CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreekbijdrage van mevr Derksen Vaste gast - toekomst van de vaste gast - bijlagenrapport CELTH, februari 2016

zzz Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2018-2022) 14 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 2.05.07 Nagekomen stukken van insprekers:20.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TOEKOMST VAN DE VASTE GAST BIJLAGE

Toekomst van de vaste gast Bijlagenrapport

© CELTH, 2015 Vlissingen, december 2015 Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door financiële bijdragen van NBTC Holland Marketing, Marketing Oost, Provincie Gelderland en Provincie Zeeland; met medewerking van RECRON en HISWA. Auteurs: Jorrit Bijl, Wies Buysrogge, Enno van der Graaf, Esther Groenendaal, Diana Korteweg Maris, Francis Neijenhof, Albert Postma, Margreet Toonen en Carmen Willemsen

1

Inhoudsopgave 1

Aanpak Onderzoek ....................................................................................................................... 3

2

Literatuuronderzoek ..................................................................................................................... 5

3

Resultaten interviews ................................................................................................................... 9

4

Resultaten enquête .................................................................................................................... 18

5

Marktomvang vaste gast ............................................................................................................ 30

6

Accommodatie-aanbod vaste gast ............................................................................................. 36

7

Economische impact ................................................................................................................... 42

8

Topiclist interviews - Toekomst van de vaste gast ..................................................................... 52

9

Vragenlijst enquête..................................................................................................................... 55

10

Deelnemers workshop ‘Toekomst van de vaste gast’ ................................................................ 63

Literatuurlijst......................................................................................................................................... 64

2

1 Aanpak Onderzoek In deze bijlage wordt de aanpak van het onderzoek toegelicht. Voor iedere fase wordt de gebruikte onderzoekstechniek uitgelegd.

Fase 1 literatuuronderzoek & deskresearch Fase 1 van de onderzoeksmethode stond in het teken van een verkenning van bestaande literatuur over de vaste gast. Hierbij is vooral gekeken naar (internationale) wetenschappelijke literatuur. De veelal uit Noordwest-Europa afkomstige onderzoeken over tweede woningbezitters en stacaravanhouders bieden inzicht in de activiteiten, motivatie, uitgaven en waardering van de vaste gast. Uiteindelijk hebben deze inzichten geleid tot het kader van het onderzoek en een voorlopige definitie van de vaste gast.

Fase 2 Veldonderzoek Interviews Middels 19 semigestructureerde diepte-interviews is een beter beeld verkregen van de vaste gast in Nederland. Respondenten zijn via de sneeuwbalmethode benaderd, waarbij de selectie heeft plaatsgevonden op basis van type accommodatie, leeftijd (levensfase) en regio. Met deze aanpak is het mogelijk om meer details te ontdekken met betrekking tot motivaties, uitgaven en toekomstplannen. De topiclist voor de interviews is gebaseerd op de uitkomsten van fase 1 (het literatuuronderzoek). De interviews vonden plaats bij de respondent thuis of op het vakantieverblijf. De interviews duurden gemiddeld ongeveer 1,5 uur en werden opgenomen met een voicerecorder. Kort na het interview is door de interviewer een kort verslag geschreven. Bevindingen die buiten de vooropgestelde topics vielen werden apart genoteerd. Online enquête De bevindingen uit voorgaande fasen zijn middels een online enquête getoetst onder vaste gasten. Vragen hebben betrekking op de motivatie, het bezit van de accommodatie, waardering van omgeving en park/haven, uitgaven, toekomstplannen en persoonlijke situatie. De vragenlijst is ontwikkeld op basis van o.a. vragenlijsten van Bureau Stedelijke Planning (De Nederlandse markt voor recreatiewoningen), Kenniscentrum Kusttoerisme (uitgaven, activiteiten) aangevuld met vragen uit de wetenschappelijke literatuur en interviews.

Tevens is er gebruik gemaakt van de BSR leefstijlvragen van Smartagent Marketrespons. Respondenten zijn geworven via ondernemers en verschillende digitale media. Hierbij is gebruik gemaakt van nieuwsbrieven van HISWA, RECRON en bladen als Yacht en Zeilen. Gezien de beperkte respons van ondernemers via bovenstaande kanalen zijn ondernemers ook rechtstreeks benaderd om de vragenlijst uit te zetten onder haar vaste gasten. Ondernemers ontvingen vervolgens een voorbeeld emailbericht met de link naar de vragenlijst. De vragenlijst was zowel in het Nederlands als Duits beschikbaar. Ruim 2800 respondenten zijn begonnen aan de vragenlijst, uiteindelijk hebben 1586 respondenten de vragenlijst volledig ingevuld. De resultaten zijn veelal beschrijvend gepresenteerd. Alleen indien er significante verschillen waren tussen leefstijlen, stedelijkheid, accommodatietypen of andere kenmerken (stedelijkheid) zijn deze benoemd.

3

Omvang markt Op basis van de informatie zijn vervolgens middels deskresearch de omvang en ontwikkelingen van de vaste gast en haar accommodatie in beeld gebracht. Niet alleen is er gekeken naar de vraag, maar eveneens naar de omvang van het aanbod. Economische impact Op basis van de uitkomsten van het deskresearch en de enquête is de economische impact van de vaste gast geanalyseerd. Hierbij is gebruik gemaakt van het input/output model. Dit IO-model laat zien in welke sectoren de effecten van elke bestede euro terecht komen, uitgedrukt in output, toegevoegde waarde en sectoren. Het voordeel van dit model is dat het behalve de directe ook de indirecte effecten van de vast gast inzichtelijk maakt.

Fase 3 Scenarioplanning Om als overheid en ondernemer in te kunnen spelen op de markt van de vaste gast van 2025 is er gebruik gemaakt van scenarioplanning. Middels een workshop met zowel beleidsmedewerkers, belangenorganisaties, experts als ondernemers zijn een viertal scenario’s ontwikkeld. Op basis van een gezamenlijk analyse van het externe krachtenveld en de meest invloedrijke ontwikkelingen1 in de periode tot 2025 zijn de ‘driving forces of change’, waarvan de meeste invloed wordt verwacht en die tegelijkertijd het meest onzeker zijn, benoemd. Deelnemers hebben deze vervolgens gegroepeerd in thematisch consistente clusters (scenario’s). Op basis van de scenario’s zijn er mogelijke strategische keuzes en relevant geachte product-markt combinaties uitgewerkt.

1 Demografische, economische, sociale, technologische, ecologische en politiek-institutionele factoren

4

2 Literatuuronderzoek Deze bijlage schetst op basis van (wetenschappelijke) literatuur de bestaande internationale kennis over de vaste gast. De onderzoeken zijn veelal afkomstig van Scandinavische of Amerikaanse bodem en gericht op een specifiek type accommodatie. De kennis is (hier nog) niet vertaald naar de Nederlandse situatie van de vaste gast. Desalniettemin tonen de resultaten van deze onderzoeken interessante invalshoeken en benaderingen met betrekking tot de motivatie, activiteiten en uitgaven van de vaste gast. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een voorlopige definitie van de vaste gast.

Kenmerken vaste gast Vaste gasten hebben een vaste verblijfplaats op een plek anders dan hun woonplaats; een tweede woning of een vaste ligplaats voor hun boot. Deze plaats is tweede in rang als het gaat om bewoning, het eigen (of eerste) huis (huur of koop) vormt de hoofdplek. Uit veel onderzoeken blijkt dat vaste gasten zich in een specifieke levensfase bevinden. Zo zijn met name pensionada in het bezit van een tweede woning. Ook Dijst et al (2005) tonen in hun onderzoek dat, - hoewel het tweede huis vaak al was aangekocht vóór de pensionering- in Nederland de helft van de onderzochte populatie gepensioneerd is (Dijst, Lanzendorf, Barendregt, & Smit, 2005). Dit komt overeen met onderzoeken elders in Europa (Oxley, 2008; Paris, 2008b In: Norris en Winston, 2010) waar met name koppels van middelbare leeftijd eigenaren zijn van een tweede woning. De studie van Dijst et al. (2005) in Nederland duidt bovendien dat, na de gepensioneerde koppels, de grootste groep tweede huis bezitters ouders met (jonge) kinderen zijn. De financiële middelen en de aankoop van de tweede woning zijn volgens verschillende onderzoekers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al sinds de jaren 70 is er een wijdverbreide consensus over het belang van welzijn voor de aankoop van een tweede huis. Het debat rond de verschillende dimensies van welzijn (inkomen versus bezit) is echter tot op heden springlevend.

Nuance wordt hierin aangebracht door Gallent en Tewdwr-Jones (In: Norris en Winston, 2010) en Dijst et al (2005) die beweren dat het beschikbaar inkomen in West-Europa zodanig gestegen is dat tweede woningbezit allang niet meer alleen voor de welgestelden is. Zij maken aannemelijk dat een tweede woning voor alle lagen van de bevolking betaalbaar is: het conventionele huis voor de hogere inkomensklassen en een caravan of stacaravan voor de lagere inkomenscategorie. Hoge inkomens hebben wel meer mogelijkheden om een tweede huis aan te schaffen dan lagere inkomensgroepen.

Motivatie De vaste gast heeft een sterke behoefte aan rust en aan het ontsnappen aan de dagelijkse verplichtingen (Jaakson, 1986; Quinn, 2010; Quinn, 2004). Met daarbij een sterke hang naar familie en natuurrijke omgeving. Deze motivatie hangt nauw samen met de primaire woonomgeving van de vaste gast. Volgens Norris en Winston is de compensatietheorie van toepassing op de vaste gast. De theorie duidt op het willen compenseren van tekortkoming van de primaire woning zoals bijvoorbeeld de drukte door omwonenden of verkeer, gebrek aan privacy, beperkte grootte van de woning of problemen in de buurt. Dijst en Vermeulen (In: Norris en Winston, 2010) hebben in 1999 een onderzoek verricht in Nederland waaruit bleek dat mensen met een grote tuin bij hun eerste woning minder geneigd zijn in een tweede woning te investeren dan mensen met een kleine of geen tuin. Type woning (vrijstaand huis / appartement), locatie van het huis en de perceptie van ‘ruimte’ zijn hierbij leidend. In een latere studie (2005) claimen Dijst et al. dat in Nederland een gebrek aan vrijetijdsbestedingsmogelijkheden in de nabijheid van de eerste woning een reden is voor de aankoop van een tweede huis. Betreffende locatie en regio hebben Norris en Winston de mate van

5

verstedelijking van het gebied waar het eerste huis staat, en de mate van toegankelijkheid van het platteland eveneens in acht genomen. Toch is de relatie tussen de primaire woonomgeving en de vaste vakantieomgeving iets wat dubbelzinnig. Vaste gasten zoeken verschillen tussen beide leefomgevingen, maar hebben ook sterk de behoefte naar veiligheid en bekendheid, waardoor de verschillen tussen beide omgevingen niet te groot moeten zijn (Ryan in Quinn, 2010). Men zoekt minimale verschillen waardoor ze wel een veilige en bekende omgeving aantreffen die tegelijkertijd de rust biedt. De afstand tussen beide omgevingen geldt als belangrijke factor in de keuze van de vaste vakantiebestemming. De vaste gast moet snel van haar primaire woonomgeving kunnen reizen naar de vaste vakantiebestemming. Een andere belangrijke factor om een vaste vakantiewoning aan te schaffen zijn de geluksmomenten uit het verleden. (Quinn, 2010).

Gebruik Volgens Jaakson (in Quin,2010) maken vaste gasten veelvuldig gebruik van de accommodatie. Het is onderdeel geworden van het dagelijkse leven. Men bezoekt, mede door hun mobiele en flexibele leefstijl, vaak vanaf Pasen tot en met eind oktober de verblijfsaccommodatie. Wanneer en hoe vaak de vaste gast gebruik maakt van de verblijfsaccommodatie is mede afhankelijk van de levensfase waarin de vaste gast zich begeeft. Pensionada en jonge families verblijven een langere periode dan families met pubers die vooral in de weekenden gebruik maken van de accommodatie. Vaste gasten vinden het verhuren van de accommodatie aan ‘vreemden’ geen prettig vooruitzicht. Zij ervaren het als een inbreuk op de privacy. Ook het niet gebruiken van de accommodatie ervaren vaste gasten als niet prettig. Veel vaste gasten voelen zich verplicht om vaak en regelmatig gebruik te maken van de verblijfsaccommodatie. Vaste gasten zien daarentegen het verblijf niet als vakantie en zichzelf niet als toerist. Naast het verblijf in de vaste verblijfsaccommodatie gaat de vaste gast ook nog op andere vakanties (Quinn, 2010).

Activiteiten Afhankelijk van de vakantieomgeving gaan vaste gasten o.a. wandelen, watersporten en maken verschillende dag uitstapjes, maar in sommige opzichten wijkt de vaste gast af van de ‘reguliere’ toerist. De vaste gast onderneemt veelal dezelfde activiteiten op de vakantie- als in de woonomgeving. Toch ervaren vaste gasten deze activiteiten anders. Er is namelijk, doordat het een lagere prioriteit heeft dan thuis, geen sprake van een strakke en georganiseerde planning. Dagelijkse activiteiten als koken, boodschappen en klussen zijn gesimplificeerd, vaste gasten nemen er meer tijd voor om gezamenlijk (vrienden/familie)van deze activiteiten te genieten. Volgens Pitkanen et al. maakt de vaste gast slechts vaag onderscheid tussen werk en vrije tijd, productie en consumptie. Activiteiten gaan in elkaar over, overlappen elkaar en worden niet als werk ervaren. Tijdens het verblijf op de vaste verblijfsplaats staat de familie voor de vaste gast centraal. Ze hebben meer tijd voor elkaar, gaan op een relaxtere manier met elkaar om, zonder rigide routines. Hierbij waardeert de vaste gast de kleine rituelen en (familie) tradities. In veel gevallen zijn er meerdere generaties van de familie aanwezig.

Ook vrienden worden regelmatig uitgenodigd in het vaste vakantieverblijf, waarbij in het geval van kinderen regelmatig voorkomt dat zij vriendjes en vriendinnetjes vanuit huis uitnodigen. De relatie met de ‘buren’ in de vakantieomgeving verschilt enorm, enerzijds biedt de vakantieomgeving veel ruimte om snel even met elkaar een praatje te maken of gezamenlijk te barbecueën, anderzijds zijn er ook vaste gasten die niet de behoefte hebben aan intensief contact met de omgeving (Quinn,2010).

6

Waardering Onderzoeken (Jorgensen en Stedman (2001), Matarrita, Stedman en Luloff (2010)) duiden op een hoge mate van positieve en intense gevoelens en perceptie van de vaste gast voor hun eigendom. Verder illustreren zij het grote belang van de omgeving in de waardering van het tweede huis. Waar de lokale bevolking juist een economisch belang heeft bij de ontwikkeling van het woongebied, heeft de tweede woningbezitter een meer conservatieve houding en streeft naar een natuurlijke ontwikkeling van het gebied. Mensen identificeren zich, hechten zich en laten in sommige gevallen zelfs hun gevoel van geluk afhangen van het vaste vakantieverblijf. ‘Thuis’ is in deze context een belangrijk concept. Vaste gasten voelen zich niet zozeer toerist, maar voelen zich thuis op hun vaste vakantieomgeving. Het zich ‘thuis’ voelen op een plek is niets meer of minder dan de betekenis die eraan gegeven wordt. Bovendien, beweert Torkington, geeft niet alleen het individu betekenis aan de plaats, maar kan de plaats ook het individu vormen. De wederzijdse relatie tussen plaats en individu noemt ze plaats-identiteit (place identity), een begrip dat een gevoel van ‘thuis’, of ‘ergens thuis horen’ bewerkstelligt. Het geeft weer wie we zijn, of hoe we ons voelen.

Uitgaven Diverse onderzoeken besteden aandacht aan de uitgaven van een vaste gast. Zoals vaak wordt beweert zijn de dagelijkse uitgaven van de vaste gast volgens de case studie van Mottiar beduidend lager dan gasten die voor een ‘normale’ vakantie verblijven in een bungalow. Dagelijkse uitgaven worden in dit geval onderverdeeld in de volgende categorieën; dagelijkse boodschappen, overige aankopen in winkels, eten en drinken buitenshuis, entree/ toegang voor activiteiten en overige kosten. Het type accommodatie blijkt uit het onderzoek een belangrijke indicator te zijn voor uitgaven. Loyale toeristen (waaronder ook de vaste gast vallen) zijn volgens Petrick prijsgevoeliger. Zo besteden vaste gasten verhoudingsgewijs minder geld aan eten en drinken buitenshuis. Daarentegen geven zij meer geld uit aan boodschappen bij lokale supermarkten. Wel zijn de boodschappen, zoals brood, melk en kranten, die de vaste gast koopt vergelijkbaar met andere type toeristen (Müller, 1999). Ondanks het feit dat vaste gasten per dag minder geld besteden, spendeert de vaste gast veel tijd in de regio. Zij zorgen volgens Mottiar voor een bepaalde continuïteit en maakt regio’s minder seizoensgebonden. Ook de jaarlijkse uitgaven dienen volgens Muller mee te worden gerekend.

Dit zijn behalve kosten als huur, hypotheek, belasting, verzekeringen, ook uitgaven als, onderhoud, inrichting interieur, afval, gas, water en elektriciteit. Deze uitgaven meegerekend besteden 1000 vaste gasten volgens Mottiar op jaarbasis evenveel als 7000 ‘reguliere’ toeristen (Mottiar, 2006).

7

Resumé Op basis van bestaande onderzoeken, veelal gericht op tweede woningbezitters en buitenlandse situaties, kan resumerend vastgesteld worden dat de volgende zaken van belang zijn met betrekking tot de vaste gast.   

   

Tweede woningbezitters bevinden zich veelal in een specifieke levensfase. Zij zijn of gepensioneerd of hebben een gezin met jonge kinderen. Men heeft een drang naar rust, ruimte en wil zich onttrekken aan dagelijkse verplichtingen. Deze motieven komen voort uit de tekortkomingen in de verstedelijkte primaire woonomgeving. Men wil op korte afstand deze tekortkomingen compenseren in het vaste vakantieverblijf. Er wordt gezocht naar minimale verschillen op relatief korte afstand waardoor ze wel een veilige en bekende omgeving aantreffen die tegelijkertijd rust verschaft. De verblijfsduur en –frequentie varieert van enkele korte weekendjes tot meer lange vakanties, dit is mede afhankelijk van de levensfase waarin men zich begeeft. De positieve gevoelens (veilig, huiselijk) jegens de vakantiewoning maakt dat de vaste gast zich thuis voelt en graag de omgeving wil behouden zoals het is. Er worden veelal eenvoudige activiteiten, zoals wandelen en fietsen ondernomen. Activiteiten als koken, boodschappen doen, en klussen, mede door het gezelschap en de tijd die men er aan kan besteden, worden als plezierig ervaren. Tijdens de activiteiten staat de familie centraal. De dagelijkse bestedingen liggen beduidend lager dan bij ‘normale’ verblijfstoeristen. Wel zorgt men voor een bepaalde continuïteit in een regio en is men minder seizoensgebonden.

Behalve dagelijkse uitgaven zijn er ook jaarlijkse kosten als onderhoud, inrichting en gas, water en elektra.

Definitie: De ‘vaste gast’ is een individu dat een tweede verblijfsaccommodatie (boot, chalet, (sta)caravan, tent, tweede woning) voor recreatieve doeleinden bezit en hier regelmatig verblijft zonder daarvoor per verblijf te betalen. De verblijfsaccommodatie is voor eigen gebruik, maar kan daarnaast ook worden verhuurd aan derden2. Wel staat de verblijfsaccommodatie minimaal een seizoen op dezelfde locatie.

2

Hieronder worden niet de eigenaren van verblijfsaccommodaties gerekend die deze alleen verhuren.

8

3 Resultaten interviews In deze bijlage worden de belangrijkste uitkomsten van de interviews beschreven. Deze schetsen de context van de vaste gast en bieden achterliggende informatie over het hoe en waarom. Achtereenvolgens worden de volgende zaken besproken: persoonskenmerken, motivatie, gebruik, activiteiten, waardering en uitgaven.

Kenmerken vaste gasten Vaste gasten zijn opvallend genoeg over het algemeen in het bezit van een koophuis; mensen met een huurhuis als primaire woning lijken zich niet tot nauwelijks te oriënteren op een tweede verblijfsaccommodatie. Opvallend is dat de respondenten veel vertelden over het feit dat de omgeving waarin het vaste vakantieverblijf zich bevindt wezenlijk verschilt van de omgeving van de primaire woning. Landschappen zijn anders (dorps vs. bos of strand), bebouwing is anders (stadse woningen vs. vrijstaande bungalows / boten). Vaste vakantieverblijven staan over het algemeen in een compleet andere omgeving dan de primaire woning omdat mensen niet méér van hetzelfde willen. De verblijfsaccommodatie roept een vakantiegevoel op en dat is wezenlijk anders dan het gevoel van dagelijkse routine. Kanttekening hierbij is dat men de directe omgeving graag anders ziet dan thuis, maar dat de woning zelf juist huiselijke en herkenbare sferen moet hebben: de accommodatie wordt compleet ingericht naar de smaak van de bewoners. Dat impliceert weleens dezelfde sferen qua verlichting of wandversiering als in de primaire woning. Het wordt gezien als een aanvulling of een tegenhanger van wat men dagelijks om zich heen ziet en beleeft. “Het huis voelt als tweede thuis. Alles is voor het huis gemaakt en blijft ook in het huis. Huis is persoonlijk maar niet met privéspullen ingericht.

Geen foto’s wel persoonlijke ‘touch’ met meubels en boeken”. “Het huis was gebruiksklaar toen we het kochten, het zag er piekfijn uit. Alleen aan de inrichting is veel veranderd om het ons eigen te maken. Veel zaken zijn hergebruikt maar het is kwalitatief hoogwaardig ingericht”.

Motivatie Motieven waarom mensen een vast vakantieverblijf aanschaffen, liggen in de sfeer van ‘rust en ruimte zoeken’, ‘ontspanning’ en ‘ontsnapping aan de dagelijkse routine’. Deze motieven worden tevens genoemd als reden om het huisje of de boot te bezoeken. Het motief waarom mensen zo graag in hun chalet, tweede woning of op hun boot verblijven, verschilt uiteraard per mens. Toch vernemen we in de interviews een telkens terugkerend aspect: rust en ruimte. Het landelijke en weidse, de stilte en het ontbreken van een haastige sfeer vallen daar onder meer onder. Niets moet en alles mag…. “In een dorp kom je vaak bekende mensen tegen. Zeker als je een zaak hebt, moet je altijd open en vriendelijk blijven naar de dorpsgenoten. In Renesse hoeft dat allemaal niet, kan ik ook eens een dag door zonder iedereen te hoeven groeten.” “Met de boot in de Bolswardervaart liggen. Zonsondergang...Er komen dan geen boten meer voorbij. Je zit daar helemaal alleen in een natuurgebied. Dat gelukzalige gevoel”.

9

De wijze waarop mensen in bezit komen van hun accommodatie kent twee alternatieven: men erft / krijgt het aangeboden òf men zoekt gericht en koopt vervolgens. Tweede accommodaties en vooral boten hebben iets nostalgisch. En de accommodatie of locatie hebben een relatie met verleden van de vaste gast. Zeker wanneer ze over gaan van generatie op generatie, wat nog wel eens wil gebeuren bij tweede accommodaties. Vorige generaties geven ogenschijnlijk de accommodatie graag door aan de volgende generatie. Jonge mensen zijn overigens wat minder bezig met het ‘doorgeven’ en weer meer met het upgraden van hun accommodatie. Mensen klussen graag aan de woning of boot. Het gevoel van eigendom werkt dat in de hand: het moet eigen gemaakt worden. Dat geldt voor zowel de woning of de boot als voor het park waar de accommodatie zich bevindt. De accommodatie moet ‘van ons’ worden. “De stacaravan was in bezit van mijn schoonouders. Toen zij er van af wilden, werd aan de kinderen gevraagd wie er interesse in had. Wij waren de enigen. We hebben de caravan voor niets over kunnen nemen, maar zaten daarbij wel vast aan de plek, de caravan en de inventaris”. “Het schip is door vader gekocht voor mij en mijn twee broers. We zijn opgegroeid met zeilen. Onze familie heeft altijd boten gehad. Dit was het familieschip”.

Mensen die op een andere wijze aan hun accommodatie komen, worden getipt door familie of vrienden. De koop van een tweede accommodatie geschied na tips en advies van vrienden en bekenden en/of mensen die ook op het park een woning / boot hebben. Internet (google maps, google earth) speelt eveneens een rol tijdens de zoektocht naar een tweede accommodatie. Mensen completeren tips en adviezen door ook zelf op zoek te gaan via internet of/en door adviezen digitaal te checken. Een (sta)caravan, tweede woning of boot dient aan voorwaarden en karakteristieken te voldoen. Mensen selecteren op een veelheid aan criteria, waaronder de afstand tussen de primaire woning en het vaste vakantieverblijf, de ligging van en de sfeer op het park, de status en faciliteiten van de woning of boot en de kosten / prijs. “Zowel ikzelf als mijn man zijn fervent zeilers en liefhebbers van het water. We hebben vele jaren een boot gehad, eerst afzonderlijk van elkaar, nu samen. De huidige boot is een logisch gevolg van de vorige boot. Mijn man heeft de boot gekocht, precies wetend wat hij wilde qua afmetingen, materiaal e.d.”. “De rust opzoeken is één van de redenen om juist voor deze accommodatie te kiezen. Daarnaast komt de moeder van mijn vrouw uit de streek. Zij wil graag af en toe terug komen in de streek en dit is een mooi alternatief”.

De afstand tussen de primaire en het vaste vakantieverblijf wordt belangrijk geacht; daar is bij de aanschaf al rekening mee gehouden. Het moet niet ‘te ver’ zijn, waarbij ‘te ver’ een volstrekt subjectief begrip blijkt te zijn. “Mijn ouders hadden een eigen bedrijf. We wilden iets waar je snel heen kunt, maar waar je wel gelijk het gevoel hebt dat je weg bent.” “Binnen cirkel van een uur anders moet je er niet aan beginnen.”

10

De interpretatie van de reistijd verschilt van ‘een noodzakelijk kwaad’ tot ‘onderdeel van het weekendje weg’. Tijdens de interviews kwamen hieromtrent overigens een aantal aardige weetjes boven tafel. Een voorbeeld hiervan is dat het tijdstip van vertrek bepaalt of men de reis als noodzakelijk kwaad of als stukje voorpret interpreteert: hoe dichter tegen het file tijdstip aan, hoe meer men de reis als noodzakelijk kwaad ziet. Verder bleek onder meer dat mensen die thuis de koelkast leeg maken en eet- en drinkwaren meenemen naar het vaste vakantieverblijf relaxter tegen de reis aankijken dan degenen die bij aankomst nog naar de winkel moeten. “Niets is teveel. We nemen altijd de fiets mee en kleding natuurlijk. Het eten dat open in de koelkast staat pakken we ook in. Dat scheelt een run naar de winkel bij aankomst op het park. Dat voelt een stuk ontspannener”.

Gebruik De wijze waarop het vaste vakantieverblijf gebruikt wordt, is afhankelijk van een aantal factoren. Er is een algehele tendens tot het vaker en langer gebruik willen maken van de accommodatie dan dat men momenteel doet. Redenen waarom men niet (vaker) naar de accommodatie gaat hebben veelal te maken met onder meer gezinssituatie, leeftijd, beschikbaarheid en gezondheid. Externe factoren zoals de weeromstandigheden, sociale verplichtingen en beschikbare vrije tijd spelen eveneens een aanzienlijk rol hierin. Gasten bezoeken hun (sta)caravan, chalet, tweede woning / boot het liefst zo vaak mogelijk. Dit varieert van ieder weekend zolang het park open is tot een paar keer per jaar voor wat langer dan een weekend. Gezinnen met kinderen zitten vast aan de zomervakantie en gaan dan meestal voor een paar weken. Mensen zonder kleine kinderen zitten niet aan de schoolvakanties vast en vertonen dan een voorkeur voor het voorjaar (minder druk). “We zijn iedere week op de camping. We proberen zo veel mogelijk te gaan. Vooral wanneer het mooi weer is want dan kunnen we van de zon genieten. Dat lukt in onze eigen tuin thuis niet. We voelen totaal geen weerstand om wekelijks naar de accommodatie te gaan. Ook niet om naar huis te gaan trouwens, omdat we weten dat we er het weekend erna wéér zijn”. “Het gevoel van de tweede woning blijft goed omdat we er aankomen en ook weer weggaan.

Als we langer zouden blijven is het ‘ aankomst en vertrek’ gevoel weg en dan wordt het minder interessant.” Mensen gaan graag naar hun vaste vakantieverblijf. Het geeft een goed gevoel, een gevoel van vrijheid en er tussen uit zijn. De (sociale) verplichtingen van de thuisomgeving worden tijdens de interviews volop benoemd en uiteengezet, al wil men deze graag tijdelijk ontlopen of op een laag pitje zetten. Het werk wordt zelden meegenomen naar de chalet, tweede woning of boot, een enkeling daargelaten die juist alleen naar de accommodatie gaat om rustig te kunnen werken. Verder wil men juist tijdens het verblijf in het vaste vakantieverblijf niet met werk bezig zijn, maar tijd besteden aan familie en partner. Families met kinderen ervaren dat met name de kinderen graag en vaak gaan, volop buiten zijn en het erg naar hun zin hebben. Jonge kinderen gaan relatief eenvoudig om met sociale contacten en maken makkelijk vriendjes. Daarmee creëren zij hun eigen veilige en fijne omgeving waarbinnen zij zich graag bewegen. Kinderen zijn een bepalende factor, zo erkennen ook grootouders die een tweede woning bezitten en hun kleinkinderen mee nemen naar het park.

11

Eigenaren van verblijfsaccommodaties gaan overigens niet uitsluitend naar de eigen accommodatie op vakantie. Met name in de winterperiode, als parken in Nederland gesloten zijn, worden er vakanties geboekt naar wintersport- of winterzon bestemmingen. Vakanties naar ‘onbekende’ bestemmingen worden overigens volstrekt anders beleefd dan die in het vaste vakantieverblijf. In het vaste vakantieverblijf zegevieren gevoelens van gemak, het zich thuis voelen en verbondenheid met de woning en omgeving. Op onbekende bestemmingen overheerst het gevoel van verrassing, het ‘wel eens wat anders willen’ en spanning. “Wij verblijven niet de gehele zomer in de caravan. We reizen graag en gaan daarom ook graag naar andere bestemmingen in het buitenland. “ “Ieder jaar wordt er een reis gemaakt naar een niet-toeristische bestemming. Oostblok, Scandinavië. Dan is het belangrijk dat er niet veel mensen zijn, geen massa’s, ook geen grote attracties, wel mooie natuur, of interessante steden. In de stacaravan wordt meestal de voorjaarsvakantie doorgebracht, Pasen, hemelvaart, en een stukje van de zomervakantie”.

Verhuur of geen verhuur Aan de ene kant doen vaste gasten hun eigendom niet graag in de verhuur. Het idee dat vreemden zich in hun domein bevinden is onaantrekkelijk. Familie, kleinkinderen en vrienden zijn wel welkom; zij maken doorsnee gratis gebruik van de verblijfsaccommodatie. “Het huis is altijd voor eigen gebruik geweest. Er is nooit sprake geweest van verhuur. Huurders gaan niet zo om met je huis als jijzelf. Ook beheerders zijn vaak niet te vertrouwen, zo is de ervaring. Bovendien word je ook van alles opgelegd om het huis voor verhuur aantrekkelijker te maken en dat strookt niet altijd met de eigen wensen (flatscreen tv etc.)”. “We verhuren nooit. Dat vind ik een gedoe. Als mensen gebruik willen maken van de caravan dan kan dat, maar dan is het gratis”. Aan de andere kant is de verhuur van de tweede woning3 voor sommigen een must met een financieel tintje. Of soms is het ook gewoon een leuk zakcentje en een motief om zelf niet te gaan. Dan gaat de verhuur voor op het eigen gebruik; de opbrengst is aantrekkelijk: “ Ik laat niet een weekend opbrengst lopen om daar zelf plezier te hebben. Dan moet het echt specifiek een doel hebben…. De praktijk is gewoon dat je een weekendje weg wil en of dat nu dit weekend is of volgend weekend dat maakt niks uit” “Het huisje is het hele jaar beschikbaar voor verhuur.

De verhuur gaat meestal per mail of via opterschelling.nl (kost ongeveer 100 euro per jaar). De mensen maken het zelf schoon. De sleutel ligt in de fietstas en er wordt op basis van sociale controle gekeken of het huisje mooi schoon is. Het is in al die tijd maar 5x fout gegaan”. In het geval er aan vreemden wordt verhuurd dan wordt de deal in eigen handen gehouden en vrijwel zelden uitbesteed aan een parkexploitant of een externe partij. Reden hiervoor is met name dat men een vinger aan de pols wil houden betreffende de verhuur periode, en men hecht eraan te weten wie (welke types) er gebruik maakt van de woning. Het uitbesteden van de verhuur aan de parkexploitant of aan derden wordt als duur ervaren en geniet daarom geen populariteit. 3 Bij andere type accommodaties was er geen sprake van verhuur.

12

Booteigenaren zijn overigens aanmerkelijk terughoudender in het verhuren van hun eigendom dan woningbezitters. Dit wordt met name veroorzaakt door de technische kant van de boot en het gebrek aan vertrouwen of de huurders wel kunnen varen en aanmeren. Bovendien heeft een boot, vaker nog dan een woning, een emotionele lading omdat bootbezitters een bootverleden hebben. “De boot wordt niet verhuurd. De boot is 48 jaar oud en ter vergelijking: ik zou ook geen oldtimer verhuren. Het is te eigen. Er worden wel vrienden meegenomen maar: de boot is van mij en er zijn er genoeg te huur!” “De boot is nooit verhuurd en dat zal ook niet gaan gebeuren. Het geeft te veel rompslomp en bovendien moet je er dan voor zorgen dat alles spic en span is en dat is nou net wat ze niet willen op de boot.”

Activiteiten Tijdens het verblijf in het vaste vakantieverblijf zijn de recreatieve activiteiten die men graag onderneemt divers en eenvoudig van aard. De bezigheden variëren van wandelen of fietsen tot een dagje weg met boerenactiviteiten; van klussen aan de woning / boot tot een dagje strand. De omgeving acht men belangrijk: nabijgelegen dorpjes/steden worden bezocht en bezichtigd. In en rond de accommodatie wordt met name gebruik gemaakt van het ‘eigen’ terrein (BBQ, spelletjes) alsook van het park terrein (midgetgolf, bonte avond). Met name voor kinderen is het sociale aspect (vrienden maken en behouden) belangrijk. Er wordt gehecht aan ‘vrienden en bekenden’ op het terrein. Voor ouders en ouderen wordt de accommodatie juist gezien als rustpunt; een tegenhanger van de drukte in de primaire omgeving (werk, verplichtingen). “We doen niks bijzonders eigenlijk,…. de eekhoorntjes komen over het terras heen, wat zal ik daar dan iets anders gaan doen.” “In ons chalet is de mobiele telefoon niet erg prominent aanwezig. Bovendien doet ook de Wi-Fi het niet de helft van de tijd. En dat vind ik prima, want dan doen we veel meer dingen samen.” “Die zuiperij op een camping, daar heb ik geen zin in. Ik wil varen!” Er zijn weinig activiteiten die de gasten als ballast ervaren.

Zelfs onderhoudsactiviteiten zoals dak schoonmaken, snoeien en inkopen doen voor de woning / boot worden als prettig ervaren. Bij vergelijk met de primaire woning is het verschil opvallend: daar worden eerder genoemde activiteiten als een verplichting, en dus onprettig gezien. Vaste gasten gebruiken het vroege voorjaar om groot onderhoud te plegen en te klussen aan de woning of boot. Eigenaren kiezen er over het algemeen voor om het onderhoud zelf uit te voeren en het niet uit te besteden aan derden. Het gevoel van eigendom en trots speelt hierbij een rol. Bovendien voelt klussen aan de accommodatie als een nuttige en niet onplezierige bezigheid. “Iedere vakantie, -we gaan ongeveer 6x per jaar een kort weekje of iets langer- wordt er wel onderhoud gepleegd. De stacaravan is een eenvoudig exemplaar en vraagt regelmatig onderhoud”. “We zijn veel tijd en geld kwijt aan onderhoud. Maar dat geeft niet: het is een hobby. De boerderij is ruim 150 jaar oud en van hout dus vergt veel onderhoud. Elk weekend wordt er wel geklust. Maar onze primaire woning is onderhoudsarm.”

13

Een interessant onderdeel van het verblijf in en om het vaste vakantieverblijf is de mate waarin men behoefte heeft aan sociale contacten. Opvallend is dat juist de interesse om sociale contacten bij de tweede accommodatie te hebben en de intensiteit ervan per persoon sterk verschilt. Sommigen geven aan dat men in de (sta)caravan, tweede woning of boot sociale verplichtingen mijdt en juist alleen met elkaar bezig wil zijn. Die komen puur om te ontspannen met hun partner en eventueel (klein)kinderen. Daarbij komt het voor dat men wel de buren oppervlakkig kent, niet in het minst uit veiligheidsoverweging: men houdt elkaars spullen in de gaten wanneer de ander niet aanwezig is. “Er is weinig tot geen contact met andere tweede woning bezitters. Juist omdat we rust en privacy zoeken, hebben we geen behoefte aan sociaal contact met anderen op het park. Daarbij worden veel huisjes verhuurd en komen er dus iedere keer weer nieuwe mensen in”. “Je bent in het dagelijks leven de hele tijd onder de mensen en dan is het ook wel eens fijn om niks te hebben. Daar ben je met de mensen met wie je bent en heb je niet nog de behoefte om met de mensen van daar contact te zoeken. Dat doen we dan ook niet”. Anderzijds geeft men aan dat juist de sociale contacten bij het vaste vakantieverblijf, stimuleren om naar de verblijfsaccommodatie toe te gaan.

De gezelligheid en het makkelijk bij elkaar binnen lopen voor een praatje, zorgen voor een gevoel van laagdrempeligheid. Men voelt zich thuis; op zijn gemak. Er is verschil met de primaire woonomgeving, waar men dit gemak minder voelt en waar men contacten meer gestructureerd lijkt te onderhouden (afspraken, planning). Sociale contacten bij het vaste vakantieverblijf vinden alleen maar bij de accommodatie plaats en worden niet vanuit de primaire woning onderhouden. “Ondanks dat ik alleen ben vind ik het heerlijk. Je kent zo veel mensen, meer dan in mijn primaire woning. Dus zo gauw het maar even kan ben ik dáár.” “We gaan ieder weekend varen en maken dan afspraken met andere bootbezitters waar we naartoe gaan en waar we aanmeren. In de havens is het altijd heel gezellig. Het bootvolk is heerlijk! Het is makkelijk contacten leggen, borreltje, lekker eten. Mensen met een boot in de haven zijn allemaal wel levensgenieters. Hebben vaak kinderen. Ook pubers gedijen er goed”

Waardering Bezitters van een tweede woning of een boot noemen herhaaldelijk dat men vooral over de rust en de ruimte zo tevreden is. Doorgaans wordt dit afgezet tegen de primaire woonomgeving: het hectische van de stad, of de routine van alledag. In die behoefte aan ‘slowing down’ voorziet de tweede woning. Opvallend is het thuisgevoel dat alle respondenten herkennen. Niemand voelt zich een toerist in de verblijfsaccommodatie. “Een toerist passeert; ik heb hier (in stacaravan) vastigheid en voel me volledig thuis”. ”Het mooie is, als je daar bent heb je niet zoveel nodig. Je hebt daar zo veel gevoel voor ontspanning. Al ga je daar zitten en naar het kabbelende water kijken dan is dat nog steeds voldoende. Het is heerlijk om daar ‘s avonds aan het strandje te gaan zitten en de bootjes te zien binnenkomen. Dat is voor mij een vorm van geluk. Dan heb ik niet echt veel nodig”

14

Tevredenheid is voor sommigen een complex concept. Het zich thuis voelen op twee plaatsen brengt onbedoeld onrust met zich mee: er zitten een hoop voordelen aan, maar helaas ook nadelen. Dan blijkt dat de grens tussen ‘zich overal thuis voelen’ en ‘zich nergens thuis voelen’ soms flinterdun kan zijn: “Diever is momenteel meer thuis dan Rotterdam. Rotterdam voelt als een hotel. We zijn het liefste in Diever maar momenteel voelen we ons nergens helemaal thuis. Ik ben lid van een golfclub in Diever maar daar kan ik niet 100 % meedraaien. Veel activiteiten vinden door de week plaats. In Rotterdam ben ik lid van een hardloopclub maar die traint weer op vrijdagavond. Ook voor de sociale contacten heeft dit ‘leven tussen twee plaatsen’ consequenties. Voor het onderhouden van vriendschappelijke contacten komen mensen niet een avondje langs, maar direct een weekend. Dan krijg ik weleens het gevoel een hotel te runnen. En dan blijkt helaas dat je met sommige mensen echt niet wakker wilt worden! Het kost vriendschappen. “

De mate waarin mensen tevreden zijn met hun verblijfsaccommodatie heeft direct te maken met de woning zelf. Die wordt zo omgevormd dat het als een thuis voelt. De omgeving speelt eveneens een belangrijke rol in de tevredenheid van mensen. Behalve veel verscheidenheid ten aanzien van de primaire woonomgeving, verwacht men wel de nodige faciliteiten nabij. Winkels, restaurantjes, speeltuinen en dergelijken worden over het algemeen gewaardeerd. Gevoel van veiligheid en een gevoel van ‘welkom zijn’ dragen eveneens bij aan de mate van tevredenheid.

Beleid Gedurende de interviews kwam regelmatig het thema beleid aan de orde. Opvallend is dat de respondenten tamelijk uiteenlopend denken over het park-, haven- of overheidsbeleid. Niet iedereen voelt zich even betrokken bij het beleid. Sommigen hoeven geen inspraak, anderen vinden meer inspraak noodzakelijk. Vooral bij veranderingen, uitbreidingen en de aanleg van nieuwe attracties of faciliteiten vindt men inspraak belangrijk. Een aantal respondenten is tevreden over diverse basis regels omtrent de autosnelheid op het park en welstandeisen. “Veel van de veranderingen worden wel overlegd maar echte inspraak is er niet en je moet wel goed bedenken dat dat ook maar tot op zekere hoogte kan. Zij nemen de beslissingen waarbij er eerst wel gemonitord wordt wat de mening is. Maar het uiteindelijke besluit ligt toch bij het management”. “Ze hebben na verloop van jaren de statuten stevig dichtgetimmerd. Daar ben ik wel positief over. Je kunt nu niet zomaar bijvoorbeeld je huisje rood gaan verven of een enorme schuur neerzetten. Hierdoor blijft het wel 1 geheel”. “Er zitten mensen in het park die hebben 12 woningen. Die verhuren alleen maar. Dat is een investering. Er zitten er ook die er alleen maar van willen genieten en niet het gedoe van verhuur willen hebben. Ik zit in de vereniging van eigenaren in het park.

Ik denk mee over aanpassingen met betrekking tot het zwembad, de speeltuin, paden, herontwikkelingen. Iedereen met een huis in eigendom is lid en doet verplicht een geldelijke investering in het park. Dit geld komt overigens weer vrij bij verkoop van het huisje. Niet iedereen is even actief. Iedere unit echter heeft zijn eigen stem en mag dus een stempel drukken op parkvraagstukken”. “Het beleid van de provincie ten aanzien van de verhuur van onze woning keur ik af. De woning heeft potentie om een bezettingsgraad van 80% te halen. Verhuur van de woning mag echter niet meer

15

vanwege het feit dat in het bestemmingsplan de woning niet voor recreatiedoeleinden is aangemerkt. Ik zie heel veel vraag en potentie in de buurt. De besluiten van overheidsinstanties zijn frustrerend”. “Mijn belangen worden goed behartigd maar ik heb niet het gevoel dat ze erg toegankelijk zijn. Ik ben tegen bepaalde regels; bijvoorbeeld dispensatie in het opvangen van afvalwater voor oudere boten. Ik vind dat HISWA daar wat actiever in kan zijn. Verder ben ik voor meer ligplaatsen op bijzondere/rustige plekken. De provincie Friesland zorgt wel goed voor de vaart”.

Uitgaven Kijken we nader naar de uitgaven aan de tweede accommodatie op jaarbasis, dan ligt dat op ongeveer € 2.000 à 3.000 per jaar, gebaseerd op vaste lasten (onderhoud, sta-/liggeld en gas, licht en water). Uitgaven van variabele aard betreffen onder meer dag activiteiten, eet- en drinkwaren en het upgraden van de woning (aankleding, vernieuwing). Deze uitgaven zijn niet te vangen in een patroon en verschillen per persoon en type accommodatie. Uit de interviews bleek verder dat de kosten voor de verblijfsaccommodatie ieder jaar hoger lijken te worden. Het gaat hier voornamelijk om de kosten om op een bepaalde plek te mogen staan. Redenen hiervoor worden met name gezocht in het feit dat park-, camping- en/of jachthaveneigenaren extra voorzieningen voor kort verblijf / seizoenplaats aanleggen. Deze kosten worden, naar men vermoedt, doorberekend in de prijs voor een sta- of ligplaats. Voor de vaste gast zijn deze voorzieningen vaak niet nodig. Toch gaat men er over het algemeen wel mee akkoord, hoewel dit laatste erg afhankelijk is van de kosten en het eventuele ongemak voor de vaste gast. “Wat betreft de uitgaven en dat is dan inclusief liggeld en onderhoud dan kom je toch wel op enkele duizenden euro’s uit. Hij moet namelijk in de winter ook uit het water gehaald worden eventueel voor onderhoud van de bodem etc. “.

“Je moet ook een bijdrage leveren aan de vereniging van eigenaren die dan ook een deel van het onderhoud in z’n beheer neemt. Dit is verplicht. Daarnaast, als het gaat om het klein onderhoud, het vernieuwen van dingetjes, dan geven we ongeveer 1000 euro per jaar uit” “Als we de boot niet zouden hebben zouden we niet in een rijtjeshuis wonen. De boot is alles bij elkaar vrij kostbaar. Het geld dat naar de boot gaat, gaat niet naar het huis. We hebben bewust een kleiner huis ten bate van onze dure boot.”

Toekomst De toekomst van het vaste vakantieverblijf doet als thema een beroep op de vooruitziende blik van de tweede woning of boot bezitter. Degenen die de accommodatie hebben geërfd van de vorige generatie gaan er van uit dat zij de accommodatie weer aan de volgende generatie zullen overdragen. Mensen die het vaste vakantieverblijf zelf hebben gezocht en gekocht, zijn doorgaans wat kritischer en sceptischer ten aanzien van de toekomst van de woning en zijn rationeel in hun beslissingen. Geen van de respondenten geeft overigens aan de woning enkel te hebben gekocht uit investeringsoogpunt voor de toekomst. Redenen om te verkopen zijn veelal van financiële- (woning wordt te duur, of de verhouding tijd-geld is zoek) of van persoonlijke aard (uitgekeken, veranderingen gezinssituatie, baanverlies of -wisseling). Mocht er niet of nauwelijks meer gebruik van worden gemaakt dan is dit ook een reden voor verkoop.

16

Opvallend is dat juist de wat oudere gast aangeeft op de huidige locatie te willen blijven en geen verkoop overweegt (tenzij financieel noodzakelijk). “De belemmeringen om naar de boot te gaan zijn gegroeid. De kinderen worden groter en willen niet meer ieder weekend mee. Daarnaast zijn er door het sporten heel veel weekenden dat we als gezin pas op zaterdag aan het einde van de dag kunnen vertrekken. Met een reisafstand van ongeveer een uur wordt de barrière te hoog. Om die reden is de boot onlangs te koop gezet; er wordt gewoonweg te weinig gebruik van gemaakt in de weekenden. Voor alleen vakantiegebruik zijn de jaarlijkse kosten te hoog.” “Wanneer ik met pensioen ga dan willen we graag richting Zeeland verhuizen. We gaan dan op zoek naar een goedkoop appartementje in de buurt van de camping en dan kunnen we nog meer tijd op de camping doorbrengen.” “Ik zie geen enkele reden om de caravan van de hand te doen. Het idee dat ik het zou moeten opgeven bevalt me helemaal niet. Ik heb het nooit overwogen, en zal dat ook nooit doen. De herinneringen zijn te intens. Ik blijf in het huisje tot het in elkaar stort’. “Mocht mijn vader ooit op een mooie respectabele leeftijd komen te overlijden dan is het de vraag wie wil het hebben. Ik weet wel dat er een aantal mensen zijn die daar interesse in hebben of dat we het met z’n allen houden. Dat is natuurlijk ook de vraag.

Maar ik zie niet dat dit huisje de familie ooit verlaat”.

Resumé Resumerend kunnen we vaststellen dat de vaste gast vele gezichten laat zien.  Het vaste vakantieverblijf is anders dan de primaire woonomgeving, maar de (sta)caravan, tweede woning of boot heeft zelf juist huiselijke, herkenbare sferen.  De ontspanning, rust en ruimte zijn belangrijke motieven om gebruik te maken van een vast vakantieverblijf.  Er zijn twee mogelijkheden waarop vaste gasten in het bezit komen van (sta)caravan, tweede woning of boot: men erft / krijgt het aangeboden òf men zoekt gericht en koopt vervolgens.  Het verleden van de vaste gast is van grote invloed op de keuze voor locatie en type accommodatie.  Factoren waarom een vaste gast geen gebruik maakt van het vaste vakantieverblijf zijn: weeromstandigheden, vrijetijd (sociale verplichtingen van het gezin) en beschikbarheid accommodatie.  Slechts een enkeling verhuurt het vaste vakantieverblijf. Het merendeel, en met name boot bezitters vinden het verhuren van het persoonlijk eigendom onaantrekkelijk. Anderen zien de verhuur als financiële noodzaak. Wel houdt men de verhuur graag in eigen hand.  Vaste gasten ondernemen vaak eenvoudige activiteiten, als fietsen en wandelen, maar ook activiteiten als boodschappen doen en klussen worden als plezierig ervaren.  In het vaste vakantieverblijf gaat alles in een lager tempo (‘slow living’).

Vaste gasten zijn tevreden en voelen zich thuis in plaats van toerist.  Jaarlijks geven vaste gasten ongeveer tussen de €2000,- en €3000,- uit.  Vaste gast verwachten of wel de accommodatie over te dragen aan volgende generaties of wel de accommodatie te verkopen. Oorzaken hiervoor hebben te maken met de mate van gebruik, financiële situatie of de gezondheid.

17

4 Resultaten enquête In dit deel van de bijlage worden de resultaten van de enquête getoond. In de enquête zijn de uitkomsten uit de literatuurstudie en de interviews getoetst onder vaste gasten. Allereerst worden de persoonskenmerken van de vaste gast beschreven. Achtereenvolgens worden de onderwerpen motivatie, gebruik, activiteiten, waardering en uitgaven behandeld.

Kenmerken vaste gast Gemiddeld is de vaste gast 56 jaar oud, waarbij een grote groep tweede accommodatiebezitters (44%) zich rond de pensioengerechtigde leeftijd bevindt (zie figuur 4.1). Meer dan de helft van de huishoudens van de ondervraagden bestaat uit 2 personen; 34 procent uit 3 of 4 personen; 8 procent uit 5 of meer personen Slechts 7 procent van de ondervraagden heeft een eenpersoons huishouden. Van alle huishoudens bestaat ruim 65 procent van de huishoudens uit alleen volwassenen (18+); een kwart heeft kinderen jonger dan 12 en 10 procent heeft kinderen in de leeftijd van 13 t/m 17 jaar. Het opleidingsniveau toont een zeer gevarieerd beeld: ongeveer een kwart heeft een MBO (24%) of HBO of WO-bachelor opleiding (25%) gevolgd. De andere helft heeft LBO/VMBO, HAVO/VWO of WO/doctoraal als hoogst genoten opleiding opgegeven. Vaste gasten in het bezit van een boot zijn in vergelijking met andere vaste gasten hoger opgeleid.

Responsverantwoording Ruim 2800 respondenten zijn begonnen aan de vragenlijst, daarvan hebben 1586 de online vragenlijst volledig ingevuld. Ruim de helft van de respondenten (56%) is vrouw. In deze vragenlijst vormen de vaste gasten in het bezit van stacaravan op een jaarplaats de grootste groep (59%). Het kamperen op een seizoensplaats op een camping volgt als tweede (20%); de boot staat op drie (15%) en vaste gasten in het bezit van een tweede woning op 4 (6%). Vaste gasten in het bezit van een tweede woning zijn in deze vragenlijst ondervertegenwoordigd. De vaste vakantieaccommodaties van de respondenten staan voornamelijk in de provincies Noord-Holland (23%), ZuidHolland (20%), Zeeland (19%) en Gelderland (12%).

Het overgrote deel van de vaste gasten heeft hun primaire woning in Nederland; een kleine 11 procent in Duitsland en 5 procent in België. Voor regio’s die niet aan de kust gelegen zijn, is het aandeel buitenlandse vaste gasten lager: 7 procent uit het buitenland en 93 procent uit Nederland. Het merendeel van de vaste gasten woont in (zeer) sterk stedelijk gebied (65%). Slechts 6 procent van de vaste gasten woont in een niet-stedelijk gebied (figuur 4.2). Ver hoeft de vaste gast vaak niet te rijden. Ruim twee derde van de vaste gasten rijdt binnen een uur naar zijn vaste verblijfsaccommodatie.

18

100 90 80 70 60 50 40

31

27

30

20

20 10

13

8 1

0 20-29

30-39

40-49

50-59

60-69

70+

Figuur 4.1 Leeftijd verdeling vaste gast (%)

100

80

60

40

32

33

20

14

16 6

0 Zeer sterk stedelijk

Sterk stedelijk

Matig stedelijk

Weinig stedelijk

Niet stedelijk

Figuur 4.2 Mate van stedelijkheid primaire woonomgeving (%)

Op de vraag ‘hoe lang heeft u de accommodatie in bezit?’ antwoordt 37 procent de accommodatie minder dan 5 jaar in bezit te hebben. Bijna 20 procent van de vaste gasten bezit de accommodatie langer dan 20 jaar. De waarde van de tweede verblijfsaccommodatie is door het merendeel ondervraagden (bijna 70%) ingeschat op minder dan € 25.000,-. Vaste gasten in het bezit van een boot of tweede woning schatten de financiële waarde beduidend hoger in. Zo schat ruim een kwart van de vaste gasten haar tweede woning op een vakantiepark €100.000 of meer. Ongeveer 20 procent van de vaste gasten schat dat de waarde van haar tweede woning op een vakantiepark tussen de €50.000 en €100.000 ligt. Ook ongeveer 40 procent van de vaste gasten in het bezit van een boot, verwacht dat de boot meer dan €50.000 waard is.

19

Motivatie Redenen voor mensen om een vast vakantieverblijf te hebben liggen met name in de sfeer van ontspanning (81%), alsook het ontsnappen aan verplichtingen en dagelijkse routine (46%) (figuur 4.3). Daarnaast hechten vaste gasten waarde aan het feit dat aan de kinderen vrijheid en ruimte gegeven kan worden en dat er ruimte is voor ‘quality time’ met familie en vrienden. Het motief om kinderen meer vrijheid en ruimte te geven is voor de vaste gast op de kajuitboot in mindere mate aan de orde (10%). Ook geeft slechts een beperkt percentage (14%) vaste gasten aan dat zij van plan zijn om in deze regio zijn/haar pensioen door te brengen. Alleen een groter percentage vaste gasten in bezit van een tweede woning op een park (22%) heeft plannen om in deze regio pensioen door te brengen. Ook zien vaste gasten in het bezit van een tweede woning deze vaker als investering (13%) ten opzichte van de vaste gast als investering (2%).

Een plaats om te ontspannen Een plaats om te ontsnappen aan de dagelijkse routine Om de kinderen meer vrijheid en ruimte te geven Een plaats om meer tijd (quality time) door te brengen met familie en vrienden

Ik ben van plan om in deze regio mijn pensioen door te brengen Investering Anders 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

Figuur 4.3 Motivatie vaste gast voor vast vakantieverblijf (%)

Als we kijken naar de open antwoorden die mensen hebben gegeven bij deze vraag, dan worden enerzijds bovenstaande categorieën onderstreept: ‘mijn kinderen zijn woonachtig in de omgeving van onze tweede woning’, ‘mijn familie staat hier ook!’. Anderzijds geeft men bij de open antwoorden hele andere redenen voor het hebben van een tweede accommodatie als vaste plek. Er is een groot aantal verwijzingen naar gezondheid: ‘we kunnen niet meer ver reizen met de caravan, daarom zijn we hier’, ’herstel van ziekte’ en ‘we zijn gewoon blijven hangen door blind worden partner’. Ook huisdieren spelen een grote rol: ‘omdat de hond er op het strand mag’, ‘alles voor de hond!’. Tot slot zien we verwijzingen naar de tweede accommodatie als tegenhanger van de primaire woonomgeving: ‘als aanvulling op geen buitenruimte in appartement’, ‘kind laten ervaren dat naast stad ook leven is in de natuur’ en ‘ik heb geen tuin in Amsterdam’. Opvallend is dat slechts weinigen (2%) hun tweede accommodatie als een investering zien. Bijna een kwart van de vaste gasten valt onder de uitbundig gele leefstijl, waarin onder meer gezelligheid, sociaal contact en veel activiteiten belangrijk zijn (tabel 4.4 volgende pagina). Hierbij komt de verdeling sterk overeen met de landelijke cijfers van verblijfsrecreatie. Verschillen zijn er tussen accommodatietypen.

Een groter percentage vaste gasten in het bezit van een caravan, vouwwagen of tent op een seizoensplaats ten opzichte van andere accommodatietypen hebben een uitbundig gele leefstijl. Bij tweede woning bezitters op een vakantiepark en een boot op een vaste ligplaats is deze groep verhoudingsgewijs kleiner. Rustig groen en sportief en avontuurlijk paars vormt voor ongeveer een vijfde deel van de boot bezitters de voornaamste leefstijl.

20

Vaste gast

Boot op vaste ligplaats

Een tweede woning

Kamperen op een seizoensplaats

Stacaravan op een jaarplaats

BSR Verblijfsrecreatie

Landelijke Verblijfsrecreatie

Tabel 4.4 Leefstijlen per type accommodatie van de vaste gast (%)

Cultureel & inspirerend rood

10

9

12

12

10

9

Uitbundig geel

23

30

19

16

23

25

Gezellig lime

15

14

7

10

14

18

Rustig groen

19

14

15

22

18

15

Ingetogen aqua

17

17

19

10

16

15

Comfortabel & luxe blauw

8

8

13

11

9

10

Sportief & avontuurlijk paars

9

8

16

20

11

8

100

100

100

100

100

100

Totaal

Ongeacht de leefstijl hechten vaste gasten veel belang aan de nabijheid van het strand en/of het bos, maar ook aan de bereikbaarheid vanuit de primaire woonomgeving. Daarnaast vindt men het belangrijk dat er winkels dicht in de buurt zijn, voor de dagelijkse voorzieningen. Uiteraard vindt de vaste gast in het bezit van een kajuitboot het vaargebied erg belangrijk.

Gebruik Mensen maken zeer verschillend gebruik van hun tweede accommodatie. Gemiddeld gaat de vaste gast 9,5 maal per jaar naar het vaste vakantieverblijf. Het varieert van 1x een lange periode (enkele weken) tot meerdere malen voor een kort tijdsbestek, of zelfs voor dagrecreatie. Maar liefst 80 procent zegt meer of langere tijd te willen doorbrengen in de verblijfsaccommodatie. De overige 20 procent is tevreden met de beschikbare tijd. Tabel 4.5 Frequentie gebruik vaste vakantieverblijf vaste gast

Stacaravan op een jaarplaats Kamperen op een seizoensplaats Tweede woning Boot op vaste ligplaats

Aantal keer per jaar 9,7 8,9 10,2 7,4

Algemeen

9,3

Buiten het eigen gebruik stellen tweede accommodatiebezitters hun woning of (in mindere mate) boot eveneens ter beschikking aan andere partijen. Meestal blijft het echter in de familie of vriendenkring: 44 procent houdt het bij de kinderen, 15 procent bij de kleinkinderen en 12 procent laat ook vrienden en kennissen gebruik maken van de accommodatie (figuur 4.6 volgende pagina). Bij vaste gasten in het bezit van een boot ligt dit percentage een stuk lager. Slechts van 34% van de vaste gasten maken kinderen of kleinkinderen gebruik van de boot. Slechts 7 procent de vaste gasten verhuurt het vaste vakantie verblijf wel eens. Van de vaste gasten die het vaste vakantieverblijf wel eens verhuurt, houdt het merendeel de verhuur zelf in de hand. Slechts één procent laat het over aan een parkexploitant of een externe organisatie.

21

100 90 80 70 60 50

44

40 26

30 16

20

12

7

10 0 Kinderen

Kleinkinderen

Vrienden/kennissen

Huurders

Anders

Figuur 4.6 Personen die zelfstandig gebruik maken van het vaste vakantieverblijf (%)

Omdat maar liefst 80 procent van de ondervraagden meer of langere tijd in de accommodatie zou willen doorbrengen, is er gekeken naar factoren die daarop van invloed zijn. Niet verrassend is dat de grootste invloed op de tijdsbesteding in de tweede woning of boot heeft: de beschikbare vrije tijd, ingegeven door werk en verplichtingen. Ruim 60 procent van de vaste gasten wordt hier in sterke mate door beïnvloed, en 23 procent in beperkte mate. Als tweede sterk bepalende factor worden de weersomstandigheden genoemd. Deze hebben voor 36 procent in sterke mate en voor 46 procent in beperkte mate invloed. Factoren die geen of nauwelijks invloed hebben op de tijd in de accommodatie zijn de verhuur aan derden en de reiskosten.

22

Activiteiten De favoriete activiteiten van vaste gasten vanuit de verblijfsaccommodatie variëren van zeer sportief (bijv. duiken, watersport) tot aan zeer ontspannen (bijv. terrasje, bezoek aan natuurgebied). De top drie meest ondernomen activiteiten zijn fietsen (67%), wandelen (58%) en strandbezoek (48%) (figuur 4.7). Noemenswaardig is dat 36% ‘klussen aan de verblijfsaccommodatie’ als een favoriete bezigheid beschouwt. Voor de vaste gast in het bezit van en kajuitboot is het varen (87%) de meest ondernomen activiteit. Vaste gasten met kinderen gaan vaker naar het strand, waar vaste gasten waarbij het huishouden alleen uit volwassenen bestaat juist vaker wandelen.

Fietsen

68

Wandelen

58

Bezoek aan het strand

48

Boodschappen (dagelijkse artikelen)

41

Uit eten in een restaurant

37

Klussen aan de verblijfsaccommodatie

36

Op een terrasje zitten

35

Bezoek aan een stad(je)

35

Bezoek aan een natuurgebied

26

Winkelen (niet-dagelijkse artikelen)

13 0

20

40

60

80

100

Figuur 4.7 Ondernomen activiteiten door vaste gasten

Qua sociale contacten wordt tijdens het verblijf vooral contact gezocht / onderhouden met andere gasten op het park of in de omgeving van de accommodatie (74%). Een kleiner percentage vaste gasten in het bezit van een tweede woning (58%) onderhoudt contact met andere gasten in de omgeving van de accommodatie. Tevens zegt meer dan de helft van de vaste gasten familie en vrienden uit te nodigen en heeft ongeveer een kwart contact met gasten die bekend zijn uit de primaire woonplaats. Het contact met de lokale bevolking blijft beperkt tot slechts 16%. Slechts 3% heeft geen contacten tijdens een verblijf in de tweede accommodatie.

23

Tevredenheid/ waardering Waardering omgeving Over het algemeen is de vaste gast een tevreden gast als het gaat over aspecten in de omgeving van de woning of boot. Er bestaat relatief weinig ontevredenheid over stad en dorp in de omgeving, winkelaanbod, restaurants, dag attracties, evenementen, openbaar vervoer, wandel- en fietsroutes, watersport- en zwemmogelijkheden. Van deze aspecten is de woningbezitter het meest tevreden over de nabijgelegen steden en dorpjes (82 procent is tevreden tot zeer tevreden), de wandelroutes en – mogelijkheden (80%) en het winkelaanbod voor de dagelijkse boodschappen (77%). De drie aspecten die het belangrijkst worden geacht, zijn natuur (85% belangrijk tot zeer belangrijk), fietsroutes en – mogelijkheden (74%) en wandelroutes en –mogelijkheden (68%). Het aspect waar men het meest tevreden over is en waarvan het relatief belang het hoogst is, zijn derhalve de wandelroutes en – mogelijkheden in de omgeving van de tweede accommodatie. Het meest ontevreden is men over het openbaar vervoer: 13 procent zegt daarover ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Overigens, voor iets meer dan een kwart van alle ondervraagden is het openbaar vervoer niet van toepassing (n.v.t.).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d2e4edcb-1fcf-4c69-8dce-b8522dc89246