11e: Toelichting bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal_v5_VtS_jan 2021.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING VAN HET BESTEMMINGSPLAN
DE PINKENBERG 7 ROZENDAAL GEMEENTE ROZENDAAL
Opdrachtnummer
: 99.452
IDnr.
: NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002
Datum
: jan. 2021
Versie
:5
Auteurs
: mRO b.v.
Vastgesteld d.d.
: 9 februari 2021
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ............................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4
2
Aanleiding................................................................................. 3 Ligging en begrenzing plangebied ................................................ 3 Vigerend bestemmingsplan ......................................................... 4 Opzet van de toelichting ............................................................. 4 BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE ..................................... 5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
Historie .................................................................................... 5 Structuur van de Kom Rozendaal ................................................. 6 Omgeving ................................................................................. 6 Bestaande situatie ..................................................................... 7 Nieuwe situatie ......................................................................... 10 Vertaling in het bestemmingsplan ............................................... 10 BELEIDSKADER ....................................................................... 12
3.1 3.2 3.3 4
Rijksbeleid ............................................................................... 12 Provinciaal beleid ...................................................................... 14 Gemeentelijk beleid .................................................................. 17 MILIEUASPECTEN - RANDVOORWAARDEN .............................. 20
4.1 Geluid ..................................................................................... 20 4.2 Luchtkwaliteit ........................................................................... 21 4.3 Bedrijven en milieuzonering (omgevingsanalyse) .......................... 22 4.4 Externe veiligheid ..................................................................... 24 4.5 Bodem .................................................................................... 27 4.6 Water ...................................................................................... 28 4.7 Ecologie................................................................................... 32 4.8 Archeologie .............................................................................. 36 4.9 Cultuurhistorie ......................................................................... 38 4.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ..................................................... 40 5
JURIDISCHE ASPECTEN .......................................................... 42 5.1 5.2 5.3
Inleiding .................................................................................. 42 Opbouw regels en verbeelding .................................................... 43 Artikelgewijze toelichting ........................................................... 43
6
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ........................................ 49
7
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ............................... 50 7.1 7.2
Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro en inspraak .................................... 50 Zienswijzen ontwerp bestemmingsplan ........................................ 50
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Verkennend bodem- en asbestonderzoek rekenresultaten AERIUS calculatie Pre advies boerderij Wijlhuizen
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
De monumentale boerderij Wijlhuizen is tot recent in gebruik geweest als onderdeel van het complex voor waterwinning aan de Kluizenaarsweg, ten oosten van de kom Rozendaal. De voormalige boerderij is recent verkocht en de initiatiefnemers beogen de boerderij als woning in gebruik te nemen. Deze (burger)woonfunctie past niet in het vigerende bestemmingsplan en er is derhalve een herziening van het bestemmingsplan nodig om het beoogde gebruik planologisch-juridisch mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan ‘De Pinkenberg 7 Rozendaal’ dient hiertoe. 1.2
LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED
Het plangebied omvat het huidige erf van de monumentale boerderij Wijlhuizen en is gelegen in het oostelijk deel van de bebouwde kom Rozendaal. Het plangebied heeft een omvang van ca. 2.740 m2 en heeft betrekking op het kadastrale perceel bekend onder de gemeente Rozendaal, sectie C, nummer 2294. In figuur 1 is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
Figuur 1 - Ligging en begrenzing plangebied
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
1.3
VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
Het plan maakt deel uit van het op 26 mei 2020 vastgestelde bestemmingsplan ‘Rozendaal 2019’ van de gemeente Rozendaal. Dit bestemmingsplan omvat een integrale herziening én integratie van de verschillende historische bestemmingsplannen binnen de gemeente Rozendaal. . Daarin is het plangebied als ‘agrarisch met waarden’ bestemd en voorzien van een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - schuur’ , conform het huidige gebruik van de historische boerderij.
Figuur 2 - Ligging en begrenzing plangebied bestemmingsplan Rozendaal
1.4
OPZET VAN DE TOELICHTING
De toelichting is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied. Het van toepassing zijnde beleid op zowel rijks-, provinciaal-, en gemeentelijk niveau wordt in hoofdstuk 3 verwoord. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op een aantal relevante milieuaspecten en onderzoeken, ook wel de randvoorwaarden van het plan genoemd, waarna in hoofdstuk 6 ‘Juridische aspecten’, een toelichting op de verbeelding (plankaart) en de planregels volgt. Hoofdstuk 7 omvat de economische uitvoerbaarheid van het plan. Ten slotte zet hoofdstuk 8 de resultaten van de inspraak en het overleg van het plan uiteen.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
2
BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving van de bestaande situatie gegeven. Alvorens wordt ingezoomd op het plangebied is het van belang de bestaande structuur van het omliggende gebied kort te beschrijven. In het navolgende wordt daarom eerst een korte beschrijving van de ruimtelijke en functionele structuur rondom het plangebied uiteengezet. 2.1
HISTORIE
De geschiedenis van Rozendaal is verbonden met de geschiedenis van het kasteel. Het gehele grondgebied dat nu tot de gemeente Rozendaal behoort, vormde eeuwenlang ‘de heerlijkheid Rosendael’, een situatie die tot omstreeks de Tweede Wereldoorlog duurde. In het sterk geaccidenteerde terrein werd rond het jaar 1300 het kasteel Rosendael gesticht. In deze periode had het kasteel het karakter van een versterkte burcht, met een donjon en grachten. In de loop van de eeuwen is het kasteel herhaaldelijk verbouwd tot de huidige vorm als buitenverblijf, waarbij door de verschillende eigenaren steeds delen aan het kasteel en de aanleg werden toegevoegd of verbouwd. Het dorp Rozendaal is ontstaan uit de bebouwing langs bepalende structuren uit de aanleg rondom het kasteel. Nog in het begin van de 20e eeuw bestond uit bebouwing langs de Kerklaan en Rosendaalselaan. Het overige gebied bestond uit glooiende akkers ten westen van de Rosendaalselaan met paden naar verspreid gelegen – meestal agrarische - bebouwing en waterpompen. Tot in het begin van de 20e eeuw was het gehele grondgebied met de aanwezige bebouwing eigendom van de heer van Rosendael. Rozendaal was tot die tijd een ‘feodale’ gemeenschap die in dienst stond van het kasteel en zijn bewoners. Tot 1932 is Rosendael, met het dorp als onderdeel daarvan, één van de laatste landgoederen van Nederland geweest.
Vanaf 1932 begonnen de landgoedeigenaren geleidelijk met de verkoop van hun gronden en huizen. Door deze geleidelijke verkoop van gronden aan de gemeente, particulieren en ontwikkelaars startte in het begin van de jaren ’50 van de vorige eeuw in Rozendaal ook de planmatige woningbouw. In 1977 werd het kasteel met het park en delen van het landgoed overgedragen en verkocht aan nieuwe eigenaren. Hoewel het “kasteeltijdperk” nu voorbij is, zijn de ruimtelijke structuur en het beeld van Rozendaal als kasteelnederzetting nog goed en gaaf aanwezig. Het bijzondere verleden van Rozendaal weerspiegelt zich in de samenhang tussen de historische panden en de ruimtelijke structuur, ingebed in het fraaie Veluwse landschap.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
ca. 1910
ca. 1960
ca. 1980
ca. 2017
Figuur 3 – Fragmenten topografische kaarten (bron www.topotijdreis.nl)
2.2
STRUCTUUR VAN DE KOM ROZENDAAL
Rozendaal ligt in de overgangszone tussen het hooggelegen Veluweplateau en het laaggelegen IJsseldal. Rozendaal is, mede door zijn ligging op de flank van de Veluwe, de aanwezigheid van het kasteel Rosendael met bijbehorend park en het beekdal een zeer groene woonplaats. De stedenbouwkundige structuur van de kom hangt nauw samen met de landschappelijke structuur. De herkenbaarheid van Rozendaal als kasteeldorp, komt tot uitdrukking in de directe relatie tussen het kasteel en het dorp, de historische lanenstructuur en de karakteristieken panden. De landschappelijke structuur wordt bepaald door de hoogteverschillen, de aanwezigheid van beek en waterpartijen en het contrast tussen de met bomen begroeide hellingen van de Koningsberg en de open, glooiende grasvelden in de dalen. 2.3
OMGEVING
Sportcomplex Ten westen en noorden van de boerderij ligt het Sportcomplex De Pinkenberg. Dit complex ligt midden in de natuur van de Veluwe en heeft twee kunstgrasvelden en verschillende natuurgrasvelden.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Waterwingebied Langs de Kluizenaarsweg ligt in het beekdal een reeds vele jaren bestaand Waterwingebied Pinkenberg. Het is een drinkwaterwinning met drie kleine waterwingebieden met in totaal zeven winputten, gesticht in 1898. Een groter grondwaterbeschermingsgebied ligt hier noordelijke van. In het gebied staan een aantal gebouwen behorende bij het waterwincomplex.
Figuur 4 - Waterwingebied met karakteristieke bebouwing
Deze laatste vertonen een onderlinge samenhang door de witte gevels en donkere daken. De monumentale voormalige boerderij ‘Elijzen’ is in 1992 en 1995 verbouwd ten dienste van een museumfunctie voor het waterleidingbedrijf. Openluchttheater Ten noorden van de boerderij is het openluchttheater Pinkenberg gelegen. Het is in 1934 geopend en is mede uitgevoerd als gevolg van de werkverschaffing en met subsidie gerealiseerd. Het ontwerp ging uit van duizend eenvoudige houten zitplaatsen in rijen als in een amfitheater. Het terrein bestemd voor het theater was 1 hectare groot waarvan de helft beplant werd. De grond was oorspronkelijk van de Geërfden van Velp en werd door hen aan de gemeente geschonken. 2.4
BESTAANDE SITUATIE
2.4.1 De boerderij Wijlhuizen De voormalige boerderij Wijlhuizen stamt uit het eerste kwart van de 19e eeuw en is vernoemd naar de voormalige eigenaren. Zowel het in- als exterieur van de boerderij vertoont nog veel historische details en kenmerken. Het betreft een hallehuis boerderij, voorzien van een zadeldak met wolfseinden aan beide kopgevels. Aan de voorzijde (zuidelijke gevel) is het woongedeelte van de voormalige boerderij gelegen. De toegang tot de vroegere deel is aan de achterzijde met grote, halfronde toegangsdeuren gesitueerd.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Figuur 5 –bestaande boerderij Wijlhuizen (bron: Raak ontwikkelingen)
Figuur 6 – interieur bestaande boerderij Wijlhuizen (bron: Raak ontwikkelingen)
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Figuur 7 – gevels boerderij Wijlhuizen
Bijgebouwen Op het erf hebben aan- en bijgebouwen gestaan die in de loop van de tijd zijn gesloopt. Het betreft een kleine aanbouw (bijkeuken) aan de voorzijde van de rechtergevel, een vrijstaande schuur links van de boerderij en een gierput aan de linker-achterzijde. Op tekeningen zijn de schuur en situering van de aanbouwen nog te zien.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Figuur 8 – Fragmenten bouwtekeningen met zichtbaar de historische aan- en bijgebouwen (gearceerd danwel doorgekruist)
Monumentale status Het is een rijksmonumentaal beschermd object (monumentnr. 522246, onderdeel van complex 522241) waarin zowel zaken in het in- als exterieur als beschermde onderdelen zijn beschreven. 2.5
NIEUWE SITUATIE
De initiatiefnemer beoogt de voormalige woonboerderij in gebruik te nemen als (burger)woning. Daarbij zal, geïnspireerd op de historische situatie, een vrijstaand bijgebouw en aanbouw (bijkeuken) weer worden gereconstrueerd. Het erf wordt geschikt voor de woonfunctie en zal via de bestaande inrit via de Pinkenberg worden ontsloten. 2.6
VERTALING IN HET BESTEMMINGSPLAN
Voor de nieuwe woonfunctie is in het (concept) bestemmingsplan een woonbestemming aangebracht. Conform de plansystematiek van de gemeente Rozendaal is de woning aangeduid met een bouwvlak en een aanduiding ‘vrijstaand’. Tevens is een maximale goot- en bouwhoogte aangeduid. (respectievelijk 2 en 7 meter) Aangezien de boerderij een rijksmonumentaal beschermd object betreft, is tevens de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – monument’ voorzien. Binnen de bestemming wonen is het mogelijk gemaakt om de originele aan- en bijgebouwen te reconstrueren. Daarvoor is het bouwvlak ter plaatse van de
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
bestaande boerderij verruimd. Het vrijstaande bijgebouw is buiten het bouwvlak mogelijk, met een maximaal oppervlak gelijk aan de historische situatie. Aan de voorzijde van de woning, het zuidelijk gedeelte van het perceel, is de bestemming ‘Tuin’ aangebracht. Binnen deze gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht. In verband met de ligging nabij het waterwingebied, en in het boringsvrije zone conform de provinciale verordening, is ter aanduiding van de beschermingszones een ‘milieuzone – beschermingszone grondwater’ opgenomen. Verder is binnen het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3’ van toepassing conform het archeologisch beleid van de gemeente. (zie ook paragraaf 4.8 uit deze plantoelichting).
Figuur 9 – Verbeelding bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
3
BELEIDSKADER
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, moet rekening worden gehouden met het beleid van de hogere overheden. Gezien de relatief kleinschalige ontwikkeling die in voorliggend bestemmingsplan wordt beoogd, wordt slechts kort ingegaan op het rijksbeleid, provinciale beleid en gemeentelijke beleid. 3.1
RIJKSBELEID
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en heeft als credo ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’. De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Hiermee wordt de ruimtelijke ordening in toenemende mate neergelegd bij gemeenten en provincies. De nationale belangen hebben onder andere betrekking op bijvoorbeeld ruimte voor waterveiligheid, behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen.
Om beide te bereiken, gaat de SVIR voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen uit van een ladder voor duurzame verstedelijking die ook is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2 Bro). Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Deze houdt in dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de behoefte aan die ontwikkeling moet worden beschreven en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, gemotiveerd moet worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Relatie met het plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt een (burger)woonfunctie mogelijk ter plaatse van een voormalige functie ten behoeve van waterwinning. Het betreft een historische (woon)boerderij. Er zijn geen nationale belangen in het geding. De ontwikkeling past binnen de beleidsuitgangspunten van de SVIR.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ten behoeve van de bescherming van de in de SVIR genoemde nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. In het Barro worden de kaderstellende uitspraken uit de SVIR bevestigd. Doel van het Barro is om onderwerpen uit de SVIR te verwezenlijken, danwel te beschermen. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: • Rijksvaarwegen; • Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; • Elektriciteitsvoorziening; • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; • Natuur Netwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur); • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Relatie met het plangebied Het plangebied ligt niet de invloedssfeer van één van bovengenoemde nationale belangen. Daarmee wordt ervan uitgegaan dat de beoogde ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan niet strijdig zijn met het nationaal ruimtelijk belang, zoals neergelegd in het Barro. 3.1.3 Natura 2000 Nederland kent een groot aantal Natura 2000gebieden. De Natura 2000-gebieden betreffen gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en aangemeld onder de Habitatrichtlijn.
Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Relatie met het plangebied Het groot gedeelte van het Rozendaals grondgebied ligt in het Natura 2000-gebied Veluwe. Dit gebied is op 11 juni 2014 door de Staatssecretaris van het Ministerie van Economische Zaken definitief aangewezen. De planlocatie ligt nabij dit gebied. Het gebied is gekwalificeerd vanwege onder meer de aanwezigheid van de vogelsoorten Figuur 10 - Ligging Natura 2000-gebied Wespendief, Zwarte Specht, Boomleeuwerik, Grauwe klauwier, Nachtzwaluw, Duinpieper en IJsvogel. Enkele habitattypen waar het gebied het belangrijkste gebied voor is zijn: Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Zomereik en Psammofiele heide met Struikhei. Nieuwe activiteiten in of nabij dit gebied, die significante gevolgen voor het gebied kunnen hebben, moeten vooraf grondig worden onderzocht op hun gevolgen. Hoofdregel
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
daarbij is dat als uit dit onderzoek blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het richtlijngebied worden aangetast er geen toestemming mag worden verleend. 3.1.4 Milieuwetgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, de Erfgoedwet, de Wet natuurbescherming, de Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 4 nader worden ingegaan. 3.1.5 Waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Een ander belangrijk onderwerp in het rijksbeleid is duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water, die sinds 2000 van kracht is, speelt hierbij een belangrijke rol. De richtlijn moet er immers voor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2027 op orde is. Dit betekent dat de rijksoverheid streeft naar een watersysteem dat zoveel mogelijk de natuurlijke situatie (zonder ingrepen van de mens) benadert. Het streven is onder andere gericht op het behouden en vergroten van de ruimte voor water, waar mogelijk vasthouden van water en verbetering van de waterkwaliteit. De waterbeheerders spelen hierbij een belangrijke rol. In de ruimtelijke plannen, waaronder het bestemmingsplan, wordt een waterparagraaf opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid.
In de Waterwet is vastgelegd dat het rijk dit plan eens in de zes jaar opstelt. Het is de opvolger van de Vierde Nota waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota’s waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan bevat tevens de stroomgebiedbeheerplannen die op grond van de Kaderrichtlijn Water zijn opgesteld. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens structuurvisie. De grondgedachte voor duurzaam waterbeheer wordt ‘meebewegen met natuurlijke processen waar het kan, weerstand bieden waar het moet en kansen voor welvaart en welzijn benutten’. Voor een duurzaam en integraal waterbeleid is het belangrijk om waar nodig en mogelijk water de ruimte te geven en mee te bewegen met en gebruik te maken van natuurlijke processen, zoals dit bijvoorbeeld wordt toegepast bij Ruimte voor de Rivier. Het rijk vindt het daarbij van belang dat bij alle wateropgaven en -maatregelen maximaal wordt meegekoppeld met andere opgaven en maatregelen en dat problemen zo min mogelijk worden afgewenteld. Wettelijk kader Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, Wet natuurbescherming, Erfgoedwet, Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 4 nader worden ingegaan. 3.2
PROVINCIAAL BELEID
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Hiermee is de Omgevingsvisie uit 2014 komen te vervallen en wordt vooruitgelopen op de aankomende Omgevingswet.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. De provincie legt in deze visie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Om dit te bereiken worden zeven met elkaar samenhangende ambities nagestreefd: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Een op de toekomst toegerust klimaatbeleid (klimaatbestendig); 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Een voortvarend en innovatief circulair beleid zonder afval. 4. Biodiversiteit: werken met de natuur en een beschermend beleid voor biodiversiteit. 5. Bereikbaarheid: Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. 6. Vestigingsklimaat: Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. 7. Woon- en leefomgeving: Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat en anticiperend op ontwikkelingen. Hoewel de Omgevingsvisie met deze ambities vooral een visie op hoofdlijnen betreft, is ook een vijftal wettelijke planfiguren in de Omgevingsvisie opgenomen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer.
Deze planfiguren waren ook al in de voorgaande Omgevingsvisie (vanaf 2014) opgenomen en worden daarmee gecontinueerd. Het gaat daarbij onder andere om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden, en de aanwijzing van locaties voor de mogelijkheden om zonneen windenergie op te wekken. In dit kader zijn een viertal themakaarten opgesteld (Themakaart Ruimtelijk beleid, Themakaart Waterbeleid, Themakaart Milieubeleid en Themakaart Natuur- en landschapsbeleid) die bij de uitvoering van het provinciale beleid uit de Omgevingsvisie 2018 een belangrijke rol spelen. De belangrijkste beleidslijnen die betrekking hebben op de genoemde planfiguren worden hieronder weergegeven. Relatie met het plangebied Aan de hand van de vier themakaarten is geconcludeerd dat er voor wat betreft het aspect ‘water’ enkele thema’s zijn waar rekening mee gehouden dient te worden. De planlocatie ligt immers in een zone die is aangemerkt als boringsvrije en zone en intrekgebied. De nadere beschermingsmaatregelen en beperkingen worden verwoord in de provinciale verordening.
In het algemeen zet de provincie zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De voorziene ontwikkeling voorziet in een economische perspectief voor de locatie.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Tegelijk met de vaststelling van de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ hebben Provinciale Staten op 19 december 2018 ook het ‘Actualisatieplan 6 Omgevingsverordening’ vastgesteld. Hiermee is de oorspronkelijke Omgevingsverordening Gelderland uit 2014 afgestemd op de recent vastgestelde Omgevingsvisie. De genoemde actualisatieronde heeft bovendien geresulteerd in een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland (december 2018). De Omgevingsverordening betreft de juridische vertaling van de provinciale omgevingsvisie en heeft als doel om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie. Relatie met het plangebied In relatie tot het voorliggende bestemmingsplan, waarin een actuele, overzichtelijke en uniforme juridische regeling voor zowel de kern Rozendaal (‘de Kom’) alsook het buitengebied van de gemeente het uitgangspunt is, zijn vooral de (beschermings)regels behorend bij de aspecten / kaarten ‘Natuur’ en ‘Water- en milieu’ van belang.
Andere (ruimtelijke) aspecten uit de Verordening zijn niet in het geding, te meer omdat voorliggend bestemmingsplan vooral ook een conserverend karakter heeft en is afgestemd op de huidige (planologische) situatie. Natuur en landschap Het perceel De Pinkenberg 7 te Rozendaal maakt geen deel uit van het GNN of het GO. Wel is de bescherming volgens artikel 2.55 van de verordening, vanwege de ligging in het nationaal landschap (buiten Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Nieuw Hollandse Waterlinie). Binnen deze zone zijn enkel ontwikkelingen toegestaan die de kernkwaliteiten van de nationale landschappen niet aantasten. De voorgenomen ontwikkeling ziet enkel toe op een functieverandering van de voormalige boerderij. Daarbij zullen aan- en bijgebouwen worden hersteld die tot de historische en kenmerkende erfinrichting behoren. Water- en milieu Het plangebied is gelegen nabij een waterwingebied. Rondom dit waterwingebied zijn in de verordening enkele zones aangeduid beschermd met beschermingszones die geleidelijk een minder strikt regime kennen. Het plangebied is gelegen binnen de zoes die zijn aangeduid als ‘boringsvrije zone’ en ‘intrekgebied’.
Binnen de boringsvrije zone (artikel 3.25 en 3.26) is het niet toegestaan om installaties ten behoeve van koude- of warmte uitwisseling met de bodem aan te leggen of werkzaamheden uit te voeren dieper dan 3 meter onder maaiveld. Binnen het intrekgebied is het niet toegestaan om werken
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
Figuur 11 - Ligging tov Beschermingszones grondwater
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeven van de winning van fossiele energie. Conclusie provinciaal beleid Bovengenoemde beschermingszones leveren op voorhand geen belemmering op voor voorliggend bestemmingsplan. Voor de volledigheid wordt gemeld dat de provinciale omgevingsvisie en -verordening een directe werking hebben. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning dient daarom ook aan de verordening getoetst te worden. 3.3
GEMEENTELIJK BELEID
3.3.1 Integrale Visie Ruimtelijke Ontwikkeling (2002) De ‘Integrale Visie Ruimtelijke Ontwikkeling’ is een integrale visie voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Rozendaal, zowel de kern als het buitengebied. Het behoud van het landschap van de bebouwde kern met zijn kenmerkende open plekken, de lanenstructuur, het beeldbepalende groen en de geaccidenteerdheid dient bepalend te blijven voor de verdere ontwikkeling van Rozendaal. Het behoud en mogelijke verbetering van de landschappelijke onderlegger geldt als voorwaarde en toetsingskader voor ontwikkeling en beheer. De kwaliteit van de woonbebouwing dient in stand te worden gehouden en waar mogelijk te worden verbeterd. Er is geen sprake van (grootschalige) uitbreiding van Rozendaal, maar alleen van twee mogelijke inbreidingslocaties. Ruimtelijke maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid worden niet beoogd. De huidige bedrijvigheid krijgt de kans om binnen bepaalde kaders te functioneren op de bestaande locaties. Het voorzieningenniveau binnen de gemeentegrenzen kan worden verbeterd (o.a. medische en welzijnsvoorzieningen). Met betrekking tot de infrastructuur is het beleid gericht op het beheer van de infrastructuur en de optimalisering van de (duurzame) verkeersveiligheid.
3.3.2 Waterplan Rheden en Rozendaal (2005) De hoofddoelstelling van het Waterplan Rheden en Rozendaal is: “Afgestemd beleid en samenwerking op het gebied van water en riolering tussen de gemeenten, de waterschappen en andere partijen, zodat maatregelen worden gerealiseerd met een optimaal milieurendement tegen de laagste maatschappelijke kosten en met een zo groot mogelijk draagvlak”. Om dit te concretiseren zijn ambities aangegeven voor het waterbeleid. Deze ambities zijn gerangschikt onder de volgende acht thema’s: beperken verdroging, tegengaan wateroverlast, verbeteren oppervlaktewaterkwaliteit, zuinig omgaan met grondwater (kwaliteit en kwantiteit), beleven van water, adequate inzameling en transport afvalwater, ecologisch gezond water en natte landnatuur en water bij ruimtelijke inrichting. De belangrijkste maatregel uit het waterplan Rheden en Rozendaal behoort tot het thema verbeteren oppervlaktewaterkwaliteit. Het is een onderzoeks/uitvoeringsmaatregel geïnitieerd vanuit het waterhuishoudingsplan. 3.3.3 Nota Ruimtelijke kwaliteit gemeente Rozendaal In 2017 is de nieuwe nota Ruimtelijke kwaliteit vastgesteld, die de welstandsnota uit 2004 vervangt. Laatste was toe aan actualisatie, in verband met een gewijzigde
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
regelgeving (Wabo), de komst van nieuwe wetgeving (Omgevingswet), maar ook met een veranderende kijk op de toepassing van welstandstoezicht. Waar mogelijk krijgen burgers meer ruimte krijgen bij het realiseren van hun bouwplannen. Anderzijds wil de gemeente bestaande bijzondere ruimtelijke kwaliteiten en met name de cultuurhistorische waarden en identiteit, kunnen waarborgen. Dit vraagt om een welstandsbeleid op maat. Het vormt een toetsingskader voor de kleinere plannen, maar is tegelijkertijd een stimulerend kader voor de grotere ruimtelijke opgaven. Dit vraagt ook om integratie met landschaps- en monumentenbeleid, waarmee de nota Ruimtelijke Kwaliteit als het ware is getransformeerd naar een integrale ‘nota Ruimtelijke Kwaliteit’. Het welstandsbeleid – vastgelegd in de nota ruimtelijke kwaliteit is bedoeld om in alle openheid een bijdrage leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van Rozendaal. Met welstandstoezicht beschikt de gemeente als regisseur over een belangrijk wettelijk sturingsinstrument. Bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of het betreffende bouwwerk niet in strijd is met ‘redelijke eisen van welstand. Hiertoe adviseert een onafhankelijke commissie – de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) van het Gelders Genootschap – aan het college van B&W.
De nota Ruimtelijke Kwaliteit bevat richtlijnen en criteria waar aanvragen om omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen aan worden getoetst. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: • Criteria voor kleine bouwwerken; • Richtlijnen voor grotere bouwopgaven. In de nota wordt onderscheid gemaakt in een zevental deelgebieden. Naast een compacte beschrijving van de ruimtelijke situatie worden per deelgebied de kernkwaliteiten beschreven en de richtlijnen aangereikt. Afhankelijk van de kwetsbaarheid of juist draagkracht van een gebied, wordt meer vrijheid geboden of juist meer zorgvuldigheid gevraagd. Dit komt ook tot uitdrukking in de ambities, waarin een drietal niveaus gelden. De niveaus onderscheiden zich in de mate van vrijheid in de omgang met de bestaande stedenbouwkundige of landelijke structuur en architectuur. De volgende beleidsniveaus zijn van toepassing. 1. Keuze Verandering en handhaving van het (bebouwings)beeld zijn beide mogelijk, zowel naar structuur als naar architectuur, maar altijd met behoud van stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden. 2. Respect Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw, landschap en architectuur worden gerespecteerd, én nemen ook de beeldbepalende elementen over. 3.
Behoud (van toepassing bij beschermde monumenten en gebieden) Behoud en herstel van het aanwezige of oorspronkelijke bebouwingsbeeld en het versterken van de bestaande of historische karakteristiek van stedenbouw, architectuur, landschap of cultuurhistorie zijn uitgangspunt. De nota Ruimtelijke kwaliteit maakt vervolgens onderscheid in zeven deelgebieden in Rozendaal. Ieder met een eigen kernkwaliteit en verschijning. Binnen deze zeven deelgebieden is sprake van voorgaande beleidsniveaus.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Gebieden
Keuze
Respect
1. Kasteeldorp
X
2. Naoorlogse woonbuurten met samenhang 3. Groene woonbuurten met diversiteit
Behoud
X X
4. Ringallee
X
5. Thematische woonbuurt Kapellenberg
X
6. Nieuwe ontwikkelingen De Del
X
7. Buitengebied
X
Monumenten en beschermde dorpsgezichten
X
Tabel 1 - Schematisch overzicht zeven deelgebieden en Welstandniveau (Bron: Nota Ruimtelijke kwaliteit gemeente Rozendaal)
Het plangebied ligt in het gebied (7) buitengebied en betreft een rijksmonumentaal beschermd object. Bij de (bouw)vergunningverlening zal conform deze systematiek getoetst worden. 3.3.4 Archeologie Met betrekking tot het onderdeel archeologie beschikt de gemeente Rozendaal over een eigen kaderbeleid, met in het verlengde daarvan een archeologische beleidsadvieskaart. Dit is opgenomen in de rapportage ‘Archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart gemeente Rozendaal 2018’ dat op 30 oktober 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een vlakdekkende kaart van archeologische waarden en verwachtingen opgesteld. Binnen het grondgebied van de gemeente zijn enkele terreinen met bekende archeologische waarden (Wettelijk beschermde archeologische monumenten, AMK-terreinen en dorpskern) aanwezig. Daarnaast worden twee archeologische verwachtingszones worden onderscheiden. Ook kunnen gebieden worden aangemerkt waarvoor geen archeologische verwachting geldt. Het betreft gebieden waar reeds archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en niets is aangetroffen, gebieden die zijn afgegraven of ontgrond. Aan de verschillende te onderscheiden gebieden met archeologische waarden of verwachtingswaarden is een diepte- en oppervlakte ondergrens gekoppeld.
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bij de zones behorende ondergrenzen. De ondergrenzen geven aan vanaf welke omvang én diepte (altijd in combinatie) van een ruimtelijk plan er archeologisch onderzoek plaats moet vinden. De verschillende (verwachtings)waarden uit het gemeentelijk archeologiebeleid in relatie tot het plangebied komt in paragraaf 4.84.8 van deze plantoelichting aan de orde, waarnaar wordt verwezen.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
4
MILIEUASPECTEN - RANDVOORWAARDEN
In dit hoofdstuk wordt een aantal milieuonderwerpen en omgevingsaspecten toegelicht. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het een beschrijving in hoofdlijnen betreft, te meer omdat in voorliggend bestemmingsplan in hoofdzaak uitgegaan wordt van de bestaande (planologische) situatie. Na een algemene beschrijving, gebaseerd op beleid en regelgeving, wordt voor elk onderdeel ingegaan op de relatie met het plangebied. 4.1
GELUID
4.1.1 Beleid en regelgeving Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bouwplannen en bestemmingsplannen met nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. In het kader van dit bestemmingsplan is alleen het aspect wegverkeer van belang. Er liggen in het bestemmingsplan of in de directe omgeving geen gezoneerde bedrijventerreinen of spoorwegen. Wegverkeerslawaai Geluidzones In de Wgh is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft (art. 74 lid 1). Een uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen in een 30 km/uur-zone of in een woonerf. De breedte van de geluidszones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van een weg. Zie de onderstaande tabel. Aantal rijstroken
Zonebreedte
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2
-
200 meter
3 of meer
-
350 meter
-
1 of 2
250 meter
-
3 of 4
400 meter
-
5 of meer
600 meter
Tabel 2 - Geluidzones bij wegen
Grenswaarden Geluidsgevoelige objecten die worden gerealiseerd binnen de geluidszones dienen te worden getoetst aan grenswaarden van de geluidsbelasting die zijn aangegeven in de Wgh. Hierbij geldt een voorkeursgrenswaarde voor nieuwe situaties. Deze waarde bedraagt in vrijwel alle gevallen 48 dB. Indien deze waarde wordt overschreden, kan het college van burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor een hogere waarde. De maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van het soort geluidsgevoelig object en de geluidsbron. Bij de ontheffing dient het college te motiveren waarom bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
en waarom het plan gewenst is. Ook dient het in de Wgh vastgelegd binnenniveau gewaarborgd te worden. Geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die hoger zijn dan de wettelijke maximale ontheffingswaarden zijn niet toegestaan. 4.1.2 Geluid in relatie tot het plangebied Het voorliggend bestemmingsplan maakt een nieuwe woonfunctie mogelijk op het perceel. Een woning is een geluidgevoelig object en dient op basis van artikel 76 lid 3 van de Wgh getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wgh. Het plangebied is gelegen aan de rand van de kom, nabij het buitengebied. De Pinkenberg en de Kluizenaarsweg kunnen als rustig en stil worden beschouwd en kennen een maximale toegestane snelheid van 30 km/uur. Om die reden is een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting op de woning niet nodig. 4.1.3 Conclusie Het aspect geluid levert geen belemmering op voor het bestemmingsplan. 4.2
LUCHTKWALITEIT
4.2.1 Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. 4.2.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt één woonfunctie mogelijk binnen het plangebied. Het plan draagt daardoor ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wet luchtkwaliteit gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. 4.2.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het plan. 4.3
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING (OMGEVINGSANALYSE)
4.3.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van niet-agrarische bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief: er kan gemotiveerd van worden afgeweken.
Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype "rustige woonwijk" of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een “rustig buitengebied”. Op basis van de ‘grootste afstand’ tot woonbebouwing zijn de bedrijven ingedeeld in categorieën. Deze worden weergegeven in tabel 2.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1000 m
Tabel 2 - Milieucategorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied (bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG)
4.3.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt een nieuwe (burger)woningen op het perceel De Pinkenberg 7 te Rozendaal mogelijk. Wonen is een milieugevoelige functie. De omgeving is aan te wijzen als een gemengd gebied, gezien de verschillende inrichtingen en bedrijven in de omgeving. Derhalve kunnen we uitgaan van de zoneringen in de In de nabije omgeving van het perceel zijn een aantal inrichtingen/bedrijven waarvoor volgens de VNG lijst ‘bedrijven en milieuzoneringen’ een zonering geldt. Het gaat om he waterwinbedrijf ‘De Pinkenberg’ (A) ten zuiden, de sportvelden (B) ten westen en westen en het openluchttheater (C) ten noorden van het plangebied.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
C
B
A
Figuur 12 – bedrijven/inrichting in omgeving plangebied)
Voor deze inrichtingen gelden de volgende richtafstanden: SBI 2008
categorie
afstand
A Sportpark ‘De Pinkenberg’
36.B2
3.2
56 m.
B Waterwincomplex ‘de Pinkenberg’
931.G
3.1
80 m.
C Openluchttheater Pinkenberg
9004
2
ca. 300 m.
Tabel 3 – milieucategorieën en richtafstanden (Bron: VNG brochure)
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de woonfunctie, gemeten vanaf het bouwvlak, niet binnen de minimale richtafstand van één van bovengenoemde inrichtingen gelegen is. Er is derhalve geen noodzaak voor nader onderzoek naar milieuoverlast veroorzaakt door bedrijvigheid. 4.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor het plan. 4.4
EXTERNE VEILIGHEID
4.4.1 Beleid en regelgeving Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen,
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De risico’s worden onderverdeeld in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). • Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. • Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal doden, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden.
4.4.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Op basis van de landelijke risicokaart is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt. In figuur 13 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen.
Figuur 13 - Uitsneden risicokaart (Bron: www.risicokaart.nl)
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Risicovolle inrichtingen Er zijn om de nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig, waarvan de risicocontouren het plangebied beïnvloeden Transportroutes gevaarlijke stoffen De afstand tot de meest nabij gelegen routes over de weg, het spoor en het water, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, is zodanig groot dat het plangebied niet wordt beïnvloed. Buisleidingen In of nabij het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen, waarvan de risicocontouren invloed hebben op het plangebied. Hoogspanningslijnen In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningsleidingen aanwezig. Dergelijke leidingen vormen daarom geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. 4.4.3 Conclusie Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor het bouwplan. 4.5
BODEM
4.5.1 Algemeen Het is wettelijk (via de bouwverordening) geregeld dat nieuwbouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om deze reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek (conform NEN5740) in beeld te worden gebracht. Als blijkt uit het onderzoek dat de bodem niet geschikt is dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd, om de bodem wel geschikt te maken. 4.5.2 Bodem in relatie tot het plangebied Verkennend onderzoek Er is door Antea Groep in november 2016 een verkennend bodemonderzoek 1 uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van onder meer de voorgenomen gebruiksmogelijkheden voor wonen. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Het bodemonderzoek is gecombineerd met het verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Het verkennend asbestonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5707 (Bodem Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, 2015).
Verkennend bodem- en asbestonderzoek De Pinkenberg 7 te Rozendaal, Antea group, 16 dec. 2016 1
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
Bureau onderzoek De voor het onderzoek verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Ook wordt niet verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Op basis van het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) aangehouden. Veldonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn verspreid over de onderzoekslocatie verschillende boringen op verschillende dieptes geplaatst. In verband met de diepe ligging van het grondwater (meer dan 5 m -mv) is er geen peilbuis geplaatst. Resultaten Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn wel waarnemingen gedaan die duiden op mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. In de bovengrond zijn er onder meer licht verhoogde gehalten voor kwik, lood en plaatselijk ook koper en PAK gemeten. In de ondergrond zijn voor geen van de parameters verhoogde gehaltes gemeten. Het gemeten gehalte aan barium is getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Uit de toetsing blijkt dat het gemeten gehalte aan barium deze voormalige interventiewaarde niet overschrijdt. Uit de asbestinventarisatie blijkt dat de plaatselijk aangetroffen hoeveelheden ver onder de interventiewaarde en de grenswaarde voor nader onderzoek blijft.
De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' wordt verworpen, vanwege de licht verhoogde gehalten aan koper, kwik, lood en PAK en de zeer kleine hoeveelheid asbest in de grond. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten gehalten lager zijn dan de betreffende interventiewaarde en de grenswaarde voor vervolgonderzoek. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de voorgenomen verkoop van de locatie. 4.5.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. 4.6
WATER
4.6.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Rozendaal is het waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk voor het waterbeheer. 4.6.2 Beleidskader Eind jaren negentig vond er een omslag plaats in denken en beleid over de omgang met water. In plaats van voort te borduren op het vertrouwde denken in waterbeheersing door technische ingrepen gericht op het veilig en snel afvoeren van water, kwam de nadruk te liggen op het aansluiten op de natuurlijke potenties van het landschap en het watersysteem. Bij dit nieuwe waterdenken staat duurzaamheid voorop. Daarmee wordt bedoeld dat er zo min mogelijk inspanningen van buitenaf nodig zijn om het watersysteem in stand te houden en overlast te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat natuurlijke processen zoals infiltratie en kwel, het zelfreinigende vermogen van waterlopen etc. worden hersteld. Externe negatieve effecten, zoals toename van verharding en riooloverstorten met afvalwater, worden voorkomen of gecompenseerd.
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren dan ook beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterplan 2016-2021 (NW); • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Deltaprogramma; • Waterwet. Provinciaal • Omgevingsvisie Gaaf Gelderland; • Omgevingsverordening Gelderland. Regionaal / lokaal • Waterbeheerplan Rijn en IJssel 2016-2021. De opdracht is te zorgen voor voldoende water, schoon water en voor veilig wonen en werken op de taakvelden watersysteem, waterketen en veiligheid. Het waterschap houdt daarbij rekening met agrarische, economische, ecologische en recreatieve belangen. Aandachtspunten zijn het verbeteren van ecologische en chemische waterkwaliteit (terugdringen van oppervlaktewatervervuiling) en het voorkomen van wateroverlast, waarbij rekening wordt gehouden met het veranderende klimaat. In zowel landelijk als stedelijk gebied kunnen ruimtelijke ontwikkelingen een positief maar ook een negatief effect hebben op het watersysteem.
Gemeente Rozendaal Bestemmingsplan De Pinkenberg 7 Rozendaal mRO b.v./ TOE / 99.452 – v5 / jan. 2021
NL.IMRO.0277.BPROZEND2020001-0002 vast te stellen
In het algemeen zoekt het waterschap naar duurzame oplossingen. Uitgangspunt is dat het water zoveel mogelijk binnen een plangebied wordt vastgehouden en dat relatief schoonwater ook relatief schoon blijft. Daarbij geldt dat het regenwater, dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is (zoals van gevels en daken), zoveel mogelijk wordt vastgehouden of wordt geborgen. Het waterschap Rijn en IJssel is primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van grondwaterproblemen. 4.6.3 Water in relatie tot het plangebied Het plangebied is gelegen nabij het waterwingebied De Pinkenberg. Het plangebied zelf is gelegen het intrekgebied en boringsvrije zone die dit wingebied in bredere context beschermen. Deze gebieden genieten bescherming in het vigerende bestemmingsplan. Voor het waterwingebied is een specifieke bestemming ‘Waterwingebied’ opgenomen waarbinnen passende beschermingsmaatregelen gelden.