[24bb005763] Bijlage 1 behorende bij 24bb005762 - Jaarverslag en jaarrekening 2023
Tekst van het document
JAARSTUKKEN 2023 conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
telefoonnummer algemeen e-mail internet bezoekadres
AFDELING | FINANCIËN
postadres
088-5110000 info@gez-brandweer.nl www.gezamenlijke-brandweer.nl Moezelweg 150 3198 LS EUROPOORT ROTTERDAM Postbus 1300 3180 AH ROZENBURG
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Copyright © 2024 Gezamenlijke Brandweer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook en evenmin worden opgeslagen in een databank met als doel een terugzoekmogelijkheid te verschaffen aan derden, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur van de Gezamenlijke Brandweer.
AFDELING | FINANCIËN
■ 2 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Inhoudsopgave Deel I Jaarverslag 2023 ..........................................................................................................................5 Programmaverantwoording...................................................................................................................5 1
Resultaat 2023 ..............................................................................................................................5
1.1 1.2
Financiële Resultaten 2023 ........................................................................................................... 5 Operationele Resultaten 2023 ...................................................................................................... 6
2
Toekomstige ontwikkelingen ......................................................................................................9
3
PARAGRAFEN ........................................................................................................................... 10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 10 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 12 Financiering ................................................................................................................................. 13 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 15 Openbaarheid .............................................................................................................................. 17 Risico-inventarisatie m.b.t. benodigd weerstandsvermogen ultimo 2023 ................................... 18
Deel II Jaarrekening 2023.................................................................................................................... 23 4
Balans per 31-12-2023 Gezamenlijke Brandweer ................................................................... 23
5
Overzicht van programmabaten en -lasten ............................................................................ 24
5.1 5.2 5.3 5.4
Staat van baten en lasten – getotaliseerd ................................................................................... 24 Staat van baten en lasten – realisatie 2023 ................................................................................ 26 Staat van baten en lasten – herziene begroting 2023 ................................................................ 28 Staat van baten en lasten – realisatie 2022 ................................................................................ 29
6.
Toelichting ................................................................................................................................. 30
6a 6b 6c 6d
Algemeen .................................................................................................................................... 30 Waarderingsgrondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................... 30 Toelichting op de Balans ............................................................................................................. 33 Toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................................................ 44
7.
Reserves en voorzieningen ...................................................................................................... 48
6
Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................ 50
7
Controleverklaring .................................................................................................................... 51
Bijlagen ................................................................................................................................................. 55 1) a) b) c)
Overzicht van baten en lasten projecten ..................................................................................... 55 Project CBP ................................................................................................................................. 55 Project RTH ................................................................................................................................. 55 Project MV2 ................................................................................................................................. 56
Vaststelling en goedkeuring .............................................................................................................. 57
AFDELING | FINANCIËN
■ 3 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
AFDELING | FINANCIËN
■ 4 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
Deel I Jaarverslag 2023 Programmaverantwoording 1
Resultaat 2023
1.1
Financiële Resultaten 2023 De Gezamenlijke Brandweer (GB) heeft het verslagjaar 2023 afgesloten met een positief exploitatieresultaat na mutatie bestemmingsreserves ad EUR 1.644k. Gedurende het jaar heeft een tweetal begrotingsherzieningen plaatsgevonden. Hierbij werd reeds voorzien dat het exploitatieresultaat -in financieel positieve zin- zou gaan afwijken van de oorspronkelijke begroting 2023, waarin kosten en opbrengsten in evenwicht waren. De voornaamste redenen voor begrotingswijzigingen in 2023 waren de uitkomsten van de CAOonderhandelingen, de financiële effecten van de transitie naar fluorvrij SVM en de financiële effecten van de extra dienstverlening voor ProRail (continue paraatheid van een hoogwerker met blusarm) en Gunvor: deze ontwikkelingen waren ten tijde van het opstellen van de oorspronkelijke begroting niet of niet volledig voorzien. Daarnaast hebben de hogere renteopbrengsten een aanzienlijk positief effect gehad op het uiteindelijke resultaat over 2023. Voor een nadere toelichting op het verschil tussen het begrote en het gerealiseerde resultaat wordt verwezen naar de jaarrekening. De begrotings- en verantwoordingsregelgeving (BBV), die van toepassing is bij de GB, kent een rapportagesystematiek met ‘programma’s’ en ‘taakvelden’. Onder een programma wordt een samenhangend geheel van activiteiten verstaan.
Een taakveld is een eenheid waarin de programma’s, of waarin de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, zijn onderverdeeld. Conform voorgaande jaren wordt de totale (begroting en verantwoording van de) GB als één programma beschouwd, dus een verdere toewijzing van taakvelden aan verschillende programma’s is niet van toepassing. Er is sprake van twee taakvelden, te weten ‘Veiligheid’ en ‘Bestuur en Ondersteuning’. Binnen het taakveld ‘Veiligheid’ dienen de begroting en verantwoording van de GB ingedeeld te worden in het sub-taakveld ‘Crisisbeheersing en brandweer’. Binnen het taakveld ‘Bestuur en Ondersteuning’ zijn de sub-taakvelden ‘Overhead’ en ‘Treasury’ relevant. realisatie (lasten) op programma’s
overhead
crisisbeheersing en brandweer
1.1
salarissen en sociale lasten
5.212.540
17.634.790
3.5.1
ingeleend personeel
288.045
-
3.8
overige goederen en diensten
1.953.779
4.684.217
7.3
afschrijvingen
239.393
1.917.299
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
19.189
153.683
7.712.946
24.389.989
belastingen en heffingen 7.5
overige verrekeningen (vennootschapsbelasting)
20.000
algemene dekkingsmiddelen contributies (incl. projecten)
7.387.376
22.150.589
opbrengsten secundair product
557.304
1.577.143
overige opbrengsten
553.637
1.566.762
Rentebaten Gerealiseerd totaal van baten en lasten Gerealiseerd totaal van baten en lasten (totaal)
AFDELING | FINANCIËN
■ 5 van 57 ■
106.899
302.520
8.605.216
25.597.014
872.270
1.207.025 2.079.295
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
mutaties reserves Mutatie bestemmingsreserve HRT
17.214
Mutatie bestemmingsreserve afvoer SVM
10.530
Mutatie bestemmingsreserve MV2
291.019
Mutatie bestemmingsreserve CBP
334.218
Mutatie bestemmingsreserve CBP – onderhoud
85.000
Mutatie bestemmingsreserve schuimtransitie
CBP
Mutatie bestemmingsreserve vakbekwaamheid Gerealiseerd resultaat
1.2
-
190.000 110.000 1.644.412
Operationele Resultaten 2023 In de programmabegroting 2023 (d.d. 4 juli 2022) wordt een aantal belangrijke activiteiten en aandachtspunten voor 2023 beschreven, waaronder invoering van een nieuwe roostersystematiek, het ontwikkelen van een alternatief voor de regeling ’20 jaar’ en initiatieven om samenwerking en (positieve) dynamiek binnen het leidinggevend kader te bevorderen. Daarnaast is o.a. aangegeven dat in 2023 onderzoek zal worden gedaan naar ‘het voertuig van de toekomst’: dit zal voor wat betreft mogelijkheden en uitrusting moet aansluiten bij bestaande, maar ook nieuwe soorten incidenten, die mogelijk voortkomen uit de veranderingen in het verzorgingsgebied als gevolg van de energietransitie. Ten aanzien van een nieuwe roostersystematiek geldt dat al langere tijd het voornemen om was over te gaan van een drie- naar een vierploegenrooster. Voordat het definitieve besluit tot invoering genomen zou worden is in 2022 nogmaals onderzocht, mede door een extern adviseur, of deze wijziging daadwerkelijk de knelpunten ten aanzien van planning en inzet van medewerkers zou oplossen. Het onderzoek en het advies gaven het beeld dat deze knelpunten onder voorwaarden ook met het huidige drieploegenrooster op te lossen zijn.
Gegeven de grote vereiste inspanning voor een dergelijke wijziging, in combinatie met verschillende andere projecten die al een stevig beroep doen op de capaciteit van de organisatie, is besloten om vooralsnog de overgang naar een vierploegenrooster met tenminste drie jaar uit te stellen. Voor wat betreft de ontwikkelingen op het gebied van een alternatief voor de ’20 jaar’-regeling wordt verwezen naar de hieronder opgenomen paragraaf ‘Loopbaanbeleid ‘Door010’. Het onderzoek naar een nieuw type industrieel blusvoertuig heeft geresulteerd in een Europese aanbesteding; meer details hierover zijn terug te vinden in onderstaande paragraaf ‘Aanbesteding nieuwe generatie industriële blusvoertuigen’. Naast bovengenoemde activiteiten, die vermeld worden in het jaarplan voor 2023, is er nog een aantal andere projecten en gebeurtenissen, die in dit verslag de aandacht verdienen: Blusschuimtransitie Fluorhoudend/PFAS-blusschuim is een zeer effectief middel voor de brandweer en industrie, maar heeft tegelijk (zeer) negatieve effecten op milieu en gezondheid. In het jaarverslag over 2022 is aandacht besteed aan het feit dat enerzijds op basis van nieuwe regelgeving, maar ook vanuit de eigen ambitie om de bedrijfsvoering te verduurzamen, de GB de transitie wil maken naar het gebruik van fluorvrij schuimvormend middel (fluorvrij SVM).
Deze transitie heeft een aanzienlijke impact op zowel de organisatie als de financiën: naast de aanschaf van fluorvrij SVM en het op een milieuverantwoorde manier afvoeren van het fluorhoudende SVM, vraagt fluorvrij blusschuim ook om een andere werkwijze: zo zijn aanpassingen nodig aan het materieel en is bij- en herscholing nodig voor de brandweermensen die een schuiminzet op een veilige manier moeten uitvoeren, zodat daarmee voldaan wordt aan de eisen die ledenbedrijven en bevoegd gezag aan de GB stellen. In 2022 heeft het OLGB goedkeuring gegeven aan het voorstel om deze transitie in de periode 2022 tot en met 2025 te laten plaatsvinden, inclusief een planning van alle activiteiten
AFDELING | FINANCIËN
■ 6 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ die in dit kader dienen plaats te vinden. Tevens zijn in dit voorstel de financiële consequenties in kaart gebracht en verwerkt in begrotingen. In 2023 is gedurende het hele jaar geïnvesteerd in opleiding en training voor het werken met dit type schuimconcentraat. Ook is kazerne Maximaweg al volledig overgegaan op het gebruik van uitsluitend fluorvrij schuim. Daarnaast is in het 2e halfjaar van 2023 gestart met de Europese aanbesteding om zodoende een schuimconcentraat te kunnen selecteren dat het beste voldoet aan alle daaraan gestelde eisen. Inmiddels heeft gunning aan een leverancier plaatsgevonden. Vóórdat voertuigen en transportbakken kunnen worden gevuld met het nieuwe type fluorvrij schuimconcentraat dienen deze grondig gereinigd te worden. Om aan te kunnen tonen dat de transitie veilig en verantwoord is aangepakt dient ieder aangesloten bedrijf afzonderlijk een Management of Change (MOC) te doorlopen. De GB heeft de bedrijven hiervoor voorzien van een document waaruit blijkt dat het gekozen blusschuim geschikt is voor de in het bedrijfsbrandweerrapport beschreven scenario’s. Ook zijn er, in samenspraak met diverse aangesloten bedrijven, testen op oefenlocaties uitgevoerd om de geschiktheid op diverse systemen en in relatie tot diverse scenario’s aan te tonen.
Hierbij dient men zich wel te realiseren dat niet op iedere stof of product kan worden getest, zoals bijvoorbeeld toxische stoffen. Alle ondernomen stappen in deze transitie zijn zoveel mogelijk afgestemd met de afdeling Industriële Veiligheid van de VRR. Het is de verwachting dat in 2024 gestart zal worden met de selectie (door middel van Europese aanbesteding) van een fluorvrij schuimconcentraat voor CBP-doeleinden. De schuimtransitie is voor de GB een intensief traject met veel verschillende aspecten. De landelijke discussies en publiciteit rondom PFAS onderstreept nut en noodzaak om deze transitie zo snel als mogelijk te maken. Personeelsverloop en werving Het forse personeelsverloop binnen de repressieve dienst, mede door medewerkers die gebruik maken van de FLO-regeling, heeft in de afgelopen 2,5 jaar grote negatieve gevolgen gehad voor de repressieve ervaring binnen de GB. Hierdoor is een ‘ervaringsverdunning’ binnen de repressieve dienst ontstaan, die op korte termijn niet gemakkelijk op te lossen is. Het werven van meer ervaren personeel was in de huidige krappe arbeidsmarkt een enorme uitdaging met beperkt succes. In juli 2023 heeft het OLGB-bestuur daarom besloten de werving te richten op kandidaten met minder of geen repressieve ervaring, die vervolgens nog een volledige brandweeropleiding dienen te volgen.
Tegelijkertijd is besloten om extra repressief personeel boven de formatie (+5%, ongeveer 10 FTE) aan te nemen, waardoor nieuwe medewerkers intensiever begeleid kunnen worden, zonder dat dit ten koste gaat van de repressieve bezetting. Door het aannemen van personeel kan tevens beter ingespeeld worden op toekomstig verloop en bijvoorbeeld nieuwe CAO-afspraken rondom ouderschapsverlof. In onderlinge samenwerking hebben de teams Vakbekwaam Blijven/Worden en HR een nieuw proces van werving & selectie, alsmede een vakinhoudelijk introductieprogramma ontwikkeld, waardoor ook kandidaten zonder de vereiste papieren kunnen worden geworven. De nieuwe wervingsstrategie heeft in het najaar van 2023 geleid tot maar liefst 71 potentiële kandidaten, het zesvoudige van de hieraan voorafgaande wervingscampagne. Om een oplossing te vinden voor de bovengenoemde ervaringsverdunning is. naast het proces rondom de regeling ‘Door010’ (zie onderstaande paragraaf), in overleg met de ondernemingsraad besloten om juridisch te onderzoeken of voor specifieke functies binnen Repressie, zoals chauffeurs, een aangepaste medische keuring van toepassing kan zijn; hierdoor kan personeel ‘in de herfst van de carrière’ deel blijven uitmaken van de personele sterkte. Dit lijkt vooralsnog juridisch mogelijk.
Loopbaanbeleid ‘Door010’ Het zogenaamde 20-jarenbeleid, waarbij repressieve medewerkers maximaal 20 jaar een bezwarende functie mogen uitoefenen, wordt door medewerkers van zowel de GB als de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) als (te) begrenzend ervaren. Om alternatieven te onderzoeken is in 2022 een project gestart met de opdracht om vorm te geven aan een AFDELING | FINANCIËN
■ 7 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ beleidsrichting, die zich richt op het duurzaam doorbrengen van de repressieve jaren, waarbij medewerkers langer dan 20 jaar een bezwarende functie kunnen vervullen. Het beleid, dat uit dit project is voortgekomen, heeft de naam ‘Door010’ gekregen. De GB en de VRR hebben overeenstemming bereikt over de uitvoering van de regeling ‘Door010’ inclusief het overgangsrecht, zijnde een compensatieregeling voor zittend personeel. Het was oorspronkelijk de intentie om deze regeling van kracht te laten zijn vanaf 1 juli 2023, maar vanwege aanvullende vragen, noodzakelijke stappen in het besluitvormingsproces en overleg met de vakbonden is die gewenste ingangsdatum niet mogelijk gebleken. Gedurende 2023 is door middel van een animatiefilm en verschillende presentaties de regeling inhoudelijk nogmaals toegelicht aan het personeel van de GB. Deze film en de informatiesessies hebben geleid tot een uitvraag aan het personeel om de levensvatbaarheid te toetsen, zodat kan worden bepaald of deze regeling in het lokaal georganiseerde overleg met de vakbonden besproken kan worden. Deze uitvraag heeft geleid tot de conclusie dat direct betrokkenen bij zowel de GB als de VRR de regeling als positief beoordelen. Op het moment van schrijven is echter nog geen concrete invoeringsdatum vastgesteld.
Aanbesteding nieuwe generatie industriële blusvoertuigen De huidige generatie industriële blusvoertuigen (autospuiten - AS) is aangeschaft in de periode tussen 2012 en 2020. Op basis van ervaringen zijn in de loop der tijd verschillende aanpassingen doorgevoerd, maar in de basis zijn deze voertuigen identiek. Uitgaande van een technische en economische levensduur van 12 jaar dienen de eerste voertuigen in 2024 vervangen te worden. Dit zal een nieuwe generatie autospuiten (‘AS 2.0’) worden. In de investeringsbegroting voor 2024 was derhalve de aanschaf van twee autospuiten opgenomen, die -ten behoeve (en voor rekening) van een voor één CIBUA-lid geldend scenario- uitgerust worden met een blusarm. De overige te vervangen autospuiten zullen geen blusarm krijgen. In het afgelopen jaar is in een zorgvuldig traject een programma van eisen (PvE) opgesteld voor aanbesteding van deze nieuwe generatie autospuiten. De ervaringen met de eerste generatie is hierin vanzelfsprekend meegenomen, maar ook is gekeken naar de eisen van de toekomst: denk hierbij onder meer aan de veranderingen in de industrie als gevolg van de energietransitie, en de gevolgen die dit heeft voor het materieel. De belangstelling vanuit de markt om in te schrijven op deze aanbesteding was helaas beperkt.
Daarnaast is de GB geconfronteerd met enerzijds forse prijsstijging van materialen en arbeid, resulterend in een veel hogere aanschafprijs dan van de eerste generatie, anderzijds met zeer lange levertijden: het is nu de verwachting dat de bestelde voertuigen pas eind 2025 geleverd zullen worden. Governance GB Ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, waaronder aanpassingen in de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen, zijn aanleiding geweest om in 2023 de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling GB, verordeningen en (operationele) afspraken met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond tegen het licht te houden, en waar nodig te reviseren en actualiseren. Tevens worden in dit project de afspraken tussen de GB en de CIBUA(-leden) juridisch getoetst, en waar nodig aangepast. Deelnemers in dit project zijn, naast medewerkers van de GB, de gemeente Rotterdam, het CIBUA-bestuur en de VRR. Het is de verwachting dat medio 2024 de eerste resultaten van dit project aan het OLGB-bestuur kunnen worden voorgelegd. 25-jarig jubileum GB 2023 was het jaar waarin de GB haar 25-jarig bestaan heeft gevierd, onder andere met een feest voor het personeel en bestuur op het (voormalig) cruiseschip SS Rotterdam. Daarnaast is tijdens de Wereldhavendagen, ook samen met de CIBUA-lidbedrijven, stilgestaan bij het succes van deze unieke publiek-private samenwerking.
AFDELING | FINANCIËN
■ 8 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
2
Toekomstige ontwikkelingen Energietransitie Het Havenbedrijf Rotterdam heeft de ambitie om de haven van Rotterdam in lijn brengen met de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs. De opgave voor het Rotterdamse industrieel cluster om de CO2-uitstoot drastisch terug te brengen is omvangrijk en complex: Vanaf 2030 moet de industrie voor energiegebruik en productieprocessen overschakelen van fossiele energie op een heel nieuw systeem. Hiervoor is een ingrijpende transitie nodig, waarvoor het Havenbedrijf nu al de nodige stappen zet, bijvoorbeeld door efficiënter om te gaan met energie in combinatie met het afvangen en ondergronds opslaan van CO2. Deze veranderingen, alsmede de mogelijkheid dat zich een ander type bedrijf in de haven zal vestigen, zal impact hebben op het risicoprofiel in het gebied, en daarmee op de eisen die aan de incidentbestrijding van de GB gesteld worden. Belangrijk is om tijdig over de juiste kennis, vaardigheden en bijbehorend materieel te beschikken. De GB zal in samenspraak met alle partners in het verzorgingsgebied de ontwikkelingen op de voet volgen, en zorgvuldig de impact op haar operationele inzetbaarheid beoordelen; sinds 2022 heeft de GB dan ook personeelscapaciteit beschikbaar gemaakt om zich volledig met dit vraagstuk bezig te houden.
Het blijkt lastig om in deze fase op alle aankomende veranderingen te anticiperen: bij de hierboven genoemde Europese aanbesteding voor de nieuwe industriële voertuigen is rekening gehouden met beschikbare ruimte is voor aanvullende specifieke (blus)middelen in het kader van de energietransitie. De zeer gevaarlijke stof ammoniak wordt gezien als een ideale energiedrager voor waterstof, en is daarmee een belangrijke stof in de energietransitie. In 2023 is, gelet op de vergunningverlening rondom grootschalige opslag van ammoniak, met DCMR, de VRR en een aantal CIBUA-ledenbedrijven een gezamenlijk verzoek aan de Stuurgroep PGS (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) gedaan voor een versnelde procedure voor wet- en regelgeving. Deze Stuurgroep adviseert het Rijk ten aanzien van wet- en regelgeving rondom opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Het belang voor de GB is dat niet op een groot aantal plaatsen ‘ongecontroleerd’ kleine opslag gaat komen van ammoniak die valt binnen de huidige wet- en regelgeving. De GB verleent medewerking aan deze versnelde procedure. Huisvesting Coloradoweg De kazerne Coloradoweg verkeert in een slechte staat van onderhoud, en dient gerenoveerd te worden.
Het voornemen was om deze renovatie te combineren met verduurzaming van het pand, waardoor de toekomstige energiekosten aanzienlijk zullen dalen; hiervoor is in 2023 investeringsbudget toegekend. Echter, de ligging van de kazerne is vanuit het oogpunt van een snelle uitruktijd ongunstig, onder meer door de kruising met de Container Exchange Route (CER), waardoor de vraag zich aandient of investeren in het bestaande pand verstandig is. Een alternatieve oplossing wordt mogelijk geboden door verhuizing naar het pand Futureland op de Maasvlakte, dat binnenkort een andere bestemming zal krijgen. Het is de bedoeling dat de Dienst Speciale Interventies (DSI) van de Politie op deze plek gehuisvest gaat worden, en in principe zouden GB en DSI het pand kunnen delen: gesprekken tussen het Havenbedrijf (huidige eigenaar pand), de gemeente, DSI en GB hebben hierover reeds plaatsgevonden, en voor alle partijen lijkt op dit moment gezamenlijke huisvesting van DSI en GB op die locatie een haalbaar scenario. De verwachting is dat gedurende 2024 dit scenario verder uitgewerkt zal worden en definitieve keuzes gemaakt kunnen worden. Ontwikkelingen rondom uitkeringen in het kader van Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Een deel van de medewerkers van de GB valt onder het zogenaamde FLO-overgangsrecht, en maakt uit dien hoofde gebruik van een vroegpensioenregeling.
Onderdeel van deze regeling is een spaarregeling, waarbij de werkgever maandelijks een bedrag uitkeert aan de FLO-gerechtigde om zodoende een kapitaal ter grootte van 225% van het laatstverdiende netto-jaarsalaris op te bouwen. Eind 2023 is bekend geworden dat deze wijze van financieren van de uitkering onderhevig is aan een RVU-boete van 52%, over de jaren 2022, 2023 en verder. Dit leidt tot extra en onverwachte kosten in de toekomstige begrotingen en prognoses. De extra kosten voor 2022 en 2023 zijn gedekt vanuit de exploitatiebegroting 2023. In overleg tussen de werkgeversvertegenwoordiging (WVSV) en de vakbonden is echter na
AFDELING | FINANCIËN
■ 9 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ een ledenraadpleging besloten de maandelijkse betalingen met ingang van 1 januari 2024 te stoppen en deze kosten naar de toekomst te verschuiven.
3
PARAGRAFEN Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een aantal paragrafen verplicht voorgeschreven. Deze paragrafen vormen een belangrijke informatiebron en beogen een dwarsdoorsnede van de begroting te geven, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. De paragrafen richten zich met name op de beleidscontouren van het beheersproces en zijn, in tegenstelling tot de programma’s, niet direct extern gericht. In de paragrafen worden de randvoorwaarden vastgelegd, die van belang zijn voor een goede uitvoering van de programma’s. In deze jaarrekening zijn de volgende (verplicht voorgeschreven) paragrafen opgenomen: 1. 2. 3. 4.
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering
Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de GB toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, wordt voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Voor het kunnen beoordelen van het weerstandsvermogen is het noodzakelijk de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren in samenhang met de omvang en de achtergronden van de risico’s. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2023 € 2.093k vóór resultaatbestemming; na dotatie van het positieve resultaat over het jaar 2023 aan de algemene reserve bedraagt het saldo ultimo 2023 € 3.737k. Inventarisatie van de risico’s Risico’s zijn kansen op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenissen van materieel belang die niet voorzien zijn in de begroting van enig jaar. Het Management Team van de GB heeft de belangrijkste risicogebieden geïnventariseerd en de onderkende risico’s en de daarmee samenhangende financiële gevolgen in kaart gebracht, waaronder de impact op het weerstandsvermogen van de GB.
Voor de inventarisatie hebben interviews plaatsgevonden met eerste- en tweedelijnsverantwoordelijke functionarissen. Van de belangrijkste risico’s is een analyse gemaakt, waaronder de (financiële) impact van de risico’s, de kans van optreden en de eventueel te treffen beheersmaatregelen. Deze risicoanalyse is vervolgens uitgewerkt en vertaald naar de gevolgen voor het weerstandsvermogen van de GB. De risicoanalyse en de beschouwing van het weerstandsvermogen zijn in een notitie ‘Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ verwerkt. Een overzicht van de belangrijkste geïdentificeerde risico’s, de inschatting van de kans dat deze zich in de komende drie jaar zullen voordoen, en een inschatting van de financiële impact is te vinden in paragraaf 3.5. In dit overzicht zijn risico’s niet meegenomen, wanneer die risico’s zich regelmatig voordoen, veelal vrij goed meetbaar zijn en ervoor in de regel reeds maatregelen zijn genomen, zoals het afsluiten van verzekeringen of het vormen van voorzieningen. De resultante van de kans en de impact leidt tot een bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit.
AFDELING | FINANCIËN
■ 10 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de berekening voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Deze uitkomst wordt weergegeven in de vorm van een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement heeft hierbij de volgende normeringssystematiek ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F
ratio weerstandsvermogen 2,0 < x 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 x < 0,6
betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
In paragraaf 3.5 worden risico’s financieel berekend tot een totaalbedrag van € 838k. Dit wordt gekwalificeerd als de benodigde weerstandscapaciteit voor 2024. Zoals hierboven reeds is aangegeven bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2023 na resultaatbestemming € 3.737k. Evaluatie ontwikkelingen in risicoanalyse ten opzichte van voorgaand jaar De benodigde weerstandscapaciteit is in vergelijking met de analyse in het voorgaande jaar gelijk gebleven. Berekening ratio weerstandsvermogen en waarderingscijfer Op basis van de financieel berekende risico’s voor 2024 en de jaarrekening 2023 na resultaatbestemming is de ratio Weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 3.737k Benodigde weerstandscapaciteit = € 838k
= 4,5
Op basis van de hierboven genoemde normeringssystematiek is het weerstandsvermogen voor 2024 van de GB momenteel uitstekend (waarderingscijfer A). Het is hierbij wel van belang om op te merken dat de impact van veel risico’s niet zijn gekwantificeerd (‘P.M.’) en daardoor niet meetellen in de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit; dit nuanceert het positieve beeld dat op basis van bovenstaande berekening ontstaat. Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Het proces van risicomanagement is het continue proces van:
risico’s in beeld krijgen; het kwantificeren van deze risico’s; het afwegen van oplossingen; het implementeren van de te nemen beheersmaatregelen en het evalueren van de effecten van de uitgevoerde maatregelen.
Het proces van risicomanagement wordt met het Management Team en diverse Teamleiders minimaal 1x per jaar (ten tijde van het opstellen van de begroting) doorlopen, waarbij er uiteraard niet wordt gewacht met het nemen van maatregelen bij het manifesteren van grote risico’s.
AFDELING | FINANCIËN
■ 11 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ De verdeling van taken op het gebied van risicomanagement naar de verschillende bestuurlijke organisatieniveaus is als volgt: Bestuur OLGB vaststelling van en sturing op kaders; vaststelling financiële verordening; vaststelling Notitie Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Bestuurscommissie sturing geven aan risicomanagement en weerstandsvermogen. MT proces risicomanagement; organisatie en planning; evaluatie van en rapportage over (resultaten van) de uitvoering. Kengetallen Het BBV bepaalt dat lagere overheden een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening, zodat belanghebbenden gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie. De kengetallen betreffen: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Voor de GB zijn van deze basisset de volgende 3 kengetallen relevant: schuldquote leningen; solvabiliteitsratio; structurele exploitatieruimte.
Schuldquote leningen Het kengetal ‘schuldquote leningen’ wordt als volgt berekend: (totaal vaste schulden +/+ totaal netto-vlottende schulden +/+ overlopende passiva -/- totaal financiële vaste activa -/- uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar -/- totaal liquide middelen -/- totaal overlopende activa) / totaal saldo baten * 100% Voor 2023 resulteert bovenstaande berekening in een schuldquote leningen van 40,10% (2022: 50,55%). Begroot was een schuldquote leningen voor 2023 van 44,7%. Solvabiliteitsratio Het kengetal ‘solvabiliteitsratio’ wordt als volgt berekend: (eigen vermogen/totaal passiva) * 100% Voor 2022 resulteert bovenstaande berekening in een solvabiliteitsratio van 21,91% (2022: 16,12%). Hierbij is het te verdelen resultaat 2023 reeds verrekend. Begroot was een solvabiliteitsratio voor 2023 van 17,6%. Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ wordt als volgt berekend: ((structurele baten -/- structurele lasten) +/+ (structurele onttrekkingen aan reserves -/structurele toevoegingen aan reserves)) / totaal saldo baten * 100% Voor 2023 resulteert bovenstaande berekening in een structurele exploitatieruimte van 4,78% (2022: 7,35%). De berekening is met inachtneming van correcties voor de mutaties in de verschillende bestemmingsreserves. Begroot was een structurele exploitatieruimte voor 2023 van 0%. 3.2
Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen wegen, water, groen en riolering zijn niet van toepassing op de GB, aangezien deze niet in bezit zijn.
AFDELING | FINANCIËN
■ 12 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Gebouwen De jaarlijkse onderhoudsbehoefte gebeurt door middel van (meerjaren-) onderhoudsplannen. Een gespecialiseerd ingenieursbureau heeft op basis van een inspectie een 10-jaars onderhoudsplan voor alle gebouwen opgesteld. Jaarlijks wordt op basis van dit plan de onderhoudsbehoefte voor het komende jaar bepaald, waarbij opgemerkt dient te worden dat door budgettaire restricties het niet altijd mogelijk is om de uitvoering van het onderhoud volledig in lijn te laten zijn met het onderhoudsplan. Ten aanzien van een kleiner deel van de kapitaalgoederen, met name het werkmaterieel, gebeurt het onderhoud, in de zin van kwalitatieve instandhouding, in de eigen werkplaats. Voertuigen Het onderhoud van het bedrijfswagenpark is grotendeels uitbesteed aan derden. De budgetten voor zowel onvoorspelbare als voor de jaarlijks voorkomende kleinere werkzaamheden zijn veelal ontstaan op basis van ervaringscijfers. 3.3
Financiering Op 1 januari 2001 is de Wet financiering decentrale overheden in werking getreden. De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden; het gaat hier met name om regels voor het beheersen van financiële risico’s zowel op aangetrokken als op uitgezette middelen en voor het beheer van de treasury. In- externe ontwikkelingen Schatkistbankieren Sinds 2014 neemt de GB verplicht deel aan Schatkistbankieren (SKB). Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden en gemeenschappelijke regelingen dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het Ministerie van Financiën. Alle deelnemers aan SKB hebben hiervoor een privaatrechtelijke rekeningcourantovereenkomst met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Agentschap van de Generale Thesaurie. Vanzelfsprekend blijft de GB wel volledig vrij in de besteding van haar middelen zonder dat de centrale overheid hier enige vorm van toezicht op uitoefent of kan uitoefenen. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Het is de GB toegestaan om een saldo aan te houden op de eigen betaalrekening, zonder dat dit afgestort dient te worden bij de schatkist. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van de organisatie, en in geval van de GB is dit bedrag het wettelijke EUR 1.000k.
Het Agentschap controleert achteraf op kwartaalbasis of het gemiddelde saldo dat de GB heeft aangehouden op de eigen bankrekening niet boven dit drempelbedrag is gekomen. In tegenstelling tot diverse commerciële banken is bij het aanhouden van liquide middelen bij de schatkist geen rente verschuldigd, ongeacht het saldo. Financiering via Nederlandse Waterschapsbank Al enkele jaren maakt de GB gebruik van de leningsfaciliteiten van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Deze bank -van en voor de overheid- kan door haar eigen risicoprofiel alsmede het risicoprofiel van haar (overheids)klanten tegen gunstige voorwaarden geld uitlenen. De NWB richt zich exclusief op de Nederlandse publieke sector met de financiering van decentrale overheden (waterschappen, gemeenten en provincies), instellingen onder garantie van (de)centrale overheden, sociale woningbouw, zorginstellingen en samenwerkingsverbanden van decentrale overheden (gemeenschappelijke regelingen). Mede dankzij ratings van Moody’s (Aaa) en Standard & Poor’s (AAA) financiert de NWB zich tegen zeer gunstige tarieven op de internationale kapitaalmarkt, en dit voordeel wordt
AFDELING | FINANCIËN
■ 13 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ doorberekend aan de klanten. De GB voldoet aan de voorwaarden van de NWB om financiering te kunnen verstrekken. Naast leningen via NWB heeft de GB diverse financial leaseovereenkomsten met ABN AMRO Lease; al enkele jaren worden geen nieuwe financial leaseovereenkomsten meer afgesloten ten behoeve van financiering van investeringen. Voor nadere toelichting ten aanzien van het verloop van de geldleningen wordt verwezen naar de toelichting bij de rentetypische schulden met een looptijd > 1 jaar. Risicobeheer De wet FIDO schrijft voor dat de kasgeldlimiet, die een grens stelt aan het te lopen renterisico op de korte schuld, getoetst wordt aan de beschikbare vlottende middelen. De analyse van het gemiddelde saldo vlottende middelen per kwartaal in relatie tot de kasgeldlimiet is als volgt: Standen ten opzichte van kasgeldlimiet 2023 (* 1.000 euro) standen kasgeldlimiet 2023 begroot 1e kw.
realisatie 1e kw.
begroot 2e kw.
realisatie 2e kw.
begroot 3e kw.
realisatie 3e kw.
begroot 4e kw.
realisatie 4e kw
maand 1
-1.900
-1.860
-2.200
-2.425
-3.000
-3.237
-3.300
-3.184
maand 2
-4.400
-4.526
-2.500
-2.455
-2.300
-2.171
-3.400
-3.536
maand 3
-3.000
-3.122
-2.200
-2.094
-2.250
-2.408
-4.500
-4.342
maand 1
100
52
100
117
100
24
100
163
maand 2
100
92
100
116
100
394
100
106
maand 3
100
63
100
130
100
121
100
552
maand 1
-1.800
-1.808
-2.100
-2.308
-2.900
-3.213
-3.200
-3.021
maand 2
-4.300
-4.434
-2.400
-2.338
-2.200
-1.776
-3.300
-3.430
maand 3
-2.900
-3.059
-2.100
-1.964
-2.150
-2.287
-4.400
-3.790
gemiddeld saldo (3)
-3.000
-3.101
-2.200
-2.203
-2.417
-2.425
-3.633
-3.413
kasgeldlimiet (4)
2.613
2.613
2.613
2.613
2.613
2.613
2.613
2.613
ruimte (4-3)
5.613
5.714
4.813
4.816
5.030
5.038
6.246
6.026
Kasgeldlimiet vlottende korte schuld (1)
vlottende middelen (2)
saldo (1-2)
overschrijding (4-3) begrotingsbedrag
31.862
percentage 8,2%
2.613
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, wordt gedurende het gehele jaar 2023 de kasgeldlimiet niet overschreden.
AFDELING | FINANCIËN
■ 14 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ In het volgende overzicht wordt het renterisico op de vaste schuld getoetst aan de wettelijke norm uit hoofde van de Wet FIDO: Analyse renterisico (* 1.000 euro) variabelen renterisico(norm)
2023
2024
2025
2026
-
-
-
-
Aflossingen
1.437
1.399
1.470
1.579
renterisico (1+2)
1.437
1.399
1.470
1.579
(4)
Renterisiconorm
6.372
6.931
7.208
7.497
(5a)
ruimte onder renterisiconorm
4.935
5.532
5.738
5.918
(5b)
overschrijding renterisiconorm 31.862
34.655
36.041
37.483
(1)
Renteherzieningen
(2) (3)
berekening renterisiconorm: (4a)
begrotingstotaal jaar
(4b)
Percentage
20%
20%
20%
20%
(4 = 4a x 4b)
6.372
6.931
7.208
7.497
Gedurende 2022 heeft een versnelde aflossing plaatsgevonden van de voorheen bestaande lening bij ABN AMRO. Met ingang van 2023 bestaan de aflossingen derhalve uitsluitend uit aflossingen op de bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) verkregen leningen alsmede afloop van de verschillende financial leaseovereenkomsten. Renteherzieningen op alle leningen zijn niet van toepassing, omdat sprake is van onconditioneel vaste rentes. Zoals uit bovenstaande analyse blijkt zal geen overschrijding van de renterisiconorm in genoemde periode plaatsvinden. De GB heeft geen geldleningen aan derden verstrekt, hetgeen een kredietrisico uitsluit. Financiering In lijn met voorgaande jaren wordt door de GB de nodige aandacht geschonken aan het liquiditeitsbeheer, o.a. door op regelmatige basis liquiditeitsprognoses op te stellen en de investeringsplanning hier op af te stemmen. De liquiditeitsprognoses zijn de basis voor het seizoenskrediet bij ABN AMRO, welke overigens al enkele jaren niet meer wordt gebruikt. Omvangrijke duurzame investeringen werden traditioneel gefinancierd door middel van financial lease, waarbij de looptijd van de leaseovereenkomst gelijk is aan de afschrijvingstermijn van de betreffende investering. Met ingang van 2017 vind per casus de beoordeling plaats of financiering middels een lening vanuit de NWB een gunstig alternatief vormt. 3.4
Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering dient inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De term ‘bedrijfsvoering’ verwijst naar de inzet van bedrijfsmiddelen om de bedrijfsdoelen te behalen. Die bedrijfsmiddelen zijn: personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting (‘PIOFACH’). Onderstaand wordt ingegaan op de bijzonderheden omtrent de bedrijfsvoering in 2023, betrekking hebbend op de volgende aspecten:
de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; inhuur derden; financiën en ICT; huisvesting; rechtmatigheidsverantwoording
AFDELING | FINANCIËN
■ 15 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ Personeelsbestand en personeelskosten Het jaar 2023 is gestart met een personeelsbestand van 242 fte’s en is tot het einde van het jaar uiteindelijk gestegen naar 247 fte’s. Dit betreft het personeelsbestand exclusief de aanstellingen als brandweervrijwilliger, vrijwilliger Droneteam en personeel dat gebruik maakt van het FLO (Functioneel Leeftijdsontslag)-overgangsrecht. Gedurende 2023 zijn 21 medewerkers uit dienst getreden en 26 medewerkers in dienst getreden. De GB volgt de CAO van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). In de WVSV zijn de 25 Veiligheidsregio’s vertegenwoordigd, die in overleg met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden. De CAO, die geldt op balansdatum, heeft een looptijd tot 1 mei 2024. Inhuur Derden Gedurende 2023 waren de kosten van inhuur derden in drie categorieën in te delen: inhuur voor het continue bezetting van het voertuig met blusarm ten behoeve van ProRail (kazerne Butaanweg); de hiermee gepaard kosten zijn volledig voor rekening van ProRail. structurele inhuur ter ondersteuning van de salarisadministratie; inhuur van specialistische expertise, die de GB zelf niet in ‘huis’ heeft: het betreft in 2023 m.n.
inhuur ten behoeve van begeleiding van het project Schuimtransitie, maar ook ten behoeve van het uitvoeren van een cultuur- en gedragsonderzoek; inhuur voor logistieke taken. Financiën en ICT Met ingang van 2021 maakt de GB gebruik van Ultimo Fleet Management Software (FMS). Dit pakket wordt voornamelijk gebruikt voor het registeren van het GB-materieel, inclusief onderhoudsbehoefte, -historie en -planning. De implementatie van dit pakket is een belangrijk onderdeel van het streven tot structureren en optimaliseren van het voertuigonderhoud. Daarnaast is in 2023 de keuze gemaakt voor nieuwe planningssoftware, en is tevens in dat jaar begonnen met de implementatie ervan. Het doel is om vanaf medio 2024 met behulp van deze software een integrale personeels-, materieel- en activiteitenplanning te kunnen maken. Huisvestingskosten Het behoeft weinig toelichting dat de GB zich, zoals veel organisaties, gedurende 2023 geconfronteerd zag met gestegen energielasten, zowel ten aanzien van de voertuigen als van de huisvesting. Tegelijkertijd zorgt de reeds ingezette verduurzaming voor een merkbare beperking van deze meerkosten. De GB was en blijft voornemens om in de komende periode verdere stappen te nemen inzake verduurzaming.
Rechtmatigheidsverantwoording In dit onderdeel van de paragraaf Bedrijfsvoering worden de bevindingen bij de totstandkoming van de rechtmatigheidsverantwoording toegelicht, inclusief eventuele fouten en onduidelijkheden die zijn aangetroffen. In de rechtmatigheidsverantwoording heeft het Dagelijks Bestuur Gezamenlijke Brandweer verklaard geen onrechtmatigheden te hebben vastgesteld die boven de verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten (inclusief mutaties in reserves), ofwel € 977.000 uitkomen. Hierbij wordt wel de volgende kanttekening geplaatst: voor wat betreft het aspect ‘prestatielevering’ (voorwaardencriterium) wordt om praktische redenen op voorhand een onzekerheid geaccepteerd voor leveringen met een factuurwaarde kleiner dan € 200,- exclusief BTW. Het totaalbedrag van facturen, die binnen deze groep vallen, is ruimschoots lager dan de verantwoordingsgrens. Conform de Kadernota Rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV is de rapportagegrens een door het bestuur vastgesteld bedrag dat lager is dan de verantwoordingsgrens. Dit is het grensbedrag tot waar rechtmatigheidsfouten en/of onduidelijkheden -lager dan de verantwoordingsgrens- in deze paragraaf geaggregeerd worden toegelicht. Het OLGBbestuur stelt de rapportagegrens op 10% van de verantwoordingsgrens, ofwel i.c. € 97.700.
AFDELING | FINANCIËN
■ 16 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ In 2023 heeft de VIC (Verbijzonderde Interne Controle)-functionaris op kwartaalbasis het controleplan ter onderbouwing van de conclusie in de rechtmatigheidsverantwoording uitgevoerd, zoals dat door het OLGB-bestuur is vastgesteld in haar vergadering van 4 juli 2022. Voor de relevante processen (de scope) is volledig aansluiting gezocht bij de controleaanpak van de externe accountant. De rechtmatigheidscriteria waaraan getoetst wordt zijn het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het M&O (misbruik & oneigenlijk gebruik)-criterium. Bevindingen Met uitzondering van de hierboven genoemde -op voorhand geaccepteerde- onduidelijkheid over de prestatielevering ten aanzien van leveringen met een factuurwaarde kleiner dan € 200,- exclusief BTW, zijn er bij de bovengenoemde controle geen fouten of onduidelijkheden aangetroffen die individueel of cumulatief de rapportagegrens overschrijden. De cumulatieve onduidelijkheid over de prestatielevering ten aanzien van leveringen met een factuurwaarde kleiner dan € 200,- exclusief BTW bedraagt € 233.679. 3.5
Openbaarheid De Wet open overheid (Woo) geldt sinds 1 mei 2022 en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een open en transparante overheid met als uitgangspunt dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek, ook verplicht is zelf informatie openbaar te maken, voor zover dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is. In de wet wordt een aantal informatiecategorieën gespecificeerd die in ieder geval actief openbaar gemaakt moeten worden. Diverse documenten die hieronder vallen worden nu ook al openbaar gemaakt, zoals wetten, maar er is ook een aantal nieuw openbaar te maken informatiecategorieën. Deze actieve openbaarmaking dient plaats te vinden door middel van een digitale infrastructuur die door de minister van BZK in stand wordt gehouden. Het doel daarvan is, alle informatie die bestuursorganen onder de Woo actief openbaar moeten maken, op één plek voor iedereen vindbaar en doorzoekbaar te maken. Door deze centrale vindplaats ontstaat er overzicht en hoeven belanghebbende burgers, onderzoekers, journalisten, wetenschappers en overige geïnteresseerden niet langer de vele websites van de afzonderlijke bestuursorganen te zoeken en doorzoeken.
Bij de ontwikkeling van de verplichte digitale infrastructuur heeft BZK gekozen voor een verwijsindex (de ‘Woo-index’) met zoekfunctie. De Woo-index verwijst naar documentcollecties die door de bestuursorganen op internet zijn gepubliceerd. Het voornemen is om in 2024 de te publiceren documenten via een link in de Woo-index op de website van de GB benaderbaar te maken. Te denken valt hierbij o.a. aan de Gemeenschappelijke Regeling, de verschillende verordeningen, begrotingen en jaarrekeningen en een (geanonimiseerd) organogram. Dit vraagt om enkele aanpassingen in de infrastructuur van de website van de GB, die op het moment van het opstellen van deze begroting nog niet gerealiseerd zijn. Daarnaast vindt afstemming met de gemeente Rotterdam plaats over de documenten die via de Woo-index benaderbaar dienen te zijn; voor deze afstemming is bij de GB een Woo-contactpersoon aangewezen.
AFDELING | FINANCIËN
■ 17 van 57 ■
conceptversie 1.3 - 24 juni 2024
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ 3.6 nr.
1
2
Risico-inventarisatie m.b.t. benodigd weerstandsvermogen ultimo 2023 risicogebied
omschrijving risico
omschrijving impact
Europees aanbesteden
de GB dient te voldoen aan de regels rondom Europees aanbesteden van diensten en leveringen (bijvoorbeeld aanschaf voertuigen, onderhoud voertuigen). Het risico bestaat dat de GB niet of niet tijdig constateert dat aanbesteding moet dan wel had moeten plaatsvinden.
een onjuiste of onterecht uitgevoerde Europese aanbesteding kan tot een juridisch geschil leiden met de mogelijk benadeelde partij. Dit kan leiden tot een nieuwe aanbestedingsronde, schadebetaling en/of een eventuele boete.
5-10%
Met ingang van 25 mei 2018 is de AVG van toepassing. Als gevolg van hieruit volgende regelgeving is iedere organisatie, waaronder dus de GB, verplicht een aantal expliciete Algemene Verordening maatregelen te nemen ten aanzien van Gegevensbescherming gegevensbescherming. Indien de GB non-compliant zou blijken, kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) besluiten een aanzienlijke boete op te leggen.
Bij overtreding van de bepalingen in de AVG kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. Deze boete bedraagt: A. maximaal EUR 20.000.000 of 4% van de (wereldwijde) omzet (bij materiële schending) of B. maximaal EUR 10.000.000 of 2% van de (wereldwijde) omzet (bij procedurele schending)
cao-salarissen pensioenpremies 3
4
wet Poortwachter
AFDELING | FINANCIËN juni 2024
en Gedurende het boekjaar kunnen de uitkomsten van caoonderhandelingen tussen vakbonden en gemeenten ertoe leiden dat de salarissen (al dan niet met terugwerkende kracht) dienen te worden verhoogd. Daarnaast bepaalt het ABP de hoogte van de pensioenpremies voor het komende jaar pas na het vaststellen van de begroting. Het risico bestaat dat hier in de begroting niet of onvoldoende rekening mee is gehouden.
Gezien het relatieve belang van de salaris- en pensioenkosten in de totale exploitatiekosten van de GB heeft een kleine aanpassing in de salarissen in absolute zin een aanzienlijke financiële impact.
In de Wet Poortwachter is geregeld wat werkgevers en werknemers moeten doen om te bevorderen dat langdurig zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan de slag gaan. De Wet poortwachter stelt een aantal eisen aan de werkgever en de werknemer; de meeste eisen gelden voor de werkgever. De belangrijkste eis is dat de werkgever verplicht de claims zullen in eerste instantie is de werknemer te helpen bij re-integratie. In eerste instantie juridische kosten, en mogelijk naar de eigen functie, maar als dat niet kan naar ander werk schadevergoedingen tot gevolg hebben. binnen de eigen organisatie of zelfs naar werk bij een ander bedrijf. Het risico bestaat dat de GB claims van zieke werknemers krijgt vanwege het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter.
■ 18 van 57 ■
waarschijnlijkheid
impact (eur)
benodigd weerstandsvermogen (eur)
50.000
5.000
P.M.
P.M.
P.M.
90%
300.000
270.000
5-10%
100.000
10.000
conceptversie 1.3 - 24
■ JAARSTUKKEN 2023 ■ benodigd weerstandsvermogen (eur)
waarschijnlijkheid
impact (eur)
stijging in de salariskosten vanwege enerzijds doorbetaling, en anderzijds de kosten van vervanging van de zieke werknemer.
90%
150.000
135.000
inhuur personeel
een kwantitatief en/of kwalitatief tekort aan personeel, hetgeen leidt tot de noodzaak om externen in te huren om te hogere kosten m.b.t. inhuur van derden. waarborgen dat de bedrijfsdoelstellingen behaald worden.
90%
150.000
135.000
7
schadeclaims a.g.v. brandweerinzet
Nederland juridiseert, waardoor het risico van aansprakelijkheidsstelling en claims (van personeel (eventueel nabestaanden) of van derden) reëler wordt. Naast het risico van claims leidt dit ook tot inzet van juridische expertise. Hierbij valt te denken aan claims van ledenbedrijven voor geleden schade als gevolg van brandweeracties. Dit zijn moeilijk in te schatten kosten. De belangrijkste risico's zijn weliswaar verzekerd, maar of de dekking toereikend is, is op voorhand niet te kwantificeren.
de impact is de schade die voortkomt uit het niet of ontoereikend verzekerd zijn bij een ongeval of claim. Dit is op voorhand niet te kwantificeren.
P.M.
P.M.
P.M.
8
PFAS-houdend blusschuim is een zeer effectief blusmiddel voor de industrie, maar is tegelijk schadelijk voor milieu en gezondheid. In 2022 is de GB gestart met de transitie naar een minder schadelijk type blusschuim, en alleen nog voor claims in relatie tot gebruik specifieke typen incidenten is gebruik van het PFAS- saneringskosten als gevolg van gebruik PFAS-houdend blusschuim houdende blusschuim toegestaan. In het (recente) verleden PFAS-houdend blusschuim. was er echter geen alternatief beschikbaar, en het risico bestaat dat de GB alsnog aansprakelijk gesteld wordt voor (milieu)schade als gevolg van het gebruiken van PFAShoudend blusschuim.
5-10%
250.000
25.000
9
ontslagvergoeding
Door een arbeidsconflict kan een situatie ontstaan dat de werkverhouding met een werknemer dermate verstoord is, dat beëindiging van het dienstverband voor beide partijen hogere personeelskosten als gevolg nog de enige reële optie is. Het risico bestaat dat de GB in van ontslagvergoeding, inclusief hogere zo’n situatie een ontslagvergoeding aan de betreffende juridische kosten. werknemer dient te betalen. Naast deze vergoeding gaan dergelijke trajecten ook gepaard met kosten voor juridische ondersteuning
25%
100.000
25.000
opleidings- en oefenkosten
door onverwacht personeelsverloop bestaat het risico dat op enig moment veel personeel moet worden opgeleid tot stijgende manschap of bevelvoerder. In aanvulling geldt dat nieuwe sterk sollicitanten wellicht in mindere mate de ‘basis’ oefenkosten. brandweeropleidingen reeds hebben behaald, en in deze mensen dus extra moet worden geïnvesteerd.
50%
150.000
75.000
nr.
risicogebied
5
eigen risicodrager werknemers
6
10
AFDELING | FINANCIËN juni 2024
zieke
omschrijving risico
omschrijving impact
risico op langdurige ziekte van werknemers: voor een langdurig zieke werknemer is de GB eigenrisicodrager. Dit betekent dat 2-3 jaar lang het loon aan de werknemer doorbetaald moet worden, en dat de GB voor de re-integratie verantwoordelijk is.
■ 19 van 57 ■
opleidings-
en
conceptversie 1.3 - 24
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
11
langdurige calamiteit
een langdurige calamiteit stelt eisen aan de bezetting tijdens de calamiteit, maar ook bij de nazorg en afwikkeling ervan. Dit risico heeft met name impact op de Op het gelijktijdig optreden van verschillende calamiteiten is operaties en leidt niet tot een direct de bezetting van de GB niet ingericht. In de begroting is geen financieel risico. ruimte opgenomen voor de externe inhuur voor vervanging van reguliere taken.
12
verbruik middelen bij incidenten
een incident bij een niet-lidbedrijf in het verzorgingsgebied kosten verbruik middelen Incidenten, die van de GB, waarbij de GB middelen (m.n. Schuimvormend niet voorzien zijn in de jaarlijkse Middel) dient in te zetten, die niet verhaald kunnen worden begroting. op het getroffen bedrijf en/of derden.
25%
50.000
12.500
voertuigen
de uitrukvoertuigen van de GB worden in 12 jaar lineair afgeschreven. Tijdens deze 12 jaar zal gedurende een periode van een aantal jaren de boekwaarde van de voertuigen aanmerkelijk hoger zijn dan de marktwaarde. Het risico bestaat dat door een technisch of economisch total-loss de voertuigen voortijdig vervangen moeten worden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de verschillende transportbakken en verplaatsbare units met hulpmaterialen op grond van een afweging tussen premie en risico niet verzekerd zijn (besluit BCGB, 30 april 2015).
de voortijdige vervanging zal ertoe leiden dat het verschil tussen de boekwaarde en marktwaarde/verzekeringswaarde direct ten laste van het resultaat afgeschreven dient te worden.
5-10%
250.000
25.000
14
bedrijfsmiddelen GB
het materiaal dat de GB aan (met name) repressief personeel ter beschikking stelt dient op een zorgvuldige en vakkundige schade aan materiaal met als gevolg manier gebruikt te worden. Het risico bestaat dat door vervangings- of reparatiekosten. onzorgvuldig handelen schade aan het materiaal ontstaat.
5-10%
100.000
10.000
15
de GB dient te voldoen aan de wetgeving op het gebied van veranderende wetgeving / (veilige) installaties/huisvesting, alsmede aan de eisen op het handhavingscontrole gebied van arbeidshygiëne, die gedurende het jaar kunnen veranderen.
een handhavingscontrole of wijziging in de wetgeving kan leiden tot een verplichte bouwkundigeof installatietechnische aanpassing/aanschaf PBM’s of kleding, die in de begroting niet voorzien is.
5-10%
100.000
10.000
P.M.
P.M.
P.M.
5-10%
30.000
3.000
13
16
17
niet adequaat overeenkomst/contractbeheer, waardoor een stilzwijgende en mogelijk ongewenste verlenging van hogere exploitatiekosten dan nodig als contracten / overeenkomsten contracten leidt tot ongewenste verplichtingen en kosten. gevolg van onvoordelige contractvoorwaarden.
debiteuren
AFDELING | FINANCIËN juni 2024
oninbare vorderingen wegens faillissement van betreffende afboeking van vorderingen/lagere bedrijven. bedrijfsopbrengsten.
■ 20 van 57 ■
P.M.
P.M.
P.M.
conceptversie 1.3 - 24
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
18
Risico dat huidge lidbedrijven door veranderende regelgeving of door aanbrengen eigen voorzieningen niet afname lidmaatschappen GB meer bedrijfsbrandweerplichtig zullen zijn. Daarnaast kunnen vrijwillige leden, om welke reden dan ook, besluiten hun lidmaatschap GB te beëindigen.
AFDELING | FINANCIËN juni 2024
afname van het aantal (vrijwillige) lidbedrijven en/of aanwijzingen, waardoor de bijdrage per lid voor de overige leden hoger zal worden. Dit is primair een risico voor de CIBUA, maar kan tevens een druk leggen op de financiering van de GB.
■ 21 van 57 ■
25%
P.M.
P.M.
conceptversie 1.3 - 24
■ JAARSTUKKEN 2023 ■
nr.
waarschijnlijkheid
benodigd weerstandsvermogen (eur)
omschrijving risico
19
CO2-opslag Tweede Maasvlakte
In de haven van Rotterdam loopt momenteel het zgn. Porthos-project (Port of Rotterdam CO2 Transport Hub & Offshore Storage). Het concept voor dit project bestaat uit een verzamelleiding door het havengebied in Rotterdam die fungeert als een basisinfrastructuur waar bedrijven op kunnen aansluiten voor de levering van door hen afgevangen Geen schadeloosstelling voor het CO2. Deze CO2 wordt vervolgens grotendeels onder de gedwongen vertrek/verhuizing van het zeebodem opgeslagen. De aanleg voor deze infrastructuur OCGB op Maasvlakte 2. kan impact hebben op de locatie van het Opleidingscentrum GB (OCGB) op MV2, dat gebouwd is op de grond die gehuurd wordt van het Havenbedrijf door één van de ledenbedrijven van de GB; het risico bestaat dat dit OCGB hierdoor naar een andere locatie zal moeten verhuizen.