[24bb004663] Bijlage 3 behorende bij 24bb004682 over Bijlagen bij het ontwerpbestemmingsplan 'Ostadehof'
Tekst van het document
2,00
0,60
2,50
2,50
5,50 2,20 2,80 0,0 0,60 2,00
16 december 2021
13,00 pagina 16 3,00 0,50 0,70 0,90 0,20 1,00 0,15 6,00 10,00 6,00 12,00 0,4 0,9 1,00 0,50
0,50
3,00 1,50 0,50 2,00
De Zeehond NvU
16 december 2021 pagina 16
raadsvergadering van:
16 december 2021
Bijlage 2. Normen fiets woonfunctie als bedoeld in artikel 17 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022
Tabel 4.3 Normentabel fiets niet-woonfuncties Functie
Opmerking
Kantoor Bedrijfsverzamelgebouw / Atelier
Aantal fietsparkeerplaatsen per 100 m² bvo, tenzij anders bepaald in de opmerking. Aandeel kort stallen (bezoek) 2 5% 2 5%
Verpleeghuis, hersteltehuis, hospice Per (woon-) eenheid;
0,2
55%
1e lijns gezondheidscentra (huisarts, tandarts, therapeut)
1
55%
Aan de parkeereis voor fietsen kan worden voldaan door deze in een gezamenlijke stalling uit te voeren. Hiervoor gelden de volgende normen: Soort woning (m2 gbo) Appartement <40 m² Appartement 40 tot 65 m² Appartement 65 tot 85 m² Appartement 85 tot 120 m² Appartement ≥120 m² Rij- en vrijstaande woningen Studentenhuizen
Aantal fietsparkeerplaatsen 2 2 3 3 4 5 1 per kamer
Dubbellaags parkeren is toegestaan, maar er moeten per woning altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn.
10. Bijlagen
Werken
Met een minimum van 10 Arbeidsintensief / bezoekersextensief 1 5% bedrijf (industrie, laboratorium, werkplaats etc.) Arbeidsextensief / 0,25 5% bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, transportbedrijf etc.) Winkelen Commerciële dienstverlening (en Met een minimum van 5 20% kantoren met baliefunctie) 10 Detailhandel inclusief kringloopwinkel 2,7 85% en apotheek Supermarkt Met een minimum van 2,9 85% 10 Mandjessupermarkt Met een minimum van 2,9 85% 10 Grootschalige detailhandel 0,4 85% Bouwmarkt, tuincentrum 0,4 85% Showroom, meubelzaak 0,4 85% Sport en Gymzaal, sporthal binnen (incl. 2,5 95% recreatie squash, tennis) Sportveld buiten (incl. tennisbaan) Normgrondslag: 61 (of 95% ha.
netto terrein maatwerk) Dansstudio, sportschool 5 90% Jachthaven Per ligplaats maatwerk Cultuur Museum 0,9 95% Bibliotheek 3 95% Bioscoop, theater, schouwburg 7,8 95% Sociaal cultureel centrum, 3 (of 95% wijkgebouw maatwerk) Religiegebouw maatwerk 90% Horeca Cafetaria/snackbar 9 90% Discotheek / feestruimte 18 90% Café / bar 10 90% Restaurant 10 80% Logies/pension Per kamer 0,4 50% Hotel Per kamer 0,4 50% raadsvergadering van: 16 december 2021 Onderwijs Crèche / peuterspeelzaal / Minimaal 3 1,9 0% raadsstuk 21bb16085 pagina 18 kinderdagverblijf bakfietsplaatsen Basisonderwijs Per lokaal 10 0% Voorbereidend dagonderwijs Per lokaal 15 11% (vmbo, havo, vwo) Beroepsonderwijs en WO Per lokaal 13 0% Zorg Ziekenhuis Per bed; 0,9 30%
Per behandelkamer
67
Oplaadpunten voor elektrische voertuigen
Oplaadpunten bij bestaande gebouwen met eigen parkeerterreinen
houden met de verwachte laadvraag. Daarnaast is het advies om de
DHet Bouwbesluit geeft minimumeisen. Het cluster Rotterdam Elektrisch adviseert om toekomstbestendig te bouwen door reke-
Bewoners en gebruikers van gebouwen die beschikken over par-
lancing’. Hierdoor wordt tegen relatief beperkte kosten voorkomen
ning te houden met de verwachte laadvraag. Daarnaast is het ad-
keerplaatsen op eigen terrein, kunnen geen oplaadpunten in de
dat bij uitbreiding van het aantal oplaadpunten een verzwaring van
vies om de oplaadpunten geschikt te maken voor ‘smart charging’
openbare ruimte aanvragen. Plaatsing van oplaadpunten op eigen
de elektriciteitsaansluiting nodig is. Raadpleeg voor een opmaat
en ‘load balancing’. Hierdoor wordt tegen relatief beperkte kosten
terrein valt onder de eigen verantwoordelijkheid van burgers en
advies het cluster Rotterdam Elektrisch van SO Mobilieit via Rot-
voorkomen dat bij uitbreiding van het aantal oplaadpunten een ver-
bedrijven, individueel of verenigd in een Vereniging van Eigenaren
terdamelektrisch@rotterdam.nl.
zwaring van de elektriciteitsaansluiting nodig is. Raadpleeg voor
(VvE).
oplaadpunten geschikt te maken voor ‘smart charging’ en ‘load ba-
een opmaat advies het cluster Rotterdam Elektrisch van SO Mobilieit via Rotterdamelektrisch@rotterdam.nl.
Een bestaand gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan 20 parkeerplaatsen in het gebouw
Zie de bijlage voor aanvullende informatie over oplaadpunten in
of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft met ingang van
nieuwbouw, de openbare ruimte, bestaande gebouwen en ingrij-
1 januari 2025 tenminste een oplaadpunt. Dit is geregeld in het
pende renovaties.
Bouwbesluit 2012, afdeling 5.4 “Laadinfrastructuur voor elektrisch
Oplaadpunten in de openbare ruimte
vervoer, nieuwbouw en bestaande bouw”. Voor gedetailleerde informatie verwijzen wij u naar de artikelen en toelichting in het
De oplaadpunten in de openbare ruimte (ook voor elektrische deel-
Bouwbesluit 2012: https://rijksoverheid.bouwbesluit.com/Inhoud/
auto’s) worden geplaatst in opdracht van de gemeente. Hiervoor
docs/wet/bb2012/hfd5/afd5-4
heeft de gemeente een concessieovereenkomst met een of meer-
https://r ijksoverheid.bouwbesluit .com/ Inhoud/doc s/wet /
dere marktpartijen. Het aantal oplaadpunten, welke type laadop-
bb2012_nvt/artikelsgewijs/hfd5/afdeling-5.4
lossingen en bij welke (parkeer)plaatsen is ten alle tijde maatwerk ken, prognose kaarten en andere afwegingscritera. Het e.a heeft
Oplaadpunten bij nieuwbouw of ingrijpende renovaties
invloed op de benodigde energie in het gebied en het ondergrond-
In het Bouwbesluit 2012, afdeling 5.4 “Laadinfrastructuur voor
se leidingennetwerk. Het is cruciaal dat de adviseur van het clus-
elektrisch vervoer, nieuwbouw en bestaande bouw” is een verplich-
ter Rotterdam Elektrisch van SO Mobiliteit betrokken wordt bij de
ting opgenomen dat bij de ontwikkeling van nieuwe bouwplannen
uitwerking. Zie ook het Kader voor de plaatsing van laadinfrastruc-
met meerdere parkeerplaatsen op hetzelfde terrein een minimum
tuur voor elektrische voertuigen mei 2020:
aantal oplaadpunten geïnstalleerd moeten worden en/of leidingen
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/elektrisch-rijden/Laadka-
doorgevoerd moeten worden naar parkeerplaatsen. Dit geldt ook
der-2020.pdf
voor ingrijpende renovaties.
en bepaalt de gemeente aan de hand van de laatste stand van za-
Voor gedetailleerde informatie verwijzen wij u naar de artikelen en toelichting in het Bouwbesluit 2012: https://rijksoverheid.bouwbesluit.com/Inhoud/docs/wet/bb2012/hfd5/afd5-4 https://r ijksoverheid.bouwbesluit .com/ Inhoud/doc s/wet / bb2012_nvt/artikelsgewijs/hfd5/afdeling-5.4 Het Bouwbesluit geeft minimumeisen. Het cluster Rotterdam Elektrisch adviseert om toekomstbestendig te bouwen door rekening te
68
De Zeehond NvU
10. Bijlagen
69
10.4 Welstandsnota gebiedscriteria
70
De Zeehond NvU
Welstandsnota gebiedscriteria Stempel- en strokenbouw Woongebieden van het type stempel- en strokenbouw zijn karakteristiek voor de wederopbouwperiode en kwamen tot stand tussen 1950 en 1970. Bij dit gebiedstype zijn bebouwing, openbare ruimte en groen in samenhang met elkaar ontworpen. Kenmerkend is dat de onderdelen van de openbare ruimte in elkaar overlopen; geheel omgrensde ruimtes komen niet voor. Gebouwen en groen werken samen als coulissen en vormen ‘schermen‘ in de ruimte. De bebouwing is eenvoudig en bestaat merendeels uit
en vormen daarmee samen een nieuwe herkenbare identiteit Verschijningsvorm
verschijningsvorm vormt nieuwe bebouwing samen met · Inbestaande bebouwing een nieuwe herkenbare identiteit. Nieuwbouw heeft een eenvoudige hoofdvorm (strook, blok, · rechthoek) en is als alzijdig volume ontworpen. en uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en andere · Aaningrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met de
Ruimtelijke inpassing
passen bij de sfeer en het karakter van het · Bouwinitiatieven groengebied. Verschijningsvorm
en uitbouwen en andere ingrepen aan het hoofdgebouw · Aanzijn in samenhang met de architectonische eenheid ontworpen.
gevelopbouw wordt gekenmerkt door een weefselstruc· De tuur, grote glasvlakken en zich herhalende gevelelementen.
wordt als compact volume ontworpen (geen optel· Bebouwing ling van verschillende volumes en elementen). wordt als alzijdig volume ontworpen (expeditie, · Bebouwing vuilopslag uit het zicht).
Materiaal, kleur en detaillering
Materiaal, kleur en detaillering
architectonische eenheid ontworpen.
lage eengezinswoningen, (portiek-)etageflats en hoge galerijflats. Er is veelal een doordachte gecomponeerde afwisseling tussen laag, middelhoog en hoog, in een aantal gevallen in een duidelijk herkenbaar repeterend patroon, de stempel. De verhouding en de schaal varieert per stempelgebied. Momenteel vindt in veel wijken van dit type een ingrijpende, grootschalige herstructurering
· oorspronkelijke bebouwing.
Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op die van de
Stedelijke groengebieden
plaats. Daarbij blijft de bestaande stedenbouwkundige structuur herkenbaar en wordt aangestuurd op een architectuur die past bij
Stedelijke groengebieden hebben een recreatieve functie die vaak
de bebouwing uit de wederopbouwperiode. Locaties nabij voor-
wordt gecombineerd met waterhuishoudkundige, educatieve en
zieningen en langs de stedenbouwkundige hoofdstructuur bieden
ecologische functies. Deze groengebieden zijn ontworpen op ver-
ruimte voor verbijzondering.
schillende stedelijke schaalniveaus, gerealiseerd in verschillende
Uitgangspunt van het ruimtelijke beleid en de welstandstoets is
perioden en erg belangrijk voor de groenstructuur van Rotterdam.
de transformatie van de uiterst belangrijke samenhang tussen
Stedelijke groengebieden zijn aangelegd in samenhang met het
bebouwing, openbare ruimte en (groen)structuur. Iedere ingreep,
omliggende woongebied en liggen meestal midden in het stede-
zowel bij beheer en onderhoud als bij nieuwbouw, dient te worden
lijke gebied. Binnen dit gebiedstype wordt onderscheid gemaakt
bekeken op basis van die samenhang.
tussen stadsparken, singels, volkstuinen en sportcomplexen. Om-
en detaillering zijn afgestemd op de sfeer van het · Materialen groengebied of het aangrenzende gebiedstype. worden zorgvuldig gedetailleerd. · Ingangspartijen Inrichtingselementen zijn van duurzaam, hoogwaardig mate· riaal passend bij de uitstraling van de omgeving. soorten hekwerken, leuningen en afrasteringen · Verschillende zijn transparant, van hoogwaardig materiaal en worden op elkaar afgestemd.
dat ze vaak in samenhang met elkaar zijn ontworpen (het ZuiderRuimtelijke inpassing
· semble van bebouwingsstroken die herhaald worden) of een Er is sprake van een ‘open verkaveling’ (een herkenbaar en-
park bijvoorbeeld omvat naast het park ook enkele volkstuinen sportcomplexen), vormen deze gebieden tezamen één gebiedstype. Uitgangspunt van het ruimtelijke beleid en de welstandstoets
‘halfopen verkaveling’ (gesloten ouwblokken samengesteld
is het handhaven of versterken van het contrast tussen het groe-
uit ken).
ne karakter van de stadsparken en het stedelijke gebied rondom,
Locaties nabij voorzieningen en langs de stedenbouwkundige
echter wel met inachtneming van de onderlinge verwevenheid in
· hoofdstructuur bieden ruimte voor verbijzondering. passen bij het samenhangende geheel van · Bouwinitiatieven hoge en lage bebouwing, openbare ruimte en groenstructuur
stedenbouwkundig opzicht. Belangrijk voor de bebouwing is dat deze alzijdig is en aansluit bij het karakter van het groengebied.
Bron: Welstandsnota Rotterdam
10. Bijlagen
71
De Zeehond.
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Notitie 22200318.n01a Rivierenlaan Rozenburg – ruimtelijke ordening Beoordeling geurhinder
Datum: 16 september 2022
Lodewijck Groep B.V. De heer K. Ellenbroek Beechavenue 139 1119 RB SCHIPHOL-RIJK k.ellenbroek@lodewijckgroep.nl
Auteur: De heer J. Pels MSc
Adviseur/goedgekeurd: De heer ing. H. Groothedde
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl | kvk 0909.2661 ISO 9001:2015 | btw NL8053.02.530.B01
DENKKRACHT
IN
Opdrachtgever:
SPA WNP ingenieurs
22200318.n01a
Inleiding Voor de beoogde woningbouw aan de Rivierenlaan 18 in Rozenburg zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Het plangebied ligt binnen de geurcontouren van het industrieterrein ‘Botlek-Pernis’ en het industrieterrein ‘Europoort – Maasvlakte’. Het doel van dit onderzoek is om te beoordelen of bij de geprojecteerde woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van de geurhinder, veroorzaakt door bedrijven op de genoemde bedrijventerreinen. Daarnaast moeten de nieuwe woningen geen belemmering vormen voor de bedrijfsvoering op het industrieterrein. Situatie De nieuwbouw wordt beoogd op de oude zwembadlocatie aan de Rivierenlaan 18 in Rozenburg. Het plan voorziet in 44 grondgebonden woningen. In afbeelding 1 is de locatie van het plan weergegeven. Afbeelding 1: Beoogde situatie 44 grondgebonden woningen aan de Rivierenlaan 18 in Rozenburg
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
22200318.n01a
In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich geen geurrelevante bedrijven. De locatie bevindt zich in op de rand van de woonwijk, tussen de woningen aan de Van Ostradelaan en het appartementengebouw aan de Merwedestraat. In zuidelijke richting bevindt zich een groenstrook en sloot, met daarachter verkeerswegen (Droespolderweg, spoorbaan en A15) en de Brittanniëhaven. De afstand tot het haven- en industriegebied is circa 250 meter. De meeste nabijgelegen logistieke bedrijven (container-, autoterminal e.d.) in zuidelijke richting zijn niet geurrelevant. De meest nabijgelegen geurbronnen bevinden zich op circa 1 km afstand vanaf de planlocatie, bij de petrochemische industrie aan de overkant van de Brittanniëhaven en bij de tankterminal ten westen van Rozenburg op circa 1,5 km afstand. Geurbronnen bij deze bedrijven betreffen emissies van vluchtige organische stoffen (VOS), bijvoorbeeld bij op- en overslag van de olieproducten in de opslagtanks. Rozenburg is verder langs westelijke en oostelijke richting door industrie- en havengebied omsloten. In het Rijnmondgebied bevinden zich een groot aantal bedrijven, die geurhinder kunnen veroorzaken. Het gebied kenmerkt zich vooral door petrochemische industrie en tankopslagbedrijven. Beoordelingskader Het geurbeleid in Nederland is gedecentraliseerd.
De algemene landelijke geurbeleidslijn is beschreven in de Herziene Nota Stankbeleid uit 1994 en in aanvulling daarop in de Brief rijksbeleid geur uit 1995. Het geurbeleid, zoals vastgelegd in de brief uit 1995 is verder uitgewerkt in een stappenplan voor het bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau. Sinds december 2012 is deze opgenomen in hoofdstuk 3 van de handleiding geur: "Bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen)". De essentie van het geurbeleid is het voorkomen van nieuwe hinder. Voor het aspect geur in de ruimtelijk planvorming is er geen specifieke wetgeving geur van bedrijven (uitgezonderd veehouderijen). De bescherming tegen geurhinder van bedrijven is geregeld via algemene geurvoorschriften in het Activiteitenbesluit. Daarnaast kunnen geurvoorschriften staan in een maatwerkbesluit of omgevingsvergunning. Rozenburg bevindt zich binnen het Kerngebied Rijnmond. Voor het Kerngebied Rijnmond is in 2005 een lokale/regionale geuraanpak vastgesteld. Deze geuraanpak past binnen het landelijk beleid geur en is toegesneden op de bijzondere situatie in het haven- en industriegebied Rijnmond, waarbij rekening moet worden gehouden met de cumulatie van geuren, die afkomstig zijn van de vele bedrijven die in de directe omgeving van elkaar zijn gelegen.
Dit is vastgelegd in de Geuraanpak kerngebied Rijnmond (2005) en de het Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland (Actualisatie 2019). Het beleid kan als volgt worden samengevat: Het streven is dat geen geur van de inrichting buiten de terreingrens waarneembaar mag zijn. Dit streven wordt via maatregelen en een algemene zorgplicht voor bedrijven, om continu te werken aan vermindering van (kans op) geuremissies, vastgelegd in de vergunning. Aan het uitgangspunt 'het voorkomen van additionele bijdragen van geur(hinder) aan de aanwezige hoge geurbelasting van het Rijnmondgebied' wordt invulling gegeven door het toepassen van de Best Beschikbare Technieken (BBT) volgens de Europese richtlijn Industriële Emissies (2010-75-EC), onder in beschouwing nemen van de specifieke bedrijfssituatie en geurhindersituatie.
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
22200318.n01a
Daarbij wordt in de praktijk een indeling in drie maatregelniveaus onderscheiden, die als 'vangnet-voorschrift' worden opgenomen in de vergunning: · Maatregelniveau I: 'buiten de terreingrens mag geen geur afkomstig van de inrichting waarneembaar zijn'; · Maatregelniveau II: 'ter plaatse van een geurgevoelige locatie mag geen geur afkomstig van de inrichting waarneembaar zijn'; · Maatregelniveau III: 'ter plaatse van een geurgevoelige locatie mag geen geuroverlast veroorzaakt worden door de inrichting'. Voor gevoelige objecten in woonwijken (categorie I) wordt gestreefd naar het realiseren van een zo hoog mogelijk beschermingsniveau. DCMR streeft ernaar dat alle bedrijven binnen het kerngebied zodanige maatregelen en voorzieningen treffen, conform de IPPC-richtlijnen (Beste Beschikbare Technieken, BBT), dat wordt voldaan aan maatregelenniveau I. Slechts in specifieke situaties, bijvoorbeeld als dit niveau niet economisch en technisch haalbaar blijkt, wordt op respectievelijk maatregelniveau II en III teruggevallen. Onderzoek DCMR berekent de verwachte geurbelasting, afkomstig van de grote industrie in het Rijnmondgebied. Daarbij wordt gebruik van de informatie over de geuremissie, die is vastgelegd in de vergunning van de geurrelevante bedrijven. Bij het berekenen van de totale geurbelasting wordt de geurbijdrage per bedrijf bij elkaar opgeteld.
Het resultaat is een zogenaamde gecumuleerde geurbelasting als 98-percentielwaarde. Dit houdt in dat de geurbelasting gedurende 98% van de tijd van het jaar gelijk of lager is dan de berekende geurbelasting en gedurende 2% van de tijd hoger zal zijn dan de berekende geurbelasting. Op de kaart ‘geurhinder’ van DCMR is de huidige vergunde gecumuleerde geurbelasting weergegeven. Indien een vergunning aangepast wordt, er een nieuw bedrijf komt of er verdwijnt een bedrijf, dan wordt de geurbelasting opnieuw bepaald. Uit de geurhinderkaart volgt de ligging van de hindergrens en de ernstige hindergrens. De hiervoor gehanteerde gebieden zijn: · Hindergrens: bij geurbelasting ≤ 0,5 ouE/m³ als 98-percentiel is geen sprake van geurhinder; · Ernstige hindergrens: bij geurbelasting > 5,0 ouE/m³ als 98-percentiel is ernstige geurhinder waarschijnlijk. In afbeelding 2 is te zien dat het plangebied is gelegen binnen het gebied waarin de geurbelasting hoger is dan 0,5 ouE/m³ tot maximaal 1,0 ouE/m³ als 98-percentiel. Binnen dit gebied zal af en toe geur waarneembaar zijn. Maar er is geen sprake van ernstige geurhinder. Daarnaast wordt een dalende trend verwacht voor de geurbelasting en daarmee in geurhinder en geurklachten, als gevolg van verdergaande maatregelen bij de industrie en de scheepvaart.
Bij effectieve uitvoering van de Geuraanpak Rijnmondgebied bij vergunningverlening mag worden verwacht dat geen nieuwe geurhinder ontstaat.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
22200318.n01a
Afbeelding 2: Geurhinderkaart Rotterdam van DCMR (met indicatie van de planlocatie toegevoegd)
Planlocatie
Rozenburg is aan drie zijden (west, zuid en oost) door industrieterrein omsloten. Gebieden met een hogere geurbelasting dan 1,0 ouE/m³ als 98-percentiel bevinden zich in (noord)westelijke en in oostelijke richting. De geurcontouren van 0,5 ouE/m³ als 98-percentiel (als richtwaarde voor een goede milieukwaliteit) liggen tot op een afstand van circa 10 km vanaf de industriële bronnen in het havengebied. De planlocatie bevindt zich in een woonwijk tussen woningen aan de Van Ostradelaan (west) en het appartementengebouw aan de Merwedestraat (oost). De afstand van de eerstelijns bebouwing tot het industrieterrein blijft gelijk. Conclusie Omdat het plangebied nauw aansluit op de bestaande eerstelijns woonbebouwing, zal de geurbelasting ter plaatse van het plangebied gelijk zijn met de geurbelasting bij de bestaande woningen. Andersom zal de ontwikkeling geen beperking vormen voor de activiteiten op het industrieterrein, omdat de eerstelijns woonbebouwing niet dichterbij het industrieterrein komt te liggen. De geurbelasting bij de voorgenomen woningen wordt daarom aanvaardbaar geacht. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het aspect ‘geur’.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 5
RIVIERENLAAN 18 ROZENBURG Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai en industrielawaai
RIVIERENLAAN 18 ROZENBURG
Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai en industrielawaai
Rapportnummer: Status: Datum:
22-08990.R01.V03 definitief 17 juli 2023
In opdracht van:
Lodewijck groep Beechavenue 139 1119 RB Schiphol-Rijk
Uitgevoerd door:
Alcedo B.V. Postbus 140 Ondernemersweg 3 Contactpersoon: Telefoon: Internet: E-mail:
7450 AC Holten 7451 PK Holten ing. B. H. Willighagen & ing. J. Bruinsma 085 – 822 99 00 www.alcedo.nl erik.willighagen@alcedo.nl jordy.bruinsma@alcedo.nl
© Alcedo B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie, of anderszins zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever van deze uitgave of Alcedo B.V..
INHOUD SAMENVATTING
4
1
INLEIDING
8
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.4
10 10 10 10 10 11
2.5
GELUIDNORMEN Wetgeving en beleid Wet geluidhinder Aandachtsgebied Grenswaarden Gemeentelijk geluidbeleid Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling en aanvullende notitie Nestgeluid en scheepvaartgeluid
3 3.1 3.2 3.3
WEGVERKEERSLAWAAI Verkeersgegevens Rekenmodel Rekenresultaten en beoordeling
14 14 15 15
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4
GELUID VAN INDUSTRIE Gezoneerd industrieterrein Botlek-Pernis De planlocatie en RAK en aanvullende notitie Uitgangspunten voor de berekeningen Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Industrieterrein Maasvlakte-Europoort Nest- en scheepvaartgeluid Nestgeluid Scheepvaartgeluid Beoordeling op basis van gemeentelijk geluidbeleid
17 17 17 18 19 20 21 21 22 23
5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.3 5.4 5.4.1
MAATREGELEN Afweging maatregelen Tuinafscherming Silent Air systeem Dove gevel Te treffen maatregelen Eindresultaat Hogere grenswaarden Geluidwering van de gevel
25 25 25 27 28 28 29 29 30
13 13
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 2
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Figuren Invoergegevens rekenmodellen Rekenresultaten wegverkeerslawaai Rekenresultaten industrielawaai Rekenresultaten na maatregelen Industrielawaai en nestgeluid gecumuleerd
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 3
SAMENVATTING Alcedo heeft een geluidsonderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en naar industrielawaai voor de oude zwembadlocatie aan de Rivierenlaan 18 te Rozenburg. De globale ligging van de planlocatie is weergegeven in de volgende figuur.
Planlocatie
Figuur 1 Globale ligging planlocatie en omgeving In de omgeving van het plan liggen wegen en gezoneerde industrieterreinen die ervoor zorgen dat het plan wordt belast met geluid. Het betreft de volgende wegen/industrieterreinen: Rijksweg A15; Droespolderweg; Industrieterrein Botlek-Pernis; Industrieterrein Maasvlakte-Europoort. Aanvullend is ook het geluid bepaald vanwege nestgeluid van Botlek-Pernis en MaasvlakteEuropoort en scheepvaartgeluid. De spoorlijn is in 2021 aangepast door de ingebruikname van het Theemswegtracé. Ten gevolge daarvan is ter hoogte van het plan de geluidzone van de spoorlijn 100 meter. Het huidige plan ligt op circa 180 meter afstand van de ten zuiden gelegen spoorlijn. Om deze reden is railverkeerslawaai buiten beschouwing gelaten. Het geluid wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. Het nestgeluid en het scheepvaartgeluid worden niet getoetst aan de Wet geluidhinder of het gemeentelijk geluidbeleid. Wel wordt het nest- en
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 4
scheepvaartgeluid meegenomen bij het bepalen van de geluidwering van de gevels voor de aanvraag van de Omgevingsvergunning. Uit het onderzoek blijkt dat vanwege wegverkeer bij de planlocatie aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan. Ook wordt vanwege het geluid van MaasvlakteEuropoort aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Vanwege het geluid van industrieterrein Botlek-Pernis wordt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) overschreden. Ook wordt de maximaal toelaatbare waarde van 60 dB(A) (na het toepassen van de zeehavennorm) overschreden. De woningen waarvoor de maximaal toelaatbare waarde wordt overschreden worden de geveldelen doof toegepast. Doof houdt in dat deze delen geen (of alleen in uitzonderingssituaties) te openen delen bevat. Aan het gemeentelijk geluidbeleid met betrekking tot geluidsluwe gevels en geluidsluwe buitenruimtes kan grotendeels niet worden voldaan. Door een combinatie van tuinafschermingen van 1,8 meter (met hoekschermen van 2,4 meter voor de hoogst belaste woningen op de hoeken) en het toepassen van Silent Air systemen wordt geconcludeerd dat zo goed mogelijk aan het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan. Daarnaast is sprake van extra compensatie doordat ook wordt voorzien in de mogelijkheid om de woningen te koelen. Hiermee kan overwogen worden dat bij de woningen sprake is van een acceptabel woon-en leefklimaat.
Een overzicht van de maatregelen (en de locatie daarvan binnen het plan) is weergegeven in de volgende figuur.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 5
Figuur 2 Overzicht van voorgenomen maatregelen In de volgende tabel zijn de vast te stellen hogere waarden samengevat.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 6
Tabel 1
Aan te vragen hogere waarden vanwege industrieterrein Botlek Hoogte [m]
Aantal
Aan te vragen hogere waarde Lden [dB]
Zuidwestgevel blok 5
4,5
16
60
B-010 C-016 t/m C020 D-001 t/m D008 E-001 t/m E005 C-012 t/m C014 B-009 & B-012 t/m B014 B-011
Oostgevel blok 3
7,5
1
60
Oostgevel blok 4
7,5
5
60
Zuidwestgevel blok 1
7,5
8
60
Zuidwestgevel blok 2
7,5
5
60
Oostgevel blok 4
7,5
3
59
Oostgevel blok 3
7,5
4
59
Oostgevel blok 3
7,5
1
60*
C-015
Oostgevel blok 4
7,5
1
56
Punt
Omschrijving
A-001 t/m A016
* Op de tweede verdieping, inclusief 1 dB reductie door bijvoorbeeld een Silent Air constructie.
Omdat industrielawaai de bepalende geluidbron is voor het geluid, wordt door DCMR het onderstaande spectrum aanbevolen bij de dimensionering van de gevelmaatregelen. Tabel 2
Spectrum industrielawaai
Octaafband [Hz]
63
125
250
500
1000
2000
4000
Correctiewaarde Ci
-9
-10
-7
-6
-7
-15
-29
Geconcludeerd wordt dat na het toepassen van de afscherming en de Silent Air zo goed mogelijk wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 7
1
INLEIDING Alcedo heeft een geluidsonderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en naar industrielawaai voor de oude zwembadlocatie aan de Rivierenlaan 18 te Rozenburg. De globale ligging van de planlocatie is weergegeven in de volgende figuur.
Planlocatie
Figuur 3 Globale ligging planlocatie en omgeving De indeling van het plan is weergegeven in de volgende figuur.
Blok 1 Blok 2
Blok 3
Blok 4 Blok 5
Figuur 4 Indeling van het plan
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 8
In de omgeving van het plan liggen wegen en gezoneerde industrieterreinen die ervoor zorgen dat het plan wordt belast met geluid. In dit rapport wordt inzicht gegeven in de geluidsituatie van het plan. Dit wordt getoetst aan de wettelijke normen en het gemeentelijke geluidbeleid.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 9
2
GELUIDNORMEN
2.1
Wetgeving en beleid De wettelijke geluidnormen voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). Naast wettelijke normen gebruiken gemeenten ook eigen beleid. In dit beleid zijn aanvullende voorwaarden opgenomen waarmee rekening gehouden moet worden. In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste wettelijke normen en beleidsvoorwaarden samengevat.
2.2
Wet geluidhinder
2.2.1
Aandachtsgebied Volgens de Wet geluidhinder hebben alle verkeerswegen een zone waarbinnen een geluidonderzoek verplicht is als nieuwe woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. In de volgende tabel worden de zones weergegeven die voor dit onderzoek van belang zijn. Tabel 3
Zonebreedten wegen
Weg(en) Droespolderweg Rijksweg A15
Situatie Buitenstedelijk Buitenstedelijk
Aantal rijstroken 1 of 2 5 of meer
Zonebreedte [m] 200 600
In de omgeving van het plan liggen ook 30 km/uur wegen. Deze wegen hoeven vanuit de Wet geluidhinder niet bij het onderzoek te worden betrokken. Omdat deze wegen wel invloed kunnen hebben op de totale geluidsituatie, zijn deze wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel meegenomen in het onderzoek. Daarnaast hebben sommige industrieterrein met grote lawaaimakers een zone (‘gezoneerd industrieterrein’). De planlocatie ligt binnen de zone van het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernis en Maasvlakte- Europoort.
2.2.2
Grenswaarden In de Wet geluidhinder zijn voorkeursgrenswaarden opgenomen voor de geluidbelasting van woningen. Als de geluidbelasting binnen deze grens blijft, kan het plan worden gerealiseerd. Als de geluidbelasting hoger is, kan onder voorwaarden door burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere grenswaarde heeft echter ook een plafond. De hoogte van dit plafond is afhankelijk van de situatie. In de volgende tabel zijn de voorkeursgrenswaarden en de hoogst mogelijke grenswaarden weergegeven.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 10
Tabel 4
Voorkeursgrenswaarde en hoogst mogelijke grenswaarden verkeers- en industrielawaai
Bestemming
Woning stedelijk gebied wegverkeerslawaai Woning binnen zone van auto(snel)weg wegverkeerslawaai Woning binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein Woning binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein met zeehaven gebonden activiteiten 1)
Voorkeursgrenswaarde
Hoogst mogelijke grenswaarde
48 dB
63 dB
48 dB
53 dB
50 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
60 dB(A)1)
Als sprake is van zeehaven gebonden activiteiten bij een gezoneerd industrieterrein dan kan op basis van de zeehavennorm de hoogst mogelijke grenswaarde worden opgehoogd naar 60 dB(A).
De voor de planlocatie relevante activiteiten op (in ieder geval) industrieterrein Botlek-Pernis spelen zich voor een deel noodgedwongen in de buitenlucht af waardoor een effectieve bronbestrijding vaak niet goed mogelijk is. Ook ligt verplaatsing niet voor de hand vanwege de industriële ontwikkeling van een grootschalig havengebied. Deze activiteiten zijn daarmee zeehavengebonden zoals bedoeld in artikel 50 en 60 van de Wet geluidhinder. De woningen worden bovendien gebouwd aansluitend aan het bestaande woongebied en vormen een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied. Daarom kan gebruik gemaakt worden van de zogenaamde zeehavennorm met een hoogst mogelijke grenswaarde van 60 dB(A). Als een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld, moet ook worden bepaald hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. De gecumuleerde geluidbelasting is de totale geluidbelasting van alle geluidbronnen die onder de Wet geluidhinder vallen. De hogere grenswaarde kan alleen worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar blijft. Gedetailleerde informatie over de Wet geluidhinder is online beschikbaar via https://www.overheid.nl/.
2.3
Gemeentelijk geluidbeleid Rozenburg ligt binnen de gemeente Rotterdam. De gemeente Rotterdam heeft geluidbeleid opgesteld. Dit is verwoord in het document ‘Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder – Voor bouw- en bestemmingsplannen in de gemeente Rotterdam’ d.d. december 2006. Geluidluwe gevel en de buitenruimte Eén van de criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en buitenruimte. De meeste woningen hebben een ruimte die bedoeld is als buitenruimte. Als er geen buitenruimte aanwezig is, wordt met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel voldoende kwaliteit gerealiseerd. Als een woning meerdere buitenruimten heeft, is het voldoende als één buitenruimte is gelegen aan de geluidluwe zijde. Aan
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 11
bewoners wordt de mogelijkheid geboden om aan de geluidluwe zijde van de woning te verblijven. In het volgende overzicht staan de hoogst toelaatbare geluidbelastingen voor geluidluwe gevels en buitenruimten per geluidbron. Bij het rekenkundig bepalen van de geluidbelasting moet worden uitgegaan van de waarneemhoogten waarop geluidhinder daadwerkelijk te verwachten is. Tabel 5
Eisen geluidluwe gevels
Geluidbron
Grenswaarde ‘geluidluw’
Wegverkeer 53 dB Spoor-, tram- en metroverkeer Industrie
55 dB 50 dB(A)
Toelichting De toetsing vindt plaats voor het totaal van alle wegen, na aftrek conform artikel 3.6 Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 De toetsing vindt plaats voor het totaal van alle trajecten De toetsing vindt plaats voor het totaal van alle industrieterreinen
Uitzonderingssituaties In de praktijk kan het om stedenbouwkundige redenen wenselijk zijn om buitenruimten aan de geluidbelaste zijde te situeren, bijvoorbeeld vanwege de aanwezigheid van zon. Deze situatie wijkt af van het ontheffingsbeleid. Ook kan om reden van volkshuisvesting of stedenbouw een woning geheel op een geluidbelaste zijde zijn georiënteerd, bijvoorbeeld bij studentenwoningen of starterswoningen. Om geluidhinder zoveel mogelijk te voorkomen, moet in dat geval gezocht worden naar alternatieve oplossingen. In het voorliggende onderzoek is rekening gehouden met het treffen van compenserende maatregelen. Als niet aan één of meer aan het ontheffingsbeleid verbonden voorwaarden wordt voldaan, kan de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek doen aan de DCMR om voor dat plan af te wijken van het vastgestelde ontheffingsbeleid. Het plan moet dan in ieder geval voldoende aandacht schenken aan de leefomgevingskwaliteit. Dove gevel Van een dove gevel is voortaan ook sprake als een gevel delen bevat die in bijzondere omstandigheden moeten kunnen worden geopend, mits achter deze delen geen geluidgevoelige ruimte is gelegen. Wat betreft te openen delen, valt te denken aan een nooduitgang. Om onduidelijkheden te vermijden en interpretatieverschillen te voorkomen is in de volgende tabel aangegeven wanneer en onder welke omstandigheden sprake is van een dove gevel.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 12
Figuur 5 Toegestane uitwerkingen dove gevel
2.4
Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling en aanvullende notitie In het document Regionaal afsprakenkader geluid en ruimtelijke ontwikkeling (hierna: RAK) is aangegeven hoe de geluidbelastingen op het plan vanwege de gezoneerde industrieterreinen Botlek- Pernis en Maasvlakte-Europoort afgelezen kunnen worden aan de hand van geluidscontouren. Daarnaast kunnen volgens de notitie ‘Bepaling geluidbelasting minder belaste gevels’ met documentnummer 22102437 d.d. 20 maart 2016 de geluidbelastingen op overige gevels bepaald worden.
2.5
Nestgeluid en scheepvaartgeluid De Raad van State heeft geoordeeld dat nestgeluid (geluid geproduceerd door de aggregaten en of hoofdmotoren van afgemeerde schepen) als onderdeel van industrielawaai moet worden beschouwd. Voor het huidige plan geldt dat nest niet meegenomen wordt bij het bepalen van hogere waarden. Voor het berekenen van de benodigde gevelwering wordt wel rekening gehouden met nestgeluid. Naast nestgeluid is ook sprake van scheepvaartgeluid. Hiervoor is geen wettelijk toetsingskader voorhanden. Voor de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening, wordt het scheepvaartgeluid wel onderzocht. Ook wordt scheepvaartgeluid meegenomen bij de bepaling van de geluidwering.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 13
3
WEGVERKEERSLAWAAI
3.1
Verkeersgegevens De verkeersgegevens voor de berekening van de geluidbelasting zijn, voor wat betreft de lokale wegen, afkomstig van het RVMK . De gegevens betreffen een prognose voor de jaren 2030 en 2040. Om de gegevens voor 2033 te verkrijgen is de autonome groei tussen 2030 en 2040 berekend. De berekende autonome groei voor elke weg is vervolgens gehanteerd om van 2030 naar 2033 te rekenen. Uit de berekening blijkt dat er nauwelijks sprake is van groei (<0,5 %). Als worst- case benadering is voor de wegen een autonome groei van 1,5 % gehanteerd. Van sommige omliggende wegen zijn geen gegevens aanwezig of zijn de etmaalintensiteiten dusdanig laag dat het akoestisch effect verwaarloosbaar is. Om deze reden zijn deze wegen niet meegenomen in het onderzoek. Voor de Rivierenlaan is worst-case aangenomen dat de etmaalintensiteit gelijk is aan de weg Frans Halsstraat. Voor de verkeersgeneratie van het plan is uitgegaan van Koop, huis, tussen/hoek voor een sterk stedelijk gebied ‘Rest bebouwde kom’ op basis van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’. Hiervoor bedraagt de verkeersgeneratie ten hoogste 7,5 motorvoertuigen per etmaal. Aangenomen wordt dat de helft vanuit de oostelijke richting van de Rivierenlaan van- en naar het plan rijdt en de andere helft vanuit de westelijke richting van de Rivierenlaan.
De verkeersgegevens van de rijksweg zijn ontleend aan het wettelijk geluidsregister, peildatum 9 juni 2023. Het geluidsregister bevat de verkeersgegevens die zijn afgestemd op de wettelijk toegestane geluidsproductie van de rijksweg. In de volgende figuur zijn enkele relevante verkeers- en verhardingsgegevens van de lokale wegen samengevat.
Droespolderweg 3.269-8.545 mvt/etm 50-80 km/uur
Frans Halsstraat 402-1.179 mvt/etm 30 km/uur
DAB 2 laags ZOAB Elementen verharding
Rijksweg A15 10.104-30.028 mvt/etm 100 km/uur
Planlocatie
Rivierenlaan 540 mvt/etm 30 km/uur
Figuur 6 Verkeers- en verhardingsgegevens lokale wegen 2033
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 14
3.2
Rekenmodel Met een rekenmodel zijn de geluidniveaus ter plaatse van de nieuwe woningen berekend. Daarbij is uitgegaan van de volgende ontwerpgegevens het plan: Tekening schetsontwerp Rozenburg d.d. 11-05-2023 van Kampman Architecten; De berekeningen zijn uitgevoerd volgens standaard rekenmethode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In dit driedimensionale model zijn onder andere wegen, verharde vlakken, gebouwen, geluidschermen en kruispunten opgenomen. De geluidbelastingen zijn berekend op iedere verdieping van de gebouwen. In de onderstaande figuur is een impressie van het rekenmodel opgenomen.
Figuur 7 Impressie rekenmodel De invoergegevens zijn in bijlage 2 opgenomen.
3.3
Rekenresultaten en beoordeling De gepresenteerde geluidbelastingen per weg zijn inclusief correctie artikel 110g Wgh. De gecumuleerde geluidbelasting is exclusief correctie artikel 110g Wgh. De invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 3. Rijksweg A15 De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Rijksweg bedraagt ten hoogste 44 dB inclusief 2 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Droespolderweg De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Droespolderweg bedraagt ten hoogste 43 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 15
30 km/uur wegen De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de 30 km/uur wegen bedraagt ten hoogste 47 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor geluidsgezoneerde wegen voldaan. De Rivierenlaan is met een geluidbelasting van 47 dB de maatgevende weg. Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidbelasting van de wegen samen bedraagt bij de woningen ten hoogste 53 dB exclusief correctie artikel 110g Wgh. Deze gecumuleerde geluidbelasting treedt op bij de tweede verdieping van de 5 meest oostelijk gelegen woningen van blok 5. Wegverkeerslawaai vormt hiermee geen belemmering voor realisatie van de woningen. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat vanuit het oogpunt van wegverkeerslawaai.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 16
4
GELUID VAN INDUSTRIE
4.1
Gezoneerd industrieterrein Botlek-Pernis
4.1.1
De planlocatie en RAK en aanvullende notitie Het werkgebied van het RAK bestaat uit het havengebied en de daaromheen liggende gebieden. Deze werkingsgebieden zijn opgedeeld in groene, oranje en rode gebieden. De gebieden zijn ingedeeld tot de 55 dB(A) contour (groen), 55 dB(A) tot en met 60 dB(A) (oranje) en hoger dan 60 dB(A) (rood). De ligging van de planlocatie in de werkingsgebieden vanwege het gezoneerde industrieterrein Botlek is weergegeven in de volgende figuur.
Planlocatie
Planlocatie
Figuur 8 Ligging planlocatie en zones van gezoneerde industrieterrein globaal (links) en ingezoomd (rechts) volgens bijlage 1 van het RAK De planlocatie ligt gedeeltelijk in het rode gebied en gedeeltelijk in het oranje gebied. Volgens afspraak B6 wordt door gemeenten afgezien van het ontwikkelen van woningbouwplannen en ander hindergevoelige objecten binnen het rode gebied. Voor dit plan geldt alleen dat een gedeelte van het plan (blok A) binnen het rode gebied valt. Alle overige woningen vallen binnen de oranje zone. Volgens afspraak B7 van het RAK is het ontwikkelen van woningbouwplannen in de oranje zone alleen mogelijk indien de plannen zijn opgenomen op de lijst in bijlage 3 van het RAK. Voor dit plan geldt dat het opgenomen is in bijlage 3 waarin het plan aangemerkt wordt als potentiële woningbouwlocatie binnen het 55 dB(A) contour. Dit is weergegeven in de volgende figuur.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 17
Planlocatie
Figuur 9 Planlocatie aangemerkt als potentiële woningbouwlocatie in bijlage 3 van het RAK
4.1.2
Uitgangspunten voor de berekeningen Voor de berekeningen van het geluid vanwege het gezoneerde industrieterrein Botlek is gebruik gemaakt van de model ‘C2BP-MTG_GM4.41-NAP’ontvangen van DCMR. Het geluid op de maatgevende gevels van de planlocatie vanwege het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernis moet afgelezen worden aan de hand van geluidscontouren volgens artikel 21 van het RAK. Om het geluid op de overige gevels te bepalen moeten de stappen volgens het document ‘Bepaling geluidbelasting minder belaste gevels’ met documentnummer 22102437 d.d. 20 maart 2016 gehanteerd worden. In het rekenmodel is ter hoogte van Rozenburg een langgerekt hoog gebouw opgenomen. Dit gebouw is in werkelijkheid niet aanwezig en leidt tot onrealistische geluidsbelastingen ter hoogte van het plangebied. In overleg met DCMR en de gemeente Rotterdam is van het stappenplan en de aanvullende notitie afgeweken en besloten om het geluid (inclusief bebouwing van het plan en eventuele
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 18
afscherming) door te rekenen. Hierbij is de het langgerekte hoge gebouw die voor de onrealistisch berekening zorgde gedeeltelijk verwijderd. Het model is dusdanig aangepast dat de resultaten die berekend worden, overeenkomen met de contouren volgens het RAK.
Gedeeltelijke verwijdering
Figuur 10
4.1.3
Ligging langgerekte gebouw ten opzichte van de planlocatie
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus De contouren volgens het RAK en de planlocatie zijn weergegeven in de volgende figuur. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Planlocatie
58 dB(A) contour
59 dB(A) contour
60 dB(A) contour
Figuur 11
Ligging relevante geluidcontouren ten opzichte van planlocatie
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 19
Hieruit blijkt dat dat er ter plaatse van de planlocatie sprake is van een geluidbelasting hoger dan 61 dB(A) op het zuidelijk gelegen blok (Blok 5). Op de overige bebouwing is sprake van geluid van 60 dB(A) of 59 dB(A). In de volgende figuur zijn de berekende resultaten weergegeven ter plaatse van alle woningen.
Figuur 12
Berekende geluidbelasting ter plaatse van de planlocatie vanwege Botlek-Pernis
Uit de resultaten blijkt dat zowel de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) als de maximaal toelaatbare waarde van 55 dB(A) overschreden wordt. Alleen op de 1ste en 2de verdieping van de ten noorden gelegen blokken wordt aan de voorkeursgrenswaarde voldaan. Met toepassing van de zeehavennorm wordt alleen op de 2de verdieping van het zuidelijk gelegen blok (Blok 5) de maximaal toelaatbare waarde van 60 dB(A) overschreden.
4.2
Industrieterrein Maasvlakte-Europoort In de volgende figuur zijn de contouren van Maasvlakte-Europoort ten opzichte van de woningen van het plan weergegeven.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 20
Planlocatie
Figuur 13
Ligging geluidscontouren Maasvlakte-Europoort
Hieruit blijkt dat het geluid vanwege Maasvlakte-Europoort lager is dan 50 dB(A). Hiermee wordt er bij de planlocatie overal aan de voorkeursgrenswaarde voldaan.
4.3
Nest- en scheepvaartgeluid Na het bepalen van het geluid vanwege de gezoneerde industrieterreinen Botlek en Maasvlakte-Europoort wordt ook het geluid vanwege nest- en scheepvaartgeluid op het plan bepaald. Hiervoor zijn de modellen/brongegevens gehanteerd zoals ontvangen door de Port of Rotterdam.
4.3.1
Nestgeluid Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege nestgeluid van Botlek-Pernis ten hoogste 60 dB(A) bedraagt. De berekende geluidbelastingen zijn weergegeven in de volgende figuur.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 21
Figuur 14
Berekende geluidbelasting ter plaatse van de planlocatie vanwege nestgeluid van Botlek-Pernis
Ook het nestgeluid van industrieterrein Maasvlakte-Europoort is berekend. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste 49 dB(A) bedraagt vanwege nestgeluid van Maasvlakte Europoort.
4.3.2
Scheepvaartgeluid Uit de resultaten is gebleken dat de geluidbelasting ten hoogste 47 dB(A) bedraagt. Er is geen formeel toetsingskader voor scheepvaartgeluid. Vanwege de hinderlijkheid is in overleg met de gemeente Rotterdam scheepvaartgeluid beoordeeld als railverkeerslawaai. Hiervoor geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Scheepvaartgeluid vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan, maar wordt voor de goede orde wel meegenomen bij de bepaling van de geluidwering van de gevels.
22-08990.R01.V03 / definitief / 17 juli 2023 22