CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

11e: Toelichting bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal_v5_VtS_jan 2021.pdf

1.3 Commissievergadering 9 februari 2021, gemeente RozendaalBij agendapunt: Bespreking van de agendapunten van de raadsvergadering van 9 februari 202115.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 14 - Waterwingebied de Pinkenberg (donkerblauw) en grondwaterbeschermingsgebied (lichtblauw)

De beschermingszones ten behoeve van de boringsvrije zone is in een gebiedsaanduiding ‘milieuzone – beschermingszone grondwater’ aangeduid. In de

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

regels is bepaald dat hier, naast de bestemmingsregels, tevens de bijbehorende artikelen uit de provinciale verordening van kracht zijn. Binnen de boringvrije zone is het verboden om binnen een inrichting werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten waardoor direct of indirect warmte aan de bodem of het grondwater wordt onttrokken of toegevoegd. Het intrekgebied heeft geen directe ruimtelijke gevolgen en is niet in voorliggend bestemmingsplan opgenomen. Desalniettemin heeft de provinciale verordening ten alle tijd een directe werking en vormt een toetsingskader bij eventuele vergunningverlening. Het plangebied is, onder meer door de bodemsamenstelling, eerder gevoelig voor verdroging dan voor wateroverlast. Er is geen sprake van kwel in het plangebied. Door het bouwplan zal de verharding slechts in zeer geringe mate toenemen. Deze toename komt door mogelijke realisatie van het originele bijgebouw. De toename aan verharding als gevolg hiervan is slechts gering, waardoor deze geen substantiële invloed op de waterhuishouding zal hebben. Het rioleringsstelsel in Rozendaal is overwegend uitgevoerd als een gemengd stelsel. Het afvalwater van de dorpskern wordt afgevoerd naar de waterzuiveringsinstallatie Nieuwgraaf. In de gemeente zijn alle overstorten opgeheven of gesaneerd. Het is gewenst om afkoppeling van de hemelwaterafvoer van het riool te realiseren.

Dat biedt de mogelijkheid om zoveel mogelijk (schoon) hemelwater via de bodem te laten infiltreren. De bodem is hier geschikt voor. Daarom zal er een infiltratievoorziening worden gerealiseerd. Dit heeft echter wel gevolgen voor de toe te passen materialen bij het bouwen. Gebruik van zink, lood of andere uitlogende materialen dient zoveel mogelijk voorkomen te worden om vervuiling van de bodem en grondwater te voorkomen. Voor de volledigheid zijn de relevante en niet-relevante waterhuishoudkundige thema’s nog eens inzichtelijk gemaakt in bijgaande watertoetstabel. Thema

Toetsvraag

REL

IT

Veiligheid

Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee

2

Nee

2

Nee Nee

2 1

Nee

1

Riolering en Afvalwaterketen

Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m2? Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Oppervlaktewaterkwaliteit

Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Grondwateroverlast

Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? Is in het plangebied sprake van kwel? Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? Beoogt het plan aanleg van drainage?

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee Nee

1 1

Nee Nee

1 1

Grondwaterkwaliteit

Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? Ja

Inrichting en beheer

Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Volksgezondheid

In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

1

Ja Nee

1 2

Nee

1

Nee

1

Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000gebied?

Nee Nee Nee

2 2 1

Nee

1

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Nee

1

Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

2

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Natte natuur

# IT de intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een ‘ja’ geantwoord dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Tabel 4 - Watertoetstabel

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

4.6.4 Conclusie Het bestemmingsplan maakt een nieuwe woning mogelijk waarbij slechts beperkt sprake is van toenemende verharding. De nodige bescherming van de waterbeschermingsgebieden is verwerkt in het bestemmingsplan. Dit betekent dat ook in het waterhuishoudingsysteem geen wijzigen zijn en het onderdeel water geen belemmering vormt voor het bestemmingsplan. 4.7

ECOLOGIE

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of, en zo ja in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. 4.7.1 Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Gelders Natuurnetwerk Naast de bescherming van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of Groene Ontwikkelingszone (GO) (voorheen beide Ecologische Hoofdstructuur). Op gronden binnen het GNN mogen geen nieuwe functies mogelijk worden gemaakt, tenzij er geen reële alternatieven aanwezig zijn, redenen zijn van groot openbaar belang en negatieve effecten op het gebied worden beperkt. Uitbreiding van bestaande functies in het GNN kan alleen als de kernkwaliteiten van het gebied per saldo worden versterkt.

Op gronden die deel uitmaken van het GO zijn nieuwe ontwikkelingen of uitbreiding van bestaande functies alleen mogelijk als dat niet leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van dat gebied. 4.7.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. 4.7.3 Ecologie in relatie tot het plangebied Soortenbescherming Het voorliggende plan maakt een nieuwe woning mogelijk in de bestaande boerderij. Er is daarbij geen sprake van sloop van bouwwerken of het rooien of kappen van houtopstanden. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat eventueel ter plaatse aanwezige beschermde soorten vernietigd of verstoord worden door de beoogde functiewijziging. Er is geen noodzaak voor een ecologisch onderzoek. Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen naast het Natura 2000 gebied De Veluwe, dat tevens deel uitmaakt van het Gelders Natuur Netwerk. Het plangebied zelf maakt geen onderdeel uit van de beschermde gebieden. Bij nieuwe ontwikkelingen moet evenwel worden onderzocht in hoeverre sprake is of kan zijn van negatieve effecten op het Natura 2000-gebied.

Figuur 15 - Natura 2000 gebied de Veluwe

Figuur 16 - Ligging GNN

(Bron: Provincie Gelderland)

(Bron: Provincie Gelderland)

Stikstof Middels een AERIUS calculatie is onderzocht of er sprake is van eventuele stikstofdepositie op het naastgelegen natura 2000 gebied. Daarbij zijn zowel de

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

bestaande situatie en de beoogde situatie conform dit bestemmingsplan in kaart gebracht. De rekenresultaten2 zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan een nieuwe woning mogelijk maakt in een voormalig deel van het waterwincomplex de Pinkenberg zal de nieuwe woning gasloos worden aangelegd. De verkeersintensiteit als gevolg van de woning zal niet in betekenisvolle mate toenemen in vergelijking met het verkeer naar het waterwincomplex. De verkeersintensiteiten zijn daarbij gebaseerd op de CROW publicatie 318. De rekenresultaten laten zien dat er geen toename van mogelijke stikstof depositie te verwachten is als gevolg van het bestemmingsplan. 4.7.4 Conclusie ecologie Vanuit de Wet natuurbescherming zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Voor de volledigheid wordt vermeld dat te allen tijden uitvoering moeten worden gegeven aan de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. De aantasting en verstoring van vogels dient te worden voorkomen door eventuele werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli) te laten starten. Hetzelfde geldt voor de zoogtijd bij zoogdieren (februari – augustus), de kolonieperiode bij vleermuizen (juni – juli), de winterslaaptijd bij vleermuizen (november – maart), etc. 4.8

ARCHEOLOGIE

4.8.1 Algemeen Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die is geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De wet regelt: • Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; • Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening; • Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt. Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking.

AERIUS rekenresultaten Pinkenberg 7 te Rozendaal, kenmerk S4eVHE3KLH5E, 26 feb 2020 2

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

Gemeentelijk beleid De Wamz heeft ertoe geleid dat de gemeente Rozendaal ‘eigen’ archeologisch beleid heeft opgesteld. Dit is opgenomen in de rapportage ‘Archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart gemeente Rozendaal 2018’ die op 30 oktober 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een vlakdekkende kaart van archeologische waarden en verwachtingen opgesteld, waaraan ook beleid voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen is gekoppeld. In paragraaf 3.3.4 is hierop al ingegaan.

Figuur 17 - Uitsnede archeologische beleidskaart (Bron: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart gemeente Rozendaal 2018)

4.8.2 Archeologie in relatie tot het plangebied In bijgaande figuur is een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart weergegeven. Naast terreinen van (hoge) archeologische waarde, worden er twee archeologische verwachtingszones onderscheiden: • hogere archeologische verwachting; • lagere archeologische verwachting. De verschillende (verwachtings)waarden uit het gemeentelijk archeologiebeleid zijn vertaald in een aantal dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie’. In bijgaande tabel is aangegeven welke dubbelbestemming bij welke (verwachtings)waarde behoort.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

Te onderscheiden beleidscategorieën

Maximaal verstoringsoppervlak

Diepte

Dubbelbestemming

Terrein, wettelijk beschermd altijd vergunnningplichting geen (archeologische (via Rijksdienst voor het monumenten) Cultureel Erfgoed)

Waarde – Archeologie 1

Archeologische waarde (o.a. 30 m2 AMK-terrein, dorpskern)

0,3 m

Waarde – Archeologie 2

Hogere archeologische verwachting

750 m2

0,3 m

Waarde – Archeologie 3

Lagere archeologische verwachting

2.000 m2

0,3 m

Waarde – Archeologie 4

Tabel 5 - Categorisering waarden archeologische beleidskaart gemeente Rozendaal (2018), met vrijstellingsoppervlakten en –dieptes, en de daarbij behorende dubbelbestemmingen

4.8.3 Archeologie in relatie tot het plangebied Voor het plangebied is de hogere archeologische verwachting van toepassing. Voor de gronden binnen deze zone is bepaald dat indien bodemingrepen groter dan 750 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv, inventariserend archeologisch onderzoek verplicht (volgens Richtlijn Archeologisch Onderzoek) Op de verbeelding van dit bestemmingsplan is voor het plangebied, ten behoeve van de bescherming van de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen. Als gevolg van het plan, waarbij de bestaande boerderij een nieuwe functie krijgt en er een (historisch) bijgebouw mag worden gereconstrueerd, zijn er geen bodemingrepen voorzien die deze ondergrenswaarde overschrijdt. Er is ten behoeve van het bestemmingsplan geen archeologisch onderzoek nodig. Voor de volledigheid wordt melding gemaakt van het feit dat de dubbelbestemming waarborgt dat bij toekomstige bodemingrepen van meer dan 1.000 m2 én die dieper gaan dan 30 cm, alsnog eerst archeologisch onderzoek verricht moet worden. 4.8.4 Conclusie Het aspect archeologie levert geen bezwaar op voor dit bestemmingsplan. 4.9

CULTUURHISTORIE

4.9.1 Algemeen Goede ruimtelijke ordening betekent dat er onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door de wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 4.9.2 Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied In het algemeen is de totstandkoming van Rozendaal sterk verbonden met het kasteel Rosendael. In de structuur van de huidige kern is nog duidelijk de

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

parkaanleg van het kasteel herkenbaar en is om die reden met een specifieke dubbelbestemming beschermd. De Pinkenberg (en Kluizenaarsweg) maken geen onderdeel uit van dit beschermde dorpsgezicht.

Figuur 18 - Waarde Cultuurhistorie (Kasteeldorp)

Daar staat tegenover dat het waterwincomplex De Pinkenberg een rijksmonumentaal beschermd complex (complexnummer 522241) betreft. Binnen dat complex is de voormalige woonboerderij een zelfstandig rijksmonument (monumentnummer 522246). De rijks monumentale bescherming (conform de Erfgoedwet) heeft een rechtstreekse werking op vergunningverlening en is formeel geen onderdeel van het bestemmingsplan. Evenwel is in het bestemmingsplan een aan de monumentale status gekoppelde bepaling, die toeziet op bescherming van de ruimtelijk kwaliteiten in de omgeving van gemeentelijke en rijksmonumenten. Tevens kan gemeld worden dat er in het kader van de voorbereiding van de bouwplannen, vooroverleg met de gemeentelijke monumentencommissie, het Gelders Genootschap en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft plaatsgevonden. Als gevolg daarvan is er een gezamenlijk advies met aanbevelingen voor de verdere planvorming opgesteld. Voor de volledigheid is dit advies3 als bijlage bij deze toelichting meegenomen.

3

Preadvies Boerderij Wijlhuizen, Samenwerkingsverband Cultuurhistorie Gelderland, jan. 2019

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

4.9.3 Conclusie De cultuurhistorische waarden staan de verdere vaststelling van voorliggend bestemmingsplan niet in de weg. 4.10

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

4.10.1 Normstelling en beleid De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit m.e.r. en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. 4.10.2 Toetsing aan het bestemmingsplan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Met voorliggend bestemmingsplan wordt slechts één woning voorzien. Hiermee valt deze ontwikkeling ruim onder de genoemde drempelwaarden. Bovendien geldt dat het voorliggende project gelet op de aard en omvang, niet als een stedelijk ontwikkelingsproject hoeft te worden aangemerkt in de zin van het Besluit m.e.r.. In dit kader wordt ook verwezen naar de uitspraak van de ABRvS op 12 juni 2019 (zaaknummer 201807060/1/R1). In deze uitspraak is namelijk geoordeeld dat de wijziging van het gebruik van een perceel door de realisatie van onder andere (één) woning niet aangemerkt wordt als een stedelijk

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

ontwikkelingsproject indien het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Dit geldt ook voor het plangebied aan de Pinkenberg. Op grond van bovenstaande uitspraak en motivering wordt geconcludeerd dat in het kader van voorliggend plan geen m.e.r.-procedure nodig is. 4.10.3 Conclusie Voor dit bestemmingsplan is geen m.e.r.-procedure nodig.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

5

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

INLEIDING

5.1.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe het beleid voor het landelijk gebied is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.

Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. 5.1.2 Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.

Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze nieuwe vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor een ieder. 5.2

OPBOUW REGELS EN VERBEELDING

5.2.1 Regels De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels; • Nadere eisen; • Afwijking van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels; • Afwijking van de gebruiksregels; • Omgevingsvergunning voor de uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden; • Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen bevat, dit verschilt per bestemming. 5.2.2 Analoge verbeelding (plankaart) Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, evenals de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes, zijn verplicht voorgeschreven.

Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), waar nodig aangevuld met de Digitale Kadastrale Kaart (DKK). 5.3

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

In deze paragraaf wordt waar dat noodzakelijk en nuttig wordt geacht een nadere toelichting gegeven op specifieke onderdelen van de planregels. Sommige regelingen zijn daarom hierna niet opgenomen: deze worden geacht voor zich te spreken. Artikel 1 en 2 Begrippen en wijze van meten Voor de begripsomschrijvingen en wijze van meten is aangesloten bij de SVBP2012. Verder zijn hier voor het plan relevante begrippen aan toegevoegd. Daar waar mogelijk heeft een afstemming plaatsgevonden met het bestemmingsplan ‘Rozendaal’.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

In de wijze van meten in artikel 2 is bepaald dat de goot- en bouwhoogte worden gemeten vanaf het peil. Daarom is bij de begrippen ook het begrip ‘peil’ opgenomen. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin De bestemming ‘Tuin’ is in de regel opgenomen voor de tuinen voor de voorgevel van de woning. Ook komt deze voor op andere delen van tuinen die grenzen aan openbaar gebied. Door het hanteren van een afzonderlijke bestemming ‘Tuin’ wordt een duidelijk en ‘groen’ beeld gecreëerd. In de tuin zijn geen woningen of bijgebouwen toegestaan. Deze moeten worden gebouwd binnen de bestemming ‘Wonen’. Op deze manier ontstaat een duidelijke tweedeling: de woonbestemming waarbinnen de woning en de bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd en de tuin waar slechts andere bouwwerken (zoals erf- en terreinafscheidingen) mogen worden gebouwd. Via een binnenplanse afwijking kunnen worden toegelaten in (voor-, zij- en achter)tuinen: • aan de woning aangebouwde gebouwen, zoals erkers en ingangspartijen, en • erf- en terreinafscheidingen tot 2 meter hoog (‘bij recht’ is dit 1 meter). Artikel 4 Wonen De bestemming Wonen is toegekend aan de bestaande woningen in het plangebied. Door middel van een nadere aanduiding wordt binnen de woonbestemming onderscheid gemaakt tussen de verschillende bouwwijzen van de woningen. De aanduiding ‘[vrij]’ staat voor vrijstaande woningen.

Woningen mogen uitsluitend op de aangeduide bouwwijze worden gebouwd en het bestaande aantal woningen is maatgevend. Bouwregels De woonbebouwing is vastgelegd in bouwvlakken. Hiervoor is aangesloten bij de bestaande afmetingen (breedte en diepte) van de monumentale woonboerderij, inclusief de historische aanbouw. Het hoofdgebouw van de woning is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogten, vanwege bijzondere architectuur of verschijningsvorm, zijn op de verbeelding aangeduid en daarmee vastgelegd. Aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw, in dit geval de historische bijkeuken, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Andere bouwwerken, zoals een bijgebouw of overkapping, zijn buiten het bouwvlak toegestaan. Om de realisatie van een bijgebouw, geënt op het historische bijgebouw, mogelijk te maken, is een maximaal gezamenlijk oppervlak van 180 m2 mogelijk gemaakt. Beroep- of bedrijf aan huis Conform de plansystematiek uit het bestemmingsplan ‘Rozendaal’ is in dit plan onderscheid gemaakt tussen beroepsmatige- en bedrijfsmatige activiteiten in de woning en de bijbehorende bijgebouwen. Bij beroepsmatige activiteiten gaat het met name om de ‘vrije beroepen’. Daarbij is slechts in ondergeschikte mate detailhandel toegestaan; horeca is daarbij uitgesloten.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

In de begrippen die als onderdeel van de planregels zijn opgenomen is het ‘beroep aan huis’ nader gedefinieerd. Bij bedrijfsmatige activiteiten gaat het om het bedrijfsmatig verlenen van diensten en het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid die, in tegenstelling tot beroepsmatige activiteiten, is gericht op consumentenverzorging. Hierbij is detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit toegestaan, hierin is ook toegestaan horeca, doch uitsluitend in de vorm van het bieden van eenvoudige overnachtingsgelegenheid met ontbijt (bed and breakfast). Ook het begrip ‘bedrijf aan huis’ is in de regels nader gedefinieerd. Daarbij wordt ook verwezen naar een 'Staat van bedrijfsactiviteiten' die als bijlage bij de regels is toegevoegd. Beroepsmatige activiteiten zijn als recht toegestaan tot een beperkte bruto vloeroppervlakte (30% van het totaal van woning plus bijgebouwen, met een maximum van 75 m²). De qua karakter iets ‘zwaardere’ bedrijfsmatige activiteiten kunnen onder voorwaarden worden toegestaan door middel van een binnenplase afwijking. Ook daarvoor gelden dezelfde oppervlakteregels. Bij deze afwijkingsmogelijkheid is onder meer bepaald dat buitenopslag van goederen niet is toegestaan, de verkeers- en parkeerdruk niet wezenlijk groter mogen worden en dat het parkeren (zowel voor het bedrijf als de eigen woning) uitsluitend op eigen terrein dient plaats te vinden.

De vestiging van een Bed and Breakfast wordt in vrijstaande bijgebouwen niet toegestaan (geen recreatiehuisjes). Artikel 5 Waarde – Archeologie 3 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is toegekend aan de gronden waar ingevolge de gemeentelijke archeologische beleidskaart sprake is van een archeologische waarde (AMK-terrein, dorpskern), waarbij de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. In de regels van deze bestemming is bepaald dat voor het oprichten van bouwwerken eerst archeologisch onderzoek moet worden verricht, tenzij de bodemingrepen niet dieper gaan dan 30 cm onder het bestaande maaiveld of de betreffende bouwwerken een oppervlakte hebben van niet meer dan 750 m². Andere uitzonderingen op dit verbod gelden voor bebouwing ten behoeve van archeologisch onderzoek en de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing, mits de bestaande fundering weer wordt gebruikt en de bestaande oppervlakte niet wordt vergroot. Een laatste uitzondering op het verbod geldt voor gronden waarvan uit documenten blijkt dat deze reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 cm.

Van het bouwverbod kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken als op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, de archeologische waarden niet worden verstoord of dat deze voldoende kunnen worden beschermd door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Deze voorschriften kunnen de verplichting inhouden om technische maatregelen te treffen om de archeologische waarden in de bodem te behouden. Maar ook om opgravingen te doen of de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Voordat wordt overgegaan tot het verlenen van een vergunning dient het bevoegd gezag advies in

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

te winnen bij een archeologisch deskundige. Het archeologisch onderzoek dient te worden aangeleverd door de aanvrager van de omgevingsvergunning. Binnen de bestemming geldt ook een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden ter de bescherming van de archeologische waarden. Alleen als op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, de archeologische waarden niet worden verstoord of dat deze voldoende kunnen worden beschermd door voorschriften aan de vergunning te verbinden kan de omgevingsvergunning worden verleend. De voorschriften betreffen hetzelfde soort voorschriften als die aan een omgevingsvergunning voor een afwijken van het bouwverbod kunnen worden verbonden. Uitgezonderd van de vergunningplicht zijn onder meer werken en werkzaamheden die behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden, het archeologisch onderzoek betreffen, die niet dieper reiken dan 30 cm onder het bestaande maaiveld of een gezamenlijke oppervlakte hebben van niet meer dan 750 m². Eveneens geldt een uitzondering van de vergunningplicht voor werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat deze reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 cm.

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het Bro verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel zijn bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Zo is hier onder meer een regeling opgenomen voor afwijkende maatvoeringen en situering van bestaande bouwwerken, waarvoor in het verleden omgevingsvergunningen voor het bouwen (voorheen bouwvergunningen) zijn verleend. Deze vergunde overschrijdingen zijn hier positief bestemd. Anders dan onder het overgangsrecht geldt voor deze positief bestemde overschrijdingen dus niet de beperking dat slechts een gedeeltelijke vervanging mag plaatsvinden. Sloop en vervangende nieuwbouw is gewoon toegestaan, mits wel wordt voldaan aan de andere regels uit het bestemmingsplan. Verder zijn ook regels opgenomen voor ondergrondse bebouwing. Daarbij geldt dat ondergrondse bebouwing alleen is toegestaan voor zover deze wordt gecombineerd met bovengrondse bebouwing. Met andere woorden, het realiseren van zelfstandige ondergrondse bebouwing is niet toegestaan. Tot slot zijn regels voor de (beperkte) overschrijding van ondergeschikte bouwdelen opgenomen.

Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel van de planregels zijn algemene gebruiksregels opgenomen, welke gelden in aanvulling op de algemene regel die in artikel 2.1, lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is opgenomen. Deze bepaling is van toepassing op het gebruik binnen alle in het plan voorkomende bestemmingen. Aangegeven is welke vormen van gebruik in ieder geval als gebruik in strijd met het bestemmingsplan worden aangemerkt. Naast de algemene gebruiksregels, die voor elke bestemming gelden, bevat het bestemmingsplan ook specifieke

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

gebruiksregels. Deze zijn opgenomen in de bestemming waar ze van toepassing zijn. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Hier zijn de aanduidingen met bijbehorende regels opgenomen die meer dan één bestemming bestrijken. Het betreft in dit bestemmingsplan de aanduiding ‘milieuzone – beschermingsgebied grondwater’. Vanwege de digitaliseringsafspraken (RO-standaarden) moeten deze aanduidingen in een afzonderlijk artikel worden opgenomen en kunnen de regels niet onder de afzonderlijke bestemmingen worden opgenomen. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Dit artikel voorziet in afwijkingsregels die kleine afwijkingen middels een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan mogelijk maken, indien daar behoefte aan is. Onder meer is het mogelijk om bestemmings- en/of, bouw- en/of aanduidingsgrenzen in geringe mate te overschrijden indien een meetverschil in het terrein daartoe aanleiding geeft. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels De regels bevatten een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Het betreft wijzigingsbevoegdheden voor: • Het in geringe mate wijzigen van de ligging van grenzen van bestemmingsen bouwvlakken. • Het actueel houden van de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Artikel 12 Overige regels Door de inwerkingtreding van de 'Reparatiewet BZK 2014' (Staatsblad 2014, 458) per 29 november 2014 is de bouwverordening voor het bestemmingsplan niet meer van toepassing. Regelingen met betrekking tot parkeren dienen daarom in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Daartoe is de regeling van de parkeerbepaling in de bouwverordening nu materieel overgenomen in dit bestemmingsplan. Een en ander leidt niet tot een inhoudelijke wijziging van de beoogde toetsing. Aan het Besluit ruimtelijke ordening is mede in verband met het intrekken van toetsing aan de bouwverordening de mogelijkheid opgenomen om voor de invulling van de eis van voldoende parkeren in concrete situaties gebruik te maken van beleidsregels (zie artikel 3.1.2 lid 2 onder a Bro), zoals dit ook onder de werking van de bouwverordening mogelijk was. Omdat de gemeente Rozendaal niet over een eigen parkeernota beschikt, wordt in dit artikel verwezen naar CROWpublicatie 381. Artikel 13 Overgangsrecht Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. De grootste verandering ten opzichte van de tot voor kort gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend.

Dat was voorheen de datum van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Indien bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen teniet gaan ten gevolge van een calamiteit, dan bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de aanvraag voor het bouwen veroorzaakt onheil. Artikel 14 Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

6

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Eveneens hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld als: • Er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro; • Het totaal der exploitatiebijdragen dat met toepassing van artikel 6.19 van de Wro kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,-; • Er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro; • De verhaalbare kosten, bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. Het voorliggende bestemmingsplan wijzigt de functie van een (voormalig) agrarische woonboerderij naar een woonbestemming, met als doel de historische boerderij voor (burger) bewoning mogelijk te maken. Het plan betreft een particulier initiatief.

De financiering van de bestemmingsplanherziening, alsmede alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan, komen dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente verbonden aan de uitvoering van het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is en het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Bovenstaande betekent dat bij de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

7

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

7.1

VOOROVERLEG EX ART. 3.1.1 BRO EN INSPRAAK

In het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zal overleg gevoerd worden over het (concept)ontwerpbestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners in het kader van de ruimtelijke ordening, waaronder de provincie Gelderland. Zodra de resultaten van dit overleg bekend zijn, zullen deze vermeld worden. Daarnaast wordt op basis van de gemeentelijke inspraakverordening het voorontwerp bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat voor iedereen de mogelijkheid om een inspraakreactie in te dienen. Als de inspraakreacties bekend zijn, dan worden de resultaten van de inspraak vermeld en zal het plan daar waar nodig worden aangevuld en aangepast. 7.2

ZIENSWIJZEN ONTWERP BESTEMMINGSPLAN

De formele bestemmingsplanprocedure start met de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Deze fase start nadat alle resultaten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 Bro in het voorontwerpplan verwerkt zijn. Conform het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het college van burgemeester en wethouders op vrijdag via de Staatscourant en de ‘In de Roos’ bekend gemaakt dat met ingang van maandag 12 oktober 2020 gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen. Gedurende deze termijn kon een ieder een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen ingekomen op het ontwerp bestemmingsplan. Wel zijn er in de toelichting enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Deze hebben geen inhoudelijke wijzigingen van het voorliggende plan tot gevolg. Het bestemmingsplan is daarom ongewijzigd vastgesteld.

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

BIJLAGEN

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

BIJLAGE 1

VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

BIJLAGE 2

REKENRESULTATEN AERIUS CALCULATIE

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

BIJLAGE 3

PRE ADVIES BOERDERIJ WIJLHUIZEN

Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021

NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=1f815bd2-7052-4ca6-973f-ed6bc76e4aae