[24bb004468] Bijlage 2 behorende bij 24bb004465 over NI PV, Leeronderzoek Rotterdam: Bevolkingszorg en psychosociale hulpverlening na schietincidenten (28-09-’23)
Tekst van het document
Leeronderzoek Rotterdam: Bevolkingszorg en psychosociale hulpverlening na schietincidenten (28-09-’23)
Nederlandse Academie voor Crisisbeheersing en Brandweerzorg Postbus 7010 6801 HA Arnhem Kemperbergerweg 783, Arnhem www.nipv.nl info@nipv.nl 026 355 24 00
Colofon © Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), 2024 Auteurs
W. Geense, M. Bakker, M. Dückers, M. van Duin en S. Broeders
Contactpersoon
W. Geense
Opdrachtgever
Gemeente Rotterdam en GGD-GHOR Rotterdam-Rijnmond
Datum
21 juni 2024
Foto’s cover
ANP
Wij hechten veel belang aan kennisdeling. Delen uit deze publicatie mogen dan ook worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding.
Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is bij wet vastgelegd onder de naam Instituut Fysieke Veiligheid.
2/53
Samenvatting Op donderdag 28 september 2023 stierven als gevolg van een tweevoudige schietpartij een 39-jarige vrouw, haar 14-jarige dochter en een 43-jarige man, huisarts en tevens docent in het Erasmus Medisch Centrum. Op verzoek van de gemeente Rotterdam en GGD-GHOR Rotterdam-Rijnmond heeft het lectoraat Crisisbeheersing van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid een leeronderzoek uitgevoerd naar aanleiding van deze schietincidenten. De focus ligt op de bevolkingszorgtaken van de gemeente en de psychosociale hulpverlening vanuit GHOR en GGD. Het doel van dit onderzoek is om de incidenten nader te beschouwen en lering te trekken uit de gebeurtenissen. De centrale vragen in dit leeronderzoek luiden: 1. Hoe reflecteren functionarissen van bevolkingszorg en psychosociale hulpverlening (PSH) op hun rol en taak tijdens en in de nasleep van het incident? 2. Wat is goed gegaan en wat zijn belangrijke leer- en verbeterpunten? 3. Welke aanbevelingen kunnen gedaan worden? Bij de beantwoording van de onderzoeksvragen worden twee thema’s meegenomen: organisatie en proces, en collectieve stress en ‘caring government’. Verschillende onderzoeksmethoden zijn ingezet: een verkennende enquête is uitgezet onder betrokken medewerkers, een documentstudie is uitgevoerd en betrokken functionarissen zijn geïnterviewd. Ten slotte heeft een leertafelsessie plaatsgevonden.
De verzamelde informatie roept het beeld op van een geroutineerde crisisorganisatie waarin medewerkers van de gemeente, GHOR, GGD en partners steeds ad hoc en proactief hebben ingespeeld op problemen die zich voordeden. Daarbij is steeds gericht gekeken wat nodig was, zijn taken opgepakt en soms overgenomen door anderen. Medewerkers hebben doelbewust inspanning geleverd vanuit de bevolkingszorg- en PSH-opdracht, rekening houdend met de grote impact van de gebeurtenissen op de stad Rotterdam. Ondanks de daadkrachtige en zorggerichte crisisinzet, kunnen verschillende leer- en verbeterpunten worden aangeduid. Het gaat daarbij onder andere om een methodiek te ontwikkelen om (bestuurlijke) uitgangspunten te bepalen voor de ondersteuning en zorg die de gemeente aan getroffenen wil en kan bieden in de eerste dagen, weken en eventueel zelfs maanden na dit soort ingrijpende incidenten. Daarbij wordt aanbevolen in de toekomst steeds een projectleider aan te stellen die verantwoordelijk is voor de regie en coördinatie van de nafase. Zo kan de acute crisisaanpak op een natuurlijke wijze overlopen in de reguliere dienstverlening vanuit de gemeente, in samenwerking met GGD en andere ondersteunings- en uitvoeringspartners.
3/53
Afkortingenlijst ACBz AC-GZ BOT BZ CET CoPI CVD DSI EMDR Erasmus MC GGD GHOR GOR GRIP GROP HTO LCMS LPO MPO OM OvD-Bz PSH PSHi PSHOR ROT SGBO SHN VR-RR VRZHZ VWS WPC
Algemeen Commandant Bevolkingszorg Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg Bedrijfsopvangteam Bevolkingszorg Crisis Expert Team Commando Plaats Incident Centrum voor Dienstverlening Dienst Speciale Interventies Eye Movement Desensitization Reprocessing Erasmus Medisch Centrum Gemeentelijke Gezondheidsdienst Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Gezondheidsonderzoek bij Rampen Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure GGD Rampen Opvang Plan Hoofd Taak Organisatie Landelijk Crisis Management Systeem Leider Psychosociaal Opvangteam Medewerker Psychosociaal Opvangteam Openbaar Ministerie Officier van Dienst Bevolkingszorg Psychosociale Hulpverlening Psychosociale Hulpverlening bij incidenten Psychosociale Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Regionaal Operationeel Team Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden Slachtofferhulp Nederland Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid Volksgezondheid, Welzijn en Sport World Port Center
4/53
Inhoud Afkortingenlijst
4
Inleiding
6
1 1.1 1.2 1.3
Feitenrelaas De incidenten Op- en afschaling in de acute fase (Overgang naar) de nafase
10 10 11 15
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Organisatie en proces Opschaling Continuering van processen na GRIP-afschaling Grote behoefte, voldoende capaciteit? Samenwerking
18 18 21 24 27
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Collectieve stress en de caring government Zorgplicht voor gemeenten Geboden ondersteuning en zorg Reikwijdte van de zorg: bepalen van uitgangspunten Nazorg aan het eigen personeel
31 31 33 37 37
4 4.1 4.2
Reflectie, conclusie en aanbevelingen Reflectie functionarissen van bevolkingszorg en PSH Belangrijkste conclusies en aanbevelingen
40 40 42
Literatuurlijst
48
Bijlage 1 Respondentenlijst
49
Bijlage 2 GOR-besluit
50
Bijlage 3. Kleine lessen en aanbevelingen uit de enquête en interviews
52
5/53
Inleiding Aanleiding Op donderdag 28 september 2023 beleefde Rotterdam volgens burgemeester Aboutaleb een ‘gitzwarte dag’. Als gevolg van een tweevoudige schietpartij overleden die dag een 39jarige vrouw, haar 14-jarige dochter en een 43-jarige man, huisarts en tevens docent in het Erasmus Medisch Centrum (Erasmus MC). Het drama begon rond 14.10 uur aan het Heiman Dullaertplein in Rotterdam, waar de vrouw en haar dochter werden neergeschoten. Ook brak er brand uit in de woning. Omwonenden en medewerkers van het tegenover gelegen gemeentekantoor waren getuigen en verleenden eerste hulp. Kort daarna werd in een lokaal van het Gk-gebouw van het Erasmus MC de docent door (naar later bleek) dezelfde schutter neergeschoten. De schutter liep daarna ruim een uur rond op verschillende verdiepingen van het gebouw, bedreigde verscheidene personeelsleden met een wapen en stichtte op meerdere plekken in het onderwijscentrum brand. De politie overmeesterde de vermoedelijke dader rond 15.30 uur. De drie slachtoffers overleden nog diezelfde dag. De schietincidenten vroegen van de hulpdiensten, de gemeente Rotterdam, Gemeentelijke Gezondheidsdienst – Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GGD en GHOR) Rotterdam-Rijnmond en andere hulpverleningsorganisaties een grote inzet.
Zo opende de gemeente Rotterdam donderdagmiddag voor getroffenen van beide incidenten opvanglocaties in de Machinist en de Looiershof, waar onder andere psychosociale ondersteuning werd geboden. Hoewel de Machinist donderdagavond alweer gesloten werd, bleef de Looiershof nog zo’n anderhalve week fungeren als opvanglocatie en later als inloophuis voor getroffenen en betrokkenen bij het incident aan het Heiman Dullaertplein. Tevens zijn herdenkingsplekken ingericht bij het huis van de doodgeschoten moeder en dochter, de praktijk van de huisarts en bij het Erasmus MC. Ook kwam de Koning op bezoek en vonden op verschillende momenten en locaties herdenkingen en wijkbijeenkomsten plaats, waar psychosociale hulpverleners een luisterend oor boden. In de weken en maanden na het incident ontvingen honderden mensen (individuele) nazorg.
Doel van dit leeronderzoek Op verzoek van de gemeente Rotterdam en GGD-GHOR Rotterdam-Rijnmond heeft het lectoraat Crisisbeheersing van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) een leeronderzoek uitgevoerd naar aanleiding van de schietincidenten.
6/53
De focus ligt op de bevolkingszorgtaken van de gemeente en de psychosociale hulpverlening vanuit GHOR en GGD. 1 Het doel van dit onderzoek is om de incidenten nader te beschouwen en lering te trekken uit de gebeurtenissen met het oog op bevolkingszorg en de psychosociale hulpverlening.
Vraagstelling De centrale vragen in dit leeronderzoek luiden: 1) Hoe reflecteren functionarissen van bevolkingszorg en psychosociale hulpverlening (PSH) op hun rol en taak tijdens en in de nasleep van het incident? 2) Wat is goed gegaan en wat zijn belangrijke leer- en verbeterpunten? 3) Welke aanbevelingen kunnen gedaan worden? Bij de beantwoorden van de onderzoeksvragen worden twee thema’s meegenomen.
Thema 1. Organisatie en proces
De gemeente Rotterdam had gedurende de acute fase en nafase een grote rol. Nadat de incidenten waren opgeschaald, participeerden medewerkers van de gemeente (bevolkingszorg) in de twee Commando’s Plaats Incident (CoPI’s), het Regionaal Operationeel Team (ROT) en het actiecentrum bevolkingszorg. Parallel aan het proces bevolkingszorg werd vanuit de GHOR de Psychosociale Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (PSHOR) geactiveerd om zo voor de getroffenen de psychosociale hulpverlening te organiseren. Omdat het eerste schietincident plaatsvond tegenover een gemeentekantoor, ondernamen gemeentefunctionarissen aldaar gelijk actie. Het gemeentekantoor werd een spontane opvanglocaties waar getroffenen dagenlang bij elkaar kwamen. Het vroeg het nodige van betrokkenen om – zoveel mogelijk in afstemming met anderen – de coördinatie en uitvoering van taken in de acute fase en in de nafase, inclusief op- en afschaling, soepel te laten verlopen. De gemeente Rotterdam deed dit niet alleen, maar werkte samen met allerlei instellingen en organisaties. Ook binnen de gemeente waren verschillende afdelingen betrokken. Binnen dit eerste thema richten wij ons op de organisatie en processen van bevolkingszorg en PSH (uiteenvallend in PSHOR en PSHi) na de schietincidenten in Rotterdam.
Hoe verliep het proces van op- en afschaling met de bijbehorende overdrachten? Wat kwam er allemaal af op bevolkingszorg en PSH, en was er voldoende capaciteit beschikbaar? Hoe verliep die samenwerking binnen en tussen verschillende ketenpartners op hoofdlijnen? En was voldoende duidelijk wie waarover de regie had?
Thema 2. Collectieve stress en ‘caring government’
De gebeurtenissen bij het Heiman Dullaertplein en het Erasmus MC waren zeer heftig te noemen. Binnen gemeente, GGD en partners leeft breed het gevoel dat de impact ervan op 1 In dit rapport wordt psychosociale hulpverlening, een wettelijke verantwoordelijkheid van de GGD, afgekort tot PSH. In
Rotterdam-Rijnmond valt de coördinatie van het acute deel van de PSH, gericht op ongevallen en rampen die opschaling vereisen, onder de GHOR. De GHOR valt onder de zeggenschap van de veiligheidsregio en de GGD. Dit opgeschaalde deel van de PSH heet PSHOR. Daarnaast is er een PSH-deel dat valt onder de coördinerende taak van de GGD in de nafase of bij ‘normale’ incidenten. Dit niet-opgeschaalde deel heet PSHi. Hiermee wijkt de situatie in Rotterdam-Rijnmond af van andere GGD’s waar PSHOR en PSHi door dezelfde organisatie worden gecoördineerd.
7/53
de samenleving zeer groot was, net als de collectieve stress. De gemeente Rotterdam, het Erasmus MC, de hulpdiensten, GHOR, GGD en andere organisaties hebben diverse activiteiten ontplooid om de maatschappelijke rust weer te herstellen. Binnen dit tweede thema is de insteek om meer inzicht te krijgen in hoe organisaties en sleutelfiguren zoals de burgemeester, een rol speelden in het managen van collectieve stress. Daarbij wil de gemeente graag inzicht verwerven in de mate waarin tijdens de nasleep van de schietincidenten is opgetreden als een ‘caring government’: een ruimhartige en zorgzame overheid. Wat betekent dit? Hoe ver reikt dat, wie bepaalt dat en hoe krijgt de gemeente zicht op wat de impact op de gemeenschap is geweest? Welke problemen en behoeften hadden getroffenen en in hoeverre is de aangeboden ondersteuning hierin toereikend geweest? Binnen dit tweede thema wordt ingegaan op hoe gemeente, GGD en partners (vanuit de inzet voor bevolkingszorg en PSH) hieraan invulling hebben gegeven. Daarbij gaat tevens aandacht uit naar de nazorg die geboden is aan het eigen personeel.
Afbakening In dit leeronderzoek gaat de aandacht primair uit naar bevolkingszorg en de psychosociale hulpverlening die vanuit de gemeente, de GGD en GHOR zijn opgezet in zowel de acute fase als de nafase na de schietincidenten van 28 september. De focus ligt op de ervaringen van betrokken functionarissen en de lessen die te trekken zijn. Hoewel de gebeurtenissen plaatsvonden bij zowel het Heiman Dullaertplein als het Erasmus MC, richt dit leeronderzoek zich vooral op de ondersteuning en zorg die geleverd is aan de getroffenen rondom het Heiman Dullaertplein in de wijk Delfshaven en in de wijk Katendrecht waar de huisarts zijn praktijk had. Het Erasmus MC heeft zelf de psychosociale opvang en nazorg voor eigen studenten en medewerkers georganiseerd en valt daarom buiten het bestek van dit leeronderzoek. Het brandweeroptreden en multidisciplinaire optreden in de acute fase staan centraal in het Leeronderzoek Rotterdam: Brandweeroptreden en multidisciplinaire samenwerking bij extreem geweld (28-9-‘23) (Kox et al., 2024) dat in opdracht van de veiligheidsregio eveneens door het lectoraat Crisisbeheersing is uitgevoerd.
Aanpak Het leeronderzoek vond plaats in de periode december 2023 tot en met juni 2024. In die periode zijn verschillende onderzoeksmethoden ingezet. Om een eerste indruk te krijgen van de beleving van de inzet van bevolkingszorg en de psychosociale hulpverlening, is een korte enquête uitgezet onder betrokken medewerkers. De vragenlijst bestond uit vragen over hun opvattingen over de uitgevoerde bevolkingszorg of PSH-taken, de mate van voorbereiding, en een terugblik op het incident, inclusief geleerde lessen en verbeterpunten. De enquête is door zowel bevolkingszorgfunctionarissen (n=48) als PSH-functionarissen (n=53) ingevuld. Ook zijn verschillende documenten
8/53
(waaronder het LCMS-journaal, draaiboeken, proceshandboeken en al uitgevoerde evaluaties) en mediaberichten geraadpleegd. Vervolgens heeft met 33 betrokken functionarissen een gesprek plaatsgevonden. Dit waren functionarissen die vanuit bevolkingszorg of PSH actief waren in de eerste dag(en) in de crisisorganisatie, of in de periode daarna (dagen, weken, maanden). Twee medewerkers die zowel een rol hadden binnen bevolkingszorg als PSH zijn twee keer gesproken. Zie bijlage 1 voor de respondentenlijst. Tijdens deze gesprekken kwamen beide thema’s aan bod: 1) organisatie en proces en 2) collectieve stress en caring government (inclusief de impact op samenleving en nazorg voor medewerkers). De interviews vonden deels fysiek en deels online plaats via Teams. Bij elk gesprek waren twee onderzoekers aanwezig en van elk gesprek is een (beknopt) verslag gemaakt. Ten slotte heeft een leertafelsessie plaatsgevonden waarbij twintig van de geïnterviewde respondenten aanwezig waren. Tijdens deze sessie zijn de deelnemers aan de hand van enkele centrale thema’s meegenomen in de voorlopige bevindingen van het rapport. Hun feedback is verwerkt in deze rapportage.
Leeswijzer Hoofdstuk 1 van dit rapport voorziet in een feitenrelaas. Na deze beschrijving van de belangrijkste gebeurtenissen op de dag van de schietincidenten en in de periode daarna volgt in hoofdstuk 2 een analyse van organisatie en proces (thema 1). De uitwerking van collectieve stress en caring government (thema 2) staat centraal in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de onderzoeksvragen van dit leeronderzoek beantwoord. Naast reflecties en conclusies bevat dit hoofdstuk ook een aantal aanbevelingen. De uitspraken van de respondenten staan in dit rapport gecursiveerd tussen aanhalingsteken.
9/53
1 Feitenrelaas Rotterdam kreeg op 28 september 2023 te maken met een meervoudig incident. Op twee verschillende locaties in de stad vond een dodelijk schietincident plaats en werd brand gesticht. Het betrof in eerste instantie twee naast elkaar gelegen woningen aan het Heiman Dullaertplein en vervolgens het Erasmus MC. Dit hoofdstuk beschrijft op basis van mediaberichten en LCMS rapporten beknopt de belangrijkste gebeurtenissen voor bevolkingszorg en de psychosociale hulpverlening. Het overzicht is daarmee niet volledig.
1.1 De incidenten Op donderdag 28 september 2023 komen rond 14.10 uur meldingen binnen op de Meldkamer Rotterdam van een mogelijke explosie en schietpartij bij een woning aan het Heiman Dullaertplein in de wijk Delfshaven. Omwonenden horen enkele knallen en zien rookpluimen uit een woning komen. Als de hulpdiensten ter plaatse zijn, treffen zij bij een woning twee slachtoffers aan: het gaat om een moeder en haar dochter. De moeder overlijdt ter plaatse, de dochter wordt zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. In de woning ernaast woedt op dat moment een grote brand. Later blijkt dat dit de woning van de verdachte is. Achtergrond van de verdachte De verdachte is Fouad L., een bekende van de politie. Vanaf 2018 is hij meerdere keren veroordeeld voor dierenmishandeling. Volgens de politie verkeert de woning van Fouad L. in “onleefbare staat”, en liggen er overal uitwerpselen van dieren. In de buurt is hij bekend vanwege zijn “bizarre” en “zorgwekkende” gedrag en zijn psychische problemen. Buren omschrijven hem als eenling, die geïsoleerd leeft. Op zijn in beslag genomen telefoon vindt de politie video’s van mensen die met messteken om het leven worden gebracht en nazi-gerelateerde en rechtsextremistische afbeeldingen. Buurtbewoners doen talloze meldingen richting de instanties. Zijn buurvrouw doet meerdere keren aangifte tegen hem. Ze is doodsbang en wordt door hem bedreigd.
Fouad L. studeert al tien jaar geneeskunde aan het Erasmus MC. Het OM waarschuwt begin 2023 het Erasmus MC over het “psychotische gedrag” van Fouad L. en zijn eerdere veroordelingen wegens dierenkwellerij, stroperij en sadisme. Na de waarschuwing van het Openbaar Ministerie (OM), stelt de examencommissie een psychologisch onderzoek als voorwaarde voor het behalen van zijn diploma.
Na de schietpartij en brandstichting aan het Heiman Dullaertplein verplaatst de verdachte zich per motor naar het Erasmus MC. Rond 14.15 uur neemt hij in het Erasmus MC, op de vierde etage van het GK-gebouw, een docent onder vuur. Omstreeks 14.20 uur komt op de Meldkamer Rotterdam een melding binnen van een schietpartij in een leslokaal van het Erasmus MC. Na het neerschieten van de docent loopt de verdachte ruim een uur op verschillende verdiepingen van het gebouw rond, op zoek naar een toegangspas voor de afdelingen waartoe zijn studentenpas geen toegang geeft. 2 Hij bedreigt verschillende personeelsleden met een vuurwapen en krijgt uiteindelijk een pas. De verdachte sticht op 2 De verdachte is een student aan het Erasmus MC en buurman van de slachtoffers aan het Heiman Dullaertplein.
10/53
meerdere plekken van het onderwijscentrum brand met molotovcocktails en slaat op de vlucht. Rond 15.30 uur arresteert de Dienst Speciale Interventies (DSI) de verdachte onder het helikopterplatform van het ziekenhuis. De dochter en de docent overlijden diezelfde dag nog aan hun verwondingen.
Impact op de samenleving
Tijdens de bewuste donderdagmiddag zijn talloze sirenes van de hulpdiensten te horen en hangen politiehelikopters urenlang boven de stad. In de binnenstad is sprake van chaos. De brand- en schietincidenten vinden plaats op drukke locaties, waardoor veel mensen er getuige van zijn. Medewerkers van een waterleidingbedrijf – ter plaatste aan het werk – bieden eerste hulp aan de neergeschoten moeder en dochter. Buurtbewoners vangen een vriendinnetje op dat tijdens de schietpartij in de woning aanwezig was en ontfermen zich over de andere dochter van de doodgeschoten moeder die na het incident de straat in komt lopen. Ook bij het Erasmus MC is de onrust groot tijdens het incident. Bezoekers, patiënten, medewerkers en studenten in het ziekenhuis verstoppen zich als de verdachte door het gebouw loopt en vluchten massaal het gebouw uit. Sommigen zien de dader, zijn getuige van het schietincident, bieden eerste hulp aan de neergeschoten docent of zitten lange tijd vast in het ziekenhuis. Het onveiligheidsgevoel onder betrokkenen is groot. Ze hangen briefjes op de ramen waarop staat: “we kunnen er niet uit”. Mensen die buiten staan maken zich zorgen over hen. Wat blijft bij? De respondenten noemden tijdens de interviews een aantal zaken op die hen het meeste bij waren gebleven van deze casus: > De heftigheid van het incident.
Zo hebben de emoties van zowel de familie als de bewoners veel indruk gemaakt op de respondenten. Een groot deel van de respondenten was ofwel ter plaatse bij het Erasmus MC, ofwel bij de Looiershof en heeft daardoor van dichtbij de wanhoop, woede, ontreddering en het verdriet gezien. De beelden van die paniek en emoties zijn hen bijgebleven; dat geldt met name voor het moment dat tijdens de bijeenkomst met de bewoners en burgemeester bekend werd dat de dochter was overleden aan haar verwondingen. > De eigen emoties en/of de emoties van betrokken collega’s. Meerdere respondenten geven aan emotioneel te zijn geworden of hebben een collega zeer geëmotioneerd gezien. > De bereidheid en betrokkenheid van de ingezette collega’s. “Ieders hart zat op de juiste plek”, “Iedereen wilde helpen, en dat was hartverwarmend”. > Het bizarre karakter van dit incident. Dat iemand ertoe komt om zowel een woning in brand te steken en twee mensen neer te schieten, als in een ziekenhuis zoveel chaos te creëren en daar ook iemand te doden. Respondenten uiten hun ongeloof over de ernst (te zwak uitgedrukt), het feit dat dit zomaar in Rotterdam kan gebeuren en dat zoveel mensen dit gezien hebben.
1.2 Op- en afschaling in de acute fase Al snel na de eerste meldingen over de situatie bij het Heiman Dullaertplein wordt om 14.25 uur opgeschaald naar GRIP-1. De situatie vraagt om een goede afstemming tussen onder andere politie, brandweer, geneeskundige zorg en bevolkingszorg. Vervolgens wordt om 14.45 uur – conform het handelingskader dreiging geweld / terrorisme – opgeschaald naar GRIP-2. Op dat moment is al duidelijk dat er ook iets aan de hand is bij het Erasmus MC. De
11/53
combinatie van beide gebeurtenissen is reden voor de Operationeel Leider om GRIP-2 af te kondigen. Even later wordt ook een tweede GRIP-1 afgekondigd voor het Erasmus MC. Het CoPI vanuit de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond komt bijeen op een locatie bij het Heiman Dullaertplein. Voor het incident bij het Erasmus MC wordt automatisch en volgens de procedure Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid gevraagd het CoPI te verzorgen. 3 De focus van het ROT (Regionaal Operationeel Team) ligt bij de zorgcontinuïteit van het Erasmus MC, eenduidige communicatie, bijstand, maatschappelijke onrust en de psychosociale nazorg voor burgers, betrokkenen en eigen personeel. Het actiecentrum Bevolkingszorg – dat gekoppeld is aan het ROT – houdt zich onder andere bezig met de contacten met het concern Rotterdam en andere actiecentra, en het halen en brengen van relevante informatie voor en over bevolkingszorg. Via de automatische alarmering bij GRIP-opschaling van het proces psychosociale hulpverlening bij ongevallen en rampen (PSHOR), en na afstemming tussen de dienstdoende leider kernteam PSHOR en het Hoofd Actiecentrum GHOR, wordt de PSHOR opgestart.
Eerste berichten crisiscommunicatie Al vrij snel na de opschaling naar GRIP-1 voor het Heiman Dullaertplein wordt een eerste bericht over het incident door Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond op rijnmondveilig.nl geplaatst met de volgende tekst: Er is een brand ontstaan aan het Heiman Dullaertplein in Rotterdam. Hulpdiensten zijn ter plaatse. Blijf uit de rook, sluit ramen en deuren en schakel ventilatie uit. Geef hulpdiensten de ruimte. Meer informatie volgt. Om 15.05 uur wordt via Rijnmondveilig gecommuniceerd dat vanwege een onveilige situatie mensen worden verzocht niet naar de plaats incident te komen. Ongeveer 10 minuten later volgt een eerste bericht over het schietincident in het Erasmus MC met een link naar het X-account van de politie. Even voor vier uur worden op rijnmondveilig.nl beide incidenten aan elkaar gelinkt. Er volgt een bericht dat in een woning aan het Heiman Dullaertplein brand is ontstaan en in een leslokaal van het Erasmus MC aan de Rochussenlaan in Rotterdam twee schietincidenten hebben plaatsgevonden. Rond 16.30 uur wordt de aanhouding van de verdachte door de politie bekendgemaakt op X. De gemeente Rotterdam retweet gedurende de dag diverse berichten van rijnmondveilig, Erasmus MC en de Politie Eenheid Rotterdam.
Ook wordt door de gemeente informatie gedeeld op de gemeentelijke website over de plaats waar mensen bijvoorbeeld terecht kunnen voor hulp en wordt een apart keuzenummer toegevoegd aan het klantencontactnummer 14010 voor meer informatie.
De OvD-BZ (Officier van Dienst Bevolkingszorg) wijst rond 16.15 uur de Machinist aan als opvanglocatie voor getroffenen van beide incidenten. Het blijkt echter dat enkele betrokkenen van het incident bij het Erasmus MC al worden opgevangen in de Kunsthal. Door de OvD-BZ wordt besloten om de getroffenen die daar aanwezig zijn of zich daar melden door te sturen naar de Machinist. Een beperkt aantal getroffenen maakt gebruik van deze locatie: medewerkers en studenten van het Erasmus MC komen vooral samen bij het ziekenhuis of gaan direct naar huis. Zie figuur 1.1 voor een overzicht van de locaties die een rol speelden bij dit incident.
3 Later besluit de leider CoPI om de functionarissen van het CoPI van Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid terug te sturen die
op dat moment onderweg waren. Er wordt alleen gebruikgemaakt van hun CoPI-bak. In Veiligheidsregio RotterdamRijnmond zijn – naar het oordeel van de leider CoPI – voldoende functionarissen aanwezig om de rollen in het CoPI te vervullen.
12/53
Figuur 1.1 Overzicht van belangrijke locaties tijdens het incident Bij het Heiman Dullaertplein zijn tientallen buren, getuigen en de mensen die eerste hulp verlenen aan de moeder en dochter direct na het incident opgevangen door medewerkers in het tegenovergelegen gebiedskantoor van de gemeente, de Looiershof. De OvD-BZ ter plaatse besluit in overleg met de stadsmarinier om deze omvangrijke groep niet naar de officiële opvanglocatie (de Machinist) te sturen, mede om te voorkomen dat ze vermengd zouden worden met de getroffenen van het Erasmus MC. De Looiershof wordt hierdoor de tweede opvanglocatie – specifiek voor betrokkenen van het schietincident bij het Heiman Dullaertplein. Ondertussen zijn de leider en een lid van het kernteam PSHOR gearriveerd in het World Port Center (WPC). Leiders Psychosociaal Opvangteam (LPO) en Medewerkers Psychosociaal Opvangteam (MPO) wordt gevraagd af te reizen naar de twee opvanglocaties om daar de eerste opvang te organiseren De PSH-medewerkers beginnen ter plaatse met een screening: wat is het eerste beeld, wat is nodig? Ze gaan met betrokkenen in gesprek, stellen gerust, bieden een luisterend oor en een arm om de schouder, en geven mensen de ruimte om hun verhaal te doen.
Medewerkers geven psycho-informatie, waarbij ze getroffenen informeren over (mogelijke) stressklachten die ze de komende tijd kunnen ervaren als normale reactie op een abnormale gebeurtenis. Ook brengen de medewerkers het netwerk van getroffenen in kaart om zo te kijken wat aanvullend nodig is: heeft iemand voldoende aan het eigen netwerk of moet wellicht doorverwezen worden naar een huisarts? Voor de opvang van de collega’s van de gemeente worden twee Bedrijfsopvangteams (BOT) opgeroepen: het BOT van de directie Veiligheid en het BOT concern breed. De OvD-BZ meldt betrokken collega’s van bevolkingszorg (en crisiscommunicatie) aan bij het BOT van
13/53
de directie Veiligheid, zodat ze de dagen erna gebeld worden voor opvang en nazorg. Het BOT concern breed komt onder ander naar de Looiershof, waar collega’s die betrokken zijn bij het incident naartoe kunnen komen. Omstreeks 17.00 uur wordt duidelijk dat voor een aantal bewoners van omliggende woningen aan het Heiman Dullaertplein een slaapplaats voor de nacht nodig is vanwege het politieonderzoek dat gaande is en/of brandschade aan hun woning. Zij worden opgevangen in een hotel. 4 Rond 18.00 uur wordt het CoPI aan het Heiman Dullaertplein opgeheven. Om mensen te voorzien van informatie over het (verloop van het) incident en de duiding ervan vindt om 18.45 uur een persconferentie plaats met de hoofdofficier van justitie, de politiechef en burgemeester Aboutaleb op het stadhuis van Rotterdam. Volgens de burgemeester is de stad opgeschrikt door een afschuwelijk incident waar veel mensen getuige zijn geweest en is het voor Rotterdam een ‘gitzwarte dag’. De emoties in de stad zijn erg groot. “We zullen zorgen dat degenen die zorg, ondersteuning of opvang nodig hebben, dat we die ook tijdig en adequaat zullen bieden”, aldus burgemeester Aboutaleb. Na de persconferentie gaat de burgemeester naar de Looiershof om de getroffenen te ontmoeten. Tijdens de bijeenkomst wordt bekend dat de neergeschoten dochter overleden is.
Omwonenden zijn emotioneel en boos; de verdachte is volgens hen een ‘gestoorde gek’ over wie al vaak meldingen zijn gedaan. Om 19.50 uur wordt de GRIP-1 bij het Erasmus MC opgeheven. De Machinist wordt om 19.45 uur gesloten als opvanglocatie. De Looiershof blijft in de dagen die volgen geopend als inlooplocatie voor nabestaanden, omwonenden en andere betrokkenen. Op rijnmondveilig.nl wordt diezelfde avond het bericht geplaatst dat Slachtofferhulp Nederland (SHN) klaarstaat voor iedereen die getuige of betrokken was bij een van de schietincidenten in Rotterdam. Mensen kunnen hiervoor het nummer 0900-0101 bellen of een bericht achterlaten op de website van SHN. Ook wordt gedeeld dat onderwijsactiviteiten op de Hogeschool Rotterdam die avond niet doorgaan en dat bezoekers weer op bezoek kunnen bij opgenomen patiënten in het Erasmus MC. Om 21.09 uur wordt het laatste bericht geplaatst over het incident: Alle collega’s van de hulpdiensten hebben vandaag onder bijzondere omstandigheden hun werk moeten doen. Met elkaar hebben zij de incidenten snel onder controle gekregen. Mocht het nodig zijn, dan is voor hen nazorg en ondersteuning in de betreffende organisatie aanwezig. Steunbetuigingen Vanuit het hele land stromen steunbetuigingen binnen voor de slachtoffers van de schietpartijen, ook van Koning Willem-Alexander en Koningin Maxima.
Ze schrijven in een reactie dat hun hart uitgaat naar de familie en vrienden van de slachtoffers. Demissionair premier Mark Rutte laat weten dat zijn gedachten uitgaan naar de slachtoffers van het geweld, hun naasten en naar alle mensen die in grote angst hebben gezeten. Hij bedankt de mensen van de hulpdiensten voor hun optreden. Kamervoorzitter Vera Bergkamp staat tijdens een plenair debat stil bij de gebeurtenissen. Ze spreek haar dank uit voor de hulpdiensten en sluit af met een citaat van burgemeester Aboutaleb: “Er zijn ons drie lieve mensen ontnomen, leen elkaar de schouder, een warme arm.”
4 Wanneer het politieonderzoek de volgende dag is afgerond, mogen de bewoners van zeven woningen weer terug. Twee
woningen boven de woning van de verdachte zijn voorlopig nog niet bewoonbaar vanwege brandschade. De woningcorporatie Woonbron zorgt dat die bewoners tijdelijk ergens anders kunnen verblijven.
14/53
1.3 (Overgang naar) de nafase Preparatie nafase
Na het opheffen van GRIP-1 wordt op donderdagavond door het actiecentrum Bevolkingszorg een begin gemaakt met het opstellen van aandachtspunten voor de nafase ten behoeve van de overdracht aan de gemeente. De aandachtpunten omvatten het anticiperen op een mogelijke stille tocht, de inzet van psychosociale hulpverlening voor scholen, het openstellen van de Looiershof voor inloop van buurtbewoners en omgevingsanalyses voor de dagen die volgen. Daarnaast wordt afgesproken om vrijdagochtend 29 september een projectorganisatie in te richten, hierna het gemeentelijk crisisteam genoemd, om een aantal processen van de nafase te continueren of op te starten. Aangezien niet alle taakorganisaties van bevolkingszorg een rol hebben, wordt een afgeslankte vorm van het gemeentelijk crisisteam geïnitieerd. Het team bestaat daarmee uit twee Algemeen Commandanten Bevolkingszorg (ACBz), het Hoofd Taakorganisatie Herstelzorg, het Hoofd Taakorganisatie Communicatie, het Hoofd Taakorganisatie Noodopvang en Verzorging en het Hoofd Taakorganisatie Omgevingszorg. Het gemeentelijk crisisteam komt twee keer per dag fysiek bij elkaar om de stand van zaken te bespreken en actiepunten te bepalen. Onderwerpen die aan bod komen, zijn onder andere rouwverwerking, psychosociale hulpverlening, herdenkingsplekken, het bezoek van de Koning en het aanhouden van de Looiershof als opvanglocatie.
Via de website en sociale mediakanalen van de gemeente Rotterdam worden inwoners van de stad geïnformeerd over bovenstaande onderwerpen. Ook opent de gemeente een speciale telefoonlijn voor mensen met vragen naar aanleiding van de schietpartijen. Het gemeentelijk crisisteam blijft actief totdat de laatste begrafenis heeft plaatsgevonden, waarna de overdracht naar de reguliere gemeentelijke organisatie plaatsvindt.
Opvang en psychosociale hulpverlening
De dag na het schietincident gaat burgemeester Aboutaleb opnieuw naar het Heiman Dullaertplein om de verhalen te horen van buren, familie en vrienden van de slachtoffers. Waar de Looiershof donderdag nog was ingericht als opvangplek, is hij nu opengesteld als plek van samenkomst, condoleance en troost. Er klinken kritische geluiden van omwonenden over het feit dat er niets is gedaan met de waarschuwingen over de dader die eerder waren geuit. Er wordt gesproken in termen van schuld. Mensen willen weten hoe dit kon gebeuren. Getroffenen kunnen bij de Looiershof terecht met vragen en voor hulp en ondersteuning. Medewerkers van bijvoorbeeld SHN en andere organisaties zijn aanwezig voor het bieden van PSH aan getroffenen. Ook gaan de ochtend na het incident medewerkers van de PSHOR naar scholen toe om deze te ondersteunen bij de eerste opvang van leerlingen en ouders. De burgemeester gaat bij een nabijgelegen basisschool met docenten in gesprek; de dag ervoor was er paniek ontstaan omdat de verdachte over het plein liep, toen de schooldag net ten einde liep en ouders er waren om hun kinderen op te halen. Ook wordt (psychologische) ondersteuning aangeboden aan de school van het jongste slachtoffer, haar zusje, en het vriendinnetje dat getuige was.
In de dagen die volgen, worden diverse herdenkingsbijeenkomsten georganiseerd (zie hierna) waarbij de aanwezigheid van medewerkers van de PSHOR wenselijk wordt geacht. Ook de Brandariskerk, gelegen om de
15/53
hoek van het Heiman Dullaertplein, opent haar deuren voor mensen die een praatje willen maken of juist even stil willen zijn. Vanuit bevolkingszorg wordt aan het Erasmus MC psychosociale hulp aangeboden, maar het ziekenhuis regelt dit zelf voor haar medewerkers, studenten en patiënten. Het ziekenhuis organiseert meerdere bijeenkomsten waarvoor onder andere SHN wordt ingeschakeld en eigen psychosociale hulpverleners, waaronder Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR) therapeuten. 5 Tevens opent het ziekenhuis de dag na het incident een telefonische hulplijn voor getuigen en betrokkenen van het schiet- en brandincident en organiseert een bijeenkomst voor ooggetuigen. Een paar dagen later communiceert de bestuursvoorzitter dat honderden mensen “getraumatiseerd, verslagen en verdrietig zijn”: studenten, docenten, medewerkers en patiënten hebben doodangsten uitgestaan, zijn ooggetuige geweest, hebben het slachtoffer geholpen, of hebben opgesloten gezeten. SHN opent een speciale website: www.schietpartijenrotterdam.nl. Op deze site kunnen getuigen, nabestaanden en andere betrokkenen op één plek terecht met al hun vragen. Een week na het incident meldt de woordvoerder van SHN dat de omvang van de geboden hulp aan ooggetuigen en omstanders ‘uitzonderlijk’ is, maar dat het mogelijk is dat nog steeds niet iedereen die hulp nodig heeft in beeld is.
Veel mensen zijn uit paniek gevlucht waardoor SHN nog niet met hen in contact is gekomen. De organisatie heeft tientallen telefoontjes gekregen. SHN organiseert samen met de gemeente, GGD, GHOR en wijkteams diverse groepsbijeenkomsten voor omstanders en ooggetuigen. Op maandag 2 oktober bezoekt de Koning samen met burgemeester Aboutaleb het Heiman Dullaertplein en spreekt in de Looiershof met nabestaanden, omstanders van de schietpartij en medewerkers van het Erasmus MC. Op dinsdag 3 oktober besluit de leider kernteam PSHOR in samenspraak met de AC-GZ de PSHOR af te schalen. De PSHOR is in principe bedoeld voor de acute fase die maximaal 72 uur duurt. Doordat de gemeente nog meerwaarde ziet in de PSH-inzet en met enige zorg reageert op de afschaling, wordt afgesproken om door te gaan met de geboden PSHhulpverlening (uitgevoerd door medewerkers van de PSHOR) in de Looiershof tot het einde van de week. Ook zullen medewerkers van de PSHOR nog aanwezig zijn bij een aantal (herdenkings)bijeenkomsten die nog zullen volgen. Geboden nazorg Slachtofferhulp Nederland Twee maanden na het schietincident maakt SHN bekend dat na de dodelijke schietpartijen ruim 250 mensen individuele nazorg hebben gekregen. Deze nazorg bestond uit (kortdurende) ondersteuning op psychosociaal, juridisch of praktisch vlak.
Voor de psychosociale ondersteuning werd in ieder geval uitleg gegeven over en ondersteuning geboden bij de verwerking van de gebeurtenissen. Indien nodig vond doorverwijzing plaats naar de huisarts of naar de nuldelijnszorg (basiszorg). De praktische en juridische ondersteuning (over bijvoorbeeld geldzorgen of het niet terug willen of kunnen naar de woning) kan veel langer doorlopen, omdat de betreffende processen langer kunnen duren. Daarnaast was SHN aanwezig bij circa 25 groepsbijeenkomsten die de gemeente, GGD en GHOR georganiseerd hebben. Er werd bijvoorbeeld een algemene uitleg gegeven over het verwerkingsproces van heftige gebeurtenissen, wat daarbij een normale stressreactie is en hoe je daarmee om kunt gaan. Ook werd een online community op de website van SHN geactiveerd waar betrokkenen zich konden aansluiten om ervaringen te delen en uit te wisselen. 5 EMDR is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring.
16/53
Herdenken en afscheid nemen
In de dagen na de gebeurtenissen vinden op verschillende momenten en locaties herdenkingen plaats en wordt afscheid genomen van de slachtoffers. Op vrijdag 29 september maakt de gemeente Rotterdam op drie betrokken locaties een plek vrij om bloemen neer te leggen voor de slachtoffers: bij het huis van de overleden moeder en dochter aan het Heiman Dullaertplein, het gezondheidscentrum op Katendrecht en voor de ingang van het Erasmus MC waar de huisarts-docent werkte. Ook opent de gemeente, in samenwerking met Monuta, een condoleanceregister in de Looiershof. Het gezondheidscentrum opent daarnaast een eigen condoleanceregister voor de huisarts-docent. De condoleanceregisters zijn ook online te tekenen. Op vrijdagmiddag wordt om 16.00 uur in de buurt van het gezondheidscentrum op Katendrecht (op initiatief van mensen uit de buurt) een herdenkingsbijeenkomst georganiseerd voor de omgekomen huisarts. De driehoek is hierbij aanwezig. De huisarts heeft veel indruk gemaakt op de bewoners en velen kennen hem. Veel bewoners van Katendrecht zijn geschrokken van zijn dood. De gemeente opent daarom het Huis van de Wijk (Fruitlaan) waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten, verhalen kunnen delen of hulp zoeken voor het verwerken van de ingrijpende gebeurtenis. Op zaterdag 30 september herdenkt het Erasmus MC de docent en huisarts.
In een verklaring beschrijft het dat de verslagenheid overheerst: “We zullen elkaar heel hard nodig hebben om dit ongelooflijke verlies te kunnen dragen”. Binnen het ziekenhuis wordt een herdenkingsplek ingericht met een condoleanceregister. De vlaggen op de campus hangen halfstok. Ministers Kuipers en Dijkgraaf brengen een bezoek aan het Erasmus MC, waar ze spreken met studenten en medewerkers. Docenten wordt gevraagd om bij aanvang van colleges stil te staan bij de gebeurtenissen. Op donderdag 5 oktober wordt in het Erasmus MC en op de Erasmus Universiteit een minuut stilte gehouden om de docent-huisarts te herdenken. In de dagen na de gebeurtenissen worden bij de gedenkplekken van de slachtoffers regelmatig bloemen, knuffels en tekeningen neergelegd en kaarsjes aangestoken. Vanwege langdurige regen brengt de gemeente op dinsdag 3 oktober de kaarten en knuffels naar binnen. In afstemming met nabestaanden worden op een later moment de kaartjes en tekeningen overgedragen aan de familie van de moeder en dochter. De nabestaanden van de huisarts wensen alleen een keer te kijken bij de opgeslagen knuffels, kaartjes en tekeningen. Op zondag 8 oktober, ruim een week na de schietpartij, nemen mensen bij een doorloopcondoleancebijeenkomst afscheid van de moeder en dochter.
Door middel van de bijeenkomst wil de familie de buurt en alle vrienden de gelegenheid geven om afscheid te nemen. De uitvaarten van alle drie de slachtoffers vinden plaats in besloten kring.
17/53
2 Organisatie en proces Bij de gebeurtenissen op 28 september in Rotterdam was logischerwijs een groot aantal gemeentelijke ambtenaren en medewerkers PSH intensief betrokken. In dit hoofdstuk richten wij ons op de organisatie en processen van bevolkingszorg en PSH na de schietincidenten. Hoe verliep het proces van op- en afschaling met de bijbehorende overdrachten? Wat kwam er allemaal af op bevolkingszorg en PSH, en was er voldoende capaciteit beschikbaar? De uitvoering van de processen horende bij bevolkingszorg en PSH vond plaats binnen en tussen verschillende ketenpartners. Hoe verliep die samenwerking op hoofdlijnen? Was voldoende duidelijk wie waarover de regie had? Bij verschillende van deze thema’s worden ook kritische kanttekeningen geplaatst. Daarom is het goed alvast in deze inleiding aan te geven dat deze soms kritische observaties onverlet laten dat het onderzoek bovenal een beeld oplevert van een crisisorganisatie waarin medewerkers van gemeente, GHOR, GGD en partners steeds gericht hebben ingespeeld op de problemen die zich tijdens en na de schietincidenten voordeden. Steeds is gekeken wat nodig was, zijn taken opgepakt en overgenomen, en hebben medewerkers doelbewust gestreefd om te doen wat passend was bij de bevolkingszorg- en PSH-opdracht.
Uit de gesprekken blijkt dat medewerkers de gebeurtenissen als zeer impactvol hebben ervaren (zie kader hoofdstuk 1, pagina 11) en dat zij gemotiveerd waren om ondersteuning en zorg mogelijk te maken of, afhankelijk van hun rol, daar zelf in te voorzien. Dat de organisatie op deze manier heeft gefunctioneerd is op zichzelf een belangrijke conclusie. De onderzoekers hebben het voordeel dat ze, zodra het allemaal achter de rug is, in rust kunnen terugkijken om leerpunten te identificeren om verbeteringen door te voeren.
2.1 Opschaling Het schietincident van 28 september zorgde voor een snelle GRIP-opschaling. Hoe verliep die opschaling en hoe schaalden vervolgens bevolkingszorg en het proces PSH op? Na de eerste meldingen bij de meldkamer (14.11 uur) van problemen bij het Heiman Dullaertplein werd opgeschaald naar GRIP-1 (14.25 uur). De situatie vroeg om nauwe afstemming tussen politie, brandweer, geneeskundige zorg en bevolkingszorg. Rond 14.45 uur werd door de Operationeel Leider GRIP-2 afgekondigd, omdat er een verband werd gelegd tussen het incident aan het Heiman Dullaertplein en in het Erasmus MC en rekening werd gehouden met een escalatie van het extreme geweld binnen het Erasmus MC. Tien minuten na het afkondigen van GRIP-2 werd door een Officier van Dienst van de brandweer (OVD-B) een (tweede) CoPI bijeengeroepen voor de situatie bij het Erasmus MC. Er werd daartoe een beroep gedaan op collega’s en een tweede CoPI-bak uit buurregio Zuid-Holland Zuid.
18/53
Bevolkingszorg
Met de opschaling naar GRIP werd ook bevolkingszorg opgeschaald en werden de piketambtenaren gealarmeerd. Het crisispiket van de directie Veiligheid van de gemeente Rotterdam had hierin een coördinerende rol. Piketambtenaren van de gemeente vertegenwoordigden bevolkingszorg in beide CoPI’s en het ROT, bemensten het actiecentrum bevolkingszorg en waren betrokken bij de op te starten en te coördineren gemeentelijke processen. Daarnaast ondersteunden enkele ambtenaren (onder wie de directeuren Veiligheid en Maatschappelijke Ondersteuning, de woordvoerder van de burgemeester en driehoek, en de stadmarinier) de burgemeester door te voorzien in actuele informatie en ondersteuning bij gesprekken met getroffenen en de voorbereiding op de persconferentie. De ruime ervaring met GRIP-incidenten en uiteenlopende andere soorten van ingrijpende incidenten maakte dat een geroutineerde crisisorganisatie het vertrekpunt vormde van de inzet tijdens en na de schietincidenten op 28 september 2023. Driehoek op het stadhuis Bij incidenten met mogelijk terroristische motieven en uitingen van extreem geweld waarbij de impact breed is wordt in het landelijk crisisplan extreem geweld en terrorisme geadviseerd om op te schalen naar grip 3. Donderdag 28 september vergaderde de gemeenteraad (onder voorzitterschap van de burgemeester) op het stadhuis en kwam de driehoek daar bijeen.
Er werd niet opgeschaald naar GRIP-3. Burgemeester Aboutaleb schorste de vergadering om kort te overleggen met de hoofdofficier en de politiechef (en de hen ten dienste staande ondersteunende staf). Er was in dit geval dus geen bestuurlijke koppeling tussen de driehoek en de multi-opschaling. Er was immers geen GRIP-3 en er sloot ook niemand vanuit multi (bijvoorbeeld de operationeel leider) aan bij de driehoek. In dit geval bleek deze koppeling, mede door de snelheid van de gebeurtenissen en de beperkte rol van de driehoek, ook niet per se nodig. Ook samenwerking tussen de SGBO (Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden) en het ROT kan een goede aansluiting van de dominante politieprocessen (het ontsluiten van informatie) met het multi-proces bewerkstelligen. Feit is (zoals uit de analyse van het multi-optreden blijkt; zie Kox et.al, 2024) dat die dag de samenwerking enigszins beperkt bleef, waardoor relevante informatie vanuit de politie bijvoorbeeld relatief laat terecht kwam in de CoPI’s en het ROT (het multi-proces). Zo was bijvoorbeeld het ROT laat op de hoogte van het feit dat door de driehoek een persconferentie was belegd. Ook duurde het lang voordat bij iedereen duidelijk was dat er geen tweede dader was.
In het rapport van het NIPV, dat inzoomt op de multidisciplinaire samenwerking en de brandweerzorg van die bewuste dag (Kox et al., 2024), wordt aangegeven dat het op zich niet onverstandig zou zijn geweest als aan het einde van de dag of de volgende ochtend een gemeentelijk beleidsteam kort bijeen was gekomen. Daarbij gaat het niet per se om GRIP-3 als juridisch instrument als wel om een bijeenkomst van de belangrijkste partijen die in de dagen en weken erna een rol zouden (kunnen) spelen. Tijdens die bijeenkomst zouden dan - ook bestuurlijk – afspraken en uitgangspunten van de nafase kunnen worden vastgelegd. Wie trekt welke processen? Wie is over-all de ambtelijk verantwoordelijke? Wat mogen nabestaanden en andere direct betrokkenen van de gemeente verwachten; hoe ruimhartig wordt opgetreden? Dit laat onverlet dat de waarde van de hechte samenwerking van de driehoek (en de ondersteunende staf) in deze situatie - en de dagen erna - op geen enkele wijze ter discussie staat. Het is gebruikelijk in Rotterdam (en ook in andere grote steden) dat veel zaken in driehoeksverband worden opgepakt. In dit geval bleek het gezamenlijk optreden van de driehoek die middag (persconferentie), avond en de dagen erna nuttig en werd duidelijk gewaardeerd.
Dit gezamenlijk optreden vervulde een belangrijke rol in de gemeentelijke uitstraling van een ‘caring government’ (zie het volgende hoofdstuk).
19/53
PSH
Na de GRIP-opschaling werd de leider kernteam PSHOR gebeld door het Hoofd Actiecentrum GHOR om te overleggen over het al dan niet opstarten van het PSHORproces. In overeenstemming met het procesboek Psychosociale Hulpverlening (GGD Rotterdam-Rijnmond, GHOR Rotterdam-Rijnmond, 2021) besloten zij om PSHOR op te starten vanwege de behoefte aan een gecoördineerde hulpverlening. Dit was een logische stap gezien het aantal mensen dat betrokken was bij de incidenten op de twee locaties. Zie figuur 2.1 voor de organisatie van PSHOR. De leider kernteam plaatste een oproep in een whatsapp-groep met Leiders Psychosociaal Opvangteam (LPO) 6 met de vraag wie beschikbaar was als LPO voor de twee opvanglocaties (Machinist en Looiershof). Twee LPO’s bleken direct beschikbaar te zijn en vertrokken naar de locaties, maar kwamen allebei vast te staan in het verkeer. Hierop werden twee andere LPO’s verzocht om af te reizen. De LPO die zich naar de Looiershof begaf, liet zich aldaar informeren door de OvD Geneeskundige Zorg en had vervolgens contact met een collega van SHN die al ongeveer anderhalf uur ter plaatse bleek te zijn en de eerste PSH-opvang al had opgestart. De SHN-medewerker werkt ook voor de PSHOR, maar bleek al te zijn ingeschakeld door een wijkagent die aanwezig was bij de Looiershof. 7
Figuur 2.1 Organisatie PSHOR (GGD Rotterdam-Rijnmond, GHOR RotterdamRijnmond, 2021) Ondertussen probeerde de leider kernteam om Medewerkers Psychosociaal Opvangteam (MPO) te alarmeren. Een opvangteam bestaat normaal gesproken uit één LPO en – afhankelijk van het incident – uit maximaal tien MPO’s afkomstig van verschillende 6 Dit zijn mensen die regulier werkzaam zijn bij GGZ-instellingen.
7 Op weg naar de Looiershof heeft de medewerker van SHN contact gehad met de coördinator PSHOR. Die gaf aan dat de
PSHOR op dat moment nog niet was opgeschaald, maar dat de kans aanwezig was dat dit alsnog zou gebeuren. De medewerker van SHN gaf aan dat zij alvast naar de Looiershof zou gaan om de eerste opvang te organiseren.
20/53
organisaties: maatschappelijk werk, diverse GGZ-instellingen, SHN en GGD. Het vinden van voldoende MPO’s verliep moeizaam, onder andere vanwege een MPO-bellijst die niet up-todate was en het ontbreken van een Whatsapp-groep met MPO’s waarin eenvoudig naar beschikbaarheid kon worden gevraagd. Ook het kernteam PSHOR – dat werkte vanuit het World Port Centre (WPC) – was niet op volle sterkte en niet ingericht zoals het PSH procesboek voorschrijft. Normaal gesproken bestaat uit kernteam uit een leider kernteam en één of meerdere leden kernteam. Tijdens het schietincident bestond het kernteam PSHOR uit twee leiders kernteam: een leider kernteam en een leider kernteam die werd opgeroepen in de rol als lid kernteam.
2.2 Continuering van processen na GRIP-afschaling Op donderdagavond rond 20.00 uur was de GRIP-structuur voor beide incidenten afgeschaald, met als gevolg dat een aantal structuren (CoPI, ROT, actiecentra) niet meer operationeel waren. Dit betekende echter niet dat bevolkingszorg en de PSHOR daarmee ook afschaalden; allerlei processen liepen (en lopen) nog langere tijd door. Feitelijk werd de rol van bevolkingszorg na de eerste acute fase juist groter. Vraag is of de structuur na de GRIP-afschaling hierbij passend was.
Bevolkingszorg
Na de GRIP-afschaling werd op donderdagavond door het actiecentrum bevolkingszorg een begin gemaakt met het opstellen van aandachtspunten voor de nafase ten behoeve van de overdracht naar de gemeente. Het openstellen van de Looiershof als inlooplocatie, een mogelijke stille tocht en het aanmelden van collega’s bij het BOT werden genoemd als aandachtspunten. Vrijdagochtend werd vervolgens een gemeentelijk crisisteam gevormd waarin een aantal functies was belegd (onder andere Hoofd Taakorganisatie Herstelzorg, Crisiscommunicatie, Noodopvang en Verzorging, en Omgevingszorg). Er was besloten om geen team bevolkingszorg op te starten, omdat niet alle taakorganisaties een rol hadden. Het gemeentelijk crisisteam droeg zorg voor de nafase en zou ondersteuning moeten bieden voor al datgene wat nu richting de gemeente zou komen. Twee keer per dag was er fysiek overleg, maar feitelijk waren de groepsleden vrijwel de gehele dag in elkaars buurt. Waar nodig vond afstemming plaats met anderen buiten de directie Veiligheid. Het gemeentelijk crisisteam bleef actief totdat de laatste begrafenis had plaatsgevonden, waarna de overdracht naar de reguliere gemeentelijke organisatie plaatsvond. Wel was er nog aandacht vanuit het gemeentelijk crisisteam voor het weghalen van de neergelegde bloemen en knuffels op de herdenkingsplekken.
Ook bleef het team beschikbaar voor het beantwoorden van vragen vanuit de reguliere gemeentelijke organisatie. Deze vragen zijn vaak in overleg met de stadsmarinier opgepakt en/of overgedragen. Een aantal vragen over opvang en langer onderdak verlenen zijn (nog) door het gemeentelijk crisisteam opgepakt. Doordat er een stadsmarinier actief is in Delfshaven, hoefde het gemeentelijk crisisteam niet steeds de regulieren lijnen te volgen. Dit heeft bijgedragen aan de snelheid van afhandelen en vereenvoudigde de overdracht. Wanneer vragen via de reguliere lijnen opgepakt hadden moeten, had dit meer werk voor het gemeentelijk crisisteam opgeleverd.
21/53
Opvallend is dat door de gekozen opzet tijdens de eerste nazorgfase (tot en met de uitvaarten) het zwaartepunt vrijwel volledig bij het gemeentelijk crisisteam lag. Dit had ook vanaf de tweede dag een proces kunnen zijn dat zowel vanuit het crisisteam als breder vanuit de gemeente was gedragen in een projectorganisatie. Mogelijk zelfs onder voorzitterschap van (of de verantwoordelijkheid van) de gemeentesecretaris 8 voor de verankering, het thema van veiligheid overstijgend. Na een gebeurtenis als deze zou het goed zijn als gezamenlijk - ook bestuurlijk – vastgesteld zou worden hoe de gemeente invulling geeft aan de nafase (beleidsuitgangspunten), welke onderwerpen worden opgepakt, hoe men de nafase organiseert (welke structuur) en wie welke rollen en verantwoordelijkheden daarin heeft of krijgt. Daarmee kan duidelijkheid worden verkregen over wat in de crisisstructuur en wat regulier wordt opgepakt en wanneer de overgang tussen beide vormen van organiseren plaatsvindt. Ook zou daarmee de koppeling van de crisisstructuur (eerste opvang en ondersteuning) naar regulier (brede zorgtaken die door medewerkers werkend in de wijk werden opgepakt) mogelijk natuurlijker verlopen. Na de overdracht van de crisisorganisatie naar de reguliere gemeentelijke organisatie was er geen duidelijke coördinator of projectleider voor de nafase benoemd.
Er ontbrak daarmee een aanspreekpunt dat de regie voerde op de lange(re) termijn, uitgangspunten bespreekbaar maakte en verbindingen legde. De nafase speelt ook nu nog, maar er is niemand meer die centraal het hele proces monitort, kijkt wat er (nog) nodig is en zaken kan regelen en organiseren. Het is nu vooral op basis van persoonlijke relaties dat zaken geregeld worden, niet omdat het zo is afgesproken en/of is vastgelegd in plannen. Ten slotte is het opvallend dat er – hoewel het gaat om een hele grote gemeente –nauwelijks documenten en verslagen beschikbaar zijn over de manier waarop de aanpak in de nafase werd georganiseerd, hoe overdrachtsmomenten plaatsgevonden en wat daarbij inhoudelijk besproken en afgestemd werd. Goede verslaglegging is van belang om later de processen te kunnen evalueren om erachter te komen wat wel en niet om welke reden(en) heeft gewerkt en waar nodig processen te kunnen verbeteren voor toekomstige crises. Planvorming Is het een probleem als niet alle processen zijn vastgelegd in plannen? Meestal blijkt de waarde van plannen tijdens een crisis beperkt te zijn. Op papier lijken processen allemaal duidelijk georganiseerd, maar tijdens de daadwerkelijke uitvoering blijkt de werkelijkheid vaak net even anders dan vooraf in de plannen is weergegeven.
“Welk plan of draaiboek je ook hebt, hoe goed je ook voorbereid bent en geoefend hebt, in praktijk is het allemaal net even anders en komt het allemaal toch ook weer goed.” Onder de respondenten heerste consensus over het feit dat plannen niet zaligmakend zijn, omdat het altijd maatwerk zal (moeten) blijven. “Blijf niet hangen in protocollen, maar doe datgene waar de situatie om vraagt”, aldus een respondent. Toch kunnen plannen bijdragen in helderheid over bijvoorbeeld rollen en taken. De rol van de stadsmarinier is bijvoorbeeld nog nergens beschreven, 9 maar deze vervulde nu wel een essentiële rol naar getroffenen toe. Daarnaast waren tijdens de gebeurtenissen van 28 september en daarna niet alle betrokkenen binnen de gemeente Rotterdam bekend met bestaande plannen. Het ging hierbij met name om de medewerkers die geen onderdeel uitmaakten van de crisisorganisatie, maar er wel ineens 8 In de gemeente Rotterdam is de nafase momenteel met name belegd bij de directie Veiligheid.
9 Hoewel niet elke wijk in Rotterdam een stadsmarinier heeft, kan bij grote incidenten een stadsmarinier uit andere
gebieden wel worden vrijgespeeld en ingezet. De flexibele inzet van de stadsmarinier kan nuttig en waardevol zijn om zaken vanuit de crisisorganisatie over te dragen en verder vanuit de desbetreffende wijk verder op te pakken.
22/53
mee van doen hadden. Ook bleek een deel van de plannen niet aanwezig of verouderd: “Het proces Nazorg en Herstel hebben we een hele lange periode niet hoeven inzetten. Het plan hiervoor moeten we updaten en sloot onvoldoende aan.” In dit geval was dat niet altijd problematisch, omdat belangrijke personen beschikten over ervaring, maar het maakt het proces wel kwetsbaar. Wat als ervaren mensen vertrekken en mensen zonder ervaring aan de lat staan? Zij zullen dan waarschijnlijk meer moeite hebben (of moeten doen) om een goede invulling te geven aan hun rol en bijbehorende taken.
PSH
Na de GRIP-afschaling lag de coördinatie van de PSHOR in handen van het kernteam PSHOR, tot het moment van afschaling van de PSHOR. Volgens het procesboek Psychosociale Hulpverlening (GGD Rotterdam-Rijnmond, GHOR Rotterdam-Rijnmond, 2021) kan afschaling van PSHOR geadviseerd worden als er geen centrale coördinatie meer nodig is. Dit kan het geval zijn als de bron van stress is weggenomen, betrokkenen een gevoel van controle hebben herwonnen, of wanneer de (dreiging van) maatschappelijke onrust is verdwenen of tot een beheersbaar niveau is gedaald. Afschaling van de PSHOR staat los van de GRIP-afschaling. Hoe verliep de afschaling in de praktijk? De PSHOR is in principe bedoeld voor de acute fase die maximaal 72 uur duurt. Daarna dienen de taken overgedragen te worden aan de PSHi. Bij het schietincident is de PSHOR langer actief geweest dan alleen de acute fase, waardoor de PSHOR (volgens de afspraken) te lang is doorgegaan in de nafase. Met het kernteam PSHOR is afgestemd dat zij de coördinatie bleven uitvoeren, mede omdat zowel de PSHOR als PSHi gebruik maken van dezelfde ketenpartners. Het kernteam PSHOR besloot daarom pas op dinsdag 3 oktober de PSHOR af te schalen. Het kernteam PSHOR kreeg toen het rooster niet meer rond en de werkzaamheden waren van dien aard dat daar geen PSHOR-medewerkers meer voor nodig waren.
Door de gemeente werd met enige zorg gereageerd op de afschaling van de PSHOR: zij zag nog wel de meerwaarde in van het proces. Uiteindelijk werd in afstemming met de gemeente afgesproken om medewerkers van de PSHOR nog tot en met vrijdag 6 oktober in te zetten op de Looiershof en de medewerkers nog aanwezig te laten zijn bij een aantal (herdenkings)bijeenkomsten. Zo geschiedde. Onderliggend probleem bij de overdracht van de PSHOR naar de PSHi is dat beide gebruikmaken van dezelfde ketenpartners (bijvoorbeeld SHN en het Centrum voor Dienstverlening (CVD)). De vraag die hierbij gesteld moet worden, is of het handig is om in de uitvoering van de PSH-processen te steunen op een kleine groep uitvoerende ketenpartners, als de omvang van een calamiteit zo groot is als bij de schietincidenten. De praktijk rondom de schietincidenten laat in ieder geval zien dat dit leidde tot capaciteitsproblemen. Scheiding PSHi en PSHOR Het procesboek Psychosociale Hulpverlening (GGD Rotterdam-Rijnmond, GHOR RotterdamRijnmond, 2021) beschrijft het proces en de organisatie van de gecoördineerde psychosociale hulpverlening aan direct en indirect getroffenen van een ingrijpende gebeurtenis, grootschalig ongeval of een ramp. Het PSH-proces bestaat uit de processen Psychosociale Hulpverlening bij ingrijpende gebeurtenissen (PSHi) en Psychosociale Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (PSHOR).