CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

11c. Beekhuizenseweg 1a Rozendaal_Toelichting

1.3 Commissievergadering 7 mei 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Bespreking agendapunten raadsvergadering 7 mei 202416.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

33

De rapportage 'Quickscan Wnb Beekhuizenseweg 1a Rozendaal' is toegevoegd als Bijlage 4. Het plangebied maakt deel uit van de Groene Ontwikkelingszone, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en van Natura 2000-gebied Veluwe. De nieuwe woning komt ten zuiden van de schuur en ten oosten van de huidige woning te staan. Dit gedeelte van het terrein heeft de status Natuurnetwerk. De woning overlapt niet met het Natura 2000-gebied maar grenst hier wel aan. De nieuwbouw heeft oppervlakteverlies van het GNN tot gevolg. Omdat deze locatie in gebruik is als gazon en tuin kan op voorhand worden gesteld dat het plan niet van invloed is op bestaande ecotopen die worden genoemd als kernkwaliteit. Omdat er wel oppervlakteverlies optreedt is een nadere toetsing van het plan aan het natuurbeleid noodzakelijk. 4.7.1.3 Stikstof De planlocatie ligt omringt met het Natura 2000-gebied 'Veluwe'. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief indirect effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habittypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Gezien de uit te voeren activiteiten, sloop en nieuwbouw, is een afzondelijke notitie beoordeling stikstofeffecten opgesteld door Blom Ecologie (rapportnummer: 2023-0527; d.d. 7 december; Bijlage 5).

Middels een berekening met de AERIUS Calculator wordt rekenkundig inzichtelijk gemaakt of de voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verhoging van stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden. De nieuwe habitatkartering afkomstig uit het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden is op 25 november 2022 vastgesteld. Stikstofemissie gebruiksfase Verwarming In de huidige situatie wordt er gebruik gemaakt van een gas aansluiting. In de nieuwe situatie wordt de woning zonder een gasaansluiting gerealiseerd. Het CPB hanteert vastgestelde waardes voor stikstofemissie per woningcategorie. Voor de woning betreft een vrijstaande woning. De jaarlijkse uitstoot per vrijstaande woning betreft 3,59 kg NOx per jaar en een uitstoot van 0,47 NH3 in kg/jaar. Voor de berekening van de stikstof emissie is gebruik gemaakt van interne saldering. Verkeer De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van de woning en de realisatie van een nieuwe woning. De woning wordt geclassificeerd als vrijstaand koophuis in niet stedelijk in rest bebouwde kom. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ingreep worst-case tot een toename van circa 8,6 verkeersbewegingen (CROW Toekomstbestendig parkeren, 2012). Er is nog sprake van een gebruikte woning met daarbij behorende verkeersbewegingen.

Door de realisatie van de nieuwe woning wordt de oude woning gesloopt. Derhalve is in de berekening interne saldering op de huidige verkeersbewegingen door de sloop van de woning toegepast. Voor de aangetrokken verkeersbewegingen worden deze voor 100% in westelijke richting, totdat deze verkeersbewegingen opgaan in het heersende verkeersbeeld. Hiervan is sprake indien het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. Of zich daar daadwerkelijk ander verkeer bevindt, is niet relevant in het kader van de vraag of de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdende verkeer aan de beoogde ontwikkeling kunnen worden toegerekend. Resultaten gebruiksfase Op basis van de onderzoeksresulaten is er sprake van afname van stikstofdepositie ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep van 0,34 mol N/ha/jr in de gebruiksfase.

Stikstofemissie aanleg-/ gebruiksfase

34

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Gedurende de sloopfase en de aanlegfase wordt een tijdelijke toename in stikstofemissie verwacht. Deze stikstofemissie komt ten gevolge van: 1. 2.

De inzet van machines op de werklocatie en; Het aan- en afvoeren van personeel, materiaal en machines middels verkeersbewegingen.

De beoogde ruimtelijke ontwikkeling in de realisatiefase wordt uitgevoerd met volledige elektrische maschines. Verder zal de toename van stikstof depositie beperkt worden door de aanvoer van materialen en machines efficiënt uit te voeren. Alle machines worden éénmalig aangevoerd en alle machines en de afvoer van bouwmaterialen wordt na afronding van de realisatie uitgevoerd. Daarnaast wordt er voor het aan en afvoer van personeel buiten de planlocatie een parkeerplaats aangewezen (figuur 4 in Bijlage 5). Vanaf de aangewezen locatie zal het vervoer van personeel volledig brandstofvrij plaatsvinden. Derhalve is er geen overschrijding van de stikstofdepositie waarde in het stikstof gevoelige natura2000- gebied 'Veluwe'. Resultaten aanlegfase Op basis van de rekenresultaten is er sprake van afname van stikstofdepositie ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep van 0,35 mol N/ha/jr in de realisatiefase.

Samenvatting Stikstof Op basis van de in dit rapport beschreven berekeningen is de beoogde ontwikkeling wat betreft stikstofdepositie en gebiedsbescherming gedurende de gebruiksfase en de aanlegfase uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Aangezien de stikstof depositiewaardes in de ‘Veluwe’ in meerdere gebieden ruim boven de kritische depositie waardes liggen (KDW) is het noodzakelijk dat de beoogde ruimtelijk ontwikkeling in de realisatiefase wordt uitgevoerd met volledig elektrische machines. Daarnaast is het noodzakelijk om het aantal verkeersbewegingen in de realisatiefase te beperkte. Hiervoor is spreiden van de verkeersbewegingen in dit rapport opgenomen waardoor de stikstofdepositie beperkt blijft. Derhalve is er geen vergunning nodig en zijn er voor stikstof geen verdere vervolgstappen noodzakelijk. De permanente stikstofdepositie verlaagd de stikstofdepositie van het Natura 2000-gebied `Veluwe’ met 0,34 mol N/ha/jr. Derhalve is er voor stikstof in de gebruiksfase geen verdere vervolgstappen noodzakelijk. 4.7.1.4 Conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied maakt deel uit van de Groene Ontwikkelingszone, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en van Natura 2000-gebied Veluwe. De nieuwe woning komt ten zuiden van de schuur en ten oosten van de huidige woning te staan. Dit gedeelte van het terrein heeft de status Natuurnetwerk.

De woning overlapt niet met het Natura 2000-gebied maar grenst hier wel aan. De nieuwbouw heeft oppervlakteverlies van het GNN tot gevolg. Omdat deze locatie in gebruik is als gazon en tuin kan op voorhand worden gesteld dat het plan niet van invloed is op bestaande ecotopen die worden genoemd als kernkwaliteit. Omdat er wel oppervlakteverlies optreedt is een nadere toetsing van het plan aan het natuurbeleid noodzakelijk. Op basis van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effect als gevolg van een toename van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

35

4.7.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden.

In het onderzoek van Bureau Bleijerveld 'Quickscan Wnb Beekhuizenseweg 1a Rozendaal' (d.d. 26 september 2022, Bijlage 4) is er ook aandacht besteed aan mogelijke beschermde soorten. In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1 en 3.5 onder de Vogelrichtlijn van de Wet natuurbescherming. In het plangebied is het voorkomen van algemene, licht beschermde kleine zoogdieren en amfibieën niet uit te sluiten. Voor de te verwachten soorten geldt algemene vrijstelling in geval van ruimtelijke ingrepen. Een aantal soorten reptielen kan rond de erfgrens in het plangebied aanwezig zijn maar als leefgebied is het terrein niet geschikt. In de opgaande begroeiing en de gebouwen kunnen algemene vogels zonder vaste nestplaats tot broeden komen. Onder het dak van de woning is de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen, huismus en gierzwaluw niet uit te sluiten.

36

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Tabel: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek

4.7.3 Conclusie ecologie In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1 en 3.5 onder de Vogelrichtlijn van de Wet natuurbescherming. Geconcludeerd kan worden dat overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen dient te worden. Om dit te voorkomen zijn maatregelen en vervolgacties noodzakelijk. Deze worden hieronder omschreven. Vleermuizen (Wnb-Vogelrichtlijn,art. 3.5) Door de sloop kunnen verblijfplaatsen verloren gaan en verstoring en sterfte van dieren optreden. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dient nader onderzoek plaats te vinden naar de eventuele functies van de gebouwen voor vleermuizen. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode van 15 mei tot 30 september. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn,art. 3.1) Door het rooien van begroeiing of het slopen van gebouwen tijdens het broedseizoen kan sterfte van vogels en verstoring van broedsels optreden. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dienen dergelijke ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een controle uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering.

Door de sloop van de woning kunnen vaste nestplaatsen verloren gaan. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dient nader onderzoek plaats te vinden naar de functies van het gebouw voor huismus en

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

37

gierzwaluw. Hiervoor is nader onderzoek gewenst in de periode 15 mrt – 15 mei respectievelijk 15 mei – 15 juli.

Tabel: Overzicht maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan

4.7.4 Nader onderzoek naar Broedvogels en Vleermuizen Voor het uiteindelijke uitvoeren van de sloopwerkzaamheden en het realiseren van het het planvoeren is nader onderzoek vereist. De vervolgonderzoeken zullen bij de sloop van de bestaande bebouwing in gang worden gezet om de benodigde maatregelen te bepalen. Dit is in de regels van het bestemmingsplan geborgd (zie artikel 12.2 Onderzoek broedvogels en vleermuizen). Het nader onderzoek naar vleermuis, huismus bestaat uit enkele onderzoeksrondes. Het najaarsonderzoek zal worden uitgevoerd tussen half augustus en eind september 2023. Tussen half maart en half juni 2024 zal vervolgens het voorjaarsonderzoek worden uitgevoerd. De uiteindelijke rapportage van het nader onderzoek, als aanvulling op deze paragraaf is te verwachten in de 2e helft van juni 2024. Wanneer er eventuele broedplaatsen of verblijfplaatsen van vleermuizen, de huismus of gierzwaluw geconstateerd worden, zullen mitigerende maatregelen worden genomen. Door de groene bosrijke omgeving en het ruime perceel zijn er voldoende mogelijkheden om uitwijkmogelijkheden voor vogels en vleermuizen te bieden. De uitvoerbaarheid van het plan is hiermee geborgd. Vooruitlopend op het onderzoek, kan het plan worden vastgesteld, middels de voorwaarde om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming bij de realisatie van het voornemen.

TussenconclusieNader onderzoek Broedvogels en Vleermuizen Het najaarszonderzoek naar vleermuizen is reeds uitgevoerd. Tijdens het najaarsonderzoek zijn er geen paarverblijfplaats vastgesteld. Het voorjaaronderzoek volgt komend voorjaar, alsmede het onderzoek naar nestplaatsen van de huismus. 4.7.5 Conclusie Het aspect Natuur vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen. Deze conclusie is natuurlijk afhankelijk van de verdere resultaten van het vervolgonderzoek.

38

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

4.8

Archeologie

4.8.1 Algemeen Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die is geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De wet regelt: Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening; financiering onderzoek: de veroorzaker betaald. Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Naar verwachting zal de Omgevingswet in 2022 in werking treden. Gemeentelijk beleid De Wamz heeft ertoe geleid dat de gemeente Rozendaal eigen archeologisch beleid heeft opgesteld. dit is opgenomen in de rapportage 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart gemeente Rozendaal 2018.

Die op 30 oktober 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van een analyse van de landschappelijke, bodemkundigen en archeologische informatie is een vlakdekkende kaart van archeologische waarden en verwachtingen opgesteld, waaraan ook beleid voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen is gekoppeld. In paragraaf 3.4.4 is hier al nader op ingegaan.

Archeologische waardenkaart. Globale plangebied is groen omcirkelt.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

39

4.8.2 Beleidskader In bijgaande figuur is een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart weergegeven. Er worden een aantal archeologische zones onderscheiden: Terrein van hoge archeologische waarde; terrein van archeologische waarde; terrein van hogere archeologische verwachting; lagere archeologische verwachting; en geen archeologische verwachting. De verschillende archeologische zones zijn vertaald in een aantal dubbelbestemmingen 'Waarde-archeologie'. In bijgaande tabel is aangegeven welke dubbelbestemming bij welke (verwachtings)waarde hoort:

4.8.3 Archeologie in relatie tot het plangebied Op de archeologische waardenkaart heeft het plangebied de aanduiding van terrein met archeologische waarde. Dit betekend dat er een maximaal verstoringsoppervlakte is van 30m2 met een maximale diepte van 0,3 meter. Op de verbeelding van dit bestemmingsplan is voor het plangebied, ten behoeve van de bestemming van de (mogelijk aanwezige) archeologische waarde, de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen. Als gevolg van het plan, waarbij het bouwvlak wordt verplaatst, wordt het mogelijk om een woning te bouwen op een locatie waar dit voorheen niet mogelijk was. Het maximaal verstoringsoppervlak en de diepte worden hiermee overschreden. Dit betekend dat nader archeologisch onderzoek vereist is. Dit onderzoek wordt nader toegelicht in de volgende paragrafen. 4.8.4 Inventariserend archeologischbureau- en booronderzoek Door Bureau voor Archeologie is er in opdracht van BOOT een archeologisch bureau- en inventariserend booronderzoek (rapportnummer 1251, d.d. 20 oktober 2022) uitgevoerd. Het archeologisch rapport is toegevoegd als Bijlage 6.

Resultaten bureauonderzoek Op grond van de landschappelijke ligging moet in het plangebied rekening worden gehouden met resten uit de periodes van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen tot aan de 18e eeuw. Deze verwachting is echter vrij breed: er zijn geen vondstmeldingen of archeologische terreinvormen zoals celtic fields of ijzerkuilen in of in de directe omgeving van het plangebied bekend die wijzen op specifieke menselijke activiteiten.

40

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Wel bevindt zich in het terrein een opmerkelijk ronde verhoging van ongeveer twee meter hoog en met een doorsnede van tien meter. Er is een (kleine) kans dat dit een grafheuvel is (Bronstijd en IJzertijd). De ronde terreinverhoging die op het AHN te zien is en mogelijk een grafheuvel is, bleek tijdens het veldwerk niet (meer) aanwezig, mogelijk als gevolg van de grondwerkzaamheden tijdens het verwijderen van vegetatie.

Figuur: Detail in het terrein dat op een grafheuvel lijkt

Behoudenswaardige archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars worden niet verwacht omdat sporen uit deze periode zeer ondiep zijn en dus kwetsbaar voor bodemingrepen, terwijl het terrein al ruim honderdvijftig jaar onderdeel is van een erf waarbij de top van het bodemprofiel is bewerkt of vergraven. In de 18e eeuw ligt het plangebied in het landgoed bij kasteel Rozendaal. Er zijn echter geen aanwijzingen dat het plangebied iets anders dan bos is geweest. Vanaf midden 19e eeuw heeft bebouwing bij en in het plangebied gestaan en is het plangebied onderdeel van een erf.

Resultaten booronderzoek Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied waarschijnlijk geen behoudenswaardige archeologische resten zijn. Het bodemprofiel blijkt sterker verstoord dan op basis van het bureauonderzoek werd verwacht. Met het booronderzoek kan niet worden uitgesloten dat sprake is van een archeologische vindplaats die zich alleen als sporenniveau manifesteert. Gezien de aanwezigheid van een verstoord bodemprofiel is de kans echter klein dat dergelijke vindplaatsen bewaard kunnen zijn gebleven.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

41

Conclusie Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek adviseert Bureau voor Archeologie het plangebied archeologisch vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.8.5 Aanvullende boringen grafheuvel Het bovenstaande archeologische rapport is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid en Regioarcheoloog van de gemeente Rozendaal. Op basis van het bovenstaande rapport waren er nog onduidelijkheden met betrekking nog een mogelijke grafheuvel. Met uitzondering van de locatie van de grafheuvel kon het plangebied worden vrijgegeven voor toekomstige ontwikkelingen. De regioarcheoloog heeft hierop gevraagd om twee aanvullende boringen ter hoogte van de mogelijke grafheuvel te plaatsen om te bepalen of er in de ondergrond nog mogelijke resten hiervan aanwezig zijn. Het bovenstaande rapport is aangevuld met twee extra boringen ter hoogte van de mogelijke grafheuvel. Er is een boring net buiten de voormalige grafheuvel en een boring binnen de heuvel gezet. Het bovenstaande rapport is aangevuld met twee boringen en toegevoegd als Bijlage 7. Uit de resultaten van de twee extra boringen blijkt dat de ondergrond ter hoogte van de mogelijke grafheuvel is verstoord. Hieruit volgt dat de locatie met betrekking tot archeologie kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. De regioarcheoloog heeft het aangevulde rapport goedgekeurd.

4.8.6 Conclusie Het aspect archeologie vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen.

4.9

Cultuurhistorie

4.9.1 Algemeen Goede ruimtelijke ordening betekent dat er onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door de wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 4.9.2 Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Beschermd dorpsgezicht In het algemeen is de totstandkoming van Rozendaal sterk verbonden met het kasteel Rozendael. In de structuur van de huidige kern is nog duidelijk de parkaanleg van het kasteel herkenbaar en is om die reden met een specifieke dubbelbestemming bestemd. Het plangebied maakt onderdeel uit van dit beschermde dorpsgezicht.

42

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Waarde cultuurhistorie (Kasteeldorp) Deze dubbelbestemming houdt in dat de in het plangebied aanwezige gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor instandhouding van de karakteristieke met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het beschermd dorpsgezicht. Het gaat hierbij om de volgende waarden: Hoofdstructuur: a. De hoofdstructuur van Rosendael bevat: 1. 2. 3. 4. 5.

het lanenstelsel van de Rosendaalselaan en Kerklaan, zich voortzettend tot en met de Kapellenberg; het kasteelpark met de 18e eeuwse lanen en de 19e eeuwse parkaanleg in Engelse landschapsstijl; het bosgebied ten oosten van het Kasteelpark, met de Smidsberg en de begraafplaats; het open beekdal met het verloop van de Rozendaalse beek; de Koningsberg met het lanenstelsel uit de 18e en 19e eeuw.

Lineaire structuren: b. De lineaire structuren van Rosendael bestaande uit: 1. 2. 3.

het verloop, het profiel en de beplanting van de verschillende lanen; het zicht vanaf de Rosendaelselaan tot op de Torckschool en op de voormalige schoolmeesterwoning tegen de bosrand; het zicht naar en vanaf het logement op de Smidsberg.

Objecten en complexen: c. Van belang zijn de volgende objecten en complexen: 1.

het bebouwingsbeeld: overwegend vrijstaande woningen op ruime kavels, waaronder een drietal grote villa's aan de Rosendaelselaan, de Torckschool en het huis Heuveloord, de historische dorpsbebouwing

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

43

2.

nabij de samenkomst van de Rosendaalselaan en Kerklaan en de verspreid gelegen bebouwing binnen het kasteelpark en direct ten oosten daarvan; de historische panden in het beekdal, waaronder het complex van voormalige wasserijgebouwen, waaraan de industriële betekenis die de Rozendaalse beek heeft gehad, als aandrijver van papier- en watermolens, nog is af te lezen.

Overig: d. Daarnaast zijn voor het karakter van het beschermd dorpsgezicht de volgende punten nog van belang: 1. 2.

het groene karakter van de voortuinen, het zicht door de voortuinen op de bebouwing, de lage hagen als erfafscheiding; de kunstmatig opgeworpen heuvels buiten het kasteelpark (Kapellenberg, Koningsberg), die uitkijkplaatsen vormden naar de kasteeltuin en naar de ruime omgeving en waarvandaan de hoogteverschillen sterk werden ervaren.

Het voorliggende plan doet geen afbreuk aan de hierboven genoemde waarden. Het voorliggende plan versterkt de aanwezige waarden juist. Net als in de uitsgangssituatie is er sprake van vrijstaande bebouwing in een groene omgeving. In het voorliggende plan wordt er echter aansluiting gezocht bij het op het terrein aanwezige rijksmonument. Hiermee wordt de positie van dit monument verstevigd. Daarnaast zorgt het landschappelijke inrichtingsplan voor een passende inpassing van het plan in de parkachtige omgeving. Gesteld kan worden dat dit plan bijdraagt aan de doelstellingen van het beschermde dorpsgezicht. De planregels met betrekking tot het beschermde dorpsgezicht zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019' naar het voorliggende bestemmingsplan. Hiermee wordt de continuering van het beschermde dorpsgezicht in de nieuwe situatie gewaarborgd.

Rijksmonument en Rijksbeschermd complex Op het terrein is een voormalige wagenschuur aanwezig. Deze schuur is een Rijksmonument (monumentnummer 528483). Het gebied en de wagenschuur maken tevens onderdeel uit van het Rijksbeschermde complex de Historische buitenplaats Kasteel Rosendael onder complexnummer 528473. De rijksmonumentale bescherming (conform de Erfgoedwet) heeft een rechtstreekse werking op vergunningverlening en is formeel geen onderdeel van het bestemmingsplan. Evenwel is in het bestemmingsplan een aan de monumentale status gekoppelde bepaling, die toeziet op bescherming van de ruimtelijke kwaliteiten in de omgeving van gemeentelijke en rijksmonumenten. Deze bepaling is opgenomen in artikel 8.5 van dit bestemmingsplan. De wagenschuur vormt een integraal onderdeel van het inititiatief. Door de nieuwe functie die wordt toegekend aan de wagenschuur als onderdeel van de nieuwe ontwikkeling wordt het behoud van de wagenschuur, ook naar de toekomst toe geborgd. Zowel als beschermd rijksmonument als onderdeel van het Rijksbeschermde complex de Historische buitenplaats Kasteel Rosendael. 4.9.3 Conclusie De cultuurhistorische waarden staan de verdere vaststelling van voorliggende bestemmingsplan niet in de weg.

44

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

4.10

Vormvrije M.E.R.-Beoordeling

4.10.1 Normstelling en beleid De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit m.e.r. en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.- procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.- plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.- beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. 4.10.2 Toetsing aan het bestemmingsplan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000m2 of meer. Met voorliggend bestemmingsplan wordt slechts één woning voorzien. Hiermee valt deze ontwikkeling ruim onder de genoemde drempelwaarden. Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat in het kader van voorliggend plan geen m.e.r.-procedure vereist is. 4.10.3 conclusie Voor dit bestemmingsplan is geen m.e.r.-procedure vereist.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

45

46

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Inleiding

5.1.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe het beleid voor het landelijk gebied is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.

Alle overige op de verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. 5.1.2 Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.

Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden. Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze nieuwe vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor eenieder.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

47

5.2

Opbouw regels en verbeelding

5.2.1 regels De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor de uitvoering van een werk, geen gebouw zijnde of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dan een bestemmingsregel niet alle elementen bevat, dit verschilt per bestemming. 5.2.2

Analoge verbeelding (plankaart)

Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, evenals de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes, zijn verplicht voorgeschreven. Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), waar nodig aangevuld met de Digitale Kadastrale Kaart (DKK).

5.3

Artikelsgewijze Toelichting

In deze paragraaf wordt waar dat noodzakelijk en nuttig wordt geacht een nadere toelichting gegeven op specifieke onderdelen van de planregels. Sommige regelingen zijn daarom hierna niet opgenomen: deze worden geacht voor zich te spreken. 5.3.1 Artikel 1 en 2 - Begrippen en wijze van meten Voor de begripsomschrijvingen en wijze van meten is aangesloten bij de SVBP2012. Hierbij heeft afstemming plaatsgevonden met het bestemmingsplan ‘Rozendaal 2019’. 5.3.2 Artikel 3 - Tuin De bestemming ‘Tuin’ is in de regel opgenomen voor de tuinen voor de voorgevel van de woning. Ook komt deze voor op andere delen van tuinen die grenzen aan openbaar gebied. Door het hanteren van een afzonderlijke bestemming ‘Tuin’ wordt een duidelijk en ‘groen’ beeld gecreëerd. In de tuin zijn geen woningen of bijgebouwen toegestaan. Deze moeten worden gebouwd binnen de bestemming ‘Wonen’. Op deze manier ontstaat een duidelijke tweedeling: de woonbestemming waarbinnen de woning en de bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd en de tuin waar slechts andere bouwwerken (zoals erf- en terreinafscheidingen) mogen worden gebouwd.

48

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Via een buitenplanse afwijking kunnen worden toegelaten in (voor-, zij- en achter)tuinen: aan de woning aangebouwde gebouwen, zoals erkers en ingangspartijen; en erf- en terreinafscheidingen tot 2 meter hoog ('bij recht' is dit 1 meter). In artikel 4 (wonen) is de voorwaardelijke verplichting opgenomen tot uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan welke als bijlage aan de regels is toegevoegd. De uitvoer van dit landschappelijk inrichtingsplan zal (grotendeels) binnen de bestemming tuin plaatsvinden. 5.3.3 Artikel 4 - Wonen De bestemming Wonen is toegekend aan de bestaande woning in het plangebied. De locatie van de woonbestemming is ongewijzigd ten opzichte van het plan 'Rozendaal 2019'. Door middel van een nadere aanduiding wordt binnen de woonbestemming onderscheid gemaakt tussen de verschillende bouwwijzen van de woningen. De aanduiding ‘[vrij]’ staat voor vrijstaande woningen. Woningen mogen uitsluitend op de aangeduide bouwwijze worden gebouwd en het bestaande aantal woningen is maatgevend. Bouwregels De woonbestemming is vastgelegd in bouwvlakken. Hiervoor is aangesloten bij de bouwplannen zoals bekend in september 2022. Het hoofdgebouw van de woning is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. In de bouwregels zijn algemene regels opgenomen welke de maximale omvang van het hoofdgebouw.

Aan- en uitbouwen aan het hoofdgebouw, zoals in dit geval de monumentale wagenschuur. Andere bouwwerken, zoals een bijgebouw of overkapping, zijn buiten het bouwvlak toegestaan. In dit geval is buiten het bouwvlak een monumentale wagenschuur aanwezig. In de bouwregels bij deze bestemming is tevens een voorwaardelijke verplichting voor het bouwen van een woongebouw opgenomen:

Artikel 4.2.5 (voorwaarden woongebouw) Woongebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd indien: a. b.

binnen de bestemming de al aanwezige woning is gesloopt; binnen de bestemming de landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd zoals opgenomen in 'Bijlage 2 Landschappelijk inrichtingsplan Beekhuizenseweg 1a' bij deze regels met dien verstande dat: 1. de landschappelijke inpassing dient te zijn gerealiseerd alvorens een vergunning voor de bouw van het woongebouw verleend kan worden; 2. de landschappelijke inpassing na realisatie ervan duurzaam in stand wordt gehouden.

Deze voorwaardelijke verplichting is tweeledig. Allereerst bestaat de verplichting om, voordat de vergunning voor de bouw van een nieuw woongebouw kan worden verleend, de oude nog aanwezige woning binnen te bestemming te slopen. Pas als de oude woning gesloopt is kan er een vergunning worden verleend voor de bouw van een nieuwe woning. Hiervoor is gekozen om te waarborgen dat er ten aller tijden maximaal één woning op het perceel aanwezig is. Het tweede deel van de voorwaardelijke verplichting bestaat uit de verplichting tot uitvoer van het landschappelijk inrichtingsplan. Binnen één jaar na realisatie van de woning dient er uitvoer gegeven te zijn aan het landschappelijk inrichtingsplan zoals opgenomen in de bijlage van de planregels. De uitvoer van dit landschappelijk inrichtingsplan is noodzakelijk om de uitvoer van het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar te maken. Het bestemmingsplan bevat tevens de plicht tot instandhouding van de landschappelijke inrichting van het inrichtingsplan.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

49

Ter verduidelijking van deze voorwaardelijke verplichting is op de verbeelding bij de planregels tevens de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' aangebracht. Deze aanduiding verwijst naar de voorwaardelijke verplichting zoals vastgelegd in artikel 4.2.5 en artikel 8.1 van de planregels. Beroep- of bedrijf aan huis Conform de plansystematiek uit het bestemmingsplan ‘Rozendaal 2019’ is in dit plan onderscheid gemaakt tussen beroepsmatige- en bedrijfsmatige activiteiten in de woning en de bijbehorende bijgebouwen. Bij beroepsmatige activiteiten gaat het met name om de ‘vrije beroepen’. Daarbij is slechts in ondergeschikte mate detailhandel toegestaan; horeca is daarbij uitgesloten. In de begrippen die als onderdeel van de planregels zijn opgenomen is het 'beroep aan huis' nader gedefinieerd. Bij bedrijfsmatige activiteiten gaat het om het bedrijfsmatig verlenen van diensten en het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid die, in tegenstelling tot beroepsmatige activiteiten, is gericht op consumentenverzorging. Hierbij is detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit toegestaan, hierin is ook toegestaan horeca, doch uitsluitend in de vorm van het bieden van eenvoudige overnachtingsgelegenheid met ontbijt (bed and breakfast). Ook het begrip ‘bedrijf aan huis’ is in de regels nader gedefinieerd.

Daarbij wordt ook verwezen naar een 'Staat van bedrijfsactiviteiten' die als bijlage bij de regels is toegevoegd. Beroepsmatige activiteiten zijn als recht toegestaan tot een beperkte bruto vloeroppervlakte (30% van het totaal van woning plus bijgebouwen, met een maximum van 75 m²). De qua karakter iets ‘zwaardere’ bedrijfsmatige activiteiten kunnen onder voorwaarden worden toegestaan door middel van een binnenplase afwijking. Ook daarvoor gelden dezelfde oppervlakteregels. Bij deze afwijkingsmogelijkheid is onder meer bepaald dat buitenopslag van goederen niet is toegestaan, de verkeers- en parkeerdruk niet wezenlijk groter mogen worden en dat het parkeren (zowel voor het bedrijf als de eigen woning) uitsluitend op eigen terrein dient plaats te vinden. De vestiging van een Bed and Breakfast wordt in vrijstaande bijgebouwen niet toegestaan (geen recreatiehuisjes). 5.3.4 Artikel 5 - Waarde - Archeologie 2 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is toegekend aan de gronden waar ingevolge de gemeentelijke archeologische beleidskaart sprake is van een archeologische waarde (AMK-terrein, dorpskern), waarbij de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. In het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019' rust op het volledige plangebied van het voorliggende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'.

In het voorliggende bestemmingsplan wordt deze dubbelbestemming overgenomen. Op deze gronden geldt ter bescherming van de archeologische waarden een bouwverbod. Dit de diepte niet meer dan 30 cm onder het bestaande maaiveld bedraagt en voor bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer dan 30 m² bedraagt. Andere uitzonderingen op dit verbod gelden voor bebouwing ten behoeve van archeologisch onderzoek en de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing, mits de bestaande fundering weer wordt gebruikt en de bestaande oppervlakte niet wordt vergroot. Een laatste uitzondering op het verbod geldt voor gronden waarvan uit documenten blijkt dat deze reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 cm. Van het bouwverbod kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken als op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, de archeologische waarden niet worden verstoord of dat deze voldoende kunnen worden beschermd door voorschriften aan de vergunning te verbinden. Deze voorschriften kunnen de verplichting inhouden om technische maatregelen te treffen om de archeologische waarden in de bodem te behouden. Maar ook om opgravingen te doen of de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een

50

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Voordat wordt overgegaan tot het verlenen van een vergunning dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij een archeologisch deskundige. Het archeologisch onderzoek dient te worden aangeleverd door de aanvrager van de omgevingsvergunning. Binnen de bestemming geldt ook een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden ter de bescherming van de archeologische waarden. Alleen als op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, de archeologische waarden niet worden verstoord of dat deze voldoende kunnen worden beschermd door voorschriften aan de vergunning te verbinden kan de omgevingsvergunning worden verleend. De voorschriften betreffen hetzelfde soort voorschriften als die aan een omgevingsvergunning voor een afwijken van het bouwverbod kunnen worden verbonden. Uitgezonderd van de vergunningplicht zijn onder meer werken en werkzaamheden die behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden, het archeologisch onderzoek betreffen, die niet dieper reiken dan 30 cm onder het bestaande maaiveld of een gezamenlijke oppervlakte hebben van niet meer dan 30 m².

Eveneens geldt een uitzondering van de vergunningplicht voor werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat deze reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 30 cm. 5.3.5 Artikel 6 - Waarde - Cultuurhistorie - beschermd dorpsgezicht Kasteeldorp Het beschermde dorpsgezicht van het dorp Rozendaal (waaronder het kasteel Rosendael, de gemeentelijke begraafplaats en het gebied aan weerszijden van de Kerklaan en Rosendaalselaan), is opgenomen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie – beschermd dorpsgezicht Kasteeldorp’. De begrenzing van het beschermd dorpsgezicht is aangegeven op de verbeelding en is afgestemd op ‘nota Ruimtelijke kwaliteit’ van de gemeente Rozendaal. Naast de andere hier voorkomende bestemmingen zijn de gronden hier mede bestemd voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden, met dien verstande dat de betreffende waarden in deze dubbelbestemming specifiek zijn afgestemd op het beschermd dorpsgezicht van het kasteeldorp. Binnen deze bestemming mag uitsluitend worden gebouwd als de cultuurhistorische waarden niet oneveneredig worden geschaad en er geldt een vergunningsplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning). Daarmee is aangegeven dat de cultuurhistorische waarden prioriteit genieten boven de andere bestemmingen.

In het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019' rust op het volledige plangebied van het voorliggende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - beschermd dorpsgezicht Kasteeldorp'. In het voorliggende bestemmingsplan wordt deze dubbelbestemming overgenomen. 5.3.6 Artikel 7 - Anti-dubbeltelregel In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het Bro verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. 5.3.7 Artikel 8 - Algemene bouwregels In dit artikel zijn bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Zo is hier onder meer een regeling opgenomen voor afwijkende maatvoeringen en situering van bestaande bouwwerken, waarvoor in het verleden omgevingsvergunningen voor het bouwen (voorheen bouwvergunningen) zijn verleend. Deze vergunde overschrijdingen zijn hier positief bestemd. Anders dan onder het overgangsrecht geldt voor deze positief bestemde overschrijdingen dus niet de beperking dat slechts een gedeeltelijke vervanging mag plaatsvinden. Sloop en vervangende nieuwbouw is gewoon toegestaan, mits wel wordt voldaan aan de andere regels uit het bestemmingsplan. Verder zijn ook regels opgenomen voor ondergrondse bebouwing. Daarbij geldt dat ondergrondse bebouwing alleen is toegestaan voor zover deze wordt gecombineerd met bovengrondse bebouwing.

Met andere woorden, het realiseren van zelfstandige ondergrondse bebouwing is niet toegestaan.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

51

Binnen het plangebied is een historische wijnkelder aanwezig. Dit artikel staat de bouw van nieuwe ondergrondse bebouwing niet toe. Het artikel staat echter niet in de weg aan het aanwezig hebben en onderhouden van de al voor dit plan aanwezige ondergrondse bouwwerken. Tot slot zijn regels voor de (beperkte) overschrijding van ondergeschikte bouwdelen opgenomen. 5.3.8 Artikel 9 - Algemene gebruiksregels In dit artikel van de planregels zijn algemene gebruiksregels opgenomen, welke gelden in aanvulling op de algemene regel die in artikel 2.1, lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is opgenomen. Deze bepaling is van toepassing op het gebruik binnen alle in het plan voorkomende bestemmingen. Aangegeven is welke vormen van gebruik in ieder geval als gebruik in strijd met het bestemmingsplan worden aangemerkt. Naast de algemene gebruiksregels, die voor elke bestemming gelden, bevat het bestemmingsplan ook specifieke gebruiksregels. Deze zijn opgenomen n de bestemming waar ze van toepassing zijn. 5.3.9 Artikel 10 - Algemene afwijkingsregels Dit artikel voorziet in afwijkingsregels die kleine afwijkingen middels een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan mogelijk maken, indien daar behoefte aan is.

Onder meer is het mogelijk om bestemmingsen/of, bouw- en/of aanduidingsgrenzen in geringe mate te overschrijden indien een meetverschil in het terrein daartoe aanleiding geeft. 5.3.10 Artikel 11 - Algemene wijzigingsregels De regels bevatten een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. het betreft wijzigingsbevoegdheden voor: het in geringe mate wijzigen van de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken. 5.3.11 Artikel 12 - Overige regels Door de inwerkingtreding van de 'Reparatiewet BZK 2014' (Staatsblad 2014, 458) per 29 november 2014 is de bouwverordening voor het bestemmingsplan niet meer van toepassing. Regelingen met betrekking tot parkeren dienen daarom in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Daartoe is de regeling van de parkeerbepaling in de bouwverordening nu materieel overgenomen in dit bestemmingsplan. Een en ander leidt niet tot een inhoudelijke wijziging van de beoogde toetsing. Aan het Besluit ruimtelijke ordening is mede in verband met het intrekken van toetsing aan de bouwverordening de mogelijkheid opgenomen om voor de invulling van de eis van voldoende parkeren in concrete situaties gebruik te maken van beleidsregels (zie artikel 3.1.2 lid 2 onder a Bro), zoals dit ook onder de werking van de bouwverordening mogelijk was.

Omdat de gemeente Rozendaal niet over een eigen parkeernota beschikt, wordt in dit artikel verwezen naar CROW publicatie 381. 5.3.12 Artikel 13 - Overgangsrecht Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. De grootste verandering ten opzichte van de tot voor kort gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend. Dat was voorheen de datum van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Indien bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen teniet gaan ten gevolge van een calamiteit, dan bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten de schuld van de indiener van de aanvraag voor het bouwen veroorzaakt onheil.

52

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

5.3.13 Artikel 14 - Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit voorliggende bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

53

54

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Eveneens hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld als: er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6:12 lid 1 van de Wro; het totaal der exploitatiebijdragen dat met de toepassing van artikel 6.19 van de Wro kan worden verhaald minder bedraagt dan €10.000; er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro; de verhaalbare kosten, als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f van het Bro, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. Het voorliggende bestemmingsplan betreft het wijziging van het bouwvlak binnen een bestaande woonbestemming. Dit met het doel het bouwen van een nieuwe woning op een andere locatie dan de bestaande woning mogelijk te maken. Het plan betreft een particulier initiatief.

De financiering van de bestemmingsplanherziening, alsmede alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan - zoals -planschade - komen dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente verbonden aan de uitvoering van het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is en het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Bovenstaande betekend dat bij de vastelling van voorliggend bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

55

56

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 BRO en inspraak

In het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zal overleg gevoerd worden over het (concept)ontwerpbestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners. Zodra de resultaten van dit overleg bekend zijn, zullen deze vermeld worden. In het kader van het participatiebeleid van de gemeente Rozendaal dienen de plannen besproken te worden met omwonenden. In het kader van dit participatiebeleid dienen in ieder geval de omliggende percelen welke binnen een straal van 150 meter van het plangebied liggen vooraf bij de plannen betrokken te worden. In de oriënterende fase heeft de initiatief gesproken met omwonenden in een straal van 150 meter rond de beoogde woning. Tussen 22 mei en 1 juni 2023 hebben er verschillende gesprekken met de buurtbewoners plaatsgevonden. Uit deze gesprekken bleek dat er, bij de omwonenden, geen bezwaren waren tegen de voorgenomen ontwikkeling. De omwonenden hebben een formulier van geen bezwaar ondertekend waarin ze aangeven geen bezwaren te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Hiertoe behoren ook de bewoners van de appartementen aan de Beekhuizenseweg 1a. De ontvangen formulieren zijn geanonimiseerd en samengevoegd en als Bijlage 8 bij dit bestemmingsplan toegevoegd. Naast de buurtbewoners is in het kader van de omgevingsdialoog ook de Stichting Gelders Landschap en Kastelen benaderd.

Stichting Gelders Landschap en Kastelen is eigenaar van 2 woningen aan de Rozendael 2a en 4. Beide woningen zijn door de gemeente aangewezen als 'belanghebbend' voor deze ontwikkeling. Naast de verklaringen van geen bezwaar heeft het Gelders landschap op 14 augustus ook een positieve verklaring afgegeven. In de verklaring per mail geeft het Gelderland lanschap geen bezwaar te hebben tegen het plan. Alle buurtbewoners en belanghebbenden zijn hiermee geïnformeerd over de plannen en in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op deze ontwikkeling. Mocht iemand alsnog bedenkingen hebben ten aanzien van het project dan kan een zienswijze kenbaar worden gemaakt tegen het ontwerp bestemmingsplan dat zes weken ter inzage zal worden gelegd, zie ook Paragraaf 7.2.

7.2

Zienswijzen ontwerp bestemmingsplan

Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan is op 20 december 2023 gepubliceerd via de hiertoe bestemde weg. Het bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft eenieder zijn zienswijze over dit bestemmingsplan kenbaar kunnen maken. Er zijn geen zienswijzen over het plan ontvangen.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=aff83482-fbf5-4b02-89d4-8f79fd5ca0e4