12e. Pinkenberg_Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Pinkenberg Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan Pinkenberg Toelichting Status: Vastgesteld Datum: 7 mei 2024 Projectnaam: Pinkenberg Projectnummer: BI7575 Opdrachtgever: Vitens Referentie: Auteur(s): JT Collegiale toets: FB Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Datum/paraaf vrijgave:
Pinkenberg
Pinkenberg
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 8 9 9
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
11
2.1 2.2
11 12
Huidige situatie Toekomstige ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Beleidskader
15
3.1 3.2 3.3 3.4
15 18 20 21
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
23
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
23 24 25 25 26 27 28 29 31 32 35 37
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Bedrijven en milieuzonering Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Geluidhinder Geurhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Ontplofbare Oorlogsresten
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet
39
5.1 5.2
39 39
Standaard en plansystematiek Toelichting op de regels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
43
6.1 6.2
43 43
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek middels proefsleuven
Bijlage 3
Proefsleuvenonderzoek
Bijlage 4
Natuurtoets
Bijlage 5
Aanvullend ecologisch onderzoek
Pinkenberg
2
Bijlage 6
AERIUS-berekening aanlegfase
Bijlage 7
Ecologische effectbeoordeling
Bijlage 8
Onderzoek Archeologie
Bijlage 9
Ontplofbare Oorlogsresten
Bijlage 10
Nota van Zienswijzen
Pinkenberg
3
Pinkenberg
4
Toelichting
Pinkenberg
5
Pinkenberg
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
In het noorden van Rozendaal, aan de Kluizenaarsweg 2, is al ruim een eeuw het waterproductiebedrijf Pinkenberg gevestigd. Dit productiebedrijf is in eigendom van Vitens. Het huidige productiebedrijf Pinkenberg (bouwjaar 1898 en geopend 14 februari 1899) bestaat uit een pompgebouw met zuiveringsinstallatie inclusief opslagkelders voor drinkwater (deze zijn verderop gelegen op de Pinkenberg). De bestaande bronnen waar het drinkwater van gemaakt wordt zijn goed. Echter het productiebedrijf en de opslagkelders voor het drinkwater voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd en de ambities van Vitens. Binnen Vitens zijn de ambities voor 2030 geformuleerd. De ambities kunnen kort samengevat als volgt worden weergegeven: de bedrijfsvoering verder verduurzamen; het ontwikkelen van een nieuw en duurzaam watersysteem met een positieve impact op mens en natuur; het kiezen voor duurzame bronnen; het inzetten op duurzaam watergebruik door particulieren en bedrijven. Vanuit het verduurzamen van het drinkwaterbedrijf is voor Vitens een aantal zaken van belang, namelijk: het beschermen van kwaliteit en bronnen; ecologisch beheer van waterwingebieden; natuurinclusief bouwen; het verkleinen van de klimaatvoetafdruk; aandacht voor materiaalgebruik en recycling.
Nieuwbouw van het productiebedrijf is nodig omdat de zuiveringsinstallatie en het gebouw als geheel niet voldoen aan de huidige veiligheids- en kwaliteitseisen. De bestaande installaties zijn in een fase beland van 'einde levensduur'. Vitens wil toewerken naar een toekomstbestendig productiebedrijf. Een dergelijk bedrijf is qua bouwoppervlakte groter dan het huidige bedrijf. Tevens wordt er gezocht naar een ontwerp waarin de opslagkelders zijn geïntegreerd. De ruimte aan de Kluizenaarsweg 2 is beperkt. Enerzijds omdat het pompgebouw is aangewezen als Rijksmonument. Deze status staat uitbreiding of verbouwing van het gebouw niet zomaar toe. Anderzijds is het pompgebouw “verdiept” gelegen met risico op inundatie (wateroverlast voor het gebouw en installaties) en storingen bij hevige regenbuien, wat een risico vormt voor de leveringszekerheid. Om voldoende en kwalitatief betrouwbaar drinkwater voor nu en de toekomst te garanderen wijkt Vitens uit naar een alternatieve locatie. Er is gezocht naar een geschikte ruime nabijgelegen locatie voor nieuwbouw. Deze locatie is gevonden binnen de bestaande enkelbestemming 'Waterwingebied' oostelijk van het bestaande pompgebouw en oostelijk van de Kluizenaarsweg, specifiek op de Kluizenaarsweg 5. Bouw op deze nieuwe locatie is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk, omdat op deze locatie geen bouwvlak is opgenomen.
Het onderhavige bestemmingsplan moet de bouw van een nieuw pompstation met voorzieningen mogelijk maken op de gevonden locatie.
Pinkenberg
7
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het nieuwe productiegebouw is ten opzichte van het bestaande productiegebouw globaal gesitueerd aan de overkant (oostzijde) van de Kluizenaarsweg, respectievelijk Kluizenaarsweg 5 in Rozendaal. Naast het productiegebouw moeten ook nieuwe drinkwaterreservoirs en een spoelwaterbassin worden gebouwd. Het programma voor nieuwbouw op de beoogde locatie is weergegeven op afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1 Schematische weergave van de beoogde nieuwbouwlocatie productiegebouw (bron: Vitens) Het gebied wordt in zekere zin ingeklemd tussen de Kluizenaarsweg, Pinkenbergseweg en de gemeentegrens met de gemeente Rheden. Op afbeelding 1.2 is het plangebied met een grijze pointer weergegeven.
Afbeelding 1.2 Globale locatieaanduiding plangebied (bron: Google Maps)
Pinkenberg
8
1.3
Vigerende plannen
Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Rozendaal 2019, vastgesteld op 26 mei 2020 door de gemeenteraad van Rozendaal. De locatie is gelegen op gronden met de enkelbestemming 'Waterwingebied'', zie afbeelding 1.3. De voor 'Waterwingebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor een waterwingebied met daarbij behorende voorzieningen en werken, waaronder begrepen vijvers welke dienen als opvang- en infiltratievoorziening van restwater en als sier- en belevingselement. De functie van productiegebouw past feitelijk binnen de aangegeven bestemmingsomschrijving. Binnen artikel 16.2 van het vigerend bestemmingsplan is bij de bouwregels aangegeven dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Op de locatie van de nieuwbouw is echter geen bouwvlak opgenomen, zodat het nieuwe productiegebouw met bijbehorende voorzieningen hiermee in strijd is. Op dit punt voldoet de ontwikkeling niet aan de regels in het bestemmingsplan. Reden waarom gekozen is voor een herziening van het bestemmingsplan voor de aangegeven locatie.
Afbeelding 1.3 Vigerend bestemmingsplan (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Naast de genoemde enkelbestemming geldt voor het plangebied eveneens de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie 3' en een gebiedsaanduiding 'milieuzone - beschermingsgebied grondwater'. Mits voldaan wordt aan de vereisten behorende bij deze beschermingsgebieden is het planvoornemen niet in strijd met het bepaalde in deze dubbelbestemming en gebiedsaanduiding.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader van Europa, het Rijk, de provincie en betrokken gemeenten uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in de hoofdstukken 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van de inspraak en overleg.
Pinkenberg
9
Pinkenberg
10
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het huidige productiegebouw bestaat uit een pompgebouw en het reservoir op het adres Kluizenaarsweg 2 en 2b te Rozendaal. Het productiegebouw is aangewezen als Rijksmonument en dient in dat kader ook beschermd te worden. Het productiegebouw is ten opzichte van de omgeving verdiept aangelegd. In feite ligt het gebouw in een dal. Het gebouw is rondom voorzien van verharding. De locatie is gelegen aan de rand van de bebouwde kom. Afbeelding 2.1 geeft de ligging ten opzichte van de kern Rozendaal weer.
Afbeelding 2.1 Ligging plangebied, met links de bestaande locatie en rechts de toekomstige locatie Oostelijk van het huidige productiegebouw, aan de overzijde van de Kluizenaarsweg is een voormalige boerderij met schuur gelegen deze zijn eveneens aangewezen als Rijksmonument. Oostelijk van het huidige productiegebouw en zuidelijk van de monumentale boerderij is de nieuwbouwlocatie voorzien. De locatie bestaat in de huidige situatie uit grasland dat vrijwel geheel omzoomd is met een beukenhaag. Afbeelding 2.2 geeft een indruk van het plangebied vanaf de noordoostelijke zijde gezien, richting het zuidwesten met aan de rechterzijde nog een gedeelte van de monumentale boerderij.
Pinkenberg
11
Afbeelding 2.2 Impressie van het plangebied gezien vanaf de noordoostzijde (bron: Google Maps)
2.2
Toekomstige ontwikkeling
Het plan omvat de nieuwbouw van de volgende items: Twee waterreservoirs met een nuttige inhoud van elk 1.000 m3. Pomp- en filterruimte met diverse pompinrichtingen. Elektrotechnische en procesgeautomatiseerde ruimtes. Aansluitingen van ondergronds leidingwerk van het nieuwe reinwaterreservoir op de nieuwe productieruimte. Slibverwerking. De huidige productieruimte blijft in stand totdat de nieuwe productieruimte in gebruik is genomen. Het huidige gebouw blijft als Rijksmonument in stand. In de nieuwe situatie bedraagt de totale oppervlakte van de gebouwen ongeveer 1.580 m². Van deze totale oppervlakte beslaan de nieuw te bouwen reinwaterreservoirs ongeveer een oppervlakte van 480 m². De verschillende onderdelen van het gehele productieproces, waarvan er een aantal buiten het plangebied liggen, zijn verbonden met een ondergrondse infrastructuur, bestaande uit leidingen, elektrakabels en besturingskabels.
Pinkenberg
12
Pinkenberg
13
Afbeelding 2.3 Schetsontwerp inrichting terrein en bebouwing nieuw pompstation (bron: Firma Bart) Het pompstation wordt deels ondergronds aangelegd, zodat een ingetogen schuurachtig volume ontstaat als nieuw onderdeel van een historisch erf passend bij de monumentale boerderij. De gevels worden in hout uitgevoerd met subtiele gevelopeningen passend in een natuurlijke omgeving. De noodzakelijke reinwaterkelders worden ondergronds weggewerkt onder het glooiend maaiveld, zodat een natuurlijk geheel ontstaat. Er zijn enkele schetsmatige aanzichten gemaakt om een indruk te geven van de nieuwbouw in zijn omgeving. Deze schetsen zijn hieronder weergegeven.
Impressie zijaanzicht gezien vanaf Pinkenbergseweg van zuid (links) naar noord (rechts)
Impressie nieuwbouw Afbeelding 2.4 Schetsontwerpen nieuwbouw
Pinkenberg
(bron: Rooding Architecten bna)
14
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland en vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting daarbij wordt meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven/kansen aan te pakken. De ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit staan daarbij centraal. Conclusie: Voorgenomen ontwikkeling is niet van nationaal belang. Toetsing aan de ontwikkeling vanuit de Nationale Omgevingsvisie is daarom niet relevant. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van deze ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.
Beoordeling Omdat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling (nieuwbouw van een bedrijf) buiten bestaand stedelijk gebied, heeft er een zogenaamde laddertoets plaatsgevonden. De behoefte aan winning van voldoende schoon drinkwater is evident. De behoefte aan een waterproductiebedrijf in de nabijheid van het waterwingebied bij Rozendaal derhalve ook. Het huidige waterproductiebedrijf bevindt zich aan de rand van het bestaande stedelijke gebied van Rozendaal. Het toekomstige waterproductiebedrijf bevindt zich eveneens aan de rand van het bestaande stedelijk gebied. Ten behoeve van het optimaal benutten van de ruimte zijn drie optionele locaties en één alternatief onderzocht: 1. Sportpark de Pinkenberg en agrarische gronden (Rozendaal). 2. Voormalig openluchtzwembad Beekhuizen (Velp). 3. Arnhemse Hockey Club (Velp). Alternatief: Combinatie van bestaande productielocaties Pinkenberg en Ellecom tot één centraal gelegen gecombineerde nieuwbouw. Om de locaties en het alternatief te beoordelen op de geschiktheid zijn de volgende kenmerken gehanteerd door Vitens: oppervlakte van het terrein; bestemming van de locatie; beschikbaarheid terrein; hoogteligging van het terrein; afstand tot het winveld/voorzieningsgebied; afstand tot een Natura 2000-gebied; onderdeel van Nederlands Natuur Netwerk of Natura 2000-gebied.
De sportvelden van Sportpark de Pinkenberg, de Pinkenberg in Rozendaal De sportvelden hebben de enkelbestemming 'Sport'. De agrarische gronden die zuidelijk van de
Pinkenberg
15
sportvelden liggen, hebben de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden'. De betreffende percelen hebben allemaal de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 3' mede bestemde gronden. Hier zijn uitzonderingen voor mogelijk. Eén van de uitzonderingen is op basis van archeologisch onderzoek aantonen dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden niet worden verstoord. In alle gevallen dient voor de bestemmingswijziging de uitgebreide procedure te worden gevolgd. De slagingskans van de bestemmingswijziging is afhankelijk van een herhuisvestingsvraag vanuit Sportclub Veluwezoom, Voetbalvereniging Olympia en voetbalclub DVOV of herhuisvestingsplannen van de gemeente Rozendaal om deze sportverenigingen te verplaatsen. Uit een online onderzoek blijkt van geen van beide gevallen sprake te zijn. Gezien de status van dit onderzoek is er niet geïnformeerd bij de gemeente of bij de betreffende sportclubs. Derhalve is de slagingskans voor de bestemmingswijziging bepaald op 50%. Voormalig openluchtzwembad Beekhuizen, Beekhuizenseweg 93 in Velp De Stichting Broedplaats Beekhuizen zet zich in voor behoud en ontwikkeling van deze locatie als “nieuwe natuur”.
Het merendeel van het perceel is bestemd als 'Natuur', een klein deel van het perceel is bestemd voor 'Wonen'. Daar waar de woonbestemming van toepassing is zijn al woningen aanwezig of wordt een woning gebouwd. Op deze locatie is dan ook geen ruimte meer voor nieuwbouw, tenzij de bestemming van de voor natuur aangewezen gronden wordt gewijzigd. Gezien het doel van de Stichting Broedplaats Beekhuizen, de inrichting van het gebied en de ligging tegen het Natura 2000-gebied en Natuur Netwerk Nederland, is de kans om de bestemming te wijzigen nihil. AHC Beekhuizenseweg 95 in Velp De Arnhemse Hockey Club (AHC) en Tennisvereniging Beekhuizen hebben een ligging tegen het Natura-2000 gebied en Natuur Netwerk Nederland. De locaties hebben de bestemming 'Dagrecreatie' en zijn bestemd voor sport- en recreatievoorzieningen. De slagingskans van de bestemmingswijziging is afhankelijk van een herhuisvestingsvraag vanuit AHC en de tennisvereniging of herhuisvestingsplannen van de gemeente Rheden om deze sportverenigingen te verplaatsen. Derhalve en aangezien de locatie wordt omringd door Natura 2000-gebieden en Natuur Netwerk Nederland, is de slagingskans voor de bestemmingswijziging 30%.
Combineren waterproductiebedrijven Een combinatie van Pinkenberg en Ellecom tot één centrale productielocatie is niet doorgegaan omdat de kosten voor de aanleg van nieuwe ondergrondse infrastructuur (voor het transport van ruwwater naar het centrale productiebedrijf en het transport terug van reinwater (drinkwater) de investering van de nieuwbouw meer dan verdubbelden. Daarnaast is dit energetisch een onaantrekkelijke optie. Pinkenberg ligt hoog. Het centrale productiebedrijf laag. Er moet eerst energie vernietigd worden om te hoge drukken in het productiebedrijf te voorkomen en vervolgens moet het drinkwater weer op druk gebracht worden om Pinkenberg te kunnen bereiken. Gekozen locatie nabij het bestaande waterproductiebedrijf De gekozen locatie nabij het bestaande waterproductiebedrijf is in eigendom van Vitens en kan bovendien ontsluiten via de bestaande infrastructuur. Conclusie: De ontwikkeling van een waterproductiebedrijf naast het bestaande waterproductiebedrijf kan met het oog op de ladder voor duurzame verstedelijking aanvaardbaar worden geacht. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In de overgangsperiode van het SVIR naar de NOVI zijn de nationale ruimtelijke belangen uit het SVIR juridisch geborgd door het Rijk in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam;
Pinkenberg
16
kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In titel 2.6 van het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. Deze gebieden, zones en objecten zijn aangewezen op de kaartbijlagen van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Conclusie: Voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in of nabij een gebied, zone of object zoals aangewezen op de kaartbijlagen van het Rarro. Gelet op bovenstaande is het plan niet in strijd met het Rijksbeleid. Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het document speelt proactief in op de verwachte klimaatverandering op de lange termijn, om overstromingen te voorkomen.
Realistische maatregelen gaan in uitvoering en bieden een antwoord op de opgaven voor de korte termijn en laten voldoende mogelijkheden open om op de lange termijn stappen te zetten. Er wordt een stap gezet in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem. Conclusie: Voorgenomen ontwikkeling is niet van nationaal belang. Toetsing aan de ontwikkeling vanuit het Nationaal Waterplan is daardoor niet relevant. Beleidsnota Drinkwater 2021-2026 Deze beleidsnota benoemt de ambitie voor de drinkwatervoorziening, beschrijft de drinkwateropgaven voor de komende periode en bevat de hoofdkeuzes voor het drinkwaterbeleid. Er wordt ingezet op: Waterbeschikbaarheid en zuinig en bewust drinkwatergebruik; Verbeteren kwaliteit van oppervlakte- en grondwater; Borgen veilige productie en levering. Daarbij continueert het Rijk beleid dat zich richt op de preventie- en bronaanpak, de risicobenadering van bron tot tap, de ruimte voor drinkwaterbedrijven om bij te dragen aan een goede drinkwatervoorziening in het buitenland en het maken van zorgvuldige afwegingen tussen het drinkwaterbelang en andere belangen in de fysieke leefomgeving.
De problemen op het gebied van drinkwater die zich voordoen zijn de lage waterbeschikbaarheid ten opzichte van de toenemende drinkwatervraag, de kwaliteit van het drinkwater en de duurzame veiligstelling van drinkwaterbronnen en -infrastructuur. Conclusie: De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de ambities die in de beleidsnota staan geformuleerd. Met name op het gebied van waterbeschikbaarheid zorgt het nieuwe pompgebouw met waterreservoirs voor een verbetering. Daarbij geeft het ook garantie voor een betere continuïteit van levering.
Pinkenberg
17
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In deze omgevingsvisie staat de betekenis van het woord 'gaaf' centraal. Het staat voor wat historisch en landschappelijk gezien het beschermen waard is, maar ook voor wat vernieuwend is en aantrekkelijk voor toekomstige generaties. De uitdagingen waar de provincie voor staat worden in de visie benoemd, denk daarbij onder andere aan het energievraagstuk, klimaatverandering en kwetsbare biodiversiteit. Er wordt benadrukt dat het gezamenlijk aanpakken van deze ambities van groot belang is. Op basis daarvan is een gedeelde ambitie omschreven, die dient als leidraad voor het handelen waarbij wordt gestreefd naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Conclusie: De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een toekomstbestendige drinkwaterproductie binnen de psrovincie. Er is verder sprake van bestendiging van de huidige waterwinvergunning. Schoon drinkwater draagt bij aan een gezonde en welvarende samenleving, waardoor vastgesteld kan worden dat de ontwikkeling aansluit bij de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Omgevingsverordening Gelderland Op 22 december 2022 stelden de Provinciale Staten een nieuwe geconsolideerde omgevingsverordening vast. De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Hier wordt richting aan gegeven door 7 samenhangende ambities na te streven.
In deze verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, natuur, verkeer en bodem hierin opgenomen. Hoofdstuk 2 van de Omgevingsverordening bevat met name (instructie)regels voor bestemmingsplannen, over onderwerpen die vanwege het bovenlokale of (boven)regionale belang als provinciaal belang zijn aangemerkt. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over natuur en landschap. Artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vormt de grondslag voor deze (instructie)regels en voor de aanvullende regels die rechtstreeks gelden voor burgers en bedrijven. Een aantal afdelingen, paragrafen en/of artikelen is relevant voor het planvoornemen. Afdeling 2.5 Instructieregels bescherming grond- en drinkwater, artikel 2.38 (instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied) Ter bescherming van het grond- en het drinkwater mag er binnen een intrekgebied geen fossiele energie gewonnen worden. Het plangebied is gelegen binnen een intrekgebied en maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk.
Pinkenberg
18
Afbeelding 3.1 Uitsnede kaart 7 uit de Omgevingsverordening Gelderland (bron: provincie Gelderland) Afdeling 2.6 Natuur en Landschap, § 2.6.6 Instructieregels bestemmingsplan bescherming landschap, artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) In artikel 2.56 is aangegeven dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het Nationaal landschap, maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders Natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, alleen bestemmingen mogelijk mag maken, die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten. Als de geplande activiteiten, deze kernkwaliteiten aantasten is afwijking alleen mogelijk als: er geen reële alternatieven zijn; er sprake is van redenen van groot openbaar belang; compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. Het plangebied is gelegen binnen het Nationaal landschap Veluwe, meer specifiek in het deelgebied Veluwemassief. Het Veluwemassief kent de volgende kernkwaliteiten: 1. De groene long van Nederland. 2. Stuwwal met grootschalige afwisseling van open heide, gesloten bos, uitgestrekt open stuifzand en vennen, agrarische enclaves. Deze afwisseling is in het westelijk deel sprekender dan in het oostelijk. 3. Rijk aan aardkundige kwaliteiten (vooral het reliëf). 4.
Afwezigheid van oppervlaktewater met uitzondering van de vennen en enkele beken. 5. Weinig bebouwing. 6. Karakteristieke en cultuurhistorisch waardevolle open essen op de flanken. 7. Een 'antropogene' leegte van nu met een schatkamer van cultuurwaarden van toen: landgoederen, grafheuvels, boerderijen, etc. 8. Rijke variatie aan (cultuurhistorisch bepaalde) soorten bos: van zeer oude loofboscomplexen tot rechtlijnig verkaveld productiebos en recent ontwikkeld 'oerbos' met begrazers. Het voornemen om een nieuw waterproductiebedrijf te bouwen heeft het volgende effect op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe - deelgebied Veluwemassief: 1. Het waterproductiebedrijf wordt gebouwd aan de rand van het Veluwemassief aangrenzend aan bestaand stedelijk gebied in de regio Arnhem. Daarmee doorbreekt het de ervaring van 'eindeloosheid' niet. In het kader van het sparen van cultuurhistorische kwaliteiten wordt het pand van het huidige waterproductiebedrijf behouden. Het bouwen van een nieuw waterproductiebedrijf doet geen afbreuk aan de groene long die het Veluwemassief vormt. 2. Het oostelijk deel van het Veluwemassief laat zich kenmerken door een grootschalig besloten bosgebied. Het waterproductiebedrijf wordt gebouwd op een bestaand grasland in de nabijheid van het bosgebied.
Pinkenberg
19
3. Ter plaatse van het plangebied is het reliëf goed herkenbaar. Het relatief grote hoogteverschil binnen het plangebied wordt gerespecteerd bij het bouwen van het waterproductiebedrijf dat deels verdiept gebouwd zal worden en de inrichting van het terrein. 4. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ook in de toekomstige situatie wordt geen oppervlakte toegevoegd aan het plangebied. 5. Met het planvoornemen wordt bebouwing toegevoegd aan het Veluwemassief. Omdat dit niet wenselijk is, wordt de bebouwing zo goed mogelijk ingepast in de omgeving. Er wordt een schuurachtig volume gerealiseerd dat qua maatvoering en schaal (deels verdiept aangelegd) en qua uitstraling als passend wordt gezien in de omgeving. Verder worden de reinwaterkelders eveneens verdiept en in een in zekere mate glooiend maaiveld aangelegd, wat een natuurlijke uitstraling geeft. 6. Het plangebied is niet gelegen op of in de nabijheid van een open es op een flank. 7. Binnen het plangebied zijn geen cultuurwaarden bedoeld als kernkwaliteiten van Nationale Landschappen bekend. De cultuurhistorisch waardevolle bebouwing van het huidige waterproductiebedrijf blijft behouden door een nieuw waterproductiebedrijf te bouwen. 8. Het waterproductiebedrijf wordt gebouwd op een bestaand grasland in de nabijheid van het bosgebied en dus niet in een cultuurhistorisch waardevol bosgebied.
De kernkwaliteiten van de Veluwe - deelgebied Veluwemassief worden zo min mogelijk aangetast. Afdeling 3.2 Grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning, § 3.2.2 Waterwingebieden Binnen een waterwingebied mag geen bedrijf worden opgericht als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht met uitzondering van drinkwaterbedrijven. Het betreft hier de bouw van een dergelijk drinkwaterbedrijf. Dit bedrijf wordt gebouwd ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening en kan derhalve toegestaan worden. Afdeling 3.2 Grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning, § 3.2.4 Boringvrije zones Ter voorkoming van verstoring van beschermende bodemlagen boven watervoerende pakketten zijn boringvrije zones aangewezen. Het plangebied ligt geheel binnen een boringvrije zone. Het is binnen het plangebied verboden werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten (boren en graven) waardoor direct of indirect warmte aan de bodem wordt onttrokken of toegevoegd. Dergelijke activiteiten worden niet uitgevoerd binnen het plan. Afdeling 3.2 Grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning, § 3.2.5 Koude-warmteopslagvrije zones Ter bescherming van het grondwater/drinkwater is het plangebied geheel gelegen binnen een koude-warmteopslagvrije zone. Binnen deze zone is het verboden de grond tot op een grotere diepte dan 3 meter onder maaiveld te roeren.
De planontwikkeling is ten behoeve van de drinkwaterwinning en zal de verboden respecteren. De ondergrond wordt niet dieper geroerd dan 3 meter onder maaiveld. Conclusie: Het planvoornemen is niet in strijd met de Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
Regionaal Waterprogramma Gelderland Met dit regionaal waterprogramma 2021 - 2027 wordt voldaan aan de verplichting op grond van artikel 4.4 van de Waterwet. Het is namelijk verplicht een regionaal waterplan op te stellen. Het waterprogramma kent een detaillering van het beleid in het verlengde van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Omgevingsvisie en het waterprogramma vormen samen het beleid. Dit waterprogramma is dus geen nieuw beleid, maar een voortzetting van het bestaande waterbeleid. De ambitie vanuit het regionaal waterprogramma is om de komende jaren toe te werken naar een programma, dat vanuit raakvlakken op het gebied van urgenties op gebiedsniveau is ingevuld. Raakvlakken worden voorzien tussen water en bodembeheer, natuur, klimaatadaptatie en programma's van gebiedsontwikkeling. Conclusie: Het waterprogramma is een voortzetting vanuit de ambities die zijn geformuleerd in de omgevingsvisie
Pinkenberg
20
Gaaf Gelderland. Vastgesteld kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling daarom ook aansluit bij dit beleidsplan.
3.4
Gemeentelijk beleid
Integrale Visie Ruimtelijke Ontwikkeling (2002) De ‘Integrale Visie Ruimtelijke Ontwikkeling’ is een integrale visie voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Rozendaal, zowel voor de kern als het buitengebied. Het behoud van het landschap van de bebouwde kern met zijn kenmerkende open plekken, de lanenstructuur, het beeldbepalende groen en de reliëfrijke omgeving dient bepalend te blijven voor de verdere ontwikkeling van Rozendaal. Het behoud en mogelijke verbetering van de landschappelijke onderlegger geldt als voorwaarde en toetsingskader voor ontwikkeling en beheer. De kwaliteit van de woonbebouwing dient in stand te worden gehouden en waar mogelijk te worden verbeterd. Er is geen sprake van (grootschalige) uitbreiding van Rozendaal, maar alleen van mogelijke inbreidingslocaties. Planspecifiek Feitelijk heeft beoordeling destijds al plaatsgevonden bij het opstellen van het bestemmingsplan Rozendaal 2019. Toen is de bestemming 'Waterwingebied' al aan het betreffende perceel gegeven. Aangezien de noodzaak toen niet aanwezig was is geen bouwvlak toegekend aan het betreffende perceel. Qua functie past dit plan feitelijk binnen het bestemmingsplan Rozendaal 2019 aangegeven bestemming.
De nieuwbouw wordt overeenkomstig de kenmerkende structuren van Rozendaal ingepast, waarbij de groene omgeving is stand blijft en wordt gerespecteerd door een weloverwogen landschappelijke inpassing, door materiaalkeuze, volume en uitstraling naar de omgeving. Conclusie: Het plan is in de lijn met de uitgangspunten van de Integrale Visie Ruimtelijke Ontwikkeling.
Pinkenberg
21
Pinkenberg
22
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet mileubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan of inpassingsplan dat kaderstellend is voor, of een besluit neemt over, projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen (gesloten spoor). Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (de 'C-lijst') geeft de aard en omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben (m.e.r.-beoordeling). Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. (de 'D-lijst'). Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen zodra een project één of meer van de beschreven activiteiten in Onderdeel D bevat, ongeacht de omvang van deze activiteiten. Deze toets, de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling, dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect.
Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. In afbeelding 4.1 zijn bovenstaande regels schematisch weergegeven:
Afbeelding 4.1 Schematische weergave m.e.r.-(beoordelings)plicht, bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu, via http://www.infomil.nl Op basis van artikel 7.6 van de Wet milieubeheer kunnen Provinciale Staten als aanvulling op de 'C-lijst' uit het Besluit m.e.r. in de provinciale milieuverordening (of provinciale omgevingsverordening) extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn. Provinciale Staten van Gelderland hebben in de Omgevingsverordening geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die m.e.r.-plichtig zijn. In aanvulling op het voorgaande is er nog een zijspoor, het open spoor, waardoor een plan m.e.r.-plicht kan gelden. Dit is het geval wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Dan geldt de verplichting tot uitvoeren van een Passende Beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet en daarmee de verplichting tot het uitvoeren van een planm.e.r. Resultaten Gesloten spoor Met deze partiële herziening worden bouwvolumes verplaatst en vergroot. Het bouwen is de enige activiteit die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, immers de gewenste bedrijfsactiviteiten waren al toegestaan in het bestemmingsplan Rozendaal 2019.
Pinkenberg
23
De activiteit bouwen staat niet in de C- en/of D-lijst van het Besluit m.e.r. Derhalve is het vanuit het gesloten spoor niet nodig een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling uit te voeren. De milieuaspecten worden in de navolgende paragrafen wel afzonderlijk besproken in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Hieruit blijkt eveneens dat er geen milieukundige bezwaren zijn ten aanzien van dit plan. Open spoor In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op het aspect ecologie. Hier wordt ook ingegaan op de effecten op Natura 2000-gebieden. Conlusie Dit plan is niet m.e.r.-plichtig en leidt niet tot milieukundige bezwaren. Een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure is niet nodig.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Beleidsmatig kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen. Voor de milieuzonering in dit plan is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009). Methodiek In de publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend van lichte tot zeer zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. In onderstaande tabel zijn deze richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. Tabel 4.1 Richtafstanden per milieucategorie MilieuRichtafstanden in 'rustige woonwijk' categorie 1 10 meter 2 30 meter 3 50-100 meter 4 200-300 meter 5 500-1.000 meter 6 1.500 meter
Richtafstanden in 'gemengd gebied' 0 meter 10 meter 30-50 meter 100-200 meter 300-700 meter 1.000 meter
De VNG-publicatie is geen wet, maar wel een algemeen aanvaarde richtlijn voor de toepassing van milieuzonering in een ruimtelijk plan. Niettemin gaat de publicatie uit van richtafstanden, die in algemene zin bepaald zijn op basis van gemiddelde productieprocessen. Dat betekent dat bij de toepassing van de publicatie altijd ook de feitelijke situatie ter plaatse in ogenschouw moet worden genomen. Planspecifiek De beoogde inrichting heeft een pompvermogen kleiner dan 1 MW. In de lijst met bedrijfsactiviteiten uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een waterdistributiebedrijf met een pompvermogen van minder dan 1 MW een milieucategorie 2 bedrijf. Hierbij geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid (grootste afstand). De dichtstbijzijnde woning ligt ten zuidoosten van de inrichting op ongeveer 40 meter afstand. Op grond van het voorgaande wordt voldaan aan de gestelde richtafstand. Opgemerkt moet worden dat de reinwatertanks op een kortere afstand dan de richtafstand van 30 meter
Pinkenberg
24
van de woningen zijn gesitueerd. Deze tanks liggen echter ondergronds (onder maaiveld) en zijn enkel bedoeld voor de opslag van water en maken geen onderdeel uit van de daadwerkelijke waterwinning (productie). Conclusie: Het onderdeel bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planontwikkeling binnen dit bestemmingsplan.
4.3
Verkeer en parkeren
Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Onderzoek In de nieuwe situatie worden de bestaande activiteiten verplaatst naar de andere zijde van de Kluizenaarsweg. Hoewel het hier gaat om een capaciteitsuitbreiding van de waterwinning zal het aantal verkeersbewegingen niet of nauwelijks wijzigen ten opzichte van de huidige situatie. Het planvoornemen heeft dan ook geen effect op de capaciteit van de Kluizenaarsweg. In incidentele gevallen kan zwaar verkeer het plangebied bezoeken. Voor dit incidentele zware verkeer wordt een groene uitrit (doorsteek) gemaakt naar de Pinkenbergseweg. Dit maakt dat vrachtwagens door kunnen rijden, niet hoeven te keren en zo voor zo min mogelijk overlast zorgen voor de omgeving. Een compacte inrit aan de Kluizenaarsweg met enkele parkeerplaatsen geeft toegang voor dagelijks verkeer. Door te werken met gebakken klinkers ontstaat er een verbinding tussen de oud- en nieuwbouw.
Een incidentele uitrit voor zwaar verkeer is amper waarneembaar door de uitvoering in grasbeton. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Op het terrein is ruimte voor drie parkeerplekken, waarmee ruim voldaan wordt aan de parkeerbehoefte, gezien het plangebied alleen bezocht wordt voor onderhoud en beheer, het testen van de installaties en in geval van calamiteiten. Een nader verkeersonderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie: Het onderdeel verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de planontwikkeling binnen dit bestemmingsplan.
4.4
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46). Luchtkwaliteitseisen Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien: aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het
Pinkenberg
25
overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische besluiten die "niet in betekenende mate" bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer, zoals voorheen, individueel getoetst aan die grenswaarden. Als gevolg daarvan kunnen tal van kleinere projecten doorgang vinden, ook in situaties waar nog niet aan de grenswaarden wordt voldaan.
De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Bij besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate" (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Onderzoek Het gaat hier om de verplaatsing van het bestaande waterwinbedrijf aan de westzijde van de Kluizenaarsweg naar de oostzijde hiervan. De werkzaamheden zullen na het in bedrijf nemen van het nieuwe waterwinbedrijf worden gestaakt in het bestaande monumentale gebouw. Aangenomen kan worden dat de uitbreiding van de waterwinning daardoor een ontwikkeling is van geringe omvang en dat de luchtkwaliteit daardoor 'niet in betekende mate' zal verslechteren.
Een nadere motivering aan de hand van onderzoek is daarom niet vereist. Conclusie: Het onderdeel luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planontwikkeling binnen dit bestemmingsplan.
4.5
Geluidhinder
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidsniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt
Pinkenberg
26
via een formele procedure vastgelegd. Planspecifiek In de directe omgeving van de waterwinbedrijf zijn woningen gesitueerd. Deze woningen worden gezien als geluidsgevoelige bestemmingen. Het nieuwe waterwinbedrijf zelf is geen geluidsgevoelige bestemming, maar produceert wel geluid. Het geluid geproduceerd door de noodstroomaggregaat is daarbij als enige brond relevant. Noodstroomaggregaat Het bedrijf heeft een noodstroomaggregaat (NSA) (550 kVA) die inpandig is opgesteld. De NSA wordt 1 keer per maand 4 uur getest op 75% belasting en 1 keer per jaar 8 uur getest op 100% belasting. In de opzet is de NSA aan de noordpunt van het gebouw gesitueerd en heeft een aanzuig- en een uitblaasrooster en daarbij ook een schoorsteen. De roosters worden voorzien van geluiddempers om de geluidemissie van de NSA tijdens het testen te beperken. Een grove berekening is uitgevoerd om de geluidsbelasting op de dichtstbijzijnde woning ten zuidoosten van de inrichting (Pinkenbergseweg 37, op circa 75 meter afstand van het emissiepunt) te bepalen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de volgende formule voor de overdrachtsberekeningen:
Do: = 20 * log (75) +0,005*75 +9,1 = 48 dB(A) Ds is (worst-case) buiten beschouwing gelaten. Lw roosters + schoorsteen = 100 dB(A). Hiervoor is uitgegaan dat de roosters en schoorsteen zijn voorzien van geluiddempers. Elk heeft een individueel geluidvermogen van 95 dB(A). Het invallende geluidsniveau op de woning tijdens het testen van de NSA is: Li = 100 - 48 = 52 dB(A) Voor het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) is uitgegaan van een bedrijfsduurcorrectie van 4 uur in de dagperiode (10 * log(4/12) = - 4.8, waarmee het LAr,LT 48 dB(A) bedraagt. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de standaardwaarden uit het Activiteitenbesluit. Aanvullend is de frequentie van deze situatie beperkt, waarmee het geluidsniveaus acceptabel is te achten. Conclusie: Het onderdeel geluidhinder vormt geen belemmering voor de planontwikkeling binnen dit bestemmingsplan.
4.6
Geurhinder
Wettelijk kader Geur kan in de leefomgeving hinder veroorzaken en brengt om die reden ook gezondheidsrisico's met zich mee. Bij geur van bedrijven gaat het om de geuruitstoot (emissie) van bedrijven die zich verspreidt via de lucht en een geurbelasting veroorzaakt op de woon- en leefomgeving. Onder geurbelasting (of ‘immissie') verstaan we de hoeveelheid geur, uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht, die op een geurgevoelig object zoals een woning ‘terecht' komt. Deze hoeveelheid kan worden gemeten of berekend. Voor geurhinder door industrie en bedrijven gelden planologisch gezien geen wettelijke kaders. Deze vorm van geurhinder maakt deel uit van de methode 'Bedrijven en milieuzonering' (VNG, 2009).
Pinkenberg
27
Planspecifiek Op basis van VNG-publicatie (zie paragraaf 4.2) kan worden vastgesteld dat een waterwinbedrijf met een pompvermogen van minder dan 1 MW wordt gerekend tot een categorie 2 bedrijf. Op basis van de publicatie wordt voor geur geen afstand aangehouden. De omliggende woningen zijn gesitueerd op een afstand van tenminste 40 meter, zodat er geen sprake zal zijn van geurhinder. Conclusie: Het onderdeel geurhinder vormt geen belemmering voor de planontwikkeling binnen dit bestemmingsplan.
4.7
Externe veiligheid
Wettelijk kader Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die onder het BRZO vallen, LPG-tankstations, opslagplaatsen (PGS), ammoniakkoelinstallaties en spoorwegemplacementen. Het besluit bevat eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR). Het verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) In de regeling staan regels over de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op grond van het Bevi zijn in de Revi voor een aantal bedrijfscategorieën (zoals LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties, opslagplaatsen) vaste veiligheidsafstanden opgenomen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit is vergelijkbaar met het Bevi, maar dan van toepassing op buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen.
Het gaat om buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm (1,97 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa (16 bar) en om buisleidingen voor aardolieproducten, met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm (2,76 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa. Buiten de regels over het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico is in het Bevb bepaald dat in een bestemmingsplan de ligging van buisleidingen wordt weergeven en dat een regeling wordt opgenomen voor de belemmeringenstrook. Deze belemmeringenstrook ligt op vijf meter aan weerszijden van de buisleiding of vier meter in geval van aardgasleidingen met een druk tussen 1600 en 4000 kPa. Onderzoek Op basis van de Signaleringskaart Externe Veiligheid is een quickscan uitgevoerd. Uit deze scan blijkt dat het plangebied ver buiten de invloedssfeer ligt van aanwezige inrichtingen of buisleidingen op basis van Bevi, Revi of Bevb. Vastgesteld kan worden dat de dichtstbijzijnde basisnetroutes (A348 en A12) op minimaal 990 meter afstand zijn gesitueerd van het plangebied. Een uitsnede van de quickscan is in afbeelding 4.2 weergegeven. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van de snelweg A12. Omdat de ontwikkeling niet voorziet in de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten is een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid niet nodig.
Pinkenberg
28
Afbeelding 4.2 Uitsnede Quickscan Externe Veiligheid, plangebied rood vierkant (bron: Signaleringskaart Externe Veiligheid) Conclusie: Het onderdeel externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
4.8
Bodemkwaliteit
Wettelijk kader/inleiding In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van consoliderend bestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf achterwege blijven, tenzij een redelijk vermoeden moet bestaan van een saneringssituatie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. Verkennend bodemonderzoek Door Ortageo Noordoost B.V. is in oktober 2021 en in juni 2023 verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. De rapporten zijn als Bijlage 1 en Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Het onderzoek heeft zich gericht op een drietal locaties, namelijk het bestaande pompstation, Kluizenaarsweg 5 en een zuidelijk gelegen braakliggend terrein. Het rapport dient in het kader van het bestemmingsplan bekeken en beoordeeld te worden aan de hand van de resultaten van de locatie Kluizenaarsweg 5. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt op locatie B, Kluizenaarsweg 5: De koolhoudende bovengrond is licht verontreinigd met zink, cadmium, kwik, lood en PAK. Er is geen PFAS aangetoond. Deze grond is deels geclassificeerd als "altijd toepasbaar" en deels als "industrie".
Pinkenberg
29
In de ondergrond zijn geen verontreinigende stoffen aangetoond. Deze grond is geclassificeerd als "altijd toepasbaar". In het grondwater zijn geen concentraties aangetoond boven de achtergrondwaarde. In algemene zin wordt geconcludeerd dat de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmeringen levert op de geplande transactie. Met andere woorden er bestaat geen belemmering voor realisatie van een nieuw productiebedrijf. De aanbeveling wordt gedaan dat als grond van de locatie vrijkomt, er rekening mee moet worden gehouden dat deze niet zondermeer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het 'meldpunt bodemkwaliteit'. In het kader van kostenefficiëntie wordt geadviseerd om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. Verkennend bodemonderzoek door proefsleuven Op 12 juni 2023 heeft verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden door Ortegeo Noordoost B.V. op basis van geplande proefsleuven aan de westzijde van het plangebied. Het rapport is als Bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Doel van het onderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten, die in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van het plangebied. De locaties van de proefsleuven is op afbeelding 4.3 in rood weergegeven.
Afbeelding 4.3 Locaties proefsleuven verkennend bodemonderzoek (bron Ortageo Noordoost B.V.) Onderzoek heeft samengevat het volgende aangetoond: De bovengrond van de geplande proefsleuven 2, 6 en 7 is licht verontreinigd met lood. Ondanks deze lichte verontreiniging is deze grond indicatief geclassificeerd als "altijd toepasbaar". De bovengrond van de geplande proefsleuf 8 is licht verontreinigd met lood en PCB. Door de lichte verontreiniging met PCB is deze grond indicatief geclassificeerd als "klasse industrie". De bovengrond van de geplande proefsleuf 4 is licht verontreinigd met lood, kwik, PAK en PCB. Door de lichte verontreiniging is deze grond indicatief geclassificeerd als "klasse wonen". In de ondergrond zijn geen verontreinigende stoffen aangetoond. Deze grond is indicatief geclassificeerd als "altijd toepasbaar". Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde; het uitvoeren van een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen graafwerkzaamheden. Aangezien er ten hoogste lichte verontreinigingen in de grond zijn aangetoond, is de voorlopige veiligheidsklasse
Pinkenberg
30
vastgesteld op 'basishygiëne'. Opgemerkt wordt dat de definitieve veiligheidsklasse door een veiligheidskundige dient te worden vastgesteld. Verder wordt de aanbeveling gedaan om als grond op locatie vrijkomt, er rekening mee gehouden moet worden, dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het 'meldpunt bodemkwaliteit'. In het kader van kostenefficiëntie wordt geadviseerd om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. Conclusie: Het onderdeel bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
4.9
Water
Wettelijk kader / inleiding In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. Het productiebedrijf is gelegen aangrenzend aan de kern Rozendaal, dit gebied is te beschouwen als buitengebied. Grondwater Het productiebedrijf Pinkenberg wint water uit het waterwingebied dat zich uitstrekt noordelijk van de locatie tot zuidelijk van de locatie. Noordelijk van het waterwingebied en het plangebied ligt een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen het plan zal drainage worden toegepast. Ter bescherming van de waterwinning is drainage niet zondermeer toegestaan. Hiertoe dient een vergunning aangevraagd te worden bij het waterschap Rijn en IJssel. Waterkwaliteit Ligging op de flank van de Veluwe maakt dat de waterkwaliteit goed is en het gebied zich leent voor de winning van drinkwater.
In en in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen watergangen gelegen. Riolering Het pand wordt ten behoeve van het huishoudelijk afvalwater aangesloten op de drukriolering. Regenwater wordt geïnfiltreerd in de bodem of via een berging afgevoerd naar de vijvers. Wateroverlast Het plangebied is niet aangewezen als locatie voor waterretentie. Conform de uitgangspunten van het waterschap Rijn en IJssel dient voorzien te worden in 55 millimeter statische berging per m2 verhard oppervlak. In het plangebied kan maximaal circa 2.400 m2 verhard oppervlak (verharding, bebouwing en reinwaterkelder) ontstaan, hiervan is een gedeelte reeds verhard. Het overgrote deel van de kavel (minimaal circa 8.500 m2) blijft onbebouwd en onverhard, daarnaast wordt er extra bergingscapaciteit gerealiseerd in vijvers westelijk van het perceel. Daardoor blijft er voldoende bergingscapaciteit over. Infiltratie in de bodem blijft in de toekomstige situatie mogelijk. Het plan is niet gelegen in de nabijheid van een waterkering. Digitale watertoets Op 26 juni 2023 is de digitale watertoets uitgevoerd. Uitkomst is dat de normale procedure moet worden
Pinkenberg
31
gevolgd. De uitkomst van het overleg op basis van de normale procedure wordt aan deze paragraaf toegevoegd.
4.10
Ecologie
Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen. De wet kent daardoor zowel verbodsbepalingen, gebiedsbescherming als een algemene zorgplicht. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden.