CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005764] Bijlage 2 behorende bij 24bb005762 - Begrotingswijziging 2024 en programmabegroting 2025

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 19 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid13.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTINGSWIJZIGING 2024 PROGRAMMABEGROTING 2025 Versie 2.0 - 24 juni 2024

telefoonnummer algemeen e-mail internet bezoekadres postadres

088-5110000 info@gez-brandweer.nl www.gezamenlijke-brandweer.nl Moezelweg 150 3198 LS Europoort RT Postbus 1300 3180 AH ROZENBURG

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

Copyright © 2024 Gezamenlijke Brandweer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook en evenmin worden opgeslagen in een databank met als doel een terugzoekmogelijkheid te verschaffen aan derden, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur van de Gezamenlijke Brandweer.

■ 2 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................. 5 1

Begrotingswijziging 2024 Gezamenlijke Brandweer ............................................................. 11

1.1 1.2

Begrotingswijziging 2024 ............................................................................................................ 11 Specificatie overige goederen en diensten ................................................................................. 12

2

Begroting 2025 Gezamenlijke Brandweer .............................................................................. 13

2.1 2.2 2.3

Gehele organisatie, inclusief projecten RTH, CBP en MV2 ........................................................ 13 Specificatie overige goederen en diensten ................................................................................. 14 Uitsplitsing per project ................................................................................................................. 15

3

Meerjarenbegroting 2025-2029 GB .......................................................................................... 17

4

Activiteiten ................................................................................................................................. 18

5

Paragrafen .................................................................................................................................. 20

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 20 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 23 Financiering ................................................................................................................................. 24 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 25 Openbaarheid .............................................................................................................................. 26

6

Toelichting diverse activa en passiva ..................................................................................... 27

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Vaste Activa - Materiële Vaste Activa ......................................................................................... 27 Herziening investeringsbegroting 2024 ....................................................................................... 27 Investeringsbegroting 2025 ......................................................................................................... 28 Eigen Vermogen.......................................................................................................................... 31 Overige Vaste Passiva ................................................................................................................ 32 Geprognosticeerde Balans .......................................................................................................... 32

7

Vaststelling en goedkeuring .................................................................................................... 33

Bijlage 1

Risico-inventarisatie m.b.t. benodigd weerstandsvermogen ultimo 2023 ............. 35

■ 3 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

■ 4 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

Inleiding In deze programmabegroting wordt inzicht gegeven in de resultaten die de Gezamenlijke Brandweer in 2025 wil behalen en welke middelen daarvoor ingezet gaan worden. Daarnaast is er aanleiding om de programmabegroting 2024, zoals vastgesteld door het bestuur op 5 juli 2023, te herzien. De programmabegroting is primair bedoeld als sturingsinstrument en toetsingskader voor het bestuur van het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer (OLGB) en heeft ook als doel een communicatiemiddel te zijn richting onze interne en externe partners. Tevens zal deze begroting functioneren als onderlegger en uitgangspunt voor het overleg en de samenwerking met onze ledenbedrijven, de gemeente Rotterdam en de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR). Algemeen Taakvelden Volgens het BBV dient de begroting en verantwoording ingedeeld te worden in voorgeschreven taakvelden. In totaal zijn vijftig taakvelden gedefinieerd, maar voor de GB zijn alleen de taakvelden ‘Veiligheid’ en ‘Bestuur en Ondersteuning’ van toepassing. Binnen het taakveld ‘Veiligheid’ dient de begroting en verantwoording van de GB ingedeeld te worden in het sub-taakveld ‘Crisisbeheersing en brandweer’. Binnen het taakveld ‘Bestuur en Ondersteuning’ zijn de sub-taakvelden ‘Overhead’ en ‘Treasury’ relevant.

De taakvelden dienen vervolgens aan de programma’s toegewezen te worden, en autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op het niveau van de taakvelden. Conform voorgaande jaren wordt de totale (begroting van de) GB als één programma beschouwd, dus een verdere toewijzing van taakvelden aan verschillende programma’s is niet van toepassing. Overhead Volgens het BBV worden de kosten van overhead niet doorbelast aan de taakvelden maar apart in de begroting, de jaarrekening en (eventueel) het jaarverslag opgenomen. Conform de voorschriften beschouwt de GB de volgende kostensoorten als overhead, waarbij ‘incidentbestrijding’ als het primaire product van de GB is gedefinieerd: • 100% overhead: medische keuringen en werving, inhuur van derden, bijdrage personeelsvereniging, KAM, ICT, zakelijke dienstverlening, representatiekosten en directe inkoopkosten ten behoeve van extra dienstverlening aan ledenbedrijven; • Toerekening overhead op basis van verhouding (uitsluitend) repressief personeel/overig: salariskosten; • Toerekening overhead op basis van de verhouding kazernes/hoofdkantoor: rente- en afschrijvingskosten, voertuigkosten, huisvestingskosten, energiekosten en kantoorkosten. Alle overige kosten worden als directe kosten beschouwd, inclusief de exploitatiekosten gerelateerd aan projecten RTH (Hoogteredding) en CBP (Collectieve Brandbestrijdingspool).

Ook in de baten wordt een splitsing gemaakt, waarbij allocatie plaatsvindt op basis van ervaringscijfers in de exploitatie. Rente De rentelasten worden ten laste van taakveld ‘Treasury’ gebracht. In het BBV wordt het gehele renteresultaat zoveel als mogelijk vanaf het taakveld ‘Treasury’ doorbelast naar de andere taakvelden. Begrotingswijziging 2024 Zoals hiervoor reeds aangegeven heeft zich na het vaststellen van de oorspronkelijke begroting 2024 een aantal ontwikkelingen voorgedaan, die gezamenlijk voldoende aanleiding geven voor een begrotingswijziging, waarbij de bijdragen van CIBUA en gemeente ongewijzigd blijven. De voornaamste ontwikkelingen zijn als volgt: • • • • • •

Hogere renteopbrengsten dan begroot; Extra (tijdelijke) dienstverlening t.b.v. Gunvor; Aanname van repressief personeel zonder basis-brandweeropleiding; Aanname van boven-formatief repressief personeel conform bestuursbesluit 2023; Extra inhuur van repressief personeel t.b.v. bemensing hoogwerker ProRail; Passende aansprakelijkheidsverzekering GB.

■ 5 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■ De conclusie is dat, na verwerking van de financiële effecten van (o.a.) bovenstaande ontwikkelingen, de herziene begroting 2024 nog steeds in evenwicht is. Een nadere toelichting op bovengenoemde ontwikkelingen is als volgt: • Renteopbrengsten De GB is verplicht om het grootste deel van haar liquide middelen via een rekening-courant aan te houden bij de Nederlandse staat (‘Schatkistbankieren’). Over het daar aangehouden saldo ontvangt de GB een rentevergoeding. In de oorspronkelijke begroting 2024 is behoudend rekening gehouden met deze opbrengsten, en nu is gebleken dat de tot dusver ontvangen rente tot en met april 2024 (jaarlijkse rentevergoeding 3,9%) aanzienlijk hoger is dan begroot. • Overige opbrengsten – extra (tijdelijke) dienstverlening t.b.v. Gunvor Gedurende 2023 heeft raffinaderij Gunvor extra diensten (herbezetting) van de GB afgenomen als onderdeel van een wijziging in de invulling van haar bedrijfsbrandweer. Dit heeft tot extra opbrengsten in 2023 geleid, en zal voor een deel van 2024 ook tot opbrengsten leiden die niet begroot waren in de oorspronkelijke begroting 2024. Naar verwachting zal deze overeenkomst ook beëindigd worden in dit jaar.

• Trainingen en Opleidingen – aanname onopgeleid, deels boven-formatief repressief personeel In de afgelopen jaren is gebleken dat het steeds moeilijker wordt om geschikt repressief personeel te werven dat al een basis-brandweeropleiding heeft genoten: het voordeel voor de GB was dat alleen nog geïnvesteerd diende te worden in meer specialistische (industriële) opleidingen. In 2023 heeft de GB de werving daarom ook gericht op ‘onopgeleid’ personeel, en met succes: in het najaar van 2023 zijn ongeveer 14 brandwachten geworven, waarvan een aanzienlijk deel nog niet over het diploma voor de basisopleiding beschikte. Deze ontwikkeling heeft zijn weerslag op het budget voor opleidingen/’vakbekwaam worden’ in 2024, aangezien het ongeveer EUR 20-25k per persoon kost om deze voldoende op te leiden voor een volwaardige inzet in de 24 uursdienst. Daarnaast zal in de 2e helft van 2024 nogmaals een wervingscampagne gestart worden, enerzijds om de inmiddels ontstane vacatures (vanwege regulier personeelsverloop en FLO), anderzijds omdat het bestuur besloten heeft om boven-formatief te gaan werven. Dit laatste is tevens noodzakelijk in verband met de wettelijke verruiming van het geboorteverlof, wat voor de GB met een relatief jonge, vaak mannelijke bezetting een aanzienlijke impact heeft de beschikbaarheid van personeel.

Het is de verwachting dat voor tenminste een deel van de nieuw te werven personeelsleden geldt dat deze eveneens de basisopleiding nog niet achter de rug hebben. Gezien de te verwachten indiensttredingsdatum van het personeel dat in de 2 e helft van 2024 wordt geworden is de impact op de salariskosten 2024 gering. • Inhuur Derden – bezetting ten behoeve hoogwerker met blusarm/ProRail Voor de continue beschikbaarheid van het brandweervoertuig met blusarm voor ProRail dient de bezetting kazerne Butaanweg opgehoogd te worden met 1 FTE. Wegens personeelskrapte wordt hiervoor, meer dan begroot, dikwijls teruggevallen op externe inhuur. De kosten zijn voor rekening van ProRail. • Zakelijke Dienstverlening - bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering In 2023 is gebleken dat bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering niet passend was in relatie tot de risico’s. Om deze tot een acceptabel niveau te beperken is de verzekering aangepast, met een forse stijging in premiekosten tot gevolg. Tot slot is nog vermeldenswaardig dat, ten tijde van het opstellen van deze begrotingswijziging, het de verwachting is dat de herziening van de CAO met ingang van 1 mei 2024 zal leiden tot een salarisstijging van 6,5%. Deze CAO zal gelden voor een periode van 15 maanden, ofwel tot 1 augustus 2025.

Begroot was een stijging van 4,4%, maar het verschil wordt grotendeels gecompenseerd door een meevallende stijging in de pensioenkosten.

■ 6 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■ Begroting 2025 De totale contributie 2025 voor de deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling stijgt met € 1.255k ten opzichte van de herziene begroting 2024 (exclusief projecten RTH, CBP en Maasvlakte 2), ofwel een uitzetting van 4,9%. Bij deze uitzetting van de contributie dient opgemerkt te worden dat deze, op verzoek van de deelnemers in de GR, beperkt is door middel van een onttrekking aan de algemene reserve ter grootte van € 511k. Deze keuze heeft gevolgen voor de solvabiliteit: met een vrije (algemene) reserve van € 3,7mln en een vereist minimaal weerstandvermogen van € 838k (exclusief risico’s die niet gekwantificeerd zijn (‘p.m.-posten’)) is er voor nu ruimte om vermogen te onttrekken. Daarbij is er ook nog voldoende dekking in het scenario dat in 2026 een stevige taakstellende opdracht zal volgen als gevolg van het ‘ravijnjaar’, waarin de financiering van gemeenten naar verwachting sterk onder druk komt te staan. Let wel: het betreft hier een maatregel met een éénmalig effect. Uiteindelijk zal deze onttrekking als contributiestijging in de navolgende jaren verwerkt moeten worden. Daarnaast voldoet de GB nog niet aan de solvabiliteitsnorm (zonder bestemmingsreserves) van 20% volgens de VNG. Deze ratio is nu 12%, en zal dus door deze maatregelen juist verslechteren.

Tot slot dient ook nog de aandacht gevestigd te worden op het risico dat de GB op basis van verslaggevingsregels een voorziening dient te treffen voor de toekomstige FLO-kosten (2023: € 22,7 mln), wat zal leiden tot een aanzienlijke negatieve algemene reserve. Met het oog hierop is onttrekking aan deze reserve om tot een sluitende exploitatie te komen niet verstandig. De belangrijkste wijzigingen en aannames in de begroting 2025 ten opzichte van de herziene begroting 2024 zijn als volgt: • Salarissen Vanaf 1 mei 2024 zal een nieuwe CAO voor de Veiligheidsregio’s, die de GB volgt, van kracht worden. Echter, ten tijde van het opstellen van de begroting voor 2025 zijn de afspraken in deze nieuwe CAO nog niet helder, aangezien het onderhandelingsproces nog lopende is. Voor de begroting 2024 en 2025 wordt gerekend met uitgangspunten die op dit moment het meest waarschijnlijk zijn, te weten een loonsverhoging van 6,5% vanaf 1 mei 2024 en een looptijd van 15 maanden. Voor de periode daarna (vanaf 1 augustus 2025) zal een aanname gedaan moeten worden ten aanzien van de loonontwikkeling na deze datum; concreet is hier een percentage van 3,5% gehanteerd.

Gegeven de huidige personeelsbezetting, en gegeven het feit dat pensioenkosten in 2025 eveneens stijgen vanwege de salarisgroei in 2024, bedraagt de totale onvermijdbare uitzetting in salariskosten als gevolg van CAO-afspraken en een stijging in de pensioenpremies naar verwachting ruim € 1,0 mln. Daarbij wordt de aanname gedaan dat de pensioenpremiepercentages onveranderd zullen blijven in 2025, wat een begrotingsrisico met zich meebrengt. Uitgangspunt bij het maken van deze berekeningen is dat de openstaande vacatures gedurende 2024 volledig ingevuld worden. Hierbij wordt tevens uitvoering gegeven aan het bestuursbesluit (d.d. 5 juli 2023) om de bezetting van het repressieve personeel met 5%/9 FTE ten opzichte van de formatie uit te breiden. • Kapitaallasten (rente- en afschrijvingskosten) De rentekosten zullen in 2024 verder dalen als gevolg van de reguliere aflossingen op leningen en financial leasecontracten; de aanname is dat voor investeringen in 2025 het afsluiten van nieuwe leningen niet nodig zal zijn. Daarnaast wordt in de begroting 2025 tevens rekening gehouden met renteopbrengsten. Afschrijvingskosten voor 2025 op basis van de investeringen tot en met Q1 2023 bedragen ruim € 1,7 mln. (exclusief projecten).

Naar verwachting zullen de effecten van de nog uit te voeren investeringen 2024 (conform vastgestelde begroting) en de voorgestelde investeringen 2025 leiden tot een totale uitzetting van € 221k van het budget voor afschrijvingskosten 2025 ten opzichte van de herziene begroting 2024. Belangrijk hierbij is op te merken dat de aanschaf van 2 autospuiten (totaal € 3,5 mln.) conform de investeringsbegroting 2024, gezien de te verwachten levertijd, pas in de laatste twee maanden van 2025 effect zal hebben op de afschrijvingskosten 2025; de autospuit, zoals vermeld op de investeringsbegroting 2025, zal na 2025 geleverd worden.

■ 7 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■ • Trainingen en Opleidingen Investeren in trainen en opleiden blijft voor de GB van cruciaal belang, zeker ook in relatie tot het werken met fluorvrij SVM. Ten opzichte van 2024 en voorgaande jaren is wederom sprake van een significante toename in het budget: de GB acht het voor de geoefendheid van het repressieve personeel van groot belang dat op oefenterreinen realistische industriële scenario’s beoefend kunnen worden, waarbij het in sommige gevallen noodzakelijk is om hiervoor naar het buitenland (Frankijk) te gaan; in 2025 zal aan een aantal ploegen deze laatste mogelijkheid geboden worden. Daarnaast constateren we, zoals hiervoor al benoemd, dat het steeds minder makkelijk is om reeds voldoende gekwalificeerd repressief personeel te werven; dit betekent dat de GB meer zal moeten investeren in opleidingen om instroom in de wacht mogelijk te maken. • Overige exploitatiekosten Bij de diverse exploitatiebudgetten is rekening gehouden met de effecten van inflatie. Deze kostenstijging wordt echter in diverse budgetten (gedeeltelijk) gecompenseerd door andere keuzes ten aanzien van activiteiten. • Overige opbrengsten De voornaamste overige opbrengsten bestaan uit: • De bijdrage van CIBUA-lidbedrijf ProRail voor de exploitatie/paraatheid van een hoogwerker met blusarm, inclusief continue personele bezetting.

Na 2025 zal deze bijdrage komen te vervallen; • De jaarlijkse bijdrage van CIBUA-lidbedrijf ExxonMobil die rechtstreeks aan de GB afgedragen wordt voor de invulling van haar volledige bedrijfsbrandweer; • Doorbelasting dienstverlening aan de VRR, waaronder invulling van de gaspakkentaak en piketkosten (H)OvD buiten het verzorgingsgebied van de GB; • Opbrengsten vanuit beschikbaarstelling van capaciteit (ruimten en voertuig) aan derden. De daling in de begroting Overige Opbrengsten ten opzichte van het voorgaande jaar wordt veroorzaakt doordat de verhuur van ruimten aan derden naar verwachting zal verminderen. Zonder de onttrekking aan de algemene reserve van € 0,5 mln zou de contributiestijging 6,9% bedragen; dit stijgingspercentage wordt vrijwel geheel veroorzaakt door een stijging in de salariskosten.

J.L.C.W. Waals Directeur

■ 8 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

■ 9 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

1

Begrotingswijziging 2024 Gezamenlijke Brandweer

1.1

Begrotingswijziging 2024 In onderstaand schema zijn de huidige begroting 2024 alsmede de voorgestelde herziening van deze begroting weergegeven. De hierin weergegeven getallen zijn weergegeven in duizendtallen. economische categorieën

2024 begroting lasten

2024 begroting baten

2024 begroting saldo

2024 herziening lasten

2024 herziening baten

2024 herziening saldo

TAAKVELD VEILIGHEID 1.1 - Crisisbeheersing en brandweer 1.1

Salarissen en sociale lasten

19.517

-

19.517

19.187

-

19.187

3.8

Overige goederen en diensten

4.971

25.545

-20.574

5.599

25.925

-20.326

7.3

Afschrijvingen

2.309

-

2.309

2.223

-

2.223

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

Totaal crisisbeheersing en brandweer

168

-

168

165

-

165

26.965

25.545

1.420

27.174

25.925

1.249

5.257

-

5.257

TAAKVELD BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 - Overhead 1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

3.8

Overige goederen en diensten

7.3

Afschrijvingen

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

Totaal overhead

5.315

-

5.315

175

-

175

395

9.430

-9.035

1.837

9.174

-7.336

2.026

-

2.026

236

-

236

226

-

226

15

-

7.578

9.174

15

14

-

-1.596

7.917

9.430

14 -1.513

0.5 - Treasury 5.1

Rente

183

-

183

179

-

179

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

-

183

-183

-

179

-179

183

-

179

179

-

34.726

34.902

-176

35.271

35.535

-264

Onttrekking uit bestemmingsreserve MV2

-

-

-

85

-

85

Toevoeging aan algemene reserve (weerstandsvermogen)

-

-

-

-

-

-

Toevoeging aan bestemmingsreserve

190

-

190

190

-

190

begrotingssaldo na bestemming

Totaal treasury

183 TOTAAL

saldo baten en lasten

34.916

34.902

14

35.546

35.535

12

Incidentele baten en lasten

-

-

-

-

-

-

Structureel begrotingssaldo

-

-

14

-

-

12

Initieel

Specificatie mutaties in reserves

herzien

mutatie in bestemmingsreserves

190

275

te verdelen som van baten en lasten

-14

-12

Som toevoegingen en onttrekking aan reserves

176

263

■ 11 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

1.2

Specificatie overige goederen en diensten • Lasten De lasten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. Hierin zijn wederom de getallen conform begroting alsmede conform voorgestelde herziening weergegeven. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de lasten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). lasten overige goederen en diensten per taakveld

2024 begroting lasten

2024 begroting lasten

2024 begroting lasten

1.1

0.4

totaal

overige personele kosten

2024 herziening lasten

2024 herziening lasten

2024 herziening lasten

1.1

0.4

totaal

244

-

244

342

-

342

huisvestingskosten

1.442

119

1.561

1.478

121

1.599

voertuigkosten incl. bepakking

1.658

146

1.804

1.749

160

1.909

trainingen en opleidingen

1.352

-

1.352

1.770

-

1.770

kantoorkosten

126

231

357

122

325

447

automatiserings- en communicatiemiddelen

58

543

601

58

650

708

planvorming

91

-

91

80

-

80

kostprijs secundair product totaal overige goederen en diensten

-

800

800

-

770

770

4.971

1.837

6.808

5.599

2.026

7.625

• Baten De baten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. Hierin zijn wederom de getallen conform begroting alsmede conform voorgestelde herziening weergegeven. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de lasten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). baten overige goederen en diensten per taakveld

2024 begroting baten

2024 begroting baten

2024 begroting baten

2024 2024 2024 herziening herziening herziening baten baten baten

1.1

0.4

totaal

1.1

0.4

totaal

contributie bedrijven

13.551

4.498

18.049

13.547

4.498

18.045

contributie overheden

9.053

2.294

11.346

8.987

2.294

11.281

contributie projecten

1.749

10

1.760

1.758

11

1.769

overige opbrengsten

1.193

421

1.614

1.634

577

2.211

secundair product

-

1.950

1.950

-

2.050

2.050

25.545

9.174

34.719

25.925

9.430

35.356

totaal overige goederen en diensten

■ 12 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

2

Begroting 2025 Gezamenlijke Brandweer

2.1

Gehele organisatie, inclusief projecten RTH, CBP en MV2 De begroting van de Gezamenlijke Brandweer inclusief alle projecten (Reddingsteam Hoogteverschillen, Collectieve Brandbestrijdingspool en kazerne Maasvlakte 2) voor 2025 is als volgt (ook hier is de begroting weergegeven in duizendtallen):

2025 begroting lasten

economische categorieën

2025 begroting baten

2025 begroting saldo

TAAKVELD VEILIGHEID 1.1 - Crisisbeheersing en brandweer 1.1

Salarissen en sociale lasten

20.732

-

20.732

3.8

Overige goederen en diensten

5.508

26.977

-21.469

7.3

Afschrijvingen

2.366

-

2.366

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

140

-

140

28.746

26.977

1.769

5.693

-

5.693

319

-

319

1.858

9.706

-7.848

250

-

250

Totaal crisisbeheersing en brandweer

TAAKVELD BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 - Overhead 1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

3.8

Overige goederen en diensten

7.3

Afschrijvingen

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

Totaal overhead

14

-

8.134

9.706

-1.572

154

-

154

14

0.5 - Treasury 5.1

Rente

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

Totaal treasury

-

154

-154

154

154

-

37.033

36.837

197

TOTAAL saldo baten en lasten Onttrekking uit bestemmingsreserve MV2

-

-

-

Onttrekking uit algemene reserve (weerstandsvermogen)

-

511

-511

Toevoeging aan bestemmingsreserve

333

-

333

begrotingssaldo na bestemming

37.366

37.348

19

-

-

19

Incidentele baten en lasten Structureel begrotingssaldo

■ 13 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

2.2

Specificatie overige goederen en diensten • Lasten De lasten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de lasten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). lasten overige goederen en diensten per taakveld

2025 begroting lasten

2025 begroting lasten

2025 begroting lasten

1.1

0.4

totaal

overige personele kosten

276

-

276

huisvestingskosten

1.489

124

1.613

voertuigkosten incl. bepakking

1.676

145

1.822

trainingen en opleidingen

1.807

-

1.807

kantoorkosten

132

321

453

automatiserings- en communicatiemiddelen

58

568

626

planvorming

70

kostprijs secundair product totaal overige goederen en diensten

-

70

-

700

700

5.508

1.858

7.366

• Baten De baten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de baten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). baten overige goederen en diensten per taakveld

2025 begroting baten

2025 begroting baten

2025 begroting baten

1.1

0.4

totaal

contributie bedrijven

14.175

4.714

18.889

contributie overheden

9.297

2.406

11.703

contributie projecten

1.876

11

1.887

overige opbrengsten

1.629

575

2.204

secundair product

-

2.000

2.000

26.977

9.706

36.683

totaal overige goederen en diensten

■ 14 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

2.3

Uitsplitsing per project De GB voert een aantal projecten uit als onderdeel van haar primaire taken. Deze projecten worden gefinancierd vanuit de contributies van de aangesloten leden, dan wel uit daartoe eerder ontvangen gelden, welke als bestemmingsreserve of overlopend passief staan verantwoord op de balans van de GB. Ten behoeve van de betrokken leden wordt de exploitatiebegroting 2025 hierna verder uitgesplitst op projectniveau.

economische categorieën

CBP

MV2

GB excl. projecten

HRT

TOTAAL

TAAKVELD VEILIGHEID 1.1 - Crisisbeheersing en brandweer 1.1

Salarissen en sociale lasten

285

2.328

86

18.032

20.732

3.8

Overige goederen en diensten

670

693

100

4.045

5.508

7.3

Afschrijvingen

350

11

4

2.001

2.366

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

30

1

1

108

140

1.335

3.033

191

24.186

28.746

5.356

5.693

Totaal crisisbeheersing en brandweer

TAAKVELD BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 - Overhead 1.1

Salarissen en sociale lasten

36

291

11

3.5.1

Ingeleend personeel

-

-

-

319

319

3.8

Overige goederen en diensten

-

-

-

1.858

1.858

7.3

Afschrijvingen

-

-

-

250

250

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

-

-

-

14

14

36

291

11

7.796

8.134

-

-

-

154

154

-

-

-

154

154

1.371

3.324

202

32.136

37.033

333

-

-

-

333

1.704

3.324

202

32.136

37.366

Totaal overhead 0.5 - Treasury 5.1

Rente

Totaal treasury TOTAAL Subtotaal programma, overhead en treasury Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Geraamd totaal lasten

■ 15 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

economische categorieën (baten)

CBP

MV2

GB excl. projecten

HRT

TOTAAL

TAAKVELD VEILIGHEID 1.1 - Crisisbeheersing en brandweer 3.8

Overige goederen en diensten

Totaal crisisbeheersing en brandweer

1.704

3.324

172

21.777

26.977

1.704

3.324

172

21.777

26.977

TAAKVELD BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 - Overhead 3.8

Overige goederen en diensten

Totaal overhead

-

-

11

9.695

9.706

-

-

11

9.695

9.706

-

-

-

154

154

-

-

-

154

154

1.704

3.324

183

31.626

36.837

-

-

-

-

-

1.704

3.324

183

31.626

36.837

0.5 - Treasury 7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

Totaal treasury

TOTAAL Subtotaal programma, overhead en treasury Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Geraamd totaal baten

Uit deze overzichten volgt het hierna weergegeven structurele exploitatieresultaat per project: economische categorieën

CBP

MV2

GB excl. projecten

HRT

TOTAAL

Geraamd totaal lasten

1.704

3.324

202

32.136

37.366

Geraamd totaal baten

1.704

3.324

183

31.626

36.837

-

-

-19

-511

-530

Geraamd resultaat

■ 16 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

3

Meerjarenbegroting 2025-2029 GB economische categorieën

2025

2026

2027

2028

2029

TAAKVELD VEILIGHEID Lasten 1.1 - Crisisbeheersing en brandweer 1.1

Salarissen en sociale lasten

18.349

19.083

19.465

19.854

20.450

3.8

Overige goederen en diensten

8.527

8.944

8.943

9.120

9.392

7.3

Afschrijvingen

2.036

2.067

1.996

1.887

1.743

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

111

158

185

211

202

29.022

30.252

30.589

31.072

31.787

27.043

28.565

28.660

29.118

29.800

27.043

28.565

28.660

29.118

29.800

5.616

Totaal crisisbeheersing en brandweer Baten 1.1 - Crisisbeheersing en brandweer 3.8

Overige goederen en diensten

Totaal crisisbeheersing en brandweer

TAAKVELD BESTUUR EN ONDERSTEUNING Lasten 0.4 - Overhead 1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

3.8

Overige goederen en diensten

7.3 7.4

5.039

5.240

5.345

5.452

319

335

125

128

131

2.605

2.700

2.684

2.723

2.784

Afschrijvingen

215

218

211

199

184

Toegerekende reële en bespaarde rente

11

15

18

20

20

8.189

8.509

8.383

8.523

8.735

9.640

10.196

10.312

10.477

10.722

9.640

10.196

10.312

10.477

10.722

Totaal overhead Baten 0.4 - Overhead 3.8

Overige goederen en diensten

Totaal overhead Baten en lasten 0.5 - Treasury 5.1

Rente

122

173

203

231

222

7.4

Toegerekende reële en bespaarde rente

-122

-173

-203

-231

-222

-

-

-

-

-

Totaal treasury

TOTAAL Geraamde lasten

37.212

38.761

38.972

39.595

40.521

Geraamde baten

36.683

38.761

38.972

39.595

40.521

Geraamd resultaat

-529

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

529

-

-

-

-

Geraamd structureel begrotingssaldo

-

-

-

-

-

NB: Omdat overheadbepaling ten aanzien van de meerjarenbegroting op een hoger aggregatieniveau plaatsvindt, zijn afwijkingen hierin ten opzichte van de jaarbegroting mogelijk. De jaarbegroting is in dit geval leidend.

■ 17 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

4

Activiteiten • Management Development Op basis van de evaluatie van de organisatieaanpassing in 2017 is in 2023 meer geïnvesteerd in management development, met de nadruk op verbindend leiderschap, het werken aan meer persoonlijke effectiviteit en bevordering van samenwerking binnen het leidinggevende kader. Een leidraad voor deze activiteiten in 2025 zijn o.a. de uitkomsten van het cultuuronderzoek, dat de Erasmus Universiteit Rotterdam in 2023 heeft uitgevoerd, alsmede het visiedocument ‘Stip aan de horizon’. • Regeling ‘Door010’ en flankerend beleid In 2024 zal naar verwachting de regeling ‘Door010’ door betrokken partijen geaccordeerd worden. De verwachting is dat de GB in 2025 aanvullende afspraken zal moeten maken in de vorm van ondersteunende dienstverlening (inhuur loopbaanbegeleiding en arbeidsmarktverkenning), als ook de inrichting van het digitale systeem (verlofsparen). Daarnaast zal het beleid rondom passende functies voor collega’s ‘in de herfst van hun carrière’ in 2025 verder doorontwikkeld moeten worden; daarbij zal met name gekeken worden naar de rol van chauffeur/pompbediende. • Ontwikkeling communicatie In 2024 is naar aanleiding van diverse onderzoeken een communicatieadviseur aangetrokken.

In 2025 zal de communicatietaak verder doorontwikkeld moeten worden, met een juiste afbakening, waarbij met name de focus zal liggen op arbeidsmarkt-communicatie (hoe presenteert de GB zich in- en extern, fysiek en digitaal) en in relatie tot de diverse projecten. • Proces planning Een van de voornaamste primaire processen voor de GB betreft de paraatheid van de afdeling Repressie. Om meer grip te krijgen op dit proces en te komen tot een adequate personeelsplanning, waarin -binnen de grenzen van ATW/ATB- meer balans komt tussen werkgevers- en werknemersbelangen, zal het team Planning medio 2024 onder het Tactisch Team Repressie (TTR) worden gebracht. Naast deze verschuiving van de afdeling Bedrijfsvoering naar de afdeling Repressie zal het team enerzijds worden uitgebreid met een Coördinator Planning en zal anderzijds meer aandacht geschonken gaan worden aan meer integrale, GB-brede planning. • Opleiden – Vakbekwaam Worden en Vakbekwaam Blijven Het team Vakbekwaam Worden heeft een tweeledig doel: enerzijds dient gewaarborgd te worden dat het eigen nieuwe personeel van de GB voldoende wordt opgeleid conform de daarvoor geldende standaard. Het tweede doel is het Trainingscentrum Gezamenlijke Brandweer verder vorm te geven en door te ontwikkelen.

Kijkend naar het gegeven dat de GB inmiddels voor nieuwe manschappen zelfs personeel moet aannemen zonder enige brandweeropleiding kan deze ontwikkeling genoemd worden als één van de onderwerpen om meer verbinding te zoeken tussen Vakbekwaam Worden en Vakbekwaam Blijven. Om vakbekwaam te blijven is het van belang dat de GB hiervoor een meerjarenoefenbeleidsplan heeft waarin een industriële (aantoonbare) norm (industriële incidentbestrijdingswerkwijze) wordt omgeschreven die in de komende jaren bereikt kan worden. Dit is breder dan alleen op theorie en/of uitsluitend uitvoeren van artikel 31 oefeningen bij lidbedrijven: het doel vergt tevens realistisch oefenen op oefencentra en/of oefeningen inclusief het oefenen met schuim (zogenaamd oefenschuim). Hierover vinden gesprekken plaats met de Commissie Vakbekwaam Blijven van de CIBUA. Sinds 2022 vinden hierover eveneens actieve gesprekken plaats met de afdeling Industriële Veiligheid van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De GB wil de komende jaren borgen dat alle repressieve medewerkers voorbereid zijn op de industriële incidenten in het gebied, de verschillende artikel 31-scenario’s onafhankelijk van de lidbedrijven beheersen en zorgen dat, door het uitvoeren van testen, de lidbedrijven compliant blijven.

■ 18 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

Onderdeel hiervan is ook een adequate registratie van de vakbekwaamheidsactiviteiten. Passend binnen de aanbevelingen van de audit door de afdeling Industriële Veiligheid van de VRR, die plaatsvond in 2023, vinden hier goede ontwikkelingen in plaats. • Prioriteiten afdeling Repressie Om invulling te geven aan bovengenoemde prioriteiten (paraatheid en aantoonbaar vakbekwame medewerkers) zijn binnen de afdeling Repressie een tweetal ondersteunende teams beschikbaar. Naast de prioriteiten waaruit van de ondersteunende teams aandacht wordt gegeven heeft het TTR ook nog een aantal prioriteiten benoemd, waaronder één groot (meerjaren) onderwerp, te weten de implementatie van de adviezen die voort zijn gekomen uit het hierboven genoemde onderzoek van de Erasmus Universiteit. In algemene zin moet dit rapport in eerste instantie zorgen voor de benodigde duidelijkheid over taken en rollen van de medewerkers binnen de afdeling Repressie. Wanneer hierover consensus bestaat en er voldoende duidelijkheid is om invulling te geven zullen hier ook keuzes ingemaakt worden. Eén van onderliggende doelen hierbij is te komen tot een cultuur waarin iedereen zich veilig voelt, mensen weten waar ze aan toe zijn (één team, één taak) en passende erkenning en waardering plaatsvindt op alle niveaus binnen de organisatie.

Een veilige cultuur is uiteraard van belang voor het zittende personeel maar zeker ook nieuw personeel moet zich veilig voelen binnen de GB. Het zijn van een goede werkgever vormt ook een belangrijk onderdeel van het visiedocument ‘Stip op de horizon’: de GB wil graag personeel behouden maar ook goed personeel aannemen. Verandering in de werving heeft inmiddels geleid tot aanname van geschikte nieuwe collega’s. • Accountmanagement, Beleid & Compliance In 2025 zal binnen team ABC, naast het accountmanagement, diverse beleidsvraagstukken worden opgepakt, dan wel worden voortgezet, waarmee de ledenbedrijven zoveel mogelijk worden ondersteund teneinde te handelen conform de heersende of nieuwe wet- en regelgeving. Het project van de transitie naar fluorvrij blusschuim zal 2025 ver gevorderd zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de autospuiten en de SV-bakken allemaal aangepast zijn voor gebruik van fluorvrij schuim. In 2025 zal de GB de CIBUA-lidbedrijven, daar waar nodig, ondersteunen in hun MOC ten aanzien van de transitie. Tevens zal in 2025 worden gestart met de transitie van de voorraad schuimvormend middel van het CBP naar een fluorvrije variant. Daarnaast zal het team zich blijven richten op de gevolgen van de energietransitie. De energietransitie is geen bedreiging, maar zal wel voor andere activiteiten en producten zorgen in het gebied.

Andere activiteiten betekenen ook andere risico’s en scenario’s die wellicht een andere aanpak en voorbereiding vergen. De energietransitie zal de GB derhalve in al haar aspecten gaan raken – materieel, vakbekwaam blijven, vakbekwaam worden en planvorming/procedures. Het is van het grootste belang voor de organisatie om tijdig op deze ontwikkelingen te kunnen inspelen. • Infrastructuur Het 2025 zal op het vlak van infrastructuur evenals het afgelopen jaar de GB een enorme uitdaging te wachten staan. Er staan diverse onderhoudswerkzaamheden aan wegen en verkeerskunstwerken in het verzorgingsgebied van de GB gepland die elkaar bovendien ook nog eens overlappen. De GB heeft hier maar beperkt invloed op maar het is niettemin zaak voor het team OIP om hier proactief bij aan te sluiten en in te spelen om de gevolgen voor de GB van deze werkzaamheden en de daarmee veelal gepaard gaande verkeerscongesties zo veel mogelijk te beperken. Dat al deze werkzaamheden de opkomsttijden van de GB op sommige momenten in 2025 negatief gaat beïnvloeden is nagenoeg zeker.

■ 19 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

• Operationele Informatievoorziening De afgelopen jaren is een groot aantal significante wijzigingen doorgevoerd ten aanzien van het beschikbaar stellen van relevante operationele informatie aan de repressieve dienst van de GB. De nieuw ingevoerd systemen, die aansluiten bij de regionaal gebruikte systemen, zullen in 2025 verder worden uitgebreid met de planvorming die noodzakelijk is voor het nieuwe CBP (Collectieve Brandbestrijdingspool) waarbinnen het tankput- en tankbrandscenario wordt afgedekt. • Bluswater Al enkele jaren is een ontwikkeling gaande, waarin waterleidingbedrijven voornemens zijn om het leidingnet steeds minder ter beschikking te stellen als primaire bluswatervoorziening. Dit is een ontwikkeling die de GB niet zal gaan keren. Het is wel zaak, ook in 2025, om met name voor de woonkernen dit goed te monitoren en daar, waar problemen worden voorzien als gevolg hiervan, gelijkwaardige alternatieven in kaart te brengen. • Netwerkrol GB Voor al deze dossiers zal de verbinding worden gezocht met andere stakeholders – de milieudienst DCMR, de Veiligheidsregio’s, de koepelorganisaties, de collegabedrijfsbrandweren binnen het Platform Industriële Incidentbestrijding, het Havenbedrijf, etc. De GB zal derhalve ook in 2025 verder investeren in de netwerkrol van de Gezamenlijke Brandweer.

5

Paragrafen Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een aantal paragrafen verplicht voorgeschreven. Deze paragrafen vormen een belangrijke informatiebron en beogen een dwarsdoorsnede van de begroting te geven, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. De paragrafen richten zich met name op de beleidscontouren van het beheersproces en zijn, in tegenstelling tot de programma’s, niet direct extern gericht. In de paragrafen worden de randvoorwaarden vastgelegd, die van belang zijn voor een goede uitvoering van de programma’s. In deze jaarrekening zijn de volgende (verplicht voorgeschreven) paragrafen opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5.

5.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Openbaarheid

Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de GB toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, wordt voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Voor het kunnen beoordelen van het weerstandsvermogen is het noodzakelijk de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren in samenhang met de omvang en de achtergronden van de risico’s. • Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2023 € 2.093k vóór resultaatbestemming; na dotatie van het positieve resultaat over het jaar 2023 aan de algemene reserve bedraagt het saldo ultimo 2023 € 3.737k. In de begroting 2024 wordt gerekend met een onttrekking aan deze algemene reserve van € 510k; de algemene reserve zou hierdoor ultimo 2024 € 3.227k bedragen.

■ 20 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

• Inventarisatie van de risico’s Risico’s zijn kansen op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenissen van materieel belang die niet voorzien zijn in de begroting van enig jaar. Het Management Team van de GB heeft de belangrijkste risicogebieden geïnventariseerd en de onderkende risico’s en de daarmee samenhangende financiële gevolgen in kaart gebracht, waaronder de impact op het weerstandsvermogen van de GB. Voor de inventarisatie hebben interviews plaatsgevonden met eerste- en tweedelijnsverantwoordelijke functionarissen. Van de belangrijkste risico’s is een analyse gemaakt, waaronder de (financiële) impact van de risico’s, de kans van optreden en de eventueel te treffen beheersmaatregelen. Deze risicoanalyse is vervolgens uitgewerkt en vertaald naar de gevolgen voor het weerstandsvermogen van de GB. De risicoanalyse en de beschouwing van het weerstandsvermogen zijn in een notitie ‘Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ verwerkt. Een overzicht van de belangrijkste geïdentificeerde risico’s, de inschatting van de kans dat deze zich in de komende drie jaar zullen voordoen, en een inschatting van de financiële impact is te vinden in Bijlage 1.

In dit overzicht zijn risico’s niet meegenomen, wanneer die risico’s zich regelmatig voordoen, veelal vrij goed meetbaar zijn en ervoor in de regel reeds maatregelen zijn genomen, zoals het afsluiten van verzekeringen of het vormen van voorzieningen. De resultante van de kans en de impact leidt tot een bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de berekening voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Deze uitkomst wordt weergegeven in de vorm van een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement heeft hierbij de volgende normeringssystematiek ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F

ratio weerstandsvermogen 2,0 < x 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 x < 0,6

betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2023 bedraagt na resultaatbestemming € 3.737k en wordt, conform begroting, per 31 december 2025 verlaagd tot € 3.227k. • Evaluatie ontwikkelingen in risicoanalyse ten opzichte van voorgaand jaar De benodigde weerstandscapaciteit is in vergelijking met de analyse in het voorgaande jaar licht gestegen. De oorzaak daarvoor ligt met name in macro-economische ontwikkelingen, waarvan de (eventuele) effecten niet zomaar binnen de begroting van de GB op te vangen vallen.

■ 21 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

• Berekening ratio weerstandsvermogen en waarderingscijfer Op basis van de financieel berekende risico’s voor 2024, de jaarrekening 2023 (na resultaatbestemming) en de begrotingen 2024 en 2025 is de ratio Weerstandsvermogen ultimo 2025 als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 3.227k Benodigde weerstandscapaciteit = € 838k

= 3,85

Op basis van de hierboven genoemde normeringssystematiek is het weerstandsvermogen voor 2024 e.v. van de GB nog steeds uitstekend (waarderingscijfer A). Het is hierbij wel van belang om op te merken dat de impact van veel risico’s niet zijn gekwantificeerd (‘P.M.’) en daardoor niet meetellen in de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit; dit nuanceert het positieve beeld dat op basis van bovenstaande berekening ontstaat. • Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Het proces van risicomanagement is het continue proces van: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

risico’s in beeld krijgen; het kwantificeren van deze risico’s; het afwegen van oplossingen; het implementeren van de te nemen beheersmaatregelen en het evalueren van de effecten van de uitgevoerde maatregelen.

Het proces van risicomanagement wordt met het Management Team en diverse Teamleiders minimaal 1x per jaar (ten tijde van het opstellen van de begroting) doorlopen, waarbij er uiteraard niet wordt gewacht met het nemen van maatregelen bij het manifesteren van grote risico’s. De verdeling van taken op het gebied van risicomanagement naar de verschillende bestuurlijke organisatieniveaus is als volgt: Bestuur OLGB ▪ vaststelling van en sturing op kaders; ▪ vaststelling financiële verordening; ▪ vaststelling Notitie Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Bestuurscommissie ▪ sturing geven aan risicomanagement en weerstandsvermogen. MT ▪ proces risicomanagement; ▪ organisatie en planning; ▪ evaluatie van en rapportage over (resultaten van) de uitvoering. • Kengetallen Het BBV bepaalt dat lagere overheden een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening, zodat belanghebbenden gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie. De kengetallen betreffen: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Voor de Gezamenlijke Brandweer zijn van deze basisset de volgende 3 kengetallen relevant: ▪ schuldquote leningen; ▪ solvabiliteitsratio; ▪ structurele exploitatieruimte.

■ 22 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

Schuldquote leningen Het kengetal ‘schuldquote leningen’ wordt als volgt berekend: (totaal vaste schulden +/+ totaal netto-vlottende schulden +/+ overlopende passiva -/- totaal financiële vaste activa -/- uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar -/- totaal liquide middelen -/- totaal overlopende activa) / totaal saldo baten * 100% Voor 2023 resulteert bovenstaande berekening in een schuldquote leningen van 40,1% (2022: 50,55%). Solvabiliteitsratio Het kengetal ‘solvabiliteitsratio’ wordt als volgt berekend: (eigen vermogen/totaal passiva) * 100% Voor 2023 resulteert bovenstaande berekening in een solvabiliteitsratio van 21,91% (2022: 16,12%). Hierbij is het te verdelen resultaat 2023 reeds verrekend. Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ wordt als volgt berekend: ((structurele baten -/- structurele lasten) +/+ (structurele onttrekkingen aan reserves -/structurele toevoegingen aan reserves)) / totaal saldo baten * 100% Voor 2023 resulteert bovenstaande berekening in een structurele exploitatieruimte van 4,78% (2022: 7,35%). De berekening is met inachtneming van correcties voor de mutaties in de verschillende bestemmingsreserves. De uitkomst van de berekening van deze kengetallen voor de jaren 2023 (realisatie), 2024 en 2025 (begroting) is als volgt: Kengetal

5.2

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Schuldquote leningen

40,10%

36,78%

55,16%

Solvabiliteitsratio

21,91%

24,14%

23,69%

Structurele exploitatieruimte

4,78%

0%

0%

Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen wegen, water, groen en riolering zijn niet van toepassing op de GB, aangezien deze niet in bezit zijn. • Gebouwen De jaarlijkse onderhoudsbehoefte gebeurt door middel van (meerjaren) onderhoudsplannen/ beheersplannen. Een gespecialiseerd ingenieursbureau heeft op basis van een inspectie een 10-jaars onderhoudsplan voor alle gebouwen opgesteld. Jaarlijks wordt op basis van dit plan de onderhoudsbehoefte voor het komende jaar bepaald, waarbij opgemerkt dient te worden dat door budgettaire restricties het niet altijd mogelijk is om de uitvoering van het onderhoud in lijn te laten zijn met het onderhoudsplan. Ten aanzien van een kleiner deel van de kapitaalgoederen, met name het werkmaterieel, gebeurt het onderhoud, in de zin van kwalitatieve instandhouding, in de eigen werkplaats. • Voertuigen Het onderhoud van het bedrijfswagenpark is grotendeels uitbesteed aan een derde partij. De budgetten voor zowel onvoorspelbare als voor de jaarlijks voorkomende kleinere werkzaamheden zijn veelal ontstaan op basis van ervaringscijfers.

■ 23 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

5.3

Financiering Op 1 januari 2001 is de Wet financiering decentrale overheden in werking getreden. De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden; het gaat hier met name om regels voor het beheersen van financiële risico’s zowel op aangetrokken als op uitgezette middelen en voor het beheer van de treasury. • In- externe ontwikkelingen Schatkistbankieren Sinds 2014 neemt de GB verplicht deel aan Schatkistbankieren (SKB). Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden en gemeenschappelijke regelingen dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het Ministerie van Financiën. Alle deelnemers aan SKB hebben hiervoor een privaatrechtelijke rekeningcourantovereenkomst met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Agentschap van de Generale Thesaurie. Vanzelfsprekend blijft de GB wel volledig vrij in de besteding van haar middelen zonder dat de centrale overheid hier enige vorm van toezicht op uitoefent of kan uitoefenen. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Het is de GB toegestaan om een saldo aan te houden op de eigen betaalrekening, zonder dat dit afgestort dient te worden bij de schatkist. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van de organisatie, en in geval van de GB is dit bedrag € 1.000k.

Het Agentschap controleert achteraf op kwartaalbasis of het gemiddelde saldo dat de GB heeft aangehouden op de eigen bankrekening niet boven dit drempelbedrag is gekomen. Financiering via Nederlandse Waterschapsbank Al enkele jaren maakt de GB gebruik van de leningsfaciliteiten van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Deze bank -van en voor de overheid- kan door haar eigen risicoprofiel alsmede het risicoprofiel van haar (overheids)klanten tegen gunstige voorwaarden geld uitlenen. De NWB richt zich exclusief op de Nederlandse publieke sector met de financiering van decentrale overheden (waterschappen, gemeenten en provincies), instellingen onder garantie van (de)centrale overheden, sociale woningbouw, zorginstellingen en samenwerkings-verbanden van decentrale overheden (gemeenschappelijke regelingen). Mede dankzij ratings van Moody’s (Aaa) en Standard & Poor’s (AAA) financiert de NWB zich tegen zeer gunstige tarieven op de internationale kapitaalmarkt, en dit voordeel wordt doorberekend aan de klanten. De GB voldoet aan de voorwaarden van de NWB om financiering te kunnen verstrekken. Naast leningen via NWB heeft de GB diverse financial leaseovereenkomsten met ABN AMRO Lease; al enkele jaren worden geen nieuwe financial leaseovereenkomsten meer afgesloten ten behoeve van financiering van investeringen.

• Risicobeheer De GB heeft geen geldleningen aan derden verstrekt, hetgeen een kredietrisico uitsluit. Op kortere termijn zijn vooral de betalingen uit de wet FIDO van belang. Hierin wordt voorgeschreven dat de kasgeldlimiet, die een grens stelt aan het te lopen renterisico op de korte schuld, getoetst wordt aan de beschikbare vlottende middelen. De analyse van het gemiddelde saldo vlottende middelen per kwartaal in relatie tot de kasgeldlimiet wijst uit dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. De verwachting is niet dat hier iets betekenisvols in zal veranderen op langere termijn. • Financiering In lijn met voorgaande jaren wordt door de GB de nodige aandacht geschonken aan het liquiditeitsbeheer, o.a. door op regelmatige basis liquiditeitsprognoses op te stellen en de investeringsplanning hierop af te stemmen. De liquiditeitsprognoses zijn de basis voor de kredietruimte bij ABN AMRO, welke overigens al enige tijd niet meer actief gebruikt hoeft te worden.

■ 24 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

Omvangrijke duurzame investeringen worden sinds 2017 overwegend gefinancierd middels een financiering bij de Nederlandse Waterschapsbank. Voor komende periode zal, per casus, worden beoordeeld of het aantrekken van externe financiering noodzakelijk en/of gewenst is, of dat een investering vanuit eigen middelen zou kunnen worden gedekt.

5.4

Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering dient inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De term ‘bedrijfsvoering’ verwijst naar de inzet van bedrijfsmiddelen om de bedrijfsdoelen te behalen. Die bedrijfsmiddelen zijn: personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting (‘PIOFACH’). Onderstaand wordt ingegaan op de bijzonderheden omtrent de bedrijfsvoering in de begroting 2025, betrekking hebbend op de volgende aspecten: • • • •

de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; inhuur derden; financiën en ICT; huisvesting.

• Personeelsbestand en loonkosten Voor de begroting 2025 is vanuit het oogpunt van kostenbeheersing wederom kritisch gekeken naar de noodzaak voor het invullen van vacatures: Het (laten) ontstaan van vacatures in de repressieve dienst, onder meer omdat sommige personeelsleden gebruik gaan maken van het FLO (Functioneel Leeftijdsontslag)-overgangsrecht, is echter om verschillende redenen onwenselijk. Met de huidige bezetting is er een directe relatie tussen vacatures en overwerkkosten, die bij een lagere bezetting direct zullen toenemen. Zowel vanuit operationeel als financieel oogpunt is dit onwenselijk, en daarom is in de begroting 2025 wederom rekening gehouden met het invullen van alle vacatures in de repressieve dienst; daarnaast wordt in beperkte mate opvolging gegeven aan het bestuursbesluit om boven-formatief repressief personeel aan te nemen; voor de achtergrond en overwegingen hierbij wordt verwezen naar de inleiding van dit document. De GB volgt de CAO van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). In de WVSV zijn de 25 Veiligheidsregio’s vertegenwoordigd, die in overleg met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden. De CAO, die geldt op het moment van opstellen van de begroting, heeft een looptijd tot 1 mei 2024.

In de herziene begroting 2024 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 6,5% vanaf die datum. Voor 2025 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 3,5% vanaf 1 augustus 2025. • Inhuur Derden In de begroting 2024 en 2025 is rekening gehouden met inhuur van derden in drie categorieën: • inhuur voor het continue bezetting van het voertuig met blusarm ten behoeve van ProRail (kazerne Butaanweg); de hiermee gepaard kosten zijn volledig voor rekening van ProRail; • structurele inhuur ter ondersteuning van de salarisadministratie; • inhuur van specialistische expertise, die de GB zelf niet in ‘huis’ heeft; • inhuur voor logistieke taken. • Financiën en ICT Sinds enige jaren maakt de GB gebruik van Ultimo Fleet Management Software (FMS). Dit pakket wordt voornamelijk gebruikt voor het registeren van het GB-materieel, inclusief onderhoudsbehoefte, -historie en -planning. De implementatie van dit pakket is een belangrijk onderdeel van het streven tot structureren en optimaliseren van het voertuigonderhoud. Daarnaast is in 2023 de keuze gemaakt voor nieuwe planningssoftware, en is tevens in dat jaar begonnen met de implementatie ervan.

■ 25 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

Het doel is om vanaf medio 2024 met behulp van deze software een integrale personeels-, materieel- en activiteitenplanning te kunnen maken. • Huisvestingskosten In de afgelopen jaren is op het gebied van huisvesting bij de GB veel veranderd. In 2023 en 2024 zal de aandacht op het gebied van huisvesting, naast instandhouding, vooral gericht zijn op (verdere) verduurzaming. Zowel ambities op het gebied van duurzaamheid als de sterk gestegen energietarieven onderstrepen de noodzaak van dergelijke investeringen. Daarnaast zullen er in 2024 keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van de locatie Coloradoweg. Op het moment van het opstellen van deze begroting worden gesprekken gevoerd met de Dienst Speciale Interventies/Politie over het gezamenlijk betrekken van een pand, dat vanuit het oogpunt van een snelle uitruk gunstiger ligt dan kazerne Coloradoweg; dat betekent dus dat mogelijk een verhuizing zal plaatsvinden. De plannen bevinden zich in een concreet stadium, maar zijn nog niet voldoende uitgewerkt om ook de financiële consequenties goed inzichtelijk te krijgen. In de begroting 2025 wordt uitgegaan van de bestaande situatie.

5.5

Openbaarheid De Wet open overheid (Woo) geldt sinds 1 mei 2022 en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een open en transparante overheid met als uitgangspunt dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek, ook verplicht is zelf informatie openbaar te maken, voor zover dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is. In de wet wordt een aantal informatiecategorieën gespecificeerd die in ieder geval actief openbaar gemaakt moeten worden. Diverse documenten die hieronder vallen worden nu ook al openbaar gemaakt, zoals wetten, maar er is ook een aantal nieuw openbaar te maken informatiecategorieën. Deze actieve openbaarmaking dient plaats te vinden door middel van een digitale infrastructuur die door de minister van BZK in stand wordt gehouden. Het doel daarvan is, alle informatie die bestuursorganen onder de Woo actief openbaar moeten maken, op één plek voor iedereen vindbaar en doorzoekbaar te maken. Door deze centrale vindplaats ontstaat er overzicht en hoeven belanghebbende burgers, onderzoekers, journalisten, wetenschappers en overige geïnteresseerden niet langer de vele websites van de afzonderlijke bestuursorganen te zoeken en doorzoeken.

Bij de ontwikkeling van de verplichte digitale infrastructuur heeft BZK gekozen voor een verwijsindex (de ‘Woo-index’) met zoekfunctie. De Woo-index verwijst naar documentcollecties die door de bestuursorganen op internet zijn gepubliceerd. Het voornemen is om in 2024 de te publiceren documenten via een link in de Woo-index op de website van de GB benaderbaar te maken. Te denken valt hierbij o.a. aan de Gemeenschappelijke Regeling, de verschillende verordeningen, begrotingen en jaarrekeningen en een (geanonimiseerd) organogram. Dit vraagt om enkele aanpassingen in de infrastructuur van de website van de GB, die op het moment van het opstellen van deze begroting nog niet gerealiseerd zijn. Daarnaast vindt afstemming met de gemeente Rotterdam plaats over de documenten die via de Woo-index benaderbaar dienen te zijn; voor deze afstemming is bij de GB een Woo-contactpersoon aangewezen.

■ 26 van 39 ■

Versie 2.0 - 24 juni 2024

■ BEGROTINGSWIJZIGING 2024 - PROGRAMMABEGROTING 2025 ■

6

Toelichting diverse activa en passiva

6.1

Vaste Activa - Materiële Vaste Activa De materiële vaste activa bestaan alleen uit investeringen met een economisch nut. Het verloopoverzicht van de materiële vaste activa voor 2025 is als volgt begroot: EUR * 1000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=dfe557e0-9b6c-4842-9fa9-2cf8350b8535