[24bb003748] Bijlage 4 behorende bij 24bb003750 over zienswijzenota en Nota van Wijzigingen Windwinning Hoeksebaan
Tekst van het document
Omdat er binnen de 72 meter van de windturbine sprake is van bestaande bedrijfspanden (overigens niet de bedrijfspanden van reclamant, die liggen er buiten; zie Figuur 5.5. toelichting BP), en binnen circa 55 meter van geprojecteerde mogelijkheden voor realisatie van bedrijfspanden, is de PR10-5 contour verder verkleind naar 55 meter en als zodanig vastgelegd in het bestemmingsplan. Op deze wijze worden de aanwezige bedrijven niet in hun (uitbreidings)mogelijkheden beperkt en er zijn nog steeds voldoende windturbinekeuzeopties voor de initiatiefnemers. De in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen maximale diameter van de windturbine hoeft dus niet te voldoen aan de normen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De plaatsgebonden risicocontouren (PR) 10-5 en 10-6 van de te plaatsen windturbines dienen te voldoen aan het Activiteitenbesluit en de begripsbepaling voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten uit het Bevi. Voor de afmeting van de rotordiameter gelden de bouwregels uit het bestemmingsplan voor de windturbines. De generieke PR10-5 is gelijk aan de rotoroverdraai maar de berekende specifieke PR10-5 is altijd kleiner. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.
15.7 Beperking Niet duidelijk is of de realisatie van het voorliggende plan een beperking voor de huidige planologische mogelijkheden voor de indieners van de zienswijze met zich meebrengt. Dit dient nader onderzocht te worden, althans dient er een bepaling te worden opgenomen dat de huidige ruimtelijke mogelijkheden niet mogen worden beperkt. De indieners van de zienswijze overwegen om op korte termijn zonnepanelen aan te brengen bij hun bedrijf/woningen. Uit onderzoek van TNO is naar voren gekomen dat de opbrengst van zonnepanelen per definitie lager uitvalt vanwege de schaduw van de windturbines en met name de schaduw van de turbinebladen zijn een probleem voor zonnepanelen. Reactie De zienswijze is ingediend namens eigenaren van woningen aan de Dwarshaak. Deze woningen liggen buiten het plangebied en worden niet beperkt door het nu voorliggende bestemmingsplan.
63 Voor wat betreft het TNO-onderzoek over de opbrengst van zonnepanelen wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 14.6. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 15.8 Onzekerheid De indieners van de zienswijze voelen zich overdonderd en voor het blok gezet met de plannen voor de mega windturbines op land bij hen in de achtertuin. De windturbines komen op een steenworp afstand te staan van hun woningen én hun bedrijf. Zij verkeren in enorme onzekerheid over de gevolgen voor hun woon-, werk- en leefklimaat. De opzet van het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning nemen deze zorgen allesbehalve weg. Reactie In het ontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken is expliciet ingegaan op de effecten van geluid, slagschaduw en externe veiligheid als gevolg van de plaatsing van de windturbines. Deze zijn in deze zienswijzenrapportage waar mogelijk nader geconcretiseerd. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 15.9 Schade De indieners van de zienswijze behouden zich het recht voor om eventuele geleden en nog te lijden schade, onder andere vanwege waardevermindering van de woningen, op een later moment op de gemeente te verhalen.
Reactie Voor eventuele waardedaling ten gevolge van windturbines kan een verzoek om planschade in het kader van de Wet ruimtelijke ordening worden gedaan na het onherroepelijk worden van het plan. Deze wettelijke regeling is bedoeld om tegemoet te komen in de schade als gevolg van een planologisch besluit. Een verzoek om planschade kan worden ingediend binnen 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze 16. Hoogheemraadschap Delfland. 16.1 Waterstaatswerk de Delflandsedijk Er ontbreken regels en aanduidingen met betrekking tot het waterstaatswerk en de vrijwaringszone, behorende bij de Delflandsedijk. Dit is de primaire waterkering langs de Nieuwe Maas. De plangebieden rondom de molens hebben overlap met dit waterstaatswerk. Mede omdat toetsing van de omgevingsvergunning gelijktijdig met het bestemmingsplan plaatsvindt, acht het Hoogheemraadschap dit van belang en verzoekt daarom het waterstaatswerk correct te borgen. Reactie Zoals ook is aangegeven in de reactie op zienswijze 1.1. is het nu voorliggende bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’ een zogenoemd paraplubestemmingsplan. Dat betekent dat er als het ware een ‘extra laag’ over de geldende bestemmingen van het onderliggende bestemmingsplan wordt heen gelegd. De reden voor deze werkwijze is dat op
64 deze manier de onderliggende vigerende bestemmingen niet worden aangetast. Het nu voorliggende bestemmingsplan en het onderliggende geldende bestemmingsplan bestaan dus naast elkaar als zelfstandige documenten. Deze documenten moeten in samenhang worden gelezen voor een compleet beeld van de juridisch-planologische situatie in het gebied. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' uit de onderliggende bestemmingsplannen ‘Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost’ en Hoek van Holland Bedrijventerrein’ blijven dus nog steeds gelden, ook na vaststelling van het nu voorliggende bestemmingsplan. Verwezen wordt ook naar de beantwoording van de vooroverlegreactie van het Hoogheemraadschap in paragraaf 7.2.2 van de Toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 16.2 Borging waterbergingsopgave In gebruiksregel 3.3.1 is opgenomen, dat de waterbergingsopgave nader uitgewerkt dient te worden. Daarbij geldt, dat aanleg en instandhouding niet later dan 1 jaar na het in gebruik nemen van de eerste windmolen plaatsvinden. Omdat de toetsing van de omgevingsvergunning gelijktijdig plaatsvindt, verzoekt het Hoogheemraadschap in de omgevingsvergunning naar deze gebruiksregel uit het bestemmingsplan te verwijzen. Reactie Dit onderdeel van de zienswijze richt zich op de omgevingsvergunning en niet op het bestemmingsplan.
Het verlenen van een omgevingsvergunning is een bevoegdheid van ons college. Inhoudelijk merken wij hier het volgende over op: De borging van waterberging is als gebruiksvoorschrift opgenomen in het nu voorliggende bestemmingsplan en niet als bouwvoorschrift. Daardoor kan deze niet als voorwaarde aan de bouw van de windturbines in de omgevingsvergunning worden gekoppeld en is er geen vergunningvoorschrift over opgenomen. Voorschriften aan een vergunning kunnen alleen worden gesteld vanwege de belangen waarvoor vergunning wordt verleend, zie art. 2.22, lid 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Aangezien waterberging niet in het belang van de bouwvergunning is, kan dit niet als vergunningvoorschrift worden opgenomen. Een gebruiksvoorschrift heeft een rechtstreekse werking voor het gebruik van gronden of een bouwwerk. Wanneer hier niet aan wordt voldaan ontstaat er een handhavingsgrond op basis van het bestemmingsplan. Daarmee is uitvoering van de gebruiksregel ook af te dwingen door de gemeente en is realisatie verzekerd. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. Zienswijze 17. Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid. 17.1 Europoortkering I In de rapportage Onderzoek externe veiligheid (720064/v2.0, 13-3-2023) wordt niet gesproken over de eventuele invloed van de windturbines op het grondlichaam de Europoortkering I.
Reclamant begrijpt dat het zwaartepunt bij de stormvloedkering ligt, echter de Europoortkering I is een primaire waterkering en maakt deel uit van dijktraject 208. Het plan dient aan te tonen dat de stabiliteit van de Europoortkering I gewaarborgd
65 blijft. Zolang dit niet duidelijk is, kan Rijkswaterstaat niet instemmen met het bestemmingsplan. Reactie Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van Rijkswaterstaat is de Europoortkering I alsnog opgenomen in het onderzoek externe veiligheid. Het aangepaste onderzoek maakt deel uit van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen (Bijlage 2 bij ontwerpbestemmingsplan). Daarnaast is ook de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan in paragraaf 5.4.2 onder 'Waterkeringen' voorzien van de risicobeoordeling van deze waterkering. Er is sprake van een aanvaardbare toevoeging van risico. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 17.2 Stormvloedkering de Maeslantkering In artikel 3.2.1 onder h van de planregels wordt gesteld dat de te bouwen windturbines moeten voldoen aan de niet-beschikbaarheidseis van 1,0*10-06 voor de Maeslantkering. Dit is niet correct, niet de te bouwen windturbines moeten aan die eis voldaan, maar de Maeslantkering. Verzoek daarom dit artikel aan te passen, zodat deze inhoudelijk juist is. Verzoekt aansluitend daarop aan deze planregel toe te voegen dat de initiatiefnemer pas kan bouwen als blijkt dat de te bouwen windturbines geen invloed hebben op deze nietbeschikbaarheidseis en nadat Rijkswaterstaat dit rapport heeft goedgekeurd.
In de planregels dient geborgd te worden dat zonder goedkeuring van Rijkswaterstaat nooit gebouwd kan worden. Reactie Rijkswaterstaat merkt terecht op dat artikel 3.2.1 onder h. niet juist is geformuleerd. Wij stellen voor deze bouwregel als volgt te laten luiden: “h. de te bouwen windturbines mogen niet bijdragen aan het overschrijden van de niet-beschikbaarheidseis van 1,0*10-06 voor de Maeslantkering;”. Met het opnemen van het bouwvoorschrift is het voldoen aan de niet-beschikbaarheidseis in voldoende mate geborgd. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan namelijk enkel worden verleend als hieraan wordt voldaan. Er is geen aanleiding de regel aan te passen voor wat betreft een goedgekeurd rapport door Rijkswaterstaat. In het geval de initiatiefnemer besluit een windturbine te bouwen met een rotordiameter die 16 meter of meer kleiner is dan wat het bestemmingsplan maximaal toelaat dan voldoet de Maeslantkering zonder meer aan de niet-beschikbaarheidseis, ook met toevoeging van de windturbines. Hier is geen onderzoek voor nodig. De bouwregel zorgt er rechtsreeks voor dat de te bouwen windturbines moeten voldoen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze deels gegrond te verklaren en artikel 3.2.1 onder h. zodanig te wijzigen dat deze als volgt komt te luiden: “h.
de te bouwen windturbines mogen niet bijdragen aan het overschrijden van de niet-beschikbaarheidseis van 1,0*10-06 voor de Maeslantkering;”.
66 Nota van Wijzigingen 1. Verbeelding De enkelbestemming ‘Bedrijf-Windturbinepark’ en de dubbelbestemming ‘Vrijwaringszonewindturbine’ worden vervangen door de dubbelbestemming ‘Waarde-windturbine’ voor zowel de plaatsing van de windturbines als voor de overdraai van de windturbines en bij de windturbine behorende voorzieningen, zoals opstelplaats en inkoopstation, onder die overdraai. Om er voor te zorgen dat de windturbine zelf en bijbehorende fundering gecentreerd binnen de bestemming ‘Waarde – Windturbine’ kan worden gerealiseerd wordt de positie van de mast van de windturbine en de fundering vastgelegd met de gebiedsaanduiding ‘overige zone - plaatsing windturbine’. Verder is naar aanleiding van de zienswijzen gebleken dat in het ontwerpbestemmingsplan de middelpunten van de enkelbestemming en de gebiedsaanduiding op de Verbeelding niet gelijk zijn. Dit is zowel bij de westelijke als de oostelijke beoogde windturbine het geval. Dit is een omissie, deze middelpunten moeten gelijk zijn, waarbij het middelpunt van de enkelbestemming (die wordt gewijzigd naar de gebiedsaanduiding ‘overige zone – plaatsing windturbine’) bepalend is. De dubbelbestemming ‘Waarde - Windturbine’ zal dus op de verbeelding verschoven moeten worden ten opzichte van de ligging van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – windturbine’ in het ontwerpbestemmingsplan. 2.
Planregels Naar aanleiding van de onder 1 genoemde aanpassing van de Verbeelding worden de volgende wijzigingen in de planregels doorgevoerd: Artikel 3 (Waarde-Windturbine) In art. 3.1 Bestemmingsomschrijving worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: a. er wordt een nieuw artikellid b. toegevoegd onder gelijktijdige doornummering van de overige artikelleden. Het nieuwe artikellid komt als volgt te luiden: b. wiekoverslag van de windturbines; b. artikellid b. wordt vernummerd naar c. en zodanig gewijzigd dat het als volgt komt te luiden: c. één opstelplaats per windturbine, met een maximale oppervlakte van 1.500 m2 per opstelplaats, ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines; c. artikellid h. wordt vernummerd naar i. Dit artikellid wordt aangepast en delen van het oorspronkelijke artikellid vervallen, zodat dit artikellid als volgt komt te luiden: i. voor zover niet strijdig met de belangen van het bepaalde in sub a t/m h zijn voorzieningen en is bebouwing toegestaan ten behoeve van de ter plaatse geldende bestemmingen. In artikel 3.2.2 Inkoopstations wordt artikellid a. zodanig gewijzigd dat deze als volgt komt te luiden: a. er is maximaal één inkoopstation per windturbine toegestaan; In artikel 3.2.3. Overige bouwwerken, vervalt artikellid a, onder gelijktijdige vernummering van de overige artikelleden.
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel wordt omgenummerd naar artikel 4. Er komt een nieuw artikel 5. dat deels bestaat uit het oorspronkelijk artikel 7. Dit artikel luidt als volgt:
67 Artikel 5 5.1
Algemene aanduidingsregels
overige zone - plaatsing windturbine
5.1.1 Aanduidingsregels De (mast van de) windturbine met bijbehorende fundering dient te worden geplaatst op de gronden met de aanduiding 'overige zone - plaatsing windturbine'. 5.2
veiligheidszone - windturbine PR10-5
5.2.1 Aanduidingsregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine PR10-5' zijn: a. beperkt kwetsbare objecten niet toegestaan, tenzij de windturbine deel uitmaakt van de inrichting waar ook het beperkt kwetsbare object deel van uit maakt; b. kwetsbare objecten niet toegestaan, tenzij de windturbine deel uitmaakt van de inrichting waar ook het kwetsbare object deel van uit maakt. 5.3
veiligheidszone - windturbine PR10-6
5.3.1 Aanduidingsregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine PR10-6' zijn: a. beperkt kwetsbare objecten toegestaan; b. kwetsbare objecten niet toegestaan, tenzij de windturbine deel uitmaakt van de inrichting waar ook het kwetsbare object deel van uit maakt. 5.3.2 Afwijken van de aanduidingsregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.4.1 lid b ten behoeve van het realiseren van een kwetsbaar object indien: a. de ter plaatse gebouwde of te bouwen windturbine een kleinere PR10-06 contour heeft dan is aangeduid met de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine PR10-6', en; b. aangetoond is dat het te realiseren kwetsbare object daarmee - gehoord de milieudeskundige - buiten de PR10-06 contour van de gebouwde of te bouwen windturbine valt. Er wordt een nieuw artikel 6 toegevoegd, dat als volgt luidt: Artikel 6
Overige regels
6.1 Verhouding met bestemmingsplannen Voor zover de: a. dubbelbestemming 'Waarde - Windturbine' voor windturbines als bedoeld in Artikel 3 van dit plan, en de; b. gebiedsaanduidingen 'overige zone - plaatsing windturbine', 'veiligheidszone windturbine PR10-5' en 'veiligheidszone - windturbine PR10-6' als bedoeld in Artikel 5 van dit plan; samenvallen met (dubbel)bestemmingen uit onderliggende bestemmingsplannen gelden de regels in Artikel 3 en Artikel 5 als aanvulling op de regels van de bestemmingen uit onderliggende bestemmingsplannen, waarbij de regels voor de dubbelbestemming en gebiedsaanduidingen in dit bestemmingsplan voorrang hebben. De onderliggende bestemmingen blijven verder van toepassing.
68 Het oorspronkelijke artikel 9 wordt omgenummerd naar artikel 7 en het oorspronkelijke artikel 10 naar artikel 8
De artikelen 3. (Bedrijf-Windturbinepark), 4. (Waarde-Archeologie-1) en 5 (WaardeArcheologie-2) vervallen. Naar aanleiding van een zienswijze wordt Artikel 3.2.1 onder h. zodanig gewijzigd dat deze als volgt komt te luiden: “h. de te bouwen windturbines mogen niet bijdragen aan het overschrijden van de niet-beschikbaarheidseis van 1,0*10-06 voor de Maeslantkering;”. Toelichting 3. In de Toelichting worden de volgende ambtshalve aanpassingen doorgevoerd: In de Toelichting wordt in paragraaf 5.3.2. onder het kopje Slagschaduw op andere objecten dan woningen en in par. 5.3.3 de zinsneden over gemaakte afspraken en overeenkomsten verwijderd. Aan hoofdstuk 5.2 (Geluid) wordt de motivatie toegevoegd voor wat betreft het niet stellen van maatwerkvoorschriften voor cumulatie met andere windturbines op basis van het Activiteitenbesluit, zoals aangegeven in de reactie op zienswijze 11.3. Bijlagen De actualisatie Ecologische beoordeling stikstof Windwinning Hoeksebaan_20240116.pdf wordt toegevoegd.