[24bb005763] Bijlage 1 behorende bij 24bb005762 - Jaarverslag en jaarrekening 2023
Tekst van het document
50%
20.000
10.000
20
Weersinvloeden / klimaatverandering
Onevenredige, noodzakelijk te Risico dat onevenredige schade aan vastgoed of voertuigen repareren, schade aan gebouwen of ontstaat door extreem weer, zoals wateroverlast en stormen. voertuigen.
5-10%
250.000
25.000
21
Cyberveiligheid
De impact is naar verwachting beperkt, Risico op schade als gevolg van cyberaanvallen, waarbij de aangezien het primaire proces van Rotterdamse haven een bovengemiddeld hoog-risicogebied incidentbestrijding niet direct afhankelijk vormt. is van cyberveiligheid.
P.M.
P.M.
P.M.
Inflatie
Kostenstijgingen vanuit inflatie hebben een direct effect op de kosten voor van Risico op grote kostenstijgingen als gevolg van onverwacht derden afgenomen goederen en hoge inflatie. diensten, alsmede een indirect effect op de cao-ontwikkelingen.
25%
250.000
62.500
22
omschrijving impact
impact (eur)
risicogebied
Totaal
838.000
P.M. = Pro Memorie, ter herinnering: In de begrotingen gebruikt om aan te geven dat er wel kosten worden verwacht, maar dat de hoogte daarvan niet bekend is
Het voorheen opgenomen risico inzake (afwaardering en afvoer van) schuimvormend middel, met een impact van EUR 50k, is komen te vervallen, omdat de cijfermatige implicaties van dit risico inmiddels zijn verwerkt in de jaarrekening door een (gedeeltelijke) afwaardering van de voorraad resp. een bestemmingsreserve voor de afvoerkosten van fluorhoudend schuimvormend middel.
AFDELING | FINANCIËN juni 2024
■ 22 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Deel II Jaarrekening 2023 4
Balans per 31-12-2023 Gezamenlijke Brandweer (voor bestemming resultaat) ACTIVA
31-12-2023
31-12-2022
vaste activa materiële vaste activa investeringen met een economisch nut
-
-
overige investeringen met een economisch nut
20.272.016
20.225.649
totaal vaste activa
20.272.016
20.225.649
507.332
565.555
51.854
42.550
uitzettingen in ’s Rijks schatkist
7.000.150
7.015.243
overige vorderingen
1.812.545
436.413
vooruit ontvangen facturen
206.703
168.692
nog te factureren bedragen
261.639
255.993
liquide middelen
551.906
72.406
totaal vlottende activa
10.392.129
8.556.852
totaal generaal
30.664.145
28.782.501
PASSIVA
31-12-2023
31-12-2022
algemene reserve
2.092.642
-256.903
bestemmingsreserves
2.982.578
2.547.695
nog te bestemmen resultaat
1.644.412
2.349.545
19.110.334
20.244.000
710.868
1.014.309
26.540.834
25.898.646
453.845
975.985
2.625.969
1.600.396
vlottende activa Voorraden voorraad schuimvormend middel uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar vorderingen op openbare lichamen
overlopende activa
vaste passiva eigen vermogen
vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer leningen binnenlandse bank verplichtingen uit hoofde van financial lease totaal vaste passiva vlottende passiva netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar overige schulden overlopende passiva verplichtingen, opgebouwd in begrotingsjaar Ontvangen voorschotbedragen van Europese overheidslichamen
629.272
37.030
Overige vooruit ontvangen bedragen
414.225
270.444
totaal vlottende passiva
4.123.311
2.883.855
totaal generaal
30.664.145
28.782.501
AFDELING | FINANCIËN
■ 23 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
5
Overzicht van programmabaten en -lasten
5.1
Staat van baten en lasten – getotaliseerd BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead ec. Cat.
omschrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
begroting saldo
realisatie saldo
realisatie 2022 saldo
verschil
-5.259.443
-5.227.244
32.199
-4.349.375
Ingeleend personeel
-287.000
-288.045
-1.045
-232.316
3.8
Overige goederen en diensten
6.908.669
6.800.295
-108.374
5.912.299
7.3
Afschrijvingen
-211.090
-239.393
-28.303
-240.010
7.4
Toegerekende rente
87.064
-19.189
-106.253
-29.375
7.5
Overige verrekeningen
-
-20.000
-20.000
-15.000
1.238.200
1.006.423
-231.777
1.046.224
totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury ec. Cat.
omschrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1 3.8 5.1
Rente
7.3
Afschrijvingen
7.4
Toegerekende rente
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
realisatie saldo
realisatie 2022 saldo
verschil
-
-
-
-
Ingeleend personeel
-
-
-
-
Overige goederen en diensten
-
-
-
-
200.000
-172.872
-372.872
-264.640
-
-
-
-
-200.000
172.872
372.872
264.640
-
-
-
-
-
-
-
-
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandweer ec. Cat.
omschrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
3.8 7.3 7.4
Toegerekende rente
7.5
Overige verrekeningen
begroting saldo
realisatie saldo
realisatie 2022 saldo
verschil
-17.707.557
-17.678.904
28.653
-15.840.589
-
-
-
-
Overige goederen en diensten
19.453.331
20.822.759
1.369.428
20.186.028
Afschrijvingen
-2.003.910
-1.917.299
86.611
-1.922.241
112.936
-153.683
-266.619
-235.265
-
-
-
-
-145.200
1.072.871
1.218.071
2.187.934
totaal taakveld
AFDELING | FINANCIËN
begroting saldo
■ 24 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
1.093.000
2.079.295
986.295
3.234.158
Mutatie algemene reserve
-
-
-
-
Mutatie bestemmingsreserve HRT
-
-17.214
-17.214
-16.397
Mutatie bestemmingsreserve meerkosten FLO
-
-
-
-200.000
-7.000
10.530
17.530
-248.130
Mutatie bestemmingsreserve MV2
257.000
291.019
34.019
-53.142
Mutatie bestemmingsreserve TDV
-
-
-
64.448
Mutatie bestemmingsreserve CBP
-286.000
-334.218
-48.218
-281.393
Mutatie bestemmingsreserve CBP - onderhoud
-
-85.000
-85.000
-150.000
Bestemmingsreserve CBP - schuimtransitie
-
-190.000
-190.000
Bestemmingsreserve vakbekwaamheid
-
-110.000
-110.000
Gerealiseerd resultaat
1.057.000
1.644.412
587.412
2.349.544
Waarvan incidenteel
1.057.000
1.644.412
587.412
2.349.544
-
-
-
-
Mutatie bestemmingsreserve afvoer SVM
Structureel begrotingssaldo
AFDELING | FINANCIËN
■ 25 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ 5.2
Staat van baten en lasten – realisatie 2023 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead
realisatie 2023 lasten
realisatie 2023 baten
realisatie 2023 saldo
omschrijving Salarissen en sociale lasten Ingeleend personeel Overige goederen en diensten
5.227.244
-
-5.227.244
288.045
-
-288.045
1.804.921
8.605.215
6.800.295
Afschrijvingen
239.393
-
-239.393
Toegerekende rente
19.189
-
-19.189
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury
20.000
-
-20.000
7.598.792
8.605.215
1.006.423
realisatie 2023 lasten
realisatie 2023 baten
realisatie 2023 saldo
omschrijving Salarissen en sociale lasten
-
Ingeleend personeel
-
Overige goederen en diensten
-
Rente
172.872
-172.872
Afschrijvingen
-
Toegerekende rente
172.872
172.872
Overige verrekeningen
-
totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandweer
172.872
realisatie 2023 lasten
172.872
realisatie 2023 baten
-
realisatie 2023 saldo
omschrijving Salarissen en sociale lasten
17.678.904
-
-17.678.904
-
-
-
Overige goederen en diensten
4.774.257
25.597.015
20.822.759
Afschrijvingen
1.917.299
-
-1.917.299
153.683
-
-153.683
-
-
-
24.524.144
25.597.015
1.072.871
Ingeleend personeel
Toegerekende rente Overige verrekeningen totaal taakveld
AFDELING | FINANCIËN
■ 26 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
32.295.808
34.375.103
2.079.295
Mutatie algemene reserve
-
Mutatie bestemmingsreserve HRT
17.214
-17.214
Mutatie bestemmingsreserve meerkosten FLO
-
Mutatie bestemmingsreserve afvoer SVM
10.530
10.530
Mutatie bestemmingsreserve MV2
291.019
291.019
Mutatie bestemmingsreserve TDV
-
Mutatie bestemmingsreserve CBP
334.218
-334.218
Mutatie bestemmingsreserve CBP - onderhoud
85.000
-85.000
Bestemmingsreserve CBP - schuimtransitie
190.000
-190.000
Bestemmingsreserve vakbekwaamheid
110.000
-110.000
Gerealiseerd resultaat
1.644.412
Waarvan incidenteel
1.644.412
Structureel begrotingssaldo
AFDELING | FINANCIËN
-
■ 27 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ 5.3
Staat van baten en lasten – herziene begroting 2023
AFDELING | FINANCIËN
■ 28 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ 5.4
Staat van baten en lasten – realisatie 2022
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead
realisatie 2022 lasten realisatie 2022 baten realisatie 2022 saldo
ec. Cat. om schrijving 1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
3.8
Overige goederen en diensten
7.3
Afschrijvingen
240.010
-240.010
7.4
Toegerekende rente
29.375
-29.375
7.5
Overige verrekeningen
15.000
totaal taakveld
6.945.078
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury
4.349.375
-4.349.375
232.316
-232.316
2.079.003
7.991.302
5.912.299
-15.000 7.991.302
1.046.224
realisatie 2022 lasten realisatie 2022 baten realisatie 2022 saldo
ec. Cat. om schrijving 1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
3.8
Overige goederen en diensten
5.1
Rente
7.3
Afschrijvingen
7.4
Toegerekende rente
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer
-
-
264.640
-264.640 264.640
264.640 -
264.640
264.640
-
realisatie 2022 lasten realisatie 2022 baten realisatie 2022 saldo
ec. Cat. om schrijving 1.1
Salarissen en sociale lasten
15.840.589
-15.840.589
3.5.1
Ingeleend personeel
3.8
Overige goederen en diensten
3.567.672
7.3
Afschrijvingen
1.922.241
-1.922.241
7.4
Toegerekende rente
235.265
-235.265
7.5
Overige verrekeningen
-
23.753.700
-
20.186.028
-
totaal taakveld
21.565.766
23.753.700
2.187.934
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
28.775.484
32.009.642
3.234.158
Mutatie algem ene reserve
-
Mutatie beste m m ingsreserve IBP Mutatie beste m m ingsreserve HRT
16.397
-16.397
Mutatie beste m m ingsreserve TPB
-
Mutatie bestem m ingsreserve m eerkosten FLO
200.000
-200.000
Mutatie beste m m ingsreserve afvoer SVM
248.130
-248.130
Mutatie bestem m ingsreserve MV2
53.142
-53.142
Mutatie beste m m ingsreserve TDV
64.448
64.448
Mutatie beste m m ingsreserve CBP
281.393
-281.393
Mutatie beste m m ingsreserve CBP onderhoud
150.000
-150.000
Gerealiseerd resultaat
29.724.546
32.074.091
Waarvan incidenteel Structureel begrotingssaldo
AFDELING | FINANCIËN
2.349.544 2.349.544 -
■ 29 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
6.
Toelichting
6a
Algemeen De primitieve begroting 2023 is door het OLGB-bestuur vastgesteld op 4 juli 2022, de 1e begrotingswijziging op 5 juli 2023, en tot slot de 2e begrotingswijziging op 19 december 2023. De voornaamste aanleidingen om een eerste begrotingswijziging voor te stellen waren de uitkomsten van de CAO-onderhandelingen voor 2023, de financiële effecten van de schuimtransitie en de extra opbrengsten en kosten door aanvullende dienstverlening aan ProRail. Gedurende het 2e half jaar van 2023 bleek het tijdig kunnen invullen van vacatures nog moeizamer te verlopen dan verondersteld. Daarnaast waren de renteopbrengsten aanzienlijk hoger dan begroot. Deze ontwikkelingen vormden de voornaamste aanleiding voor een 2e begrotingswijziging 2023. De jaarrekening van de GB voor het boekjaar 2023 sluit met een positief resultaat van € 1.644k (na verdeling projectresultaten), ten opzichte van een begroot resultaat van € 1.057k volgens de 2e begrotingswijziging. Het totale verschil tussen begroting en realisatie wordt met name verklaard door enerzijds een conservatieve inschatting van de kosten (resulterend op totaalniveau in een positief verschil van € 190k), anderzijds door hogere opbrengsten vanuit extra dienstverlening aan ledenbedrijven (resulterend op totaalniveau in een positief verschil van € 328k).
6b
Waarderingsgrondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Gezamenlijke Brandweer is samengesteld met inachtneming van de wettelijke richtlijnen voor de jaarrekening, welke zijn vastgesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Omwille van het inzicht is het Overzicht van Baten en Lasten nader uitgesplitst in economische categorieën. Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de inkoopprijs en de bijkomende kosten, verminderd met de afschrijvingen op basis van de verwachte economische levensduur. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
Op de overige categorieën worden de volgende afschrijvingstermijnen toegepast: 30 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; 10-30 jaar: verbouwingen van bedrijfsgebouwen, inclusief technische installaties; 6-12 jaar: motorvoertuigen, operationele voertuigen; 5-7 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen; persoonlijke beschermingsmiddelen; 5 jaar: lichte motorvoertuigen; hulpverleningsapparatuur; kleding; overige bepakking; 3 jaar: automatiseringsapparatuur; niet: gronden en terreinen.
De aanwezige materiële vaste activa zijn van economisch nut. Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving op materiële vaste activa start in de eerste maand nadat de investering heeft plaatsgevonden. In individuele gevallen kan op economische gronden van bovenstaande termijnen worden afgeweken.
AFDELING | FINANCIËN
■ 30 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Voorraden Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijzen of lagere marktwaarde, onder toepassing van de FIFO methode. In 2022 is een voorziening gevormd voor het te verwachten deel van de voorraad dat nog aanwezig zal zijn per het moment dat het fluorhoudende schuimvormend middel afgevoerd zal moeten worden wegens milieuwetgeving. Vorderingen Vorderingen worden onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd. Passiva De passivaposten zoals de algemene reserve en de vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Ten behoeve van de vergelijkbaarheid hebben verschuivingen plaatsgevonden in de vergelijkende cijfers. Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Op grond van artikel 44 lid 3 van het BBV worden geen voorzieningen gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Hieruit volgt dat sommige lasten, in afwijking van voorgaande, worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken e.d.
Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Vennootschapsbelasting De af te dragen vennootschapsbelasting wordt berekend op basis van het financiële resultaat in het boekjaar, behaald over de activiteiten waarbij geen sprake is van de uitoefening van een overheidstaak en waarbij mogelijk in concurrentie wordt getreden met commerciële bedrijven. In casu zijn dit de activiteiten die onderdeel uitmaken van het ‘Secundair Product’, zijnde de aanvullende dienstverlening aan ledenbedrijven. Dit betreft diensten uitgevoerd ten behoeve van derden: detacheringen, trainingen, verhuur van instructielokalen en persoonlijke beschermingsmaterialen, dienstverlening vanuit de werkplaatsen en verkoop van schuimvormend middel. Ten behoeve van bepaling van het resultaat wordt een afzonderlijke balans en verlies- en winstrekening voor ‘Secundair Product’ samengesteld op basis van fiscaal aanvaardbare grondslagen.
Naast de direct aan de genoemde activiteiten toerekenbare kosten worden diverse kosten voor (ondersteunend) personeel, huisvesting, transport, rente en overige bedrijfslasten door middel van een verdeelsleutel meegenomen in de bepaling van het resultaat.
AFDELING | FINANCIËN
■ 31 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ 6c
Toelichting op de Balans Activa Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: boekwaarde per 31-12-2023
boekwaarde per 31-12-2022
overige investeringen met een economisch nut
20.272.016
20.225.649
totaal
20.272.016
20.225.649
onderdeel
De overige investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: boekwaarde ultimo
31-12-2023
Gronden en terreinen
31-12-2022
102.909
102.909
Bedrijfsgebouwen
6.306.706
6.611.528
Verbouwingen
2.035.461
2.147.023
Bedrijfsinventaris
478.349
324.052
5.746.271
6.329.337
Vervoermiddelen en bepakking Persoonlijke beschermingsmiddelen
422.997
83.757
Vaste activa t.b.v. project CBP
5.003.763
4.365.466
Overige materiële vaste activa
175.560
246.936
-
14.641
20.272.016
20.225.649
Vooruitbetaald op materiële vaste activa totaal
Het hiernavolgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: onderdeel Gronden en terreinen
boekwaarde 01-01
investeringen
Desinvesteringen
afschrijvingen
boekwaarde 31-12
102.909
-
-
-
102.909
Bedrijfsgebouwen
6.611.528
100.194
-
-405.016
6.306.706
Verbouwingen
2.147.023
23.779
-
-135.341
2.035.461
Bedrijfsinventaris
324.052
306.471
-
-152.174
478.349
Vervoermiddelen en bepakking
6.329.337
434.639
-
-1.017.705
5.746.271
Pers. beschermingsmiddelen
83.757
418.397
-
-79.157
422.997
4.365.466
904.154
-
-265.857
5.003.763
246.936
44.319
-
-115.695
175.560
14.641
-14.641
-
-
-
20.225.649
2.217.312
-
-2.170.945
20.272.016
Vaste activa t.b.v. project CBP Overige materiële vaste activa Vooruitbetaald op MVA totaal
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. De post overige materiële vaste activa bevat voornamelijk materiaal en computerapparatuur.
AFDELING | FINANCIËN
■ 33 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ De in het boekjaar gedane investeringen staan in onderstaand overzicht vermeld: (resterend) besteed 2023 budget
Investeringsbudget eerdere perioden
saldo
Fitnessapparatuur diverse locaties
15.868
22.345
-6.477
Roestbehandeling en nanocoating 12 voertuigen [2019]
60.000
7.661
52.339
Aanschaf pand VG Rozenburg te LvNB 10 incl. verbouwing
94.406
39.161
55.245
Midlife update autospuit / aanpassingen t.b.v. schuimtransitie
120.000
63.318
56.682
COBRA-bak + vervoersmiddel
150.000
119.240
30.760
Dagdienstkleding
236.250
258.580
-22.330
Meubilair/bruin- en witgoed
26.815
26.722
93
Investeringen in relatie tot CBP
999.983
933.154
66.829
SVM-bak 10m3
137.000
136.681
319
Diverse investeringen i.r.t. huisvesting - vervangen asfaltlaag Butaanweg
34.873
11.320
23.553
Verduurzaming - energiezuinige maatregelen
20.000
16.655
3.345
Vervanging communicatieset HRT
15.000
7.180
7.820
Persoonlijke beschermingsmiddelen - multi-gasdetectors TOTAAL INVESTERINGSBEGROTINGEN < 2023
160.000
159.815
185
2.070.195
1.801.831
268.364
(resterend) besteed 2023 budget
Investeringsbudget 2023
saldo
Investeringen werkplaatsen (slangenpersmachine, gaspakkenruimte incl. installaties)
277.127
152.190
124.937
Inventaris en ICT-middelen
106.834
113.619
-6.785
Verduurzaming - energiezuinige maatregelen
75.000
30.375
25.000
Investeringen t.b.v. VG-korpsen (O-bundels, pagers)
50.000
23.740
26.260
Investering innovatie/digitale verkenning
13.627
10.710
2.917
Overname haakarmvoertuig uit (financial) lease
20.000
20.000
0
Vervanging 3 kazerne-alarmeringssystemen
12.000
10.056
1.944
TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING 2023
554.587
360.688
174.274
(resterend) besteed 2023 budget
Investeringsbudget 2024
saldo
(Gebruikte) tankautospuit voor trainingsdoeleinden
45.000
35.000
10.000
Uitbreiding/vervanging ademluchttoestellen t.b.v. verhuur
55.000
19.793
35.208
TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING 2024
100.000
54.793
45.208
In totaal heeft op de hiervoor genoemde investeringsbudgetten een investering plaatsgevonden ad € 2.217.312. Een deel van de in 2023 gedane investeringen betreffen investeringen waarvoor in 2022 (of eerder) al een investeringsbudget was verkregen. Om verschillende redenen hebben deze investeringen pas in 2023 plaats kunnen vinden, veelal vanwege vertraging bij de leverende partijen in dezen. Ook zijn in het najaar 2023 reeds investeringen gedaan welke betrekking hebben op verschillende investeringsbudgetten 2024. Voorraden Voorraad schuimvormend middel
AFDELING | FINANCIËN
31-12-2023
31-12-2022
431.299
412.722
Schuimvormend middel tbv CBP
500.400
500.400
Voorziening incourante voorraad
-424.367
-347.567
Totaal
507.332
565.555
■ 34 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ De gehouden voorraden bestaat uit aangekocht schuimvormend middel. Deze voorraad wordt gehouden ten behoeve van het uitvoeren van de primaire taken van de GB alsook ten behoeve van het uitvoeren van de taken binnen project IBP. De gehouden voorraad bestaat overwegend uit fluorhoudend schuimvormend middel. Op basis van op hand zijnde wet- en regelgeving is het inmiddels zeer aannemelijk dat het gebruik van fluorhoudend schuimvormend middel op relatief korte termijn verboden zal worden. Op basis hiervan is een voorziening opgenomen voor de, onder normale omstandigheden te verwachten, ‘zekere’ voorraad schuimvormend middel per eind 2025, het moment waarop thans de verwachting is dat deze bepalingen in gaan. In de genoemde regelgeving wordt vooralsnog nadrukkelijk een uitzondering gemaakt voor het gebruik van fluorhoudend svm bij bestrijding van tank(put)branden, oftewel het werkveld van CBP. Derhalve is ook het CBP-gedeelte van de voorraad nog geen voorziening voor incourante voorraad getroffen. Vlottende activa - uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd: saldo 31-12-2023
voorziening oninbaarheid
gecorrigeerd saldo 31-12-2023
gecorrigeerd saldo 31-12-2022
51.854
-
51.854
42.550
uitzettingen in ’s Rijks schatkist
7.000.150
-
7.000.150
7.015.243
overige vorderingen
1.852.261
-39.715
1.812.545
436.413
totaal
8.904.265
-39.715
8.864.549
7.494.206
soort vordering vorderingen lichamen
op
openbare
De uitzettingen in ’s Rijks schatkist betreft een rekening-courant met het Ministerie van Financiën inzake het zogenoemde Schatkistbankieren: als gemeenschappelijke regeling is de GB door de overheid verplicht om hier aan deel te nemen. Dit houdt in dat de GB een privaatrechtelijke rekening-courantovereenkomst heeft met het ministerie van Financiën. Op basis van deze overeenkomst krijgen decentrale overheden, waaronder de GB eveneens valt, een rekening-courant bij de schatkist waar overtollige middelen (i.c. liquide middelen boven € 1.000.000, het zogenaamde drempelbedrag) op dienen te worden aangehouden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan een specifieke bankrekening. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald.
AFDELING | FINANCIËN
■ 35 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Een nadere toelichting op de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren is als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) (1)
drempelbedrag 2023
(2)
kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a) = (1)>2
ruimte onder drempelbedrag
(3b) = (2)>(1)
overschrijding van drempelbedrag
(1)
berekening drempelbedrag
2023
(4a)
begrotingstotaal verslagjaar
31.114
(4b)
het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
31.114
(4c)
het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
-
(1)
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is, is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
(2)
berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
(5a)
som van de per dag buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
(5b)
(2) = (5a)/(5b)
1.000
1.000
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
157
187
138
182
843
813
862
818
-
-
-
-
1.000
1.000
1.000
1.000
kwartaal 1
kwartaal 2
kwartaal 3
kwartaal 4
14.135
17.012
12.719
16.727
dagen in het kwartaal
90
91
92
92
kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
157
187
138
182
De overige vorderingen betreffen debiteurenvorderingen op verschillende partijen, onder meer uit hoofde van extra dienstverlening aan bedrijven. Er zijn per ultimo 2023 enkele vorderingen voorzien op basis van individuele beoordeling van ouderdom. Daarnaast is er sprake van een ‘zekere’ afboeking van een vordering op HES Hartel Tank Terminal B.V. in verband met faillissement van deze onderneming. Het verloop van de voorziening voor oninbaarheid is als volgt: saldo aan het begin van het jaar
voorziening dubieuze debiteuren
AFDELING | FINANCIËN
vermeerdering wegens bijboeking
39.715
■ 36 van 57 ■
vrijval
-
aanwending
-
-
saldo eind van het jaar
39.715
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden: soort bedrag
31-12-2023
31-12-2022
Nog door te belasten bedragen
-
11.863
totaal
-
11.863
soort bedrag
31-12-2023
31-12-2022
Vooruit ontvangen facturen
206.703
168.692
Nog te factureren bedragen
261.639
124.883
-
119.248
468.342
412.823
Nog te ontvangen omzetbelasting totaal
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: onderdeel
31-12-2023
31-12-2022
547.875
68.811
kassaldi
4.031
3.595
totaal
551.906
72.406
saldo bankrekening ABN AMRO
De GB heeft bij ABN AMRO Bank de beschikking over een seizoenskrediet in rekeningcourant ter grootte van maximaal € 3 miljoen, dat jaarlijks geldig is van 1 december tot 1 april. Per ultimo boekjaar werd geen gebruik gemaakt van dit krediet (2022: idem). Daarnaast geldt dat de GB het saldo op de bankrekening zo laag mogelijk probeert te houden, en dus zoveel mogelijk afstort naar de rekening voor schatkistbankieren. Passiva Algemene reserve Het algemeen bestuur van het OLGB heeft in de vergadering van 5 juli 2023 het besluit genomen om het positieve resultaat over 2022 volledig ten gunste te brengen van de algemene reserve. Bestemmingsreserve Er worden bestemmingsreserves gevormd voor gelden die door de organisatie zijn geoormerkt voor een specifieke besteding. De bestemmingsreserves zoals in de balans opgenomen zijn als volgt onderverdeeld: bestemmingsreserves
31-12-2023
31-12-2022
bestemmingsreserve HRT
183.217
166.003
bestemmingsreserve MV2
22.072
313.091
bestemmingsreserve Team Digitale Verkenning
22.575
22.575
Bestemmingsreserve meerkosten FLO
200.000
200.000
Bestemmingsreserve afvoerkosten fluorhoudend SVM
237.600
248.130
1.782.114
1.447.896
Bestemmingsreserve CBP - onderhoud
235.000
150.000
Bestemmingsreserve CBP – SVM-transitie
190.000
-
Bestemmingsreserve Vakbekwaamheid
110.000
-
2.982.578
2.547.695
Bestemmingsreserve CBP
totaal
Voor een toelichting op (het verloop van) de bestemmingsreserves wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de jaarrekening.
AFDELING | FINANCIËN
■ 37 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Rente typische schulden met een looptijd > 1 jaar Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: onderhandse leningen
31-12-2023
31-12-2022
leningen binnenlandse banken
19.110.334
20.244.000
710.868
1.014.309
19.821.202
21.258.309
financial lease bij binnenlandse bedrijven/banken Totaal
De totale rentelasten over het boekjaar bedroegen € 172.872 (2022: € 264.640). Voor een toelichting op de rentelast behorende bij deze langlopende schulden wordt verwezen naar de toelichting op de rentelasten, zoals opgenomen in de toelichting op het overzicht van baten en lasten. Leningen bij binnenlandse banken Sinds 2017 leiden nieuwe financieringsbehoeften tot het aangaan van een lening bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Gedurende 2023 zijn geen nieuwe leningen aangetrokken. Hierna worden de belangrijkste gegevens van deze leningen weergegeven. Ingangsdatum
interest
Oorspronkelijke nominale som
Aflossingen gedurende het boekjaar
Lening NWB 129276
03-01-17
1,325%
3.600.000
-
3.600.000
Lening NWB 129475
23-06-17
1,830%
550.000
18.333
440.000
Lening NWB 129480
23-06-17
0,860%
2.500.000
208.333
1.250.000
Lening NWB 130104
22-03-19
1,280%
1.800.000
60.000
1.560.000
Lening NWB 130365
14-10-19
0,430%
1.800.000
60.000
1.560.000
Lening NWB 130366
14-10-19
0,030%
1.300.000
108.334
866.667
Lening NWB 130367
14-10-19
0,000%
370.000
37.000
222.000
Lening NWB 130794
16-12-20
-0,020%
1.500.000
125.000
1.125.000
Lening NWB 130822
11-01-21
0.410%
2.400.000
80.000
2.160.000
Lening NWB 131094
01-10-21
0.640%
1.300.000
43.333
1.213.333
Lening NWB 131110
10-11-21
0.480%
5.900.000
393.333
5.113.334
23.020.000
1.133.666
19.110.334
leningen NWB
totaal
Open saldo 31-12-2023
Ten aanzien van deze leningen is als volgt overeengekomen: NWB 1-29276
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 32 termijnen, ieder ten bedrage van € 112.500. Aflossingen dienen per kwartaal plaats te vinden, voor het eerst op 3 april 2025, voor het laatst op 3 januari 2033. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens per kwartaal plaats te vinden, voor het eerst op 3 april 2017.
AFDELING | FINANCIËN
■ 38 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ NWB 1-29475
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 18.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018, voor het laatst op 24 juni 2047. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018. NWB 1-29480
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 termijnen, ieder ten bedrage van € 208.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018, voor het laatst op 25 juni 2029. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018. NWB 1-30104
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 60.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 22 maart 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 22 maart 2020. NWB 1-30365
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 60.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30366
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 termijnen, ieder ten bedrage van € 108.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30367
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 10 termijnen, ieder ten bedrage van € 37.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30794
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 jaarlijkse termijnen, ieder ten bedrage van € 125.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 16 december 2021. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 16 december 2021. NWB 1-30822
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 79.999,99. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 11 januari 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 11 januari 2022. NWB 1-31094
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 43.333,33. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 1 oktober 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 1 oktober 2022.
AFDELING | FINANCIËN
■ 39 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ NWB 1-31110
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 15 termijnen, ieder ten bedrage van € 393.333,35. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 10 november 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 10 november 2022. Financial Leaseverplichtingen De leaseverplichting per jaareinde bevat de contracten met ABN AMRO Lease inzake de financial lease van voertuigen, IBP materieel, bluskleding, communicatie apparatuur en helmen. De looptijd van de verplichtingen is in overeenstemming met de afschrijvingstermijnen. De waardering van de verplichtingen uit hoofde van financial leasing van de vervoersmiddelen vindt plaats tegen de nominale waarde van de contractueel verschuldigde leasetermijnen. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: onderdeel
31-12-2023
crediteuren
453.845
975.985
2.625.969
1.600.396
ontvangen voorschotbedragen van Europese overheidslichamen
629.272
37.030
overig vooruit ontvangen bedragen
414.225
270.444
4.123.311
2.883.855
verplichtingen opgebouwd in begrotingsjaar
totaal
31-12-2022
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: onderdeel
31-12-2023
schuld Belastingdienst inzake vennootschapsbelasting schuld Belastingdienst inzake loonheffing
42.296
24.959
1.556.029
1.194.764
schuld Belastingdienst inzake omzetbelasting
462.139
-
vergoedingen aan personeel (overwerk, CV- en verlofuren; FLOtegoeden)
40.654
158.014
overige nog te betalen bedragen
524.851
222.658
totaal verplichtingen, opgebouwd in het begrotingsjaar
AFDELING | FINANCIËN
31-12-2022
2.625.969
1.600.396
vooruit ontvangen bijdrage inzake project Assistance
24.663
37.030
vooruit ontvangen bijdragen inzake projecten Synergise, Synergies en Chimera
604.609
-
totaal ontvangen overheidslichamen
629.272
37.030
vooruit ontvangen bijdrage exploitatie blusarmvoertuig ProRail
236.250
-
vooruit ontvangen bijdrage toekomstige FLO uitkeringen
111.196
153.736
bijdrage inz. uithalersproblematiek
19.000
99.000
compensatie voor gebruik terrein Moezelweg (t/m 2042)
16.921
17.708
Rekening-courant verhouding met Activiteitencommissie GB
23.858
-
Overige vooruit ontvangen bedragen
7.000
-
overige vooruit ontvangen bedragen
414.225
270.444
voorschotbedragen
van
■ 40 van 57 ■
Europese
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ In de overlopende passiva zijn verschillende vooruit ontvangen projectbijdragen opgenomen welke door de verstrekkende partij zijn geoormerkt voor een specifieke besteding, namelijk voor besteding aan genoemde projecten. Dit betreft concreet de volgende bedragen en projecten: vooruit ontvangen overheidslichamen
bijdrage
van
Europese
31-12-2023
31-12-2022
vooruit ontvangen bijdrage inzake project Assistance
24.663
37.030
vooruit ontvangen bijdrage inzake project Synergies
249.769
-
vooruit ontvangen bijdrage inzake project Synergise
172.302
-
vooruit ontvangen bijdrage inzake project Chimera
182.538
-
totaal
629.272
37.030
31-12-2023
31-12-2022
236.250
-
236.250
-
vooruit ontvangen projectbijdragen
31-12-2023
31-12-2022
Bijdrage inzake uithalersproblematiek
19.000
99.000
totaal
19.000
99.000
vooruit ontvangen projectbijdragen vooruit ontvangen bijdrage blusarmvoertuig ProRail
inzake
onderhoud
totaal
Het verloop van de deze vooruit ontvangen bedragen gedurende 2023 is als volgt: vooruit ontvangen bijdrage inzake Assistance saldo per 1 januari
37.030
aanvullend ontvangen voorschot
61.562
benutting
73.929
saldo per 31 december
24.663
Dit bedrag is gevormd uit een in 2019 e.v. jaren ontvangen projectbijdrage vanuit de EU ter financiering van het project ‘Assistance’. Jaarlijks zijn de projectkosten, conform projectbegroting, ten laste gebracht van dit vooruit ontvangen bedrag.
vooruit ontvangen bijdrage inzake Synergies saldo per 1 januari
-
ontvangen voorschot
260.625
benutting
10.856
saldo per 31 december
249.769
vooruit ontvangen bijdrage inzake Synergise saldo per 1 januari
-
ontvangen voorschot
174.955
benutting
2.653
saldo per 31 december
AFDELING | FINANCIËN
172.302
■ 41 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
vooruit ontvangen bijdrage inzake Chimera saldo per 1 januari
-
ontvangen voorschot
183.984
benutting
1.446
saldo per 31 december
182.538
Synergies, Synergise en Chimera zijn EU-gesubsidieerde innovatieprojecten waar de GB als deelnemer aan verbonden is. Projectkosten worden, conform projectbegroting, ten laste gebracht van dit vooruit ontvangen bedrag.
vooruit ontvangen bijdrage voertuig ProRail saldo per 1 januari
-
ontvangen voorschot ten behoeve van onderhoud
236.250
saldo per 31 december
236.250
Ten behoeve van ProRail exploiteert de GB een specifiek voertuig met blusarm tot in ieder geval 1 januari 2026. Naast de direct aan het voertuig gerelateerde kosten organiseert de GB ook de continue bemensing van dit voertuig, inclusief het verzorgen van de benodigde opleiding en training hiervoor. Met ProRail is overeengekomen dat bij aanvang van de dienstverlening een bedrag ter beschikking wordt gesteld om onderhoud en reparaties aan het voertuig gedurende de looptijd te kunnen financieren. Daarnaast wordt elk kwartaal een vast bedrag betaald om de overige exploitatiekosten in relatie tot het exploiteren van dit voertuig te kunnen dekken. Bijdrage uithalersproblematiek ontvangen bijdragen
99.000
benutting
80.000
saldo per 31 december
19.000
Dit bedrag is gevormd uit ontvangen bedragen vanuit de gemeente Rotterdam alsmede de politie en ziet op uitbreiding van het team Digitale Verkenning in relatie tot detecteren van uithalersproblematiek.
Niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen De GB is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de bestaande verplichtingen, zover die niet reeds tot uiting komen in de jaarcijfers: Operational leases
De GB gaat verschillende operational lease contracten aan voor haar voertuigen. Dit betreft zowel uitrukvoertuigen als dagdienstvoertuigen. De resterende looptijden van deze operational lease overeenkomsten variëren. Op basis van de huidige overeenkomsten kunnen de toekomstige totale lasten uit hoofde van operational leases als volgt worden uitgesplitst: soort verplichting operational lease
totale last gedurende looptijd
…waarvan 2024-2026
541.729
451.745
… waarvan 2024 221.302
Merk op: In dit overzicht worden verplichtingen niet contant gemaakt; de getoonde bedragen zijn de nominale bedragen.
Verzekeringspremies
De GB heeft haar voertuigen, die in eigendom zijn, vanaf medio 2018 verzekerd op basis van een raamovereenkomst met AON Wagenparkverzekeringen. De looptijd van deze overeenkomst is tot uiterlijk 1 juni 2024 of tot zolang de betreffende voertuigen operationeel zijn. De corresponderende verzekeringslasten bedragen, op basis van het wagenpark ultimo 2023, jaarlijks € 112k .
AFDELING | FINANCIËN
■ 42 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Huur onroerend goed
De GB huurt op verschillende locaties stukken grond waarop haar kazernes zijn gevestigd. Daarnaast huurt de GB het gebouw waarin de kazerne op de Tweede Maasvlakte is gevestigd, alsmede de gebouwen waarin het hoofdkantoor en het trainingscentrum zijn gevestigd. De corresponderende huurlasten zijn als volgt: Huur grond / Erfpacht De huursom voor de huur van de verschillende gronden wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Op basis van de huidige informatie is de jaarlijkse huursom als volgt: huur grond
Verplichting 2024
Hoofdkantoor (Moezelweg)
47.316
kazerne Merseyweg
19.587
kazerne Elbeweg
10.962
kazerne Butaanweg
36.482
kazerne Coloradoweg
36.633
kazerne Botlekweg
30.701
totaal
181.681
Huur gebouwen De huursom voor de huur van de genoemde panden is als volgt. huur gebouwen
looptijd overeenkomst t/m
jaarlijkse huursom (volledig jaar)
2032
214.899
-jaarlijks verlengd-
102.048
kazerne Maximaweg (Tweede Maasvlakte) trainingscentrum (Heijplaat) totaal
316.947
Gegunde Europese aanbestedingen
In 2023 is via een Europese aanbestedingsprocedure de bouw en levering van de nieuwe generatie industriële blusvoertuigen (autospuiten) gegund aan de firma Ziegler. De aanbesteding bestond uit twee autospuiten met blusmast (gegarandeerde afname) en acht autospuiten zonder blusmast (geen gegarandeerde afname). De opdrachtwaarde is minimaal € 3,4 mln voor de twee autospuiten met blusmast en bedraagt maximaal € 14,6 mln. FLO verplichtingen
Het totaal aan ingeschatte (mogelijke) verplichtingen op basis van een in december 2023 opgestelde calculatie in het kader van de FLO-regeling bedraagt € 22,3 mln. Gebeurtenissen na balansdatum Er is per moment van opstellen van dit jaarverslag geen sprake van voor het jaarverslag relevante gebeurtenissen na balansdatum.
AFDELING | FINANCIËN
■ 43 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ 6d
Toelichting op het overzicht van baten en lasten Baten ec. Cat.
onderdeel
begroting
realisatie
realisatie 2022
verschil
3.8
contributie bedrijven
16.479.000
16.479.000
-
15.672.878
3.8
contributie overheden
8.398.000
8.398.000
-
8.991.000
3.8
contributie kazerne MV2
3.8
…gemeente Rotterdam
2.037.000
2.037.000
-
1.933.000
3.8
…Havenbedrijf Rotterdam
110.000
110.000
-
110.000
3.8
…Bedrijven
685.000
685.113
113
652.000
3.8
Contributies projecten
3.8
…CBP
1.511.000
1.582.944
71.944
1.397.552
3.8
…HRT
174.000
173.908
-92
173.908
3.8
….TDV
-
-
-
5.686
3.8
…sponsorbijdragen
72.000
72.000
-
96.000
3.8
Secundair product
2.000.000
2.134.447
134.447
2.078.976
3.8
Overige opbrengsten
2.251.000
2.529.820
278.820
634.002
33.717.000
34.202.232
485.232
31.745.002
Voor het boekjaar 2023 is er voor een totaalbedrag van € 34,2 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Onder de overige opbrengsten zijn o.a. de opbrengsten verantwoord van detachering eigen personeel en doorbelasting van piketkosten aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, opbrengsten in relatie tot verhuur van ruimten aan derden en (voor het eerst in 2022) de opbrengsten vanuit extra dienstverlening aan één van de ledenbedrijven; daarnaast zijn in deze opbrengstencategorie de baten vanuit ondersteuning van Stichting Schermenpool Rotterdams Havengebied opgenomen. Secundair Product De opbrengst op de post Secundair Product bestaat uit:
onderdeel
2023
2022
1.017.020
1.010.345
detachering
130.962
175.612
werkplaats
939.795
821.170
verkopen schuimvormend middel
46.670
71.849
2.134.447
2.078.976
Trainingen, instructies
De opbrengsten uit extra dienstverlening aan ledenbedrijven, ofwel Secundair Product, worden met name gevormd door opbrengsten vanuit het verzorgen van trainingen en instructies alsmede vanuit het onderhouden, keuren, schoonmaken e.d. van ademluchtmaterieel en brandslangen vanuit de werkplaatsen van de GB. Daarnaast worden, op meer incidentele basis, opbrengsten gegenereerd uit tijdelijke detachering van personeel bij ledenbedrijven en de verkopen van schuimvormend middel.
AFDELING | FINANCIËN
■ 44 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Lasten 1.1 Personeel onderdeel
begroting
realisatie
verschil
realisatie 2022
bruto salarissen
15.170.281
15.130.087
-40.194
13.756.205
individueel keuzebudget
2.163.513
2.157.780
-5.732
1.756.557
sociale lasten en pensioenen
5.270.572
5.256.607
-13.964
4.446.234
362.635
361.674
-961
230.967
22.967.000
22.906.149
-60.851
20.189.963
overige vergoedingen Totaal (regulier)
In economische categorie 1.1 Personeel worden de kosten verantwoord van het personeel dat direct in dienst is bij het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer. WNT-verantwoording 2023 Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer van toepassing zijnde regelgeving: het algemene WNT-maximum. Het bezoldigingsmaximum in 2023 voor Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer is € 223.000 (2022: € 216.000). Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Er is geen sprake van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. Bezoldiging topfunctionarissen (bedragen x € 1) gegevens 2023
J.L.C.W. Waals
functiegegevens
directeur
aanvang en einde functievervulling in 2023
1/1 - 31/12
omvang dienstverband (in fte)
1,0
gewezen topfunctionaris?
Nee
(fictieve) dienstbetrekking?
Ja
bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
157.707
beloningen betaalbaar op termijn
21.963
totaal bezoldiging
179.670
individueel WNT-maximum
223.000
overschrijding
-
gegevens 2022
J.L.C.W. Waals
aanvang en einde functievervulling in 2022 omvang dienstverband (in fte)
1/1 – 31/12 1,0
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
138.309
beloningen betaalbaar op termijn
21.504
totaal bezoldiging 2022
159.813
individueel WNT-maximum
216.000
overschrijding
AFDELING | FINANCIËN
-
■ 45 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Bezoldiging bestuur OLGB Het bestuur van het openbaar lichaam is onbezoldigd. Derhalve is de verantwoording voor topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.800 of minder van toepassing. Naam functionaris
Functie
Dhr. A. Aboutaleb
Voorzitter
Dhr. H.H. van Tuyll van Serooskerken
Lid
Mw. E. Tucci
Lid
Dhr. M. Berendrecht
Lid
5.1 Rentelasten onderdeel
begroting
realisatie
verschil
realisatie 2022
rentelasten
196.000
172.872
-23.128
264.640
Totaal (regulier)
196.000
172.872
-23.128
264.640
De rentelasten worden, pro rato de onderliggende financieringen, doorbelast aan de beide taakvelden binnen de organisatie. De rentelasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: onderdeel
2023
rente financial leases
2022 34.888
44.308
rente hypoth. lening rente overige leningen o/g
-
111.482
137.984
147.253
-
-38.402
172.872
264.640
overige rentelasten
In de rentelasten 2022 is een rentebate opgenomen inzake de aangehouden schatkistbankierenfaciliteit. De op het schatkistbankieren gerealiseerde rentebate is afhankelijk van ontwikkelingen op de kapitaalmarkt. De rentebaten in 2023 (€ 409.419) maken onderdeel uit van de post Overige Opbrengsten. 7.3 Afschrijvingen onderdeel
begroting
realisatie
realisatie 2022
verschil
Bedrijfsgebouw en en terreinen
415.965
405.016
-10.950
399.968
Verbouw ingen
139.000
135.341
-3.659
130.151
Bedrijfsinventaris
156.288
152.174
-4.114
152.993
Vervoersmiddelen en bepakking
1.045.220
1.017.705
-27.514
1.034.360
Persoonlijke bschermingsmiddelen
81.297
79.157
-2.140
87.925
Vaste activa t.b.v. project IBP
-
-
-
49.220
Vaste activa t.b.v. project CBP
273.045
265.857
-7.188
118.941
Overige materiële vaste activa
118.823
115.695
-3.128
97.768
Afschrijvingen doorbelast aan derden
-14.638
-14.252
385
-23.975
-
114.899
-58.308
2.162.250
Boekresultaat desinvesteringen Totaal (regulier)
AFDELING | FINANCIËN
2.215.000
■ 46 van 57 ■
2.156.692
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Inhuur van extern personeel bestaat voornamelijk uit de inhuur ten behoeve van de continue bezetting van kazerne Butaanweg voor de paraatheid van het blusvoertuig voor ProRail. Daarnaast is o.a. een externe salarisadministrateur ingehuurd, alsmede een projectbegeleider voor de schuimtransitie. 3.8 Gebruiksgoederen en diensten onderdeel
begroting
realisatie
verschil
realisatie 2022
Gebouwen
1.620.000
1.620.713
713
1.395.578
Voertuigen en bepakking
1.714.000
1.531.046
-182.954
1.270.827
Persoonlijke bescherming
117.000
107.486
-9.514
102.850
Automatiserings- en communicatiemiddelen
705.000
705.725
725
531.381
1.461.000
1.307.107
-153.893
743.746
Trainingen en opleidingen Planvorming
75.000
32.489
-42.511
31.370
Kantoorkosten
280.000
277.282
-2.718
254.733
Overige personele kosten
247.000
278.910
31.910
117.127
Secundair product
740.000
718.419
-21.581
758.539
Projecten
-
-
-
92.955
Overige goederen en diensten
-
-
-
347.567
6.959.000
6.579.177
-379.823
5.646.675
Totaal (regulier)
De realisatie in economische categorie 3.8 Gebruiksgoederen en Diensten is circa € 380k onder begroting. Deze onderbesteding wordt in belangrijke mate verklaard door lagere kosten dan begroot in de categorieën ‘Voertuigen en Bepakking’ en ‘Trainingen en Opleidingen’. Voor wat betreft ‘Voertuigen en Bepakking’ heeft de besparing volledig betrekking op het CBP-materieel: dit materieel is relatief recent aangeschaft, waardoor onderhouds- en reparatiekosten beperkt zijn geweest, terwijl de begroting in dat opzicht conservatief was opgesteld. De lagere kosten dan begroot in relatie tot ‘Trainingen en Opleidingen’ zijn het gevolg van het feit dat -door externe omstandigheden- een aantal geplande trainingen voor 2023 geen doorgang kon vinden in dat jaar. Om die reden is het overschot dan ook grotendeels gebruikt om een bestemmingsreserve te vormen, die in 2024 gebruikt zal worden om deze uitgestelde trainingen te bekostigen. De onderbesteding ten aanzien van trainingen en opleidingen wordt verklaard door het (deels) stilleggen van het trainingsprogramma als gevolg van corona maatregelen in de eerste helft van het jaar. Een deel van deze kosten zal in komende perioden worden ingehaald, maar deels geldt ook dat trainingen digitaal zullen (blijven) plaatsvinden, met een kostendrukkend effect als gevolg.
Opgemerkt dient te worden dat onder de kostenpost Secundair Product alleen de directe kostprijs van de verleende diensten is opgenomen: andere kostenposten die feitelijk
AFDELING | FINANCIËN
■ 47 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ toegerekend dienen te worden aan Secundair Product, zoals lonen en salarissen, huisvesting (Trainingscentrum), voertuigen en afschrijvingskosten zijn niet in deze post verantwoord. Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen van kracht. Zoals toegelicht in hoofdstuk 3, paragraaf 3b ‘Waarderingsgrondslagen’ is het resultaat, behaald met de activiteiten binnen Secundair Product, de grondslag voor de berekening van de vennootschapsbelasting. Het belastbaar bedrag uit hoofde van ‘Secundair Product’ over 2023 bedraagt € 97.606 (2022: € 117.223). Op basis hiervan is in de jaarrekening rekening gehouden met te betalen vennootschapsbelasting over 2023 van € 20.000.
7.
Reserves en voorzieningen naam reserve Algemene reserve
31-12-2022
Dotatie
Onttrekking
Resultaatbestemming 2023
31-12-2023
2.092.641
-
-
1.644.412
3.737.053
Bestemmingsreserve HRT
166.003
17.214
-
-
183.217
Bestemmingsreserve MV2
313.091
-
291.019
-
22.072
Bestemmingsreserve Team Digitale Verkenning
22.575
-
-
-
22.575
Bestemmingsreserve meerkosten FLO
200.000
-
-
-
200.000
Bestemmingsreserve afvoerkosten fluorhoudend SVM
248.130
-
10.530
-
237.600
1.447.896
334.218
-
-
1.782.114
150.000
85.000
-
-
235.000
190.000
-
-
190.000
-
110.000
-
-
110.000
4.640.336
736.432
301.549
1.644.412
6.719.631
Bestemmingsreserve CBP Bestemmingsreserve CBP - onderhoud Bestemmingsreserve CBP - SVM-transitie Bestemmingsreserve vakbekwaamheid Totaal
-
Bestemmingsreserves HRT De vermeerdering van de bestemmingsreserve HRT betreft het positieve projectresultaat dat gedurende 2023 gerealiseerd is. Bestemmingsreserves MV2 Deze reserve is gevormd uit in het verleden behaalde positieve projectresultaten. De vermindering van de bestemmingsreserve MV2 is het gevolg van het negatieve projectresultaat dat gedurende 2023 gerealiseerd is. Bestemmingsreserves TDV Deze reserve is gevormd ter financiering voor de kosten van het Team Digitale Verkenning. De mutaties op deze reserve bestaan uit de toevoeging van specifiek geoormerkte gelden, alsmede de benutting daarvan ten gunste van de exploitatie, alsmede de financiering van specifieke ten behoeve van het TDV aangeschafte activa. In 2023 is de bestemmingsreserve ongewijzigd gebleven. Bestemmingsreserves meerkosten FLO Deze reserve is in 2022 gevormd ten behoeve van de eventuele meerkosten voor FLO vanuit de bestaande FLO-regeling. Deze meerkosten kunnen niet door de GB worden bepaald, maar zijn afhankelijk van persoonlijke feiten en omstandigheden van medewerkers die onder
AFDELING | FINANCIËN
■ 48 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ de FLO-regeling vallen. Denk bijv. aan het compenseren van verlies van toeslagen als gevolg van het eerdere versneld sparen. Bestemmingsreserves afvoerkosten fluorhoudend SVM Deze reserve is in 2022 gevormd ten behoeve van de te maken kosten voor afvoer van de voorraad fluorhoudend schuimvormend middel, zodra deze volgens wet- en regelgeving afgevoerd zal moeten worden. De omvang van de benodigde reserve is bepaald op basis van extrapolatie van recente kosten voor afvoer, waarbij tevens rekening is gehouden met een beperkte indexatie. Deze reserve ziet nadrukkelijk niet op de ten behoeve van CBP aangehouden voorraad schuimvormend middel ter bestrijding van tank(put)branden. De mutatie in 2023 betreft een aanpassing naar aanleiding van een mutatie in het aantal aanwezige liters fluorhoudend svm ten opzichte van één jaar eerder. Bestemmingsreserves CBP Deze reserve is vanaf 2022 gevormd. De mutaties op deze reserves worden gevormd enerzijds vanuit de overdracht van de bestaande reserves IBP en TPB, anderzijds vanuit de positieve projectresultaten 2022 en 2023. Bestemmingsreserves CBP - onderhoud Deze reserve is in 2022 gevormd en kent het karakter van een egalisatiereserve. De dotatie aan de reserve betreft het niet uitgegeven deel van de begrote kosten voor groot onderhoud.
Bestemmingsreserves CBP – SVM-transitie Deze reserve is (conform begroting CBP) in 2023 gevormd met als doel om de aanstaande transitie naar fluorvrij blusschuim, voor wat betreft de aangehouden voorraad ter bestrijding van tank(put)branden, te financieren. In de komende jaren zal deze bestemmingsreserve nog verder opgebouwd worden. Bestemmingsreserve Vakbekwaamheid Deze reserve is in 2023 gevormd omdat een aantal geplande trainingen (in het kader van de schuimtransitie) door externe omstandigheden geen doorgang in 2023 kon vinden. Vanuit het niet uitgegeven deel van de begrote kosten voor repressieve trainingen is daarom een bestemmingsreserve gevormd. Zodoende kunnen in 2024 deze trainingen alsnog plaatsvinden zonder dat dit van invloed is op het budget 2024. Resultaatbestemming Het positieve resultaat 2022 is, conform voorstel daartoe, volledig ten gunste gebracht van de algemene reserves. Het positieve resultaat over 2023 zal eveneens volledig ten gunste komen van de algemene reserves. Dit voorstel is reeds verwerkt in het hiervoor opgenomen overzicht.
AFDELING | FINANCIËN
■ 49 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
6
Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur Gezamenlijke Brandweer De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur Gezamenlijke Brandweer toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het OLGB-bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het OLGB-bestuur op 4 juli 2022 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het OLGB-bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 977.000.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV van november 2023. Bevinding Het OLGB-bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het OLGB-bestuur ook beschreven welke actie ondernomen wordt om eventuele vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
AFDELING | FINANCIËN
■ 50 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
7
Controleverklaring
AFDELING | FINANCIËN
■ 51 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
AFDELING | FINANCIËN
■ 52 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
AFDELING | FINANCIËN
■ 53 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
AFDELING | FINANCIËN
■ 54 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Bijlagen 1) Overzicht van baten en lasten projecten In de staat van baten en lasten van de GB zijn de volgende projectexploitaties begrepen. De financiering van deze projecten staat in wezen los van de ‘reguliere’ financiering van de GB. Per project wordt derhalve een bestemmingsreserve bijgehouden waarin cumulatieve projectresultaten worden gevoegd dan wel onttrokken. De projectexploitaties zoals in de staat van baten en lasten begrepen zijn als volgt: a) Project CBP
Per saldo resteert een positief projectresultaat, welke ten gunste komt van de bestemmingsreserve. b) Project RTH
Per saldo resteert een positief projectresultaat, welke ten gunste komt van de bestemmingsreserve.
AFDELING | FINANCIËN
■ 55 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ c) Project MV2
Per saldo resteert een negatief projectresultaat, welke ten laste komt van de bestemmingsreserve.
AFDELING | FINANCIËN
■ 56 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Vaststelling en goedkeuring Vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Gezamenlijke Brandweer op 24 juni 2024.
De voorzitter,
De secretaris/penningmeester,
A. Aboutaleb
H.W. van Tuyll van Serooskerken
AFDELING | FINANCIËN
■ 57 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024