2 Bijlage Eindrapport Rheden onderzoek toegang Wmo en Jeugdhulp.pdf
Tekst van het document
2021** 29 0 1 0
*Inclusief gehandicaptenparkeerkaart **tot en met mei 2021
4.2.3.
Bijdrage van de doelen en ambities Jeugdhulp
Onderbouwing Rhedense doelen jeugdhulp In het beleidskader Jeugdhulp 2015-2016 is een achttal doelstellingen geformuleerd. 1. Jeugdigen groeien veilig op, ontwikkelen hun talenten en participeren naar vermogen in de samenleving, binnen het eigen gezin en/of het eigen netwerk. Met als streefwaarden: De veiligheid van het kind wordt gemeten aan het begin (Plan) en eind van een traject. Streefwaarde is dat door de interventie de veiligheid op het gewenste (voor kind of rechter) ambitieniveau is gekomen. 2. De gemeente stimuleert en ondersteunt preventieve initiatieven op diverse niveaus van uitvoering. Een herkenbaar onderdeel van het gezinsplan dient te zijn aangegeven in hoeverre inzet van preventie is geweest van jeugd en ouders zelf als van de vrijwillige en professionele jeugdhulp. Met als streefwaarden: Aantal ondersteunde preventieve initiatieven maakt een substantieel deel uit van het budget. En in tenminste 80% van alle gezinsplannen is duidelijk dat preventieve activiteiten en voorzieningen zijn ingezet. Deze doelstelling raakt aan de toegang. 3. Op de vindplaats wordt het eerste signaal dichtbij en vertrouwd opgevangen en wordt juist preventief gewerkt. De professional heeft voldoende ruimte en mandaat om snel de nodige ondersteuning te kunnen inzetten. Met als streefwaarden: Het aantal kinderen dat in de eigen omgeving opgroeit, is na
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
49
2 jaar (per 01-01-2017) minstens 10% hoger. En in de fase ‘Plan’ en na het uitvoeren van het Plan vragen we kinderen (of hun vertegenwoordiger) in hoeverre ze (met de geboden ondersteuning of (vrijwillige) hulp) kunnen functioneren in hun eigen leefomgeving. Het streven is weer volledig functioneren (100%). Dit doen wij door monitoringsinstrumenten die aansluiten bij de beleving van jeugd en ouders. Deze doelstelling raakt aan de toegang. 4. In de relatie jeugd en ouders en professional is de vraag van ouders en jeugd leidend en is uitgangspunt voor de (uitvoering van) het gezinsplan. Met als streefwaarde: Na afronding van het Plan kunnen alle gezinnen weer volledig functioneren (100%). Deze doelstelling raakt aan de toegang. 5. Ouders en jeugd hebben de regie ook wanneer ondersteuning en hulp gewenst is. Zij zijn eigenaar van de vraag en het dossier. Met als streefwaarde: In alle gezinsplannen is een herkenbaar onderdeel wat jeugd en ouders zelf bijdragen aan het oplossen van hun eigen vragen en problemen. Deze doelstelling raakt aan de toegang. 6. Het gebruik van specialistische jeugdhulp wordt in uiterste gevallen waar nodig tijdig en kwalitatief ingezet. Het onderzoeken en inzetten van maatregelen in het gedwongen kader gebeurt op basis van de inschatting van veiligheidsrisico’s.
Met als streefwaarde: In 2017 is er sprake van een budgetverschuiving van minimaal 10% over het totale budget 2015 van de Jeugdhulp voor omvorming specialistische jeugdzorg/maatwerkvoorzieningen naar basishulp/algemene voorzieningen. Deze doelstelling raakt aan de toegang. 7. Door een gebiedsgerichte aanpak via de Sociaal Expert Netwerken, waar de betrokken disciplines nauw verbonden zijn, kan snel de juiste hulp worden ingezet. De in te zetten hulp is verbonden met ondersteuning in of rondom het gezin uit het gehele sociale domein. Met als streefwaarde: In het gezinsplan komen alle aspecten van het sociale domein, afgestemd op de vraag van ouders en jeugd in dien nodig, aan de orde. Het gezinsplan is leidend. Deze doelstelling raakt aan de toegang. 8. Wij realiseren slimme verbindingen en creatieve nieuwe oplossingen en ondersteunen samen met jeugd en ouders en alle betrokkenen. Met als streefwaarde: Een innovatieprogramma realiseren voor de inzet van een regionaal innovatiebudget. Deze doelen worden niet allemaal gemonitord. Een beperkt aantal wel en komen relevant terug via de programmabegrotingen zoals hierna beschreven. In de programmabegroting van 2016-20196 zijn de volgende voor de toegang relevante indicatoren en streefwaarden opgenomen. ▪ In 2017 is 0,5% minder budget geïnvesteerd in specialistische jeugdhulp op een budget van ongeveer € 10 miljoen in 2015.
▪ Er is in 2016 een gezamenlijke werkwijze voor ondersteuningsarrangementen van gemeente, onderwijs en hulpverlening overeengekomen. ▪ Na 2 jaar is er een afname van instroom in zwaardere jeugdzorg (bescherming en reclassering) van minimaal 10% t.o.v. 1-1-2015. In de programmabegroting van 2019 is de opgave van de gemeente verschoven. Volgens de gemeente is de opgave voor de komende jaren het vormgeven aan een gemeenschap waarin voor jeugd en gezin voorwaarden aanwezig zijn zich te ontwikkelen én zij hierbij, wanneer nodig, worden ondersteund. De gemeente stapt af van streefwaarden. De gemeente Rheden geeft aan: ▪ Wij bevorderen de fysieke, mentale en sociale gezondheid van onze jeugd ▪ Wij versterken de signalerings- en verwijsfunctie ▪ Wij zetten ons specifiek in op risicogroepen om uitval te voorkomen ▪ Wij zetten ons in om het landelijk ‘Actieplan Pleegzorg’ en “Zorg voor de jeugd” zo goed mogelijk te vertalen naar de Rhedense situatie. ▪ Wij benutten het netwerk rondom het kind of jongere maximaal
6
Programmabegroting 2016-2019
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
50
Voor jeugdhulp zijn aanvullend op de reeds benoemde streefwaarden in paragraaf 4.2.2 op pagina 35 twee streefwaarden voor de toegang geformuleerd: ▪ Bij 95% van de jeugdbeschermingszaken is voorafgaand en bij afsluiting daarvan de jeugdige en familie betrokken bij de beschermingstafel. ▪ Eind 2019 is er sprake van een belangrijk verschil tussen het aantal verwijzingen vanuit Huisartsenpraktijken met jeugd-GGZ en vanuit Huisartsenpraktijken zonder jeugd-GGZ ondersteuning. In de programmabegroting van 2020 zijn geen streefwaarden meer genoemd en worden de volgende voor de toegang relevante aanvullende doelen benoemd: ▪ Wij zetten ons in op tevredenheid bij de inwoners over de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning ▪ Wij zorgen voor een financieel houdbaar systeem. In de interviews met gemeentelijke respondenten wordt aangegeven dat de eerste beleidskaders streefwaarden bevatten (bijvoorbeeld dat in 80% van de gezinsplannen voor jeugdigen preventieve voorzieningen zijn ingezet) maar dat deze streefwaarden inmiddels zijn losgelaten. De ondersteuningsvraag staat nu sterker centraal, waarbij meer verantwoordelijkheid wordt neergelegd bij de aanbieders en minder bij de consulenten. Er wordt gepoogd in de jeugdhulp sterker te sturen op de uitstroom naar lichtere hulp (meer hulp vanuit het voorliggende veld en van verblijf naar wonen op kamers).
Hier zijn geen streefwaarden en metingen van bekend. Gerealiseerde bijdrage van de toegang aan doelen en ambities Om goed inzicht te krijgen in de bijdragen van de doelen en ambities is het belangrijk dat de gemeente hierover gegevens verzamelt. In het transformatieprogramma staat dat er nauwelijks zicht is op effectiviteit of het rendement van de zorgverlening7. In de gesprekken met professionals en inwoners wordt dit ook bevestigd. Uit documenten en gesprekken levert onderstaand beeld op. Gemiddelde prijs per cliënt. De kosten per cliënt zijn niet altijd bijgehouden zoals te zien is in tabel 6. Wel zijn de kosten van de Jeugdzorg volgens de jaarrekeningen tussen 2015 en 2020 van 8 miljoen naar 14 miljoen gestegen in 2019 naar 15,3 miljoen in 20208. Dit is het totaal van de maatwerkdienstverlening 18en geëscaleerde zorg 18-. De cijfers van 2021 zijn nog niet bekend, maar gesproken respondenten geven aan dat zij niet verwachten dat er een grote kentering heeft plaatsgevonden. Tabel 6 | Totale kosten en kosten per traject per jaar jeugdhulp. 2015 2019 Aantal jeugdhulp trajecten 1630 3826 Kosten voor jeugdhulp (totaal) € 8 miljoen € 14 miljoen Kosten per jeugdhulp traject* €4.908 € 3.659
2020 4995 € 15,3 miljoen € 3.063
*)Dit zijn de gemiddelde kosten per traject.
Toe-of afname gebruik van de 2de lijn. Het is nog te vroeg om te zien dat er sprake is van een kentering in 2021. In de eerste beleidskaders (o.a. jeugd) is gewerkt met streefwaarden. Bijvoorbeeld dat in 80% van de gezinsplannen voor jeugdigen preventieve voorzieningen zijn ingezet. Respondenten geven aan dat zij niet heel actief streefwaarden hanteren of zelfs kennen. Medewerkers van de toegang geven aan altijd te kijken naar voorliggende voorzieningen, het zit in de handelswijze van alle consulenten. Met name de respondenten actief in de sociale basis geven aan dat de druk op basisvoorzieningen in de wijk, zoals het jongerenwerk groot is, dat er relatief snel wordt afgeschaald. Zij geven ook aan dat het voor hen ook
7 8
Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen “Begrenzen van de Zorg” Programmabegroting 2021-2024 pg 5
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
51
lastiger is geworden om de jongeren die zwaardere hulp nodig hebben door te verwijzen. Andere professionals herkennen dit beeld. Zij zien dat een toenemende druk op verlaging van kosten leidt tot snellere afschaling, eerder dan op basis van inhoudelijke argumenten. Het aantal oplossingen in het eigen netwerk. Het is nog te vroeg om te zien of sprake is van een stijging van het aantal oplossingen in het eigen netwerk. Respondenten hebben daar onvoldoende beeld van en cijfers waaruit dit blijkt zijn niet voorhanden. Effecten nieuwe inkoop. De keuzevrijheid is beperkter geworden nadat van veel aanbieders afscheid is genomen. Voor de uitvoerders van hulp en ondersteuning, ook voor de verwijzers is het zoeken op welke manier je nog steeds aansluit bij de vraag. Ook geldt dat bij een aantal aanbieders sprake is van wachtlijsten. Er worden nu omwegen gezocht om de aanbieders heen die gecontracteerd zijn en vol zitten volgens de volumes die zijn ingekocht. Gesproken professionals van de gecontracteerde aanbieders geven aan dat het soms lukt om met juiste argumenten uitzonderingen bij de gemeente te bewerkstelligen om toch de zorg aan te bieden die nodig is. Zij zouden graag zien dat er de regels en kaders voldoende ruimte beiden voor maatwerk en dat uitzonderingen niet nodig zouden zijn. Allerlei uitzonderingen kunnen willekeur in de hand werken. Doorlooptijden en samenwerking.
De doorlooptijden en de samenwerking tussen de gemeente en nietgemeentelijke verwijzers worden als belangrijk aandachtspunt genoemd. De gemeente en de nietgemeentelijke verwijzers zijn soms nog zoekende in de juiste route en snelle afstemming en inzet van zorg.
4.3
Informatiepositie en betrokkenheid raad bij de toegang Wmo en Jeugdhulp
Beantwoording onderzoeksvraag op hoofdlijnen: Raadsleden krijgen vooral financiële informatie, maar ervaren dat onvoldoende kwalitatieve en kwantitatieve informatie over het doelbereik. Zij hebben onvoldoende zicht op de het effect van de inrichting en uitvoering. Raadsleden ervaren hierdoor weinig grip op de toegang en vinden dat zij hierdoor onvoldoende hun controlerende taak kunnen uitvoeren. Onderbouwing Tijdens de raadssessie in het kader van dit onderzoek is aangegeven dat er financiële kaders zijn en dat zij informatie krijgen over de financiën binnen het sociaal domein. Zij geven tegelijkertijd aan dat het hen ontbreekt aan informatie over de consequenties: ‘We krijgen wel de financiële antwoorden maar nog te weinig zicht op de effecten van het beleid op de inwoners.’ Aanwezige raadsleden geven aan dat de raad geen informatie krijgt over hoeveel inwoners aanvragen doen, hoeveel aanvragen worden toegekend, hoeveel worden afgewezen en hoe lang bewoners moeten wachten op een beschikking/hulp. Onderzoekers hebben alleen inzicht gekregen in de toegekende trajecten. De cijfers van afgewezen trajecten en overschrijdingen van reeds afgesloten trajecten kunnen niet inzichtelijk worden gemaakt door de gemeente.
Raadsleden geven aan dat zij naast financiële informatie onvoldoende kwalitatieve en kwantitatieve informatie krijgen over de toegang en hierdoor onvoldoende grip ervaren. Zij hebben onvoldoende inzicht of de uitvoering en inrichting van de toegang tot de Wmo en jeugdhulp voldoet aan de wettelijke eisen. Zij krijgen hier geen informatie over, net als over hoe lang bewoners moeten wachten op de juiste hulp. Het is voor de raad heel lastig te controleren op welke wijze de toegang tot de Wmo en jeugdhulp bijdraagt aan de gewenste maatschappelijke effecten en doelen omdat er geen indicatoren zijn gesteld over de toegang tot de Wmo en Jeugdhulp. Meerdere raadsleden benoemen dat ze wel willen weten hoeveel mensen een aanvraag doen en de hulp niet krijgen. Bovendien zouden ze meer inzicht willen in
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
52
de wachttijden. Ook wordt aangegeven dat Incluzio een vast bedrag krijgt waarmee zij bewoners kunnen ondersteunen. Incluzio krijgt een vast totaal bedrag voor hun gehele dienstverlening (lumpsum). Professionals geven aan dat zodra Incluzio boven dit bedrag uitkomt, moet Incluzio de hulp uit eigen zak betalen. Er is geen zicht op hoeveel bewoners om deze reden worden afgewezen. Zonder deze informatie is het lastig om als raad te sturen. Veel raadsleden zijn het eens dat er op het vlak van communicatie nog veel moet gebeuren. Een en ander is momenteel nog niet op orde. Zowel op het vlak van de communicatie van de gemeente richting de bewoner, maar ook de communicatie van de gemeente richting professionals. Zij geven aan dat zij signalen ontvangen vanuit bewoners en professionals. Zij zouden graag meer informatie mogen geven over hoe het verloopt met de communicatie en of gebruikers van de Wmo en Jeugdhulp hier tevreden over zijn. Raadsleden geven aan: ‘Als de signalen van een slechte communicatie vanuit het college niet bij de raad terecht komen kunnen wij hier als raad slecht op sturen.’ Meerdere raadsleden vinden het opstellen van streefwaarden een goed idee om meer grip te krijgen op het hele proces van de toegang. Streefwaarden dragen wat hen betreft bij aan het stellen van doelen en er ontstaat op deze manier meer zicht op welke kant je als raad uit wilt.
Aanwezige raadsleden geven aan dat zij informatie van het college zouden willen krijgen over de totale hoeveelheid aanvragen, het aantal toekenningen, het aantal afwijzingen en de gemiddelde wachttijd. Een van de raadsleden zou graag zien dat het college ook alternatieven aanbiedt. Het raadslid geeft hierover aan: ‘Laat zien wat de mogelijkheden zijn, hierdoor krijgt de raad meer inzicht in de keuzes die er zijn. Ook zou er een vergelijking kunnen worden gemaakt met een andere gemeente zodat we meer zicht hebben op hoe andere gemeenten omgaan met de tekorten binnen het sociaal domein.’ Raadsleden geven ook aan dat het een lastig punt blijft hoever je als raad moet gaan in het vragen van informatie, gezien het niet de rol van de raad is om betrokken te zijn bij de uitvoering. Enkele raadsleden geven aan dat zij signalen krijgen vanuit de bewoners die zij in verantwoordingsinformatie niet ontvangen. Zij geven een aantal voorbeelden ter illustratie, onder andere dat het soms heel lang duurt (3 maanden) voordat een inwoner thuishulp kan krijgen, ook in situaties dat deze hulp urgent is. Een ander genoemd voorbeeld is dat bewoners soms te horen hebben gekregen dat ze beter zelf op zoek kunnen gaan naar een hulp voor die 3 maanden. Niet iedereen heeft een ondersteunend netwerk en/of het geld om thuisondersteuning te betalen.
Er is echter geen zicht op hoeveel bewoners hiermee te maken hebben (gehad) omdat deze signalen wel bij individuele raadsleden terecht komen, maar niet in de informatie die zij krijgen staat.
4.4
Toetsing aan het normenkader
Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
53
▪
▪
Norm De toegang draagt aantoonbaar bij aan de gemeentelijke doelen en ambities.
Toetsing Voldoet beperkt: De inrichting van de toegang levert een bijdrage aan de gemeentelijke doelen en ambities. De uitvoering draagt onvoldoende bij aan de gemeentelijke doelen en ambities. Het gebrek aan streefwaarden en monitoringsgegevens maakt daarnaast dat we niet kunnen toetsen hoe effectief en efficiënt het beleid wordt uitgevoerd. De raad kan naar eigen opvatting op basis van de Voldoet niet: Raadsleden geven aan dat zij beschikbaar gestelde verantwoordingsinformatie onvoldoende verantwoordingsinformatie voldoende inzicht krijgen in de effecten van de krijgen om voldoende inzicht te krijgen in de toegang op de gemeentelijke doelen en ambities. effecten van de toegang op de gemeentelijke doelen en ambities.
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
54
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
5
BEVINDINGEN BEDRIJFSVOERING EN TAAKINVULLING TOEGANG
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
56
5. Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: Is de wijze waarop Rheden de toegang tot de Wmo en Jeugdhulp heeft geregeld effectief en efficiënt georganiseerd? (perspectief 4) 10. Hoe is de toegang (gemeentelijk en niet-gemeentelijk) in samenhang met inkoop en bekostiging ingericht op de aspecten: bereikbaarheid via welke dienstverleningskanalen, inzet (formatie en kosten), sturing op- en afschaling van hulp, sturing op kostenbeheersing van Wmo- en jeugdhulpvoorzieningen, samenwerking met netwerkpartners en niet-gemeentelijke verwijzers, leren en verbeteren? (perspectief 4) 11. Hoe beoordelen partners de gemeentelijke toegang? (perspectief 4) 12. Welke mogelijkheden zijn er om de effectiviteit en efficiëntie van de toegang te vergroten alsmede de waardering hiervan door hulpvragers? 9.
Elke paragraaf begint met een beantwoording van de onderzoeksvraag op hoofdlijnen gevolgd door een onderbouwing. Het hoofdstuk eindigt met een toetsing aan het normenkader.
5.2
Effectieve en efficiënte inrichting toegang Wmo en de jeugdhulp
Beantwoording onderzoeksvraag op hoofdlijnen: Effectief: Er zijn weinig kwantitatieve gegevens over de effectiviteit van de toegang. Anders dan afhandeltijden en tevredenheid zijn geen andere streefwaarden of doelen geformuleerd voor de toegang benoemd. Vanwege zorgen om de uitvoering heeft de gemeente met de transformatie per 2021 een nieuwe dienstverlening ingezet. Deze zorgen zijn bijvoorbeeld dat er niet voldoende prikkels tot afschaling zijn de transformatie van zwaardere zorg naar lichtere en naar algemene voorzieningen niet op gang komt. Respondenten geven aan dat dit een goede start is maar dat er nog wel stappen moeten worden gemaakt hierin. Er is geen nulmeting aangetroffen. Bovendien zijn tot 2021 de overschrijdingen van de afhandeltermijnen niet afgenomen. In 2021 nemen de overschrijdingen van afhandeltermijnen af. Efficiënt: Tot eind 2020 was beperkt sprake van een efficiënte inrichting van de toegang tot de Wmo en de jeugdhulp. Tot 2021 is sprake van een gelijk blijvende formatie bij de gemeentelijke toegang. Sinds 2021 is de inrichting van de toegang fors aangepast, door naast de gemeente ook via Incluzio een groot deel van de eerste contacten te laten oppakken. Daarmee is formatie toegevoegd bij nagenoeg gelijkblijvend aantal aanvragen.
Ook is gebleken uit de interviews met gebruikers en de gemeente dat het grote aantal personeelswisselingen (bij zowel de gemeente als zorgaanbieder) het gehele toegangsproces vertraagd. Daarnaast is er een hoog ziekteverzuim en zijn er signalen dat mensen opstappen vanwege werkdruk. Wanneer je als gebruiker steeds opnieuw je verhaal moet doen en een warme overdracht ontbreekt kan het gevolg zijn dat een traject minder efficiënt verloopt.
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
57
Onderbouwing Effectiviteit van de toegang. Onder effectiviteit van de inrichting verstaan we of het beoogde effect en de gemeentelijk doelen van de toegang ook behaald worden. De gemeente beschikt over weinig gegevens om de effectiviteit van de toegang te bepalen. Er zijn wel doelen (zie ook hoofdstuk 4) geformuleerd waar de toegang aan moet bijdragen (bijvoorbeeld de reductie van het gebruik van maatwerkvoorzieningen), maar gegevens daarover zijn beperkt kwantitatief voorhanden. Wat betreft effectiviteit blijkt uit de documentenstudie en de interviews: ▪ Het systeem van toegang bevat onvoldoende prikkels tot “afschaling”. ▪ De met de transformatie beoogde uitgaven verlagende substituties van betaalde zorg naar informele hulp, van individueel maatwerk naar algemene voorziening, van specialistisch naar standaard, van individueel naar groepsbehandeling, van intramuraal naar ambulant zijn nog onvoldoende tot stand gekomen. ▪ Ook de integrale benadering van inwoners met een hulpvraag verdient verbetering. Daarnaast concludeert de gemeente dat de interne organisatie kwetsbaar en onvoldoende zakelijk en gestroomlijnd is. ▪ Er is nauwelijks zicht op de effectiviteit of het rendement van de zorgverlening. ▪ De gemeente moet haar rol als opdrachtgever en betaler strakker invullen. Efficiëntie van de toegang.
Onder efficiënte inrichting wordt verstaan of de toegang tot de Wmo doelmatig is. Dat wil zeggen of de geleverde output in goede verhouding staat met de input. Hier gaat het enerzijds om de inzet van de middelen in termen van personeel en kosten in relatie tot directe output in termen van behandelde cliënten en doorlooptijden. Uit de diverse documenten en interviews komt het volgende beeld naar voren over de efficiëntie van de toegang: ▪ Efficiëntie van de dienstverlening staat onder druk door hoge werkdruk, hoog ziekteverzuim en veel inhuur. De gemeentelijke toegangsorganisatie kent een hoog aandeel van flexibele arbeidscontracten. Bovendien zijn er veel signalen over een te hoge werkdruk, een hoog ziekteverzuim en een hoog verloop. Dit komt uit rapporten en interviews naar voren. Dit heeft volgens geïnterviewden ongewenste consequenties voor de kwaliteit en efficiëntie van de dienstverlening. Een door de gemeente zelf uitgevoerd onderzoek (Bron: Transformatieplan 2.0) geeft aan dat, gegeven de bestaande manier van werken, (a) er vanuit de vraagontwikkeling geen aanleiding meer is voor het hoge aantal flexibele contracten; (b) de case-load per fte vergelijkbaar is met andere (vergelijkbare) gemeenten. ▪ Doorlooptijden tot eind 2020 niet gehaald, verbetering van de situatie in 2021.
Verder komt uit de interviews naar voren dat doorlooptijden over het algemeen tot eind 2020 niet werden gehaald. Geïnterviewden geven aan dat hierin nu wel stappen worden gezet sinds begin 2021. Waar volgens geïnterviewden voor de jeugdhulp tot eind 2020 grosso modo 90% van de termijnen niet werden gehaald nemen de werkvoorraden in 2021 langzaam af. In juni 2021 leek bij zeven van de tien casussen de termijn niet overschreden werd. En in oktober wordt aangegeven dat bijna alle casussen binnen de daarvoor geldende termijnen worden behandeld. Ook voor Wmo zijn er veel stappen gemaakt, en geldt dat het aantal overschrijdingen hard terugloopt. Geïnterviewden geven echter wel aan dat een groot deel van de druk ook deels is verlegd naar Incluzio waar nu een groot deel van de casussen eerst behandeld worden. In veel gemeenten is in coronatijd het aantal aanmeldingen teruggelopen. Hoewel het aantal unieke cliënten dat ondersteuning ontvangt in de jeugdzorg is afgenomen is het aantal trajecten fors toegenomen. Het aantal unieke cliënten is van1519 in 2019 naar 1459 in 2020 afgenomen en het aantal trajecten is in 2019 van 3826 in 2020 naar 4995 toegenomen.
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
58
5.3
Samenhang toegang Wmo en jeugdhulp met inkoop en bekostiging
Beantwoording onderzoeksvraag op hoofdlijnen: Uit de documentenstudie en de interviews komt naar voren dat de toegang tot de Wmo en de jeugdhulp niet altijd in samenhang was met de inkoop en de bekostiging. Daarom zijn de veranderingen ingezet per 1 januari 2021 om deze samenhang meer te bewerkstelligen. De eerste indicaties laten zien dat er verbeteringen zijn maar dat er nog een hele weg is te gaan om dit goed te laten landen. Er is volgens geïnterviewden bijvoorbeeld niet voldoende gecommuniceerd wat de meerwaarde zou kunnen zijn van de verandering voor de bewoners en er is onvoldoende vanuit de inhoud geredeneerd. Onderbouwing Samenhang inkoop, bekostiging en toegang Uit de interviews blijkt dat tot en met eind 2020 dat er onvoldoende effectief werd gestuurd op de samenhang tussen de toegang en de inkoop en de bekostiging. Dit heeft volgens de gemeentelijke stukken en de opbrengsten uit de interviews ook te maken met inrichtingskeuzes. De urgentie om op deze samenhang te sturen nam toe doordat sprake was van forse stijgingen in de uitgaven van de jeugdhulp en een geleidelijke groei in de uitgaven aan de Wmo. Zo kan worden geconstateerd dat het aantal unieke cliënten met jeugdzorg in de gemeente Rheden een stijgende lijn vertoont (zie paragraaf 2.1) en dat het aantal behandeltrajecten nog harder stijgt.
De duur van behandeltrajecten neemt daarnaast licht toe en er is een groei van de specialistische ambulante hulp. Ook is er een groei van het aantal jeugdigen in een specialistisch verblijf. Het resultaat hiervan is dat de uitgaven voor de jeugdzorg sterk zijn toegenomen. Er was tot eind 2020 een geleidelijke groei in de gerealiseerde kosten van de Wmo en een forse groei van de gerealiseerde kosten van de jeugdhulp. De gemeente Rheden heeft daarom met het transformatieplan een aantal inrichtingsveranderingen doorgevoerd zowel wat betreft de inkoop als de toegang. Het betreft de volgende majeure inrichtingsveranderingen: ▪ Eén centrale toegang voor nieuwe vragen bij de welzijnsorganisatie én ▪ Een drastische vermindering van het aantal aanbieders van hulp en ondersteuning voor de jeugdhulp Geïnterviewden geven aan dat met de nieuwe opzet sinds begin 2021 en de rol van Incluzio in het proces er meer samenhang is gekomen tussen de toegang en de inkoop en de bekostiging, maar dat er nog wel een hele weg is te gaan voordat dit allemaal is doorgevoerd en goed werkt. Er is volgens geïnterviewden bijvoorbeeld niet voldoende gecommuniceerd wat de meerwaarde zou kunnen zijn van de verandering voor de bewoners en er is onvoldoende vanuit de inhoud geredeneerd. De inhoud hier betreft de doelen en maatschappelijke effecten die de gemeente Rheden wil bereiken in de Wmo en de jeugdhulp.
Er is volgens geïnterviewden in de communicatie te veel nadruk gelegd op de bezuinigingsopdracht. Dienstverleningskanalen gemeentelijke en niet-gemeentelijke toegang In de dienstverleningskanalen van de gemeentelijke en de niet gemeentelijke toegang onderscheiden we het Sociaal Meldpunt. Verder is er via Incluzio een kanaal ingericht voor nieuwe aanvragen per 1 januari 2021. Bij het Sociaal Meldpunt kunnen inwoners terecht met vragen over hulp bij het huishouden, woningaanpassing, vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen. Vragen van inwoners op het gebied van zorg, ondersteuning, welzijn, jeugd en vrijwilligerswerk kunnen gesteld worden aan Incluzio Rheden. De onafhankelijke cliëntondersteuning is een gemeentelijke voorziening die bestemd is voor iedereen die vragen heeft over levensdomeinen als zelfstandig leven, zorg en ondersteuning, participatie, wonen, onderwijs en werk en inkomen. De onafhankelijke cliëntondersteuning wordt door MEE de Gelderse Poort
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
59
verzorgd op het gebied van de diverse wet- en regelgevingen, zoals de Zorgverzekeringswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Wet langdurige zorg (Wlz). Ook is de gemeente sinds juni 2021 gestart met de het plaatsen van praktijkondersteuners bij huisartsen. Geïnterviewden vinden dit een goede zaak en geven aan dat dit goede resultaten kan opleveren. Formatie en kosten gemeentelijke toegang De formatie van de toegang tot de Wmo en de jeugdhulp was in juni 2020 35,8 fte met een actuele bezetting van 47,3 fte. Hiervan was 23,2 fte bezet door externe medewerkers. Niet duidelijk af te leiden is hoeveel exacte kosten aan de gemeentelijke toegang toebedeeld kunnen worden. In interviews wordt aangegeven dat in 2021 ongeveer met dezelfde formatie is gewerkt in de toegang. Daarnaast is er sinds 1 januari 2021 een deel van de werkzaamheden van de toegang belegd bij Incluzio. Het beschikbare jaarbedrag (lumpsum) voor de uitvoering van de opdracht sociale basis is € 3.132.670,Dit zijn niet alleen de kosten van toegang, maar ook kosten van de voorliggende voorzieningen. Verder is er een aantal kosten van toegang die nog niet inzichtelijk te maken zijn. Zo is per juni 2021 een ondersteuning gestart aan huisartsen in de vorm van de praktijkondersteuners huisartsen.
Ook is geen inzicht in de kosten en formatie die worden gemaakt door de andere verwijzers (huisartsen, gecertificeerde instellingen, rechter, jeugdarts GGD). Sturing op kostenbeheersing en afschaling In het transformatieplan 2.0 wordt aangegeven dat de uitgaven voor de jeugdzorg sterk zijn toegenomen tot en met 2020. Er was daarnaast tot eind 2020 een geleidelijke groei in de gerealiseerde kosten van de Wmo. De gemeente werkt hierin met financiële kaders die inhouden dat de uitvoering van nieuwe taken binnen het sociaal domein plaats vindt binnen het budget dat het Rijk hiervoor overhevelt naar de gemeente en dat eventuele tekorten in eerste instantie binnen het Sociaal Domein worden opgevangen. Kostenbeheersing vindt daarmee plaats voor het sociale domein als geheel. Als onderdeel van het transformatieplan erkent men dat er meer in samenwerking met partners toegewerkt moet worden naar een betere op- en afschaling van ondersteuning en zorg en wordt er extra ingezet op het versterken van de voorliggende voorzieningen. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor het Sociaal Meldpunt en Incluzio als uitvoerder van de sociale basis. Samenwerking met andere netwerkpartners Samenwerking met andere netwerkpartners was tot eind 2020 een taak van de gemeentelijke toegang. Hierin zijn stappen gezet door het organiseren van verschillende netwerkbijeenkomsten.
Sinds de start van Incluzio als onderdeel van de toegang is de samenwerking met netwerkpartners ook deels bij Incluzio belegd. Inrichting leer- en verbetercyclus In documenten vinden we weinig terug over de inrichting van een leer- en verbetercyclus. Wel blijkt uit interviews dat er netwerkbijeenkomsten zijn georganiseerd met als doel ook het leren van elkaar. Er is geen structurele leer- en verbetercyclus intern en extern aangetroffen.
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
60
5.4
Percepties partners over de toegang Wmo en jeugdhulp
Beantwoording onderzoeksvraag op hoofdlijnen: Partners geven aan dat de veranderingen sinds januari 2021 een goede start zijn maar dat op het gebied van samenwerking, communicatie, inrichting, op- en afschaling nog verschillende stappen moeten worden gezet om de bedoeling van de verandering te laten landen. Onderbouwing Samenhang inkoop, bekostiging en toegang De investering sinds begin 2021 in de lokale samenwerking en netwerkvorming is voor alle acht contracten voor zorgaanbieders in de jeugdhulp hetzelfde, maar zij zitten er met verschillende budgetten in. Dat is wel een spanningsveld. Elke contract heeft afzonderlijk een lumpsum gekregen, waardoor zij vooral binnen het eigen budget sturen op kostenbeheersing. Aanbieders geven aan dat sturing op een gezamenlijke financiële opgave wel gewenst is. Hierin ligt een belangrijke rol voor de gemeente en in het verlengde daarvan de toegang. Verder wordt door respondenten het risico genoemd dat lumpsumfinanciering leidt tot uitstel van hulp naar het volgende kalenderjaar bij overschrijding van het budget in een lopend kalenderjaar. Ook voor Incluzio geldt een lumpsum bekostiging voor de uitvoering van de sociale basis. Samenhang gemeentelijke en niet-gemeentelijke toegang Geïnterviewden geven aan dat er nog weinig samenhang is tussen de gemeentelijke en de nietgemeentelijke toegang in de jeugdhulp.
Er is bijvoorbeeld geen sprake van een regisseur externe verwijzers bij de toegang van de gemeente. Wel is er sinds kort (juni 2021) de praktijkondersteuner huisartsen gestart bij een aantal huisartsenpraktijken. Wel wordt gestuurd op de samenhang tussen het Sociaal Meldpunt en Incluzio. Voor de toegang tot de Wmo geldt dat de gemeente hier alleen te maken heeft met Incluzio als voorliggende toegangsvoorziening tot de Wmo. Sturing op kostenbeheersing en afschaling Geïnterviewden geven aan dat er zowel binnen de gemeente zelf als bij aanbieders de oude heersende structuren tegen het licht worden gehouden. Dat geldt met name voor de daadwerkelijke toepassing van het Rhedens model dat is ingesteld sinds 1 januari 2021: hoe krijg je de inwoners nog meer in hun kracht en dat moet in alle lagen en bij alle betrokken partijen een plek krijgen. Daarnaast begrijpen aanbieders de dilemma’s van de gemeente ook wel op gebied van financiële tekorten en dat dit ook zijn gevolgen heeft. Maar wel is het de beleving dat dat soms een beetje doorschiet. Dat te sterk vanuit financiën wordt gestuurd en niet vanuit inhoud en kwaliteit. Er is daardoor een risico dat er te veel in stepped- en niet in matched-care uitgekomen wordt. Stepped-care is het standaard zorg aanbod met een vaste procedure en matched-care is het maatwerk aanbod.
Het is volgens aanbieders dan ook de vraag of de gemeente hier nog wel op moet sturen, omdat met de nieuwe aanbesteding er gewerkt wordt op basis van een lumpsum. Het lijkt daarmee een oud beheersingsmodel dat niet meer past bij de nieuwe aanbesteding. De gemeente geeft hiermee de verkeerde prikkel. Samenwerking met andere netwerkpartners Sinds januari 2021 heeft Incluzio de opdracht gekregen om de toegang vanuit de sociale basis in te richten. Wat betreft de samenwerking met de jeugdgezondheidszorg kan deze volgens geïnterviewden nog worden verbeterd. Ook de samenwerking met de huisartsen kan nog beter, maar heeft ook te maken met het net starten van de praktijdondersteuner huisarts-jeugd bij een aantal huisartsenpraktijken. Het lijkt wel dat dit ondersteunend kan zijn. In het verleden is op bepaalde momenten in geïnvesteerd in samenwerking, maar door snelle wijzigingen in personele bezetting is van veel goede voornemens weinig terecht gekomen. Verder speelt mee dat er tot eind 2020 er een bepaald contact is opgebouwd met aanbieders van zorg en hulp. Dat moet na de
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
61
verandering van de aanbieders begin 2021 weer opnieuw opgebouwd worden. Ook bij afschaling vanuit die zorg die door de centrumgemeente wordt georganiseerd is er nagenoeg geen warme overdracht. Dit zou beter kunnen. Inrichting leer- en verbetercyclus Professionals in de ontwikkelkamer geven aan dat men elkaar nog veel beter kan leren kennen en elkaar beter kan leren begrijpen. Daar kunnen ze zelf nog stappen in zetten en dit zou kunnen worden gefaciliteerd door de gemeente. Van een structurele leer- en verbetercyclus met bijvoorbeeld onderbouwing vanuit de gemeente met gegevens over ontwikkelingen in kosten en gebruik is geen sprake. De gemeente zou hier meer een actieve regie op kunnen voeren. Geïnterviewden hebben niet de ervaring dat ze onderdeel zijn van een goed functionerend netwerk. Professionals geven aan dat het bij de casussen met een beetje moeite vaak wel lukt om tot een samenwerking te komen. Daarin weten verschillende partijen elkaar meestal wel te vinden. Maar de netwerksamenwerking kan echt wel beter. Ook de samenwerking met Incluzio vinden de professionals in de ontwikkelkamer nog onvoldoende.
5.5
Mogelijke verbeterpunten toegang Wmo en jeugdhulp
Beantwoording onderzoeksvraag op hoofdlijnen: Verbeterpunten voor de toegang van de Wmo en de jeugdhulp volgens medewerkers zijn: • Bestendig de verandering door een continu leerproces in te richten • Samenwerking tussen partners kan beter, gemeente kan hierin een actieve regierol nemen • Betere communicatie van gemeente naar bewoners en naar aanbieders, ook tussen aanbieders en verwijzers onderling • Betere dataverzameling en registratie en uitwisseling hiervan en gebruik maken van kennis van partners hierin • Ondersteuning en begeleiding personeel van de toegang goed regelen. Onderbouwing Samenhang inkoop, bekostiging en toegang Medewerkers van de toegang geven aan dat de ondersteuning en begeleiding door hen nog kan verbeteren. Meerdere aanwezigen geven aan dat de brede uitvraag kan worden verbeterd. Professionals van de ontwikkelkamer zijn het erover eens dat het belangrijk is om goed door te vragen en een extra gesprek te voeren mocht dit nodig zijn om de hulpvraag duidelijker te krijgen. Qua opvolging en nazorg zou het volgens de professionals in de ontwikkelkamer goed zijn dat er vanuit de gemeentelijke toegang en vanuit hulpverlening een contactmoment is tijdens het traject om te checken hoe het gaat.
Als uit zo’n telefoongesprek blijkt dat een inwoner toch weer extra begeleiding nodig heeft zou het fijn zijn als er dan direct weer geschakeld kan worden, zonder dat iemand weer de hele molen door hoeft. Het zou daarnaast mooi zijn als een consulent in ieder geval bij afsluiting van het traject of een paar maanden na afsluiting nog even contact opneemt met de cliënt om te vragen of de hulp geholpen heeft. Hierdoor krijgt een consulent ook een beter beeld welke hulp echt werkt. Dienstverleningskanalen gemeentelijke en niet-gemeentelijke toegang De vindbaarheid van de toegang kan volgens professionals in de ontwikkelkamer verbeterd worden. Volgens geïnterviewden van de gemeente en van de partners is het nodig dat er eerlijke en juiste communicatie is vanuit het juiste perspectief. Dit houdt in dat de transformatieagenda de basis is van de communicatie. Dat is wel waar op ingezet wordt door gemeentelijke medewerkers. Maar ook hier zijn nog vele stappen te zetten. Ook hier is communicatie zeer belangrijk en die is niet goed genoeg. Er wordt intern volgens geïnterviewden al niet goed gecommuniceerd naar de medewerkers. Bij de externe communicatie extern moeten nog veel meer stappen worden gemaakt.
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
62
Sturing op kostenbeheersing en afschaling Aanbieders geven in interviews aan dat er geen informatie wordt gedeeld door de gemeente. Er is geen inzicht in de totale populatie, het aantal bezwaarschriften etc. Als het gaat om partnerschap hebben zowel aanbieders als gemeente hier nog wel een aantal stappen te zetten. Wat betreft de dataverzameling, zo geven aanbieders aan, zouden zij gezamenlijk ook initiatieven kunnen nemen om inzichtelijk te maken wat er nu eigenlijk gebeurt. De gemeente verstrekt geen informatie over verwijzingen aan de nietgemeentelijke verwijzers zoals huisartsen en jeugdartsen. Huisartsen krijgen geen spiegelinformatie en kunnen daarnaast zichzelf als huisartsen niet vergelijken. Bij de GGD is er wel sprake van enige interne vergelijkingen tussen verwijspatronen van de jeugdartsen. Echter de meeste jeugdartsen zijn actief in één of enkele gemeenten. Voor intern gebruik was het data-gedreven werken bij de gemeente tot voor kort vooral gericht op financiën, maar wordt nu ook ingezet op inhoudelijke data. Er zijn managementrapportages (Marap’s) voor Wmo en Jeugd. Deze maraps zijn er al enkele jaren, maar ze zijn recent verbeterd om inhoud en financiën samen te brengen. Echter er zijn nog wel verbeteringen mogelijk. Bijvoorbeeld het realtimegegevens kunnen raadplegen via geautomatiseerde dashboards is nog niet ontwikkeld.
Er zijn sinds het begin 2021 maandelijkse rapportages van Incluzio die aan de gemeentelijke rapportages zullen worden verbonden. Samenwerking met andere netwerkpartners Partners van de gemeente geven aan dat nog onvoldoende gebruik wordt gemaakt van hun kennis en ervaring. De expertise in het veld wordt weinig benut. Als de gemeente veel belang hecht aan samenwerken, dan moet zij dat ook doen en de expertise van de partners ook benutten. Inrichting leer- en verbetercyclus Professionals en geïnterviewden geven aan dat de verandering die doorgevoerd is per 1 januari een goede eerste stap is maar dat nog vele verbeteringen nodig zijn om de verandering echt te bestendigen. Hiervoor is een continu leer en verbeterproces nodig de komende jaren. Dit leerproces moet echter nog goed opgezet worden samen met partners. Partners in het voorliggend veld geven aan dat er nagenoeg geen analyse plaats vindt in de gemeente en dat bijvoorbeeld volgens hen in de jeugdzorg 10% van de klanten meer dan 70% van het budget nodig hebben. Dit begint nu pas door te dringen bij de gemeente. Het is daarom belangrijk om doorbraken te forceren die op korte termijn voor de jongeren oplossingen bieden voor hun problemen en die op langere termijn vaak ook financieel gunstiger uitvallen. Nu is sprake van te veel symptoombestrijding en het is de kunst om meer te gaan kijken naar de onderliggende problemen.
Vaak wordt er doorgegaan met symptoombestrijding en wordt er maar meer geld in gepompt. Zo komt het niet tot de kern van de oplossing.
5.6
Toetsing aan het normenkader
Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
63
▪
▪
▪
▪
▪
▪
▪
Norm Er is voldoende inhoudelijke (specialistische) expertise bij de toegang beschikbaar.
Toetsing Voldoet merendeels: Tot eind 2020 was er niet voldoende expertise beschikbaar en werden termijn in zijn geheel niet gehaald. Vanaf begin 2021 met de inzet van Incluzio in het toegangsproces is hier verbetering te zien. Het is nog te vroeg om daadwerkelijk aan te kunnen tonen of er nu voldoende inhoudelijke (specialistische) expertise is bij de toegang. Incluzio is de toegang voor de sociale basis. Incluzio doet vooronderzoek en indien maatwerkvoorziening nodig is wordt dit via de Toegang van de gemeente doorverwezen. De toegang reflecteert op de individuele en Voldoet beperkt: Tot eind 2020 was de toegang collectieve vraagstukken van de wijk. vooral bezig met het afhandelen van vragen die binnenkwamen. Vanaf begin 2021 met de inzet van Incluzio is hierin een verandering te zien. De werkwijze van de toegang dwingt keuzes af en Voldoet merendeels: Hoewel de toegang maakt ze consistent uitlegbaar naar alle keuzes afdwingt zijn deze niet altijd consistent betrokkenen. uitlegbaar naar alle betrokkenen, hier zijn nog veel bewoners en aanbieders ontevreden over. De communicatie over veranderingen richting aanbieders en bewoners kan beter. Door de grote hoeveelheid overschrijdingen van termijnen tot eind 2020 was dit minder het geval en was dit voor het merendeel van de casussen niet uit te leggen.
Sinds het begin van 2021 zit hier wel een verbetering in en worden het merendeel van de casussen nu binnen de termijn afgehandeld. De toegang werkt efficiënt (verhouding outputVoldoet beperkt: sinds 2021 is met de komst inzet) van Incluzio formatie toegevoegd bij een nagenoeg vergelijkbaar aantal aanvragen. Veel personeelswisselingen en hoog ziekteverzuim leiden tot vertraging in het toegangsproces en veel overdrachtsmomenten. Dit komt de efficiency niet ten goede. De toegang stuurt op- en afschaling van hulp en Voldoet beperkt: Er is nog te weinig draagt daarmee bij aan kostenbeheersing samenwerking om op- en afschaling goed te laten functioneren. Wel zijn hier sinds begin 2021 de eerste stappen in gezet. De toegang voert de regie op Voldoet beperkt: Er is volgens partners nog te netwerksamenwerking met alle relevante partners weinig netwerksamenwerking die nodig is voor en partners herkennen dit een goede uitvoering van de Wmo en Jeugdzorg. Sinds begin 2021 is Incluzio begonnen om vanuit haar rol de netwerksamenwerking op de kaart te zetten. Hierin moet nog veel gebeuren. Sprake is van permanente cyclus van leren en Voldoet beperkt: Hoewel er intern in de verbeteren gemeente nu de eerste stappen worden gezet
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
64
Norm
Toetsing om een cyclus van leren en verbeteren op te zetten is deze nu nog erg beperkt en wordt dit nog niet in samenwerking met de partners gedaan.
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
65
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Bevindingen bedrijfsvoering en taakinvulling toegang
66
6. Conclusies en aanbevelingen 6.1
Inleiding
De centrale onderzoeksvraag is: Heeft Rheden de toegang tot de Wmo en Jeugdhulp effectief en efficiënt georganiseerd vanuit het perspectief van gemeente en hulpvrager? Bij de gemeente zijn weinig kwantitatieve gegevens beschikbaar op basis waarvan de efficiëntie en de effectiviteit van de toegang kan worden bepaald. Dit komt mede door het ontbreken van streefwaarden en een nulmeting. Tot eind 2020 was beperkt sprake van een efficiënte inrichting van de toegang tot de Wmo en de jeugdhulp gezien de grote overschrijdingen van afhandeltermijnen bij de toegang. Sinds 2021 is de inrichting van de toegang fors aangepast, door naast de gemeente ook via Incluzio een groot deel van de eerste contacten en hulpvragen te laten oppakken. Daarmee is formatie toegevoegd bij een nagenoeg gelijkblijvend aantal maatwerktrajecten.
6.2
Conclusies
Conclusie 1. Informatie is zeer beperkt voorhanden waardoor de gemeente onvoldoende zicht heeft op de efficiëntie en effectiviteit van de toegang tot Wmo en Jeugdhulp Het gebrek aan concrete doelen en streefwaarden en monitoringsgegevens maakt het lastig om te toetsen hoe effectief en efficiënt het beleid wordt uitgevoerd. Raadsleden krijgen vooral financiële informatie en geven aan onvoldoende kwalitatieve en kwantitatieve informatie te ontvangen over de effectiviteit en efficiëntie van de toegang. Zij hebben onvoldoende zicht op het effect van de inrichting en uitvoering van de toegang. Raadsleden ervaren hierdoor weinig grip op de toegang en vinden dat zij hierdoor onvoldoende hun controlerende taak kunnen uitvoeren. Conclusie 2. Het ontbreekt aan een duidelijk doel waaraan de toegang van Wmo en jeugdhulp een bijdrage moet leveren. Dit vertaalt zich in de uitvoering: betrokkenen handelen op basis van eigen inzicht. Het ontbreken van duidelijke doelen die de toegang (mede) moet bereiken, maakt het formuleren van een opdracht naar de toegang en bijvoorbeeld een partner ingewikkeld. Mede daardoor handelen de verschillende actoren in de toegang tot de Wmo en jeugdhulp naar eigen inzicht. Eenieder draagt op zijn of haar manier naar beste wil en kunnen een steentje bij. Echter niemand overziet het geheel en verwachtingen komen daardoor niet bij elkaar.
De vele personele wisselingen bij de actoren in de toegang versterken dit gebrek aan overzicht en eenduidige uitvoering. Conclusie 3. Iedereen wordt geholpen, maar tijdigheid en kwaliteit van het toegangsproces is sterk voor kwaliteitsverbetering vatbaar Uit het onderzoek komt een beeld naar voren dat bewoners van tevoren niet altijd de weg kenden naar de hulp. Het merendeel van de gesproken bewoners vond dat de hulp niet of slechts gedeeltelijk op tijd kwam. Alle gesproken bewoners hechten veel waarde aan een vast aanspreekpunt en goede klik met de consulent en aanbieder van hulp en ondersteuning. Nagenoeg alle gesproken bewoners geven aan last te hebben van de grote hoeveelheid wisselingen in consulenten en hulpverleners, een vast gezicht wordt gemist. De paar bewoners die wel een vaste consulent hebben, geven aan dat deze vaste contactpersoon heel belangrijk is. Bewoners vinden het van belang dat na afgeving van de beschikking contact wordt opgenomen door de consulent om te vragen naar de ervaring met de hulp. Zeker wanneer een ziektebeeld progressief is, wensen bewoners een proactieve rol van de consulent.
Conclusies en aanbevelingen
67
6.3
Aanbevelingen
Raad en college: Aanbeveling 1: Benoem de doelen waar de toegang aan moet bijdragen, stel bijpassende indicatoren en streefwaarden op en verantwoord hierop. Benoem op welke wijze de toegang bijdraagt aan de doelrealisatie en stel bijpassende indicatoren en streefwaarden op en voer een nulmeting hiervoor uit. Maak hiermee de verantwoording waarmee de raad kan toetsen of en in welke mate de toegang bijdraagt aan de doelen (effectiviteit) en of de toegang efficiënt is. Het voorstel voor het te volgen proces is: ▪ De raad geeft per direct het college opdracht om doelen, bijpassende indicatoren en streefwaarden op te stellen voor de toegang. ▪ Het college maakt een voorstel in scenario’s voor verschillende doelen, bijpassende indicatoren en streefwaarden met een onderbouwing per scenario’. ▪ De keuzes voor scenario’s worden voorgelegd aan raad vóór september 2022 en stelt deze vast. ▪ Het college voert een nulmeting op basis van de ambities en indicatoren die zijn vastgesteld. ▪ De raad beoordeelt de nulmeting uiterlijk maart 2023 en past waar nodig de inhoudelijke en/of financiële kaders aan. ▪ Het college verantwoordt zich daarna via de reguliere planning- en controlcyclus op de bepaalde indicatoren en streefwaarden over de bijdragen van de toegang aan de doelrealisatie.
College en raad: Aanbeveling 2: Het vastgestelde kader vertalen in opdrachten aan toegang Wmo en Jeugdhulp en toezien op de uitvoering van die opdrachten Het vastgestelde kader volgens de bovengenoemde doelrealisatie is de basis voor de uitvoering van de toegang Wmo en Jeugdhulp. Het voorstel voor het te volgen proces is: ▪ Het college vertaalt de doelen voor eind 2022 naar de opdrachten voor de verschillende actoren in de toegang van de Wmo en jeugdhulp en maakt inzichtelijk hoe iedere opdracht bijdraagt aan de doelrealisatie. ▪ Het college verzamelt gegevens over de uitvoering van de opdrachten op basis van de indicatoren en streefwaarden. ▪ Het college verantwoordt structureel aan de raad de totale doelrealisatie op basis van het totaal van de bijdragen van de verschillende opdrachten. ▪ De raad controleert de totale doelrealisatie van de toegang van de Wmo en jeugdhulp op basis van de indicatoren en streefwaarden. College: Aanbeveling 3: zorg voor een intern en extern leer- en verbeterproces ter doorontwikkeling en verbetering van de kwaliteit van de toegang. Het college organiseert een leer- en verbeterproces dat er als volgt uitziet: ▪ Het college bereidt elke leer- en verbetersessie voor met een analyse van de verzamelde gegevens zoals beoogd bij aanbeveling 2.
▪ Het college organiseert vier keer per jaar een leer- en verbetersessies met alle relevante actoren in de toegang van de Wmo en Jeugdhulp. Relevante actoren zijn: de gemeentelijke toegang , de nietgemeentelijke toegang, Incluzio, aanbieders van ondersteuning en zorg in voorveld en geïndiceerde hulp. Voeg aan elk van de sessies ervaringsdeskundigen toe. ▪ De gemeente neemt de regie op dit leer- en verbeterproces en vertaalt de uitkomsten in werk- en ontwikkelafspraken.
Conclusies en aanbevelingen
68
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
7
BESTUURLIJKE REACTIE
Conclusies en aanbevelingen
69
7. Bestuurlijke reactie
Bestuurlijke reactie
70
Bestuurlijke reactie
71
Bestuurlijke reactie
72
Bestuurlijke reactie
73
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
8 NAWOORD
Bestuurlijke reactie
74
8. Nawoord Nawoord De rekenkamercommissie Rheden dankt het college voor haar bestuurlijke reactie. Het college herkent zich in grote lijnen in de conclusies en aanbevelingen. Een aantal aanbevelingen neemt het college niet of niet geheel over. Op een aantal punten gaan wij hieronder in. Het college erkent dat door de wijzigingen in doelen er een periode minder duidelijke sturing was voor de toegang en wil de nieuwe gemeenteraad goed blijven informeren over de ontwikkelingen. Echter de aanbeveling om de doelen waar de toegang aan bijdraagt te benoemen, bijpassende indicatoren en streefwaarden op te stellen en hiervoor een nulmeting uit te voeren, neemt het college niet over maar gaat het uit van de reeds gestelde kaders. Wij benadrukken nogmaals dat zonder een nulmeting en het benoemen van adequate doelstellingen (met daaraan gekoppelde indicatoren) de effectiviteit en efficiency van het beleid niet kan worden vastgesteld. Wij adviseren de gemeenteraad derhalve om met het aannemen van de aanbevelingen het college uitdrukkelijk mee te geven om de doelen, indicatoren en streefwaarden aan te scherpen en hiervoor een nulmeting uit te voeren. Het college onderschrijft het belang van blijvend leren en verbeteren maar wil zich niet op voorhand verbinden aan frequentie en norm.
Het onderzoek laat zien dat juist de regie en een structuur van leren en verbeteren gemist wordt en wij adviseren het college daarom om dit te heroverwegen en dit leerproces samen met partners vorm te geven. Afsluitend merken wij op dat in deze bestuurlijke reactie niet concreet is verwoord welke conclusies en aanbevelingen het college onderschrijft en hoe zij dit in een proces van uitvoering vorm zal geven. We zouden het zeer waarderen wanneer het college hierop in haar reactie op toekomstige rekenkamerrapporten specifieker zou ingaan.
Nawoord
75
BIJLAGE ONDERZOEKSVERANTWOORDING
76
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde respondenten
Discipline/functie
Aantal gesproken respondenten 2 2 2 2 2 2 3 8 4
Toegang (gemeente) Toegang (Incluzio) Wethouders Manager en gemeentesecretaris Voorliggend veld en welzijn Niet-gemeentelijke verwijzers Beleidsmedewerkers sociaal domein Aanbieders en partners maatwerk Consulenten Wmo en Jeugdhulp
De respondenten die gesproken zijn in het kader van het casusonderzoek, zijn beschreven bij bevindingen casusonderzoek. Geraadpleegde documenten
Geraadpleegde documenten Rheden Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2015 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rheden 2019 Verordening jeugdhulp gemeente Rheden 2015 Verordening jeugdhulp gemeente Rheden 2019 Beleidskader jeugdhulp 2015-2016 Beleidsregels Wmo en jeugd opzet 2019 Brie van Adviesraad Sociaal Domein inzake adviesaanvraag Advies Jeugdnota Wmo raad Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019 Toegangsproces Rheden versie 14 december 2020 Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen Amendement Transformatieplan 2.0 Geactualiseerd transformatieplan sociaal domein Rheden 2015-2016 Nota Samenredzaamheid 2018 – 2022 Aanbestedingsdocument gemeente Rheden Sociale Basis 2021 Transformatieagenda Jeugd regio Arnhem Transformatieplan Jeugdhulp 2018-2020 Regio Centraal Gelderland Transformatieplan 2.0 Evaluatie Programmabegroting 2018 Programmabegroting 2019 Programmabegroting 2020 Programmabegroting 2016-2019
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
77
Geraadpleegde documenten Rheden Programmabegroting 2017-2020 Programmabegroting 2018-2021 Programmabegroting 2021-2024 Jaarstukken 2015 Jaarstukken 2016 Jaarstukken 2017 Jaarstukken 2018 Jaarstukken 2019 Jaarstukken 2020 Meerjarenbeleidskader Sociaal Domein 2017-2021 – Meedoen! Selectieleidraad SAS lokale maatwerkdiensten Jeugd Rheden B&W voorstel decentralisaties en vormgeving samenwerkingsverbanden B&W voorstel regionale samenwerkingsvorm sociaal domein B&W voorstel samenwerkings- en privacyconvenant sociaal domein Intentienota regionale samenwerking sociaal domein 2015 Concept evaluatie Pilot Sociale Basis januari 2021 Offerte contractering 2016 Regio Arnhem Offerteaanvraag ten behoeve van de meervoudig onderhandse aanbesteding subsidieverlening Motie ‘Sturen op doelen en gevoel’
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
78
Bevindingen casusonderzoek (Wmo) Toelichting In totaal is met 15 Wmo-cliënten gesproken. Deze cliënten hebben verschillende vormen van ondersteuning ontvangen binnen de Wmo. Sommige cliënten ontvingen thuisondersteuning (huishoudelijke hulp of ondersteuning bij de dagelijkse bezigheden), anderen een voorziening zoals een traplift, rolstoel, dagbesteding of er werd specialistische begeleiding ingezet. Hieronder is een verdeling te zien van de cliënten die gesproken zijn per doelgroep typering. Doelgroep 70+ Chronisch lichamelijk ziek Psychische problemen Gedragsproblemen (Verslaving of agressie) Autisme en/of verstandelijke beperking Eindtotaal
Aantal respondenten 3 6 2 2 2 15
Elke client (hierna casus) heeft een nummer gekregen. Dit nummer is zichtbaar bovenaan in tabel 1. De bevindingen uit de interviews zijn per casus gescoord aan verschillende factoren en kenmerken. De scores (kleuren) staan in onderstaande tabel. In onderstaande alinea’s volgt een uitleg waar de verschillende kleuren mee corresponderen inclusief voorbeelden uit het casusonderzoek. De kleur grijs geeft aan dat een onderdeel niet van toepassing is in de casus of dat hier geen gegevens over zijn omdat de cliënt de vraag niet kon beantwoorden. De toegankelijkheid in de onderstaande tabel komt voort uit de gesprekken die we hebben gevoerd met de cliënten. De vraag die hier werd gesteld is hoe de client bij de Wmo terecht is gekomen. Ook is gevraagd of al gebruik werd gemaakt van hulp voorafgaand aan de decentralisatie. Hier betekent Groen dat dit element van toepassing is. Zo kwam casus 1 terecht bij de Wmo via een familielid, casus 7 via de website van de gemeente en casus 5 via de huisarts. Grijs betekent dat dit onderdeel niet van toepassing is. Zo kan je aflezen dat de helft van de casussen pas na de decentralisatie gebruik maakte van de hulp. Bij de toegankelijkheid en vindbaarheid is te zien in hoeverre bewoners weten waar ze met hun hulpvragen terecht kunnen.
Ook is hier te zien of men goed met een hulpvraag terecht kon en of men verwacht dat andere bewoners weten waar zij met hun hulpvragen terecht kunnen. Groen geeft hier aan dat dit element van toepassing is, zo wist 11 van de 15 casussen waar ze met hun hulpvragen terecht konden. Oranje geeft aan dat dat dit element gedeeltelijk van toepassing is, zo geeft casus 2 aan dat het zonder verwijzing van een hulpaanbieder/arts niet snel in je op komt om bij de gemeente aan te kloppen met een hulpvraag. Rood geeft aan dat dat dit element niet of zeer beperkt van toepassing is. Zo is bij casus 15 te snel geoordeeld en niet goed gekeken naar de gehele hulpvraag, waardoor hier niet het gevoel was goed terecht te kunnen met de hulpvraag. Grijs betekent dat de client de vraag niet kon beantwoorden. Casus 1 kon geen antwoord geven op de vraag of bewoners weten waar ze terecht kunnen met hun hulpvraag omdat de betreffende cliënt hier geen zicht op had. Bij de kwaliteit van de vraagverheldering / ervaring met de gemeente wordt aangegeven hoe de vraagverheldering, het proces tot en met de beschikking en het contact met de consulent is verlopen. Groen betekent dat dit element van toepassing is, zo was er in casus 11 sprake van goed contact met de consulent.
Oranje geeft aan dat dat dit element gedeeltelijk van toepassing is, zo heeft casus 12 te maken gehad met verschillende consulenten, waarbij bij de ene sprake was van goed contact, en bij de andere van minder goed contact. Rood geeft aan dat dat dit element niet of zeer beperkt van toepassing is, zo was casus 15 zeer ontevreden over het contact met de consulent door de vele wisselingen van consulent en het gebrek aan inlevingsvermogen. Grijs betekent dat de client de vraag niet kon beantwoorden. Casus 1, 2 en 6 hebben slechts één of twee keer contact gehad met een consulent (alleen rond het afgeven van de beschikking). Zij