[24bb005443] Pompen of verzakken 5 jaar actief grondwaterpeilbeheer in het Kleiwegkwartier
Tekst van het document
Hoewel het hoogheemraadschap een steeds groter wordende politieke factor in zich krijgt is het een oud instituut met veel, eeuwenoude opgebouwde, kennis met een duidelijke verantwoordelijkheid: de burger en het land op diverse manieren beschermen tegen het water. De gemeente (raad) is bij uitstek een politiek gedreven instituut met een College van B&W en een 28 Per saldo verandert er weinig aan de totale situatie, want er is evenwicht. Intern treden er wel wijzigingen op. Dit wordt dynamisch
evenwicht genoemd.
86
groot en heel divers ambtenarenbestand dat werkt in allerlei verschillende organisaties binnen de gemeente. Organisaties die zich te houden hebben aan wettelijke bepalingen, die niet altijd op een juiste manier op elkaar zijn afgestemd waar het gaat om het oplossen van problemen in de stad en problemen van burgers en maatschappelijke organisaties. Kortom: Het functioneert als een Goliath. Om als burgerinitiatief binnen complexe situaties, zoals de grondwater- en funderingsproblemen zijn, een bijdrage te kunnen leveren aan een gezond dynamisch evenwicht is het uitoefenen van invloed een belangrijk middel als tegenwicht aan de macht van de overheid. Steeds vaker moet de burger zich echter wenden tot de rechterlijke macht om niet te veel in de verdrukking te komen. Vanaf het begin hebben de betreffende bewonersinitiatieven de opvatting gehad en uitgedragen dat er niemand aansprakelijk zal worden gesteld. Althans dat is nooit een doel geweest. Het doel is geweest om de woningen en de buurten te beschermen. Burgers willen natte palen en droge voeten! De eerste stap om dit te bereiken is het verhogen van het grondwater. Met de rechtelijke weg wordt dit doel niet bereikt. Toch blijkt er telkens opnieuw een angst bij de gemeente te zijn, dat deze aansprakelijk gesteld zal worden voor welke schade dan ook.
In Factsheet actief grondwaterpeilbeheer 2022 is te lezen: ‘Natuurlijk kunnen er bij de aanleg en het beheer van drainage- en infiltratievoorzieningen dingen fout gaan (systemen werken niet goed, verstoppingen e.d.). Zo bezien neemt een gemeente een risico als zij zelf deze voorzieningen aanlegt en beheert. Maar dat betekent niet dat fouten/ gebreken de gemeente (zwaar) aangerekend zullen worden. 1. Dat leert bijvoorbeeld de jurisprudentie over vermeende schade als gevolg van lekke riolering. 2. En daarbij kan ook worden gesteld: beter als overheid iets proberen om (voorzienbare) schade zoveel mogelijk te voorkomen dan ongemotiveerd niks doen. 3. Echter: wie voorzieningen aanlegt wordt ook wel veronderstelt een adequaat beheer te voeren. Door dat te doen verkleint de kans op aansprakelijkheid ook aanzienlijk. 5. Voor schadeclaims hoeft de overheid (gemeente en/of waterschap) dus niet direct te vrezen. Schadeclaims zullen niet snel gehonoreerd worden door een rechter, dat laat de jurisprudentie zien (ook de meer recente jurisprudentie).’ Een effectieve manier om een machtsstrijd zoveel mogelijk te vermijden is om elkaar niet verantwoordelijk te stellen voor de problemen die zijn ontstaan, maar om de invloed die elke partij heeft zo optimaal mogelijk aan te wenden om de problemen op te lossen.
De conclusies van het onderzoek Burgers op de Bres laten zien, dat dit niet vanzelfsprekend is. Wat hiervan de oorzaak is heb ik niet helemaal kunnen achterhalen en begrijpen. De burgers in Hillegersberg begrijpen dat het een uitdaging is voor de gemeente om een drainage-infiltratiesysteem aan te leggen dat even lang (veertig tot zestig jaar) meegaat als het vuilwaterrioolsysteem. Het is bekend dat de gemeente beperkte middelen en menskracht heeft voor onderhoud. Dit pleit voor een eenvoudig en robuust systeem. Het is ook duidelijk dat het nog steeds niet helemaal duidelijk is wat de oorzaak of oorzaken zijn van een blijvende lage grondwaterstand in de wijken. Ondanks de duidelijke opstelling van de burger die wil samenwerken aan het doel: Natte palen en droge voeten, lukt het moeizaam om een samenwerkingsrelatie op te bouwen en te onderhouden met de overheid. Ondanks de bescherming die de overheid geniet vanuit de waterwet lijkt zij huiverig voor claims van burgers. Er zijn na jarenlang met elkaar opgetrokken te zijn nog steeds geluiden dat de burgers worden bejegend als ‘Rupsjes nooit genoeg’, dat het onderzoek van burgers wordt gediskwalificeerd en dat de onderzoeken die in opdracht van burgers zijn gedaan verdacht worden gemaakt. Om toch enig inzicht te geven heb ik de rollen en de invloed en/of macht van de verschillende partijen nader bekeken.
87
De invloed van de burger Om als burger(initiatief) invloed te kunnen uitoefenen is het van belang (gebleken) dat er een draagvlak binnen de wijk of buurt ontstaat en dat er een gezamenlijk doel wordt nagestreefd. Zoals eerder beschreven hebben bewoners in Oud-Hillegersberg al in 2012 het initiatief genomen om de funderingsproblemen in die wijk aan te pakken. In 2015 hebben bewoners van de Bloemenbuurt en Gravenbuurt in Hillegersberg-Zuid zich aangesloten. Na het incident in de Margrietstraat is het burgerinitiatief Goed Gefundeerd ontstaan waar, door middel van community building, een organisatie is ontstaan die voor een sterke cohesie in deze buurten heeft gezorgd en nog zorgt. Bewoners van het Statenlaankwartier/de Laantjes sluiten zich aan in 2017. De initiatiefgroep IGS bouwt eveneens een organisatie op om te komen tot preventieve maatregelen die de kwetsbare funderingen in de buurt moeten gaan beschermen. Een jaar later besluit ook de bewonersvereniging van het Schiereiland aan te sluiten. Tot op de dag van vandaag trekken deze vier initiatieven gezamenlijk op binnen het SBH (Samenwerkende Burgerinitiatieven Hillegersberg) en nemen deel aan het programma overleg, dat verderop in dit hoofdstuk aan de orde komt. De indruk is echter, dat het motto ‘lokaal wat lokaal kan en samen wat moet’ niet altijd tot een optimale bundeling van krachten heeft geleid.
Het hebben van kennis of het vergaren van kennis is eveneens belangrijk gebleken om te komen tot de gewenste oplossingen. De kennis en onderzoekservaringen en de subsidie van de Gebiedscommissie aan de initiatiefnemers zijn in aanvang van groot belang gebleken. Op deze manier kon opdracht tot onderzoek worden gegeven aan professionele onderzoeksbureaus op het gebied van grondwater en funderingsproblemen. In de loop van de tijd hebben ook leden van het GOP en de IGS zelf onderzoek gedaan en die kennis gedeeld met het KCAF en zelf gebruik gemaakt van de kennis van dit kenniscentrum. Burgers goed en eerlijk voorlichten over de oorzaken en mogelijke oplossingen van de problemen is een volgend punt dat kan bijdragen aan het aanwenden van invloed. De burgerinitiatieven hebben tal van voorlichtingsbijeenkomsten/bewonersbijeenkomsten georganiseerd die altijd druk zijn bezocht. Er zijn rapporten verschenen en nieuwsbrieven gestuurd in de afzonderlijke wijken en buurten. De publiciteit zoeken voor je publieke zaak is altijd een sterk middel gebleken waar het gaat om de aandacht te krijgen en die vast te houden. Niet alleen om de aandacht, maar vooral om het gevoel van urgentie voor de funderingsproblemen in de wijken en buurten op peil te houden. Gebleken is dat overheden en diensten binnen overheden hierdoor eerder geneigd zijn om in actie te komen.
Elke vier jaar heeft de individuele burger het recht om te stemmen tijdens gemeenteraadsverkiezingen en waterschapsverkiezingen. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezing 2022 is laag in Rotterdam: 38.9 procent29. Landelijk is dat jaar de opkomst 50.3 procent. Rotterdam kent de laagste opkomst in Nederland. Inwoners van Hillegersberg-Noord zijn het meest gaan stemmen in 2022: 65.3 procent. In Hillegersberg-Zuid is de opkomst 57.6 procent. De gemeente Rotterdam heeft een extern30 onderzoek laten doen naar de oorzaken van de lage opkomsten. Hillegersberg was één van de onderzoeksgebieden. In dit geval was men opzoek naar de oorzaken van de hoge opkomst in het gebied. Het verslag is nog niet vrijgegeven, omdat de
29
30
In 2018 was dat 7.8 procent meer. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau EMMA, De Haagse Hogeschool en Universiteit Utrecht.
88
gemeenteraad eerst een eigen reactie wil toevoegen aan het rapport. Stemmen is niet de enige manier om de politiek te beïnvloeden ten gunste van de zaak. Zoals eerder beschreven is er al in 2013 een overlegstructuur ontstaat tussen de wethouder, het hoogheemraadschap en vertegenwoordigers van de burgerinitiatieven. Daarnaast is er tal van keren ingesproken op raadsvergaderingen en commissievergaderingen. Vooral het GOP heeft veel druk uitgeoefend nadat is gebleken, dat relatief veel funderingen van woningen in de Bloemenbuurt bedreigd werden door droogstand. En dat het toevoeren van grondwater uit het oppervlaktewater een eenvoudige interventie is gebleken om het proces van degeneratie van de houtenpalen tegen te gaan zodat deze nog decennialang zouden kunnen meegaan. Tot slot nog een aspect dat niet of zelden aan de orde komt in dit kader: de burger is ook een belastingbetaler die in zijn rol als consument voor het betaalde als tegenprestatie zekere diensten zou mogen verwachten. Inwoners en woningeigenaren betalen aan de gemeente een RioolheffingWoning en een Afvalstoffenheffing die bij elkaar kunnen oplopen tot vele honderden euro’s per jaar. Daarnaast betaalt de burger aan het hoogheemraadschap per jaar enkele honderden euro’s Waterschapsbelasting, zowel als eigenaar als ingezetenen en ten behoeve van de waterzuivering.
De rol van het hoogheemraadschap Het hoogheemraadschap is in Nederland een bestuurslaag binnen de functionele democratie. Dat wil zeggen dat het een afgebakende taak heeft. In dit geval een specifieke taak waar het gaat over het beheer van water. Allereerst de waterveiligheid; de zorg voor de waterkeringen en de dijken. Vervolgens de waterkwaliteit; de zorg voor schoon oppervlaktewater, zonder vervuiling en met een natuurlijke omgeving en de zorg voor de afvalwaterzuivering. Tot slot de waterkwantiteit; de zorg voor het op peil houden van het oppervlaktewater. Het hoogheemraadschap heeft eigen bevoegdheden, wetgeving, strafrechtelijke sancties en belastingen. Het Hoogheemraadschap van Schieland is al in 1273 ingesteld door Floris de V, Graaf van Holland. Door voortschrijdende schaalvergroting vond er op 1 januari 2005 een fusie plaats met het Hoogheemraadschap Krimpenerwaard. Hierdoor is het huidige Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard ontstaan. Waar het gaat om de funderingsproblemen in Hillegersberg die veroorzaakt wordt de een te lage grondwaterstand zorgt het hoogheemraadschap dus voor voldoende oppervlaktewater in het gebied om het infiltratiesysteem te vullen. Dat het water niet zomaar uit de Bergse plassen kan worden gebruikt voor infiltratie in het grondwater heeft te maken met die andere taak, namelijk zorgen voor schoon oppervlaktewater.
Binnen het kader van de bescherming van burger en land heeft het hoogheemraadschap ook de bevoegdheid om te bewaken dat er niet te veel of op onzorgvuldige wijze grondwater wordt onttrokken. Ook wordt met de gemeente de kwaliteit van het grondwater beschermd tegen vervuiling en/of verzilting. Ook wordt bewaakt dat er voldoende water overblijft als drinkwater. Daarnaast kan een bepaald gebied aangewezen worden als risicogebied. In dit geval het risico van een te lage grondwaterstand en het stellen van extra eisen en toezicht op het verlenen van vergunningen om grondwater te mogen onttrekken.
De macht en onmacht van de gemeente Als we de gemeente nader willen beschouwen moet voor ogen staan dat DE gemeente niet bestaat: Enerzijds is er de politiek met gekozen gemeenteraadsleden en zijn er wethouders met een politieke agenda die gebaseerd is op een partijprogramma. Politici zijn per definitie gericht op de burgerstemmer en staan veelal de bovenste trede van de participatieladder voor. De termijnen van politieke bestuurders zijn veelal niet langer vier jaar. Als we kijken naar het traject van de funderingsproblemen 89
en burgerinitiatieven in Hillegersberg zijn er achtereenvolgend vier wethouders op het toneel verschenen. Anderzijds bestaat de gemeente uit het ambtenarenapparaat/professionals. Zij willen hun werk doen en willen geen bemoeienis van burgers. Dat is ook duidelijk geworden in 2021 toen ambtenaren hebben geprobeerd om het bewonersinitiatief in Oud-Hillegersberg te dwarsbomen. Uit het onderzoek van de Rekenkamer zou geconcludeerd kunnen worden dat er regelmatig niet veel meer behoefte is dan de tweede of hooguit derde trede van de participatieladder. Wat ook meespeelt is dat het ambtenarenapparaat groot en complex is. Concerns zijn vaak niet op elkaar afgestemd en binnen de concerns zijn ‘eigen afdelingen’ die niet met elkaar samenwerken of zelfs concurreren met elkaar. Hoewel integraal werken een zekere prioriteit heeft gekregen binnen gemeenten verloopt dit over het algemeen nogal moeizaam. De afgelopen decennia kennen gemeenten diverse reorganisaties die als doel hebben om meer integraal te werken. In 2009 verschijnt er een onderzoek met de veelzeggende titel ‘Gemeentelijke organisatiemodellen, Hoe integraler het moet, hoe minder je het ziet’. Daarnaast moet voor ogen worden gehouden dat ambtenaren werken binnen een bureaucratische organisatie.
Een organisatie waar de verantwoordelijkheid niet bij één persoon ligt maar verdeeld is in kleine afgemeten delen en hiërarchisch is georganiseerd. Er wordt gedacht in procedures, routines, regels en regelgeving die zoveel mogelijk zijn gestandaardiseerd. Niemand kan, durft of wil verantwoordelijkheid of stelling te nemen zonder dat eerst is bekeken of alles voldoet aan de regelgeving. Eventuele fouten worden niet op zich genomen, maar worden afgedekt of doorgeschoven. Op zich is dat allemaal niet verkeerd of uitsluitend negatief. Het voordeel is dat burgers kunnen verwachten dat beslissingen worden genomen die voldoen aan de wet en niet zijn gebaseerd op willekeur.
Werken onder druk In 2018 doet de Rotterdamse Rekenkamer nog een ander onderzoek: Werken onder druk, onderzoek oneigenlijke politiek-bestuurlijke druk op ambtenaren. De centrale vraag van dit onderzoek is: In hoeverre ervaren ambtenaren oneigenlijke politiek-bestuurlijke druk, in hoeverre melden ambtenaren deze ervaringen en welke belemmeringen ondervinden zij bij het melden? ‘Oneigenlijke politiek-bestuurlijke druk op ambtenaren komt voor binnen de gemeente Rotterdam, maar is niet wijdverbreid. Tussen 2010 en 2017 vermoedelijk bij zeven procent van de ambtenaren. Relatief vaak door bestuurders van voormalige deelgemeenten en leden van de voormalige gebiedscommissie; Er wordt ook oneigenlijke druk ervaren van ambtelijk leidinggevenden; Er is een onvoldoende gedeeld beeld bij ambtenaren wat nog wel en wat niet toelaatbaar is in de verhouding tussen bestuurders en ambtenaren; Ambtenaren voelen een grote loyaliteit t.o.v. de gemeente en melden regelmatig niet; Dit hangt samen met een breder probleem binnen de organisatie met een sterk hiërarchische stijl van leiding geven waarbij het geven van tegendruk niet gewenst is.’
Het Gemeentelijk rioleringsplan. In hoofdstuk 2 is het Gemeentelijke Rioleringsplan 2011-2016 geïntroduceerd met daarin de verantwoordelijkheden zoals die zijn neergelegd in de waterwet van 2009. Tijdens de pilot ‘toevoer van grondwater in de Bloemenbuurt met behulp van een pomp’ is gewerkt 90
aan de voorbereiding van een nieuw Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 als opvolger van het Gemeentelijk rioleringsplan 2016-2020. In de brochure van de gemeente Rotterdam Van buis naar buitenruimte, Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025 (oktober 2020) staat in bijlage 7 over de samenwerking met bewoners, ondernemers en organisaties in de wijk het volgende: ‘…Het stedelijk waterbeheer staat ten dienste van de bewoners, bedrijven en organisaties van Rotterdam. Er is veel kennis en ervaring over het stedelijk watersysteem aanwezig bij professionele overheidsorganisaties. Maar de opgaven waar Rotterdam voor staat-met name door de klimaatverandering- vragen om een veel intensievere samenwerking met de inwoners en bedrijven. Bijdragen van particulieren zijn van belang voor de aanpak van stedelijke opgaven op het gebied van vergroening, de verwerking van hemelwater en het sluiten van de waterkringloop. Eigenaren krijgen daarom meer verantwoordelijkheden. Het aanpassen aan de klimaatverandering is alleen mogelijk als de private ruimte ook zoveel mogelijk benut wordt voor noodzakelijke maatregelen. Gemeente Rotterdam en waterschappen stimuleren dat onder andere met specifieke financiële stimuleringsmaatregelen. De gemeente zoekt al in een vroeg stadium actief de samenwerking op met bewoners, ondernemers en organisaties in de wijk.
Deze samenwerking begint al bij het maken van plannen en gaat door tot en met de daadwerkelijke uitvoering van maatregelen. De gemeente doet dat via het uitgebreide netwerk dat zij heeft in de wijken. Met name de wijkconciërges en de wijkregisseurs van stadsbeheer, de wijknetwerkers en wijkmanagers van de gebiedsorganisaties en bedrijfsfunctionarissen van stadsontwikkeling kennen de betrokken bewoners, ondernemers en organisaties goed. …Ook bij de voorbereiding en uitvoering van reguliere onderhoudsprojecten betrekken we, meer dan voorheen, particulieren. Zij beschikken over vaak waardevolle kennis over de plek waar ze wonen. Op deze manier levert de wijk een bijdrage aan planvorming, communicatie en uitvoering vanuit het perspectief van de wijk...’ Om de tekst beter te begrijpen zijn sleutelwoorden onderstreept en kan deels tot de volgende samenvatting worden gekomen; Er is veel kennis bij de professionele organisaties. De burger krijgt meer verantwoordelijkheid, want zijn private ruimte moet benut worden. Hier wordt geschreven dat er veel deskundigheid is, terwijl algemeen bekend is dat de afgelopen jaren veel kennis verloren is gegaan bij de gemeentelijke dienst. Duidelijk is dat de gemeente wil dat de private ruimte van de burger gebruikt gaat worden. En de burger nog eens gewezen wordt op de eigen verantwoordelijkheid.
Dit duidt bepaald niet op de wens om een coproductie te leveren tussen burger en overheid, maar op de duidelijke sturing van de gemeente. In het tweede deel van de tekst wordt het volgende samengevat: Zij beschikken over vaak waardevolle kennis over de plek waar ze wonen. De wijk levert een bijdrage aan planvorming, communicatie en uitvoering. Op basis van deze beschrijving zou ervan uitgegaan kunnen worden, dat de citizen science die is ontwikkeld door betrokken en deskundige burgers in Hillegersberg en is vastgelegd in de uitgebreide nota ‘Evaluatie Grondwater op peil in de Bloemenbuurt’ wordt gebruikt als uitgangspunt voor nieuw beleid.
91
Uit de opgenomen strategie in het Deelprogramma grondwater binnen Van buis naar buitenruimte blijkt uit met name het derde punt het tegendeel. • • •
‘We hanteren als uitgangspositie een grondwaterstand die beïnvloed wordt door neerslag, het peil van het aanwezige oppervlaktewater, de bodemopbouw en aanwezige infrastructuur. De stedelijke functie volgt en past zich aan aan het aanwezige (grond)water bodemsysteem. Die grondwaterstand in het openbaar gebied wordt niet beïnvloed met mechanische middelen zoals pompen’.
Lees hier het GRP 2021-2026
In de pilot binnen de Bloemenbuurt is duidelijk aangetoond en onderbouwd dat het grondwater alleen voldoende kan worden opgehoogd met een pomp. Kennelijk ‘Doet men bij de gemeentelijke dienst nog steeds niet aan actief grondwaterpeilbeheer’. (Zie hoofdstuk 3, P 44). Alle professionele onderzoeken die zijn gedaan in opdracht van de burger, de metingen van de burger en de opgezette praktijkonderzoeken lijken terzijde geschoven en als niet relevant beschouwd. Met het onderzoek en de aanbevelingen van het hoogheemraadschap wordt niets gedaan. En tot slot wordt ook de wens van de politiek (de door de burgers gekozen raadsleden) genegeerd. Als we dit vergelijken met de omschrijvingen van de treden in de participatieladder blijft die steken op de treden 1 en 2. Men informeert de burger, vraag om een niet bindende feedback en gaat vervolgens volkomen haar eigen gang. Het lijkt erop dat participatie een verplicht nummer is dat kan worden afgevinkt. Met enige goede wil zou misschien geconcludeerd kunnen worden dat de derde trede van de ladder voor een klein deel betreden is. De treden 3 (deels), 4 en 5 op de participatieladder blijven leeg. Dit kan mede verklaren waarom er in deze versie expliciet genoemd wordt: Geen pomp
De Participatieladder 5
4
3
2
1
De lokale overheid geeft haar inwoners de bevoegdheid om onafhankelijk beslissingen te nemen. De lokale overheid en haar inwoners werken als gelijken samen aan de co-creatie van hun stad, wijk of buurt. De lokale overheid betrekt haar inwoners actief en houdt rekening met hun mening, maar behoudt de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid De lokale overheid vraagt haar inwoners om nietbindende feedback over specifieke beslissingen en beleid De lokale overheid voorziet haar inwoners van transparante, relevante en actuele informatie
Tekst uit het rioleringsplan t.a.v. samenwerking met bewoners
De wijk levert een bijdrage aan planvorming, communicatie en uitvoering. De wijk levert een bijdrage aan planvorming, communicatie en uitvoering. Er is veel kennis bij de professionele organisaties. De burger krijgt meer verantwoordelijkheid, want zijn private ruimte moet benut worden.
Evaluatie Grondwater op peil in de Bloemenbuurt 92
Het bovengenoemde rioleringsplan is door de Gemeenteraad besproken en vastgesteld op 18 februari 2021. De besluitvorming van dit plan valt, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk, samen met de evaluatie van de pilot. Het zondermeer aannemen van dit Gemeentelijke rioleringsplan zou het einde betekenen van het door de Bloemenbuurtburgers bevochte resultaat uit 2018 om het grondwater in de buurt niet alleen via vrij verval te verhogen, maar dit actief aan te vullen door middel van een pomp. Vanuit het ambtelijk apparaat wordt dan ook aangedrongen om de pilot die is gestart in 2018 te beëindigen. De burgers uit de Bloemenbuurt en Gravenbuurt, die zich verenigd hebben in Grondwater Op Peil (GOP), hebben vooraf kennis van de netgenoemde strategische uitgangspunten. Zoals eerder geschreven hebben metingen in de Bloemenbuurt uitgewezen dat het grondwater niet op het gewenste peil komt zonder de werking van de pomp. De relatie tussen de gemeente Rotterdam en de burgers in de Bloemenbuurt en Gravenbuurt staat in deze periode sterk onder druk. De gemeentelijke dienst wil de pilot stopzetten, terwijl de evaluatie heeft uitgewezen, dat grondwatertoevoer effectief is gebleken om droogstand van funderingspalen tegen te gaan.
De door ‘de gemeente’ gewenste samenwerking met de burger en die gebruik wil maken van lokale kennis van de plek waar particulieren wonen lijkt hier meer een papieren wens dan een doorleefde behoefte bij (een deel) van de overheid om de kennis van burgers daadwerkelijk mee te nemen in de beleidsvorming. Dit is niet de eerste keer dat ‘de gemeente’ en ‘de burger’ elkaar niet weten te bereiken om te komen tot oplossingen. Het zal ook niet de laatste keer zijn.
De politiek redt de pomp Blijkbaar is het binnen het programma overleg niet gelukt om tot een consensus te komen tussen Stadsbeheer die verantwoordelijk is voor het grondwater en de riolen en Stadsontwikkeling die verantwoordelijk is voor bouwen en wonen. Leden van het GOP benaderen de politieke partijen met als gevolg de vier moties die zijn genoemd in hoofdstuk 4. Kort samengevat regelen deze moties een aantal aspecten: Het faciliteren van particulier initiatief; Het behouden van een werkzame pomp in Hillegersberg; Door gezamenlijk onderzoek te doen wordt meer geleerd; Het daadwerkelijk uitvoeren van het experiment in Hillegersberg met het lokaal toevoegen van oppervlaktewater in het grondwater. Alle vier de moties worden met grote meerderheid van stemmen aangenomen. Actief grondwaterpeilbeheer met een pomp klimt door deze moties op naar de bovenste trede. Het is een voorbeeld van de invloed van de burger, maar ook van de macht van de politiek binnen de gemeente. De naleving van deze moties is een punt van aandacht binnen overlegniveaus zoals die bestaan in Hillegersberg.
Het belang en de kracht van samenwerking Zoals al diverse malen aangehaald nemen burgers uit Oud-Hillegersberg in 2012 een burgerinitiatief om de funderingsproblemen in relatie tot een laag grondwaterpeil aan te pakken. In 2013 worden er tussen de bewonersorganisatie, het hoogheemraadschap en de gemeente bestuurlijk afspraken gemaakt door D66 wethouder A. van Huffelen (2010-2014). In 2015 ontstaan er grote problemen in Hillegersberg-Zuid en ontstaat het burgerinitiatief Goed Gefundeerd. Er ontstaat behoefte om de gemaakte afspraken te actualiseren. De Bewonersorganisatie Kleiwegkwartier (BOK) sluit zich aan bij Oud-Hillegersberg. Namens het hoogheemraadschap neemt mevrouw D. Gerts deel aan het opstellen van aangescherpte afspraken. Inmiddels is de heer J. Eerdmans (Leefbaar Rotterdam 2014-2018) verantwoordelijk wethouder. Gezamenlijk worden onder andere algemene afspraken gemaakt:
93
1. De betrokken partijen erkennen dat de aanpak van grondwateronderlast is gediend met samenwerking, waarbij iedere partij vanuit de eigen verantwoordelijkheid een bijdrage levert. 2. De bezorgdheid over de lage grondwaterstand in relatie tot het funderingshout wordt gedeeld. 3. De lage grondwaterstand wordt volwaardig en expliciet meegenomen bij besluitvorming. 4. Het ambtelijke overleg kan tot 2021 incidenteel op verzoek van een van de betrokken partijen worden georganiseerd. In dit overleg wordt, naast de behandeling van inhoudelijke vragen over projecten, ook de voortgang van de bestuurlijke afspraken bewaakt. 5. Bewoners, hoogheemraadschap en gemeente trekken, vanuit een gezamenlijk belang, samen op bij projecten van derden die consequenties kunnen hebben voor grondwater en funderingen in de funderingsrisicogebieden, zoals het project A 13/A 16 van Rijkswaterstaat.
Inmiddels is er al langer een overlegstructuur ontstaan: Een bestuurlijk overleg, dat eenmaal per jaar bij elkaar komt en waar de respectievelijke verantwoordelijk wethouders A. van Huffelen (D66 2010-2014), J. Eerdmans (Leefbaar 2014-2018), B. Wijbenga (VVD 2018-2021) en wethouder V. Karremans (VVD 2022 tot nu), een bestuurlijke vertegenwoordiger van het hoogheemraadschap en vertegenwoordigers van de burgerinitiatieven aan deelnemen. Hier wordt nieuw beleid besproken en worden er politieke afspraken gemaakt. Een programma overleg grondwater, dat eenmaal per kwartaal bij elkaar komt. Tijdens dit overleg komen knelpunten uit de wijken aan de orde. Deelnemers zijn vertegenwoordigers vanuit de diverse burgerinitiatieven, ambtenaren van Stadsbeheer (grondwater), van Stadsontwikkeling (bouwen en wonen) en van Dienstverlening (wijkaangelegenheden) en een vertegenwoordiger van het hoogheemraadschap. Hoewel hier de knelpunten worden besproken kan er binnen dit overleg geen nieuw beleid worden gemaakt. Alleen binnen de bestaande kaders kan gezocht worden naar oplossingen. Veelal legt de ambtenaar het beleid uit en luistert de burger naar deze uitleg. Het komt voor dat burger-deelnemers gefrustreerd worden van de bureaucratische molen, omdat het in hun ogen ‘niet opschiet’ en/of zich niet als serieuze partner wordt ervaren.
Anderzijds voelen ambtenaren zich aangevallen door betrokken burgers. Emoties lopen op en verstoren dan de werkrelatie. Binnen dit overleg lijkt continue aandacht te zijn voor de onderlinge verhoudingen. Zeker wanneer bewoners buiten dit overleg hun heil zoeken bij de ombudsman. Bewoners binnen het GOP kloppen aan bij de gemeente als de pomp niet werkt, maar krijgen maandenlang geen respons. Binnen dit bewonersinitiatief is vanaf het begin het gevoel van urgentie duidelijk gecommuniceerd naar de buitenwereld en is niet geschroomd om actie te voeren binnen en buiten de politieke arena. Er stond aanvankelijk veel op het spel en werd direct handelen gevraagd om veel schade aan de woningen te voorkomen. Binnen de IGS is dat gevoel van urgentie veel minder geweest bij de aanvang. In 2017 werd het Statenlaankwartier immers aangemerkt als tweede prioriteit. Binnen het IGS is de strategie er meer een geweest van gefundeerd beargumenteren, inleven in de andere partij en daarbij aansluiten en onderhandelen. Dit heeft de afgelopen jaren wel geleid tot het besef dat die tweede prioriteit wel eens een eerste prioriteit zou kunnen worden als het gevoel van urgentie en handelen in het Statenlaankwartier nog langer uitblijft. Men zoekt naar mogelijkheden om het proces van handelen versneld te krijgen. De bewonersvereniging Het Schiereiland heeft een eigen koers gevaren.
Er was niet direct aanleiding tot bezorgdheid. Uit onderzoek is echter gebleken, dat ook daar de lage grondwaterstand een stille moordenaar van de funderingen aan het worden is. In het deel met de oude drainage is het grondwater laag. Men verzoekt de drainage te stoppen. Er ontstaat het idee om ook de buitenruimte opnieuw in te richten als ‘de straat toch open moet’. Men probeert aan te haken 94
bij het integrale project in het Statenlaankwartier en schakelt de wijkraad in om dit te ondersteunen. Dit zorgt mede voor vertraging in het Statenlaankwartier. Op deze manier ontstaat er binnen dit programma overleg niet alleen reserve vanuit de burger naar de overheid, maar ook reserve tussen de verschillende burgerinitiatieven. Binnen dit overleg worden niet alleen allerlei knelpunten duidelijk die oplossingen in de praktijk in de weg staan. Dit is ook het overleg waar in gezamenlijkheid wordt gezocht naar nieuwe wegen. Nieuwe wegen die door politieke besluiten mogelijk zijn gemaakt. Hier worden ook de lessen geleerd: ‘Er zijn altijd onzekerheden. Je kunt het niet allemaal uitrekenen, maar je moet zoeken naar een optimum in de praktijk’ waren de woorden in 2017 uitgesproken door een medewerker van het KCAF. Inmiddels wordt er binnen het programma overleg gesproken over een geactualiseerde samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente, hoogheemraadschap en burgers. Het is de bedoeling die in 2023 te hebben vastgesteld. Maar ook hierover zijn verschillende opvattingen en moeten verschillende belangen worden afgewogen die zorgen voor nieuwe reserve ten opzichte van elkaar. Het Buurtoverleg in de afzonderlijke buurten, Bloemen- en Gravenbuurt, Statenlaankwartier, Schiereiland en Oud-Hillegersberg vindt regelmatig plaats.
Daar blijft enerzijds de community building in de buurt belangrijk die het ‘samen staan we sterk’ gevoel blijft voeden. Anderzijds moeten er ook zaken geregeld worden en blijven. In het Statenlaankwartier betreft het de voorbereidingen over actief grondwaterpeilbeheer. Vooral het onder de aandacht brengen en houden van de urgentie. In de Gravenbuurt is de uitvoering van de werkzaamheden en het actieve beheer van het grondwaterpeil actueel. Terwijl in de Bloemenbuurt de tijdelijke grondwateronttrekking die nodig is om funderingsherstel te kunnen laten uitvoeren, maar ten koste van houten palen van andere woningen in de buurt kan gaan, de nodige aandacht. Het Schiereiland wil graag dat de drainage stopt en dat er in de plaats daarvan een DI-leiding wordt aangelegd en dat deze wordt aangesloten op het systeem van het Statenlaankwartier-de Laantjes.
De successen en de leerervaringen Dit boek is begonnen met de uitspraak van Hilco Jansen projectleider code oranje bij Goed gefundeerd! Van het KCAF. Uitgebreider is geciteerd in hoofdstuk 2 en hier nogmaals wordt aangehaald: ‘Er zijn altijd onzekerheden. Je kunt het niet allemaal uitrekenen, maar je moet zoeken naar een optimum in de praktijk. Dit kan je regelen met een convenant, waarbij afspraken tussen gemeente, waterschap en bewoners gemaakt worden over geld, verantwoordelijkheden en (rand) voorwaarden.’ In dit boek is deze zoektocht beschreven. Er zijn afspraken gemaakt en convenanten gesloten. In de Bloemenbuurt en de Gravenbuurt heeft dit geleid tot actief grondwaterbeheer met behulp van een pomp. Dit heeft als resultaat opgeleverd een goed c.q. constant grondwaterpeil dat de houten palen bedekt en de degeneratie van de palen tegengaat en stopt. Funderingen van veel woningen kunnen op deze manier nog decennialang mee. Het heeft eveneens opgeleverd, dat actief grondwaterpeilbeheer ook ingevoerd gaat worden in het Statenlaankwartier en de Laantjes. Naar alle waarschijnlijkheid gaat ook het Schiereiland hiervan profiteren. Voor wat betreft het integrale werken binnen de gemeente valt er bij de burger nog wel wat te verbeteren en te wensen. Toch worden er ook kleine vorderingen gemaakt binnen beide overheden.
Signalen uit de praktijk van de burgers worden opgepakt door de ambtenaren die in direct contact staan met die burger. Binnenskamers wordt gezocht naar verbeteringen in regelgeving en uitvoeringspraktijk. Een proces dat door de aard 95
van de organisaties niet snel gaat of kan gaan en waar de burger niet altijd iets van merkt of direct profijt van heeft. In 2021 doet Carlolina Nettenbreijers onderzoek naar de leerervaringen binnen het GOP en IGS en wat de opbrengst is van beide burgerinitiatieven voor de Rotterdamse samenleving. Een korte samenvatting van haar bevindingen: ‘…De hierbij behorende doorleefde ervaringen lijken belangrijk te kunnen zijn voor een duurzamer karakter van de lokale oplossing(en) voor dit woongebied. Onderdelen van de lokaal ontwikkelde kennis31 zijn in ieder geval opgenomen in de uitvoer van de rioolwerkzaamheden. En, aldus de ambtenaren, sorteert de ontwikkelde lokale kennis ook alvast voor om naast de standaard aanpak, te weten grondwaterbeheer op basis van natuurlijke verval, in ieder geval genoemd te worden in het Gemeentelijk Rioleringsplan. Daarnaast is er een stap gemaakt in de kennisontwikkeling door het gezamenlijk valideren van de grondwaterpeilbuizen metingen van de gemeente Rotterdam en die van de bewoners. In hoeverre deze lokaal ontwikkelde kennis inclusief de doorleefde ervaringen ook kan bijdragen aan wetenschappelijke kennisontwikkeling voor duurzaam waterbeheer hebben we binnen de afbakening van dit onderzoek niet kunnen bevestigen…’
31 Hierbij moet een kanttekening worden gemaakt: de opgedane kennis van het op peil brengen van het grondwater in de Bloemenbuurt
door middel van een pomp is uiteindelijk NIET opgenomen in het nieuwe GRP.
96
Epiloog
Rotterdam, de Bloemenbuurt, Is gebouwd op palen; Een fijne buurt, die valt niet om, Dat komt door het bemalen! In de inleiding van dit boek is de vraag uit het oude kinderliedje Wie zal dat betalen? ook als centrale vraag voor dit boek geformuleerd. In de hier opgenomen alternatieve tekst van mij wordt deze vraag niet meer gesteld. Immers, Hillegersberg en in het bijzonder de Bloemenbuurt is niet omgevallen. Enkele woningen zijn omgevallen. Een aantal moest worden voorzien van nieuwe palen en funderingen. Verreweg de meeste woningen kunnen nog vele jaren blijven staan, omdat er actief grondwater in de buurt is toegevoegd met een pomp. De houten palen worden weer beschermd door het grondwater. Natuurlijk heeft dat wel iets gekost. De gemeente Rotterdam heeft extra kosten gemaakt om een pomp te installeren, een persleiding aan te leggen en die aangesloten op het DI-systeem. Het hoogheemraadschap heeft geïnvesteerd om het oppervlaktewater in de Erasmussingel op voldoende peil te kunnen houden. Deze betrekkelijk geringe maatschappelijke investeringen vallen in het niet bij de vele miljoenen die hiermee zijn bespaard. Niet meegerekend zijn de voordelen dat de buurt niet is vervallen, maar is opgebloeid en dat panden die in het bestemmingsplan zijn gewaardeerd met de status van Cultuurhistorische waarden maar voor een klein deel verloren zijn gegaan.
Ook niet meegerekend zijn de kosten die de gemeente bespaart door minder schade aan infrastructuur, zakkende wegen en rioleringen. En besparingen door minder schade aan de groenvoorziening door droogte, verzakkingen of wateroverlast. Eén van de betrokken mensen schreef mij: ‘Er is geen wijk in Rotterdam, die zo intensief en op zo'n hoog niveau overlegt met de gemeente. Dat is de grote verdienste van bewoners als Tineke van Oosten en Sieb de Jong, die al in een vroeg stadium bij de gemeente aan de deur klopten en bewoners in bijeenkomsten in Lommerrijk mobiliseerden.’ Een andere naam die in dit rijtje thuishoort is de naam van Jelle Feenstra. Hij is de motor van het actieve grondwaterpeilbeheer in de Bloemenbuurt. Al in een vroeg stadium vertelde hij me: ‘Door de gesprekken met Ad van Wensen (1945-2014) in 2014 gingen mijn ogen open: Hij kon haarfijn vertellen dat de vele problemen terug te voeren zijn naar te lage grondwaterstanden. Hij vertelde me ook van de mogelijkheden om de grondwaterstand te herstellen. En dat dit zou kunnen betekenen dat veel funderingen behouden zouden kunnen blijven. Hij was mijn inspirator. In de verschillende gesprekken die wij hadden vertelde hij dat er nog veel te onderzoeken en veel te winnen valt over de beheersing van grondwater.’ Van Wensen spreekt al in 2008 in bij Commissie Fysieke Infrastructuur, Buitenruimte en Sport.
Hij zegt daar onder andere: ‘Op ambtelijk niveau is al regelmatig contact. We zouden ook graag op bestuurlijk niveau en bij de gemeenteraad contacten willen leggen voor deze complexe materie.’ Hij gaat op die tweede juli van 2008 verder: ‘De voorliggende rapportage is door een afdeling van Ingenieurs Bureau Gemeente Werken Rotterdam opgesteld. Deze dienst is ook verantwoordelijk voor rioolbeheer, drainage, wegonderhoud etc. Hierdoor is deze dienst in hoge mate verantwoordelijk of 97
medeverantwoordelijk voor een groot deel van de ontstane schade. Ze zijn derhalve volstrekt NIET onafhankelijk. Reden waarom we u vragen om bij deze enorme schadepost een onafhankelijk extern bureau in te schakelen.’ Inmiddels weten we dat de overheden zijn ingedekt voor aansprakelijkheid door de waterwet die het jaar daarop in werking zou treden. De overheid heeft wel geld beschikbaar gesteld om de bewonersinitiatieven onafhankelijk onderzoek te laten doen. Conclusies die ik heb verwerkt in dit boek. Tijdens het schrijven van dit boek heb ik een aantal dingen geleerd. Er is er één die eruit springt: ‘Funderingsproblematiek is een onzichtbaar probleem, dat zich volledig onder de grond afspeelt. Een sluipend proces. Een tijdbom die doortikt als het grondwater te laag staat.’ Dit was ook een boodschap van Van Wensen. Als ik nu door de wijk loop en een pand zie waar scheuren inzitten weet ik dat het te laat is voor preventie. Gelukkig kom ik ze niet zo vaak tegen.
Initiatiefnemers Jelle Feenstra heeft het initiatief tot het schrijven van dit boek genomen. Hij is al jarenlang zeer actief binnen het GOP. Samen met Rolien van der Laan verzamelt hij onder andere al jaren de grondwaterstanden in de Bloemenbuurt. De laatste jaren meet Cas Jönsthövel de peilbuizen in de Gravenbuurt. Als Jelle mij benadert heeft hij net via de Burgemeester een lintje ontvangen van de Koning en is benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Op Koningsdag 2023 krijgt hij de gelegenheid om de Koning te groeten als hij Rotterdam bezoekt. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om de grondwaterproblemen in het Kleiwegkwartier onder zijn aandacht te brengen. We komen elkaar tegen op straat. We wonen in dezelfde buurt en kennen elkaar van overleg over het grondwater onder het appartementengebouw waar ik woon. Hij vraagt mij om een boek te schrijven ter gelegenheid van het eerste lustrum van het actieve grondwaterpeilbeheer met een pomp in de buurt. ‘De pomp’ doet vijf jaar zijn werk ten behoeve van de Bloemenbuurt en sinds korte tijd ook voor de aangrenzende Gravenbuurt. Daar wordt dan nog volop gewerkt aan de vervanging van de rioleringen, de aanleg van DI-leidingen en het aanbrengen van waterdoorlatende bestrating. De buurt die aan ‘de overkant’ van de Kleiweg ligt zou volgend jaar aan de beurt komen; Het Statenlaankwartier, de Laantjes en het Schiereiland.
Tijdens het schrijven van dit boek horen ze dat de aanleg opnieuw wordt uitgesteld. Ik adviseer Jelle om de drie betrokken buurtwerkgroepen te vragen om er een gezamenlijk project van te maken en de wensen te inventariseren. Er volgt een bijeenkomst met vertegenwoordigers uit de Bloemen- en Gravenbuurt en het Statenlaankwartier. Ik word daarvoor uitgenodigd. Er zijn allerlei ideeën, vragen en suggesties over de opzet. Ik merk dat er veel ervaring, kennis en betrokkenheid is. Wat daarnaast ook veel indruk op mij heeft gemaakt is de onmacht en de frustratie over de relatie met de overheid. Deze bijeenkomst is de start geworden van dit project en heeft de basis gevormd voor de opzet van dit boek. Van lieverlee kwam ik op stoom en kon ook veel kennis gebruiken die ik heb verzameld bij het schrijven van het boek Een eeuw Kleiwegkwartier. Ik beschouw het boek Pompen of verzakken dan ook als een vervolg op Een eeuw Kleiwegkwartier.
98
Dank aan Er wordt wel gezegd dat schrijven een eenzame klus is. In dit geval is dat bepaald niet het geval geweest. Tijdens het hele proces heb ik veel contact gehad met die betrokken, ervaren en deskundige mensen waar ik net over schreef. Royaal is de kennis en zijn de ervaringen van alle betrokken mensen met mij gedeeld. Ik dank Jelle niet alleen voor zijn initiatief, maar ook voor het delen van zijn kennis over de situatie in de Bloemenbuurt. Ook kwam Sieb de Jong, hydrogeoloog op mijn pad. Hij heeft mij niet alleen veel verder geholpen met kennis over het grondwater. Hij vertelde me ook veel over de geschiedenis van actief grondwaterpeilbeheer in Hillegersberg en stelde allerlei onderzoeken beschikbaar. Hartelijk dank Sieb. Verder dank ik Rob Beek, die mij eveneens veel informatie toestuurde over de samenwerking tussen de verschillende bewonersinitiatieven en overheden. Andreas van Rooijen en Ton Huiskens, bedankt voor het leveren van belangrijk bronmateriaal en andere informatie. John Hokke en Chris Mast van de bewonersorganisatie Kleiwegkwartier (BOK) zijn in het archief gedoken en leverde oude foto’s en veel bruikbaar archiefmateriaal en mondelinge toelichting. Dank voor jullie medewerking. Waar het ging om bouwkundige zaken heb ik veel te danken aan Jan Stoker en Remco Bruinsma. Bedankt heren.
Dank aan Marianna Feenstra, Cas Jönsthövel en Rolien van der Laan voor het willen meelezen en dat jullie me hebben voorzien van tekst, data en adviezen. Ik dank Leo Croonen voor de vele grafieken en Jan van de Koppel voor zijn technische tekeningen. Beiden deelden ze ook hun kennis, ervaringen en informatie over het Statenlaankwartier. Rob Dekker dank ik voor het maken van de grafieken die hij maakte op basis van de data die is verzameld. Data die niet alleen door Jelle is en wordt verzameld. Ook Rolien van der Laan heeft een groot aandeel hierin, net als Cas Jönsthövel. Dennis Fernald, bedankt dat je mijn teksten hebt willen corrigeren. Ik dank Giel Scheepers van het HHSK voor zijn informatieve gesprek over de rol van het hoogheemraadschap. Ik heb ook ambtenaren van de gemeente Rotterdam benaderd. Door omstandigheden is het niet gelukt om een gesprek te voeren of kreeg ik helemaal geen reactie. Ik dank ook Ir. Dick A. de Jong, dat hij op verzoek van Jelle bereid is geweest om het voorwoord te schrijven. Niet in de laatste plaats dank ik Sybren Vlasblom en Pieter Kuiper voor het mooie ontwerp en de productie van dit boek. Tot slot dank ik Agnes van Zoelen dat ze mijn vraag om een tekst voor de cover te schrijven positief heeft beantwoord.
Als voorzitter van de Vereniging Stedebouwkundig Wijkbehoud (VSW) vertegenwoordigt ze de behoeder van het stedenbouwkundige karakter van HillegersbergTerbregge-Schiebroek.
Rechten Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, hetzij mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur en/of uitgever. In de bronnenlijst is te zien waar het fotomateriaal, de krantenartikelen en de informatie van afkomstig is. Ik heb me zo goed en zo volledig mogelijk willen verantwoorden. Mocht er onverhoopt iets niet of onjuist genoemd zijn, kunt u ons bereiken via pompenofverzakken@outlook.com
99
Verantwoording Naast al het archief en onderzoeksmateriaal dat mij beschikbaar is gesteld door leden van het GOP, IGS, BOK, Schiereiland en SBH heb ik een aantal rapporten geraadpleegd;
Overige grijze literatuur Aardema Harrie, Korsten Arno (2009) ‘Gemeentelijke organisatiemodellen, Hoe integraler het moet, hoe minder je het ziet’. Opgenomen in: Bekke, A. e.a. (red.), Naar een collegiaal en samenhangend overheidsbestuur, uitgave Raad voor het openbaar bestuur, Den Haag, 2009. Bewonersgroepen Hillegersberg (2018) Natte palen, droge voeten, Hillegersberg Uitvoeringsprogramma Duurzaam Grondwaterbeheer (HUP). Bewonersorganisatie Kleiwegkwartier BOK (1989) Kleiwegkwartier de moeite waard. Bewonersorganisatie Kleiwegkwartier BOK (2016 en 2017) Funderingskranten 1 en 2 (2016), 3 (2017) Commissie Grondwater Oud Hillegersberg (2017) Masterplan Duurzaam grondwaterbeheer. FUGRO EN WARECO (2016) Graven- en bloemenbuurt oorzaken droogstand funderingshout. Opdrachtgever Commissie Grondwater Oud-Hillegersberg Gemeente Rotterdam (1988) Vernieuwing van de stadsvernieuwing. Een cassette met zes nota’s van het College van B&W van de gemeente Rotterdam Gemeente Rotterdam (2021) Van buis naar buitenruimte, Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025. Gemeente Rotterdam, GOP & cg Oud-Hillegersberg (Jong S. de, penvoerder, 2021) Evaluatie pilot “Grondwater op peil’ Bloemenbuurt Rotterdam. Gemeente Rotterdam, OBI (2022) Gemeenteraadsverkiezingen 2022 Rotterdam. Gemeentewerken Rotterdam, Ir. D. Wilschut (1997) Hillegersberg Invloed rioolvernieuwing op waterhuishouding.
Gemeente Rotterdam, Ingenieursbureau Geotechniek GOP en cg Oud-Hillegersberg (2017) Verhoging grondwaterstand Bloemenbuurt-Oost nader in beeld, experimenten van bewoners Haskoningdhv Nederland b.v. (2015) Onderzoek effect peilopzet Oud-Hillegersberg. Opdrachtgever Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Jong de S, Oosten van T. en Boot Y. (2017) Funderingsrisicogebied Hillegersberg: duurzame maatregelen tegen paalrot, peilverlagingen polder Berg en Broek. KCAF (2014) Stappenplan, van signalering tot en met aanpak van funderingsproblematiek. KCAF (2014) Grondwateraanvulling voor funderingsbehoud, een inspiratieboekje met voorbeelden uit de praktijk. Nettenbreijers Carolina (2021) Kennisopname van ‘Lived Experience’ als Aanvulling op Wetenschappelijke Kennis in Stedelijke Beleidsvorming voor Duurzaam Waterbeheer. Heerlen: Open Universiteit, Department of Environmental Sciences Faculty of Science. Master Thesis Environmental. Regioplan Beleidsonderzoek (2008) De participatieladder, Meetlat voor het participatiebudget. Rekenkamer Rotterdam (2018) Werken onder druk. Onderzoek oneigenlijke politiek-bestuurlijke druk op ambtenaren. Rekenkamer Rotterdam (2020) Burgers op de bres. Onderzoek naar gemeentelijke ondersteuning van burgerinitiatieven. Ruempol E.O.H.M. Redactie (1928) Gedenkboek Rotterdam 1328-1928. Zes eeuwen volkshuisvesting, A.W. Heykoop (P.
51) Rotterdam: Uitgave drukkerij M. Wyt & Zonen. 100