CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bekereeks Volkstuinen-Rotterdam

zzz Commissie Majeure projecten, Organisatie en Financiën (2018-2022) 16 november 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: Inspreektekst21.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam Van beeld naar suggesties voor de aanpak

Henk Ferwerda Joey Wolsink Juno van Esseveldt

Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam Van beeld naar suggesties voor de aanpak

Henk Ferwerda Joey Wolsink Juno van Esseveldt

Colofon In opdracht van Gemeente Rotterdam

Vormgeving Marcel Grotens

Henk Ferwerda, Joey Wolsink en Juno van Esseveldt

Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam Van beeld naar suggesties voor de aanpak ISBN 978-94-92255-49-5 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Rotterdam. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderzoek berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de gemeente Rotterdam. © 2021, Bureau Beke. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print or other means without written permission from the authors

Inhoud Voorwoord 7 De belangrijkste bevindingen eerst 9 1 Een onderzoek naar volkstuincomplexen 16 1.1 Waarom een onderzoek? 16 1.2

Opzetten van een monitor leefbaarheid en veiligheid 18

1.3 Leeswijzer 19

2 Veldobservaties 21 2.1

Bestuursleden en tuinders zijn achterdochtig over de intenties

van de gemeente 21 2.2

Volkstuincomplexen zijn historisch geworteld, divers en

maatschappelijk relevant 22 2.3 Ik wil een volkstuin 25 2.4 Wie is waarvan? 25 2.5 Overnachten en openbaar? 26 2.6

Volkstuincomplexen blijken een witte vlek in de registraties

en bij professionals 27 2.7 Handhaving schiet tekort 27 2.8 Gelegenheidsstructuur 28

3 De monitor leefbaarheid en veiligheid 30 3.1 Achtergronden bij de monitor 30 3.2 De monitor in beeld 31 3.3 Incidenten op volkstuincomplexen 32 3.4 De hoofdlijnen uit de interviews 39 3.5 Als mystery guest op bezoek 43

4. Suggesties voor aanpak 50 Geraadpleegde bronnen 57

Bijlagen 1 – Overzicht complexen 58 2 – Met dank aan 60 3 – Incidenten en ernstscores 61 4 – Onderhuurovereenkomst 64

5 – Reglement kwaliteitseisen - tevens deel uitmakend van de

huurovereenkomst 74

Voorwoord

In de gemeente Rotterdam liggen 44 volkstuincomplexen die een lange traditie in Rotterdam kennen: de oudste complexen dateren uit het midden van de jaren 30 van de vorige eeuw. Op de volkstuincomplexen zijn verenigingen actief met vrijwillige bestuursleden en leden c.q. tuinders. Naast het feit dat de ruim 5.000 tuintjes voor de leden vrijheid, rust, ontspanning en werken in het groen betekenen, vormt de tuin een welkome aanvulling op de ontbrekende tuin bij het huis in de stad. Volkstuinverenigingen zijn divers als het gaat om culturen en leeftijden die samenkomen. In de afgelopen jaren zijn er meerdere meldingen geweest dat er op sommige volkstuincomplexen sprake is van illegale bewoning, overnachtingen op momenten dat dit niet is toegestaan, van overlast en van criminaliteit. Deze signalen zijn de reden geweest voor de gemeente Rotterdam om – als opmaat voor een eventuele aanpak – de leefbaarheid en veiligheid op de terreinen van de volkstuinverenigingen in beeld te laten brengen. Voor het onderzoek gebruikten we diverse bronnen. Naast een deskresearch en een analyse van bestaande registraties werden er mystery guest bezoeken gebracht aan volkstuincomplexen en interviewden we in totaal twintig professionals en twaalf bestuursleden van volkstuinverenigingen. Dat was erg nuttig, verhelderend en ook leuk. We zijn hen zeer erkentelijk voor hun inbreng en danken hen daarvoor.

Ze staan per organisatie en functie weergegeven in bijlage 2. Een speciaal woord van dank gaat uit naar Henk de Kok en Roy Jansson van de gemeente Rotterdam en Kweisja Tchang en Thessa Ploos van Amstel van de Stichting Volkstuinen in Nederland. Zij dachten met ons mee en brachten ons in contact met relevante professionals. Verder danken we Paul de Kruijff, Ko Minderhout en Yolanda van der Vliet van de politie Rotterdam-Rijnmond voor het meedenken maar vooral ook voor het mogelijk maken en het beschikbaar

Voorwoord 7

stellen van relevante registratiegegevens en het feit dat ze ons in contact brachten met relevante gesprekspartners binnen de politie. Marjan Olfers – die aan de basis heeft gestaan van de nieuwe huurcontracten – danken we voor haar feedback op en meedenken over de aanpak.

Henk Ferwerda, Joey Wolsink en Juno van Esseveldt, Arnhem, augustus 2021

8 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

De belangrijkste bevindingen eerst

Dit rapport begint met de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek om te komen tot een monitor leefbaarheid en veiligheid op volkstuincomplexen in Rotterdam. In dit hoofdstuk – dat te lezen is als een samenvatting van het onderzoek – staan we stil bij de achtergronden van het onderzoek en de belangrijkste resultaten. Tot slot worden suggesties voor de aanpak van leefbaarheids- en veiligheidsproblemen op volkstuincomplexen geschetst. De lezer die meer verdieping zoekt, kan terecht bij hoofdstuk 1 tot en met 4.

Volkstuinen in Rotterdam De gemeente Rotterdam telt 44 volkstuincomplexen. Op de volkstuincomplexen zijn verenigingen actief met vrijwillige bestuursleden en leden c.q. tuinders. De tuinen zijn historisch geworteld want de oudste Rotterdamse complexen dateren uit het midden van de jaren 30 van de vorige eeuw. De Stichting Volkstuinen in Nederland (SVIN) verhuurt namens de gemeente Rotterdam de complexen aan de verenigingen en daarnaast is de SVIN verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de algemene delen op de complexen. Om gebruik te kunnen maken van een tuin is een tuinder lid van de vereniging en daarvoor wordt lidmaatschapsgeld betaald. Het gaat in Rotterdam in totaal om ongeveer 139 hectare groen en de complexen verschillen wat betreft grootte, infrastructuur en bebouwing. Binnen volkstuinverenigingen is een onderscheid te maken tussen verblijfstuinen en nutstuinen. Rotterdam telt 36 complexen met verblijfstuinen. Een verblijfstuin is een siertuin en/of een tuin waarop groente en fruit worden verbouwd. De verblijfstuinen zijn veelal voorzien van een – in principe – bescheiden tuinhuisje van maximaal 25m2 dat eigendom is van de tuinder. In Rotterdam is het toegestaan om tussen 1 april tot 1 oktober in het huisje te overnachten.

De belangrijkste bevindingen eerst 9

Verder telt Rotterdam zes complexen met nutstuinen. Dit zijn tuinen met groente- en fruitgewassen, zonder huisje voor verblijf, hooguit met een bescheiden plantenkas en/of een gereedschapskist voor (tuin)gereedschappen. Tot slot zijn er twee complexen die zowel een deel verblijfstuinen als een deel nutstuinen hebben. In vergelijking met de rest van het land telt Rotterdam verhoudingsgewijs veel verblijfstuinen.

Maatschappelijke betekenis van volkstuinen Naast het feit dat de ruim 5.000 tuintjes voor de leden vrijheid, rust, ontspanning en werken in het groen betekenen, vormt de tuin een welkome aanvulling op de ontbrekende tuin bij het huis in de stad. Volkstuinverenigingen in Rotterdam zijn divers als het gaat om culturen en leeftijden die samenkomen. Naast tuinders die er al decennia tuinieren zijn er inmiddels ook veel jonge gezinnen of jonge mensen die lid zijn van een volkstuinvereniging. In Rotterdam is de animo voor volkstuinen groot en nagenoeg alle verenigingen hebben een behoorlijke wachtlijst van aspirant leden. Omdat volkstuincomplexen tussen zonsopkomst en zonsondergang ook toegankelijk zijn voor derden vervullen deze complexen ook een belangrijke functie voor de buurt(bewoners). Groen in de buurt – zoals een volkstuincomplex of park – kan bijdragen aan de sociale cohesie in buurten. Het maatschappelijk belang van volkstuincomplexen laat zich aldus samenvatten in de volgende functies: ecologisch, sociaal en cultureel.

Waarom een onderzoek naar leefbaarheid en veiligheid? In de afgelopen jaren zijn er meerdere signalen en meldingen geweest dat er op sommige volkstuincomplexen sprake is van overlast, illegale bewoning, overnachtingen op momenten dat dit niet is toegestaan en van criminaliteit. Dit is de reden geweest voor de gemeente Rotterdam om de leefbaarheid en veiligheid op de terreinen van de volkstuinverenigingen in beeld te laten brengen en suggesties te laten doen voor een aanpak.

Onderzoeksmethoden Om de leefbaarheids- en veiligheidssituatie in beeld te brengen zijn er in de afgelopen periode diverse onderzoeksactiviteiten uitgevoerd en gebruikten we diverse bronnen. Naast een deskresearch op open bronnen en relevante notities en

10 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

rapporten betreft dit een analyse van bestaande registraties. Ook werden er mystery guest bezoeken gebracht aan een steekproef van zeven volkstuincomplexen en interviewden we in totaal twintig professionals en twaalf bestuursleden van volkstuinverenigingen.

Achterdocht Als onderzoekers hebben we in de gesprekken met bestuursleden van volkstuinverenigingen gemerkt dat er veel achterdocht is als het gaat om de intenties van de gemeente en de wethouder. Men is bang dat de resultaten uit het onderzoek misbruikt gaan worden om volkstuinverenigingen op te heffen ten behoeve van bouwgrond. Als onderzoekers waren we bij de start van het onderzoek niet op de hoogte van eventuele bouwplannen en we gaan ervan uit dat onderhavige monitor niet oneigenlijk wordt gebruikt. Ons doel is om eventuele leefbaarheids- en veiligheidsproblemen op volkstuincomplexen in kaart te brengen om deze vervolgens gezamenlijk te kunnen aanpakken.

Volkstuinen zijn een witte vlek en gemeentelijke handhaving schiet tekort Het eerste resultaat uit het onderzoek is dat er nagenoeg geen registraties zijn die iets zeggen over de situatie op volkstuincomplexen. We benaderden de politie Rotterdam-Rijnmond en diverse gemeentelijke afdelingen. Bij de meeste professionals die we spraken over gegevens waren volkstuincomplexen een witte vlek en was men verrast dat Rotterdam zoveel volkstuinen heeft. Op de politie en de Basisregistratie Personen (BRP) na, kregen we overal nul op het rekest. Niet omdat men niet wilde leveren, maar omdat men geen informatie had. De BRP had wel een inschrijving op een enkel complex, maar kon deze informatie vanwege de privacyregels niet aanleveren. Pas vanaf tien inschrijvingen kon men wel leveren en dat was nergens het geval. Formeel woont er dus nagenoeg niemand op een Rotterdams volkstuincomplex, terwijl in gesprekken meermaals naar voren is gekomen dat er op verschillende complexen (semi-)permanent gewoond wordt. In het onderzoek merkten we verder dat er diverse professionals niet weten dat de complexen bij daglicht vrij toegankelijk zijn voor het publiek. Dit misverstand maakt dat de afdeling handhaving niet of nauwelijks op de complexen komt, terwijl dit wel zeer wenselijk is.

De belangrijkste bevindingen eerst 11

Tot slot is er door de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente al jaren niet actief gehandhaafd op de grootte van de tuinhuisjes waardoor er ongewenste gedoogsituaties zijn ontstaan met veel te grote opstallen die soms veel te dicht op elkaar staan. Deze zaken bevorderen illegaal verblijf. Wonen in combinatie met te dichte bebouwing en verwarmen, kan gevaarlijk zijn in relatie tot de brandveiligheid.

Groen, oranje en rood Op basis van de beschikbare politieinformatie en de informatie uit de interviews met professionals zijn alle volkstuinverenigingen beoordeeld op leefbaarheid en veiligheid. We maken daarbij onderstaande indeling. ƒ De groene verenigingen scoren positief op leefbaarheid- en veiligheid en moeten groen blijven. In principe behoeven ze van de overheid geen verdere aandacht. De verenigingsbesturen zijn goed in staat om met eventuele leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken om te gaan. Wel kan van deze verenigingen geleerd worden wat bij zou kunnen dragen aan een verbeterde aanpak op oranje en rode volkstuinverenigingen. ƒ De oranje verenigingen scoren gemiddeld en verdienen wel enige aandacht als het gaat om leefbaarheid en veiligheid. De gezamenlijke ambitie zou moeten zijn om deze verenigingen van oranje naar groen te transformeren. ƒ Tot slot zijn er de rode volkstuinverenigingen die negatief scoren binnen de monitor. Hier moet een serieuze – gezamenlijke – inspanning worden gedaan door volkstuinbesturen en/of de overheid om de aanwezige problematiek aan te pakken. Uit de monitor – die te zien is als een nulmeting – blijkt dat het op zeker 70 procent en wellicht 72 procent (een relatief nieuw complex was nog niet in te delen) van de volkstuincomplexen positief gesteld is met de leefbaarheid en veiligheid.

veertien procent van de complexen kleurt oranje en vraagt aandacht en eveneens veertien procent van de complexen kleurt rood en op deze zes complexen is aanpak gewenst. Goed om te vermelden is dat de problematiek op rode complexen zich meestal concentreert tot groepjes personen (tuinders en/of bestuursleden) en specifieke tuinen of straatjes op een complex.

12 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

De gesprekken met de twaalf bestuursleden van verenigingen en de zeven mystery guest bezoeken zijn niet gebruikt voor de beoordeling (groen, oranje, rood) van volkstuinverenigingen maar onderstrepen en illustreren de kleurindeling wel. Deze activiteiten stonden verder in het teken van de aanpak.

Over bestuursleden en leden Bestuursleden van volkstuinverenigingen zijn vrijwilligers en niet altijd opgewassen tegen lastige en soms zelfs agressieve tuinders. Uit de monitor blijkt dat er een parallel is tussen de kleur van het complex en de kenmerken van de besturen. Bij groene verenigingen zijn besturen stabiel, hebben draagvlak, doen veel aan voorlichting en preventie, maar handhaven ook waar nodig. Bij rode verenigingen zien we zwakke besturen of soms zelfs corrupte besturen die geen draagvlak hebben bij een deel van de leden of waar zelfs sprake is van een angstcultuur. Oranje verenigingen nemen een middenpositie in en (ook) hier kunnen bestuursleden wel wat ondersteuning van buitenaf gebruiken.

Van illegaal verblijf tot wietkwekerij Op basis van de politieinformatie en de interviews is er op nagenoeg alle complexen wel eens iets aan de hand. Te denken valt aan een inbraak, diefstal, vernieling, conflicten, overlast of illegaal verblijf. De frequentie waarin dit gebeurt neemt sterk toe richting de rode complexen en dit geldt ook voor de ernst van de incidenten. Te denken valt dan ook aan bedreigingen, onderlinge conflicten met geweld en brandstichtingen. Ook geven professionals aan dat er op rode complexen in sommige huisjes dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen en die raken aan ondermijnende criminaliteit zoals prostitutie en de opslag of productie van drugs. Kortom, leefbaarheidsvraagstukken concentreren zich meer op oranje en groene complexen terwijl er op rode volkstuinverenigingen ook frequenter sprake is van (ernstige) criminaliteit. Tijdens de mystery guest bezoeken werd zichtbaar duidelijk dat sommige leden van rode verenigingen het niet zo nauw lijken te nemen met de omvang van de huisjes – het lijken soms wel vakantieparken – en daarnaast dat er sprake is van meer achterstallig onderhoud, verloedering en verwaarlozing.

De belangrijkste bevindingen eerst 13

Gelegenheidsstructuur Dat sommige volkstuinverenigingen te maken hebben met leefbaarheids- en/of veiligheidsvraagstukken is criminologisch gezien niet bijzonder omdat ze een interessante gelegenheidsstructuur bieden voor criminaliteit. Dit komt onder andere door de rustige en anonieme ligging, de kwetsbaarheid van sommige verenigingsbesturen en doordat er in de laatste decennia in geringe mate sprake was van toezicht en handhaving. Een dergelijke gelegenheidsstructuur is ideaal voor mensen die iets te verbergen hebben, kwetsbaar zijn, niet gevonden willen worden of die strafbare feiten willen plegen. Het is moeilijk om de situatie in Rotterdam te vergelijken met die in de rest van het land omdat onderhavig onderzoek tamelijk uniek is. Wel geven bronnen aan dat de veiligheidsproblematiek op sommige Rotterdamse volkstuincomplexen steviger is dan in de rest van het land en vergeleken kan worden met de situatie op recreatieparken in het land. Tot slot zijn de parkeerplaatsen buiten de poort van volkstuincomplexen onderdeel van de gelegenheidsstructuur. Zeker ’s avonds is het makkelijk om hier anoniem te zijn en dit leidt regelmatig tot overlastsituaties en activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. Te denken valt aan drugsgebruik en -handel en prostitutie.

Toezicht en handhaving is hier op zijn plaats omdat dit type gedragingen niet alleen strafbaar is, maar ook een negatieve uitstraling heeft op de volkstuinverenigingen en voor onveiligheidsgevoelens kan zorgen bij de tuinders.

Contouren van een aanpak Uit dit onderzoek komt naar voren dat het op het grootste deel van de volkstuincomplexen (ruim 70%) wat betreft leefbaarheid en veiligheid goed gaat. Natuurlijk komt er wel eens iets voor zoals een ruzie, vernieling, winterovernachter of te grote opstallen, maar in de basis zijn het complexen om van te leren. De verenigingsbesturen zijn stabiel en doortastend en de manier waarop de besturen op deze complexen opereren kunnen waardevol zijn voor volkstuincomplexen waar sprake is van meer problematiek. Dat zijn verenigingen waarvoor aandacht (oranje) en aanpak (rood) noodzakelijk zijn. De contouren van een aanpak laten zich samenvatten in de volgende vier punten:

1. Maak duidelijk wie waarvan is en communiceer dat. Sinds het verdwijnen van de Rotterdamse Bond voor Volkstuinhouders (RBvV) is er veel onduidelijk bij zowel tuinders, bestuursleden als professionals wie nu eigenlijk waarvan is. Het gaat dan om de vraag welke afdeling binnen de gemeen-

14 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

te over volkstuinen gaat, wat de exacte rol van de SVIN is, wat het optionele lidmaatschap van de Algemene Vereniging Van Volkstuinders Nederland (AVVN) inhoudt, wat de rollen en verantwoordelijkheden zijn van de volkstuinvereniging, het bestuur en de leden en in welke situaties er contact opgenomen wordt met de politie.

2. Ontwikkel als gemeente een visie en beleid op volkstuincomplexen en draag deze uit. Dit onderzoek gaat over leefbaarheid en veiligheid, maar als bijvangst achten wij het van belang dat de gemeente duidelijk maakt wat de rol en positie van volkstuinverenigingen in de stad is waarbij aandacht dient te zijn voor de ecologische, sociale en culturele functie. Voor de thema’s leefbaarheid en veiligheid is het van belang om voor bepaalde onderwerpen heldere richtlijnen op te stellen die ook breeduit – intern binnen de gemeente en voor partnerorganisaties en richting verenigingen – gecommuniceerd dienen te worden. Het gaat dan om de toegankelijkheid van de complexen, het overnachten, de bouw en aanbouw van opstallen.

3. Stel een nalevings- en handhavingskader op. In het nalevings- en handhavingskader moet duidelijk gemaakt worden wie waarvoor verantwoordelijk is als het gaat om de naleving van regels en handhaving van overtredingen en misdrijven. In hoofdstuk 4 beschrijven we per partij de contouren van een dergelijk nalevings- en handhavingskader. Het gaat om rollen, verantwoordelijkheden en taken van de SVIN, de volkstuinverenigingen, de AVVN (voor de vrijwillig aangesloten leden), de gemeentelijke afdelingen Bouw- en Woningtoezicht en de afdeling Vastgoed, gemeentelijke handhaving, brandweer en politie.

4. Eén park, een plan bij rood. Op de zes rode complexen is de problematiek dermate ingewikkeld voor een bestuur en/of het bestuur te zwak, instabiel of niet capabel genoeg, dat de vraag gerechtvaardigd is of een vrijwillig bestuur wel te belasten is met dergelijke problematiek die vaak al een jarenlange historie heeft waarin ook de overheid steken heeft laten vallen. Het lijkt van belang om focus aan te brengen en krachten te gaan bundelen. Vanuit een analyse van de problematiek (leefbaarheid, veiligheid, opstallen, tuinders) en de kwaliteiten van het bestuur dient er – onder regie van de gemeente – een integraal plan voor de langere termijn opgesteld te worden om het complex te transformeren van rood richting groen.

De belangrijkste bevindingen eerst 15

1

Een onderzoek naar volkstuincomplexen

1.1 Waarom een onderzoek? De gemeente Rotterdam telt 44 verenigingen voor volkstuinhouders. De Stichting Volkstuinen in Nederland (SVIN) beheert in het Rotterdamse de volkstuinverenigingen. Het gaat in Rotterdam om ongeveer 139 hectare van het Rotterdamse groen. De volkstuinverenigingen – met prachtige namen als Nut en Genoegen, Helpt Elkander en In de Luwte – verschillen wat betreft grootte, infrastructuur en bebouwing. In figuur 1 zijn de volkstuincomplexen op een kaart weergegeven en is te zien dat ze zowel ten noorden als ten zuiden van de Maas gelegen zijn. In bijlage 1 is een overzicht met kenmerken van de complexen te vinden. In de afgelopen jaren zijn er meerdere meldingen geweest dat er op sommige volkstuincomplexen sprake is van illegale bewoning, overnachtingen op momenten dat dit niet is toegestaan, van overlast en criminaliteit. Tot dusverre is het echter onbekend hoe het precies staat met de leefbaarheid en veiligheid op de terreinen van de volkstuinverenigingen. Dit is wel van belang voor een eventuele aanpak. Door inzicht te krijgen in de problematiek en de plekken waar dit vooral speelt, kan focus worden aangebracht op fenomenen en locaties en kan er gericht gebruik gemaakt worden van communicatieve, bestuurlijke, civiele en strafrechtelijke instrumenten en maatregelen.

16 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

Figuur 1 – Overzicht volkstuincomplexen Rotterdam

31

16

32 3 12

24 39 25

22

44

19 2

41 5 34

9 35

36

10

7 18

30

37

20

14 33

13

4 8 28 40 38

21

29 43

11

1 26 17 42

27

15

6 23

1.

VTV De Beukhoeve

16. VTV Lusthof

31. ATV Terbregge

2. 3. 4. 5. 6.

VTV Blijdorp VTV De Boerderij VTV Van Brienenoord VTV Eigen Hof VVVT Elftplaat II

17. ATV Maasglorie 18. VTV Nooitgedacht 19. VTV De Noort Bonnen 20. VTV Nut en Genoegen 21. VTV Oldegaarde

32. VTV De Tochten 33. ATV Toepad 34. VTV Tot Nut en Genoegen 35. VTV Tuinderslust 36. VTV De Venhoeve

7. 8.

NTV Gordelwegtuinen VTV Heijplaat

22. ATV Ommoord 23. VTV Ons Belang

37. VTV Vreelust 38. VTV De Wielewaal

9. VTV Helpt Elkander 10. NTV Hof van Noord 11. VTV Hordijkerveld

24. VTV Ons Genoegen 25. ATV Onze Tuinen 26. ATV Phoenix

39. VTV Wilgentuin 40. VTV De Zandweg 41. TV Zestienhoven

12. NTV In de Luwte 13. NTV Kralingseveer 14. ATV Kweeklust

27. VTV Pomona 28. VTV Reyerwaard 29. TV Smeetslandsedijk

42. VTV Zonnehof 43. VTV De Zuiderhof 44. VTV Zuiderlaan

15. ATV Lombardijen

30. VTV Streven naar Verbetering

Een onderzoek naar volkstuincomplexen 17

De wethouder over het onderzoek De afgelopen jaren zijn er steeds meer klachten over het oneigenlijk gebruik van de tuinhuisjes. Mensen zouden er veel langer dan toegestaan (buiten de periode 1 april tot 1 oktober) overnachten. Naast dat dit verboden is, worden ook de regels wat betreft brandveiligheid overtreden. Wethouder Kurvers schrijft aan de raad dat tegen andere excessen (gevaarlijke situaties, hennep en ondermijning) al wordt opgetreden. Een echt beeld van de situatie op alle complexen ontbreekt, vandaar een nulmeting. Die moet uiteindelijk leiden tot nieuwe regels.

1.2 Opzetten van een monitor leefbaarheid en veiligheid Om inzicht te krijgen in de leefbaarheid en veiligheid op volkstuincomplexen is een monitor ontwikkeld die te zien is als een nulmeting. In de monitor die in hoofdstuk 3 wordt gepresenteerd, zijn de volkstuinverenigingen – geanonimiseerd – ingedeeld in drie categorieën: groen, oranje en rood. ƒ De groene volkstuinverenigingen scoren positief op leefbaarheid en veiligheid en moeten groen blijven. In principe behoeven ze van de overheid geen verdere aandacht. De verenigingsbesturen zijn goed in staat om met eventuele leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken om te gaan. Wel kan van deze verenigingen geleerd worden wat bij zou kunnen dragen aan een verbeterde aanpak op oranje en rode volkstuinverenigingen. ƒ De oranje volkstuinverenigingen scoren gemiddeld en verdienen wel enige aandacht als het gaat om leefbaarheid en veiligheid. De gezamenlijke ambitie zou moeten zijn om deze verenigingen van oranje naar groen te transformeren. ƒ Tot slot zijn er de rode volkstuinverenigingen die negatief scoren binnen de monitor. Hier moet een serieuze – gezamenlijke – inspanning worden gedaan door volkstuinbesturen en/of de overheid om de aanwezige problematiek aan te pakken.

18 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

In hoofdstuk 4 zullen er suggesties worden gedaan voor de aanpak van leefbaarheid- en veiligheidsvraagstukken op volkstuincomplexen. Om tot de monitor te komen, zijn vier typen onderzoeksactiviteiten uitgevoerd: ƒ Deskresearch op open bronnen en relevante notities en rapporten. ƒ Interviews met in totaal twintig professionals en twaalf bestuursleden van volkstuinverenigingen. Tijdens de gesprekken is ingegaan op de sociale en maatschappelijke waarde van volkstuinen (met de bestuursleden), de aard en omvang van de leefbaarheids- en veiligheidsproblemen en de kansen voor de aanpak. In bijlage 2 staat een overzicht van de respondenten per organisatie. ƒ Verzamelen en analyseren van bestaande registraties per volkstuincomplex over de periode 2018-2020. We hebben veel registraties verkend, maar uiteindelijk is er slechts één registratiebron die kwalitatief van dien aard was dat we deze goed hebben kunnen gebruiken. Het betreft de door de politie geregistreerde incidenten (overtredingen en misdrijven) in de Basisvoorziening Handhaving (BVH) op de complexen. Deze informatie is bij de politie in het systeem gekomen via meldingen, aangiften of eigen waarnemingen door politiefunctionarissen. In hoofdstuk 2 – veldobservaties – komen we terug op de andere registratiebronnen. ƒ Mystery Guest bezoeken aan een steekproef van zeven volkstuinverenigingen.

Het betreft twee rode, twee oranje en drie groene volkstuinverenigingen. Twee onderzoekers hebben zich daarbij voorgedaan als geïnteresseerden voor een volkstuin en hebben tijdens hun rondgang op de complexen korte gesprekken met tuinders gevoerd en geobserveerd wat de staat en indruk van de complexen is.

1.3. Leeswijzer De rest van dit rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 bespreken we een aantal algemene veldobservaties die voor de context van het onderwerp ‘de monitor leefbaarheid en veiligheid en de aanpak’ van belang zijn. In hoofdstuk 3 wordt de monitor gepresenteerd en in hoofdstuk 4 gaan we in op de aanpak.

Een onderzoek naar volkstuincomplexen 19

Deze hoofdstukken dienen ter onderbouwing van het hoofdstuk waarmee dit rapport opende en dat te lezen is als een samenvatting: ‘De belangrijkste bevindingen eerst’.

20 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

2 Veldobservaties Tijdens de deskresearch, de verzameling van de data en de interviews hebben we een aantal observaties gedaan die van belang zijn voor zowel de eerste versie van deze monitor als de aanpak. We zullen deze observaties in dit hoofdstuk de revue laten passeren.

2.1 Bestuursleden en tuinders zijn achterdochtig over de intenties van de gemeente Tijdens onze gesprekken met bestuursleden en tuinders hebben we gemerkt dat er veel achterdocht is als het gaat om de intenties van de gemeente en de wethouder. Men is bang dat (delen van) volkstuinen gaan verdwijnen ten behoeve van bouwgrond. Bestuursleden zijn hier alert op omdat er ervaringen met de gemeente zijn vanuit het verleden waar volkstuinverenigingen overvallen zijn door gemeentelijke acties. Te denken valt aan een flinke bomenkap. Een bestuurslid: ‘…Wij vertrouwen het niet helemaal met de gemeente Rotterdam. Ik denk ook dat er met wantrouwen naar jullie onderzoek wordt gekeken. Wij snappen dat ergens wel. De gemeente snoept namelijk regelmatig wat hectares af van volkstuinverenigingen. Het imago van volkstuinverenigingen is natuurlijk niet goed. Het idee bestaat dat er alleen maar Oostblokkers, criminelen en wietkwekers zitten. Dat is gewoon echt niet het geval’. Een aantal bestuursleden heeft in de gesprekken met ons de vrees uitgesproken dat onderhavig onderzoek mogelijk misbruikt wordt om volkstuinverenigingen op te heffen. Als onderzoekers waren we bij de start van het onderzoek niet op de hoogte van eventuele bouwplannen en we gaan ervan uit dat onderhavige monitor niet oneigenlijk wordt gebruikt.

Doel van de monitor is het in beeld brengen van eventuele leefbaarheids- en veiligheidsproblemen op volkstuincomplexen om deze vervolgens gezamenlijk te kunnen aanpakken.

Veldobservaties 21

2.2 Volkstuincomplexen zijn historisch geworteld, divers en maatschappelijk relevant Volkstuincomplexen kennen een lange traditie in Rotterdam en de oudste complexen dateren uit het midden van de jaren 30 van de vorige eeuw. Sommige volkstuinverenigingen in Rotterdam kennen het predicaat koninklijk. Voor de tuinders betekent de volkstuin vrijheid, rust, ontspanning en werken in het groen en niet zelden vormt de tuin een welkome aanvulling op de ontbrekende tuin bij het huis in de stad. Een respondent: ‘…Onze volkstuinvereniging is in 1935 opgericht met als ideaal om bleekneusjes uit de stad te voorzien van lucht, ruimte en voedsel. En wij combineren moes- en siertuin omdat we allebei leuk vinden.’ Vroeger bestond het beeld dat volkstuinen vooral gehuurd werden door oudere Crooswijkers die driehoog achter woonden. Dat beeld klopt al lang niet meer. Volkstuinen zijn divers als het gaat om culturen en leeftijden die samenkomen en inmiddels zijn er naast de tuinders die er al decennia tuinieren ook veel jonge gezinnen of jonge mensen die een volkstuin in gebruik hebben. In 2016 lag de animo voor verblijfstuinieren op 1,3 procent van alle Rotterdamse huishoudens.

Volgens de meest recente meting ligt dit op 1,6 procent en dit heeft te maken met een algehele toename van de belangstelling voor buiten tuineren maar ook vanwege de forse toename sinds het voorjaar van 2020 in verband met COVID-19 (Hoppesteyn, 2021). Het is goed om hier eerst even stil te staan bij de diversiteit in volkstuincomplexen. Er zijn nutstuinen zonder tuinhuisjes waar vooral moestuinen te vinden zijn en waar soms ook geen elektriciteit is. Daarnaast zijn er verblijfstuinen waar wel tuinhuisjes op staan (die officieel maximaal 25m2 zijn) en waar meestal elektriciteit is. Tuinders hebben hier ook tuinen, maar lang niet altijd moestuinen. Ook zijn er tuinen ingericht met vijver, barbecueplaats en soms zelfs een jacuzzi. Op veel complexen staan rust en tuinieren centraal, al dan niet gecombineerd met sociale activiteiten in of om een gezamenlijk verenigingsgebouw. Er zijn ook volkstuincomplexen (zie ook hoofdstuk 3) die meer lijken op een recreatiepark dan op een volkstuinvereniging. In Rotterdam gaat het in 77% van de complexen om verblijfstuinen, 18% om nutstuinen en 5% om een combinatie. Een respondent: ‘…Wanneer ik naar Nederland kijk, bestaat het overgrote deel van de volkstuincomplexen uit nutstuinen. Slechts een klein gedeelte bestaat uit verblijfstuinen met grote tuinhuizen. Ik denk wel dat we kunnen concluderen dat Rotterdam hierin een uitzondering is.

In Rotterdam zie je namelijk ten opzichte van Nederland veel verblijfstuinen, waar illegaal is uitgebouwd en wordt gewoond. …Wel heeft het voor een ver-

22 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

schuiving gezorgd waarvan ik mezelf wel eens afvraag of er nog wel sprake is van een volkstuin, of dat een vakantiepark meer op z’n plaats is.’ Uit onderzoek is bekend dat groen in de buurt – zoals een volkstuincomplex of park – bijdraagt aan de sociale cohesie (Vreke, Salverda & Langers, 2010). In een brochure wordt ingegaan op het maatschappelijk belang van volkstuincomplexen. De auteurs van de brochure benoemen een ecologische, een sociale en een culturele functie. De ecologische laag is de basis en gaat over de milieu- en natuurkwaliteit. De sociale laag gaat om mensen, om functies en ontmoeting. De culturele laag gaat over persoonlijke ontwikkeling en het behoud van ons culturele erfgoed. In een duurzaam tuinpark zijn deze drie lagen in balans met elkaar (Van der Hoeven & Stobbelaar, 2006). Een bestuurslid: ‘…Volkstuinen zijn namelijk belangrijk. Het is een oase van natuur in het stadsgebeuren. Daarnaast hebben volkstuinen ook een maatschappelijk belang. Zo hebben we bijvoorbeeld erg veel mensen van allochtone afkomst die lid zijn, en die leven allemaal vriendelijk en met respect met elkaar. Dit is toch wel een ander beeld dan dat in de Nederlandse maatschappij zichtbaar is, want die is aan het verharden. Hoe wij dat voor elkaar krijgen? Wij geven iedereen hun eigen verantwoordelijkheid in het grotere geheel’.

Ontwikkelingen in die andere grote stad In een rapport over Amsterdamse volkstuincomplexen uit 2004 valt het volgende te lezen: ‘De afgelopen 10 jaar is er al veel veranderd op de volkstuincomplexen: modernisering van de volkstuinen vindt al plaats. Het tuinieren en beheer worden steeds vaker op ecologische wijze gedaan, de groep gebruikers wordt diverser en de parken zijn veelal toegankelijk voor niet-tuinders. Het traditionele karakter is in een deel van de tuinparken getransformeerd en heeft een natuurlijker uitstraling gekregen’ (Gemeente Amsterdam, 2004).

Volkstuinverenigingen kenmerken zich door de inzet van vrijwilligers. Zo bestaan de besturen uit vrijwilligers die ook een tuin hebben en daarnaast moeten tuinders op nagenoeg alle volkstuincomplexen ook een aantal uren vrijwilligerswerk verrichten in het belang van de vereniging.

Veldobservaties 23

Een kijkje op een volkstuincomplex In september 2020 heeft VTV Blijdorp een enquête gehouden onder haar leden. In totaal hebben 124 van de 170 leden (of partnerleden) de enquête ingevuld. Van deze 124 leden blijkt ruim 77 procent tussen de 41 en 70 jaar oud te zijn terwijl de overige leden jonger of ouder zijn. Het blijkt dat het ledenverloop binnen deze volkstuinvereniging niet groot is. Voor de 124 leden geldt namelijk dat slechts 10 procent 0 tot 2 jaar lid is van VTV Blijdorp. Voor de andere leden geldt dat 18 procent 3 tot 5 jaar lid is, 26 procent 6 tot 10 jaar, ruim 31 procent 11 tot 20 jaar en 13 procent meer dan 20 jaar. De redenen die de leden geven voor hun lidmaatschap hebben met name te maken met de ligging en de uitstraling van het volkstuincomplex (rust, groen, sfeer, de locatie en het onderhoud van het complex). Een beperkt aantal leden geeft ook het functioneren van het bestuur en de ledensamenstelling aan als reden: de sfeer en de heldere regels met betrekking tot onder andere de aankoop van een huisje en groene inbedding, goed bestuur en gemengde ledensamenstelling. Op de vraag hoe trots de leden zijn op het volkstuincomplex, de tuinen, de paden en de omgeving, geeft 82 procent een score tussen de 7 en 10. Inzoomend op hun eigen volkstuin en hoe blij ze daar mee zijn, geven alle respondenten een score tussen de 7 en 10 waarvan 52 procent een 10.

Met betrekking tot de sociale cohesie op het volkstuincomplex geeft iets meer dan 50 procent van de leden aan regelmatig, vaak of altijd naar activiteiten te komen die georganiseerd worden door het bestuur. Daarnaast geeft bijna 70 procent aan vaak, elke keer, of dagelijks contact met andere leden te hebben wanneer hij of zij op het volkstuincomplex is. Voor wat betreft de investeringen in vrijwilligerswerk door de leden geeft ruim 52 procent aan hier maandelijks geen tijd aan te besteden (tuinbeurten en winkelbeurten niet meegerekend), terwijl bijna 30 procent aangeeft 0 tot 2 uur per maand te investeren in vrijwilligerswerk. De overige 18 procent besteedt maandelijks 3 uur of meer. Op de vraag of de leden naar de Algemene Leden Vergadering (ALV) gaan, geeft 16 procent aan nooit te gaan terwijl 28 procent altijd gaat. De overige 56 procent gaat soms en meestal wel. Tot slot hebben de leden ook vragen voorgelegd gekregen over het functioneren van het bestuur. Daarin is de tendens dat op de stellingen ‘Ik weet wat het bestuur doet voor de vereniging’, ‘Het bestuur is goed aanspreekbaar’, ‘Het bestuur reageert adequaat op vragen’, ‘Het bestuur is goed georganiseerd’, ‘Het bestuur communiceert duidelijk’ en ‘Het bestuur komt op voor de belangen van leden’ telkens ongeveer 10 procent van de leden het niet eens is, terwijl minimaal 50 procent van de leden het hier wel mee eens is.

De overige leden zijn neutraal of hebben geen mening. Er zijn ook stellingen waar de resultaten

24 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

afwijken van deze tendens. Zo is bijna 20 procent van de leden van mening dat het bestuur niet weet wat er leeft onder de leden, vindt ruim 30 procent dat het bestuur vaker moet optreden tegen misstanden en vindt bijna 40 procent dat het bestuur niet minder streng moet zijn (VTV Blijdorp, 2020).

2.3 Ik wil een volkstuin De ruim 5.000 Rotterdamse tuintjes zijn in eigendom van de gemeente en worden door het SVIN – via een contract – verhuurd aan de verenigingen. De verenigingen hebben leden en die leden c.q. tuinders mogen tegen een lidmaatschapsgeld van tussen de 500 en 900 euro per jaar gebruik maken van een tuin. Hier ligt een gebruikerscontract – met regels en afspraken – aan ten grondslag. Als iemand een volkstuin wil gebruiken, moet hij of zij ingeschreven staan in de gemeente en zijn wens tot lidmaatschap kenbaar maken bij het bestuur van de vereniging. Van de huisjes die eventueel op een tuin staan, zijn de oorspronkelijke tuinder of de vereniging eigenaar en deze worden overgenomen. Bedragen voor huisjes die worden aangeboden, variëren van een paar duizend tot twintigduizend euro. Verreweg alle volkstuinverenigingen hebben een mooie website met informatie over de vereniging. Op dit moment kennen volkstuinverenigingen, vooral de verblijfstuinen, wachtlijsten en die zijn de laatste jaren – zeker ook door de wens om tijdens COVID-19 buiten te zijn – langer geworden. Het gemeten aantal wachtlijstplaatsen is in 2021 bijna 1.500 terwijl er in 2016 ruim 200 wachtlijstplaatsen werden gemeten, zo lezen we in de Monitor Volkstuinen (Hoppesteyn, 2021).

Dat de tuintjes gewild zijn, blijkt uit dit citaat van een bestuurslid: ‘…Ook wij krijgen telefoontjes van mensen die ons persoonlijk geld bieden als wij ze een tuin geven. Met zulke mensen praten wij niet verder. Maar als er besturen gevoelig voor zijn, dan is het hek zo van de dam’.

2.4 Wie is waarvan? In de gesprekken hebben we gemerkt dat het voor verenigingen maar ook voor andere professionals niet altijd duidelijk is wie waarvoor te benaderen is. Wanneer kan ik bij welke gemeentelijke dienst aankloppen en wanneer kan ik bij het SVIN en de Algemene Vereniging Van Volkstuinders Nederland (AVVN) aankloppen? Bij de AVVN – waarbij ongeveer de helft van de Rotterdamse verenigingen vrijwillig is aangesloten – kunnen besturen terecht voor belangenbe-

Veldobservaties 25

hartiging, verstrekken van advies en (juridische) bijstand en van informatie en voorlichting. Het AVVN maakt beleid en initieert projecten om de kwaliteit van de hobby verder te versterken. Tot 2018 was de Rotterdamse Bond van Volkstuinders (RBVV) verantwoordelijk voor het innen van de huur van individuele tuinders via de verenigingen en het naleven van de huisregels. Het RBVV was ook belangenbehartiger. Door onderbezetting en een gebrek aan vrijwilligers ontstond er een handhavingsprobleem. Vanaf 2018 is het SVIN verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de volkstuincomplexen in Rotterdam en het SVIN verhuurt de tuinen aan de verenigingen. De verantwoordelijkheid voor de naleving van de regels ligt vanaf dat moment in eerste aanleg bij de besturen van de verenigingen. Tuinders betalen voor het gebruik van de tuin lidmaatschapsgeld aan de vereniging. Er zijn algemene huisregels opgenomen voor het nakomen van huisregels. De toenmalige wethouder Simons zegt over deze overgang: ‘…Het wordt er makkelijker op voor iedereen. De regels worden gelijkgetrokken en we gaan zorgen voor een betere handhaving van de regels’. Hij doelt daarbij op het bestrijden van misbruik en misstanden op de volkstuincomplexen, zoals illegale en permanente bewoning, drugsoverlast en prostitutie.

‘Criminele activiteiten komen sporadisch voor maar die moeten wel hard worden aangepakt want de goeden moeten niet lijden onder de kwaden.’ Ook wil de wethouder dat de volkstuinen voldoen aan strengere (brand)veiligheidseisen (Rijnmond, 11 maart 2018).

2.5 Overnachten en openbaar? In 2017 ontstond er commotie en onrust over een dreigend verbod op overnachten in de huisjes op de tuinen. Dat is niet doorgezet en inmiddels wordt overnachten tussen 1 april en 1 oktober gedoogd. Daarbuiten is het dus niet toegestaan. Over het openbare karakter van de volkstuinen zijn veel misstanden. Volkstuinen zijn tussen zonsopkomst en zonsondergang voor het publiek toegankelijk om er te wandelen en te genieten van de natuur (recreëren). De meeste complexen zijn voorzien van hekken en/of een slagboom en tijdens COVID-19 zijn de meeste tuinen voor het publiek gesloten geweest. Inmiddels – zo merkten wij tijdens onze rondgang – waren de door ons bezochte complexen weer geopend voor het publiek. We hebben meermaals tijdens het onderzoek gehoord dat handhavers van de gemeente niet op de complexen komen omdat het privéterrein zou zijn. Dit is dus een hardnekkig misverstand.

26 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

2.6 Volkstuincomplexen blijken een witte vlek in de registraties en bij professionals Zoals aangegeven hebben we diverse organisaties benaderd met het verzoek om registratiegegevens voor de monitor. Dit zijn naast de politie RotterdamRijnmond ook de gemeentelijke afdelingen zoals de Basisregistratie Personen (BRP), klachtenmeldpunt, gemeentelijke handhaving, leerplicht en het sociale domein geweest. Bij de benadering merkten we dat volkstuincomplexen bij de meeste professionals een witte vlek waren en ook realiseerden ze zich niet dat Rotterdam zoveel volkstuinen heeft. Op de politie en de BRP na, kregen we overal nul op het rekest. Niet omdat men niet wilde leveren, maar omdat men geen informatie had. De BRP had wel een inschrijving op een enkel complex, maar kon deze informatie vanwege de privacyregels niet aanleveren. Pas vanaf tien inschrijvingen kon men wel leveren en dat was nergens het geval. Formeel woont er dus nagenoeg niemand op een volkstuincomplex, terwijl in gesprekken meermaals naar voren is gekomen dat er op verschillende complexen (semi-)permanent gewoond wordt.

2.7 Handhaving schiet tekort Zoals aangegeven mag een huisje maximaal 25m2 zijn. Op basis van gesprekken met respondenten en eigen waarneming op complexen weten we dat huisjes regelmatig zijn uitgebouwd en dus niet voldoen aan de eisen. Ook staan huisjes soms veel te dicht op elkaar. Deze zaken in combinatie met wonen en verwarmen, kan gevaarlijk zijn in relatie tot de brandveiligheid. Meermaals hoorden we dat er door Bouw- en Woningtoezicht de afgelopen decennia ook niet op gehandhaafd is en er ook hier sprake lijkt van een gedoogsituatie. Een respondent: ‘…In sommige gevallen zijn er veredelde tuinschuren, maar er zijn dus ook volkstuinen met hele paleizen erop. Dat betreft dan huizen van 60 tot 70 vierkante meter’. Het misverstand bij de afdeling handhaving van de gemeente dat volkstuincomplexen niet voor publiek toegankelijk zijn, maakt dat bijzonder opsporingsambtenaren (BOA’s) niet of slechts zeer incidenteel op de complexen komen. Dit tot ongenoegen van veel van de door ons gesproken respondenten. De politie – vooral de wijkagenten – zijn wel benaderbaar voor bestuursleden, maar dan is er veelal sprake van (ernstige) incidenten. Vanuit de politie hoorden we ook dat volkstuincomplexen niet direct topprioriteit genieten. Sommige wijkagenten worden overigens ook benaderd voor problemen en vraagstukken die niet tot hun takenpakket horen.

Veldobservaties 27

Diverse respondenten geven tot slot aan dat er door de gemeente Rotterdam al een aantal jaren gewerkt wordt aan een handhavingskader, maar tot nu toe blijft het bij deze boodschap en is er van een kader – met duidelijke afspraken en richtlijnen – nog geen sprake.

Hennepvondst op volkstuincomplex De politie heeft op een volkstuin in Rotterdam een flinke hoeveelheid hennep en hennepplanten aangetroffen. De politie stuitte op 20 à 30 wietplanten. Ook werden er stekjes en losse hennep gevonden in twee verschillende tuinhuisjes. In één van de huisjes werden 900 wietstekjes aangetroffen. De verdachte, een 49-jarige vrouw, is aangehouden.

2.8 Gelegenheidsstructuur Dat verschillende volkstuinverenigingen te maken hebben met leefbaarheidsen/of veiligheidsvraagstukken is geen bijzonder feit. Criminologisch gezien is het namelijk zo dat de volkstuincomplexen en volkstuinverenigingen een gelegenheidsstructuur bieden voor criminaliteit. Dit komt onder andere door de (rustige en afgeschermde) ligging, de kwetsbaarheid van sommige besturen en doordat er in de laatste decennia in geringe mate sprake was van toezicht en handhaving. Een dergelijke gelegenheidsstructuur is ideaal voor mensen die iets te verbergen hebben, kwetsbaar zijn, niet gevonden willen worden of die strafbare feiten willen plegen. Hiermee is er een parallel met de situatie op recreatieparken in ons land (Bremmers, Ferwerda & Van den Hazel, 2015). Een opvallend laatste punt – en dit sluit aan bij het fenomeen gelegenheidsstructuur – zijn de parkeerplaatsen, zeker als deze buiten de ‘poort’ van het volkstuincomplex liggen. Op dergelijke parkeerplaatsen – vaak aan een doodlopende weg of verscholen gelegen – is het makkelijk om anoniem te zijn en dit leidt zeker ‘s avonds tot overlastsituaties en activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. Te denken valt aan druggebruik en -handel en prostitutie. Een bestuurslid: ‘…Het is een parkeerterrein dat wordt gebruikt door tuinders en niet-tuinders.

Het is ook een van de weinige parkeerplaatsen waar je niet betaald hoeft te parkeren. Hier worden ballonnetjes opgepompt en gebruikt. Verder zijn er illegale praktijken die neigen naar wat er gebeurt in het Red Light District’.

28 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

Toezicht en handhaving is hier op zijn plaats omdat dit type gedragingen niet alleen strafbaar is, maar ook een negatieve uitstraling heeft op de volkstuinverenigingen en voor onveiligheidsgevoelens kan zorgen bij de tuinders.

Veldobservaties 29

3

De monitor leefbaarheid en veiligheid

3.1 Achtergronden bij de monitor Met de monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam is getracht een beeld te schetsen van de situatie op de volkstuinen in de gemeente Rotterdam: een nulmeting. Er is een indeling gemaakt van groene, oranje en rode volkstuinverenigingen. De indeling in groen, oranje en rood is gebaseerd op een kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling. In het vorige hoofdstuk is aangegeven dat er met betrekking tot leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken weinig informatie in registratiesystemen over volkstuinencomplexen beschikbaar is. Gelukkig konden we wel gebruik maken van een voor dit thema zeer belangrijke bron, te weten de informatie uit de Basisvoorziening Handhaving (BVH) van de politie. De kwantitatieve beoordeling is derhalve tot stand gekomen op basis van registraties van de politie. Er is gekeken naar de aantallen incidenten (gebeurtenissen, overtredingen en misdrijven) die in de afgelopen drie jaar (2018, 2019 en 2020) hebben plaatsgevonden op (het adres van) volkstuincomplexen. Hierbij is naast het aantal incidenten ook rekening gehouden met de ernst van het incident. Een vernieling wordt daarbij anders (lichter) gewogen dan een ernstige geweldpleging. Anders gezegd kan een volkstuin met een paar ‘zware’ incidenten een slechtere beoordeling hebben dan een volkstuin met meerdere ‘lichte’ incidenten.

Incidenten zijn in drie categorieën ingedeeld: zware, middelzware en lichte incidenten. Hierbij wordt bij de weging het aantal zware incidenten met drie vermenigvuldigd, het aantal middelzware incidenten met twee en het aantal lichte incidenten met één (bijlage 3). Naast het aantal en de ernst van de incidenten is ook rekening gehouden met de omvang van het volkstuincomplex. Dit omdat tien incidenten op een heel groot complex anders gewaardeerd moeten worden dan tien incidenten op een heel klein complex. Er is gekeken naar het aantal gewogen incidenten per 1.000m2 en het aantal gewogen incidenten naar het aantal tuinen op een complex.

30 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

De kleurenindeling (groen, oranje en rood) wordt bepaald door te kijken naar het gemiddelde en de standaardafwijking. De kwantitatieve beoordeling is ‘goed’ (groen) als een volkstuin beneden het gemiddeld aantal gewogen incidenten scoort. Volkstuinen die meer dan één standaardafwijking van het gemiddelde afwijken, hebben een ‘slechte’ (rood) kwantitatieve beoordeling. De volkstuinen die hiertussen liggen, krijgen een ‘matige’ (oranje) kwantitatieve beoordeling. De kwalitatieve beoordeling is gebaseerd op twintig interviews met professionals met operationele kennis van de volkstuincomplexen. Telkens is een kwalitatieve beoordeling gemaakt van complexen waarbij ook ingegaan is op de motivering van het oordeel. Dit levert per complex een kwalitatief oordeel op in goed (groen), matig (oranje) en slecht (rood). De gesprekken met twaalf bestuursleden en de mystery guest bezoeken zijn niet gebruikt voor het kwalitatieve oordeel van volkstuinverenigingen maar zoals we in het volgende hoofdstuk zullen zien onderstrepen en illustreren deze onderzoeksactiviteiten de kleurindeling wel. Deze activiteiten stonden verder in het teken van de aanpak. Het uiteindelijke eindoordeel is het gemiddelde van de kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling. Meestal kwamen het kwalitatieve en kwantitatieve oordeel overeen en levert twee keer dezelfde kleur die beoordeling op.

Was dit niet het geval, dan hanteerden we oranje en groen is groen, oranje en rood is rood en groen en rood is oranje. Deze methodiek is afgeleid van de methodiek die gebruikt wordt voor een monitor die Bureau Beke ontwikkeld heeft voor 500 recreatieparken op de Veluwe.

3.2 De monitor in beeld Zoals aangegeven rapporteren we niet op het niveau van individuele volkstuincomplexen, maar op een geaggregeerd niveau. Het gaat immers niet om blaiming maar om een overzicht van c.q. inzicht in de stand van zaken als het gaat om leefbaarheid en veiligheid op volkstuincomplexen. Dit beeld kan als basis fungeren voor een aanpak. In figuur 2 (pagina 32) is de monitor weergegeven. In de figuur is te zien dat het op zeker 70 procent en wellicht 72 procent (inclusief het grijze complex) van de volkstuincomplexen positief gesteld is met de leefbaarheid en veiligheid. Ruim een kwart (28%) van de complexen vraagt om een of andere reden om aandacht of aanpak zoals in de monitor is te zien. In hoofdstuk 4 gaan we nader in op de contouren van een aanpak. Omdat Rotterdam – volgens onze informatie – de eerste gemeente in ons land is die een dergelijke monitor heeft ontwikkeld, is het niet mogelijk om te

De monitor leefbaarheid en veiligheid 31

benchmarken om te zien hoe Rotterdamse volkstuincomplexen zich verhouden tot andere complexen in het land. Figuur 2 – Monitor volkstuincomplexen Rotterdam

Omschrijving kleuren Groene volkstuincomplexen scoren op basis van een kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling positief op leefbaarheid- en veiligheid en moeten groen blijven. In principe behoeven ze van de overheid geen verdere aandacht. Oranje volkstuincomplexen scoren gemiddeld en verdienen wel enige aandacht als het gaat om leefbaarheid en veiligheid. De gezamenlijke ambitie zou moeten zijn om deze complexen van oranje naar groen te transformeren.

Aantal en percentage volkstuinen

31 x geen problematiek

6 x aandacht vereist

6 x aanpak gewenst

1 x nog niet in te delen

14%

2%

Rode volkstuincomplexen scoren negatief. Hier moet een serieuze – gezamenlijke – inspanning worden gedaan door volkstuinbesturen en de overheid om de aanwezige problematiek aan te pakken.

14%

70%

Niet als ‘groen’, ‘oranje’ of ‘rood’ te beoordelen. Volkstuin in oprichting waarvan nog veel, zowel kwalitatief als kwantitatief onbekend is.

In de rest van dit hoofdstuk wordt de monitor verdiept c.q. wordt er meer context gegeven. Dit doen we door de politiecijfers te beschrijven (3.3), de hooflijnen uit de interviews weer te geven (3.4) en het verslag van de mystery guest bezoeken te presenteren (3.5).

3.3 Incidenten op volkstuincomplexen In deze paragraaf gaan we nader in op de incidenten die door de politie zijn geregistreerd. Eerst geven we een totaalbeeld om vervolgens in te zoomen op de rode, oranje en groene volkstuinverenigingen.

32 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

Totaalbeeld incidenten Rotterdamse volkstuinen Om een beeld te krijgen van de incidenten die zich op de 44 Rotterdamse volkstuincomplexen afspelen, zijn politieregistraties opgevraagd. Het gaat om registraties die in de periode 2018 tot en met 2020 plaatsvonden op de adressen van de volkstuincomplexen. Dit resulteert in 727 registraties van incidenten door de politie. Voor zes volkstuincomplexen geldt dat er geen incidenten zijn geregistreerd door de politie. Het valt op dat het om vier nutstuinen en twee verblijftuinen gaat.

Aantal tuintjes en oppervlakte De 44 volkstuincomplexen in ons onderzoek tellen in totaal 5.109 tuintjes. Dit zijn gemiddeld 116 tuintjes per complex. De totale oppervlakte die deze volkstuinen in beslag nemen is 138,9 hectare. Dit komt neer op ongeveer 278 voetbalvelden aan volkstuinen in Rotterdam. De gemiddelde grootte van een volkstuincomplex is 31.566 vierkante meter. Het gemiddelde tuintje op een Rotterdams volkstuincomplex is 272 vierkante meter groot.

In 2018 is het aantal registraties 243, in 2019 is er een toename tot 268 registraties en in 2020 is het aantal registraties 216. In ruim de helft van de gevallen (59%) werd er aangifte gedaan van het incident of misdrijf. Er waren 75 registraties (10%) waarin één of meerdere verdachten bekend zijn. In negentig procent van de gevallen is er dus geen verdachte geregistreerd. Volgens de politieregistraties gaat het voornamelijk om vermogensmisdrijven (zie tabel 3.1) zoals gekwalificeerde diefstal in of uit een box/garage/schuur (n=80), eenvoudige diefstal (n=61) en diefstal uit of vanaf personenauto (n=59). Bijna een kwart van de registraties (24%) heeft te maken met vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde. Hierbij gaat het volgens de politieregistraties vooral om vernieling van overige objecten (n=65), overlastmeldingen van jeugd (n=19) en geluidshinder (n=17). Geweldsmisdrijven zoals ruzie/twist (n=25), bedreiging (n=12) en eenvoudige mishandeling (n=11) komen in bijna een tiende van de registraties voor. Seksuele misdrijven, verkeersincidenten, drugsmisdrijven en wapenmisdrijven komen minder vaak voor. Zeventien procent van de registraties is getypeerd als een overig incident. Dit zijn bijvoorbeeld afgehandelde meldingen (n=59), ongevallen waarbij er sprake is van een onwel persoon (n=10) of als de politie een verdachte situatie (n=21) registreert.

De monitor leefbaarheid en veiligheid 33

Tabel 3.1 – Incidentcategorieën Rotterdamse volkstuinen in aantallen en percentages (n=727)

Incidentcategorieën

n

%

Vermogensmisdrijven

326

45%

Vernielingen en misdrijven openbare orde

174

24%

Geweldsmisdrijven

55

8%

Seksuele misdrijven

3

0%

Verkeersmisdrijven

33

5%

Drugsmisdrijven

8

1%

Wapenmisdrijven

2

0%

Overige

126

17%

Totaal incidenten

727

100%

Rode volkstuinverenigingen Zes volkstuinverenigingen zijn als ‘rood’ beoordeeld en vragen om een aanpak. Gemiddeld zijn er in de periode van 2018 tot en met 2020 bijna 41 incidenten geregistreerd per ‘rode’ volkstuinvereniging. Ruim twee derde van de politieregistraties (39%) betreffen vermogensmisdrijven. Eenvoudige diefstal (n=21), gekwalificeerde diefstal in of uit een box/garage/schuur (n=15) en diefstal uit of vanaf een auto (n=13) komen het meest voor. Ongeveer een vijfde van de registraties (21%) is gecategoriseerd als vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde. Het gaat dan voornamelijk om vernielingen van overige objecten (n=28). Tijdens de onderzoeksperiode vonden er gemiddeld vier geweldsmisdrijven plaats op een rode volkstuin. Onder geweldsmisdrijven worden onder andere eenvoudige mishandeling (n=9), ruzie/twist (n=7) of bedreiging (n=4) verstaan. De complexen van de rode volkstuinverenigingen nemen in totaal 25,4 hectare in beslag, per volkstuin is dit gemiddeld 42.384 vierkante meter. De zes complexen zijn goed voor 923 tuinen, gemiddeld 154 per volkstuin. Een tuin op betreffende volkstuinen is gemiddeld 276 vierkante meter. Per 1.000m2 worden er op rode volkstuinverenigingen gemiddeld 0,97 incidenten in de periode 2018 tot en met 2020 geregistreerd.

34 Monitor leefbaarheid en veiligheid volkstuinen Rotterdam

Tabel 3.2 – Incidentcategorieën rode verenigingen in aantallen, percentages en gemiddeld

Incidentcategorieën

n

%

Gemiddeld per complex

Vermogensmisdrijven

94

39%

15,7

Vernielingen en misdrijven openbare orde

51

21%

8,5

Geweldsmisdrijven

25

10%

4,2

Seksuele misdrijven

1

0%

0,2

Verkeersmisdrijven

16

7%

2,7

Drugsmisdrijven

5

2%

0,8

Wapenmisdrijven

2

1%

0,3

Overige

50

20%

8,3

Totaal

244

100%

40,7

Oranje volkstuinverenigingen Op de zes oranje volkstuinverenigingen zijn er een of meerdere indicaties die zorgen baren. Net zoals bij de rode volkstuinverenigingen gaat het ook hier vooral om vermogensmisdrijven. Zestig procent van de politieregistraties kan als vermogensmisdrijf worden gezien. Een groot deel van deze vermogensmisdrijven blijkt te gaan om gekwalificeerde diefstal in of uit een box/garage/schuur (n=35). Andere vormen van vermogenscriminaliteit die hier worden geregistreerd zijn eenvoudige diefstal (n=11), diefstal uit of vanaf een personenauto (n=8) en gekwalificeerde diefstal in of uit een woning (n=6). Vernieling van overige objecten (n=12) en overlast in verband met alcohol of drugs (n=3) zijn de voornaamste incidenten die onder de categorie vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde vallen. In de onderzoeksperiode krijgen de oranje verenigingen gemiddeld 1,3 keer te maken met een geweldsmisdrijf. In zes van de acht gevallen gaat het om een ruzie/twist. De categorie overige incidenten zijn politieregistraties van onder andere afgehandelde meldingen (n=5) en verdachte situaties (n=3). Tabel 3.3 – Incidentcategorieën oranje verenigingen in aantallen, percentages en gemiddeld

Incidentcategorieën

n

%

Gemiddeld per complex

Vermogensmisdrijven

75

60%

12,5

Vernielingen en misdrijven openbare orde

20

16%

3,3

Geweldsmisdrijven

8

6%

1,3

De monitor leefbaarheid en veiligheid 35

Incidentcategorieën

n

%

Gemiddeld per complex

Seksuele misdrijven

1

1%

0,2

Verkeersmisdrijven

4

3%

0,7

Drugsmisdrijven

2

2%

0,3

Wapenmisdrijven

0

0%

0,0

Overige

15

12%

2,5

Totaal

125

100%

20,8

De totale oppervlakte van de complexen van oranje volkstuinverenigingen is 16,4 hectare. De zes oranje volkstuinen hebben hiermee een gemiddelde oppervlakte van 27.254 vierkante meter. Het gemiddeld aantal tuinen op de oranje volkstuinen is 98, waarmee de gemiddelde grootte per tuin 279 vierkante meter is. Per 1.000m2 worden er op oranje volkstuinverenigingen gemiddeld 0,76 incidenten in de periode 2018 tot en met 2020 geregistreerd.

Groene volkstuinverenigingen Er zijn 31 volkstuinverenigingen ‘groen’. Op deze complexen zijn er niet of nauwelijks problemen. Gedurende de onderzoeksperiode vinden er gemiddeld elf incidenten plaats per volkstuinvereniging. Ongeveer de helft van deze incidenten betreffen vermogensmisdrijven (48%). Ook hier gaat het vooral om eenvoudige diefstal, gekwalificeerde diefstal in of uit een box/garage/schuur en diefstal uit of vanaf een auto. Vernielingen van objecten (n=25), vernielingen van/aan auto (n=11) en geluidshinder (n=11) zijn de voornaamste vormen van vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde. Gemiddeld komt deze categorie tweeënhalf keer per volkstuin voor (in de periode van 2018 tot en met 2020). Andere misdrijfcategorieën komen niet of nauwelijks voor op groene volkstuinen. De complexen van de 31 groene volkstuinverenigingen zijn ongeveer 186 voetbalvelden groot, een gemiddelde van 29.910 vierkante meter per complex. Hierop begeven zich 3.540 tuinen, wat neerkomt op 114 tuinen per volkstuin. Een tuin op betreffende volkstuinen is gemiddeld 262 vierkante meter. Per 1.000m2 worden er op groene volkstuinverenigingen gemiddeld 0,35 incidenten in de periode 2018 tot en met 2020 geregistreerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=518e57d3-28ef-4656-ac54-c279a3e3aa08