CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb006015] Bijlage behorende bij 24bb006014 - Cluster Energie Strategie 2024

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 25 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken23.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Realisatie uitgesteld naar op zijn vroegst in 2032.

Hoe sluit dit aan bij verwachte vraag?

Gasunie analyseert nu eventuele alternatieve mogelijkheden om het project te versnellen.

Wat is de geografische scope van het project?

Leidingen van Rotterdam via Moerdijk/Geertruidenberg richting Geleen en de aansluiting met Noordrijn-Westfalen. Het waterstoftracé loopt aanvankelijk tot Boxtel, waar een aansluiting volgt op al bestaande leidingen van het toekomstig waterstofnetwerk.

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 46

Delta Rhine Corridor

ARAMIS 150 KM

PORTHOS

PORT OF ROTTERDAM

PORT OF MOERDIJK

DELTA RHINE CORRIDOR VENLO

GELSENKIRCHEN DUISPORT

ANTWERPEN GENT

CHEMELOT KEULEN

Route Delta Rhine Corridor Mogelijke uitbreiding Mogelijk alternatief tracé waterstofleiding Waterstofnetwerk Rotterdam Waterstofnetwerk Nederland CO₂-leiding Rivier de Rijn

LUDWIGSHAVEN

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 47

08 VERSNELLING NOODZAKELIJK

8.1 Meer daadkracht en snelheid nodig Met grote betrokkenheid van industrie, netbeheerders en overheden is gewerkt aan deze CES3.0. Samen streven we hetzelfde doel na: de industrie hier in Nederland vergroenen en daarmee de afgesproken 2030-doelstellingen voor CO₂-reductie halen met behoud van banen en leveringszekerheid. Deze CES maakt duidelijk waar knelpunten in de energieinfrastructuur liggen en de voorgedragen projecten voor het MIEK en de aanbevelingen uit dit rapport zijn een belangrijk instrument om deze knelpunten op te lossen. Tegelijk wordt duidelijk dat de voortgang van de energietransitie op dit moment flinke vertraging oploopt doordat een aantal belangrijke randvoorwaarden voor de transitie tekortschieten en regelgeving en bestaande werkwijzen onvoldoende aansluiten bij de omvang en benodigde snelheid van de transitie. Het tijdig behalen van de klimaatdoelen komt daarmee serieus in gevaar. De energie-infrastructuur loopt ondanks grote investeringen nu al tegen haar grenzen aan. In grote delen van het cluster is eind 2022 congestie afgekondigd en zijn er wachtlijsten voor nieuwe aansluitingen. Elektrificatie is een cruciale stap naar verduurzaming en bedrijven kunnen doorgaans pas een investeringsbeslissing nemen als zij zekerheid hebben dat nieuwe installaties kunnen worden aangesloten op kritieke infrastructuur bij inbedrijfname.

Netbeheerders kunnen, om begrijpelijke redenen, deze zekerheid vaak nog niet geven. Ook betaalbaarheid en marktvraag zijn belangrijke randvoorwaarden. Veel producten uit het cluster Rotterdam-Moerdijk zijn grondstoffen waarbij concurrentie op kwaliteit en producteigenschappen beperkt mogelijk is - in tegenstelling tot consumentenartikelen. Onvoldoende betaalbaarheid van productiefaciliteiten in combinatie met onvoldoende marktvraag naar (duurdere) duurzame producten leidt op korte termijn tot vertraging in de transitie. Op lange termijn dreigt verplaatsing van productie naar het buitenland, stoppen van investeringen in productielocaties in Rotterdam-Moerdijk en op termijn tot sluiting van productielocaties. Op dit moment ontbreken drie belangrijke randvoorwaarden op het gebied van betaalbaarheid: betaalbaarheid van de elektriciteit (en aansluitingen op het net), betaalbaarheid van CCS en betaalbaarheid en marktontwikkeling voor groene waterstof. Het creëren van een markt voor duurzame, groene producten is een cruciaal instrument om de industrie te laten veranderen en de transitie te laten slagen. De verplichte bijmenging van biobrandstoffen heeft ertoe geleid dat Rotterdam wereldwijd tot de koplopers behoort in de productie en overslag van biobrandstoffen als biodiesel en SAF.

Op dit moment investeren bedrijven als Neste en Shell in totaal circa 3 miljard euro in nieuwe fabrieken voor biobrandstoffen. CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 48

Ook voor producten waarin basischemicaliën worden toegepast, van kunststof bouwmaterialen tot verpakkingsplastics, zou een duurzaamheidsnormering op het eindproduct een zeer geschikt instrument zijn om een marktvraag voor duurzame producten te creëren. Instrumenten die een gelijk speelveld creëren zodat duurzame Europese producten kunnen concurreren met import van niet-duurzame producten, zoals CBAM, kunnen bijdragen aan het oplossen van de problemen van betaalbaarheid en marktontwikkeling. Hierbij geldt wel dat deze instrumenten een voldoende grote reikwijdte moeten hebben, uitvoerbaar moeten zijn en goed geïmplementeerd en gehandhaafd moeten worden. Bovendien moet nagedacht worden over instrumenten die het kostennadeel ondervangen van producten die duurzaam in de EU zijn geproduceerd en worden geëxporteerd. Tot slot is er instrumentarium nodig om dumping van producten op de Europese markt te voorkomen. Een aantal zaken pleit nog steeds voor het cluster Rotterdam-Moerdijk als vestigings- en investeringslocatie voor industrie en logistiek. De diepe zeehavens met goede, multimodale achterlandverbindingen en de toegang tot een grote consumentenmarkt zijn onverminderd grote kwaliteiten. Ook de nabijheid van veel andere bedrijven in de keten is altijd een sterke troef geweest.

Enkele andere aspecten die lang voor Nederland als vestigingsplaats spraken zijn echter steeds minder vanzelfsprekend. Er is een toenemende krapte op de arbeidsmarkt, met name op het gebied van goed geschoold, technisch (MBO4) personeel. Ook de zekerheid van koersvast en voorspelbaar overheidsbeleid is flink afgenomen. Mede hierdoor zakte Nederland dit jaar voor het eerst meer dan 4 plaatsen in de jaarlijkse World Competitiveness Ranking van IMD Business School.10

Door de onvoorspelbaarheid zijn business cases vaak niet meer rond te rekenen en blijven investeringsbeslissingen voor grote projecten steeds vaker uit. In het cluster RotterdamMoerdijk bevinden zich veel productielocaties van multinationals met hoofdkantoren over de hele wereld. Ondanks ambitieuze plannen van de productielocaties in Nederland kijken bedrijven steeds meer naar andere landen voor hun investeringen. Vertrek van bedrijven uit het cluster leidt niet tot verminderde vraag naar de producten, maar tot verplaatsing van de productie, waarbij de CO₂-uitstoot doorgaans niet afneemt. Voor deze onderwerpen is aandacht bij de Rijksoverheid, maar de transitie vraagt om meer snelheid en daadkracht om de klimaatdoelen te halen. Dat kan alleen gezamenlijk met een groene, weldoordachte industriepolitiek, bij voorkeur in Europees verband.

8.2 Knelpunten verduurzaming industrie Naast de benodigde infrastructuur zijn er een aantal andere knelpunten die de implementatie van veel verduurzamingsprojecten in de weg staan. In deze sectie komen specifiek de volgende punten aan de orde: — — — — — —

Netcongestie en flexibiliteit Stijgende kosten en gebrek aan marktontwikkeling Ruimte Vergunningen en omgevingsmanagement Stikstof Uitvoeringscapaciteit (mensen en materieel)

Een grote zorg hierbij is het voor bedrijven vaak onvoorspelbare proces van vergunningverlening. Dit speelt breed in het vergunningendomein, van stikstofdepositie (natuurwetgeving), stikstofconcentratie (milieuwetgeving) tot de Kaderrichtlijn Water, geluid en externe veiligheid. Daarnaast is gebrek aan fysieke ruimte voor de verduurzaming een groot zorgpunt. Het nieuwe energiesysteem en de circulaire economie vragen meer ruimte dan de fossiele, lineaire economie. Ook zijn subsidiekaders, benodigde nieuwe regelgeving, infrastructuur en marktcondities qua inhoud en doorlooptijd onvoldoende op elkaar afgestemd.

10 — WCR-Rankings, IMD business school for management and leadership courses (www.imd.org/centers/wcc/world-competitiveness-center/rankings/world-competitiveness-ranking/rankings/ wcr-rankings/#_tab_Rank)

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 49

8.2.1 Netcongestie en flexibiliteit

8.2.2 Stijgende kosten en gebrek aan marktonwikkeling

Knelpunt

Knelpunt

Eind 2022 is congestie afgekondigd in grote delen van het havengebied. Bedrijven die een nieuwe of grotere aansluiting willen komen hierdoor op een wachtlijst, met grote gevolgen voor het cluster. Verduurzamingsplannen moeten worden uitgesteld, uitbreidingen kunnen niet plaatsvinden, nieuwe bedrijven besluiten zich toch elders te vestigen en zittende bedrijven overwegen hun locatie te sluiten.

Het opbouwen van nieuwe waardeketens vraagt vele miljarden aan investeringen in nieuwe productiemethoden terwijl de markt voor deze duurzame producten nog in ontwikkeling is. Projecten zijn in de regel nog niet rendabel en zijn onderhevig aan zowel technologie- als marktrisico’s.

Lopende initiatieven: Energy & Industry Board en New Energy Taskforce TenneT, Stedin en het Havenbedrijf Rotterdam hebben een gezamenlijke Energy & Industry Board Haven en Industriecomplex opgericht, dat wordt voorgezeten door de onafhankelijke clusterregisseur, Anne-Marie Spierings, en ondersteund door het Programmabureau Rotterdam-Moerdijk. Hierin wordt gewerkt aan een programmaplan dat bestaat uit drie sporen: sneller bouwen; 1 betere programmering (planning) door inzicht in data; 2 meer flexibele capaciteit en afname. 3 Om dit de ondersteunen is door het Havenbedrijf Rotterdam, Deltalinqs en de netbeheerders een New Energy Taskforce opgericht om meer inzicht te krijgen in de grootste knelpunten op het netwerk en bedrijven te ondersteunen met concrete oplossingsrichtingen zodat zij toch verder kunnen met hun veduurzamingsplannen.

Aanbevelingen Naast versnelde inzet op netverzwaring vragen de huidige congestie en toenemende fluctuaties in aanbod uit wind op zee om meer flexibiliteit en de inzet van nieuwe oplossingen. Denk daarbij aan — Bedrijven vragen minder stroom te gebruiken tijdens piekvraag; — Met bedrijven op de wachtlijst afspraken maken over (uitstel van) het moment waarop ze de elektriciteitsafname mogen starten (bijvoorbeeld kansrijk bij e-boilers); — Afspraken maken over het zo veel mogelijk benutten van de bestaande opwekcapaciteit (bijvoorbeeld gesloten centrales weer openen, WKK’s weer aanzetten / niet uitzetten).

Juist nu de uitvoeringsfase nadert blijkt het voor veel projecten in de praktijk moeilijk om tot een finale investeringsbeslissing te komen. In het cluster Rotterdam-Moerdijk zijn sinds de laatste CES (2022) meerdere projecten tot nader order opgeschort (voorbeelden zijn het Waste-to-Jet project voor duurzame vliegtuigbrandstof en plannen voor een 100 MW elektrolyser in de haven). Directe redenen zijn onder meer onzekerheden over tijdige beschikbaarheid van energie en infrastructuur, de snelheid van het te doorlopen vergunningverleningsproces en de stijgende kosten voor energie, en dan met name elektriciteit en netaansluitingen.11 Meer structureel kunnen duurzame alternatieven in de regel nog niet concurreren met fossiele producten. Het huidige landschap van subsidies en regelingen om dit te doorbreken loopt tegen een aantal beperkingen aan. Ondernemers lopen in de praktijk vast in de veelvoud en overlap van stimuleringsprogramma's en regelingen op Europees en nationaal niveau. Ook zijn aanvraagprocedures vaak complex en tijdrovend, met selectiecriteria waar projecten in de huidige staat van ontwikkeling vaak niet aan kunnen voldoen. Denk daarbij aan de mate van innovatie, de verwachte impact van het project, de technische haalbaarheid en de ontwikkelingskosten.

Tot slot is er vaak een grote mate van onzekerheid over de beschikbaarheid van financiering op de lange termijn, waardoor bedrijven terughoudend kunnen zijn om te investeren in projecten met een lange terugverdientijd.

Hiervoor is nauwe samenwerking nodig tussen netbeheerders, havenbedrijven en industrie(vertegenwoordigers). Mede hierdoor stuiten oplossingen vaak nog op belemmeringen in wet- en regelgeving. Denk hierbij aan het mogen delen van data door netbeheerders, bevoegdheden om de afspraken te maken over de volgorde van aansluiten, afspraken over wie de kosten draagt en de benodigde milieuruimte (geluid, stikstof).

11 — Kamerbrief Verduurzaming Industrie, 8 Mei 2024

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 50

Aanbevelingen

8.2.3 Ruimte

Om dit te doorbreken is het cruciaal om de ontwikkeling en opschaling van technologie tijdens de transitiefase te ondersteunen en de markt voor duurzame producten te stimuleren, met behoud van de internationale concurrentiepositie:

Knelpunt

—

—

—

Industriebeleid: Nederland moet durven kiezen voor de opbouw van duurzame waardeketens waarin we kunnen concurreren met andere markten en die ook op de lange termijn strategisch voordeel opleveren. De focus zou hierbij moeten liggen op de waardeketens elektrificatie, (groene) waterstof, warmte en koolstof, zoals ook uiteengezet in het Nationaal Plan Energiesysteem.12 Stimuleer daarbij het gebruik van waterstof in bestaande clusters, bijvoorbeeld voor raffinage en brandstofproductie. Bundel subsidieprogramma’s tot één en vereenvoudig de aanvraagprocedures om toegankelijkheid te vergroten. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door het gebruik van gestandaardiseerde aanvraagformulieren, eenduidige standaardcalculatie van uurtarieven, eenduidige standaardmomentum van aanvraag, bijvoorbeeld voor het nemen van FID. Ook kan met contracts for difference waterstofproductie en gebruik relatief eenvoudig dichter bij elkaar worden gebracht. Werk aan een gelijk speelveld voor (duurzame) Europese producten, bijvoorbeeld door voldoende reikwijdte en goede implementatie van CBAM voor import en het tegengaan van dumping.

12 — Nationaal Plan Energiesysteem Verdiepingsdocument B - Ontwikkelpaden ketens van het energiesysteem | Rapport | Rijksoverheid.nl 13 — Programma Energiehoofdstructuur, Ministerie van EZK (2024)

De verduurzamingsprojecten die aan de basis staan van deze CES zijn grotendeels ingepast in de bestaande ruimte, maar met name voor infrastructuur en gebruik van de boven- en ondergrondse ruimte loopt de uitvoering tegen grenzen aan. Ook bestaan er grote twijfels of er op de lange termijn voldoende ruimte is om de energie- en grondstoffentransitie vorm te geven in het gebied – zowel bovengronds als voor leidingen onder de grond. De ruimtevraag hiervoor neemt om verschillende redenen aanzienlijk toe: — Lagere energiedichtheid: Een klimaatneutrale energievoorziening vraagt meer ruimte dan een fossiel energiesysteem.13 Fossiel heeft een hogere energiedichtheid dan hernieuwbare energie- en grondstoffen; vrijwel de hele inhoud van een vat ruwe olie wordt gebruikt als energie of eindigt als materiaal. Veel nieuwe energiedragers, circulaire stromen en bio-gebaseerde alternatieven zijn minder energiedicht en bevatten onbruikbare elementen, zoals water. Ook is er meer ruimte nodig voor de opslag van duurzame energie, door het fluctuerende aanbod. PBL schat in dat voor heel Nederland de circulaire economie in 2050 tot 40 procent meer ruimte vraagt dan de lineaire, fossiele economie. — Transitieperiode: gedurende de komende decennia zullen nieuwe waardeketens worden opgebouwd terwijl bestaande fabrieken nog blijven produceren.

Zo worden nu elektrolysers ontwikkeld voor groene waterstof, terwijl het huidige energiesysteem nog afhankelijk is van fossiele import en productie. — Bouwruimte: tijdens de bouw is extra ruimte nodig voor bouwactiviteiten en laydown areas, soms wel tot twee keer de ruimte van de huidige faciliteit. Daarnaast zullen veel bouwprojecten tijdens de transitie tegelijkertijd plaatsvinden wat druk legt op transportcapaciteit en parkeerruimte in de omgeving. — Milieuruimte: Naast fysieke ruimte vraagt nieuwe industrie ook om milieugebruiksruimte en geluidsruimte (en stikstofdepositie-ruimte, zie hieronder). — Concurrerende ruimtevraag: Deze nieuwe ruimtevraag concurreert met een toenemende vraag in het gebied voor woningen, logistiek en transport, defensie en natuur. — Veiligheid: door toenemende regels rondom veiligheid is in bepaalde gevallen meer fysieke ruimte nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor het bouwen van een nieuw onderstation op het 380kV net.

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 51

Lopende initiatieven en uitgangspunten De algemene principes voor de toekomstige inrichting van de industriële ruimte zijn onder andere uiteengezet in de Omgevingsvisie en Havenstrategie Moerdijk, het Brabants ruimtelijk voorstel (2023), Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk, het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied Rotterdamse haven (2023) en het Programma Energiehoofdstructuur. Hierin komen een aantal uitgangspunten naar voren: —

—

—

—

Faciliteer de transitie zoveel mogelijk binnen de bestaande (milieu en fysieke) ruimte. Waarborg hierbij een leefbaar en toekomstbestendig perspectief voor omwonenden, bijvoorbeeld door tijdige uitwerking en implementatie van geplande investeringen in de leefbaarheid in de regio’s waar de elektriciteit aan land komt.14 Gebruik het haven-industrieel gebied zoveel mogelijk voor duurzame oplossingen die moeilijk ergens anders ingepast kunnen worden. Dit zijn activiteiten die direct afhankelijk zijn van de kustlijn, zoals scheepvaart en windaanlandingen, of die direct samenhangen met het industriële cluster (vaak vallen deze ook in milieucategorie 5/6 en kunnen daarmee niet op een andere locatie gevestigd worden). Daarom wordt prioriteit gegeven aan waterstof, circulaire brandstoffen & grondstoffen en logistiek. Ontwikkel de duurzame opwek van energie zoveel mogelijk nabij industrieel gebruik of bestaande onderstations. Zo wordt het eerste waterstof conversiepark naast de aanlandingen voor wind op zee ontwikkeld op de Maasvlakte. Dit scheelt aanzienlijk in de benodigde transport van elektriciteit. Bundel waar mogelijk leidingen en werkzaamheden. Constructieve samenwerking en maatwerk op gebiedsniveau tussen netbeheerders, de Havenbedrijven en het bevoegd gezag is daarbij cruciaal.

De elektriciteitsinfrastructuur wordt immers beheerd door drie netbeheerders, maar het is één samenhangend systeem. Het havenbedrijf beheert de schaarse ruimte waarin dat netwerk zich bevindt en heeft daarnaast ook zicht op de andere voor de energietransitie benodigde infrastructuur.

Aan de hand van deze principes wordt de toekomstige inrichting van het havengebied en industrieel cluster op dit moment verder uitgewerkt in het NOVEX traject voor Rotterdam en de ontwerptafel Powerport regio Moerdijk.

14 — Geld voor regio’s met aansluitingen wind op zee, Rijksoverheid (27 mei 2024)

8.2.4 Vergunningen en omgevingsmanagement Knelpunt Vergunningen voor transitieprojecten blijken nog steeds (te) langzaam tot uitvoering te komen door lange doorlooptijden, gebrek aan capaciteit en veranderende regelgeving die niet altijd is ingericht op een nieuw energiesysteem of een circulaire economie. Daarnaast vraagt de huidige transitie veel van de omgeving en het omgevingsmanagement, waarbij omwonenden en andere stakeholders op dit moment nog geconfronteerd worden met een veelvoud aan participatietrajecten en informatie over alle individuele projecten.

Lopende initiatieven — Versnellingshuis voor het Haven Industrieel Complex (HIC) Rotterdam Gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland, ministeries van EZK en I&W, RVO, DCMR, Havenbedrijf Rotterdam, Deltalinqs, Stedin, en de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter hebben samen een Versnellingshuis ingericht om verduurzamingsprojecten verder te helpen die tegen barrières aanlopen. Tot nu toe zijn circa 25 projecten die bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen verder geholpen op het gebied van regelgeving, financiering en vergunningen. — Pilot MIEK regio Moerdijk In 2023 is in de regio Moerdijk de pilot MIEK gestart, waarbij voor zowel landelijke, regionale als lokale infrastructuurprojecten voor energie wordt gekeken naar mogelijkheden om deze te versnellen en goed in te passen in de beperkte fysieke ruimte.

Een tijdelijke ambtelijke werkgroep van het Rijk (EZK), Provincie, Havenbedrijf Moerdijk en de gemeenten Moerdijk, Drimmelen en Geertruidenberg is gestart met het op hoofdlijnen in beeld brengen van: A De huidige organisatie van de loketten en processen voor complexe vergunningaanvragen voor de energietransitie, in overleg met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; De aanwezige en benodigde expertise en capaciteit voor toetsing van de B aanvragen aan omgevingsbeleid; Lacunes in omgevingsbeleid waarop aanvragen getoetst moeten gaan worden; C De benodigde afstemming tussen de betrokken partijen voor vergunningen D in het kader van de energietransities.

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 52

— Vergunningenloods De Gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland, DCMR, Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs bieden sinds dit jaar onder de coördinatie van PROMO een Vergunningenloods aan. Dit is iemand die bedrijven in de beginfase van duurzame projecten ondersteunt bij het wegwijs maken in de wereld van de vergunningverlening, al vóór de indiening van de vergunningsaanvraag. — Deltalinqs Climate Program Academy: leergang vergunningen en omgevingsmanagement De Deltalinqs Climate Program Academy betreft de opzet van trainingsprogramma’s die invulling geven aan de huidige en toekomstige vraag naar gespecialiseerde arbeidskrachten op het vlak van vergunningen voor transitieprojecten.

8.2.5. Stikstof Knelpunt Vergunningsruimte voor stikstofdepositie is met name voor nieuwe bedrijven en projecten een knelpunt. Voor een aantal projecten is sprake van beperkte en tijdelijke emissies tijdens de bouwfase en soms zelfs een afname van stikstofemissies na realisatie. Hiervoor volstaat doorgaans een voortoets en wordt niet verwacht dat stikstofruimte een beperking zal vormen voor de uitvoering. Voorbeelden zijn elektrolysers, walstroom of aanlandingen voor wind op zee. Daarnaast worden veel projecten die nu richting de bouwfase gaan uitgevoerd door bedrijven die reeds over stikstofruimte beschikken of mogelijk intern kunnen salderen (mits de bestaande vergunning hiervoor depositieruimte bevat).

Aanbevelingen — Aanwijzen versnellingsgebieden onder de RED III en Net Zero Industry Valleys (NZIA) De Europese RED III en NZIA bieden een juridisch kader om verduurzamingsprojecten sneller te vergunnen doordat klimaatdoelen zwaarder kunnen worden meegewogen in de vergunningstoets. PROMO werkt als trekker van de pilot werkgroep aan verschillende oplossingsrichtingen op deze basis. Bevoegd gezag kan tot 1 oktober 2024 versnellingsgebieden aandragen bij EZK.15 — Bundeling van omgevingsmanagement Om het omgevingsmanagement meer te stroomlijnen en behapbaar te maken voor zowel bewoners als bedrijven moet worden gekeken of projecten meer gebundeld en in samenhang gepresenteerd kunnen worden aan de omgeving. In Moerdijk wordt hier in het kader van de ontwerptafel Powerport regio Moerdijk naar gekeken. In Rotterdam wordt dit in het kader van het NOVEX-gebied Rotterdamse haven gedaan. Hierin werken Rijk en regio samen om de energie- en grondstoftransitie van de haven in goede balans met de maatschappelijke opgaven in de regio te realiseren. — Geef MIEK projecten prioriteit16 Op dit moment heeft de MIEK-status invloed op het IP van de netbeheerders maar ligt er geen verzoek van het Rijk om MIEK projecten ook prioriteit te geven bij vergunningsverleners.

15 — Brief over versnellingsmogelijkheid energietransitie door middel van Europese richtlijn Hernieuwbare energie | Rapport | Rijksoverheid.nl 16 — TNO, Waterstofverbranding en stikstofemissies (april 2023) 17 — Samenvattend rapport Onderzoek samenhang Energietransitie en stikstof in de industrie | Rapport | Rijksoverheid.nl

Voor nieuwe bedrijven, of bedrijven die geen vergunningsruimte meer hebben, vormt de benodigde stikstofruimte echter al snel een barrière die tot grote vertraging of zelfs opschorting van projecten kan leiden.

Oplossingsrichtingen —

—

Verduurzaming van industrie biedt kansen om naast de CO₂ uitstoot ook de stikstofuitstoot te verlagen. Zo kan door de aanleg van walstroom voor diepzee containerterminals de jaarlijkse stikstofuitstoot met 2500 ton per jaar worden verminderd en met WarmtelinQ en de Brabantleiding kunnen NOx emissies met circa 100.000 ton gereduceerd worden door vervanging van aardgas door restwarmte in de gebouwde omgeving . Ook de inzet van waterstof en elektriciteit voor de binnenvaart en vrachtverkeer leidt direct tot een lagere uitstoot van stikstof en verbetering van de leefomgeving. In sommige gevallen resulteren projecten in minder CO₂-uitstoot maar een lichte stijging van stikstofdepositie, bijvoorbeeld wanneer er waterstof wordt ingezet bij verbranding in plaats van aardgas. In de meeste gevallen is er echter sprake van een netto afname, waarbij tijdelijke stikstofdepositie tijdens de bouw kan worden gecompenseerd door de afname van fossiele energie en de toename van duurzame energie na realisatie van het project. Onderzoek in opdracht van EZK uit 2023 laat zien dat verduurzaming van de industrie zich in 3 tot 9 jaar weer ‘terugverdient’. Dat wil zeggen dat de totale stikstofdepositie na 3 tot 9 jaar lager is dan wanneer deze projecten niet worden uitgevoerd.17

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 53

Aanbevelingen —

—

Vrijstelling van stikstofregels voor energie-infrastructuur en schone energieproductie. Hiervoor is op 14 mei 2024 een motie aangenomen met de vraag aan het kabinet hiervoor een juridisch houdbaar voorstel te doen;18 Om dit te ondersteunen wordt als onderdeel van het NOVEX-traject gekeken naar het versneld herstellen van Natura2000 gebieden binnen 25 km van de Rotterdamse haven zodat instandhouding hiervan gewaarborgd blijft. Het voorkomen en oplossen van netcongestie kost tijd, terwijl verduurzamingsprojecten nu geïmplementeerd moeten worden om de klimaatdoelen te halen. Indien een bedrijf tijdens de transitieperiode door netcongestie onverwacht andere energie opwek moet organiseren, met bijvoorbeeld generators, kan dit leiden tot een onverwacht tijdelijke uitstoot. Dit kan nu leiden tot boetes of gevolgen voor de vergunning. De mogelijkheid tot een tijdelijke ontheffing bij overmacht door netcongestie kan hier meer ruimte geven tijdens de transitieperiode.

Netbeheerders en bouwbedrijven zijn daarnaast een samenwerking gestart met de onderwijssector in het programma Mensen Maken De Transitie. Een samenwerking van netbeheerders, bouwbedrijven en de onderwijssector om meer mensen te werven voor techniek. Daarbij wordt onder andere gekeken hoe zij-instroom makkelijker kan worden gemaakt. Door de afname aan studenten in het beroepsonderwijs, komt zo’n 70% van de vakmensen uit zij-instroom.

Aanbevelingen Naast al deze inspanning is verdere ondersteuning van het Rijk gewenst om het groeiende arbeidstekort aan te pakken, bijvoorbeeld door: — —

8.2.6. Uitvoeringscapaciteit: Mensen en materieel

—

Knelpunt

—

De ombouw van de haven is wat betreft impact vergelijkbaar met de wederopbouw van de haven na de Tweede Wereldoorlog.19 Dit vergt veel mensen en materiaal. Op dit moment heeft circa 70% van de bedrijven in de Rotterdamse haven moeilijk vervulbare vacatures. Dit aantal zal naar verwachting nog verder stijgen voor de uitvoering van de meer dan 300 verduurzamingsprojecten in het cluster. Ook op de lange termijn is meer uitvoeringskracht nodig.

Stimuleren van bijscholing naar cruciale beroepen, bijvoorbeeld verder uitbreiding van het STAP-budget met een reservering voor cruciale beroepen. Het financieel ontzorgen van werkenden die willen overstappen naar krapteberoepen (t.b.v. energietransitie). Vereenvoudigen van de mogelijkheden voor de inzet van mensen uit het buitenland, statushouders en vluchtelingen. Stimuleren hybride vormen van opleiden en publiek private samenwerking onderwijs – bedrijfsleven.

Lopende initiatieven Om het huidige tekort aan arbeidskrachten het hoofd te bieden werken bedrijfsleven, (beroeps)onderwijs, onderzoek en overheid in de regio structureel en inhoudelijk samen aan het aantrekken, behouden en ontwikkelen van talent. Onderdelen hiervan zijn de programma’s Techmission010, EIC en Sterk Techniek Onderwijs waarin jongeren van jongs af aan kennismaken met de mogelijkheden in de techniek of de programma’s JINC en NPRZ waarin mensen uit sociaaleconomisch minder ontwikkelde wijken de mogelijkheden van de techniek onder ogen komen. Ook werken Deltalinqs, Hogeschool Rotterdam, Techniek College Rotterdam, Scheepvaart en Transport College (STC), gemeente Rotterdam en Havenbedrijf Rotterdam samen binnen de Human Capital Coalitie Energietransitie (HCCE) aan een passend arbeids- en onderwijsaanbod om daarmee de energietransitie mogelijk te maken.

18 — Gewijzigde motie van het lid Flach c.s. over een juridisch houdbare vrijstelling van de stikstofregels voor de aanleg van energie-infrastructuur en schone energieproductie (t.v.v. 32813-1340).pdf 19 — Ontwikkelingsperspectief NOVEX-gebied Rotterdamse haven, 2023.

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 54

APPENDIX

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 55

APPENDIX 1: ENERGIEVRAAG PER DEELGEBIED Moerdijk in TWh

Europoort in TWh

40

40

35

35

30

30

25

25

20

20

15

15

10

Waterstof

10

Waterstof

5

Elektriciteit

5

Elektriciteit

0

Methaan

0

2021

2025

2030

2035

Botlek in TWh

Methaan

2021

2025

2030

2035

Pernis in TWh

40

40

35

35

30

30

25

25

20

20

15

15

10

Waterstof

10

Waterstof

5

Elektriciteit

5

Elektriciteit

0

Methaan

0

2021

2025

2030

2035

Methaan

2021

2025

2030

2035

Maasvlakte in TWh 40 35 30 25 20 15 10

Waterstof

5

Elektriciteit

0

Methaan

2021

2025

2030

2035 CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 56

Europoort in TWh

Botlek in TWh 2021

2025

2030

2035

2021

2025

2030

2035

Methaan

13,4

13,1

12,5

11,7

Methaan

13,8

12,6

19

18,6

Elektriciteit

1,0

2,2

4,2

8,9

Elektriciteit

3,3

3,5

6,5

6,6

Waterstof

2,2

2,3

5,9

6,6

Waterstof

4,8

4,8

6,1

6,5

Totaal

16,6

17,6

22,7

27,2

Totaal

21,9

21

31,7

31,7

2021

2025

2030

2035

Pernis in TWh

Maasvlakte in TWh 2021

2025

2030

2035

Methaan

13,6

13,5

10,1

9,4

Methaan

2,2

2,1

14,8

13,7

Elektriciteit

0,8

0,7

3,1

3,1

Elektriciteit

0,4

0,4

11,7

16

Waterstof

4,9

4,9

6,6

6,6

Waterstof

1,9

1,9

5,7

5,7

Totaal

19,2

19,1

19,8

12,5

Totaal

4,5

4,5

32,2

29,6

2021

2025

2030

2035

Methaan

3,8

5,8

1,6

0,4

Elektriciteit

0,6

1

2,3

5,7

Waterstof

0

0

0,7

0,7

Totaal

4,4

6,9

4,6

6,2

Moerdijk in TWh

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 57

APPENDIX 2: II3050 VERHAALLIJNEN Deze cluster energie strategie wil rekening houden met inherente onzekerheid in plannen door te werken met verschillende scenario verhaallijnen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de vier verhaallijnen zoals geformuleerd door de netbeheerders in hun Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050).21 Een aantal belangrijke factoren onderscheiden deze routes van elkaar. Enerzijds is er de mate waarin de overheid stuurt en keuzes maakt of juist ruimte geeft aan (vrije) marktwerking binnen de energiemarkt. Anderzijds kan de energietransitie meer nationaal (landelijk of regionaal) of internationaal georganiseerd worden. Daarnaast is ook de keuze van de verhoudingen tussen typen energiedragers die in de verschillende sectoren worden ingezet van invloed op hoe het energiesysteem eruit komt te zien. De verhaallijnen zijn opgebouwd uit een kruising van deze factoren. Dit levert de volgende vier verhaallijnen op: Decentrale Initiatieven (DEC), Nationaal Leiderschap (NAT), Europese Integratie (EUR) en Internationale Handel (INT). (HCCE) aan een passend arbeids- en onderwijsaanbod om daarmee de energietransitie mogelijk te maken.

• Beperkte krimp industrie. • Nieuwe industrie synthetische moleculen o.b.v. gerecyclede koolstof en DAC. • Sterke elektrificatie. • Zeer veel hernieuwbare opwek; beperkt kern. • Meeste warmtenetten.

Nationaal georienteerd, zoveel mogelijk zelfvoorzienend

• Sterke krimp energie-intensieve industrie. • Vertrek van bepaalde industrie. • Sterke elektrificatie, maar ook waterstof in de industrie. • Zeer veel hernieuwbare opwek. • "Energy-hubs".

Collectieve techniekkeuzes en regie door de overheid

NATIONAAL LEIDERSCHAP

EUROPESE INTEGRATIE

DECENTRALE INITIATIEVEN

INTERNATIONALE HANDEL

Marktgedreven individuele oplossingen, overheid stelt kaders

• Geen tot zeer geringe krimp industrie. • Nieuwe industrie synthetische moleculen o.b.v. CCU en bio koolstof. • Groen gas, ook uit import, naast elektrificatie en waterstof. • CCS blijft en blauwe waterstof. • Deels H2 in de gebouwde omgeving. • Base load kernenergie.

International georienteerd, ruimte voor import

• Sterke krimp energie-intensieve industrie. • Verplaatsing van bepaalde industrie naar het buitenland. • Veel waterstof naast bio, CCS, DAC en elektrificatie. • Veel H2-import. • Volledig H2 in de gebouwde omgeving.

20 — https://www.netbeheernederland.nl/publicatie/ii3050-eindrapport 21 — https://www.netbeheernederland.nl/publicatie/rapport-ii3050-scenarios

De vier verhaallijnen werken toe naar een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Ze hebben daarom met elkaar gemeen dat ze ambitieus zijn. Ze vereisen een snelle afbouw van fossiele bronnen, een snelle groei van de productie van hernieuwbare energie en een transformatie van de industrie (energie en grondstoffen), mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw. Deze transformatie vergt systeemveranderingen. De manier waarop verschilt sterk tussen de verhaallijnen. Met de verhaallijnen worden de hoeken van het speelveld verkend. Naar verwachting zal de werkelijke ontwikkelroute binnen deze hoekpunten liggen. Daarmee geven de verhaallijnen een indruk van de onzekerheid en (on) mogelijkheden op de langere termijn. Voor meer detailinformatie wordt verwezen naar Het energiesysteem van de toekomst: de II3050-scenario’s (Netbeheer Nederland, juni 2023).22

Verhaallijn decentrale initiatieven (DEC) Nederland streeft naar regionale actie door de particuliere businesscases van klimaatneutrale technieken te ondersteunen. Burgers en lokale gemeenschappen hebben een hoge mate van autonomie en maken eigen keuzes in de energietransitie. Sommige burgers kiezen voor de goedkoopste oplossingen, terwijl bij andere burgers ideële motieven meespelen. Via diverse prikkels worden duurzame keuzes van consumenten en bedrijven ondersteund. Lokale overheden doen dit bijvoorbeeld met kennis en financiële stimulansen. Er ontstaat een groot aantal lokale initiatieven van vooruitstrevende burgercollectieven en bedrijven. Hierdoor worden lokale bronnen optimaal benut. Zonne- en windenergie op land zijn stevig gegroeid. De industrie transformeert naar meer gebruik van bio-based en circulaire grondstoffen. Op de langere termijn is de acceptatie van CCS beperkt. Daarnaast is er ook beperkt sturing op de transitie van, en op energiebronnen voor de energie-intensieve basisindustrie. Hierdoor wordt voor sommige industriële bedrijven de transitie onbetaalbaar. Daarom verdwijnt een deel van die industrie uit Nederland. De warmteoplossingen voor de gebouwde omgeving bestaan uit een mix van technieken en worden gevoed door diverse lokale beschikbare bronnen, zoals geothermie, warmtepompen, WKO, groene waterstof en groengas.

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 58

Verhaallijn nationaal leiderschap (NAT)

Verhaallijn internationale handel (INT)

Nederland streeft naar een energetisch efficiënt systeem binnen de Nederlandse mogelijkheden en stuurt nationaal sterk op de invulling van de energiemix, zowel wat betreft de gebruikte bronnen, als de hoeveelheid opwek binnen Nederland. Hiervoor maakt de overheid verplichtend beleid en regulering en participeert financieel in projecten van nationaal belang. De overheid bevordert de ontwikkeling van nieuwe industrieën (onder andere synthetische brandstofproductie) en stimuleert elektrificatie van de bestaande industrie. In de gebouwde omgeving zorgt regie (verplichtende wijkaanpakken) voor de ontwikkeling van warmtenetten, gevoed door hoofdzakelijk restwarmte, geothermie en flexibele elektrische bronnen, zoals power-to-heat. Voor het energieaanbod komen grootschalige nationale projecten tot stand, waarbij wind-op-zee tot een maximum wordt benut en ook enkele flexibele kerncentrales worden ontwikkeld. Er is sprake van grootschalige binnenlandse productie van groene waterstof, die wordt ingezet als grondstof, voor de levering van hoge temperatuur warmte in de industrie en in waterstofcentrales om het elektriciteitssysteem te balanceren.

Nederland streeft naar ontwikkeling van de eigen economie door maximaal in te zetten op de internationale wereldwijde energie- en grondstoffenketens. Nederland maakt strategisch en maximaal gebruik van de internationale energie- en grondstoffenmarkten. Er wordt daarom op de wereldmarkt gezocht naar opties met de laagste kosten. Internationale vrijhandel speelt een belangrijke rol. De markt wordt geholpen door ondersteunende algemene prikkels, subsidies en CO₂-beprijzing - mede daardoor dragen ook Nederlandse bedrijven hun steentje bij om de keten te verduurzamen. Waterstof en andere klimaatneutrale energiedragers worden geïmporteerd uit landen waar deze relatief gunstig te produceren zijn. Nederland wordt een doorvoerland voor waterstof en waterstofproducten. In de gebouwde omgeving wordt ingezet op individuele transitiepaden: er is daarbij minder inzet van groengas, maar wel veel hybride warmtevoorziening in combinatie met waterstof. De industrie verduurzaamt dankzij elektrificatie en inzet van waterstof, ook als grondstof. Door de wereldwijde handelsketens verdwijnt een deel van de energie-intensieve industrie naar het buitenland. In plaats daarvan worden meer halffabricaten geïmporteerd, die in Nederland verder worden verwerkt. Tevens zet Nederland in op de productie van groene waterstof, direct gekoppeld aan wind-op-zee.

Vanwege de hoge energie-import hoeft Nederland echter minder zelf te produceren.

Verhaallijn Europese integratie (EUR) Nederland streeft naar een integraal en efficiënt Europees energiesysteem: landen stemmen hun energiebeleid onderling af en maken daarbij gebruik van elkaars bronnen. Europa werkt aan gezamenlijk energiebeleid en wil meer onafhankelijk zijn. Biomassa en daarvan afgeleide energie wordt in Europa op grote schaal geproduceerd en wordt daarom in diverse sectoren ingezet. Er is een stevige groei van zonne- en windenergie in combinatie met een sterke inzet van nucleaire energie. De mogelijkheden voor windenergie op de Noordzee worden goed benut in samenwerking met andere landen rond de Noordzee. De industrie verduurzaamt dankzij elektrificatie en de inzet van Europese biomassa en waterstof, als brandstof en grondstof. CCS wordt grootschalig toegepast, onder meer voor energieopwekking met negatieve emissies (BECCS), maar ook voor de afvang van CO₂ uit fossiele bronnen zoals bij de productie van blauwe waterstof. Naast een groot volume aan duurzame grondstoffen/moleculen, aangevuld met grondstoffen uit recycling (pyrolyse olie), wordt ook een klein volume nieuwe fossiele grondstoffen ingezet. Ook CO₂ uit omringende landen wordt in Nederland opgeslagen. Wijkaanpakken staan centraal in de verduurzaming van de gebouwde omgeving en er is sterke regie op de ontwikkeling van bovenregionale warmtenetten.

De combinatie van warmtenetten en hybride warmtevoorziening in gebouwen geeft een gematigde piek in de elektriciteitsvraag in koude periodes. Sterke uitbreiding van pan-Europese netwerken voor laadinfrastructuur en hogesnelheidsspoorwegen zorgen voor verregaande elektrificatie van de mobiliteit.

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 59

Deze derde editie van de CES Rotterdam Moerdijk is ontwikkeld door het Programmabureau Rotterdam-Moerdijk (PROMO) in nauwe samenwerking met: — — — — — — — — — — — — — —

Havenbedrijf Rotterdam Port of Moerdijk TenneT Stedin Gasunie Enexis De Provincie Zuid Holland De Provincie Brabant Gemeente Rotterdam Deltalinqs QuoMare Water & Energy Solutions Stichting Data Safe House ISPT

Met dank aan de input van meer dan 50 bedrijven in het industriecluster Rotterdam-Moerdijk.

CLUSTER ENERGIE STRATEGIE 2024 ROTTERDAM-MOERDIJK 60

CES ROTTERDAM-MOERDIJK September 2024

CONTACT HUIBERT VAN ROSSUM, Programmabureau Rotterdam-Moerdijk vanrossum@cluster-promo.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=34bf1ae2-62d0-4249-8e51-e106747a7e29