CConstaterende datRozendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

11c. Beekhuizenseweg 1a Rozendaal_Toelichting

1.3 Commissievergadering 7 mei 2024, gemeente RozendaalBij agendapunt: Bespreking agendapunten raadsvergadering 7 mei 202416.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Toelichting -

Beekhuizenseweg 1a Rozendaal Gemeente Rozendaal

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Beekhuizenseweg 1a Rozendaal Gemeente Rozendaal

IDN-nummer:

NL.IMRO.0277.BPROZEND2023001-0001

Status:

vastgesteld

Datum:

december 2023

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 6

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Opzet van de toelichting

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande situatie

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

7 8 10 10 11

Historie Huidige situatie Planvoornemen Landschappelijke inpassing Wijzigingen bestemmingsplan

Hoofdstuk 3 Beleidskader

15

3.1 3.2

Inleiding Rijksbeleid

15 15

3.3 3.4

Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

17 19

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten - Randvoorwaarden

25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

25 26 27 28 30 30 32 39 42 45

Bedrijven en milieuzonering (omgevingsanalyse) Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Archeologie Cultuurhistorie Vormvrije M.E.R.-Beoordeling

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten

47

5.1 5.2 5.3

47 48 48

Inleiding Opbouw regels en verbeelding Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57

7.1

57

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 BRO en inspraak

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

3

7.2

Zienswijzen ontwerp bestemmingsplan

Toelichting

4

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

57

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aan de Beekhuizenseweg 1a te Rozendaal is het voornemen om een woning te realiseren. Hiervoor wordt er in het plangebied bestaande bebouwing gedeeltelijk gesloopt. Het bestaande woonhuis wordt gesloopt, het monumentale bijgebouw wordt behouden en de ondergrondse wijnkelder gerestaureerd. Tevens wordt er uitvoer gegeven aan het, bij dit bestemmingsplan behorende, landschappelijk inrichtingsplan. De voorgenomen plannen zijn niet uitvoerbaar binnen het geldend bestemmingsplan "Rozendaal 2019". De nieuwe woning wordt opgericht buiten het bestaande bouwvlak. Om het planvoornemen mogelijk te maken, is daarom een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk waarin het bouwblok zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019' wordt verplaatst. Deze toelichting voorziet in de onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening en vormt samen met de regels en verbeelding de juridische basis om het voornemen mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Beekhuizenseweg 1a. Het plangebied omvat de de gronden op dit adres welke in het bestemmingsplan "Rozendaal 2019" de bestemming "Wonen" en "Tuin" hebben gekregen. Grofweg betreft het de percelen 2162, 2369, 2370, 2371 en 2373. Het plangebied is ca. 0,5 ha in oppervlakte groot.

Globale ligging plangebied

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

5

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan is het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019', vastgesteld op 26 mei 2020 door de gemeente Rozendaal, van kracht op het plangebied. Op grond van dit bestemmingsplan rustten op de bestemming de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2', en 'Waarde - Cultuurhistorie - beschermd dorpsgezicht Kasteeldorp' op het plangebied van toepassing. Verder is er een bouwvlak met de bouwaanduiding 'vrijstaand' aanwezig. Ten slotte is in het plangebied ook een bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding monument' aanwezig.

Uitsnede uit het vigerende bestemmingsplan met in rood de plancontour van het voorliggende plan.

1.4

Opzet van de toelichting

Deze toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie. In Hoofdstuk 3 worden de beleidskaders geschetst. Hoofdstuk 4 omvat de toetsing aan de planologische haalbaarheidsaspecten en milieuaspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels als ook de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid in respectievelijk Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6.

6

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving bestaande situatie

Historie

De geschiedenis van Rozendaal is verbonden met de geschiedenis van het kasteel. Het gehele grondgebied dat nu tot de gemeente Rozendaal behoort, vormde eeuwenlang “de heerlijkheid Rosendael”, een situatie die tot omstreeks de Tweede Wereldoorlog duurde. In het reliëfrijke terrein werd rond het jaar 1300 het kasteel Rosendael gesticht. In de 19e eeuw bestond de bebouwing van het dorp uit een lint van verspreid staande bebouwing langs de Kerklaan en de Rosendaalselaan. Ook in de 20ste eeuw bestond het dorp Rozendaal hoofdzakelijk uit bebouwing langs de Kerklaan en Rosendaalselaan. Dwars over de glooiende akkers ten westen van de Rosendaalselaan liep de Binnenweg (nu De Genestetlaan), waarvan paden aftakten naar de hier verspreid gelegen - meestal agrarische - bebouwing en naar de waterpompen, die verspreid stonden in het dorp. Het perceel waarop nu de Beekhuizenseweg 1a is gelegen maakte vroeger deel uit van landgoed Rozendael. Een stille getuige hiervan is de nog altijd op het terrein aanwezige wagenschuur. Deze wagenschuur is aangewezen als Rijksmonument. De wagenschuur is gebouwd als koetshuis bij het (in 2007 gesloopte) Hotel Rosendaal, voorheen het Logement genaamd, dat was gebouwd door kasteelheer Assueer Lubbert Adolph Torck (later Hotel Kraaijensteijn).

Het Logement speelde met zijn bijgebouwen een belangrijke rol in het landschappelijke park en was functioneel sterk verbonden met het kasteel en het omringende park.

TopoTijdreis-kaart 1910. Boven de naam Rozendaal bevindt zich hotel Kraaijensteijn. De wagenschuur werd in 1910-1913, ter vervanging van een grotere schuur met stallen, gebouwd als bijgebouw van hotel Kraijesteijn. Doordat het hotel is gesloopt en is vervangen door een (op zichzelf staand) appartementencomplex, is de primaire historische context van de wagenschuur verdwenen. De wagenschuur is in haar huidige verschijningsvorm kenmerkend voor de architectuur die vanaf circa 1910 in Nederland in trek raakt. Ten westen van de wagenschuur staat een woonhuis. Dit woonhuis dateert uit 1904, maar is in 1962

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

7

ingrijpend verbouwd. Het woonhuis heeft geen monumentale status. Meteen ten oosten van dit woonhuis bevinden zich enkele negentiende-eeuwse wijnkelders. Er is sprake van twee kelderruimtes. De oudste kelder is terug te voeren tot circa 1860 en ligt volledig weggewerkt in de glooiing van het landschap. Aan het begin van de twintigste is aan de noordzijde een kelder toegevoegd, geplaatst onder een troggengewelf met stalen liggers. Het vloerniveau van deze ruimte ligt ietwat hoger en aan de buitenzijde is de kelder herkenbaar aan de lage opbouw onder zadeldak. De wijnkelders zijn bereikbaar via een deur in de aanbouw van het hiervoor genoemde woonhuis. De wijnkelders zijn opgericht door Abraham Kraijesteijn, uitbater van het hotel. Al vrij snel nadat hij zich op Rosendael vestigde, richtte hij een wijnhandel op.

TopoTijdreis-kaart 2019

2.2

Huidige situatie

2.2.1 Omgeving Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Rozendaal. Het plangebied bevindt zich aan de noordzijde van de bebouwde kom. Het plangebied wordt grotendeels omzoomd door bos. Ten noorden van het plangebied bevindt zich landgoed Rozendael. De beoogde ontwikkeling aan de Beekhuizenseweg te Rozendaal bevindt zich in een open bosruimte aan een aftakking van de Beekhuizenseweg op de stuwwal. In deze bosruimte bevindt zich de Bistrobar Beaune, een appartementengebouw en een woongebouw. Op de locatie van het woongebouw wordt de hierboven genoemde ontwikkeling beoogd. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door een stuk bos welk door de Boerenallee wordt gescheiden van landgoed Rosendael. Aan de oost- en zuidzijde wordt het plangebied begrenst door bos. Aan de zuidzijde bevindt zich tevens een parkeerplaats. Ten westen van het plangebied bevindt zich een appartementengebouw en een horecagelegenheid.

8

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

De globale ligging van het plangebied binnen Rozendaal 2.2.2 Plangebied In het plangebied bevindt zich één woning. Ondergronds bevindt zich een oude wijnkelder. Hiernaast is binnen het plangebied ook een rijksmonument aanwezig. Het betreft hier een oude wagenschuur, vroeger behorende bij het hotel dat tegenwoordig is verdwenen. Verder is een groot gedeelte van het plangebied ingericht als tuin.

Luchtfoto van het plangebied

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

9

2.3

Planvoornemen

De wijzigingen van het voorliggende bestemmingsplan ten opzichte van het bestemmingsplan "Rozendaal 2019" zijn zeer beperkt. De bestaande woonfunctie en tuinfunctie zullen behouden blijven. Het binnen het plangebied aanwezige monument zal ook aanwezig blijven. De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe woning te bouwen. De huidige bestaande woning zal worden gesloopt en hiervoor in de plaats zal een nieuwe woning teruggebouwd worden. Tevens wil de initiatiefnemer de al aanwezige historische wijnkelder restaureren en weer in gebruik nemen. De nieuwe woning zal ten opzichte van de bestaande woning naar het oosten worden verplaatst. De woning zal middels een hal verbonden worden met de op het terrein aanwezige wagenschuur. Een deel van de wagenschuur is in dusdanig verval dat deze gesloopt zal worden. De westelijke zijde van de wagenschuur blijft met dit plan behouden en zal verbonden worden met de woning. Ten behoeve van het initiatief is tevens een inrichtingsplan opgesteld. Dit inrichtingsplan maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan en is als bijlage toegevoegd. Aan de realisatie van dit initiatief is de uitvoer van het landschappelijk inrichtingsplan als voorwaardelijke verplichting verbonden.

2.4

Landschappelijke inpassing

In het voortraject van het voornemen is een landschappelijke inpassing gecreëerd voor het voornemen. De landschappelijke inpassing is besproken en afgestemd met het samenwerkingsverband cultuurhistorie. Dit document is toegevoegd als Bijlage 1 bij deze toelichting. In de Nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Rozendaal is het voornemen gelegen binnen de zone 'Kasteeldorp'. Gedefinieerde landschappelijke kwaliteiten en uitgangspunten voor het plangebied zijn als volgt: De landschappelijke structuur wordt bepaald door de hoogteverschillen, de aanwezigheid van beek en waterpartijen en het contrast tussen de met bomen begroeide hellingen van de Koningsberg; De open, glooiende grasvelden in de dalen; De markante situering van vrij geplaatste bebouwing draagt bij aan de beleving van de hoogteverschillen; Behoud en herstel van landschappelijke elementen als houtwallen, lanen, haagjes en weilanden is het uitgangspunt; Duidelijk markeren van het onderscheid tussen openbaar en privégebied.

10

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

De toekomstige situatie zoals weergegeven in het landschappelijk inrichtingsplan

2.5

Wijzigingen bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan bevat ten opzichte van het bestemmingsplan "Rozendaal 2019" slechts beperkte wijzigingen. De binnen het plan toegekende functies en aanduidingen blijven ongewijzigd. Uitzondering hierop vormt het aanwezige bouwvlak. In het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019' bevindt zich aan de zuidwestzijde van het perceel een bouwvlak. In het voorliggende bestemmingsplan is dit bouwvlak verplaatst. Dit is gedaan om de bouw van de woning ten zuiden van de wagenschuur mogelijk te maken. Om de wijzigingen ruimtelijk en landschappelijk aanvaardbaar te maken is er een voorwaardelijke verplichting tot de uitvoer- en instandhouding van het bij het bestemmingsplan bijgevoegde landschappelijk inrichtingsplan opgenomen. Behalve de wijzigingen aan het bouwvlak en de toevoeging van een voorwaardelijke verplichting aan de planregels bevat het voorliggende bestemmingsplan geen wijzigingen ten opzichte van het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019'. Ter vergelijking zijn hieronder een afbeelding van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019' en de verbeelding van het plan 'Beekhuizenseweg 1a' toegevoegd.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

11

Uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019'.

12

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan 'Beekhuizenseweg 1a'

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

13

14

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, moet rekening worden gehouden met het beleid van de hogere overheden. Gezien de relatief kleinschalige ontwikkeling die in voorliggend bestemmingsplan wordt beoogd, wordt slechts kort ingegaan op het rijksbeleid, provinciale beleid en gemeentelijke beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: I. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. II. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. III. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locatie bevindt zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd.

De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden. De ontwikkeling is dusdanig kleinschalig, dat geen directe strijdigheden met het NOVI-beleid te verwachten zijn. De ontwikkeling zorgt bovendien voor een passende, toekomstbestendige ontwikkeling voor de locatie. Hiermee ligt het plan in lijn met de NOVI.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

15

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Rondom het plangebied zijn gronden gelegen behorend bij Natura 2000- en NNN-gebied. Op de ligging van het plangebied aangrenzend aan Natura 2000- en NNN-gebied wordt verder ingegaan in paragraaf 4.7 Ecologie'. De door het Barro beschermde belangen vormen geen beletsel voor de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan. 3.2.3 Waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Een ander belangrijk onderwerp in het rijksbeleid is duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water, die sinds 2000 van kracht is, speelt hierbij een belangrijke rol. De richtlijn moet er immers voor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2027 op orde is. Dit betekent dat de rijksoverheid streeft naar een watersysteem dat zoveel mogelijk de natuurlijke situatie (zonder ingrepen van de mens) benadert.

Het streven is onder andere gericht op het behouden en vergroten van de ruimte voor water, waar mogelijk vasthouden van water en verbetering van de waterkwaliteit. De waterbeheerders spelen hierbij een belangrijke rol.

Relatie met het plangebied In de ruimtelijke plannen, waaronder het bestemmingsplan, wordt een waterparagraaf opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan.

Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid. In de Waterwet is vastgelegd dat het rijk dit plan eens in de zes jaar opstelt. Het is de opvolger van de Vierde Nota waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan bevat tevens de stroomgebiedbeheersplannen die op grond van de Kaderrichtlijn Water zijn opgesteld. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens structuurvisie. De grondgedachte voor duurzaam waterbeheer wordt 'meebewegen met natuurlijke processen waar het kan, weerstand bieden waar het moet en kansen voor welvaart en welzijn benutten'. Voor een duurzaam en integraal waterbeleid is het belangrijk om waar nodig en mogelijk water de ruimte te geven en mee te bewegen met en gebruik te maken van natuurlijke processen, zoals dit bijvoorbeeld wordt toegepast bij Ruimte voor de Rivier. Het rijk vindt het daarbij van belang dat bij alle wateropgaven en -maatregelen maximaal wordt meegekoppeld met andere opgaven en maatregelen en dat problemen zo min mogelijk worden afgewenteld.

Relatie met het plangebied Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, Wet natuurbescherming, Erfgoedwet, Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk

16

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

4 nader worden ingegaan. 3.2.4 Rijksbeschermde historische buitenplaats Kasteel Rosendael Het perceel binnen dit plangebied maakt onderdeel uit van het Rijksbeschermde complex de Historische buitenplaats Kasteel Rosendael onder complexnummer 528473. Primair genieten het kasteelpark en het beekdal bescherming. Deze structuren zijn ook vastgelegd in de beschermde waarden van het beschermd dorpsgezicht ‘kasteeldorp’. Op de verbeelding is hiertoe de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie - beschermd dorpsgezicht Kasteeldorp’ opgenomen. Daarnaast valt het kasteelpark onder rijksmonumentale bescherming. Het kasteel en het omringende park is als rijksmonumentaal complex beschermd vanwege o.a. de bijzondere ligging tegen de Veluwewal en de vele waterpartijen: • Hoge kwaliteit van de aanleg en de complexonderdelen met onderlinge samenhang; • Grote invloed op aanleg van buitenplaatsen in de 17e, 18e en 19e eeuw; • Gaafheid van het complex; • Ouderdom van het complex.

Relatie met het plangebied De rijksmonumentale bescherming van de historische buitenplaats is buiten dit bestemmingsplan vastgelegd. Binnen het plangebied is het rijksmonument met monumentnummer 528483 gelegen. Dit rijksmonument maakt onderdeel uit van het beschermd complex. In paragraaf 4.9 wordt verder ingegaan op dit rijksmonument en de ligging binnen het rijksbeschermde historische buitenplaats Kasteel Rosendael.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Hiermee is de Omgevingsvisie uit 2014 komen te vervallen en wordt vooruitgelopen op de aankomende Omgevingswet. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. De provincie legt in deze visie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Om dit te bereiken worden zeven met elkaar samenhangende ambities nagestreefd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Een versnelde energietransitie gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Een op de toekomst toegerust klimaatbeleid (klimaatbestendig); Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Een voortvarend en innovatief circulair beleid zonder afval. Biodiversiteit: werken met de natuur en een beschermend beleid voor biodiversiteit. Bereikbaarheid: Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. Vestigingsklimaat: Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. Woon- en leefomgeving: Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat en anticiperend op ontwikkelingen.

Hoewel de Omgevingsvisie met deze ambities vooral een visie op hoofdlijnen betreft, is ook een vijftal wettelijke planfiguren in de Omgevingsvisie opgenomen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

17

Deze planfiguren waren ook al in de voorgaande Omgevingsvisie (vanaf 2014) opgenomen en worden daarmee gecontinueerd. Het gaat daarbij onder andere om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden, en de aanwijzing van locaties voor de mogelijkheden om zon en windenergie op te wekken. In dit kader zijn een viertal themakaarten opgesteld (Themakaart Ruimtelijk beleid, Themakaart Waterbeleid, Themakaart Milieubeleid en Themakaart Natuur- en landschapsbeleid) die bij de uitvoering van het provinciale beleid uit de Omgevingsvisie 2018 een belangrijke rol spelen. Het plangebied is gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone van het Gelders Natuurnetwerk. Over de implicaties van de ligging van het plangebied binnen de Groene ontwikkelingszone wordt verder ingegaan in 4.7.1. Gelet op deze conslusies, ligt het plan verder in lijn met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland; er wordt een toekomstbestendige ontwikkeling mogelijk gemaakt voor een bestaand woonperceel. 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening betreft de juridische vertaling van de provinciale omgevingsvisie en heeft als doel om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau.

De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie.

Relatie met het plangebied In relatie tot het voorliggende bestemmingsplan, waarin een actuele, overzichtelijke en uniforme juridische regeling voor zowel de kern Rozendaal (‘de kom’) alsook het buitengebied van de gemeente het uitgangspunt is, zijn vooral de (beschermings-)regels behorend bij de aspecten / kaarten ‘Natuur’, ‘Water- en milieu’, 'Erfgoed' en 'Regels veilige leefomgeving' van belang. Andere (ruimtelijke) aspecten uit de Verordening zijn niet in het geding, te meer omdat voorliggend bestemmingsplan vooral ook een conserverend karakter heeft en is afgestemd op de huidige (planologische) situatie. Natuur en landschap Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk maar wel van een groene ontwikkelingszone (GO). Dit betekend dat de instructieregel behorende bij deze zone voor dit bestemmingsplan in acht genomen dienen te worden. Kort samengevat bepaald de Omgevingsverordening dat: Artikel 2.52 (beschermen Groene ontwikkelingszone) Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. b.

de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en de samenhang niet verloren gaat.

Als bijlage bij dit bestemmingsplan is een landschappelijk inrichtingsplan toegevoegd. De uitvoer van dit langschappelijk inrichtingsplan is als voorwaardelijke verplichting aan de bouw van de woning verbonden. Middels dit landschappelijk inrichtingsplan worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van de groene ontwikkelingszonde versterkt zonder dat de samenhang hiervan verloren gaat. Met betrekking tot de ligging nabij GNN en Natura 2000 wordt verder ingegaan in par. 4.7.1 Dit onderdeel vorm geen beperking voor de uitvoer van het bestemmingsplan. Water- en milieu Het plangebied is gelegen nabij een waterwingebied. Rondom dit waterwingebied zijn in de verordening enkele zones aangeduid beschermd met beschermingszones die geleidelijk een minder strikt regime kennen.

18

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Het plangebied is gelegen binnen de zone die is aangeduid als ‘intrekgebied’. Binnen het intrekgebied is het niet toegestaan om werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeven van de winning van fossiele energie.

Uitsnede van ruimtelijke plannen.nl 3.3.3

Conclusie provinciaalbeleid

Bovengenoemde beschermingszones leveren op voorhand geen belemmering op voor voorliggend bestemmingsplan. Voor de volledigheid wordt gemeld dat de provinciale omgevingsvisie en -verordening een directe werking hebben. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning dient daarom ook aan de verordening getoetst te worden.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Integrale visie ruimtelijke ontwikkeling (2002) De ‘Integrale Visie Ruimtelijke Ontwikkeling’ is een integrale visie voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Rozendaal, zowel de kern als het buitengebied. Het behoud van het landschap van de bebouwde kern met zijn kenmerkende open plekken, de lanenstructuur, het beeldbepalende groen en de geaccidenteerdheid dient bepalend te blijven voor de verdere ontwikkeling van Rozendaal. Het behoud en mogelijke verbetering van de landschappelijke onderlegger geldt als voorwaarde en toetsingskader voor ontwikkeling en beheer. De kwaliteit van de woonbebouwing dient in stand te worden gehouden en waar mogelijk te worden verbeterd. Er is geen sprake van (grootschalige) uitbreiding van Rozendaal, maar alleen van twee mogelijke inbreidingslocaties. Ruimtelijke maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid worden niet beoogd. De huidige bedrijvigheid krijgt de kans om binnen bepaalde kaders te functioneren op de bestaande locaties. Het voorzieningenniveau binnen de gemeentegrenzen kan worden verbeterd (o.a. medische en welzijnsvoorzieningen). Met betrekking tot de infrastructuur is het beleid gericht op het beheer van de infrastructuur en de optimalisering van de (duurzame) verkeersveiligheid. Het voorgenomen plan past binnen de kaders van de Integrale visie ruimtelijke ontwikkelingen.

Er is geen sprake van een grootschalige uitbreiding. Binnen de planlocatie is een woning aanwezig. Deze woning wordt gesloopt en elders op het terrein wordt een nieuwe woning gerealiseerd. In het ontwerp is het monument

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

19

geïntergreerd zodat deze weer een functie krijgt en de instandhouding beter is gewaarborgd. Dit alles wordt landschappelijk ingepast. Hiermee wordt de kwaliteit van de bestaande woonbebouwing verbeterd. Het plan is in lijn met de Integrale visie ruimtelijke ontwikkeling. 3.4.2 Waterplan Rheden en Rozendaal (2005) De hoofddoelstelling van het Waterplan Rheden en Rozendaal is: “Afgestemd beleid en samenwerking op het gebied van water en riolering tussen de gemeenten, de waterschappen en andere partijen, zodat maatregelen worden gerealiseerd met een optimaal milieurendement tegen de laagste maatschappelijke kosten en met een zo groot mogelijk draagvlak”. Om dit te concretiseren zijn ambities aangegeven voor het waterbeleid. Deze ambities zijn gerangschikt onder de volgende acht thema’s: beperken verdroging, tegengaan wateroverlast, verbeteren oppervlaktewaterkwaliteit, zuinig omgaan met grondwater (kwaliteit en kwantiteit), beleven van water, adequate inzameling en transport afvalwater, ecologisch gezond water en natte landnatuur en water bij ruimtelijke inrichting. De belangrijkste maatregel uit het waterplan Rheden en Rozendaal behoort tot het thema verbeteren oppervlaktewaterkwaliteit. Het is een onderzoeks- /uitvoeringsmaatregel geïnitieerd vanuit het waterhuishoudingsplan.

3.4.3 Nota ruimtelijke kwaliteit gemeente Rozendaal In 2017 is de nieuwe nota Ruimtelijke kwaliteit vastgesteld, die de welstandsnota uit 2004 vervangt. Laatste was toe aan actualisatie, in verband met gewijzigde regelgeving (Wabo), de komst van nieuwe wetgeving (Omgevingswet), maar ook met een veranderende kijk op de toepassing van welstandstoezicht. Waar mogelijk krijgen burgers meer ruimte krijgen bij het realiseren van hun bouwplannen. Anderzijds wil de gemeente bestaande bijzondere ruimtelijke kwaliteiten en met name de cultuurhistorische waarden en identiteit, kunnen waarborgen. Dit vraagt om een welstandsbeleid op maat. Het vormt een toetsingskader voor de kleinere plannen, maar is tegelijkertijd een stimulerend kader voor de grotere ruimtelijke opgaven. Dit vraagt ook om integratie met landschaps- en monumentenbeleid, waarmee de nota Ruimtelijke Kwaliteit als het ware is getransformeerd naar een integrale ‘nota Ruimtelijke Kwaliteit’. Het welstandsbeleid – vastgelegd in de nota ruimtelijke kwaliteit is bedoeld om in alle openheid een bijdrage leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van Rozendaal. Met welstandstoezicht beschikt de gemeente als regisseur over een belangrijk wettelijk sturingsinstrument. Bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of het betreffende bouwwerk niet in strijd is met ‘redelijke eisen van welstand.

Hiertoe adviseert een onafhankelijke commissie – de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) van het Gelders Genootschap – aan het college van B&W. De nota Ruimtelijke Kwaliteit bevat richtlijnen en criteria waar aanvragen om omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen aan worden getoetst. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: • Criteria voor kleine bouwwerken; • Richtlijnen voor grotere bouwopgaven. In de nota wordt onderscheid gemaakt in een zevental deelgebieden. Naast een compacte beschrijving van de ruimtelijke situatie worden per deelgebied de kernkwaliteiten beschreven en de richtlijnen aangereikt. Afhankelijk van de kwetsbaarheid of juist draagkracht van een gebied, wordt meer vrijheid geboden of juist meer zorgvuldigheid gevraagd. Dit komt ook tot uitdrukking in de ambities, waarin een drietal niveaus gelden. De niveaus onderscheiden zich in de mate van vrijheid in de omgang met de bestaande stedenbouwkundige of landelijke structuur en architectuur. De volgende beleidsniveaus zijn van toepassing. 1. Keuze Verandering en handhaving van het (bebouwings)beeld zijn beide mogelijk, zowel naar structuur als naar

20

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

architectuur, maar altijd met behoud van stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden. 2. Respect Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw, landschap en architectuur worden gerespecteerd, én nemen ook de beeldbepalende elementen over. 3. Behoud (van toepassing bij beschermde monumenten en gebieden) Behoud en herstel van het aanwezige of oorspronkelijke bebouwingsbeeld en het versterken van de bestaande of historische karakteristiek van stedenbouw, architectuur, landschap of cultuurhistorie zijn uitgangspunt. De nota Ruimtelijke kwaliteit maakt vervolgens onderscheid in zeven deelgebieden in Rozendaal. Ieder met een eigen kernkwaliteit en verschijning. Binnen deze zeven deelgebieden is sprake van voorgaande beleidsniveaus.

Het plangebied ligt in het gebied 1 (Kasteeldorp). Tevens bevindt zich binnen het plangebied een rijksmonumentaal beschermd object. Bij de (bouw)vergunningverlening zal conform deze systematiek getoetst worden.

Advies Samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland Als onderdeel van de planvorming heeft het samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland een advies uitgebracht over de wenselijkheid van het initiatief. In haar advies spreekt het samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland zich positief uit over de ontwikkeling. De commissie benoemd een aantal positieve punten aan de ontwikkeling. In haar advies stelt het samenwerkingsverband dat de sloop van een deel van de wagenloods niet de voorkeur verdiend maar dat de commissie, dit gezien de staat van de loods zich wel voor kan stellen. Inmiddels is het betreffende deel van de loods, vanwege de genoemde slechte staat, echter ingestort. Geconcludeerd kan worden dat het Samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland positief tegenover het initiatief staat.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

21

3.4.4 Archeologie Met betrekking tot het onderdeel archeologie beschikt de gemeente Rozendaal over een eigen kaderbeleid, met in het verlengde daarvan een archeologische beleidsadvieskaart. Dit is opgenomen in de rapportage ‘Archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart gemeente Rozendaal 2018’ dat op 30 oktober 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een vlakdekkende kaart van archeologische waarden en verwachtingen opgesteld. Binnen het grondgebied van de gemeente zijn enkele terreinen met bekende archeologische waarden (Wettelijk beschermde archeologische monumenten, AMK-terreinen en dorpskern) aanwezig. Daarnaast worden twee archeologische verwachtingszones onderscheiden. Ook kunnen gebieden worden aangemerkt waarvoor geen archeologische verwachting geldt. Het betreft gebieden waar reeds archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en niets is aangetroffen, gebieden die zijn afgegraven of ontgrond. Aan de verschillende te onderscheiden gebieden met archeologische waarden of verwachtingswaarden is een diepte- en oppervlakte ondergrens gekoppeld. De verschillende (verwachtings)waarden uit het gemeentelijk archeologiebeleid in relatie tot het plangebied komt in paragraaf 4.8 van deze plantoelichting aan de orde.

3.4.5 Beschermde dorpsgezichten gemeente Rozendaal Het plangebied is gelegen binnen het beschermde dorpsgezicht 'Kasteeldorp'. Het doel van dit beschermde dorpsgezicht is de instandhouding van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het beschermd dorpsgezicht. Het dorpsgezicht bestaat uit de volgende waarden: Hoofdstructuur: a. De hoofdstructuur van Rosendael bevat: 1. 2. 3. 4. 5.

het lanenstelsel van de Rosendaalselaan en Kerklaan, zich voortzettend tot en met de Kapellenberg; het kasteelpark met de 18e eeuwse lanen en de 19e eeuwse parkaanleg in Engelse landschapsstijl; het bosgebied ten oosten van het Kasteelpark, met de Smidsberg en de begraafplaats; het open beekdal met het verloop van de Rozendaalse beek; de Koningsberg met het lanenstelsel uit de 18e en 19e eeuw.

Lineaire structuren: b. De lineaire structuren van Rosendael bestaande uit: 1. 2. 3.

het verloop, het profiel en de beplanting van de verschillende lanen; het zicht vanaf de Rosendaelselaan tot op de Torckschool en op de voormalige schoolmeesterwoning tegen de bosrand; het zicht naar en vanaf het logement op de Smidsberg.

Objecten en complexen: c. Van belang zijn de volgende objecten en complexen: 1.

2.

22

het bebouwingsbeeld: overwegend vrijstaande woningen op ruime kavels, waaronder een drietal grote villa's aan de Rosendaelselaan, de Torckschool en het huis Heuveloord, de historische dorpsbebouwing nabij de samenkomst van de Rosendaalselaan en Kerklaan en de verspreid gelegen bebouwing binnen het kasteelpark en direct ten oosten daarvan; de historische panden in het beekdal, waaronder het complex van voormalige wasserijgebouwen, waaraan de industriële betekenis die de Rozendaalse beek heeft gehad, als aandrijver van papier- en

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

watermolens, nog is af te lezen. Overig: d. Daarnaast zijn voor het karakter van het beschermd dorpsgezicht de volgende punten nog van belang: 1. 2.

het groene karakter van de voortuinen, het zicht door de voortuinen op de bebouwing, de lage hagen als erfafscheiding; de kunstmatig opgeworpen heuvels buiten het kasteelpark (Kapellenberg, Koningsberg), die uitkijkplaatsen vormden naar de kasteeltuin en naar de ruime omgeving en waarvandaan de hoogteverschillen sterk werden ervaren.

Het voorliggende bestemmingsplan bevat slechts onderschikte wijzigingen ten opzichte van het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019'. De regels ter bescherming van het beschermd dorpsgezicht in het voorliggende bestemmingsplan zijn overgenomen uit het bestemmingsplan 'Rozendaal 2019'. Hiermee wordt aangesloten bij het bestaande beleid van de gemeente Rozendaal omtrent het beschermde dorpsgezicht.

Advies Samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland Als onderdeel van de planvorming heeft het samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland een advies uitgebracht over de wenselijkheid van het initiatief. In haar advies spreekt het samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland zich positief uit over de ontwikkeling. De commissie benoemd een aantal positieve punten aan de ontwikkeling. In haar advies stelt het samenwerkingsverband dat de sloop van een deel van de wagenloods niet de voorkeur verdiend maar dat de commissie, dit gezien de staat van de loods zich wel voor kan stellen. Inmiddels is het betreffende deel van de loods, vanwege de genoemde slechte staat, echter ingestort. Geconcludeerd kan worden dat het Samenwerkingsverband cultuurhistorie Gelderland positief tegenover het initiatief staat.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

23

24

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten Randvoorwaarden In dit hoofdstuk wordt een aantal milieuonderwerpen en omgevingsaspecten toegelicht. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het een beschrijving in hoofdlijnen betreft, te meer omdat in voorliggend bestemmingsplan in hoofdzaak uitgegaan wordt van de bestaande (planologische) situatie. Voorliggend bestemmingsplan ziet slechts op de verplaatsing van het bouwvlak binnen de woonbestemming. Na een algemene beschrijving, gebaseerd op beleid en regelgeving, wordt voor elk onderdeel ingegaan op de relatie met het plangebied.

4.1

Bedrijven en milieuzonering (omgevingsanalyse)

4.1.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van niet-agrarische bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief: er kan gemotiveerd van worden afgeweken.

Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype "rustige woonwijk" of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een “rustig buitengebied”. Op basis van de ‘grootste afstand’ tot woonbebouwing zijn de bedrijven ingedeeld in categorieën. Deze worden weergegeven in de onderstaande tabel.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

25

4.1.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk. Weliswaar vindt er een verschuiving van het bouwvlak plaats maar de onderliggende bestemmingen blijven gehandhaafd. Er worden dus geen nieuwe (milieugevoelige)functies mogelijk gemaakt binnen het plangebied. Bovendien betekend de verplaatsing van het bouwvlak dat de afstand van de woning ten opzichte van het dichtstbijzijnde bedrijf (het nabijgelegen restaurant) wordt vergroot. 4.1.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor het plan.

4.2

Geluid

4.2.1 Beleid en regelgeving Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidsgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. In het kader van dit bestemmingsplan is alleen het aspect wegverkeer van belang. Er liggen in het bestemmingsplan of in de directe omgeving geen gezoneerde bedrijventerreinen of spoorwegen. Om deze reden wordt in paragraaf 4.2.2 ingegaan op het aspect wegverkeerslawaai 4.2.2 Geluid in relatie tot het plangebied Wegverkeerslawaai In de Wgh is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft (art. 74 lid 1). Een uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen in een 30 km/uur-zone of in een woonerf. De breedte van de geluidszones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van een weg. Zie de onderstaande tabel.

26

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Omliggende wegen bij het plangebied zijn 30 km/uur wegen. Hiermee ligt het plangebied niet binnen de geluidzone van een weg. 4.2.3 Conclusie In of nabij de planlocatie zijn geen doorgaande wegen, spoorwegen of bedrijven gevestigd. Omliggende wegen zijn 30 km/uur wegen. Het complex van woonzorgeenheden veroorzaakt geen geluidshinder. Derhalve is het aspect "geluid" geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1 Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Besluit niet in betekende mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.

Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

27

4.3.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan staat geen nieuwe woonfunctie toe. De bestaande woonfunctie wordt gehandhaafd. Het plan draagt daardoor 'niet in betekende mate' bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg gerekend tot een zogenoemd 'niet in betekende mate' project. Dit betekend dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wet luchtkwaliteit gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader en deze vormt geen beletsel voor het plan. 4.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het plan.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1 Beleid en regelgeving Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffer worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De risico's worden onderverdeeld in plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen.

Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal doden, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. 4.4.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Op basis van de landelijke risicokaart is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart met rood omcirkeld het plangebied opgenomen.

28

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Risicovolle inrichtingen Er zijn om de nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig, waarvan de risicocontouren het plangebied beïnvloeden Transportroutes gevaarlijke stoffen De afstand tot de meest nabij gelegen routes over de weg, het spoor en het water, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, is zodanig groot dat het plangebied niet wordt beïnvloed. Buisleidingen In of nabij het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen, waarvan de risicocontouren invloed hebben op het plangebied. Hoogspanningslijnen In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningsleidingen aanwezig. Dergelijke leidingen vormen daarom geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. 4.4.3 Conclusie Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

29

4.5

Bodem

4.5.1 Algemeen Het is wettelijk (via de bouwverordening) geregeld dat nieuwbouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om deze reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek (conform NEN5740) in beeld te worden gebracht. Als blijkt uit het onderzoek dat de bodem niet geschikt is dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd, om de bodem wel geschikt te maken. Voor verlening van een vergunning van de bouw van de woning zal een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. In het kader van dit bestemmingsplan kan een dergelijk onderzoek achterwege blijven nu de onderliggende bestemmingen van het plangebied ongewijzigd blijven. 4.5.2 Conclusie Een bodemonderzoek kan in het kader van dit bestemmingsplan achterwege blijven nu de onderliggende bestemmingen ongewijzigd blijven. Bij een nieuwbouwactiviteit zal een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. Als blijkt uit het onderzoek dat de bodem niet geschikt is dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd, om de bodem wel geschikt te maken. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.6

Water

4.6.1 Waterbeheer en plantoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Rozendaal is het waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk voor het waterbeheer. 4.6.2 beleidskader Eind jaren negentig vond er een omslag plaats in denken en beleid over de omgang met water.

In plaats van voort te borduren op het vertrouwde denken in waterbeheersing door technische ingrepen gericht op het veilig en snel afvoeren van water, kwam de nadruk te liggen op het aansluiten op de natuurlijke potenties van het landschap en het watersysteem. Bij dit nieuwe waterdenken staat duurzaamheid voorop. Daarmee wordt bedoeld dat er zo min mogelijk inspanningen van buitenaf nodig zijn om het watersysteem in stand te houden en overlast te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat natuurlijke processen zoals infiltratie en kwel, het zelfreinigende vermogen van waterlopen etc. worden hersteld. Externe negatieve effecten, zoals toename van verharding en riooloverstorten met afvalwater, worden voorkomen of gecompenseerd. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren dan ook beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's.

30

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

Europa Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal Nationaal waterprogramma 2022-2027 (NW); Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21); Nationaal bestuursakkoord Water (NBW); Deltaprogramma; Waterwet. Provinciaal Omgevingsvisie Gaaf Gelderland; Omgevingsverordening Gelderland. Regionaal/Lokaal Waterbeheerprogramma 2022-2027. De opdracht is te zorgen voor voldoende water, schoon water en voor veilig wonen en werken op de taakvelden watersysteem, waterketen en veiligheid. Het waterschap houdt daarbij rekening met agrarische, economische, ecologische en recreatieve belangen. Aandachtspunten zijn het verbeteren van ecologische en chemische waterkwaliteit (terugdringen van oppervlaktewatervervuiling) en het voorkomen van wateroverlast, waarbij rekening wordt gehouden met het veranderende klimaat. In zowel landelijk als stedelijk gebied kunnen ruimtelijke ontwikkelingen een positief maar ook een negatief effect hebben op het watersysteem. In het algemeen zoekt het waterschap naar duurzame oplossingen. Uitgangspunt is dat het water zoveel mogelijk binnen een plangebied wordt vastgehouden en dat relatief schoonwater ook relatief schoon blijft. Daarbij geldt dat het regenwater, dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is (zoals van gevels en daken), zoveel mogelijk wordt vastgehouden of wordt geborgen.

Het waterschap Rijn en IJssel is primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater. De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van grondwaterproblemen. 4.6.3 Water in relatie tot het plangebied Het plangebied is gelegen nabij het waterwingebied de Pinkenberg. Het plangebied zelf is gelegen binnen het intrekgebied die dit wingebied in brede context beschermd. Het plangebied grenst aan de in het vigerende bestemmingsplan aangewezen gebiedsaanduiding 'milieuzone - beschermingsgebied grondwater' maar ligt net buiten dit gebied. Het intrekgebied heeft geen directe ruimtelijke gevolgen en is niet in voorliggende bestemmingsplan opgenomen. Desalniettemin heeft de provinciale verordening te allen tijden een directe werking en vormt een toetsingskader bij eventuele vergunningverlening. Het rioleringsstelsel in Rozendaal is overwegend uitgevoerd als een gemengd stelsel. het afvalwater van de dorpskern wordt afgevoerd naar de waterzuiveringsinstallatie Nieuwgraaf. In de gemeente zijn alle overstorten opgeheven of gesaneerd.

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

31

Het is gewenst om afkoppeling van de hemelwaterafvoer van het riool te realiseren. Dat biedt de mogelijkheid om zoveel mogelijk (schoon) hemelwater via de bodem te laten infiltreren. De bodem is hier geschikt voor. Dit heeft echter wel gevolgen voor de toe te passen materialen bij het bouwen. Gebruik van zink, lood of andere uitlogende materialen dient zoveel mogelijk voorkomen te worden om vervuiling van de bodem en grondwater te voorkomen. In totaal zal de verharding binnen het plangebied door de voorgenomen ontwikkeling met 190m2 toenemen. Deze toename wordt veroorzaakt door de volgende ontwikkelingen: Het verharde oppervlakte ten behoeve van de woning bedraagt 120m2 en zal met deze ontwikkeling toenemen naar 175m2 (+55m2 ); De bestaande terrasverharding bedraagt 50m2 en deze zal toenemen naar 150m2 (+100m2 ); Het verharde oppervlakte ten behoeve van de wagenschuur neemt af met 65m2 en hiervan in de plaats word een pleinverharding van 100m2 gerealiseerd (+35m2 ); Het oppervlakte ten behoeve van de oprit en parkeerplaatsen blijft gelijk. In de nieuwe situatie zullen deze worden uitgevoerd in 100% waterpaseerbare verhardingen (+0m2 ). Infiltratie van hemelwater zal plaatsvinden aan de achterzijde van de woning via het hier gelegen terrein/gazon. De bodem ter plaatse van deze locatie bestaat uit grofkorrelig zand.

Hiermee heeft dit gebied ruim voldoende infiltratiecapaciteit om de binnen het plangebied extra te realiseren verharding op te vingen en te laten infiltreren in de bodem. 4.6.4 Conclusie Het bestemmingsplan maakt, binnen de bestaande bestemming, mogelijk dat de woning op een andere locatie gebouwd wordt. Hierbij is slechts beperkt sprake van toenemende verharding. In het waterhuishoudingsysteem zijn geen wijzigingen. het onderdeel water vormt geen belemmeringen voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.7

Ecologie

In de paragraaf natuur wordt toegelicht of wijzigingen binnen het plangebied mogelijk kunnen leiden tot overtreding van de natuurwetgeving. Dit wordt gedaan aan de hand van de bespreking van bescherming van gebieden en de bescherming van soorten. Het gebiedsbeschermingregime bestaat uit gronden behorend bij Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk 4.7.1 Gebiedsbescherming Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen beschermd Natura 2000-gebied. Wel is het plangebied omgeven door gronden behorend bij het Natura 2000-gebied 'Veluwe'. Het plangebied is tevens gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone en aangrenzend aan gronden behorend bij het Gelders Natuurnetwerk. 4.7.1.1 Natura 2000 Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen beschermd Natura 2000-gebied, te weten het grondgebied van de 'Veluwe'. De Veluwe is het grootste aaneengesloten bos van Nederland en bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. Het plangebied is gelegen aan de zuidelijke rand van de Veluwe, de Veluwezoom. Hoewel de begrenzing van het plangebied gelegen is binnen Natura 2000, vinden de beoogde ontwikkelingen plaats binnen een enclave die niet behoort tot Natura 2000.

32

bestemmingsplan Beekhuizenseweg 1a Rozendaal

4.7.1.2 Gelders Natuurnetwerk Het grondgebied van het Gelders Natuurnetwerk is geborgd in de Omgevingsverordening Gelderland. In de Omgevingsverordening Gelderland van 1 februari 2022 maakt het plangebied, waaronder het bouwvlak, grotendeels deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. Om het voornemen mogelijk te maken, heeft er herbegrenzing van het GNN-gebied binnen het plangebied plaatsgevonden, zoals weergegeven in Bijlage 3 van deze toelichting. Hiermee is binnen het bouwvlak enkel nog sprake van Groene ontwikkelingszone. Ontwikkelingen binnen de Groene ontwikkelingszone zijn mogelijk, zolang deze per saldo de kernkwaliteiten van het desbetreffende deelgebied van het Gelders Natuurnetwerk versterken. Het deelgebied waarin het plangebied is gelegen is het deelgebied 'Rozendaal - Beekhuizen'. Kernkwaliteiten voor dit gebied zijn als volgt: Onderdeel van grootschalig aaneengesloten gebied van droge, voedselarme bossen, zandverstuivingen en heide; hier vooral bos, grotendeels oude boskernen met overgangen naar de enk van Rheden; onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe; onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe met de bijbehorende habitats en soorten; oostelijk deel onderdeel van Nationaal Park Veluwezoom; beken met bijzondere fauna; groot wild: m.n.

edelherten, wilde zwijnen; leefgebied das; leefgebied kamsalamander; cultuurhistorische waarden van landgoederen Rozendaal en Beekhuizen (o.m. park, sprengen, lanen, ijskelder), oude ontginningen, hakhout, houtwallen en boerderijen; abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir; rust, ruimte, duisternis. In Bijlage 1 wordt toegelicht hoe de kernkwaliteiten van het deelgebied worden versterkt met het voornemen. Deze landschappelijke inrichting is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in dit bestemmingsplan, waarmee garant gestaan wordt voor uitvoering van deze versterking van kernkwaliteiten voor ingebruikname van het planvoornemen. Bureau Bleijerveld heeft in opdracht van Buro BOOT een Quickscan Wnb (d.d. 26 september 2022) uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rozendaal&id=aff83482-fbf5-4b02-89d4-8f79fd5ca0e4