2 Bijlage Eindrapport Rheden onderzoek toegang Wmo en Jeugdhulp.pdf
Tekst van het document
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
28
In deze Wmo-verordening komen de punten terug die de Wmo voorschrijft om bij verordening te regelen, zoals: ▪ De gemeenteraad stelt bij verordening de regels vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in artikel 2.1.2 bedoelde plan en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. Dit betreft het vaststellen van de Wmo-verordening. ▪ Het college draagt er in ieder geval zorg voor dat voor ingezetenen cliëntondersteuning beschikbaar is. Het college draagt er zorg voor dat bij de cliëntondersteuning het belang van betrokkene uitgangspunt is (artikel 2.2.4). Dit is opgenomen in de Wmo-verordening. ▪ Het college draagt er zorg voor dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Hieraan zijn in artikel 2.3.2 meerdere eisen gesteld. Bijvoorbeeld dat onderzoek moet plaatsvinden, waar dat onderzoek zich op moet richten, binnen welke termijn dat moet gebeuren en dat dit in een plan moet worden vastgelegd. Dit is in de Wmoverordening vastgelegd. ▪ In artikel 2.3.5 is voorgeschreven binnen welke termijn het college moet beslissen over een aanvraag voor een maatwerkvoorziening en hoe deze voorziening is afgestemd op omstandigheden en bijvoorbeeld andere voorzieningen. Dit is in de Wmo-verordening vastgelegd.
In de Wmo-verordening 2019 van Rheden staat een aantal zaken die specifiek betrekking hebben op de toegang tot de Wmo: Melding: Het college bevestigt binnen twee dagen dat zij een melding over een hulpvraag hebben ontvangen. Indien nodig wordt zo spoedig mogelijk een afspraak gemaakt voor een gesprek. In het geval van spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 treft het college een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Onderzoek: Om te bepalen of een maatwerkvoorziening kan worden getroffen wordt een onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat uit een aantal onderdelen/stappen: a. Persoonlijk plan. b. Informatie en identificatie. c. Gesprek. d. (Wettelijke) factoren. e. Terugkoppeling. f. Aanvraag maatwerkvoorziening. g. Aanvraag voor een pgb. h. Mogelijkheid tot second opinion. Criteria voor een maatwerkvoorziening en weigeringsgronden: Om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening zijn een aantal criteria opgesteld. Deze zijn terug te lezen in artikel 10, 11, 12 en 13 van de verordening. Daarnaast kan een maatwerkvoorziening op basis van een aantal gronden worden geweigerd. Zo kan de aanvraag bijvoorbeeld worden geweigerd als de cliënt aanspraak kan maken op enige andere passende voorziening of dienst op grond van andere wet- en regelgeving.
In artikel 14 van de verordening wordt verder ingegaan op de weigeringsgronden. Beleidsregels Wmo In het document ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019’ wordt onder andere ingegaan op beleidsregels omtrent de toegang van de Wmo en Jeugdhulp: ▪ Aanvaardbaar niveau: De gemeente Rheden streeft binnen de Wmo en Jeugdhulp naar een aanvaardbaar niveau van zelfredzaamheid, participatie en veiligheid van de bewoners. Hierbij wordt gekeken naar wat past bij de leeftijd en situatie van de bewoner. Aanvaardbaar geeft aan dat er soms belemmeringen of beperkingen blijven die niet verholpen kunnen worden. De ondersteuning richt zich tot wat noodzakelijk is voor de zelfredzaamheid, participatie en veiligheid. De ondersteuning breidt zich niet uit tot wat de inwoner noodzakelijk vindt in het kader van gewoonte of smaak. Het
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
29
▪
▪
betekent niet per definitie dat alle activiteiten zoals hobby’s kunnen worden uitgeoefend zoals voorheen. Rol consulent: De consulent is in staat om de situatie van de bewoner te onderzoeken en een onafhankelijke afweging te maken van de situatie en de eventueel benodigde ondersteuning. Er wordt in samenwerking met de inwoner een (integraal) plan opgesteld en specifieke, meetbare, haalbare, realistische en tijdgebonden doelen geformuleerd. Indien specialistische kennis voor het maken van de afweging noodzakelijk is, maakt de consulent gebruik van een externe adviseur. Indien de bewoner het niet eens is met de beslissing kan een second opinion worden aangevraagd. In dit geval kijkt een consulent van een ander team nogmaals naar de gemaakte beslissing. Regierol: In principe voert een inwoner zelf de regie over de ondersteuning en/of zijn leven. Wanneer een inwoner niet in staat is zelf regie te voeren over de ondersteuning en/of zijn leven, worden er verschillende mogelijkheden onderzocht. Er wordt allereerst gekeken of iemand uit het netwerk naast de inwoner kan staan. Als dit niet mogelijk is, kan een zorgaanbieder (tijdelijk) naast de inwoner staan totdat deze zelf in staat is weer regie te voeren. Wanneer er geen passende mogelijkheden zijn, bijvoorbeeld doordat er sprake is van een complexe situatie, kan de consulent tijdelijk de rol van regisseur op zich nemen.
Regie voeren op een proces betekent: a. Helicopterview, overzicht bewaken; b. Organiseren en coördineren; c. Delegeren van acties en taken; d. Doelen monitoren en evalueren; e. Ondersteunen waar nodig, loslaten waar kan; f. Overdragen/Beleggen van het regie voeren voor de toekomst.
▪
▪
Verlenging onderzoektermijn: Zoals in de Wmo verordening 2019 naar voren komt, dient binnen zes weken het onderzoek te worden uitgevoerd. De onderzoekstermijn van zes weken en het verstrekken van het plan of verslag wordt alleen uitgesteld met instemming van de inwoner. De inwoner ontvangt hiervoor een schriftelijke bevestiging. Hierin staan de datum van de melding, de reden van uitstel van het onderzoek, welke activiteiten nog moeten worden verricht en de termijn van de verlenging. Verlenging beslistermijn: Zoals in de Wmo verordening 2019 naar voren komt, dient binnen twee weken na een aanvraag een besluit te worden genomen. Het verlengen van de beslistermijn van twee weken gebeurt alleen met instemming van de inwoner. De inwoner ontvangt hiervoor een schriftelijke bevestiging. Hierin staan de datum van de aanvraag, de aangevraagde ondersteuning, de reden van uitstel, wat nog nodig is voor het besluit en de beslistermijn van twee weken (zo kort mogelijk).
Feitelijke inrichting Toegang via de gemeente De toegang via de gemeente verloopt via het Sociaal Meldpunt. Bij het Sociaal Meldpunt kunnen bewoners terecht met al hun vragen over hulp bij het huishouden, woningaanpassing, vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen. Uit de interviews blijkt dat de bewoners die zich telefonisch melden bij de gemeente eerst via het klantcontactcentrum worden geholpen. Het klantcontactcentrum bepaalt of een bewoner wordt doorgeleid naar het Sociaal Meldpunt. Inmiddels, zo blijkt uit de interviews, kunnen bewoners het Sociaal Meldpunt ook rechtstreeks benaderen. Uit de gesprekken blijkt dat de in de verordening genoemde volgorde van melden, onderzoek (inclusief keukentafelgesprek) en het aanvragen en toekennen van een voorziening ook in de praktijk plaatsvindt. Toegang via Incluzio Sinds begin 2021 verloopt de toegang tot de Wmo en Jeugdhulp bij voorkeur via Incluzio. Bewoners melden zich met hun hulpvragen bij Incluzio, voor maatwerk kunnen ze bij de gemeente terecht. Pas na een eerste intake komt een inwoner, indien de laagdrempelige hulp van Incluzio niet toereikend is, terecht bij de consulenten van de gemeente. Incluzio doet in feite vooronderzoek. Voor de bewoner zit er, indien
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
30
maatwerk nodig is, wel een week meer tijd tussen omdat ze zich altijd eerst bij Incluzio aanmelden. Hoewel de bevindingen van Incluzio kunnen worden meegenomen in het verder onderzoek door de consulent van de gemeente in het kader van de beoordeling aanspraak op maatwerk, is het voor de bewoner, indien er maatwerk nodig is, wel een extra schakel, omdat ze zich altijd eerst bij Incluzio aanmelden. Het doel met de positionering bij Incluzio is om meer hulpvragen op te vangen met de laagdrempelige hulp en slechts een gedeelte door te verwijzen naar de maatwerkvoorzieningen. Het gevolg hiervan is dat bewoners met een nieuwe hulpvraag inclusief verwijzing naar maatwerk, vanaf begin dit jaar te maken hebben met een toegang in twee fasen. In onderstaand plaatje (overgenomen uit het werkproces van december 2020) is schematisch weergegeven hoe het proces van hulpvraag tot aan Wmo-ondersteuning of Jeugdhulp beschikking via de gemeentelijke toegang en die van Incluzio is ingericht. Dit is het werkproces sinds 01-01-2021. Tot eind 2020 zijn er veel vragen die met lichte ondersteuning (Jeugd en WMO) te maken hebben en die bij de gemeentelijke Toegang belanden.
De gemeente heeft de verwachting dat de verbreding en versteviging van de sociale basis door de opdracht bij Incluzio tot een toename van de informatie en advies rol van de sociale basis zal leiden en een afname bij de Toegang van de gemeente. De maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd: deze voorzieningen zijn lokaal dan wel regionaal ingekocht, toeleiding is belegd bij de gemeentelijke Toegang en bevoegde verwijzers. Dus mensen die eerst via Incluzio binnenkomen en niet kunnen worden doorverwezen naar de sociale basis maar richting maatwerkvoorzieningen moeten gaan, krijgen dan vervolgens weer te maken met de toegang van de gemeente.
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
31
TOEGANGSPROCES RHEDEN
1b. Inwoner meldt zich bij de gemeente met een ondersteuningsvraag
1a. Inwoner meldt zich bij Incluzio voor een ondersteuningsvraag
Keuze A. Vraag voor gemeente?
Keuze B. Vraag voor sociale basis of begeleiding?
N E E
N E E
3. Incluzio voert een Gesprek met als resultaat een persoonlijk ondersteuningsplan
2. MIDD OFFICE GEMEENTE
6.
Gemeente start indicatie met verwijzing naar de algemene voorzieningen Triage
ncluzio
Keuze C: aanvullend maatwerk nodig?
4. Incluzio en gemeente voeren samen een tweede gesprek
JA
5. Gemeente Indiceert met verwijzing naar de algemene voorzieningen
N E E
UITVOERING VANUIT DE SOCIALE BASIS
UITVOERING VANUIT MAATWERK WMO OF JEUGDHULP
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
32
Beoogde en gerealiseerde termijnen Nadat de bewoner een melding doet, wordt door het college een onderzoek uitgevoerd. De beoogde termijn voor het uitvoeren van het onderzoek is zes weken. Wanneer vervolgens een aanvraag wordt ingediend krijgt het college twee weken de tijd om de beschikking af te geven of het verzoek te weigeren. De totale beoogde termijn (van melding tot aan beschikking/weigering) betreft dus acht weken. Uit interviews met medewerkers van de toegang is naar voren gekomen dat in het verleden het beslissen bij het grootste (zo’n 90%) gedeelte van de onderzochte Wmo-casussen meer tijd in beslag nam dan de beoogde termijn van acht weken. In de eerste helft van 2021 is fors ingezet op het verkorten van de termijnen. De medewerkers van de toegang schatten in dat in de zomer van 2021 nog 2 van de 9 onderzochte casussen de termijn niet halen (zo’n 22%). Daarnaast geven deze medewerkers aan dat er in de loop van 2021 minder telefoontjes binnenkomen van bewoners die ontevreden zijn over de lange wachttijd. Eén van de verklaringen die wordt genoemd is dat tegenwoordig met kleurcodes wordt gewerkt waardoor bewoners waarbij sprake is van een urgente situatie naar voren worden geschoven. De kleurcode rood geeft aan dat een casus op of over de termijn zit, waardoor dit nu sneller wordt opgepakt.
Het aantal casussen dat meer dan 6 weken op een besluit wacht is sinds augustus 2021 tot en met november 2021 gestegen. Zie tabel 4 op pagina 30 voor de actuele cijfers van het aantal overschrijdingen van de termijnen voor de Wmo en jeugdhulp. Onderbouwing jeugdhulp Wettelijke kaders Jeugdwet De Jeugdwet draagt op, de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van, de ondersteuning, hulp en zorg bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdreclassering bij de gemeente te beleggen. Dit om te komen tot betere samenwerking van hulpverleners rond gezinnen, eerdere ondersteuning bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, hulp op maat en meer ruimte voor professionals en tot het demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt. De jeugdhulp is overgeheveld naar de gemeenten die zich in hun beleid moeten richten op: a. Het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; b. Het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang; c.
Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen; d. Het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij voor zover mogelijk wordt uitgegaan van hun eigen inbreng; e. Het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit; f. Integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multiproblematiek, en g. Het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen en het verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen, ter uitvoering van artikel 4.1.2 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
De Jeugdwet onderscheidt meerdere verwijzers en dus toegangen tot jeugdhulp: ▪ De gemeente als verwijzer via het Sociaal Meldpunt ▪ Huisartsen en jeugdartsen/medisch specialisten ▪ Instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, (gecertificeerde instellingen). ▪ Anderen zoals scholen, rechtelijke macht en de “zelfverwijzers’
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
33
Redelijke termijn De Jeugdwet kent in tegenstelling tot de Wmo geen wettelijke termijnen voor de behandeling van een aanvraag voor jeugdhulp. Gesproken wordt van redelijke termijnen. Lokale kaders (verordening en beleidsregels) Ook voor de jeugdhulp-verordening geldt dat dit een uitvloeisel is van zowel het wettelijk kader als het eigen beleid van de gemeente. De gemeente Rheden heeft een jeugdhulp-verordening. In de Jeugdwet komt naar voren dat gemeenten een verordening moeten opstellen waarin in ieder geval de volgende zaken dienen te worden opgenomen: ▪ De door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Dit is opgenomen in de jeugdhulp-verordening. ▪ De wijze waarop de gemeentelijke toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Dit is in de jeugdhulp-verordening vastgelegd. Jeugdigen kunnen ook via huisartsen, rechterlijke macht, instellingen voor jeugdbescherming naar jeugdhulp verwezen worden. ▪ De wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget (als bedoeld in artikel 8.1.1) wordt vastgesteld. Dit is opgenomen in de jeugdhulp-verordening.
▪ De bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Dit is vastgelegd in de jeugdhulp-verordening. In het artikel 2.2 van de jeugdwet ten aanzien van het beleidsplan jeugdhulp is de volgende eis opgenomen: “Het plan beschrijft welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen” In de jeugdhulpverordening 2019 van Rheden staat een aantal zaken die specifiek betrekking hebben op de toegang tot de jeugdhulp. Gesprek en onderzoek Zodra een jeugdige of ouder/voogd een hulpvraag bij het college neerlegt volgt een gesprek. In dit gesprek wordt de hulpvraag verder gespecificeerd en wordt bekeken of en welke voorzieningen tot de mogelijkheden behoren. De jeugdhulp kent twee soorten voorzieningen: algemene voorzieningen en individuele voorzieningen. Algemene voorzieningen zijn rechtstreeks voor iedereen toegankelijk. Hieronder valt welzijnswerk, jongerenwerk en preventieve/lichte opvoedondersteuning. In de eerste plaats wordt in het gesprek gekeken of het eigen netwerk of de algemene voorzieningen voldoen om de hulpvraag op te lossen.
Indien dit niet het geval is wordt in het gesprek gekeken naar de mogelijkheden om gebruik te maken van een individuele voorziening of het kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). Bovendien kan het college, met instemming van de jeugdige of ouder/voogd, informatie inwinnen bij andere instanties om de problemen en meest aangewezen hulp helder te krijgen. De criteria om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening en pgb zijn terug te lezen in de verordening. Aanvraag individuele voorziening of pgb Na het gesprek tussen het college en de ouder/voogd worden de besproken zaken vastgelegd in een integraal plan en/of gespreksverslag. Een ondertekend integraal plan en/of gespreksverslag is nodig om als jeugdige of ouder/voogd een aanvraag te kunnen doen voor een individuele voorziening. Ook kan gekozen worden om de hulp zelf in te kopen, in dat geval wordt een pgb-plan ingediend dat geldt als een aanvraag voor een pgb.
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
34
Besluit college Het college neemt het besluit tot toewijzing of weigering op grond van de aanvraag, het onderzoek en het daaruit voortvloeiende integraal plan. Het besluit wordt vastgelegd in een beschikking. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende voorziening. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen zes weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. Het gespreksverslag en (eventueel) opgestelde integrale plan maken onderdeel uit van de beschikking. In de jeugdhulp-verordening is (los van spoedeisende gevallen) niet vastgesteld wat de beoogde termijn is waarbinnen een besluit wordt genomen. Hoewel in de jeugdhulpverordening geen beoogde termijnen zijn opgenomen, zijn in het document ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019’ wel beoogde termijnen opgesteld: Binnen maximaal zes weken na het afronden van het gesprek wordt een (integraal) plan of gespreksverslag verstrekt aan de inwoner met de uitkomsten van het onderzoek. De onderzoekstermijn betreft dus 6 weken. Er wordt binnen maximaal 6 weken na het afronden van het gesprek, een (integraal) plan of gespreksverslag verstrekt aan de inwoner met de uitkomsten van het onderzoek.
De onderzoekstermijn van 6 weken en het verstrekken van het plan of verslag wordt alleen uitgesteld met instemming van de inwoner. De beslistermijn betreft 2 weken, dat is de tijd die het college krijgt om een beschikking af te geven of het verzoek te weigeren. Ook voor de beslistermijn geldt dat deze alleen kan worden verlengd met toestemming van de bewoner. De totale beoogde termijn (van melding tot aan beschikking/weigering) betreft dus acht weken. De onderzoekstermijn en beslistermijn voor de jeugdhulp komen overeen met de termijnen die zijn opgesteld voor de Wmo. Feitelijke inrichting Voor de toegang tot de jeugdhulp geldt dezelfde feitelijke inrichting als voor de toegang tot de Wmo. Zie hiervoor het vorige hoofdstuk. De gemeente zet ook praktijkondersteuners bij huisartsenpraktijken in. In Dieren en Rheden zijn dat praktijkondersteuners die in de huisartsenpraktijk werken. Bij huisartsen in Velp is een ondersteuner Jeugd en Gezin als vast aanspreekpunt verbonden aan de huisartsenpraktijk, maar deze werkt niet op locatie en niet onder de verantwoordelijkheid van de huisarts. De jeugdarts van de GGD is ook een verwijzer. Deze heeft ook contacten met het Sociaal Meldpunt en met de huisartsen. Met Incluzio zijn deze contacten er nog niet. Uit de interviews blijkt dat dit vooral te maken heeft met het feit dat Incluzio sinds 2021 is gestart.
Beoogde en gerealiseerde termijnen In de jeugdhulp-verordening 2019 Rheden staat niet vermeld wat de beoogde termijn is waarbinnen een besluit moet worden genomen. De beoogde termijn is wel opgesteld in de beleidsregels, zoals eerder dit hoofdstuk naar voren kwam. In het document ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rheden 2019’ staat dat de onderzoekstermijn zes weken betreft en de beslistermijn twee weken. De totale beoogde termijn betreft dus acht weken. Volgens medewerkers van de toegang wordt in de zomer van 2021 bij ongeveer 60% van de jeugdhulp casussen de termijn niet gehaald. In 2021 zijn een aantal grote stappen gezet, voorheen ging ongeveer 100% van de casussen over de gestelde termijn heen. Daarmee lijkt het er op dat ten tijde van het opstellen van het rapport (december 2021) de overschrijdingen nagenoeg zijn weggewerkt en hiermee de effectiviteit op dit punt verhoogd is. Sinds 2019 houdt de gemeente Rheden maandelijks bij welke aanvragen de onderzoekstermijn van 6 weken overschrijden. Bij navraag geeft de gemeente aan alleen te kijken naar de overschrijdingen van de onderzoekstermijn van 6 weken. Hierbij wordt dus geen rekening gehouden met de beslistermijn van 2
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
35
weken. Op basis van deze gegevens is daarom niet te achterhalen bij hoeveel aanvragen de totale termijn van 8 weken (wettelijke termijn voor Wmo en beoogde termijn voor jeugdhulp) is overschreden. De gemeente houdt alleen actuele cijfers bij, dit betekent dat niet terug kan worden gezien bij hoeveel aanvragen in 2019 en 2020 de onderzoekstermijn van 6 weken werd overschreden. De gesproken respondent van de gemeente zegt hierover: ‘Ik kan alleen van de huidige openstaande vragen een tijdspad geven. Ik kan tijdsoverschrijdingen uit het verleden/van afgesloten zaken niet uit het systeem halen’. Om deze reden kan alleen de huidige stand van zaken in 2021 gepresenteerd worden in tabel 4. Een kanttekening bij de tabel is dat de mogelijkheid bestaat dat in 2021 casussen zijn afgesloten waarbij de termijn van 6 weken werd overschreden. Omdat deze casussen niet zichtbaar zijn in het systeem zijn ze mogelijk niet opgenomen in onderstaande tabel. Kijkend naar tabel 4 vallen een aantal zaken op. Sinds 6 september 2021 geldt voor jeugd dat de werkvoorraad die de 6 weken overschrijdt gelijk is aan 0. Dit betekent dat sinds 6 september alle aanvragen tijdig in behandeling zijn genomen. Op 4 januari van datzelfde jaar lag dit aantal nog op 55 voor jeugd. Voor Wmo geldt dat het aantal aanvragen waarbij de onderzoekstermijn wordt overschrijden in januari 2021 nog 336 was.
Dit aantal nam af tot en met de zomer en nam na de zomer toe. Op 1 november was het aantal overschrijdingen 100. Tabel 4 | Overschrijdingen van onderzoekstermijn van 6 weken per maand in 2021 4 jan
1 feb
1
5 apr
mrt
3
7 jun
5 jul
mei
2
6 sep
4 okt
1 nov
aug
Jeugdhulp
55
18
15
11
8
13
5
11
0
0
0
Wmo
336
55
40
43
37
24
14
29
50
69
100
3.3
Ervaren kwaliteit van de toegang (Wmo en Jeugd)
Expertise bij de toegang Uit gesprekken met de toegang en zorgaanbieders blijkt dat medewerkers van de toegang meestal heel bevlogen en betrokken zijn. Helaas is wel sprake van een groot verloop van medewerkers. Vaak mist een warme overdracht waardoor kennis (over specifieke casussen) verloren kan gaan en het proces vertraging oploopt. De gesproken hulpverleners/aanbieders zijn over het algemeen positief over het contact met de consulent vanuit de gemeente. Het contact met de consulent is over het algemeen niet heel intensief, meer incidenteel (rondom verlengingen van beschikkingen of nieuwe hulpvragen). Reflectie op individuele en collectieve vraagstukken in de wijk Incluzio neemt bij voorkeur de toegang sinds 1 januari van dit jaar (2021) op zich. Incluzio doet de intake, is zichtbaar in de wijk en poogt zoveel mogelijk mensen in het voorliggende veld (voorzieningen en welzijnswerk binnen de wijk) op te vangen. Het doel is dat bewoners pas worden doorverwezen naar de gemeente als een hulpvraag niet binnen het voorliggend veld kan worden opgelost. Gezien Incluzio deze rol sinds kort heeft is het nog te vroeg om te bepalen welke effecten dat oplevert. Werkwijze toegang Uit de gesprekken met de toegang en de geraadpleegde documenten blijkt dat de toegang keuzes afdwingt.
Deze zijn echter niet altijd consistent uitlegbaar naar alle betrokkenen, hier zijn nog veel bewoners en aanbieders ontevreden over. Dit zijn keuzes met betrekking tot bijvoorbeeld soort hulp en soort aanbieder. Vaak wordt benoemd dat de keuze om over te gaan naar een andere aanbieder niet goed uit te leggen is als een traject voor een individu goed werkt. De communicatie over veranderingen richting aanbieders en bewoners kan beter. Het gaat hier om een tijdelijke overgangsfase. Tijdens deze overgangsfase is inderdaad onderzocht of overdracht mogelijk was, en indien volgens de gemeente inhoudelijke gronden aanwezig waren, volgde ook geen overdracht.
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
36
Efficiëntie toegang Wat betreft de efficiëntie blijkt dat de toegang veel bewoners weet te bereiken en te helpen en bovendien worden de beoogde termijnen steeds vaker behaald. Echter zijn er nog steeds overschrijdingen van de afhandeltermijnen. Bovendien is sprake van een groot verloop van medewerkers (zowel binnen organisaties als binnen de toegang) en een tekort aan personeel. Met name bij complexe casussen is het van belang dat de lijnen tussen de gemeente, professionals en aanbieders van hulpmiddelen kort zijn zodat snel geschakeld kan worden. Bovendien wordt het erg belangrijk geacht dat beschikkingen snel worden afgegeven als er sprake is van urgentie. Een van de gesproken aanbieders geeft aan tevreden te zijn over de snelheid waarmee de gemeente Rheden beschikkingen afgeeft als hulp noodzakelijk is. Deze hulpverlener is vanuit andere gemeenten gewend dat ook urgente casussen onder op de stapel belanden en is positief over hoe de gemeente Rheden dit doet. Een andere professional is juist ontevreden over de beslissingen die door de gemeente zijn genomen rondom een complexe casus, deze professional had het gevoel dat er niet goed werd meegedacht en te weinig ruimte was voor uitzonderingen. Sturing op- en afschaling Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over het effect van de toegang via Incluzio.
Duidelijke streefwaarden en een o-meting ontbreken waardoor op korte termijn hierover ook geen inzicht komt. Incluzio is actief aan het sturen op het op- en afschalen van hulp doordat zij zelf actief zijn (en korte lijnen hebben) binnen het voorliggend veld van voorzieningen en welzijnswerk binnen de wijk. Aangezien Incluzio pas sinds 1 januari 2021 actief aan het sturen is op het op- en afschalen van hulp is het nog te vroeg om uitspraken te doen over het effect op de kostenbeheersing. De professionals in de ontwikkelkamer geven aan dat zij in de praktijk nog onvoldoende merken van actieve afschaling naar voorliggende voorzieningen. Voor de komst van Incluzio was er aandacht voor op en afschaling. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het opnemen van de eis bij regionale aanbesteding voor begeleiding producten WMO medio 2020 waarbij een vereiste is opgenomen dat aanbieders die gespecialiseerde begeleiding willen bieden ook product basisbegeleiding moeten bieden en dat actief toegewerkt wordt naar afschalen in uren en product. Dat de gemeente daar nog meer sturing aan heeft willen geven, daarvan is de aanbesteding Sociale Basis het gevolg geweest. Regie binnen netwerksamenwerking In het verleden ging het voor Jeugdhulp om honderden aanbieders. Voor maatwerkdiensten jeugdhulp die lokaal zijn gecontracteerd gaat het nu om 8 contracten met 14 aanbieders.
Daarnaast zijn er nog jeugdhulpaanbieders regionaal gecontracteerd voor andere vormen van zorg (o.a. hooggespecialiseerde behandeling, verblijfszorg, jeugdbescherming). Dit geldt voor de jeugdhulp en niet voor de Wmo. Dit is een grote verandering en heeft als doel gehad om de versnippering tegen te gaan en onderling beter samen te werken. Hulpverleners en aanbieders hebben het gevoel dat de regie over het gehele proces voornamelijk ligt bij de professionals en niet zo zeer bij de consulent van de gemeentelijke toegang. De professionals hebben zicht op wat er nodig is en onderhouden meestal het contact met alle betrokken partijen. De netwerksamenwerking is nog volop in ontwikkeling en aanbieders geven aan behoefte te hebben aan een nog betere samenwerking. Huisartsen hebben niet altijd het gevoel goed meegenomen te worden in de beslissingen van de gemeente. De communicatie vanuit de toegang/gemeente richting de aanbieders en professionals is nog niet altijd goed, de lijnen kunnen korter. Permanente cyclus in leren en verbeteren De gemeente Rheden heeft verschillende ambities om de toegang en netwerksamenwerking te verbeteren. Een aantal veranderingen (met name rondom Incluzio) zijn nog in ontwikkeling. Van een aantal zien we al positief resultaat, zo is het aantal overschreden termijnen teruggedrongen. Met name in de netwerksamenwerking zijn verbeteringen te behalen.
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
37
3.4
Toetsing aan het normenkader
Onderstaande normen zijn gebaseerd op de wettelijke kaders en op de ambities van de gemeente Rheden. Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Norm Toetsing ▪ De inrichting en de uitvoering van de toegang Voldoet merendeels (Wmo): De inrichting en voldoet aan de wettelijke en juridische vereisten en uitvoering voldoet meerendeels aan de termijnen. wettelijke eisen. Voor de Wmo staat de wettelijke termijn op 8 weken (onderzoekstermijn + beslistermijn), dit staat ook in de Wmo verordening. Binnen die 8 weken moet de gemeente een onderzoek hebben uitgevoerd en een beslissing nemen over de aanvraag. Uit gesprekken met medewerkers van de toegang blijkt dat in de zomer van 2021 22% van de Wmo aanvragen niet binnen de termijn zijn behandeld. Dit komt overeen met de cijfers. De gemeente geeft aan dat zij sinds 2019 de overschrijdingen (van 6 weken) bijhoudt.
Die cijfers fluctueren. In dat registratiesysteem is er alleen een huidige tussenstand af te lezen. De stand in november 2021 laat zien dat in meer dan 50% de 6 weken termijn wordt overschreden. Voldoet (Jeugdhulp): De inrichting en uitvoering voldoet aan de wettelijke eisen. Voor de Jeugdhulp zijn geen wettelijke termijnen opgesteld, hier geldt alleen een redelijke termijn. Ook in de verordening komen geen beoogde termijnen terug. Wel blijkt uit een van de beleidsdocumenten dat een beoogde termijn van 8 weken is vastgesteld (onderzoekstermijn + beslistermijn). Dit komt overeen met de wettelijke termijn van de Wmo. Volgens medewerkers van de toegang werd in de zomer van 2021 in ongeveer 60% van de casussen de termijn niet gehaald. De verkregen cijfers bevestigen dit beeld. De cijfers laten bovendien zien dat sinds 6 september tot en met halverwege november helemaal geen
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
38
Norm
▪
▪
▪
Toetsing sprake meer is van overschrijdingen van de termijn. Er is voldoende inhoudelijke (specialistische) Voldoet beperkt: Uit gesprekken met de expertise bij de toegang beschikbaar. toegang en zorgaanbieders blijkt dat medewerkers van de toegang meestal heel bevlogen en betrokken zijn. Helaas is wel sprake van een groot verloop van medewerkers. Vaak mist een warme overdracht waardoor kennis (over specifieke casussen) verloren kan gaan en het proces vertraging oploopt. De toegang reflecteert op de individuele en Nog geen uitspraak over te doen. Incluzio neemt collectieve vraagstukken van de wijk. de toegang sinds 1 januari van dit jaar (2021) op zich. Incluzio doet de intake, is zichtbaar in de wijk en poogt zoveel mogelijk mensen in het voorliggende veld (voorzieningen en welzijnswerk binnen de wijk) op te vangen. Het doel is dat cliënten pas worden doorverwezen naar de gemeente als een hulpvraag niet binnen het voorliggend veld kan worden opgelost. Gezien Incluzio deze rol sinds kort heeft is het nog te vroeg om vast te stellen in welke mate aan de norm wordt voldaan. Voor 2021 gebeurde dit eerder incidenteel dan structureel zo blijkt uit de interviews. De werkwijze van de toegang dwingt keuzes af en Voldoet beperkt: Uit de gesprekken met de maakt ze consistent uitlegbaar naar alle toegang en de geraadpleegde documenten betrokkenen. blijkt dat de toegang keuzes afdwingt.
Deze zijn echter niet altijd consistent uitlegbaar naar alle betrokkenen. Het beleid zoals vastgelegd in verordening, nadere regels en beleidsregels sluiten aan bij de wettelijke kaders en zijn ook in de beleidsregels uitgebreid uitgewerkt. Deze zijn echter niet altijd consistent uitlegbaar naar alle betrokkenen, hier zijn nog veel bewoners en aanbieders ontevreden over. Vaak wordt benoemd dat de keuze om over te gaan naar een andere aanbieder niet goed uit te leggen is als een traject voor een individu goed werkt. Het gaat hier om een tijdelijke overgangsfase. Tijdens deze overgangsfase is inderdaad onderzocht of overdracht mogelijk was, en indien inhoudelijke gronden aanwezig waren, volgde ook geen overdracht. Door de gemeente is gekozen om voor een deel van de inwoners de overgang van een deel van de hulpvragen uit te stellen om zodoende voor een zachte landing te zorgen. Daartoe zijn beschikkingen van een groep inwoners door de gemeente tijdelijk verlengd. De communicatie
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
39
Norm
▪
▪
▪
Toetsing over veranderingen richting aanbieders en bewoners kan beter. De toegang werkt efficiënt (verhouding outputVoldoet beperkt: de toegang weet veel inzet) bewoners te bereiken en te helpen en bovendien worden de beoogde termijnen steeds vaker behaald. Echter zijn er nog steeds overschrijdingen van de termijn, is sprake van een groot verloop van medewerkers (zowel binnen organisaties als binnen de toegang) en een tekort aan personeel. Ten aanzien van de toegang is de inzet van medewerkers bij de gemeente nagenoeg onveranderd gebleven. Sinds 2021 heeft óók Incluzio de opdracht om de toegang uit te voeren. Hiermee wordt meer inzet dan voorgaande jaren gepleegd, terwijl het aantal aanvragen tot maatwerkvoorzieningen van bewoners nagenoeg gelijk is gebleven. Incluzio heeft de opdracht gekregen om de aanwezige voorliggende voorzieningen te verbreden en te versterken met het doel dat inwoners eerst gebruik maken van de mogelijkheden aan ondersteuning aanwezig binnen de sociale basis alvorens een aanvraag bij de gemeentelijke toegang te doen voor een maatwerkvoorziening vanuit de WMO of Jeugdwet. Dit laatste verloopt altijd nog middels het doen van ene melding vanuit de inwoner bij het sociaal meldpunt van de gemeente. De toegang stuurt op op- en afschaling van hulp Voldoet beperkt.
Incluzio is actief aan het sturen en draagt daarmee bij aan kostenbeheersing op het op- en afschalen van hulp doordat zij zelf actief zijn (en korte lijnen hebben) binnen het voorliggend veld (laagdrempelige voorzieningen/welzijnswerk binnen de wijk). Daarnaast is er nog geen uitspraak te doen op de kostenbeheersing. Ook ontbreken hiervoor duidelijke streefwaarden en een 0-meting. De toegang voert de regie op Voldoet beperkt: Sinds begin 2021 heeft de netwerksamenwerking met alle relevante partners gemeente het aantal gecontracteerde en partners herkennen dit aanbieders teruggeschroefd. In het verleden waren er tientallen aanbieders gecontracteerd, nu zijn dit er minder dan 10. Dit geldt voor de lokale inkoop van de Jeugdhulp. Dit is een grote verandering en heeft als doel gehad om de versnippering tegen te gaan en onderling beter samen te werken. De gemeente heeft een start gemaakt met de netwerksamenwerking maar aanbieders geven aan behoefte te hebben aan een nog betere samenwerking. Huisartsen hebben niet altijd
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
40
Norm
▪
Sprake is van permanente cyclus van leren en verbeteren
Toetsing het gevoel goed meegenomen te worden in de beslissingen van de gemeente. De communicatie vanuit de toegang/gemeente richting de aanbieders en professionals is nog niet altijd goed, de lijnen kunnen korter. Voldoet beperkt: De gemeente Rheden heeft verschillende ambities om de toegang en netwerksamenwerking te verbeteren. Een aantal veranderingen (met name rondom Incluzio) zijn nog in ontwikkeling. Van een aantal zien we al positief resultaat, zo is het aantal overschreden termijnen teruggedrongen. Met name in de netwerksamenwerking zijn verbeteringen te behalen.
Bevindingen perspectief wettelijke en juridische kaders
41
Klik hier en voeg via Invoegen Afbeeldingen een foto in. Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
4
BEVINDINGEN GEMEENTELIJKE DOELEN EN AMBITIES
42
4. Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities 4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 3. 4.
Op welke wijze draagt de toegang bij aan de gemeentelijke doelen en ambities in de Wmo en jeugdhulp? Hoe is de informatiepositie en betrokkenheid van de raad georganiseerd en op welke wijze vindt verantwoording plaats, opdat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol kan vervullen?
Daar waar van toepassing gebeurt dat vanuit twee perspectieven: (1) Wmo en (2) jeugdhulp. Elke paragraaf begint met een beantwoording van de onderzoeksvraag op hoofdlijnen gevolgd door een onderbouwing. Het hoofdstuk eindigt met een toetsing aan het normenkader.
4.2
Bijdrage van toegang aan realisatie van gemeentelijke doelen Wmo en Jeugdhulp
Beantwoording onderzoeksvraag op hoofdlijnen: De inrichting van de toegang draagt in theorie bij aan de gemeentelijke doelen en ambities in de Wmo en Jeugdhulp, echter de uitvoering laat zien dat het systeem van toegang onvoldoende prikkels tot afschaling bevat. Professionals geven daarnaast aan dat er wel een toenemende druk is op verlaging van kosten en dat dit leidt tot snellere afschaling, eerder dan op basis van inhoudelijke argumenten. Verder geven zij aan dat het lastiger is geworden om de jongeren die zwaardere hulp nodig hebben door te verwijzen. Er is onvoldoende zicht op de effectiviteit van de toegang. De veranderingen, die doorgevoerd zijn met ingang van 2021 waaronder één centrale toegang voor nieuwe vragen bij de welzijnsorganisatie én drastische vermindering van het aantal aanbieders van hulp en ondersteuning op het gebied van jeugdzorg hebben, zijn hierom ingezet. Er is tijd nodig om dit volledig tot haar recht te laten komen. De ervaringen bij uitvoerders in het veld, en bewoners die gebruik maken van Jeugdhulp laten vooralsnog veel kanttekeningen zien. Nu is begin 2021 bij de overgang naar minder aanbieders sprake geweest van een ‘bulkoverdracht’ naar andere aanbieders*. Hier is voor gekozen omdat het anders naast logistiek ook financieel een pittige en tijdrovende operatie zou zijn.
*) In het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat er volgens de gemeente geen enkele sprake is geweest van een bulkoverdracht. Iedere zaak bij een vanaf 1 januari 2021 niet meer gecontracteerde zorgaanbieder, is individueel bekeken en besproken of deze voor overdracht in aanmerking kwam. Op basis van inhoudelijke afwegingen zijn casussen al dan niet overgedragen.
Onderbouwing 4.2.1. Samenhang kaders sociaal domein Om te beoordelen hoe de toegang een bijdrage levert aan de gemeentelijke doelen en ambities is een verkorte weergave van de doelen en ambities opgesteld. In onderstaand plaatje wordt zichtbaar op welke
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
43
wijze de lokale kaders rondom de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet in de gemeente Rheden zijn vormgegeven1:
Het Rhedens model (Nota Samenredzaamheid) Het Rhedens model2 is de basis voor de inrichting in het sociaal domein. Het realiseren van dit model is het doel van de gemeente, echter concrete doelen en streefwaarden zijn niet opgenomen in de nota Samenredzaamheid. Het gaat uit van sterke sociale structuren en voorzieningen. De gemeente Rheden geeft hierover het volgende aan: ‘Onze filosofie van samenredzaamheid hebben we verbeeld in het Rhedens model. Het maakt de (sociale) netwerken en de onderlinge samenhang rondom een individu in vijf cirkels zichtbaar. Het uitgangspunt vormt de eigen potentie van de individuele inwoner en de mogelijkheden en kracht van zijn/haar netwerk van familie en vrienden. Hoe dichter je bij de inwoner blijft en hier rondom organiseert, hoe meer de inwoner zelf kan doen, maar ook wíl doen, en hoe minder kans op formele verplichtingen vanuit protocollen. Ook geven de cirkels in het model de (natuurlijke) grenzen aan die je tegen kunt komen als je hulp en ondersteuning nodig hebt én geven ze de grens aan van wat een samenleving kan betekenen.
De toegang tot de Wmo en jeugdhulp is een belangrijk instrument om het Rhedens model tot uitvoering te brengen. Dit lichten we onderstaand toe.
1 2
Bron: Beleidskader jeugdhulp 2015-2016 Nota Samenredzaamheid 2018 – 2022 Omzien naar elkaar vraagt om bouwen met energie en vertrouwen
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
44
Toegang als trechter Het doel van de wet is inwoners te helpen om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen en deel te kunnen blijven nemen aan de maatschappij. In het Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen van de gemeente Rheden “Begrenzen van de Zorg” 3wordt gesteld dat ’niet iedere beperking leidt tot verminderde zelfredzaamheid of een participatieprobleem zoals bedoeld in de Wmo. En niet elke beperking van de zelfredzaamheid of participatie vraagt om overheidsondersteuning. Door eigen oplossingen en hulp van naasten en vrijwilligers in te zetten, de sociale basis, kan in veel gevallen een levenspatroon voortgezet worden dat als aanvaardbaar gezien kan worden. Voor ondersteuning komen met name ouderen in aanmerking maar ook chronisch zieken en mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking.’ De gemeente Rheden kent een zeer sterk vergrijsde populatie. Het aantal ouderen neemt toe, de ouderen worden ouder en het landelijk beleid stimuleert oudere mensen om langer zelfstandig te wonen. In het Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen van de gemeente Rheden “Begrenzen van de Zorg” is het volgende hierover vermeld ‘De verwachting is dat de vraag naar WMO-voorzieningen daardoor zal stijgen. We bevinden ons in een regio met een rijke zorg-infrastructuur (zorginstellingen, tehuizen, ed.).
De in gang gezette extramuralisering geeft de vraag naar Wmo-ondersteuning een extra impuls. Voor de Wmo geldt dat het aantal klanten en toegewezen voorzieningen in de afgelopen jaren min of meer constant blijven.’ De gemeente Rheden hanteert voor daarom het principe van “trechtering”. In het Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen van de gemeente Rheden is het volgende hierover vermeld: ‘Het maximaal benutten van de eigen mogelijkheden van de inwoner is het uitgangspunt. Indien mogelijk aangevuld met ondersteuning door mantelzorgers en/of vrijwilligers. Als formele voorzieningen nodig zijn wordt waar mogelijk eerst een beroep gedaan op voorliggende voorzieningen zoals een andere wettelijke regeling (Zorgverzekeringswet, Wet Langdurige zorg). Dit plan vervolgt: Indien een ondersteuningsbehoefte resteert wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van algemene voorzieningen. Vervolgens komen eventuele maatwerk-oplossingen aan bod. Uitgangspunt blijft de inwoner passend te ondersteunen daar waar dat nodig is en waar het voorliggend veld en algemene voorzieningen niet in kunnen voorzien. Toegang is verlegd naar sociale basis De gemeente Rheden ziet in dat de transformatie een proces van lange adem is.
Zij schrijft in 2020 een aanbesteding uit voor de sociale basis en geeft in het aanbestedingsdocument4 aan: ’In de voorbije jaren zijn stappen gezet, maar het gewenste resultaat is nog niet bereikt: Een sterke en brede sociale basis, waarin inwoners, vrijwilligers, informele zorgorganisaties en aanbieders van professionele diensten op het gebied van ondersteuning, zorg en welzijn samenwerken aan een zorgzame en inclusieve samenleving. De uitdaging in deze opdracht is om aan te sluiten op de kracht van inwoners initiatieven en alleen daar een bijdrage te leveren waar die nodig is of wordt gevraagd.’ Met deze aanbesteding wil de gemeente de transformatie een impuls geven en dit proces stimuleren door de sociale basis opnieuw en integraal aan te besteden. In de aanbesteding richt de gemeente zich op een tweetal bewegingen5: ‘1. Versterken: het versterken van de sociale basis door de herkenbaarheid en toegankelijkheid te vergroten, initiatieven en voorzieningen te verbinden en stimuleren en faciliteren van nieuwe collectieve voorzieningen (innovatie); 2. Verbreden: het verbreden van de sociale basis door (onderdelen van) maatwerkvoorzieningen op het gebied van de Wmo en Jeugd op een logische wijze in te bedden in de sociale basis.
Het uiteindelijke doel is een ‘breed en sterk fundament’ dat door alle inwoners ook als zodanig wordt herkend en erkend en waaraan inwoners een (intrinsieke) bijdrage willen leveren. Hiermee willen wij de noodzaak van individuele maatwerkvoorzieningen voorkomen of uitstellen. Zodra dit mogelijk is schalen
3 4 5
In het Transformatieplan 2.0 & Ombuigingen van de gemeente Rheden “Begrenzen van de Zorg” Aanbestedingsdocument gemeente Rheden Sociale Basis 2021 Aanbestedingsdocument gemeente Rheden Sociale Basis 2021
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
45
zorgaanbieders af naar de sociale basis. Hierdoor blijft passende zorg en ondersteuning voor alle inwoners duurzaam geborgd, inhoudelijk en financieel.’ De sociale basis moet dus niet alleen worden versterkt maar ook worden verbreed tot een ‘breed en sterk fundament’ dat door alle inwoners ook als zodanig wordt herkend en erkend en waaraan inwoners een (intrinsieke) bijdrage willen leveren en aanspraak kunnen maken als basisondersteuning nodig is. Vanaf 2021 melden bewoners zich met een nieuwe vraag bij Incluzio, voor maatwerkvoorzieningen kunnen ze bij de gemeente terecht. Als in de intake blijkt dat de laagdrempelige hulp bij Incluzio niet toereikend is, is de gemeente de volgende stap. Incluzio doet in feite een vooronderzoek. Het is de verwachting van de gemeente dat meer vragen belegd zijn bij de sociale basis en dat daarmee het aantal maatwerkvoorzieningen afneemt. Nieuwe aanvragen die toch een maatwerkvoorziening nodig hebben zullen door Incluzio worden doorverwezen naar de Toegang van de gemeente. 4.2.2. Rhedense doelen van de Wmo In Meedoen! Het meerjarenbeleidskader Sociaal Domein 2017-2021 geeft de gemeente aan dat zij naast de wettelijke verantwoordelijkheden die zij heeft ook eigen verantwoordelijkheden kiest.
De gemeente Rheden kiest drie focuspunten: ▪ Een basis voor iedereen, deze gaat over het individu en wat deze nodig heeft ▪ Samen onderweg, deze gaat over de samenleving en de bereidheid om voor en met elkaar dingen te doen ▪ Meedoen makkelijk helpen maken, over de gemeente en wat deze moet doen om aan de andere focuspunten een bijdrage te leveren Het streefbeeld bij deze doelen is zijn: ▪ Inwoners houden de regie over hun leven (dit streefbeeld is vertaald in een aantal voor de toegang tot de Wmo en jeugdhulp relevante streefwaarden, zie hieronder) ▪ De vitaliteit van inwoners is verbeterd (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ Signalering en lichte hulpverlening voorkomen uitval (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ Minder eenzaamheid onder Rhedense inwoners (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ Voldoende en toegankelijke algemene voorzieningen (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ De samenredzaamheid in onze dorpen is versterkt (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ Sociale, sportieve en culturele activiteiten zijn er voor iedereen (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ Passend werk en arbeidsmatige dagbesteding zijn beschikbaar (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪
Vrijwilligerswerk of matenzorg groeit niemand boven het hoofd (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ De gemeente treedt op als partner (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ Regionale samenwerking vanuit lokaal perspectief (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang) ▪ Informatie en advies zijn toegankelijk en eenduidig (hier zijn geen streefwaarden opgenomen relevant voor de toegang)
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
46
Door het ontbreken van duidelijke streefwaarden en een daarbij behorende 0-meting zijn resultaten ten aanzien van deze doelen niet gemeten. In de programmabegrotingen 2018, 2019 en verder zijn de volgende op de Wmo en jeugdhulp van toepassing zijnde streefwaarden opgenomen bij het streefbeeld inwoners houden regie over hun leven: ▪ Het tevredenheidsniveau van de inwoners (van 0 tot 100) die contact hebben met onze Toegang blijft op peil. Van hen voelt 80% zich ondersteund bij het vinden van oplossingen voor de ervaren problemen (zowel in de algemene als in de maatwerksfeer). ▪ Het percentage inwoners (van 0 tot 100) dat de kwaliteit van de ondersteuning door middel van maatwerkvoorzieningen als goed beoordeeld, blijft gelijk t.o.v. de waardering in 2016. Dit percentage bedraagt 86%. ▪ De bekendheid van de algemene voorziening voor onafhankelijke cliëntondersteuning bij "Het Gesprek", stijgt van 27% in 2016 naar 35% in 2018. Deze percentages betreffen de groepen inwoners die zich melden bij het Sociaal Meldpunt. De bovenstaande streefwaarden zijn niet teruggevonden in de jaarrekening 2020. De volgende realisatie van de streefwaarden zijn wel opgenomen in de jaarrekening 2020: ▪ Streefwaarde: Het tevredenheidsniveau van inwoners (van 0 tot 100) die contact hebben met de Toegang blijft op peil. De gemeente streeft naar minimaal een score van 7,5 bij Wmo en Jeugd (bron CEO).
De realisatie van de toegang tot de zorg via de consulenten Wmo en Jeugd scoort met de meting van 2019 een ruim voldoende; een 7,8 voor de jeugdhulp en een 7,3 voor de Wmo. ▪ Streefwaarde: Het tevredenheidsniveau van de inwoners (van 0 tot 100) over de ondersteuning door middel van maatwerk blijft op peil. We streven naar minimaal een score van 7,5 bij Wmo en Jeugd (bron CEO). De realisatie uit de meting van 2019 is, dat het tevredenheidsniveau van cliënten over de kwaliteit van ondersteuning een 7,8 voor de Wmo en een 7,9 voor de jeugdhulp was. Voor 2020 zijn de resultaten nog niet bekend. Een aantal gesproken respondenten zet vraagtekens bij de representativiteit van tevredenheidsonderzoeken. Zij vragen zich af of de inwoners die niet tevreden zijn met de geboden ondersteuning en de inwoners die zich niet melden voor ondersteuning maar dit wel nodig hebben, meedoen aan het tevredenheidsonderzoek. Het is lastig te achterhalen of de hiervoor genoemde groepen inwoners worden bereikt met een dergelijk onderzoek. Op de vraag of deze tevredenheidsonderzoeken representatief zijn kunnen de onderzoekers dan ook geen antwoord geven. In het ambtelijk wederhoor is aangegeven dat in de rapportage van client ervaringsonderzoeken altijd een hoofdstuk wordt gewijd aan de verantwoording van representativiteit en betrouwbaarheid van onderzoeksresultaten.
Gerealiseerde bijdrage van de toegang aan doelen en ambities Wmo Te vroeg om de effecten van de recente wijzingen te zien. Een belangrijke reden om voor een toegang in de sociale basis te kiezen en deze te positioneren bij Incluzio was ook om voorliggende voorzieningen aan te bieden als alternatief. Het is volgens meerdere respondentgroepen te vroeg om te zien dat het gebruik van maatwerkvoorzieningen wordt afgevangen, wel zijn er signalen dat de toetsing in de sociale basis effect heeft en laagdrempelige hulp altijd voorgaat op maatwerk. Het vermoeden is dat in dat eerste gesprek, maar ook op andere manier, bewoners worden geïnformeerd over de mogelijkheden waardoor consulenten merken dat bewoners meer vragen en gebruik maken van allerlei voorzieningen. De verwachting is dat qua begeleidingstaken er op termijn minder nodig blijkt omdat je al in een vroeg stadium de bewoner in beeld hebt. Bij de Wmo is het vermoeden bij de toegang dat tegen het einde van het jaar de kentering zichtbaarder wordt. Dat wordt niet verwacht bij alle producten. Ten aanzien van hulp bij huishouden en vervoer worden geen echte verschuivingen verwacht. De verwachting bij de gemeente is dat de toegankelijkheid voor de inwoners is vergroot ondanks de gemeente dat niet kan staven aan
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
47
eerder onderzoek omdat er geen vergelijkingsmateriaal is. Een nulmeting is niet aangetroffen en volgens respondenten niet aanwezig. Voor- en nadelen voorkeurstoegang via de sociale basis. Dat er sinds 2021 met een voorkeurstoegang via de sociale basis (Incluzio) wordt gewerkt, wordt door de gesproken respondenten als positief ervaren. Dit voorkomt dat de inwoner op verschillende plekken zijn verhaal moet vertellen. Voor de bewoner die een maatwerkvoorziening nodig heeft, wordt dit niet altijd als voordeel gezien. Een van de respondenten zegt hierover: ‘Pas na een eerste intake komt een inwoner, indien de laagdrempelige hulp van Incluzio niet toereikend is, pas bij de consulenten van de gemeente. Voor de bewoner zit er, indien maatwerk nodig is, wel een week meer tijd tussen omdat ze zich altijd eerst bij Incluzio aanmelden.’ Echter een inwoner die zich eerst bij het Sociaal Meldpunt meldt, en waarvan meteen duidelijk is, dat er hoogstwaarschijnlijk een individuele voorziening nodig is, wordt niet doorgestuurd naar Incluzio, maar wordt door de gemeentelijke toegang opgepakt. Vertrouwensband tussen professionals van de toegang en bewoners staat onder druk. De medewerkers van de toegang zijn een belangrijk instrument om het Rhedens Model en de gewenste omslag in handelen te realiseren. Dat vraagt ook vertrouwen in die medewerkers.
De kracht van de medewerkers zit niet zozeer in het bieden van de hulp die de bewoner per se wil, maar wat nodig is. Belangrijk hierbij is dat de bewoner het gevoel heeft dat hij gehoord wordt. Vertrouwen is een ander belangrijk sleutelwoord. Soms is het nodig dat er meer gesprekken worden gevoerd met een bewoner omdat een consulent heeft beoordeeld dat dat nodig is. Er zou volgens respondenten van de toegang meer vertrouwd moeten worden op de professionele afweging. Tijdens gesprekken met respondenten geven een aantal gesproken beleidsmedewerkers aan dat de gemeentelijke organisatie veel eigen mensen mede kwijt is geraakt door een te grote en soms eenzijdige nadruk op afschaling. In het casusonderzoek is het beeld onderstreept dat er veel wisselingen zijn van contactpersonen bij de gemeente. Er zijn voorbeelden genoeg van consulenten die een doordacht plan hadden en na een toetsing terug moesten naar de klant om er een kwartier van de hulp af te halen. Dat doet echt iets met de professional en de bewoner. De uitvoerende medewerkers zijn volgens meerdere respondenten van hot naar her getrokken om de bewoners goed te bedienen. Wel wordt herkend dat er nu sprake is van een kentering, maar er is veel te repareren. Ook zijn er zorgen om bewoners die verloren zijn geraakt in het proces van verandering.
Dit is het proces van overgang naar een beperkter aantal zorgaanbieders en het proces dat alle nieuwe aanvragen starten bij Incluzio. De verloren inwoners zijn de inwoners die de nieuwe zorgaanbieder niet accepteren en daarmee in de start van 2021 een bepaalde tijd verstoken bleven van zorg. We hebben dit in ieder geval bij één onderzochte casus aangetroffen. Het gaat om bewoners die extra kwetsbaar zijn, onder andere bewoners met autisme, ouderen, mensen met multiproblematiek en mensen met ernstige psychische problemen. Uiteindelijk komt een deel van deze groepen weer in beeld via Veilig Thuis, maar dan is het vaak al geëscaleerd. Volgens professionals komt niet iedereen snel in beeld. De groep die niet voor overlast zorgt of op een andere manier opvalt, wordt vaak niet meteen gezien. Personele wisselingen dragen niet bij aan continuïteit. De vele personele wisselingen aan de kant van de gemeente op de verschillende niveaus hebben volgens partners van de gemeente ook niet bijgedragen aan de continuïteit: ´We hebben naast de wijzigingen in de sociale basis en de inkoop ook een wisseling van ambtelijk contactpersoon gehad. Er is dus op alle fronten wisselingen geweest van aanbieders en ook van onze contactpersonen bij de gemeente.’ Nieuwe inkoop van invloed op de beleving van de toegang.
Meerdere respondenten geven aan dat veel bewoners van aanbieder hebben moeten wisselen zonder dat ze daar goed en volledig over waren geïnformeerd door de toegang. Een van de partners zegt hierover: ‘Ook zijn we mensen verloren die nu niet meer de zorg krijgen bij de aanbieder die ze gewend waren. Soms zegt het product niet alles. Dan
Bevindingen gemeentelijke doelen en ambities
48
krijgen ze nog steeds hetzelfde product, want daar kijken wij zelf naar, maar missen ze vooral alle extra dingen die ze bij hun vertrouwde begeleider ook kregen. Dat wordt door de gemeente onderkend. In 2020 is veel werk verzet om de grote kanteling vorm te geven in een korte tijdspanne. Met een beperkte capaciteit is een nieuwe dienstverlening ingevoerd. Wel zijn wachtlijsten ingelopen. Verbeteringen worden vooral gezien op het gebied van de communicatie met bewoners, bijvoorbeeld over de status van hun aanvraag of het beëindigen van het contract met aanbieders. Zo had dit op individueel bewonersniveau moeten worden gemeld, nu is sprake geweest van een ‘bulkoverdracht’ naar andere aanbieders. Hier is voor gekozen omdat het anders naast logistiek ook financieel een pittige en tijdrovende operatie zou zijn. Inwoners hebben een brief ontvangen over de mogelijke overdracht en de wijze waarop. Communicatie hierover had volgens de gemeente idealiter eerder in het proces plaatsgevonden. Toename bezwaarschriften. Uit tabel 5 blijkt dat het aantal bezwaarschriften in 2020 fors hoger (58) is dan in de jaren daarvoor (tussen de 5 en 15 per jaar). Ook in 2021 ligt het aantal bezwaarschriften al op 29 (aantallen tot medio 2021).
Volgens meerdere respondenten is een van de verklaringen de wisseling van aanbieders: het afscheid moeten nemen van een vertrouwde aanbieder heeft geleid tot meer bezwaar. Een andere verklaring die wordt genoemd is dat bewoners in de nieuwe situatie niet meer de ondersteuning kregen in de frequentie die ze gewend waren of de manier waarop ze die kregen. Een van de gesproken beleidsmedewerkers geeft aan dit in de lijn der verwachtingen lag. Bij een verandering van beleid valt te verwachten dat dit leidt tot meer bezwaar. Daarnaast was sprake van een verandering in de hulp bij het huishouden. Dat is niet alleen bij nieuwe gevallen toegepast, maar in de praktijk is dat ook gebeurd bij her-indicaties. Tabel 5 | Aantal bezwaarschriften en beroep Wmo en Jeugdwet 2015 tot en met 2021 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Wmo bezwaar 7 15 7 12 5 58 Wmo beroep 0 0 0 0 0 0 Jeugdwet bezwaar 0 4 0 0 1 2 Jeugdwet beroep 0 0 0 0 0 0