CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

12d. Regionale Agenda 2025-2028

1.3 Commissievergadering 29 oktober 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Bespreking agendapunten raadsvergadering 29 oktober 202420.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

schappen, kleine en middelgrote podia, (kunst en erfgoed) musea en festivals, expositieruimten, creatieve ondernemers, broedplaatsen en productiehuizen. Daarnaast kent de regio bloeiende amateurkunstgezelschappen die onze dorpskernen leefbaar en levendig houden. We vinden het belangrijk dat elk Gelders kind zich kan ontplooien en we willen cultuur, ons erfgoed en (de voorstellingen in) onze culture instellingen toegankelijk houden voor iedereen.

Onze activiteiten We werken aan de realisatie van onze doelen via drie speerpunten. In de afgelopen jaren hebben we gewerkt aan het concreet en uitvoerbaar maken van onze ambities. We zijn gestart met de uitvoering van die plannen. Voor de periode 2025-2028 ligt onze focus op de uitvoering. Dat doen we als regio niet zelf; de uitvoering gebeurt door gemeenten en andere partners. Wij ondersteunen die uitvoering wel. Door betrokkenen bij elkaar te brengen, samenwerking te organiseren, gebiedsprocessen te helpen organiseren, financieringsstrategieën te ontwikkelen en middelen te helpen organiseren, te lobbyen en ons verhaal in te brengen in NOVEX en andere samenwerkingen. Daarnaast zorgen we dat we onze aanpak, samen met alle betrokkenen, aanpassen op nieuwe kansen en ontwikkelingen.

Wij concentreren ons op bovenstaande thema’s. Omdat het bij ieder van deze thema’s belangrijk is om regionaal samen te werken. Dit betekent niet dat voorzieningen zoals scholen, winkels en sport niet belangrijk zijn. Integendeel: die maken eveneens een belangrijk onderdeel uit van de leefomgeving en leefkwaliteit. Maar dit zijn zaken die door gemeenten individueel of in andere, bestaande bovenlokale verbanden worden opgepakt. Het thema bruisende binnensteden, krachtige kernen komt in deze regionale agenda, in tegenstelling tot de vorige regionale agenda, dan ook niet terug: datgene wat we regionaal op willen pakken is inmiddels belegd binnen verschillende andere opgaven.

31

SPEERPUNT GROEN-BLAUW RAAMWERK EN LANDELIJK GEBIED • uitvoeringsprogramma groen-blauw raamwerk en landelijk gebied Uitvoeren van dit programma in nauwe samenhang met de gebiedsprocessen, zoals beschreven bij de Groene groeiregio in paragraaf 2.1. Dit betekent verdere uitwerking en uitvoering van het groen-blauw raamwerk, waarbij we ons focussen op regio-overstijgende thema’s en gebieden. Belangrijke thema’s zijn de invulling van water en bodem sturend en de bijdragen van land- en tuinbouw en de landbouwtransitie aan onze doelen in het groen en blauw. Voor de uitvoering van het groen-blauw raamwerk is capaciteit nodig bij gemeenten. Deze brengen we in kaart en we helpen gemeenten met het organiseren hiervan en het zoeken naar financiering hiervoor. De gebieden waarop we ons richten zijn: - het Liemerse Broek en de recreatieve uitloopgebieden in de Liemers -de doorontwikkeling en realisatie van Park Lingezegen en de Ambitie voor de BovenLinge in het Middengebied - de Groene Mantel in het Rijk van Nijmegen, met daarbinnen o.a. de Blauwe motor, groen-blauwe dooradering en Kop Malden

-n  atuur- en beekherstel in de Veluwezoom -G  elderse Poort in relatie tot de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en Integraal riviermanagement (IRM); binnen deze programma’s onderzoeken we of we onze doelen voor natuurherstel en een robuust watersysteem in samenhang en samenwerking kunnen realiseren -g  roen en blauw in de stad en daarmee een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie; zie Circulaire regio • lobby en organiseren financiering Provincie Gelderland en het Rijk zijn al belangrijke partners in de uitvoering van onze activiteiten, we blijven actief werken aan het realiseren van samenwerking, delen van kennis en verwerven van financiering. Op Europees vlak verkennen we de mogelijkheden voor het verkrijgen van financiering voor de uitvoering en het delen van kennis.

32

SPEERPUNT RECREATIE EN TOERISME • voorbereiden ruimtelijke keuzes om recreatie en bezoekers beter te spreiden over de regio Waar we op veel onderwerpen de afgelopen jaren al een mooie basis hebben gelegd en ons nu op uitvoering kunnen richten, geldt dat niet voor de spreiding van recreatie. We moeten op basis van het groen-blauw raamwerk en het toeristisch-recreatieve aanbod nadenken over hoe spreiding van recreatie en toerisme over de regio kan worden gestimuleerd. Een belangrijk vraag hierbij is hoe recreatie en toerisme goed kan samengaan met andere functies, zoals natuur, landschap en landbouw. Samen met de Verbonden regio kijken we hoe hubs en toeristische overstappunten (TOP’s) hier een rol in kunnen spelen. In 2024 maken we hiermee een start, maar wij moeten dit verder uitwerken en verfijnen in 2025 en daarna. • uitvoeren ambitiedocument en uitvoeringsplan verhaallijnen In 2024 maken we een ambitiedocument en uitvoeringsplan voor de verhaallijnen. De uitwerking van de verhaallijnen WOII, Leven met het water en Romeinen maken hier in ieder geval onderdeel van uit. Vanaf 2025 gaan we werken aan de uitvoering van dit plan. Het (helpen) uitvoeren van het Masterplan Romeins verleden maakt hier onderdeel van uit.

• fiets- en wandelroutenetwerk verder uitbreiden en beleving toevoegen In samenwerking met de Verbonden regio werken we aan de verdere uitbreiding van fiets- en wandelroutenetwerken door bijvoorbeeld TOP’s te realiseren. Het beheer en onderhoud van de routenetwerken maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de bijdrage en rol van de GMR. We zijn wel betrokken bij het nadenken en besluiten over de manier waarop dit wordt georganiseerd. Mocht in 2024 blijken dat we een rol hebben in beheer en onderhoud, dan doen we hiervoor een voorstel aan gemeenten, inclusief de benodigde randvoorwaarden in capaciteit en geld.

• profileren bezoekersmogelijkheden in de regio We zetten samen met o.a. TVAN de verschillende recreatie- en bezoekersmogelijkheden in de regio goed en in balans op de kaart. We doen dit vanuit de uitgangspunten van de samenwerkende gemeenten, waar de drie verhaallijnen onderdeel van zijn. • uitvoeren van het vitaliteitsprogramma voor de vrijetijdssector Begin 2024 stellen we een vitaliteitsprogramma op. Dit baseren we op de aanbevelingen uit ons vitaliteitsonderzoek. Het programma start in het najaar van 2024. De spil van het programma is een vitaliteitsmanager, die ondernemers in de verblijfs- en dagrecreatieve sector bezoekt en ondersteunt rondom de thema’s ondernemerschap, duurzaamheid en inclusie. Aanvullend organiseren we kennissessies en workshops voor ondernemers en gemeenten. Dit programma voeren we uit met cofinanciering van de provincie Gelderland.

33

34

SPEERPUNT CULTUUR • uitvoeringsplan transformatievoorstel cultuur We richten ons op het afronden van de uitvoering van het uitvoeringsplan om onze culturele infrastructuur te versterken. Daarnaast zorgen we dat de resultaten van dit uitvoeringsplan een plek krijgen binnen de bestaande organisaties en initiatieven. We doen dit samen met de provincie. Het gaat hier om het borgen van de resultaten van vier van de vijf hoofdlijnen van het uitvoeringsplan: innovatie in de culturele sector, cultuureducatie, opleiding van professionals in de kunst en het versterken van de ondersteuning van amateurkunst en vrijwilligers. De hoofdlijn van het versterken van de verhaallijn Romeinen, wordt geborgd in het uitwerken van de drie verhaallijnen (zie speerpunt recreatie en toerisme). • verkenning Nijmegen culturele hoofdstad Nijmegen verkent of zij een bod wil doen voor culturele hoofdstad 2033. We hebben afgesproken samen op te trekken in die verkenning en een eventueel vervolg daarop. We richten ons op het ontwikkelen van een bod dat bijdraagt aan onze regionale opgaven en vraagstukken in brede zin (dus niet alleen cultuur).

• aansluiten bij landelijke en provinciale ontwikkelingen Op landelijk niveau wordt steeds meer gekeken naar de (cultuur)regio’s als het gaat om cultuur en cultuurbeleid. We volgen deze ontwikkelingen en spelen daar op in. Ditzelfde geldt voor de ontwikkelingen op provinciaal niveau.

FINANCIEEL OVERZICHT In onderstaand overzicht staat de begroting voor de Ontspannen regio voor de planperiode van deze agenda en de realisatie van de begroting van 2023. Voor 2024 leggen we nog een begrotingswijziging voor, die een direct gevolg is van de begrotingswijziging die in 2023 op het speerpunt Recreatie en toerisme is geaccordeerd. Hiermee komt de totale begroting voor 2024 uit op € 770.000. realisatie begroting meerjarenraming 2023 2024 2025 2026 2027 2028 (bedragen x € 1.000) Ontspannen regio Lasten 500 531 704 722 722 722 Baten 500 531 704 722 722 722 Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na reserves -

35

36

5. VERBONDEN REGIO Toelichting op de opgave Deze opgave gaat over veilige en duurzame bereikbaarheid van onze regio. Onze mobiliteit verbindt meer stad met meer landschap. We zetten daarom in op een mobiliteitskoers in evenwicht met de andere opgaven in de regio. We werken vanuit een integraal perspectief, zodat de toekomstige mobiliteitsmaatregelen niet alleen goed zijn voor onze bereikbaarheid, maar ook bijdragen aan een prettige leef- en woonomgeving, gezondheid en natuur en recreatie.

Regionale samenwerking is hiervoor een voorwaarde. De mobiliteitstransitie geldt niet alleen voor de toekomstige inwoners. Ook de huidige inwoners in de regio krijgen hiermee te maken. De transitie vraagt investeringen in onze infrastructuur en gedragsverandering van onze bewoners. Daarvoor is het nodig dat mensen minder gaan reizen, vaker buiten de spits reizen of vaker kiezen voor een duurzaam alternatief. Dit betekent ook dat wij streven om het autobezit en autogebruik, daar waar mogelijk, te verminderen.

De verstedelijkingsopgave in de regio is groot. Er zijn 60.000 extra woningen en extra werklocaties nodig tot 2040. De mobiliteitsdruk neemt toe. Uitgaande van het huidige mobiliteitsgedrag, ontstaan door 60.000 extra woningen alleen al zo’n 300.000 extra dagelijkse autoritten. Zonder extra investeringen zijn de nieuwe woningen letterlijk en figuurlijk onbereikbaar. De locatie waar we bouwen, maakt voor mobiliteit veel uit. De regio kiest bewust ervoor om de extra benodigde woningen zo veel als mogelijk te bouwen in bestaand stedelijk gebied rondom OV-knooppunten. Dit leidt niet alleen tot minder extra autoritten, maar geeft daarnaast een mobiliteitstransitie naar meer openbaar vervoer, meer fietsgebruik en meer verplaatsingen te voet. Een groot aantal mobiliteitsmaatregelen zijn essentieel voor onze woningbouwopgave. Zonder verbeterde ontsluiting en mobiliteitsmaatregelen is het onmogelijk de afgesproken aantallen woningen en bijbehorende werklocaties te realiseren. We signaleren in toenemende mate knelpunten in het mobiliteitsnetwerk, die alleen in samenhang op te lossen zijn.

Onze ambitie is duurzame bereikbaarheid voor inwoners en bedrijfsleven. Bereikbaarheid is voor inwoners en bedrijfsleven cruciaal om mee te doen aan de maatschappij. We zetten meer in op nabijheid en het voorkomen van bereikbaarheidsongelijkheid. Met de nieuwe OV-concessie voor de regio op komst (2026) is er een reële kans op verschraling van het OV-aanbod. We vragen met klem aandacht voor het behoud van het OV-aanbod. De in 2024 vastgestelde position paper en bijbehorende ambitienetwerkkaart is leidraad voor onze verdere aanpak. We zien steeds grotere verschillen tussen stad en ommeland. In het landelijk gebied neemt het gebruik van OV en fiets af en stijgt het autobezit en autogebruik. Terwijl in de steden het autogebruik stabiliseert, het OV-aandeel standhoudt en de

In het landelijk gebied stijgt het autogebruik en is alternatief vervoer te beperkt aanwezig. Alternatieven voor autovervoer zijn nodig om het landelijk gebied voor iedereen duurzaam bereikbaar te houden. Het beter op elkaar laten aansluiten van verschillende modaliteiten is noodzakelijk voor de mobiliteitstransitie en de bereikbaarheid van de regio.

37

fiets enorm groeit. De toenemende autoafhankelijkheid leidt ertoe dat inwoners zonder rijbewijs of zonder auto in bepaalde kernen niet meer volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. En het draagt niet bij aan de gewenste verduurzaming van onze mobiliteit.

Vanuit Europa gezien vormt de GMR een strategisch knooppunt van transportcorridors. Den Haag ontwikkelt plannen voor oplossingen op de lange termijn, voor extra capaciteit voor goederenvervoer via weg, water en spoor in OostNederland. De GMR heeft hierin geografisch gezien een strategische schakelrol. Deze goederencorridors concurreren in ruimte met andere opgaven in onze regio, zoals de woningbouwopgave. Een verwachte toename in goederenvervoer heeft impact op de bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio zelf. En kan een toenemend gevoel van onveiligheid, overlast en/of gezondheidsproblemen voor onze inwoners betekenen.

Vanuit het klimaatakkoord zijn tussen Rijk, provincie en regio afspraken gemaakt om integrale duurzame mobiliteitsmaatregelen uit te werken. Voor het verminderen van de CO2-uitstoot zijn concrete doelen afgesproken: 55% CO2-reductie in 2030 (ten opzichte van 1990) en nagenoeg geen CO2-uitstoot meer in 2050. Deze doelen zijn breed omarmd en vragen om flinke ingrepen, niet in de laatste plaats in onze mobiliteit. Immers, ruim 25% van de CO2-uitstoot komt door onze mobiliteit. Om de afgesproken CO2-reductie te behalen, zijn duurzame mobiliteitsmaatregelen nodig. In 2024 zijn hiervoor de koers en ambities uitgewerkt in een Regio Mobiliteitsprogramma (RMP). In de periode 2025-2028 maken we samen met de provincie en de gemeenten afspraken over de verdere implementatie van het RMP. Wij onderzoeken of een eventueel regionaal mobiliteitsfonds van toegevoegde waarde is en wat de consequenties daarvan zijn.

Het wordt steeds drukker op onze wegen. De toenemende verkeersdrukte vergroot de kans op ongelukken. Naast een goede bereikbaarheid is het vooral belangrijk dat het veilig is in het verkeer. De oplossing daarvoor ligt niet alleen in een goede infrastructuur met veilige wegen en fietspaden. Het gedrag van iedereen die aan het verkeer deelneemt, speelt hierin een belangrijke rol. Om verkeersslachtoffers te voorkómen, pakken we de belangrijkste risico’s aan (risicogestuurde aanpak).

38

Onze doelen Mobiliteit en bereikbaarheid staan niet op zichzelf, maar moeten in balans zijn met de andere doelen rondom verstedelijking, klimaat, veiligheid en gezonde leefomgeving. We willen terughoudend zijn met het uitbreiden van de ruimte die voor mobiliteit nodig is, omdat de schaarse ruimte ook nodig is voor andere functies. We streven daarom niet naar maximalisatie van de bereikbaarheid, maar naar een optimale bereikbaarheid in relatie tot de andere doelstellingen. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn integrale vraagstukken geworden. We willen bijdragen aan de doelen van brede welvaart en een bijdrage leveren aan de afgesproken CO2-reductie. plaatsen/voorzieningen binnen een acceptabele reistijd binnen bereik hebben. • duurzame manier van reizen We streven naar een mobiliteitssysteem waarin het logischer en aantrekkelijker is om een bewuste keuze te maken voor een duurzame manier van reizen. Dat wil zeggen: niet of op een ander tijdstip reizen, of met een duurzaam vervoermiddel of een ketenreis met een combinatie daarvan. Onze meetbare doelstelling is dat er eind 2026 zo’n 20.000 nieuwe ‘Slimme & Schone reizigers’ zijn ten opzichte van 2022. • veiligheid Onze ambitie is nul verkeersslachtoffers via een risico-gestuurde aanpak. Eind 2028 is het aantal verkeersdoden en -gewonden in elke gemeente ten opzichte van 2021 gedaald.

• gezondheid en aantrekkelijke leefomgeving We willen meer korte ritten met de fiets. In 2028 is de fiets en de e-bike het meest gekozen vervoermiddel in onze regio voor korte ritten. Daarmee verbeteren we enerzijds de vitaliteit van onze inwoners en zorgen anderzijds voor een gezondere luchtkwaliteit.

• toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk Een toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk is een randvoorwaarde om de ambities van onze verstedelijkingsopgave tot 2040 uit te voeren. We willen de bereikbaarheid verbeteren en ons mobiliteitssysteem toekomstbestendig maken door: -h  et beter benutten van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur, door te stimuleren om minder, buiten de spits of op minder drukke dagen te gaan reizen -d  aar waar knelpunten blijven bestaan, streven we naar een vergroting van de capaciteit en doorstroming van het mobiliteitsnetwerk; dat geldt zowel voor fiets, bus, trein als auto • toegang voor iedereen Iedereen heeft recht op bereikbaarheid, zodat iedereen kan meedoen in onze samenleving. Iedere inwoner in de GMR heeft in 2028 alternatieven voor de (eigen) auto beschikbaar binnen loopafstand (deelmobiliteit, (flexibel) OV) of korte fietsafstand (HOV). Bereikbaarheid wordt niet alleen bepaald door de afstand (nabijheid) en snelheid (reistijd), maar ook door de toegankelijkheid en betaalbaarheid van vervoermiddelen en het voorhanden zijn van alternatieven. We willen dat onze inwoners in 2028 meer ontplooiingsmogelijkheden hebben dan nu. Concreet willen we dat onze inwoners meer arbeids-

Onze activiteiten Voor het realiseren van onze doelen werken we met twee speerpunten.

39

SPEERPUNT DUURZAME MOBILITEIT EN GEDRAG • programma Slim & Schoon Onderweg Dit programma gaat om het stimuleren van duurzaam en slim reisgedrag. De maatregelen uit het programma helpen inwoners, forensen, bezoekers en (logistieke) ondernemers bewust te kiezen. Een gedragsaanpak op mobiliteit vergt een lange adem. We willen daarom in de periode 2025-2028 vasthouden aan de focus van de aanpak. De scherpere CO2-regels maakt onze gedragsaanpak voor mobiliteit steeds minder vrijblijvend. Landelijk worden werkgevers verplicht onderzoek te doen naar de eigen CO2prestaties en de CO2-uitstoot te verminderen. De werkgeversaanpak in het programma speelt hierop in. • efficiënt gebruik beschikbare infrastructuur We ontwikkelen maatregelen die een efficiënt gebruik van de beschikbare infrastructuur stimuleren. We gebruiken hierbij technologie en werken datagedreven. De regio heeft een coördinerende rol. Vanwege beperkte capaciteit bij gemeenten, kan de regio de gemeenten helpen met capaciteit of met praktische hulp, bijvoorbeeld via een toolbox. De regio deelt kennis over succesvolle aanpak-

ken en kansen voor opschalen met partners. Bij efficiënt gebruik van infrastructuur hoort ook veilig gebruik. We stimuleren verkeersveiligheid door gerichte verkeerseducatie en gedragscampagnes. • duurzame logistiek Logistiek is een belangrijk onderdeel om CO2 in mobiliteit te verminderen. Samen met de Productieve en Circulaire regio zetten we in op: het versnellen van de realisatie van de laadinfrastructuur, het versterken van multimodaliteit, het signaleren van externe ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing van logistieke hubs en bouwlogistiek. We werken gericht aan drie opdrachten: - versnelde uitrol laadinfrastructuur Wij willen een brug slaan tussen de centrale aanpak vanuit het landsdeel Oost (Nationale Agenda Laadinfrastructuur-Oost) en de regiogemeenten. Via kennisdeling en pilotprojecten stimuleren we een tijdige realisatie van voldoende laadinfrastructuur voor personenvervoer, logistiek en OV, waarbij we oog hebben voor de problemen rondom netcongestie.

40

- versterken en verschonen multimodaliteit We werken als ‘bovengemiddeld knooppunt’ samen met het ministerie van IenW via het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) Programma Topcorridors, waarbij slim en schoon voor ons als regio centraal staat. De projecten met het Rijk zorgen ervoor dat we de meest duurzame schakel in het Europese TEN-T corridor-netwerk worden. En dat de bereikbaarheid in de regio niet verder onder druk komt te staan als gevolg van toenemend internationaal goederenvervoer. We willen meer duurzame logistiek met een groter aandeel binnenvaart en spoor. Hierdoor realiseren we een lagere CO2-uitstoot, verbeterde luchtkwaliteit en minder congestie op de weg. Het verknopen van de verschillende modaliteiten is hiervoor noodzakelijk. De aanpak vanuit de GMR focust op het versterken van de samenwerking tussen binnenhavens, het stimuleren van een ‘modal shift’ bij het bedrijfsleven naar water en spoor en het verduurzamen van de binnenvaart.

- signaleren externe ontwikkelingen We zijn de vertolker van het regionale belang bij landelijke goederenvervoer-vraagstukken, zoals Goederen corridor Noordoost Europa (GNOE). We streven daarbij naar betrouwbare, robuuste, duurzame en veilige goederenvervoercorridors en het voorkomen van conflicten met onze woningbouwlocaties en andere regionale afspraken. Daarnaast willen we zorgen dat externe veiligheid op de bestaande routes niet toeneemt en dat de normen voor geluidsgrenswaardes en trillinghinder worden gerespecteerd.

41

SPEERPUNT VOORZIENINGEN EN INFRASTRUCTUUR • uitwerken mobiliteitsafspraken met Rijk Investeringen in ons mobiliteitsnetwerk zijn noodzakelijk om de regio bereikbaar te houden. Hiervoor hebben we afspraken gemaakt met het Rijk en de provincie. We zetten in op het uitwerken hiervan. De afspraken hebben betrekking op: - verbreding A50 - realisatie doortrekking A15/verbreding A12 - spoor Utrecht-Arnhem-Duitse grens - vrije spoorkruising Arnhem-Oost - netwerkanalyse 2030-2040 Regio Foodvalley/GMR - RegioExpres: sneltrein op spoor ArnhemDoetinchem-Winterswijk • investeringen in spoor Op het spoor is en wordt fors geïnvesteerd. Door realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS), de aanpak van Station Nijmegen en elektrificatie van de Maaslijn. Belangrijke wensen voor ons zijn frequentieverhoging van de sprinter tussen NijmegenWijchen-Oss-Den Bosch en de Maaslijn, het verbeteren van de spoorlijn Tiel-Arnhem, het versterken van de ICE-verbinding tussen Arnhem en Frankfurt/Berlijn en het versnellen van de IJssellijn. Het knelpunt brug Ravenstein en de overwegveiligheid zijn hierbij aandachtspunten. Daarnaast speelt de discussie over de noordtak van de Betuweroute. Door deel te nemen aan alle (ambtelijke en bestuurlijke) relevante overleggen over goederenvervoer zorgen we ervoor dat we de belangen van de regio bewaken.

• gebiedsaanpakken In 2024 is toegewerkt naar een gericht maatregelenpakket voor drie gebiedsaanpakken: A325 corridor, Zuid- en Westflank Nijmegen en Oostflank Arnhem. In de gebiedsaanpakken komen onze integrale mobiliteitsopgaven samen. Hierbij is een directe koppeling gelegd met de NOVEX uitvoeringsagenda. Dit concretiseren we in 2025 en verder. • agenderen mobiliteitsprojecten op en rondom rijkswegen Naast de projecten waarover afspraken zijn ge-

maakt, zijn drie projecten gedefinieerd die we op de agenda willen zetten. Te weten: - r ondom de A50 aandacht voor het onderliggend wegennet en de bijbehorende mobiliteitstransitie -m  obiliteitspluspakket boven op de bestaande plannen van de A15/A12; een eerste aanzet is in 2024 voorbereid - pré-verkenning naar de knelpunten rondom de A73 • actieve mobiliteit als speerpunt in transitie naar meer duurzame mobiliteit In de GMR is actieve mobiliteit (lopen en fiets) speerpunt in de transitie naar meer duurzame mobiliteit. In de regio zijn veel autoritten korter dan 7,5 kilometer. Een afstand die op de fiets en zeker op de e-bike voor veel inwoners, werknemers en bezoekers goed te doen is. Het stimuleren van de overstap van auto naar fiets op deze ritten, vraagt om een breed pakket aan maatregelen. De GMR is hier aanjager van en richt zich met name op projecten die gemeentegrenzen overschrijden. We blijven inzetten op het verder ontwikkelen en verbeteren van ons doorfietsroutenetwerk. Actiepunten hierbij zijn: uitbouwen van het netwerk, beter voeden van de woongebieden en naar OV-knooppunten met goede fietsparkeermogelijkheden, integreren van recreatieve fietsroutes in het doorfietsnetwerk en gerichte ingrepen om de verkeersveiligheid te waarborgen. • regionaal mobiliteitsnetwerk Goede bereikbaarheid vraagt om het optimaal benutten van verschillende modaliteiten.

Technologische ontwikkelingen maken het reizigers steeds makkelijker om goed geïnformeerd voor de meest handige vervoerwijze te kiezen. Dit betekent dat de verknoping van de mobiliteitsnetwerken aandacht behoeft. Hubs en deelmobiliteit zijn hier onderdeel van, bijvoorbeeld via buurt- en stadrandhubs met overstapmogelijkheden op deelmobiliteit (deelfiets, deelscooter en deelauto). Onze rol is om zowel te inspireren als af te stemmen. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke investeringen in bijvoorbeeld fiets-

42

paden, OV en hubs. Het gaat om aanvullende (flankerende) mobiliteitsmaatregelen zoals parkeernormen en deelmobiliteit, verlagen van snelheid, stringenter parkeerbeleid, verminderen van rijstroken en zero-emissiezones. Daar waar mogelijk willen we gebruik maken van financiële mogelijkheden bij het Rijk en de provincie. • belangenbehartiging openbaar vervoer De GMR is niet zelf de opdrachtgever voor het openbaar vervoer. We zijn de vertolker van het regionale belang voor het openbaar vervoer namens de samenwerkende gemeenten. Of het nu gaat om versterking van het HOV-netwerk, de realisatie van stadsrandhubs, de lobby voor behoud van OV-aanbod, de wens tot integratie

van het doelgroepenvervoer of de opstart van deelmobiliteit. • verkeersveiligheidsbeleid De daling van het aantal verkeersdoden stagneert, terwijl het aantal verkeersgewonden toeneemt. De gemeenten in de regio hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van verkeersveiligheidsbeleid. Wij spelen een stimulerende en ondersteunende rol, door samen met de gemeenten toe te werken naar een integraal en uniform verkeersveiligheidsbeleid. De risico-gestuurde aanpak vormt de kern van onze aanpak.

FINANCIEEL OVERZICHT In onderstaand overzicht staat de begroting voor de Verbonden regio voor de planperiode van deze agenda en de realisatie van de begroting van 2023. realisatie begroting meerjarenraming 2023 2024 2025 2026 2027 2028 (bedragen x € 1.000) Verbonden regio Lasten 1.945 1.268 1.224 1.255 1.255 1.255 Baten 1.945 1.268 1.224 1.255 1.255 1.255 Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na reserves -

43

44

6. CIRCULAIRE REGIO Toelichting op de opgave Deze opgave gaat over het zuiniger en slimmer omgaan met energie, grondstoffen en producten. Hoe kunnen we onze ecologische voetafdruk zo klein mogelijk maken en in balans houden met de andere opgaven die we als regio nastreven, zoals het creëren van voldoende woonruimte, werkgelegenheid en recreatievoorzieningen?

Circulariteit, klimaat en energie worden in landelijk en Europees beleid steeds meer geïntegreerd benaderd. Onder meer omdat circulariteit nodig is om klimaatdoelen te halen. Maar ook omdat het verstandig is om de energietransitie zo circulair mogelijk te laten verlopen, aangezien materialen en grondstoffen schaarser worden. We hebben de ambitie om uit te groeien tot circulaire topregio, nationaal en internationaal bekend om inspirerende circulaire initiatieven en projecten. We willen dat gemeenten, bedrijven en inwoners weten dat de GMR een circulaire topregio is en dat zij hier trots op zijn. En dat onze regio bezoekers vanuit andere landen en regio’s inspireert. Onze focus ligt bij het circulair ontwikkelen van de bouwketen, de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) en een aantal productie-/reststoffenketens waar we als gezamenlijke overheden verschil kunnen maken. Onze gezamenlijke inkoopkracht weten we goed te benutten om de circulaire transitie in onze regio te versnellen.

Circulaire economie is een transitievraagstuk waar de hele samenleving mee te maken heeft. We willen verspilling voorkomen, anders ontwerpen, de levensduur van producten verlengen en producten leasen, hergebruiken en recyclen. Dit is hard nodig, want er raken nog veel grondstoffen verloren, omdat we ze bijvoorbeeld verbranden. In Nederland vond in 2023 al op 12 april de zogenaamde Earth Overshoot Day plaats, de dag waarop Nederland de biocapaciteit heeft gebruikt die voor een jaar beschikbaar is. De GMR wil voorsorteren op een toekomst, waarin materialen en grondstoffen steeds schaarser worden en wil anticiperen op Rijks- en overheidsbeleid zoals het Nationaal Programma Circulaire Economie.

De Circulaire opgave draagt bij aan het slimmer omgaan met de gevolgen van klimaatverandering

45

door klimaatadaptatie. Onderwijsinstellingen en bedrijven in onze regio en daarbuiten bouwen veel kennis op over thema’s als hitte, droogte en extreme regenval. Die kennis kunnen we breed toepassen bij projecten in onze gemeenten. Zo leren we om klimaatbestendig te bouwen, vergroenen we stad en dorp, weten we beter om te gaan met wateroverlast, hitte en droogte en gaan we steeds slimmer om met het opvangen, vasthouden en hergebruiken van water.

Het realiseren van de klimaatdoelen van Parijs (2015) is nodig om verdere opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan te voorkomen. Het Rijk heeft als doel vastgelegd om de uitstoot van broeikasgassen met tenminste 55% te verminderen in 2030 en met 95-100% in 2050. We stappen daarom over van fossiele op duurzame energiebronnen, zoals zon en wind. In onze Regionale Energiestrategie (RES) hebben we onze ambities en aanpak uitgewerkt. Tegelijkertijd staat ons energiesysteem onder grote druk door de toegenomen vraag naar elektriciteit. Nieuwe en bestaande woonwijken en bedrijven, duurzame mobiliteit en ook duurzame opwek van energie doen de behoefte aan elektriciteit enorm stijgen. Netcongestie is in kort tijdsbestek een belangrijke belemmering geworden voor het realiseren van onze opgaven. Dit vraagt om regionale afstemming en het voorbereiden van keuzes door provincie en gemeenten.

Onze doelen • de GMR ontwikkelt zich tot een nationaal en internationaal bekende circulaire topregio • gemeenten kopen circulair in en gemeentelijke opdrachten worden circulair aanbesteed • in 2030 is de bouwsector in onze regio minstens 50% circulair en 100% in 2050, deze ambitie is vastgelegd in de Woondeal 2.0 • de regio is klimaatbestendig • bedrijven, inwoners en gemeenten gebruiken minder fossiele energie • in 2030 is de opwek van 1,62 Twh duurzame elektriciteit in onze regio gerealiseerd • ons energiesysteem is stabieler en er is er weer voldoende ruimte voor nieuwe aansluitingen Onze activiteiten Voor het realiseren van bovenstaande doelen, gaan we op meerdere manieren aan de slag. We hebben onze activiteiten geordend in vier speerpunten.

46

SPEERPUNT GRONDSTOFFEN EN KETENS Onder dit speerpunten vallen activiteiten die bijdragen aan het ontwikkelen tot een circulaire topregio. En natuurlijk hoort hierbij dat we als overheden dan zelf het goede voorbeeld geven en circulair inkopen. • circulaire projecten stimuleren en uitdragen We zorgen samen met onze partners voor een omgeving waarin circulaire projecten tot bloei kunnen komen. We werken hierbij samen met TEB (programma slimme duurzaamheid) en partijen als VNO-NCW, Kiemt, Lifeport@ en de regionale omgevingsdiensten. We participeren in een aantal nationale en internationale bijeenkomsten. Deze selecteren we op basis van waar we echt een meerwaarde kunnen leveren door ons verhaal te vertellen door onze (bestuurlijke) boegbeelden en/of kunnen leren van andere circulaire koplopers. We benutten de Regio Deal om de circulaire netwerken van bedrijven, kennisinstellingen en gemeenten rondom Arnhem en Nijmegen nog steviger met elkaar te verbinden. In samenwerking met de Productieve regio besteden we aandacht aan voldoende ruimte voor circulaire bedrijven. • circulair inkopen door gemeenten Als circulaire topregio willen we zoveel mogelijk circulair inkopen. Hierdoor wordt de vraag naar circulaire producten en diensten aange-

wakkerd en bevorderen we duurzame logistiek. We ondersteunen de regiogemeenten bij het uitwisselen van kennis en ervaring. We brengen de voltooide circulaire inkoopprojecten in beeld om andere gemeenten te inspireren. We stimuleren en faciliteren dat gemeenten de circulaire economie en circulaire inkopen in het beleid verankeren. Indien gemeenten hiervoor het Manifest MVOI als middel willen gebruiken, ondersteunen we hen daarbij. • grondstoffen- productieketens sluiten We dragen bij aan het circulair en/of biobased maken van een of twee regionale grondstoffenketens per jaar. Daarnaast streven we naar een regionaal ecosysteem waarin hergebruik van grondstoffen en materialen steeds verder toeneemt. Grondstoffen- en materialenhubs kunnen hieraan bijdragen. We houden hierbij de focus op grondstoffen en ketens waar we vanuit onze regio een verschil mee kunnen maken, zoals luiers, incontinentiemateriaal, zorgafval, zonnepanelen, voedsel en textiel. We proberen hierin verbindingen te leggen om innovaties en samenwerking binnen ketens te versnellen. We werken intensief samen met de Productieve regio om bedrijven en bedrijventerreinen te helpen om zich circulair door te ontwikkelen.

47

SPEERPUNT CIRCULAIRE BOUW EN INFRA • regiobreed instrumentarium voor circulair bouwen We richten ons op eenduidige en consistente regiobrede instrumenten voor circulair bouwen en een circulaire bouweconomie. Dat betekent dat ambities en werkwijzen van opdrachtgevende partijen duidelijk en voorspelbaar worden gemaakt. We verwachten dat het initiatief Via-T van VO-campus bijdraagt aan de scholing en ontwikkeling van expertise voor bouwende partijen. • aanbestedingstandaarden Wat betreft aanbesteding ontwikkelen we consequente minimale standaarden die voorspelbaar stapsgewijs omhooggaan. Samen en goed afgestemd met andere duurzaamheidsambities zoals energieneutraal bouwen, klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. • kennisdelen Om meer en sneller circulair te kunnen bouwen, moet kennis over circulariteit breed aanwezig zijn bij alle gemeenten en andere stakeholders. We organiseren en faciliteren dat bij alle stakeholders door kennis te verspreiden, te zorgen voor normering en de ambtelijke organisatie te ondersteunen. We werken hierbij doelgericht samen met bedrijven en andere stakeholders.

Eind 2023 bedraagt het aandeel circulair bouwen 10%. We weten echter dat bij projecten waarvan nu de voorbereiding start, 50% technisch goed mogelijk is. Ondanks het huidige lage percentage, is 50% in 2030 dus realistisch haalbaar. Ons eerder gehanteerde regionale doel van 25% circulair in 2025 lijkt niet meer haalbaar, aangezien deze projecten al in voorbereiding zijn. Het is belangrijk dat direct bij de start van de voorbereiding van een project circulariteit op de agenda staat. Om dit te stimuleren, blijven we het gebruik van de impactladder voor conceptuele (industriële) en circulaire bouw stimuleren. •p  rogramma Conceptueel en Circulair Bouwen 2023-2030 (CCB) Dit programma is onderdeel is van de Regio Deal. Het programma CCB loopt tot 2030. Financiering via de Regio Deal is tot en met 2026. Voor de jaren daarna is andere financiering nodig. •p  roject Circulair opdrachtgeverschap grond-, weg- en waterbouw (GWW) We werken aan circulair opdrachtgeverschap voor de GWW. Dit project loopt tot en met 2025, met financiering via de Regio Deal. We geven dit project na 2025 een passend vervolg met mogelijk cofinanciering vanuit de Regio Deal. Via het programma en project richten we ons op de zaken die gemeenten moeilijk alleen kunnen en zaken die gemeenten direct werk uit handen nemen.

• t erugdringen materiaalgebruik We focussen op het terugdringen van het gebruik van bouwmaterialen van primaire abiotische grondstoffen. We stimuleren daarom het produceren, verwerken en toepassen van biobased bouwmaterialen. Voor het stimuleren van meer hergebruik van bouwmaterialen, faciliteren we eenvoudige en effectieve methoden en systemen voor het matchen van vraag en aanbod voor alle spelers in de bouwketen.

48

SPEERPUNT WATER EN KLIMAATADAPTATIE

Als regio streven we ernaar dat we steeds beter worden in het opvangen, vasthouden en hergebruiken van water. We willen maatregelen nemen om goed om te gaan met wateroverlast, droogte en/of hittestress. We zetten ons in om bebouwd gebied in stad en dorp verder te vergroenen. En we leren steeds beter klimaatbestendig en watervriendelijk te bouwen. Dit doen we in samenhang met de Ontspannen regio, die zich vooral richt op de ruimtelijke aspecten van klimaatadaptatie, en Productieve regio, die zicht richt op klimaatadaptieve werklocaties. Gelet op het feit dat klimaatadaptatie bij verschillende opgaven een thema is, bekijken we of de positionering van dit speerpunt aanpassing behoeft. • afstemming tussen opgaven Veel partijen, zoals provincie, waterschappen, gemeenten en de Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie-regio’s (RAS-regio’s), werken intensief aan klimaatadaptieve plannen. De GMR is actief in de afstemming met al deze partijen. • landelijke maatlat klimaatadaptief bouwen We ondersteunen het gebruik van deze maatlat. Het is de bedoeling dat alle gemeenten hiermee gaan werken. • samenwerking en kennisontwikkeling We dragen bij aan drie projecten in de Regio Deal Arnhem-Nijmegen. - Built4Heath: op testlocaties worden de gezondheidseffecten van hittestress gemeten

-S  oil Valley: een sterk consortium - met bedrijven, mbo, hbo en wo - doet metingen op de stuwwal (Berg en Dal) en in rivierklei (Duivens Broek) -L  ifeport Cool Lab: op zes testlocaties worden plannen voor vergroening uitgewerkt Hiermee ontwikkelen we en ontsluiten we de benodigde kennis. Dat doen we samen met TEB, KIEMT en Lifeport@ met leerprojecten en daarbij betrekken we regionale kennisinstituten WUR, HVHL, RU, HAN, ROC’s en Radboudumc. We delen de beschikbare kennis en kunde binnen de gehele GMR. We organiseren kennissessies en ontwikkelen een toolbox water en klimaatadaptatie. Hierbij stimuleren we gemeenten om de landelijke methodiek Menukaart Hitte in de gebouwde omgeving toe te passen, die uitgaat van gebied, gebouw en gebruiker. • klimaatadaptatie op werklocaties In samenwerking met de Productieve regio dragen we met kennis en kunde bij aan de uitdaging om werklocaties te vergroenen en daarmee meer klimaatadaptief te maken. • verwerven en benutten landelijke en Europese middelen We zijn aangesloten op provinciale, landelijke en Europese netwerken om de mogelijkheden voor (inter)nationale financiering te benutten.

49

SPEERPUNT ENERGIETRANSITIE • Regionale Energiestrategie (RES) De uitvoering van de RES continueren we. We ondersteunen en faciliteren gemeenten in het realiseren van de afspraken uit het bod van de RES 1.0. We richten ons op het helpen van gemeenten bij het realiseren van projecten voor duurzame opwek van elektriciteit en op energiebesparing. We bereiden ons voor op een nieuw bod voor 2030 en verder. • warmtestructuur We werken de regionale warmtestructuur met bronnenstrategie verder uit. We doen dit in samenhang met de gemeentelijke warmteprogramma’s. We versterken warmtetransitieprojecten van gemeenten. • energiesysteem We werken aan oplossingen om netcongestie te beperken door regionaal te programmeren en samen met partners als Liander en Tennet tot de juiste investeringen en oplossingen te

komen. Dit doen we in samenwerking met de opgaven Groene groeiregio, Verbonden regio en Productieve regio. Gemeenten ondersteunen we in het maken van de juiste keuzes als het gaat om nieuwe aansluitingen op het energienetwerk. Innovatie blijft van belang. Wij faciliteren dit als regio. Denk aan opslagmogelijkheden van energie, zoals de toepassing van waterstof. We stimuleren de ontwikkeling van smart energy hubs en nieuwe duurzame energiedragers. Connectr speelt een belangrijke rol in dit speelveld. • verduurzaming gemeentelijk energieverbruik Het elektriciteitsverbruik van gemeenten is al volledig vergroend. We helpen gemeenten om het gebruik van fossiele brandstoffen (met name gas) voor het gemeentelijk vastgoed steeds verder uit te faseren en blijven de gezamenlijke inkoop van energie verzorgen.

50

• CO2-beprijzing en CO2-monitoring We werken in internationaal verband aan het verder uitwerken van CO2-beprijzing als instrument voor gemeenten (gekoppeld aan het vierjarige Europese project Decarb-Pro). Daarnaast zorgen we voor jaarlijks inzicht in hoe onze regio ervoor staat bij het verminderen van de CO2-uitstoot. • Nationaal Isolatieprogramma (NIP) Gemeenten voeren NIP uit. Het voldoen aan de Flora- en Faunawetgeving is hierbij erg complex en vraagt veel inzet. Gemeenten hebben de GMR gevraagd hierbij ondersteuning te bieden. In welke vorm, werken we nog verder uit. • Regionaal Expertiseteam Energie (REE) In 2023 hebben we als regio het initiatief genomen om het REE op te richten. Met steun van de provincie Gelderland richt dit onafhankelijke team zich op het ondersteunen van bedrijven om hun energievraag te verduurzamen. We blijven gemeenten uitnodigen en stimuleren om slim gebruik te maken van de diensten van het REE.

• verslimmen aanpak laadinfrastructuur In samenwerking met de gemeenten en andere lokale stakeholders ondersteunen we laadmogelijkheden op kansrijke plekken in de regio. Laadinfrastructuur is noodzakelijk voor de transitie naar Zero Emissie (ZE) voertuigen. Netcongestie vertraagt deze transitie. Logistieke kavels op bedrijventerreinen zijn mogelijk kansrijk voor (tijdelijke) decentrale energiesystemen en collectieve voorzieningen. Met de regionale kennis en kunde via het REE en de logistiek makelaars uit het programma Slim & Schoon Onderweg (onderdeel van de Verbonden regio) wordt door de GMR een brug geslagen tussen een landelijke aanpak via het landsdeel Oost en onze regiogemeenten • kennisdelen We delen kennis over o.a. aardgasvrije wijken, duurzame opwek, expertisecentra en energieloketten.

FINANCIEEL OVERZICHT In onderstaand overzicht staat de begroting voor de Circulaire regio voor de planperiode van deze agenda en de realisatie van de begroting van 2023. realisatie begroting meerjarenraming 2023 2024 2025 2026 2027 2028 (bedragen x € 1.000) Circulaire regio Lasten 1.652 1.679 2.452 2.515 2.515 2.515 Baten 1.652 1.679 2.452 2.515 2.515 2.515 Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na reserves -

51

52

7. BEGROTING 2025-2028 De begroting van de GMR is opgebouwd uit twee programma’s: • Het regiobureau • De set van de opgaven.

Samengevat zijn voor 2025 de bijdragen per inwoner in onderstaande tabel opgenomen. (deze tabel is gebaseerd op de primaire begroting): Bijdrage per inwoner 2024 2025

De begroting is opgesteld voor de jaren 2025-2028 en materieel sluitend. Het benodigde budget voor het regiobureau wordt gefinancierd uit een bijdrage van alle zeventien deelnemende gemeenten. Om deze bijdrage te berekenen, hanteren we het inwoneraantal per 1 januari 2024 als verdeelsleutel (bijlage 3). Naast de gemeentelijke bijdrage voor de kosten van het regiobureau, betalen de gemeenten een bijdrage voor TEB. De regio heeft op grond van de gemeenschappelijke regeling de bevoegdheid om namens de colleges TEB te subsidiëren. Voor 2025 is begroot dat veertien gemeenten TEB subsidiëren, waaronder de gemeente Montferland. Ook voor deze bijdrage hanteren wij het inwoneraantal per 1 januari 2024. De bijdrage voor TEB maakt onderdeel uit van het programma “regiobureau”. De middelen voor de vijf opgaven worden gevormd door gemeenten die intekenen op die opgave en subsidies van bijvoorbeeld provincie of Rijk en partners (zoals koepelorganisaties, onderwijs-instellingen of bedrijven).

Programma regiobureau € 2,71 Groene groeiregio Productieve regio Ontspannen regio Verbonden regio Circulaire regio

€ 2,77

€ 0,99 € 1,18 € 1,05 € 0,92 € 0,66 € 0,92 € 1,58 € 1,59 € 1,56 € 1,63

Programma opgaven € 5,84

€ 6,24

Totaal € 8,55

€ 9,01

De totale bijdrage neemt ten opzichte van 2024 met € 0,46 toe. Oorzaken zijn o.a. de inflatie en de stijging van de cao-lonen. De onzekerheid rondom cofinanciering beïnvloedt de hoogte van de inwonerbijdrage. Door het veranderende politieke landschap zijn wij voorzichtig met het opnemen van gelden van derden, zoals Rijk en provincie. Voor RES- en Woondeal-gelden kan een uitzondering gemaakt worden op het voorzichtigheidsprincipe, omdat deze gelden meerjarig zijn toegekend.

53

7.1 HET REGIOBUREAU (PROGRAMMA)

7.1.1 JAARLIJKS TERUGKERENDE ARBEIDSKOSTEN MET EEN VERGELIJKBAAR VOLUME

Het regiobureau heeft de volgende taken: • het inhoudelijk en financieel voorbereiden van de opgaven en het zorgen voor coördinatie en integraliteit van de opgaven • organisatie, voorbereiden en uitwerken van vergaderingen van dagelijks en algemeen bestuur • profilering, positionering en lobby van de regio (provincie, Rijk, Euregio, Europa) • informatie, communicatie en ontmoeting in/van de regio (bestuurders en raden) aanspreekpunt voor externe partners • ondersteuning en advisering van colleges en raden en de RegioAgendacommissie bij het regionale werk • tijdig zien en vertalen van nieuwe opgaven en kansen voor de regio • bedrijfsvoering (zoals financiën, archief, privacy, juridische zaken, aanbestedingsbeleid en personeelszaken) • verstrekken subsidie aan TEB

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat afzonderlijke aandacht moet worden besteed aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten met een vergelijkbaar volume. Zoals uit de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling blijkt, wordt aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume geen voorziening getroffen of op een andere wijze een verplichting opgenomen. Alle aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen zijn in de exploitatiebegroting verwerkt.

7.1.2 INVESTERINGSBEGROTING De organisatie verwacht in 2025 geen investeringen te doen. Vandaar dat de investeringsbegroting en daarmee toe te kennen investeringskredieten niet zijn opgenomen.

De begroting van het regiobureau bouwt voort op het in 2021 geactualiseerde bedrijfsplan. In de praktijk is gebleken dat de regie op communicatie en profilering van de GMR beter vanuit het regiobureau kan worden aangestuurd. In de begroting van 2025 is de ingezette lijn van de begroting 2024 verder doorgezet. Ten opzichte van 2024 is een indexatie van 6,54%, conform de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen 2024 (BRN), toegepast. De gemeente Mook en Middelaar krijgt een korting van 50% op de inwonerbijdrage (zie voetnoot 1).

Met uitzondering van de gemeente Mook en Middelaar die 50% korting krijgt op de inwonerbijdrage aan het procesgeld van het regiobureau (artikel 29, lid 3 van de gemeenschappelijke regeling). Dit vanwege de unieke situatie dat het als enige gemeente gelegen is in de provincie Limburg, waardoor het als enige niet-Gelderse gemeente o.a. niet altijd gebruik kan maken van investeringen in de regio vanuit de provincie Gelderland. 1

54

7.1.3 TOTAAL BATEN EN LASTEN BEGROTING PER TAAKVELD Regiobureau

taakveld

2025

2026

2027

2028

(bedragen x € 1.000)

Lasten Personele kosten Overhead Lobby, positionering en profilering Communicatie en ontmoeting Onvoorzien Af: Bijdrage 5% subsidie aan regiobureau

0.4 0.4 0.4 0.4 0.4

1.586 459 55 185 100 -104

1.626 470 56 188 103 -107

1.626 500 56 203 103 -107

1.553 470 56 138 103 -107

Totaal lasten 2.281 2.336 2.381 2.213 Baten Inwonerbijdrage gemeenten 0.4 2.126 2.262 2.307 2.214 Subsidie provincie inwonerbijdrage 0.4 0 0 0 0 Overige bijdrage 0.4 155 74 74 -1 Totaal baten Saldo Dekking extern (provincie) Dekking opgavegeld (inwonerbijdrage) Aantal inwoners Bijdrage per inwoner in euro’s

2.281

2.336

2.381

2.213

0 0 2.126 772.288 € 2,77

0 0 2.262 779.211 € 2,90

0 0 2.307 785.123 € 2,94

0 0 2.214 785.123 € 2,82

7.1.4 BIJDRAGE THE ECONOMIC BOARD Volgens artikel 6, lid 1 van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen, hebben de gemeenten geen bevoegdheden overgedragen aan de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, met uitzondering van de bevoegdheid van de colleges om een subsidie te verstrekken aan de Stichting The Economic Board. In onderstaande tabel de specificatie van de bijdragen in de periode 2025-2028 die door de GMR wordt voorgesteld. Als uitgangspunt in deze begroting is gehanteerd dat de gemeenten die in 2025 TEB subsidiëren dat na 2025 continueren. In de tabel zijn onder Totale subsidie TEB de bedragen opgenomen die TEB ontvangt van de vijftien gemeenten binnen de GMR. Nu de gemeente Montferland de GMR per 1 januari 2025 verlaat, dient TEB zelf een subsidieaanvraag te doen bij de gemeente Montferland. Het bedrag aan subsidie van de veertien deelnemende gemeenten is opgenomen in de post Totale subsidie door GMR verstrekt. De besluitvorming over definitieve subsidiëring ligt bij de deelnemende gemeenten.

55

Bijdrage The Economic Board

2025

Aantal deelnemende gemeenten Aantal inwoners per t-1 Bijdrage per inwoner in euro’s Totale subsidie TEB te ontvangen (x € 1.000)

2026*

2027*

2028*

15 15 15 15 754.437 762.181 768.340 769.862 € 1,04 € 1,04 € 1,04 € 1,04 785 793 799 801 14 14 14 14 717.564 724.248 730.010 731.532 746 753 759 761

Aantal gemeenten vanuit GMR Aantal inwoners binnen GMR per t-1 Totale subsidie door GMR verstrekt (x € 1.000)

*In 2026 start een volgende periode van vijf jaar bijdrage TEB. Hierover moet formele besluitvorming nog plaatsvinden; deze bedragen zijn dus onder voorbehoud. In verband met het vertrek van de gemeente Montferland is in dit overzicht een splitsing gemaakt tussen de te ontvangen subsidie door TEB en de te verstrekken subsidie door de GMR.

7.2 DE VIJF OPGAVEN (PROGRAMMA)

Sinds de regionale agenda 2023-2024 wordt de methodiek van indexeren conform BRN toegepast. Voor 2025 komt deze index uit op 6,54%. Dit percentage is voor alle opgaven en het regiobureau gebruikt. Afwijkingen op deze begroting die in het verloop van 2025 ontstaan, worden conform het Spoorboekje P&C-cyclus 2024-2025 in het najaar aan het algemeen bestuur voorgelegd.

Bij de berekening van de bijdrage per inwoner is uitgegaan van: 1. Het aantal inwoners op 1 januari 2024. 2. Het aantal gemeenten dat een overeenkomst voor de opgaven heeft gesloten voor 2023-2024. De financiële uitwerking van de opgaven is ook dit jaar voorbereid in het betreffende bestuurlijke opgaveteam. Uitgangspunt is dat de regionale agenda 2023-2024 tot resultaten heeft geleid, die het vertrekpunt vormen voor deze nieuwe regionale agenda.

56

7.2.1 TOTAALOVERZICHT BATEN EN LASTEN BEGROTING PER TAAKVELD taakveld

2025

2026

2027

2028

(bedragen x € 1.000)

Lasten Algemeen

0.4

1.349

1.384

1.391

1.397

735 398 2.268 559 161 1.130 277 Totaal lasten 6.877 Baten Algemeen 0.4 1.349

754 443 2.326 573 165 1.158 283 7.086

754 255 2.326 573 165 1.158 283 6.905

754 351 2.326 573 165 1.158 283 7.007

1.383

1.383

1.383

735 398 2.268 559 161 1.130 277 6.877 2.080

754 444 2.326 573 165 1.158 283 7.086 2.134

754 263 2.326 573 165 1.158 283 6.905 2.134

754 365 2.326 573 165 1.158 283 7.007 2.134

0

0

0

0

Opgaven 1. Verbonden regio 2. Productieve regio 3. Circulaire regio 4. Ontspannen regio 5. Groene groeiregio

2.1 3.1 3.1 5.5 3.1 8.1 8.2

Opgaven 1. Verbonden regio 2. Productieve regio 3. Circulaire regio 4. Ontspannen regio 5. Groene groeiregio

2.1 3.1 3.1 5.5 3.1 8.1 8.2

Totaal baten waarvan gelden derden Saldo

57

7.3 GEPROGNOSTICEERDE BALANS ACTIVA

T-2 2023 31-dec EUR

T-1 2024 31-dec EUR

T 2025 31-dec EUR

T+1 2026 31-dec EUR

T+2 2027 1-jan EUR

T+2 2028 1-jan EUR

44.495 44.494

34.695 34.695

24.895 24.895

15.095 15.095

5.295 5.295

0 0

4.768 4.768

4.768 4.768

4.768 4.768

4.768 4.768

4.768 4.768

4.768 4.768

37.099

40.000

42.500

42.500

42.500

42.500

2.014.400 3.604.077 5.655.576

1.755.000 3.205.417 5.000.417

1.665.000 3.206.217 4.913.717

1.740.000 3.249.517 5.032.017

TOTAAL ACTIVA

5.704.839

5.039.880 4.943.380

PASSIVA

2023 31-dec EUR

Materiële vaste activa A127 Overig Financiële vaste activa A1332c Overige uitzettingen met een looptijd > 1 jaar Vlottende activa uitzettingen A215 Vooruitbetalingen A221 Vorderingen op openbare lichamen A23 Liquide middelen

2024 31-dec EUR

2025 31-dec EUR

1.740.000 1.740.000 3.185.499 3.177.000 4.967.999 4.959.500

5.051.880 4.978.062 4.964.268 2026 31-dec EUR

2027 1-jan EUR

2028 1-jan EUR

Eigen Vermogen P111 Algemene reserve P112 Bestemmingsreserve P114 Saldo van rekening

100.000 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000 83.255 0 0 0 0 197.682 0 0 0 0 380.937 100.000 100.000 100.000 100.000 100.000 Voorziening P12 Voorziening verlofuren 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 Vlottende passiva P213 Overige vlottende schulden 1.540.756 2.062.880 1.966.380 2.074.880 2.001.062 1.987.268 Overlopende passiva P29c Vooruit ontvangen bijdragen overige overheid 3.556.450 2.650.000 2.650.000 2.650.000 2.650.000 2.650.000 P29d Overlopende passiva 216.696 217.000 217.000 217.000 217.000 217.000 5.313.902 4.929.880 4.833.380 4.941.880 4.868.062 4.854.268 TOTAAL PASSIVA

5.704.839

5.039.880 4.943.380

58

5.051.880 4.978.062 4.964.268

8. BEDRAG HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Samenwerkingsverbanden zijn vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting, indien aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1. De activiteiten van het samenwerkingsverband moeten worden verricht voor de onmiddellijke of middellijke participerende publiekrechtelijke rechtspersonen. 2. De activiteiten zouden bij de participanten in het samenwerkingsverband niet tot belastingplicht hebben geleid of zouden zijn vrijgesteld als zij de activiteiten zelf zouden hebben verricht. 3. De participanten moeten naar evenredigheid van de afname van de activiteiten van het samenwerkingsverband bijdragen in de kosten van het samenwerkingsverband. Bij een gemeenschappelijke regeling wordt geacht hieraan te zijn voldaan.

Nadrukkelijk is deze vrijstelling bedoeld voor activiteiten aan of ten behoeve van de deelnemers aan een samenwerkingsverband en niet voor activiteiten ten behoeve van of aan een derde partij. De vrijstelling heeft alleen betrekking op de winst die wordt gerealiseerd door levering aan de deelnemende gemeenten. Wanneer de winst wordt gerealiseerd in verband met de levering aan derden, moet hierover in beginsel vennootschapsbelasting worden betaald. De GMR verricht voor derden vooral werk voor “activiteiten verricht in verband met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid”. Daarbij worden de werkzaamheden kostendekkend uitgevoerd. De organisatie voldoet aan bovenstaande drie voorwaarden en is derhalve vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting.

59

9. PARAGRAFEN 9.1 PARAGRAAF 1: RISICO’S EN WEERSTANDSVERMOGEN

5. R  isico’s voortvloeiend uit voor de regio niet te beïnvloeden autonome ontwikkelingen

Op grond van artikel 11 BBV moet de GMR in de paragraaf weerstandsvermogen inzicht verschaffen in de robuustheid van de begroting. Het weerstandsvermogen van de GMR is het vermogen om niet-structurele financiële tegenvallers te kunnen opvangen, zodat de taken kunnen worden voortgezet. De GMR is nauwelijks ontvankelijk voor risico’s. Het risicoprofiel is heel laag. Bovendien is een algemene reserve gevormd voor het opvangen van deze risico’s. Wij onderschrijven de principes van risicomanagement en risicobeheersing in ons werk. Dit houdt in dat risico’s gekoppeld worden aan de doelstellingen en dat maatregelen worden genomen om de risico’s te beheersen.

ad. 1. risico’s voortvloeiend uit eigen beleid In de begroting 2025 is op basis van ervaringscijfers tot en met 2023 een bedrag van € 60.000 opgenomen. Ten aanzien van de juistheid van de inschatting bestaat enige voorzichtigheid, ten gevolge van de volatiliteit van het rentepercentage. ad. 2. risico’s voortvloeiend uit het beleid van hogere overheid In de regionale agenda 2025-2028 wordt bij de opgave Verbonden regio inhoudelijk ingegaan op het project Slim & Schoon Onderweg. In de begroting 2025 zijn op basis van onzekerheid van toekenning van financiële middelen geen uitgaven opgenomen.

Beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen De GMR heeft een reserve voor het exploitatierisico, in dit geval de algemene reserve, gevormd. Deze reserve (€ 100.000) wordt toereikend geacht, gelet op de voorwaarden in de gemeenschappelijke regeling.

ad. 3. risico’s voortvloeiend uit de samenwerking met andere gemeenten en instanties In de begroting 2025 is definitief uitgegaan van de uittreding van de gemeente Montferland. In de bijdrage voor TEB is zonder uittreding van de gemeente Montferland gerekend. Als gevolg van een slechtere financiële situatie bij gemeenten bestaat de kans dat de GMR een bezuinigingstaakstelling krijgt opgelegd. Dit kan tot gevolg hebben dat doelstellingen uit de regionale agenda niet worden gehaald. De GMR is een netwerkorganisatie. Indien menskracht buiten de gemeenten om, op een krappe arbeidsmarkt aangetrokken moet worden, bestaat een risico van extra prijsstijgingen.

Stille reserves De GMR heeft geen stille reserves. Stelposten In de begroting 2025 is een stelpost van € 100.000 opgenomen. Dit bedrag is gereserveerd voor projecten die ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet voorzien waren. Risico’s De risico’s kunnen worden ingedeeld in: 1. Risico’s voortvloeiend uit het eigen beleid 2. Risico’s voortvloeiend uit het beleid van hogere overheid 3. Risico’s voortvloeiend uit de samenwerking met andere gemeenten en instanties 4. Risico’s voortvloeiend uit het doen/nalaten van derden

ad. 4. risico’s voortvloeiend uit het doen/ nalaten van derden In de begroting van 2025 is rekening gehouden met langdurig ziekteverzuim van één medewerker (2e spoor, 70%). Een tegemoetkoming in de loonkosten vanuit het UWV is buiten beschouwing gelaten.

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (zijnde de middelen waarover de GMR beschikt/kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. 2

60

ad. 5. risico’s voortvloeiend uit voor de regio niet te beïnvloeden autonome ontwikkelingen De gevolgen van de cao-onderhandelingen en prijsstijgingen werken door in het jaarresultaat. Gezien de forse inflatie van de afgelopen jaren, is een indexering van de kosten in 2025 van 6,54% toegepast. In de meerjarenbegroting van 2026-2028 is geen rekening gehouden met het aflopen van de huurovereenkomst van de kantoorruimte aan de Nijverheidsweg 2a te Elst, per 31 augustus 2026. Secundaire arbeidsvoorwaarden Op grond van de gemeenschappelijke regeling volgt de GMR de cao SGO, waarin de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd. Werkkostenregeling De huidige werkkostenregeling is ingegaan op 1 januari 2020. Per 2024 is de vrije ruimte in de WKR verruimd tot 1,92% tot een loonsom van € 400.000. Over het restant van de loonsom wordt gerekend met 1,18%. Voor de vergoedingen boven dit bedrag moet een eindheffing van 80% worden betaald. Naar verwachting komt de organisatie in 2025 niet boven de forfaitaire ruimte uit.

Rente-risiconorm De GMR heeft geen vaste schuld en derhalve is de rente-risiconorm niet van toepassing.

9.3 PARAGRAAF 3: BEDRIJFSVOERING Artikel 14 van de het BBV verplicht de organisatie om de stand van zaken en de voornemens voor de bedrijfsvoering weer te geven. De gemeenten hebben gekozen voor een compacte organisatie van het regiobureau, die ten dienste staat van de opgave-gerichte samenwerking. Taken en bevoegdheden zijn geformaliseerd in de gemeenschappelijke regeling en onderliggende regelingen en mandaatbesluiten. Voor de hoge ambities in het programma ter uitvoering van regionale visie en agenda is een efficiënt en slagvaardig bureau nodig. Voor de bureau-ondersteunende taken, zoals archief en P&O, wordt gebruik gemaakt van de dienstverlening van de gemeente Nijmegen. De GMR is een netwerksamenwerking. Uitgangspunt van de regionale samenwerking is dat deze wordt ondersteund door een regiobureau, waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van de in de gemeenten aanwezige capaciteit en kennis.

9.2 PARAGRAAF 2: FINANCIERING De begroting van de GMR wordt grotendeels door de deelnemende gemeenten gedragen. De in de gemeenschappelijke overeengekomen afspraak voor wat betreft de bijdragen van gemeenten (artikel 29, lid 1) waarborgt dat de inkomende en uitgaande geldstromen in evenwicht zijn. Financiering van de organisatie door het aantrekken van leningen is niet aan de orde.

Financiën De ontwikkeling van adequate bedrijfsvoering (scheiding van functies, administratieve organisatie, bewaking, verantwoording en rechtmatigheid) is een continu proces. De regiodirecteur is tekeningsbevoegd en heeft mandaat om opdracht tot betaling te geven. De controller beheert en regisseert de financiële organisatie; ABAB verzorgt de administratie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=67c77ee8-cd68-407f-9278-324275c86fa9