bijlage 1 inspreker Van Opstal (2024 03 11 bf directie veiligheid)
Tekst van het document
$AMINI II(IAIN e t@rotter«dan.nl mail: per Uitsluitend Directie Veiligheid t.a.v. Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
IM'MEAII Dr Lelykade 10C 2583 CM Den Haag www.salomonsbeelaerts.nl T(31) 070 351 2124 F (31) 070 352 4492
Den Haag, II maart 2024 :'Toeda B.V.
Inzake Onze ref. E-mail Uw ref.
:RvO 14548 : vanopstal@salomonsbeelaerts.nl
ei« Inleiding
Namens Cannabis Verkooppunt Toeda B.V., gevestigd aan de Chris Bennekerslaan te Rotterdam bericht ik je als volgt. Tocda, door de burgemeester desgevraagd, doorloopt het proces om haar Cannabis Verkooppunt (CVP) van de Chris Bennekerslaan naar de Admiraliteitskadé te verhuizen.
Donderdag 7 maart jl. waren de hoorzittingen bij de Algemene Bezwaarschriftencommissie inzake de vergunningverlening voor de eventuele nieuwe (verhuis)locatie aan de Admiraliteitskade en het bezwaar tegen de vergunning met beperkte openingstijden op de huidige locatie aan de Chris Bennekerslaan.
Ik zal ze hieronder puntsgewijs behandelen.
Salomons eelaerts Advocaten is een maatschap naar Nederlands recht, Ingeschreven bij de KvK onder nummer 76132048, BTW-nr: NL860518516B01. Door ons wordt geen aansprakelijkheid aanvaard behoudens voor zover onze beroepsaansprakelijkheldsverzekering in voorkomend geval aanspraak op een uitkering geeft, verminderd met het elgen risico. Op al onze dienstverlening zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, die op eerste verzoek kosteloos worden toegezonden en die tevens in te zien zijn op onze website.
$MIIIIS
#(\IS II'I!MIN Admiralitcitskade
Zoals je gezien hebt, was er een hoge opkomst van belanghebbenden uit de buurt en was de weerstand tegen de komst van het CVP.groot. Ik verwacht dan ook dat na de beslissing op bezwaar bij de rechtbank beroep wordt ingesteld en na een uitspraak in beroep, hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).
Het gaat dus nog jaren duren voordat de vergunning onherroepelijk wordt, als de vergunning al in stand blijft.
Om die reden hebben de burgemeester en Toeda de afspraak gemaakt dat de locatie op de Chris Bennekerslaan open kan blijven, totdat Toeda na het verkrijgen van een onherroepelijke vergunning aan de Admiraliteitskade verhuisd is. Deze afspraak is voor 'Toeda essenticel en zij wil deze afspraak hier andermaal bevestigd zien.
Essentieel is voor Toeda ook dat de weerstand van de buurt waar mogelijk wordt weggenomen.
Toeda wenst dan ook zo spoedig als mogelijk, conform afspraak, zitting te nemen in de beheerscommissie en te participeren in de dialoog met de buurt en de gemeente.
Toeda wenst te laten zien dat zij een goede buur zal zijn, goed benaderbaar is en dat zij problemen van de buurt met het CVP waar mogelijk op zal lossen.
In dat kader vindt Tocda het ook van groot belang dat de gemeente een factsheet met onderzoeken naar coffeeshops en straatdealen in de beheerscommissie presenteert en overhandigt. Toeda wenst met de gemeente de buurt te gaan voorlichten. Bewezen is dat straatdealen e.d. met de komst van een coffeeshop (grotendeels) verdwijnt. Dat is immers de basis van het Nederlandse coffeeshopbeleid. Met de komst van Toeda zal ook een (groot) deel van de criminaliteit verdwijnen.
Dat zal niet zonder slag of stoot met de gevestigde dealers aldaar gaan. De burgemeester heeft toegezegd in te staan voor de veiligheid van de heer
zijn zoon en medewerkers van
Toeda. Toeda zal die hulp hard nodig hebben. Toeda zou graag op korte termijn een gesprek
2
$IIMIOS III[II IIAtMI[I hebben hoe de burgemeester denkt zorg te dragen voor veiligheid van Tocda en haar medewerkers. Ook hier wenst Toeda graag een spoedige reactie op. Chris 13ennekerslaan Donderdag 7 maart jl. was dus ook de zitting bij de Algemene Bezwaarschriftencommissie inzake de vergunning met beperkte openingstijden voor 2024 op de huidige locatie aan de Chris Bennekerslaan. Je hebt daar een aantal punten naar voren gebracht, die pertinent onjuist zijn. We willen die hier clan ook ontkrachten. I. Verhuizing Tocda is op initiatief van de burgemeester Jc gaf op de zitting aan dat de burgemeester zijn best doet om Toeda te helpen met de door ons gewenste verhuizing. Dat is een pertinent onjuiste voorstelling van de gang van zaken. Iet is de wens van de burgemeester dat Toeda verhuist en niet de wens van Toeda. Toeda wenst daar dan ook cen correctie cn bevestiging op. Ik verwijs je naar bijgevoegde (en onderstaand geciteerde) mail van de burgemeester aan de heer
d.d. 6 februari 2021, 16:33 uur
(bijlage 1).
"Desa Iet gaat natuurlijk gebeuren dat iedereen mijn uitlatingen over maatwerk en de relatie overheid versus burgers in zijn voordeel vertaalt. Dat doet ook en dat niet erg.
Ik sprak over de rol die koffieshops spelen in het reguleren van de markt (lees het aan de man brengen van Cannabis en daarmee een openbare ordeprobleem verminderen). Tegelijkertijd is de gemeenteraad van Rotterdam van mening dat koffieshops zoveel mogelijk verbannen moeten worden uit woonwijken. Daar ben ik het helemaal mee eens. '
Uw zaak ken ik. De zienswijze spreekt voor zich. De komst van een school in de buurt dwingt tot het naleven van Rijkswetgeving tav Afstand. Ik wil hier niet anders handelen.
3
SAMII ELI[II IDVtMI(Il
Zoals_u eet il ik graag koffieshops in woonwijken (u zit midden in een oonijl) verplaatsen naar elders._Gaat _u de uitdaging aan om_te verhuizen naar elders?
Mijn visie op het verbeteren van de relatie tussen burgers en overheid betekent niet dat de burger of ondernemer altijd gelijk heeft. Er zijn ook andere belangen die de overheid in de gaten moet houden. Overlast voor de wijk en gevaar van verslaving voor de jeugd zijn ook belangrijke zaken die ik wens te wegen. Maar een alternatief aanbieden kan een oplossing zijn.
Tot nu tot heb ik geen enkele koffieshop bereid gevonden uit een oomyijk te verhuizen naar elders. Als u deze handschoen_wenst op te pallen, laat u dat @ub eten,
Ahmed aboutaleb Burgemeester"
2. Moties d.d. 24 februari 2022
De moties van 24 februari 2022 'Een schoolvoorbeeld' (22bb2230) en 'Coffeeshops participeren graag mee' (22bb223 1) zouden volgens jou zijn afgedaan'.
Ik neem aan dat je doelt op de brief van I juni 2022 (bijlage 2) van de burgemeester aan de gemeenteraad. Je gelieve mij te corrigeren als ik het verkeerd zie.
De betreffende moties moeten nog in de gemeenteraad behandeld worden. De beantwoording van de burgemeester inzake de moties aan de raad is daarnaast volgens de Algemene Bezwaarschriftencommissie (en Tocda) onjuist. De Algemene Bezwaarschriftencommissie heeft hier in haar advies van 7 juni 2022 op (bijlage 3, blz. 8, 1 alinea, 'moties gemeenteraad') het volgende over gezegd:
"Moties gemeenteraad Op 24februari 2022 heeft de gemeenteraad twee moties aangenomen waarin wordt opgeroepen om meer maatwerk te bieden wanneer een school zich vestigt binnen een straal van 200 meter hemelsbreed en 250 meter loopafstand van een bestaande coffeeshop. In een van de moties is
4
$MIMI!IS
(I/0I II'ItIIH verzocht om aan bezwaarmaker de reguliere openingstijden te vergunnen in combinatie met een leeftijdsgrens voor de toegang en verkoop van 21 jaar. In de brief van I juni 2022 aan de gemeenteraad geeft de burgemeester aan dat hij geen mogelijkheid ziet om de moties op de gevraagde wijze uit te voeren. Nu tijdens de hoorzitting van de zijde van de burgemeester is gerefereerd aan deze brief en de daarin genoemde argumentatie ten grondslag wordt gelegd aan het bestreden besluit, zal de commissie hierop ingaan. Daarbij heeft de commissie ook de schriftelijke reactie van bezwaarmaker van 2l juni 2022 betrokken.
In de brief van I juni 2022 staat dat de in motie gevraagde koppeling tussen het J-criterium en het afstandscriterium niet mogelijk is. Met bezwaarmaker is de commissie van mening dat deze koppeling niet uit de motie volgt. De gemeenteraad verzoekt niet om afwijking van het Icriterium maar om de leeftijdsgrens van 2I jaar in de exploitatievergunning op te nemen en onder die conditie de reguliere openingstijden te vergunnen. In artikel l:4 van de wb is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om dergelijke voorschriften en beperkingen te verbinden aan een vergunning. Het op deze wijze uitoefenen van zijn bestuursrechtelijke bevoegdheid komt naar de mening van de commissie niet in strijd met het strafrechtelijke gedoogbeleid, meer specifiek het J-criterium. Dit criterium houdt gelet op de Aanwijzing Opiumwet in: "geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voorjeugdigen tot een coffeeshop.: gelet op de toename van het cannabisgebruik onderjongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar." Een in de exploitatievergunning opgenomen leeftijdsgrens van 2l jaar is hiermee niet in strijd. Daarmee wordt immers nog steeds geëerbiedigd dat geen toegang en verkoop aanjeugdigen (onder de 18 jaar) plaatsvindt. Als daarmee in strijd wordt gehandeld, kan het Openbaar Ministerie ook nog steeds strafrechtelijk optreden.
Het argument dat het voorkomen van versnippering en het samenhangend optreden door de partners binnen de driehoek zich verzet tegen de leeftijdsgrens van 2l jaar, kan de commissie niet onverkort volgen. Immers, in de Aanwijzing Opiumwet wordt met betrekking tot het gedoogbeleid opgemerkt dat er afgestemd kan worden over "lokaal maatwerk" en dat "aanvullende voorschriften" kunnen worden opgenomen in bijvoorbeeld de exploitatievergunning. De commissie is van oordeel dat dat de burgemeester niet deugdelijk en draagkrachtig heeft gemotiveerd waarom dit maatwerk in dit concrete geval niet kan worden geboden.
Concluderend stelt de commissie vast dat sprake is van bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat handelen overeenkomstig het coffeeshopbeleid, meer specifiek het vasthouden en de
5
$AMIS W(I11$ II'IEIII afstandscriteria en de daaraan gekoppelde beperkte openingstijden, in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel zoals opgenomen in art. 3:4 van de wb. Het vergunnen van de ruimere openingstijden waaraan op grond van artikel 14 van dePV een leeftijdsgrens voor toegang en verkoop van 2l jaar wordt verbonden, komt volgens de commissie niet in strijd met bijvoorbeeld het strafrechtelijk gedoogbeleid. De burgemeester doet hiermee op geen enkele wijze afbreuk aan de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie om strafrechtelijk op te treden. De commissie adviseert dan ook om het bestreden besluit op deze punten aan te passen.
Gelet op het vorenstaande behoeven de overige bezwaargronden geen bespreking meer''
3. Uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad yan State
Je gaf daarnaast aan dat binnenkort door een uitspraak van de ABRvS duidelijkheid komt in het woud van juridische procedures.
Ook deze stelling is onjuist. De zaak waarin binnenkort door de ABRvS uitspraak wordt gedaan snijdt de problematiek met betrekking tot de vergunning met beperkte openingstijden niet aan.
In die zaak ligt juridisch bij de AB RvS voor of het feit dat Toeda te laat bezwaar tegen de vestiging (en daarmee afwijking van het bestemmingsplan) van het Luzac heeft ingediend, verschoonbaar is.
De juridisch relevante procedure waar iedereen op wacht is het vervolg op de schorsing van de beperkte openingstijden door de voorzieningenrechter van de vergunning van 2022. Het bezwaar daartegen heeft de Algemene Bezwaarschriftencommissie op 7 juni 2022 geadviseerd gegrond te verklaren (zie bijlage 3). De reden is dat in die vergunning voor het eerst een beperking in de vergunning gevraagd is voor de verkoop vanaf 21 jaar.
Desalniettemin heeft de burgemeester het bezwaar ongegrond verklaard (bijlage 4). Deze procedure ligt nu bij de rechtbank Rotterdam, sector, bestuursrecht. Wij wachten daar op een zittingsdatum.
6
$III$ IIIIIS IM'MMIIN Tenslotte Toeda wenst graag tot een eventuele verhuizing naar de Admiraliteitskade volledige openingstijden te verkrijgen. Ook daarop ontvang ik graag je reactie.
-
Met vrien
Bijlagen
7
BIJLAGE 1
Anne!y Dijkhuizen FW: Antw: persoonlijk gesprek
Onderwerp:
Van:
Datum: 6 februari 2021 om 16:45:38 CET Aan: "Aboutaleb A. Onderwerp: Antw: Antw: persoonlijk gesprek
Beste burgemeester, Samen mét u durf ik deze handschoen op te pakken. Voor de periode totdat alles gerealiseerd is, wil ik graag een werkbare situatie voor de wijk creëren. Dit wil ik graag in een persoonlijk gesprek met u bespreken. Met vriendelijke groet,
Op 6 feb. 2021 om 16:33 heeft Aboutaleb A. het volgende geschreven:
Beste Het gaat natuurlijk gebeuren dat iedereen mijn uitlatingen over maatwerk en de relatie overheid versus burgers in zijn voordeel vertaalt. Dat doet ook en dat niet erg. lk sprak over de rol die koffieshops spelen in het reguleren van de markt (lees het aan de man brengen van Cannabis en daarmee een openbare ordeprobleem verminderen). Tegelijkertijd is de gemeenteraad van Rotterdam van mening dat koffieshops zoveel moge lijk verbannen moeten worden uit woonwijken. Daar ben ik het helemaal mee eens. Uw zaak ken ik. De zienswijze spreekt voor zich. De komst van een een school in de buurt dwingt tot het naleven van Rijkswetgeving tav Afstand. Ik wil hier niet anders handelen. Zoals u weet wil ik graag koffieshops in woonwijken (u zit midden in een woonwijk) verplaatsen naar elders. Gaat u de uitdaging aan om te verhuizen naar elders? Mijn visie op het verbeteren van de relatie tussen burgers en overheid betekent niet dat.de burger of ondernemer altijd gelijk heeft. Er zijn ook andere belangen die de overheid in de gaten moet houden. Overlast voor de wijk en gevaar van verslaving voor de jeugd zijn ook belangrijke zaken die ik wens te wegen. Maar een alternatief aanbieden kan een oplossing zijn.
Tot nu tot heb ik geen enkele koffieshop bereid gevonden uit een woonwijk te verhuizen naar elders. Als u deze handschoen wenst op te pakken, laat u dat aub weten. Ahmed aboutaleb Burgemeester
Van: Datum: 6 februari 2021 om 16:19:49 CET Aan: Aboutaleb A. CC: Onderwerp: persoonlijk gesprek Beste burgemeester, Ik zag u gisteren avond bij Jinek in de talkshow. Hierin vertelde u twee dingen die, onder andere, mijn aandacht trokken: a: u sprak zich enigszins positief uit over de functie van coffeeshops. b: u zegt in uw derde termijn als burgemeester het gesprek aan te willen gaan met (kritische) burgers. Toen u aangesteld werd als burgemeester van Rotterdam kreeg ik van u een persoonlijke uitnodiging, om samen met een groep rotterdammers die iets belangrijks voor de stad gedaan hadden(de ring van Rotterdam) hierbij aanwezig te zijn.II< voelde mezelf zeer vereerd en gewaardeerd als mens. Nu twaalf jaar later lees ik uw reactie op de zienswijze van mijn advocate inzake Cannabis Verkoop Punt "Tuda Fruta" in Kralingen-West. Hoe kan het dat wij in twaalf jaar tijd zo tegenover elkaar zijn komen te staan? Hier wil ik graag persoonlijk met u over in gesprek gaan. Temeer, omdat wij hetzelfde doel nastreven:bescherming van jongeren en of zwakkeren in deze stad en het uitvoeren van een verantwoordelijk cannabis beleid. Momenteel ben ik verplicht om doordeweeks in 2,5 uur mijn klandizie te voorzien van onze cannabis producten. Hierdoor ontstaat enorme drukte en hectiek. Dit wekt belangstelling, die wij hiervoor nooit ervaarden.
Ook lijkt dit me niet handig in de Covid-periode waarin we nu met zijn allen verkeren. Ik hoop dat u mijn reactie begrijpt en dat we elkaar snel kunnen spreken. Met vriendelijke groet,
Vindt u deze informatie onduidelijk? Wij geven graag een toelichting. Geef het door aan de afzender wanneer deze e-mail niet voor u is en verwijder dit bericht
2
BIJLAGE 2
Gemeente Rotterdam
Directie Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Ahmed Aboutaleb Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de gemeenteraad Uw kenmerk€: 22bb002230 Ons kenmerk: M2203-50- 22b0003830 Onderwerp: Leeftijdsgrens in relatie tot het afstandscriterium voor coffeeshops Datum: 1 juni 2022
Op welke gronden deze brief? In de raadsvergadering van 24 februari 2022 zijn de moties 'Een schoolvoorbeeld' (22bb2230) en 'Coffeeshops participeren graag mee' (22bb2231) aangenomen. De moties vragen om maatwerkoplossingen ten aanzien van coffeeshops in de buurt van scholen. Daarbij roepen de moties samengevat op om zowel van het lokale afstandscriterium voor coffeeshops als het landelijke J-criterium af te wijken. Met deze brief wordt u geïnformeerd over het feit dat het uitvoeren van die moties op de gevraagde wijze (het invoeren van een strengere leeftijdsgrens) niet haalbaar is gezien de strafrechtelijke gedoogcriteria en de doelstellingen van het huidige coffeeshopbeleid. In de geest van die moties kom ik u tegemoet door coffeeshopexploitanten die uit een woonwijk willen verplaatsen maatwerk te bieden. Relatie met eerder aangenomen moties: Naast de bovenstaande moties is in de afgelopen raadsperiode de motie over coffeeshops aangenomen met een tegengestelde achtergrond, namelijk de motie 'Wiet uit de wijk' (20bb2482) van 20 februari 2020 over o.a. het verplaatsingsverbod. In mijn brief van 18 maart 2022 (22bb2723) aan de Commissie Veilig en Bestuur refereerde ik aan de verhouding tussen de verschillende moties.
Toelichting: Voordat ik op de uitvoering van de moties in ga, acht ik het van belang de doelstellingen van het Rotterdamse coffeeshopbeleid en de historie van het afstandscriterium toe te lichten. Doelstellingen Rotterdams coffeeshopbeleid Het huidige coffeeshopbeleid is in 2013 vastgesteld en is gedeeltelijk gewijzigd in 2017. Uitgangspunten van het coffeeshopbeleid vormen: het beschermen van kwetsbare groepen (met name jongeren), het tegengaan van criminaliteit. bestrijding van overlast. en bescherming van de gebruiker. Het wettelijk kader voor coffeeshops bestaat uit de landelijke Opiumwet. de OM-aanwijzing en de zogenaamde AHOJGI-criteria, waaronder het J-(Jeugd) criterium.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2 1juni 2022 M2203-50
Cannabis is softdrugs en opgenomen in lijst II van de Opiumwet. De verkoop van producten van lijst II van de Opiumwet is strafbaar. Het Nederlands gedoogbeleid houdt in dat zolang coffeeshops voldoen aan de voorwaarden, de zogenaamde AHOJGI-criteria die vermeld staan in de OM-Aanwijzing Opiumwet, zij niet strafrechtelijk vervolgd worden. Vanzelfsprekend vormen de landelijke criteria de basis voor het Rotterdams coffeeshopbeleid en zij zijn integraal hierin opgenomen. Daarnaast kunnen lokaal aanvullende voorwaarden worden gesteld. Daarbij maken de leden van de driehoek- de burgemeester, politie en het Openbaar Ministerie - met elkaar afspraken om te komen tot een samenhangend beleid. Hieronder licht ik het J-criterium en het afstandscriterium nader toe, en vervolgens waarom de gevraagde koppeling tussen beide criteria zoals de moties vragen niet mogelijk is. Ad 1) J-criterium Het J-(Jeugd) criterium valt onder de landelijke AHOJGI-criteria uit de Aanwijzing behorende bij de Opiumwet. Deze belangrijke gedoogvoorwaarde houdt in: geen verkoop aan jeugdigen (onder de 18 jaar) en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop. De coffeeshophouder dient vast te stellen dat degene die hij toegang verleent tot de coffeeshop en degene aan wie hij verkoopt, meerderjarig is.
Bij overtreding kan er tegen de coffeeshop zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk (conform het handhavingsarrangement voor coffeeshops) worden opgetreden. Ad 2) Afstandscriterium Sinds 2017 houdt het afstandscriterium in Rotterdam in dat wanneer een school voor voortgezet onderwijs of school voor middelbaar beroepsonderwijs zich vestigt binnen een straal van 200 meter hemelsbreed én 250 meter loopafstand van de coffeeshop de coffeeshop gedurende de roostertijden van de school en tot een halfuur na de lestijden gesloten moet zijn, zodat jongeren in de omgeving van de school niet aan een geopende coffeeshop worden blootgesteld. Dit beleid kwam in 2017 in de plaats van het strengere beleid waarbij coffeeshops binnen 200 meter hemelsbreed én op minimaal 250 meter loopafstand van een school voor voortgezet onderwijs hun volledige exploitatie moesten staken. Bij de wijziging van het beleid in 2017 bleef onverkort het motief van het Rotterdamse afstandscriterium overeind, namelijk: bescherming van jeugdigen onder de 18 jaar door hen niet bloot te stellen aan een geopende coffeeshop waarmee tevens de boodschap wordt uitgedragen dat gebruik van softdrugs niet normaal is. Daar zijn ook de gemeentelijke preventieactiviteiten op gericht.
Het Preventie- en handhavingsplan Alcohol & Drugs is speciaal gericht om middelengebruik onder jongeren tegen te gaan, te voorkomen dat zij starten met drugsgebruik of dit als normaal gaan zien en te bevorderen dat zij kansrijk, veilig en gezond opgroeien. Koppeling ]-criterium en afstandscriterium In de motie 'Een schoolvoorbeeld' heeft u mij verzocht te bezien of het mogelijk is dat voor coffeeshops in de buurt van scholen reguliere tijden worden gehanteerd in combinatie met een leeftijdsgrens van 21 jaar en hiermee te starten bij coffeeshop Tuda Fruta. Aldus wordt in de motie een strengere (want hoger dan 18 jaar) leeftijdsgrens (als uitzonderingsgrond) gekoppeld aan het afstandscriterium, waardoor een coffeeshop in de buurt van een school op volledige tijden - ook onder schooltijd - zou kunnen exploiteren. Op uw verzoek ben ik de haalbaarheid van het toestaan van een strengere leeftijdsgrens als uitzondering op het lokale afstandscriterium bij het Openbaar Ministerie nagegaan.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3 1juni 2022 M2203-50
De hoofdofficier van justitie heeft mij per brief van 24 mei jl. geïnformeerd dat het OM geen ruimte ziet om strafrechtelijk van het landelijke J-criterium af te wijken. De regels zijn wettelijk bepaald en daarnaast streeft het Openbaar Ministerie eenduidige regels in Nederland - laat staan in steden zelf - na. Dit betekent dat de motie op dit punt niet uitvoerbaar is. Het dictum van de moties gaat er vanuit dat door een strengere leeftijdsgrens (J-criterium) te hanteren het lokale afstandscriterium niet meer nageleefd zou hoeven te worden. Het koppelen van deze twee voorwaarden is echter niet mogelijk. Er kan namelijk niet op een houdbare wijze gemotiveerd worden waarom er lokaal bestuursrechtelijk zou moeten worden afgeweken van de landelijke strafrechtelijke grens. Het OM vindt zo'n uitzondering ook niet handhaafbaar, waarbij voor verschillende coffeeshops verschillende handhavingsregimes gelden. Het coffeeshopbeleid verlangt van de lokale driehoekspartners dat hun optreden met elkaar samenhangt en dat er geen versnippering plaatsvindt. Vanwege voornoemde bezwaren zie ik geen mogelijkheid om de leeftijdsgrens te verhogen. Hiermee is het ook niet mogelijk om een koppeling te maken met het lokale afstandscriterium en het afstandscriterium in verband hiermee te wijzigen.
Tegelijkertijd heb ik bezien op welke wijze er in de geest van de moties maatwerk kan worden gegeven aan coffeeshops in woonwijken die onder het afstandscriterium vallen. Maatwerk Als gevolg van de wijziging van het Rotterdams beleid over afstandscriteria van 2017 mag een coffeeshop wel open zijn op de tijden dat de school dicht is. Er gelden dan beperkte tijden voor de coffeeshop. In de moties 'Een schoolvoorbeeld' (22bb2230) en 'Coffeeshops participeren graag mee' (22bb2231) worden maatwerk en participatie voorgesteld als alternatieven voor die strengere beperkte openingstijden. Ten aanzien van medezeggenschap van een school in de omgeving of de buurt(bewoners) over de geldende openingstijden tijdens schooltijden merk ik op dat de exploitant van de coffeeshop afhankelijk wordt van de nabijgelegen school en van eventuele wijzigingen in het schoolbestuur. Dit onbedoelde risico op willekeur is geen houdbaar overheidsbeleid, waar alle coffeeshops dezelfde rechten en plichten moeten hebben. Bovenal verhoudt dit zich niet goed tot de strikte toepassing van het afstandscriterium dat dient ter bescherming van de Rotterdamse jeugd, wat voorop dient te blijven staan. In de brief van 18 maart 2022 aan de Commissie VB verwees ik naar de verhouding tussen de in de afgelopen raadsperiode aangenomen moties over coffeeshops.
Uw raad heeft mij namelijk in februari 2020 (motie 'Wiet uit de wijk' 20bb2482) juist verzocht om geen nieuwe coffeeshops meer toe te staan in woonwijken en waar mogelijk te stimuleren dat huidige coffeeshops gevestigd in woonwijken zich verplaatsen naar winkelstraten of randen van de stad. Uit die motie komt ogenschijnlijk een tegengestelde wens naar voren in vergelijking met de moties 'Een schoolvoorbeeld' en 'Coffeeshops participeren graag mee' die oproepen om coffeeshops meer mogelijkheden te bieden om te exploiteren in de omgeving van een school, die veelal zijn gelegen in woonwijken. Ik concludeer echter dat alle drie de moties gaan over verplaatsing en over maatwerk Met de beleidswijziging van 2017 is mogelijk gemaakt dat een coffeeshop open mag zijn wanneer de school dicht is. Daarmee is destijds algemeen maatwerk voor coffeeshops in de buurt van scholen bewerkstelligd. Ik doe u bij deze een handreiking om maatwerk te bieden aan coffeeshopexploitanten die uit de woonwijk willen verplaatsen.
Blad: Datum: Ons kenmerk¢
1juni 2022 M2203-50
Dan kan maatwerk samengaan met in achtneming van de bescherming van kwetsbare groepen, in bijzonder jongeren onder de 18 jaar. Het coffeeshopbeleid kent een verplaatsingsverbod. Dit houdt in dat het een coffeeshops niet is toegestaan om naar een andere locatie te verplaatsen. De driehoek heeft geen principiële bezwaren tegen hetonder strikte voorwaarden - mogelijk maken dat coffeeshops uit een woonwijk kunnen verhuizen, mede doordat sprake is van een stabiel aanbod van coffeeshops. Gelet op de bovenstaande overwegingen ten aanzien van de geldende wet- en regelgeving, de handhaafbaarheid en doelstellingen van het coffeeshopbeleid, zie ik geen mogelijkheid de moties (22bb2230 en 22bb2231) op de gevraagde wijze uit te voeren. Wel kan in de geest van de moties maatwerk worden geboden aan coffeeshopexploitanten die uit een woonwijk willen verplaatsen. Naar verwachting zal ik u hierover nader informeren in het derde kwartaal van 2022. Ik hoop dat ik u met dit voorstel voldoende tegemoet ben gekomen in de afdoening van de moties 'Een schoolvoorbeeld' (22bb2230) en 'Coffeeshops participeren graag mee' (22bb2231). Indien gewenst ga ik graag met uw raad het gesprek hierover aan. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Geen.
De burgemeester,
A. Aboutaleb
Bijlage 1: Brief Standpunt OM coffeeshopbeleid d.d. 24 mei 2022
OPENBAAR MINISTERIE Arrondissementsparket Rotterdam
Whelmninaplein 100.-125 3072 K Rotterdam T +31 80 699 21 00 ww.om.nl
Datum
24 mei 2022
Contactpersoon E-mail Onderwerp
@om.nl Standpunt OM t.a.v. motie 'schoolvoorbeeld'
Geachte heer Aboutaleb,
Op 24 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Rotterdam de motie 'Een Schoolvoorbeeld' (N. Arsieni e.a. 22bb2230) aangenomen. In deze motie verzoekt de gemeenteraad het college van burgemeester wethouders om af te wijken van het afstandscriterium In het coffeeshopbeleid door exploitatievergunningen voor reguliere openingstijden af te geven aan coffeeshops die binnen 200 meter (hemelsbreed) én op minimaal 250 meter loopafstand van een school zijn gevestigd, met daarbij de voorwaarde dat de leeftijdsgrens van klanten wordt verhoogd van 18 jaar naar 21 jaar. Daarnaast wordt verzocht om hiermee te beginnen door een exploitatievergunning voor reguliere openingstijden af te geven aan de coffeeshop Tuda Fruta, die binnen het afstandscriterium valt t.a.v. het Luzac College. Hierop heeft u, tijdens de driehoek op 30 maart jl. het OM verzocht om een standpunt. Hieronder treft u het standpunt van het OM aan. Uitgangspunt Is dat de verkoop van producten van lijst II van de Opiumwet, zoals cannabis, strafbaar Is. In Nederland bestaat echter gedoogbeleid ten aanzien van de door de gemeente vergunde coffeeshops. Dit beleid houdt In dat niet strafrechtelijk wordt opgetreden zolang de coffeeshops zich aan de voorwaarden van het gedoogbeleid houden. Deze voorwaarden betreffen de AHOJGl-crlteria, die staan vermeld In de Aanwijzing Opiumwet.
Deze voorwaarden zijn niet alleen gesteld om de aantrekkingskracht op de georganiseerde criminaliteit tegen te gaan, maar o.a. ook om de leefbaarheid In de wijken en de volksgezondheid te
Datum 24 mei 2022 Pagina 2/3
bevorderen. Daarnaast zijn deze voorwaarden o.a. van belang ter bescherming van de jeugd, om het gedoogbeleid beheersbaar te houden en de handhaving mogelijk te maken. Daarbij moet worden vermeld dat de lokale driehoeken strengere of aanvullende voorwaarden kunnen stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van het afstandscriterium. Het afstandscriterium houdt in dat een coffeeshop niet binnen een straal van 200 meter hemelsbreed gevestigd mag zijn én op minimaal 250 meter loopafstand van een school voor voortgezet onderwijs/middelbaar beroepsonderwijs gevestigd moet zijn. Daarnaast mag de coffeeshop niet In de directe nabijheid van speciaal basisonderwijs gevestigd zijn. Het Is de verantwoordelijkheid van de coffeeshophouder of de coffeeshopexploitant om zich aan die voorwaarden te houden. Voor wat betreft de handhaving t.a.v. het coffeeshopbeleid is het belangrijk om onderscheid te maken tussen strafrechtelijke handhaving en bestuursrechtelijke handhaving. Met betrekking tot de strafrechtelijke handhaving verwijst het OM naar de wet, namelijk naar de AHOJGI-criteria, de Aanwijzing Opiumwet en de Opiumwet. Wij zien naar aanleiding van de motie, gezien de hierboven geschetste afwegingen, geen ruimte en aanleiding om van de wet -specifiek het landelljke J-criterium1- af te wijken.
Voor wat betreft de bestuursrechtelijke handhaving op de naleving van het criterium 'geen toegang en verkoop aan jeugdigen' is het OM van mening dat er lokaal niet zou moeten worden afgeweken van het zorgvuldig tot stand gekomen landelijk beleid dat voorschrijft dat coffeeshops geen bezoekers onder de 18 jaar mogen toelaten. Niet alleen vanwege de bescherming van de jeugd, de volksgezondheid en het risico op overlast In de wijken en bij scholen, maar met name vanwege de handhaafbaarheid. Het koppelen van het J-criterium aan het lokale afstandscriterium Is niet handhaafbaar. Het zou er toe lelden dat er verschillende regels gelden voor verschillende coffeeshops en dat Is in het kader van handhaafbaarheid, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid zeer onwenselijk. Het Is onze lijn om een landelijk uniform beleid te hanteren, zonder lokale versnipperingen. poor verschillende gedoogvoorwaarden te hanteren worden verschillende handhavingsregimes In het leven geroepen, waar ook de verschillende opsporingsambtenaren mee te maken krijgen. De handhaafbaarheid is gebaat bij eenduldigheid.
' J-criterium: geen verkoop aan Jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop.
Dalum 24 mel 2022 Pagina 3/3
de te hebben geinformeerd,
L-
Gemeente Rotterdam
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rottordam.nl E-mail: bbo@rotlerdam.nl Inlichtingen: Telefoon: 01o El
Aan de commissie VB
Portefeuillehouder: De burgemeester Dienst: Directie Veiligheid Ons kenmerk: 22bb2723 Datum: 18 maart 2022 Betreft: afstandscriterium coffeoshops
Geachte commissieleden, Tijdens de vergadering van de commissie Veiligheid en Bestuur van 17 februari 2022 heb ik u toegezegd om bij de school en de wijkagent nogmaals de situatie rond coffeeshop Tuda Fruta na te gaan. Met de wijkagent en de school heeft een gesprek plaatsgevonden. Uit dat gesprek is gebleken dat er geen constateringen van overlast zijn en er over de afgelopen periode sprake is van een rustig beeld. Ik stel u voor om hiermee de toezegging (22bb1966) af te doen. Op 24 februari 2022 heeft de raad de moties 'een schoolvoorbeeld' (22bb2230) en 'coffeeshops participeren graag mee' (22bb2231) aangenomen. Deze hebben betrekking op het afstandscriterium voor coffeeshops. Vanwege de impact van deze moties, lopende juridische procedures, de verhouding tot de eerder aangenomen motie 'Wiet uit de wijk' (20bb2482) en het feit dat beleid ter bescherming van de jeugd zorgvuldig dient te worden afgewogen is er meer tijd nodig. Ik verwacht u hierover in het 3° kwartaal nader te kunnen berichten.
De burgemeester,
A. Aboutaleb
BIJLAGE 3
A.B.2022.1.01676/JK ·3
Advies op een bezwaarschrift inzake exploitatievergunning. Rotterdam, 7 juni 2022 Aan de burgemeester, Voor het uitbrengen van advies hebben wij ons beraden over het bezwaarschrift van de heer mr, R.M, van Opstal, namens Toeda B.V. h.o.d.n. Coffeeshop Tuda Fruta, hierna te noemen bezwaarmaker. Dit bezwaarschrift is gericht tegen uw besluit waarbij een exploitatievergunning is verleend voor de inrichting Tuda Fruta, gevestigd aan de Chris Bennekerslaan 47 A/B - 484 te Rotterdam. Voordat wij dit advies hebben uitgebracht hebben wij bezwaarmaker in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in onze vergadering van 7 juni 2022. Van deze hoorzitting is een verslag gemaakt, dat in dit advies is opgenomen. Feiten Bezwaarmaker exploiteert coffeeshop Tuda Fruta sinds 19 april 1990. Op 3 februari 2020 is een exploitatievergunning voor Tuda Fruta met de geldigheidsduur van één jaar verleend met als toegestane openingstijden maandag tot en met zondag van 10:00 tot 22:00 uur. Op 5 februari 2020 is een omgevingsvergunning verleend voor de vestiging van een school voor voortgezet onderwijs, Luzac Rotterdam (Luzac), op het adres Willem Ruyslaan 75 te Rotterdam. De afstand van Luzac tot Tuda Fruta bedraagt (afgerond) 195 meter hemelsbreed en de loopafstand 227 meter.
In de bij besluit van 3 februari 2021 verleende exploitatievergunning is daarom bepaald dat Tuda Fruta niet tijdens de schooltijden van Luzac geopend mag zijn, omdat niet is voldaan aan het afstandscriterium. Bij uitspraak van9 maart 2021 heeft de voorzieningenrechter dit besluit, voor zover het ziet op de beperking van de openingstijden, geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Bij besluit van 22 december 2021 is het bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen is beroep ingesteld. Bij de nieuwe aanvraag van 4 december 2021 is verzocht om een vergunning voor de reguliere openingstijden onder de beperking dat uitsluitend aan personen vanaf 21 jaar verkocht mag worden. Bestreden besluit Bij besluit van 27 januari 2022is aan Toeda B.V. een exploitatievergunning verleend met een geldigheidsduur van één jaar voor de exploitatie van cannabisverkooppunt "Tuda Fruta" aan de Chris Bennelerslaan 47A/B -48A te Rotterdam en daarbij zijn de openingstijden vastgesteld conform de Eerste wijziging van Het Rotterdamse coffeeshopbeleid 2013 (coffeeshopbeleid 2013). De volgende (beperkte) openingstijden zijn toegestaan: • maandag t/m donderdag: van 17:30 tot 22:00 uur; • vrijdag: van 16:30 tot 22:00 uur; • zaterdag en zondag (en vakantie- en feestdagen waarop Luzac gesloten is): van 10:00 tot 22:00 uur.
In de aan de vergunning verbonden gedoogverklaring is een leeftijdsgrens van achttien jaar opgenomen.
blad: 2/9
Bezwaren Kortheidshalve wordt verwezen naar het ingediende bezwaarschrift en de nadere motivering daarvan.
Ontvankelijlheid De beschikking dateert van 27 januari 2022 en is op dezelfde datum verzonden. Het bezwaarschrift is gedagtekend 8 februari 2022 on is op dezelfde datum verzonden. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend en voldoet voorts aan de vereisten van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (wb), waarmee het bezwaar ontvankelijk kan worden geacht. Uitspraal voorzieningenrechter Naar aanleiding van het bestreden besluit heeft bezwaarmaker een voorlopige voorziening aangevraagd. Op 7 maart 2022 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat de gevolgen van het coffeeshopbeleid 2013 in haar geval onevenredig zijn in verhouding tot de met dit beleid te dienen doelen. Daarbij acht de voorzieningenrechter de volgende aspecten van belang. Tuda Fruta is op een afstand van hemelsbreed 195 meter en een loopafstand van 227 meter van Luzac gevestigd, zodat sprake is van een relatief geringe overschrijding van het afstandscriterium. Uit het dossier blijkt niet - en ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder dit desgevraagd bevestigd - dat er meldingen of signalen van overlast bekend zijn. Het coffeeshopbeleid is gericht op de bescherming van jongeren.
Tuda Fruta hanteert een streng deurbeleid, verkoopt alleen aan personen vanaf 21 jaar en heeft verweerder verzocht deze leeftijdsgrens in de vergunning op te nemen. Veruit de meeste leerlingen van Luzac zijn jonger dan 21 jaar. Uit de brief van de rector van Luzac van 27 oktober 2021 blijkt dat ook Luzac voorstander is van ruimere openingstijden in combinatie met een leeftijdsgrens vanaf 21 jaar omdat door de beperking van de openingstijden van Tuda Fruta de straathandel en overlast in de omgeving van Luzac toenemen. Verzoekster is regelmatig in overleg met de gemeente, politie, bewoners en de gebiedscommissie om straathandel tegen te gaan. Verder is Tuda Fruta al meer dan 30 jaar op het adres gevestigd en is zij met de beperkte openingstijden geconfronteerd omdat het Luzac zich recent binnen de straal van 200 meter hemelsbreed en 250 loopafstand heeft gevestigd. Er is haar een te korte overgangstermijn geboden om haar bedrijfsvoering aan te passen en de financiële schade die zij lijdt door de gewijzigde openingstijden te beperken. Voorts weegt de voorzieningenrechter mee dat de gemeenteraad op 24 februari 2022 twee moties heeft aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen meer maatwerk mogelijk te maken wanneer zich een school vestigt binnen een straal van 200 meter hemelsbreed en 250 meter loopafstand van een bestaande coffeeshop.
In één van de moties, die specifiek betrekking heeft op Tuda Fruta, wordt verzocht om een exploitatievergunning af te geven voor reguliere openingstijden in combinatie met een leeftijdsgrens voor de toegang en verkoop vanaf 21 jaar. Verweerder zal aan deze motie invulling moeten geven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op deze nieuwe ontwikkelingen en gelet op alle omstandigheden van het geval het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar geen stand zal houden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit wordt tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaar, voor zover het de beperking van de openingstijden betreft geschorst. Er wordt
blad; 3/9
bepaald dat bezwaarmaker gedurende die periode dagelijks tijdens de reguliere openingstijden (van 10:00 tot 22:00) uur geopend mag zijn. Hoorzitting Op 7 junj 2022 vond er een hoorzitting plaats, ten overstaan van de Algemene Bezwaarschriftencommissie, bestaande uit: mevrouw mr. H. Nummerdor - Buijs (plv. voorzitter), mevrouw mr. D. van Puur-Puik (lid) en mevrouw mr. drs. M.I. Houben (lid). De commissie wordt bijgestaan door mevrouw mr. J.M. Keehnen. De burgemeester wordt vertegenwoordigd door mevrouw mr. C.W. de Jong en mevrouw mr. M. Kooistra. Namens bezwaarmaker zijn ter zitting verschenen de heer de hee exploitanten, en gemachtigden mr. Van Opstal en mr. Kloosterman. Ook was de heer mr, K. Hollemans, expert op het gebied van drugsbeleid, aanwezig.
en
In het kader van de aangevoerde onverbindendheid van de beleidsregel geeft gemachtigde aan dat sprake is van pseudo-onteigening. Er is een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht. Het is in strijd met eerste Protocol EVRM. Gemachtigde geeft aan dat ook sprake is van een hellend vlak. Het Coffeeshopbeleid is bedoeld ter bescherming van de (kwetsbare) jeugd, maar er zijn ook andere drugs, harddrugs. Supermarkten in de buurt van de school die alcohol verkopen of cafés op de hoek dienen dan bijvoorbeeld ook dicht te gaan. Nu is er sprake van discriminatie. Mevrouw De Jong geeft aan dat de burgemeester meent een redelijk beleid te voeren. De primaire doelstelling is de bescherming van de kwetsbaren, met name schoolgaande jeugd Er mogen geen confrontaties zijn met coffeeshops tijdens schooltijden. Toepassing van dat beleid is volgens mevrouw De Jong niet onevenredig gelet op de daarmee te dienen belangen die van ernstige aard zijn. In het kader van de volksgezondheid ligt een rechtvaardiging van het toepassen van dat beleid. Uitgangspunt bij dat beleid is dat de burgemeester een bevoegdheid heeft en hij zijn bevoegdheid mag invullen met inachtneming van de belangen. Hij heeft dat in dit geval gedaan. Aangevoerd wordt dat het beleid in strijd is met hoger recht, namelijk het Eerste Protocol EVRM, het eigendomsrecht.
Mevrouw De Jong reageert dat als je het al zo moet uitleggen, dat daarin in het kader van de volksgezondheid en bescherming van de schoolgaande jeugd (kwetsbare jongeren) een rechtvaardiging is gelegen. Deze argumentatie in het kader van de onverbindendheid is volgens haar niet eerder naar voren gebracht. Gemachtigde merkt op dat hij dit ook in de procedure bij de voorlopige voorziening naar voren heeft gebracht. De voorzitter vraagt waarom er in het beleid geen overgangstermijn is opgenomen. Mevrouw De Jong geeft aan dat in de wijziging van het beleid in 2017 in algemene zin algemeen maatwerk is toegepast om af te stappen van algehele sluiting. Mevrouw De Jong reageert dat met het exploiteren in gewijzigde vorm, in de zin van ofwel beperkte tijden of een reguliere exploitatie, voldoende rekening gehouden is met de belangen van de exploitanten. Mevrouw Houben vraagt naar de bevoegdheid die de burgemeester heeft om openingstijden vast te stellen. Aangevoerd wordt dat het op grond van artikel 2:29 van de APV mogelijk is. Onder c staat dat volksgezondheid een van de belangen is op grond waarvan dat mag.
blad: 4/9
Mevrouw Houben merkt op dat er wel beperkingen op het Eerste Protocol kunnen worden aangebracht. In dit geval gaat het niet zozeer om het eigendom, maar wel de manier waarop het bedrijf uitgevoerd mag worden. Er daarnaast zijn ook andere activiteiten die in het pand mogelijk zijn. Gemachtigde reageert dat het pseudo-onteigening is. Normaliter is bij onteigening compensatie aan de orde, maar in dit geval dus niet. De heer kyeeft aan geen andere horeca-activiteiten te willen doen na 32 jaar cannabisverkoop. Met beperkte openingstijden komt de wijk onder druk te liggen door drugshandel, ook met harddrugs, Het wordt aantrekkelijk voor dealers om ook softdrugs te gaan verkopen zonder de controle van leeftijd. Het is dus ook in het maatschappelijk belang. Gemachtigde pleit voor onverbindend heid van het beleid voor zover men geen vergunning vanaf 21 jaar zou kunnen krijgen. De voorzitter merkt op dat in de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt gesproken over een relatief geringe overschrijding van de afstandscriteria. Mevrouw De Jong geeft aan dat de burgemeester dat anders ziet. Er zijn twee afstandscriteria, namelijk hemelsbreed en de loopafstand. Mevrouw De Jong geeft aan dat de loopafstand met ruim 220 meter wordt onderschreden. Er past dus enige nuance bij overwegingen van de voorzieningenrechter.
Gemachtigde reageert dat de overschrijding van de loopafstand slechts 23 meter is en dat het cannabis-verkooppunt in een zijstraat ligt die je niet ziet vanaf de school. In bepaalde gevallen dient maatwerk te komen. Er zijn daarnaast allerlei oplossingen aangedragen om het afstandscriterium niet overschrijdend te laten zijn. De heerog eeft aan dat er enige tijd gesprekken gaande zijn. Het contact met Luzac is goed. Aangegeven wordt dat de rector zijn standpunt wil herhalen. Als ze dit in een eerder stadium hadden geweten had Luzac een andere deur gepakt. Dan was wel voldaan aan het afstandscriterium. De heer geeft verder aan dat leerlingen op geen enkele manier langs de winkel komen. Het fietspad, de tram of de metro lopen niet langs de winkel. Verder heeft de winkel geen uitstraling van een coffeeshop, het lijkt op een apotheek. De voorzitter vraagt of het doel uit het beleid wordt behaald. Mevrouw De Jong geeft aan dat de signalen van straathandel die bij beperkte tijden van exploitatie aanwezig zouden zijn en daarmee samenhangende druk op de wijk, al in meerdere fases naar voren zijn gebracht. Deze signalen zijn echter niet bekend bij de politie. In brief van de rector staat overigens slechts dat ongure types gezien zijn, dus daar moet enige nuance plaatsvinden.
Gemachtigde geeft aan dat het beleid aanwijzing Opiumwet destijds bedoeld was om scheiding der markten, scheiding van soft- en harddrugs, te bewerkstelligen. De straathandel explodeert wel degelijk. Tijdens de lockdown gingen coffeeshops niet voor niets na een dag al open. De buurt, de voorzieningenrechter, Woonstad Rotterdam, de.gemeenteraad en de school wil dat ze blijven. De voorzitter vraagt naar de twee moties en vraagt hoe deze betrokken worden bij de heroverweging. Mevrouw De Jong geeft aan dat de burgemeester vorige week de moties beantwoord heeft bij brief van 1 juni 2022. Ter zitting wordt uit deze brief voorgelezen. De burgemeester geeft aan dat het koppelen van de twee voorwaarden, afstand en leeftijd, niet mogelijk is. Het OM vindt het niet handhaafbaar, vanwege de verschillende handhavingsregimes. De burgemeester ziet geen mogelijkheden om de leeftijdsgrens te verhogen en ziet ook geen mogelijkheid de koppeling te maken. Wel heeft hij in de geest van
blad: 5/9
de motie bekeken of maatwerk kan worden gegeven bij verplaatsing van coffeeshops uit woonwijken. De commissie is verbaasd dat deze brief van 1 juni niet vooraf is ingebracht. Verzocht wordt om dat voortaan wel te doen omdat dit een inhoudelijke bespreking ten goede komt. Van de zijde van de burgemeester wordt bevestigd dat burgemeester een eigen bevoegdheid heeft in het kader van het verstrekken van een exploitatievergunning. Ook staat niet ter discussie dat het doel van het beleid van de exploitatievergunning is het dienen van de openbare orde en het beschermen van kwetsbare jongeren. De voorzitter vraagt waarom de burgemeester gebonden is aan het strafrechtelijke kader als beperking voor zijn eigenstandige bevoegdheid. Mevrouw De Jong merkt op dat het J-criterium een landelijk criterium is. De burgemeester meent dat hij in zijn eigen beleid de doelstelling heeft om ervoor te zorgen dat 18-minners niet in aanraking komen tijdens schooltijden met coffeeshops en om normvervaging tegen te gaan dat het allemaal zo normaal is dat er softdrugs te verkrijgen is en te gebruiken zijn met name onder schooltijd. Er wordt gevraagd om ophoging naar de leeftijd 21 jaar en de voorzitter vraagt hoe dit de regels doorkruist waaraan de burgemeester zich gebonden voelt.
Mevrouw Houben vult daarbij aan dat artikel 1:4 van de APV de bevoegdheid geeft voorschriften te verbinden in het belang van bijvoorbeeld de volksgezondheid. Mevrouw De Jong reageert dat wanneer de leeftijd wordt opgehoogd naar 21 jaar de doestelling van beleid, namelijk dat jeugdigen niet tijdens schooltijden in aanraking komen met coffeeshops wat leidt tot normvervaging, wordt ondergraven. Opgemerkt wordt dat de gemeenteraad daar wel iets van vindt en de burgemeester heeft opgeroepen daar iets mee te doen. Samengevat komt de beantwoording van de burgemeester erop neer dat hij op geen enkele manier een opening tijdens schooltijden wil en dat meewerken aan verplaatsen de enige optie is. De heernerkt op dat ze terug zijn bij 2,5 jaar geleden. Het verhuisproces is in gang, maar heeft tot nu niets opgeleverd. Ze zijn formeel nog steeds in gesprek daarover. Mevrouw De Jong geeft aan dat de eerdere gesprekken over verplaatsen in het kader van een ander traject zijn gevoerd, namelijk vanuit de motie 'Wiet uit de wijk' en niet in het kader van het leeftijds- en afstandscriterium. De school zat daar toen nog niet. De gesprekken waren, niet in het kader van maatwerk op het in het beleid genoemde dat als coffeeshop geconfronteerd zou worden met een school binnen de afstandscriteria waarin verplaatsing geen optie is. Nu in de brief van juni wordt aangeboden om daar samen naar te kijken.
Gemachtigde reageert dat 'Wiet uit de wijk'blijkbaar van tafel is, maar dat maatwerk toegepast dient te worden. Men dient ervoor te zorgen dat soft- en harddrugs gescheiden blijven. Met het weghalen van deze shop zal straathandel exploderen. Het is de enige winkel in de buurt. Gedeeltelijke sluiting heeft voor enorme rijen gezorgd. De heer Hollemans verbaast zich over het feit dat elke keer wordt teruggegrepen op de algemene criteria. Deze dienen het doel van de scheiding der markten. Het beleid van nu veroorzaakt een tegengesteld doel. Scheiding der markten is blijkbaar niet relevant, maar bescherming kwetsbare jongeren. Het beleid veroorzaakt dat deze jongeren nu
blad: 6/9
geconfronteerd worden met straathandel. De heer Hollemans vraagt zich af wat het doel is van het maar halsstarrig vasthouden aan het afstandscriterium om kwetsbare jongeren te beschermen wat als gevolg heeft dat de coffeeshops beperkte openingstijden heeft, met als gevolg dat er straathandel komt. Dit is een tegengesteld doel. De belangenafweging snapt de heer Hollemans niet. Waarom de grens van 21 jaar niet toegepast kan worden als extra voorwaarde is volgens hem bijzonder. Is dat alleen maar dat de jongeren dan geconfronteerd worden met dat er coffeeshops bestaan in Rotterdam? Dan zouden alle coffeeshops gesloten moeten worden. Dit is de enige shop in de wijk. Dat de gesprekken over verhuizing in het kader van een andere motie zijn, maakt het volgens hem niet anders, want het effect is hetzelfde. Blijkbaar is niet het doel om kwetsbare jongeren te beschermen, maar om de coffeeshop weg te krijgen. Het is een muur waar ze tegenaan lopen. Mevrouw Kooistra geeft desgevraagd aan dat coffeeshops een sluitingstijd van 22 uur hebben. Dit beleid werkt goed en er is geen reden om deze openingstijden te verlengen. Enkele coffeeshops in het centrum hebben wel een sluitingstijd tot 24 uur. Dit staat in het coffeeshopbeleid 2013 p. 5 en 6 Module openings- en sluitingstijden coffeeshops.
Mevrouw Houben vraagt of de onderzoeksplicht van de burgemeester wat actiever moet zijn, nu het tegengestelde doel wordt bereikt. Mevrouw de Jong merkt op dat de burgemeester sterk achter zijn doelstellingen van bescherming van jongeren staat. Als gesproken wordt dat er straathandel ontstaat gaat de burgemeester direct navraag doen. Tuda Fruta is maar kort met beperkte openingstijden open geweest. Er is bij de horeca-coördinator van de politie en de wijkagent nagegaan of er straathandel is ontstaan in de periode van de beperkte openingstijden. Die signalen zijn niet bekend bij de politie. Verder geeft mevrouw De Jong aan dat er geschermd wordt met de contacten met Luzac. De burgemeester heeft ook met Luzac gesproken en constateert dat de signalen iets genuanceerder liggen. Mevrouw De Jong wil benadrukken dat het niet zo is dat de burgemeester achteroverleunt. Hij is zich zeker bewust van de gevolgen, maar hij heeft gekeken naar de mogelijkheden. Uitgangspunt blijft de doelstelling van het beleid, namelijk bescherming van schoolgaande jeugd. Het criterium van de leeftijdsgrens van 21 jaar biedt voor de burgemeester geen oplossing. De voorzitter vraagt waaruit de terugkoppeling van Luzac blijkt. Mevrouw Kooistra geeft aan dat de kortere openingstijden maar beperkte periodes waren. Het gesprek met Luzac heeft in maart plaatsgevonden.
In die maand is geen overlast ervaren door L.uzac. In de brief is een verklaring gegeven dat ze in het begin last hebben gehad van gehang, maar of het gaat over drugshandel weten ze niet. Het beeld van de rector over die periode sluit niet aan op de signalen van straathandel. Bewoners hebben zich ook niet daarover gemeld. De rector heeft aangegeven dat ze goed naast elkaar kunnen bestaan, maar hij heeft niet gepleit voor de coffeeshop. Hij is niet ongelukkig dat coffeeshop daar zit en ze hebben goed contact met elkaar. De heer eageert dat dit allemaal niet op papier is overgelegd. Hij geeft aan dat voor het indienen van de motie uiteraard ook goed aan fact-checking is gedaan. Gemachtigde merkt op dat er allemaal drogredeneringen en doelredeneringen worden opgezet. Het OM en de driehoek worden er bijgehaald. Iedereen van 18 jaar mag de coffeeshop inlopen. Door het overtreden van de vergunningsregels kan gesloten worden zonder het OM of de driehoek. Het is overigens een cannabisverkooppunt /afhaalloket waar jongeren niet hangen of iets dergelijks. Het is als zodanig ingericht en het is daarmee niet
blad: 7/9
herkenbaar als coffeeshop. Tenslotte wordt opgemerkt dat de shop het grootste deel van het jaar volledig open is geweest en dat heeft geen overlastsignalen gegeven voor de kwetsbare jeugd. Er waren geen vragen of opmerkingen (meer) en de voorzitter sloot de hoorzitting. Na de zitting Op7juni 2022 heeft u de brief van 1 juni 2022 met uw reactie op de ingediende moties overgelegd. Op 21 juni 2022 heeft bezwaarmaker daarop een schriftelijke reactie gegeven, waarnaar hier kortheidshalve wordt verwezen. Oyeryeglngen Het staat niet ter discussie dat niet wordt voldaan aan de afstandscriteria zoals opgenomen het coffeeshopbeleid 2013. Voor die gevallen is bepaald dat een coffeeshop voor het publiel moet zijn gesloten op het moment dat de school voor het volgen van regulier onderwijs open is. Ook mag de coffeeshop in deze periode niet als coffeeshop herkenbaar zijn. Op grond van artikel 484 van de Awb handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Onder 'bijzondere omstandigheden' worden zowel niet in de beleidsregel verdisconteerde omstandigheden als reeds in de beleidsregel verdisconteerde omstandigheden begrepen (ABRvS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840).
Doel van het coffeeshopbeleid, meer specifiek de afstandscriteria Het afstandscriterium is in 2007 ingevoerd om het belang van het woon- en leefklimaat enerzijds en om (kwetsbare) jongeren anderzijds te beschermen. Het uitgangspunt is om het softdrugsgebruik doorjongeren te voorkomen. Uit het coffeeshopbeleid volgt dat men dit wil bereiken door een strikte handhaving van de minimumleeftijd in coffeeshops, het beperken van de openingstijden van coffeeshops in de nabijheid van scholen, het beperken van de herkenbaarheid van coffeeshops in de nabijheid van scholen en het geven van voorlichting over de risico's van drugsgebruik. Bijzondere omstandigheden De commissie begrijpt dat de burgemeester er alles aan is gelegen om de (schoolgaande) jeugd te beschermen. Dat laat onverlet dat uit artikel 484 van de Awb volgt dat ook de belangen van bezwaarmaker in ogenschouw moeten worden genomen. De commissie is met de voorzieningenrechter van oordeel dat bij bezwaarmaker sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat het onverkort vasthouden aan de afstandscriteria en de daaraan gekoppelde beperkte openingstijden in dit geval onevenredig is in verhouding tot de met het coffeeshopbeleid te dienen doelen. In dat kader sluit de commissie zich aan bij hetgeen in de uitspraak van 7 maart 2022, rechtsoverweging 4.5, door de voorzieningenrechter is overwogen.
De burgemeester heeft ook niet aannemelijk kunnen maken dat het doel van het coffeeshopbeleid, te weten het beschermen van (kwetsbare) jongeren, in dit geval in het geding komt als aan bezwaarmaker ruimere openingstijden worden vergund. Daarbij hecht de commissie waarde aan het feit dat bezwaarmaker, zoals onbetwist is gesteld, alleen aan jongeren vanaf 21 jaar verkoopt en dat de leerlingen van het Luzac buiten deze doelgroep vallen nu zij jonger zijn dan 21 jaar. Indien de burgemeester deze leeftijdsgrens in de exploitatievergunning opneemt, zoals bezwaarmaker heeft
blad: 0/9
verzocht, kan daarop ook worden gehandhaafd. Op deze voorwaarde zal de commissie onderstaand nader ingaan. Moties gemeenteraad Op 24 februari 2022 heeft de gemeenteraad twee moties aangenomen waarin wordt opgeroepen om meer maatwerk te bieden wanneer een school zich vestigt binnen een straal van 200 meter hemelsbreed en 250 meter loopafstand van een bestaande coffeeshop. In een van de moties is verzocht om aan bezwaarmaker de reguliere openingstijden te vergunnen in combinatie met een leeftijdsgrens voor de toegang en verkoop van 21 jaar. In de brief van 1 juni 2022 aan de gemeenteraad geeft de burgemeester aan dat hij geen mogelijkheid ziet om de moties op de gevraagde wijze uit te voeren. Nu tijdens de hoorzitting van de zijde van de burgemeester is gerefereerd aan deze brief en de daarin genoemde argumentatie ten grondslag wordt gelegd aan het bestreden besluit, zal de commissie hierop ingaan. Daarbij heeft de commissie ook de schriftelijke reactie van bezwaarmaker van 21 juni 2022 betrokken. In de brief van 1juni 2022 staat dat de in de motie gevraagde koppeling tussen het .)criterium en het afstandscriterium niet mogelijk is. Met bezwaarmaker is de commissie van mening dat deze koppeling niet uit de motie volgt.
De gemeenteraad verzoekt niet om afwijking van het J-criterium maar om de leeftijdsgrens van 21 jaar in de exploitatievergunning op te nemen en onder die conditie de reguliere openingstijden te vergunnen. In artikel 1:4 van de Awb is aan de burgemeester de bevoegdheid toegekend om dergelijke voorschriften en beperkingen te verbinden aan een vergunning. Het op deze wijze uitoefenen van zijn bestuursrechtelijke bevoegdheid komt naar de mening van de commissie niet in strijd met het strafrechtelijke gedoogbeleid, meer specifiek het J-criterium. Dit criterium houdt gelet op de Aanwijzing Opiumwet in: "geen verloop aan jeugdigen.en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar." Een in de exploitatievergunning opgenomen leeftijdsgrens van 21 jaar is hiermee niet in strijd. Daarmee wordt immers nog steeds geëerbiedigd dat geen toegang en verkoop aan jeugdigen (onder de 18 jaar) plaatsvindt. Als daarmee in strijd wordt gehandeld, kan het Openbaar Ministerie ook nog steeds strafrechtelijk optreden. Het argument dat het voorkomen van versnippering en het samenhangend optreden door de partners binnen de driehoek zich verzet tegen de leeftijdsgrens van 21 jaar, kan de commissie niet onverkort volgen.
Immers, in de Aanwijzing Opiumwet wordt met betrekking tot het gedoogbeleid opgemerkt dat er afgestemd kan worden over "lokaal maatwerk" en dat "aanvullende voorschriften" kunnen worden opgenomen in bijvoorbeeld de exploitatievergunning. De commissie is van oordeel dat de burgemeester niet deugdelijk en draagkrachtig heeft gemotiveerd waarom dit maatwerk in dit concrete geval niet kan worden geboden. Concluderend stelt de commissie dat sprake is van bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat handelen overeenkomstig het coffeeshopbeleid, meer specifiek het vasthouden aan de afstandscriteria en de daaraan gekoppelde beperkte openingstijden, in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel zoals opgenomen in artikel 3:4 van de Awb. Het vergunnen van de ruimere openingstijden waaraan op grond van artikel 1:4 van de APV een leeftijdsgrens voor toegang en verkoop van 21 jaar wordt verbonden, komt volgens de commissie niet in strijd met bijvoorbeeld het strafrechtelijk gedoogbeleid. De burgemeester doet hiermee op geen enkele wijze afbreuk aan de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie
blad: 9/9
om strafrechtelijk op te treden. De commissie adviseert dan ook om het bestreden besluit op deze punten aan te passen. Gelet op het vorenstaande behoeven de overige bezwaargronden geen bespreking meer. Conclusie Op grond van het voorgaande adviseren wij u dan ook: - de bezwaren gegrond te verl<laren; - het bestreden besluit aan te passen, in die zin dat de reguliere openingstijden worden vergund en een leeftijdsgrens van 21 jaar voor toegang en verkoop aan de exploitatievergunning wordt verbonden. De Algemene Bezwaarschriftencommissie, kamer I, De secretaris,
De voorzitter,
mevrouw mr. JM. Keehnen, plv.
mevrouw mr. H. Nummerdor - Buijs, plv.
BIJLAGE 4
•
'j Gemeente Rotterdam
Ing. A. Aboutalob Burgemaoslor Bozookadros: Halvemaanpassage 90 Rollerdam Postadros: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam