Het tweede lid regelt dat het recht op de Gelrepas zich via de ouders uitstrekt over de kinderen. Er zijn situaties waarin voor kinderen een afzonderlijk recht op de Gelrepas bestaat. Het gaat dan om kinderen in een opvangsituatie (een instelling) die in financiële zin niet terug kunnen vallen op hun ouders. En die ook niet terug kunnen vallen op het inkomen van de voogd of gezaghouder. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kinderen in jeugdzorg met verblijf. Of om kinderen met een handicap die op een woon/zorg locatie verblijven. Het gaat in de eerste plaats om instellingen binnen de gemeente. In lid drie en vier worden er afwijkende inkomensnormen gehanteerd voor volwassenen en kinderen. We vinden dat kinderen te allen tijde moeten kunnen participeren. Daarom geldt voor hen (via hun ouders) een hogere inkomensgrens.

In lid vijf staat dat zelfstandigen of parttime ondernemers ook recht kunnen hebben op de Gelrepas hebben als zij voldoen aan de criteria met betrekking tot inkomen en vermogen. Bij de bepaling van het vermogen sluiten we aan bij de regels in het Bbz. Ook voor de berekening van het inkomen sluiten we aan bij de Bbz. Het zesde lid regelt dat Inwoners (en hun kinderen) die deelnemen aan een wettelijk of minnelijk schuldentraject hebben ongeacht hun inkomen recht op de Gelrepas. We sluiten hiermee aan bij het beleid van de gezamenlijke Gelrepas gemeenten. Dit recht geldt gedurende de looptijd van het traject. Inwoners die deelnemen aan een minnelijk traject krijgen de pas automatisch (ambtshalve). Dit wordt in de nadere regels uitgewerkt. In lid zeven wordt beschreven wie nadrukkelijk niet tot de doelgroep van de Gelrepas behoren. a. Studenten behoren niet tot de doelgroep van de Gelrepas. Zij kunnen via hun studentenkaart korting krijgen op sociale, sport, culturele en educatieve activiteiten. b. Een inwoner met een te hoog vermogen heeft geen recht op de Gelrepas. We sluiten aan bij het vrij te laten vermogen binnen de wet. Het vermogen in de eigen woning is daarvan uitgezonderd. Voor zelfstandig ondernemers sluiten we aan bij de regels uit het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen. c.

Voor statushouders (en hun kinderen) die in de gemeente opgevangen worden, geldt dat zij alleen tot de doelgroep kunnen behoren als zij aan de gemeente ‘gekoppeld’ zijn, en daarmee daadwerkelijk (zelfstandig) in de gemeente gehuisvest gaan worden. Voor deze inwoners is het belangrijk dat zij ook op sportief en cultureel vlak deel kunnen nemen aan onze samenleving. d. Inwoners die alleen een briefadres in de gemeente hebben, zijn niet feitelijk woonachtig in de gemeente. Zij hebben daarom geen recht op de pas.

25

Artikel 5.8 Hoogte tegoed Het tegoed op de pas is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Het tegoed is een bijdrage aan de kosten voor sport, cultuur, recreatie en educatie. Het tegoed zal niet in alle gevallen volledig dekkend zijn voor de kosten die de inwoner maakt. In dat geval wordt de inwoner geacht het resterend bedrag uit eigen middelen te betalen. De hoogte van het tegoed is afgestemd op de leeftijd van de pashouder. De gemeente vindt het belangrijk dat kinderen maximaal kunnen participeren (contributie van een club of vereniging, zwemles, uitjes en recreatie etc). Het tegoed voor kinderen is daarom hoger dan het tegoed van volwassenen. Het tegoed voor senioren is lager dan dat van volwassenen; senioren kunnen vaak van een leeftijdskorting gebruik maken. Artikel 5.9 Uitvoering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen en inwerkingtreding Artikel 6.1 Inwerkingtreding en intrekking oude verordeningen Dit artikel regelt de formele inwerkingtreding van de nieuwe verzamelverordening en de gelijktijdige intrekking van de bestaande verordeningen op het terrein van werk en inkomen. De inwerkingtreding is vastgesteld op 1 januari 2026. Tegelijkertijd worden zeven bestaande verordeningen ingetrokken. De opgesomde verordeningen zijn inhoudelijk verwerkt in de nieuwe verzamelverordening. Artikel 6.2 Overgangsrecht Dit artikel regelt de overgang van het oude naar het nieuwe recht. Hiermee wordt rechtszekerheid geboden aan inwoners. In het eerste lid wordt bepaald dat lopende voorzieningen en/of uitkeringen die zijn verstrekt op grond van de ingetrokken verordeningen doorlopen. In het tweede lid wordt geregeld dat aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2026 nog worden beoordeeld aan de hand van de oude regels. Dot voorkomt dat aanvragers worden geconfronteerd met veranderende regels tijdens de behandeling van hun aanvraag. In lid drie wordt bepaald dat indien de nieuwe verordening gunstiger is voor de inwoner, het college dan het nieuwe recht toepast, ook als het oude recht formeel nog van toepassing is. Dit is een uiting van de menselijke maat en maatwerk binnen de uitvoering.

In lid vier is opgenomen dat bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen onder de oude verordeningen volgens het oude recht beoordeeld worden.

Artikel 6.3 Citeertitel Dit artikel vereist geen toelichting. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=bd969e0e-6698-4f01-8b4d-4d2f5089d5a6