CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005857] Bijlage 8 behorende bij 24bb005840 - Wijzigingendocument M4H en HNOF dd6-9-24

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Mobiliteit47.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Met opmerkingen [LK(6]: Wijziging n.a.v. zienswijze 21

Het bedrijventerrein aan de Gustoweg wordt bestemd volgens het huidige gebruik. Dit betekent dat er bedrijvigheid uit milieucategorie 2 t/m 3.2 mogelijk blijft. De aanwezige horeca en perifere detailhandel zijn als zodanig bestemd. Een hogere milieucategorie is hier niet mogelijk vanwege de woningbouw die in de Merwehaven bestemd is en vanwege de bestaande woningen in de Van Deventerflat (gemeente Schiedam) op ca. 20 m van het bedrijventerrein. Aan de overzijde van de Nieuw-Mathenesserstraat (Schiedam) wordt het terrein van de glasfabriek herontwikkeld tot woon-werkgebied. Hiervoor is een bestemmingsplan in voorbereiding. Ook hierdoor is een hogere milieucategorie niet mogelijk. Ook de kleinschaligheid (zowel de kavels als de bedrijfsbebouwing) maakt dit bedrijventerrein ongeschikt voor HMC-bedrijvigheid. De bedrijvigheid in de het Marconi- en Keilekwartier is bestemd op basis van de huidige activiteiten. Categorie 2 is in algemene zin mogelijk, bedrijven met een hogere categorie hebben een maatbestemming gekregen. Deze varieert van categorie 3.1 tot categorie 5.1. De andere functies in dit gebied (zoals horeca, wonen en kantoren) hebben geen bedrijfsbestemming gekregen.

Een hoge milieucategorie in deze gebieden is niet mogelijk vanwege de afstand tot de omliggende woongebieden in Delfshaven en de korte afstand tot de Merwehaven waar een bestemming is opgenomen die woningbouw mogelijk maakt. De activiteiten van de bedrijven in de hierboven genoemde HMCgebieden hebben al een grote impact hebben op het bestaande woongebied (Oud Mathenesse, Schiemond en Bospolder). Deze wijken liggen ook de geluidzones van twee gezoneerde industrieterreinen en zijn zwaar geluidbelast. Extra milieuhinder door meer HMC-bedrijven toe te staan betekent een verdere verslechtering van het woon- en leefklimaat. Ook met oog op de toekomstige gebiedsontwikkeling die uitgaat van een gemengd woon-werkmilieu zijn HMC-bedrijven in dit deel van M4H onwenselijk. Verder is er een onherroepelijk bestemmingsplan om op de kop van het Dakpark (nabij het Marconiplein) een grote woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Ook hierdoor is een hogere milieucategorie niet mogelijk. In het gebied Merwehaven is bedrijvigheid t/m categorie 2 mogelijk als onderdeel van het toekomstig gemengd woon-werkmilieu. Op één bestemming is een bedrijfsbestemming opgenomen voor de kleinschalige bedrijvigheid die daar nu aanwezig is. Het nu aanwezige overslagbedrijf vertrekt in 2022, waarna de gronden in terugkeren in eigendom van de gemeente.

Hier gaat de eerste fase van de gebiedsontwikkeling plaatsvinden. 2. Watergebonden bedrijventerrein Op het gebied Merwehaven na worden de watergebonden bedrijventerreinen bestemd voor watergebonden activiteiten, in combinatie met een hoge milieucategorie:  Bedrijf - 1 (Sappencluster): op- en overslag en productie van fruit en sappen, t/m categorie 5.1;  Bedrijf - 2 (FTR): overslag van fruit categorie 4.2 en overslag van non-ferro categorie 5.3;  Bedrijf - 3 (AVR): overslag en verwerking van afval, categorie 4.1;  Overig - Bedrijf -5 en Verkeer-Verblijfsgebied (Van Uden): overslag droog massagoed/overig stukgoed, categorie 5.3. Het is de bedoeling dat er in dit deel van het M4H gebied ruimte blijft voor watergebonden activiteiten. 3. Transformatie en compensatie Veel traditionele havenactiviteiten, zoals grootschalige overslag- en productiefaciliteiten, zijn de afgelopen decennia richting de Maasvlakte getrokken vanwege hun schaal en ruimtebeslag. Tegelijk vindt uitbreiding van de Rotterdamse haven plaats in westelijke richting, met de voltooiing van de Tweede Maasvlakte in 2013 en de aanleg van de Rotterdam Food Hub (Kop van de Beer) als recente voorbeelden. Deze trend werd voor het eerst zichtbaar bij het verdwijnen van de havenactiviteiten op Feijenoord en daarna bij de Rijn- en Maashaven.

Vanaf de jaren '90 werd dit ook in M4H zichtbaar, wat er onder andere toe heeft geleid dat de Lek- en Keilehaven zijn gedempt. Een groot deel van de gronden rondom de resterende Keilehaven is daarna braak komen te liggen. De afgelopen jaren zijn veel andere functies in het gebied ontstaan. Dit geldt met name voor het Keile- en Marconikwartier. Voorbeelden

21

Met opmerkingen [LK(7]: Wijziging n.a.v. zienswijze 21

zijn horeca, de voedseltuin, perifere detailhandel, kunst en cultuur en woningen in de getransformeerde Europoint-torens. In het Keile- en Marconikwartier is geen sprake meer van een bedrijventerrein in de zin van de Omgevingsverordening en ook niet meer in praktische zin. Meer dan de helft van de gronden heeft een andere functies of ligt braak en de overige kavels hebben een lage gebruiksintensiteit. Galileipark, Sappencluster, FTR, Van Uden en bedrijventerrein Gustoweg Al deze gebieden blijven bestemd ten behoeve van bedrijvigheid. Er worden geen transformatiemogelijkheden geboden. In het Galileipark wordt ruimte geboden aan maximaal 200160.000 m² bvo nieuwe bedrijvigheid. Compensatie is niet aan de orde. Keile- en Marconikwartier In het Keile- en Marconikwartier gaat de komende jaren een gemengd woon-werkmilieu ontstaan. Uit het onderzoek van BSP is gebleken dat er in M4H ruimte is voor 75.000 m² bvo bedrijfsruimte in een gemengd woon-werkmilieu. In deze gebieden is nu respectievelijk 37.000 m² en 72.000 m² bedrijvigheid en kantoren aanwezig. In het Keilekwartier zal 18.000-32.000 m² bvo bedrijvigheid t/m categorie 3.1 in een gemengd woon-werkmilieu worden toegevoegd wanneer de geluidbelasting is gedaald en de 1.200-1.700 beoogde woningen gebouwd kunnen worden, onder andere door het invullen van de al lang braakliggende kavels.

Ook voor het Marconikwartier gaat men uit van het toevoegen van een substantieel programma bedrijvigheid t/m categorie 3.1 in een gemengd woon-werkmilieu. Het gaat om 110.000 – 180.000 m2 bvo bedrijvigheid. Voorwaarde is dat er maatregelen worden getroffen waardoor de 3.1-bedrijven geen hinder veroorzaken voor de nieuwe woningen. Het toevoegen van de nieuwe woningen en bedrijvigheid gaat overigens door middel van toekomstige ruimtelijke procedures en niet door middel van dit bestemmingsplan. Het toevoegen van 128.000 tot 212.000 m² bedrijvigheid aan deze gebieden sluit aan bij het provinciale beleid waarbij ingezet wordt op beter benutten, herstructureren en het verbeteren van de kwalitatieve (toekomst)potentie van bestaande bedrijventerreinen in plaats van planologisch compenseren. Zowel uit het onderzoek van BSP als de conceptversie van de nieuwe Strategie Werklocaties MRDH blijkt dat de vraag naar een gemengd woon-werkmilieu hoog is. In dit bestemmingsplan zijn de nu aanwezige bedrijven bestemd conform hun huidige milieucategorie om de toekomstige transformatie naar woonwerkgebied niet te belemmeren. Er zijn geen zittende bedrijven wegbestemd. Compensatie kan daarom achterwege blijven. Overigens is de transformatie naar woon-werkgebied nadrukkelijk beschreven in het Programma Ruimte en heeft afstemming plaatsgevonden met de MRDH (zie paragraaf 2.2.2).

Merwehaven Op de Merwepieren worden de watergebonden en HMC activiteiten beëindigd. De Marconistrip ligt al lange tijd braak, en hier zijn overigens nooit bedrijven aanwezig geweest vanwege het rangeerterrein. De gronden zijn 30 december 2021 terug geleverd aan de gemeente. Het gaat om 45.000 m² bvo. Omdat dit gebied nog wel in gebruik is als watergebonden/HMC terrein is compensatie aan de orde. Rotterdam Food Hub De activiteiten van het vertrekkende bedrijf, Rotterdam Fruit Wharf, bestaan uit de op- en overslag en verwerking van vers fruit en valt hiermee in de agrofoodsector. Deze sector is van oudsher belangrijk voor Nederland en de Rotterdamse Haven. Agrofood is een groeimarkt dankzij de bevolkingstoename en welvaartsgroei, met name in opkomende economieën. Na de Verenigde Staten is Nederland de grootste landbouwexporteur ter wereld. In 2017 werd voor bijna 92 miljard euro verhandeld. Het heeft er mede toe geleid dat de Rotterdamse haven met een overslag van 16 miljoen ton per jaar de grootste import- en exporthaven in West-Europa is op het gebied van agrofood. Bedrijven in de agrofoodsector zijn vanwege hun schaal, verkeersaantrekkende werking en de bevoorrading door zeeschepen minder geschikt voor gebieden als M4H. Om deze bedrijven goed te kunnen accommoderen realiseert het Havenbedrijf de Rotterdam Food Hub (RFH) aan het Calandkanaal, ook wel 'Kop van de Beer'.

Het is een nieuw bedrijventerrein van 60 hectare dat speciaal ingericht wordt voor de agrofoodsector. Door nabij de monding van de haven te vestigen is deze locatie geschikt voor grote en diepvarende zeeschepen. Door de schaalvergroting is behoefte aan moderne en multimodale terminals dat maakt deze locatie bij uitstek geschikt voor bedrijven die in de Stadshavens minder ruimte hebben. In RFH is 45 hectare beschikbaar voor uitgifte aan bedrijven, over 35 ha lopen al gesprekken met bedrijven. Circa 10 ha. is nog beschikbaar voor nieuwe gegadigden. Dit zijn gronden zonder voorreserveringen etc. Er komen ligplaatsen voor zee- en binnenvaartschepen, gekoelde warenhuizen

22

Met opmerkingen [LK(8]: Wijziging n.a.v. ambtshalve wijziging 22

en de deepsea containerterminals op de Maasvlakte zijn op korte afstand. De milieucategorie op RFH varieert tussen de 5.2 en 6 en door de aanwezigheid van kades en ligplaatsen is het gebied zowel aan te merken als watergebonden bedrijventerrein als HMC-bedrijventerrein. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan het provinciale beleid over bedrijventerreinen en compensatie. Bij de Rotterdam Food Hub is ruim voldoende uit te geven terrein (ca. 10 ha.) voor de feitelijke compensatie van de watergebonden/HMC gronden die in M4H gaan transformeren naar woon/werkgebied (ca. 4,5 ha). Toetsing planologische compensatie Op grond van de geldende beheersverordeningen is er in vrijwel heel M4H geen restrictie voor een milieucategorie. In een kleiner deel is bedrijvigheid t/m categorie 4.2 en 5.3 mogelijk. De gebieden Merwehaven, van Uden, FTR en Sappencluster is op grond van het provinciale beleid aan te merken als watergebonden bedrijventerrein. Het gebied Keilekwartier ligt wel deels aan het water maar hier zijn geen kades of laad en los installaties aanwezig, waardoor het niet aangemerkt wordt als watergebonden bedrijventerrein. De gebieden Merwehaven, Marconikwartier en Keilekwartier zijn op basis van dit bestemmingsplan niet meer bestemd voor HMC-bedrijven. Merwehaven verliest (ook) de functie van watergebonden bedrijventerrein.

In al deze gebieden blijft bedrijvigheid mogelijk, maar overwegend t/m categorie 2 of 3.1. De bovengenoemde gebieden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ca. 51 ha. De overige gebieden, met een gezamenlijke oppervlakte van 77 ha, blijft bestemd voor categorie 3.1 of hoger. Ca. 41 ha daarvan is aan te merken als watergebonden bedrijventerrein en wordt ook als zodanig gebruikt. Zie tabel 2.2 voor meer gedetailleerde informatie per deelgebied. Naam

Oppervlakte Vigerende (ha) milieucategorie

Bestemming in BP M4H

Watergebonden

1

Bedrijventerrein 4,3 Gustoweg

Geen beperking MC Cat 3.1 bedrijven

nee

2

Galileipark

26,1

Geen beperking MC/deels t/m 4.1

nee

3

Van Uden

4,7

Geen beperking MC Cat 5.3 overslag bulkgoederen

ja

4

FTR

16.6

Geen beperking MC Cat. 3.2-4.2 overslag fruit/afval en cat. 5.3 (overslag non-ferro)

ja

5

Sappencluster

19.9

Geen beperking MC Cat. 4.2-5.1 overslag sappen

ja

6

Marconikwartier 11,4

Geen beperking MC Wonen, kantoor, horeca, perifere detailhandel, bedrijven t/m cat 2-3.1 + maatbestemmingen. Alles cf. feitelijke situatie.

nee

7

Keilekwartier

13,6

Geen beperking MC/deels t/m 4.2

nee

8

Merwehaven

23,4

Geen beperking MC Wonen en aanvullend programma.

Cat 3.1 t/m 4.2

Bedrijven cat 2-3.1 + maatbestemmingen en aanduidingen voor de afwijkende functies (in aanvulling op bedrijven).

Met opmerkingen [LK(9]: Wijziging n.a.v. zienswijze 21

Alleen de pieren (ca. 12 ha, waarvan 4,5 ha in gebruik).

Tabel 2.2: gebieden en oppervlakte Voor Merwehaven, Marconikwartier en Keilekwartier (51 ha) is volgens het provinciale beleid

23

compensatie in de regio nodig. Hierover het volgende. In 2006 is de Planologische Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PKB-PMR) definitief geworden. De PKB is de grondslag voor drie deelprojecten:  Bestaand Rotterdams gebied (BRG): een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren.  Landaanwinning: uitbreiding van de Rotterdamse haven met een landaanwinning ten behoeve van haven- en industrieterrein van maximaal 1000 hectare netto en maatregelen om schade aan beschermde natuur te compenseren.  750 hectare natuur- en recreatiegebied: ontwikkeling van nieuwe natuur- en recreatiegebieden op Midden-IJsselmonde en ten noorden van Rotterdam. Voor M4H en de benodigde compensatie is het deelproject BRG relevant. Het belangrijkste doel is van deelproject BRG is het creëren van 200 ha voor nieuwe bedrijvigheid door het intensiveren van het bestaande havengebied (dus exclusief Maasvlakte 2). Hierdoor komt er ruimte beschikbaar voor stedelijke functies op de randen van de stad en de haven, dus in gebieden zoals M4H. Tegelijkertijd wordt hiermee het woon- en leefklimaat in de omliggende woongebieden verbeterd omdat milieuhinder veroorzakende bedrijven zich op de vrijgekomen gronden kunnen vestigen.

De 200 hectare, die door intensivering vrijkomt, zal voor een beperkt deel gebruikt kunnen worden voor bedrijvigheid uit verschillende groeisectoren. Vestigingsmogelijkheden voor de sector deepsea containers zal het echter niet opleveren, omdat hiervoor grootschalige aaneengesloten terreinen nodig zijn en omdat milieuafspraken de gebruiksmogelijkheden van vrijkomende terreinen beperken. Bedrijventerreinen die dicht bij het stedelijk gebied liggen kunnen transformeren naar stedelijke functies. Het project Stadshavens, waar de transformatie van M4H onder valt, wordt letterlijk genoemd in het kader van het deelproject BRG. Voor M4H is beschreven dat het gebied van 'fruit en voedsel' naar 'wonen en stedelijke economie' moet transformeren. De voortgang van de ambities uit de PKB-PMR wordt gemonitord in de Integrale Rapportage Visie en Vertrouwen, waarvoor de grondslag het Convenant Visie en Vertrouwen is. Het Convenant Visie en Vertrouwen is op 15 mei 2008 ondertekend door een brede groep belanghebbenden, waaronder de (toenmalige) ministeries van V&W en VROM (samen nu het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, IenW), Economische Zaken en het Havenbedrijf Rotterdam. In infoblad 32 (peildatum 1 juli 2020) van de Integrale Rapportage Visie en Vertrouwen wordt geconcludeerd dat de realisatie van alle intensiveringsprojecten voltooid is.

Het gaat om 19 projecten waarmee in totaal 228 hectare beter benut is. Dit betekent dat er 228 ha bedrijfsruimte gewonnen is, onder andere om de transformatie van de Stadshavens/M4H mogelijk te maken. De 51 ha. (theoretische) planologische ruimte voor HMC/watergebonden bedrijventerrein is hiermee ruimschoots gecompenseerd. Het gaat hierbij overigens nadrukkelijk om theoretische planologische ruimte. Slechts een klein deel van de 51 ha. zou daadwerkelijk als HMC/watergebonden bedrijventerrein bestemd kunnen worden. Dit vanwege de ligging bij bestaand woongebied in Rotterdam en Schiedam. Conclusie In het kader van de PKB-PMR is ca. 228 ha. bestaand havengebied beter benut. Hierdoor is ruimte gecreëerd voor de 51 ha. die in Merwe-Vierhavens (in theorie) niet meer met HMC- of watergebonden bedrijvigheid ingevuld kan worden. De intensiveringsopgave voor het bestaand havengebied die uit de PKB volgt is specifiek bedoeld om ruimte vrij te maken voor de transformatie van de Stadshavens zoals Merwe-Vierhavens. 2.2.1.1.4 Artikel 6.13 Detailhandel Het provinciale detailhandelsbeleid is er enerzijds op gericht om de ruimtelijke detailhandelsstructuur zoveel als mogelijk te versterken en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Anderzijds wordt de dynamiek in de detailhandel bevorderd vanwege het grote economische belang van deze sector.

In het ruimtelijk beleid voor detailhandel geldt daarom als uitgangspunt dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen in beginsel alleen plaatsvinden binnen of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken. Daarnaast is nieuwe detailhandel toegestaan binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in nieuwe een nieuwe woonwijk. Buiten de centra kan alleen ruimte worden geboden aan specifieke branches van detailhandel (‘perifere detailhandel’). Het gaat dan om detailhandel die vanwege de aard of de omvang van de goederen in ruimtelijke zin niet of niet goed inpasbaar is in de centra en die niet essentieel is voor de kwaliteit van de centra. Ook kan er onder voorwaarden ruimte worden geboden aan vormen van kleinschalige detailhandel, ondergeschikte detailhandel en afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen.

24

Toetsing Dit bestemmingsplan maakt de volgende soorten nieuwe detailhandel mogelijk:  een kleinschalige supermarkt in het nieuwe woongebied Merwehaven. Het maximum winkelvloeroppervlak is 395 m²;  ondergeschikte detailhandel in het woongebied Merwehaven en ter plaatse van de ontwikkelgerichte kavels in het Galileipark. Ondergeschikte detailhandel is detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf, ondergeschikt aan de hoofdfunctie. Bij de Bierfabriek/Stadshaven brouwerij en in de Ferrofabriek is al vergunde ondergeschikte detailhandel aanwezig. Deze hoort bij de horeca die op die locaties daar aanwezig is;  kleinschalige detailhandel Galileipark. Dit is kleinschalige detailhandel bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties. In M4H gaat het om locaties als mobiliteitshubs of sportvoorzieningen. Een nieuwe supermarkt is volgens het provinciale beleid toegestaan binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in nieuwe een nieuwe woonwijk. Dat is het geval bij het gebied Merwehaven. Daarnaast valt een kleinschalige buurtsupermarkt onder de noemer 'gemakswinkel'. Dit soort winkels zijn algemeen toegestaan buiten de centra.

De behoefte aan de nieuwe supermarkt is onderbouwd in paragraaf 2.3.4.1. De provincie is akkoord met het mogelijk maken van een kleinschalige supermarkt in M4H. Ook andere vormen van kleinschalige detailhandel en ondergeschikte detailhandel zijn algemeen toegestaan buiten de centra. Om te borgen dat het daadwerkelijk om kleinschalige en ondergeschikte detailhandel gaat zijn deze begrippen gedefinieerd in begripsbepalingen van de regels. Hierbij is aangesloten bij de uitleg/definitie die de provincie geeft over deze vormen van detailhandel. Verder is op een aantal locaties perifere detailhandel aanwezig. De perifere detailhandel in het Marconikwartier is in overeenstemming met kaart 10 van de Omgevingsverordening. Op deze kaart zijn de locaties aangegeven waar perifere detailhandel aanwezig mag zijn. De bestaande perifere detailhandel in het westen van het plangebied valt buiten deze zone. Deze locaties is daarom met een maatbestemming bestemd. Een bestaande winkel in het Marconikwartier is ook met een maatbestemming bestemd. Dit omdat een andere vorm van detailhandel niet wenselijk is op deze locatie.

2.2.1.1.5 Artikel 6.19 Vrijwaringszone provinciale vaarwegen Een bestemmingsplan in de nabijheid van een provinciale vaarweg moet rekening houden zichtlijnen vanaf het water, bedienings- en begeleidingsobjecten, toegankelijkheid vanaf de wal en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de vaarweg. Toetsing In paragraaf 5.9 is hier nader op ingegaan. Hier wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan geen invloed heeft op de nautische veiligheid. 2.2.1.1.6 Artikel 6.21 Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas Voor een bestemmingsplan voor gronden binnen de veiligheidszone langs de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas (25 tot 40 m vanaf de kade) gelden beperkingen ten aanzien van externe veiligheid. Binnen deze zones mag alleen gebouwd worden wanneer gemotiveerd wordt dat de veiligheid van het scheepvaartverkeer niet beperkt wordt. Insteekhavens vallen buiten de regeling. Toetsing Binnen deze zone maakt dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk dus nadere toetsing is niet aan de orde. 2.2.1.1.7 Artikel 6.22 Regionale waterkeringen Er gelden diverse regels voor regionale waterkeringen. Toetsing In paragraaf 5.7 is uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van het bestemmingsplan op de waterveiligheid. 2.2.1.1.8

Artikel 6.27c Nestgeluid afgemeerde schepen

25

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt houdt rekening met nestgeluid van afgemeerde schepen. Toetsing Naar dit aspect is uitgebreid onderzoek gedaan in paragraaf 5.3. 2.2.1.1.9 Artikel 6.50 Risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van:  wateroverlast door overvloedige neerslag;  overstroming;  hitte;  droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing Voor de transformatie van het M4H gebied is een klimaatadaptiestrategie opgesteld. Deze gaat uitgebreid in op overstromingsrisico's. Zie paragraaf 5.7 voor de belangrijkste conclusies. In paragraaf 5.10 wordt aandacht besteed aan hittestress en het tegengaan daarvan. In paragraaf 5.7 wordt aandacht besteed aan wateroverlast door overvloedige neerslag en droogte. De conclusies worden in acht genomen bij de verdere uitwerking van de plannen voor het gebied.

Via de Hemelwaterverordening en Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam wordt afgedwongen dat er een bepaalde mate van waterberging bij nieuwbouw gerealiseerd wordt. 2.2.1.1.10 Paragraaf 7.1.4 Optimaal benutten en beheren van de bodem en ondergrond De provincie bevordert het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de bodem & de ondergrond. Het gaat hier om het beschermen en beheren van de kwaliteit van het bodemgrondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond. De provincie zet voor deze beleidskeuze in op: het optimaal benutten en beheren van bodem en ondergrond, het beschermen en beheren van het bodem- en grondwatersysteem en de nazorg van stortplaatsen in het kader van de Wet Milieubeheer. Toetsing Het provinciale beleid heeft betrekking op twee aspecten: optimaal benutten en beheren van bodem en ondergrond, en het beschermen van bodem- en grondwatersysteem in relatie tot de beoogde ontwikkeling in het gebied. Op de provinciale kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'Rivierdeltacomplex - jonge zeeklei'. De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden.

Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Dit richtpunt is niet van toepassing voor het plangebied, aangezien het verhard, stedelijk gebied gaat. In paragraaf 5.11 zijn de resultaten van het bodemonderzoek opgenomen. Hieruit volgt dat de bodem in delen van het gebied vervuild is. Bij ontwikkelingen dient hier rekening mee gehouden te worden, bijvoorbeeld door te saneren. De bodemkwaliteit in het plangebied zal hierdoor verbeteren. Bodemkwaliteit met betrekking tot de samenstelling van de bodem is pas aan de orde in het kader van bouwactiviteiten. Onderzoek of dat de bodem constructief gezien geschikt is om op te bouwen komt aan de orde bij de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit is na vaststelling van het bestemmingsplan en dit onderzoek valt buiten de scope van het instrument bestemmingsplan. De eisen ten aanzien van de bodem zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Een initiatiefnemer laat aan de hand van een uitgewerkt bouwplan (inclusief de bouwtechniek) constructief onderzoek doen. Hieruit volgt bijvoorbeeld de wijze van sonderen. 2.2.1.1.11 Programma Ruimte Het Programma ruimte bevat een uitwerking van de Omgevingsvisie, gericht op uitvoering van ruimtelijk relevante onderdelen van de visie.

Het gaat dan bijvoorbeeld om beleid voor specifieke locaties en programma's voor kantoren en bedrijven. Toetsing

26

M4H is op de kaart 'strategie voor bedrijventerreinen' aangeduid als 'bedrijventerrein' (en niet als 'watergebonden bedrijventerrein'). De herontwikkeling van de Stadshavens (waaronder M4H) is expliciet beschreven in het Programma Ruimte. Als de kavels op de Tweede Maasvlakte worden uitgegeven, ontstaat ruimte voor een herverkaveling van het havenindustrieel complex. Er vinden verschuivingen van functies plaats, onder andere binnen Stadshavens. Deze gebieden worden getransformeerd naar de beoogde gemengde, stedelijke woonwerkmilieus in delen van het havengebied. Voor de provincie is het belangrijk dat de transformatie bijdraagt aan de bundel ing van verstedelijking, infrastructuur, voorzieningen en economische activiteiten gericht op concentratie, waarbij rekening wordt gehouden met kwalitatieve vraagontwikkelingen op de regionale woningmarkt en het versterken van de mainportfunctie. 2.2.2

Strategie werklocaties MRDH 2019-2030

Deze strategie bevat de visie tot 2030 en regionale afspraken tot 2023 over werklocaties in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Hiermee versterken de 23 regiogemeenten het regionaal economisch vestigingsklimaat door kwalitatief én kwantitatief te sturen op de voorraad. Het doel is werkgelegenheidsgroei en arbeidskansen voor de economie van morgen én duurzaam ruimtegebruik. De integraliteit draagt bij aan regionale samenhang en duidelijkheid bij stakeholders zoals vastgoedpartijen. Het beleid voor bedrijventerreinen stuurt op evenwicht tussen vraag en aanbod, en borgt duurzame vitaliteit. Het marktevenwicht is redelijk in balans, maar in sommige gebieden gaat de uitgifte bovengemiddeld snel. In en nabij Den Haag is een tekort aan stedelijke ‘klassiek kleinschalige’ terreinen, en op termijn mogelijk een tekort aan terreinen voor bedrijven met een hogere milieucategorie. De MRDH werkt met betrokken regiogemeenten in 2019 aan een oplossing. In de hele regio zorgt het forse woningtekort voor conflicterende ruimteclaims in het stedelijke gebied. Op veel bedrijventerreinen wordt gekeken naar transformatiemogelijkheden naar wonen. Die zijn echter wel belangrijk in de ontwikkeling en behoud van de regionale werkgelegenheid.

Het kantorenbeleid stuurt op het kwalitatief versterken van de bestaande voorraad en het onttrekken van incourant bestaand aanbod en overmatige plancapaciteit (geplande nieuwbouw). De geactualiseerde aanbodinventarisatie geeft nieuwe inzichten. Toplocaties en (inter)nationaal concurrerende vestigingsmilieus kunnen uitbreiden, en op minder goed met OV-bereikbare locaties wordt het aanbod geoptimaliseerd. Daarnaast wordt op veel snelweglocaties de overmaat in het vastgoed gereduceerd door transformatie naar nieuwe functies (zoals wonen). Met maatwerk stemmen de regiogemeenten het aanbod af op specifieke ruimtelijk-economische ontwikkelingen. 2.2.2.1 Relevant beleid voor het plangebied M4H is in de Strategie aanwezen als transformatielocatie van bedrijventerrein naar gemengd woonwerkmilieu. Er is overlegd met de MRDH over deze transformatie in relatie tot de beschikbaarheid van (watergebonden) bedrijventerreinen in de regio. Dit heeft geleid tot een compensatieplan waarop de MRDH op 2 december 2020 positief geadviseerd heeft. In de Strategie Werklocaties van de MRDH is het te herontwikkelen deel van M4H nu aangemerkt als 'klassiek, kleinschalig'. Van dit type bedrijventerrein is nu 38 ha. aanwezig in het deelgebied 'Rechtermaasoever', terwijl de totale vraag tot 2035 slechts 25 ha. is. Er is dus een overaanbod aan dit type bedrijventerrein.

Een deel van M4H wordt herontwikkeld tot gemengd woon-werkmilieu, dat in de Strategie 'stedelijk interactiemilieu' genoemd wordt. Aan dit type werkmilieu is in het deelgebied Rechteroever wel behoefte, het gaat om 11 ha. in de periode tot 2035, terwijl het aanbod nu nihil is. Het toevoegen van 43.000 tot 62.000 m² bvo bedrijvigheid (in combinatie met een substantieel woningbouwprogramma) in een gemengd woon-werkmilieu voorziet in die behoefte. Met de MRDH is overeengekomen dat alleen voor het deelgebied Merwehaven compensatie aan de orde is. Zie hiervoor de paragraaf over het provinciale beleid.

27

Ook het kantoorprogramma dat in de toekomst in M4H moet ontstaan is afgestemd. Er wordt geen kantoorruimte onttrokken in M4H. In het behoefteonderzoek van BSP is de behoefte aan nieuwe kantoren in M4H onderzocht. Er wordt geadviseerd om tot 2035 in M4H 85.000 m² aan nieuwe kantoorruimte te accommoderen, waarvan ca. 30.000 m² in het Keilekwartier, ca. 25.000 m² in het Marconikwartier en ca. 30.000 m² in de Merwehaven. Het onderzoek van BSP richt zich niet op het Galileipark, maar ook hier zijn in de toekomst kantoren mogelijk (havenkantoren en bedrijfsgebonden). Op basis van MRDH-beleid, dat door de provincie aanvaard is, is maximaal 65.000 m² (zelfstandige) kantoren toegestaan. Er moet nog nader onderzocht worden welk deel van de geraamde 85.000 m² zelfstandige kantoren betreft en welk deel bedrijfsgebonden. Het voornemen van de gemeente Rotterdam is dat het aandeel zelfstandige kantoren onder de 65.000 m² ligt. In dit bestemmingsplan is alleen een klein deel van dit programma bestemd (ca. 10.000 m² bvo in de Merwehaven). De rest van het programma zal door middel van toekomstige ruimtelijke procedures mogelijk gemaakt worden.

28

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Omgevingsvisie 'De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen'

De Omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. De Omgevingsvisie gaat uit van 5 langetermijndoelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de Omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei:  Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen;  Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken.

Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer;  Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken;  Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar w grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreëerd met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties;  Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening; Er is een aantal gebieden waar meerdere grote opgaven bij elkaar komen en waar er tegelijkertijd kansen liggen om veel van onze stedelijke doelstellingen te realiseren. Deze strategische gebieden vragen om gebiedsspecifieke richtinggevende keuzes. Het betreft de binnenstad, Alexander tot en met Zuidplein en Rotterdam-Zuid.

Voor de ontwikkeling van deze gebieden formuleert de omgevingsvisie enkele gebiedskeuzes. 2.3.1.1 Relevant beleid voor het plangebied M4H is aangeduid als 'zoekgebied voor verstedelijking' en 'Makers district'. Het M4H gebied is samen met de binnenstad en de as Alexander - Zuidplein aangewezen als één van de locaties waar het grootste deel van de verstedelijkingsopgave t/m 2040 moet plaatsvinden. In deze periode moeten 50.000-75.000 nieuwe woningen gebouwd worden en 70.000 extra arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. Het nieuwbouwprogramma uit dit bestemmingsplan draagt daar aan bij. Verdichtingsgebieden liggen nabij hoogwaardig OV en er wordt ingezet op het concentreren van mobiliteitsdiensten in hubs. Ook wordt M4H genoemd in het kader van innovatieve maakindustrie, klimaatadaptatie, de nieuwe economie en het verbeteren van de relatie tussen rivier en stad. 2.3.2 Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020Rotterdamse Woonvisie – Een koers tot 2040 en acties voor de komende 5 jaar Vastgesteld op 14 maart 2024 door de gemeenteraad Rotterdam is een stad in beweging. Steeds meer mensen willen er wonen, werken en verblijven. Het realiseren van voldoende woningen, werkgelegenheid en voorzieningen is essentieel om deze trek naar de stad op te kunnen vangen. Daarnaast is het bieden van een fijn en betaalbaar thuis aan alle huidige inwoners minstens zo belangrijk.

Steeds meer Rotterdammers hebben moeite om een betaalbare en passende woning te vinden. Om Rotterdammers meer perspectief te bieden op een betaalbare woning die past bij hun behoeften zullen er vooral meer woningen in het middensegment moeten komen. De absolute omvang van de sociale voorraad dient daarbij stabiel te worden

29

Met opmerkingen [LK(10]: N.a.v. ambtshalve wijziging 20

gehouden. De Rotterdamse Woonvisie heeft twee onderdelen: de visie op het gebied van wonen met een doorkijk tot 2040 en een concreet uitvoeringsprogramma met maatregelen voor de komende 5 jaar. Ambities 2040: een fijn en betaalbaar thuis voor iedereen De ambities in de Woonvisie zijn: 1. Rotterdam is een betaalbare stad voor iedereen; 2. Rotterdam is een diverse en inclusieve stad: het streven is om wijken te creëren die de diversiteit van de wijk weerspiegelen, zodat iedereen er een thuis kan vinden en binnen dezelfde wijk kan doorstromen. Bovendien wordt ingezet op meer variatie op het gebied van gebouwen of blokken, met verschillende prijsklassen, afmetingen, doelgroepen en met ruimtes voor ontmoeting. 3. Rotterdam als innovatieve woonstad, met lef. Dit uit zich in: • Nieuwe woonconcepten die inspelen op de veranderende bevolking met meer alleenstaanden en meer ouderen; • Nieuwe instrumenten die het goed functioneren van de woningmarkt bevorderen; • Bij nieuwbouw is altijd aandacht voor duurzaamheid, voorzieningen in de buurt, een aantrekkelijke openbare ruimte, voldoende groen, werkgelegenheid, en sociale cohesie. Hoogwaardige architectuur en stedenbouw dragen bij aan de kwaliteit van de stad. Acties voor de komende 5 jaar Deze ambities komen samen in 4 pijlers die richtinggevend zijn voor de komende vijf jaar: 1. Meer en betaalbare woningen.

Er wordt geprobeerd het absolute aantal sociale woningen stabiel te houden en het aantal woningen in het middensegment, voor zowel huur als koop wordt vergroot. De belangrijkste maatregelen: • Per jaar wordt met de bouw van 3.500-4.000 woningen door nieuwbouw en tijdelijke woningen gestart. De stad wordt uitgedaagd om in de bestaande voorraad meer woonruimte te maken (denk aan optoppen en woningdelen). • Er wordt bij nieuwbouw tot 2026 gestuurd op 55% betaalbare woningen (20% sociaal en 35% middensegment en vanaf 2026 op 65% betaalbare woningen (25% sociaal en 40% middensegment) en deze woningen zijn bedoeld voor mensen met een bijbehorend salaris. • Er worden maatregelen genomen voor meer middensegment, door de inzet van koopinstrumenten en financiële middelen. Betaalbaarheid door gebruik te maken van zowel publieke als privaatrechtelijk instrumenten wordt geborgd. • Er is aandacht voor de snelheid van bouwen van betaalbare woningen: er komt een nieuwe Rotterdamse Bouwwet, waarbij wordt geëxperimenteerd met flexibiliteit in regelgeving voor betaalbare woningen zonder de kwaliteit en de omgeving uit het oog te verliezen. 2. Toekomstbestendige en vitale wijken 3. Huisvesting en aandachtsgroepen 4.

Betere positie op de woningmarkt Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door:  de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen;  te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en  woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door:

30

 een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad;  ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en  energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen. De basis op orde houden door:  het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen;  betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk;  goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken;  toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en  woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. 2.3.2.1 Relevant beleid voor het plangebied De vrij te komen havens zijn belangrijk om de Rotterdamse woningvoorraad te laten groeien. Voor M4H wordt ingezet op structurele woningbouw. Het bestemmingsplan is in lijn met dit beleid.De nieuwe woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt dragen bij aan de Rotterdamse woningbouwopgave.

Door middel van tenders, grondverkoop en Nota’s van Uitgangspunten zal gestuurd worden op segmentering. 2.3.3

Nota bedrijfsruimte

Vastgesteld door de gemeenteraad in 2020 Het Rotterdamse beleid over bedrijfsruimte en bedrijventerreinen is vastgelegd in de Nota bedrijfsruimte - ruimte voor bedrijven. De nota is het geldende beleid voor de periode t/m 2030. In Rotterdam zijn (exclusief de haventerreinen) in totaal 43 bedrijventerreinen aanwezig. De terreinen hebben een totale oppervlakte van 698 netto hectare. De Rotterdamse voorraad bedrijventerreinen bedraagt in oppervlakte circa 30% van de voorraad van de MRDH. Op dit moment is er een voelbaar tekort aan grootschalige locaties in Rotterdam. Dit tekort stijgt tot een tekort van 133 ha. in 2035 ten opzichte van het planaanbod en raakt alle type bedrijventerreinen, maar met name de types 'bedrijvenecosysteem logistiek' (48 ha.) 'industrieel' (29 ha.) en 'klassiek kleinschalig' (20 ha.). De 133 ha. bestaat uit uitbreidingsvraag, veroorzaakt door de autonome groei van bedrijven, en vervangingsvraag, veroorzaakt door bedrijven die moeten verplaatsen vanwege transformatie van het bedrijventerrein waar ze gevestigd zijn. Het verwachte ruimtetekort kan niet geheel binnen de gemeentegrenzen worden opgelost; de mogelijkheden om nieuwe bedrijventerreinen te creëren in Rotterdam zijn beperkt. Rotterdam moet inspelen op deze vraag door het bieden van nieuwe ruimte en door efficiënt om te gaan met bestaande ruimte voor bedrijvigheid.

Dit kan onder meer in de vorm van verdichting, door een hogere intensiteit van het gebruik van de ruimte te realiseren. Tegelijkertijd vraagt de groei van de stad ook om ruimte voor andere functies. Wonen is de meest prominente hiervan. De gemeente Rotterdam heeft de ambitie om in totaal 50.000 woningen tot 2040 binnenstedelijk te bouwen. Vanwege de beperkte ruimte en de grote vraag naar zowel bedrijvigheid als andere stedelijke functies ligt de focus in de Nota op het zo optimaal gebruiken van de bestaande bedrijventerreinen. Voor sommige bedrijventerreinen wordt ingezet op functiemenging met wonen om de economische meerwaarde te vergroten. Ook wordt geanticipeerd op de economie van morgen en verdere verduurzaming. Dit is vertaald in een aantal stedelijke ambities. Daarnaast is per gebied een specifieke koers opgesteld. 2.3.3.1 Relevant beleid voor het plangebied

31

De gebiedskoers voor M4H volgt de Visie en Strategie Rotterdam Makers District (2017) en het Ruimtelijk Raamwerk (2019). Circa de helft van M4H wordt getransformeerd van een maritiem havenlogistiek milieu naar innovatief interactiemilieu waarbij wonen, werken (met het accent op innovatieve maakindustrie) en voorzieningen worden gemengd. In het andere deel wordt de huidige havengebonden bedrijvigheid voortgezet. Het ontwikkelperspectief speelt in op de binnenstedelijke ligging van het gebied, de huidige sterke ruimtelijk-economische onderbenutting en de goede (ov-) bereikbaarheid. Het proces van functiemenging vindt fasegewijs plaats in wisselende vormen en gradaties, variërend per deelgebied. De fasering wordt onder andere bepaald door de lopende erfpachtcontracten. In M4H wordt een grote variatie aan bedrijfsruimten gerealiseerd bestemd voor diverse doelgroepen, waaronder (door)starters in de (maak) industrie en circulaire economie. Partijen die vanuit hun innovatieve rol een voortrekkende functie kunnen vervullen voor zowel de stedelijke als haveneconomie. De voorraad aan bedrijfsruimte varieert qua schaal (middelgroot tot klein), flexibiliteit (qua looptijd en bestemming) en milieuruimte (van categorie 2 t/m 4.2.). Per saldo wordt het economisch ruimtegebruik in M4H sterk geïntensiveerd en neemt het stadsgebonden karakter van het bedrijvenprofiel toe.

2.3.4 Detailhandel Rotterdam 2017: stedelijke ambities en spelregels voor een toekomstbestendige detailhandelsstructuur Vastgesteld door de Raad op 29 juni 2017 De detailhandel is een belangrijke sector voor de stad. Het is echter ook een sector is met een hoge dynamiek. Om te komen tot een actueel en toepasbaar detailhandelsbeleid is de nota 'Detailhandel Rotterdam 2017: stedelijke ambities en spelregels voor een toekomstbestendige detailhandelsstructuur' vastgesteld. Deze nota is een update van de in 2013 vastgestelde Nota detailhandel. De nieuwe nota bevat de ambities en uitgangspunten ten aanzien van dit onderwerp voor de komende jaren en is opgesteld in samenwerking met ondernemers (verenigingen) en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Per Rotterdams deelgebied is daarnaast een Gebiedskoers vastgesteld waarin de keuzes ten aanzien van detailhandel per deelgebied beschreven staan. Er zijn vier stedelijke ambities ten aanzien van detailhandel geformuleerd: 1. een evenwichtige detailhandelsstructuur, waarbij de samenhang tussen de verschillende winkelgebieden essentieel is. Ingezet wordt op toekomstbestendige en geconcentreerde winkelgebieden en verspreid liggende winkels dienen zoveel mogelijk tegengegaan te worden. Per gebied heeft een uitwerking van deze ambitie plaatsgevonden. Deze zijn vastgelegd in de Gebiedskoersen die onderdeel zijn van de nota; 2.

meer flexibiliteit en dynamiek ter versterking van de detailhandelsstructuur door het geven van ruimte aan nieuwe concepten in toekomstbestendige winkelgebieden; 3. het detailhandelsbeleid als toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen, bij nieuwe detailhandelsinitiatieven maar ook bij aanpassing of actualisatie van bestemmingsplannen. Dit betekent dat de gemeente de mogelijkheid heeft om bij actualisatie van bestemmingsplannen de detailhandelsbestemming van panden, buiten de gedefinieerde gebieden, te wijzigen (indien het pand geen detailhandelsfunctie meer heeft). Het stedelijk detailhandelsbeleid fungeert in deze context als voorzienbaar kader; 4. een bruisende binnenstad, in samenhang met andere voorzieningen zoals horeca, leisure, dienstverlening en een aantrekkelijke buitenruimte. Om de ambities te halen zijn een aantal spelregels opgesteld, zoals geen nieuwe winkels buiten de bestaande detailhandelsstructuur, geen detailhandel op bedrijventerreinen. Er gelden strenge voorwaarden voor het creëren van nieuwe winkelgebieden, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een nieuwe woonwijk en hierdoor de basis kan worden geboden voor een goede consumentenverzorging van de inwoners in de wijk. Hierbij wordt afgewogen of er sprake is van voldoende draagvlak, afstand en reistijd tot bestaande winkels.

In het gemeentelijk beleid is geen regelgeving op gemakswinkels (ook wel buurtsupers of city stores genoemd). Qua uitgangspunten en intentie is de visie op kleine kernen van toepassing bij nieuwe detailhandel. Het behoud van kwaliteit van de leefomgeving in de kleine kernen zijn nieuwe concepten toelaatbaar, waarbij detailhandelsaanbod wordt gecombineerd met andere publieksgerichte voorzieningen. In kleine kernen kan maatwerk vereist zijn om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden. De aard en omvang van de voorzieningen moeten wel in overeenstemming zijn met de verzorgingsfunctie van het gebied. 2.3.4.1 Relevant beleid voor het plangebied

32

Het detailhandelsbeleid per gebied is vastgelegd in de verschillende gebiedskoersen, die samen met de detailhandelsnota zijn vastgesteld en in 2022 zijn geactualiseerd. Voor het M4H-gebied is geen gebiedskoers opgesteld omdat er geen detailhandel aanwezig is. Zoals hierboven beschreven kan bij de afweging om nieuwe detailhandel toe te staan aangesloten worden bij de visie op de kleine kernen. Dit bestemmingsplan maakt de volgende soorten detailhandel mogelijk:  een kleinschalige supermarkt in het nieuwe woongebied Merwehaven. Het maximum winkelvloeroppervlak is 395 m²;  ondergeschikte detailhandel in het woongebied Merwehaven en ter plaatse van de ontwikkelgerichte kavels in het Galileipark. Ondergeschikte detailhandel is detailhandel in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf, ondergeschikt aan de hoofdfunctie. Bij de Bierfabriek/Stadshaven brouwerij en in de Ferrofabriek is al vergunde ondergeschikte detailhandel aanwezig. Deze hoort bij de horeca die op de locatie aanwezig is;  kleinschalige detailhandel Galileipark. Dit is kleinschalige detailhandel bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties. In M4H gaat het om locaties als mobiliteitshubs of sportvoorzieningen.

Het gemeentelijk detailhandelsbeleid bevat geen concreet beleid over ondergeschikte of kleinschalige detailhandel. De provincie heeft hier wel beleid over, zie paragraaf 2.2.1.1. Over de kleinschalige supermarkt het volgende. Beoordeling nieuwe detailhandel in Merwe-Vierhavensgebied Gezien de ontwikkelingen in de detailhandel met als gevolg afnemende ruimtebehoefte wordt zowel het behoud van winkels buiten winkelgebieden als de toevoeging van nieuwe winkelruimte in Rotterdam kritisch bezien: 1. Is er marktruimte in het verzorgingsgebied? 2. Dreigt er verstoring van de bestaande structuur? 3. Is het perspectief voor nieuwe detailhandel passend binnen de integrale gebiedsontwikkeling? Aangezien het om beperkte toevoegingen en uitwisselbaarheid (=saldo neutraal) van bestaande vestigingen gaat, worden de stappen van de ladder voor duurzame verstedelijking beknopt doorlopen en is niet gekozen voor een uitgebreid distributie-planologisch onderzoek (DPO). 1. Marktruimte voor toevoeging van een gemakswinkel van 395 m2 WVO (495 m2 BVO) De ontwikkeling van M4H laat zich als volgt omschrijven: Aantal inwoners per 1.1.2022:

1.100 inwoners

Geschat aantal nieuwe inwoners VKA (Merwehaven):

2.700 inwoners

Totaal aantal inwoners na ontwikkeling:

7.000 inwoners

Gemiddeld is in Nederland 0,27 m2 supermarkt per inwoner. Dit betekent dat in een buurt met 2.700 inwoners na de ontwikkeling ruimte zou zijn voor ca 730 m 2 WVO supermarkt. Op basis van de buurtontwikkeling past een buurtsupermarkt of gemakswinkel van 395 m2 WVO. Dit is mede gezien de ervaring elders in Rotterdam dat dit type winkels zelden ontwrichtend zijn voor de detailhandelsstructuur, maar de leefbaarheid in een buurt meestal positief beïnvloedt. Het alternatief voor bewoners is vaak het gebruik van een flitsbezorgdienst. Dit is een ontwikkeling die in Rotterdam niet passend wordt gezien in gebieden met hoge verblijfskwaliteit en inzet op ontmoetingen zoals het Merwe-Vierhavensgebied. Bovendien wordt in het gebied ingezet op ruimte-efficiënte en duurzame vormen van mobiliteit om een bereikbare, aantrekkelijke en gezonde omgeving in M4H te realiseren. Flitsbezorgers dragen hier niet in positieve zin aan bij. 2. Effecten op de bestaande winkelstructuur Het Merwe-Vierhavensgebied grenst aan Delfshaven. Door infrastructurele barrières (Schiedamseweg en Vierhavensstraat) is echter geen sprake van aaneengesloten gebied en van winkels die op loopstand zijn gelegen. Gemeten vanuit het hart van Merwehavens is geen supermarkt binnen 15 m inuten lopen bereikbaar, zie tabel 2.3 en figuur 2.2.

Op een afstand van 1.400 meter of meer zijn grotere supermarkten te vinden in de winkelgebieden Schiedamseweg, Franselaan-Pinkstraat en de Parkboulevard (Vierhavensstraat). Bij Schiedamseweg gaat het om een compleet aanbod voor dagelijkse boodschappen, maar niet gericht op een snelle kleine boodschap en/of buurtontmoetingen. Hetzelfde geldt voor de supermarkten aan de Bigshops Parkboulevard van de Vierhavensstraat. Dit is

33

een grootschalig thematisch en doelgericht cluster (zgn. PDV-locatie) dat niet voor food-winkels is bedoeld, maar vanwege leegstand wel zo is ingevuld. Een kleinschalige buurtsupermarkt bedient voornamelijk de toekomstige bewoners van het gebied Merwehaven. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat het klanten uit de omliggende gebieden wegtrekt bij de bestaande supermarkten vanwege de afstand en de barrières. Dit komt ook door het beperkte winkelvloeroppervlak en daardoor meer beperkte assortiment. Omdat het om één supermarkt gaat is er ook geen keuze in het prijsniveau (fullservice, discount, etc). Toekomstige bewoners van Merwehaven zullen voor bepaalde boodschappen dan ook naar supermarkten in de omgeving moeten. De buurtsuper is bedoeld voor een snelle boodschap en heeft alleen een basisassortiment. Supermarkten binnen een straal van 1.000 meter

WVO

Afstand in meters (lopend)

Loopminuten (5 km/u)

Aldi – Vierhavensstraat 113

909

1.700

20

Albert Heijn – Vierhavensstraat 147

2.016

1.600

19

Lidl – Mathenesserdijk 123

1.108

1.700

20

Dirk van den Broek-Pinkstraat 8

896

1.400

17

Tabel 2.3: supermarkten in de omgeving van M4H

Figuur 2.2: supermarkten in de omgeving van M4H 3. Relatie met ontwikkelingsperspectief Door de woningbouw komt er een substantieel aantal inwoners in M4H wonen. Een bepaald voorzieningenniveau is voorwaardelijk voor de ontwikkeling van het nieuwe woongebied, met name vanwege de relatief grote afstand tot bestaande winkels. De buurtsupermarkt wordt aangevuld met maatschappelijke voorzieningen zoals dienstverlening (bijvoorbeeld een kapper) en maatschappelijke voorzieningen. De buurtsupermarkt en aanvullende voorzieningen zorgen ook voor de gewenste ontmoetingen in het gebied. Conclusie Er is ruim voldoende marktruimte voor een kleine supermarkt en deze voorziening is voorwaardelijk voor de ontwikkeling van het nieuwe woongebied. Er zijn geen negatieve effecten op de bestaande winkels in de omgeving. Het mogelijk maken van een kleinschalige supermarkt is in lijn met het provinciale detailhandelsbeleid. De supermarkt is mogelijk gemaakt in de bestemming Woongebied - 1 en is gemaximeerd op één vestiging met 395 m² winkelvloeroppervlak.

34

2.3.5

Horecanota Rotterdam 2017-2021

Vastgesteld door B&W op 1 november 2016in januari 2024 In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen. Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers, Rotterdam voert de goede lijstjes aan en is in 2015 uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten.

De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden. Visie en ambities Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen in onze stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee Rotterdam invulling geeft aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven. Op basis van de visie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium.

 Rotterdam bruist!;  de wijk is het uitgangspunt bij het bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden;  bewoners en ondernemers hebben inspraak en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid;  ruimte voor innovatie en experimenten ter bevordering van het ondernemerschap en woon- en leefgenot;  minder regels, minder lasten en een vereenvoudigd vergunningenstelsel;  uitgaan van vertrouwen en sturen op naleving (high trust);  wanneer regels en afspraken worden geschonden, dan wordt stevig opgetreden (high penalty). Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk is. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting.

De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel. Exploitatievergunning of niet?

35

In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0.

Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)

36

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horecaactiviteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting wordt aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c25f40de-c300-4a30-a828-68c9ee5438b0