CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Werkinstructie IND 2023 recht van de Europese Unie

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 1 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Overig30.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

HvJ EG 11 juli 2002, C-60/00, ECLI:EU:C:2002:434 (Carpenter), punt 30. HvJ EG 11 juli 2002, C-60/00, ECLI:EU:C:2002:434 (Carpenter), punten 28 en 29. 250 HvJ EG 11 juli 2002, C-60/00, ECLI:EU:C:2002:434 (Carpenter), punten 29 en 30. 251 HvJ EG 11 juli 2002, C-60/00, ECLI:EU:C:2002:434 (Carpenter), punt 39. 252 HvJ EU 12 maart 2014, C-457/12, ECLI:EU:C:2014:136 (S. & G.), punt 43. 253 ABRvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3172, r.o. 6.4. 254 ABRvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3172, r.o. 6.4. 255 HvJ EG 11 juli 2002, C-60/00, ECLI:EU:C:2002:434 (Carpenter), punt 46; HvJ EU 12 maart 2014, C-457/12, ECLI:EU:C:2014:136 (S. & G.), punt 44. 256 HvJ EG 19 januari 1999, C-348/96, ECLI:EU:C:1999:6 (Calfa), punt 16. 248 249

Pagina 50 van 54

Werkinstructie Strategie en Uitvoeringsadvies (SUA)

studie of zaken op reis begeven zijn te beschouwen als personen voor wie diensten worden verricht. 257 Op de Unieburger uit een andere lidstaat die in Nederland diensten ontvangt is Richtlijn 2004/38 van toepassing. De Nederlander die naar een andere lidstaat gaat om daar een medische behandeling te ondergaan, heeft in die andere lidstaat een recht om te verblijven gedurende drie maanden (artikel 8.11 Vb). Zijn derdelands familielid die hem daarbij vergezeld en in het bezit is van een geldig paspoort heeft eveneens een (afgeleid) verblijfsrecht. Een ontvanger van diensten bij een dienstverrichting van meer dan drie maanden wordt aangemerkt als een economisch inactieve Unieburger, zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 onder b Richtlijn 2004/38. Dus duurt de medische behandeling (de dienstverrichting) langer dan drie aaneengesloten maanden dan dient de Nederlander voor zichzelf en zijn familielid te beschikken over voldoende middelen van bestaan. In geval de Nederlander rechtmatig in de andere lidstaat verblijft op grond van artikel 7 van de richtlijn, kan zijn familielid bij terugkeer van de Nederlander naar Nederland een recht van toegang tot en verblijf in Nederland hebben. 258 De voorwaarden staan in hoofdstuk 5. 8.5 Duurzaam verblijfsrecht Unieburgers met een verblijfsrecht op 56 VWEU en 45 VWEU en hun familieleden kunnen in aanmerking komen voor duurzaam verblijf.

Wel geldt daarvoor de voorwaarde dat gedurende vijf onafgebroken jaren materieel moet zijn voldaan aan de voorwaarden van artikel 7 van Richtlijn 2004/38. Dit betekent dat er sprake dient te zijn geweest van vijf jaar rechtmatig verblijf als werknemer of zelfstandige of als economische inactieve met voldoende middelen van bestaan dan wel als familielid van zo’n persoon. Daarnaast dient uit de feiten en omstandigheden afdoende te blijken dat het verblijf van het familielid hier te lande een substantiële bijdrage heeft geleverd aan het ongehinderd uitoefenen van het vrij verkeer van diensten door de Unieburger.

HvJ EG 31 januari 1984, C-286/82, ECLI:EU:C:1984:35 (Luisi en Carbone), punt 16. ABRvS 12 november 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK3910, r.o. 2.6.2, 2.7.3 en 2.8.1. In die zaak was de Nederlander gedurende vijf maanden opgenomen in een ziekenhuis in België. Zijn echtgenote derdelander verbleef bij hem in België in een gastenverblijf voor familieleden van patiënten dat verbonden was aan het ziekenhuis. 257 258

Pagina 51 van 54

Werkinstructie Strategie en Uitvoeringsadvies (SUA)

9. GEVOLGEN VAN BREXIT OP HET VRIJ VERKEER 9.1 Gevolgen van Brexit Op 31 januari 2020 heeft het Verenigd Koninkrijk de EU verlaten (Brexit). Deze terugtrekking heeft plaatsgevonden op grond van het door de EU en het VK gesloten Terugtrekkingsakkoord. Door Brexit is de positie van Nederlanders in het VK veranderd. Ook de positie voor de Britten in Nederland is veranderd, omdat zij na Brexit niet meer zijn aan te merken als Unieburgers. Dit heeft ook gevolgen voor eventuele (derdelands) familieleden. In dit hoofdstuk worden deze gevolgen nader toegelicht. 9.2 Terugkerende Nederlanders uit het VK en hun familieleden In geval de Nederlander samen met zijn familielid in het VK verblijf heeft op grond van het Terugtrekkingsakkoord, overeenkomstig het recht van de Unie, behouden zij (overeenkomstig artikel 14 van de richtlijn) dat verblijfsrecht zolang zij blijven voldoen aan de voorwaarden als vermeld in artikel 7, 12 en 13 van de richtlijn.

Voor een uit het derde land afkomstig familielid van een Nederlander ontstaat bij terugkeer naar Nederland uit het VK een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 21 VWEU als: De Nederlander en het familielid voldoen aan de voorwaarden genoemd in B10/2.2 Vc ‘Verblijfsrecht familielid bij terugkeer Nederlander na gebruik van recht op vrij verkeer’; De Nederlander vóór of op 31 december 2020 in het VK woonachtig was; Er is sprake van een familielid dat vóór of op 31 december 2020 reeds familielid is van de Nederlander en waarbij ook daarna (op het moment dat het derdelands familielid zich bij de Nederlander in het VK voegt en na terugkeer in Nederland) sprake is van een bestendigde familierechtelijke relatie met de Nederlander. Als de Nederlander en het derdelands familielid gedurende het verblijf in het VK afwezig zijn uit het VK en nog geen duurzaam verblijf hebben opgebouwd, eindigt het verblijfsrecht in principe na zes maanden afwezigheid. Is sprake van afwezigheid overeenkomstig artikel 16 lid 3 Richtlijn 2004/38 dan doet die afwezigheid het verblijfsrecht in het VK niet verloren gaan en heeft het evenmin gevolgen voor de afgeleide rechten van het derdelands familielid na terugkeer in Nederland.

In het geval de Nederlander en diens derdelands familielid in het VK duurzaam verblijf hebben op grond van artikel 15 van het Terugtrekkingsakkoord, gaat dit duurzaam verblijfsrecht en de afgeleide rechten van het derdelands familielid gedurende het verblijf in het VK, slechts verloren bij een afwezigheid van vijf achtereenvolgende jaren. 259 Voor de voorwaarden die gelden voor de terugkeer naar Nederland op grond van de Europaroute, zie paragraaf 5.2.4. 9.3 Britse grensarbeider Een Britse grensarbeider heeft zich niet gevestigd in Nederland. In zo’n geval valt enkel een economische activiteit in overeenstemming met artikel 45 VWEU (vrij verkeer van werknemers) of artikel 49 VWEU (vrij verkeer van vestiging) onder de reikwijdte van het Terugtrekkingsakkoord. 260 Dit betekent dat Britten enkel hun grensarbeid op grond van het Terugtrekkingsakkoord kunnen voortzetten als hun economische activiteit hieronder valt en zij voor 1 januari 2021 als grensarbeider in Nederland werkzaam waren.

Artikel 9 onder B en artikel 15 lid 3 Terugtrekkingsakkoord Werkzaamheden op grond van het vrij verkeer van diensten (artikel 56 VWEU) vallen daarmee niet onder het Terugtrekkingsakkoord. Britse gedetacheerden/dienstverrichters komen daarom niet in aanmerking voor het document ‘grensarbeider’ zoals bedoeld in B13/4 Vc. 259 260

Pagina 52 van 54

Werkinstructie Strategie en Uitvoeringsadvies (SUA)

Hieronder worden verschillende economische activiteiten beschreven die vallen onder artikel 45 en 49 VWEU en dus onder het Terugtrekkingsakkoord. Voor de overige voorwaarden: zie B13/4 Vc. 9.3.1 Economische activiteit in Nederland als zelfstandige Als de Brit als zelfstandige in Nederland is gevestigd en de werkzaamheden reëel en daadwerkelijk van aard zijn, is voldaan aan artikel 49 VWEU. Een Brit die als zelfstandige in het VK is gevestigd en van daaruit diensten in Nederland verricht valt niet onder het Terugtrekkingsakkoord. 9.3.2 Economische activiteit in Nederland als werknemer De werknemer verricht een economische activiteit in Nederland bij een in Nederland gevestigd bedrijf Als sprake is van een arbeidsovereenkomst met een in Nederland gevestigde werkgever is voldaan aan artikel 45 VWEU. Is de arbeidsovereenkomst gesloten met een in het VK gevestigde werkgever en worden op basis van die arbeidsovereenkomst ook werkzaamheden in Nederland uitgevoerd, dan zijn de in Nederland uitgevoerde werkzaamheden alleen in bepaalde gevallen in overeenstemming met artikel 45 VWEU. Het arbeidscontract (of opdrachtbrief, overplaatsingsbrief, werkgeversverklaring) moet in dat geval helderheid geven over hoe het deel van de werkzaamheden dat in Nederland wordt uitgevoerd contractueel is geregeld.

Er moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: Het betreft structurele/niet-tijdelijke werkzaamheden die gedurende (vrijwel) de gehele looptijd van het arbeidscontract in Nederland worden uitgevoerd. Dus niet slechts voor een beperkte kalenderperiode daarbinnen. De werkzaamheden in Nederland met een zekere regelmaat worden uitgevoerd. Er moet sprake zijn van een steeds weer terugkerend patroon wat betreft hoe vaak en wanneer de Britse grensarbeider in Nederland werkzaam is. Er moet sprake is van reële en daadwerkelijke arbeid gedurende de volledige werkzaamheden van het arbeidscontract. De werknemer verricht een economische activiteit in Nederland via een uitzendbureau Bij werkzaamheden via een uitzendbureau zijn de werkzaamheden enkel in de volgende situaties in overeenstemming met artikel 45 VWEU: De Britse grensarbeider werkt via een in Nederland gevestigd uitzendbureau voor een in Nederland gevestigde inlener. In dit geval is er sprake van een arbeidscontract met een in Nederland gevestigde werkgever. De Britse grensarbeider werkt via een in het VK gevestigd uitzendbureau voor een in het VK gevestigde inlener, maar de Britse grensarbeider verricht als onderdeel van zijn contract op reguliere en stabiele basis werkzaamheden voor een vestiging van de inlener in Nederland.

De werknemer verricht een economische activiteit in Nederland via een payrollbedrijf Bij payroll neemt het payrollbedrijf het juridisch werkgeverschap over van het bedrijf waar de medewerker zijn werkzaamheden uitvoert. De werknemer staat dan op de loonlijst van het payrollbedrijf en wordt tewerkgesteld bij het inlenende bedrijf. Het inlenende bedrijf is de feitelijke werkgever. Bij werkzaamheden via een payrollbedrijf zijn de werkzaamheden in overeenstemming met artikel 45 VWEU als de feitelijke werkgever in Nederland is gevestigd. Hiervan is sprake als: De Britse grensarbeider wordt via een in Nederland of in het VK gevestigd payrollbedrijf bij een in Nederland gevestigde werkgever tewerkgesteld. De Britse grensarbeider werkt via een in het VK gevestigd payrollbedrijf bij een in het VK gevestigde werkgever, maar verricht als onderdeel van zijn contract op reguliere en stabiele basis werkzaamheden voor een vestiging van de Britse werkgever in Nederland Pagina 53 van 54

Werkinstructie Strategie en Uitvoeringsadvies (SUA)

9.4 Brexit verblijfsaanvragen na 1 oktober 2022 Verblijfsaanvragen op grond van het Terugtrekkingsakkoord die op of na 1 oktober 2022 zijn ingediend, worden enkel inhoudelijk beoordeeld als is aangetoond dat er een verschoonbare reden voor niet-tijdige indiening is. 261 Hierbij dienen – indien van toepassing – de volgende stappen gevolgd te worden: 1) Moet er een gegronde reden voor niet-tijdige indiening van de aanvraag zijn? o Wanneer de Brit (of het familielid) al vóór 1 januari 2021 in Nederland woonde en op of na 1 oktober 2022 een Brexit-aanvraag indient, moet er een gegronde reden zijn voor de niet-tijdige indiening. o Wanneer het familielid ná 31 december 2020 Nederland is ingereisd geldt dat er sprake moet zijn van een gegronde reden voor de niettijdige indiening als de aanvraag zowel na 30 september 2022 als buiten de termijn van drie maanden na inreisdatum is ingediend. 262 2) Is er een situatie zoals bij stap 1 en is er een gegronde reden voor niet-tijdige indiening? Het is belangrijk om te weten of de niet-tijdige indiening van de Brexit verblijfsaanvraag niet is toe te rekenen aan de aanvrager. Hierbij dienen alle relevante feiten en omstandigheden te worden betrokken.

263 Uit de beoordeling moet blijken of de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van een situatie van overmacht waardoor in alle redelijkheid de aanvraag onmogelijk eerder ingediend kon worden. 264 3) Toets aan de verdere inhoudelijke verblijfsvoorwaarden. 265 Zie hiervoor hoofdstuk B13/2 of B13/3 Vc 266.

B13 Vc. Nareizende familieleden, waarvan de familieband met de Brit al vóór 1 januari 2021 bestond en nog steeds bestaat, kunnen in alle gevallen binnen drie maanden na inreisdatum tijdig een aanvraag indienen. Dit geldt dus ook als de inreisdatum na 30 september 2022 ligt. Als de aanvraag na 30 september 2022 na het verstrijken van die drie maanden wordt ingediend geldt ook voor hen dat sprake moet zijn van een gegronde reden voor de te late indiening. 263 Wanneer de aanvrager niet gelijk bij indiening van de Brexit-aanvraag de reden voor de te late indiening heeft overgelegd, wordt herstel verzuim geboden voor vier weken om alsnog de reden(en) te overleggen. 264 Vakantie, detentie, nalatigheid van de aanvrager of het niet hebben ontvangen of kennis hebben genomen van de uitnodigingsbrief van de IND (zonder dat is aangetoond dat dit niet aan de aanvrager te wijten is) zijn geen gegronde redenen. Een gegronde reden is in ieder geval een familielid van een Brit die is achtergelaten en zich zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid heeft gewend. 265 Wanneer er op 1 januari 2020 verblijfsrecht was op grond van artikel 6 richtlijn dient uiterlijk op 31 maart 2021 voldaan te zijn aan de voorwaarden van artikel 7 Richtlijn 2004/38.

266 Wanneer er een belangenafweging moet worden gedaan bij een Brit geldt en de Brit tijdens het verblijf in Nederland gedurende een periode van vijf jaar of langer een bijstandsuitkering heeft ontvangen, zonder dat de mogelijke verblijfsrechtelijke gevolgen daarvan aan hem kenbaar zijn gemaakt, dient deze omissie van de overheid bij de belangenafweging als zwaarwegende omstandigheid in het voordeel van de Brit te worden meegewogen. 261 262

Pagina 54 van 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c5c7902a-1ee7-4736-afce-f9c7db55746c