CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb003431] Initiatiefvoorstel Verkoelen over 'Rotterdam in nood, radio actief!'

Gemeenteraad 15 mei 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Opening en mededelingen.16.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Initiatiefvoorstel ‘ROTTERDAM IN NOOD, RADIO ACTIEF!’

RAADSLID VERKOELEN

INITIATIEF VOORSTEL

Samenvatting; Voorstel in 1 minuut

RAADSLID VERKOELEN Rotterdam Radio-actief

01

Rotterdam is een wereldstad met een enorme economische kracht, grotendeels dankzij onze internationale haven. Deze positie brengt echter ook uitdagingen met zich mee. De stad is niet alleen kwetsbaar voor mogelijke fysieke rampen, zoals overstromingen of industriële ongevallen, maar ook voor moderne dreigingen als cyberaanvallen en verstoringen van onze digitale infrastructuur. De vraag “Wat te doen als de bom valt?” is al sinds de Tweede Wereldoorlog een actueel thema voor Rotterdammers. De bombardementen van 14 mei 1940 herinneren ons aan de impact van een plotselinge ramp, maar in onze tijd kan “de bom” evengoed een digitale aanval zijn, een grootschalige stroomuitval of zelfs een (bio)chemische dreiging. Het is cruciaal dat iedere Rotterdammer weet wat er moet gebeuren wanneer de sirene loeit of als het internet onbereikbaar wordt. In dit initiatiefvoorstel ‘Rotterdam in nood, radio actief!’ presenteren we een plan om de bewustwording, voorbereiding én samenwerking rond rampen en crises in onze stad te versterken. Onze wens is dat iedereen – van bewoner tot ondernemer – begrijpt wat zijn of haar rol is als het plotseling misgaat.

Inhoudsopgave

02

Hoofdstuk 03.

Rotterdam als strategisch doelwit

04.

De noodzaak van heldere crisiscommunicatie

05.

Wat gebeurt er nu al?

06.

Oproep tot een nieuwe burgerbetrokkenheid (BB 2.0)

07.

Rotterdam Alert! en de rampenzender

08.

Cyberveiligheid als belangrijke pijler

09.

Het belang van oefenen

10.

Kosten en mogelijke dekkingen

11.

Conclusie en oproep

12.

Raadsvoorstel ‘Rotterdam in nood, radio actief!’

13.

Bijlagen

Rotterdam Radio-actief In Rotterdam moet iedereen bereikbaar zijn in tijden van een ramp. Daarom deelden JOU, Lijst Verkoelen noodradio’s uit aan mensen voor wie zo’n extra uitgave niet vanzelfsprekend is. Met deze radio’s kunnen zij ook zonder stroom of internet belangrijke informatie blijven ontvangen. Wat ons betreft zorgt de gemeente ervoor dat álle Rotterdammers toegang krijgen tot een noodradio. Want bij een ramp is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om iedere inwoner te kunnen bereiken – altijd en overal.

Rotterdam als strategisch doelwit

03

De haven van Rotterdam geldt als de grootste van Europa. Dit maakt onze stad tot een wereldwijd logistiek knooppunt en daardoor een mogelijk doelwit voor criminele of staat gestuurde sabotagedaden. De NotPetyacyberaanval uit 2017 toonde glashelder hoe een digitale verstoring de havenoperatie grotendeels plat kan leggen. Zo’n gebeurtenis heeft niet alleen financiële consequenties maar ook een directe invloed op de veiligheid en het welzijn van onze bevolking. Naast de haven zijn er nog meer kwetsbare plekken in onze stad. Denk aan de petrochemische industrie, de energievoorziening, belangrijke internetknooppunten en onze ziekenhuizen. Als infrastructuur uitvalt, kan dat een golf van ontwrichting veroorzaken die iedereen treft. Rotterdam heeft veel te winnen bij een proactieve, duidelijke en goed gecommuniceerde aanpak van rampen en crises.

De noodzaak van heldere crisiscommunicatie

04

In het verleden had Nederland de organisatie Bescherming Bevolking (BB), die zich richtte op het informeren en helpen van burgers bij (oorlogs)dreigingen en grote rampen. Na de opheffing in 1986 namen andere instanties – zoals brandweer, GHOR en de veiligheidsregio’s – belangrijke taken over. Maar de afstand tussen de burger en deze professionele hulpdiensten is groter geworden. Men gaat ervan uit dat “de overheid het wel regelt”, waardoor de algemene kennis over wat je als burger moet doen, is afgenomen. Als de sirene vandaag zou afgaan, weten veel Rotterdammers niet welke stappen ze moeten nemen. De toegenomen afhankelijkheid van smartphones en het internet maakt ons daarnaast extra kwetsbaar. Bij een cyberaanval of een langdurige stroomstoring zullen digitale bronnen niet langer beschikbaar zijn. Daarom is een stevig verankerde, traditionele noodcommunicatie – zoals via een analoge transistorradio afgestemd op RTV Rijnmond – onmisbaar.

Wat gebeurt er nu al?

05

Rotterdam is geen “blanco pagina” op het gebied van crisisbeheersing. Onze veiligheidsregio’s hebben draaiboeken klaarliggen en de brandweer, politie en GHOR werken intensief samen. Ook bestaan er websites zoals Crisis.nl en Rijksoverheid.nl, waar je kunt vinden hoe je een noodpakket samenstelt of hoe je jouw huis het beste afsluit bij een chemisch incident. Toch is de bekendheid met deze informatie in de praktijk laag. Bovendien is de rol van RTV Rijnmond als officiële rampenzender weinig bekend bij het grote publiek. Dat is een gemiste kans, omdat bij analoge radio de informatievoorziening wél overeind blijft als digitale netwerken uitvallen. Dit initiatief pleit ervoor om die rampenzenderfunctie weer op de voorgrond te plaatsen, onder de noemer “Rotterdam Alert!”.

Oproep tot een nieuwe burgerbetrokkenheid (BB 2.0)

06

De herinnering aan de Bescherming Bevolking uit de vorige eeuw laat zien hoe waardevol het is wanneer burgers zich medeverantwoordelijk voelen voor elkaars veiligheid. Met een moderne BB 2.0 kunnen we die veerkracht opnieuw opbouwen. Daarbij denken we niet aan een groot ambtelijk apparaat, maar aan een wendbare samenwerking van vrijwilligers, professionals, maatschappelijke organisaties en overheidsdiensten. Zo’n nieuwe BB kan zich richten op uiteenlopende taken. Allereerst op publieksvoorlichting en preventie, want wie weet hoe te handelen bij een sirene of stroomuitval, reageert rustiger en effectiever. Daarnaast kan de BB 2.0 ondersteunen bij grootschalige incidenten wanneer de reguliere hulpdiensten overbelast raken. Denk aan EHBOuitgiftepunten, het rondbrengen van noodvoorraden of het bieden van psychische eerste hulp. Maar het belangrijkste is misschien wel dat zo’n BB 2.0 de weg kan wijzen, burgers kunnen begeleiden naar veilige plekken. Door regelmatig zichtbaar te oefenen en met heldere trainingstrajecten kan deze moderne BB een sterke aanvulling vormen op de bestaande infrastructuur.

Rotterdam Alert! en de rampenzender

07

Een essentiële stap in het vergroten van de paraatheid is het inzetten van een brede publiekscampagne met een heldere slogan: “Als de sirene gaat, stem af op 93.4 FM, Radio Rijnmond.” De bedoeling hiervan is dat de gemiddelde Rotterdammer, in een noodsituatie, direct weet waar de juiste informatie te vinden is. Tegelijk willen we ook aandacht vragen voor het belang van een werkende analoge noodradio op batterijen of dynamo. In zo’n campagne kan de burgemeester op een begrijpelijke manier uitleggen waar mensen op moeten letten bij grote rampen en waarom het cruciaal is om een ouderwetse radio in huis te hebben. Digitale uitingen, zoals Social Media en online banners, hebben ook hun waarde, maar we moeten rekening houden met het scenario dat internet wegvalt.

Cyberveiligheid als belangrijke pijler

08

Naast fysieke rampen is cyberveiligheid steeds meer een speerpunt. De haven en andere vitale sectoren in Rotterdam zijn relatief goed georganiseerd, maar er is nog onvoldoende verbinding met het dagelijks leven van de burger. Het opzetten van een Rotterdams Cyberveiligheidscentrum kan zorgen voor een structurele samenwerking tussen gemeente, politie, havenbedrijven, ziekenhuizen en IT-experts. Die samenwerking moet zich niet beperken tot technische oplossingen, maar ook bestaan uit regelmatige oefeningen en uitwisselingen van kennis. Bij een grote cyberaanval moet iedereen snel kunnen schakelen, vergelijkbaar met hoe we dat doen bij overstromingen of brand.

Het belang van oefenen

09

Niemand zal ontkennen dat “oefenen” iets is voor brandweer en politie. Tegelijk zien we dat de gemiddelde inwoner hier minder bij betrokken is, terwijl juist de eerste minuten bij een ramp bepalend kunnen zijn voor je veiligheid. Het is de bedoeling om oefeningen op wijkniveau te organiseren, zodat bewoners en lokale ondernemers leren wat ze moeten doen. Denk aan scenario’s zoals een stroomstoring of een chemische lekkage in de haven, waarbij je ontdekt hoe je elkaar kunt helpen en welke stappen je zet als de hulpdiensten onderweg zijn. Ook op scholen kan deze boodschap doorklinken. Kinderen kunnen spelenderwijs leren over noodpakketten, energievoorziening en veilig communiceren als mobiele netwerken uitvallen. Zo groeit een nieuwe generatie op met het besef dat rampen zeldzaam zijn, maar dat je er beter wél op voorbereid kunt zijn.

Kosten en mogelijke dekkingen

10

Een intensieve publiekscampagne is niet gratis. Het maken en verspreiden van affiches, krantenpublicaties en online content vergt een stevig startbudget. Ook kunnen we kijken naar een kortingsvoucher voor eenvoudige noodradio’s die zonder netstroom werken. Daarnaast kost een haalbaarheidsstudie naar BB 2.0 geld, evenals het opzetten van een Cyberveiligheidscentrum. We stellen voor om hiervoor in elk geval de post crisiscommunicatie te benutten. Samenwerking met de veiligheidsregio Rotterdam (VRR) ligt voor de hand; ook de betrokkenheid van private partijen die belang hebben bij een weerbare stad is mogelijk. De kosten zijn te schatten op enkele miljoenen voor structurele verbeteringen, maar zullen terugverdiend worden door het voorkomen of beperken van schade bij rampen.

Conclusie en oproep

11

Rotterdam biedt een unieke mix van kansen en kwetsbaarheden. De stad is open, modern en bruisend, maar tegelijkertijd geopolitiek interessant als logistiek knooppunt. Met dit initiatiefvoorstel “Rotterdam in nood, radio actief!” roepen we de gemeenteraad op om concrete stappen te zetten naar een weerbare stad, waarin iedereen de weg naar betrouwbare informatie kent. Die weg bestaat uit drie belangrijke sporen. We willen de rampenzender weer prominent op de kaart zetten, zodat iedere Rotterdammer weet hoe de informatievoorziening loopt bij stroom- of internetuitval. We vragen daarnaast om een haalbaarheidsstudie naar een moderne Bescherming Bevolking, oftewel BB 2.0, om de verbinding tussen gemeente, hulpdiensten en burgers te versterken. Ten slotte pleiten we voor de oprichting van of deelname aan een sterk Rotterdams Cyberveiligheidscentrum. Een stad die voorbereid is, is een stad die meer rust bewaart wanneer er écht iets misgaat. Laten we gezamenlijk investeren in kennis en kunde, zodat Rotterdam zijn reputatie als veerkrachtige en toekomstbestendige wereldhaven kan waarmaken.

Raadsvoorstel ‘Rotterdam in nood, radio actief!’

12

De raad van de gemeente Rotterdam bijeen op [datum], kennisgenomen hebbende van het Initiatiefvoorstel ‘Rotterdam in nood, radio actief!’, en ook de reactie van het college, Koers te zetten naar een Rotterdam dat in crisistijden op zijn best is; een stad met wakkere burgers, slagvaardige communicatie en een hecht netwerk tussen overheid en samenleving; Daartoe de burgemeester op te roepen om een aanpak op te zetten die in ieder geval de volgende elementen bevat: - Een publiekscampagne met de kernboodschap “Als de sirene gaat, stem af op Radio Rijnmond,” aangevuld met eenvoudige voorlichting over noodradio’s en wat te doen bij rampen; - De burgemeester als boegbeeld in deze campagne, zodat voor iedereen duidelijk wordt wie de regie heeft en waar men informatie kan vinden; - Het stimuleren van de aanschaf van noodradio’s, bijvoorbeeld via een kortingsvoucher of samenwerking met lokale ondernemers, zodat elk huishouden zonder stroom toch op de hoogte kan blijven; - Jaarlijks ten minste één brede rampenoefening, waarbij ook burgers actief betrokken worden en de samenwerking met de rampenzender, wijkteams en (cyber)specialisten kan worden beoefend; - Een haalbaarheidsstudie om te verkennen hoe een moderne BB 2.0 eruit kan zien en hoe deze kan bijdragen aan de crisisvoorbereiding in Rotterdam; - Een Cyberveiligheidscentrum in te richten, waar gemeente, politie, havenbedrijven en

IT-experts samenwerken aan het voorkomen en beheersen van digitale dreigingen. Deze aanpak zoveel mogelijk budgetneutraal uit te voeren door aan te sluiten bij al bestaande initiatieven en samenwerkingsverbanden; Eventuele financiële consequenties uiterlijk bij de begroting 2026 inzichtelijk te maken voor de raad; Uiterlijk na (PERIODE NAAR KEUZE) aan de raad te rapporteren over de voortgang.

Bijlagen

13

Bijlage 01.

Cyberaanval op Maersk

02.

Historische achtergrond en de ontstaansreden van onze civiele bescherming

03.

Interview rol van rampenzender RTV Rijnmond

04.

Interview Bescherming Bevolking (BB)

05.

Opinie “Waarom Rotterdam een nieuwe Bescherming Bevolking nodig heeft!”

06.

Column ‘Met de blik op rood gevaar en batterijen in de radio!’

07.

Video ‘Rotterdam Doorgrond’, video’s straatinterviews

08.

Agenda programma ‘Als de bom valt!’

09.

17 Openbare schuilgelegenheden te Rotterdam

10.

Een enigszins redelijke bescherming van de bevolking en van het nationale potentieel

11.

Leidraad bescherming tegen luchtaanvallen

12.

Wenken bescherming gezin en jezelf

13.

Doel en opzet bescherming en bevolking

14.

Groslijst Amateur zenders

15.

Betoog indiening initiatiefvoorstel ‘Rotterdam in nood, radio actief!'

“Door samen te werken en elkaar te informeren, maken we Rotterdam weerbaarder. We laten ons niet verrassen door de volgende crisis, maar staan met open ogen en een goed plan in de startblokken.” -ELLEN VERKOELEN

Bijlage Cyberaanval op Maersk

01

Maersk, the shipping giant, has suffered millions of dollars in damage due to the NonPetya ransomware attack http://zd.net/2DV9fgP by @SecurityCharlie ZDNet @ZDNet

Bijlage Historische achtergrond en de ontstaansrede van onze civiele bescherming

02

Historische achtergrond en de ontstaansreden van onze civiele bescherming!

Na de Tweede Wereldoorlog bleef Europa niet lang in vrede. Al snel ontwikkelde zich een nieuwe spanningsvolle situatie: de voormalige bondgenoot de Sovjet-Unie werd gezien als een potentiële agressor, waarmee een ideologische en geopolitieke strijd ontstond die bekend zou komen te staan als de Koude Oorlog. In Nederland, en ook in Rotterdam, groeide het besef dat een volgende oorlog niet uitsluitend aan het militaire front zou worden uitgevochten, maar dat de burgerbevolking opnieuw een direct doelwit kon zijn. De ervaringen uit 1940–1945, met name de Duitse bombardementen en de impact daarvan op het moreel en de fysieke infrastructuur, waren nog zeer vers in het collectieve geheugen. 1. De dreiging van ‘het rode gevaar’ De Sovjet-Unie onder leiding van Stalin werd in het Westen gezien als het “rode gevaar”: een totalitaire macht die Europese landen dreigde te destabiliseren. Deze vrees vond wortels in de harde werkelijkheid van de bezettingsjaren: men had aan den lijve ondervonden hoezeer burgers in oorlogssituaties kwetsbaar waren. Nu was het beeld dat, wanneer de Sovjet-Unie zich ooit militair zou roeren, de aanvallen nog heviger, moderner en schadelijker zouden zijn dan tijdens de vorige oorlog. Waar Duitsland al beschikte over raketten (V1- en V2-wapens), was men zich ervan bewust dat de Sovjet-Unie in snel tempo soortgelijke of zelfs geavanceerdere middelen ontwikkelde.

Bovenal hing de schaduw van het nieuwe kernwapen boven Europa; in 1949 testte de Sovjet-Unie haar eerste atoombom. Deze ontwikkeling zette overheden ertoe aan hun inwoners beter voor te bereiden op mogelijk oorlogsgeweld. Anders dan bij de conventionele bombardementen van de Tweede Wereldoorlog, moest men in een atoomtijdperk rekening houden met enorme verwoestingskracht, radioactieve straling en de kans op chemische of biologische aanvallen. De nationale overheid wilde het moreel van de bevolking versterken en de chaos bij een eventueel conflict inperken: als de ‘thuisbasis’ zich beter kon verdedigen en organiseren, zou dat de militaire inzet elders ook ten goede komen. 2. De organisatie Bescherming (BB) In Nederland kreeg de civiele verdedigingsgedachte concreet vorm door de oprichting van de Bescherming Bevolking (BB) in 1952. Deze organisatie bouwde voort op lessen uit de Luchtbeschermingsdiensten van de Tweede Wereldoorlog. De BB werd opgezet als een brede, nietmilitaire hulpverlenings- en voorlichtingsorganisatie, deels gebaseerd op vrijwilligers, deels op (buitengewoon) dienstplichtigen die voor specifieke taken werden ingezet (de “noodwachtplicht”). De kerntaken van de BB waren:

§ § §

§

Voorlichting aan burgers: instructies geven over wat te doen bij luchtalarm, hoe te verduisteren, waar schuilkelders te vinden waren en hoe eerste hulp maatregelen te nemen. Schuilplaatsen en uitrusting: adviseren over of (mede) realiseren van schuilkelders, en ook zorgen voor gasmaskers, eenvoudige brandweermaterialen en EHBO-pakketten. Gebiedsindeling: steden werden vaak opgesplitst in wijken en ‘blokken’ om snel en doeltreffend op te treden bij branden, instortingen en medische spoedhulp direct na een aanval. Oefeningen en drills: de BB organiseerde regelmatig cursussen en praktijksessies, waarbij men leerde redden, blussen en EHBO verlenen, zodat de bevolking in geval van nood niet direct afhankelijk was van politie of brandweer.

3. Schuilkelders: van particuliere kelders tot openbare onderkomens pag. 1

Historische achtergrond en de ontstaansreden van onze civiele bescherming!

Onderdeel van deze civiele bescherming was het bouwen van schuilkelders. Enerzijds stimuleerde de overheid burgers om in hun eigen huis of bedrijf kleine, verstevigde ruimten in te richten (de ‘zelfbescherming’). Anderzijds verschenen in veel steden – en dus ook in Rotterdam – halfverzonken of volledig ondergrondse schuilplaatsen, vaak herkenbaar als kleine bunkerachtige constructies in parkjes, onder viaducten of bij openbare pleinen. Veel documenten uit die periode (zoals aanbestedingsbestekken en plannen voor de “17 openbare schuilgelegenheden” in Rotterdam) getuigen van die bouwactiviteit. Deze schuilkelders hadden een dubbele functie: Fysieke bescherming: in geval van luchtalarm konden mensen zich daar schuilhouden tegen rondvliegende glasscherven, brisantbommen en (beperkt) chemische dreiging. Versterken van het moreel: de zichtbare aanwezigheid van een keten aan schuilplaatsen gaf de bevolking het gevoel dat er rekening werd gehouden met hun veiligheid. Echter, de budgetten voor zulke bouwwerken waren nooit toereikend om de gehele bevolking van plek te voorzien. Men koos strategische locaties (bijvoorbeeld nabij drukke verkeersaders, in de buurt van cruciale voorzieningen) of plekken waar de noodzaak hoog werd geacht (industriële zones, havengebieden, grote wooncomplexen). 4.

Rotterdam als strategisch doelwit Rotterdam, met zijn enorme haven en petrochemische industrie, gold als een van de belangrijkste doelwitten in Nederland. De grootschalige bombardementen van mei 1940 hadden bovendien diepe sporen nagelaten, zowel fysiek als psychologisch. De gedachte dat de stad in een nieuwe oorlog wederom in de vuurlinie zou liggen, was geen onrealistisch doembeeld maar een reële scenarioanalyse. Dat verklaart waarom er zoveel aandacht uitging naar: Stevige schuilconstructies: Rotterdam investeerde, mede gestimuleerd door rijksregelingen en subsidies, in een reeks van half ondergrondse bunkers en schuilruimten (bekend uit diverse bestekken en gemeentelijke archiefstukken). Samenwerking met haven- en bedrijfssector: bedrijven in de haven werden aangespoord om aan bedrijfszelfbescherming te doen (eigen brandwerende materialen, EHBO-teams, interne evacuatieplannen), vooral gezien het grote belang van continuïteit voor de economie en oorlogslogistiek. Oefeningen en publiekscampagnes: de lokale afdelingen van de BB en de gemeentelijke diensten hielden oefeningen, soms in samenwerking met politie, brandweer en paramedische teams. Krantenartikelen uit die jaren tonen hoe burgers werden opgeroepen om zelfverdedigingscursussen te volgen en noodpakketten aan te leggen. 5.

De paradox van afnemende dreiging en blijvend belang Hoewel de BB in de jaren vijftig en zestig met duizenden vrijwilligers en ‘noodwachtplichtigen’ een flinke omvang bereikte, begon de maatschappelijke steun en aandacht in de jaren zeventig te tanen. De Koude Oorlog kreeg episodes van dooi (detente), men raakte gewend aan het maandelijkse luchtalarm en er ontstond een indruk dat de atoomdreiging minder acuut was. Ook de opkomst van gerichtere NAVO-strategieën en de professionalisering van rampenbestrijding bij politie en brandweer maakten de positie van de BB minder vanzelfsprekend. Niettemin bleef Rotterdam officiële rampenoefeningen organiseren, mede omdat de stad naast het militaire (geo)politieke risico ook werd gezien als kwetsbaar voor industriële ongevallen, branden en pag. 2

Historische achtergrond en de ontstaansreden van onze civiele bescherming!

overstromingen. De BB werd in 1986 officieel opgeheven, maar de kern van haar gedachte – dat burgers een cruciale rol spelen bij hun eigen veiligheid en bij hulpverlening – blijft essentieel. Met het verdwijnen van de BB verschoof de verantwoordelijkheid voor civiele bescherming meer naar de veiligheidsregio, brandweer, GHOR en politie, maar ook naar vrijwillige netwerken en initiatieven. Schuilkelders werden minder onderhouden of kregen een andere bestemming. De formele oefeningen werden minder zichtbaar, terwijl het besef van “zelf doen” bij de bevolking gradueel verdween. 6. Lessen voor het Rotterdam van nu Voor het huidige initiatief “Rotterdam in nood, radio actief!” is het historisch besef rondom de Bescherming Bevolking en de Koude Oorlog belangrijk, want het toont:

§

§

§

§

Burgerbetrokkenheid is van onschatbare waarde: de dreiging van een atoom- of conventionele aanval werd reëel geacht, waardoor de samenleving zich in hoge mate verenigde om gezamenlijk voorbereidingen te treffen. Fysieke infrastructuur, zoals schuilkelders, biedt niet alleen bescherming maar ook vertrouwen: zelfs als de capaciteit nooit 100% dekkend kon zijn, hielpen de bouwwerken en zichtbare oefeningen de angst te kanaliseren en het gevoel van saamhorigheid te versterken. Communicatie en training verlagen paniek: de BB gaf cursussen EHBO, brandbestrijding en reddingswerk, waardoor inwoners wisten wat te doen als de sirene ging. Zulke kennis bood houvast en maakt nog steeds het verschil tussen chaos en orde bij een ramp. De haven en industriële sector als bijzonder kwetsbare plekken: ook nu is Rotterdam Haven van groot (inter)nationaal belang. Lessen uit de Koude Oorlog wijzen op het belang van nauwe samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en burgers.

Tegenwoordig zijn we in een wereld beland waarin cyberdreigingen, terroristische aanslagen en grootschalige infrastructuuruitval (of een combinatie hiervan) evenzeer de stedelijke veiligheid kunnen raken. Toch benadrukt deze historische blik dat vele principes van de “ouderwetse” Bescherming Bevolking toepasbaar blijven. Weten hoe je jezelf en je naasten beschermt, hoe je snel en betrouwbaar informatie verkrijgt (al dan niet via analoge radio) en hoe je met beperkte middelen de eerste klappen opvangt, blijft cruciaal. Met “Rotterdam in nood, radio actief!” kunnen we voortbouwen op deze erfenis. De stad heeft in het verleden bewezen dat het – met vereende krachten van burgers, overheid en organisaties – kan opstaan uit as en puin en zich opnieuw kan voorbereiden op onzekere tijden. De geschiedenis van de BB en de schuilkelders mag dan decennia oud zijn, de kernboodschap is nog springlevend: Een weerbare stad vereist paraatheid, oefening en een collectief verantwoordelijkheidsgevoel om menselijk leed en maatschappelijke ontwrichting zoveel mogelijk te beperken.

pag. 3

Bijlage Interview rol van rampenzender RTV Rijnmond

03

Bijlage Interview Bescherming Bevolking (BB)

04

Bijlage Opinie “Waarom Rotterdam een nieuwe Bescherming Bevolking nodig heeft!”

05

De Havenloods Havenloods DOWNLOAD - In de App Store

In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de Bescherming Bevolking (BB) opgeheven en sindsdien bestaat er geen burgerbeweging meer die ondersteunt als er een ramp gebeurt. Afgebeeld een oefening van de BB aan het Bospolderplein, 1954. Foto: Stadsarchief Rotterdam

Ellen Verkoelen luidt alarmbel en pleit voor een nieuwe Bescherming Bevolking in Rotterdam: BB 2.0 za 10 mei, 10:17 Algemeen 1.464 keer gelezen Rotterdam - Sinds december is Ellen Verkoelen, raadslid/ fractievoorzitter van JOU Rotterdam heel actief bezig om aandacht te vragen voor de denkbeeldige vraag ’Wat te doen als de bom valt!’ Rotterdam is immers een wereldstad met een enorme economische kracht, grotendeels dankzij zijn internationale haven. “Deze positie brengt echter ook uitdagingen met zich mee. De stad is niet alleen kwetsbaar voor mogelijke fysieke rampen, zoals overstromingen of industriële ongevallen, maar ook voor moderne dreigingen als cyberaanvallen en verstoringen van onze digitale infrastructuur”, onderstreept zij. “Op 14 mei worden we met z’n allen er wederom aan herinnerd dat 85 jaar geleden het bombardement op Rotterdam cruciaal was in de komst van de Duitse bezetting van Nederland en de uitbreiding van Tweede Wereldoorlog. Op 15 mei ga ik namens de ouderenpartij JOU in de gemeenteraad van Rotterdam een initiatiefvoorstel ‘Rotterdam in nood, radio actief!’ presenteren. Het gaat over een plan om de bewustwording, voorbereiding én samenwerking rond rampen en crises in onze stad te versterken. Onze wens is dat iedereen – van bewoner tot ondernemer – begrijpt wat zijn of haar rol is als het plotseling misgaat.

De gedachte achter het plan – burgerbescherming in tijden van crisis – is actueler dan ooit. Rotterdam heeft een nieuwe Bescherming Bevolking nodig!”

De vraag ‘Wat te doen als de bom valt?’ is al sinds de Tweede Wereldoorlog een actueel thema voor Rotterdammers. “De bombardementen van 14 mei 1940 herinneren ons aan de impact van een plotselinge ramp, maar in onze tijd kan ‘de bom’ evengoed een digitale aanval zijn, een grootschalige stroomuitval of zelfs een (bio)chemische dreiging”, vervolgt Ellen. “Het is cruciaal dat iedere Rotterdammer weet wat er moet gebeuren wanneer de sirene loeit of als het internet onbereikbaar wordt.” In april van dit jaar is de ouderenpartij JOU Rotterdam samen met burgemeester Carola Schouten in Rotterdam een BB bunker in Overschie en schuilkelders in Noord uit de jaren zestig van de vorige eeuw gaan bezoeken. Vrijwilligers van stichting Cultureel Erfgoed Koude Oorlog hebben de deelnemers daar rondgeleid en toelichting gegeven op wat de Bescherming Bevolking (BB) zoal betekende voor de bevolking. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de BB opgeheven en sindsdien bestaat er geen burgerbeweging meer

die ondersteunt als er een ramp gebeurt. Ellen: “Ook zijn we als ouderenbeweging JOU de afgelopen weken de straat op gegaan en hebben mensen gevraagd of ze wisten wat te doen als er een ramp uitbreekt. Op de social media hebben we die hele campagne visueel zichtbaar gemaakt. En ik kan u zeggen dat maar weinig mensen weten wat ze moeten doen als er iets gebeurt. Deze week hadden wij nog een speciale bewustwordingsactie in het wijk- en ontmoetingscentrum ‘Het Palet’ in Prins Alexander. Daar werden een honderdtal analoge noodradio’s uitgedeeld aan ouderen en minderbedeelden.” Ellen heeft tevens een opiniestuk geschreven dat De Havenloods hieronder graag integraal publiceert. Hierin legt zij nogmaals duidelijk uit waarom Rotterdam een nieuwe Bescherming Bevolking nodig heeft.

Waarom Rotterdam een nieuwe Bescherming Bevolking nodig heeft! De beelden uit de koude oorlog zijn nostalgisch: vaders in donkerblauwe overalls met een pieper, schuilkelders met bierkratten als wc, luchtwachttorens met vrijwilligers die met verrekijkers de hemel afspeuren. Het waren andere tijden. Maar de gedachte erachter – burgerbescherming in tijden van crisis – is actueler dan ooit.

Door Ellen Verkoelen

Wie denkt dat we zulke tijden achter ons hebben gelaten, doet er goed aan even stil te staan bij de recente stroomstoringen in Zuid-Europa, de wereldwijde afhankelijkheid van digitale netwerken en de geopolitieke spanningen die via cyberaanvallen of sabotage tastbaar dichtbij kunnen komen. In Rotterdam – een internationale havenstad met petrochemische industrie, cruciale logistieke knooppunten en vitale infrastructuur – is de vraag allang niet meer óf we voorbereid moeten zijn, maar hóe. De oude Bescherming Bevolking (BB) had gebreken, maar ook een krachtig fundament: het was zichtbaar, lokaal georganiseerd en breed gedragen door vrijwilligers. In de hoogtijdagen stonden 160.000 burgers paraat, klaar om te handelen bij een ramp of aanval. Vandaag de dag ontbreekt het aan zo’n collectief bewustzijn én aan praktische structuren om burgers bij crisisbeheersing te betrekken. De moderne veiligheidsregio’s leveren onmisbaar werk, maar de afstand tot de burger is gegroeid. We vertrouwen blind op digitale middelen – totdat ze uitvallen. Daarom roep ik vanuit de ouderenpartij JOU op tot de oprichting van een nieuwe Bescherming Bevolking, een BB 2.0. Geen terugkeer naar de jaren vijftig, maar een slimme, flexibele en lokaal ingebedde organisatie waarin Rotterdammers hun eigen veiligheid mee helpen organiseren.

Denk aan buurtnetwerken die weten wat te doen bij uitval van stroom of internet, aan het netwerk van radio-amateurs dat de communicatie kan overnemen als de reguliere verbindingen falen, aan vrijwilligers die EHBO kunnen bieden of simpelweg kunnen uitleggen waar je betrouwbare informatie vindt, en aan jongeren die via maatschappelijke dienstplicht leren hoe je voor elkaar zorgt in crisistijd. Een BB 2.0 betekent ook investeren in de communicatiemiddelen die wél werken als digitale systemen het begeven. Daarom is de rampenzenderfunctie van Radio Rijnmond essentieel. We willen dat iedere Rotterdammer weet: als de sirene loeit, stem af op 93.4 FM. Niet scrollen, maar luisteren. En ja, dat vergt een herwaardering van iets wat velen als ouderwets beschouwen: een transistorradio op batterijen of opwindmechanisme. Geen gadget, maar een levenslijn. Onze generatie weet nog hoe het voelde om samen paraat te staan. De Exota limonade en de oliedrum zijn passé, maar de onderlinge solidariteit is een les die we opnieuw moeten leren. En we moeten de kennis die nog leeft, juist onder ouderen, inzetten voor de toekomst. Een veilige stad ontstaat niet vanzelf. Die bouwen we samen, stap voor stap, oefening voor oefening. De BB 2.0 is geen wensdroom, maar een noodzakelijke stap naar een weerbaar Rotterdam.

Eén stad, één frequentie, en een meterkast waarin een checklist hangt voor de eerste 72 uur van een ramp. Laten we dat niet pas doen als het te laat is.

Nieuws

Columns

Interviews

Stelling

"We hebben een nieuwe Bescherming Bevolking 2.0 nodig" Rotterdam

12/05/2025, 08:38 De beelden uit de koude oorlog zijn nostalgisch: vaders in donkerblauwe overalls met een pieper, schuilkelders met bierkratten als wc, luchtwachttorens met vrijwilligers die met verrekijkers de hemel afspeuren. Het waren andere tijden. Maar de gedachte erachter – burgerbescherming in tijden van crisis – is actueler dan ooit. Wie denkt dat we zulke tijden achter ons hebben gelaten, doet er goed aan even stil te staan bij de recente stroomstoringen in Zuid-Europa, de wereldwijde afhankelijkheid van digitale netwerken, en de geopolitieke spanningen die via cyberaanvallen of sabotage tastbaar dichtbij kunnen komen. In Rotterdam – een internationale havenstad met petrochemische industrie, cruciale logistieke knooppunten en vitale infrastructuur – is de vraag allang niet meer óf we voorbereid moeten zijn, maar hóe. De oude Bescherming Bevolking (BB) had gebreken, maar ook een krachtig fundament: het was zichtbaar, lokaal georganiseerd en breed gedragen door vrijwilligers. In de hoogtijdagen stonden 160.000 burgers paraat, klaar om te handelen bij een ramp of aanval. Vandaag de dag ontbreekt het aan zo'n collectief bewustzijn én aan praktische structuren om burgers bij crisisbeheersing te betrekken. De moderne veiligheidsregio's leveren onmisbaar werk, maar de afstand tot de burger is gegroeid. We vertrouwen blind op digitale middelen – totdat ze uitvallen.

Daarom roep ik vanuit de ouderenpartij JOU op tot de oprichting van een nieuwe Bescherming Bevolking, een BB 2.0. Geen terugkeer naar de jaren vijftig, maar een slimme, flexibele en lokaal ingebedde organisatie waarin Rotterdammers hun eigen veiligheid mee helpen organiseren. Denk aan buurtnetwerken die weten wat te doen bij uitval van stroom of internet, aan het netwerk van radio-amateurs dat de communicatie kan overnemen als de reguliere verbindingen falen, aan vrijwilligers die EHBO kunnen bieden of simpelweg kunnen uitleggen waar je betrouwbare informatie vindt, en aan jongeren die via maatschappelijke dienstplicht leren hoe je voor elkaar zorgt in crisistijd. Een BB 2.0 betekent ook investeren in de communicatiemiddelen die wél werken als digitale systemen het begeven. Daarom is de rampenzenderfunctie van Radio Rijnmond essentieel. We willen dat iedere Rotterdammer weet: als de sirene loeit, stem af op 93.4 FM. Niet scrollen, maar luisteren. En ja, dat vergt een herwaardering van iets wat velen als ouderwets beschouwen: een transistorradio op batterijen of opwindmechanisme. Geen gadget, maar een levenslijn.

Onze generatie weet nog hoe het voelde om samen paraat te staan. De Exota limonade en de oliedrum zijn passé, maar de onderlinge solidariteit is een les die we opnieuw moeten leren. En we moeten de kennis die nog leeft, juist onder ouderen, inzetten voor de toekomst. Een veilige stad ontstaat niet vanzelf. Die bouwen we samen, stap voor stap, oefening voor oefening. De BB 2.0 is geen wensdroom, maar een noodzakelijke stap naar een weerbaar Rotterdam. Eén stad, één frequentie, en een meterkast waarin een checklist hangt voor de eerste 72 uur van een ramp. Laten we dat niet pas doen als het te laat is.

Foto: Een oefening van de BB voor het ULO schoolgebouw aan het Bospolderplein, 1954 © Gemeentearchief Rotterdam.

0 Likes

0 Reacties

Delen

Opslaan

Reactie plaatsen Terug

Gerelateerde interviews

"We hebben een nieuwe Bescherming Bevolking 2.0 nodig"

Bijlage Column ‘Met de blik op rood gevaar en batterijen in de radio!’

06

Nieuws

Columns

Interviews

Stelling

‘Met de blik op rood gevaar en batterijen in de radio' Ellen Verkoelen

Veiligheid

01/05/2025, 09:13 De ouderen onder ons herinneren zich vast nog wel dat vergeelde kartonnen kaartje, vastgeprikt in de meterkast in het ouderlijk huis? “Als de bom valt: ramen dicht, radio op 675 kHz, emmertje water klaarzetten.” Een soort huishoudevangelie, afkomstig uit de brochure ‘Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf ‘, 1961 van de Bescherming Bevolking (BB), Dienst Minister van Binnenlandse Zaken. Dit was een organisatie die in 1952 was opgericht om burgers in oorlogstijd te beschermen. Mijn moeder hing er een pen aan een draadje bij – zodat je meteen ook kon afvinken of de kat al binnen was. Toen wisten we precies wie wat deed als de sirene ging. Mijn vader, opgeroepen voor de Bescherming Bevolking, sprong in zijn donkerblauwe overall met dat plastic helmpje en een pieper die vaker afging dan de deurbel. Alle jonge kerels (het woord genderneutraal kenden we nog niet) waren inzetbaar: dienstplicht, noodwachtplicht of vrijwilliger, het maakte niet uit, je stond paraat met brandspuit, brancard of een handvol EHBO-pleisters. In 1956 telde de BB meer dan 160.000 vrijwilligers; eigenlijk had half Nederland een pieper avant la lettre. Schuilen konden we ook. Niet alleen in dat vochtige keldertje onder de flat, maar in heuse bunkers in het Vroesenpark of onder het viaduct.

In Rotterdam lagen de tekeningen voor zeventien openbare schuil ruimten al klaar, beton, stalen deuren, bankjes tegen de muur. Plus de luxe versie: een bierkrat met deksel, prima stoel én geïmproviseerde wc in één. En dan die uitkijktorens! Betonpalen met een klein pannendakje erop, de Luchtwachttorens. Vrijwilligers stonden daar met verrekijker, telefoon en thermosfles om Russische Tu-95’s te spotten. Geen satelliet, geen radar, gewoon je ogen en een dik notitieboek. Eén keer was er een schijnbaar alarm: bleek een zwerm spreeuwen. Ach ja, vogeltje kijken werd ineens staatsbelang. We waren kortom tot de tanden voorbereid op het rode gevaar. Omdat iedereen meedeed, voelde het bijna gezellig. Oefeningen op zaterdag: straat afzetten, brandje blussen in een oliedrum, broodjes met blik knakworst en een glas Exota erachteraan. De kinderen speelden “BB-tje” met sinaasappelkistjes als draagbaar. Angst werd routine, en routine geeft rust. Fast forward naar 2025. De BB bestaat allang niet meer, de schuilkelders zijn muziekstudio of wijnkelder geworden, en we vertrouwen op wifi-alerts en streaming radio. Maar u en ik weten: bij een cyber hack, een EMP (Elektromagnetische puls) of gewoon een ouderwetse klap zit je met een dode telefoon én een lege koelkast. Eén massale stroom¬storing legde Spanje en Portugal recent urenlang plat, zonder rook noch

vlam, wel chaos. En als straks de wifi wegvalt, is die mooie gemeentelijke crisis-website net zo nuttig als een papieren parapluutje. Kijk eens naar Zweden of Finland: daar krijgt elk huishouden nog steeds een brochure “Om krisen eller kriget kommer” (“Als er een crisis of oorlog uitbreekt”), met een checklijst met tips voor een mini moestuintje, warme kleding, kaarsen of waxinelichtjes en een batterijen transistorradio of een opwindradio. Klaar is Kees. Precies daarom lanceert de ouderenpartij JOU het initiatief “Rotterdam in nood, radio actief!”. Terug naar die simpele logica van vroeger: • Sirene betekent voortaan stem af op Radio Rijnmond, op 93.4 FM, óók als de router sterft. • Een nieuwe burgerbetrokkenheid – noem het BB 2.0 – met buurtploegen die weten waar het dichtstbijzijnde noodvat water staat. • Oefeningen die net zo gezellig zijn als vroeger, maar wél modern: EHBO naast powerbank-pedalen. Dus, Rotterdammers: stof die oude transistorradio af, plak een vers kartonnetje in de meterkast (ja, met lege vakjes om af te vinken) en leer de buurman weer bij naam kennen. Oefen een keer in de straat hoe je meneer De Vries op de vierde etage naar buiten krijgt als de lift uitstaat. Eén stad, één frequentie, en een beetje ouderwetse Hollandse nuchterheid – daarmee houden we de boel draaiend, zelfs als het licht uitgaat. En vergeet die pen niet in de meterkast. Voor de kat.

0 Likes

0 Reacties

Delen

Opslaan

Reactie plaatsen Terug

Bijlage Video ‘Rotterdam Doorgrond’, video’s straatinterviews

Video: 1. Rotterdam Doorgrond: https://youtu.be/RFc9WwxHkZk Interviews: 1. https://youtube.com/shorts/lM8bS0jA0jo?feature=share 2. https://youtube.com/shorts/VTEhPnxGI7A?feature=share 3. https://youtube.com/shorts/GTluEZa_h8A?feature=share

07

Social Media

Bijlage Agenda programma ‘Als de bom valt!’

08

Bijlage ⁠17 Openbare schuilgelegenheden te Rotterdam

09

Bijlage Een enigszins redelijke bescherming van de bevolking en van het nationale potentieel

10

SanderS en Baudet

TOP YRRAH ,OFENA/FEIHCRA LAANOITAN

Wachtenden voor een massale voedseluitdeling bij een oefening van de kantinedienst van de BB in Arnhem, september 1955: de fotograaf meldde dat de voorraad andijviestamppot met vlees en spek al snel op was, waardoor velen met een lege maag terug naar huis moesten

‘Een enigszins redelijke bescherming van de bevolking en van het nationale potentieel’1 Civiele verdediging en civiel-militaire interactie in Nederland in de Koude Oorlog Daan Theodorus Sanders MA en prof. dr. Floribert Baudet*

Met de toegenomen spanningen in Europa wordt met regelmaat gewezen op ervaringen uit de Koude Oorlog, de vorige periode waarin het Westen en Rusland tegenover elkaar stonden. Dat gebeurt echter niet zelden op een willekeurige manier, bijvoorbeeld als de (mislukking van) de Bescherming Bevolking in herinnering wordt gebracht. Nederland beschikte destijds over een breed palet aan civiele verdedigingsmaatregelen en civiel-militaire samenwerkingsverbanden. Een nadere beschouwing van vier beleidsterreinen wijst uit dat er parallellen zijn met de huidige situatie, maar dat sommige zaken ook fundamenteel anders zijn.

94

MILITAIRE SPECTATOR JAARGANG 194 NUMMER 2 – 2025

‘een enigSzinS redelijke BeScherming van de Bevolking’

De grootschalige Russische invasie van Oekraïne in 2022 heeft in het Westen tot grote zorg geleid.2 Waar sinds het einde van de Koude Oorlog de dreiging voor het eigen grondgebied goeddeels afwezig was en wester se krijgsmachten in andere delen van de wereld vredes­en stabilisatieoperaties uitvoerden, vrezen beleidsmakers nu binnen enkele jaren een oorlog te moeten voeren tegen wat een near peer wordt genoemd. Het gevoel van urgentie dat daarvan het gevolg is heeft niet alleen ge leid tot het besluit het de defensiebegroting op te hogen en nieuwe wapensystemen aan te schaffen, maar ook tot een soms koortsachtige activiteit in de richting van de samenleving. Daarbij wordt met regelmaat gewezen op ervaringen uit de Koude Oorlog, de vorige periode waarin het Westen en Rusland tegenover elkaar stonden. Dat gebeurt echter niet zelden op een wat wille keurige manier – bijvoorbeeld als de (mislukking van) de Bescherming Bevolking in herinnering wordt gebracht.3 Het is daarom zinvol te kijken naar het brede palet aan civiele verdedigingsmaatregelen en civiel­militaire samenwerkingsverbanden die Nederland destijds rijk was. Daarbij leggen we de nadruk op de late jaren 40 en 50, de periode waarin de meeste van deze maatregelen vorm kregen, en op de jaren 80, toen het gevoel van urgentie gaandeweg verdampte.

We behandelen vier beleidsterreinen die niet alles bestrijken, maar wel een goede indruk geven. Er blijkt een aantal parallellen te zijn – waaronder de voorbereiding op een grootschalig conflict – maar de situatie van nu is toch ook fun damen­ teel anders en gaat uit van een wat ander scenario en niet direct van een dreigende bezetting van Nederlands grondgebied.

stonden aan de Elbe, en in het Westen kon de communistische ideologie op de sympathie van miljoenen rekenen. Na de oorlog in Indonesië was in Nederland de schatkist leeg, snakte de samenleving naar economisch herstel en moest de krijgsmacht opnieuw worden opgebouwd. In die context, en met de herinnering aan de Duitse bezetting nog vers in het ge heugen, werden tal van maatregelen in gang gezet om het land te verdedigen en de bevolking te beschermen bij een nieuwe oorlog.5 Nadat Ne derland in 1948 was toegetreden tot de Westerse Unie en in 1949 tot de NAVO raakten ook de civiele voorbereid­ ingen in een stroom versnelling. Ze vormden een wezenlijk deel van de naoorlogse wederopbouw en waren bedoeld als bijdrage aan de afschrik­ king van de Sovjet­agressie. Maakte Nederland aanvankelijk een eigen analyse, na 1949 vormde de dreigingsanalyse van de NAVO het leidsnoer. Deze werd vertaald naar een zogeheten Natio­ nale Militaire Onderstelling (NMO), die de grondslag vormde waarop de Algemene Verdedi­ gingsraad (AVR), een onderraad van de minister­ raad, besluiten voorbereidde. Het civiele verde­ digingsbeleid was belegd bij de Commissie Algemene Verdedigingsvoorbereiding (CAV) dat de activiteit van inter departementale commissies coördineerde. De krijgsmacht, die zitting had in de CAV­commissies, werkte zelf ook samen met publieke en private organi saties.

Deze plannenmakerij werd de rest van de Koude

*

1

civiele verdediging en civiel-militaire samenwerking In de jaren na de Duitse nederlaag van 1945 pakten zich in Europa opnieuw donkere wolken samen en groeide in Nederland de angst voor een nieuwe oorlog. De uitgangspositie oogde vrij hopeloos: een nieuwe bezetting kon een kwestie van uren zijn, zo viel te lezen in een dreigings­ analyse uit 1948.4 De communistische legers JAARGANG 194 NUMMER 2 – 2025

MILITAIRE SPECTATOR

2 3

4

5

Daan Theodorus Sanders is promovendus-onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en de Universiteit Utrecht op het gebied van Nederlands defensie- en veiligheidsbeleid tijdens de Koude Oorlog; Floribert Baudet is hoogleraar militaire geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en hoofddocent Strategie aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensieacademie. Een doelstelling genomen uit: ‘Algemeen verdedigingsplan voor de civiele sector’ 1956, Nationaal Archief Den Haag, (hierna NA) 2.13.151, gewoon en geheim verbaalarchief van het Ministerie van Oorlog/Defensie, 1946-1963, inv.nr. 6284. De auteurs danken Herman Roozenbeek, Jan Hoffenaar en Rogier Koedijk voor hun input bij de totstandkoming van dit artikel. Dat beeld werd bovendien bevestigd in het toonaangevende onderzoek over de Bescherming Bevolking van B. van de Boom, Atoomgevaar? Dan zeker B.B.! De geschiedenis van de Bescherming Bevolking (Den Haag, SDU, 2000). NA, 2.03.01, Ministerie van Algemene Zaken: Kabinet van de Minister-President 1942-1979, inv.nr. 11636, 1e rapportage van de Commissie “Jansen” [oktober 1948]. Vergelijk Van den Boom, Atoomgevaar? 27. Zie bijvoorbeeld F.H. Baudet, Het vierde wapen. Voorlichting, propaganda en volksweerbaarheid, 1944-1953 (Amsterdam, Boom, 2013) en M.P.

Traa, De Russen komen! Nederland in de Koude Oorlog (Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 20 0 9).

95

SanderS en Baudet

1945-1949: wederopbouw, nationale verdedigingsplannen onbetaalbaar en onuitvoerbaar, oorlog tegen Indonesië prioriteit. Groeiende angst voor strategische overval en communistische vijfde colonne. Eerste voorbereiding op nieuwe oorlog (evacuatieplannen, voorlichtingsbeleid). 1948-1952: red scare; vorming Westerse Unie (1948) en NAVO (1949). Focus op conventionele oorlog, verdediging voorbereid aan de Rijn-IJssellinie. Korea-oorlog (1950-1953). Oprichting NATRES, Korps Mobiele Colonnes, Bijzondere Vrijwillige Hulppolitie (1948); Bescherming Bevolking (1952). 1953-1967: NAVO-strategie van de nucleaire afschrikking (massive retaliation). De verdediging van het NAVO-grondgebied wordt na toetreding van de Bondsrepubliek (1955) verlegd naar de Weser (1958) en vervolgens de Elbe (begin jaren 60). Bouw schuildkelders. Invoering tactische nucleaire wapens, maar in de jaren 60 toenemende twijfel over realisme van het voeren van atoomoorlog onder invloed van mutually-assured destruction en groeiende atoomarsenalen. 1967-1991: NAVO-strategie van flexible response (1967) om stapsgewijs te kunnen escaleren, vereist investeringen in conventionele slagkracht. Wegebben gevoel van urgentie, versterkt door detente met wapenbeheersingsakkoorden (circa 19691975). Opleving Koude Oorlog met Sovjetinval in Afghanistan, kruisrakettendebat (circa 1978-1985).

Vervolgens afkoelen Koude Oorlog, glasnost en perestrojka, val van de Berlijnse Muur (1989), gevolgd door opheffing Warschaupact en desintegratie van de Sovjet-Unie (1991). Tijdlijn Koude Oorlog

6 7

8

9

96

NA, 2.13.151, inv.nr. 6284 NA, 2.12.152 Legervoorlichtingsdienst 1945-1951, inv.nr. 1, uittreksel uit vergadering Legerraad, 9 september 1950. Het citaat is van toenmalig minister van Oorlog Wim Schokking. Weliswaar wist de landmacht beter, getuige de analyse in de zogeheten Groene Serie, maar alle daar genoemde factoren (tekortschietende bewapening en munitietekort, gebrekkige geoefendheid, gebrekkig leiderschap, ontoereikend moreel) lieten zich vrij gemakkelijk terugvoeren op niet-militaire oorzaken: gebrek aan nationaal gevoel, vatbaarheid voor socialisme en pacifisme, en gebrek aan ruggengraat. De krijgsmacht maakte dankbaar gebruik van die mogelijkheid. Zie voor een analyse van de discussie over de nederlaag: Zie: Baudet, Het vierde wapen, 29-57. Baudet, Het vierde wapen, 29, 47, 85-90, 108.

Oorlog volgehouden als onderdeel van de afschrikking, al werden de voorbereidingen aangepast aan het veranderend dreigingsbeeld en nam in sommige gevallen de geloofwaardig­heid en het detailniveau af. Hierna behandelen we vier thema’s van de civiele verdediging en civiel­militaire samenwerking, vrij naar de originele opzet van de CAV­taken.6

morele en psychologische weerbaarheid Al vanaf september 1944 trachtten Nederlandse (defensie)voorlichters de morele en psycholo­ gische weer baarheid te vergroten. Destijds was het geloof in de effecten van voorlichting en propaganda ongekend groot. Een ‘straaljager meer of minder zou niet uitmaken’ maar voor lichting zou ‘op het beslissende moment wel van bepalende invloed’ zijn, heette het.7 Voor­ lichting zou de als wankel ervaren band tussen krijgsmacht en samenleving versterken en leiden tot brede maat schappelijke steun voor de bevrijding van, en (vanaf 1946) oorlog tegen Indonesië, en tot steun voor verhoging van de defensiebegroting. Ten slotte zou voorlichting de gevechtswaarde van de Nederlandse soldaat vergroten. In veel analyses van de nederlaag van 1940 werd immers betoogd dat het moreel van de troep wankel was geweest. Niet de krijgs­ macht had gefaald, maar het volk.8 Dat móest anders, wilde Nederland überhaupt een kans hebben om tijd te winnen tot er bondgenoot­ schappelijke hulp zou komen.9

Niet alleen de krijgsmacht nam deze voorlich­ ting ter hand, ook andere organen, zoals de Rijksvoorlichtingsdienst, deden dat. Vanaf 1948 werd dat geïntensiveerd. Na het uitbreken van de Korea­oorlog in 1950 riep premier Willem Drees bovendien de Bijzondere Voorlichtings­ commissie (BVC) in het leven, die de bevolking moest immuniseren tegen het communisme. Omdat Nederland langs levensbeschouwelijke lijnen verdeeld was in zuilen en deze de zaken het liefst zelf regelden, deed de BVC dat vooral indirect. Openlijke propa ganda van overheids­ wege zou contraproductief kunnen zijn. De BVC onderhield derhalve goede contacten met de

MILITAIRE SPECTATOR JAARGANG 194 NUMMER 2 – 2025

‘een enigSzinS redelijke BeScherming van de Bevolking’

DNEKEBNO FAARGOTOF ,OFENA/FEIHCRA LAANOITAN OTOF

Bij het bureau van de Nationale Reserve in de Sarphatistraat in Amsterdam, 1956: na het bloedig neerslaan van de Hongaarse Opstand dat jaar door de Sovjet-Unie steeg het aantal aanmeldingen met 150 procent

hoofd redacteuren van de belangrijkste kranten en radiozenders, met kerken en met vakbonden en voedde hen met informatie die zo een weg vond naar de samenleving.10 De effectiviteit van deze activiteiten is lastig vast te stellen. Nederland was namelijk al sterk anticommunistisch en dat sentiment domineer­ de tot het eind van de Koude Oorlog. Na een piek in 1946, toen 10 procent van de kiezers commu­ nistisch stemde, daalde hun aanhang snel. De vrees was echter dat de resterende communisten ondergronds zouden gaan en bij een Sovjet­ aanval als vijfde colonne zouden optreden. Het was dus zaak alert te blijven. In de voorlichting werd bewust gekozen voor een strategie waarbij de bevolking niet bang werd gemaakt, maar vooral werd gewezen op de waarden die op het

JAARGANG 194 NUMMER 2 – 2025

MILITAIRE SPECTATOR

spel stonden. De NAVO, en in het verlengde de Nederlandse krijgsmacht, stond ‘op de bres voor de rechten van de mens en de vrijheid van de geest’.11 Deze boodschap stond centraal in de lessen fundamentele vorming voor dienstplich­ tige militairen, in de werving voor de in 1948 opgerichte Nationale Reserve, en in de cursussen van het Defensie Stu diecentrum, een van de voorlopers van Insti tuut Clingendael. Ze vormde

10 Idem. Een deel van deze activiteit werd bekostigd door de U.S. Information Agency, die echter ook zelf initiatieven ontplooide in Nederland. Zie: D.J. Snyder, ‘Domesticity, Rearmament, and the Limits of U.S. Public Diplomacy in the Netherlands during the Early Cold War’, Journal of Cold War Studies Vol. 15, No. 3 (2013) 47-75, aldaar 60 en 63. 11 Zie bijvoorbeeld NA 2.13.152, inv.nr. 4, Centraal Bureau voor Courantenpubliciteit, ‘Propagandaplan NAtres’ ongedateerd (voorjaar of vroege zomer 1949); idem, nota over ‘de voorlichting en propaganda voor de nat. Res’, 25 augustus 1949. Een weerslag daarvan is te vinden in diverse nummers van de Militaire Spectator uit de periode 1950-1953.

97

SanderS en Baudet

NESLIB NAV POOJ ,OFENA/FEIHCRA LAANOITAN OTOF

Oefening van de Bescherming Bevolking met diverse partners in een bunker in Berg en Dal, 1960

echter ook een direct appel aan het adres van de samenleving: die zou daar ook pal voor moeten staan. Dat zou een signaal zijn aan de totalitaire staten in Europa, zoals een Kamerlid tijdens de behandeling van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens betoogde.12

12 F.H. Baudet, ‘A statement against the totalitarian countries of Europe’, Cold War History Vol. 16, No. 2 (2016) 125-140. 13 W. Couwenberg, ‘Antwoord op Meningen van anderen: communistische dreiging dwingt tot hernieuwde bezinning op Westerse waarden’, De Militaire Spectator (1962) 549. Vergelijk de autobiografie van toonaangevend generaal Mike Calmeyer: Jan Hoffenaar (red.), M.R.H. Calmeyer, Herinneringen. Memoires van een christen, militair en politicus (Den Haag, SDU, 1997) 488. 14 Zie onder meer C.Y.E. Boot, Het leger onder vuur. De Koninklijke Landmacht en haar critici 1945-1989 (Amsterdam, Boom, 2015). 15 Zie onder meer: B. de Graaf, Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging (Amsterdam, Boom, 2005).

98

Het is goed mogelijk dat dit heeft bijdragen aan de popularisering van het concept mensen­ rechten vanaf de jaren vijftig. Waar diversiteit in opvattingen en levensbeschouwing aanvankelijk een bron van zorg vormden, ging de krijgsmacht ze gaandeweg zien als bron van kracht.13 Maar mettertijd werd de burger mondiger en indivi­ dualistischer en groeide de kritiek op het instituut krijgsmacht en op het dreigings beeld dat dat uit droeg.14 Dat gold eens te meer toen de NAVO in de tweede helft van de jaren 70 besloot tot de modernisering van het kern­ wapenarsenaal. In veel westerse landen, waar­ onder ook Nederland, leidde dat tot grote maat­ schappelijke onrust. Moskou maakte daar uiteraard dankbaar gebruik van en stookte met gebruikmaking van lokale communisten, maar ook sommige vredesactivisten, het vuurtje flink op.15 Toch is het belangrijk te onderstrepen dat,

MILITAIRE SPECTATOR JAARGANG 194 NUMMER 2 – 2025

‘een enigSzinS redelijke BeScherming van de Bevolking’

los van de specifieke controverse over kern­ wapenbeleid, een ruime meerderheid van de Nederlanders gedurende de hele Koude Oorlog het NAVO­lidmaatschap en het defensiebeleid in brede zin steunde. Vond de immunisering tegen het communisme grotendeels in het verborgene plaats, voor praktische wenken over zelfbescherming bij rampen of een mogelijke aanval zag de regering zich genoodzaakt de openbaarheid te zoeken. Ze moest laten zien dat ze de situatie meester was. Heimelijkheid zou juist tot paniek leiden. Van meet af aan kampte deze voorlichting met grote problemen. Wat konden mensen immers nog uitrichten bij een aanval met waterstofbommen? Onder de trap schuilen? Dit pro bleem speelde met name de Bescherming Bevolking parten. Opgericht in 1952 moest deze vrijwilligers orga­ nisatie het gat vullen tussen brandweer en politie enerzijds en krijgsmacht anderzijds. Ze bood de civiele auto riteiten dus de mogelijk­ heden tot opschaling terwijl de krijgsmacht zich op haar primaire taak kon blijven rich ten. De BB werd na een kortstondige hausse in de aanmeldingen echter al gauw het mikpunt van spot, iets wat ze nooit meer te boven kwam.16

Fysieke burgerlijke verdediging Met alleen geestelijke weerbaarheid was men er niet. Met de Nederlandse en Britse ervaringen van de recentste oorlog in het achterhoofd, liet de regering vanaf 1946­1947 gedetailleerde plannen opstellen voor de fysieke bescherming van de Nederlandse burgers. De krijgsmacht had een ambivalente houding tegenover civiele verdediging. Zij was doordrongen van de nood­ zaak om burgers te beschermen, al was het maar om de afschrikking geloofwaardig te houden; een verdediging voeren terwijl in de rug de bevolking vernietigd wordt of in paniek de handdoek in de ring werpt, had weinig zin. Maar Defensie was huiverig dat civiele verdediging ten koste zou gaan van het eigen budget. Militairen wilden wel helpen, maar andere betrokken ministeries en de samenleving moesten mee­ betalen.17 In volgorde van planning worden de genomen maatregelen hierna uiteengezet. Die

JAARGANG 194 NUMMER 2 – 2025

MILITAIRE SPECTATOR

volgorde is grofweg: alarmeren; evacueren; schuilen; en rampenbestrijding en ziekenzorg.

Alarmmaatregelen Om de ingewikkelde militaire en civiele nood­maatregelen op elkaar te doen aansluiten besloot de NAVO de alarmfases te standaardi­ seren en nationale plannen daarop te laten afstemmen. De belangrijkste fases, uit te roepen door de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR) in samenspraak met regeringen, waren Military Vigilance, een staat van verhoog­ de paraatheid en beperkte voorbereidingen; Simple Alert en Reinforced Alert, waarin gemobiliseerd werd, eenheden onder NAVO­ commando kwamen en zich naar oorlogsopstel­ lingen begaven; en General Alert, de officiële grootschalige oorlog met het Warschaupact. Aan deze fases waren door de regering af te kondigen civiele verdedigingsmaatregelen gekoppeld. Daarvoor waren draaiboeken voorbereid, waarin de te nemen stappen stonden, inclusief juri­ dische onderbouwing en de verantwoordelijke instanties, evenals de communicatiestrategie.

Evacuatie Al vanaf 1946 liet de regering evacuatieplannen ontwikkelen die voorzagen in de evacuatie van Koninklijk Huis, regering, politiek­en geestelijk leiders, industriëlen en vooraanstaande intel­ lectuelen, aanvankelijk naar Groot­Brittannië, al snel ook naar Noord­Amerika en Nederlandse overzeese gebieden.18 Enkele jaren later volgden plannen voor de evacuatie van gewone burgers uit gebieden waar een aanval werd verwacht. Daarbij waren behalve Defensie ook de BB,

16 Van der Boom, Atoomgevaar? B. van der Boom, ‘‘’Een atoomexplosie kunt u herkennen aan een zeer felle lichtflits.’’ De Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf’, in B. Schoenmaker en J.A.M.M. Janssen (red.) In de schaduw van de muur. Maatschappij en krijgsmacht rond 1960 (Den Haag, SDU, 1997) 134-51. 17 Boom, Atoomgevaar? 183 en passim; ook: Jan Hoffenaar en Ben Schoenmaker, Met de blik naar het Oosten. De Koninklijke Landmacht, 1945-1990 (Den Haag, SDU, 1994) 126-27. 18 G. Teitler, ‘Evacuatie, vlucht en opvang. Voorbereiding op een Sovjetaanval’, in: J. Hoffenaar en G. Teitler (red.), De Koude Oorlog. Maatschappij en Krijgsmacht in de jaren ’50 (Den Haag, SDU, 1992), 102-17.; M.P. Traa, De Russen komen! Nederland in de Koude Oorlog (Amsterdam:,Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2009) 153-173; J. Hoffenaar, ‘“Hannibal ante portas.” De Russische militaire dreiging en de opbouw van de Nederlandse krijgsmacht’, in: J. Hoffenaar en G. Teitler (red.), De Koude Oorlog. Maatschappij en Krijgsmacht in de jaren ’50 (Den Haag, SDU, 1992) 61.

99

SanderS en Baudet

Om de bevolking te kunnen ondersteunen in oorlogstijd oefenden tienduizenden vrijwilligers en dienstplichtigen periodiek op een scenario waarin atoomwapens waren ingezet

grootschalige evacuatieplannen daarom op een laag pitje te staan.20 Details over evacuatie­ plannen voor de regering, Oranjes en ambte­ narentop zijn schaarser voor de latere Koude Oorlog, maar de essentie bleef dat, in afgeslankte vorm, gedetailleerde plannen bestonden om een gedesigneerd deel per vliegtuig of eventueel per schip te evacueren, terwijl de rest van de regering en krijgsmachttop in Nederland in bunkercomplexen zou achterblijven om leiding te geven aan de oorlogsinspanning.21

Schuilplaatsen

lokale autoriteiten en organisaties als het Rode Kruis betrokken. De bouw van de IJssellinie, waar het Rode Leger met gebruikmaking van voorbereide inundaties gestopt moest worden, ging gepaard met de ontwikkeling van plannen die voorzagen in de evacuatie van honderd dui­ zenden mensen, waaronder de bevolking van steden als Zutphen en Deventer.19 Hoewel de NAVO zich vanaf eind jaren 50 geleidelijk op de forward defence in West­Duitsland ging voor­ bereiden, bleef evacuatie in Nederland hoog op de agenda staan. Als gevolg van de toenemende Sovjetdreiging vanuit de lucht vormde evacuatie van gebieden rond prime targets als vliegvelden en havens een aandachtspunt. Dit bleek al snel een onbegonnen zaak. Nederland was te dicht­ bevolkt: er waren te weinig ‘veilige gebieden’, te veel mensen in gevarenzones en te veel doel­ witten dicht bij elkaar. Zeker toen het raket­en atoomwapen arsenaal van de Sovjet­Unie zodanig was uitgebreid dat atoomaanvallen tegen Nederlandse militaire doelen en steden binnen enkele uren na waarschuwing een reëel scenario werden, kon geen evacuatieplan burgers nog bescherming bieden. Vanaf de jaren 60 kwamen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a5101618-378f-452b-9d55-6ca7a3b28ac3