CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004637] Bijlage 13 behorende bij 24bb005959 over NvU Codrico

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 17 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting21.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 kadevloer, 3 hoofd buitenruimtetypen, 5 hoofdroutes en meerdere doorsteken naar het water. De doorgaande kade verloopt van west naar oost van maat (23 naar 16 meter), van sfeer (rauw naar chique) en van beplantingsstructuur (losse strooiing naar strakke organisatie). Er is ruimte voor het inpassen van objecten die de havensfeer extra aanzetten. De drie buitenruimten liggen in een continuüm op de verbrede kadevloer. Onderscheiden worden de rauw ingerichte open kade, de beschutte hoogwaardige binnenstraten en het parkachtige omspoelend veld. De vijf routes, over water - langs de kade - tussen de bebouwing, staan garant voor een openbaarheid en doorwaadbaarheid van het gebied in de oost-west richting. De noord-zuid doorsteken doorkruisen meerdere sferen en leggen een relatie met het park in het water.

2 1

5

2 3 4

1 3 5

32/72

3.7 Openbare ruimte

De openbare ruimte in de Pols noordzijde wordt opgevat als een brede kade: de configuratie van bouwblokken en gebouwen landt op een doorlopende kadevloer. Dit zorgt voor een grote continuïteit van de aaneengesloten publieke ruimte die de meerzijdig georiënteerde gebouwen omspoelt. Scherpe overgangen tussen openbaar-privé markeren de situatie, waarbij het publiek gebied tot aan de gevel reikt. De constante kadevloer vormt als basis een lange uniforme omranding van het Rijnhavenbekken aan Katendrechtse zijde en is onderdeel van het Rondje Rijnhaven. Lange lijnen, zichtassen en doorsteken leggen als een voortgaand ruimtelijk vlechtwerk verbindingen, routes en verblijfsplekken vast. De openbare ruimte is maximaal doorwaadbaar, zowel intern tussen de gebouwen als vanaf de Brede Hilledijk en Veerlaan naar het bekken. De gegeven context van het voormalige havenbekken spoort aan tot een uitwerking binnen de industriële havensfeer. In materialen wordt dan ook aangesloten op het palet dat gebruikelijk wordt toegepast langs de Maaskaden (natuursteen kadekeien, stelconplaten, geslepen asfalt, kadeverlichting, etc.). Dit is overeenstemmend met wat is vastgelegd in het Handboek Rotterdamse Stijl – “Richtlijnen rivieren en kaden”.

Ruimtelijke schakel in de knik De omgeving van Codrico is van belang als schakel in de continuïteit van de lengte van de verbrede kade, maar ligt ook strategisch gepositioneerd als verbinding naar de ‘oude kern‘ van Katendrecht en als bijzondere entree naar het bekken. Het gebied is goed zichtbaar vanaf het kruispunt Siloplein/ Brede Hilledijk, waar de treinen eermaals naar verschillende sporen schakelden. In relatie tot de omgeving dwingt dit tot goed herkenbare routes en een doorwaadbaarheid in meerdere richtingen. Daarbij wordt het verbindend belang van de plek nog eens onderstreept door de ligging tegen de knik van het schiereiland, een bijzonder gegeven voor de inrichting van de plek.

Nota van Uitgangspunten Codrico

Uitgangspunten voor de openbare ruimte Gelet op de schakelpositie van de buitenruimte van Codrico wordt continuïteit van ruimtelijke opbouw, sfeer en materiaal met de aanliggende kadegebieden van de Fenix en Polsgebied van belang gevonden. • Doorgaande kade. Gelijk aan de brede kade voor de Fenixloodsen (23 meter) en nieuwbouw in de Pols (16 meter) is behoud van een behoorlijke maat van de kade voor Codrico wenselijk. De breedtemaat ligt daarom hoofdzakelijk tussen de 14 en 19 meter waarmee deze zich verhoudt met de aanliggende kaden en geen onderbreking te vormt. • Eenduidige kadevloer. In de inrichting van de kade is het gebruik van materiaal en meubilair gelijk aan de aanliggende kades uitgangspunt. Groenincisies waar toegepast maken deel uit van de kadevloer en zijn gelijk met het maaiveld. De uitvoering van het IP rond de Fenixloodsen illustreert de combinatie van verharding naar het Rotterdams bestratingspalet waarin de graniet kei domineert en de vorm waarop groenvakken in de vloer zijn ingevoegd. • West-oost verloop. De kade van Codrico ligt in het continuüm van een gradiënt vanaf de Fenixloodsen naar de stadsas voor de Pols. De bestratingsvorm en bomenstructuur verschiet van west naar oost van het Rotterdams Rauw en losse boomgroepen naar een verfijnder, warmere uitstraling met bomenrijen. • Verknoopte buitenruimten.

De inrichting van de openbare ruimte bij Codrico onderscheidt drie buitenruimtetypen. Ze verschillen in ligging, vorm en gebruik en gaan hier in elkaar over: de open rauwe kade-inrichting langs het water, de intiemere inrichting van de lange binnenstraat van de kadestegen (gelegen in de tweede lijn) en de groene invulling van het veldkavel. De inrichtingsvorm van elk van de drie ruimtedelen moet nog nader worden vormgegeven. Zo ook de manier hoe ze met elkaar worden verknoopt. • Substantieel groen. Omwille van het verzachtend ruimtelijk effect, verblijfsplekken om te verpozen en een effectieve beheerbaarheid is groen van formaat wenselijk, dat zich verhoudt met de gebouwen. Het kadeoppervlak biedt ruimte voor groen, waar ruimte is aan een gebouw wordt groen

toegevoegd voor verblijf. Buiten het groen verspreid over de doorlopende kadevloer, hebben plekken waar de open ruimte tussen de bebouwing zich verbreed bijzondere aandacht. In het bijzonder de veldkavel waar veel aaneengesloten groen mogelijk is en pleinruimte rond de toren. • Variatie in verblijf. Gezien het grote ruimtebeslag van de ontwikkeling is er aanleiding voor enige diversificatie aan verblijfsmogelijkheden afhankelijk van de plek in het gebied. De voorkeur verdient een pleksgewijze accenten en concentratie voor verblijf om spreiding en afwisseling door het gebied te krijgen. • Havenartefacten. Integratie van historische objecten op de kade is wenselijk, maar moet gedoseerd worden. Naast gebruik van authentieke bestratingsmaterialen op de kade, is het daadwerkelijk inpassen van historische resten uit het havenverleden een pré (spoorrails, kranen, etc.). Duidelijke afspraken over exploitatie, beheer en onderhoud zijn een voorwaarde. • Dwarsdoorsteken naar water. Op de drie directe dwarsdoorsteken door het gebied is aanleiding om een nadrukkelijker uitwerking aan het water te maken en de verbinding met het toekomstig drijvend park te maken. • Vijf hoofdroutes.

Er is een vijftal hoofdroutes essentieel voor het doorkruisen van het gebied: de route over de kade langs de kaderand (1) en de verbindingen met de route door het drijvend park (2) beiden onderdeel van het Rondje Rijnhaven. De route door de lange binnenstraat naar de voorkant Fenixloods (3). De slingerende diagonaal vanaf de Fenixkade naar het Siloplein (4). De voorlangs over de Brede Hilledijk en Veerlaan (5). Zie naaststaande figuur. • Beheer. De omgeving van de nieuw- en oudbouw wordt publiekelijke ruimte. Beheerbaarheid naar draagkracht van de gemeente is noodzakelijk. Vooralsnog wordt het onderscheid openbaar/privé gelegd op de gevel. Voor het eigendom en beheer van delen van het maaiveld en objecten van derden in openbaar gebied komt een duidelijk voorstel.

33/72

3.8 Programma

Met de herontwikkeling van het Codrico-complex wordt een hoog stedelijke programma-mix toegevoegd aan het Rondje Rijnhaven waar het de ontbrekende schakel in programmering rondom het stadspark gaat invullen en aan Katendrecht, waar het de programmatische schakel tussen de groeiende en gentrificerende woonwijk en het binnenstedelijke milieu moet zijn. Deze bijzondere positie biedt kansen om te exploreren in welke verschijningsvorm bij Codrico een stedelijk gemengd programma kan ontstaan. Naast een gediversifieerd programma van woningen in alle soorten, typen en groottes, moet worden verkend in welke vorm en aantal werkruimten, maatschappelijk en cultureel programma en horeca gewenst en (beleidsmatig) passend kunnen zijn. In het totaal zal het gaan om een volume van circa 165.000 m2 bvo. Een goede en passende programmamix is essentieel voor een aantrekkelijk, inclusief en goed functionerend stedelijk gebied. En niet alleen een passende mix binnen deze ontwikkeling, maar juist een goed afgestemde mix in een bredere context, Rijnhavenkwartier én Katendrecht, en voor de stad als geheel. Wonen Steeds meer mensen willen in wonen in het binnenstedelijk gebied van Rotterdam. De stad wil deze behoefte accommoderen in deze ontwikkeling door een divers, onderscheidend woonmilieu te realiseren.

Hiervoor is diversiteit en flexibiliteit in het woningaanbod van belang, om zo te kunnen voldoen aan de verschillende, veranderende woonwensen. En het vraagt om uiteenlopende in prijssegmenten, typologieën en serviceniveau. Het woonprogramma zal circa 75-85% van de circa 165.000 m2 bvo invullen; in aantallen zal het gaan om ongeveer 1.550 woningen. De beoogde segmentverdeling qua woninggroottes is: • circa 50% is 40-65 m2 gbo • circa 25% is 65-85 m2 gbo • circa 25% is groter dan 85 m2 gbo.

Actieplan Middenhuur (Gemeente Rotterdam) Maatregelen voor behoud en uitbreiding van middenhuursegment in Rotterdam

De verhouding huur - koop is circa 65-35%. Vanuit zowel stedelijk beleid als de locatie is een inzet op het realiseren van minimaal 50% van het woonprogramma in het betaalbare segment, waarbij er circa 150 sociale woningen gerealiseerd

34/72

worden. Een verdeling in prijssegmenten zoals beoogd, is: • circa 10% sociale huur • circa 30% middeldure huur • circa 10% middensegment huur of koop • circa 20% vrije sector huur • circa 30% koop. Voor huurwoningen in het middensegment gelden de voorwaarden uit het actieplan middenhuur. Voor koopwoningen in het sociale- en middensegment gelden een zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding. Voor de sociale huurwoningen dient bij voorkeur de samenwerking gezocht te worden met een Rotterdamse toegelaten instelling. Werk / Winkel / Horeca In de plinten die zich langs de Rijnhaven, de Bundweg en Veerlaan bevinden, is een programma denkbaar dat aansluit op het gewenste stedelijk milieu van aangrenzende gebieden: het rondje Rijnhaven en Rijnhavenpark, de winkel/werkomgeving Bundweg en wijk Katendrecht. Dit programma is complementair en versterkt het functioneren van het Rijnhavenkwartier én Katendrecht. Het niet-woonprogramma draagt bij aan de stedelijk sfeer en heeft als doel bij te dragen aan de dynamiek gedurende de gehele dag. Dit zal voor de Codrico-locatie circa 15-25% van het gehele programma omvatten en telt op tot circa 25.000 tot 35.000 m2. Het huidige beleid biedt voor uitbreiding van meters kantoren en detailhandel beperkte mogelijkheden, door de inzet op concentratiegebieden. Voor de functie kantoren ligt de Codrico-locatie buiten het concentratiegebied Kop van Zuid.

Dit geldt deels ook voor de functie detailhandel waar Pols Noord is getypeerd als het te-ontwikkelen, toekomstbestendige winkelconcentratiegebied. Toevoeging van meters buiten die locaties is slechts in beperkte mate mogelijk. Toevoegen van bedrijfsruimte wordt in Rotterdam beleidsmatig gestimuleerd (Nota Bedrijfsruimte 2020). Voor de Codrico-locatie betekent dit dat een deel van het programma wordt gereserveerd voor passende, stadsverzorgende bedrijvigheid. Hierbij wordt benadrukt dat het programma voor werklocaties bezien moet worden vanuit de grotere opgaven in het gebied

Nota van Uitgangspunten Codrico

ninggroottes en prijssegment. Wat de laatste tijd sterk naar voren komt is een gevoel van eenzaamheid bij bewoners in grootstedelijke blokken. Plekken waar je medebewoners kan ontmoeten zijn schaars. Dit komt voort uit het gebrek aan ontmoetingsruimtes en faciliteiten voor bewoners in gebouwen. Er is meestal geen gebrek aan goede plinten met voornamelijk commerciële functies en een lobby. Maar dit zijn niet direct plekken waar bewoners elkaar makkelijk kunnen ontmoeten en tijd willen spenderen. De manier waarop we denken over de inrichting van gebouwen moet worden bijgestuurd zodat het gebouw een aangenaam woonmilieu krijgt Het niet-woonprogramma is als volgt opgebouwd (maximaal): dat voldoet aan de wensen van alle bewoners. • 11.000 m² kantoor Het stimuleren van ontmoeting moet een van de speerpunten • 7.500 m² bedrijf zijn bij de ontwikkeling van een stedelijk blok en hoogbouw. • 2.250 m² horeca Dit gaat de eenzaamheid van bewoners tegen, is een goed • 7.250 m² hotel (82 kamers) middel om ondermijning te bestrijden en draagt bij aan een • 1.250 m² maatschappelijk verhoogde woonkwaliteit en betrokkenheid. Uitgangspunt • 2.250 m² cultuur/ontspanning voor elk gebouw is dat er een ‘multifunctioneel plein’ moet • 1.000 m² detailhandel zijn waar uitwisseling tussen personen en functies centraal staat.

In het gebouw worden routes zo vormgegeven worden dat vanuit elke entree (ook parkeren) het plein onderdeel van Maatschappelijke voorzieningen die route is. Voor hoogbouw is dit een uitgangspunt conform hoogbouwbeleid maar ook binnen andere stedelijke blokken Om de groei van het maatschappelijk voorzieningenaanbod is het een belangrijk aandachtspunt in het ontwerpproces. gelijke tred te laten houden met de groei van het aantal inwoen de stad en regio. Vanuit breder gebiedsperspectief, de positie van het Codrico-terrein en de kansen voor doorontwikkeling van de binnenstad op Zuid zou afwijken en/of aanpassen van beleid, bijvoorbeeld ten aanzien van kantoren, gewenst kunnen zijn. Voorgesteld wordt de precieze werkprogrammauitwerking nader te verkennen, daarbij flexibiliteit te zoeken en een balans te vinden tussen de verschillende functies en het beoogde centrum-stedelijke milieu, waarbij de marktsituatie en de businesscase worden meegenomen in de afweging.

ners, zijn referentiewaarden opgesteld voor maatschappelijke voorzieningen (vastgesteld door college, 2019). Dit betekent dat afhankelijk van het aantal woningen in de nieuwbouwontwikkeling, ook ruimte gerealiseerd moet worden voor maatschappelijke voorzieningen, volgend uit de referentiewaarden. De invulling van de ruimte wordt bepaald door enerzijds de behoefte die voortvloeit uit de toevoeging van woningen. Anderzijds wordt bij de invulling ook gekeken naar aanbod en vraag in de (nabije) omgeving. In gesprek met de gemeente zal ter zijne tijd de meest geschikte functie kunnen worden bepaald, aansluitend bij de behoefte in dit gebied.

3.9 Inclusiviteit

Binnen ontwikkelingen is het, naast de sociale aspecten zoals ontmoeting en bestrijding van eenzaamheid, ook wenselijk dat er gedifferentieerd wordt qua doelgroepen, wo-

3.10 Flexibiliteit

Nieuwe ontwikkelingen moet niet alleen duurzaam zijn op het gebied van energie en klimaat. Maar ook in de levensduur van het gebouw, de flexibiliteit in de inrichting en het gebruik is bepalend. Gebouwen moeten met de stad en de tijd mee kunnen ontwikkelen. Het moet daarom in de toekomst mogelijk zijn om het gebouw makkelijk aan te passen en andere functie te geven; zonder dat er majeure ingrepen nodig zijn. Denk hierbij aan slim verticaal (leiding)transport, slimme en robuuste hoofddraagstructuur, etc.. Een van de belangrijkste aspecten voor een flexibel gebouw is het hebben van ruime(re) verdiepingshoogtes zodat er diverse typen functies gehuisvest kunnen worden. Dit is niet alleen belangrijk voor de plint en de verdiepingen er boven, maar ook in toenemende mate voor de parkeergarage. Met de aanstaande mobilteitstransitie is ook een overmaat richting de toekomst slim.

35/72

4

Beeldkwaliteit 4.1 Architectuur 4.2 Buitenruimte

4.1 Architectuur

Monument Herbestemming en transformatie van het rijksmonument in het voormalige industriegebied. Karakteristieke gebouw blijft behouden en wordt gerestaureerd. Door kleine wijzigingen in de gevel die zich verhouden tot het monument kunnen nieuwe functies een plek krijgen in het gebouw.

Stenen Silo, Amsterdam - André van Stigt

Monument Het karakteristieke pand is hersteld en vanbinnen getransformeerd om geschikt te worden gemaakt voor diverse functies. Met een ondergeschikte optopping is een toevoeging op het dak gedaan waardoor ook het dak toegankelijk wordt gemaakt. In vorm en materialisatie wijkt deze optopping af zodat dit als een nieuwe toevoeging zichtbaar is.

Pakhuis Meesteren, Rotterdam - AWG Architecten

38/72

Silogebouw Behoud van een landmark door de sloop en herbouw van een oude graansilo. Vorm en volume zijn hetzelfde teruggebouwd. De gevel is opengewerkt om ramen in de vorm van de silo te kunnen verwerken. De graansilo blijft een landmark maar heeft functie gekregen en doet mee in het gebied. Materialisatie wordt gelijk gehouden aan het gevelmateriaal van het oorspronkelijke gebouw, dit is een uitgangspunt voor het Silogebouw.

The Tervahovi Silos, Finland - PAVE Architects

Silogebouw Transformatie van een oude silo. Vorm en volume zijn behouden, met een nieuwe gevel is ervoor gezorgd dat de silo in gebruik genomen kon worden en er een nieuwe functie in kwam.

The Silo, Denemarken - Cobe

Nota van Uitgangspunten Codrico

39/72

Wandgebouw Wandgebouw met vele kantoorruimtes grenzend aan een groot atrium. Transparante gevels zorgen voor een interactie tussen binnen en buiten. Daarnaast zorgt de transparantie van de gevel dat het volume minder fors oogt. Een uitgangspunt voor het wandgebouw aan de zijde van de Bundweg

Ministerie van VROM, Den Haag - Jan van Hoogstad

Wandgebouw Transformatie van een voormalig havengebied, aan de oude pakhuizen worden nieuwe volumes toegevoegd. Er wordt een nieuw gedifferentieerd complex gevormd. Aan de waterzijde zijn de wandgebouwen het hoofdvolume en de nieuwe volumes worden met een setback ondergeschikt gemaakt. De optoppingen ogen of ze zich in de tweede lijn bevinden. Door middel van de nieuwbouw wordt er gerefereerd en bijgedrage aan het havenverleden en de industriële gebiedssfeer die dit met zich mee brengt. Ook de nieuwbouw dient dit als uitgangspunt te nemen voor de ontwikkeling.

Pakhuizen Handelskade, Amsterdam - KCAP

40/72

Monument en wandgebouw Transparante, actieve plint met diverse functies draagt bij aan een aantrekkelijke openbare ruimte, Bundweg. Door de openheid van de Bundweg wordt het doorzicht op het karateristieke havengebouw, Codrico, behouden. Het behoudt van de industriële gebiedssfeer op de plek middels de bebouwing is een belangrijk uitgangspunt om het havenverleden zichtbaar te houden. Dit gebeurt mede door de zichtbaarheid van het monument maar ook door de materialisatie en gevelopbouw van het wandgebouw.

Wenzhou MiFang Industry Park, China - FAX Architects

Wandgebouw De strakke ritmische gevel is passend bij het fabriekscomplex en het monumentale pand van Codrico. In materialisatie refereert het wandgebouw aan het fabrieksgebouw.

Asta House, Londen - Make Architects

Nota van Uitgangspunten Codrico

41/72

Veldblok Meerdere aan elkaar verbonden ronde volumes die in hoogte opbouwen. Het gebouw staat los in de openbare ruimte en is een verbijzondering in de context. De plein ruimte om het gebouw wordt door de volumes heen gewoven waarmee routes worden gevormd. In vorm, bouwhoogte en materialisatie wordt benadrukt dat het om een verbijzondering is ten opzichte van de omgeving.

Axel Towers, Kopenhagen - Lundgaard & Tranberg

Veldblok Het volume onderscheidt zich door zijn vloeiende vorm van de blokkige bebouwing in de directe omgeving. In combinatie met afwijkend materiaal gebruik maakt het dit gebouw een verbijzondering in het gebied. Het gebouw heeft een alzijdige uitstraling en met de buitenruimtes wordt het volume en de gevel vloeiend gevormd.

UNIC, MAD Architects, Parijs

42/72

Toren Met een hoogteaccent dat afwijkt van de directe omgeving wordt verbijzondering gemaakt in de context. Door de afwijkende materialisatie wordt de verbijzondering in het stedelijk weefsel benadrukt. Het gebouw verspringt ten opzichte van de bebouwingslijnen van de naastgelegen panden. De toren is gepositioneerd op een pleinruimte die door de terugliggende plint onder het gebouw doorgetrokken wordt. De hoge open ruimte onder het gebouw laat de buitenruimte onder de bebouwing onderdeel zijn van het plein en het openbaar gebied.

The Leadenhill Building, Londen - Rogers Stirk Harbour + Partners

Toren Door het laten terugspringen van de rooilijn op de begane grond wordt er meer openbare ruimte gemaakt. Tevens levert dit beschutte openbare ruimte op waar aangenaam langs de plinten gewandeld kan worden. Een aandachtspunt is dat tussen de stroken van de gevel die doorlopen tot op maaiveld voldoende ruimte zit waardoor het gebied onderdeel wordt van de pleinruimte en de plinten goed zichtbaar zijn.

New Court Rothschild Bank, Londen - OMA

Nota van Uitgangspunten Codrico

43/72

4.2 Buitenruimte

Kade, veldblok en binnengebied De karakteristieke industriële elementen vormen de buitenruimte en dragen bij aan het karakter van het gebied. Passend bij het behoud van de monumentale en beeldbepalende industriële gebouwen die behouden blijven en weer een divers gebruik krijgen. Behoud rails refereert aan het haven verleden van de plek. Het maakt het verleden zichtbaar in de buitenruimte. Door de inbedding in het groen draagt het ook bij aan een vergroende buitenruimte.

Zollverein, Essen - OMA

Kade De recent gerealiseerde kade voor de Fenixloodsen illustreert het Rotterdams palet aan materialen op de Maaskade en de manier waarop groenincisies gelijkvloers zijn ingevoegd. Het idioom voor de inrichting neemt granietkei als meest sprekende constante van de vloerbestrating. Alhier is een asfaltbaan ingevoegd als ‘comfortstrook’ en worden bloem-/grasrijke beplantingsstroken met bomen geïntegreerd ter geleding en verzachting van de kade. De kadesfeer wordt voortgezet in de richting van Codrico. Het spoor is in de kade zichtbaar teruggebracht.

Kade Fenix I, Rotterdam - Gemeente Rotterdam

44/72

Veldblok Groen dringt in en tussen de gebouwen. De buitenruimte is zo ingericht dat er duidelijke routes door het gebied lopen, hoogteverschillen opgelost worden en divers gebruik gestimuleerd wordt.

Coeurs d’îlots des Docks, Saint-Ouen - Ateliers 2/3/4/

Kade en binnengebied Invoegen van groen binnen het industriële en havenkarakter van het gebied. Combinatie van de robuuste materialisatie van de buitenruimte en een passende mate van vergroening.

Leidingstraat Strijp-S, Eindhoven - Piet Oudolf, Har Hollands en Carve

Nota van Uitgangspunten Codrico

45/72

5

Mobiliteit 5.1 Bereikbaarheid 5.2 Autoparkeren en fietsenstalling 5.3 Logistiek

Stadsas

Mobiliteit staat in dienst van een goede bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, energietransitie, kwaliteit openbare ruimte en de ruimtelijke verdichting. Het aantrekkelijk houden van Rotterdam voor diverse gebruikers van de stad is steeds belangrijker. Dit betekent dat we de fietser, voetganger en het openbaar vervoer meer ruimte geven en minder ruimte wordt geboden aan het autoverkeer. Er wordt in Rotterdam ingezet op nieuwe, schone vervoersmiddelen en ander reisgedrag.

5.1 Bereikbaarheid Nieuwe brug Metrostation Rijnhavenbrug

Codrico

Maashaven Noordzijde

N

Bij de entree van Katendrecht ligt aan de Hillelaan een hoogwaardig OV-station, het metrostation Rijnhaven. Met de metro ben je binnen 4 minuten op metrostation Beurs in de binnenstad evenals op Zuidplein. In het masterplan Rijnhaven wordt de ambitie neergezet dit metrostation op te waarderen tot mobilityhub voor de omgeving. Onder het metrostation zit nu een bushalte, bus 77 rijdt vanaf metrostation Rijnhaven van en naar Katendrecht. Brede Hilledijk

Veerlaan

De ontwikkeling van de Rijnhaven zal de belangrijke volgende stap zijn in het vervolmaken van het centrum op twee oevers. De Rijnhaven krijgt een gezicht aan de stadsas en wordt de nieuwe verbinding tussen de Wilhelminapier, de Afrikaanderwijk en Katendrecht. Er ontstaat een goed verbonden en aaneengesloten centrumgebied. Dit maakt dat de Pols van Katendrecht waar de Codrico-ontwikkeling zich bevindt, ook een centrum-stedelijke dynamiek gaat kennen met de bijbehorende mobiliteitsvraagstukken.

Katendrecht is een schiereiland. Voor de ontsluiting met de auto betekent dit dat de hele wijk maar via twee wegen ontsloten kan worden, de Brede Hilledijk en Maashaven Noordzijde, beide op de stadas. Met de fiets en te voet zijn er meerdere routes. Naast deze twee wegen is er de Rijnhavenbrug waarmee een verbinding tussen de Wilhelminapier en Katendrecht (Deliplein) wordt gemaakt. Er zijn tevens een nieuwe verbindingen gepland in het masterplan Rijnhaven: een extra brug en via het nieuwe Rondje Rijnhaven. De brug komt op Katendrecht aan tussen het de toren in de Codricoontwikkeling en de Bayhouse en loopt vanaf het Rijnhavenpark.

48/72

5.2 Autoparkeren en fietsenstalling

De mobiliteitstransitie heeft consequenties voor het parkeerbeleid, verwoordt in de beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam. Deze beleidsregeling moet ondermeer bijdragen aan het verminderen van autogebruik en het beter benutten van parkeercapaciteit in de omgeving. Verder wordt parkeernormen voor fietsen toegevoegd om het fietsgebruik te stimuleren. De groei van elektrische auto’s wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de openbare ruimte als op eigen terrein. Conform de EV Ready eis uit de Beleidsregeling parkeernormen.

Bepalen parkeereis ● De benodigde parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen dienen op eigen terrein ingepast te worden. (art. 2) ● Daar kan alleen door het bevoegd gezag heel / gedeeltelijk worden afgeweken. (art. 3) ● Bevoegd gezag kan bijvoorbeeld afwijken omdat er structureel alternatieve parkeervoorzieningen beschikbaar zijn binnen een bepaald loopafstand. (art. 4)

● Ook kennen kleine projecten een vrijstelling. (art. 5) ● De toepassing van een of meerdere bijzondere vrijstellingen op de parkeereis leidt tot uitsluiting van recht op vergunning voor straat parkeren. Ook indien er ten tijde van verlenen omv nog geen sprake is van betaald parkeren. Stappen in het kort: ● [bepaal parkeereis] ● [bepaal vrijstelling- / reductiefactoren] ● [Specificeer gewenste parkeeroplossingen voor gebied] ● [Vermeld de oplossingen voor bezoekersparkeren]

Fietsen De rol van onder andere de fiets wordt ter vervanging van de auto steeds belangrijker. Het faciliteren van de fietser in Rotterdam verdient om die reden de aandacht, zowel in de uitbreiding van fietspaden als ook in de fietsparkeerfaciliteiten. In het parkeerbeleid wordt hierop in gespeeld en worden er naast een parkeernorm voor de fiets ook eisen gesteld aan de stalling voor fietsen.

● Initiatiefnemer bepaalt aan de hand van gebiedsindeling en de daar geldende parkeernormen de parkeereis per functie (gebruiksvloeroppervlak per wooneenheid en bruto vloeroppervlakte vloer niet-woonfuncties).

● Iedere woning moet beschikken over voldoende stallingsruimte voor fietsen.

● Nagegaan wordt in hoeverre er sprake is van bijzondere vrijstelling (art. 6) voor nabijheid van ov stations, extra fietsparkeeruimte, deelauto’s en mobility as a service.

● Als gelijkwaardige oplossing zien wij voor de hoogbouw kwalitatieve en goed bereikbare centrale fietsbergingen voorzien van minimaal 2 fietsparkeerplaatsen per woning, plus 2,7m2 berging per woning.

● De genoemde reducties (bijzondere vrijstellingen) kunnen worden gecombineerd en alleen worden toegepast indien er betaald parkeren van toepassing is. Nabijheid van OV kan als enige ook worden toegepast indien er geen betaald parkeren van toepassing is. ● Daarnaast bestaat er de mogelijkheid een lagere parkeernorm te hanteren voor zorgwoningen en sociale huurwoningen, indien ze voldoen aan bepaalde voorwaarden. (art. 6) ● Als gevolg van saldering of dubbelgebruik kan parkeereis naar beneden worden bijgesteld. (art. 3)

Nota van Uitgangspunten Codrico

● Dit betekent voor de grondgebonden woningen een berging van 5 m2 per woning, conform het bouwbesluit.

● In geval voorschrift in bouwbesluit vervalt geldt bij nieuwbouw dan wel herbestemming tot woningbouw de parkeereis. (tabel 4.3)

Bij het positioneren van de fietsenstallingen in de diverse gebouwen is het belangrijk dat deze een plek krijgen die goed bereikbaar is. Zowel vanuit het oogpunt van de bewoner als de bezoeker. Met name voor de bezoeker zal de stalling herkenbaar moeten zijn en direct bereikbaar vanaf de hoofdroutes door het gebied. Wordt dit niet goed ingepast dan zal dit leiden tot vele fietsen die op straat worden geplaatst en zorgen voor verrommeling in de buitenruimte.

Duurzame mobiliteit Bewoners, forenzen en bezoekers in [gebied] worden gestimuleerd gebruik te maken van duurzame vervoersmiddelen zoals (elektrische) fiets, OV en elektrische auto. Het autobezit (van 2e of 1e auto) wordt overbodig gemaakt door bieden van alternatieven in de vorm van (elektrische) deelauto’s. De groei van elektrische auto’s wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de openbare ruimte als bij parkeren op eigen terrein. Voor de parkeergelegenheid op eigen terrein geldt de EV Ready eis uit de Beleidsregeling parkeernormen: •

De parkeerplaats dient bouwkundig voorbereid te zijn op de plaatsing van laadpunten voor elektrische auto’s.

•

De netaansluiting van parkeergarage/-gelegenheid dient voorbereid zijn op het gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplaatsen, hierbij mogen smart charging oplossing toegepast worden om dit mogelijk te maken.

Ontwikkelaars dienen hiervoor hun EV-plan te kunnen overleggen. De netaansluiting voor collectieve voorzieningen dient EV ready te zijn conform artikel 8 van de beleidsregeling parkeernorm (geschikt voor gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplekken)

● Voor de collectieve fietsenstalling is van belang dat deze goed gepositioneerd wordt en daarmee goed bereikbaar, maar ook aantrekkelijk en veilig wordt vormgegeven. ● Algemeen geldt dat uitvoering conform de ontwerpeisen voor stallingen fiets en scooter (bijlage 6 van de beleidsregeling).

49/72

CODRICO

OECHIES , CODRICO

INR IT N

AA ST F

EN IX

VIEW I & II , BUND

I

BOVENGRONDSE INRIT TUNNEL NAAR PARKEERGARAGE

N

50/72

Gebiedsspecifieke ambitie Een goede doorstroom van het autoverkeer en veilige fietsroutes is op Katendrecht van belang voor een goede bereikbaarheid van het gehele schiereiland voor bewoners en het zijn van een aantrekkelijke bestemming voor bezoekers. De transformatie van de Pols brengt veel mobiliteit met zich mee en daarmee vele vervoersbewegingen in allerlei modaliteiten. Voor de Pols Noordzijde is de ambitie om een autoluw winkel- en verblijfsgebied te maken. Dit heeft geresulteerd in een collectieve parkeerontsluiting voor de stallingsgarages van meerdere ontwikkelingen. Te midden van de Brede Hilledijk kunnen bezoekers en bewoners van het gebied een tunnel in en uit rijden waarmee alle parkeerbakken onder Pols Noordzijde ontsloten worden. De verdeling naar de verschillende parkeerbakken gebeurt middels een ondergrondse rotonde onder de Pudongstraat. Voor een deel van Codrico-ontwikkeling heeft het voorkeur, mits de capaciteit van de tunnel het aan kan, om aan te sluiten op deze ondergrondse parkeeroplossing in Pols Noord. De parkeergarage voor de toren en het wandgebouw zou hierop aangesloten kunnen worden. Indien dit niet mogelijk blijkt te zijn kan er voor de parkeerbak een alternatieve locatie voor een inrit gerealiseerd worden. Deze kan worden gemaakt in de Silostraat.

Aandachtspunt bij deze locatie is dat er voldoende ruimte wordt gereserveerd inpandig voor de afhandeling van het inrijden. Voorkomen moet worden dat wachtende auto’s voor de parkeergarage opstoppingen veroorzaken aan de Brede Hilledijk en de Veerlaan. Daarnaast is wenselijk om de Silostraat zo veel mogelijk vrij te houden van veel autoverkeer zodat deze ook als aantrekkelijke en veilige route richting de Rijnhaven gebruikt kan worden door voetgangers en fietsers. Indien hier een inrit naar de parkeergarage wordt gerealiseerd zal de combinatie met de langzaamverkeer verbinding richting de Rijnhaven onderzocht moeten worden. De parkeerbak onder het veldblok en eventueel beeldbepalende silogebouw wordt ontsloten langs de Fenix I. De in- en uitrit naar deze parkeerbak wordt gecombineerd met

Nota van Uitgangspunten Codrico

de ontsluiting van de Fenix I garage. Om voldoende opstelruimte voor auto’s te creëren dient een lang genoege in- en uitrit gemaakt te worden vanaf de Veerlaan. Een belangrijk aandachtspunt aan deze zijde is de route naar de kade langs / door het veldblok. Deze dient zo min mogelijk gehinderd te worden. In goed overleg met de afdeling Mobiliteit van de Gemeente Rotterdam kan een alternatieve ontsluiting van de parkeergarages bekeken worden. De ontwikkeling van het Codrico Terrein moet bijdragen aan de gemeentelijke ambities t.a.v. mobiliteitstransitie: ander reisgedrag (minder auto, meer fiets/OV) en schonere mobiliteit. Om die ambitie te verwezenlijken, is het van belang dat de bewoners van het Codrico Terrein over voldoende en makkelijk beschikbare alternatieven kunnen beschikken om mee te gaan in die transitie. Als er onvoldoende alternatieven zijn voor de eigen auto, slaagt die ambitie namelijk niet. Goed OV is op loopafstand aanwezig van de projectlocatie. Het project dient goed invulling te geven aan overige alternatieven: voldoende en goed bereikbare fietsparkeren en met name deelmobiliteit.

logistieke ruimte is de impact op de plint minimaal en is deze toegankelijk via een veilige verkeersroute passend binnen het plan openbare ruimte en opgestelde inrichtingsplan. De kade dient zoveel mogelijk vrijgehouden te worden van logistiek. Er dient, indien een niet-woonfunctie hierom vraagt, voldoende (inpandige) ruimte te worden gereserveerd voor expeditie. Dit kan per programmaonderdeel apart, of centraal voor het gehele gebouw worden georganiseerd. De impact van deze voorziening(en) op de gevel moet worden geminimaliseerd. Routes, zo direct mogelijk, naar de expeditievoorzieningen aan de Brede Hilledijk, dienen onderdeel te zijn van het ontwerpproces om deze optimaal te laten functioneren. Bij een ontwikkeling van deze omvang, met name de toren met zijn vele huurwoningen, is de logistiek die komt kijken bij de woonfunctie een aandachtspunt. Daarmee wordt niet alleen het dagelijks verticale transport van vele mensen bedoelt maar ook de meerdere verhuizingen die elke dag zullen plaatsvinden. De mutatiegraad in een huurcomplex is namelijk (fors) groter dan in een koopcomplex, en bij kleinere woningen geldt dat des temeer. Daar moet in het gebouwconcept en in het organiseren van logistiek rekening mee gehouden worden.

5.3 Logistiek

Er dient veel aandacht bij het gebouwontwerp en de inrichting openbare ruimte in dit centrum-stedelijk gebied voor een goeie en slimme logistieke afhandeling. Dit is voor de verblijfskwaliteit en leefbaarheid van het gebied zeer belangrijk. Logistiek, zeker ook bezorgdiensten, neemt alleen maar toe in intensiteit; zonder dit weldoordacht te ontwerpen, gaat er een onprettige chaos in de openbare ruimte ontstaan door overal geparkeerde busjes, scooters, et cetera. Laden en lossen voor niet-woonfuncties is toegestaan tijdens venstertijden in het gebied, waarbij de kade ontzien dient te worden. En verder gedurende de rest van de dag op daarvoor aangelegde plekken langs de Brede Hilledijk. Voor de bevoorrading van voorzieningen en commerciele functies wordt een goede logistieke oplossing(-en) gerealiseerd, op zo’n manier dat de de impact op de uitstraling van het gebouw en de buitenruimte minimaal is. Bij een inpandige

51/72

6

Duurzaamheid 6.1 Energietransitie 6.2 Circulair bouwen 6.3 Klimaat bestendigheid 6.4 Natuurinclusief 6.5 Gezonde leefomgeving

Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe initiatieven is duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave. In 2019 werd het Rotterdams Duurzaamheidskompas vastgesteld als overkoepeling voor al het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rotterdam. Hierin geven we de richting aan hoe we de komende jaren werken aan een duurzame stad. Duurzaamheid is grofweg met vier thema’s te omschrijven: energietransitie, circulaire economie, klimaatbestendige stad en gezonde leefomgeving. Deze thema’s hebben invloed op elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar worden gezien. In het Rotterdams Duurzaamheidskompas is een overzicht gemaakt van alle doelstellingen die op het gebied van duurzaamheid zijn geformuleerd. De vertaling van deze doelstellingen in een project is niet zo eenvoudig, omdat ze vaak nogal op een abstract niveau zijn beschreven. Er is hiervoor een handreiking in de maak, waarmee de uitwerking van de doelstellingen concreet wordt gemaakt. Hierbij zitten instrumenten voor duurzaamheid, waarmee per project snel onderzocht kan worden wat de projectambities zijn. Deze zullen begin 2021 beschikbaar komen. De teksten hieronder dienen als achtergrond bij de thema’s, maar geven dan ook nog geen concrete uitgangspunten en/ of maatregelen.

In de Vuistregels voor het Bouwen zijn een aantal duurzame regels opgenomen die naast dit document als start voor een project(ontwerp) gebruikt kunnen worden.

6.1 Energietransitie

In 2050 hebben we een toekomstbestendige stad. Onze energievoorziening is betrouwbaar, betaalbaar, schoon en gezond. Dat hebben we naar aanleiding van de klimaatconferentie in Parijs met elkaar afgesproken. Voor de gebouwde omgeving gaat de energietransitie grofweg om het opwekken, transporteren, opslaan en gebruiken van schone energie, zowel elektriciteit als warmte. Gebouwen worden ontworpen op een lage energievraag en voorzien zoveel mogelijk in hun

eigen energiebehoefte. Er wordt rekening gehouden met elektrisch vervoer en daarom worden extra elektranetten aangelegd voor laadinfrastructuur. We koken en verwarmen ons huis met duurzame warmtebronnen. Bestaande huizen worden geïsoleerd en voor de cv-ketel en het gasfornuis komen aardgasvrije alternatieven. Gasnetten maken veelal plaats voor warmtenetten. Wind en zon dienen als duurzame alternatieve energiebronnen voor elektriciteit. We gebruiken de beschikbare ruimte multifunctioneel; er komen minimaal twee functies op het dak. Voor het alternatief op aardgas zet Rotterdam in op stadsverwarming; er is een overschot aan duurzame warmte uit onze haven en bovendien blijkt dat warmte voor het grootste deel van Rotterdam het maatschappelijk meest betaalbare alternatief is. Alle nieuwbouwprojecten in de concessiegebieden worden verplicht op industriële restwarmte aangesloten, zo ook op Katendrecht. Alleen Eneco en Vattenfall (concessiehouders) kunnen hiervan een ontheffing aanvragen bij de gemeente als het economisch niet rendabel of technisch onmogelijk is. Rotterdam verkent in 2020 in 12 (delen van) wijken de mogelijkheden om ze van het aardgas te halen en hiermee in ieder geval voor 2030 te kunnen starten. Onder deze studiegebieden valt ook Katendrecht. Zie: https://www.rotterdamenergiebesparing.nl/dev/uitgebreid-artikel/aardgasvrij-rotterdam

6.2 Circulair bouwen

In 2050 heeft Rotterdam een volledige circulaire economie. De basis voor een circulaire economie ligt in het principe van voorkomen en verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, verlengen van levensduur van producten, hergebruik van producten en onderdelen en recyclen van materialen en grondstoffen. Oftewel: reduce, re-use and recycle. Stip op de horizon is om in 2030 de helft minder primaire grondstoffen te gebruiken. In gebouwen vertaalt dit

zich vooral door hergebruik van materialen, levensduur van gebouwen te verlengen en beperken van de milieu-impact van materialen.

Sector bouwen De opgave voor 2019-2023 is circulair bouwen stimuleren. Dat betekent de levensduur van bestaande gebouwen verlengen. En uiteindelijk zo veel mogelijk vrijkomende materialen efficiënt hergebruiken. Daarbij is een aantal acties benoemd die relevant zijn voor de ontwikkeling. Met het opstellen van een materialenpaspoort worden alle gebruikte materialen, componenten en hoeveel er in het gebouw verwerkt zijn en wat de Milieukosten Indicatie (MKI) is. Voor gebouwen druk je dit uit in de Milieuprestatie Gebouwen (MPG). Die informatie is essentieel in een circulaire economie. In 2019 is het convenant circulair beton getekend door meerdere gemeenten, ministeries en partners uit de bouw, zo ook Rotterdam. Daarin staan afspraken over hoe alle partijen zich gaan inspannen om bouw- en sloopafval te recyclen en hoe dat gedaan wordt. Door het recyclen kan er opnieuw beton van het bouw- en sloopafval worden gemaakt.

Sector groen De opgave voor sector groene stromen in de periode 20192023 is het stimuleren en activeren van GFT inzameling en verwaarding van groene stromen. Dit wordt gerealiseerd door de inzameling van huishoudelijk gft te verbeteren (ook in hoogbouw) en organische stromen beter te verwaarden. Op compost gebeid zijn allerlei nieuwe mogelijkheden. Zie: http://rotterdamcirculair.nl/Programma_Rotterdam_Circulair_2019-2023/index.html

6.3 Klimaat bestendigheid

Het extremer worden van het klimaat brengt vele risico’s met zich mee voor Rotterdam. De stad weerbaar maken ten opzichte van de klimaatveranderingen is een urgente opgave waarmee we geconfronteerd worden. De klimaatverande-

54/72

ringen leveren in Rotterdam risico’s op voor onze economie, veiligheid en gezondheid. Elk gebied is op verschillende punten kwetsbaar en heeft zijn eigen potentie binnen de diverse klimaat aspecten.

Zie: https://rotterdam.notubiz.nl/document/7383972/1#searc h=%22Rotterdams Weerwoord Samen de stad voorbereiden op een extremer klimaat%22

De opgaves waar we mee te maken gaan krijgen zijn onder te verdelen in zes thema’s: neerslag, hitte, droogte, overstromingen, grondwater, bodemdaling. Hoewel de zes thema’s van klimaatadaptatie elk een eigen aanpak nodig hebben, kunnen de benodigde maatregelen elkaar versterken of belemmeren. Elkaar versterkende maatregelen krijgen prioriteit. Elkaar belemmerende maatregelen vereisen het maken van keuzes.

6.4 Natuurinclusief

De Pols van Katendrecht scoort hoog op het thema hitte dit komt door het grote versteende en bebouwde oppervlak. Om met periodes van hitte te kunnen omgaan, moeten er bij planontwikkelingen gekeken worden naar de mogelijkheid om de buitenruimte en daken te vergroenen. Dit zal een afweging zijn tussen het mogelijke gebruik en het vergroenen van oppervlaktes. Daarnaast is het ook belangrijk dat er hittebestendig wordt gebouwd waardoor hitteproblemen in het gebouw voorkomen kunnen worden. De ontwikkeling bevindt zich in een buitendijks gebied wat inhoudt dat er een overstromingsrisico is. Door de opwarming van de aarde stijgt de zeespiegel en daarmee de rivierstand, hierdoor wordt de kans op overstromingen vergroot. Als maatregel hiervoor wordt er een hogere peilmaat van +3.90m NAP gehanteerd op Katendrecht. Voor de nieuwbouw van de ontwikkeling houdt dit in dat de bebouwing in principe op deze peilmaat aangelegd wordt. Een ander deel van de ontwikkeling bestaat uit de transformatie van het monumentale deel van het Codrico complex, is gelegen aan een bestaande kademuur. Bij die ontwikkeling zal worden onderzocht of ze op een minimaal een peil van +3.60 NAP van de openbare ruimte aangesloten kunnen worden. De nieuwbouw aansluitend op de kade en de bestaande bebouwing kan ook op +3.60m NAP aangelegd worden indien dat wenselijk is vanuit buitenruimteinrichting danwel de bebouwing.

Dan zijn wel klimaatadaptieve maatregelen vereist.

Nota van Uitgangspunten Codrico

Rekening houden met fauna en flora bij de inrichting van de stad en ontwikkeling van gebouwen noemen we natuurinclusief bouwen. Rotterdam wil met het natuurinclusief bouwen een stimulans geven aan natuurontwikkeling van de stad. Daarmee wil de gemeente ervoor zorgen dat de bijzondere flora en fauna in woningen en gebouwen van de stad behouden blijft en uitgebreid wordt. Aangezien natuurinclusief bouwen vaak maatwerk is, afgestemd op specifieke soorten, wordt aanbevolen om voor een goede uitwerking een ecoloog in te schakelen voor advies. Voor een aantal gebieden is het betrekken van de gemeentelijk stadsecoloog verplicht.

Eisen per gebied Per gebiedstype in Rotterdam is inzichtelijk gemaakt wat de aandachtspunten zijn met betrekking tot flora en fauna waar in de ontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Hiertoe wordt de gebiedsindeling van de Rotterdamse stijl gehanteerd. Voor deze ontwikkeling binnen het gebied ‘wijken na 1970’ gelden de volgende aandachtspunten voor bouwen en omgeving: Bouwen • Verharding privé groen voorkomen of beperken. • Groene gevels op versteende plekken. • Nestgelegenheid voor vogels en kleine zoogdieren in de vorm van nestkasten, egelverblijfplaatsen en takkenwallen. • Aandacht voor gebouw gebonden vogels en vleermuizen. Omgeving • Relatie met robuuste groenstructuur benutten met vergroening rondom woningen en gebouwen. Vooral struweel en bloemplanten zijn een goede aanvulling. • Bomen en bomenlanen die privegroen met openbaar groen verbinden maken het mogelijk dat bijzondere fauna tot in de

directe omgeving kan komen. • Aansluiten op landschapshistorische lijnen (dijken, Rotte) die in de nabijheid lopen en de singels. • Zorg voor verbindingen onder wegen en bruggen door.

Natuurbehoud In geval van sloop en renovatie geldt bescherming van fauna door de wet natuurbescherming. Het advies is daarom om zo vroeg mogelijk een project fauna onderzoek te starten. Bij meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd is het raadzaam om fauna onderzoek per buurt of wijk uit te voeren om zo op efficiënte manier te komen tot effectieve plannen en maatregelen.

6.5 Gezonde leefomgeving

Intensiever ruimtegebruik brengt in de toekomst meer hinder, gezondheids- en veiligheidsrisico’s, voor Rotterdammers met zich mee. Zo worden woningbouwplannen steeds vaker gerealiseerd op locaties dichtbij snel- en spoorwegen, en industrie- en bedrijventerreinen. Ook krijgen voormalige bedrijventerreinen steeds vaker een nieuwe functie als locatie voor woningbouw. Bij de Codrico-ontwikkeling gaat het om het uitplaatsen van een fabriek met een hogere milieucategorie, wat veel gaat betekenen voor een gezondere leefomgeving voor de projectlocatie en zijn directe omgeving. Voor een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad is schone lucht essentieel. Dat geldt ook voor een goede balans tussen rust en drukte. Mensen moeten worden beschermd tegen de risico’s die werken met en het vervoer van gevaarlijke stoffen met zich meebrengen. Om ondanks verdichting een gezonde leefomgeving te kunnen creëren, is het belangrijk dat luchtkwaliteit, geluidhinder, ondergrond en omgevingsveiligheid een prominente plek innemen bij planontwikkeling.

55/72

7

Technische randvoorwaarden 7.1 Afval 7.2 Peilmaat 7.3 Kabels en leidingen 7.4 Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties 7.5 Vetputten 7.6 Windhinder 7.7 Bezonning 7.8 Daken

+ 3.30 NAP

+ 3.30 NAP +3

.60

+3

.60

+ 3.60 NAP

NA

P

+ 3.30 NAP

+ 3.60 NAP /

+ 3.60 NAP /

+ 3.90 NAP

+ 3.90 NAP + 3.90 NAP

+ 3.90 NAP + 3.60 NAP

NA

P

+ 3.60 NAP + 3.60 NAP

+3

.60

+ 3.90 NAP

+ 3.90 NAP

+ 3.90 NAP

+ 3.90 NAP

+ 3.90 NAP

NA

P

+ 3.90 NAP + 3.90 NAP

N

+ 3.90 NAP

7.1 Afval

Voor het ophalen van huisvuil is Stadsbeheer Schone Stad verantwoordelijk. Dit is mogelijk middels ondergrondse containers in de openbare ruimte of (rol-)containers gestald in een inpandige ruimte. Voor het huisafval is het niet meer vanzelfsprekend (juridisch afdwingbaar) dat al het afval inpandig een plek krijgt. Dit betekent een grotere aanslag op de buitenruimte als er niks geregeld wordt. Dit leidt tot het nadenken over nieuwe afvalsystemen, ook in stapelbouw. Deze transitie vraag om een kader waarbij circulariteit, gemak en inpassing belangrijk zijn. Aan het begin bij het ontwerpen van stapelbouw is het van belang stil te staan bij het ruimtebeslag van een systeem binnen het gebouw. Dit houdt in dat er ruimte reserveringen nodig zijn in het gebouw voor bijvoorbeeld de transitie in het afvalsysteem. Hierbij kan gedacht worden aan het omzetten van GFE naar energie en/of hoogwaardig compost door het introduceren van afvalgrinders. Essentieel hierbij is dat er vooraf wordt nagedacht over het inzamelingsysteem in het gebouw én dat hier ruimte voor wordt gemaakt (of gereserveerd) in leidingen en ruimtes. Voor een goede leefbare en aantrekkelijke openbare ruimte moet voorkomen worden dat er een grote ruimte claim komt door ondergrondse containers vanwege huisafval. Afwijking van het bovenstaande beleid dient met Stadsbeheer Schone stad afgestemd te worden.

Voor bedrijfsafval dient voldoende inpandige ruimte te worden gereserveerd voor de stalling van de (vuil) containers. Dit kan centraal in het gebouw worden georganiseerd, maar ook per functie apart. De impact van deze voorzieningen op de gevel moet worden geminimaliseerd. De dimensionering en logistiek van deze voorzieningen moet zodanig zijn dat er nooit een reden is om containers langere tijd in de buitenruimte te stallen. De relatie tussen de opslagruimtes en de plek waar het vuil wordt opgehaald moet goed zijn. De relatie tussen de opslagruimtes en de ophaalplek dient zo te worden georganiseerd dat het mogelijk is de containers kort tevoren

buiten te zetten, of - nog beter - door het vuilophaalbedrijf naar buiten kan worden gereden. Het vuil wordt opgehaald aan de zijde van de Veerlaan en Brede Hilledijk. Voor de afzonderlijke functies/units moet, afhankelijk van de afstand tot de centrale opslagruimtes(s), een kleine tussenopslag worden gerealiseerd.

7.2 Peilmaat

Het uitgifte-/vastgestelde peil voor de projectlocatie varieert op verschillende plekken. Dit komt omdat een deel van de ontwikkeling bestaat uit bestaande bebouwing die behouden blijft en een ander deel nieuwbouw betreft. Het oostelijk deel van de ontwikkeling sluit aan op de nieuwbouw van de Pols Noordzijde waar een peilmaat van +3.90 NAP gehanteerd wordt in verband met het overstromingsrisico. Dit heeft betrekking op de toren en het wandgebouw. Katendrecht ligt buitendijks en dat brengt het risico van overstroming met zich mee. Daarentegen is de kade aan de Rijnhavenzijde bestaand en ligt op +3.30 NAP. In de buitenruimte zal deze hoogte overbrugd moeten worden naar de nieuwbouw op minimaal + 3.60 NAP, bij voorkeur +3.90 NAP. Voor het monumentale en beeldbepalende deel zal het huidige peilmaat blijven gelden gezien deze bebouwing behouden zal worden of op dezelfde plek in zelfde voor en volume teruggebouwd wordt, +3.60 NAP. Het veldblok sluit aan op het peilmaat van de Fenix I, Kern van Katendrecht en het fabrieksgebouw van Codrico en krijgt ook een peilmaat van +3.60 NAP. Deze vele verschillen in peilmaat vergen een goede afstemming tussen het ontwerp van het gebouw en de buitenruimte en zo de hoogteverschillen in het openbaar gebied op een ontspannen en inclusieve wijze vorm te geven.

7.3 Kabels en leidingen

Voor een kaart met kabels en leidingen wordt doorverwezen naar het Ingenieursbureau, binnen het gebied Katendrecht kan contact worden opgenomen met René Groeneveld (rea. groeneveld@rotterdam.nl).

7.4 Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties Nutsvoorzieningen, transformatorruimtes en installaties dienen in overleg met de betrokken diensten/instanties in de bebouwing te worden opgenomen. De impact op de plintgevel en buitenruimte moet worden geminimaliseerd. De netaansluiting voor collectieve voorzieningen dient EV ready te zijn conform art. 8 van de beleidsregeling parkeernorm (geschikt voor gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplekken).

7.5 Vetputten

Indien er horecavoorzieningen worden gerealiseerd dienen eventuele vetputten inpandig te worden opgenomen. Vetputten in de buitenruimte zijn niet toegestaan.

7.6 Windhinder

Er dient in een zo vroeg mogelijk stadium een windhinderonderzoek te worden gedaan voor de locatie en de directe omgeving. Deze metingen worden op basis van volumestudies gedaan en geven een eerste beeld waar zich mogelijke knelpunten bevinden. Op basis van dit onderzoek kan tijdens het ontwerpproces door kleine verschuivingen in de volumeopbouw of door andere ingrepen gezocht worden naar een zo goed mogelijk windklimaat. Wind Algemeen Voor windonderzoek moet de NEN-8100 worden gebruikt. Om tot een goed inzicht te komen moet vooraf bepaald worden welke windniveau op welke plek acceptabel is. Wind en hoogbouw Tijdens het ontwerpproces van een gebouw voor het vaststellen van een voorlopig ontwerp zijn oriënterende windonderzoeken gedaan. Door deze maatregelen is bij een uiteindelijke realisatie van hoogbouw de kwaliteit gegarandeerd en kan worden aangetoond wat de aandachtsgebieden zijn rond nieuwe hoogbouwinitiatieven. Vorm, materiaal en hoogte kunnen op deze manier in een vroegtijdig stadium onderzocht worden en de uitkomsten kunnen worden meegenomen in het ontwerpproces. De finale check dient met een windonderzoek op basis van het definitief ontwerp te geschieden.

58/72

7.7 Bezonning

Er dient een bezonningsonderzoek te worden gedaan om te bekijken wat de invloed is op de omgeving en hoe de bezonning is van de onderdelen van het gebouw zelf. Het is wenselijk minimaal te voldoen aan de zogenaamde lichte TNO norm. Deze norm komt er op neer dat van een woning op een van de gevels per dag minimaal 2 uur zon moet kunnen schijnen in de periode tussen 19 februari en 21 oktober. Hoogbouw Bij het toevoegen van hoogbouw moet er duidelijk zijn in hoeverre het nieuwe volume extra schaduw in de stad geeft. Per gebied zijn er sunspots en/of representatieve ruimtes aangewezen. Deze zijn gekozen op basis van loopstroomdata, tijden van gebruik en verblijfscijfers. Ook is er per plek een tijd weergegeven waarbinnen er geen, dan wel geringe afname mag zijn van zon. In de gebieden en plekken die zijn aangewezen als de zogenaamde sunspot, mag géén vermindering van zonuren optreden binnen de aangewezen tijden. Daarnaast zijn er representatieve ruimtes waar zon belangrijk is, maar waar wel enige vermindering in zonuren mag optreden. Per locatie wordt aangegeven wat het minimale aantal zonuren is dat behouden moet worden en binnen welk tijdsbestek dit geldt. Voor de representatieve ruimtes worden 21 juni en 21 september als meetpunten genomen. Voor de sunspots gelden de genoemde tijden binnen de maatgevende periode (21 maart tot 21 september).

Voor de Codrico-ontwikkeling, waar hoogbouw onderdeel van uitmaakt, zijn de sunspots en representatieve ruimtes in de nabijheid en relevant voor de ontwikkeling. Dit betreffen plekken 32 en 33, te weten twee sunspots (drijvend park langs de Wilhelminapier en plein nabij Luxor) en een representatieve ruimte (het landpark in de Rijnhaven). De beoogde toren in de Codrico-ontwikkeling dient te voldoen aan deze gestelde kaders.

7.8 Daken

In een stad waar verdichting zorgt voor concurrentie op ruimte, is het daklandschap essentieel om zaken zoals speelplekken, waterberging, tegengaan van hittestress, gebruiksen verblijfsruimte een plek te geven. De daken moeten mee ontworpen worden en dienen een goede invulling te krijgen passend binnen het gebied en de ontwikkeling. De opbouw van de Pols in tribunevorm maakt dat er meerdere hogere volumes zijn van waaruit er op lager gelegen daken gekeken wordt. Dit zal het geval zijn bij het lagere deel van het wandgeouw maar ook bij het wandblok dat een getrapt volume krijgt met ook lager gelegen daken. Op de daken krijgen veelal de technische zaken van het gebouw een plek. De technische zaken dienen zo vormgegeven/ingepakt te worden dat deze aan het zicht worden ontrokken. Zowel vanaf het maaiveld als vanuit hogere volumes in de directe omgeving. De daken dragen bij aan de belevingswaarde en kwaliteit van het gebied.

34

33

32

12-18

33

12-17

34

9-21

21/06 - min 4,5 uur 21/09 - min 3,5 uur

32 21/06 - min 8 uur 21/09 - min 4,5 uur

Sunspot - geen verslechtering Representatieve ruimte - geringe verslechtering Plekken met basiskwaliteit - max. 2 uur verslechtering

Sunspotkaart (Hoogbouwvisie 2022)

Nota van Uitgangspunten Codrico

59/72

8

Proces 8.1 Procedure 8.2 SMP en IP 8.3 Participatie en communicatie

Deze Nota van Uitgangspunten is er op gericht het initiatief voor de ontwikkeling van Codrico tot uitvoering te brengen. Dit hoofdstuk geeft uitleg over het proces richting de realisatie.

8.3 Participatie en communicatie

8.1 Procedure

- Het participeren/communiceren met de belangrijkste stakeholders uit de directe omgeving rondom het initiatief. Hierbij behoren ook de vergunningverleners. Deze verantwoordelijkheid ligt zowel bij overheid als bij de initiatiefnemer.

Indien het initiatief past binnen het vigerende bestemmingsplan, dan kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Dit volstaat qua procedure om tot realisatie over te kunnen gaan. Het initiatief rondom de ontwikkeling van de Codrico-locatie past qua ruimtelijke/programmatische invulling niet binnen het vigerend bestemmingsplan. Een wijziging van het bestemmingsplan is derhalve noodzakelijke. Deze wijziging kan procedureel middels een projectbestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. De Nota van Uitgangspunten wordt dan gebruikt als toetsingskader voor met name het privaatrechtelijke traject behorende bij dit initiatief.

Indien een initiatief niet past binnen het vigerend bestemmingsplan valt het participatie/communicatie traject in feite uiteen in twee afzonderlijke trajecten met daarbij behorende verantwoordelijkheden:

- Het participeren/communiceren met betrekking tot de procedure rondom het wijzigen van het bestemmingsplan, om het initiatief planologisch mogelijk te maken. Dit is een verantwoordelijkheid van de overheid.

8.2 SMP en IP

Bij de Nota van Uitgangspunten is een stedenbouwkundig matenplan (SMP) opgesteld. In het SMP staan onder andere de volgende elementen aangegeven; - Rooilijnen, bebouwingscontouren en bouwhoogtes - Huidig peil en uitgiftepeil aangrenzend openbaar gebied - Omgeving en landmeetkundige assen (coördinaten) - Uitgiftegrenzen. Voor de openbare ruimte dient een nieuw Inpassingsplan (IP) gemaakt te worden. Voor het gehele Polsgebied wordt een kader IP opgesteld, en op basis daarvan worden logische delen afzonderlijk verder uitgewerkt en gefaseerd aangelegd. Met deze aanpak is de samenhang van het geheel geborgd, tegelijkertijd is gefaseerde aanleg mogelijk waardoor niet grote delen van het Polsgebied een tijdelijke inrichting zouden kennen/op de schop zouden moeten wanneer deze al tijd(en) in gebruik genomen zijn.

Nota van Uitgangspunten Codrico

61/72

9

Verantwoording 9.1 Vuistregels Stadswijken 9.2 Toelichting beleidskaders 9.3 Beeldverantwoording 9.4 Moties Gemeenteraad

Vuistregels Bouwen in de Stadswijken

U bent van plan om te gaan bouwen in een van de Rotterdamse Stadswijken. In deze brochure vindt u de belangrijkste informatie kort en bondig samengevat. Welk beleid is van kracht in de Stadswijken? Passen uw ambities bij het beleid van de gemeente? Welke stappen kunt u verwachten? Met wie kunt u contact opnemen?

9.1 Vuistregels Bouwen in de Stadswijken Duurzame toekomstwaarde Vuistregels

Rotterdamse stadswijken hebben een levendig karakter en een rijke cultuurhistorie. Stadswijken overzicht beleid moeten kunnen meebewegen met hoe geleefd en gewoond wordt in de stad, nu en in de toekomst. Rotterdam richt zich op duurzame toekomstwaarde voor de stadswijken: economisch, sociaal en cultureel. Bouwprojecten dienen daarom toekomstbestendig te zijn (robuust en resilient) en toekomstwaarde voor de wijk te creëren.

4. Inclusieve stad

Vuistregels overzicht beleid

Rotterdam streeft naar wijken waar het prettig wonen is en waar mensen de kansen krijgen om volop mee te doen in de samenleving. Hiervoor scheppen we de juiste condities zodat mensen daadwerkelijk mee kunnen doen en elkaar makkelijk kunnen ontmoeten. Bereikbare en toegankelijke voorzieningen zoals scholen, openbaar vervoer, zorgvoorzieningen en speelplekken staan daarbij vaak centraal. Maar ‘meedoen’ gaat om meer dan toegankelijkheid voor mensen met een beperking en chronische ziekte. Het gaat bijvoorbeeld om werkgelegenheid, de mogelijkheid om andere mensen te ontmoeten of te kunnen bewegen als je geen geld voor de sportschool hebt. En om een sociaal veilige omgeving waar kwetsbare mensen tóch de deur uit durven. Of woonzorgconcepten waar mensen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Ruimte voor stad in balans (2018), Woonvisie (2016), Langer Thuis (2015), Bouwstenen Kindvriendelijke Wijken (2010), Addendum Woonvisie 2030 (2019), Actieplan middenhuur (2019)

Vuistregels overzicht beleid

1. Versterken karakteristieken van de wijk

De Rotterdamse stadswijken zijn onderling verschillend van sfeer en identiteit. Deze staan beschreven in de Welstandsnota. Bouwprojecten gaan zorgvuldig om met de bestaande context, versterken het karakter van de stadswijk of voorzien de wijk van een kwalitatieve verbijzondering. Bij ieder initiatief is vereist: • Een analyse van de wijk en een bouwplan dat daaruit volgt (eigentijdse interpretatie of historiserend) • Een passende verhouding tot de cultuurhistorie van de plek • Het behoud of versterken van 1) de samenhang met de stad, 2) de stedenbouwkundige structuur van de wijk, 3) de maat en schaal van het stedelijk weefsel en 4) de rooilijnen en gevelwand, waarbij het gesloten bouwblok veelal uitgangspunt is. Welstandsnota Rotterdam (2012), Welstandsnota: gebiedskarakters (2012), Cultuurhistorische verkenningen, Bouwverordening Rotterdam (2010), Gebiedsgerichte Visies en Masterplannen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c0afe703-8570-494a-92ed-29f70acc0044