[24bb004683] Bijlage 1 behorende bij 24bb004682 over Ontwerpbestemmingsplan 'Ostadehof'
Tekst van het document
ONTWERPBESTEMMINGSPLAN Ostadehof te Rozenburg
Datum: 2 november 2023 Versie: Ontwerp
Ostadehof te Rozenburg
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Gekozen planopzet
6 6 6 8 10
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Nationaal beleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid
11 11 14 18
Hoofdstuk 3 Beschrijving van het plan 3.1 Omgeving en huidig gebruik 3.2 Projectbeschrijving
23 23 25
Hoofdstuk 4 Toetsing aan Omgevingsaspecten 4.1 Water 4.2 Milieuzonering 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Externe veiligheid 4.6 Bodem 4.7 Archeologie 4.8 Cultuurhistorie 4.9 Flora en fauna 4.10 Duurzaamheid en energie 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Besluit m.e.r.
26 26 28 30 32 33 37 38 39 40 41 43 45
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Inleiding 5.2 De opzet van de planregels
46 46 46
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49 49 50
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Nota van Uitgangspunten Bijlage 2 Geuronderzoek Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5 Aerius berekening Bijlage 6 Aerius bijlage (realisatiefase) Bijlage 7 Aerius bijlage (gebruiksfase) Bijlage 8 Quickscan flora en fauna Bijlage 9 Aanvullend ecologisch onderzoek - De Huismus Bijlage 10 Aanvullend ecologisch onderzoek - De Vleermuis Bijlage 11 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65
2
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Regels
66
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
67 67 71
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Waarde - Archeologie
72 72 73 74 76
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
78 78 79 80 81
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
82 82 83
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
84 85
(ontwerp)
3
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
4
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Toelichting
(ontwerp)
5
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De woningbouwbehoefte in Nederland is onverminderd hoog, dat geldt ook voor de gemeente Rotterdam. Het heeft de voorkeur om deze woningbouwbehoefte zoveel als mogelijk binnenstedelijk op te lossen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een binnenstedelijke woningbouwontwikkeling binnen de kern Rozenburg. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 44 woningen mogelijk, hiermee wordt een directe bijdrage geleverd aan het bestaande woningtekort. Het plangebied is gelegen aan de Rivierenlaan 18 te Rozenburg. Binnen het plangebied waren voorheen een zwembad en een sauna aanwezig. Het zwembad, de sauna en de bijhorende bebouwing zijn in 2016 afgebroken, daarna heeft het plangebied grotendeels braak gelegen. Het plangebied heeft in de bestaande situatie dan ook geen actieve functie, behoudens het wandelpad dat vanaf de Rivierenlaan naar de Ostadelaan loopt. Met voorliggend bestemmingsplan krijgt het plangebied weer een actieve functie als woongebied.
1.2
Ligging en begrenzing
Rozenburg ligt geografisch gezien ten westen van de stad Rotterdam. Rozenburg wordt aan de oost-, zuid-, en westzijde omringd door de bestaande havens Europoort en Botlek. Ten noorden van Rozenburg is de Nieuwe Waterweg (welke onderdeel is van de Maas) gesitueerd. Het plangebied is gesitueerd aan de zuidzijde van de kern Rozenburg en wordt aan alle zijdes omringd door bestaande bebouwing. Aan de noord-, oost-, en westzijde is bestaande woningbouw aan respectievelijke de Rivierenlaan, Merwedestraat en de van Ostadelaan aanwezig. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een bestaande groenstrook, direct daarachter ligt de Droespolderweg. Onderstaande afbeeldingen 1 en 2 geven de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied weergegeven met rode cirkel (bron: google maps)
6
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Afbeelding 2: Exacte ligging van het plangebied, weergegeven met rood kader (bron: google maps)
(ontwerp)
7
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied gelden in de bestaande situatie de volgende bestemmingsplannen en besluiten: Bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Rozenburg' zoals vastgesteld op 11 maart 2010; Bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeernormering Rotterdam' zoals vastgesteld op 14 december 2017; Bestemmingsplan 'Parapluherziening biologische veiligheid' zoals vastgesteld op 14 juni 2018; Bestemmingsplan 'Parapluherziening evenementen' zoals vastgesteld op 3 februari 2022; Voorbereidingsbesluit 'Flitsbezorgsupermarkten met 'dark stores' zoals vastgesteld op 3 februari 2022. Met name de bestemmingsplannen 'Bebouwde Kom Rozenburg' en 'Parapluherziening parkeernormering Rotterdam' zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling. In paragraaf 4.11 zal nader ingegaan worden op de toegepaste parkeernormen. De overige bestemmingsplannen en het voorbereidingsbesluit hebben geen direct invloed op de beoogde ontwikkeling.
Bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Rozenburg' Het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Rozenburg' is het voornaamste bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied. Het plangebied kent de enkelbestemmingen 'Recreatie' en 'Groen'. De groenbestemming bevindt zich alleen aan de randen. Het zwembad en de sauna hadden de recreatieve bestemming. Afbeelding 3 geeft de ligging van het plangebied binnen het geldende bestemmingsplan weer. Ter plaatse van de enkelbestemming 'Recreatie' zijn de gronden bestemd voor het uitoefenen van activiteiten gericht op verblijfs- en dagrecreatie en/of een jacht- en passantenhaven. Daarnaast zijn ook volkstuinen, evenementen en nutsvoorzieningen toegestaan. Tevens zijn bijbehorende wegen en paden, waterlopen en waterpartijen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Het plangebied kent drie bouwvlakken waarbinnen gebouwen zijn toegestaan met een maximale hoogte van 6 meter, 4,5 meter en 0,5 meter. Ter plaatse van de enkelbestemming 'Groen' zijn de gronden bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, pad, speelvoorzieningen en daarmee vergelijkbare gebruiksmogelijkheden. Tevens zijn (ondergrondse) nutsvoorzieningen, waterlopen en waterhuishoudkundigevoorzieningen toegestaan. Ook zijn evenementen toegestaan. Het plangebied kent geen bouwvlak, daarom zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan tot een maximale hoogte van 5 meter.
De bestemming 'Groen' is toegekend aan het structurele groen binnen de kern Rozenburg, zo blijkt ook uit de toelichting van het geldende bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Rozenburg'. De realisatie van de beoogde nieuwe woonwijk inclusief de bijbehorende voorzieningen is binnen het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Het vigerende bestemmingsplan kent geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden dan wel wijzigingsbevoegdheden om de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk juridisch-planologisch mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om het juiste juridisch-planologische kader te bieden.
8
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Afbeelding 3: Uitsnede vigerende bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Rozenburg' met de enkelbestemmingen 'Recreatie (licht groen) en 'Groen' (donkergroen), plangebied middels rood kader weergegeven (bron: ruimtelijke plannen).
(ontwerp)
9
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
1.4
Gekozen planopzet
Dit bestemmingsplan sluit qua juridisch-planologische regeling aan bij het bestemmingsplan 'Bebouwde Kom Rozenburg'. Het bestemmingsplan wordt daarmee op een logische wijze ingepast binnen de bestaande bestemmingsplan systematiek in Rozenburg. Het bestemmingsplan voorziet in een duidelijke opzet van de beoogde nieuwe woonwijk met rechtszekerheid voor alle partijen en belanghebbenden. De planregeling geschiedt door middel van bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). Deze bindende planstukken worden nader onderbouwd met voorliggende toelichting. Wat betreft de plansystematiek sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).
10
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Hoofdstuk 2
Beleidskader
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Rotterdam en in het bijzonder die voor het beoogde woningbouwplan in Rozenburg.
2.1
Nationaal beleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al deze opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter te kunnen maken. De NOVI is opgesteld voor de Omgevingswet die in werking treedt op 1 januari 2024.
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken zijn in de NOVI 21 nationale belangen benoemd waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Doorwerking plangebied De NOVI kent, net als de voorheen geldende SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte), een hoog abstractie niveau waardoor er op lokaal weinig directe opgaven zijn.
De vier prioriteiten zijn abstract, de 21 nationale belangen geven wel richtlijnen voor lokale projecten om een bijdrage te leveren aan de nationale doelstellingen. Deze richtlijnen zijn in principe niet allemaal bindend voor de lagere overheden. Wel zijn de belangrijkste nationale belangen juridisch geborgd in het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, paragraaf 2.1.2) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, paragraaf 2.1.3). Voorliggend plan draagt met name bij om in de acute woningbehoefte te voorzien. Duurzaamheid en klimaatadaptatie krijgen daarnaast ook een steeds belangrijkere rol in ruimtelijke ontwikkeling. De beoogde woningbouw voorziet in moderne, duurzame woningen. Met de beoogde groene inpassing wordt tevens een bijdrage geleverd aan de gevolgen van klimaatadaptatie.
(ontwerp)
11
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg De woningbouwontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt past binnen de prioriteiten en de nationale belangen zoals vastgelegd in de NOVI. De NOVI vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en is geconsolideerd op 1 januari 2017. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen die genoemd zijn in de conceptversie van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De 14 nationale belangen in het Barro zijn: 1. Rijksvaarwegen 2. Mainportontwikkeling Rotterdam 3. Kustfundament 4. Grote rivieren 5. Waddenzee en waddengebied 6. Defensie 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen 8. Elektriciteitsvoorziening 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen 10. Natuurnetwerk Nederland 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het merendeel van de regels in het Barro legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen.
Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied De gehele kern Rozenburg wordt vanwege de Rotterdamse Haven omringd door het nationale belang 'Grote Rivieren'. De dichtstbijzijnde gronden liggen op een afstand van 150 meter, daarom gelden er voor voorliggend bestemmingsplan geen belemmeringen en/of specifieke voorwaarden. Ten zuiden van het plangebied, op circa 200 meter, liggen gronden welke vallen binnen het nationale belang 'Elektriciteitsvoorziening'. Voor voorliggend bestemmingsplan gelden er geen belemmeringen en/of specifieke voorwaarden. Het plangebied ligt niet direct binnen gronden die zijn aangewezen voor één van de nationale belangen. Het Barro bevat daarom geen directe en/of indirecte verplichtingen voor het plangebied. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
12
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg 2.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in bestaand of nieuwe stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd, waarbij zorgvuldig ruimtegebruik voorop staat. In de praktijk werd de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking als lastig ervaren. Daarom is op 1 juli 2017 het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De derde trede is geschrapt en de eerste twee treden zijn samengevoegd. Hiermee is de 3-trapsstructuur losgelaten. Ook zijn de termen 'actueel' en 'regionaal' geschrapt die waren opgenomen in de voormalige eerste trede. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Deze luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook hier is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gespecificeerd.
Indien het om een woningbouwlocatie gaat, geldt het volgende uitgangspunt: "Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt." Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 44 woningen mogelijk. Op basis van vaste jurisprudentie is dan ook sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook verplicht. De eerste stap is het vaststellen van de behoefte aan de woningbouwontwikkeling. De behoefte aan de beoogde woningbouwontwikkeling volgt uit de verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten. Concreet wordt de behoefte aangetoond in de Omgevingsvisie Rotterdam (paragraaf 2.3.1) en de Woonvisie Rotterdam (paragraaf 2.3.2). Voor een volledige onderbouwing van de behoefte wordt verwezen naar deze paragrafen. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de kern Rozenburg, het betreft daarmee een binnenstedelijke ontwikkeling. De tweede stap van de Ladder hoeft dan ook niet doorlopen te worden. Geconcludeerd wordt dat het woningbouwprogramma dat mogelijk wordt gemaakt voorziet in een actuele behoefte.
Het Bro en de Ladder voor duurzame verstedelijking vormen dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
13
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie is op 1 april 2023 geactualiseerd vastgesteld door de provincie Zuid-Holland in het kader van de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De provincie stelt in het document 'inleiding' dat onderdeel is van de Omgevingsvisie, de visie, ambities en opgaven voor de provincie. Het omvat 6 richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: 1. Naar een klimaatbestendige delta; 2. Naar een nieuwe economie: the next level; 3. Naar een levendige meerkernige metropool;' 4. Energievernieuwing; 5. Best bereikbare provincie; 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de 6 ambities benoemt de provincie 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' in de Omgevingsvisie die vanuit provinciaal belang zijn ontwikkeld. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners.
De 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' zijn als volgt: Landschap en cultuurhistorie; Gezondheid en veiligheid; Natuur en recreatie; Ruimte en verstedelijking; Wonen; Bodem en ondergrond; Cultuurparticipatie en bibliotheken; Klimaatadaptie; Zoetwater en drinkwater; Bereikbaarheid; Regionale economie; Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Voorliggend bestemmingsplan heeft met name een relatie tot de opgaven 'Ruimte en verstedelijking' en 'Wonen'. De woonopgave binnen Zuid-Holland In de omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, voorziet in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied.
Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.
14
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. De ruimtelijke impact bepaald ook in hoeverre een uitgebreide onderbouwing middels de kwaliteitskaart wenselijk is. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meerdere of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied meer bijzonderder of kwetsbaar is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is.
In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerreinen of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Doorwerking plangebied De beoogde woningbouwontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande stedelijk gebied van de kern Rozenburg. Het voldoet daarmee aan het principe uitgangspunt dat woningbouw zoveel als mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvindt. De behoefte aan woningbouw in Nederland is groot, zo ook voor de regio Rotterdam. Waar mogelijk moeten kansen in de bestaande stedelijke omgeving dan ook benut worden, op deze manier ontstaat een optimale benutting van de stedelijk omgeving. De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is dan ook passend binnen de opgaven 'Ruimte en verstedelijking' en 'Wonen'. De ruimtelijke kwaliteitstoets en daarmee het provinciale belang is afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling. Het plangebied wordt reeds omgeven door (woon)bebouwing en is tot 2016 bebouwd geweest. Voorliggend bestemmingsplan maakt de herstructurering van de bestaande woonwijk mogelijk, passend binnen de bestaande stedenbouwkundige structuren. De ontwikkeling dient dan ook geclassificeerd te worden als 'Inpassing'. De rol van de provincie is in dit geval dan ook beperkt, mede vanwege de constatering dat er geen specifieke ruimtelijke kwaliteiten aanwezig zijn ter plaatse.
Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouwontwikkeling passend is binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
15
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg 2.2.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening Zuid-Holland is geactualiseerd en vastgesteld door de Provinciale Staten van Zuid-Holland en op 1 april 2023 in werking getreden. De Omgevingsverordening vormt het juridische fundament van de Omgevingsvisie. De inhoud van de Omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de omgevingsverordening is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bestemmingsplannen. Onderdeel van Afdeling 6.2 zijn de artikelen Ruimtelijke Kwaliteit (6.9) en stedelijke ontwikkelingen (6.10). Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 wordt feitelijke provinciale betrokkenheid bij bestemmingsplanprocedure vastgelegd. De betrokkenheid wordt (zoals benoemd in paragraaf 2.2.1) bepaald op basis van de aard en omvang van het plan. Geconcludeerd is dat het bestemmingsplan een bouwplan mogelijk maakt dat valt binnen de categorie 'inpassen'. In artikel 6.9, lid 5 sub a staat hierover het volgende: 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 6.9 van de Omgevingsverordening. Stedelijke ontwikkeling In artikel 6.10 wordt feitelijk de provinciale eis voor het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking geborgd. In artikel 6.10 lid 1 sub a staat hierover het volgende: a. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: 1. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; 2. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage. b.
Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. c. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. d. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.
16
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg Het plangebied is in de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied. Eén van de speerpunten van het ruimtelijk beleid is om dit gebied beter te benutten. Het beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Tegelijkertijd is het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Hierbij speelt de ladder voor duurzame verstedelijking een belangrijke rol. De provincie ziet graag dat deze ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouwontwikkeling passend is binnen de juridische regels zoals gesteld in de omgevingsverordening. De omgevingsverordening vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
17
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Omgevingsvisie Rotterdam
De Omgevingsvisie Rotterdam is de opvolger van de voormalige structuurvisie 'Stadsvisie Rotterdam 2030'. De Omgevingsvisie is opgesteld ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en heeft dezelfde beleidsstatus als de voorheen geldende Stadsvisie Rotterdam 2030. Rotterdam is een stad met een diverse en dynamische bevolking. Rotterdam is een stad met een rijke geschiedenis en internationaal bekend om zijn historie en architectuur. Daarnaast is Rotterdam een belangrijke economische hub met een haven van wereldformaat, maar ook met een groeiende kenniseconomie. Rotterdam staat er goed voor, maar er zijn ook meerdere uitdagingen richting de toekomst. Het gaat goed met de Rotterdamse economie maar veel economische sectoren moeten veranderen om schoner en duurzamer te worden en daarmee (internationaal) competitief te blijven. De groeiende economie is mede verantwoordelijk voor de bevolkingsgroei van de gemeente en daarmee ook voor de groeiende woningvraag. Steeds meer mensen willen er wonen, werken en recreëren. Het realiseren van voldoende woningen, werkgelegenheid en voorzieningen is essentieel om deze trek naar de stad op te kunnen vangen. Bij deze ontwikkelingen is de aantrekkelijkheid van de stad en regio belangrijker dan ooit.
Een biodivers, gezond en goed bereikbaar landschap in en rond de stad is randvoorwaardelijk om prettig te kunnen leven in Rotterdam en de regio. Om de groei te kunnen faciliteren heeft de gemeente Rotterdam 5 hoofdkeuzes gemaakt: 1. Rotterdam zet in op prettig leven in de delta; 2. Verstedelijken en verbinden; 3. Vitale wijken; 4. Energie- en grondstoffentransitie; 5. Vernieuwen van het verdienvermogen. De woningmarkt en de toegankelijkheid van de woningvoorraad staan onder zware druk. De laatste jaren is het woningtekort in Nederland hard opgelopen, dat heeft geleid tot de woningnood waar we op dit moment mee te maken hebben. Door het opgelopen tekort zijn de prijzen van woningen hard gestegen, met name in steden als Rotterdam. Als gevolg van de sterke prijsstijging, stokt de doorstroming en is toegankelijkheid van de Rotterdamse woningmarkt gedaald tot een onwenselijk niveau. Als we niets doen loopt de druk op de woningmarkt nog verder op, waardoor de toegankelijkheid van de woningmarkt verder zal afnemen. Vooral starters en middeninkomens ondervinden hier de negatieve gevolgen van en zullen steeds verder in de knel komen. Er ligt een grote opgave om de woningvoorraad diverser, adaptiever en vooral meer betaalbaar te maken. Deels door toevoeging van betaalbare woningen via nieuwbouw, maar ook door regulering van de prijsontwikkelingen in de bestaande bouw.
Hierbij is het de opgave is om een divers aanbod aan woontypologieën te creëren, passend bij de diverse vraag.
Doorwerking plangebied Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op woningbouw in de kern Rozenburg. Woningbouw is noodzakelijk om de groeiende behoefte binnen de gemeente op te vangen. Per geschikte locatie dient gekeken te worden welk woonmilieu wenselijk is. Binnen het plangebied is het stedenbouwkundig logisch grondgebonden (eengezins) woningen te realiseren, passend bij de bestaande woonwijk. De beoogde woningbouwontwikkeling heeft raakvlakken met hoofdkeuzes 1 t/m 3. Rotterdam zet in op prettig leven in de delta Rotterdam zet in op de ontwikkeling van een gezonde, groene, klimaatbestendige en veilige stad. Bij de herontwikkeling van gebieden en woonwijken is voldoende groen daarom van groot belang. Deze opgaven dienen samen te gaan met de woningbouwvraag binnen de gemeente. Binnen het plangebied worden deze opgaven gecombineerd, enerzijds met de realisatie van noodzakelijk woningen, anderzijds met voldoende aandacht voor klimaatadaptatie en biodiversiteit (zoals ook wordt toegelicht in paragraaf 4.9 & 4.10). De groene strook direct ten zuiden van het plangebied blijft bestaan en de bestaande bomen aan de oost- en westzijde blijven zoveel mogelijk behouden. Hierdoor blijft een belangrijke groen- en recreatiestructuur gehandhaafd.
18
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg Verstedelijken en verbinden Tussen 2010 en 2020 is de Rotterdamse bevolking met 50.000 mensen toegenomen, op basis van prognoses zal deze stijging doorzetten. De woningvraag is daarom sterk gestegen en de verwachting is dat deze stijging doorzet. Rotterdam zet in op extra woningbouw binnen de bestaande stedelijke gebieden. Verdichten waar mogelijk zodat uitbreiding naar het landelijk gebied niet noodzakelijk is. De beoogde ontwikkeling met voorliggend bestemmingsplan past binnen deze ambitie, het plangebied ligt immers binnen het bestaande stedelijk gebied van Rozenburg. Voorliggend bestemmingsplan draagt daarmee bij aan de ambitie om tot 2040 tussen de 50 en 75 duizend extra woningen te realiseren. Vitale wijken Elke wijk moet vitaal zijn en voor haar bewoners dezelfde kansen bieden op het gebied van onderwijs, wonen en werk. Rotterdam heeft 5 basisvoorwaarden gesteld om vitale wijken te kunnen ontwikkelen. Deze 5 basisvoorwaarden zijn gezond, productief, duurzaam, compact en inclusief. De omgevingsvisie geeft verschillende voorbeelden mee per basisvoorwaarde, hier kunnen initiatiefnemers inspiratie uit halen. Voorliggend bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk en draagt met name bij aan de verduurzaming van de Rotterdamse woningvoorraad.
Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouwontwikkeling passend is binnen de beleidskeuzes zoals vastgesteld in de Omgevingsvisie Rotterdam. De Omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
19
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg 2.3.2
Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020
De in december 2016 vastgestelde Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op eendagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld: Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: 1. de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; 2. te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en 3. woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: 1. een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad, 2. ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden, en 3. energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen. De basis op orde houden door: 1. het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; 2.
betaalbaarheidsproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; 3. goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; 4. toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt, en 5. woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. Aanvullend op de woonvisie is een addendum vastgesteld, ook heeft de Gebiedsatlas in augustus 2020 zijn intrede gedaan. Op basis van de gebiedsatlas wordt gestreefd naar het in balans brengen van de woningvoorraad. Die balans wordt niet zozeer in woningtypologie uitgedrukt, als wel in verhouding tussen prijssegmenten. Daarbij is grote behoefte aan kwalitatief hoogwaardige woningen voor de juiste doelgroepen op de juiste plek. Stadsbreed werd gestreefd naar de bouw van 18.000 woningen in de vorige collegeperiode: 20% daarvan zijn sociale woningen, 30% middensegment, 30% hoger segment en 20% topsegment. De visie betrof een instrumentele uitwerking van de (inmiddels vervangen) Stadvisie Rotterdam 2030 op het onderwerp wonen op de korte termijn. Doorwerking plangebied De Woonvisie is overgenomen in de Omgevingsvisie Rotterdam, maar biedt wel inzicht in de actuele cijfermatige woningbouwbehoefte. Het migratiecijfer van de gemeente Rotterdam is positief, dat betekent dat de bevolking toeneemt.
De verwachting is dat het aantal inwoners tot 2035 nog zal toenemen met ongeveer 50.000 mensen, éénzelfde toename als tussen 2010 en 2020. Daarnaast zal het aantal éénpersoonshuishoudens naar verwachting met 15% toenemen. Gezamenlijk leidt dit tot een (nog) grotere woningbouwopgave. De groei zal met name te verwachten zijn in de stad Rotterdam zelf, maar hierdoor ontstaat veel beweging op de woningmarkt waarbij kernen net buiten de stad Rotterdam (met een goede fysieke leefomgeving) interessant worden voor verschillende doelgroepen. De realisatie van extra woningen op daarvoor geschikte locaties dient dan ook doorgezet te worden. Het plangebied draagt met de realisatie van maximaal 44 woningen in het vrije segment bij aan de woningbouwopgave van de gemeente Rotterdam.
20
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg 2.3.3
Nota van Uitgangspunten
Voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied heeft de gemeente Rotterdam, in samenwerking met de initiatiefnemer, een Nota van Uitgangspunten (hierna: NvU) opgesteld. De NvU is een samenvatting van alle belangrijke zaken om tot de ontwikkeling van het bouwplan binnen het plangebied te komen. In de NvU staan de uitgangspunten omschreven waaraan de initiatiefnemer dient te voldoen. Dit document wordt gebruikt als toetsingskader voor de gemeentelijke ambities ten aanzien van het programma, de architectuur en alle relevante beleidsdoelen. De NvU zorgt er bovendien voor dat belangrijke randvoorwaarden als duurzaamheid, voldoende parkeergelegenheid en een klimaatadaptief ontwerp tijdig in de plannen verwerkt kunnen worden. In de NvU is een randvoorwaardenkaart opgenomen. Onderstaande afbeelding geeft deze randvoorwaardenkaart weer. De NvU is als bijlage 1 toegevoegd aan de toelichting van voorliggend bestemmingsplan.
Afbeelding 4: Randvoorwaardenkaart Nota van Uitgangspunten (bron: gemeente Rotterdam). Doorwerking plangebied Aan de hand van de NvU zijn de initiatiefnemer en de gemeente het plan nader gaan uitwerken. Zowel op landschappelijk als stedenbouwkundig niveau is het bouwplan ontwikkeld conform de randvoorwaarden uit het NvU. De ruimtelijke randvoorwaarden zijn in voorliggend bestemmingsplan vertaald in juridische regels. De verbeelding is een directe vertaling van de randvoorwaardenkaart. In samenhang met de opgenomen bouwregels worden de ruimtelijke randvoorwaarden één op één vastgelegd.
(ontwerp)
21
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg Naast de ruimtelijke randvoorwaarden is in het NvU ook het gewenste woningbouwprogramma opgenomen. Het woningbouwprogramma voor deze ontwikkeling is afgestemd op de gemeentelijke woonvisie (paragraaf 2.3.2). In de gemeente Rotterdam is behoefte aan veel verschillende soorten woningen. In samenwerking tussen de gemeente en de initiatiefnemer is gekeken naar het gewenste woningbouwprogramma voor deze specifieke locatie. Van het gemeentelijke woonbeleid wordt voor Rozenburg (2030) ingezet op de volgende verdeling in woontypes en prijsklassen: 20% hoger- en topsegment; 27 middelduur segment; 53% sociaal. Op de Rozenburgse woningmarkt is ruimte voor het gedoseerd toevoegen van woningen in het hogere- en topsegment. Het plangebied biedt de gewenste potentiële ruimtelijke kwaliteit om woningen in deze prijsklasse toe te voegen. Bouwlocaties in Rozenburg is schaars, het plangebied vormt één van de laatste locaties waar binnen de bebouwde kom woningen binnen het hogere- en topsegment toegevoegd kunnen worden. Voor woningen in het middeldure en sociale segment zijn andere locaties binnen Rozenburg beter geschikt. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van 44 woningen in het hoge vrije segment juridisch planologisch mogelijk.
Conform het nieuwe Rotterdamse Kwaliteitsbeleid wonen dienen grondgebonden woningen een oppervlakte te hebben van minimaal 95 m 2 GBO. De ontwikkeling voldoet aan deze norm, planologisch is dat ook vastgelegd in de regels van de bestemming wonen. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee een directe vertaling van de NvU en het Rotterdamse woonbeleid. Het bestemmingsplan en het gewenste bouwplan passen binnen de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de NvU.
22
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Hoofdstuk 3
Beschrijving van het plan
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie, het huidige gebruik van de omgeving en de beoogde nieuwe situatie.
3.1
Omgeving en huidig gebruik
3.1.1
Historie Rozenburg
De kern Rozenburg vormt feitelijk een eigen wijk. De woonkern is opgedeeld in de wijken 'Rozenburg' en 'Noordzeeweg en omgeving'. Alleen in de wijk Rozenburg wonen mensen, het overige grondgebied van kern in onbewoond en in gebruik als groene landtong tussen de havens van Rotterdam. Rozenburg ligt op het gelijknamige eiland. Het eiland ontstond in de 16e eeuw in de Maas en groeide vervolgens uit tot een eiland met een lengte van circa 20 kilometer. Sinds de moderne ontwikkeling van de Rotterdamse Havens is het eiland meerdere malen vergraven tot de (nu bekende) Europoort en de Maasvlakte. Het eiland Rozenburg werd voor het eerst genoemd in 1585. In dat jaar kregen vader en zoon Bisdommer uit Vlaardingen toestemming om een drooggevallen plaat te bedijken en daar een vogelkooi en woning te maken. Kort daarna werden ook de polders Blankenburg, Ruigeplaat en Langeplaat bedijkt. De schaarse bewoning concentreerde zich destijds aan de zuidzijde, bij het haventje van Blankenburg. Bij het haventje van Blankenburg verrees in 1659 ook de eerste kerk van het eiland. Onderstaande afbeelding geeft Rozenburg weer in het jaar 1815.
Afbeelding 5: Rozenburg in het jaar 1815 (bron: topotijdreis)
(ontwerp)
23
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg In de loop van de tijd groeide het eiland meer richting het westen. De veerverbinding tussen Brielle en Maassluis werd daarmee geblokkeerd. Eerder was ten behoeve van die verbinding een weg over het eiland gelegd met twee veerhoofden: de Brielse en Maassluise heuvel. Een gedeelte van deze verbindingsweg is bewaard gebleven in de huidige Zandweg. In de 19e eeuw breidde de bebouwing op het eiland zich uit. Verspreid over het eiland lagen verschillende kernen, waaronder Blankenburg. De negentiende-eeuwse uitbreidingen vonden plaats in het centrum van het eiland. Zo werden achtereenvolgens de molen, het gemeentehuis, het doktershuis, de begraafplaats en ten slotte de kerken daar gebouwd. Tot circa 1955 was Rozenburg een agrarisch gebied met vele landbouwbedrijven. In het westen lag het duin- en natuurgebied De Beer. Omstreeks 1955 werd dit gebied vergraven ten behoeve van Maasvlakte en Europoort. Ten behoeve van de industrie is het eiland onherkenbaar veranderd. Kanalen doorsnijden het van west naar oost en de overgebleven gronden zijn met enkele meters bagger opgehoogd. De bewoning is gecentreerd rond het ‘nieuwe’ centrum Rozenburg. Aan het agrarische verleden herinneren nog slechts de molen en enkele boerderijen. Rozenburg is sinds 2010 een deelgemeente van Rotterdam.
3.1.2
Huidige gebruik
Binnen het plangebied was het voormalige zwembad 'De Zeehond' inclusief een sauna aanwezig. Het zwembad, de sauna en de bijbehorende bebouwing zijn in 2016 afgebroken, daarna heeft het plangebied grotendeels braak gelegen. Het plangebied wordt een noord-, oost-, en westzijde omringd met bestaande woningbouw. Het overgrote deel van deze woningen bestaat uit grondgebonden woningen met twee lagen en een kap, maar aan de oostzijde is ook een 5-laags appartementengebouw aanwezig. De bestaande omliggende buurten zijn planmatig opgezet en worden hoofdzakelijk via de Rivierenlaan, Laan van Nieuw Blankenburg en de Tienmorgenseweg ontsloten op de Droespolderweg. Tussen de verschillende buurten zijn meerdere openbare groenvoorzieningen en wandelpaden aanwezig, de onderlinge verbinding is daarmee goed te noemen. Het plangebied ligt tussen buurten 'de Rivierenbuurt' en 'De Pothof/De Erven' gesitueerd. Ten zuiden van het plangebied loopt de zogenaamde groene gordel van Rozenburg. Deze groenzone is bij de realisatie van Rozenburg bewust aangelegd rondom het dorp als visuele bescherming tegen de omringende industrie van Europoort en Botlek. De Groene Gordel wordt met de beoogde ontwikkeling niet aangetast.
24
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
3.2
Projectbeschrijving
Voorliggend bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van maximaal 44 woningen mogelijk. De beoogde woningen sluiten qua aard en omvang aan bij de bestaande grondgebonden woningen in de omgeving. Het doel is om een rustig woonmilieu te realiseren met een hoogwaardige fysieke leefomgeving. Binnen het plangebied worden maximaal 44 woningen verdeeld over 5 blokken. De blokken 1 en 2 liggen gesitueerd aan de Rivierenlaan en gaan een directe relatie aan met bestaande bebouwde omgeving. Qua architectuur en uitstraling zullen deze woningen dan ook aansluiten op de omgeving. De tuinen van deze woningen liggen direct achter de woningen, aan de voorzijde is nog een voortuin voorzien. De blokken 3 en 4 liggen in het hart van de nieuwe buurt en worden gescheiden door het parkeerterrein. De woningen zijn met de voorgevel gesitueerd op het omliggende groen, de achtertuinen grenzen aan het binnenterrein. Stedenbouwkundig is ervoor gekozen om in beide woonblokken een verspringing aan te brengen, op deze manier wordt een massieve en repeterende uitstraling voorkomen Bovendien wordt op deze manier rekening gehouden met het bestaande groen rondom het plangebied. De woningen zijn via de achterzijde en via de voor- en achtertuin bereikbaar. Blok 5 bevindt zich aan de zuidzijde van het plangebied, parallel aan de Rivierenlaan.
De woningen hebben een oriëntatie op de aangrenzende groenvoorziening, maar zijn ook via de achterzijde bereikbaar voor de bewoners. De tuinen van deze woningen grenzen ook aan het parkeerterrein. De positionering van blok 5 heeft grotendeels te maken met het verkeerslawaai vanaf de Droespolderweg en de A15, maar ook met de spoorlijn. De positionering van blok 5 is gelijk gepositioneerd aan de woningen in de omgeving en draagt bovendien bij aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat binnen de nieuwe buurt.
Afbeelding 6: beoogde stedenbouwkundige opzet (bron: initiatiefnemer)
(ontwerp)
25
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
Hoofdstuk 4
Toetsing aan Omgevingsaspecten
In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren.
4.1
Water
De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het projectgebied is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees tot gemeentelijk niveau. Ook het waterschap heeft zijn eigen beleid. Dit is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het voorgaande waterbeheerprogramma werd als te gedetailleerd ervaren, dat is losgelaten. Het programma omvat nog altijd de doelen voor de lange termijn en de wijze waarop deze bereikt worden. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema's Toekomstbestendig waterbeheer, Waterveiligheid, Voldoende en schoon water, Waterketen, Wegen en vaarweg. Voor het thema waterveiligheid is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3).
Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen. Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. Het plangebied ligt binnendijks en maakt onderdeel uit van het peilgebied 20.01. Hier wordt een oppervlaktewaterpeil van -0,10 meter beneden NAP gehanteerd. In de wijk Nieuw Blakenburg (waar het plangebied binnen valt) is vrijwel geen oppervlakte water aanwezig, er loopt één hoofdwatergang direct ten oosten van het plangebied. Dit bestemmingsplan is erop gericht om in het plangebied 44 woningen te realiseren. De voorheen aanwezige bebouwing is hiervoor reeds gesloopt. In totaal is 8.688 m 2 verharding verdwenen. De voorheen aanwezige verharding bestond uit een zwembad (2.362 m2), bouwwerken van onder andere de sauna (3.064 m2 ) en bestrating (3.261 m2 ). In de toekomstige situatie is er sprake van een verhard oppervlak van maximaal 8.884m2 . De toekomstige verharding bestaat uit woningen (2.541 m2), bergingen (429 m2 ), deels verharde tuinen tot maximaal 50% (1.384 m2 ), bestrating inclusief het parkeerterrein (3.574 m2 ). De herontwikkeling van het plangebied zorgt daarmee voor afname van het verharde oppervlak met 759 m2.
Omdat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van het verhard oppervlak is op grond van het beleid van het waterschap daardoor geen sprake van een verplichte watercompensatie. Het plangebied is niet gelegen in een waterkering, dan wel binnen de bij een kering behorende beschermingszone. De dichtstbijzijnde waterkering ligt direct ten zuiden van het plangebied ter hoogte van de Droespolderweg, op z'n 70 meter van het plangebied. Het plangebied valt binnen rioleringsdistrict Rozenburg. Het betreft hier een gemengd rioolstelsel, wat inhoudt dat het zowel regenwater als afvalwater afvoert. In het plangebied liggen geen overstorten. Het beoogde bouwplan wordt uitgerust met een aansluiting voor een gescheiden stelsel, maar wordt aangesloten op het huidige gemengde stelsel. Daar waar mogelijk wordt het hemelwater afgekoppeld, zodat het ter plaatse kan infiltreren. Om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen, worden de nieuwe woningen gerealiseerd met duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen. Zink, lood, koper en PAK´s-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating.
26
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg Verdroging De toename van verharding in stedelijke gebieden zorgt naast versnelde afvoer voor nog een negatieve ontwikkeling: verdroging. Verharding zorgt ervoor dat water minder makkelijk infiltreert naar het grondwater. Naast meer onverhard terrein kan ook het gebruik van waterdoorlatende verharding de verdroging tegengaan. In de nieuwe inrichting worden verschillende typen klinkers voorzien, hierdoor zal een deel van het hemelwater direct in de grond kunnen infiltreren. Overleg met de waterbeheerder(s) De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets. In dit kader wordt de waterbeheerder altijd betrokken bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Het waterschap heeft inmiddels akkoord gegeven op de waterparagraaf en de toekomstige waterhuishouding binnen het plangebied.
(ontwerp)
27
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
4.2
Milieuzonering
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in haar uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” (maart 2009) een handreiking geboden voor het toepassen van milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe milieubelastende activiteiten (bijv. bedrijven) een passende locatie in de nabijheid van milieugevoelige functies (bijv. woningen) krijgen en dat milieugevoelige functies op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geluid, geur, gevaar en stof. Daarnaast is milieuzonering gericht op nieuwe ontwikkelingen. Het is niet bedoeld voor het beoordelen van bestaande situaties waarbij gevestigde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies op minder dan de richtafstand van elkaar staan. Met de handreiking kan worden bepaald wat de gewenste richtafstand is tussen de milieugevoelige functie(s) en de bedrijven in de omgeving. Dit kan oplopen tot de maximale richtafstand voor bedrijven met milieucategorie 6 en die bedraagt 1.500 meter tot het omgevingstype rustige woonwijk. In onderstaande tabel zijn de minimale richtafstanden weergegeven. Milieucategorie
Gemengd gebied
Rustige woonwijk
1
0 meter
10 meter
2
10 meter
30 meter
3.1
30 meter
50 meter
3.2
50 meter
100 meter
4.1
100 meter
200 meter
4.2
200 meter
300 meter
5.1
300 meter
500 meter
5.2
500 meter
700 meter
5.3
700 meter
1.000 meter
6
1.000 meter
1.500 meter
Tabel: Richtafstandentabel VNG (bron: VNG) Rotterdam heeft de VNG-uitgave vertaald naar de Rotterdamse situatie, waarbij uiteindelijk vijf gebiedstypen worden onderscheiden. Uit het geldende bestemmingsplan “Bebouwde Kom Rozenburg" blijkt dat de omgeving van het plangebied hoofdzakelijk wordt aangemerkt als woongebied. Op het bedrijventerrein Pothof (ten westen van het plangebied) zijn wel bedrijven tot en met categorie 3.2 toegestaan, ook zijn ten zuiden van het plangebied verschillende infrastructuur en het haventerrein Botlek gesitueerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt uitgegaan van een rustige woonwijk. Ten westen van het plangebied is het bedrijventerrein Pothof gesitueerd. Planologisch zijn bedrijven tot maximaal categorie 3.2 toegestaan. Ten opzichte van een rustige woonwijk dient een afstand van 100 meter aangehouden te worden. De kortste afstand bedraagt ca. 120 meter, daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de minimaal noodzakelijk afstand. Ten zuiden van het plangebied zijn de haventerreinen 'Botlek-Pernis' en 'Europoort - Maasvlakte' gesitueerd. Ter plaatse zijn zwaar milieubelastende bedrijven toegestaan. De afstand tot het bedrijventerrein bedraagt circa 300 meter, aanvullend onderzoek naar geluid- en geurhinder is noodzakelijk. De geluidsbelasting wordt in paragraaf 4.3 nader behandeld.
Geuronderzoek Het uitgevoerde geuronderzoek is toegevoegd als bijlage 2 aan voorliggende toelichting. Het doel van dit onderzoek is om te beoordelen of bij de beoogde woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van de geurhinder. Daarnaast mogen de nieuwe woningen geen belemmering vormen voor de bedrijfsvoering op de haventerreinen.
28
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg DCMR berekent de verwachte geurbelasting, afkomstig van de grote industrie in het Rijnmondgebied. Daarbij wordt gebruik van de informatie over de geuremissie, die is vastgelegd in de vergunning van de geurrelevante bedrijven. Al deze informatie is samengevoegd op een geurhinder contourenkaart, waarop te zien is dat het plangebied binnen de geurhindercontouren ligt. Er is geen sprake van ernstige geurhinder binnen het plangebied. Daarnaast wordt een dalende trend verwacht voor de geurbelasting en daarmee in geurhinder en geurklachten, als gevolg van verdergaande maatregelen bij de industrie en de scheepvaart. Bij effectieve uitvoering van de Geuraanpak Rijnmondgebied bij vergunningverlening mag worden verwacht dat geen nieuwe geurhinder ontstaat. Rozenburg als geheel is aan drie zijden (west, zuid en oost) door industrieterrein omsloten. De geurcontouren van 0,5 ouE/m³ als 98-percentiel (als richtwaarde voor een goede milieukwaliteit) liggen tot op een afstand van circa 10 km vanaf de industriële bronnen in het havengebied. De planlocatie bevindt zich in een woonwijk tussen woningen aan de Van Ostadelaan (west) en het appartementengebouw aan de Merwedestraat (oost). De afstand van de eerstelijns bebouwing tot het industrieterrein blijft gelijk.
Conclusie Omdat het plangebied nauw aansluit op de bestaande eerstelijns woonbebouwing, zal de geurbelasting ter plaatse van het plangebied gelijk zijn met de geurbelasting bij de bestaande woningen. Andersom zal de ontwikkeling geen beperking vormen voor de activiteiten op het industrieterrein, omdat de eerstelijns woonbebouwing niet dichterbij het industrieterrein komt te liggen. De geurbelasting bij de voorgenomen woningen wordt daarom aanvaardbaar geacht. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het aspect ‘geur’ waardoor het geen belemmering bestaat voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
29
Ontwerpbestemmingsplan Ostadehof te Rozenburg
4.3
Geluid
Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk, namelijk woningen. Deze liggen binnen de toetsingszone van enkele zoneplichtige wegen en binnen de geluidszone van enkele gezoneerde industrieterreinen. Vandaar dat een akoestisch onderzoek is uitgevoerd welke is toegevoegd als bijlage 3. De resultaten en conclusies van het akoestisch onderzoek worden hieronder weergegeven. Wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai De voorziene geluidsgevoelige objecten bevinden zich binnen de geluidscontouren van de volgende zoneplichtige (en niet zoneplichtige) geluidsbronnen: Rijksweg A15; Droespolderweg; Industrieterrein Botlek-Pernis; Industrieterrein Masavlakte-Europoort Naast de gezoneerde wegen zijn ook de 30 km/u wegen Rivierenlaan en de Frans Halsstraat meegenomen in het akoestische onderzoek.