CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel met inspreekbijdragen

zzz Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2018-2022) 7 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 2. Inspreekmoment verkoop recreatieoord Hoek van Holland23.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Insprekers dinsdag 6 april Verkoop recreatieoord Hoek van Holland J. Schouten – Buursema Het levensverhaal van mijn moeder, mevrouw Buursema-van der Werf, zoals zich dat heeft afgespeeld van 1921 tot vlak voor haar dood in 2017 en het belang dat “het Kamp” in haar leven, maar ook in dat van haar ouders, man, kinderen, kleikinderen en nu achterkleinkinderen ( 5 generaties dus) heeft gespeeld en nu nog speelt. Geachte commissieleden, Mijn naam is Joyce. Deze bijdrage aan de inspraak gaat niet over mij, maar over het leven van mijn moeder mevrouw Buursema- van der Werf op Recreatieoord, “het Kamp”, Hoek van Holland. Kort na de eerste wereldoorlog in 1921, nu dus precies 100 jaar geleden, zijn zes (6) families, waaronder de ouders van mijn moeder, gaan kamperen ergens in de duinen van Hoek van Holland. In zelfgemaakte tenten en kokend in de bunkers. Mijn moeder was toen 7 jaar oud. In 1924 werd door de gemeente Rotterdam een andere plek aangewezen. Het huidige Oude Kamp. Het aantal kampeerders nam toen snel toe De vader van mijn moeder, Johan van der Werf, was een echte verenigingsman. Samen met andere kampeerders is door hem de kampeervereniging Rotterdam aan Zee opgericht. Hij was de spelleider en later tot 1940 ook voorzitter van R.A.Z.. Mijn opa was een enthousiaste man en hij organiseerde, ook na de oorlog, voor de kinderen van alles.

Wandeltochten, spelmiddagen, elk jaar een boottocht naar Eiland “de Beer” en als afsluiting van het seizoen de lampionoptocht. Mijn moeder en haar zus Cokkie en na de oorlog mijn zus Edna en ik waren daar natuurlijk altijd bij. Na de donkere jaren 1940-1945, waarin het terrein totaal gesloopt is, kwam iedereen weer enthousiast terug om alles weer op te bouwen. Eerst met tenten. Later met tenthuisjes. Nog later met kleine houten huisjes. Deze werden elk jaar met alle kampeerders in het najaar afgebroken en in het voorjaar weer opgebouwd. Dit leidde tot een grote onderlinge saamhorigheid. Maar nu terug naar mijn moeder. Ondertussen getrouwd en twee kinderen. Na zoveel jaren op “het Kamp” bij haar ouders was haar grote wens een eigen huisje te hebben. In 1952, nu bijna 70 jaar geleden, was het zover. Op het Nieuwe Kamp werd een huisje gebouwd. Het staat er nog steeds. In 1953 konden wij zij voor het eerst de hele zomer in Hoek van Holland doorbrengen. Tot twee jaar voor haar dood in 2017 heeft ze daar, ook na het overlijden van haar man in 1985, elk jaar het hele seizoen volop van genoten. Haar man ging door de week met fiets en trein, later met de auto, naar zijn werk in Rotterdam. In de weekends was het klussen aan huisje en tuin. Het huisje heet niet voor niets “Lavori in Corso”. Werk in uitvoering.

Wij als kinderen gingen de laatste weken voor de zomervakantie gezamenlijk naar de scholen in Het dorp. Dat kon toen nog. Zo ontstond een band tussen de Hoekse kinderen en die van “het Kamp”. Voor kinderen was het een paradijs. Zorgeloos spelen, toen nog zonder auto’s op het terrein. Zelfs fietsen door volwassenen was niet toegestaan. Maar dat is helaas lang geleden. Door de kampeerverenigingen en de “Jeugdhaven” werden en worden allerlei activiteiten georganiseerd. Met als traditionele afsluiting van het seizoen de lampion optocht. De “jeugdhaven” bestaat niet meer en vervangen door de “zeehaven”. Natuurlijk begonnen voor mijn moeder de jaren wel te tellen. Toen ze 100 jaar geworden was vond ze het tijd om te stoppen, maar er was weinig voor nodig om haar over te halen voorlopig nog even te blijven. Het

nieuwe recreatiegebouw is door haar nog officieel geopend. Mijn man en ik hielpen haar zo veel als mogelijk. Ook de buren geven de nodige zorg door het halen van de krant., boodschappen doen en zomaar even langskomen. Net als in een dorp. Zo kwamen ook mijn zoons (de 4e generatie) bij Oma om te helpen en voor de gezelligheid. De kleinkinderen (de 5e generatie dus) komen ook nog regelmatig en genieten net als de 1e tot de 4e generatie nog volop van het buiten zijn en de activiteiten, nog steeds georganiseerd door de kampeerverenigingen, bij, zoals zij dat noemen, “het kleine Huisje”. Zoals al gezegd, is mijn moeder in 1917 op 104 jarige leeftijd overleden. Uit piëteit hebben we haar as uitgestrooid in de duinen op de plek waar zij in 1921 als kind als kampeerder in Hoek van Holland is begonnen en ook een beetje in haar geliefde tuin rond het huisje. U begrijpt dat het recreatieoord Hoek van Holland, door bijna iedereen nog steeds “het Kamp” genoemd, niet zo maar een recreatieoord is. Het kamp” heeft een ziel. Het is ook nu voor veel bewoners een manier van leven, waaraan zij hun laatste cent uitgeven. Het kamp heeft een lange historie en is van groot belang, misschien wel levensbelang, voor haar bewoners. U kunt er voor zorgen dat het ook een Toekomst krijgt. Dank u

Leen v. Esch Mijn naam is Leen van Esch, een Rotterdammer die al sinds eind jaren 70 in Hoek van Holland woont, samen met mijn vrouw die in het Oude Westen geboren is. Tevens hebben wij sinds een kleine 20 jaar een vaste caravan staanplaats op het Recreatieoord. Ik beschouw mijzelf daarom als voldoende deskundig om het thema van deze bijdrage ‘Recreatieoord als onderdeel van de hoekse identiteit’ onder de aandacht van deze commissie te brengen.

P. Molenaar Een aantal punten die in het betoog aan de orde komen: - huisje in 1957 gekocht door ouders, sinds 2012 van mij. - huisje voelt, en is, elke keer weer thuiskomen. - fijne sfeer, sociale samenhang en beter voor mijn gezondheid dan in de stad zijn. - plezier van het tuintje, beetje groenten ‘verbouwen’. - het gemis in de winter. - mijn HvH verzameling, m.n de luchtfoto’s van het kamp.

F. v Dongen Politiek, kapitaal en erfenis (Inspreker Recreatieoord Hoek van Holland, samenvatting Floor van Dongen, april 2021) Deels vanuit persoonlijk verhaal wil ik ingaan op 3 aspecten: Politiek, kapitaal en erfenis.

POLITIEK Omslag in politiek, maatschappij, en democratie maar men blijft respect tov burgers verwachten. Vertrouwen in de sociale politiek van burgers is aanvankelijk toch gebleven In het verleden werd politiek geïnvesteerd in de mensen die hard werkten voor de stad Vertrouwen verdween nadat verkoopplannen Recr. HvH toch weer doorgezet werd. Tegendeel van steun. Vraag opnieuw politieke steun als recreant/Rotterdammer/mens/burger KAPITAAL Wanneer is iets 'Kapitaal'? In Nederland verschuift dit, rijker worden wordt steeds normaler gevonden. Er zijn mensen die tevreden zijn met eenvoud en gelukkig zijn met basisvoorzieningen. Niet alle mensen hoeven rijk of een miljonair te worden. Mensen werken toch hard en sparen een voor hen groot bedrag. Mensen geven geld uit aan een voor hen waardevolle investering. Spaarbedrag in vergelijking met een investering van een miljonair. ERFENIS Wat kleeft er aan een erfenis? Veel meer dan alleen wat geld of spullen. De erfenis van een bijna 100 jarig Recreatieoord. De erfenis van een belangrijk stuk geschiedenis en ontwikkeling in Rotterdam De erfenis van een stuk cultuur van Rotterdam De erfenis van een recreatiehuisje binnen families De erfenis van een dierbaar persoon (van mij persoonlijk) De erfenis van een Erfgeod mét een erfgoedstatus CONCLUSIE Verkoop is niet logisch en heeft weinig reden.

De recreanten zouden de enige rechtmatige eigenaren van het Recreatieoord moeten worden, ze zijn het eigenlijk al.

P. Hartman

MASSA IS KASSA ? Geachte Raad, Met de blote billen heerlijk op het strand van Hoek van Holland! Aan het eind van de dag wandelen naar het strandpaviljoen voor een wijntje. Terug naar je huisje en dan een kaartje leggen bij kaarslicht. ‘s Avonds de hond uitlaten en slenteren langs de historische huisjes die zo zorgvuldig door de eigenaren gebouwd zijn en met liefde onderhouden worden. ‘Goede avond! Lekker slapen!’ En ’s ochtend weer gewekt worden door de krijsende meeuwen en gillende kinderen die met fietsjes door de paden scheuren omdat iedereen op elkaars kinderen let terwijl men in z’n tuintje aan het ontbijt zit.

De gemeente Rotterdam wilt het oudste recreatiepark van Nederland, in de volksmond De Houten Kampeerstad, verkopen aan een buitenlandse vakantiepark gigant! Dat gaat betekenen dat meer dan 1000 mensen de kans lopen hun vakantiehuisje te verliezen. Ik snap de verleiding om van dit authentieke park een modern MASSA IS KASSA-park te maken waar stromen toeristen op afkomen en bakken vol geld mee verdient gaat worden. Ik snap heel goed wat dit alles kan opleveren als je het zou platgooien en er een standaard vakantiepark op zou zetten… een simpel rekensommetje: Ik betaal nu 1500 euro per jaar huur, maar dát zou je straks voor elk verhuurd huisje per week kunnen vangen…dat is dus 1,5 miljoen euro per week. MASSA IS KASSA ! Een goed verdienmodel! Met deze dollartekens in de ogen kan de nieuwe recreatie-ontwikkelaar ons makkelijk uit de huisjes procederen. En met een grote zak toeristenbelasting toe voor de gemeente. En dat ten koste van 1000 huurders met eigen huisjes. Die een kapitaal van 1000 x 40.000 euro = 40 miljoen vertegenwoordigt! Waarom moeten wij ingeruild worden voor de rijke midweek- en weekend toerist? Want eigenlijk Rotterdam, zou u heel trots moeten zijn, en beseffen dat jullie al meer dan 100 jaar de hardwerkenede Rotterdamse arbeiders en later de gewone Rotterdamse man hebben geholpen met een fantastisch vakantieverblijf.

Hen de heerlijkheid van de zee en duinen gegeven. Decennia lang vertoeven generaties aan het strand en hebben van tenten en windschermen een hele vakantiegebied gecreëerd. Als enige gemeente van het land hebben jullie dit alle jaren gefaciliteerd! Ik vind het fantastisch, grote bewondering voor hoe de historie gelopen is en dat Rotterdam dit mogelijk gemaakt heeft. Het is een stukje geschiedenis en het ziet eruit als of het zo uit het Openlucht museum komt. En ik ben zo blij dat ik als Scheveningse deel uit mag maken van deze zomerse-zee-historie: Het organisch gegroeide dorp, waar eerst tenten stonden en later de houten huisjes is beroemd als het De Houten Kampeerstad. Dit iconische recreatiepark zou dan ook een beschermde status moeten krijgen. Het is een recreatiemonument! Gemeente Rotterdam zou als eigenaar dit De Houten Kampeerstad moeten koesteren en er trots op moeten zijn i.p.v. van er een grootschalig recreatieoord van te maken zoals de Landal villa’s en Droomparken naast de monding van de Maas. De hele kust van Nederland wordt volgebouwd met vakantiewoningen, wel 3000 vakantiehuisjes per jaar. En nu alles al bijna vol gebouwd is zal dit recreatiepark waar duizenden Rotterdammers van genieten letterlijk op de schop moeten? Ook de nieuwe Hoekse duin-verbreding heeft geleid tot een prachtig beschermd natuurgebied.

Grootschalige recreatie leidt tot kale platgetrapte duinen. Hoe prachtig kan het zijn als De Houten Kampeerstad een rustig tegenwicht kan zijn voor het bruisende Rotterdam Beach dat straks gaat ontstaan na het tot stand komen van de metro naar het strand. Het is toch begrijpelijk dat wij graag ons mooie unieke park willen behouden. De gezelligheid, de unieke sociale cohesie, het straatje waar André Hazes vakantie vierde en in de kantine ‘kleine jongen’ zong…en niet te vergeten de haringkar op zaterdag. De Houten Kampeerstad in de rust van de Hoekse duinen. De gewone man wordt ingeruild voor de rijke recreant namens de buitenlandse investeerder! Pleurt nou op,zeg! Rotterdam…besef wat je hebt! Echt!! En maak géén MASSA IS KASSA van ons recreatiepark! Dank u wel voor uw aandacht.

N. Morales Geacht college, Bedankt voor het inspreek moment. Mijn moeder en ik hebben in augustus 2020 een huisje overgenomen in recreatieoord hoek van Holland. Daar hebben wij onze Spaarcentjes en mijn moeder een stukje pensioen in gestopt plus een lening, die nog loopt. Dit hebben wij gedaan met het idee dat we er als gezin/ familie nog heel lang van mogen genieten samen. Mijn moeder gaat over een kleine 1,5 jaar met pensioen en kijkt er naar uit eindelijk lekker oma te zijn. De shock was dan ook erg groot toen we de brief met voorgenomen verkoop op de mat kregen 2 dagen na de winter sluiting en een kleine 2 maanden na onze aankoop. De gemeente vindt het na 100 jaar geen taak meer van de gemeente het recreatieoord te exploiteren, er moet worden vernieuwd en er is een financieel tekort stond in de brief ondertekend door wethouders Kasmi en Kurvers. Allemaal zaken die voor ons compleet nieuw waren. VOOR de verkoop wat dingen netjes regelen met huidige huurders, maakt het recreatieoord onverkoopbaar kregen we te horen: de nieuwe eigenaar mag dat oplossen.

Wij wisten even niet wat we hoorden… Hebben we dit nou goed begrepen? Is de gemeente van plan het recreatieoord te verkopen zonder ook maar iets van garanties vooraf te regelen met de huidige 1100 huurders en ons voor de leeuwen te gooien bij de nieuwe eigenaar (waarschijnlijk een grote buitenlandse investeerder met alleen maar dollar tekens in de ogen) Mijn moeder en ik konden het niet geloven, nee we wilde het niet geloven want dat doet de gemeente Rotterdam niet! Dat doet onze gemeente Rotterdam niet! Zo gaat de gemeente Rotterdam niet met haar burgers om, zo kennen wij onze gemeente Rotterdam niet. Bij de koop van ons huisje was de gemeente betrokken: de gemeente komt kijken en beslist of het huisje verkocht mag worden. Wij kregen een brief van de gemeente met daarin een lijst van dingen die wij moeten

vervangen en vernieuwen. Bij ondertekening van dit huurcontract gingen wij ook nog extra financiële verplichtingen aan zoals het vervangen van boeiborden en plinten en gevel (naast het aankoopbedrag van 37500 euro) Wij zijn deze overeenkomst aangegaan omdat het een overeenkomst betreft met de gemeente Rotterdam. Wij zouden een dergelijk contract nooit hebben afgesloten met een commercieel partij. Er is ons niets vertelt over de verkoop plannen. Als we dat geweten hadden, hadden we de koop niet aangegaan! Waarom is er niets tegen ons verteld? We begrijpen dat de gesprekken over de verkoop al langer lopen. Waarom zijn er in 2020, 66 eenheden verkocht van tussen de 10.000 en 92.000 euro zonder de kopers te informeren? De totale investering in 2020 van de burgers is ruim 2.5 mln euro. Wij hadden alle vertrouwen in de situatie want de te koop aangeboden huisjes stonden zelfs op de website van de gemeente Rotterdam dus dan zal het wel goed zitten toch? Nu dat het recreatie oord te koop wordt aangeboden zijn de huisjes NIETS meer waard! En met een contract dat met 1 jaar opzegtermijn kan worden opgezegd door de nieuwe eigenaar van het recreatieoord is de kans groot dat wij na verkoop ons huisje moeten laten slopen om plaats te maken voor luxe chalets. Dat is kapitaalvernietiging van burgers. Ook hier zijn wij erg van ontdaan.

We zijn benieuwd hoe de gemeente Rotterdam deze zaken ziet en ons gaat compenseren hierin. Daarbij heeft de gemeente Rotterdam de hoge prijzen laten stijgen zonder daar een stokje voor te steken de afgelopen jaren. Met al deze gegevens in het achterhoofd vragen wij ons af wat de gemeente gaat doen. Wij hebben onze verbouwingen stil gelegd omdat we niet weten hoe lang we hier nog kunnen blijven, maar daardoor kunnen we in de tussentijd ook niet genieten van ons huisje omdat we midden in een verbouwing zitten! Kortom, wij zijn erg ontdaan en ervaren dit als een bizar oneerlijke een onmenselijke situatie. Mijn moeder werkt al jaren in de hulpverlening bij het CVD en GGD en zet zich als onder andere gezinscoach en maatschappelijk werker in voor mensen die het zwaar hebben in Rotterdam om hen een betere positie te geven in de maatschappij. Ik zet me al jaren in voor jonge meiden in de leeftijd 15-25 met mijn meiden media participatie en emancipatieprojecten Chicks And The City & Chicks On Screen. Hier heb ik in okt 2019 een onderscheiding voor mogen ontvangen uit handen van burgermoeder Aboutaleb. Wij zetten ons met heel veel liefde en passie in voor mensen in Rotterdam die het niet altijd even makkelijk hebben. Maar gemeente Rotterdam nu hebben mijn moeder en ik uw hulp nodig en we hopen dat u dat ons, en de 1100 andere huurders, zult geven.

Uw burgers hebben jullie hulp nu nodig! Ik heb er alle vertrouwen in dat mijn Gemeente Rotterdam ons niet in de steek zal laten en er voor ons zal zijn.

P. v Spanje Geachte raadsleden, Net als alle medebewoners ben ik zeer ontdaan van het bericht van 3 november jl. met betrekking tot de verkoop van het Recreatieoord in Hoek van Holland. Vijf jaar geleden heb ik mijn stacaravan aangekocht en sindsdien volledig van binnen en van buiten gerenoveerd met als klap op de vuurpijl op 15 oktober jl. nog een nieuw puntdak met isolatie ter waarde van 5.200,00 euro met vergunning van de beheerder Roel de Koning. Totale investering is 25.000 euro. Ik heb bewust gekozen voor een dikke laag isolatie op mijn dak, zodat het energiezuiniger wordt! Ik heb een lange geschiedenis met dit recreatieoord en met Hoek van Holland. In 1985 ben ik in Hoek van Holland gaan wonen en heb daar 10 jaar met zeer veel plezier gewoond. Gedurende die periode zijn mijn ouders (die permanent in Spanje woonde) op de camping gekomen met een stacaravan, om daar de zomers

met hun kinderen en kleinkinderen door te brengen. Uiteindelijk hebben zij 21 jaar op deze camping gestaan en vanwege ziekte zijn ze daar 12 jaar geleden mee gestopt. Ik heb vanaf dat moment de camping altijd gemist en ook Hoek van Holland. Vandaar mijn aankoop 5 jaar geleden en niets maakt mij meer blij dan op 1 maart inhuizen in mijn caravan en op 31 oktober te vertrekken. Ik heb een prachtig huis, maar woon daar slechts 4 maanden per jaar. Wat ik mij afvraag en waar ik graag een antwoord op wil hebben zijn de volgende zaken: 1. Hoe kan het dat u beweert dat de brandveiligheid niet op orde is, terwijl voor iedere wijziging een vergunning nodig is van de gemeente Rotterdam, de eigenaar van het recreatieoord. Bij iedere verkoop wordt er geschouwd, als de brandveiligheid niet op orde is, dan moet dat eerst hersteld worden voor de verkoop of het mag niet meer verkocht worden. Dus heeft u niet opgelet de afgelopen 97 jaar, of is het nu ineens een issue omdat u argumenten nodig heeft? 2.

Hoe kan het dat er een begrotingstekort is? Hoe weet u dit trouwens als het niet mogelijk is ons daarvan inzage te geven? Is het zo vertrouwelijk of is het zo onduidelijk? Er wordt geen huurverhoging toegepast, maar wel 3 speeltuinen gebouwd, een hoveniersbedrijf dat 5 dagen per week met 3 man aan de slag is, nieuwe paden aangelegd 4 jaar geleden, de rioleringen zijn vernieuwd, de meterkasten zijn vernieuwd…… Raar he, dat begrotingstekort. Hoe is dat de 97 jaren hiervoor dan gegaan? 3. Wat verstaat u onder modernisering? Het enige waar ik behoefte aan zou hebben op het recreatieoord is een gezellig kleinschalig restaurant met een leuk terras waar je buiten met visite kunt eten of een pizza kunt afhalen o.i.d. Aan een zwembad heeft volgens mij niemand behoefte. We gaan naar het strand en zwemmen in de zee en we hebben een abonnement bij het Hoekse badje waar we ‘s-ochtends baantjes trekken. De verenigingen organiseren van alles, dus entertainment is er meer dan voldoende. Graag zou ik, net als alle andere recreanten, hierop een antwoord willen hebben. Mocht u uiteindelijk besluiten toch tot verkoop over te gaan, dan wil ik er op aandringen dat er voorwaarden en garanties worden gesteld aan de nieuwe eigenaar m.b.t. de opzegtermijn, de wijze waarop omgegaan wordt met onze investeringen. We kennen allemaal de treurige verhalen van Europarcs, Droomparken, Molencaten enz. enz.

Even googlen en de pc loopt vol met verhalen hoe dit afloopt voor bewoners. Binnen een jaar kunnen ze hun spullen tegen eigen kosten afbreken en naar de vuilstort brengen. Waar is de menselijke maat in deze?? Met vriendelijke groet, Patty van Spanje

M. van Boheemen … Ik ben alleenstaand, moeder van volwassen kinderen, waarvan 1 gehandicapt. Ik woon helaas buiten Rotterdam in Den Haag en wil heel graag terug. Ik heb heimwee. Mijn opa en oma stonden al op het kamp sinds ong 1956. Zelf kom ik er sinds 1964 en ben de 3e generatie maar de 5e generatie is op komst. Ik zit deels in de WAO en werk deels en heb in de Hoek mijn 2e leven. Hoewel voor mij is het mijn 1e leven. In de stad zit je opgesloten en in de Hoek ervaar je een enorme vrijheid. Ik ben met hulp van mijn familie het huisje (uit 1968) aan het renoveren. Het houdt de familie samen (we zijn er allemaal opgegroeid) en geeft mij een waardevol en zinvol leven. Ons straatje is heel hecht, we doen veel samen. Ook met de nieuwkomers. Dat is heel bijzonder. In de winter zoeken we zelfs elkaar om de beurt op haha. De vriendschap gaat gewoon door in die wintermaanden. Mijn Duitse buren op het kamp nodigen ieder jaar rond Kerst zelfs de buren om ons heen uit om allemaal op bezoek in Duitsland te komen. Iedereen helpt elkaar, de ouderen fleuren op van de kinderen en de jongeren helpen de oudjes, met klussen en halen & brengen naar huis of gewoon met de boodschappen. Zieken worden verzorgd.. Nergens anders ken ik zo’n harmonieuze en gevarieerde gemeenschap die op een klein stukkie samen leven.

M. Lanser – de Bruin

Ik ben Mariska Lanser – de Bruijn en samen met mijn man Kevin staan wij zelf sinds 2002 op de camping. Op plaats 204. Kevin heeft altijd met zijn ouders op Tasman gestaan dus hij staat er al wat jaartjes langer. Mijn overgrootouders zijn begonnen met kamperen aan de Dennenlaan op het huisjeskamp. (jaartal nog onbekend maar net voor de oorlog wordt genoemd) Omdat er destijds geen huisjes te koop stonden zijn mij opa en oma hun kampeeravontuur gestart op Vlugtenburg. Daar hebben mijn ouders elkaar weer leren kennen en hebben toen ook daar een caravan gekocht. Het leed van de reorganisatie en modernisering van vlugtenburg heeft mijn opa & oma en ouders zeer veel verdriet gedaan. Als 20 jarig meisje kan ik mij dit nog heel goed herinneren. Omdat het kamperen in het bloed zit hebben Kevin, die ik overigens ook op de camping heb leren kennen, en ik de stap genomen om op Tasman een caravan te kopen. Dit in de veronderstelling dat de gemeente nooit in staat zou zijn geweest om ons hetzelfde aan te doen als wat toen op vlugtenburg gebeurde. Ik heb notabene mijn ouders in 2008 overgehaald toch weer een caravan te kopen….. als ik dan nu weer hun spanningen en emoties zie komt alles van toen weer terug Ik werk als Senior Verpleegkundige in het ErasmusMC-Sophia op de afdeling IC neonatologie. Met vriendelijke groet, Mariska Lanser- de Bruijn

N. v Maaren Beste leden van de Commissie, Ik wil graag mijn verhaal vertellen, over wat “de Hoek” voor mij betekent. Ik ben Norma van Maaren, 47 jaar, ik ben GZ psycholoog met een eigen praktijk, moeder van een zoon van 14 en weduwe sinds 9 jaar. Mijn opa en oma, ras Rotterdammerts, hadden sinds 1946 een huisje in de Hoek. Vroeger betekende dat, steeds opnieuw opbouwen, de planken van zolder halen, een zomer met bolderkarren naar het strand, even weg uit de stad, dat kleine muffe huis uit. Ook toen oma in een rolstoel zat, en opa een arm was verloren, of, juist toen, hebben ze enorm genoten van hun huisje, vriendschappen voor het leven werden er gesloten. Mijn moeder is er dus opgegroeid, net als ik, en nu mijn zoon. Dus nee, ik woon zelf niet in Rotterdam, ik heb in Boskoop, Waddinxveen en Alphen gewoond inmiddels. Dat doe je voor werk en voor de liefde. Maar Hoek van Holland, de Hoek, dat is al 4 generaties wel onze vaste stek. Ik voel me meer inwoner van Hoek van Holland, dan ik me ooit Boskoopse heb gevoeld. Toen mijn man overleed, dat ik niet alleen op vakantie durfde met een kind van 5, maar in de Hoek meteen helemaal fijn voelde, daar is het veilig, mijn plek.

Hoek van Holland was niet alleen mijn stek, maar ook van de vrienden die ik daar mee naartoe neem, de familie die langskomt, de vriendinnen van mij vroeger al, en de vrienden van mijn zoon nu, die ook allemaal goede herinneringen maken als het gaat om de Hoek. Vaste extra mensen die allemaal niet naar Scheveningen gaan, niet naar Noordwijk wat voor ons dichterbij is, maar hun geld ook graag uitgeven in Hoek van Holland, om het leven met ons te vieren. Die saamhorigheid daar, mijn vader die zijn heg knipt maar ook die van de buren, de overbuurvrouw die ook toezicht houdt op wie zich op mijn terrein begeeft. Met mijn ouders die inmiddels allang met pensioen zijn en vooral met mooi weer altijd het huisje opzoeken, maar ook wat te oud werden om het huisje goed te onderhouden, heb ik afgesproken dat ik het van ze over zou nemen. In 2019 kwam het kavel op mijn naam,

ik heb niks gehoord over een regel qua woonplaats Rotterdam, maar wel een kavel met een lek huisje, met schimmel, verwaarloosd eigenlijk, oud. Dus, ja, wat doe je dan, repareren of moderniseren door slopen en nieuwbouw neer te zetten. Een rondje over het kamp laat zien dat er mooie nieuwe huisje neergezet worden, nog steeds klein, knus, pittoresk, en passend in de omgeving maar wel modern, luxer, veiliger. Ik begrijp dat in de afgelopen 2 seizoenen tenminste 90 huisjes en caravans grondig zijn aangepakt om te vernieuwen en verbeteren. Waarbij de modernisering eigenlijk, zonder dat het is opgelegd of voorgeschreven, gewoon op een natuurlijke manier zijn weg vindt op het kamp.

Ik dacht, aangezien ik zelf nog wel een jaar of 50 mee kan, ik bouw een nieuw huisje, modern en met een vleugje opa. Dan kunnen mijn ouders hun dagen daar nu slijten, en ik straks ook, wat een droom om dat waar te kunnen maken. Mijn plekkie. Het was nog niet zo makkelijk. Juist vanwege alle eisen op het gebied van bijvoorbeeld brandveiligheid, materiaal, afmetingen, afstand, heeft het me uiteindelijk vele mails met de gemeente en 1 jaar gekost voordat ik eindelijk een bouwvergunning heb gekregen. In mei 2020 welteverstaan. Aangezien ik dit seizoen 2021 meteen het huisje zou gaan bouwen, heb ik einde seizoen 2020 het huisje alvast laten slopen. Alles heb ik weggegeven, tot pollepels aan toe. “Veel plezier met slopen mevrouw”, hoorde ik van mijn laatste contactpersoon. Maar ja, meteen daarna die brief op de mat. Daar zit ik dan. Huurder van een leeg kavel. Wat doe je dan? De gemeente die aangeeft, bouw maar niet nieuw, straks veranderen de voorwaarden!! De aannemer die zegt, bouw maar wel, dat zal wel loslopen. Beiden mogelijk met een eigen agenda.

Wat heb je aan een kavel wanneer de voorwaarden straks worden, er mag niet meer gebouwd worden vanaf nu, en iedereen met een huisje heeft nog rechten? Wat als een nieuwe koper rekening houdt met, we wachten we tot bewoners bwvs spreken overlijden, zodat het plat kan? Wat heb ik aan het bouwen van een huisje wanneer ik het over 2 jaar weer moet slopen? Moet ik mijn geld bewaren om eventueel mee te doen met een nieuw project, eenheidsworst huisjes om de plek maar te houden, wetend dat ik niet meer naar mijn Jol buurvrouwen kan zwaaien die er nu het hele seizoen zitten, op steeds dezelfde stoel voor hun huisje omdat ze leven van de contacten met de mensen op het kamp, en thuis niks hebben? Zij komen niet meer terug, wanneer de prijzen torenhoog worden. Mijn ouders hadden het niet gekund. Bij mij is het, mijn droom weg om mijn pensioen ook daar te kunnen slijten, en geld weg als ik bouw. Maar voor de meesten is ook het, leven weg, de eenzaamheid weer in. Je kent daar meer mensen dan in je woonplaats. En dan is niet alleen mijn huisje weg, maar ook heb ik het gevoel iets gesloopt te hebben waar mijn ouders het prima nog een aantal jaar in hadden kunnen bivakkeren. Het voelt niet als vakantie, maar als thuis, ik voel me inwoner, ik “woon” daar langer dan in mijn huidige woonplaats, het is mijn basis.

Uit je standaard leven zijn, het slenteren over het strand en de waterweg, neerploffen bij de fijne strandtenten, de wandeling door het bos of de fietstocht naar de Staelduinse bossen. Voor mij onbegrijpelijk dat ik na zo’n lang proces bij de gemeente een vergunning krijg in mei 2020, waar ik me echt niet voor kan stellen dat er toen niet al iets bekend was over nieuwe ontwikkelingen. De gemeente had ook even, tijdelijk, kunnen zeggen, we geven momenteel geen nieuwe vergunningen af. Dan had ik nog een huisje gehad waar ik het dak van zou laten maken, en in af kon wachten, hoe nu verder? Geen kosten gemaakt, maar ook minder slapeloze nachten, waar doe ik goed aan? Geeft de gemeente om deze recreanten? Of om de recreatieve functie van de plek? Of toch gaan voor het geld? In hoeverre houdt de gemeente echt toezicht op de afspraken met een koper, wanneer deze beloofd het goed te gaan doen voor de recreanten? En bedoelt, nieuwe recreanten waar veel geld zit? Dat wordt interessant ook, op een wisseldag de Maasdijk vol laten lopen met een Centerparcs file, ik weet niet of de inwoners van Hoek van Holland daar vrolijk van worden, drie uur file om thuis te komen. Is er met de strandhuisjes al niet genoeg vierseizoensaanbod? Zelfs Landal vindt een zwembad aanbieden niet eens nodig wanneer je met je voeten meteen op het strand staat.

En ik ben niet tegen verkoop, wanneer dat betekent dat de huidige recreanten kunnen blijven. En wanneer het vierseizoens wordt, ik kan er nu al naar uitkijken, over 20 jaar met pensioen op de stranden als het sneeuwt. Mijn mogelijke kleinkinderen er ook van laten genieten. Maar wanneer het echt gaat om het beheer, lijkt me dat ook kunnen op een andere manier, een beheerder die wij zelf betalen bijvoorbeeld. Of in eigen beheer. Of een koper die recht doet aan het erfgoed, zoals het bedoelt is, er kan altijd nog wat bijgebouwd worden voor de verkoop misschien, op de plek van de kassen of waar het voormalig café zat. Huurverhoging, wanneer het om de kosten gaat, vind ik ook heel begrijpelijk. Ik wil het best kopen ook, mijn stuk, als dat zou kunnen. Alleen denk ik dan ook dat de ouderen, die er vooral zitten, dan nog hun huisje kwijt zijn, geen mogelijkheden hebben. Ik begrijp heel goed dat een koper ook wel wisselgeld zou willen. Ik begrijp het echt. Ik begrijp alleen niet dat, naar mijn gevoel, het mensen zijn geweest, die mij een huisje hebben laten slopen dat op te knappen was. Mensen die eigenlijk willens en wetens hebben verzwegen dat het misschien niet zo handig zou zijn en veel geld zou kunnen kosten, voor

de tijd die ik het zou hebben. Dat het mensen zijn die hebben gezegd, geef dat geld maar uit hoor, terwijl ze ergens wisten, dat wordt straks neergehaald. Ik vraag me af, of zij dan ook slapeloze nachten hebben? Als ik dat al heb over een huisje van mijn ouders dat ik gesloopt heb, maar dan zonder deze voorkennis? Ik hoop, dat de gemeente Rotterdam in gesprek met ons gaat en kijkt, wat doet iedereen recht, los van wat een koper zou willen. Laten we het samen doen.

Met vriendelijke groet, Norma van Maaren, 3e generatiebewoner van Jol 6, nieuwe kamp, Hoek van Holland

R. Dullaart Tijdens het inspreken zal ik volgende punten binnen 5 minuten toelichten m.b.t. de recente aankoop van het huisje aan de Tamarixlaan 35: 1. Verkoper dient 2 sept aanvraag in voor verkoop, na schouwing op 9 sept wordt geen toestemming gegeven, i.v.m. slechte staat, aldus Roel de Koning. 2. 12 oktober, bericht van Noud Cremers aan de verkoper. Huisje mag verkocht worden mits de koper (mijn dochter Melanie) akkoord gaat met ontbindende voorwaarden. 3. Ontbindende voorwaarden komen er op neer dat het huisje voor 1 juni 2021 gerenoveerd moet zijn. (In de komende 3 maanden dus) Investering 15.000 euro. 4. 22 oktober 2020 is de huurovereenkomst getekend en is mijn dochter akkoord gegaan met de ontbindende voorwaarden en heeft voor 4.500 euro het huisje gekocht. Van haar spaargeld (gekregen van haar inmiddels overleden opa). 5. Ik voel mij als vader bezwaard, omdat ik haar geholpen heb bij deze aankoop wat een goede besteding leek voor het spaargeld van haar opa. 6. Inmiddels heeft zij een op 10 februari aangetekende brief gestuurd aan het College van B&W met het verzoek de huurovereenkomst te ontbinden en haar schadeloos te stellen. 7. In de reactie van het College van B&W (8 maart) zijn al onze verzoeken van tafel geveegd en dienen we ons te houden aan de ontbindende voorwaarden. 8.

Grote vraag is wat nu? Huisje is onbewoonbaar, aangezien we in de laatste week voor de sluiting de gehele inrichting hebben verwijderd i.v.m. de renovatie.

A. Knulst Beste raadsleden, Ik wil mijn inspreektijd benutten met twee voorbeelden hoe recreatiepark eigenaren omgaan met de parken en campings die zij hebben gekocht. Een schets van collectieve machteloosheid. Mijn zorgen bij de overname door een commerciële partij en de rol van de gemeente.

K. Brand De burger kan vertrouwen op het consequent handelen van de overheid. Dat lijkt in dit geval helaas niet aan de orde. In 2020, toen binnen de Gemeente Rotterdam al plannen in een vergevorderd stadium waren om tot een besluit tot voorgenomen verkoop over te gaan heeft de Gemeente toch nog een groot aantal transacties gepasseerd. Dat is op zich niet onrechtmatig, ware het niet dat de stelling kan worden neergelegd dat sprake is van een onbetrouwbare overheid en derhalve bestuursrechtelijke aansprakelijkheid. Een globale inventarisatie brengt het volgende met zich mee:

• •

gemeld aantal in 2020 gekochte/gesloopte/nieuwbouw huisjes gemeld aantal in 2020 verkochte of nieuwe caravans

55 11

Bij al deze overdrachten/vergunningverleningen moet de Gemeente van Rotterdam alsook een afgevaardigde (ambtenaar) betrokken zijn en daarom op de hoogte zijn. Zeker in de laatste maanden (augustus/september/oktober 2020) kan met stelligheid worden aangenomen dat het besluit tot voorgenomen verkoop bekend was/had moeten zijn bij de betrokken ambtenaren. Hierbij hebben we het niet over het receptiepersoneel, maar zeker en ieder geval de heer R. de Koning en of betrokken ambtenaren bij de vergunningverlening/aan-/verkoop met omzetting huurovereenkomst grond. Als saillant voorbeeld geldt een verkoop op 28 oktober 2020, waar op geen enkele wijze melding is gemaakt van het aanstaande besluit, danwel op zijn minst een opmerking dat de bepalingen in de huurovereenkomst bij het aangaan van de overeenkomst met de Gemeente Rotterdam ook zullen gelden, mocht onverhoopt het park in andere handen komen. Nee, niets van dit alles. Nu is bekend dat het succesvol aannemen van bestuursrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid een zeer lastige is, immers het verweer zal zijn dat er toch niets verandert, althans dat de huurovereenkomsten zullen worden gerespecteerd door de nieuwe eigenaren. En daar zit nu net de kneep. De huurovereenkomst en de opgenomen teksten door de eigenaren zijn getekend omdat het een overeenkomst was met de Gemeente Rotterdam, welke al sinds 100 jaar eigenaar was.

Juist de meest relevante bepalingen, bijvoorbeeld dat de huurder weliswaar een huurovereenkomst aangaat voor onbepaalde tijd, maar wel met een opzegtermijn van 1 jaar, tekent de huurder omdat deze te maken heeft met een betrouwbare niet commerciële verhuurder, zijnde de lokale overheid. Niemand, maar dan ook niemand zal met een commerciële uitbater een dergelijke huurbepaling ondertekenen, waarbij het dus zo kan zijn dat de door de huurder net gerenoveerde woning, na een jaar weer moet worden afgebroken omdat de huur wordt opgezegd. De eventuele vergoedingsbepaling sluit hier ook geenszins deugdelijk op aan. In dat licht is bijvoorbeeld de situatie rond de aankoop van Tamarixlaan 35 een uitstekend maar triest voorbeeld, welk huisje overgedragen is op 22 oktober 2020 met een renovatieverplichting als voorwaarde. Op zich niet een ongebruikelijk beding, maar nu juist wel. De koper moet renoveren met in zijn achterhoofd de bepalingen in de huurovereenkomst, terwijl de koper volledige onzekerheid heeft over de toekomst en inrichting van het park. Is dat dan eigen schuld? Ik denk van niet. Eigen schuld zou het zijn als de huurder deze bepaling tekent bij de nieuwe uitbater (welke er dus hopelijk nooit gaat komen) maar niet als de huurder deze tekent met een overheid, die een doel had/heeft met het park.

Namelijk zoals u het zelf aangeeft op uw website: Recreatieoord Hoek van Holland, de 'houten kampeerstad', ligt aan een uniek duingebied op enkele honderden meters van de Noordzee. De ideale uitvalsbasis voor een heerlijke vakantie net buiten de drukke stad. En laat nu net door de wethouders worden aangegeven dat dit anders gaat worden, het moet 4-seizoenen en luxe worden. In alles dus anders dan hetgeen nu is. De aanwezige optrekken op het park zijn helemaal niet geschikt voor 4-seizoenen en kunnen ook veelal daar niet op aangepast worden. Van de houten kampeerstad zal dus niets overblijven. Is dit dus een sluitende casus voor bestuursrechtelijke aansprakelijkheid? Ik durf de casus voor gevallen in 2020 wel aan, maar het is in ieder geval een casus van schending van de normen van een betrouwbare overheid. Tot slot, achteraf bezien heeft de Gemeente Rotterdam de eigenaren ook nog eens “zand in de ogen” gestrooid. Wat te denken van volledig nieuwe speeltuinen op de terreinen en het volledig vernieuwen van alle waterputten op het terrein. De meest gehoorde reactie was dat de eigenaren het zo mooi vonden dat de Gemeente Rotterdam alles zo keurig op orde had en dat de Gemeente investeerde in haar eigendommen. Met de wetenschap van nu lijkt het erop dat de Gemeente het te koop gezette park nog even snel heeft opgepimpt.

De gemeente – als publiekrechtelijke rechtspersoon – kan zelf geen informatie verstrekken of mededelingen doen. Dit heeft tot gevolg dat het altijd ambtsdragers – zoals de burgemeester of een wethouder – of ambtenaren zijn die informatie verstrekken namens de gemeente. Van onrechtmatig handelen door de gemeente kan alleen sprake zijn indien de betreffende uitlatingen kunnen worden toegerekend aan de gemeente. De gemeente kan alleen onrechtmatig handelen door onjuiste informatie te verstrekken, indien die verstrekking aan haar kan worden toegerekend. Voor de toerekening van informatieverstrekking aan de gemeente is niet vereist dat informatie wordt verstrekt door een gemeentelijk bestuursorgaan. Het verstrekken van onjuiste informatie een ambtenaar kan in beginsel eveneens aan de gemeente worden toegerekend, ook al beschikken zij niet over de bevoegdheid tot het toekennen daarvan. Feitelijk handelen,

zoals het geven van inlichtingen, kan aan de gemeente worden toegerekend indien dit in het maatschappelijk verkeer heeft te gelden als een gedraging van de gemeente. Het voorgaande geldt ook indien informatie wordt verstrekt zonder dat daaraan een concrete vraag voorafging, met andere woorden, indien spontaan mededelingen worden gedaan die later onjuist blijken te zijn. Bij de beantwoording van de vraag of de burger er redelijkerwijs op heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen werden verstrekt, komt betekenis toe aan alle omstandigheden van het geval. In dit verband kan een zeer groot aantal factoren (of: gezichtspunten) een rol spelen. Wat zeker hierin een rol kan spelen is dat in vrijwel alle gevallen de gemeente te maken heeft met een natuurlijk persoon, die zich niet laat bijstaan door een ter zake deskundige. Bestuursrechtelijke aansprakelijk en geschaad vertrouwen zijn belangwekkende aspecten die je ver moet houden van een Gemeente zoals Rotterdam. Laat het u niet gebeuren dat de voortekenen dat dit wel eens aan de orde zou kunnen zijn, bewaarheid worden. Klaas Brand

J. de Jong

Familie Na al deze krachtige, emotionele, doordachte, doorgerekende, uit het hart gegrepen, eerlijke en oprechte verhalen, mag ik u als laatste vandaag, ons verhaal vertellen. hoort het goed, ONS verhaal, niet MIJN VERHAAL. Ons verhaal gaat over familie. ONZE familie. Die familie bestaat uit mijn ouders Ben en Sonja, 2 dochters, 2 schoonzonen en 2 kleinkinderen. Een gelukkige en hechte familie.

Een Familieverhaal !!!

Insprekers woensdag 7 april Verkoop recreatieoord Hoek van Holland A. Dalkman

‘Het geweten van de stad’ Geweten, wat betekent dat ook al weer. Even googlen. Ge-weten, gij weet, u weet, bekend zijn met, kennis hebben van, op de hoogte zijn van. Universele verklaring van de rechten van de mens. artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen. Geweten is het innerlijk besef van goed en kwaad.

Mijn verhaal gaat over een nachtmerrie waarin ‘de gewetenlozen’ de macht hebben gegrepen en over de hoop dat mensen met een geweten de strijd aan durven gaan en ‘de gewetenlozen’ verdrijven.

R.F. Schürmann Zie ook bijlag 1 verderop in dit bestand. Aan de lezer, Naar aanleiding van de brief van de wethouders Said Kasmi en Bas Kurvers van 3 november 2020 (kenmerk; 3708609) een bijdrage om het slepende hoofdpijndossier recreatieoord Hoek van Holland – ofwel de Houten Kampeerstad – eindelijk tot een oplossing te brengen. Mogelijke aanbevelingen voor het gemeentebestuur van Rotterdam: 1) Geef de recreanten én neem als gemeente ook zelf de tijd om alle vormen van goed beheer te onderzoeken. 2) Maak zo snel mogelijk het laatste stukje metro af. 3) Besteed nu tijd en creativiteit aan het opstellen van een goed doordachte langetermijnvisie voor de kuststrook van Hoek van Holland. Ter inspiratie en succes.

M. Bruijns Mijn inspreekmoment zal ongeveer het volgende inhouden: Ontstaansgeschiedenis van Recreatieoord Hoek van Holland 1 van de oudste vakantieparken van Nederland. Erfgoed. Opgezet door de gemeente Wat betekende modernisering in de geschiedenis van het recreatieoord

Floreert puur via mond op mond reclame. De manier van recreëren is hier al 98 jaar ongeveer hetzelfde en wordt van generatie op generatie doorgegeven.

L. Schrijver Hoek van Holland: cultureel erfgoed om te koesteren Lara Schrijver, 24.03.21 Allerlei woorden passeren de revue als je bewoners vraagt naar de kwaliteit van het Recreatieoord Hoek van Holland: authentiek, dorps, sociaal, divers, gemoedelijk, kneuterig, ongeregeld, saamhorig, volks, vertrouwd, knus, eenvoudig, ontspannen, onbetaalbaar, … Achter deze lijst begrippen gaat een belangrijke kernkwaliteit van het Recreatieoord Hoek van Holland schuil: het heeft een lange geschiedenis, dat in leven wordt gehouden door de hechte gemeenschap die er elk jaar opnieuw vele weekenden en de zomermaanden doorbrengt. Mede hierdoor heeft het kamp al de erkenning gekregen van ‘immaterieel erfgoed’. Deze erkenning verwijst onder andere naar het feit dat er vandaag nog altijd vakantie gehouden wordt zoals grofweg een eeuw geleden, veelal door Rotterdammers die inmiddels ‘halve Hoekenezen’ zijn. Zo sterk is de verbondenheid tussen de stadsbewoners en deze buitenplek, dat Hoek van Holland ook wel ‘Rotterdam aan Zee’ wordt genoemd. Maar ook als materieel erfgoed is het waardevol, zoals onlangs bevestigd met de erkenning van ‘Echt Rotterdams Erfgoed’.

Dit onderschrijft de kwaliteiten van het kamp als levend erfgoed, als collectief geheugen van Rotterdam, met oude en nieuwe ideeën over recreëren, en met veelal bescheiden vakantiewoningen die zich naadloos voegen in het gevarieerde kampweefsel. In het Recreatieoord krijgt de tijdelijke ontsnapping aan de dagelijkse werkelijkheid een tastbare vorm. De langdurige cultivering van de vluchtigheid bepaalt hier de erfgoedwaarde: al bijna een eeuw geven de steeds terugkerende, vaste bewoners vorm aan het samen recreëren. Tot 1951 werden de grote tenten en kleine houten huisjes zelfs jaarlijks opgezet en weer afgebroken. Na 1939 werd wel de mogelijkheid tot overwinteren verkend, maar pas in 1951 mocht een aantal huisjes de hele winter blijven staan. Ook toen de huisjes mochten overwinteren werden de recreatiewoningen niet voor de eeuwigheid gemaakt, maar eerder kleinschalig en bescheiden. Juist door de voortdurende betrokkenheid bij opbouw, verbouw en overdracht aan de volgende generatie hebben de bijzondere kwaliteiten van het kamp zich kunnen ontwikkelen. Iedere bewoner, iedere nieuwe generatie, nam inzichten over en paste die waar nodig aan. Zo zijn de oudste typen woningen nog altijd herkenbaar in de nieuwste varianten, en is het park als geheel een breed palet van tradities, aanpassingen en nieuwe ideeën.

Wil de gemeente nu werkelijk bijna een eeuw aan gestage ontwikkeling overdragen aan een partij die er belang bij heeft een zo groot mogelijke eenvormigheid neer te zetten? En juist nu er op allerlei gebieden (landbouw, stadsontwikkeling, sociale cohesie) aangetoond is dat monoculturen funest zijn, wil de gemeente een van de oudste vakantieparken, met een traceerbare, gedocumenteerde geschiedenis, van de kaart vegen? Let wel, dit is nog altijd dezelfde gemeente die in 1923 het kampeerterrein opende, vooral om wat orde te scheppen in het terrein dat al door arbeidersgezinnen werd gebruikt als zomerverblijfplaats. Dezelfde gemeente die niet alleen het ongekende experiment van de ‘houten kampeerstad’ ondersteunde, maar zelfs een voorbeeldrol vervulde, door in de jaren ’30 een aantal typische plattegronden en gevels te ontwikkelen voor de houten huisjes die steeds meer op het terrein kwamen.

Waarom de gemeente ‘het kamp’ wil verkopen is niet helemaal duidelijk. Gesteld wordt dat het geen kerntaak is, maar de gemeenteraad heeft zelf een rol in het definiëren van haar taken. Op vele plaatsen in Europa beheren gemeentes dit soort terreinen juist vanuit het publieke belang. Wat wel duidelijk is, is wat er verloren dreigt te gaan met de verkoop: een cultuurhistorisch waardevol vakantiepark met een rijke en diverse architectonische geschiedenis, waar de gemeente zelf ooit het voortouw in nam. Voor iedere voorkeur is wel iets te vinden, en de huisjes maken een breed palet aan ideeën zichtbaar. Op het kamp zijn bijzonder oude huisjes te vinden, met de slanke stalen kozijnen en dunne glazen windschermen die hoorden bij de jaren 30 en 40, en evengoed nieuwe, houten cataloguswoningen die voldoen aan alle huidige standaarden van duurzaamheid. Het oude kamp werd in de jaren 50-60 uitgebreid met ‘het nieuwe kamp’ (nu ook al 50 jaar). Kinderen kunnen in hun dagelijkse dwalen een bijzonder mooi spectrum aan verschillende huisjes zien, waarin vrijwel de hele geschiedenis van de laatste 100 jaar voorbijkomt aan ideeën over bouwen en vakantiehouden. De huizen en percelen zijn klein genoeg dat iedere bewoner zijn eigen ideale woonomgeving kan realiseren, op een klein aantal vierkante meters. De architectuurhistorische kwaliteit is voelbaar op het kamp.

De bijzonderheid van specifieke huisjes, de liefdevolle verbouwingen die ze generatie op generatie ondergaan: je hoeft geen architectuurhistoricus te zijn om te ervaren hoeveel aandacht van de bewoners in de huisjes zit. En daarbij is er dan om elke hoek weer een verrassing: huisjes die doen denken aan de Franse Midi, huisjes die zich verschuilen achter bomen en klimop, of huisjes die nog uit de jaren 50 stammen en vrijwel onveranderd zijn. Op die manier is het park als geheel een levendig weefsel van ideeën over vakantie en over wooncomfort. Moet dat nu werkelijk vervangen worden door exclusiviteit, gelijkvormigheid, en extra faciliteiten waar niemand om heeft gevraagd? Het park bestaat misschien niet meer alleen uit de arbeidersklasse waarvoor het in 1923 werd opgezet, maar de maatschappij als geheel ook niet. Het recreatieoord is gestaag ontwikkeld, maar wel met behoud van het oorspronkelijke karakter. De verkoop aan een partij die eenvormigheid en exclusiviteit inbrengt is een bedreiging van het architectonische en culturele karakter van het recreatieoord. Rotterdam staat bekend als de stad van de vooruitgang en van de architectuur – en soms betekent vooruitgang simpelweg het koesteren van de natuurlijke ontwikkeling: het kamp heeft allerlei stedenbouwkundige, historische en architectonische kwaliteiten waar de stad baat bij kan hebben.

Houd die vooral in ere, en leer ervan. Bronnen / Mario Bruijns, De Houten Kampeerstad, deel I (2013) en II (2016) Mieke Dings, Tussen Tent en Villa (2015) Alastair Gordon, Weekend Utopia (2001) https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/recreeeren-in-houten-huisjes-op-recreatieoord-hoek-van-holland museumrotterdam.nl/ontdek/categorie/echt-rotterdams-erfgoed

---

F. Hooimeijer Ruimtelijk ordeningsperspectief voor de houten kampeerstad Fransje Hooimeijer cs. Samenvatting Dit betoog wil graag bijdragen aan een visie op een duurzame toekomst van de houten kampeerstad. Wij zien vijf aandachtspunten: het hebben van een precies beeld van de ruimtelijke stedenbouwkundige kwaliteit van het kamp in zijn omgeving, de cultuurhistorische - en natuurwaarde, het beeld van ‘modernisering’ en ten slotte de op handen zijnde ‘verkoop’. • Het Recreatieoord Hoek van Holland is geen planologische- en ontwikkel recreatievlek als zoveel andere. Het is een duurzaam, tijdloos en robuuste ruimtelijke structuur met woonmodel van recreatie, verbonden aan de directe omgeving en de stad Rotterdam. • De historische waarde van de houten kampeerstad zit hem onder meer in de sterke verbinding met het natuurlijke landschap (bv de Slapersdijk en het duinlandschap), en in het feit dat het een duurzaam en voorbeeldig model van leven met de natuur is. • De natuurwaarde is gelegen in ruimtelijke structuur van het kamp, royaal begroeid met vele tuinen en heggen en daarmee landschappelijk ingebed in naastgelegen Natura 2000 netwerk.

• De termen ‘modernisering’ en ‘revitalisering’ zijn zeer misplaatst voor een park waarin bewoners hun ‘vastgoed’ uitstekend onderhouden en dat een voorbeeld voor duurzaamheid is (groen, energiezuinig, robuust, generatie overstijgend, bescheiden in behoefte). • De ‘verkoop’ van het beheer/exploitatie van een park met een dergelijke grote omvang van privaat bezit is ongepast. Passender zou zijn om te spreken over het ‘gunnen’ van een dienstverlening aan een andere partij dan de gemeente, dat zou dan in het beste geval de bewoners zelf zijn. De Gemeenteraad heeft drie rollen: kaders stellen, controleren en inwoners vertegenwoordigen. Wij denken dat het borgen van een duurzame toekomst van de houten kampeerstad weldegelijk een gemeentelijke kerntaak is, een kerntaak is wat de gemeente zelf als kerntaak benoemt. Het borgen van collectief erfgoed ten behoeve van het welzijn van de bevolking, is dat geen kerntaak zijn? Short read Ruimtelijke kwaliteit gaat over prestatie die ruimte levert in de gewenste gebruikswaarde. Het is een publieke zaak, dat wil zeggen een verantwoordelijkheid van ons allen, en met name van de overheid, de volksvertegenwoordiging.

Het zorgt voor een prettige, mooie omgeving die betekenisvol is, goed functioneert qua verhouding tussen private en publieke ruimte, waarin de schalen van straat niveau tot regio verbonden zijn, schalen van mobiliteit en waarin de natuur een belangrijke rol speelt voor de biodiversiteit, waterberging, hitte reductie en impact heeft op een gevoel van welzijn en ontspanning. Dit betoog wil graag bijdragen aan een visie op een duurzame toekomst van de houten kampeerstad. Wij zien vijf aandachtspunten, ofwel tips voor het college en de raad om vanuit deze impasse de juiste keuzes te kunnen maken. Dat zijn: het hebben van een precies beeld van de huidige ruimtelijke kwaliteit, de cultuurhistorische waarde van het complex, de natuurwaarde van het kamp en haar omgeving, het beeld van ‘modernisering’ en ‘revitalisering’ ten slotte de op handen zijnde ‘verkoop’: Het is belangrijk om Recreatieoord Hoek van Holland niet te zien als een planologische recreatievlek als zoveel andere. De houten kampeerstad is een stukje stad, met alle facetten die daarbij horen zoals stedelijke diversiteit, identiteit, gemeenschapsgevoel en een historische verbinding met de bebouwde omgeving en natuur. Het is belangrijk de ruimtelijke en maatschappelijke waarden waarop een visie nodig is duidelijk in beeld te brengen en te benoemen.

De benadering van de gemeente is dat het recreatiepark een recreatie vlek is in de stad die door een professionele recreatie organisatie beheerd moet worden. Helaas gaat deze benadering voorbij aan de werkelijke en unieke situatie, van ruimtelijke kwaliteit, die te vergelijken is met andere recreatieparken. Het materiële en immateriële erfgoed van deze ‘vlek’ maken dit park uniek en verdient het om uit de vlek recreatie gehaald te worden en wordt gezien voor wat het is: een deel van de stad in haar diverse architectuur, hoge ecologische waarde en functionaliteit die aansluit bij een vorm van recreëren die door de ouderwetsheid hypermodern is in de trend van mindfulness, slow, leven met de natuur. De historische waarde van de houten kampeerstad zit zoals door Lara Schrijver toegelicht in de bebouwing, maar ook in de sterke verbinding met het natuurlijke landschap (bv de Slapersdijk en het duin), en in het feit dat het een duurzame structuur betreft die al bijna 100 jaar functioneel is. Deze structuur gaat over de hoofdstraten, de padenstructuur die groepjes kavels ontsluiten en de maat van de kavels en de schaal van de bebouwing. Deze samenhang geeft vorm aan een manier van recreëren dat gekenmerkt

wordt door het simpele wonen zonder programma en met veel toevallige ontmoetingen dicht bij de natuur. Het is de basis van een hechte gemeenschap, waardoor het Recreatieoord in de beleving van duizenden Rotterdammers al vele generaties een belangrijke rol speelt. Het Recreatieoord en Hoek van Holland worden omringd door gebieden met zeer hoge natuurlijke waarden. Het Duingebied en de oude landschappelijke structuren naar het Staelduinse Bos zijn aangemerkt als Natura 2000 gebied en dienen beschermd te worden tegen de grote stedelijke dynamiek en stikstofdepositie. Het Recreatieoord is op een organische wijze vergroeid met deze gebieden. Het ontwikkelen van een nieuw vakantiepark op deze kwetsbare plek gaat ten koste van de natuurwaarden en van de beperkte milieuruimte die er in Hoek van Holland is om nieuwe bouwplannen te ontwikkelen. De term ‘modernisering’ en ‘revitalisering’ wordt vaak gebruikt om de vakantiehuisjes te vervangen door standaard woningen, en het uitbreiden van de voorzieningen (binnenzwembad, midgetgolfbaan). Deze termen zijn zeer misplaatst voor een park waarin bewoners hun ‘vastgoed’ uitstekend onderhouden en een voorbeeld is voor een sociaal sterke en duurzame stad. In vergelijking tot veel andere parken en de stad Rotterdam zelf is de houten kampeerstad een lichtend voorbeeld van duurzaamheid.

Het is een woonvorm die gebaseerd is op het buitenleven met de seizoenen, in woningen met een lage co2 uitstoot, met systemen die weinig energie gebruiken en weinig afval achterlaten. Het heeft de tijd ingehaald en is de ‘state of the art’, een zogenaamde ‘nature based solution’ van ‘tiny houses’. Het werk mee aan het klimaatbestendig maken van Nederland doordat het groen is en met de seizoenen leeft, Het is gezond omdat de bewoners veel buiten zijn en veel bewegen, en kinderen altijd buiten spelen. Deze basis heeft enorm veel kans om nog vooruitstrevender te zijn omdat het makkelijk van het gas af zou kunnen en er ruimte is voor alternatieve opwekking van energie, ruimte aan meer biodiversiteit biedt en shared mobility aanmoedigt om mensen meer met het OV te laten reizen. Een voortgaande verduurzaming, die past bij het Recreatieoord, gaat uit van een organische verbetering van het bestaande en niet van sloop/nieuwbouw. Als we u goed beluisteren ‘verkoopt’ u eigenlijk de het beheer/exploitatie van de houten kampeerstad. De Gemeenteraad heeft drie rollen: kaders stellen, controleren en inwoners vertegenwoordigen. Wij denken dat het borgen van een duurzame toekomst van de houten kampeerstad weldegelijk een gemeentelijke kerntaak is, een kerntaak is wat de gemeente zelf als kerntaak benoemt.

Beheer van collectief erfgoed ten behoeve van het welzijn van de bevolking, zou dat geen kerntaak zijn? Deze kerntaak zou wat ons betreft moeten inhouden dat u de bewoners het beheer zou ‘gunnen’, gezien het feit dat ze al erfpachters zijn en zo werkt u mee aan een duurzame toekomst van de houten kampeerstad. Op basis van deze argumenten willen wij graag bijdragen aan een plan waarin de ‘verkoop’ vervangen is door een ‘gunning van beheer’ aan de bewoners van de houten kampeerstad. In dat plan spreken we niet van ‘modernisering’ en ‘revitalisering’ maar van ‘verdere verduurzaming’ van de al hoge ruimtelijke, sociale, ecologische en economische waarden die vertegenwoordigd zijn in de houten kampeerstad aan zee. Long read Paarlen voor de zwijnen: Ruimtelijke kwaliteit een publieke zaak Wat is ruimtelijke kwaliteit? Ruimtelijke kwaliteit gaat over prestatie die ruimte levert in de gewenste gebruikswaarde. In onze ruimtelijke ordening wordt dit geborgd door bijvoorbeeld welstandscommissies en ten aanzien van het milieu de Milieu Effect Rapportage, daarin wordt de impact die ruimtelijke ingrepen hebben op het milieu van mens en dier vastgesteld. Ruimtelijke kwaliteit is een publieke zaak, dat wil zeggen een verantwoordelijkheid van ons allen, met name van de overheid, de volksvertegenwoordiging.

Het zorgt voor een prettige, mooie omgeving die betekenisvol is, goed functioneert qua verhouding tussen private en publieke ruimte, waarin de schalen verbonden zijn, van menselijke tot regionale, schalen van mobiliteit en waarin de natuur een belangrijke rol speelt voor de biodiversiteit, waterberging, hitte reductie en impact heeft op een gevoel van welzijn en ontspanning. Deze kwaliteit komt tot stand in een stedenbouwkundig ontwerp waarin alle belangen met elkaar in relatie worden gebracht en worden afgewogen. Hiertoe zijn precieze analyses nodig van de bestaande kwaliteiten, deze analyses leiden direct naar het tekenen of ontwerpen van een nieuwe toekomst van een gebied. Dit betoog wil graag bijdragen aan een visie op een duurzame toekomst van de houten kampeerstad. Wij zien drie vijf aandachtspunten, ofwel tips voor het college en de raad om uit deze impasse te komen. Dat

zijn: het hebben van een precies beeld van de ruimtelijke stedenbouwkundige kwaliteit, de historische - en natuurwaarde, het beeld van ‘modernisering’ en ten slotte de op handen zijnde ‘verkoop’. 1)

Ruimtelijke stedenbouwkundige kwaliteit

In het ruimtelijke beleid van het college is het nodig om een visie te hebben dat gebaseerd is op een duidelijk beeld van de bestaande kwaliteiten die aan de basis liggen van een duurzame toekomst. Het hebben van inzicht van de huidige situatie is noodzakelijk omdat het een waarde vertegenwoordigd: natuurlijk kapitaal in bv. biodiversiteit, cultuurlijk kapitaal in historische betekenis of gebruikswaarde en gebouwd kapitaal in de vorm van bruikbare structure en esthetisch waardevol. Het gaat om dat de basis zou moeten zijn van beleid. Na het besturen van de Omgevingsvisie van Rotterdam, de TROP en het plan van de Zwarte Hond voor de Hoekse Lijn kunnen deze bestaande kwaliteiten beter in beeld gebracht worden. Met de nieuwe omgevingswet en de NOVI worden juist de analyses en integrale aanpak van groot belang geacht als basis van ruimtelijk beleid. Er wordt ook nadrukkelijk besproken hoe belangrijk de verbeelding is om met zijn allen achter een toekomstbeeld te kunnen staan en daarvoor is inzicht in het bestaande noodzakelijk. De Rotterdamse Omgevingsvisie zou veel sterker gemaakt kunnen worden met deze precieze analyse, zonder deze analyse gaat de visie aan bestaande kwaliteiten voorbij en verwordt ruimte als een vlek voor toekomstige ontwikkeling. Met vlek bedoel ik een kleur in een functiekaart waarop je kunt zien wat wonen, werken of recreëren is.

Maar de stad is geen verzameling vlekken, en het Recreatieoord is niet zomaar een recreatie vlek. Het is een stukje Rotterdam dat op verschillende schalen is verbonden met de geschiedenis, natuur, ruimtelijke en functionele structuur van Hoek van Holland. Het is belangrijk om als gemeenteraad het verschil tussen de houten kampeerstad en een Roompot of Center Parcs te onderkennen. De houten kampeerstad is een stukje stad, met alle facetten die daarbij horen, en Center Parks is een vaak mooi landschappelijk ontworpen park met standaardwoningen waarin geen stedelijke diversiteit, identiteit, gemeenschapsgevoel is en zonder een historische verbinding met de omgeving. Het recreatieoord is een belangrijke buffer en verbinding tussen de natuur en de stad. Voor de aanleg van de Van Dixhoorndriehoek, dat grenst aan het recreatieoord, was het een gevaarlijk kustgebied, dat ook regelmatig onder water stond. Van oudsher zie je dat in steden (denk aan Den Haag, New Orleans) de armere wijken in gevaarlijke gebieden worden gebouwd (de waterbouw redenatie is: als er weinig te beschermen valt dan hoeft de dijk niet zo hoog). De plattegrond van het gebied kenmerkt zich door het oude en het nieuwe kamp, gescheiden door de voormalige slaperdijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=15f09825-da62-4a57-b280-8197db39f803