[24bb005844] Bijlage 12 behorende bij 24bb005840 - Oplegnotitie geluid M4H dd 23-8
Tekst van het document
RAPPORT Oplegnotitie geluid MER M4H Klant:
Gemeente Rotterdam
Referentie: BG9314-MI-RP-240228-1452 Status:
Definitief/2
Datum:
19 augustus 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure
Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Oplegnotitie geluid Sub titel: MER M4H Referentie: BG9314-MI-RP-240228-1452 Uw kenmerk Status: Definitief/2 Datum: 19 augustus 2024 Projectnaam: M4H Projectnummer: BG9314 Auteur(s): Royal HaskoningDHV
Classificatie Projectgerelateerd
Disclaimer Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
2
Projectgerelateerd
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
3
Projectgerelateerd
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
2
Wijzigingen industrielawaai
6
2.1
Inleiding
6
2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4
Dezonering Schiedamse deel Aanpassing locatie Tennet/Stedin Vergunningsaanvraag van Uden Vergunningsaanvraag Hiwa
7 7 10 11
2.2
Wijziging Galileipark
12
3
Vergelijking effecten t.o.v. beoordeling MER
13
3.1
Methodiek effectbeoordeling
13
3.2
Bestaande (gedezoneerde) woningen
13
3.3
Ontwikkellocaties
16
4
Te wijzigen geluidzone industrieterrein HNOF
18
4.1
Te wijzigen geluidzone
18
4.2
Aanpassing zone-immissiepunten
21
5
Piekgeluiden Van Uden en Acces World
23
5.1
Situatie
23
5.2
Analogie met Crisis en herstelwet.
24
6
Regeling laagfrequent geluid
26
6.1
Inleiding
26
6.2
Uitgangspunten
27
6.3
Resultaten
28
6.4
Beschouwing en maatregelen
29
6.5
Bouwregels in bestemmingsplan
30
7
Uitbreiding warmtestation Uniper
33
7.1
Inleiding
33
7.2
Uitgangspunten toetsingskader
35
7.3
Maatregelen
38
7.4
Resultaten
39
7.5
Voorstel aanpassing maatwerkvoorschrift
40
8
Notitie gehinderden
42
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
4
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Bij het ontwerpbestemmingsplan Merwe-vierhavens is een planMER gevoegd. Onderdeel van het planMER is een bijlagenrapport met daarin een akoestisch onderzoek van ons bureau d.d. 3 maart 2023, kenmerk BG9314-MI-RP-221110-1552. In de fase van een ontwerpbestemmingsplan naar een vastgesteld bestemmingsplan is aanvullend geluidonderzoek uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn verwerkt in dit geluidrapport, dat nadrukkelijk beschouwd moet worden als aanvulling op het onderzoek van 3 maart 2023. Beide rapporten maken daarom onderdeel uit van de bijlagen bij het vastgestelde bestemmingsplan.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
5
Projectgerelateerd
2
Wijzigingen industrielawaai
2.1
Inleiding
De cumulatieve geluidbelasting wordt gevormd door de bijdragen van diverse bronnen. Ten opzichte van het akoestisch onderzoek M4H (verder Ako M4H) zijn de bijdragen van de volgende bronnen gewijzigd: • Gezoneerde industrieterrein Havens Noordwest en Oost-Frankenland (HNOF) o Dezonering van het Schiedamse deel van het industrieterrein; o Aanpassing locatie Tennet/Stedin n.a.v. zienswijze o Verwerking vergunningsaanvragen van Van Uden en van HiWa; • Bestaande bedrijven o De bedrijven van het gedezoneerde Schiedamse deel zijn toegevoegd aan de bronnen van overig industrielawaai. • Milieuzonering Galileipark o Aangepast, onder meer n.a.v. vergunningsaanvraag van Uniper. Ten opzichte van Ako M4H zijn de volgende bronnen niet gewijzigd: • Gezoneerd industrieterrein Waal-Eemhaven (WEH); • Nestgeluid; • Wegverkeer; • Scheepvaartlawaai. In de volgende paragrafen zijn de wijzigingen ten opzichte van het Ako M4H nader beschreven.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
6
Projectgerelateerd
2.1.1
Dezonering Schiedamse deel
De gemeente Schiedam heeft recentelijk het bestemmingsplan Geluidzone Havens Noordwest/Oost Frankenland vastgesteld (06-02-2024). Dit betreft de dezonering van het Schiedamse deel van het industrieterrein. Op dit deel bevindt zich een drietal bedrijven en was voor diverse kavels geluidruimte gereserveerd. Deze bronnen zijn uit het akoestisch rekenmodel van het gezoneerde industrieterrein HNOF verwijderd. De resterende bedrijven uit dit deel zijn overgezet naar het rekenmodel van de overige bedrijven, het gaat hierbij om Nolet, De Kuyper en MTC Poedercoating. In Figuur 1 is de ligging van deze bedrijven opgenomen.
Figuur 1 – Bedrijven gedezoneerd deel Nieuw-Mathenesse
Wijzigingen zone-immissiepunten Door het dezoneren van het Schiedamse deel zijn de zone-immissiepunten aangepast, zodat ze representatief zijn voor de geluidemissie van het resterende deel van het industrieterrein. In paragraaf 4.2 is de gewijzigde ligging van de zone-immissiepunten beschreven.
2.1.2
Aanpassing locatie Tennet/Stedin
Stedin heeft een zienswijze ingediend op het MER Merwe-Vierhavens. Een perceel dat nu niet is inbegrepen in het industrieterrein, is volgens Stedin onderdeel van de naastgelegen installatie van Tennet, die wel in het industrieterrein is opgenomen.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
7
Projectgerelateerd
In het Ako M4H is het perceel1 aan de Gallileistraat benoemd waarin het Tennet Station staat. Stedin heeft hier vier transformatoren staan. Op het naastgelegen perceel2 aan de Benjamin Franklinkstraat heeft Stedin eveneens een transformator staan, die is verbonden met de installatie van het Tennet station. Dit naastgelegen perceel is echter niet benoemd in het Ako M4H en heeft daarom geen geluidruimte op het industrieterrein. Naar de mening van Stedin vormen beide installaties één geheel en dienen ze als zodanig te worden beschouwd. In Figuur 2 is de ligging van de installaties opgenomen.
Figuur 2 – Installaties locaties Tennet en Stedin
1 2
perceelnummer: Rotterdam, sectie AA, nummer 2748 perceelnummer: Rotterdam, sectie AA, nummer 2473
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
8
Projectgerelateerd
Op basis van de aangeleverde gegevens van Stedin is het akoestisch rekenmodel uitgebreid met de transformator op het perceel aan de Benjamin Franklinstraat. Voor deze transformator zijn dezelfde emissiegegevens gehanteerd als voor de transformatoren op het Tennet-station. In onderstaande afbeelding is de situatie van het aangepaste rekenmodel opgenomen.
Figuur 3 – Situatie locaties Tennet en Stedin na samenvoeging
Bronvermogen transformatoren Voor alle transformatoren op deze locatie is in het rekenmodel het emissiespectrum gehanteerd zoals opgenomen in onderstaande tabel. Het bronvermogen bedraagt 81 dB(A) en de transformatoren zijn 24 uur per dag actief.
Wijzigingen zone-immissiepunten Het zone-immissiepunt ZIPT2 uit het MER M4H komt met de uitbreiding te liggen binnen het gezoneerde industrieterrein en is daarom verplaatst naar een locatie op ca. 40 meter buiten het terrein (ZIP51). Dit zone-immissiepunt is gelegen in de huidige parking. Aangezien de zone exclusief omliggende bebouwing wordt gemonitord, is dit pand geen belemmering voor de nieuwe ligging. Ten behoeve van de toekomstige woningbouw is een nieuw zone-immissiepunt ten noorden van de locatie gekozen (ZIP50). De rekenhoogte van deze zone-immissiepunten bedraagt 30 meter ten opzichte van plaatselijk maaiveld. De zone-immissiepunten ZIPT1, 3 en 4 zijn wat locatie betreft niet gewijzigd, maar hernoemd naar ZIP49, 52 en 53.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
9
Projectgerelateerd
2.1.3
Vergunningsaanvraag van Uden
Van Uden heeft een aanvraag omgevingsvergunning milieu ingediend, waarvoor op 17 juni 2024 een ontwerpbeschikking is afgegeven. In de aanvraag is een nieuwe representatieve bedrijfssituatie toegevoegd. In het geluidrapport bij de aanvraag wordt deze omschreven als RBS2023, de representatieve bedrijfssituatie uit de huidige vergunning wordt RBS2019 genoemd. Het verschil tussen de RBS2023 en de RBS2019 is met name dat in de RBS2023 de handling van containers op het noordelijke deel van het terrein is toegevoegd en de locatie van het lossen van schepen is gewijzigd. In
Figuur 4 is een overzicht van beide bedrijfssituaties opgenomen. Voor het gebied ten oosten van het industrieterrein is de RBS2023 maatgevend, voor het zuidelijke deel van de Merwepieren is de RBS2019 maatgevend. Het zuidelijke deel van de Merwepieren wordt echter pas ontwikkeld na het vertrek van Van Uden in 2032, zodat in deze actualisatie de RBS2023 is gehanteerd als maatgevende situatie.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
10
Projectgerelateerd
Figuur 4 – Gehanteerde representatieve bedrijfssituaties Van Uden
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
11
Projectgerelateerd
2.1.4
Vergunningsaanvraag Hiwa
HiWa heeft een aanvraag omgevingsvergunning milieu ingediend, waarbij een nieuwe representatieve bedrijfssituatie wordt aangevraagd. Er wordt in deze aanvraag uitgegaan van twee verschillende locaties voor het lossen van een binnenvaartschip: een noordelijke en een zuidelijke ligging. In het Ako M4H was er op deze locatie nog sprake van twee bedrijven: HiWa en Wildjuice. De gegevens van deze bedrijven zijn in het rekenmodel vervangen door de nieuwe gegevens uit de aanvraag. In Figuur 5 zijn beide situaties weergegeven.
Figuur 5 – Wijziging modellering HiWa n.a.v. vergunningsaanvraag
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
12
Projectgerelateerd
2.2
Wijziging Galileipark
De geluidbelasting van het Galileipark is in het Ako M4H opgenomen op basis van de zones uit de VNG uitgave Milieuzonering Nieuwe Stijl (MNS). Uniper is voornemens het warmtestation aan de Galileistraat uit te breiden. In hoofdstuk 7 zijn de gevolgen daarvan voor het bestemmingsplan Merwe Vierhavens beschouwd en wordt een nieuw maatwerkvoorschrift voorgesteld. Het toetsingskader voor Uniper is daarin gebaseerd op de situatie waarbij de bestaande situatie van Uniper is gemodelleerd en voor het resterende deel van het Galileipark wordt uitgegaan van MNS. Ten opzichte van het Ako M4H zijn de zones aangepast aan de kavels waar de bestemming bedrijven aan is toegekend. In
Figuur 6 is de situatie van het Galileipark in de gewijzigde situatie weergegeven.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
13
Projectgerelateerd
Figuur 6 – Gewijzigde milieuzonering Galileipark n.a.v. vergunningsaanvraag Uniper en aanpassing Tennet/Stedin
De waarden in dB(A)/m2 in de zones zijn gebruikt om het effect te bepalen van het bedrijventerrein. De waarden worden niet gebruikt voor de toetsing aan de planregels in het bestemmingsplan.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
14
Projectgerelateerd
3
Vergelijking effecten t.o.v. beoordeling MER
3.1
Methodiek effectbeoordeling
In dit rapport zijn de veranderingen in de cumulatieve geluidbelasting in beeld gebracht als gevolg van de in het vorige hoofdstuk benoemde wijzigingen en is beschreven wat de gevolgen daarvan zijn voor de effectbeoordeling in het Ako M4H.
3.2
Bestaande (gedezoneerde) woningen
In het Ako M4H is de cumulatieve geluidsbelasting beoordeeld in tabel 7.1. Daarin is de cumulatieve geluidbelasting in de toekomstsituatie zonder maatregelen en de toekomstsituaties met de maatregelpakketten 2032 respectievelijk 2032 & vertrek Van Uden vergeleken met de referentiesituatie. In Tabel 3.1 is deze vergelijking weergegeven op basis van de geactualiseerde situaties, na verwerking van de wijzigingen ten opzichte van het MER. In de kolom referentiesituatie is de cumulatieve geluidbelasting weergegeven en bij de toekomstsituaties is tussen haakjes opgenomen wat het verschil in cumulatieve geluidsbelasting is ten opzichte van die in de referentiesituatie en is de toe- of afname met kleur geclassificeerd: • Een toe- of afname van 1 dB is neutraal beoordeeld en niet ingekleurd; • Een toe- of afname van 2 tot 5 dB is respectievelijk lichtrood en lichtgroen gekleurd; • Een toe- of afname van meer dan 5 dB is respectievelijk met donkerrood en donkergroen weergegeven.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
15
Projectgerelateerd
Tabel 3.1: Verschil in Lcum in de toekomstsituaties t.o.v. de referentiesituatie Cumulatieve geluidsbelasting Lcum ToekomstToekomst-
Naam
situatie
situatie na maatregelpakk et 2032
situatie na maatregelpakk et 2032 & vertrek Van Uden
Maximaal verschil t.o.v. Ako M4H
63
62 (-1)
62 (-1)
61 (-2)
-1
10,5
65
65 (0)
64 (-1)
63 (-2)
0
10,5
60
60 (0)
59 (-1)
59 (-1)
0
10,5
60
59 (-1)
58 (-2)
56 (-4)
1
25
68
67 (-1)
66 (-2)
62 (-6)
0
16,5
Hoogte [m]
Referentiesituatie
Toekomst-
Merwedestraat 3442 Hoofdstraat 147
16,5
Rotterdamsedijk 445 A Rotterdamsedijk 255 B Deventerflat 147 Oost Schiedamse
Omschrijving
Bestaande woningen M164889 M164890 M164894 M164896 M164900 M164902
67
65 (-2)
63 (-4)
62 (-5)
0
7,5
62
62 (0)
62 (0)
62 (0)
0
M164908
ben.weg 501 Rhijnvis Feithstraat 27 Hudsonstraat 205
10,5
65
64 (-1)
63 (-2)
63 (-2)
0
M164909
Hudsonstraat 99
13,5
67
66 (-1)
65 (-2)
65 (-2)
0
M16491
Speedwellstr 136
43,5
72
72 (0)
68 (-4)
68 (-4)
1
M164918
Speedwellstr 260
37,5
72
72 (0)
68 (-4)
68 (-4)
1
M164922
Speedwellstr 356
31,5
72
72 (0)
67 (-5)
67 (-5)
2
M218888
Tuinlaan 24
10,5
63
62 (-1)
62 (-1)
59 (-4)
0
5
63
63 (0)
62 (-1)
59 (-4)
-1
Keileweg 10A (zuidgevel) Keileweg 10A
5
75
65 (-10)
64 (-11)
64 (-11)
1
5
65
66 (1)
66 (1)
66 (1)
0
(noordgevel) Van Helmontstraat 7C Europoint III
5
72
61 (-11)
61 (-11)
61 (-11)
0
5
64
64 (0)
63 (-1)
63 (-1)
1
(zuidgevel) Europoint III (zuidgevel) Europoint III
30
66
65 (-1)
64 (-2)
64 (-2)
0
50
67
65 (-2)
64 (-3)
64 (-3)
0
(zuidgevel) Europoint III (zuidgevel) Europoint III
90
66
65 (-1)
64 (-2)
64 (-2)
0
5
59
60 (1)
60 (1)
60 (1)
0
(noordgevel) Europoint III (noordgevel) Europoint III
30
62
64 (2)
63 (1)
63 (1)
1
50
62
63 (1)
63 (1)
63 (1)
1
(noordgevel) Europoint III (noordgevel) Europoint II
90
62
63 (1)
63 (1)
63 (1)
0
5
62
62 (0)
62 (0)
62 (0)
0
(zuidgevel) Europoint II (zuidgevel) Europoint II
30
65
64 (-1)
64 (-1)
64 (-1)
0
50
65
64 (-1)
64 (-1)
64 (-1)
0
(zuidgevel) Europoint II (zuidgevel) Europoint II
90
65
64 (-1)
64 (-1)
63 (-2)
1
5
66
68 (2)
68 (2)
68 (2)
0
(noordgevel) Europoint II (noordgevel) Europoint II
30
65
67 (2)
67 (2)
67 (2)
0
50
64
65 (1)
65 (1)
65 (1)
0
(noordgevel) Europoint II (noordgevel) Europoint IV
90
62
63 (1)
63 (1)
63 (1)
0
5
60
60 (0)
59 (-1)
59 (-1)
0
(zuidgevel) Europoint IV (zuidgevel) Europoint IV
30
66
64 (-2)
63 (-3)
63 (-3)
1
50
67
65 (-2)
64 (-3)
64 (-3)
0
(zuidgevel) Europoint IV (zuidgevel)
90
67
66 (-1)
65 (-2)
65 (-2)
1
M164905
Hooikade 2-4 [MTG Gedezoneerde onb] woningen M218888H
BW101a_A BW101b_A BW102_A BW103a_A BW103a_B BW103a_C BW103a_D BW103b_A BW103b_B BW103b_C BW103b_D BW104a_A BW104a_B BW104a_C BW104a_D BW104b_A BW104b_B BW104b_C BW104b_D BW105a_A BW105a_B BW105a_C BW105a_D
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
16
Projectgerelateerd
Cumulatieve geluidsbelasting Lcum ToekomstToekomst-
Naam
Omschrijving
BW105b_A
Europoint IV (noordgevel) Europoint IV
situatie
situatie na maatregelpakk et 2032
situatie na maatregelpakk et 2032 & vertrek Van Uden
Maximaal verschil t.o.v. Ako M4H
Hoogte [m]
Referentiesituatie
Toekomst-
5
61
61 (0)
61 (0)
61 (0)
1
30
64
64 (0)
64 (0)
64 (0)
0
(noordgevel) Europoint IV (noordgevel) Europoint IV
50
65
65 (0)
65 (0)
65 (0)
0
90
72
72 (0)
72 (0)
72 (0)
0
(noordgevel) Marconistraat 1 (zuidgevel) Marconistraat 1
5
62
62 (0)
62 (0)
62 (0)
1
5
62
63 (1)
63 (1)
63 (1)
0
5
72
65 (-7)
63 (-9)
63 (-9)
1
BW107b_A
(noordgevel) Marconistraat 27 (zuidgevel) Marconistraat 27
8
68
63 (-5)
63 (-5)
63 (-5)
1
BW108_A
(noordgevel) Gustoweg 31
5
74
74 (0)
73 (-1)
63 (-11)
0
BW109a_A
Couwenhobenstraat 15B (zuidgevel) Couwenhobenstraat
5
64
63 (-1)
62 (-2)
58 (-6)
0
5
59
58 (-1)
57 (-2)
54 (-5)
0
15B (noordgevel) Marconistraat 38 (zuidgevel) Marconistraat 38
5
70
70 (0)
65 (-5)
64 (-6)
-1
5
68
66 (-2)
65 (-3)
65 (-3)
0
BW105b_B BW105b_C BW105b_D BW106a_A BW106b_A BW107a_A
BW109b_A BW110a_A BW110b_A
(noordgevel)
Uit de vergelijking van deze geluidbelastingen met de geluidbelastingen zoals die zijn gerapporteerd in het Ako M4H, is gebleken dat de cumulatieve geluidbelasting bij een viertal bestaande woningen tot 2 dB hoger is. Wel is de geluidbelasting bij deze woningen nog steeds lager dan in de referentiesituatie. Bij de bestaande gedezoneerde woningen is het beeld vergelijkbaar: de cumulatieve geluidbelasting is tot 1 dB hoger dan eerder berekend in het Ako M4H, maar lager dan in de referentiesituatie.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
17
Projectgerelateerd
3.3
Ontwikkellocaties
De cumulatieve geluidsniveaus op de ontwikkellocaties zijn beoordeeld aan de hand van de methode Miedema. In Tabel 3.2is de classificering voor de akoestische kwaliteit voor de cumulatieve geluidsbelasting weergegeven. Tabel 3.2: Classificatie akoestische kwaliteit conform Miedema Goed
<= 50 dB
Redelijk
51-55 dB
Matig
56-60 dB
Tamelijk slecht
61-65 dB
Slecht
66-70 dB
Zeer slecht
> 70 dB
In afwijking van het Rotterdamse geluidbeleid wordt voor dit plan uitgegaan van de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD) waarde voor een geluid belast gebied. Die waarde is 55 dB(A) als acceptabele gevel. Woningen die hoog geluidbelast zijn moeten tenminste ook beschikken over een acceptabele gevel. De cumulatieve geluidsbelasting in de toekomstsituaties is in Tabel 3.3 weergegeven, waarbij met kleuren de Miedema-classificatie is weergegeven. De resultaten zijn weergegeven voor een hoogte van 30 meter. Tabel 3.3: Cumulatieve geluidsbelasting Lcum op de ontwikkellocaties Cumulatieve geluidsbelasting Lcum Naam
Omschrijving
Hoogte [m]
Toekomstsituatie
Toekomstsituatie na maatregelpakket 2032
Toekomstsituatie na maatregelpakket 2032 & vertrek Van Uden
OL100
Merwehaven 1
30
69
66
60
OL101
Merwehaven 6
30
69
67
66
OL102
Merwehaven 9
30
78
73
61
OL103
Merwehaven 11
30
77
73
66
OL104
Merwehaven 11
30
84
67
64
OL105
Merwehaven 11
30
73
64
63
OL106
Marconikwartier 2
30
66
64
64
OL107
Marconikwartier 3
30
70
70
70
OL108
Marconikwartier 3
30
69
68
68
OL109
Keilekwartier 1
30
69
69
69
OL110
Keilekwartier 2
30
69
69
69
OL111
Keilekwartier 2
30
74
73
72
OL112
Keilekwartier 3
30
73
73
73
OL113
Keilekwartier 3
30
75
75
75
OL114
Keilekwartier 3
30
72
72
71
OL118
Marconistrip 1
30
68
65
64
OL119
Marconistrip 2
30
68
64
62
OL120
Marconikwartier 2
30
67
67
67
OL121
Marconikwartier 2
30
67
67
67
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
18
Projectgerelateerd
Uit de rekenresultaten blijkt dat de cumulatieve geluidsbelasting ten minste: - 66 dB bedraagt in de toekomstsituatie, dit was in het Ako M4H 65 dB; - 64 dB bedraagt na het toepassen van het maatregelpakket 2032, gelijk aan het Ako M4H; - 60 dB bedraagt na het toepassen van het maatregelpakket 2032 en het vertrek van Van Uden, gelijk aan het Ako M4H. Tabel 3.4 geeft per toekomstsituatie een samenvatting van het percentage toetspunten per classificatie van de akoestische kwaliteit (bepaald over meerdere beoordelingshoogten). Tabel 3.4: Percentage toetspunten per geluidbelastingsklasse Lcum Percentage van de toetspunten per situatie
Akoestische kwaliteit
Toekomstsituatie
Toekomstsituatie na maatregelpakket 2032
Toekomstsituatie na maatregelpakket 2032 & vertrek Van Uden
Goed
<= 50 dB
0%
0%
0%
Redelijk
51-55 dB
0%
0%
0%
Matig
56-60 dB
0%
0%
4%
Tamelijk slecht
61-65 dB
9%
28%
42%
Slecht
66-70 dB
54%
46%
40%
Zeer slecht
> 70 dB
37%
26%
14%
Uit de tabel blijkt dat het treffen van het maatregelpakket 2032 de situatie verbetert. Er vindt een verdere verbetering plaats met het toepassen van maatregelpakket 2032 & vertrek Van Uden. Bij een aantal toetspunten verandert de beoordeling van de akoestische kwaliteit dan van ‘tamelijk slecht’ naar ‘matig’. Bij deze resultaten is nog geen rekening gehouden met de afscherming van het geluid door bebouwing. Bij invulling met een concreet stedenbouwkundig plan zal de een deel van de nieuwbouw worden afgeschermd door de nieuwe bebouwing, waardoor het geluid afneemt en deze gevels als redelijk tot goed kunnen worden beoordeeld. Ten opzichte van het Ako M4H zijn de cumulatieve geluidbelastingen op de meeste ontwikkellocaties vrijwel gelijk: • Bij OL100, 102 en 103 is deze tot 1 dB lager; • Bij OL106, 107, 109, en 110 is deze tot 1 dB hoger. Bij OL111 is de cumulatieve geluidbelasting tot 8 dB hoger dan het Ako M4H, als gevolg van het feit dat deze locatie nu binnen de grenzen van bedrijventerrein Galileipark is gelegen, op zeer korte afstand van de standaard geluidbronnen in het rekenmodel voor dat bedrijventerrein. Daardoor is punt OL111 niet meer representatief voor een ontwikkellocatie. Op basis van bovenstaande resultaten kan geconcludeerd worden dat de wijzigingen niet leiden tot relevant andere effecten dan de effecten die zijn beschreven in het Ako M4H.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
19
Projectgerelateerd
4
Te wijzigen geluidzone industrieterrein HNOF
4.1
Te wijzigen geluidzone
De geluidzone zoals die in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen wijzigt door: 1. De dezonering van het Schiedamse deel; 2. De toevoeging van Stedin als behorend bij Tennet; 3. De wijzigingen bij Van Uden (met twee varianten); 4. De wijzigingen bij Hiwa (met twee varianten). Voor het bepalen van de nieuwe zonegrens zijn de geluidcontouren bepaald voor vier situaties, waarbij de bedrijfssituaties van Van Uden en HiWa variëren: • Van Uden op basis van de representatieve bedrijfssituaties RBS 2019 en RBS 2023, zie paragraaf 0; • HiWa op basis van een noordelijke en een zuidelijke ligging van het te lossen binnenvaartschip, zie paragraaf 2.1.4. Op basis van deze vier situaties, de hiervoor genoemde toevoeging van de locatie van Stedin en de dezonering van het Schiedamse deel, is de nieuwe zonegrens bepaald. Deze grens is op een afstand van ongeveer 25 meter ten opzichte van de maximale contouren gelegen, en is evenals in het ontwerpbestemmingsplan enigszins gestileerd. De zonegrens (per definitie op 5m hoogte) is op onderstaande afbeeldingen opgenomen. In Figuur 7 zijn de 50 dB(A)-contouren opgenomen van de twee bedrijfssituaties van Van Uden. De RBS 2023 is maatgevend in het noordwestelijke deel van het terrein, de RBS 2019 in het zuidwestelijke deel van het terrein.
Figuur 7 – Geluidcontouren 50 dB(A) vanwege Van Uden in RBS 2019 en RBS 2023 19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
20
Projectgerelateerd
In Figuur 8 zijn de 50 dB(A)-contouren opgenomen van de twee bedrijfssituaties van HiWa. Aan de zuidzijde is de zuidelijke ligging maatgevend en aan de oostzijde de noordelijke ligging, maar het verschil is gering.
Figuur 8 – Geluidcontouren 50 dB(A) vanwege HiWa met noordelijke en zuidelijke ligging
Op basis van de geluidcontouren in de hierboven beschreven situaties is de zonegrens als omhullende van de contouren bepaald. De gewijzigde geluidzonegrens ligt vooral aan de zuidwestzijde van het industrieterrein meer naar het noordoosten dan de geluidzonegrens zoals opgenomen in het Ako M4H, zie Figuur 9.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
21
Projectgerelateerd
Figuur 9 – Zonegrens industrieterrein HNOF
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
22
Projectgerelateerd
4.2
Aanpassing zone-immissiepunten
Vanwege de verkleining van het industrieterrein en de daaromheen gelegen geluidzone wordt voorgesteld de ligging van de zone-immissiepunten aan de westzijde te wijzigen naar een locatie dichter bij het industrieterrein. In onderstaande afbeelding is de ligging van de voorgestelde zone-immissiepunten opgenomen met daarbij aangegeven hoe deze zich verhoudt tot wat er in het Ako M4H is opgenomen: • Nieuwe punten nieuw ten opzichte van het Ako M4H, in de richting van het industrieterrein verschoven • Nummer gewijzigd de locatie is niet veranderd, alleen het nummer • Ongewijzigd locatie en nummer ten opzichte van het Ako M4H niet gewijzigd • Tennet/Stedin zone-immisiepunten ten behoeve van Tennet/Stedin zijn gewijzigd
Figuur 10 – Ligging zone-immissiepunten industrieterrein HNOF
In Tabel 5 is de totale geluidbelasting in de zone-immissiepunten opgenomen, met daarbij de geluidruimte van de afzonderlijke bedrijven en niet toegewezen kavels.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
23
Projectgerelateerd
Tabel 5 – Geluidbelastingen in zone-immissiepunten
NB: Bijdragen van bedrijven die meer dan 15 dB lager zijn dan de totale geluidbelasting zijn niet getoond. Totale geluidbelastingen op punten rond Tennet/Stedin [ZIP49-ZIP53] uitsluitend vanwege bronnen Tennet/Stedin zelf.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
24
Projectgerelateerd
5
Piekgeluiden Van Uden en Acces World
5.1
Situatie
Uit het akoestisch onderzoek bij het ontwerpbestemmingsplan Merwe Vierhaven is onvoldoende gebleken of aan de grenswaarde voor de piekgeluiden (maximale geluidniveaus LAmax) op de voorziene woningbouwplannen kan worden voldaan. Naar aanleiding van zienswijzen is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in de avondperiode de grenswaarde van 65 dB(A) op een aantal plaatsen met maximaal 2 dB wordt overschreden: • In fase 1, waarbij alleen het noordelijke deel van de pier wordt ontwikkeld, is er sprake van overschrijdingen door het bedrijf Van Uden. De overschrijdingen worden veroorzaakt door het stoten van de grijpers tegen de bak van het schip, met een geluidbronvermogen van 125 dB(A). • In fase 2, waarbij de gehele pier wordt ontwikkeld, kan sprake zijn van overschrijdingen door het bedrijf Access World Rotterdam. Deze overschrijdingen worden veroorzaakt door het neerzetten van containers op de kade tegenover de pier, met een geluidbronvermogen van 121 dB(A). In onderstaande afbeelding zijn de locaties met een overschrijding van de grenswaarde opgenomen.
Figuur 11 - Overzicht locaties met overschrijding grenswaarde maximale geluidniveau LAMax in de avondperiode
Overschrijdingen fase 1 De overschrijdingen in fase 1 treden op bij woningen op de korte Merwepier vanwege piekgeluiden door het lossen van schepen bij het bedrijf Van Uden. Dit bedrijf zal uiterlijk in 2032 zijn werkzaamheden in de Merwehaven beëindigen, waarna deze piekgeluiden niet meer zullen optreden. Overschrijdingen fase 2 De overschrijding in fase 2 kunnen zich voor doen op de zuidoostgevel van de bebouwing op de lange Merwepier die ligt tegenover de locatie van Acces World Rotterdam. Echter de tijdelijke ontheffing op de
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
25
Projectgerelateerd
fruit-gebruiksbepaling in het erfpachtcontract t.b.v. non-ferro is verleend tot 1 april 2025. Hierdoor zal vanaf dat moment geen gebruik gemaakt kunnen worden van de milieuvergunning die deze geluidpieken toelaat. De locatie kan dan door een ander bedrijf worden ingevuld, maar die zullen voor hun activiteiten een nieuwe vergunning of maatwerkvoorschrift moeten aanvragen.
5.2
Analogie met Crisis en herstelwet.
Met de Crisis- en herstelwet is het mogelijk om tijdelijk (tot maximaal 10 jaar) van grenswaarden af te wijken. De gebiedsontwikkeling is hiervoor bij het ministerie van Bzk aangemeld. Echter de aanvraag aan het ministerie om een aanwijzing op grond van de Chw heeft geen betrekking op de tijdelijke overschrijding van de grenswaarde van 65 dB(A) voor de piekgeluiden. De aanwijzing op grond van de Chw kan namelijk alleen betrekking hebben op (tijdelijke) afwijking van wettelijke grenswaarden, zoals de maximale grenswaarden op grond van de Wet geluidhinder. De grenswaarde van 65 dB(A) voor de piekgeluiden is geen wettelijke grenswaarde in de zin van de Chw. Een aanvraag milieuvergunning die leidt tot een overschrijding van een wettelijke grenswaarde moet worden geweigerd. Dit geldt niet voor de overschrijding van de grenswaarde voor piekgeluiden, zodat het mogelijk is om in de milieuvergunning van de grenswaarde voor de piekgeluiden af te wijken. Echter op grond van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening is voor de avondperiode geen ontheffing van de grenswaarde van 65 dB(A) mogelijk. Daardoor werkt de grenswaarde van 65 dB(A) op een vergelijkbare wijze als een wettelijke grenswaarde.
De gemeente zoekt de motivatie voor het tijdelijk afwijken van de grenswaarde voor piekgeluiden daarom in de analogie met het tijdelijk afwijken van wettelijke grenswaarden met toepassing van de Chw. Voor het gedurende maximaal 10 jaar afwijken van grenswaarden Wgh stelt de Chw drie voorwaarden: 1. De geluidbelasting binnen een woning met gesloten ramen mag niet hoger zijn dan 33 dB. 2. Geborgd moet zijn dat de overschrijding binnen 10 jaar wordt beëindigd. 3. De tijdelijke afwijking moet vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar zijn. Bij het naar analogie met de Chw toepassen van deze eisen op de overschrijding van de grenswaarden voor piekgeluiden wordt het volgende overwogen. Piekgeluiden binnen de woning Voor piekgeluiden binnen in- en aanpandig gelegen woningen gelden op grond van het Activiteitenbesluit standaard grenswaarden van 50 dB(A) in de avond en 45 dB(A) in de nacht. In deze motivering wordt van deze standaardwaarden uitgegaan. Bij een standaard geluidwering van de gevel van tenminste 20 dB (eis Bouwbesluit) en een geluidpiek van 67 dB(A) in de avond wordt ruimschoots aan de grenswaarde van 50 dB(A) voldaan. Uit een (concept)aanvraag om een nieuwe milieuvergunning blijkt dat bij Van Uden het piekgeluid ook nog kan optreden in het eerste kwartier van de nacht, tussen 23.00 en 23.15.
Om aan een binnenwaarde van 45 dB(A) te voldoen is een geluidwering nodig van 22 dB. De bouweisen in het bestemmingsplan zijn zodanig dat hieraan met marge wordt voldaan. Aanvullend geldt dat op grond van de bouwregels in het bestemmingsplan ook aan de eis van 33 dB zal worden voldaan, uitgaande van het gezamenlijke geluid op de gevels door: - Industrielawaai - Wegverkeerslawaai - Scheepvaartlawaai - Nestgeluid van liggende schepen.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
26
Projectgerelateerd
Beëindiging binnen 10 jaar Het erfpachtcontract met Van Uden loopt af in 2032. In het bestemmingsplan dat in 2024 wordt vastgesteld wordt met een zogenaamde Kameleonbestemming geborgd dat zodra Van Uden is vertrokken en uiterlijk in 2032 de bestemming verkleurt naar een verkeersbestemming. De tijdelijke ontheffing op de fruit-gebruiksbepaling in het erfpachtcontract t.b.v. non-ferro is verleend tot 1 april 2025. Er kan een ander bedrijf komen, maar volgens de planregels zijn alleen laad-, los- en overslagbedrijven van fruit ten behoeve van zeeschepen toegelaten. Dat zijn naar aard andere bedrijven dan Acces World, dat een bedrijf is voor de op- en overslag van non-ferro metalen en legeringen. Dat betekent dat de huidige vergunde rechten niet in de vorm van een revisievergunning overdraagbaar zijn en als toch een revisievergunning wordt aangevraagd de aanvraag moet worden beoordeeld als betrof deze een oprichtingssituatie. Hetzelfde geldt voor een situatie waarbij onder de Omgevingswet de vergunningplicht vervalt en voor de toepassing van de Bruidsschat de vergunning als maatwerkvoorschrift geldt om indien nodig van de artikelen in de Bruidsschat af te wijken.
Bij een oprichtingssituatie zal getoetst worden op zowel de al gerealiseerde als de geprojecteerde woningen en zal uiterlijk op het moment dat de geprojecteerde woningen opgeleverd worden, voldaan moeten worden aan de regels voor piekgeluiden met een grenswaarde van 65 dB(A) in de avond. Daarmee is voor beide bedrijven geborgd dat de overschrijding van de grenswaarde voor piekgeluiden binnen uiterlijk 10 jaar wordt beëindigd. Goede ruimtelijke ordening Het tijdelijk toelaten van maximaal 2 dB hogere waarden voor de piekgeluiden leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van een goed woon- en leefklimaat en is daardoor niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor gelden de volgende overwegingen. 1. De start bouw van de woningen op de korte Merwepier waar de overschrijdingen als gevolg van Van Uden optreden is voorzien voor 2029. Uitgaande van oplevering in 2030 is er gedurende 2 jaar sprake van overschrijdingen in plaats van 10 jaar. De piekgeluiden hoger dan 65 dB(A) ten gevolge van Acces World zullen zijn beëindigd voor de woningen in fase 2, die start na 2032, worden opgeleverd. 2. De overschrijding met 2 dB is beperkt, omdat een piekgeluid van 67 dB(A) met het menselijk oor maar net waarneembaar is als hoger dan een piekgeluid van 65 dB(A). 3. De optredende piekgeluiden zullen in het algemeen lager zijn dan 67 dB(A).
De pieken vallen volgens de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening in categorie 2: Beperkbare maximale geluidsniveaus. Het geheel voorkómen van de nadelige gevolgen kan echter niet worden gerealiseerd. Omdat het gaat om menselijk handelen is er sprake zijn van een vrij grote spreiding in de optredende geluidniveaus. En als een scheepsromp of container meer gevuld raakt, zal deze aanzienlijk minder afstralen dan een lege scheepsromp of container. Daarnaast zitten de voor de piekgeluiden gehanteerde bronvermogens aan de bovenzijde van de range van dit soort piekgeluiden. In de vergunning van Access World is bijv. 121 dB(A) als bronvermogen gehanteerd, terwijl in vakblad Geluid, nr. 4 van december 2011 wordt gesproken over een gangbaar geluidniveau van 117 dB(A) vanwege een lege container. Met het oog op de zorgplicht mag van een bedrijf worden verwacht dat bijvoorbeeld met gedragsvoorschriften wordt bevorderd dat piekgeluiden boven de 65 dB(A) zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. 4. Het akoestisch klimaat is in deze omgeving niet stil of rustig te noemen. Dat betekent dat in de buitenruimten en binnen bij geopende ramen er al veel geluiden waarneembaar zullen zijn, waardoor de piekgeluiden door Van Uden en Acces World minder opvallend zullen zijn dan in een stille, rustige omgeving.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
27
Projectgerelateerd
5. De piekgeluiden hoger dan 65 dB(A) ten gevolge van Acces World zullen zijn beëindigd voor de woningen in fase 2, die start na 2032, worden opgeleverd.
6
Regeling laagfrequent geluid
6.1
Inleiding
In het Ako M4H is het aspect laagfrequent geluid onderzocht en beschouwd op basis van jaargemiddelde geluidwaarden. Geoordeeld is dat voor het laagfrequent geluid als gevolg van stilliggende schepen (het zogenaamde nestgeluid) deze benadering aanvulling behoeft, om te komen tot een aanvaardbare situatie in woningen nabij ligplaatsen. In dit aanvullende geluidrapport is daartoe, in plaats van in een jaargemiddelde situatie, het laagfrequente geluid onderzocht dat samenhangt met de ligplaats van één maatgevend schip. Het gaat hierbij om zeevaart niet om binnenvaart. De onderzochte locaties, zie onderstaande afbeelding, zijn: • Access World, dat het dichtst bij de toekomstige Merwepieren ligt en • De meest noordelijk gelegen ligplaats bij Van Uden.
Figuur 12 – onderzochte locaties laagfrequent geluid
In dit aanvullende geluidrapport zijn de volgende vragen beantwoord.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
28
Projectgerelateerd
1. Kan (na gevelmaatregelen) bij de nieuwbouw Merwepieren worden voldaan aan de Vercammencurve 3-10% vanaf 25 Hz. 2. Tot hoever komt het nestgeluid, dat leidt tot eventuele overschrijding van de Vercammencurve, het plangebied in, indicatief bepaald. 3. Hoe kunnen de resultaten worden verwerkt in de planregels.
6.2
Uitgangspunten
1. De gebruikte rekenmodellen zijn genaamd MER VKA mei 2022 – Merwepieren Halve pieren incl Van Uden [8.1], Nestgeluid maatregelpakket 2032 [6.1] en MER VKA mei 2022 – Merwepieren Volledig, incl Van Uden [8.2], Nestgeluid – maatregelpakket na 2032 [6.2]. 2. De te onderzoeken frequenties zijn ten hoogste 125 Hz (octaafband middenfrequentie); 3. Het onderzoek richt zich op één maatgevend schip, categorie zeevaart, met een geluidvermogen (LW) van 112 dB(A). Er wordt gerekend zónder bedrijfsduurcorrectie. 4. Het spectrum is afkomstig uit de memo ‘Geluidmodellering afgemeerde schepen in M4H v20200214’ van Port of Rotterdam. 5. De met Geomilieu V4.41 berekende geluidniveaus in octaafbanden zónder A-weging (die wordt niet toegepast bij toetsing aan de Vercammencurve) worden op basis van interpolatie tussen de octaafbandwaarden toegekend aan elke tertsband. 6. Dit betekent verdeeld op basis van 1/3-verschil (lineair) tussen de naastliggende octaafbanden. Hierdoor wordt rekening gehouden met het energieverloop tussen de verschillende octaafbanden. 7. Aanname is dat per octaafband maximaal 80% van het geluid in een tertsband optreedt. Dit geeft per geïnterpoleerde tertsbandwaarde een correctie van 1 dB (10log0,8 = -0,97). 8.
Door deze methodiek zal de optelling van het geluid over de tertsbanden hoger zijn dan de octaafbandwaarde (3x80% is veel meer dan 1x100%), aan die optelling komt daarom geen betekenis toe. Bovendien kan de toekenning van 80% van het geluid aan elke tertsband ertoe leiden dat het geluid in een tertsband hoger is dan het geluid in de betreffende octaafband. Dat is dan voor die tertsband per definitie een overschatting, eigen aan deze methodiek. 9. In de rekenresultaten is geen toeslag, zoals voor de etmaalwaarde, gehanteerd. Die toeslag is niet relevant bij toetsing aan de Vercammencurve. 10. Gevelopbouw: Wij maken onderscheid in de volgende varianten in gevelopbouw, afhankelijk van de cumulatieve jaargemiddelde geluidbelasting op de gevel van alle geluidbronnen.
Naast een opbouw met een standaard gevel en standaard drievoudig glas onderscheiden we, specifiek voor gevels die door laagfrequent geluid worden belast, een pakket met geluidwerende beglazing met als voorbeeld een beglazing met twee gelamineerde bladen in de (9-12-4-12-9 mm,
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
29
Projectgerelateerd
massa 50 kg/m2) van Saint-Gobain Glass en een pakket met extra geluidwerende beglazing met als voorbeeld Climalit Silence 48/49 AST. De geluidwering van de gevel in de varianten standaard, geluidwerend en extra geluidwerend komt er voor de tertsbanden LFG als volgt uit te zien: Gevelopbouw Standaard gevel Gevelpakker LFG met geluidwerende beglazing Gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing
25 Hz 9
31,5 Hz 10
40 Hz 11
50 Hz 12
63 Hz 13
80 Hz 15
100 Hz 17
125 Hz 19
15
16
17
18
19
21
22
23
19
20
21
22
23
25
27
29
De geluidwering van de standaard gevel is gebaseerd op metingen door Peutz (‘Laagfrequent geluid: grenswaarden, overdracht en meten’, 1990) in combinatie met de aanname van een geluidwering van 13 dB bij 63 Hz, aflopend met 1 dB/terts voor de frequenties tot en met 25 Hz en oplopend met 2 dB/terts voor de frequenties tot en met 125 Hz. Als maat voor het verschil in geluidwering tussen de diverse gevelvarianten is de isolatiewaarde van de beglazing bij 63 Hz gehanteerd. Op dit verschil is een veiligheidsmarge van circa 2 dB toegepast (immers de meetonzekerheid is bij deze frequentie groter dan in het standaard bereik van 125–2000 Hz). Verder is in de tussenvariant bij de hoogste frequenties extra gecorrigeerd voor het vlakke verloop van de isolatiecurve tot 125 Hz. Voorwaarde is dat de overige geveldelen massief en zonder ventilatievoorzieningen worden uitgevoerd en dat het oppervlakte met glas maximaal 50% van het geveloppervlak bedraagt. NB: Met glasbladen van verschillende dikte wordt het coïncidentie-effect beperkt, wat gunstig is voor de geluidsisolatie. Uitgangspunt voor de tussenvariant is echter niet een zo hoog mogelijke isolatiewaarde, maar een waarde tussen ‘standaard’ en ‘extra geluidwerend’. Het gekozen type presteert specifiek bij 63 Hz iets beter dan andere beglazingen waarvan dergelijke gegevens beschikbaar zijn.
6.3
Resultaten
1. De hoogst belaste rekenposities zijn in fase 1 en 2 achtereenvolgens 10380_B (rekenhoogte 4,5 m) en 11120_F (rekenhoogte 16,5 m). De pijlen in afbeelding 1 wijzen naar deze rekenposities. De woningen in fase 1 bevinden zich vanaf ongeveer 180 meter van de ligplaats, in fase 2 is dit ongeveer 160 meter. De situaties en rekenresultaten van fase 1 en 2 komen daarom nagenoeg overeen. Zie voor de resultaten bijlagen 1 en 2 bij deze paragraaf. 2. Nestgeluid leidt bij woningen met standaard gevels tot het overschrijden van de Vercammencurve van meer dan 10 dB. Het gaat dan vooral om de 63-Hz-tertsband. 3. Ook na toepassing van een gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing resteert een overschrijding van enkele dB’s. 4. Voor de beide fasen is onderzocht hoe ver het laagfrequent geluid het plangebied binnen komt. Maatgevend daarbij is de berekende geluidbelasting voor de 63-Hz-octaafband. Bij een waarde van maximaal 34 dB(A) wordt bij een standaardgevel voldaan aan de Vercammencurve. Bij de toepassing van geluidwerende beglazing (tussenvariant) is dat een waarde van maximaal 40 dB(A). 5. Uitgaande van standaard gevels kan tot op een afstand van meer dan 500 meter de Vercammencurve overschreden worden. Uitgaande van de toepassing van geluidwerende beglazing (tussenvariant) is dat tot op een afstand van meer dan ruim 300 meter.
In beide gevallen uitgaande van een bronvermogen van 112 dB(A). Bij samenloop van twee zeeschepen of bij een zeeschip met een hoger bronvermogen kunnen die afstanden nog toenemen.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
30
Projectgerelateerd
6.4
Beschouwing en maatregelen
Uit de rekenresultaten blijkt dat er binnen grote delen van M4H overschrijding dreigt van de Vercammencurve. Het koppelen van deze resultaten aan bouwregels leidt in tot het toe moeten passen van zware bouwkundige maatregelen, zoals het gevelpakket LFG met extra geluidwerende maatregelen of een nog zwaarder uitgevoerd gevelpakket. Alleen als in de praktijk blijkt dat het bronvermogen van 112 dB(A) veel lager is (bijv. 104 dB(A)), volstaat in veel gevallen de standaardgevel en zal in een veel kleiner gebied een gevelpakket LFG met (extra) geluidwerende beglazing nodig zijn. Voor elke gevel met een berekende geluidbelasting die leidt tot een overschrijding van de Vercammencurve (op basis van de uitgangspunten 1 tot en met 9) moet een gevelpakket LFG met geluidwerende beglazing worden toegepast (als bedoeld in uitgangspunt 10) en als dan nog een overschrijding van de Vercammencurve resteert een gevelpakket LFG met extra geluidwerend beglazing (als bedoeld in uitgangspunt 10). NB1: In plaats van de gevels als bedoeld in uitgangspunt 10 kunnen andere gevels worden toegepast met een aantoonbaar vergelijkbare geluidwering. NB 2: Als op het moment van indiening van de vergunningaanvraag bouwen aantoonbaar uitgegaan kan worden van een lager bronvermogen dan 112 dB(A), dan kan van dat lagere bronvermogen uitgegaan worden.
Een eventueel nog optredende overschrijding van de Vercammencurve na toepassing van een gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing (of een andere gevel met aantoonbaar vergelijkbare geluidwering) wordt vergunbaar geacht, omdat: A. De berekende overschrijding naar verwachting slechts beperkt in tijd zal optreden. Immers de jaargemiddelde geluidbelasting door nestgeluid is significant lager. Bovendien is een bronvermogen van 112 dB(A) ruim aan de bovenkant van de in de praktijk te verwachten bronvermogens. In veel gevallen zal het bronvermogen lager zijn. B. Het laten treffen van nog zwaardere bouwkundige maatregelen redelijkerwijs niet verlangd kan worden. Het is immers niet de bedoeling huizen als ‘bunkers’ te bouwen in M4H. In uitzonderlijke situaties kan er sprake zijn van een hoger bronvermogen dan 112 dB(A). Bijvoorbeeld bij samenloop van twee zeeschepen met een bronvermogen van 112 dB(A) of bij een zeeschip met een hoger bronvermogen dan 112 dB(A). Dit komt in de huidige praktijk incidenteel voor en dan kan dit tot klachten leiden in de (bestaande) woonomgeving. Dit is echter zo uitzonderlijk dat het te ver voert daar de te treffen bouwkundige maatregelen op te dimensioneren.
Mocht dit zich onverhoopt voor doen en tot ernstige hinder leiden dan kan in overleg met het Havenbedrijf en de Havenmeester gezocht worden naar een oplossing, bijvoorbeeld het (na het laden of lossen) op een andere locatie ligplaats laten kiezen van het betreffende zeeschip.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
31
Projectgerelateerd
6.5
Bouwregels in bestemmingsplan
In deze paragraaf is een voorstel opgenomen voor het aanvullen van de planregels in verband met laagfrequent geluid. De aanvullende regels en toelichting zijn in rood weergegeven. In de bestemming woongebied 1 24.3.2 Realiseren geluidgevoelige objecten Gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van Geluidsgevoelige objecten indien: f. in geluidgevoelige ruimten van geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de zogenaamde Vercammencurve als bedoeld in artikel 1.Z voor wat betreft laagfrequent geluid door een stilliggend zeeschip (nestgeluid), al dan niet door toepassing van een ‘gevelpakket LFG met geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.X of een ‘gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.Y. 24.4.1 Afwijken ten behoeve van realiseren woningen Burgemeester en wethouders kunnen - gehoord de milieudeskundige en stedenbouwkundige - bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: d. lid 24.3.4 onder 'f' wanneer een ‘gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing’ zoals bedoeld in artikel 1.Y wordt toegepast en met dien verstande dat: a. tot maximaal 3 dB afgeweken mag worden van de Vercammenwaarden b.
tot maximaal 2 dB afgeweken mag worden van de Vercammenwaarden indien de bestemming ‘Overig – Bedrijf – 5 en Verkeer – Verblijfsgebied’ is verkleurd zoals bedoeld in artikel 15.3.1 De regels In de bestemming Overig – VVB en Woongebied 1 (kameleon) worden overeenkomstig aangevuld. Invoegen in Artikel 1 Begrippen 1.@ gevelpakket LFG met geluidwerende beglazing Een gevel met tenminste de volgende geluidwering tegen laagfrequent geluid (LFG): Gevelopbouw gevel met geluidwerende beglazing
25 Hz 15
31,5 Hz 16
40 Hz 17
50 Hz 18
63 Hz 19
80 Hz 21
100 Hz 22
125 Hz 23
1.@ gevelpakket LFG met extra geluidwerende beglazing Een gevel met tenminste de volgende geluidwering tegen laagfrequent geluid (LFG): Gevelopbouw gevel met extra geluidwerende beglazing
25 Hz
31,5 Hz
40 Hz
50 Hz
63 Hz
80 Hz
100 Hz
125 Hz
19
20
21
22
23
25
27
29
1.@ Vercammencurve vanaf 25 Hz Referentiecurve Vercammen voor laagfrequent geluid Tertsband
25
31,5
40
50
63
80
100
125
Hz
Ongewogen geluidniveau binnen
65
59
55
50
46
42
39
36
dB
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
32
Projectgerelateerd
BIJLAGE 1: Resultaten nestgeluid maatgevend zeeschip Fase 1
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
33
Projectgerelateerd
BIJLAGE 2: Resultaten nestgeluid maatgevend zeeschip Fase 2
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
34
Projectgerelateerd
7
Uitbreiding warmtestation Uniper
7.1
Inleiding
Uniper heeft een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan en hierbij verzocht om de bouwen gebruiksmogelijkheden te verruimen ten behoeve van toekomstige ontwikkelingen. De gemeente is voornemens om hieraan grotendeels tegemoet te komen waarmee uitbreiding van het warmtestation aan de Galileistraat mogelijk is. In deze paragraaf zijn de gevolgen daarvan voor het bestemmingsplan MerweVierhavens beschouwd. Bestaande situatie Voor het Warmte Station Galileistraat is in 2016 een maatwerkvoorschrift vastgesteld, omdat niet kon worden voldaan aan de geluidnorm in het Activiteitenbesluit van 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter van de terreingrens.
Voor de toetspunten 9 tot en met 12 (zie bovenstaand figuur) zijn in een maatwerkvoorschrift de volgende geluidwaarden vastgelegd:
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
35
Projectgerelateerd
Voorgenomen uitbreiding Uniper In een geluidonderzoek door bureau Noorman (29 februari 2024) zijn de gevolgen onderzocht van de volgende (mogelijke) uitbreidingen: • Het realiseren van een hydraulische scheiding in een nieuw te realiseren uitbreiding aan de westzijde van het bestaande gebouw van het WSG. • Het plaatsen van twee e-boilers binnen het bestaande gebouw van het WSG. • Het plaatsen van een warmtepompsysteem en plaatsen van een Bio-fuel ketel binnen een nieuw te realiseren bedrijfsgebouw ten zuiden van het bestaande WSG-gebouw. • Het realiseren van een tweede, nog nader in te delen gebouw op het zuidwestelijke terreindeel ter hoogte van het terrein Ferro Holland. • Het plaatsen van twee stikstofgenerators en een derde warmtebuffer bij de bestaande twee warmtebuffers op het zuidwestelijke terreindeel van het WSG. Zie onderstaand figuur uit het geluidrapport van het prognosemodel van het warmtestation.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
36
Projectgerelateerd
7.2
Uitgangspunten toetsingskader
Ter plaatse van onder meer Uniper wordt het industrieterrein gedezoneerd en ontstaat het bedrijventerrein Galileipark. Voor het thema geluid wordt in het bestemmingsplan voor dit bedrijventerrein milieuzonering nieuwe stijl (MNS) van de VNG toegepast. Daartoe worden op het bedrijventerrein vier zones voor geluid vastgelegd met daaraan gekoppelde geluidvoorschriften. Deze voorschriften gelden per inrichting, op een vaste afstand van de terreingrens en op elke hoogte boven het maaiveld. Er wordt geen rekening gehouden met bebouwing in het overdrachtsgebied buiten de inrichting. De voorschriften gelden niet voor zover een maatwerkvoorschrift meer geluid toelaat, zoals voor de bestaande situatie van Uniper. In onderstaand figuur is de situatie na doorvoering van MNS weergegeven, inclusief de bestaande situatie Uniper en de door Uniper aangevraagde uitbreiding.
Figuur 13 – Zonering Galileipark met bestaande situatie Uniper3
Op hoofdlijnen gelden op basis van MNS de geluidwaarden zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 6 – Toegestane geluidwaarden op basis van langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 4
Gebiedsaanwijzing
Afstand vanaf grens inrichting (m)
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
Geluidruimte zone 1
30
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
Geluidruimte zone 2
50
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
Geluidruimte zone 3
50
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
Geluidruimte zone 4
50
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
3
De waarden in dB(A)/m2 zijn de waarden die gebruikt zijn om de verwachte geluidbelasting van het bedrijventerrein in te schatten. De waarden komen niet terug in de planregels. 4 Er geldt geen specifieke hoogte. Dat betekent dat de waarden bij de gegeven afstand op elke hoogte boven het maaiveld gelden.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
37
Projectgerelateerd
In afwijking van bovenstaande waarden geldt voor Uniper het maatwerkvoorschrift uit 2016. Dit maatwerkvoorschrift geldt ook voor het deel van Uniper waar in de bestaande situatie geen geluidbronnen aanwezig zijn. In verband met de toekomstige transformatie van het naastgelegen gebied (Marconikwartier) en de inpassing van de voorgenomen uitbreiding van Uniper is aanpassing van het maatwerkvoorschrift uit 2016 nodig Wij hanteren daarvoor de volgende uitgangspunten: 1. Voor het niet ingevulde terreindeel van Uniper wordt uitgegaan van de geluidruimte op basis van MNS van de VNG. Dit terreindeel ligt voor een groot deel in zone 4 voor geluid. De bijbehorende standaard geluidruimte is 55 dB(A) op een afstand van 50 meter van de terreingrens. Er zijn rondom dit terreindeel 3 rekenpunten toegevoegd op een afstand van 50 meter. 2. Voor het noordelijke in gebruik zijnde deel wordt uitgegaan van de geluidruimte op basis van het maatwerkvoorschrift. 3. Op de maatwerkvoorschrift rekenpunten 9 tot en met 12 geldt maximaal de gecombineerde geluidruimte van uitgangspunten 1 en 2 voor de gehele inrichting op elke rekenhoogte. 4. Op de drie rekenpunten 13, 14 en 15 op een afstand van 50 meter geldt de standaardwaarde MNS van 55 dB(A) etmaalwaarde, of zoveel hoger als nodig is vanwege het bestaande deel van de inrichting. 5.
Op de gebouwen tegenover Uniper (nog te projecteren toekomstige woningbouw) met 6 extra rekenpunten wordt zo veel mogelijk voldaan aan een geluidbelasting vanwege Uniper van maximaal 55 dB(A). Dit is 5 dB meer dan de standaardwaarde op grond van het Bkl. 6. Tenslotte wordt op basis van een akoestische beschouwing uitgegaan van het treffen van een aantal maatregelen dan wel toepassen van lagere bronvermogen niveaus ten opzichte van het model Noorman. In onderstaand figuur zijn de rekenpunten weergegeven.
Figuur 14 – Zonering Galileipark met bestaande situatie Uniper
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
38
Projectgerelateerd
De toepassing van MNS leidt voor de bestaande toetspunten 9 en 12 niet tot een direct te toetsen geluidwaarde, omdat de toepasselijke afstand afwijkt van de afstand van 50 meter van de terreingrens in het maatwerkvoorschrift. De geluidruimte op basis van MNS is daarom voor deze toetspunten ingeschat. Dit leidt voor de punten 9 tot en met 12 tot de onderstaande toetswaarden voor de dag-, avond- en nachtperiode. Tabel 7 –Toetswaarden Uniper dagperiode
MNS ingeschat dagperiode [dB(A)]
Maatwerkvoorschrift (h=5 m) [dB(A)]
Toetswaarde dagperiode [dB(A)]
9
45
46
49
10
45
41
47
11
55
46
56
12
45
46
49
MNS ingeschat avondperiode [dB(A)]
Maatwerkvoorschrift (h=5 m) [dB(A)]
Toetswaarde avondperiode [dB(A)]
9
40
46
48
10
40
41
44
11
50
46
52
12
40
46
48
MNS ingeschat nachtperiode [dB(A)]
Maatwerkvoorschrift (h=5 m) [dB(A)]
Toetswaarde nachtperiode [dB(A)]
9
35
46
46
10
35
41
43
11
45
46
49
12
35
46
46
Punt
Tabel 8 –Toetswaarden Uniper avondperiode
Punt
Tabel 9 –Toetswaarden Uniper nachtperiode
Punt
Hieronder is per punt een toelichting gegeven voor de afleiding van de toetswaarden voor de maatgevende nachtperiode. Punt 9 • • • •
Punt 9 ligt op 50 meter van de terreingrens, op een afstand van 56 meter tot zone 2; De ingeschatte geluidruimte is op die afstand circa 35 dB(A); Het maatwerkvoorschrift laat 46 dB(A) toe; Gecumuleerd resulteert dat in 46 dB(A).
Punt 10 • Punt 10 ligt op een afstand van 50 meter tot zone 2; 19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
39
Projectgerelateerd
• • •
De geluidruimte is dan 35 dB(A); Het maatwerkvoorschrift laat 41 dB(A) toe; Gecumuleerd resulteert dat in 43 dB(A).
Punt 11 • Punt 11 ligt op 50 meter afstand van zone 4; • De geluidruimte is op die afstand 45 dB(A); • Het maatwerkvoorschrift laat 46 dB(A) toe; • Gecumuleerd resulteert dat in 49 dB(A). Punt 12 • Punt 12 ligt op een afstand van circa 50 meter tot zone 2; • De geluidruimte is dan 35 dB(A); • Het maatwerkvoorschrift laat 41 dB(A) toe; • Gecumuleerd resulteert dat in 43 dB(A).
7.3
Maatregelen
De volgende maatregelen zijn beschouwd. Verlaging bronvermogen uitstralende gevels In het onderzoek bij de vergunningsaanvraag zijn de gevelbronnen hoog ingeschat. Na afstemming met de DCMR hanteren wij op basis van onderstaande argumenten een reductie van 6 dB voor de uitstraling van de bestaande gevels van het pand en 3 dB voor de nieuwe gevels: • Goede metingen liggen niet ten grondslag aan deze modellering. Slechts enkele minder relevante bronnen zijn daadwerkelijk binnen de benodigde nauwkeurigheid van de HMRI vastgesteld. • Verder is sprake van aannames, met geschatte extrapolaties en dempingen: o Dit betreft vooral de grof geschatte extrapolatie van één kleine ketel incl. pompen naar de totale set ketels (toename geschat op 20 dB). o Voor alle bronnen is worst case uitgegaan van 24/7 uur. Aanvullende maatregelen aan GEA koelmachines pompenhuis Bronnen 33 en 34 (dit betreft GEA koelmachine pompenhuis) van het bestaande deel zijn bepalend voor de geluiduitstraling. De aanname is dat het met bronmaatregelen mogelijk is de geluiduitstraling met 5 dB te verminderen.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
40
Projectgerelateerd
7.4
Resultaten
Met het prognosemodel van bureau Noorman is bepaald of aan de toetswaarden kan worden voldaan.
Uit bovenstaande rekenresultaten blijkt het volgende: 1. Op de nieuwe rekenpunten Extra1 t/m 6 (mogelijk toekomstig te projecteren nieuwbouw): a. In de dagperiode wordt voldaan aan de standaardwaarde van 50 dB(A). b. In de avondperiode wordt de standaardwaarde van 45 dB(A) overschreden, maar wordt wel voldaan een de gebruikelijke maximale waarde van 50 dB(A). c. In de nachtperiode wordt de standaardwaarde van 40 dB(A) ruim overschreden en wordt ook niet voldaan aan de gebruikelijke maximale waarde van 45 dB(A). Die wordt ook na beide maatregelen tot maximaal 3 dB overschreden, tot een geluidbelasting (etmaalwaarde) van 58 dB(A) op rekenpunt Extra4. Wel kan na maatregelen voor een belangrijk deel van beide gebouwen worden voldaan aan een etmaalwaarde van maximaal 55 dB(A). 2. Op rekenpunt 13 wordt de standaardwaarde MNS in de nachtperiode met 4 dB overschreden. Na maatregel 2 is dat nog 2 dB. 3. Op maatwerkvoorschrift punt 10 wordt zonder maatregel 1 het maatwerkvoorschrift (rekenhoogte 5 m) met 1 dB overschreden. Na maatregel 1 wordt wel voldaan.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
41
Projectgerelateerd
7.5
Voorstel aanpassing maatwerkvoorschrift
Bovenstaande uitgangspunten en resultaten leiden tot het volgende voorstel voor aanpassing van het maatwerkvoorschrift, de waarden zijn in dB(A) en hebben betrekking op het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor twee verschillende fasen: • Fase 1 gaat uit van de situatie tot aan realisatie van toekomstige woningbouw; • Fase 2 gaat gelden na oplevering van de toekomstige woningbouw. Tabel 10 – Voorstel geluidbelasting in toetspunten maatwerkvoorschrift Uniper (in dB(A))
Fase 1
Fase 2
Punt
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Dag
Avond
Nacht
10
5
41
41
41
40
40
40
30
42
42
42
41
41
41
5
41
41
41
41
41
41
30
48
48
48
47
47
47
5
44
44
44
43
43
43
30
45
45
45
44
44
44
5
39
39
39
38
38
38
30
44
44
44
42
42
42
5
31
31
31
31
31
31
30
36
36
36
35
35
35
5
33
33
33
32
32
32
30
37
37
37
36
36
36
5
46
46
46
46
46
46
30
47
47
47
47
47
47
5
47
47
47
47
47
47
30
48
48
48
48
48
48
11
12
13
14
15
Extra1
Extra4
In aanvulling op bovenstaande tabel: • Maatwerkvoorschrift punt 9 is vervangen door de rekenpunten Extra1 en Extra4, ter plaatse van de mogelijke toekomstige woonbebouwing; • Er zijn nieuwe rekenpunten 13, 14 en 15 op 50 meter afstand gekozen, waarmee de inrichting aan alle zijden door rekenpunten wordt omsloten. De geluidruimte is overeenkomstig de geluidprognose van bureau Noorman, rekening houdend met het treffen van de twee benoemde maatregelen. Als in de toekomst voor Uniper meer geluidruimte benodigd is, dan kan dat op basis van een nieuw maatwerkvoorschrift. Onze aanbeveling is om daarbij uit te gaan van de hiervoor beschreven uitgangspunten voor het toetsingskader. De maatregelen in fase 1 betreffen een andere aanname van de bronvermogen niveaus. Daarvoor zijn geen fysieke maatregelen nodig zodat er ook geen kosten mee gemoeid zijn.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
42
Projectgerelateerd
De maatregelen in fase 2 zijn pas nodig zodra de nieuwe woningen opgeleverd zijn. Het ligt in de rede dat de kosten voor die maatregelen ten laste van de beoogde planontwikkeling komen, ervan uitgaande dat binnen Uniper de best beschikbare technieken worden toegepast.
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
43
Projectgerelateerd
8
Notitie gehinderden
Situatie In het akoestisch onderzoek bij het MER/BP Merwe Vierhavens is in hoofdstuk 8 inzicht gegeven in de cumulatieve geluidbelastingen die optreden bij de invulling volgens het voorkeursalternatief. Hierbij zijn twee varianten van de stedenbouwkundige invulling gepresenteerd: 1. Invulling Marconistrip en de noordelijke helft van de Merwepieren (WG-1 uit het ontwerp bestemmingsplan); 2. Invulling Marconistrip en de gehele Merwepieren (WG-2 uit het ontwerp bestemmingsplan). De commissie MER geeft aan inzicht te willen verkrijgen in de percentages (ernstig) gehinderden en het percentages slaapverstoorden in deze situaties. Aanpak Bij de beoordeling van de effecten van het project wat betreft aantallen gehinderden en slaapverstoorden is gebruik gemaakt van zogenaamde dosis-effectrelaties. Deze dosis-effectrelaties zijn opgenomen in bijlage 2 van de Regeling geluid milieubeheer (Rgm). In tabel 1 is per geluidbelastingsklasse aangegeven hoeveel procent van de inwoners bij die geluidbelasting ernstig gehinderd of gehinderd is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de cumulatieve geluidbelasting over het etmaal. Tabel 11 – Percentage (ernstig) gehinderden per geluidbelastingsklasse
Geluidbelastingsklasse (Lden)
Percentage ernstig gehinderden
Percentage gehinderden
55 t/m 59 dB
8
21
60 t/m 64 dB
13
30
65 t/m 69 dB
20
41
70 t/m 74 dB
30
54
75 dB of hoger
37
61
In Tabel 12 is per geluidbelastingsklasse aangegeven hoeveel procent van de inwoners bij die geluidbelasting slaapverstoord is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de geluidbelasting in de nachtperiode. Tabel 12 – Percentage slaapverstoorden per geluidbelastingsklasse
Geluidbelastingsklasse (Lnight)
Percentage slaapverstoorden
50 t/m 54 dB
7
55 t/m 59 dB
10
60 t/m 64 dB
13
65 t/m 69 dB
18
70 dB of hoger
20
Aan de hand van deze kentallen is voor zowel de bestaande bebouwing rond het industrieterrein als de nieuw te ontwikkelen bebouwing een inschatting gegeven van het effect van het project op de kans op hinder en slaapverstoorden, uitgaande van de berekende cumulatieve geluidbelasting op de
19 augustus 2024
BG9314-MI-RP-240228-1452
44
Projectgerelateerd
eerstelijnswoonbebouwing. Dit is als worstcase te beschouwen. Achter de eerstelijnswoonbebouwing zal de cumulatieve geluidbelasting lager zijn en daarmee ook de kans op hinder en slaapverstoring. Effect van het project op de bestaande bebouwing Onderstaande figuur is figuur 6.2 van het akoestisch onderzoek, waarin de cumulatieve geluidbelasting is weergegeven in de situatie 2032 na het treffen van maatregelen. Tussen haakjes is de afname van de geluidbelasting t.o.v. de referentiesituatie opgenomen. Figuur 15 – Figuur 6.2 uit het akoestisch onderzoek bij het MER/BP Merwe Vierhavens