CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb006408] Bijlage 1 behorende bij 24bb006406 - Ontwerpbestemmingsplan 'Nelson Mandelapark'

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 oktober 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting30.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Maashaven-Oostzijde. Deze weg is aangesloten op het verdere wegennetwerk van Rotterdam. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. De VRR adviseert eveneens bij deze ontwikkeling zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. In de toekomstige situatie zal een stadspark met diverse invullingen en functies gerealiseerd worden. In het plangebied worden geen functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals ouderen of gehandicapten. Evenwel is het natuurlijk niet uit te sluiten dat kinderen, ouderen en/of gehandicapten in het park aanwezig zijn. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het juist gewenst dat dergelijke specifieke doelgroepen zich gelijkmatig 'verspreiden' tussen de reguliere doelgroepen. In het kader van effectieve zelfredzaamheid, dient de organisatie van evenementen door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. De gemeente heeft in dit kader een informatieplicht. Voor de voorlichting kan gebruik gemaakt worden van de campagne "Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand" en de website www.rijnmondveilig.nl.

De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Overige risicobronnen Uit de risicokaart blijkt dat in of in de omgeving van het gebied geen transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen plaatsvindt, dat van invloed is op de externe veiligheid ter plaatse. Ook bevinden zich in de

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

45

omgeving van de locatie geen tankstations met lpg-installatie. Daarnaast zijn er geen risicovolle bedrijven in of rond het plangebied gevestigd waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is. Tot slot valt de ontwikkellocatie ook niet binnen de veiligheidszone van een vuurwerkopslagplaats. 6.6.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Het plan is voor advies voorgelegd aan de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). De VRR is het eens met de gestelde maatregelen. Aanvullend adviseert de VRR bij deze ontwikkelingen zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven.

6.7

Flora en fauna

6.7.1

Inleiding

Per 1 januari 2017 heeft de Wet natuurbescherming (Wnb) onder meer de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet vervangen. De Wet natuurbescherming is de Nederlandse implementatie van het Europese natuurbeleid zoals vastgelegd in de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en in de verdragen van Bern en Bonn. De Wet natuurbescherming heeft de volgende doelstellingen: ^ het behouden en ontwikkelen van natuur; ^ het behouden en herstellen van de biodiversiteit; ^ het duurzaam kunnen blijven inzetten van natuur voor ecosysteemdiensten en ^ het realiseren van samenhangend beleid gericht op het behoud van waardevolle landschappen vanwege hun maatschappelijke functies. De Wet natuurbescherming verwezenlijkt bovenstaande doelen via; actieve natuurbescherming, gebiedsbescherming, soortbescherming en algemene zorgplicht voor natuur. Actieve natuurbescherming volgt uit de door de EU aan haar lidstaten opgelegde verplichting zorg te dragen voor een goede stand van de natuur. Op provinciaal niveau is dit onderdeel van de Wet natuurbescherming nog niet uitgewerkt. De Wet natuurbescherming kent geen procedurele vereisten bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In de toelichting van het bestemmingsplan dient te worden gemotiveerd dat het plan aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van de Wet natuurbescherming.

Het begrip 'aanvaardbaar' betekent dat bij de uitvoering van het plan een vrijstelling geldt of een ontheffing mogelijk is. Bij vaststelling van het (ontwerp) bestemmingsplan dient deze toetsing aan de Wet natuurbescherming in principe afgerond te zijn. Echter het bestemmingsplan kijkt 10 jaar vooruit, en het is nog niet bekend wanneer de mogelijk gemaakte ontwikkelingen ook daadwerkelijk plaats gaan vinden. Uitgebreid onderzoek naar flora en fauna wordt in dit stadium bij een gebiedsbestemmingsplan daarom geen redelijke inspanning geacht. Wel wordt onderzocht of de nieuw mogelijk gemaakte ontwikkelingen geen onoverbrugbare strijdigheden met de Wet natuurbescherming opleveren (aanvaardbaarheidstoets). Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een bestaande bestemming of bij een veranderende bestemming (bijvoorbeeld sloop en nieuwbouw of renovatie) dient tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden nog wel flora en faunaonderzoek te worden uitgevoerd naar de specifieke effecten van de betreffende ontwikkeling op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. 6.7.1

Rotterdams beleid

Op 18 maart 2014 is door B&W de Rotterdamse Natuurkaart vastgesteld. Het doel van de Natuurkaart Rotterdam is om de omgevingskwaliteit te verbeteren door meer rekening de houden met de ecologische kansen op ontwikkellocaties. Ingezet wordt op het verbinden van gebieden waar ecologische kwaliteit aanwezig is en deze gebieden ook te verbinden met Natuurnetwerk Nederland. Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

46

Plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van de ecologische structuur die op de Natuurkaart Rotterdam zijn aangeduid als kerngebied Getijdenrivier. Daarnaast wordt de potentie weergegeven om de kades van de Rijnhaven te vergroenen. Fysieke negatieve effecten op de Rotterdamse structuur worden door de voorgenomen werkzaamheden in de haven echter niet verwacht. De potentie voor het vergroenen van de kades en de potentie voor de aanleg van getijdennatuur worden in dit project juist bevorderd. 6.7.3

Gebiedsbescherming

De Wet natuurbescherming is één van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming van natuurwaarden. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige effecten op de natuurdoelstellingen van het gebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); deze gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies en bestemmingsplannen). Natura 2000 Als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende Natura 2000-gebieden aanwezig, te weten: 'Solleveld en Kapittelduinen', 'Biesbosch', 'Oude Maas', 'Westduinpark & Wapendal', 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck' en 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein'. Gelet op de afstand van meer dan 10 kilometer tot Natura 2000-gebieden, en de aard van de ontwikkeling (voornamelijk woningbouw) zijn directe effecten (zoals verstoring, effecten op waterhuishouding en dergelijke) op voorhand uit te sluiten. Effecten die wel op grotere afstand kunnen plaatsvinden zijn de effecten van depositie als gevolg van toename van stikstofemissies.

Stikstof die in de omgeving wordt uitgestoten komt daarbij terecht in de natuurgebieden, wat een schadelijk effect heeft op beschermde soorten. Natura 2000-gebieden waar sprake is van overbelasting als gevolg van stikstofdepositie betreffen 'Solleveld en Kapittelduinen', 'Biesbosch', 'Westduinpark & Wapendal', 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck'. Deze gebieden liggen op meer dan 20 km afstand van het plangebied. Stikstof Door KuiperCompagnons is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De berekeningen en de begeleidende notitie zijn als bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen. In dit onderzoek is beoordeeld of de aanleg- en de gebruiksfase van de bouw en het gebruik van het Nelson Mandelapark leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van het Nelson Mandelapark. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan.

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op circa 130 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebied, de Nieuwe Maas. De Rijnhaven staat in open verbinding met de ecologische verbinding de Nieuwe Maas, ten noorden van het plangebied. Directe effecten van de ontwikkeling van de Rijnhaven op dit NNN-gebied worden redelijkerwijs uitgesloten, aangezien de werkzaamheden voornamelijk in de havenkom zelf en aan de oostkant plaatsvinden. In de provinciale verordening is opgenomen dat vervolgstappen alleen nodig zijn bij ruimtebeslag, en dit is niet het geval. Indirecte effecten zijn daardoor niet van toepassing. Vervolgstappen zijn wat betreft de gebiedsbescherming van Natuurnetwerk Nederland niet nodig. 6.7.4

Soortenbescherming

Ook het aspect 'soortbescherming' vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar die zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

47

instandhouding worden voorkomen. Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: ^ strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; ^ alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom door onderzoeksbureau ATKB een quickscan ecologie naar de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden uitgevoerd. De quickscan is opgenomen als bijlage 7. Hieronder zijn de resultaten opgenomen. Beschermde broedvogels De bebouwing is geschikt als nestlocatie voor gierzwaluw. Als gevolg van de aanleg van het stadspark blijft de bebouwing behouden en worden geen nestlocaties van gierzwaluw vernield. Hierdoor is geen sprake van overtreding van de Wnb als gevolg van vernietiging van nestplaatsen (artikel 3.1, tweede lid). De werkzaamheden zijn niet verstorend voor eventuele nest(plaats)en met broedende gierzwaluwen omdat eventuele nestlocaties buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden zijn gelegen. Van overtreding van de Wnb als gevolg van verstoring (artikel 3.1, vierde lid) is daarom geen sprake. De bebouwing is geschikt voor boomkruiper, koolmees, pimpelmees, spreeuw en zwarte roodstaart. Het plangebied is voor de (mogelijk) aanwezige categorie 5-vogels niet van ecologisch hoog belang, omdat het hooguit om enkele broedparen gaat.

De te verwachten soorten zijn daarnaast algemeen in Nederland. Als gevolg hiervan zijn de nesten van categorie 5-broedvogels binnen het plangebied niet jaarrond beschermd. Wel zijn nesten van deze broedvogels (net als het geval is voor algemene broedvogels) beschermd tijdens het broedseizoen. De mogelijke effecten en benodigde maatregelen ten aanzien van categorie 5-broedvogels worden derhalve (tezamen met de algemene broedvogels) besproken in paragraaf 5.4. Overige broedvogels De bebouwing is geschikt als nestplaats voor overige broedvogels zoals stadsduiven, scholekster en kleine mantelmeeuw. In de (jonge) bomen langs de Maashaven Noordzijde en Maashaven Oostzijde kunnen vogels zoals duiven en winterkoning een nest bouwen. Zonder voldoende voorzorg kunnen nesten van overige broedvogels worden verstoord en kunnen individuen worden verwond en gedood. Hiermee wordt de Wet natuurbescherming overtreden. Voor de bebouwing is geen sprake van overtreding van Wnb artikel 3.1, tweede lid, omdat geen (potentiële) nestplaatsen vernietigd (kunnen) worden: de bebouwing blijft behouden. Voor de oevers en bomen van het plangebied is dit wel een mogelijke overtreding. De oevers zijn geschikt als nestplaats voor overige broedvogels zoals scholekster. In de (jonge) bomen langs de Maashaven Noordzijde en Maashaven Oostzijde kunnen vogels zoals Turkse tortel een nest bouwen.

Zonder voldoende voorzorg kunnen nesten van overige broedvogels worden verstoord, beschadigd en/of vernield. Het vernietigen van in gebruik zijnde nesten en verstoring van nesten waardoor het broedsel mislukt, vormen een overtreding van de Wnb (artikel 3.1, tweede en vierde lid). Middels de voorzorgsmaatregelen zoals opgenomen in de quickscan kan overtreding van de Wnb (als gevolg van vernieling van vogelnesten) worden voorkomen en kunnen de werkzaamheden doorgang vinden. Deze voorzorgsmaatregelen zullen worden genomen. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning zal een werkprotocol worden opgesteld. Vleermuizen De bebouwing rond de haven is geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing blijft behouden. Hierdoor worden geen verblijfplaatsen vernietigd en is geen sprake van overtreding van artikel 3.5, vierde lid.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

48

Voor het project wordt niet geheid en er zijn reeds lantaarnpalen tussen het plangebied en de potentiële verblijfplaatsen aanwezig. Hierdoor is verstoring van verblijfplaatsen van vleermuizen door trillingen of verlichting uitgesloten, en is geen sprake van overtreding van Wnb artikel 3.5, tweede lid. 6.7.5

Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Om overtreding van de Wnb (als gevolg van vernieling van vogelnesten) te voorkomen dienen voorzorgsmaatregelen genomen te worden. Deze worden vastgelegd in een werkprotocol die bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt opgesteld.

6.8

Milieueffectrapportage

Het instrument milieueffectrapportage wordt gebruikt om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De basis hiervan ligt in de EU richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Daarbij geldt een bandbreedte. Bovendien dienen bij de afweging ook nog andere factoren te worden betrokken en dient nagegaan te worden of er significant negatieve effecten te verwachten zijn op natuurgebieden. Het voorliggende bestemmingsplan maakt het mogelijk om een gedeelte van de Maashaven te dempen en in te richten als park waarbij het park onder meer gebruikt zal worden voor evenementen. Het oppervlak bedraagt circa 7 ha. Tevens maakt het bestemmingsplan het organiseren van evenementen en een horecapaviljoen in het park mogelijk.

Om te bepalen of het bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, zijn de voorgenomen activiteiten, die op grond van het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, getoetst aan de Nederlandse en Europese wetgeving. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de voorgenomen activiteiten gezien moeten worden als een stedelijke ontwikkeling zoals omschreven in het Besluit m.e.r. kolom 1, opgenomen in het onderdeel D 11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Daarnaast is ook sprake van m.e.r.-categorie D4 van het besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een haven voor de binnenscheepvaart, een zeehandelshaven, een visserijhaven of de wijziging of uitbreiding van een met het land verbonden en buiten een haven gelegen pier voor lossen en laden, met uitzondering van pieren voor veerboten. De voorgenomen activiteit heeft een omvang van circa 7 ha en blijft daarmee ruimschoots onder de drempelwaarde van 100 ha of meer. Bij het voorgaande is beoordeeld of de voorgenomen activiteiten die met het voorliggende bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt samenhang hebben met andere projecten. Als daar sprake van is, dan zullen deze projecten immers ook betrokken moeten worden bij de beoordeling.

Van samenhang kan sprake zijn in geval van feitelijke/geografische samenhang en in geval van planologische/beleidsmatige samenhang. Daarnaast kan sprake zijn van samenhang als sprake is van een van de volgende situaties: ^ financiële samenhang; • organisatorische samenhang; • bouwkundige samenhang. De mogelijke samenhang met de ontwikkelingen in de omgeving van het Nelson Mandelapark speelt met name op het gebied van de verkeersafwikkeling. Voor de verschillende ontwikkelingen in dit deel van Rotterdam wordt gewerkt aan een gebiedsgerichte mobiliteitsstrategie, rekening houdend met het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam, de OV-visie en de RMA. Autoverkeer is voor het Nelson Mandelapark enkel beperkt toegestaan voor laden en lossen bij Maassilo Plaza en het nog te realiseren horecapaviljoen. De ontwikkeling van het park in combinatie met de verkeerskundige ingrepen op de Maashaven-Oostzijde leidt ook niet tot extra (gemotoriseerde) verkeersbewegingen en zorgt niet voor een bijdrage aan de cumulatie met andere projecten. Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

49

Mogelijk zijn er ook cumulatieve effecten te verwachten als er meerdere evenementen tegelijkertijd in de omgeving van het plangebied worden georganiseerd. Naar verwachting zal dit slechts zeer incidenteel voorkomen. Op de andere milieukundige effecten wordt geen cumulatie verwacht. In het geval van het Nelson Mandelapark wordt dus geconcludeerd dat geen sprake is van samenhang met andere projecten. Hoewel er in de nabijheid van het Nelson Mandelapark andere ontwikkelingen plaatsvinden, staat de ontwikkeling van het Nelson Mandelapark daar planologisch/beleidsmatig los van. Ook is de financiering van het park niet afhankelijk van andere projecten. Dat is ook het geval qua organisatie; de gemeente is initiatiefnemer van het realiseren van het park. Bouwkundige samenhang is voorts niet aan de orde. Nu sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals omschreven in het Besluit m.e.r. kolom 1, opgenomen in het onderdeel D 11.2 en D4, zal op grond van de resultaten van de milieuonderzoeken van dit bestemmingsplan een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Het college zal, tegelijk met het besluit tot terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Naar verwachting zal de strekking van dit besluit zal zijn dat er vanwege het bestemmingsplan Nelson Mandelapark geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden verwacht.

6.9

Duurzaamheid

De gemeente Rotterdam heeft met het Programma Duurzaam actief ingezet op een schone, groene en gezonde stad. Om invulling te geven aan deze ambitie zijn diverse opgaven geformuleerd, waaronder het reduceren van de CO2-uitstoot, verbeteren van de energie-efficiëntie, omschakelen naar duurzame energie, vergroten van duurzame investeringen en het bevorderen van duurzame gebiedsontwikkeling. Energie Het park levert haar eigen specifieke bijdrage aan de principes van een duurzame stad. Alle benodigde energie voor het park wordt lokaal en duurzaam opgewekt. Denk hierbij aan energie voor verlichting en dergelijke. BENGregelgeving (Bijna Energie Neutraal Gebouw) vormt het uitgangspunt, maar de ambitie ligt hoger. Het horecapaviljoen kan waarschijnlijk energieleverend zijn. Het dak en de gevels bieden naar alle waarschijnlijkheid genoeg ruimte om meer energie op te wekken dan voor het pand nodig is. Dit kan worden opgeslagen en ingezet worden voor de omgeving. Het horecapaviljoen wordt multifunctioneel gebruikt. Er komen minimaal twee functies op het dak, zoals vergroening, wateropvang, energieopwekking en/of een sociale functie. De koelbehoefte van gebouwen wordt beperkt door doelgericht te ontwerpen. Waar nodig wordt gezorgd voor verkoeling op duurzame wijze, bijvoorbeeld door rivierwater te gebruiken.

Het park en de boulevard leveren in 30 jaar naar verwachting een CO2-reductie van ongeveer 16.000 kilogram op. Hierbij is uitgegaan van achthonderd nieuwe bomen (zowel in het park als op de stadsboulevard) en een CO2reductie van 20 kilogram per boom in 30 jaar. Materiaal en beplanting Het park wordt daarnaast robuust aangelegd, zodat het duurzaam en onderhoudbaar wordt. Het gebruik van eenvoudige, aanpasbare, vervangbare en duurzame materialen die tegen een stootje kunnen is het uitgangspunt. De nieuwe beplanting krijgt een duurzaam karakter. Dat wil zeggen dat de plantensoorten bestand zijn tegen het veranderende klimaat de komende decennia (meer extremen qua droogte en neerslag). Ook moet de bestaande flora en fauna zoveel mogelijk profiteren van de nieuwe beplanting. Het substantieel vergroten van de openbare ruimte met veel groen, zoals honderden bomen, plantvakken en natuurvriendelijke oevers, leidt tot een aanzienlijke CO2-reductie en gaat hittestress tegen. Hittestress De stadswijken van Rotterdam-Zuid behoren tot de warmste gebieden van Rotterdam. Klimaatverandering leidt tot meer warme dagen en meer gebruik van de openbare ruimte. Het Nelson Mandelapark zorgt door voldoende schaduw voor (relatief) koele plekken in de stad. Er wordt gestreefd naar tenminste 50 procent schaduw tijdens

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

50

de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar fietsers en voetgangers zich verplaatsen. Hiermee kan het park, in tegenstelling tot het water, verkoeling bieden aan omwonenden. Duurzame mobiliteit In het park wordt maximaal ingezet op duurzame en gezonde vormen van mobiliteit. Met als uitgangspunten wandelen, fietsen, elektrische deelmobiliteit en het gebruik van openbaar vervoer. Biodiversiteit Het park levert een bijdrage aan het vergroten van de biodiversiteit om zo Rotterdam aantrekkelijker, groener en gezonder te maken. Dit sluit aan bij de ambities van zowel de Visie openbare ruimte, Programma Rivieroevers, als de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit. Juist de combinatie van water en een nieuw park in een stenig gebied biedt de kans om een grote impuls aan de biodiversiteit te geven. De nieuwe beplanting krijgt een duurzaam karakter. Dat wil zeggen dat de plantensoorten bestand zijn tegen het veranderende klimaat de komende decennia (meer extremen qua droogte en neerslag). Nieuwe gebouwen worden natuurinclusief ontworpen. Het paviljoen biedt ruimte voor planten en dieren, bijvoorbeeld door gebruik van neststenen voor vogels. Er wordt gedacht aan een groene gevel met inheemse plantensoorten. De gevarieerde beplanting zorgt voor een aantrekkelijke beleving van het park: kleur en fleur en beleving van de seizoenen.

Het Nelson Mandelapark is een kans om groene, ecologische verbindingen te realiseren met het Zuiderpark en het in ontwikkeling zijnde Parkstad en het Stadspark Rijnhaven. Het Nelson Mandelapark kan mogelijk als stepping stone dienen richting deze gebieden. Aandachtspunten hierbij zijn: - Aaneengesloten bomenrijen, waarbij de kronen elkaar raken. Dit houdt in dat over het algemeen een afstand van ongeveer 15 meter tussen bomen wordt aangehouden; Bij kruispunten dienen bomen zo neergezet te worden dat er 'overstappunten' ontstaan. Zodat de vogels en vleermuizen de afstand zo goed mogelijk kunnen overbruggen; De bomenrijen dienen zo min mogelijk verlicht te worden; - Toepassing van kruiden- en bloemrijke bermen ter bevordering van de insectenstand. Ook wordt er gestreefd naar meer onderwaternatuur en natuurvriendelijke oevers. Een natuurvriendelijke oever legt een goede basis voor het verhogen van de biodiversiteit in het water. Een flauw talud in de intergetijdenzone met een zandige/kleiige bodem zorgt voor de ontwikkeling van een zoetwater getijdenzone met veel soorten die daarbij passen. Een dergelijke zone is als ecotoop zeldzaam geworden in de Rotterdamse omgeving. In het plangebied worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. Een vooroeververdediging beschermt de natuurvriendelijke oever tegen golfslag.

Zo ontstaat er een luwe situatie die geschikt is voor jonge vissen en macrofauna.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

51

7.

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid, neergelegd in Beleidsplan Naleving omgevingsrecht 2021-2025, wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

52

8.

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. De dekking voor de aanleg van het Nelson Mandelapark loopt via de dekkingssystematiek van de Stadsprojecten en wordt opgenomen in het jaarlijkse investeringsvoorstel als onderdeel van de Voorjaarsnota. Het betreft een gemeentelijk project, waarbij geen kosten te verhalen zijn. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan hoeft daarom geen exploitatieplan te worden vastgesteld.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

53

9.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het plan is daartoe toegezonden aan de volgende partijen: 1. 2. 3. 4.

9.1

VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond; Archeologie Rotterdam; RWS; DCMR.

VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

De VRR geeft aan dat er geen relevante veiligheidsaspecten zijn geconstateerd. Wel wordt een advies gegeven. 1.

9.2

de VRR adviseert bij deze ontwikkelingen zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven.

Archeologie Rotterdam

Archeologie Rotterdam geeft aan dat het een complex gebied betreft, met vastgestelde bestemmingsplannen voor de Tarwewijk en Katendrecht die helaas verouderd zijn. Daarnaast wordt een gedeelte van de huidige waterbestemming gedempt. In overleg met Archeologie Rotterdam zijn de archeologische bestemmingen in het plangebied herzien, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de huidige landbodem, het te dempen gedeelte van de Maashaven (toekomstige landbodem) en de waterbodem. In paragraaf 3.1.3 zijn de archeologische dubbelstemmingen in detail beschreven.

9.3

RWS, Rijkswaterstaat

RWS geeft in haar reactie een aantal tekstuele aanpassingen in zowel de planregels als de toelichting. Daarnaast maken zij de volgende opmerkingen: 1.

2.

3.

Momenteel vinden er op ambtelijk niveau over de inhoud van de genoemde bijlagen nog gesprekken plaats tussen Rijkswaterstaat en de gemeente Rotterdam, ofwel verschillen van standpunt over de inhoud van bijlage(n) ofwel er dient in zijn geheel nog een beoordeling van een of meer bijlagen plaats te vinden door Rijkswaterstaat. Het verzoek is hier rekening mee te houden. RWS zal als bevoegd gezag bij de beoordeling van het initiatief toetsen aan de doelstellingen van de Waterwet. De doelstellingen zijn geconcretiseerd via normen en beleid ten aanzien van veiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en maatschappelijke functievervulling door watersystemen. Een vergunning wordt geweigerd indien de doelstellingen van het waterbeheer zich tegen vergunningverlening verzetten en het niet mogelijk is om de belangen van het waterbeheer door het verbinden van voorschriften of beperkingen voldoende te beschermen. Er kan op dit moment nog geen uitspraak worden gedaan over de vergunbaarheid. Ten behoeve van de demping van de Maashaven spelen er een tweetal zaken, namelijk: 1) het gebruik van bouwstoffen; en 2) het gebruik van grond klasse industrie. Momenteel vinden op ambtelijk niveau over voorgaande aspecten evenals de inhoud van (onder meer) genoemde bijlagen 5 en 6 frequent gesprekken plaats tussen Rijkswaterstaat en de gemeente Rotterdam.

Er zijn verschillen in standpunt van Rijkswaterstaat en gemeente Rotterdam. Het verzoek is met het voorgaande bij de planvorming rekening te houden. Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

54

9.4

DCMR

De DCMR heeft het bestemmingsplan beoordeeld op de relevante milieuaspecten. In haar beoordeling geeft DCMR aan dat een aantal aspecten, te weten geluid (zowel terrassen als evenementen), luchtkwaliteit, externe veiligheid en stikstofdepositie dienen te worden aangevuld. Er dient een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden, deze kan op dit moment nog niet worden opgesteld. Naar aanleiding van de reactie van de DCMR zijn de onderzoeken ten behoeve van de genoemde milieuaspecten aangevuld en Z of aangepast.

9.5

Participatie

In 2019 heeft een participatietraject plaatsgevonden in het kader van het Masterplan. Het doel was om te horen of bewoners en bedrijven in de omgeving achter het initiatief staan om een park in de Maashaven te maken. En wat hun ideeën zijn bij zo'n park. Tijdens twee bijeenkomsten zijn drie modellen van het park voorgelegd. Dit waren denkrichtingen, waarbij de gemeente graag van betrokkenen wilde weten welke elementen in deze modellen hen aanspraken en welke niet. Mede op basis van deze reacties is gekozen voor het model dat is uitgewerkt tot het Masterplan Park Maashaven. Hierbij is zorgvuldig gekeken naar de in 2019 geuite wensen voor en zorgen over het park. Het gekozen model bevat elementen uit alle drie de voorgaande modellen. Naast dit participatietraject is er ook met andere belanghebbenden gesproken. Het Masterplan is gemaakt in afstemming met belangrijke partijen als het Havenbedrijf Rotterdam, vervoersbedrijf RET, de gebiedscommissie Charlois en de wijkraden van Feijenoord, Bloemhof, Katendrecht- Wilhelminapier en Afrikaanderwijk, Rijkswaterstaat, Rotterdam Festivals en het Waterschap Hollandse Delta. Begin 2022, nadat het college het Masterplan had vastgesteld, sprak de gemeente voor de tweede keer met omwonenden en anderen over het park. In totaal hebben ongeveer 900 mensen online en tijdens bijeenkomsten en interviews gereageerd.

De meeste reacties waren zeer positief: iedereen is enthousiast over het park en de meeste mensen geven aan er zelf ook heen te willen gaan. In een reactiedocument zijn alle reacties verzameld. Het is voor de gemeente een belangrijke inbreng bij het maken van het Programma van Eisen. Hierin staan de eisen en wensen waaraan het nieuwe park moet voldoen. De ontwerpers gebruiken het bij het maken van het voorlopig ontwerp en definitief ontwerp.

9.6

Ontwerpfase

Na het wettelijk vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit het vooroverleg worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook moeten de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties worden toegezonden (artikel 3:13 Awb), of er moet worden aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving). Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient - met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening - ook via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1bb2bb7a-ee58-4895-93ef-72d01dd5107d