[24bb004630] Bijlage 8 behorende bij 24bb005959 over aanmeldingsnotitie m.e.r. -beoordeling Pols-Noord
Tekst van het document
Conclusie De beoogde ontwikkeling gaat niet gepaard met negatieve effecten voor de bodem. Daarnaast zal zorg gedragen worden dat sprake is van een passende bodemkwaliteit voor de beoogde functies binnen het plangebied. Als nader onderzoek uitwijst dat de bodem gesaneerd moet worden, dan zal een BUS melding worden gedaan voor het opstellen van een bodemsaneringsplan voor deze locatie. De vier ondergrondse opslagtanks worden in ieder geval verwijderd, zodat het risico op verspreiding van lichte verontreinigingen wordt voorkomen. Na de sloopwerkzaamheden zal nog onderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van asbest. Voor de overige ruimtelijke ontwikkelingen wordt per ontwikkeling nog een bodemonderzoek uitgevoerd. 5.13 Geohydrologie
Algemeen De beoogde ontwikkeling kan gepaard gaan met milieueffecten ten aanzien van geohydrologie. Met name ondergrondse bouwwerken kunnen een effect hebben op de grondwaterstand. In voorliggende paragraaf wordt de impact van het plan op het grondwater nader beschouwd.
Toetsingskader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties alsook een goede fysieke leefomgeving vraagt het aspect grondwater om aandacht. Het grondwater in Rotterdam heeft invloed op de bebouwde omgeving. Als gemeente heeft Rotterdam de HD 8751-2-RA-004 92
pEUTZ zorgplicht voor het grondwater. Daarom dient hier op zorgvuldige wijze rekening mee gehouden te worden in deze zeer stedelijke omgeving.
Beoordeling Er zijn geen actieve peilbuizen binnen Pols-Noord. Wel zijn enige peilbuizen in de omgeving gesitueerd. Hieruit volgt dat er vooralsnog geen goed beeld is te vormen van de heersende grondwaterstanden ter plaatse van de beoogde ontwikkeling. Ter plaatse van de Brede Hilledijk lijkt de grondwaterstand rond NAP +2,0 m te liggen. Richting haven lijkt het vooralsnog lager te liggen. Ondergrondse bouwwerken kunnen mogelijk een effect hebben op de geohydrologie. Bronbemaling is daarbij een proces waarbij op verschillende plaatsen grondwater wordt opgepompt en via een leiding wordt afgevoerd, om plaatselijk en tijdelijk de grondwaterspiegel te verlagen. Dit kan nodig zijn om het waterpeil in de bodem zodanig te verlagen dat droog gewerkt kan worden onder andere bij het leggen van leidingen, rioleringsbuizen, het bouwen van kelders en ondergrondse parkeergarages. Hierbij wordt opgemerkt dat er vooralsnog geen DO voor de parkeertunnel, en een bemalingsadvies voor de bouwkuip beschikbaar is. Later in het proces zal dit nader worden uitgewerkt. Hierbij is het aannemelijk, mede vanwege de eerdere bouwputten op Katendrecht, dat er geloosd zal worden op open water waar Rijkswaterstaat het bevoegd gezag is. Tevens kan het vanwege impact op de omgeving (zoals op de houten palen van Santos) nodig zijn om retourbemaling toe te passen.
Dit zal aan de orde komen in het nog op te stellen bemalingsadvies. Per ruimtelijke ontwikkeling zal/is - mede in het kader van diens vergunningsprocedure beschouwd worden welke maatregelen, indien benodigd, toegepast moeten worden om de ondergrondse voorzieningen te kunnen realiseren. Indien hier knelpunten uit naar voren komen zijn er altijd nog alternatieven en/of maatregelen mogelijk. In het kader van de beoogde realisatie van de parkeertunnel is bovendien nader beschouwd wat het aanvullend effect is op het grondwater (bijlage 8). Globaal gezien ligt de bodem van de parkeertunnel op NAP -1 m, en de bodem van de 2e laag van de parkeergarages op circa NAP -4 m. Ondergrondse constructies hebben invloed op
het
grondwater.
grondwaterstroming
Barrièrewerking wordt
belemmerd
treedt door
op
als
de
bestaande
ondergrondse
(freatische)
bouwwerken.
Door
barrièrewerking wordt de grondwaterstroming belemmerd en dit kan wateroverlast of wateronderlast als gevolg hebben. De mate van invloed wordt bepaald door de ligging, afmeting en de oriëntatie ten opzichte van de stromingsrichting. Wijzigingen in de grondwaterstand kunnen onder andere effecten hebben ten aanzien van de fundering van panden, kadeconstructies, openbaar groen en zettingen van de ondergrond.
HD 8751-2-RA-004 93
pEUTZ Om inzicht te krijgen in de grondwaterstromen en het effect van de parkeertunnel is een grondwatermodel gemaakt. Allereerst is de situatie doorgerekend waarin alle ondergrondse parkeergarages reeds zijn gebouwd, met uitzondering van de parkeertunnel. De parkeergarages sluiten de top zandlaag af en vormen een barrière voor grondwater. Deze situatie is de nul-situatie. Vervolgens is de parkeertunnel toegevoegd als ondoorlatende barrière. Hieruit volgt dat zonder het treffen van maatregelen wordt verwacht dat de parkeertunnel voor een opstuwing van grondwater van +0J5 m zorgt in de Brede Hilledijk. Bij de Bundweg wordt een opstuwing van 0,40 m verwacht. In de Pudongstraat wordt een daling van 0,85 m verwacht.
F 28
Verlagingscontouren verschil situatie met en zonder parkeertunnel
Om inzichtelijk te kunnen maken wat een (beperkte) maatregel voor effect heeft is deze situatie eveneens doorgerekend. Deze maatregel bestaat uit het aanbrengen van 0,5 m goed doorlatend zand onder de constructie die in verbinding staat met het wegnet. Met deze maatregel is grondwaterstroming onder de constructie mogelijk. Met de maatregel wordt een opstuwing in de Brede Hilledijk van 0,05 m verwacht. In de Bundweg wordt een opstuwing van ca. 0,20 m verwacht. Er wordt een daling van 0,35 m in de Pudongstraat verwacht.
F 29 Verlagingscontouren veschil met en zonder parkeertunnel met maatregelen
HD 8751-2-RA-004 94
pEUTZ De
voorgenomen
ontwikkelingen
(parkeergarages
en
parkeertunnel)
sluiten
de
topzandlaag af over bijna de volledige breedte van het projectgebied. De bodem van de eerste parkeerlaag ligt al in de waterremmende deklaag. De tweede parkeerlaag ligt volledig in de waterremmende deklaag. Het afsluiten van de topzandlaag kan leiden tot een
verhoogde,
maar
ook
een
verlaagde,
grondwaterstand.
Verhoging
van
grondwaterstanden kan tot wateroverlast en andere problemen in de openbare ruimte leiden. Verlaging van grondwaterstanden kan, in geval van houten funderingspalen, leiden tot paalrot. Geadviseerd wordt daarom om 0,5 meter zand toe te passen onder de bodem van de parkeertunnel. Gelet op de beperkte invloedssfeer na het toepassen van deze maatregel wordt niet verwacht dat en dergelijke verhoging en verlaging tot onacceptabele effecten zal leiden. De permanente invloedssfeer reikt niet tot de rijksmonumenten. Ook rond de groenvoorzieningen blijft de stijging van de grondwaterstand beperkt waardoor er vooralsnog geen negatieve effecten verwacht worden. Wel wordt geadviseerd een monitoringsnetwerk aan te leggen om een goede nul situatie vast te leggen van de grondwaterstand. Tevens kunnen deze gegevens gebruikt wordt en om het model aan te scherpen. Indien uit de monitoring en modelresultaten blijkt dat de effecten groter zijn dan in deze notitie aangenomen kunnen alsnog passende maatregelen, zoals bijvoorbeeld een drainageleiding, genomen worden. Indien nodig zullen maatregelen worden getroffen om negatieve effecten te voorkomen. Bovendien zullen geen uitloogbare bouwmaterialen worden toegepast, en zal daardoor de (grond)waterkwaliteit niet negatief worden beïnvloed.
Klimaatverandering
Als gevolg van klimaatverandering kan extremer weer verwacht worden. Dit houdt in dat het meer kan regenen maar ook intenser kan regenen. Ook kunnen droge periodes vaker en langer voorkomen als gevolg van klimaatverandering. Door hevigere neerslag kan de grondwaterstand hoger komen te staan als gevolg van de barrièrewerking. Gelet op de zandige toplaag, en het nemen van de maatregel onder constructie van 0,5 m zand, wordt verwacht dat dit een tijdelijk effect is. Vooralsnog worden geen permanente gevolgen verwacht voor de grondwaterstand door de barrièrewerking met het oog op klimaatverandering.
Verspreiding bekende grondwatervervuiling
De beoogde aanleg van een parkeertunnel en parkeergarages kunnen mogelijk effecten hebben op het grondwater. Verontreinigingen kunnen door de nodige werkzaamheden verspreid worden.
HD 8751-2-RA-004 95
pEUTZ Zoals geconstateerd in paragraaf 5.12 is ter plaatse van het Codrico terrein sprake van ten hoogste een lichte verontreiniging van het grondwater. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en molybdeen. Deze verontreinigingen zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Aangezien dit ten hoogste een lichte verontreiniging betreft is hierbij geen noodzaak tot het saneren. Tevens is verspreiding van deze verontreiniging naar verwachting niet aan de orde, aangezien dit te relateren is aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties. Wel zullen de ondergrondse tanks, alwaar in het verleden is geconstateerd dat het grondwater nabij de tanks ten hoogste licht verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten zijn, worden verwijderd. Dit zal op een natuurlijk moment, bijvoorbeeld bij werkzaamheden ter plaatse van deze locatie, worden uitgevoerd. Ingeval sprake is van het verspreiden van deze lichte verontreiniging is het echter alsnog de verwachting dat hiermee geen noodzaak ontstaat tot sanering. Lichte verontreinigingen leiden doorgaans niet tot vervolgacties. Tevens is de kans aanwezig dat ook op overige locaties binnen PolsNoord sprake zal zijn van lichte grondwaterverontreinigingen.
Indien benodigd/wenselijk zullen deze tanks al voorafgaand aan de verdere aanlegwerkzaamheden voor de parkeertunnel worden verwijderd. Dit zal voorafgaand aan de verdere werkzaamheden worden afgestemd.
Conclusie De ondergrondse bouwwerken zullen invloed hebben op de grondwaterstand. Ten behoeve van de realisatie van de parkeertunnel wordt geadviseerd om 0,5 meter zand onder de constructie aan te brengen. Hiermee wordt verwacht dat geen sprake is van onaanvaardbare effecten. Geadviseerd wordt om een monitoringsnetwerk aan te leggen waarmee gecontroleerd kan worden of eventuele aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals het toepassen van drainage. Vooralsnog is geen definitief ontwerp (DO) voor de parkeertunnel en een bemalingsadvies voor de bouwkuip beschikbaar is. Met Rijkswaterstaat wordt overlegd of lozing van het opgepompte
grondwater
aanvaardbaar
is.
Indien
het
opgepompte
grondwater
verontreinigingen bevat, kan een eventueel zuivering noodzakelijk zijn voordat het grondwater wordt geloosd op de Rijnhaven. Er kan echter geconcludeerd worden dat mitigerende maatregelen mogelijk zijn waarmee aanzienlijke milieueffecten voorkomen kunnen worden. Als nader onderzoek uitwijst dat de bodem onder de Codrico locatie gesaneerd moet worden, dan is sanering van de bodemverontreiniging
en verwijdering van de
ondergrondse tanks en aanwezige lichte verontreinigingen een voorwaarde voordat kan worden gestart met de aanlegwerkzaamheden van de parkeertunnel op het moment dat deze werkzaamheden leiden tot een onacceptabele verspreiding van deze verontreiniging.
HD 8751-2-RA-004 96
pEUTZ 5.14 Water
Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient het waterbelang te worden meegenomen in de planvorming. Dit is van belang voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem, waarin gezondheid en veiligheid van de mens samengaat met de natuurlijke ecosystemen. In deze paragraaf zal het aspect water nader inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij wordt gekeken naar de impact van de beoogde ontwikkeling op het lokale watersysteem.
Wettelijk kader In 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water vastgesteld met als doel het bereiken van een goede toestand in de wateren in de gemeenschap en het bijdragen aan de beschikbaarheid van voldoende oppervlaktewater en grondwater van een goede kwaliteit voor een duurzaam, evenwichtig en billijk gebruik van water. Het Nationaal Water Programma (NWP) is de rijksnota voor het nationale waterbeleid en wordt op basis van de Waterwet eens per 6 jaar opgesteld. In het NWP, vastgesteld in maart 2022, zijn de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid voor de periode 2022-2027 opgenomen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van het NWP: ^
Een veilige en klimaatbestendige delta.
^
Een concurrerende, duurzame en circulaire delta.
^
Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
Water is van groot belang voor een goede leefomgeving. Daarom is dit aspect ook sterk verweven in beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau. Hierbij is ook een sterke samenhang met de opgaven in relatie tot klimaatverandering. Bovendien valt het plangebied binnen het beheersgebied van Waterschap Hollandse Delta. Elk waterschap hanteert haar eigen regionale regels. Deze regels zijn opgenomen in de Waterschapsverordening. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een impact hebben op het lokale watersysteem. Een toename van het verhard oppervlak kan bijvoorbeeld neerslag versneld tot afvoer laten komen. In de Waterschapsverordening staan de regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Hierin staat wat wel en niet mag met betrekking tot het lokale watersysteem. Het Waterschap Hollandse Delta is de waterbeheerder van regionaal water. Rijkswaterstaat is de waterbeheerder van de rivier en de havens. En de gemeente Rotterdam (Stadsbeheer, afdeling Water) is de rioolbeheerder. Het rioleringsbeleid van de gemeente ligt vast in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Dit biedt een overzicht van de ontwikkelingen die zich HD 8751-2-RA-004 97
pEUTZ nu en in de toekomst afspelen in het stedelijk watersysteem van Rotterdam. In het
'Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025' vormen de volgende drie pijlers de basis voor de strategie: -
Een slim beheer: renoveren, repareren en beheren;
-
Klimaatgerichte normering voor de verwerking van neerslag;
-
Gebiedsgericht samenwerken.
Aan de hand van de bovenstaande pijlers worden keuzes gemaakt voor het vormgeven van het stedelijk watersysteem van de toekomst.
Beoordeling Algemeen
In de huidige situatie is sprake van een vrijwel geheel verhard terrein. Het plangebied is bovendien geheel buitendijks gelegen. Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Wel is de beoogde ontwikkeling gelegen aan de Rijnhaven.
Ten oosten van het plangebied, ter plaatse van de Maashaven oostzijde, de Hillelaan en (de oostkant van) de Brede Hilledijk ligt een primaire waterkering, zie onderstaande figuur. Binnen de waterkering zelf, en de beschermingszone van de waterkering, vinden in relatie tot de herontwikkeling van Pols-Noord geen werkzaamheden plaats.
HD 8751-2-RA-004 98
F 31 Legger waterkeringen
Het maaiveld ter plaatse van Katendrecht ligt circa tussen NAP +3,4 m en NAP +3,8 m. Het gebied heeft een indicatieve zettingsgevoeligheid van ca 1 à 2 mm per jaar. Katendrecht is buitendijks gelegen. Hiertoe is het adviespeil waterveiligheid bepaald op NAP +3,60 m voor uitgiftepeilen en NAP + 330 m voor vitale infrastructuur en kwetsbare objecten. De uitgiftepeilen in Katendrecht waren al bepaald voordat het adviespeil waterveiligheid werd vastgesteld. Risico water op straat
Als gevolg van steeds hevigere en langere buien is in de toekomst een verhoogde kans op wateroverlast. Bij hevige buien blijft het water in de straten staan. Door een tekort aan afvoer- en infiltratiecapaciteit kan het water niet wegstromen, waardoor er overlast ontstaat op straat, in openbare ruimtes of zelfs in woningen. In het kader van de
'Klimaatadaptatie strategie Katendrecht gemeente Rotterdam' uit 2024, zoals opgesteld door Defacto Stedenbouw, zijn diverse scenario's doorgerekend. Hieruit volgt dat plaatselijk water op straat kan blijven staan.
In F
32
wordt de te verwachten
regenwateroverlast voor woningen tijdens extreme regenval weergeven. Hieruit volgt dat in Pols-Noord geen groot risico is op wateroverlast.
HD 8751-2-RA-004 99
pEUTZ
F 32 Regenwateroveríast voor woningen in huidige situatie bij 50 mm neerslag in 1 uur (bron: 'Kíimaatadaptatie strategie Katendrecht gemeente Rotterdam')
F 33 Regenwateroveríast voor woningen in toekomst bij 100 mm neerslag in 2 uur (bron: ‘Kíimaatadaptatie strategie Katendrecht gemeente Rotterdam')
Indien gekeken wordt naar de kaart van Atlas Leefomgeving die aangeeft waar water op straat staat na een extreme bui, zie F 33, is hierbij sprake van diverse aandachtsgebieden binnen het plangebied.
HD 8751-2-RA-004 100