CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005857] Bijlage 8 behorende bij 24bb005840 - Wijzigingendocument M4H en HNOF dd6-9-24

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Mobiliteit47.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Merwe-Vierhavens OntwerpbestemmingsplanBestemmingsplan

Opgesteld door:

datum:

18 april 202328 november 2024

Stadsontwikkeling Bouw- en Woningtoezicht

Vastgesteld d.d.:

28 november 2024........

Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

57 Inleiding

57

Aanleiding

57

1.2 Uitkomsten MER (voorkeursalternatief) en ontwikkelmogelijkheden bestemmingsplan

68

1.3

Gekozen planopzet

79

1.4

Ligging en begrenzing

810

1.5

Geldende planologische kaders

810

1.6

Parapluherziening resterende geluidzone gezoneerd industrieterrein

1012

1.7

Leeswijzer

1012

1.8

Bestemmingsplan verbrede reikwijdte

1012

Hoofdstuk 2

Beleid

1113

2.1

Rijksbeleid

1113

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

1619

2.3

Gemeentelijk beleid

2932

2.4

Gebiedsgericht beleid

4345

Beschrijving van het plangebied

4648

3.1

Algemeen

4648

3.2

Ruimtelijke structuur en ontsluiting

4648

3.3

Gebruik per deelgebied

4749

3.4

Ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorie 5052

3.5

Archeologie

5961

Planbeschrijving

6264

4.1

Ruimtelijk Raamwerk M4H

6264

4.2

Voorkeursalternatief MER

6567

4.3

Programma en wijze van bestemmen per deelgebied

6869

Milieu

7879

5.1

Algemene uitgangspunten onderzoek

7980

5.2

Mobiliteit

8283

5.3

Geluid

8889

5.4

Luchtkwaliteit

104105

5.5

Geur

107108

5.6

Stofhinder

110111

5.7

Water

111112

5.8

Externe veiligheid

120122

5.9

Nautische veiligheid

123125

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

2

5.10

Overige gezondheidsaspecten

124127

5.11

Bodem en ondergrond

126129

5.12

Ecologie

128130

5.13

Duurzaamheid

132135

5.14

Energiestrategie 135138

5.15

Ontwikkelperspectief

136139

5.16

Borging van maatregelen en spelregels

138141

5.17

Monitoring en evaluatie

142145

Juridische planbeschrijving

144146

6.1

Opzet van het bestemmingsplan

144146

6.2

Juridische planbeschrijving

144146

Hoofdstuk 7

Financiële uitvoerbaarheid

166167

Hoofdstuk 8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

167168

Hoofdstuk 6

Bijlagen

175176

Bijlage 1

Kaart cultuurhistorische waardering

176177

Bijlage 2

Verantwoording groepsrisico

177178

Bijlage 3 MER Merwe-Vierhavens 178179 Bijlage 4

Bijlagenbundel MER Merwe-Vierhavens

179180

3

4

Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Merwe-Vierhavensgebied (hierna: 'M4H-gebied') is een haven- en industriegebied in het westen van Rotterdam. Het gebied gaat de komende decennia transformeren naar een gemengd woonwerkgebied. Dit gebeurt enerzijds vanwege de afnemende havenactiviteiten en anderzijds vanwege de behoefte aan nieuwe woningen en bedrijvigheid in combinatie met de gunstige ligging van het gebied. Deze ambitie bestaat al lange tijd en is vastgelegd in diverse bestuurlijk vastgestelde visies en documenten. Tot dusverre ging de transformatie stapsgewijs, dus project voor project met een daarbij behorende planprocedure. De transformatie van de Europointtorens, de herontwikkeling van voormalige koelloodsen tot De Werkplaats en Stadshaven Brouwerij en de herontwikkeling van het Keilepand zijn belangrijke eerste projecten voor de herontwikkeling van het gebied. Met de vaststelling van het Ruimtelijk Raamwerk (2019) is de ruimtelijke en programmatische visie op de toekomst van het gebied dermate concreet geworden dat een start gemaakt kan worden met de planmatige ontwikkeling van het gebied. Het Ruimtelijk Raamwerk gaat uit van herontwikkeling naar een aantrekkelijk gemengd woon-werkgebied met een groot programma aan nieuwe woningen, voorzieningen en een specifiek type bedrijvigheid (innovatieve maakindustrie) dat werkgelegenheid biedt voor heel Rotterdam.

Deze innovatieve maakindustrie geeft een impuls aan de voor stad en haven belangrijke transities in energie en mobiliteit en is belangrijk voor de ontwikkeling van een meer circulaire economie. Een belangrijk onderdeel van de programmatische hoofdstructuur is de nieuwbouw van woningen en een substantieel programma bedrijvigheid en voorzieningen. Een ander belangrijk uitgangspunt is de menging van verschillende functies. Mengen faciliteert delen, bijvoorbeeld van parkeerplekken (overdag voor werkers, in de avond voor bewoners) of energie (kantoren hebben warmte over, woningen hebben warmte nodig) en leidt tot slim ruimtegebruik. Menging leidt ook tot meer toekomstbestendigheid, leefbaarheid en innovatie. Zie paragraaf 4.1 voor een meer uitgebreide beschrijving van het Ruimtelijk Raamwerk. Om deze gebiedsontwikkeling mogelijk te maken is besloten om op basis van het Ruimtelijk Raamwerk een bestemmingsplan met bijbehorend Milieueffectrapport (MER) te maken. Op grond van de huidige planologische kaders is de voorgenomen gebiedsontwikkeling namelijk niet mogelijk, met name omdat het gebied is aangewezen als gezoneerd industrieterrein dat is bedoeld voor grote lawaaimakers. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan komen de grotendeels zeer gedateerde beheersverordeningen in het gebied te vervallen en krijgen de nu aanwezige bedrijven een passende bestemming.

Om de herontwikkeling mogelijk te maken wordt een groot deel van het gebied onttrokken aan het gezoneerde industrieterrein. Dit gezoneerde industrieterrein, Havens Noord Oost-Frankenland, ligt voor een deel ook op Schiedams grondgebied. Ook daar spelen ontwikkelingen en worden delen van het gezoneerde industrieterrein opgeheven (gedezoneerd). Rotterdam en Schiedam trekken samen op bij de dezonering en gebiedsontwikkeling. De gedeeltelijke dezonering wordt door dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Voor het deel van de resterende geluidzone dat buiten de plangrens ligt is het bestemmingsplan 'Parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland' opgesteld.

5

1.2 Uitkomsten MER (voorkeursalternatief) en ontwikkelmogelijkheden bestemmingsplan Op grond van het Ruimtelijk Raamwerk is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau M4H (NRD) opgesteld. De NRD bevat de onderzoekscope van het bestemmingsplan. Het programma woningen, voorzieningen en bedrijvigheid uit het Ruimtelijk Raamwerk is in de NRD omgezet in het programma dat in het MER onderzocht wordt. Hierbij is het programma van het Ruimtelijk Raamwerk iets verruimd. Het onderzochte programma gaat uit van maximaal 7.000 woningen, 547.000 m² nieuwe bedrijvigheid en 137.000 m² (maatschappelijke) voorzieningen voor de periode t/m 2035. Dit is het (totale) programma waar inde milieuonderzoeken en de overige onderdelen van dit bestemmingsplan aan getoetst wordt. In MER-termen wordt dit het 'planvoornemen' genoemd. Dit programma moet gerealiseerd worden in de deelgebieden Merwehaven, Marconikwartier, Keilekwartier en Galileipark (zie figuur 1.1). Het programma is uitgesplitst per deelgebied, zie daarvoor paragraaf 5.1.

Figuur 1.1: de deelgebieden binnen M4H Uit de onderzoeken in het MER is gebleken dat niet in één keer het hele programma (planvoornemen) ontwikkelgericht bestemd kan worden. Op sommige locaties moeten namelijk eerst aanvullende maatregelen getroffen worden voordat het hele programma ontwikkeld kan worden. Concreet betekenen deze maatregelen dat nu aanwezige bedrijven verplaatst moeten worden, erfpachtcontracten moeten worden opengebroken of dat de bedrijfsvoering ingeperkt moet worden. Hiervoor is niet gekozen. In deze fase van de gebiedsontwikkeling is gekozen om de privaatrechtelijke en huidige overeenkomsten met de bedrijven te respecteren en dit als uitgangspunt te nemen voor de milieuonderzoeken. Dit resulteert, samen met een aantal andere aspecten zoals gemeentelijke grondpositie en financiële uitvoerbaarheid, in een aangepast planvoornemen. Het aangepaste programma is het zogenaamde voorkeursalternatief (VKA). Dit gaat uit van maximaal 2.764 nieuwe woningen, 200.000160.000 m² bvo nieuwe maakindustrie en 9580.000 m² (maatschappelijke) voorzieningen. De woningen komen allemaal in het deelgebied Merwehaven. In dit deelgebied is de geluidbelasting acceptabel om nieuwe woningen toe te laten. De gemeente is hier (grotendeels) eigenaar en er is een Masterplan met een sluitende grondexploitatie.

De maakindustrie komt in het gebied Galileipark en de voorzieningen komen in beide gebieden. Concreet maakt dit bestemmingsplan het volgende programma mogelijk:

6

Met opmerkingen [LK(1]: Wijzigingen n.a.v. ambtshalve wijziging 22

In het gebied Merwehaven: maximaal 2.764 woningen, aangevuld met 40.000 m² bvo voorzieningen (kleinschalige kantoren, een kleinschalige supermarkt, bedrijven t/m categorie 2 die geschikt zijn voor functiemenging, dienstverlening en horeca) en 20.000 m² maatschappelijke functies en sport. Het programma is grotendeels nu al te realiseren (Marconistrip en noordelijke helft van de pieren) en een kleiner deel (zuidelijke helft van de pieren) is pas te realiseren wanneer het stuwadoorsbedrijf aan de Gustoweg vertrokken is. Dit komt door de geluidbelasting die dit bedrijf veroorzaakt. Uiterlijk 2032 zijn de bedrijfsactiviteiten beëindigd. Alle gronden in dit gebied keren terug naar de gemeente waardoor de gemeente volledige grondpositie heeft. De bouwhoogte is maximaal 40 meter bij de blokken in de Marconistrip en maximaal 25 meter op de pieren. Op de pieren zijn onder voorwaarden hoogteaccenten tot 50 meter toegestaan;  In het gebied Galileipark: maximaal ca. 200.000160.000 m² nieuwe innovatieve maakindustrie. Aanvullend wordt hier een ondersteunend voorzieningenprogramma bestemd dat uitgaat van maximaal 35.00019.500 m² bvo nieuwe horeca, sport, cultuur en dienstverlening. Het nieuwbouwprogramma ontstaat door invulling van een aantal braakliggende kavels en herontwikkeling van kavels waar de bedrijven op korte termijn vertrekken vanwege aflopende contracten. Dit betreft ca.

de helft van het gebied. Op deze kavels is de zogenaamde milieuzonering nieuwe stijl toegepast (op grond van VNG-uitgave 2019). Dit betekent dat er concrete milieunormen zijn opgenomen voor de nieuwe bedrijven die zich daar kunnen vestigen. Vrijwel alle kavels in het Galileipark zijn in erfpacht uitgegeven aan het Havenbedrijf, die ze verhuurt of in erfpacht uitgeeft aan bedrijven. Het Havenbedrijf gaat de kavels waarop zij grip heeft zelf uitgeven en/of ontwikkelen. De maximale bouwhoogte is 25 meter. Er zijn hoogteaccenten van 40 en 70 meter toegestaan. Het bebouwingspercentage is afhankelijk van de kavelgrootte en varieert van 60% tot 100%. De andere helft van het Galileipark is in gebruik door bedrijven met een langlopend erfpachtcontract. Deze gronden zijn overwegend conserverend bestemd, dus conform de huidige situatie en/of de huuren erfpachtcontracten. In het Galileipark is in de huidige situatie ca. 40.000 m² bedrijvigheid en ca. 15.500 m² voorzieningen aanwezig. Het hierboven beschreven nieuwbouwprogramma kan in aanvulling op dit bestaande programma gerealiseerd worden. Het Marconi- en Keilekwartier zijn in dit bestemmingsplan 'conserverend' bestemd (volgens de bestaande of vergunde situatie).

Hier zijn nu nog geen nieuwe woningen mogelijk (zie voor de onderbouwing paragraaf 4.2), maar het is nadrukkelijk de wens om ook deze gebieden volgens het Ruimtelijk Raamwerk te herontwikkelen. Dit kan met toekomstige ruimtelijke procedures onder de Omgevingswet. Dit bestemmingsplan maakt wel alvast de weg vrij voor de toekomstige transformatie door deze gebieden te onttrekken aan het gezoneerde industrieterrein en de hoge, vigerende milieucategorieën naar beneden te brengen. Nieuwe zware bedrijvigheid die een beperking vormt voor de toekomstige woningbouw is daardoor niet meer mogelijk. In Hoofdstuk 4 is meer uitleg gegeven over het voorkeursalternatief, de bijbehorende afweging en de wijze waarop de andere gebieden bestemd zijn. In paragraaf 5.15 is een uitgebreide omschrijving gegeven van het toekomstperspectief.

1.3

Gekozen planopzet

Dit bestemmingsplan heeft zowel een conserverend als ontwikkelingsgericht karakter. Er zijn vier situaties te onderscheiden: 1. de gebieden Gustoweg/Van Uden, FTR en Vierhavens/Sappencluster met overwegend zware bedrijvigheid en het bedrijventerrein Gustoweg: bestemd conform de huidige erfpachtcontracten die daar lopen. Hier is mogelijke ontwikkeling pas na 2032 of nog later aan de orde. Gustoweg/Van Uden, FTR en Vierhavens/Sappencluster blijven onderdeel van het gezoneerde industrieterrein. Het bedrijventerrein Gustoweg wordt overwegend bestemd conform het huidige gebruik en maakt geen onderdeel meer uit van het gezoneerde industrieterrein. Het stuwadoorsbedrijf Van Uden (hierna: 'Van Uden') heeft een bestemming die uiterlijk 31 juli 2032 komt te vervallen en op basis daarvan mogen de huidige bedrijfsactiviteiten tot dat moment uitgevoerd worden; 2. de gebieden Marconikwartier en Keilekwartier die nu nog niet ontwikkelgericht bestemd kunnen worden, maar waar herontwikkeling naar een gemengd woon-werkmilieu in de periode t/m 2035 wel wenselijk is: bestemd conform het huidige gebruik. Deze gebieden maken geen onderdeel meer uit van het gezoneerde industrieterrein; 3.

het gebied Galileipark dat nu grotendeels ingevuld is met extensieve bedrijvigheid: bestemd conform het huidige gebruik in combinatie met een ontwikkelingsgerichte bestemming voor nieuwe maakindustrie op de braakliggende kavels en een aantal andere kavels. Ook is een aanvullend programma met onder andere horeca en dienstverlening bestemd. Dit gebied maakt geen onderdeel meer uit van het gezoneerde industrieterrein, behalve het 150 kV transformatorstation van Tennet aan de Galileistraat 13 en het aangrenzende transformatorstation van Stedin;

7

Met opmerkingen [LK(2]: Wijzigingen n.a.v. ambtshalve wijziging 22

4. het gebied Merwehaven dat in de periode t/m 2035 herontwikkeld wordt naar gemengd woonwerkgebied: hier is grotendeels een bestemming opgenomen die nu al woningbouw in combinatie met werken, een gemengd programma en maatschappelijke voorzieningen mogelijk maakt. Dit gebied maakt geen onderdeel meer uit van het gezoneerde industrieterrein. Het zuidelijk deel van de Merwepieren kan op basis van de kameleonbestemming herontwikkeld worden zodra de bedrijfsactiviteiten van Van Uden beëindigd zijn (zie 4.3.1.1). In Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op de wijze van bestemmen.

1.4

Ligging en begrenzing

De plangrens van het bestemmingsplan wordt globaal gevormd door de Speedwellstraat in het zuidoosten, de Vierhavensstraat in het noordoosten, het Marconiplein en de Schiedamseweg in het noorden, de gemeentegrens in het westen en het hart van de Nieuwe Maas in het zuiden. Het gebied wordt omsloten door de woonwijken Oud-Mathenesse, Bospolder en Schiemond, en in het oosten door het Schiedamse deel van bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse. Aan de noordoostzijde grenst het gebied aan de één kilometer lange Vierhavensstrip met daar bovenop het Dakpark. Het plangebied is ca. 207 ha groot, wat ongeveer vergelijkbaar is met de binnenstad van Rotterdam. Zie figuur 1.2.

Figuur 1.2: begrenzing van het plangebied

1.5

Geldende planologische kaders

In het gebied gelden vier beheersverordeningen, twee onherroepelijke bestemmingsplannen en drie parapluherzieningen. Binnen het gebied is ook nog sprake van één ontwerpbestemmingsplan. Zie figuur 1.3 en de toelichting daaronder.

8

Figuur 1.3: geldende kaders De nummers in figuur 1.3 verwijzen naar de volgende kaders: 1. Beheersverordening ‘Bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse’, onherroepelijk geworden op 1 januari 2014. De bestemming betreft hoofdzakelijk industrieterrein waarbinnen ook kantoorgebouwen mogelijk zijn. Er zijn geen regels met betrekking tot milieucategorieën opgenomen. 2. Beheersverordening 'Handels- en industrieterreinen Merwehavens - Vierhavens', onherroepelijk geworden op 1 januari 2014. In de beheersverordening is bepaald dat de gronden binnen het plangebied gebruikt mogen worden ten behoeve van gebouwen voor handel, nijverheid, openbaar nut en verkeer. Deze beheersverordening geldt voor vrijwel het hele M4H-gebied en is een voortzetting van het planologische regime uit 1937. 3. Bestemmingsplan ‘Transformatie Europointtorens II en III’, ontwerp. Dit bestemmingsplan onttrekt de torens aan het gezoneerde industrieterrein en maakt de woonfunctie mogelijk. 4. Beheersverordening 'Keileweg en omgeving', onherroepelijk geworden op 1 januari 2014. De gronden binnen dit gebied hebben de bestemming 'Bedrijven ' waarbinnen een grote verscheidenheid aan bedrijven is toegestaan, van (chemische) industrie tot levensmiddelenproductie. Detailhandel, horeca en zelfstandige kantoren zijn expliciet uitgesloten. 5. Bestemmingsplan ‘Ferro locatie’, onherroepelijk geworden op 21 april 2018.

Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de transformatie van de voormalige Ferrofabriek tot danceclub. Het initiatief is echter niet doorgegaan en gelet op de ontwikkelingen zal in het nieuwe bestemmingsplan hier geen danceclub meer toegestaan worden. Wel zijn lichtere horeca en evenementen mogelijk; 6. Beheersverordening ‘IJsselstraat’, onherroepelijk geworden op 1 januari 2014. Maakt bedrijven t/m categorie 2 mogelijk. 7. Bestemmingsplan ‘150 kV kabeltracé Rotterdam Centrum-Marconistraat’, onherroepelijk geworden op 14 december 2019. Opgesteld ten behoeve van een nieuwe ondergrondse 150 kV verbinding. Parapluherzieningen:  Parapluherziening parkeernormering Rotterdam, onherroepelijk 14 december 2017;  Parapluherziening terrassen, onherroepelijk 19 februari 2015;  Parapluherziening Biologische veiligheid, onherroepelijk 14 mei 2018.

9

1.6

Parapluherziening resterende geluidzone gezoneerd industrieterrein

Dit bestemmingsplan zorgt samen met het Schiedamse bestemmingsplan 'Geluidzone Havens Noordwest / Oost-Frankeland' voor een verkleining van het gezoneerde industrieterrein 'Havens Noord Oost - Frankenland'. Door de gedeeltelijke dezonering wordt de huidige geluidzone van dit industrie terrein kleiner. De geluidzone ligt voor een groot deel buiten de plangrens van dit bestemmingsplan en valt over de aangrenzende woongebieden. Om de resterende geluidzone buiten de plangrens van dit bestemmingsplan te regelen is een zogenaamde parapluherziening opgesteld. Dit is het bestemmingsplan 'Parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland' met IMROcode NL.IMRO.0599.BP1235HavensNOF-on01. Voor het Schiedamse grondgebied geldt het bestemmingsplan 'Geluidzone Havens Noordwest / Oost-Frankeland' met IMRO code NL.IMRO.0606.BP00105-on01va01.

1.7

Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 wordt het bestemmingsplan getoetst aan de verschillende beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. Met de toetsing wordt aangetoond dat de voorgenomen gebiedsontwikkeling voldoet aan de verschillende beleidskaders. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied, waarbij ook de archeologische en cultuurhistorische waarden beschreven zijn. Hoofdstuk 4 is het meest belangrijke onderdeel van de toelichting. Hierin wordt een korte beschrijving van het Ruimtelijk Raamwerk gegeven en is beschreven welk deel van het programma uit het Ruimtelijk Raamwerk bestemd wordt (het zogenaamde voorkeursalternatief/VKA uit het MER). Ook is beschreven waarom de andere gebieden nu nog niet ontwikkelgericht bestemd kunnen worden volgens het Ruimtelijk Raamwerk en op welke manier deze gebieden dan wel bestemd zijn. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de uitkomsten van de milieuonderzoeken uit het MER. De milieuonderzoeken zijn de onderbouwing voor het VKA, en tonen de milieutechnische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan. In dit hoofdstuk is ook beschreven welke maatregelen er in de toekomst genomen kunnen worden om de herontwikkeling van het Keile- en Marconikwartier mogelijk te maken. In Hoofdstuk 6 is een uitleg gegeven over de verschillende planregels van dit bestemmingsplan.

In Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 wordt uitleg gegeven over de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

1.8

Bestemmingsplan verbrede reikwijdte

Dit bestemmingsplan is aangemeld als bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van artikel 7c, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Chw). Het bestemmingsplan maakt op onderstaande wijze gebruik van de Chw:  Toepassing van een 'kameleonbestemming' (tijdelijke bestemming) bij Van Uden en op de punten van de Merwepieren;  Hogere waarden en uitgestelde hogere waarden in de planregels;  Een specifieke regeling voor piekgeluiden, anticiperend op de Omgevingswet;  Een bepaling voor een maximale binnenwaarde voor gezamenlijk geluid, anticiperend op de Omgevingswet.

10

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Vastgesteld op 11 september 2020 Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld:  ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel;  sterker en leefbaarder maken van steden en regio's;  toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Daarnaast zijn er drie afwegingsprincipes opgenomen die helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen naar tijd en plaats wordt voorkomen (een ontwikkeling mag geen negatieve effecten elders of op toekomstige generaties hebben).

2.1.1.1 Relevant beleid voor het plangebied De NOVI is een beleidsdocument dat zich kenmerkt door een hoog abstractieniveau en beleid bevat voor een aantal thema's van nationale betekenis. In de NOVI zelf is geen specifiek beleid opgenomen voor M4H, maar de herontwikkeling van een deel van M4H draagt wel in algemene zin bij aan een aantal nationale belangen. Voorbeelden zijn bevorderen van een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit en zorg dragen voor voldoende woningvoorraad. Daarnaast is er aansluiting met de drie afwegingsprincipes: er is sprake van een gemengd woon-werkgebied (principe 1), het havenkarakter blijft behouden en wordt het visitekaartje (principe 2) en de duurzaamheidsambities zijn hoog (principe 3). De herontwikkeling van M4H is wel genoemd in de Woondeal Zuidelijke Randstad, onderdeel van de uitvoeringsagenda van de NOVI. M4H is één van de locaties langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden Dordrecht) waar het belangrijk is te versnellen. Diverse projecten langs de Oude Lijn, waaronder M4H, hebben oktober 2022 rijksgelden toegekend gekregen vanuit BZK om te investeren in mobiliteit om zo woningbouwprojecten te kunnen versnellen. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 5 juni 2014 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang.

11

2.1.2.1 Relevant beleid voor het plangebied Net als de SVIR kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. 2.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)

In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. M4H ligt volledig binnen stedelijk gebied, dus alleen de behoefte hoeft onderbouwd te worden in het kader van toetsing aan de Ladder. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

2.1.3.1 Onderzoek Om de behoefte aan de nieuwe woningen, bedrijven, voorzieningen en kantoren die het Ruimtelijk Raamwerk mogelijk maakt te onderbouwen, is een onderzoek uitgevoerd door Bureau Stedelijke Planning ('Wonen en werken in M4H Rotterdam, behoefteonderzoek naar het woon-werkprogramma in Merwe-Vierhavens', juli 2020). Het onderzoek ziet op de deelgebieden Merwehaven, Marconikwartier en Keilekwartier. Zoals in paragraaf 1.1 is beschreven is vooralsnog slechts een deel van het programma uit het Ruimtelijk Raamwerk bestemd. In het deelgebied Merwehaven komen maximaal 2.764 woningen, ca. 40.000 m² bvo gemend programma (bedrijven t/m categorie 2, kleinschalige kantoren, dienstverlening en een aantal horecazaken) en ca. 20.000 m² maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast zijn er nog een aantal kavels voor zwaardere bedrijvigheid in het Galileipark die nu niet ingevuld zijn. Hier kan 200.000160.000 m² bvo nieuwe bedrijvigheid ontstaan, aangevuld met 35.00019.500 m² ondersteunende voorzieningen. De behoefte aan het programma in Merwehaven en de in te vullen kavels in het Galileipark wordt in deze paragraaf aangetoond. In de rest van het gebied is de feitelijke situatie bestemd. Hiervoor is vanzelfsprekend geen onderbouwing van de behoefte nodig. Wel wordt een doorkijk gegeven aan het in de toekomst nog te realiseren programma in M4H en de behoefte daaraan.

2.1.3.2 Nieuwe woningen Dit bestemmingsplan maakt in het deelgebied Merwehaven maximaal 2.764 nieuwe woningen mogelijk. Behoefte In algemene zin is er in Rotterdam grote behoefte aan nieuwe woningen. Het aantal huishoudens stijgt met ca. 27.000 in de periode tot 2035, terwijl de bouwproductie achter blijft en het aanbod in de woningvoorraad niet goed aansluit bij de behoefte. De Rotterdamse harde plancapaciteit in deze periode bedraagt ca. 11.800 nieuwe woningen. De zachte plancapaciteit is groter, maar niet concreet en met onduidelijke realisatietermijn. De Rotterdamse Woonvisie gaat uit van een toename van 31.100 zelfstandige woningen in de periode tot 2030. Het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam' gaat uit van een toename van 30.000 woningen in deze periode. De behoefte aan nieuwe woningen kan onderverdeeld worden naar type woonmilieu. De behoefte verschilt per doelgroep, waarbij onder andere leeftijd en samenstelling van het huishouden een rol speelt. Het onderzoek van BSP wijst uit dat er in heel Rotterdam in de periode tot 2035 een totale behoefte is van ca. 12.000 tot 14.000 nieuwe woningen in het type woonmilieu 'stedelijk woonwerkmilieu'. In het onderzoek is rekening gehouden met andere concrete Rotterdamse projecten die ook uitgaan van dit type woonmilieu. Wanneer rekening gehouden wordt met deze geplande projecten, resteert een behoefte van ca.

5.970 tot 8.230 woningen in stedelijke woon-werkmilieus in Rotterdam.

12

Met opmerkingen [LK(3]: Wijzigingen n.a.v. ambtshalve wijziging 22

Toekomstige behoefte Uit het bovenstaande blijkt dat er ook ruimschoots behoefte is aan de maximaal 2.764 woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Er is ook behoefte aan de ca. maximaal 4.300 woningen die in de volgende fasen van de gebiedsontwikkeling in het Keile- en Marconikwartier gerealiseerd kunnen worden. 2.1.3.3 Nieuwe bedrijven Planologisch gezien maakt dit bestemmingsplan geen nieuwe bedrijfsfuncties mogelijk. Op basis van de beheersverordeningen die vóór dit bestemmingsplan golden is namelijk al een enorm programma bedrijvigheid mogelijk, met nauwelijks restricties ten aanzien van milieucategorie of bouwhoogte. In die zin zorgt dit bestemmingsplan voor een afname aan planologische mogelijkheden, omdat het gebied Merwehaven bestemd wordt voor overwegend woningbouw en omdat in het Keilekwartier en Marconikwartier de maximale milieucategorie wordt verlaagd. Bovendien zijn nu regels opgenomen voor bouwhoogte, bebouwingspercentage etc. Een toets aan de Ladder is formeel niet aan de orde omdat dit bestemmingsplan geen nieuwe planologische ruimte biedt voor bedrijvigheid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel gekeken naar de behoefte aan nieuwe bedrijvigheid.

Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de bedrijven t/m categorie 2 die in het woon-werkmilieu Merwehaven ontstaan en de bedrijven uit een hogere categorie (afgestemd op de toekomstige woningbouw) die in het Galileipark op de nu niet ingevulde kavels kunnen ontstaan. Uit het onderzoek van BSP is gebleken dat op basis van een confrontatie van de verwachte vraag, het huidige aanbod, de plancapaciteit en regionale concurrentieanalyse sprake is van een behoefte aan bedrijfsruimte in woon-werkgebieden in heel Rotterdam van in totaal ca. 43.000 en 88.000 m². Dit is door BSP vertaald naar een advies voor een kansrijke programmamix en doelgroepen voor M4H. In het onderzoeksrapport wordt geadviseerd om 75.000 m² aan nieuwe ruimte voor bedrijvigheid in de vorm van creatieve/innovatieve maakindustrie in gemengde woon-werkgebieden voor M4H te bieden, naast de bestaande ca. 100.000 m² andersoortige bedrijvigheid die al in het gebied aanwezig is. Behoefte woon-werkmilieu Merwehaven In het deelgebied Merwehaven wordt een gemengd programma van 40.000 m² bvo mogelijk gemaakt. Binnen het gemengde programma zijn onder andere kleinschalige bedrijven t/m 2 milieucategorie mogelijk. Verwacht wordt dat ca. 1/3 van dit programma uit bedrijvigheid zal bestaan. De behoefte aan de bedrijvigheid in het deelgebied Merwepieren volgt uit het onderzoek van BSP.

Hier is een behoefte van 15.000 m² geraamd, in de sectoren creatief en ambachtelijk en Media & ICT. Zie ook de uitleg verderop in deze paragraaf. De behoefte is daarmee aangetoond. Toekomstige behoefte Keile- en Marconikwartier Het Ruimtelijk Raamwerk gaat uit van een groot programma aan nieuwe bedrijvigheid in een gemengd woon-werkmilieu. Het MER heeft uitgewezen dat het nu nog niet mogelijk is om in alle delen van het gebied woningen te realiseren. In de toekomst kan dat wel, als de geluidbelasting is gedaald door het treffen van diverse maatregelen en er stedenbouwkundige kaders zijn bepaald. Doordat de woningen nog niet gerealiseerd kunnen worden is ook de beoogde bedrijvigheid in een gemengd woon-werkmilieu nu niet bestemd. Het is namelijk niet wenselijk dat hier solitaire, nieuwe bedrijven komen. Zodra de woningen gerealiseerd kunnen worden kan ook het woon-werkmilieu ontstaan. Over de behoefte aan bedrijvigheid in het toekomstige woon-werkmilieu het volgende. Behoefte Galileipark De nu niet bebouwde kavels in het Galileipark (o.a. voormalige Eon-terrein en gesaneerde kavel naast de Ferrofabriek) zijn op grond van het Ruimtelijk Raamwerk bedoeld voor maakindustrie die in het hart van het gebied vergelijkbaar is tot maximaal categorie 4.2-bedrijvigheid. Aan de randen is de toegestane bedrijvigheid vergelijkbaar met categorie 3.1.

De nu niet ingevulde kavels waar deze bedrijvigheid op grond van het bestemmingsplan gerealiseerd kan worden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ca. 6 ha. Hier wordt per kavel een bepaalde hoeveelheid nieuwe bebouwing toegestaan, wat neerkomt op een totaal van ca. 200.000160.000 m² bvo nieuw bedrijfsvloeroppervlak.

13

Met opmerkingen [LK(4]: Wijzigingen n.a.v. ambtshalve wijziging 22

Het deelgebied Galileipark is geen onderdeel van het behoefteonderzoek van BSP. Het BSP onderzoek richt zich op bedrijven die zich kunnen verhouden tot woningbouw (mixen wonen en werken). Daarom wordt voor dit deelgebied gekeken naar de Nota Bedrijfsruimte Rotterdam, vastgesteld in 2019. In de Nota is beschreven dat de vraag naar ruimte op bedrijventerreinen nog tot 2035 zal groeien en dat er naar verwachtingen tekorten zullen optreden. In totaal zal er tot aan deze periode behoefte zijn aan 109 ha. nieuw bedrijventerrein. Daarnaast is er behoefte om 64 ha. bestaand bedrijventerrein te transformeren omdat het niet meer courant is. Het harde planaanbod voor nieuw bedrijventerrein is 40 ha. De vraag overstijgt het geplande aanbod daarmee ruimschoots. De 109 ha. nieuw bedrijventerrein waar behoefte aan is, is uitgesplitst in verschillende werkmilieus (segmenten). De behoefte aan logistieke (48 ha.), industriële (15 ha.) en agrologistieke (14 ha.) is het grootst. Maar ook naar hoogwaardige, klassiek-kleinschalige en een woon-werkmilieu is grote vraag. De nu niet ingevulde kavels in het Galileipark zijn aan te merken als 'hoogwaardig werkmilieu', 'industrieel werkmilieu' en 'campus milieu'. De vraag naar deze werkmilieus is respectievelijk 5, 15 en 4 ha. De nog in te vullen bedrijfskavels binnen het plangebied voorzien dus in een behoefte.

FTR-locatie Op de FTR-locatie is op korte termijn de realisatie van op- en overslag van fruit voorzien. Nu is er tijdelijk een andere functie aanwezig. Hoewel er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (er is immers geen sprake van een toename van planologische mogelijkheden ten opzichte van de beheersverordening) is een behoefteonderzoek uitgevoerd door Buck Consultants International (zie bijlage 7 Kenmerk PM). Hieruit blijkt onder andere dat er in de regio behoefte is aan deze bedrijvigheid. Uit het onderzoek blijkt ook de specifieke kenmerken van de FTR-locatie, zoals voldoende diepgang en kaderuimte, de locatie zeer geschikt maken voor de op- en overslag van fruit.

2.1.3.4 Nieuwe kantoren Nieuwe kantoren zijn op basis van dit bestemmingsplan mogelijk binnen het deelgebied Merwehaven Hier gaat het om kleinschalige kantoren als onderdeel van het gemengde programma van 40.000 m² bvo. Verwacht wordt dat ca. 1/3 van dit programma uitgevoerd wordt als kantoorruimte. De kantoren zijn gemaximeerd op 1.000 m² bvo per vestiging. Daarnaast kunnen in het Galileipark nog bedrijfsgebonden en havenkantoren gerealiseerd worden. Bedrijfsgebonden kantoren mogen maximaal 50% van het totale bvo van een bedrijf innemen. Bedrijfsgebonden en havenkantoren blijven in deze paragraaf verder buiten beschouwing omdat deze altijd onderdeel zijn van een bedrijf en de behoefte hieraan in paragraaf 2.1.3.3 aangetoond is. Behoefte woon-werkmilieu Merwehaven De nieuwe kantoorfuncties die in M4H mogelijk gemaakt worden hebben een sterke samenhang met de creatieve maakindustrie die in het gebied gaat komen. Het gaat om kantoren ten behoeve van 'digitale' maakindustrie zoals ICT-bedrijven en reguliere kantoren, zoals architectenbureaus. Bij dit type bedrijven is de trend dat kantoor en bedrijf samengaan (hybride werkvloeren). Daarnaast ontstaat synergie tussen de digitale en de 'fysieke' maakindustrie door innovatie en efficiëntere productieprocessen.

De digitale maakindustrie heeft in toenemende mate een voorkeur voor gemengde gebieden die goed bereikbaar zijn met het OV, in plaats monofunctionele kantoorlocaties aan de randen van de stad. BSP heeft de Rotterdamse behoefte aan nieuwe kantoorfuncties voor de digitale maakindustrie in gemengde woon-werkgebieden geraamd op ca. 54.500 tot 144.500 m². Dit is vertaald naar een advies voor een kansrijke programmamix en doelgroepen voor M4H. In het onderzoeksrapport wordt geadviseerd ca. 30.000 m² kantoorfuncties in Merwehaven te programmeren. Hieruit volgt dat er ruimschoots behoefte is aan de kantoren uit het gemengde programma. Behoefte Galileipark In het Galileipark zijn geen nieuwe zelfstandige kantoren toegestaan, ook geen kleinschalige. Hier zijn alleen bedrijfs- en havengebonden kantoren toegestaan. Bedrijfsgebonden kantoren zijn onderdeel van een bedrijf, de behoefte hieraan volgt uit de behoefte aan bedrijvigheid. Voor havengebonden kantoren is geen kwantitatieve visie om de behoefte te onderbouwen. In algemene zin kan gesteld worden dat er een bepaalde behoefte aan zal zijn omdat het Galileipark in een omgeving ligt met watergebonden bedrijventerrein. Toekomstige behoefte

14

Met opmerkingen [LK(5]: Wijziging n.a.v. ambtshalve wijziging 19

Voor de overige deelgebieden wordt in het onderzoeksrapport geadviseerd om tot 2035 in M4H 85.000 m² aan nieuwe kantoorruimte te accommoderen, waarvan ca. 30.000 m² in het Keilekwartier en ca. 25.000 m² in het Marconikwartier. 2.1.3.5 Nieuwe maatschappelijke voorzieningen en sportvoorzieningen In Merwehaven wordt 20.000 m² bvo maatschappelijke functies en sport mogelijk gemaakt. Behoefte Merwehaven In samenwerking met het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Rotterdam is onderzoek gedaan naar de behoefte aan nieuwe maatschappelijke voorzieningen in M4H. Het belangrijkste instrument om de behoefte te berekenen is de rekentool 'Referentiewaarden Maatschappelijke Voorzieningen', vastgesteld door B&W. De tool berekent hoeveel ruimte voor voorzieningen aangehouden moet worden bij woningbouwontwikkelingen. Het gaat hierbij om voorzieningen als scholen, kinderdagverblijven, sport, recreatie, welzijn, opvang, gezondheidszorg en cultuur. In dit model wordt gerekend met de gemiddelde Rotterdamse woningbezetting en leeftijdsopbouw. Voor het berekenen van de behoefte is ook nadrukkelijk naar de bestaande voorzieningen omliggende wijken. Uit het onderzoek en de rekentool blijkt dat er in ieder geval behoefte is aan:  basisonderwijs + gymzaal en kinderopvang.

Dit betreft een verplaatsing van een bestaande basisschool in Delfshaven;  een nieuwe locatie nodig voor voortgezet onderwijs, waar M4H een zeer geschikte plek voor biedt;  zorgvoorzieningen;  een buurtvoorziening voor ontmoeten en het organiseren van activiteiten;  welzijnsfuncties. De bijbehorende metrages zijn weergeven in tabel 2.1 Functie Onderwijs

m² bvo 1 Basisschool

1815

1 Gymzaal

550

1 Buitenruimte school

600

BSO + KDV

1100

1 Voortgezet onderwijs

5000

Sport

Ongeorganiseerde sport waaronder urban sports

2500

Welzijn en gezondheid

Huisarts

769

Apotheek

125

Wijkteam, vraagwijzer, centrum 450 voor jeugd en gezin Culturele voorzieningen

Stedelijk

1640

Gebied

564

Totaal

15 113

Tabel 2.1: maatschappelijke functies en metrages De berekende behoefte is ca. 15.000 m² bvo. In het bestemmingsplan is er voor gekozen 20.000 m² bvo mogelijk te maken om enige flexibiliteit te bieden, bijvoorbeeld in geval van een groeiende behoefte vanuit omliggende gebieden.

15

2.1.3.6 Nieuwe detailhandel Dit bestemmingsplan maakt een nieuwe supermarkt van maximaal 395 m² w.v.o. mogelijk in deelgebied Merwehaven. In paragraaf 2.3.4.1 is de marktruimte hiervoor onderzocht. De behoefte is daarmee aangetoond.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Vastgesteld op 20 januari 2019 door Provinciale Staten van Zuid-Holland, in werking getreden op 1 april 2019 Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het Programma Ruimte en het Programma Mobiliteit. De provincie zet in op een groenblauwe structuur als samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes met land- en waterroutes die stad en land met elkaar verbinden. Opgave daarbij is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Zes richtinggevende ambities zijn daarbij relevant: 1. klimaatbestendige delta; 2. een nieuwe, circulaire economie; 3. een levendige meerkernige metropool; 4. energievernieuwing, geen fossiele brandstoffen meer; 5. bereikbare provincie, geen files; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het Omgevingsbeleid krijgt vorm via een opgave gerichte aanpak.

Vanuit maatschappelijke opgaven wordt er, samen met belanghebbenden, bepaald welke onderdelen van het omgevingsbeleid worden toegepast. Op deze wijze wordt er een uitnodigend perspectief geboden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De ambities geven vorm aan de volgende provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit': 1. Landschap en cultuurhistorie: beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. 2. Gezondheid en veiligheid: zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; 3. Natuur en recreatie: behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; 4. Ruimte en verstedelijking: zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; 5. Wonen: bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; 6. Bodem en ondergrond: zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; 7.

Cultuurparticipatie en bibliotheken: ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken; 8. Klimaatadaptatie: bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; 9. Zoetwater en drinkwater: duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; 10. Bereikbaarheid: bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; 11. Regionale economie: versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; 12. Energievoorziening: bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen.

16

Het bovenstaande heeft betrekking op de fysieke leefomgeving in brede zin en anticipeert op de inwerkingtreding van de omgevingswet. Voor bestemmingsplannen is afdeling 6.2 van de omgevingsverordening (OV) relevant. De inhoud van deze afdeling is gelijk aan die van de Verordening Ruimte 2014, de voorloper van de Omgevingsverordening. 2.2.1.1 Relevant beleid voor het plangebied 2.2.1.1.1 Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen In lid 1 is bepaald dat de toelichting van het bestemmingsplan ingaat op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Zie hiervoor paragraaf 2.1.3; In lid 2 is bepaald dat een bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. Op dit moment geldt het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam' uit 2019 nog. Dit akkoord gaat uit van een afname van ca. 17.000 sociale woningen in de gemeente Rotterdam en een afname van ca. 19.000 sociale huurwoningen in de hele regio. Begin 2023 is het regioakkoord geactualiseerd en ondertekend door 14 gemeenten en 22 woningbouwcorporaties. De provincie beoordeeld momenteel of het akkoord aanvaard kan worden.

In het nieuwe akkoord is vastgelegd dat er in de deelnemende gemeenten ca. 100.000 nieuwe woningen gebouwd moeten worden in de periode t/m 2030, waarvan 28.000 sociaal. Voor het aandeel sociale huurwoningen wat per woningbouwproject moet worden gerealiseerd geldt het Rotterdamse coalitieakkoord 2022-2026. Tot 2025 is dit 20% van het te realiseren aantal woningen, vanaf 2026 is dit 25%. Er bestaat in Rotterdam geen doelgroepenverordening voor sociale huurwoningen en om die reden kan het aandeel sociale huurwoningen niet vastgelegd worden in het bestemmingsplan. Dat is gezien de verschuiving van 20 naar 25% vanaf 2026 ook niet wenselijk. Er wordt privaatrechtelijk gestuurd op deze percentages via Nota's van Uitgangspunten, tenderprocedures en masterplannen die gekoppeld zijn aan de uitgifte van gronden voor woningbouw. Voor Merwehaven wordt nu uitgegaan van 20% sociale huurwoningen, wat neerkomt op circa 540 woningen. Daarnaast wordt 40% van het totaal aantal woningen gerealiseerd in het segment 'middelduur', waarmee het aantal betaalbare woningen op ca. 1.600 komt. In artikel 6.10a lid 1 is bepaald dat een bestemmingsplan rekening houdt met een zo hoog mogelijke woningdichtheid. In dit bestemmingsplan is een afweging gemaakt tussen de mate van verstedelijking en het woon- en leefklimaat.

Door een relatief hoge bovengrens voor geluid te kiezen (70 dB cumulatief) kan er een substantieel aantal woningen gerealiseerd worden. Maatregelen zorgen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie ook paragraaf 5.3. In artikel 6.10a lid 2 is bepaald dat een bestemmingsplan mogelijkheden biedt voor gevarieerde woningbouw. Dit bestemmingsplan bevat geen regels voor type woningen of grootte van woningen. Hiermee vormt het geen beperking voor een gevarieerd woningaanbod. In masterplannen, Nota's van Uitgangspunten, tenderprocedures en stedenbouwkundige plannen wordt de uiteindelijke uitwerking vastgelegd. In artikel 6.10b lid 1 is bepaald dat een bestemmingsplan rekening houdt met een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per sociale huurwoning, tenzij de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Dit laatste is het geval. Voor de Merwehavens en Galileiapark is in het bestemmingsplan eigen parkeerbeleid geformuleerd. Zie ook paragraaf 6.2.1 voor een uitleg over de parkeerregeling. In artikel 6.10d is bepaald dat een bestemmingsplan rekening houdt met de gevolgen voor de bereikbaarheid. Hiernaar is uitgebreid onderzoek gedaan, zie paragraaf 5.2. In artikel 6.10h is bepaald dat een bestemmingsplan rekening houdt met kansen voor biodiversiteit. Zie hiervoor paragraaf 5.12 en 5.13.

17

2.2.1.1.2 Artikel 6.11 Kantoren De OV bevat regels voor ontwikkelingen die uitgaan van nieuwe kantoorfuncties. Zo zijn nieuwe kantoorfuncties alleen toegestaan wanneer ze zijn aangeduid op de bij de OV horende kaart ten aanzien van kantoorlocaties. Er is echter een aantal uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld voor kleine zelfstandige kantoren met een b.v.o. van ten hoogste 1.000 m² per vestiging, kantoren met een lokaal verzorgingsgebied, bedrijfsgebonden kantoren met een b.v.o. dat minder bedraagt dan 50% van het totale bedrijfsoppervlak en functiegebonden kantoren bij een haven. Ook wordt uitzondering gemaakt voor nieuwe kantoren die in overeenstemming zijn met een door de provincie aanvaarde regionale kantoorvisie. Toetsing Binnen het gemengde programma van de Merwehaven is 40.000 m² bvo mogelijk, waaronder kleinschalige kantoren. Aangenomen wordt dat maximaal 1/3 van dit programma uitgevoerd wordt als kantoor. Deze mogen niet groter dan 1.000 m² per vestiging. Zie ook paragraaf 2.1.3.4. Daarnaast zijn nieuwe bedrijfsgebonden (niet-zelfstandige) kantoren en havenkantoren mogelijk in het deelgebied Galileipark. Voor dit type kantoren is bepaald dat b.v.o. niet groter mag zijn dan 50% van het totale bvo bedrijfsvloeroppervlak. De OV staat havengebonden kantoren algemeen toe, zonder maximum percentage of metrage.

De zelfstandige kantoren die in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt zijn betreffen allemaal bestaande kantoren. De behoefte aan zelfstandige kantoren, zowel binnen Rotterdam als de regio, is vastgelegd in de Strategie Werklocaties 2019-2030 van de MRDH. Deze regionale visie is in 2018 aan Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie aangeboden en op 21 mei 2019 heeft GS aangegeven de visie te aanvaarden. In de visie en het aanvaardingsbesluit staan de verschillende kantoorlocaties en bijbehorende metrages aangegeven. Voor M4H (in de visie 'Marconiplein/Stadshavens RMO' genoemd) is beschreven dat er per 2022 een plancapaciteit van 65.000 m² aan nieuwe kantoormeters is toegestaan voor het bedienen van de marktvraag tot 2030. Overigens is een beperkt aantal kleinschalige kantoren met een maximum van 1.000 m² per vestiging ook toegestaan indien ze niet opgenomen zijn in een actuele regionale visie die is aanvaard door gedeputeerde staten. De planologische mogelijkheden voor nieuwe zelfstandige kantoren zijn daarmee in lijn met artikel 6.11 van de OV. Dit geld ook voor de planologische mogelijkheden voor bedrijfsgebonden kantoren aangezien deze zijn gemaximeerd op 50% van het bvo bedrijfsvloeroppervlak. 2.2.1.1.3 Artikel 6.12 Bedrijven In artikel 6.12 zijn de regels voor bedrijventerreinen beschreven. Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende regels relevant. 1.

een bestemmingsplan voor een bedrijventerrein laat een zo hoog mogelijke milieucategorie toe, waarbij rekening wordt gehouden met de omgeving en toekomstige ontwikkelingen in de omgeving (op grond van een onherroepelijk bestemmingsplan of het Programma ruimte); 2. een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe; 3. een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein met hogere milieucategorieën (HMC-bedrijventerrein) of watergebonden bedrijvigheid kan gehele of gedeeltelijke transformatie naar andere bestemmingen mogelijk maken. Hiervoor is compensatie in de regio nodig, tenzij:  het een bestaand niet-watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare betreft; of  regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Bedrijventerreinen en Strategie Over het onderwerp bedrijventerreinen heeft de provincie in september 2020 aanvullend beleid vastgesteld: 'Bedrijventerreinen en Strategie'. Het beleid is in 2021 opgenomen in de Omgevingsverordening.

Dit beleid bevat een nuancering op de hierboven genoemde compensatie als een HMC- of watergebonden bedrijventerrein transformeert omdat de regeling haar doel soms voorbij schiet. Het gaat uit van een andere manier van compenseren, waarbij primair wordt ingezet op beter benutten, herstructureren en het verbeteren van de kwalitatieve (toekomst)potentie van bestaande bedrijventerreinen. In de huidige compensatieregeling ligt de nadruk met name op uitleglocaties terwijl juist het streven is om eerst de bestaande voorraad beter te benutten. Compensatie van vierkante meters bedrijventerrein op basis van huidig gebruik in plaats van planologische mogelijkheden kan

18

worden toegestaan mits vraag en aanbod van bedrijventerreinen regionaal in balans blijven en dit is opgenomen in een door Gedeputeerde Staten aanvaarde of vastgestelde regionale bedrijventerreinenvisie. Verder is beschreven dat niet-bedrijfsfuncties die op een bedrijventerrein aanwezig zijn niet langer gecompenseerd hoeven te worden. Ook is er in het beleid een definitie opgenomen voor een watergebonden bedrijventerrein: 'een (deel van een) bedrijventerrein dat aan vaarwater ligt met vaarklasse II of hoger met een haven, kade, drijvende laad-losinstallatie of scheepshelling of -dok, beperkt tot de aan de laad- en losvoorziening liggende kavel'. Het doel van compensatie is om voldoende ruimte voor hogere milieucategorieën/ milieuzones en watergebonden bedrijvigheid te behouden zodat vraag en aanbod kwantitatief en kwalitatief in balans blijven. Compensatie kan daarom achterwege worden gelaten als er voldoende bedrijventerreinen in de regio beschikbaar blijven, gelet op de kwantitatieve en kwalitatieve vraag. Als een gemeente dit voldoende kan onderbouwen met actuele bestuurlijke afstemming in de regio en op basis van de behoefteramingen van de provincie Zuid-Holland, dan kan GS besluiten om van compensatie af te zien. Hierbij moet worden uitgegaan van de cijfers uit de behoefteramingen van de provincie Zuid-Holland.

Compensatie gebeurt bij voorkeur door middel van het beter benutten van de bestaande voorraad. Toetsing Met de provincie is afgestemd dat getoetst wordt aan het nieuwe beleid over compensatie, mits er op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een door GS aanvaarde regionale bedrijventerreinvisie is. Dat is niet het geval. De visie is wel aangeboden maar nog niet aanvaard. Met de provincie is daarom afgesproken dat in het ontwerpbestemmingsplan zowel getoetst wordt aan het beleid over feitelijke compensatie als het beleid over planologische compensatie. Tussen ontwerp en vaststelling zal de onderbouwing aangepast worden op de dan geldende situatie. Toetsing feitelijke compensatie Voor deze toetsing gelden een aantal uitgangspunten:  op kaart 20 die bij artikel 6.12 hoort is M4H deels aangeduid 'bedrijventerrein' (Galileipark, bedrijventerrein Gustoweg, Marconikwartier-zuid en Keilekwartier-oost) en deels aangeduid als 'watergebonden bedrijventerrein' (Van Uden, FTR, Sappencluster, Keilekwartier-west en Merwehaven). Hierbij wordt opgemerkt dat Keilekwartier-west niet voldoet aan de provinciale definitie van een watergebonden bedrijventerrein. Er zijn namelijk geen kades, laad-losinstallaties of scheepshellingen aanwezig;  Om gebruik te maken van het nieuwe beleid is een door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale bedrijventerreinvisie noodzakelijk.

De nieuwe Strategie Werklocaties MRDH is op het moment van terinzagelegging van dit bestemmingsplan inhoudelijk gereed, maar nog aan GS aangeboden ter aanvaarding. Met de provincie is afgesproken dat geanticipeerd kan worden op de toekomstige aanvaarding. Dit zal naar verwachting eind 2022 gebeuren. Over de inhoud van de Strategie het volgende. M4H valt op basis van de Strategie onder de noemer 'regulier bedrijventerrein' (rechter Maasoever). Het aanbod van dit type bedrijventerrein is gelijk aan de vraag, zowel in het hoge als het lage vraagscenario. Als daar de bestaande zachte planvoorraad bij opgeteld wordt is er een overschot van ca. 90 ha. Het aanbod 'gemengd stedelijk', waarnaar M4H moet transformeren, loopt daarentegen achter bij de vraag naar dit type bedrijventerrein;  In een groot deel van het plangebied gold een beheersverordening uit 1937 waarin geen maximale milieucategorie was opgenomen. Dit was het planologische kader toen er nog zeer zware bedrijvigheid in het gebied aanwezig was, denk aan de gasfabriek en stukgoedoverslag die veel hinder veroorzaakten. Ook in het andere deel geldt een beheersverordening die overwegend zware bedrijvigheid toestaat. Een groot deel van de zware bedrijvigheid is uit het gebied vertrokken en ook niet langer gewenst, gezien de ligging in dichtbevolkt stedelijk gebied.

Een deel van de nog aanwezige bedrijven valt nog wel in de hogere milieucategorieën (HMC);  Ongeveer de helft van het M4H-gebied is nu in gebruik als HMC en/of watergebonden bedrijventerrein en dit blijft zo tot ongeveer 2035. Dit zijn het Sappencluster, Van Uden en FTR/AVR (watergebonden en HMC) en Galileipark (HMC). Deze gebieden zijn ook conform het HMC en/of watergebonden gebruik bestemd (zie ook onderstaande uitleg). Voor deze gebieden geldt geen compensatieplicht omdat ze niet transformeren en de bestemming is in lijn met artikel 6.12;  Naast bovengenoemde gebieden is er alleen bij het gebied Merwehaven sprake van watergebonden bedrijventerrein. De gronden Keilehaven aan de Keilehaven liggen al lange tijd braak en hebben geen kade, laad-losinstallatie of scheepshelling. Het bedrijf aan in de oksel Benjamin Franklinstraat-Keilestraat aan de Keilehaven heeft wel een kade. Hier is dezelfde bestemming opgenomen als bij het Sappencluster waardoor HMC/watergebonden bestemd is;

19

Op diverse kavels in het toekomstig te transformeren Keile- en Marconikwartier komen al dan niet tijdelijke andere functies voor dan bedrijven. Het gaat om de vijf Europoint-gebouwen en bijbehorende parkeergarage (woningen, kantoor, bedrijfsverzamelgebouw), een bouwmarkt, een woonwarenhuis, AVL (kunst en cultuur), de Citrusveiling (conferentieruimte), drie zalencentra, een dependance van hogeschool InHolland, een architectenkantoor, een opleidingscentrum, diverse horecagelegenheden, Katoenveem (nu leegstand) en de voedseltuin op de gedempte Keilehaven. Op grond van het aanvullende beleid geldt voor deze kavels geen compensatieplicht. Deze kavels worden bestemd conform het huidige gebruik en/of de huidige erfpachtcontracten;  Op de overige kavels in het Keile- en Marconikwartier is wel bedrijvigheid aanwezig. Deze valt overwegend in categorie 2 en het gaat met name om kleinschalige bedrijven die gevestigd zijn in bedrijfsverzamelgebouwen zoals het Keilepand, de Keilewerven en het SPEK Design Dock;  Het bedrijventerrein aan de Gustoweg is grotendeels in gebruik als bedrijventerrein, hier komen slechts enkele andere functies voor. De kavels en bebouwing zijn kleinschalig en de meeste bedrijven vallen in categorie 2. Dit bedrijventerrein zal in de periode t/m 2035 als zodanig in gebruik blijven.

Braakliggende terreinen Braakliggende terrein en leegstaande gebouwen hoeven niet gecompenseerd te worden mits er een leegstand is van 10 jaar of langer. In M4H komen braakliggende terreinen in de context van compensatie voor op de Marconistrip en in het Keilekwartier. Figuur 2.1 is een luchtfoto van het gebied in 2013. Te zien is dat de rood aangeduide gronden toen al braak liggen of een tijdelijke invulling hebben.  Het rangeerterrein in de Marconistrip was in 2013 al enige tijd opgebroken. In het westelijk deel van het gebied staan alleen nog een paar loodsen, deze blijven overwegend behouden en hier worden bedrijven t/m categorie 2 toegestaan. Er is nu kleinschalige bedrijvigheid aanwezig, onder andere creatieve, ambachtelijke bedrijven, opslag/overslag en een ontwerpbureau. In het oostelijk deel is een tijdelijke voedseltuin met horeca aanwezig;  In het Keilekwartier liggen gronden braak aan weerszijden van de Keilehaven en ter plaatse van het gedempte deel van de haven. Een deel van gronden aan de noordzijde van de Keilehaven is de afgelopen jaren tijdelijk nog als opslagterrein gebruikt, zonder bebouwing. In het oostelijk deel zijn de gronden tijdelijk in gebruik als voedseltuin en horeca;  de kelderbak op de lange Merwepier. De gronden liggen om meerdere redenen braak.

Belangrijkste reden is dat het gebied de afgelopen jaren minder geschikt is geworden voor zware en watergebonden bedrijvigheid, vanwege de schaalvergroting en vanwege de milieuhinder voor het omliggende woongebied. Zie ook hieronder bij 'transformatie en compensatie'. Maar ook beleidsmatig wordt al sinds 2011 ingezet op transformatie naar woon-werkgebied. Braakliggende gronden zijn daar uitgegeven voor tijdelijke functies die geen milieuhinder veroorzaken en er is niet actief gewerkt aan een invulling met zware bedrijvigheid.

20

Figuur 2.1: situatie 2013 met braakliggende terreinen (rood aangeduid) 1. Milieucategorie Circa de helft van het gebied (Van Uden, Sappencluster, FTR en Galileipark) blijft beschikbaar voor de hogere milieucategorieën, waarbij de categorie is afgestemd op de activiteiten van de zittende bedrijven. Ter plaatse van het bedrijf Van Uden is t/m categorie 5.3 toegestaan, in het Sappencluster t/m 5.1, bij FTR 4.25.3, bij AVR 4.1 en in het hart van het Galileipark wordt ruimte aan bedrijvigheid geboden die vergelijkbaar is met milieucategorie 4.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c25f40de-c300-4a30-a828-68c9ee5438b0