CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004793] Bijlage 1 behorende bij 24bb004792 over toelichting Havenziekenhuis eo

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen30.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Daarnaast dient voldaan te worden aan het afwegingskader bezonning (zie paragraaf 3.3.10).

65

6.11.2 Plangebied Het plangebied is aangewezen als een gebied met basiskwaliteit. Ten noorden van het gebied ligt het Oostplein welke in de Hoogbouwvisie is aangewezen als plek met een specifieke kwaliteit waar geringe verslechtering is toegestaan. Dit betekent dat de schaduw maximaal mag toenemen met 1 uur binnen de aangegeven tijden. Voor de naastgelegen respresentatieve ruimte 'Oostplein' zijn de volgende tijden en bezonningsuren opgenomen: tussen 9 en 18 uur moet op 21 juni minimaal 6,5 uur zon zijn en op 21 september minimaal 6 uur. Figuur 6.3. Uitsnede hoogbouwvisie

Door Mecanoo is een bezonningsstudie uitgevoerd, zie bijlage 8. Daaruit volgt datde ten noorden van de ontwikkeling gelegen woningen in de ochtend schaduw ondervinden als gevolg van de beoogde bebouwing. In de loop van de middag is echter helemaal geen sprake meer van schaduwwerking ter plaatse van deze woningen. De woningen in de Hoge Wiek ondervinden alleen schaduw vanaf 16.00 uur. De ontwikkeling voldoet aan zowel de bezonningseisen uit de Hoogbouwvisie als aan de uitgangspunten van het Afwegingskader bezonning. Hiermee levert het aspect bezonning geen knelpunten op. Figuur 6.4 Bezonningssituatie 21 september (Bron Mecanoo, d.d. 8 juni 2020)

66

6.11.3 Conclusie Het aspect bezonning voldoet aan de van toepassing zijnde kaders.

6.12

Windhinder

6.12.1 Algemeen Voor het aspect windhinder bestaat geen wettelijk kader. Hiervoor wordt in de praktijk aangesloten bij de Nederlandse Norm (NEN 8100). Een windonderzoek wordt geadviseerd bij het mogelijk maken van gebouwen hoger dan 30 meter. In de NEN 8100 wordt gewerkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. In een tabel is voor verschillende situaties en activiteiten een beoordeling van het windklimaat gegeven. Welke windsnelheid nog behaaglijk is hangt af van: de temperatuur de door mensen gedragen kleding en hun activiteiten Windhinder treedt op rond hoge gebouwen. Hier is sprake van verhoogde windsnelheden. Hierdoor kan het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk zijn. Door onderzoek (computeranimatie of windtunnelonderzoek) kan vooraf worden vastgesteld of bij een bepaald stedenbouwkundig ontwerp windhinder of windgevaar zal optreden. Ook kan bekeken worden welke maatregelen mogelijk zijn om windhinder te voorkomen of te beperken. Een windhinderonderzoek is vooral bij hoogbouw gewenst. Om windhinder te voorkomen kan bijvoorbeeld de openbare ruimte tussen hoge gebouwen worden overkapt. Ook het overdekken van winkelcentra onder hoogbouw is een goede oplossing. De beoordeling van windhinder is nodig vanuit een goede ruimtelijke ordening.

Daarvoor is het in kaart brengen van mogelijke windhinder of windgevaar nodig. 6.12.2 Plangebied Aangezien sprake is van hoogbouw is een windhinderonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 9. Voor de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van Computational Fluid Dynamics (CFD). Het toekomstige windklimaat wordt beoordeeld op basis van de uitgevoerde CFD- berekeningen, de windstatistiek van de betreffende locatie en de grenswaarden betreffende windhinder en windgevaar. Resultaten windhinder In figuur 6.6 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk

67

maaiveldniveau) de berekende hinderkans met kleurcontouren voor de beoogde bebouwingssituatie weergegeven. De kleuren zijn afgestemd op de beoordelingscriteria uit de NEN 8100. Bij de beoordeling van het windklimaat is wederom onderscheid gemaakt tussen de categorieën doorlopen en slenteren.In figuur 6.6 is het berekende windklimaat in de huidige situatie weergegeven en in figuur 6.7 en 6.8 het berekende windklimaat van de beoogde situatie. Aangezien sprake is van een gecoördineerde procedure wordt niet alleen de maximaal planologische situatie inzichtelijk gemaakt en ter indicatie ook het windklimaat behorend bij het voorziene bouwplan. Figuur 6.6 Het berekende windklimaat in de huidige situatie (Peutz, d.d. 19 september 2022)

Figuur 6.7 Het te verwachten windklimaat in de maximaal planologische situatie (Peutz, d.d. 19 september 2022)

Figuur 6.8 Het te verwachten windklimaat voor de beoogde bebouwingssituatie (Peutz, d.d. 19 september 2022)

68

Op basis van een vergelijking van de windklimaten in de huidige en de geplande situatie, volgt dat het windklimaat naar verwachting ongunstiger zal worden op voor voetgangers toegankelijk gebied. In eerste plaats komt dit door de grote bouwhoogte van het plan. Dit zorgt ervoor dat veel wind door de gevels wordt opgevangen en vervolgens bij rechthoekige gebouwen deels naar beneden afbuigt richting het maaiveld (oftewel een valwind veroorzaakt). Opgemerkt wordt dat een aanzienlijk deel van het met een matig tot slecht windklimaat voor lopen samen valt met voor voetgangers ontoegankelijk gebied (de weg). Een slecht windklimaat treedt daarbij alleen om in de maximaal planolgosche situatie. Met betrekking tot de positionering van de entrees dient rekening gehouden te worden met het te verwachten windklimaat rondom de gebouwhoeken. Indien gebouwentrees zijn gepland op een locatie met een hogere hinderkans worden windafschermende maatregelen geadviseerd. Hierbij kan worden gedacht aan schermen haaks op de gevel of het plaatsen van de entree in een nis. Aangezien het beoogde ontwerp hier rekening mee zal houden en de entrees niet zijn gesitueerd op een locatie met een hogere hinderkans is het treffen van maatregelen in dat geval niet aan de orde.

Opgemerkt dient te worden dat het windremmende effect van de geplande begroeiing, gezien het beperkte effect bij jonge aanplant, niet in de berekening is meegenomen. In de geplande situatie zijn bomen gepland langs de Maasboulevard, waar sprake is van een matig windklimaat. Ten gevolge van deze geplande begroeiing zal de hinderkans hier afnemen, waardoor het windklimaat in de praktijk gunstiger zal zijn. Bij de selectie van begroeiing dient rekening te worden gehouden met het windklimaat, bijvoorbeeld door te kiezen voor windbestendige, bladhoudende of meertakkige begroeiing. Op basis van een vergelijking van het te verwachten windklimaat in de geplande situatie met dat in de situatie met een maximale invulling van het bestemmingsplan, volgt dat de vorm van het ontwerp van de nieuwbouw zorgt voor een verbetering van het te verwachten windklimaat ten opzichte van de maximale invulling van het bestemmingsplan. In eerdere ontwerpstadia is het nieuwbouwplan aangepast, waardoor vooral op voor voetgangers toegankelijke locaties het windklimaat beter is voor het nieuwbouwplan. Direct aan de gevels van de nieuwbouw is het windklimaat ongunstiger bij de maximale invulling van het bestemmingsplan. Resultaten windgevaar Op basis van de berekeningen bevinden zich in het gebied rond de geplande nieuwbouw locaties waar een beperkt risico op windgevaar te verwachten is.

Dit zijn de geel gemarkeerde gebieden in figuur 6.9 en 6.10/ Dit zijn twee gebieden ten oosten van de toren. Het grootste deel van deze gebieden valt samen met de Oostmolenwerf. De andere ligt direct aan de zuidoostelijke gebouwhoek. Ook voor windgevaar wordt duidelijk dat het nieuwbouwplan een verbeterd (kleiner) risico vormt op het voorkomen van windgevaar ten opzichte van de maximale invulling van het bestemmingsplan. Figuur 6.9 Het te verwachten windgevaar in de maximaal planologische situatie (Peutz, d.d.

69

19 september 2022)

Figuur 6.10 Het te verwachten windgevaar in de beoogde bebouwingssituatie (Peutz, d.d. 19 september 2022)

In de toekomst zal sprake zijn de ontwikkeling waarbij de Hoge Wiek op de hoek van de Maasboulevard en Oostmolenwerf in Rotterdam wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De invloed van deze wijziging (nieuwbouw Hoge Wiek en beoogde aanplant van bomen) in de omgeving van het Havenziekenhuis op het windklimaat is berekend. In het windhinderonderzoek wordt hier dan ook op ingegaan. Daaruit volgt dat met de beoogde herontwikkeling het windklimaat significant verbetert.

6.12.3 Conclusie In de geplande bebouwingsituatie is een goed tot lokaal matig windklimaat voor het criterium doorlopen vastgesteld. Er is geen sprake van een slecht windklimaat of een overschrijding van het gevaarcriterium. Direct aan de toren, is het te verwachten windklimaat aan de noord-, west en zuidgevel veelal goed voor lopen en direct bij deze gevels tevens goed voor slenteren. Deze posities zijn hiermee geschikt voor de positiionering van eventuele entrees. De meeste windhinder rondom het plan treedt op bij de gebouwhoeken en aan de oostzijde van het plan. Deze locaties vallen veel samen met de

70

Oostmolenwerf en de Maasboulevard. Het windklimaat is hier matig voor lopen en bij de zuidoostelijke gebouwhoek bij de hoge toren matig voor lopen. Met betrekking tot de positionering van de entrees dient rekening gehouden te worden met het te verwachten windklimaat rondom de gebouwhoeken. Indien gebouwentrees zijn gepland op een locatie met een hogere hinderkans worden windafschermende maatregelen geadviseerd. Hierbij kan worden gedacht aan schermen haaks op de gevel of het plaatsen van de entree in een nis. Door het toevoegen van extra begroeiing kan het windklimaat lokaal worden. Op basis van de berekeningen bevinden zich in het gebied rond de geplande nieuwbouw locaties waar een beperkt risico op windgevaar te verwachten is. Dit zijn twee kleine gebieden ten oosten van de toren. Het grootste van deze gebieden valt samen met de Oostmolenwerf. De andere ligt direct aan de zuidoostelijke gebouwhoek. Eventueel zou dit gebied ontoegankelijk gemaakt kunnen worden, of afgeschermd middels grote wintergroene begroeiing of andere afscherming verbeterd.

6.13

Duurzaamheid

De wettelijke eisen die worden gesteld aan nieuwbouw, zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit stelt onder andere eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen. Gemeente Rotterdam Het Duurzaamheidskompas zet alle ambities op het gebied van duurzaamheid in Rotterdam op een rij, en geeft een overzicht van alle relevante beleidsstukken. In het Duurzaamheidskompas is te lezen 1. Welke doelstellingen Rotterdam deze collegeperiode, in 2030 en in 2050 nastreeft op het gebied van duurzaamheid; 2. Hoe de gemeente de transities op het gebied van duurzaamheid dichter bij elkaar kan brengen, zodat ze elkaar versterken; 3. Op welke manier de gemeente met welk thema aan de slag gaan en in welke documenten dit wordt toegelicht. Het Duurzaamheidskompas is nadrukkelijk een levend document. De gemeente zal regelmatig extra speerpunten toevoegen. Voor de lange termijn zijn een aantal doelstellingen geformuleerd voor vier verschillende thema's: energietransitie, circuliair, klimaatbestendig en gezonde leefomgeving. Relatie tot plangebied In navolging van het gemeentelijke beleid is in de Nota van Uitgangspunten voor de beoogde locatie aangegeven dat voor nieuwbouw duurzaam bouwen integraal onderdeel dient te zijn van de ontwerppgave. Daarbij worden vijf componenten onderscheiden, te weten: ernergie, klimaat, circulair, gezond en natuur.

In de Nota van uitgangspunten is voor de ontwikkeling specifiek het volgende opgenomen (een en ander in lijn met het Duurzaamheidskompas): Pandemic- Proof: Aandacht voor flexibel te gebruiken ontsluitingen, thuiswerkfaciliteiten en voldoende buitenruimte. Energie: Rotterdam is in 2050 aardgasvrij. Circulair. Rotterdam streeft naar circulair. Daarom wordt 'slim' en 'sociaal gesloopt en worden maatregelen hergebruikt. Klimaat. Gebouwen en hun omgeving dragen bij aan het vasthouden van regenwater en het reduceren van hittestress. Richtlijn hierbij is het bergen van een hoogte van 50 mm water over het gehele perceeloppervlak, bijvoorbeeld via een waterbergend daklandschap of andere opvangvoorziening. Natuurinclusief. Voor het Havenziekenhuis geldt: 1. groene daken en eventueel gevels; 2. nestplekken voor zwaluwen, mussen en vleermuizen op dak en aan de gevel; 3. onderzoeken mogelijkheid roofvogel verblijven op hoogbouwgebouwen; 4. aandacht voor effect spiegelende gevels op fauna; Flexibiliteit. Er wordt een grote diversiteit aan ruimtes aangeboden, zodat een goede programmatische mix op lange termijn gewaarborgd wordt. Het moet qua constructie mogelijk zijn om kleine woningen in de toekomst samen te voegen.

71

Over de hele plint en eerste twee verdiepingen wordt een verdiepingshoogte aangehouden die hoog genoeg is om de functies kantoren, maatschappelijk en wonen inwisselbaar te laten zijn. Bomen dienen tijdens de bouw beschermd te worden (incl. kroonprojecties). Bij de verdere planuitwerking wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met bovenstaande uitgangspunten. Daarop vooruitlopend kan worden aangegeven dat binnen het plangebied in ieder geval de volgende maatregelen worden toegepast om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling en de beoogde bebouwing zo duurzaam mogelijk wordt: Alle woningen zijn aardgasvrij en er wordt aangesloten op een WK-bron in combinatie met stadsverwarming. De daken in alle bouwdelen hebben waterberging. Bovendien wordt het landschap gebruikt voor waterberging, waarbij wordt voldaan aan de richtlijn van 50mm water over het gehele perceeloppervlak. Door waterberging te verspreiden wordt er actief bijgedragen aan het reduceren van hittestress. Het project heeft als doel om het gebied rond de Haringvliet te activeren en hier een veilig en inclusief stuk stad van te maken. De openbare ruimte maar ook de publiek toegankelijke delen van het gebouw hebben een hoge verblijfskwaliteit, waar ontmoeten en sociale cohesie centraal staan. Er wordt een diverse mix aan woningtypes aangeboden, allemaal passend in een rationele hoofdstructuur van de torens.

Dit garandeert een goede programmatische mix maar verhoogt ook toekomstige aanpasbaarheid. De commerciële ruimtes op de begane grond zijn maximaal flexibel indeelbaar, er wordt ook rekening gehouden met het mogelijk samenvoegen of opsplitsen van de verschillende ruimtes. Daarnaast heeft de plint een ruime verdiepingshoogte, zodat de invulling hiervan flexibel is. De woningen zullen ruim worden opgezet en zijn toegankelijk of kunnen eenvoudig integraal toegankelijk worden gemaakt. Dit vergroot de levensloopbestendigheid van de woningen. Het ontwerp heeft een hoge mate van seriematigheid, waarder er efficiënt gebouwd kan worden, zowel in tijd als met grondstoffen. Dit is zichtbaar in bijvoorbeeld de rationele opzet van plattegronden en modulariteit van gevelelementen. Op het paviljoen wordt een groendak toegepast. Dit dak is niet toegankelijk voor publiek en ligt op afstand van buitenruimtes. Er wort een extensief licht groendak toegepast, ideaal voor allerlei insectensoorten spinnen en kleine vogels. Daarnaast wordt in de gevel van het paviljoen vleermuiskasten toegepast. Deze zomerverblijven doen dienst als nestkast voor allerlei soorten kleine vleermuizen. De openbare ruimte in het lage deel langs de Maasboulevard is in de huidige situatie grotendeels verhard. Met de beoogde herinrichting wordt deze ruimte vergroent.

Dit verhoogt zowel de verblijfskwaliteit van deze voor publiek toegankelijke ruimte en biedt tevens een habitat voor verschillende kleine stadsdieren. Bomen worden tijdens de bouw beschermd. Op het dak van de hoogste toren wordt een slechtvalkkast gerealiseerd. Conclusie Gezien voorgaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling aansluit bij de duurzaamheidsambities van de gemeente.

72

Hoofdstuk 7

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. In het beleidsplan "naleving omgevingsrecht 2017-2021" staat beschreven hoe de gemeente haar taken op het gebied van het omgevingsrecht wil uitvoeren. Op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor (ver)bouwen, het gebruik en sloop van bestaande bouwwerken en gebruik van bijbehorende gronden heeft de afdeling Bouw- en Woningtoezicht het beleidsplan uitgewerkt in de "risicomatrix BWT 2018". Bij geconstateerde tekortkoming(en) bij vergunningverlening of bij overtredingen worden stimulerende maatregelen ingezet om het gedrag van de overtreder positief te veranderen. Als blijkt dat de inzet van de stimulerende maatregelen niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt eveneens conform het ‘beleidsplan naleving omgevingsrecht 2017-2021’ de landelijke handhavingsstrategie toegepast. Dit houdt in dat de afdeling gezien aard van de overtreding en gezien het gedrag van de overtreder in afstemming met ketenpartners zal interveniëren. Dat kan zijn door publiekrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving.

73

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente. Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor het kostenverhaal van de gemeente voor dit project is een anterieure overeenkomst ondertekend met de initiatiefnemer. Daarmee is het kostenverhaal gezekerd.

74

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Onderhavig participatieverslag vormt de afronding van een proces dat van februari tot en met begin maart 2021 heeft gelopen voor de herontwikkeling van het Havenziekenhuis in Rotterdam. Het participatieproces is begeleid door De Wijde Blik in opdracht van Vervat Groep. In het proces is nauw samengewerkt met Gemeente Rotterdam en architectenbureau Mecanoo. Het participatieverslag is geschreven onder verantwoordelijkheid van De Wijde Blik, met de oprechte ambitie om een getrouwe weergave van het algehele participatieproces en de resultaten op te stellen. Het participatietraject heeft geleid tot inzichten en ontwerpaanpassingen die er zonder dit traject mogelijk niet waren gekomen, tegelijkertijd zijn er ook wensen uit de omgeving die niet gehonoreerd konden worden. In dit verslag wordt dat inzichtelijk gemaakt. Procesaanpak De procesaanpak is vastgelegd in een participatieplan dat in november 2020 is besproken met Vervat Vastgoed, Mecanoo en de gemeente. Als voorbereiding voor het participatietraject vonden er vijf gesprekken met stakeholders plaats op wie de nieuwbouwplannen grote impact hebben. De Wijde Blik is in gesprek gegaan met Erfgoedhavens Rotterdam, Woonstad, Vesteda, BlueCity en bewonersorganisatie VVE Haringvliet. Tijdens deze gesprekken zijn de belangrijkste aandachtspunten vanuit de omgeving verzameld.

Het participatieplan voorzag een startbijeenkomst op 4 februari 2021 waarvoor omwonenden en andere stakeholders zijn uitgenodigd. De startbijeenkomst vond – net als de andere bijeenkomsten - plaats via videobelplatform Zoom vanwege de geldende Covid-19 maatregelen. Tijdens deze bijeenkomst werd een toelichting gegeven over de ambities van de gemeente Rotterdam, het schetsontwerp en het participatieproces. 110 mensen hebben de startbijeenkomst digitaal bijgewoond. Na de startbijeenkomst in februari waren in het participatieplan drie buurtbijeenkomsten voorzien, voor omwoners ten noordwesten (groene cirkel), ten oosten (rode cirkels) en ten zuidwesten van het Havenziekenhuis (gele cirkels). Zie hieronder het kaartje. De bijeenkomsten vonden plaats op de volgende momenten: Bewoners ten noordwesten: 16 februari Bewoners ten oosten: 17 februari Bewoners ten zuidwesten: 23 februari Gedurende de buurtbijeenkomsten kwamen de volgende onderwerpen aan bod: De ambities van gemeente Rotterdam omtrent het Havenziekenhuis en de woningbouw in de stad. Het schetsontwerp van architectenbureau Mecanoo, waarbij werd ingegaan op het gebouwontwerp, het stadsbalkon, de functies en voorzieningen in het gebouw, parkeren en ontsluiting en de zon- en schaduwstudies.

De voorkeur van de deelnemers wat betreft de maatschappelijke voorzieningen in het Havenziekenhuis, de horeca in het stadspaviljoen en het ontwerp voor het stadspaviljoen. Vervolgens is uitgebreid de tijd genomen om aandachtspunten en wensen van omwonenden in kaart te brengen. Vragen zijn waar mogelijk direct beantwoord. Van elke bijeenkomst is – net als van de starten slotbijeenkomst– een verslag gemaakt dat op een aparte participatiewebsite is geplaatst: www.havenziekenhuis-straks.nl Na de buurtbijeenkomsten hebben Vervat Groep, Mecanoo en Gemeente Rotterdam de wensen en aandachtspunten vanuit de omgeving geïnventariseerd. Tijdens de slotbijeenkomst op 1 maart 2021 hebben zij reactie gegeven op de belangrijkste wensen en voorkeuren die naar voren zijn gekomen. 1. Voorzieningen Tijdens de buurtbijeenkomsten is een online peiling uitgevoerd via de Mentimeter. Uit deze peiling blijkt dat wat betreft de maatschappelijke voorzieningen de voorkeur voornamelijk uit gaat naar

75

zorgvoorzieningen zoals een huisartsenpraktijk, fysiotherapie en de tandarts. Een restaurant, kapper en supermarkt zijn ook genoemd. Voor de aanvullende voorzieningen worden de volgende suggesties meermaals genoemd: een sportschool, buurtwinkels zoals een bloemenwinkel, groentewinkel, kapper, slager en bakker), een pakketpunt, wellness, een bibliotheek en een uitgaansgelegenheid. In de plannen worden de buurtwinkels en detailhandel die zich richt op de buurt in combinatie met sport en wellness opgenomen. Ook de zorgvoorzieningen worden meegenomen, dit was overigens al vastgesteld. Vervat Vastgoed gaf tijdens de slotbijeenkomst aan dat alle suggesties zorgvuldig worden bekeken. De wens om vooral voorzieningen te realiseren met een buurtfunctie speelt daarbij een belangrijke rol. 2. De hoogte van de nieuwbouw Een aantal deelnemers vindt de hoogte van de torens (circa 110 en 70 meter) niet passen bij de locatie en de omgeving, terwijl andere deelnemers de hoogten van de gebouwen gezien de hoogbouwvisie te laag vinden. De gemeente heeft toegelicht dat er zorgvuldig is gekeken naar een passende hoogte. Het Havenziekenhuis bevindt zich in de hoogbouwzone, waar tot 250 meter gebouwd mag worden. Deze hoogte vond de gemeente voor het Havenziekenhuis te hoog, om meer aansluiting te vinden bij de directe omgeving en de Maas is gekozen voor een hoogte van circa 110 meter.

Dit is ook passend aangezien het Havenziekenhuis als markant punt wordt gezien en een stadsentree kan vormen voor de binnenstad. Met deze hoogte sluit de ontwikkelaar dus aan op de hoogbouwvisie van de gemeente. De hoogte van de torens wordt niet nader aangepast. 3. Zon- en schaduweffecten Tijdens de bijeenkomst is gevraagd om een toelichting op het zon- en schaduweffect van de woontorens. In zijn algemeenheid geldt dat nieuwbouw niet meer dan twee extra uren schaduwwerking mag veroorzaken. Door middel van verschillende animaties met diverse perspectieven heeft Mecanoo laten zien dat zowel aan het Haringvliet als het Boerengat nergens meer dan die twee uren extra schaduwwerking is. In de zomermaanden is er in het geheel geen schaduweffect vanuit de nieuwbouw richting Haringvliet. Op de participatiewebsite www.havenziekenhuis-straks.nl zijn deze animaties voor iedereen te raadplegen. 4. Horeca op het stadsbalkon en geluidseffecten In de plannen is een horecavoorziening op het stadsbalkon opgenomen. Er wordt nagedacht over een horecatype met passende openingstijden dat goed aansluit bij de omringde woongebouwen. Via online peilingtool Mentimeter zijn de voorkeuren van de omwonenden in kaart gebracht. 65% van de deelnemers heeft een voorkeur voor horeca die niet duur is en zich richt op de buurt.

35% heeft een voorkeur voor een exclusief restaurant dat bezoekers uit de hele stad trekt. In de plannen wordt de hoofdmoot horeca die op de buurt gericht is. Wellicht wordt er een combinatie gemaakt met ook exclusiviteit, om ook in te spelen op de voorkeur van een derde van de deelnemers. Tevens wordt gekeken naar een verbinding met de begane grond. 65% van de deelnemers heeft een voorkeur voor horeca die zowel overdag als 's avonds open is. 35% heeft een voorkeur voor horeca die vooral overdag open is. Er wordt gekeken naar een horecavoorziening waar bewoners en omwoners zowel overdag als 's avonds terecht kunnen. Een nachtclub is hoe dan ook uitgesloten. Daarnaast zijn er zorgen geuit over de overlast van de horecavoorziening voor omwoners. Mecanoo heeft toegelicht dat enig geluidseffect nooit helemaal valt te voorkomen, maar er zijn wel verschillende maatregelen waardoor het verminderd worden. Zo wordt er bouwkundig gekeken naar akoestische maatregelen die geluid verminderen, bijvoorbeeld met beplanting op het plafond, de bebouwing van de toren zelf (met reliëf in de gevel) of een andere vorm van akoestische absorptie. Zo wordt met bijvoorbeeld reliëf in de gevel geluid alle kanten op weerkaatst, waardoor geluidsoverlast afneemt.

De deelnemers aan de bijeenkomsten kregen ook de gelegenheid om hun voorkeur uit te spreken over het ontwerp van een paviljoen-achtig gebouw op het stadsbalkon. Mecanoo liet daarvoor tijdens de bijeenkomst drie uiteenlopende mogelijkheden zien. Het populairste ontwerp voor het stadsbalkon is het transparant paviljoen, gevolgd door het speciaal volume en daarna de luifel. In het ontwerp wordt door Mecanoo geprobeerd een combinatie te maken van een transparant paviljoen en speciaal volume. 5. Gevelbekleding

76

Bij het ontwerp van de gevels is gevraagd om rekening te houden met spiegeleffecten van de toren. Het verzoek is om geen grote glasvlakken of ander weerkaatsend materiaal te gebruiken. Vanuit Mecanoo wordt aangegeven dat rekening gehouden zal worden met deze wens vanuit de omgeving. 6. Inschrijven voor huur- en koopwoningen Tijdens de buurtbijeenkomsten en via de e-mail hebben meerdere deelnemers hun interesse voor een koop- of huurwoning kenbaar gemaakt. Voor hen wordt de website uitgebreid met een apart aanmeldformulier. Vervat Vastgoed neemt de wensen van geïnteresseerden mee bij het maken van een keuze voor een eventueel aandeel koopwoningen. 7. Mobiliteit en parkeren Een zorg die door een aantal deelnemers is geuit, heeft betrekking op het verkeer en parkeeroverlast. Vervat Groep en Mecanoo gaven aan dat er nog wordt gewerkt aan de precieze uitwerking van de parkeermogelijkheden. Het uitgangspunt is dat de mensen die in het Havenziekenhuis wonen en op bezoek komen altijd voldoende plek hebben om te parkeren. De mobiliteitsoplossing voor de nieuwbouw wordt een mix van ondergrondse parkeergarage welke ruimte biedt voor Vaste auto- en fietsparkeerplaatsen voor bewoners met een eigen auto Auto- en fietsparkeerplaatsen voor deelmobiliteit (fietsen en auto's) voor bewoners zonder eigen vervoersmiddelen.

Hierover is Vervat momenteel in gesprek met een partij die hierin gespecialiseerd is. Daarnaast ligt het Havenziekenhuis dichtbij metro Oostplein en overige OV-aansluitingen. Het gebruik van deelmobiliteit en het OV wordt dan ook erg gestimuleerd.

9.2

Vooroverleg

In het kader van het wettelijke bestuurlijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, is het concept bestemmingsplan toegezonden aan diverse bestuurlijke partners. De volgende bestuurlijke vooroverlegpartners hebben een reactie toegezonden: Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard. Aangezien het hoogheemraadschap heeft aangegeven dat de met het waterbeheer verbonden belangen voldoende zijn geborgd heeft de reactie niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Evides. Evides heeft aangegeven dat nabij het plangebied diverse belangrijke transporterende distributieleidingen zijn gelegen ten behoeve van drinkwatervoorzieningen. Hiervoor wordt aandacht gevraagd met het verzoek om vroegtijdig afstemming te zoeken met Evides. In het kader van de uitvoering zal hier invulling aan worden gegeven. BOOR. BOOR heeft aangegeven dat op bladzijde 53 van de toelichting de afkorting NAP is weggevallen. Dit is in voorliggend plan hersteld. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De veilgheidsregio heeft aangegeven dat er met betrekking tot het plan geen relevante fysieke veiligheidsaspecten zijn geconstateerd. Het aanvullende advies is opgenomen in paragraaf 6.9 van voorliggende toelichting. RWS. Rijkswaterstaat West-Nederland heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben. Provincie Zuid-Holland.

De reactie heeft met name betrekking op de onderdelen detailhandel en kantoren. Naar aanleiding hiervan is paragraaf 3.2.2 aangevuld en zijn de mogelijkheden met betrekking tot detailhandel en kantoren ingeperkt. DCMR. De ontvangen reactie van DCMR heeft ertoe geleid dat een paragraaf met betrekking tot duurzaamheid is opgenomen en in het akoestisch onderzoek aandacht is besteed aan de verkeersintensiteiten in 2035. Ook is paragraaf 6.3 aangepast en zijn enkele tekstuele wijzigingen in de aanmeldnotitie doorgevoerd.

77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c3a1af46-0165-4521-953f-6bee1f2a52ff